Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 14 december 2010 over de ontwerprichtlijn van het Europees Parlement en de Raad over het Europees beschermingsbevel (00002/2010 – C7-0006/2010 – 2010/0802(COD))
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement
,
– gezien het initiatief van een groep lidstaten (00002/2010),
– gelet op artikel 76, onder b), en letter d) van de tweede alinea van artikel 82, lid 1, alsook artikel 289, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan de Raad de ontwerpwet aan het Parlement heeft voorgelegd (C7-0006/2010),
– gelet op artikel 294, leden 3 en 15, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van de Commissie juridische zaken over de voorgestelde rechtsgrondslag,
– gezien het gemotiveerde advies dat, in het kader van protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, werd ingediend door een nationaal parlement dat het ontwerpwetgevingsbesluit in strijd met het subsidiariteitsbeginsel achtte,
– gezien de door de nationale parlementen geleverde bijdragen aan het ontwerpwetgevingsbesluit,
– gelet op de artikelen 37, 44 en 55 van zijn Reglement,
– gezien het gezamenlijk overleg van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid overeenkomstig artikel 51 van het Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7-0354/2010),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 14 december 2010 met het oog op de aanneming van Richtlijn 2011/…/EU van het Europees Parlement en de Raad over het Europees beschermingsbevel
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 82, lid 1, onder a) en
d),
Gezien het initiatief van het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Republiek Estland, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(1)
,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te handhaven en te ontwikkelen.
(2) Artikel 82, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalt dat de justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie berust op het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen.
(3) Volgens het programma van Stockholm, dat op 10 en 11 december 2009 door de Europese Raad is aangenomen, kan de wederzijdse erkenning gelden voor alle soorten rechterlijke beslissingen en vonnissen, die, afhankelijk van het rechtsstelsel, van strafrechtelijke of bestuursrechtelijke aard kunnen zijn. Het programma roept de Commissie en de lidstaten tevens op na te gaan hoe de wetgeving en de praktische steunmaatregelen ter bescherming van slachtoffers kunnen worden verbeterd.
In het programma is tevens gesteld dat slachtoffers van strafbare feiten een bijzondere bescherming kan worden geboden, die in de gehele Unie effectief moet zijn. Deze richtlijn maakt deel uit van een samenhangende en alomvattende reeks maatregelen in verband met de rechten van het slachtoffer.
(4) In de
resolutie van het Europees Parlement van 26 november 2009 over de uitbanning van geweld tegen vrouwen worden de lidstaten opgeroepen hun nationale wetgeving en beleid te verbeteren teneinde alle vormen van geweld tegen vrouwen te bestrijden, en actie te ondernemen om de oorzaken van geweld tegen vrouwen aan te pakken, met name door middel van preventiemaatregelen, en wordt de EU verzocht het recht op bijstand en steun te waarborgen voor alle geweldslachtoffers. In de resolutie van het Europees Parlement van 10 februari 2010 over de gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie – 2009 wordt ingestemd met het voorstel voor de instelling van het Europees beschermingsbevel voor slachtoffers.
(5) In een gemeenschappelijke Europese justitiële ruimte zonder binnengrenzen moet ervoor worden gezorgd dat de bescherming die een natuurlijke
persoon in één lidstaat geniet, gehandhaafd en voortgezet wordt in elke andere lidstaat waarnaar deze persoon verhuist of verhuisd is. Tevens moet ervoor worden gezorgd dat de legitieme uitoefening, door de burgers van de Unie, van hun recht om vrij te reizen en te verblijven op het grondgebied van de lidstaten, overeenkomstig artikel 3, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en artikel 21 van het VWEU, geen negatieve invloed heeft op hun bescherming
.
(6) Voor het verwezenlijken van deze doelstellingen worden bij deze richtlijn voorschriften vastgesteld volgens welke de bescherming die wordt verleend door bepaalde
volgens het recht van een lidstaat (de beslissingsstaat) vastgestelde beschermingsmaatregelen
kan worden uitgebreid tot een lidstaat waar de beschermde persoon besluit te wonen of te verblijven
(de tenuitvoerleggingsstaat) ▌.
(7)Deze richtlijn houdt rekening met de verschillende juridische tradities van de lidstaten en met het feit dat effectieve bescherming kan worden geboden door middel van beschermingsbevelen die door een andere autoriteit dan de strafrechter worden gegeven. Deze richtlijn houdt geen verplichting in om de nationale systemen voor de vaststelling van beschermingsmaatregelen te wijzigen.
(8)Deze richtlijn is van toepassing op maatregelen ter bescherming van een persoon tegen andermans criminele handelingen die op enigerlei wijze een bedreiging kunnen vormen voor zijn leven, zijn fysieke, psychische en seksuele integriteit, zoals maatregelen ter preventie van enige vorm van intimidatie, en voor zijn waardigheid of persoonlijke vrijheid – bijvoorbeeld maatregelen ter preventie van ontvoering, belaging en andere vormen van indirecte dwang, alsmede ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten of ter beperking van de gevolgen van voorgaande strafbare feiten. Deze persoonlijke rechten van de beschermde persoon zijn in alle lidstaten erkende en toegepaste grondrechten. Het dient benadrukt dat deze richtlijn van toepassing is op beschermingsmaatregelen voor alle slachtoffers, en niet alleen voor de slachtoffers van genderspecifiek geweld, en dat daarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende soorten strafbare feiten.
(9)Deze richtlijn is van toepassing op beschermingsmaatregelen, ongeacht het karakter – strafrechtelijk, burgerlijk of administratief – van de gerechtelijke of daarmee gelijkgestelde autoriteit die de betrokken beslissing neemt in het kader van een strafrechtelijke of een andere procedure, met betrekking tot een handeling die het voorwerp heeft uitgemaakt of had kunnen uitmaken van een procedure voor een met name in strafzaken bevoegde rechter.
(10)Deze richtlijn heeft betrekking op de maatregelen die worden getroffen om slachtoffers of mogelijke slachtoffers van misdrijven te beschermen; zij geldt niet voor de maatregelen die ter bescherming van getuigen worden getroffen.
(11)Als een beschermingsmaatregel in de zin van deze richtlijn wordt genomen ter bescherming van een familielid van de belangrijkste beschermde persoon, kan dit familielid eveneens om een Europees beschermingsbevel verzoeken en kan ten aanzien van deze persoon een Europees beschermingsbevel worden uitgevaardigd, met inachtneming van de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden.
(12)Een verzoek tot uitvaardiging van een Europees beschermingsbevel moet zo spoedig mogelijk worden behandeld, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het geval, waaronder de urgentie van de zaak, de vermoedelijke aankomstdatum van de beschermde persoon op het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat en, indien mogelijk, de omvang van het risico voor de beschermde persoon.
