Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2934(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0672/2010

Debatten :

PV 24/11/2010 - 19
CRE 24/11/2010 - 19

Stemmingen :

PV 25/11/2010 - 8.12
CRE 25/11/2010 - 8.12

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0444

Aangenomen teksten
PDF 112kDOC 52k
Donderdag 25 november 2010 - Straatsburg Definitieve uitgave
Oekraïne
P7_TA(2010)0444B7-0650, 0671, 0672, 0673, 0674 en 0681/2010

Resolutie van het Europees Parlement van 25 november 2010 over Oekraïne

Het Europees Parlement ,

–  onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Oekraïne,

–  gezien de gezamenlijke verklaring die op 22 november 2010 is aangenomen op de top EU-Oekraïne in Brussel,

–  gezien de slotverklaring en de aanbevelingen die zijn uitgebracht na afloop van de vijftiende bijeenkomst van het parlementair samenwerkingscomité EU-Oekraïne op 4 en 5 november 2010 in Kiev en Odessa,

–  gezien de delegatie van het Parlementair Samenwerkingscomité EU-Oekraïne, dat als waarnemer optrad bij de plaatselijke en regionale verkiezingen die op 31 oktober 2010 in Oekraïne werden gehouden,

–  gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Unie en Oekraïne, die op 1 maart 1998 in werking is getreden, en de lopende onderhandelingen over een associatieovereenkomst die in de plaats moet komen van de PSO,

–  gezien de veertiende bijeenkomst van de samenwerkingsraad EU-Oekraïne die op 15 juni 2010 in Luxemburg werd gehouden,

–  gezien de gezamenlijke verklaring over het Oostelijk partnerschap, dat op 7 mei 2009 in Praag gelanceerd werd,

–  gezien de conclusies betreffende het oostelijk partnerschap van de Raad Buitenlandse Zaken van 25 oktober 2010,

–  onder verwijzing naar Resolutie 1755 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over de werking van de democratische instellingen in Oekraïne, die op 5 oktober 2010 is goedgekeurd,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad over Oekraïne van 16 september 2010,

–  gezien de associatieagenda EU-Oekraïne, die in de plaats komt van het actieplan EU-Oekraïne en in juni 2009 door de samenwerkingsraad EU-Oekraïne werd goedgekeurd,

–  gezien de overeenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne over versoepeling van de visumverlening, die op 18 juni 2007 is ondertekend en op 1 januari 2008 in werking is getreden, en gezien de in oktober 2008 gestarte visumdialoog tussen de EU en Oekraïne,

–  gezien het gezamenlijk verslag van 4 november 2010 van de werkgroep van het parlementair samenwerkingscomité EU-Oekraïne inzake het visabeleid tussen de EU en Oekraïne,

–  gezien de ultieme wijzigingen in de Oekraïnse kieswet die in juni 2010, kort vóór de gemeenteraadsverkiezingen, door het Oekraïnse parlement (Verkhovna Rada) zijn aangenomen,

–  gezien het nationaal indicatief programma 2011-2013 voor Oekraïne,

–  gelet op artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Oekraïne voor de EU een Europees land van strategisch belang is; overwegende dat Oekraïne door zijn grootte, hulpbronnen, bevolking en geografische ligging een onderscheidende positie in Europa inneemt en een bepalende regionale speler is,

B.  overwegende dat de nieuwgekozen president van Oekraïne, Viktor Janoekovitsj, en de Verkhovna Rada de wil van Oekraïne om toe te treden tot de EU hebben bevestigd,

C.  overwegende dat beweerd wordt dat democratische vrijheden, zoals de vrijheid van vergadering, de vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid, de afgelopen maanden onder druk zijn gekomen,

D.  overwegende dat het presidentieel regeringsstelsel door de uitspraak van het Oekraïense Constitutionele Hof van 1 oktober 2010 in ere is hersteld; overwegende dat de totstandbrenging van een democratisch, efficiënt en duurzaam systeem van wederzijdse controles en tegenwichten een prioriteit moet blijven en dat het proces om dit te verwezenlijken open, inclusief en toegankelijk moet zijn voor alle politieke partijen en actoren in Oekraïne,

E.  overwegende dat op 31 oktober 2010 in Oekraïne in een kalme sfeer regionale en gemeenteraadsverkiezingen hebben plaats gevonden zonder dat zich incidenten hebben voorgedaan ; overwegende dat er kritiek is geleverd op sommige aspecten van de organisatie van die verkiezingen, met name met betrekking tot de kieswet en de procedures die bij de aanneming ervan zijn gevolgd, alsook bepaalde specifieke inhoudelijke aspecten,

