Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2173(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0153/2011

Ingediende teksten :

A7-0153/2011

Debatten :

PV 10/05/2011 - 4
CRE 10/05/2011 - 4

Stemmingen :

PV 10/05/2011 - 11.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0202

Aangenomen teksten
PDF 140kDOC 79k
Dinsdag 10 mei 2011 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2009: Europees Geneesmiddelenbureau
P7_TA(2011)0202A7-0153/2011
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 10 mei 2011 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2009 (C7-0233/2010 – 2010/2173(DEC))

Het Europees Parlement ,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2009,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau betreffende het begrotingsjaar 2009, vergezeld van de antwoorden van het Bureau(1) ,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 15 februari 2011 (05892/2011 – C7-0052/2011),

–  gelet op artikel 276 van het EG-Verdrag en artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(2) , en met name artikel 185,

–  gelet op Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau(3) , en met name artikel 68,

–  gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van 19 november 2002 van de Commissie houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4) , en met name artikel 94,

–  gelet op artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A7-0153/2011),

1.  stelt zijn besluit over het verlenen van kwijting aan de uitvoerend directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2009 uit;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 338 van 14.12.2010, blz. 28.
(2) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(3) PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1.
(4) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


2.Besluit van het Europees Parlement van 10. mei 2011 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2009 (C7-0233/2010 – 2010/2173(DEC))

Het Europees Parlement ,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2009,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau betreffende het begrotingsjaar 2009, vergezeld van de antwoorden van het Bureau(1) ,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 15 februari 2011 (05892/2011 – C7-0052/2011),

–  gelet op artikel 276 van het EG-Verdrag en artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(2) , en met name artikel 185,

–  gelet op Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau(3) , en met name artikel 68,

–  gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van 19 november 2002 van de Commissie houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4) , en met name artikel 94,

–  gelet op artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A7-0153/2011),

1.  stelt zijn besluit over het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2009 uit;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 338 van 14.12.2010, blz. 28.
(2) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(3) PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1.
(4) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


3.Resolutie van het Europees Parlement van 10. mei 2011 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2009(C7-0233/2010 – 2010/2173(DEC))

Het Europees Parlement ,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2009,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau betreffende het begrotingsjaar 2009, vergezeld van de antwoorden van het Bureau(1) ,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 15 februari 2011 (05892/2011 – C7-0052/2011),

–  gelet op artikel 276 van het EG-Verdrag en artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(2) , en met name artikel 185,

–  gelet op Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau(3) , en met name artikel 68,

–  gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van 19 november 2002 van de Commissie houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4) , en met name artikel 94,

–  gezien het door de dienst Interne audit opgestelde jaarlijkse verslag over de interne controle van het Europees Geneesmiddelenbureau voor 2009;

–  gelet op artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A7-0153/2011),

A.  overwegende dat de Rekenkamer in zijn verslag over de jaarrekeningen van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2009 een voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van zijn beoordeling van de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen,

B.  overwegende dat het Parlement de uitvoerend directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau op 5 mei 2010 kwijting heeft verleend voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2008(5) en dat het in zijn resolutie behorende bij het kwijtingsbesluit onder andere:

   bezorgd was naar aanleiding van de bevindingen van de Rekenkamer dat de overgedragen en geannuleerde begrotingskredieten 36 000 000 EUR (19,7% van de begroting) respectievelijk 9 700 000 EUR (5,3% van de begroting) bedroegen,
   het Bureau verzocht zijn aanbestedingsprocedures kwalitatief te verbeteren, om een eind te maken aan de door de Rekenkamer vastgestelde tekortkomingen (bijvoorbeeld bij de toepassing van evaluatiemethoden ten aanzien van prijscriteria en bij de beslist noodzakelijke motivering van de gekozen procedures),

C.  overwegende dat de begroting voor 2009 van het Bureau 194 000 000 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 6,28 % betekent ten opzichte van het begrotingsjaar 2008,