(13)Als krachtens deze richtlijn informatie moet worden verstrekt aan de persoon die gevaar veroorzaakt of aan de beschermde persoon, moet deze informatie indien nodig eveneens worden verstrekt aan de eventuele voogd of vertegenwoordiger van de betrokkene. Daarbij moet er tevens op worden toegezien dat de beschermde persoon en de persoon die gevaar veroorzaakt, of degene die hen tijdens de procedure vertegenwoordigt, informatie als bedoeld in deze richtlijn ontvangen in een taal die zij begrijpen.
(14)In de procedures voor het uitvaardigen en de erkenning van een Europees beschermingsbevel, moeten de bevoegde autoriteiten passende aandacht schenken aan de behoeften van slachtoffers, met inbegrip van bijzonder kwetsbare personen, zoals minderjarigen of personen met een handicap.
(15)Voor de toepassing van deze richtlijn kan een beschermingsmaatregel zijn opgelegd ingevolge een beslissing in de zin van artikel 2 van
Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning op vonnissen en proeftijdbeslissingen met het oog op het toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen(2), of ingevolge een beslissing over toezichtmaatregelen in de zin van artikel 4 van
Kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad van 23 oktober 2009 inzake de toepassing, tussen de lidstaten van de Europese Unie, van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen inzake toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis(3)
.
(16)Overeenkomstig artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 47, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet de persoon die gevaar veroorzaakt, hetzij in de procedure die leidt tot de vaststelling van een beschermingsmaatregel, hetzij vóór de uitvaardiging van een Europees beschermingsbevel, in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord en tegen de beschermingsmaatregel beroep in te stellen.
(17) Teneinde te voorkomen dat in de tenuitvoerleggingsstaat tegen het slachtoffer een nieuw strafbaar feit wordt gepleegd, moet die staat over een rechtsgrondslag kunnen beschikken voor de erkenning van de beslissing die in de beslissingsstaat ten behoeve van het slachtoffer is genomen, en dient tevens te worden voorkomen dat het slachtoffer in de tenuitvoerleggingsstaat een nieuwe procedure moet inleiden of opnieuw het bewijsmateriaal moet overleggen, alsof in de beslissingsstaat geen beslissing was genomen. Erkenning van het Europees beschermingsbevel door de tenuitvoerleggingsstaat houdt onder meer in dat de bevoegde autoriteit van die staat, behoudens de in deze richtlijn bepaalde beperkingen, het bestaan en de geldigheid van de in de beslissingsstaat genomen beschermingsmaatregel aanvaardt, de in het Europees beschermingsbevel beschreven feiten als waar aanneemt, en het ermee eens is dat bescherming en verdere bescherming moeten worden geboden overeenkomstig het nationale recht.
(18) Deze richtlijn voorziet in een vast aantal verplichtingen en verboden, die, indien zij in de beslissingsstaat zijn opgelegd en in het Europees beschermingsbevel zijn vervat, met inachtneming van de in deze richtlijn vastgelegde uitzonderingen in de tenuitvoerleggingsstaat erkend en gehandhaafd moeten worden. Op nationaal niveau mogen andere soorten maatregelen worden genomen, zoals de verplichting voor de persoon die gevaar veroorzaakt om op een aangegeven plaats te blijven, als het nationale recht daarin voorziet. Dergelijke maatregelen mogen in de beslissingsstaat worden genomen in het kader van de procedure die leidt tot de vaststelling van een van de beschermingsmaatregelen op grond waarvan overeenkomstig deze richtlijn het Europees beschermingsbevel is gegeven.
(19)Aangezien in de lidstaten verschillende soorten (civiel-, straf- of bestuursrechtelijke) autoriteiten bevoegd zijn om beschermingsmaatregelen te treffen en te handhaven, is het wenselijk dat de mechanismen voor samenwerking tussen de lidstaten in het kader van deze richtlijn in een grote soepelheid voorzien. Derhalve hoeft de bevoegde autoriteit in de tenuitvoerleggingsstaat niet in alle gevallen exact de in de beslissingsstaat getroffen maatregel uit te voeren, maar heeft zij de vrijheid om elke maatregel te treffen die zij in een vergelijkbaar geval conform het nationale recht adequaat en geschikt acht om de betrokkene verdere bescherming te bieden in de zin van de in de beslissingsstaat genomen en in het Europees beschermingsbevel beschreven maatregel.
(20)De verplichtingen en verboden waarin deze richtlijn voorziet, zijn onder meer maatregelen welke degene die het gevaar veroorzaakt, in zijn bewegingsvrijheid beperken, indien zij ten behoeve van de beschermde persoon worden opgelegd, en maatregelen ter beperking van het persoonlijke of indirecte contact tussen de beschermde persoon en degene die het gevaar veroorzaakt, bijvoorbeeld het verbinden van bepaalde voorwaarden aan het contact of het stellen van inhoudelijke voorwaarden aan de communicatie.
(21)De bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat moet degene die het gevaar veroorzaakt, de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat en de beschermde persoon in kennis stellen van elke op grond van het Europees beschermingsbevel genomen maatregel. Bij de kennisgeving aan degene die het gevaar veroorzaakt moet er terdege op worden gelet dat, in het belang van de beschermde persoon, diens adres of andere contactgegevens niet worden meegedeeld. Deze gegevens moeten uit de kennisgeving worden weggelaten, mits het adres of de andere contactgegevens niet begrepen zijn in de verplichting of het verbod dat aan degene die het gevaar veroorzaakt wordt opgelegd.
(22)Indien de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat het Europees beschermingsbevel heeft ingetrokken, moet de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat hetzelfde doen ten aanzien van de maatregelen die zij ter uitvoering van het bevel heeft genomen, met dien verstande dat zij zelfstandig, conform het nationale recht, nationaalrechtelijke maatregelen ter bescherming van de betrokkene kan treffen.
(23) Aangezien deze richtlijn betrekking heeft op gevallen waarin de beschermde persoon naar een andere lidstaat verhuist, houdt toepassing van de bepalingen ervan niet in dat aan de tenuitvoerleggingsstaat de bevoegdheden worden overgedragen betreffende de hoofdstraf, de voorwaardelijke straf, de alternatieve straf, de voorwaardelijke veroordeling of de secundaire straf, noch betreffende de veiligheidsmaatregelen die de gevaar veroorzakende persoon worden opgelegd, indien deze blijft wonen in de staat die de beschermingsmaatregel heeft genomen.
(24) In voorkomend geval kunnen, in overeenstemming met het nationale recht en de nationale procedures, elektronische middelen worden gebruikt om de in uitvoering van deze richtlijn vastgestelde maatregelen in praktijk te brengen.
