Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2954(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0677/2010

Debatten :

PV 24/11/2010 - 16
CRE 24/11/2010 - 16

Stemmingen :

PV 25/11/2010 - 8.11

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0443

Aangenomen teksten
PDF 96kDOC 40k
Donderdag 25 november 2010 - Straatsburg Definitieve uitgave
Situatie in de Westelijke Sahara
P7_TA(2010)0443B7-0675, 0676, 0677, 0678, 0679, 0680 en 0682/2010

Resolutie van het Europees Parlement van 25 november 2010 over de situatie in de Westelijke Sahara

Het Europees Parlement ,

–  gezien de toepasselijke resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de Westelijke Sahara,

–  gezien resolutie 1920 (2010) van de VN-Veiligheidsraad, waarmee het huidige mandaat van de VN-missie voor het referendum in de Westelijke Sahara (MINURSO) wordt verlengd,

–  gezien de laatste rapporten van de Secretaris-generaal van de VN aan de Veiligheidsraad over de situatie in de Westelijke Sahara van 14 april 2008, 13 april 2009 en 6 april 2010,

–  gelet op het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, dat door Marokko op 3 mei 1979 is geratificeerd,

–  gezien de Euromediterrane overeenkomst houdende de totstandbrenging van een associatie tussen de Europese Unie en haar lidstaten enerzijds en het Koninkrijk Marokko anderzijds, in het bijzonder artikel 2 van die overeenkomst,

–  gezien de verklaring van de EU over de achtste bijeenkomst van de Associatieraad EU-Marokko van 7 december 2009, en de gemeenschappelijke verklaring van de eerste top EU-Marokko van 7 maart 2010,

–  gezien in het bijzonder de conclusies van de bezoeken van de ad-hocdelegatie van het EP voor de Westelijke Sahara in september 2006 en januari 2009, waarin erop werd aangedrongen om, op voorwaarde dat alle partijen ermee instemmen, het mandaat van de VN-missie voor het referendum in de Westelijke Sahara (MINURSO) uit te breiden, zodat ze ook bevoegdheid krijgt voor het toezicht op de naleving van de mensenrechten in de Westelijke Sahara, en waarin de Commissie tevens wordt verzocht in voorkomend geval door toedoen van haar vertegenwoordiging in Rabat de situatie van de mensenrechten in de Westelijke Sahara aandachtig te volgen en er regelmatig missies heen te sturen,

–  onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de Westelijke Sahara, in het bijzonder die van 27 oktober 2005(1) ,

–  gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de EU, Catherine Ashton, over de Westelijke Sahara van 10 november 2010,

–  gezien de verklaringen van de Raad en de Commissie van 24 november 2010 over de situatie in de Westelijke Sahara,

–  gelet op artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat duizenden Sahrawi hun steden hebben verlaten en tenten hebben opgeslagen aan de rand van El Aaiun, waar zij het kamp Gdaim Izik hebben gevestigd als vreedzaam protest tegen hun sociale, politieke en economische situatie en hun levensomstandigheden,

B.  overwegende dat hun aantal volgens waarnemers van de Verenigde Naties enkele weken later tot ongeveer 15.000 was aangegroeid, en dat een dialoog met de autoriteiten tot stand werd gebracht,

C.  overwegende dat op zondag 24 oktober 2010 Najem El-Garhi, een 14-jarige Sahrawi, is gedood en vijf anderen zijn verwond door Marokkaanse veiligheidstroepen toen zij het kamp aan de rand van El Aaiun probeerden te bereiken,

D.  overwegende dat op 8 november 2010 een nog onbekend aantal mensen, waaronder politie- en veiligheidsagenten, zijn gedood tijdens een actie van de Marokkaanse veiligheidsdiensten om het protestkamp van Gdaim Izik af te breken; overwegende dat ook melding is gemaakt van een aanzienlijk aantal gewonde burgers, doordat de veiligheidsdiensten traangas en wapenstokken hebben gebruikt om het kamp te ontruimen,

E.  overwegende dat deze incidenten zich hebben voorgedaan op de dag waarop in New York de derde ronde van de informele besprekingen over de status van de Westelijke Sahara van start ging, waaraan wordt deelgenomen door Marokko, het Polisario-front en de waarnemende landen Algerije en Mauritanië,

F.  overwegende dat journalisten, nationale en regionale parlementsleden uit EU-landen en leden van het Europees Parlement de toegang tot El Aaiun en het kamp Gdaim Izik is ontzegd, en dat sommigen van hen zelfs uit El Aaiun zijn verwijderd,

G.  overwegende dat de ware toedracht van de gewelddadige dood van de Spaanse burger Babi Hamday Buyema nog niet is opgehelderd,