D.  overwegende dat de begroting van het Bureau tegelijk gefinancierd wordt uit de begroting van de Unie, die goed is voor 18,52% van de totale ontvangsten van 2009, en, in hoofdzaak, met de vergoedingen die worden betaald door de farmaceutische bedrijven, en dat de algemene bijdrage van de Unie als gevolg hiervan van 2008 tot 2009 met 9,2% is gedaald;

Algemene overwegingen

1.  maakt zich ernstige zorgen over de antwoorden van het Bureau op belangrijke kwesties die door de Rekenkamer en de dienst Interne audit (IAS) te berde zijn gebracht, zoals:

   i. het beheer van de aanbestedingsprocedures,
   ii. het gebrek aan eerbiediging van de uitvoeringsvoorschriften betreffende de vaststelling van en de omgang met belangenconflicten voor zijn personeel en deskundigen,
   iii. de gehanteerde criteria voor het aanwerven van personeel;

2.  is in het bijzonder van mening dat bovengenoemde aspecten mogelijk kunnen leiden tot:

   i. aanhoudende fouten in het beheer van de aanbestedingsprocedures, zoals de in 2009 aangetroffen fouten die betrekking hebben op een aanzienlijk deel van de totale begroting van het Bureau, die de regelmatigheid en wettigheid van de onderliggende verrichtingen van het Bureau in gevaar kunnen brengen,
   ii. potentiële bedreigingen van de onafhankelijkheid van de deskundigen/personeelsleden die betrokken zijn bij de beoordeling van geneesmiddelen;
   iii. onvolkomenheden in de wijze waarop personeelsleden/deskundigen worden aangeworven, met mogelijk tot gevolg niet alleen dat geschikte kandidaten worden uitgesloten en/of minder geschikte kandidaten worden aangenomen, maar ook een negatief effect op de kwaliteit van het werk van het Bureau op het gebied van wetenschappelijke beoordeling;

Financieel en begrotingsbeheer
Aanbestedingsprocedures

3.  is bezorgd over de bevindingen van de Rekenkamer met betrekking tot fouten in de aanbestedingsprocedures overeenkomend met een aanzienlijk deel van de totale begroting voor 2009 van het Bureau; benadrukt dat de Rekenkamer in 2008 reeds tekortkomingen had vastgesteld op dit vlak en met name bij de toepassing van evaluatiemethoden ten aanzien van prijscriteria en bij de motivering van de gekozen procedures;

4.  onderkent in het bijzonder dat in een aantal procedures voor de aanbesteding van grote IT-kaderovereenkomsten, met een geschatte waarde van 30 000 000 EUR, het Bureau in 2009 diverse fouten heeft gemaakt op het moment dat de procedure werd geopend, zoals:

   i. rekenfouten in de evaluatie van de gunningscriteria,
   ii. onjuiste documentatie van de evaluatie door een lid van het evaluatiecomité,
   iii. afwezigheid van bewijs dat de evaluatiemethode van de selectiecriteria consistent was toegepast, waardoor hier vragen bij kunnen worden gesteld,
   iv. een gebrek aan controles om het risico van fouten te beperken bij het openen van een onderhandelingsprocedure, waardoor ten gevolge van fouten in de uitvoering van de gunningscriteria niet kon worden gegarandeerd dat werd gekozen voor de economisch voordeligste offerte;

5.  onderkent tevens dat in twee andere onderhandelingsprocedures ter waarde van 5 300 000 EUR en 4 000 000 EUR met een en dezelfde leverancier, opnieuw verschillende fouten zijn gemaakt op het moment dat de procedure werd geopend, zoals:

   i. geen formele kennisgeving van de aanbesteding,
   ii. geen gedetailleerde technische specificaties van tevoren opgesteld,
   iii. technische specificaties die niet duidelijk alle aan te schaffen producten aangaven voordat de onderhandelingen begonnen,
   iv. geen evaluatiecomité ingesteld,
   v. geen evaluatieverslag opgesteld;

6.  stelt bijgevolg vast dat het Bureau niet aan diverse vereisten van de geldende aanbestedingsregels heeft voldaan;