(25)In het kader van de samenwerking tussen de autoriteiten die bij de bescherming zijn betrokken, dient de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat in kennis te stellen van elke overtreding van de maatregelen die in de tenuitvoerleggingsstaat ter uitvoering van het Europees beschermingsbevel zijn genomen. Deze kennisgeving moet de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat in staat stellen snel en gepast te reageren met betrekking tot de beschermingsmaatregel die in de beslissingsstaat is opgelegd aan de persoon die het gevaar veroorzaakt. Zo kan zij in voorkomend geval in plaats van de oorspronkelijke niet tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel nemen, bijvoorbeeld als alternatief voor preventieve hechtenis of als gevolg van een voorwaardelijke opschorting van een straf. Deze beslissing houdt niet in dat een nieuwe strafsanctie met betrekking tot een nieuw strafbaar feit wordt opgelegd, en laat dus onverlet dat in de tenuitvoerleggingsstaat, in geval van overtreding van de maatregelen ter uitvoering van het Europees beschermingsbevel, in voorkomend geval een al dan niet strafrechtelijke sanctie kan worden opgelegd.
(26)Indien er, gelet op de verschillende juridische tradities van de lidstaten, in de tenuitvoerleggingsstaat geen beschermingsmaatregel beschikbaar is in een zaak die vergelijkbaar is met de in het Europees beschermingsbevel beschreven feitelijke situatie, meldt de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat elke overtreding van de in het Europees beschermingsbevel beschreven beschermingsmaatregel waarvan zij kennis heeft, aan de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat.
(27)Met het oog op een vlotte toepassing van deze richtlijn in iedere afzonderlijke zaak, oefenen de bevoegde autoriteiten van de beslissingsstaat en van de tenuitvoerleggingsstaat hun bevoegdheden uit overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn, met inachtneming van het beginsel „ne bis in idem”.
(28)De voor de beschermde persoon aan de erkenning van het Europees beschermingsbevel verbonden kosten mogen niet onevenredig hoger zijn dan de kosten verbonden aan een soortgelijke nationale zaak. Bij de uitvoering van deze richtlijn dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat de beschermde persoon na erkenning van het Europees beschermingsbevel en als een rechtstreeks gevolg van de erkenning van het Europees beschermingsbevel, geen verdere nationale procedures hoeft in te leiden om van de ten uitvoer leggende autoriteit een beslissing te verkrijgen houdende een maatregel die krachtens nationaal recht in een soortgelijke zaak genomen kan worden om de bescherming van de beschermde persoon te waarborgen.
(29)Rekening houdend met het beginsel van wederzijdse erkenning, het uitgangspunt voor deze richtlijn, bevorderen de lidstaten zoveel mogelijk een direct contact tussen de bevoegde autoriteiten bij de toepassing van dit instrument.
(30)Onverminderd de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht of verschillen in rechterlijke organisatie in de Europese Unie, moeten de lidstaten diegenen die verantwoordelijk zijn voor de scholing van rechters, openbare aanklagers, politie en magistraten die te maken hebben met procedures gericht op het uitvaardigen of erkennen van Europese beschermingsbevelen verzoeken passende scholing te bieden in aansluiting op de doelstellingen van deze richtlijn.
(31)Teneinde de evaluatie van de toepassing van deze richtlijn te vergemakkelijken dienen de lidstaten aan de Commissie relevante gegevens te verstrekken met betrekking tot de toepassing van nationale procedures inzake het Europees beschermingsbevel. In ieder geval dienen gegevens te worden verstrekt over het aantal keren dat een Europees beschermingsbevel is aangevraagd, uitgevaardigd en/of erkend. In dit verband kunnen ook andersoortige gegevens, zoals de aard van het strafbare feit, nuttig zijn.
(32) Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, met name de bescherming van personen die in gevaar verkeren, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt gezien het grensoverschrijdende karakter van de betreffende situaties, en derhalve vanwege de omvang en de gevolgen beter door de Unie zou kunnen worden bereikt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om de deze doelstelling te verwezenlijken.
(33)Deze richtlijn moet ertoe bijdragen dat in gevaar verkerende personen worden beschermd, en aldus de bestaande regelgeving ter zake, zoals Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad en Kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad aanvullen, maar onverlet laten.
(34)Beslissingen betreffende een beschermingsmaatregel die vallen onder Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken(4), Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid(5), of het Verdrag van „s-Gravenhage van 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen(6), worden overeenkomstig de bepalingen van dat rechtsinstrument erkend en ten uitvoer gelegd.
(35)De lidstaten en de Commissie dienen in voorkomend geval informatie over het Europees beschermingsbevel op te nemen in bestaande scholings- en bewustmakingscampagnes over de bescherming van slachtoffers.
(36)De in uitvoering van deze richtlijn verwerkte persoonsgegevens dienen te worden beschermd in overeenstemming met Kaderbesluit 2008/977/JBZ van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken(7), en in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, dat door alle lidstaten is bekrachtigd.
(37)In deze richtlijn moeten, in overeenstemming met artikel 6 van het VEU, de grondrechten worden geëerbiedigd die zijn gewaarborgd bij het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
(38)De lidstaten worden aangemoedigd om bij de uitvoering van deze richtlijn rekening te houden met de rechten en beginselen die zijn vastgelegd in het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen,
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Doel
Deze richtlijn stelt de regels vast krachtens welke een justitiële of daarmee gelijkgestelde autoriteit van een lidstaat waar een maatregel is genomen ter bescherming van een persoon tegen een strafbare handeling van een andere persoon die op enigerlei wijze een bedreiging kan vormen voor zijn leven, zijn fysieke of psychische integriteit en waardigheid, zijn persoonlijke vrijheid of zijn seksuele integriteit, een Europees beschermingsbevel kan uitvaardigen op grond waarvan een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat de betrokkene op het grondgebied van die lidstaat verdere bescherming kan bieden naar aanleiding van een handeling in de beslissingsstaat die het voorwerp heeft uitgemaakt of had kunnen uitmaken van een procedure voor een met name in strafzaken bevoegde rechter.
Artikel 2
Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
1)
„Europees beschermingsbevel”, een door een rechterlijke of daarmee gelijkgestelde autoriteit van een lidstaat genomen
beslissing betreffende een maatregel om een persoon te beschermen, op grond waarvan een rechterlijke of daarmee gelijkgestelde autoriteit van een andere lidstaat een volgens haar eigen recht passende maatregel of maatregelen ter verdere bescherming van de betrokkene neemt
.
2)
„beschermingsmaatregel”, een in de beslissingsstaat volgens de nationale wetgeving en procedures genomen
beslissing waarbij, ter bescherming van een beschermde persoon tegen een strafbare handeling die zijn leven, fysieke of psychologische integriteit, persoonlijke vrijheid of seksuele integriteit in gevaar kan brengen, een of meer van de in artikel 5 bedoelde verplichtingen of verboden worden opgelegd aan een persoon die gevaar veroorzaakt
.
3)
„beschermde persoon”, de natuurlijke
persoon die ingevolge de in de beslissingsstaat genomen maatregel wordt beschermd.
4)
„persoon die gevaar veroorzaakt”, de natuurlijke
persoon aan wie een of meer van de in artikel 5
genoemde verplichtingen of verboden zijn opgelegd.