F.  overwegende dat er sinds de in januari 2010 gehouden presidentsverkiezingen steeds zorgwekkender aanwijzingen zijn voor afkalvende eerbiediging van de democratie en het pluralisme, zoals met name blijkt uit de behandeling van sommige ngo's en uit individuele klachten van journalisten over pressie vanwege hun uitgevers of door eigenaars van mediakanalen om over bepaalde feiten al dan niet verslag uit te brengen, alsook uit de toegenomen en politiek geïnspireerde activiteiten van de Oekraïense veiligheidsdienst (SBU) en het misbruik van administratieve en gerechtelijke middelen voor politieke doeleinden,

G.  overwegende dat de OVSE-vertegenwoordiger voor mediavrijheid op 13 oktober 2010 heeft verklaard dat Oekraïne een grote mate van mediavrijheid heeft bereikt maar dringend maatregelen moet nemen om deze vrijheid te waarborgen, en de Oekraïense regering heeft verzocht af te zien van pogingen om media-inhoud te beïnvloeden of te censureren, in overeenstemming met de internationale normen inzake mediavrijheid en de beloften betreffende mediavrijheid die Oekraïne in het kader van de OVSE heeft gedaan,

H.  overwegende dat het oostelijk partnerschap Oekraïne aanvullende middelen voor integratie in de Europese Unie kan bieden, maar dat dit partnerschap alleen succes kan hebben indien het is gebaseerd op concrete, geloofwaardige projecten en beschikt over voldoende geldmiddelen,

1.  onderstreept dat Oekraïne overeenkomstig artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie het EU-lidmaatschap kan aanvragen, net als elke Europese staat die de beginselen van vrijheid, democratie, eerbied voor de mensenrechten en fundamentele vrijheden en de rechtsstaat onderschrijft;

2.  onderstreept dat Oekraïne een Europees perspectief met sterke historische, culturele en economische banden met de Europese Unie heeft, dat het een van de belangrijkste partners van de Unie is in haar oostelijke nabuurschapsomgeving en dat het een aanzienlijke invloed uitoefent op de veiligheid, stabiliteit en welvaart van het gehele continent;

3.  is ingenomen met de consensusverklaringen van de Oekraïense regering en de politieke oppositie over de aspiraties van Oekraïne op de weg van Europese integratie en de ambitie op de langere termijn van het land om een lidstaat van de Europese Unie te worden; merkt op dat over dit doel nog steeds op consensus van alle persoonlijkheden op het politieke toneel van Oekraïne kan rekenen; roept de Oekraïense autoriteiten op een gezamenlijk forum op te richten, bestaande uit politici van zowel de aan de regering zijnde coalitie als de oppositie, om de politieke positie van Oekraïne ten opzichte van de Europese Unie te coördineren;

4.  wijst erop dat de plaatselijke en regionale verkiezingen van 31 oktober 2010 weliswaar in technisch opzicht ordelijk zijn verlopen, maar de normen er niet werkelijk mee zijn verhoogd; betreurt dat Oekraïne zijn kieswet enkele maanden vóór de lokale en regionale verkiezingen heeft gewijzigd, waardoor er te weinig tijd overbleef om de wet te verbeteren en het verkiezingsproces op een correcte en democratische manier te laten verlopen;

5.  betreurt dat vanwege het feit dat aan verzoeken om registratie van de oppositiepartijen geen gehoor is gegeven door de verkiezingscomités voordat de lijst van de Partij van de Regio's was ingediend, deze regerende partij in ongeveer 85% van de kieskringen de eerste lijst werd; merkt op dat wegens eigenaardigheden in de kieswet, waardoor er onvoldoende waarborgen bestonden ter bescherming van het recht van de gevestigde politieke partijen om aan de verkiezingen mee te doen, sommige partijen, zoals de partij Batkivshchyna, in bepaalde districten hun kandidaten niet konden laten registreren en niet aan de verkiezingen konden deelnemen;

6.  betreurt het dat de regels voor de verkiezingen nog steeds ter discussie staan; is het ermee eens dat het verkiezingskader verbetering behoeft en ziet bemoedigende tekenen in het werk dat in samenwerking met deskundigen van EU en OVSE ter vaststelling van een ontwerp voor een nieuwe kieswet wordt verricht; is ingenomen met het feit dat een ontwerp voor een enkele verkiezingswet nu ter goedkeuring is voorgelegd aan de Verkhovna Rada; onderstreept dat doorzichtigheid van het verkiezingsproces helderheid van het wettelijk kader vergt; verzoekt de Oekraïense autoriteiten om te zorgen voor een tijdige afronding van de wetgeving, ruim vóór de parlementsverkiezingen in 2012;

