Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2571(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0140/2011

Debatten :

PV 17/02/2011 - 10.1
CRE 17/02/2011 - 10.1

Stemmingen :

PV 17/02/2011 - 11.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0072

Aangenomen teksten
PDF 78kDOC 39k
Donderdag 17 februari 2011 - Straatsburg Definitieve uitgave
Grensincidenten tussen Thailand en Cambodja
P7_TA(2011)0072B7-0132, 0134, 0137, 0138, 0139 en 0140/2011

Resolutie van het Europees Parlement van 17 februari 2011 over de grensschermutselingen tussen Thailand en Cambodja

Het Europees Parlement ,

–  onder verwijzing naar zijn resoluties van 13 januari 2005(1) , 10 maart 2005(2) , 19 januari 2006(3) , 15 maart 2007(4) en 21 oktober 2010(5) over Cambodja en zijn resoluties van 20 mei 2010 over Thailand(6) en van 1 december 2005 over de mensenrechtensituatie in Cambodja, Laos en Vietnam(7) ,

–  gelet op het arrest van het Internationaal Hof van Justitie van 15 juni 1962 in de zaak rond de tempel van Preah Vihear (Cambodja vs. Thailand),

–  gelet op het UNESCO-verdrag van Den Haag van 1954 voor de bescherming van cultuurgoed in geval van gewapend conflict dat door zowel Thailand als Cambodja is ondertekend,

–  gezien de verklaring van de secretaris-generaal van de ASEAN van 5 februari 2011,

–  gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Catherine Ashton, van 7 februari 2011,

–  gezien de verklaring van de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, van 7 februari 2011,

–  gelet op artikel 122, lid 5, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat sinds begin februari 2011 gevechten plaatsvinden tussen de legers van Thailand en Cambodja aan de Cambodjaans-Thaise grens, onder meer in de buurt van de tempel Preah Vihear,

B.  overwegende dat de grensschermutselingen zijn begonnen nadat een Cambodjaanse rechtbank afgelopen december twee Thaise burgers schuldig verklaarde aan spionage en onwettige betreding van het omstreden gebied, en tot acht jaar gevangenisstraf veroordeelde, en dat dit vonnis onmiddellijk volgde op de succesvolle afsluiting van de 7e bijeenkomst van de Gemengde Commissie voor Bilaterale Samenwerking tussen Thailand en Cambodja (GC) op 3-4 februari 2011, waarbij de beide landen overeenkwamen hun samenwerking tot alle terreinen uit te breiden en in de naaste toekomst in Thailand een bijeenkomst te organiseren van de Gemengde Commissie voor de Afbakening van de landsgrenzen,

C.  overwegende dat de Preah Vihear tempel in de afgelopen eeuw al herhaaldelijk het toneel is geweest van grensconflicten tussen Thailand en Cambodja,

D.  overwegende dat het Internationaal Hof van Justitie op 15 juni 1962 heeft beslist dat het terrein waar de Preah Vihear tempel is gelegen, onder de soevereiniteit valt van Cambodja,

E.  overwegende dat de Preah Vihear tempel, die op 7 juli 2008 door de UNESCO tot Werelderfgoed werd verklaard, naar verluidt door beschietingen bij de recente schermutselingen aan de grens werd beschadigd,

F.  overwegende dat de internationale gemeenschap een bijzondere verantwoording draagt voor het behoud van monumenten die op de UNESCO-lijst van werelderfgoed zijn geplaatst,

G.  overwegende dat volgens berichten doden en gewonden zijn gevallen onder soldaten en burgers aan beide zijden, en dat duizenden burgers in de omgeving moesten worden geëvacueerd,

H.  overwegende dat in meerdere berichten melding wordt gemaakt van clustermunitie die zou zijn gebruikt, en dat Thailand evenmin als Cambodja het Verdrag inzake clustermunitie heeft geratificeerd,

I.  overwegende dat de zich verslechterende situatie aan de grens tussen Thailand en Cambodja de vrede en stabiliteit in de regio bedreigt,

J.  overwegende dat Indonesië, de huidige voorzitter van de ASEAN, zijn diplomatieke inspanningen heeft opgevoerd om beide partijen te helpen tot een voorlopige oplossing te komen, zodat bilaterale mechanismen kunnen worden geactiveerd om de beoogde doelen, grensafbakening en algemene vrede in het gebied, te realiseren; overwegende dat de voorzitter van de ASEAN de twee landen aanmoedigt gespreken te beginnen in het bestaande kader van de gemengde Thais-Cambodjaanse Commissie voor de afbakening van de landsgrenzen,