5) „beslissingsstaat”, de lidstaat waar de beschermingsmaatregel die de aanleiding is tot het Europees beschermingsbevel, ▌is genomen.
6) „tenuitvoerleggingsstaat”, de lidstaat waaraan het Europees beschermingsbevel ter fine van erkenning is toegezonden.
7) „toezichtsstaat”, de lidstaat waaraan een vonnis in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad of een beslissing inzake toezichtmaatregelen in de zin van artikel 4 van Kaderbesluit 2009/829/JBZ is overgedragen.
Artikel 3
Aanwijzing van bevoegde autoriteiten
1. Elke lidstaat deelt de Commissie
mee welke rechterlijke of daarmee gelijkgestelde
autoriteit of autoriteiten, in de gevallen waarin hij respectievelijk beslissings- of tenuitvoerleggingsstaat is, krachtens het nationale recht bevoegd zijn om overeenkomstig deze richtlijn een Europees beschermingsbevel uit te vaardigen en te erkennen.
▌
2. De Commissie
stelt de ontvangen informatie ter beschikking van de lidstaten. De lidstaten informeren
de Commissie over alle wijzigingen in verband met de in lid 1 bedoelde informatie
.
Artikel 4
Centrale autoriteit
1.Iedere lidstaat kan één of, indien zijn nationale recht daarin voorziet, meerdere centrale autoriteiten aanwijzen die de bevoegde autoriteiten bijstaan.
2.Een lidstaat kan, indien zijn rechterlijke organisatie dat vereist, zijn centrale autoriteit of autoriteiten belasten met het administratief toezenden en in ontvangst nemen van het Europees beschermingsbevel en van elke andere formele correspondentie dienaangaande. Derhalve kan elke vorm van mededeling, raadpleging, gegevensuitwisseling, onderzoek en kennisgeving tussen bevoegde autoriteiten waar nodig met behulp van de aangewezen centrale autoriteit of autoriteiten van de betrokken lidstaat plaatsvinden.
3.De lidstaat die van de in dit artikel bedoelde mogelijkheid gebruik wil maken, stelt de Commissie in kennis van de gegevens betreffende de door hem aangewezen centrale autoriteit of autoriteiten. Deze kennisgeving verbindt alle autoriteiten van de beslissingsstaat.
Artikel 5
Voorwaarden waaronder volgens het nationale recht een beschermingsmaatregel kan worden genomen
Het Europees beschermingsbevel kan alleen worden uitgevaardigd indien in de beslissingsstaat reeds een beschermingsmaatregel is genomen waarbij de persoon die gevaar veroorzaakt, een of meer van de volgende verplichtingen of verboden zijn opgelegd:
(a)
een verbod tot het betreden van bepaalde locaties, plaatsen of omschreven gebieden waar de beschermde persoon verblijft of die door hem worden bezocht;
(b)
een verbod op of het verbinden van regels aan iedere vorm van contact met de beschermde persoon, ook per telefoon, elektronische of gewone post, fax of anderszins; of
(c)
een verbod de beschermde persoon tot binnen een bepaalde afstand te benaderen, of het opleggen van regels ter zake.
Artikel 6
Uitvaardiging van een Europees beschermingsbevel
1. Het Europees beschermingsbevel kan worden uitgevaardigd indien de beschermde persoon besluit in een andere lidstaat te gaan wonen of er reeds woont, dan wel besluit in een andere lidstaat te gaan verblijven of er reeds verblijft. De bevoegde autoriteit in de beslissingsstaat die de wenselijkheid van een Europees beschermingsbevel overweegt, houdt er onder meer rekening mee hoe lang de beschermde persoon in de tenuitvoerleggingsstaat wil verblijven en hoe groot de behoefte aan bescherming is.
2.Het Europees beschermingsbevel kan door een rechterlijke of daarmee gelijkgestelde autoriteit van de beslissingsstaat pas worden uitgevaardigd nadat de beschermde persoon erom heeft verzocht en de autoriteit zich ervan heeft vergewist dat aan de in artikel 5 vastgelegde voorwaarden is voldaan.
3. Het verzoek tot het uitvaardigen van een Europees beschermingsbevel kan door de beschermde persoon ▌worden gericht aan de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat, of aan de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat. Indien het verzoek in de tenuitvoerleggingsstaat wordt ingediend, zendt de bevoegde autoriteit van die staat dat verzoek zo spoedig mogelijk toe aan de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat ▌.
4.Alvorens een Europees beschermingsbevel wordt uitgevaardigd, krijgt de persoon die gevaar veroorzaakt, het recht te worden gehoord en beroep in te stellen tegen de beschermingsmaatregel, voor zover hem dit recht was toegekend in de procedure die tot de beschermingsmaatregel heeft geleid.
5. De bevoegde
autoriteit die een beschermingsmaatregel vaststelt waarin een of meer van de in artikel 5
bedoelde verplichtingen zijn opgenomen, brengt de beschermde persoon in een volgens de nationaalrechtelijke procedures passende vorm
op de hoogte van de mogelijkheid een verzoek om een Europees beschermingsbevel in te dienen wanneer hij besluit
zich naar een andere lidstaat te begeven, alsmede van de basisvoorwaarden waaraan een dergelijk verzoek moet voldoen
. De autoriteit zal de beschermde persoon het advies geven een verzoek in te dienen alvorens het grondgebied van de beslissingsstaat te verlaten.
6.In voorkomend geval kan het in de leden 2 en 3 bedoelde verzoek namens de betrokkene door zijn voogd of vertegenwoordiger worden ingediend.
7.Indien een verzoek tot uitvaardiging van een Europees beschermingsbevel wordt afgewezen, informeert de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat de beschermde persoon in voorkomend geval over de rechtsmiddelen die hem overeenkomstig de nationale wetgeving tegen deze beslissing ter beschikking staan.