7.  maakt zich zorgen over recente ontwikkelingen die de mediavrijheid en het mediapluralisme zouden kunnen ondermijnen; verzoekt de autoriteiten met klem al het nodige te doen om deze essentiële aspecten van een democratische samenleving te verdedigen en af te zien van pogingen om direct of indirect invloed uit te oefenen op de inhoud van de berichtgeving in de nationale media; onderstreept dat een herziening van de wetgeving inzake de mediasector dringend noodzakelijk is, en is daarom verheugd over een recent voorstel voor de invoering van een publiek omroepbestel in Oekraïne; is ingenomen met de publiek gedane toezegging van de Oekraïense autoriteiten dat het wettelijke kader dat voor de oprichting van een publieke omroep nodig is, aan het eind van het jaar voltooid is; betreurt dat twee onafhankelijke tv-stations, TVi en TV5, niet langer op een aantal van de door hen gebruikte frequenties mogen uitzenden; dringt er bij de autoriteiten op aan ervoor te zorgen dat rechtszaken niet resulteren in de selectieve intrekking van uitzendfrequenties en alle besluiten of benoemingen die tot belangenverstrengelingen zouden kunnen leiden, opnieuw tegen het licht te houden;

8.  verzoekt de regering van Oekraïne de wetgeving inzake mediavrijheid aan te passen aan de OVSE-normen; een vastberaden optreden in dit opzicht zou de geloofwaardigheid van Oekraïne als fungerend voorzitter van de OVSE voor 2013 versterken;

9.  vraagt de Oekraïense autoriteiten een grondig onderzoek in te stellen naar de verdwijning van Vasyl Klymentyev, de hoofdredacteur van een krant die zich in het bijzonder richt op corruptie in het Kharkiv-gebied;

10.  onderstreept de noodzaak van versterking van de geloofwaardigheid, de stabiliteit, de onafhankelijkheid en de doeltreffendheid van de instellingen, om zo de democratie en de rechtstaat te waarborgen en een op consensus gebaseerd constitutioneel hervormingsproces te bevorderen, uitgaande van een duidelijke scheiding der machten en doeltreffende wederzijdse controles en tegenwichten tussen de overheidsinstellingen; beklemtoont dat samenwerking met de Europese Commissie voor democratie door middel van het recht (Venetië-commissie) van cruciaal belang is om ervoor te zorgen dat de wetgevingshervormingen die op dit moment worden voorbereid volledig in overeenstemming zijn met de Europese normen en waarden; verzoekt alle relevante politieke belanghebbenden, waaronder regering en oppositie, aan dit proces mee te werken, en verzoekt de Oekraïnse autoriteiten de Venetië-commissie om advies te vragen over de definitieve versie van wetsontwerpen;

11.  doet een beroep op alle partijen in de Verkhovna Rada ervoor te zorgen dat er een systeem tot stand komt voor effectief toezicht op het legitiem functioneren van de regering;

12.  dringt er bij de autoriteiten op aan alle meldingen van inbreuken op rechten en vrijheden diepgaand te onderzoeken en vastgestelde overtredingen aan te pakken, alsmede de rol van de SBU te onderzoeken met betrekking tot inmenging in het democratische proces;

13.  beklemtoont de centrale rol van Oekraïne voor de veiligheid van de energievoorziening van de EU; benadrukt het belang van een verdere intensivering van de samenwerking tussen Oekraïne en de EU op energiegebied; dringt er bij Oekraïne ook op aan om uitvoering te geven aan zijn toezeggingen in het kader van de Gemeenschappelijke verklaring van de Internationale Investeringsconferentie EU-Oekraïne over de modernisering van het Oekraïense systeem voor de doorvoer van aardgas; dringt aan op het sluiten van andere overeenkomsten tussen de EU en Oekraïne ter verzekering van de energievoorziening voor beide partijen, onder meer via een betrouwbaar en gediversifieerd systeem voor de doorvoer van aardolie en aardgas; onderstreept dat, wil Oekraïne kunnen beschikken over een modern systeem voor de doorvoer van gas, er behoefte is aan transparante, efficiënte en kwalitatief hoogstaande doorvoerdiensten door een gemoderniseerd netwerk voor het vervoer van gas; verzoekt de Commissie de nodige technische bijstand te verlenen om de energie-efficiëntie van het Oekraïense elektriciteitsnet drastisch te verbeteren en om de samenwerking met betrekking tot de hervorming van de gassector te intensiveren, zodat deze voldoet aan de EU-normen;

14.  steunt de oproep die de regeringsleiders van de EU en Oekraïne ter gelegenheid van de herdenking van de Tsjernobyl-ramp van 25 jaar geleden hebben gedaan om alle hulp te mobiliseren die nodig is om de sarcofaag rond Reactor 4 van Tsjernobyl te voltooien en de drie overige reactoren te ontmantelen; benadrukt dat transparantie van cruciaal belang is voor het sarcofaagproject, met name voor wat betreft de volgende stappen en de huidige stand van de werkzaamheden;