7.  is niet bereid te accepteren dat het Bureau niet in staat zou zijn geweest een controlesysteem in te richten om bovenstaande aanhoudende fouten, die de regelmatigheid en wettigheid van de onderliggende verrichtingen van het Bureau ondermijnen, te voorkomen dan wel tijdig aan het licht te brengen; dringt er derhalve bij het Bureau op aan zijn aanbestedingsprocedures kwalitatief te verbeteren om een eind te maken aan de door de Rekenkamer vastgestelde tekortkomingen;

8.  verzoekt het Bureau een meerjarenplan voor aanbestedingen op te stellen om te zorgen voor sterkere technische en procedurecontroles en hierover uiterlijk op 30 juni 2011 verslag uit te brengen bij de kwijtingsautoriteit;

9.  verzoekt het Bureau ervoor te zorgen dat de resultaten van aanbestedingsprocedures worden gecontroleerd vóór contracten worden gegund; verwacht dat altijd een gedetailleerd technisch bestek wordt opgesteld, gelet op de vaststellingen van de Rekenkamer;

Overdracht van kredieten

10.  spreekt zijn bezorgdheid erover uit dat de Rekenkamer een overdracht meldt van 19 500 000 EUR (38% van de vastleggingen van het Bureau) en dat circa 14 800 000 EUR hiervan bedoeld was voor activiteiten die aan het eind van het jaar nog niet waren uitgevoerd (of, in enkele gevallen, voor goederen die niet waren ontvangen); benadrukt dat deze situatie wijst op vertragingen in de uitvoering van de activiteiten van het Bureau die vanuit Titel II (gebouwen, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven) van de begroting worden gefinancierd en dat deze werkwijze van het Bureau in strijd is met het jaarperiodiciteitsbeginsel; neemt kennis van de opmerkingen van de Europese Rekenkamer over de naar het begrotingsjaar 2010 overgedragen kredieten voor activiteiten in het kader van Titel II - Gebouwen, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven; heeft het antwoord van het Bureau op deze opmerkingen bestudeerd en verwelkomt de inspanningen die door het Bureau worden ondernomen om overdrachten in de toekomst te reduceren; spoort het Bureau ertoe aan hiermee door te gaan om volledig uitvoering te geven aan het jaarperiodiciteitsbeginsel;

11.  wijst erop dat de Rekenkamer met betrekking tot eerdere begrotingsjaren al melding had gemaakt van hoge niveaus van overgedragen kredieten en is bezorgd dat dit in strijd is met het jaarperiodiciteitsbeginsel; merkt in het bijzonder op dat de vanuit de begroting van 2008 overgedragen en geannuleerde kredieten 36 000 000 EUR (19,7% van de begroting) respectievelijk 9 700 000 EUR (5,3% van de begroting) bedroegen;

Ontvangsten uit vergoedingen

12.  verzoekt het Bureau om een betere coördinatie te waarborgen tussen zijn financiële en wetenschappelijke diensten om het probleem van de onaanvaardbare, lange vertragingen bij invorderingsopdrachten te verhelpen; merkt op dat de Rekenkamer heeft gemeld dat twee van de tien geteste invorderingsopdrachten (van 226 200 EUR en 110 200 EUR) een zeer lange vertraging kenden (van respectievelijk 21 en 5 maanden), hetgeen in strijd is met de interne voorschriften van het Bureau zelf;

13.  benadrukt dat de begroting van het Bureau gefinancierd wordt uit de EU-begroting, en tevens via vergoedingen die door de farmaceutische industrie worden betaald voor het verkrijgen of verlengen van een vergunning voor het binnen de Unie in de handel brengen van geneesmiddelen; merkt evenwel op dat de bijdrage van de EU-begroting slechts 18,7% van het totale budget vertegenwoordigt en de laatste jaren is teruggelopen (in 2005 was zij nog goed voor 22,7%); benadrukt dat het totale beschikbare budget van het Bureau 194 389 000 EUR bedroeg;