Artikel 7
Vorm en inhoud van het Europees beschermingsbevel
Het Europees beschermingsbevel wordt in de
in bijlage I bij deze richtlijn voorgeschreven vorm uitgevaardigd
. Het bevat met name de volgende gegevens:
(a)
de identiteit en de nationaliteit van de beschermde persoon, alsook de identiteit en de nationaliteit van diens voogd of
wettelijke vertegenwoordiger indien de beschermde persoon minderjarig of juridisch handelingsonbekwaam is;
(b)
de datum met ingang waarvan de beschermde persoon in de tenuitvoerleggingsstaat wil gaan wonen of verblijven, en de verblijfsperiode of -perioden, indien bekend;
(c)
de benaming, het adres, het telefoonnummer en het faxnummer, alsook het e-mailadres van de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat;
(d)
een aanduiding (bijvoorbeeld het nummer en de datum)
van de rechtshandeling die
de beschermingsmaatregel bevat
op grond waarvan het Europees beschermingsbevel is gegeven;
(e)
een beknopte weergave van de feiten en omstandigheden die geleid hebben tot het opleggen van de beschermingsmaatregel in de beslissingsstaat;
(f)
de bij de beschermingsmaatregel die aan het Europees beschermingsbevel ten grondslag ligt aan de persoon die gevaar veroorzaakt opgelegde verplichtingen of verboden, de duur daarvan en in voorkomend geval de straf of sanctie die bij overtreding van deze verplichtingen of verboden kan worden opgelegd
;
(g)
in voorkomend geval het gebruik, ten aanzien van de beschermde persoon of degene die het gevaar veroorzaakt, van apparatuur waarmee de beschermingsmaatregel kan worden gehandhaafd;
(h)
de identiteit,
▌de nationaliteit en de contactgegevens van degene
die gevaar veroorzaakt;
(i)
informatie, mits bekend bij de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat en mits daarvoor geen nader onderzoek vereist is, over de vraag of de beschermde persoon en/of de persoon die gevaar veroorzaakt in de beslissingsstaat recht heeft op kosteloze rechtsbijstand;
(j)
indien van toepassing, de andere omstandigheden die van invloed zouden kunnen zijn op de beoordeling van het gevaar waaraan de beschermde persoon blootgesteld wordt;
(k)
de uitdrukkelijke mededeling, indien van toepassing, dat een vonnis in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad of een beslissing inzake toezichtmaatregelen in de zin van artikel 4 van Kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad, reeds is overgedragen aan de toezichtsstaat,
alsmede de aanduiding van de voor de tenuitvoerlegging van een dergelijk vonnis of een dergelijke beslissing bevoegde autoriteit van die staat
.
Artikel 8
Procedure van toezending
1. Wanneer de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat het Europees beschermingsbevel aan de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat toezendt, doet zij zulks in een vorm die toelaat dat het schriftelijk wordt vastgelegd, teneinde de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat in staat te stellen de echtheid ervan vast te stellen. Alle ambtelijke communicatie geschiedt eveneens rechtstreeks tussen deze bevoegde autoriteiten.
2. Indien de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat of van de beslissingsstaat niet bekend is bij de bevoegde autoriteit van de andere staat, wint de laatstbedoelde autoriteit, langs alle mogelijke kanalen, waaronder de contactpunten van het Europees justitieel netwerk als bedoeld in Besluit 2008/976/JBZ van de Raad van 16 december 2008 betreffende het Europees justitieel netwerk(8)
, het nationaal lid van Eurojust, of het nationaal systeem voor de coördinatie van Eurojust van zijn staat, de nodige inlichtingen in.
3. Wanneer een autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat die een Europees beschermingsbevel ontvangt, niet bevoegd is het te erkennen, zendt die autoriteit het Europees beschermingsbevel ambtshalve toe aan de bevoegde autoriteit en stelt zij de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat hiervan onverwijld in kennis, in een vorm die toelaat dat het schriftelijk wordt vastgelegd
.
Artikel 9
Maatregelen in de tenuitvoerleggingsstaat
1. Bij ontvangst van het overeenkomstig artikel 8 toegezonden Europees beschermingsbevel erkent de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat met bekwame spoed het bevel, en neemt zij alle maatregelen die haar in soortgelijke gevallen krachtens het nationale recht ter beschikking staan om de bescherming van de beschermde persoon te waarborgen, tenzij zij beslist een van de in artikel 10 bedoelde gronden voor niet-erkenning in te roepen.
2.De overeenkomstig lid 1 door de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat genomen maatregel en enige andere maatregel die op basis van een vervolgbeslissing als bedoeld in artikel 11 worden genomen, stemmen zo veel mogelijk overeen met de in de beslissingsstaat bevolen beschermingsmaatregel.
3. De bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat brengt de persoon die gevaar veroorzaakt,
de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat en de beschermde persoon op de hoogte van alle
overeenkomstig lid 1
genomen maatregelen, alsmede van de mogelijke juridische gevolgen van overtreding van een dergelijke maatregel krachtens de nationale wetgeving en overeenkomstig artikel 11, lid 2
. Het adres of andere contactgegevens van de beschermde persoon worden niet verstrekt aan de persoon die gevaar veroorzaakt, tenzij dat noodzakelijk is met het oog op de tenuitvoerlegging van de maatregel die is genomen bij toepassing van artikel 1.
4.Indien de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat de overeenkomstig artikel 7 in het Europees beschermingsbevel verstrekte gegevens onvolledig acht, stelt zij de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat in een schriftelijk vast te leggen vorm hiervan onverwijld in kennis, met opgave van een redelijke termijn waarbinnen de ontbrekende gegevens moeten worden verstrekt.
Artikel 10
Gronden voor niet-erkenning van een Europees beschermingsbevel
▌
1. De bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat kan de erkenning van het Europees beschermingsbevel weigeren in de volgende gevallen:
(a)
het Europees beschermingsbevel is onvolledig of is niet vervolledigd binnen de door de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat vastgestelde termijn;
(b)
aan de voorwaarden van artikel 5
is niet voldaan;
(c)
de beschermingsmaatregel houdt verband met een handeling die geen strafbaar feit is krachtens het recht van de tenuitvoerleggingsstaat
;
(
d)
de bescherming vloeit voort uit de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel waarvoor krachtens het recht van de tenuitvoerleggingsstaat gratie kan worden verleend en heeft betrekking op een handeling of gedraging
die krachtens dat recht onder de bevoegdheid van die staat valt;
(e)
krachtens het recht van de tenuitvoerleggingsstaat geniet de persoon die gevaar veroorzaakt onschendbaarheid, zodat geen maatregelen op grond van een Europees beschermingsbevel kunnen worden genomen
;
(f)
het recht om de gevaar veroorzakende persoon strafrechtelijk te vervolgen wegens de handeling of gedraging met betrekking waartoe de beschermingsmaatregel is genomen, is volgens de wet van de tenuitvoerleggingsstaat verjaard, indien de handeling of gedraging krachtens het nationale recht van die staat onder diens bevoegdheid valt;
(g)
erkenning van het Europees beschermingsbevel zou indruisen tegen het beginsel ne bis in idem;
(h)
de gevaar veroorzakende persoon kan volgens het recht van de tenuitvoerleggingsstaat vanwege zijn leeftijd niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor de handelingen of gedragingen met betrekking waartoe de beschermingsmaatregel is genomen;
(i)
de beschermingsmaatregel heeft betrekking op een strafbaar feit dat krachtens het recht van de tenuitvoerleggingsstaat wordt beschouwd als zijnde volledig, dan wel voor een groot of zeer belangrijk deel op zijn grondgebied gepleegd.
