Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2930(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0583/2010

Debatten :

PV 21/10/2010 - 11.1
CRE 21/10/2010 - 11.1

Stemmingen :

PV 21/10/2010 - 12.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0388

Aangenomen teksten
PDF 80kDOC 40k
Donderdag 21 oktober 2010 - Straatsburg Definitieve uitgave
Gedwongen uitzettingen in Zimbabwe
P7_TA(2010)0388B7-0583, 0584, 0585, 0587 en 0588/2010

Resolutie van het Europees Parlement van 21 oktober 2010 over gedwongen uitzettingen in Zimbabwe

Het Europees Parlement ,

–  onder verwijzing naar zijn talloze eerdere resoluties over Zimbabwe, waarvan de meest recente dateert van 8 juli 2010(1) ,

–  gezien artikel 11 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, artikel 27, lid 3, van het Verdrag inzake de rechten van het kind, artikel 14, lid 2, van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, en artikel 7, lid 1, onder d), en artikel 7, lid 2, onder d), van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof,

–  gezien Besluit 2010/92/GBVB(2) van de Raad van 15 februari 2010 tot verlenging tot 20 februari 2011 van de beperkende maatregelen tegen Zimbabwe die werden genomen bij gemeenschappelijk standpunt 2004/161/GBVB(3) , en gezien Verordening (EG) nr.°1226/2008(4) van de Commissie van 8 december 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad betreffende bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 22 februari 2010 over Zimbabwe, en de conclusies van de tiende politieke dialoog EU-Zuid-Afrika op ministerieel niveau van 11 mei 2010 over Zimbabwe,

–  gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren, dat Zimbabwe heeft geratificeerd,

–  gezien het verslag van juli 2005 van de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor menselijke nederzettingen, Anna Tibajuka,

–  gezien de partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de ACS (de Overeenkomst van Cotonou), die werd ondertekend op 23 juni 2000,

–  gelet op artikel 122, lid 5, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat ongeveer 20 000 bewoners van een informele nederzetting die bekendstaat als Hatcliffe Extension in de buitenwijken van Harare zijn bedreigd met gedwongen uitzetting wegens het niet betalen van de buitensporig hoge kosten die door de autoriteiten in rekening worden gebracht voor de verlenging van huurovereenkomsten,

B.  overwegende dat de door de regering van Zimbabwe gerekende kosten voor de verlenging van huurovereenkomsten oplopen tot 140 USD, zonder dat er overleg wordt gepleegd met de inwoners over de kosten of het verlengingsproces, waarbij een zeer korte termijn wordt gehandhaafd voor de verlenging van de huurovereenkomst dan wel gedwongen uitzetting; overwegende dat een tekort aan huisvesting voor mensen met een laag inkomen heeft geleid tot de bouw van hutjes of nieuwe huizendelen in de achtertuin, wat ogenschijnlijk in strijd is met de bouwvoorschriften,

C.  overwegende dat de bewoners van Hatcliffe Extension moeten worden gerekend tot de armste mensen van Zimbabwe, een land met een inkomen van minder dan 100 USD per hoofd van de bevolking en een chronische werkloosheid van circa 90%, en dat deze gedwongen uitzettingen ook een informele werkgelegenheidssector verwoesten, waardoor families een stabiel inkomen wordt ontnomen,

D.  overwegende dat de meeste bewoners de percelen kregen toegewezen nadat zij in 2005 onder dwang door de autoriteiten waren uitgezet in het kader van het massale programma voor gedwongen uitzettingen, Operatie Murambatsvina, waarbij ongeveer 700 000 mensen hun woning en middelen van bestaan verloren,

E.  overwegende dat Operatie Garikai, die werd ontworpen ter ondersteuning van slachtoffers van uitzettingen, volledig tekortschoot in het tegengaan van de ernstige schendingen van het recht op adequate huisvesting die in het kader van Operatie Murambatsvina plaatsvonden,

F.  overwegende dat de bewoners van de nederzettingen van Operatie Garikai vijf jaar na de massale gedwongen uitzettingen in betreurenswaardige omstandigheden leven, zonder toegang tot essentiële basisvoorzieningen,

G.  overwegende dat de kwestie van buitensporige huurkosten zich niet beperkt tot Hatcliffe, en dat bewoners van andere informele nederzettingen in het land ook het risico lopen op door de staat gesanctioneerde gedwongen uitzetting,

H.  overwegende dat de schrikbarende humanitaire, politieke en economische situatie in Zimbabwe blijft verslechteren, waarbij miljoenen Zimbabwanen voortdurend bedreigd worden door hongersnood en overleven dankzij voedselhulp, en dat het land te kampen heeft met het vierde hoogste percentage hiv-besmettingen ter wereld, brandstoftekorten en de hoogste stijging van kindersterfte,