Valutacontracten

14.  verwacht dat het Bureau zorgvuldig zijn beleid zal uitvoeren dat het van oudsher toepast, namelijk het sluiten van termijncontracten in valuta om zijn administratieve begroting ten dele af te schermen tegen ongunstige schommelingen van de wisselkoers van het Britse pond; verwacht dat het Bureau deze transacties voorzichtig beheert om wisselkoersverliezen, zoals het verlies van 900 000 EUR in 2009, te voorkomen; wijst erop dat de Rekenkamer hier steeds opnieuw opmerkingen over heeft gemaakt; verzoekt het Bureau zijn herziene beleid inzake financiële liquiditeiten onverwijld bekend te maken aan de bevoegde commissie van het Parlement; zal toezien op het herzien beleid inzake financiële liquiditeiten;

15.  neemt kennis van de informatie van het Bureau dat het beleid inzake financiële liquiditeiten is herzien, vastgesteld en formeel goedgekeurd door het controleadviescomité van het Bureau; verzoekt het Bureau het Parlement vóór 30 juni 2011 een overzicht van de uitvoering van het herziene beleid inzake financiële liquiditeiten te verstrekken;

Prestaties

16.  vindt de beoordeling van de effectiviteit en toereikendheid van de in het Bureau aanwezige systemen ter ondersteuning van de verschaffing van wetenschappelijk adviezen voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik een belangrijk hulpmiddel om de prestaties van het Bureau te meten; onderkent dat de IAS controles heeft uitgevoerd en op dit vlak cruciale tekortkomingen heeft aangetroffen;

Omgang met belangenconflicten

17.  acht het onaanvaardbaar dat het Bureau de betreffende voorschriften niet effectief toepast, met als gevolg dat er geen garantie is dat de evaluatie van geneesmiddelen voor menselijk gebruik wordt uitgevoerd door onafhankelijke deskundigen; wijst erop dat aan twaalf „zeer belangrijke” en één „kritische” aanbeveling uit diverse eerdere jaarlijkse controleverslagen van de IAS over het Bureau, vooral met betrekking tot de onafhankelijkheid van deskundigen, in 2009 nog steeds geen gevolg was gegeven, terwijl de oudste aanbevelingen dateren van 2005;

18.  neemt kennis van de indienstneming van de voormalige uitvoerende directeur van het Bureau door een adviesbureau dat onder andere farmaceutische bedrijven adviseert over de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en de verkorting van de periode tot het in de handel brengen hiervan; benadrukt het feit dat deze overstap twijfel doet rijzen over de feitelijke onafhankelijkheid van het Bureau; merkt op dat artikel 16 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie(6) de raad van bestuur ruime discretionaire bevoegdheid verleent om dit soort van overstap toe te staan of te verbieden; stelt vast dat na goedkeuring van de nieuwe baan van de voormalige uitvoerende directeur van het Bureau de raad van bestuur uiteindelijk besloot beperkingen vast te leggen voor nieuwe en toekomstige beroepsactiviteiten; vraagt het Bureau niettemin om uiterlijk op 30 juni 2011 een rapport bij de kwijtingsautoriteit in te dienen waarin alle soortgelijke gevallen die zich sinds de oprichting van het Bureau hebben voorgedaan worden opgesomd en het besluit van de raad van bestuur in elk geval in detail wordt toegelicht;

19.  acht het onaanvaardbaar dat het Bureau niet effectief voldoet aan zijn eigen gedragscode door beginselen en adviezen inzake onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid op te stellen die gelden voor de leden van de raad van bestuur en de comités, de deskundigen en het personeel van het Bureau; verwacht van het Bureau dat het, alvorens projectteamleiders aan producten toe te wijzen, grondig controleert of de verklaarde belangen van de personeelsleden van invloed zouden kunnen zijn op hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid; dringt er bovendien bij het Bureau op aan zijn controlemechanismen te documenteren en te evalueren en de betreffende toewijzingsbeslissingen te archiveren, waarbij de toewijzingsbeslissingen op de website van het Bureau moeten kunnen worden ingezien;

20.  benadrukt dat de goede naam van het Bureau kan worden aangetast wanneer evaluaties kunnen worden aangevochten op grond van mogelijke belangenconflicten;

