Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2972(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0683/2010

Ingediende teksten :

B7-0683/2010

Debatten :

OJ 23/11/2010 - 174

Stemmingen :

PV 25/11/2010 - 8.1
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0433

Aangenomen teksten
PDF 77kDOC 37k
Donderdag 25 november 2010 - Straatsburg Definitieve uitgave
Begroting 2011
P7_TA(2010)0433B7-0683/2010

Resolutie van het Europees Parlement van 25 november 2010 over de lopende onderhandelingen over de begroting 2011

Het Europees Parlement ,

–  gelet op de artikelen 310 t/m 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, door de Commissie ingediend op 27 april 2010 (COM(2010)0300), en de nota's van wijzigingen 1, 2, en 3, door de Commissie ingediend op respectievelijk 15 september 2010, 11 oktober 2010 en 20 oktober 2010,

–  gezien het standpunt van de Raad inzake de ontwerpbegroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, vastgesteld op 12 augustus 2010 (12699/2010 – C7-0202/2010),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 20 oktober 2010 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011 − alle afdelingen(1) ,

–  gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2007-2013 (COM(2010)0072) en het voorstel van de Commissie voor een Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende samenwerking in begrotingszaken (COM(2010)0073), beide ingediend op 3 maart 2010,

–  gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 bij de algemene begroting 2010 (COM(2010)0149) van 8 april 2010, en het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10 bij de algemene begroting 2010 (COM(2010)0598) van 20 oktober 2010,

–  gezien het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument (COM(2010)0150), door de Commissie ingediend op 8 april 2010,

–  gezien het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 bij de algemene begroting 2010, vastgesteld op 13 september 2010 (13472/2010 – C7-0263/2010), en onder verwijzing naar zijn resolutie van 20 oktober 2010 over het standpunt van de Raad betreffende het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2010 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, Afdeling III – Commissie(2) ,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 22 september 2010 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2007-2013(3) ,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 29 maart 2007 over de toekomst van de eigen middelen van de Europese Unie(4) ,

–  gelet op artikel 78 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het standpunt van de Raad inzake de ontwerpbegroting de betalingskredieten heeft beperkt tot een bedrag dat een verhoging van 2,91% ten opzichte van de begroting 2010 inhoudt,

B.  overwegende dat het Parlement het eens was over een „zevenpuntenstrategie” die tot doel heeft de bepalingen van het Verdrag van Lissabon toe te passen, hierbij ondersteund door begrotingsamendementen, en dat het zich tegelijkertijd bereid heeft getoond het niveau van de betalingskredieten te bevestigen in het kader van een globale overeenkomst,

C.  overwegende dat het Bemiddelingscomité Parlement-Raad op 15 november 2010 geen overeenstemming heeft kunnen bereiken over een gezamenlijke tekst voor de begroting 2011,

1.  verklaart zich bereid binnen een uiterst kort tijdsbestek tot overeenstemming over de begroting 2011 en eraan gerelateerde punten te willen komen, op voorwaarde dat de Commissie en de Raad de onderstaande voorwaarden naleven:

   a) een overeenkomst over echte flexibiliteitsmechanismen die voldoen aan de bestaande beginselen voor herzieningen, zoals vastgesteld in het IIA van 17 mei 2006, goed te keuren door het Parlement en met gekwalificeerde meerderheid in de Raad, waardoor in de toekomst een degelijke financiering mogelijk wordt van de beleidsvormen voor 2011 en de jaren erna die voortvloeien uit de nieuwe bevoegdheden voor de EU uit hoofde van het Verdrag van Lissabon en van het EU 2020- project;
   b) een toezegging van de Commissie om uiterlijk 1 juli 2011 substantiële voorstellen te doen, op grond van artikel 311 van het VWEU, voor nieuwe eigen middelen voor de EU, en een toezegging van de Raad om deze voorstellen met het Parlement te bespreken binnen het onderhandelingsproces voor het volgende meerjarig financieel kader (MFK), overeenkomstig verklaring 3 betreffende de herziening van het financiële kader bij het IIA van 17 mei 2006;
   c) een overeenkomst tussen de drie instellingen over een samenwerkingsmethode waarbij het Parlement onder meer betrokken is bij het onderhandelingsproces over het volgende MFK, met name via deelname van leden van het EP aan relevante vergaderingen en regelmatig overleg tussen de voorzitters van het Parlement, de Raad en de Commissie, overeenkomstig de bepalingen van artikel 324 en artikel 312, lid 5, van het VWEU;

2.  is verheugd over de toezeggingen van de Commissie inzake Europese toegevoegde waarde en de gevolgen van het Verdrag van Lissabon voor de EU-begroting, en inzake een nauwkeurig tijdschema voor de eigen middelen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0372.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0371.
(3) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0328.
(4) PB C 27 E van 31.1.2008, blz. 214.

Laatst bijgewerkt op: 2 maart 2012Juridische mededeling