1.  eist dat er onmiddellijk een einde komt aan de dreiging van massale gedwongen uitzettingen in Zimbabwe, en dringt erop aan dat humanitaire en hulporganisaties onbeperkte toegang krijgen, zodat zij hulp kunnen verlenen aan eenieder die kans loopt te worden uitgezet en aan andere binnenlandse ontheemden;

2.  verzoekt de regering van Zimbabwe onmiddellijk af te zien van de willekeurig opgelegde kosten voor de verlenging van huurovereenkomsten, die bewoners eenvoudigweg niet kunnen voldoen; dringt er in dit verband op aan dat de Zimbabwaanse autoriteiten de wetgeving inzake ruimtelijke ordening, gepaard met gedwongen uitzettingen, niet langer gebruiken voor partijpolitiek gewin, zoals in 2005 het geval was tijdens Operatie Murambatsvina; vraagt de regering van Zimbabwe daarom een huisvestingsbeleid te ontwikkelen dat in de behoeften van de bewoners voorziet, in overleg met de slachtoffers van gedwongen uitzetting;

3.  herinnert de regering van Zimbabwe eraan dat zij in het kader van internationale verdragen verplicht is te voorzien in adequate huisvesting voor al deze mensen met een laag inkomen die onder dwang uit hun woning zijn gezet, en het recht op leven, veiligheid en voedsel te waarborgen; voorts is zij verplicht haar burgers te beschermen tegen de spiraal van onzekerheid en tegen verdere schendingen door het bieden van huurzekerheid en betaalbare betalingsregelingen voor huurovereenkomsten, onder andere door de inkomsten van de mijnsector te gebruiken om in de behoeften van de mensen te voorzien;

4.  stelt voor dat de regering van Zimbabwe de materiële en sociale schade als gevolg van Operatie Murambatsvina en andere gedwongen uitzettingen evalueert, teneinde eenieder die zijn of haar woning, middelen van bestaan en sociale netwerken heeft verloren te compenseren, met inbegrip van degenen die op of nabij de Marange-diamantvelden wonen; verzoekt de regering voorts lokale gemeenschappen te raadplegen alvorens zij besluiten neemt;

5.  dringt erop aan dat de regering van Zimbabwe Operatie Garikai evalueert en herziet, in daadwerkelijke samenspraak met de overlevenden, zodat in de huisvestingsbehoeften van alle overlevenden van Operatie Murambatsvina kan worden voorzien;

6.  betreurt ten zeerste dat de pogingen van Zimbabwe tot het behalen van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, waarbij reeds een behoorlijke achterstand is opgelopen, alleen maar meer op het spel worden gezet door dergelijke massale uitzettingen;

7.  herinnert eraan dat de strijd tegen hiv/aids en moedersterfte in het gedrang komt door de wanpraktijken van de regering, zoals haar uitzettingsprogramma, dat de toegang tot basisgezondheidsvoorzieningen en onderwijs heeft ontregeld;

8.  verzoekt Zuid-Afrika en de Ontwikkelingsgemeenschap van zuidelijk Afrika (SADC) om, zowel in hun eigen belang als dat van Zimbabwe en de regio zuidelijk Afrika in ruimere zin, aanvullende maatregelen te nemen om terugkeer naar volledige democratie in Zimbabwe, eerbied voor de rechtsstaat en de rechten van de mens van de bevolking van Zimbabwe aan te moedigen; erkent dat Robert Mugabe en zijn naaste medestanders een aanhoudend struikelblok in de ontwikkeling naar politieke en economische heropbouw en verzoening in Zimbabwe blijven vormen door de economische rijkdommen van het land in eigen voordeel te plunderen;

9.  benadrukt het belang van een dialoog tussen de Europese Unie en Zimbabwe, en is ingenomen met de in deze richting geboekte vooruitgang;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten en de kandidaat-lidstaten, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van Zimbabwe en Zuid-Afrika, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, de instellingen van de Afrikaanse Unie, met inbegrip van het Pan-Afrikaanse Parlement, de secretaris-generaal van de VN, de secretaris-generaal van de SADC en de secretaris-generaal van het Gemenebest.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0288.
(2) PB L 41 van 16.2.2010, blz. 6.
(3) PB L 50 van 20.2.2004, blz. 66.
(4) PB L 331 van 10.12.2008, blz. 11.

Laatst bijgewerkt op: 7 februari 2012Juridische mededeling