K.  overwegende dat het ASEAN-Handvest voorziet in een mechanisme voor geschillenbeslechting dat meer ruimte zou geven voor het bieden van hulp bij het oplossen van bilaterale geschillen,

L.  overwegende dat de directeur-generaal van de UNESCO, Irina Bokova, heeft aangekondigd een missie te zullen sturen om de toestand van de Preah Vihear tempel te beoordelen,

1.  veroordeelt de grensschermutselingen tussen de legers van het Koninkrijk Cambodja en het Koninkrijk Thailand en maant beide partijen de uiterste terughoudendheid te betrachten en alle nodige stappen te ondernemen om de spanning te laten verminderen, hun dialoog te hervatten, met het oog op een vreedzame regeling van hun geschillen, en de hulp van de ASEAN en de Verenigde Naties te aanvaarden;

2.  betreurt het verlies van mensenlevens bij de recente grensschermutselingen en betuigt zijn oprechte medeleven met de familieleden van de slachtoffers;

3.  vraagt beide regeringen dringend om erop toe te zien dat de burgers die als gevolg van de gewapende gevechten zijn ontheemd, alle hulp krijgen die ze nodig hebben;

4.  roept beide landen op het arrest van het Internationale Hof van Justitie van 1962 te respecteren en tot een vreedzame regeling te komen van het geschil over het grensgebied bij de Preah Vihear tempel;

5.  roept beide landen op erop toe te zien dat zij met hun optreden geen inbreuk maken op artikel 4, lid 1, van het UNESCO-verdrag van Den Haag van 1954 voor de bescherming van cultuurgoed in geval van gewapend conflict, dat elk gebruik van op hun grondgebied of op dat van andere verdragsluitende partijen gelegen cultuurgoed verbiedt waardoor het in geval van gewapend conflict kan worden vernietigd of beschadigd, en partijen verplicht zich te onthouden van alle vijandelijke handelingen tegen zulk goed;

6.  roept de Thaise en Cambodjaanse autoriteiten op tot naleving van het Verdrag van Vriendschap en Samenwerking in Zuidoost-Azië en met name van de fundamentele beginselen daarin, betreffende de regeling van onenigheden of geschillen met vreedzame middelen, het afzien van dreiging met of gebruik van geweld, en effectieve samenwerking tussen de verdragsluitende partijen;

7.  waardeert de inspanningen die de Indonesische minister van buitenlandse zaken Marty Natalegawa als ASEAN-voorzitter heeft ondernomen om de dialoog tussen de twee landen op gang te helpen zodat het geschil op vreedzame wijze kan worden opgelost;

8.  is verheugd dat Thailand en Cambodja hebben ingestemd met deelname aan een spoedvergadering van Zuidoost-Aziatische landen om het grensconflict te bespreken;

9.  is ingenomen met het besluit van de directeur-generaal van de UNESCO om een speciale gezant voor een missie van goede diensten te zenden naar Bangkok en Phnom Penh; vraagt beide partijen met klem om hun medewerking aan een eventuele UNESCO-missie die de schade aan de Preah Vihear tempel komt opnemen;

10.  roept beide landen op een zodanige oplossing te vinden dat de Preah Vihear tempel vanuit zowel het ene als het andere grondgebied rechtstreeks bereikbaar wordt, en elkaars burgers niet langer uit de tempel of het grensgebied te weren;

11.  is ongerust over de berichten omtrent het gebruik van clustermunitie en vraagt beide landen dringend zich onder alle omstandigheden van het gebruik van dergelijke munitie te onthouden;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese dienst voor extern optreden, de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten, de regering van het Koninkrijk Cambodja, de regering van het Koninkrijk Thailand, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de directeur-generaal van UNESCO, en de regeringen van de ASEAN-lidstaten.

(1) PB C 247 E van 6.10.2005, blz. 161.
(2) PB C 320 E van 15.12.2005, blz. 280.
(3) PB C 287 E van 24.11.2006, blz. 334.
(4) PB C 301 E van 13.12.2007, blz. 258.
(5) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0389.
(6) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0195.
(7) PB C 285 E van 22.11.2006, blz. 129.

Laatst bijgewerkt op: 4 juni 2012Juridische mededeling