15.  is aangemoedigd door de vooruitgang bij de onderhandelingen over de associatieovereenkomst EU-Oekraïne, met name door de vergaande en veelomvattende vrijhandelszoneaspecten (Deep and Comprehensive Free Trade Area - DCFTA); constateert dat de afronding van de onderhandelingen over de overeenkomst afhangt van de vraag of de Oekraïnse zijde in staat en bereid is te zorgen voor harmonisatie van de regelgeving van dit land met die van de Europese Unie; verzoekt de Europese Commissie de DCFTA met Oekraïne zodanig vast te stellen dat de bepalingen van deze overeenkomst niet alleen de markten van de EU en Oekraïne voor een wederzijds voordelige handel openstellen, maar dat zij ook de modernisering van de Oekraïnse economie ondersteunen; onderstreept dat de DCFTA zal leiden tot een geleidelijke integratie van Oekraïne in de interne markt van de EU met inbegrip van uitbreiding van de vier vrijheden tot Oekraïne; dringt bij de Commissie en Oekraïne op aan om op dit gebied snelle vooruitgang te maken op grond van de resultaten van Oekraïne als lid van de WTO; verzoekt beide partijen al het nodige te doen om in de eerste helft van volgend jaar tot een definitief akkoord te komen;

16.  vraagt van de Oekraïense autoriteiten meer aan de bestrijding van corruptie te doen; verwacht in dit verband dat positieve politieke verklaringen gevolgd zullen worden door politiek onpartijdige, beslissende corruptiebestrijdingsmaatregelen op alle niveaus; wenst dat er voor alle bedrijven dezelfde spelregels gaan gelden en dat ook op binnenlandse en buitenlandse investeerders dezelfde regels worden toegepast; betreurt in dit verband de te grote betrokkenheid van grote bedrijven bij het politieke leven;

17.  uit zijn teleurstelling over het feit dat de Verkhovna Rada amendementen op de nieuwe wet inzake openbare aanbestedingen heeft aangenomen volgens welke goederen, werken en diensten die zijn geleverd met het oog op het Europees kampioenschap voetbal in Oekraïne in 2012 van de toepassingssfeer van deze wet zijn uitgesloten;

18.  dringt er bij het Oekraïense parlement op aan zijn goedkeuring te hechten aan het wetsontwerp „inzake toegang tot openbare informatie”, overeenkomstig de Europese en internationale normen;

19.  is ingenomen met het actieplan voor versoepeling van de visumverlening voor Oekraïne, zoals overeengekomen op de 14de Top EU-Oekraïne van 22 november 2010; ziet het actieplan als een praktisch instrument om vooruitgang te bereiken bij essentiële hervormingen op de desbetreffende gebieden, met name op het gebied van de consolidatie van de rechtsstaat en de eerbiediging van de fundamentele vrijheden; dringt er bij de Europese Commissie op aan de Oekraïense autoriteiten bij te staan in hun streven naar vooruitgang naar visumliberalisering;

20.  dringt er bij alle lidstaten van de EU op aan de leges voor de aanvragen van nationale en Schengenvisa voor Oekraïense burgers af te schaffen;

21.  verzoekt de Commissie om met de lidstaten en Oekraïne samen te werken bij de voorbereiding van bijzondere maatregelen in verband met het Europees kampioenschap voetbal van 2012, met als doel om het reizen door bezitters van een toegangskaart te vergemakkelijken en deze bijzondere gelegenheid te gebruiken als proefperiode voor een definitieve visumvrije regeling;

22.  is verheugd over de actieve ondersteuning door Oekraïne van het oostelijk partnerschap en de parlementaire vergadering van Euronest, dringt bij de Raad en de Commissie aan op een verdere intensivering van de samenwerking met Oekraïne in de context van de ontwikkelingen in de nabuurschapzone en met name wat betreft de ontwikkeling van een beleid voor het Zwarte-Zeegebied;

23.  onderstreept het belang van meer samenwerking op het vlak van uitwisselingsprogramma's voor jongeren en studenten en de ontwikkeling van studiebeursprogramma's die de Oekraïners in staat stellen kennis te maken met de Europese Unie en haar lidstaten; is van mening dat het Erasmus-uitwisselingsprogramma voor hoger onderwijs moet worden uitgebreid tot studenten uit de zes landen van het oostelijk partnerschap;

24.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de president, de regering en het parlement van Oekraïne en de parlementaire vergaderingen van de Raad van Europa en de OVSE.

Laatst bijgewerkt op: 2 maart 2012Juridische mededeling