21.  verzoekt het Bureau met aandrang de kwijtingsautoriteit de maatregelen toe te lichten die het sinds zijn oprichting heeft getroffen om de onafhankelijkheid van zijn deskundigen te garanderen;

22.  heeft vragen bij het feit dat de tekortkomingen inzake de beoordeling van de onafhankelijkheid van de deskundigen niet voorkomen in de verslagen van de Rekenkamer over de jaarrekeningen van het Bureau sinds 2006;

23.  wil worden geïnformeerd of en hoe de deskundigen en het personeel die met benfluorex en aanverwante geneesmiddelen zijn belast, zijn gecontroleerd op onafhankelijkheid en hoe hun verklaarde belangen zijn gecontroleerd;

Procedures die de opstelling van wetenschappelijk adviezen voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik ondersteunen

24.  acht het onaanvaardbaar dat het Bureau het toelaat dat de informatie die in de bestanden betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik is opgenomen, onvolledig is; dringt er in dit verband bij het Bureau op aan te waarborgen dat belangrijke informatie eenvoudig te vinden is en dat alle relevante richtsnoeren met betrekking tot het archiveringssysteem aanwezig zijn;

25.  vraagt het Bureau bovendien de Europese deskundigendatabase in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 726/2004 te vullen en regelmatig bij te werken en de kwijtingsautoriteit hierover te informeren; roept het Bureau tevens op SIAMED- en Product Overview-databases toe te staan met het oog op efficiënte toegang tot informatie;

Rol van het Bureau en nationale bevoegde autoriteiten

26.  roept het Bureau op de kwijtingsautoriteit op de hoogte te brengen van de inhoud van zijn overeenkomst met de lidstaten inzake de rollen en de overdracht van taken naar nationale bevoegde autoriteiten in verband met onderwerpen als de onafhankelijkheid van comités, deskundigen en het evaluatieproces, sinds de inwerkingtreding van de overeenkomst, alsmede de mate van tenuitvoerlegging, en een gedetailleerde toelichting te geven van de wijze waarop de overeenkomst zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld; acht het Bureau verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van reeds bestaande procedures inzake de vaststelling en het beheer van belangenconflicten voor zijn deskundigen totdat deze overeenkomst met de lidstaten volledig ten uitvoer is gelegd;

Wetenschappelijk Advies

27.  is ingenomen met de inspanningen van het Bureau om al in de vroege stadia van de ontwikkeling van nieuwe medicijnen meer wetenschappelijk advies te verstrekken, alsook met de maatregelen die het heeft geïntroduceerd om de beoordeling van medicijnen die van cruciaal belang zijn voor de volksgezondheid te bespoedigen en om de ontwikkeling en toepassing van telematicaprogramma's te versnellen;

Personeelsbeheer

28.  roept het agentschap op om ervoor te zorgen dat gevoelige taken niet worden toegewezen aan tijdelijk personeel; is ervan op de hoogte dat het Bureau tijdelijk personeel (32 in 2009) inhuurt op voorwaarde dat de kandidaten slagen voor de tests voor arbeidscontractanten, en dat enkele van de tijdelijke personeelsleden gevoelige taken uitvoeren of toegang hebben tot gevoelige informatie; wijst op de potentiële veiligheidsrisico's wanneer tijdelijk personeel toegang heeft tot gevoelige informatie of niet op de hoogte is van de juiste procedures;

29.  verzoekt het Bureau zijn aanwervingsprocedure te verbeteren en ervoor te zorgen dat zijn documentatie correct wordt beheerd; onderkent dat de IAS op dit vlak tekortkomingen heeft geconstateerd; benadrukt ook dat onvoldoende documentatie bij de aanwervingsprocedures de mogelijkheden voor het Bureau verkleint om te reageren op beschuldigingen van ongelijke behandeling van kandidaten en/of van willekeur bij de aanwerving van nieuw personeel; is daarnaast van mening dat, voor zover de concurrentie beperkt is, de daaruit voortvloeiende beslissingen aangaande indienstneming niet de optimale keus weerspiegelen, en menselijke en financiële middelen mogelijk inefficiënt worden gebruikt;