2. Indien de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat het Europees beschermingsbevel weigert te erkennen op basis van een van bovengenoemde gronden:
a)
informeert zij de beslissingsstaat en de beschermde persoon onverwijld over deze weigering en de redenen daartoe;
b)
stelt zij in voorkomend geval de beschermde persoon in kennis van de mogelijkheid een verzoek om een beschermingsmaatregel in te dienen overeenkomstig het nationale recht;
c)
informeert zij in voorkomend geval de beschermde persoon over de rechtsmiddelen die hem overeenkomstig de nationale wetgeving tegen deze beslissing ter beschikking staan.
Artikel 11
In de tenuitvoerleggingsstaat toepasselijk recht en bevoegdheid
1.In de tenuitvoerleggingsstaat kunnen op grond van de erkenning van een Europees beschermingsbevel maatregelen worden genomen en ten uitvoer worden gelegd. Het recht van de tenuitvoerleggingsstaat is van toepassing op de vaststelling en handhaving van de in artikel 9, lid 1, bedoelde beslissing, daaronder begrepen de rechtsmiddelen die kunnen worden aangewend tegen beslissingen welke in de tenuitvoerleggingsstaat met betrekking tot het Europees beschermingsbevel zijn genomen.
2.In dit verband kan, in geval van overtreding van een of meer maatregelen die in de tenuitvoerleggingsstaat op grond van de erkenning van een Europees beschermingsbevel zijn genomen, de bevoegde autoriteit van deze staat uit hoofde van lid 1:
a)
strafrechtelijke sancties en enige andere maatregel opleggen, indien als gevolg van de overtreding een volgens het recht van de tenuitvoerleggingsstaat strafbaar feit is gepleegd;
b)
een niet-strafrechtelijke beslissing in verband met de overtreding nemen;
c)
een dringende voorlopige maatregel nemen die een einde maakt aan de overtreding, in voorkomend geval in afwachting van een in de beslissingsstaat te nemen beslissing.
3.Indien er op nationaal niveau geen maatregel beschikbaar is die in een vergelijkbare zaak in de tenuitvoerleggingsstaat kan worden genomen, meldt de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat elke haar bekende overtreding van de in het Europees beschermingsbevel beschreven beschermingsmaatregel aan de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat.
Artikel 12
Kennisgeving in geval van overtreding
De bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat stelt de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat of van de toezichtsstaat in kennis van elke overtreding van een op grond van het Europees beschermingsbevel genomen maatregel. Deze kennisgeving geschiedt door middel van het modelformulier in bijlage II.
Artikel 13
Bevoegdheid
in de beslissingsstaat
1. De bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat is exclusief
bevoegd beslissingen te nemen met betrekking tot
:
(a)
de hernieuwing, herziening, wijziging, herroeping
en intrekking van de beschermingsmaatregel, en daarmee van het Europees beschermingsbevel
;
(b)
het opleggen van een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel ten gevolge van de intrekking van de beschermingsmaatregel, mits de beschermingsmaatregel is toegepast op grond van een beslissing in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad of een beslissing inzake toezichtmaatregelen in de zin van artikel 4 van Kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad. ▌
2. Het recht van de beslissingsstaat is op beslissingen in de zin van lid 1 van toepassing.
3. Wanneer een vonnis in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad of een beslissing over toezichtmaatregelen in de zin van artikel 4 van Kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad reeds naar een andere lidstaat is toegezonden, of wanneer zo'n vonnis of beslissing over toezichtmaatregelen na de uitvaardiging van het Europees beschermingsbevel wordt toegezonden
, worden de vervolgbeslissingen overeenkomstig de relevante bepalingen van die kaderbesluiten genomen.
4.De bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat stelt de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat onverwijld in kennis van elke overeenkomstig lid 1 genomen beslissing.
5.Indien de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat het Europees beschermingsbevel overeenkomstig lid 1, onder a), heeft ingetrokken, worden de overeenkomstig artikel 9, lid 1, genomen maatregelen door de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat ingetrokken, zodra zij daarvan door de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat naar behoren in kennis is gesteld
.
6.Indien de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat het Europees beschermingsbevel overeenkomstig lid 1, onder a), heeft gewijzigd, moet de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat, voor zover nodig:
(a)
de op grond van het Europees beschermingsbevel genomen maatregelen overeenkomstig artikel 9 wijzigen; of
(b)
weigeren de gewijzigde verplichting of verbodsregel te handhaven, indien deze niet langer beantwoorden aan de in artikel 5 genoemde types verplichting of verbod, of indien de met het Europees beschermingsbevel overeenkomstig artikel 7 verstrekte informatie onvolledig is, en niet binnen de door de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat overeenkomstig artikel 9, lid 4, gestelde termijn is vervolledigd.
Artikel 14
Redenen voor intrekking van de op grond van een Europees beschermingsbevel genomen maatregelen
1. De bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat kan de ter uitvoering van het Europees beschermingsbevel genomen maatregelen
intrekken:
(a)
indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat de beschermde persoon niet meer op het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat woont of verblijft, of het grondgebied definitief heeft verlaten;
(b)
indien volgens het nationale recht de maximumduur van de ter uitvoering van het Europees beschermingsbevel genomen maatregelen is verstreken;
(c)
in het in artikel 13, lid 6, onder b), bedoelde geval;
(d)
indien, na de erkenning van het Europees beschermingsbevel, een vonnis in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad, of een beslissing inzake toezichtmaatregelen in de zin van artikel 4 van Kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad, aan de tenuitvoerleggingsstaat wordt overgedragen.
2.De bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat stelt de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat en indien mogelijk de beschermde persoon onmiddellijk van deze beslissing in kennis.
3.Voordat zij overgaat tot intrekking in de zin van lid 1, onder b), kan de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat bij de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat inlichtingen inwinnen omtrent de vraag of de bij het Europees beschermingsbevel geboden bescherming in de gegeven omstandigheden noodzakelijk blijft. De bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat geeft onverwijld antwoord.
Artikel 15
Prioriteit voor de erkenning van een Europees beschermingsbevel
Een Europees beschermingsbevel wordt met dezelfde prioriteit erkend als soortgelijke gevallen binnen het nationale recht, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het geval, waaronder de urgentie van de zaak, de vermoedelijke aankomstdatum van de beschermde persoon op het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat en, indien mogelijk, de omvang van het risico voor de beschermde persoon.
Artikel 16
Overleg tussen de bevoegde autoriteiten
De bevoegde autoriteiten van de beslissingsstaat en van de tenuitvoerleggingsstaat kunnen desgepast onderling overleg plegen met het oog op de vlotte en efficiënte toepassing van deze richtlijn.
Artikel 17
Talen
1. Het Europees beschermingsbevel wordt door de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat
vertaald in de officiële taal of een van de officiële talen van de tenuitvoerleggingsstaat.
2.Het in artikel 12 bedoelde formulier wordt door de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat vertaald in de officiële taal of een van de officiële talen van de tenuitvoerleggingsstaat.
3.
Elke lidstaat kan, bij de vaststelling van deze richtlijn of later, in een bij de Commissie
neer te leggen verklaring, meedelen dat hij een vertaling in een of meer andere officiële talen van de Unie aanvaardt.