H.  overwegende dat het proces van dekolonisatie van de Westelijke Sahara na 30 jaar nog altijd niet is afgerond,

I.  overwegende dat de EU bezorgd blijft over het conflict in de Westelijke Sahara en de gevolgen daarvan voor de regio, onder meer wat betreft de mensenrechtensituatie in de Westelijke Sahara, en haar volledige steun uitspreekt aan de inspanningen van de secretaris-generaal van de VN en zijn persoonlijke gezant om een rechtvaardige, duurzame en voor alle partijen aanvaardbare politieke oplossing te vinden, die recht doet aan het zelfbeschikkingsrecht van de bevolking van de Westelijke Sahara, zoals geformuleerd in de resoluties van de VN,

J.  overwegende dat uit verschillende rapporten blijkt dat de natuurlijke hulpbronnen van de Westelijke Sahara worden gewonnen zonder dat de lokale bevolking daarvan profiteert,

1.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de aanzienlijke verslechtering van de situatie in de Westelijke Sahara en veroordeelt krachtig de gewelddadige incidenten die hebben plaatsgevonden bij de afbraak van het kamp Gdaim Izik en in de stad Laâyoune;

2.  roept alle partijen op tot kalmte en tot het achterwege laten van verder geweld;

3.  betreurt het verlies van mensenlevens en spreekt zijn medeleven uit met de families van de doden, gewonden en vermisten;

4.  neemt kennis van het feit dat het Marokkaanse parlement een onderzoekscommissie heeft ingesteld die opheldering moet verschaffen over het verloop van de gebeurtenissen die tot de interventie van de Marokkaanse autoriteiten hebben geleid, maar is van oordeel dat een internationale onafhankelijke onderzoekscommissie van de Verenigde Naties het beste middel zou zijn om de waarheid betreffende de gebeurtenissen, de doden en de vermisten aan het licht te brengen;

5.  betreurt de aanvallen op de persvrijheid en de vrijheid van informatie gericht tegen een groot aantal Europese journalisten, en vraagt het Koninkrijk Marokko de pers, onafhankelijke waarnemers en humanitaire organisaties vrije toegang te verlenen tot de Westelijke Sahara en hen vrij te laten reizen in die regio; betreurt het verbod van de Marokkaanse autoriteiten inzake toegang tot de Westelijke Sahara voor parlementsleden, journalisten, de media en onafhankelijke waarnemers;

6.  benadrukt het feit dat de VN-organen moet worden verzocht in de Westelijke Sahara een mechanisme voor toezicht op de mensenrechten in te stellen;

7.  verwelkomt de hervatting van informele vergaderingen tussen Marokko en het Polisario-front onder auspiciën van de persoonlijk gezant van de secretaris-generaal van de VN, zelfs ten tijde van de huidige gespannen toestand, en roept alle regionale belanghebbenden op een constructieve bijdrage te leveren;

8.  betuigt andermaal zijn steun voor de hervatting van de informele besprekingen tussen de partijen bij het conflict om te komen tot een rechtvaardige, duurzame en voor alle partijen aanvaardbare politieke oplossing overeenkomstig de toepasselijke resoluties van de VN-Veiligheidsraad;

9.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de nodige humanitaire hulp, met extra geld, wordt toegewezen aan de naar schatting tussen 90.000 en 165.000 Sahrawi-vluchtelingen die wonen in de Tindouf-regio, om hen te helpen in hun basisbehoeften op het gebied van voedsel, water, huisvesting en medische hulp te voorzien en hun levensomstandigheden te verbeteren;

10.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de gevangenhouding en de beschuldigingen van intimidatie van verdedigers van de mensenrechten van de Sahrawi op het grondgebied van de Westelijke Sahara; dringt erop aan dat de verdedigers van de mensenrechten die in de gevangenissen op dit grondgebied of in Marokko worden vastgehouden, worden behandeld volgens de internationale normen en snel een eerlijk proces krijgen;

11.  verzoekt de EU bij het Koninkrijk Marokko aan te dringen op eerbiediging van het internationaal recht bij de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen van de Westelijke Sahara;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de secretaris-generaal van de VN, de secretaris-generaal van de Afrikaanse Unie, de delegatie van het Europees Parlement voor betrekkingen met de Maghreb-landen, het bureau van de Parlementaire Vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied, het parlement en de regering van Marokko, het Polisario-front, en de parlementen en regeringen van Algerije en Mauritanië.

(1) PB C 272 E van 9.11.2006, blz. 582.

Laatst bijgewerkt op: 2 maart 2012Juridische mededeling