Interne controle

30.  acht het onaanvaardbaar dat de betrouwbaarheidsverklaring van de uitvoerend directeur d.d. 13 mei 2010, geen voorbehoud omvat en dat de in de door het Bureau vastgestelde gedragscode aangegane verplichting ten aanzien van de betrouwbaarheidsverklaringen van de IAS en de Rekenkamer hiermee bijgevolg niet wordt nagekomen;

31.  wijst erop dat de uitvoerend directeur verplicht is in zijn verslag een samenvatting op te nemen van de verslagen van de IAS voor de kwijtingsautoriteit, met name:

   i. het aantal en type interne controles door de IAS,
   ii. alle aanbevelingen (inclusief degene die eventueel door het Bureau kunnen worden verworpen) en
   iii. alle maatregelen die naar aanleiding van deze aanbevelingen zijn genomen;
vraagt zich af of deze verplichtingen in de vorige begrotingsjaren zijn nagekomen en verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit uiterlijk op 30 juni 2011 de verslagen van de IAS sinds 2007 toe te zenden;

32.  neemt kennis van het initiatief van het Bureau de kwijtingsautoriteit het jaarlijkse verslag van de IAS over de interne controle te verstrekken; is van mening dat dit de normale praktijk op het gebied van transparantie moet zijn en verwacht dat alle andere agentschappen deze praktijk zullen volgen;

33.  onderkent dat van de 32 aanbevelingen van de IAS er één „kritiek” is – over de uitvoeringsvoorschriften met betrekking tot deskundigen – en er 12 „zeer belangrijk” zijn – vooral over personeelsbeheer, omgang met belangenconflicten voor zijn personeel en andere procedures voor de ondersteuning van wetenschappelijke adviezen voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik in het Bureau; verzoekt het Bureau daarom de kwijtingsautoriteit onverwijld over de precieze inhoud van deze aanbevelingen te informeren; dringt er bij het Bureau op aan snel de aanbevelingen van de IAS uit te voeren en de kwijtingsautoriteit uiterlijk op 30 juni 2011 een volledig overzicht toe te zenden van de maatregelen die zijn genomen en uitgevoerd om naar behoren rekening met de aanbevelingen te houden; verzoekt bovendien de Rekenkamer de getroffen maatregelen te controleren en de kwijtingsautoriteit te informeren over de doeltreffendheid ervan;

Acties die het Bureau tegen 30 juni 2011 moet ondernemen

34.  dringt er bij de uitvoerend directeur van het Bureau op aan om, in samenwerking met de IAS, grondig na te gaan of de bestaande procedures betreffende de vaststelling van en de omgang met belangenconflicten voor zijn personeel en deskundigen doeltreffend zijn en om de resultaten voor 30 juni 2011 aan de kwijtingsautoriteit mede te delen;

35.  verwacht dat de raad van bestuur snel een actieplan goedkeurt om de tekortkomingen in de aanbestedingsprocedures te verhelpen; vraagt met name de uitvoerend directeur van het Bureau om in samenwerking met de IAS en het bevoegde directoraat-generaal (DG) dit actieplan op te stellen, dat specifieke maatregelen en een tijdschema voor de uitvoering moet omvatten; verwacht dat het Bureau de kwijtingsautoriteit uiterlijk op 30 juni 2011 over de bedoelde specifieke maatregelen op de hoogte brengt;

36.  verzoekt het Bureau voorts om de kwijtingsautoriteit uiterlijk op 30 juni 2011 in kennis te stellen van de maatregelen die zijn genomen en de verbeteringen die zijn aangebracht met betrekking tot al deze probleemgebieden;

o
o   o

37.  verwijst voor andere, horizontale opmerkingen in verband met het kwijtingbesluit naar zijn resolutie van 10 mei 2011(7) over prestaties, financieel beheer en controle van de agentschappen.

(1) PB C 338 van 14.12.2010, blz. 28.
(2) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(3) PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1.
(4) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(5) PB L 252 van 25.09.10, blz. 164.
(6) PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.
(7) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0163.

Laatst bijgewerkt op: 3 oktober 2012Juridische mededeling