Artikel 18
Kosten
De kosten die uit de toepassing van deze richtlijn voortvloeien worden,tenzij zij op het grondgebied van de beslissingsstaat zijn ontstaan, door de tenuitvoerleggingsstaat gedragen overeenkomstig het nationale recht
.
Artikel 19
Verhouding tot andere overeenkomsten en regelingen
1. Het staat de lidstaten vrij ook in de toekomst de op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze richtlijn geldende bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen toe te passen voor zover deze verder reiken dan de doelstellingen van deze richtlijn en ertoe bijdragen de procedures voor het nemen van beschermingsmaatregelen verder te vereenvoudigen of te vergemakkelijken.
2. Het staat de lidstaten vrij na de inwerkingtreding van deze richtlijn bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen te sluiten c.q. te treffen die verder reiken dan de doelstellingen van deze richtlijn en ertoe bijdragen de procedures voor het nemen van beschermingsmaatregelen te vereenvoudigen of te vergemakkelijken.
3. Uiterlijk …*(9)
, stellen de lidstaten ▌de Commissie in kennis van de in lid 1 bedoelde overeenkomsten en regelingen die zij willen blijven toepassen. De lidstaten stellen ▌de Commissie voorts in kennis van nieuwe overeenkomsten of regelingen in de zin van lid 2, binnen drie maanden na de ondertekening ervan.
Artikel 20
Verhouding tot andere instrumenten
1.Deze richtlijn laat onverlet de toepassing van Verordening (EG) nr. 44/2001, Verordening (EG) nr. 2201/2003, het Verdrag van „s-Gravenhage van 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebeid van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, en het Verdrag van ”s-Gravenhage van 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen.
2.Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de toepassing van Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad en Kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad.
Artikel 21
Tenuitvoerlegging
1. De lidstaten doen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden
om uiterlijk op ...*(10)
aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis
. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen ▌de Commissie de tekst mede van de belangrijkste nationaalrechtelijke
bepalingen die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen
.
Artikel 22
Gegevensverzameling
Teneinde de evaluatie van de toepassing van deze richtlijn te vergemakkelijken verstrekken de lidstaten aan de Europese Commissie relevante gegevens met betrekking tot de toepassing van nationale procedures inzake het Europees beschermingsbevel. In ieder geval worden gegevens verstrekt over het aantal keren dat een Europees beschermingsbevel is aangevraagd, uitgevaardigd en/of erkend.
Artikel 23
Evaluatie
Uiterlijk op…(11)
* brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van deze richtlijn
. Dit verslag gaat, indien nodig, vergezeld van wetgevingsvoorstellen.
Artikel 24
Inwerkingtreding
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
** Vier jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.
BIJLAGE I
EUROPEES BESCHERMINGSBEVEL
bedoeld in artikel 7 van de
RICHTLIJN 2011/…/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN... BETREFFENDE HET EUROPEES BESCHERMINGSBEVEL(1)
De op dit formulier verstrekte informatie dient vertrouwelijk te worden behandeld
Beslissingsstaat:
Tenuitvoerleggingsstaat:
(a) Gegevens betreffende de beschermde persoon:
Naam:
Voornaam of voornamen:
Meisjesnaam of vroegere naam
, indien van toepassing:
Geslacht:
Nationaliteit.
Persoonsnummer of socialeverzekeringsnummer (indien beschikbaar):
Geboortedatum:
Geboorteplaats:
Adressen/verblijfplaatsen:
– in de beslissingsstaat:
– in de tenuitvoerleggingsstaat:
– elders:
Taal of talen die de persoon verstaat (indien bekend):
Heeft de beschermde persoon in de beslissingsstaat recht op kosteloze rechtsbijstand (als deze informatie zonder nader onderzoek beschikbaar is)?
? Ja.
? Nee.
?Onbekend.
Wanneer de beschermde persoon minderjarig of juridisch handelingsonbekwaam is, gegevens betreffende de voogd of
vertegenwoordiger van de natuurlijke persoon:
Naam:
Voornaam of voornamen:
Meisjesnaam of vroegere naam
, indien van toepassing:
Geslacht:
Nationaliteit:
Kantooradres:
(b) De beschermde persoon besluit in de tenuitvoerleggingsstaat te gaan wonen of verblijven of woont of verblijft daar reeds.
Datum met ingang van wanneer de beschermde persoon voornemens is in de tenuitvoerleggingsstaat te gaan wonen of verblijven (indien bekend):
Periode(n) van verblijf (indien bekend):
(c) Is de beschermde persoon of de persoon die gevaar veroorzaakt apparatuur ter beschikking gesteld ter handhaving van de beschermingsmaatregel?
? Ja; gelieve in het kort te vermelden wat voor apparatuur:
? Nee.
(d) Bevoegde autoriteit die het Europees beschermingsbevel heeft uitgevaardigd:
Officiële naam:
Volledig adres:
Tel. nr.: (landnummer) (netnummer) (nummer)
Fax: (landnummer) (netnummer) (nummer)
Gegevens van de contactpersoon of -personen
Naam:
Voornaam of voornamen:
Functie (titel/rang):
Tel. nr.: (landnummer) (netnummer) (nummer)
Fax: (landnummer) (netnummer) (nummer)
E-mailadres (indien beschikbaar):
Talen waarin kan worden gecommuniceerd:
(e) Nadere gegevens betreffende de beschermingsmaatregel op basis waarvan het Europees beschermingsbevel is gegeven:
De beschermingsmaatregel is gegeven op (datum: DD-MM-JJJJ):
De beschermingsmaatregel is uitvoerbaar geworden op (datum: DD-MM-JJJJ):
Dossiernummer van de beschermingsmaatregel (eventueel):
Autoriteit die de beschermingsmaatregel heeft genomen:
(f) Samenvatting van de feiten en beschrijving van de omstandigheden, waaronder, indien van toepassing, een beschrijving van de aard van het strafbare feit,
die tot het opleggen van de in punt e) hiervoor genoemde beschermingsmaatregel hebben geleid:
(g) Nadere gegevens betreffende de verplichting(en) of het verbod/de verboden die bij de beschermingsmaatregel zijn opgelegd aan de persoon die gevaar veroorzaakt:
Aard van de verplichting(en): (er mogen verschillende vakjes worden aangekruist):
? een verbod tot het betreden van bepaalde locaties, plaatsen of omschreven gebieden waar de beschermde persoon verblijft of die door hem worden bezocht;
– indien u dit vakje heeft aangeruist, gelieve nauwkeurig te vermelden welke locaties, plaatsen of omgeschreven gebieden de persoon die gevaar veroorzaakt, niet mag betreden:
? een verbod op of het verbinden van regels aan iedere vorm van contact met de beschermde persoon, ook per telefoon, elektronische of gewone post, fax of anderszins;
– indien u dit vakje heeft aangekruist, gelieve de nodige gegevens te verstrekken:
? een verbod
de beschermde persoon tot binnen een bepaalde afstand te benaderen, of het opleggen van regels ter zake
;
– indien u dit vakje heeft aangekruist, gelieve nauwkeurig te vermelden welke perimeter de persoon die gevaar veroorzaakt ten aanzien van de beschermde persoon in acht moet nemen:
Gelieve te vermelden hoe lang de bovenstaande verplichting(en) de persoon die gevaar veroorzaakt zijn opgelegd:
Straf of sanctie die bij overtreding van het verbod
opgelegd zou kunnen worden:
(h) Gegevens betreffende de persoon die gevaar veroorzaakt en aan wie de in punt g) genoemde verplichting(en) is/zijn opgelegd:
Naam:
Voornaam of voornamen:
Meisjesnaam of vroegere naam
, indien van toepassing:
Aliassen, indien van toepassing:
Geslacht:
Nationaliteit:
Persoonsnummer of socialeverzekeringsnummer (indien beschikbaar):
Geboortedatum:
Geboorteplaats:
Adressen/verblijfplaatsen:
– in de beslissingsstaat:
– in de tenuitvoerleggingsstaat:
– elders:
Taal of talen die de persoon verstaat (indien bekend):
Gelieve in voorkomend geval de volgende gegevens te vermelden:
– Aard en nummer van het identiteitsdocument of de identiteitsdocumenten van de persoon (identiteitskaart, paspoort):
Heeft de beschermde persoon in de beslissingsstaat recht op kosteloze rechtsbijstand (als deze informatie zonder nader onderzoek beschikbaar is)?
? Ja.
? Nee.
?Onbekend.
(i) Andere omstandigheden die van invloed zouden kunnen zijn op de inschatting van het gevaar waardoor de beschermde persoon getroffen zou kunnen worden (facultatief):
(j) Overige nuttige gegevens (zoals informatie, indien beschikbaar en noodzakelijk, over andere landen die ten aanzien van dezelfde beschermde persoon eerder beschermingsmaatregelen hebben genomen):
(k) Gelieve het passende vakje aan te kruisen en toelichting te geven:
? een vonnis in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad is reeds toegezonden aan een andere lidstaat
– Indien u dit vakje heeft aangekruist, gelieve de contactgegevens te verstrekken van de bevoegde autoriteit waaraan het vonnis is toegezonden:
? er is reeds een beslissing over toezichtmaatregelen in de zin van artikel 4 van Kaderbesluit 2009/829/JBZ van de Raad toegezonden aan een andere lidstaat
– Indien u dit vakje heeft aangekruist, gelieve de contactgegevens te verstrekken van de bevoegde autoriteit waaraan de beslissing inzake toezichtmaatregelen is toegezonden:
Handtekening van de autoriteit die het Europees beschermingsbevel geeft en/of haar vertegenwoordiger, waarmee de juistheid van de inhoud van het bevel wordt bevestigd:
RICHTLIJN 2011/…/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN... BETREFFENDE HET EUROPEES BESCHERMINGSBEVEL(1)
MELDING VAN EEN INBREUK OP DE AAN HET EUROPEES BESCHERMINGSBEVEL TEN GRONDSLAG LIGGENDE EN DAARIN BESCHREVEN BESCHERMINGSMAATREGEL
De op dit formulier verstrekte informatie dient vertrouwelijk te worden behandeld
(a) Gegevens betreffende de identiteit van de persoon die gevaar veroorzaakt:
Naam:
Voornaam of voornamen:
Meisjesnaam of vroegere naam
, indien van toepassing:
Aliassen, indien van toepassing:
Geslacht:
Nationaliteit:
Persoonsnummer of socialeverzekeringsnummer (indien beschikbaar):
Geboortedatum:
Geboorteplaats:
Adres:
Taal of talen die de persoon verstaat (indien bekend):
(b) Gegevens betreffende de identiteit van de beschermde persoon:
Naam:
Voornaam of voornamen:
Meisjesnaam of vroegere naam
, indien van toepassing:
Geslacht:
Nationaliteit:
Geboortedatum:
Geboorteplaats:
Adres:
Taal of talen die de persoon verstaat (indien bekend):
(c) Nadere gegevens betreffende het Europees beschermingsbevel:
Bevel gegeven op:
Dossiernummer (eventueel):
Autoriteit die het bevel heeft gegeven:
Officiële naam:
Adres
(d) Nadere gegevens betreffende de autoriteit die verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van de eventuele beschermingsmaatregel die uit hoofde van het Europees beschermingsbevel in de tenuitvoerleggingsstaat is genomen:
Officiële naam:
Naam van de contactpersoon:
Functie (titel/rang):
Adres:
Tel.: (landnummer) (netnummer) (nummer)
Fax.: (landnummer) (netnummer) (nummer)
E-mailadres:
Talen waarin kan worden gecommuniceerd:
(e) Inbreuk op de door de bevoegde autoriteiten van de tenuitvoerleggingsstaat naar aanleiding van de erkenning van
het Europees beschermingsbevel opgelegde verplichting(en) en/of andere bevindingen die kunnen leiden tot een vervolgbeslissing:
Er is inbreuk gemaakt op de volgende verplichting(en) (er mag meer dan één vakje worden aangekruist):
? een verbod tot het betreden van bepaalde locaties, plaatsen of omschreven gebieden waar de beschermde persoon verblijft of die door hem worden bezocht;
? een verbod op of het verbinden van regels aan iedere vorm van contact met de beschermde persoon, ook per telefoon, elektronische of gewone post, fax of anderszins;
? een verbod
de beschermde persoon tot binnen een bepaalde afstand te benaderen, of het opleggen van regels ter zake
;
? iedere andere na erkenning van het Europees beschermingsbevel door de bevoegde autoriteiten van de tenuitvoerleggingsstaat genomen maatregel die in overeenstemming is met de op grond van het Europees beschermingsbevel genomen beschermingsmaatregel
Beschrijving van de inbreuk(en) (plaats, datum, nadere bijzonderheden):
Overeenkomstig artikel 11, lid 2:
– maatregelen die in de tenuitvoerleggingsstaat worden genomen naar aanleiding van de overtreding;
– mogelijke andere juridische gevolgen van de overtreding in de tenuitvoerleggingsstaat;
Andere bevindingen die aanleiding kunnen geven tot een vervolgbeslissing
Beschrijving:
(f) Contactgegevens van de persoon die benaderd moet worden voor aanvullende informatie over de inbreuk:
Naam:
Voornaam of voornamen:
Adres
Tel. nr.: (landnummer) (netnummer) (nummer)
Fax: (landnummer) (netnummer) (nummer)
E-mailadres:
Talen waarin kan worden gecommuniceerd:
Handtekening van de autoriteit die het formulier afgeeft en/of haar vertegenwoordiger, waarmee de juistheid van de inhoud van het formulier wordt bevestigd: