Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2802(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0488/2011

Debatten :

PV 15/09/2011 - 3
CRE 15/09/2011 - 3

Stemmingen :

PV 15/09/2011 - 6.6
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0390

Aangenomen teksten
PDF 121kDOC 74k
Donderdag 15 september 2011 - Straatsburg Definitieve uitgave
Het standpunt en het engagement van de EU in het vooruitzicht van de VN-vergadering op hoog niveau inzake de voorkoming en beheersing van niet-overdraagbare ziekten
P7_TA(2011)0390B7-0488, en 0489/2011

Resolutie van het Europees Parlement van 15 september 2011 over het standpunt en het engagement van de Europese Unie in het vooruitzicht van de VN-vergadering op hoog niveau inzake de voorkoming en beheersing van niet overdraagbare ziekten

Het Europees Parlement ,

–  gezien het actieplan voor een mondiale strategie voor de preventie en bestrijding van niet-overdraagbare ziekten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor de periode 2008-2013(1) ,

–  gezien de resolutie van de WHO van 11 september 2006 over de preventie en controle van niet-overdraagbare ziekten in de Europese regio van de WHO(2) ,

–  gezien VN-resolutie 64/265 over de preventie en controle van niet-overdraagbare ziekten van oktober 2010(3) ,

–  gezien de verklaring van Moskou over gezonde levensstijlen en de controle van niet-overdraagbare ziekten van april 2011(4) ,

–  gezien de resolutie van de algemene vergadering van de WHO over niet-overdraagbare ziekten van mei 2011(5) ,

–  gezien het verslag van de secretaris-generaal van de VN over de preventie en controle van niet-overdraagbare ziekten(6) ,

–  gezien het WHO-verslag over mondiale surveillance, preventie en controle van chronische aandoeningen van de luchtwegen uit 2008(7) ,

–  gezien de verklaring van Parma en de in maart 2011 door de lidstaten van de Europese regio van de WHO aangenomen „verbintenis te handelen”(8) ,

–  gezien de verklaring van Asturië van de WHO uit 2011(9) ,

–  gezien het in november 2006 aangenomen Europees Handvest inzake de bestrijding van obesitas(10) ,

–  gezien artikel 168 en 179 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien artikel 35 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien zijn resolutie van 1 februari 2007 over het bevorderen van gezonde voeding en lichaamsbeweging: een Europese dimensie voor de preventie van overgewicht, obesitas en chronische ziekten, een Europese dimensie voor de preventie van overgewicht, obesitas en chronische ziekten(11) en zijn resolutie van 25 september 2008 over het Witboek over aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties(12) ,

–  gezien zijn resolutie van 12 juli 2007 over acties ter bestrijding van hart- en vaatziekten(13) , zijn resolutie van 10 april 2008 over kankerbestrijding in de uitgebreide Europese Unie(14) , en zijn verklaring van 27 april 2006 over diabetes(15) ,

–  gezien zijn resolutie van 4 september 2008 over de tussentijdse evaluatie van het Europese actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010(16) ,

–  gezien Besluit nr. 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2002 tot vaststelling van het Zesde Milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap(17) ,

–  gezien zijn resolutie van 11 november 2010 over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties(18) en van 8 maart 2011 over verkleining van de ongelijkheid op gezondheidsgebied in de EU(19) ,

–  gezien zijn resoluties van 6 mei 2010 over de mededeling van de Commissie over kankerbestrijding: een Europees partnerschap(20) , en over het Witboek van de Commissie „Aanpassing aan de klimaatverandering: naar een Europees actiekader”(21) ,

–  gezien Besluit nr. 2004/513/EG van de Raad van 2 juni 2004 betreffende de sluiting van de Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik(22) ,

–  gezien de conclusies van de Raad over hartgezondheid uit 2004(23) ,

–  gezien Besluit nr. 1350/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 tot vaststelling van een tweede communautair actieprogramma op het gebied van gezondheid (2008-2013)(24) ,

–  gezien Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)(25) ,

–  gezien de conclusies van de Raad van 7 december 2010 over innovatieve benaderingen van chronische ziekten in de volksgezondheid en de zorgstelsels(26) ,

–  gezien de conclusies van de Raad over „Gemeenschappelijke waarden en beginselen in de zorgstelsels van de Europese Unie” van 22 juni 2006 en de conclusies van de Raad „Naar moderne, reactieve en duurzame zorgstelsels” van 6 juni 2011(27) ,

–  gezien de conclusies van de Raad over „de rol van de EU ten aanzien van de volksgezondheid in de wereld” van 10 mei 2010(28) ,

–  gezien artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat volgens de WHO 86% van de sterfgevallen in Europa wordt veroorzaakt door niet-overdraagbare ziekten,

B.  overwegende dat hart- en vaatziekten, aandoeningen van de luchtwegen, kanker en diabetes de vier meest voorkomende niet-overdraagbare ziekten zijn; overwegende dat andere belangrijke niet-overdraagbare ziekten niet mogen worden verwaarloosd,

C.  overwegende dat hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak zijn, met meer dan 2 miljoen sterfgevallen per jaar; overwegende dat coronaire hartziekten en beroerten de meest voorkomende hart- en vaatziekten zijn, die respectievelijk verantwoordelijk zijn voor meer dan een derde (te weten 741 000) en iets meer dan een vierde (te weten 508 000) van alle door hart- en vaatziekten veroorzaakte sterfgevallen,

D.  overwegende dat kanker de op één na meest voorkomende doodsoorzaak is, met een prevalentie in de bevolking van 3-4%, oplopend tot 10-15% op oudere leeftijd; en overwegende dat elk jaar naar schatting bij 2,45 miljoen personen in de EU kanker wordt vastgesteld en er 1,23 miljoen sterfgevallen worden geregistreerd; overwegende dat de prevalentie van kanker bij kinderen toeneemt met meer dan 1% per jaar in Europa,

E.  overwegende dat miljoenen mensen in Europa last hebben van te voorkomen chronische aandoeningen van de luchtwegen, zoals astma en bronchitis en chronic obstructive pulmonary disease (COPD),

F.  overwegende dat er op EU-niveau geen strategie of initiatief bestaat dat gericht is op diabetes (type 1 en type 2), waaraan naar schatting meer dan 32 miljoen EU-burgers lijden, met een even hoog aantal mensen dat lijdt aan verminderde glucosetolerantie die zeer waarschijnlijk zal leiden tot klinisch manifeste diabetes; overwegende dat deze cijfers tegen 2030 naar verwachting zullen stijgen met 16% ten gevolge van de obesitasepidemie, de vergrijzing van de Europee bevolking en andere factoren die nog in kaart moeten worden gebracht en waarvoor meer onderzoek nodig is,

G.  overwegende dat vier risicofactoren gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de meerderheid van de niet-overdraagbare ziekten: tabaksgebruik, slechte eetgewoonten, alcoholgebruik en gebrek aan lichaamsbeweging, terwijl blootstelling aan milieuvervuilende stoffen als een vijfde belangrijke factor moet worden beschouwd,

H.  overwegende dat tabaksgebruik de belangrijkste te voorkomen doodsoorzaak is en dodelijk is voor één op de twee langdurige tabaksgebruikers,

I.  overwegende dat alcoholgebruik, onevenwichtige eetgewoonten, milieuvervuiling en een gebrek aan lichaamsbeweging aanzienlijk kunnen bijdragen tot een verhoogd risico op de ontwikkeling van hart- en vaatziekten, kanker en diabetes,

J.  overwegende dat steeds meer erkend wordt dat lichaamsbeweging een belangrijke rol speelt in de preventie van niet-overdraagbare ziekten,

K.  overwegende dat zeven risicofactoren voor vroegtijdig overlijden (hoge bloeddruk, hoog cholesterolpeil, hoge body mass index, onvoldoende consumptie van fruit en groente, gebrek aan lichaamsbeweging, overdadig alcoholgebruik, roken) verband houden met gewoonten op het gebied van voeding en lichamelijke activiteit,

L.  overwegende dat de meerderheid van de chronische niet-overdraagbare ziekten kan worden voorkomen, met name door vermindering of vermijding van de belangrijkste risicofactoren, zoals roken, slechte eetgewoonten, te weinig lichaamsbeweging, alcoholgebruik en blootstelling aan bepaalde chemische stoffen; overwegende dat een effectief milieubeleid, met inbegrip van de handhaving van bestaande wetgeving en handhaving van bestaande normen, aanzienlijke preventieve mogelijkheden schept,

M.  overwegende dat bij de ontwikkeling van strategieën voor preventie en vroege opsporing ook rekening moet worden gehouden met bijkomende factoren als leeftijd, gender, genetische achtergrond en fysiologische omstandigheden, inclusief obesitas,

N.  overwegende dat de meerderheid van de niet-overdraagbare ziekten gemeenschappelijke symptomen hebben, zoals chronische pijn en geestelijke gezondheidsproblemen, die directe gevolgen hebben voor de patiënten en hun levenskwaliteit, en die met een gemeenschappelijke, horizontale benadering aangepakt zouden moeten worden, zodat zorgstelsels deze ziekten kostenefficiënter kunnen bestrijden,

O.  overwegende dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden om ziekten te voorkomen, hoewel is aangetoond dat op de gehele bevolking gerichte strategieën ter voorkoming van niet-overdraagbare ziekten de kosten op consistente wijze verlagen,

P.  overwegende dat 97% van de uitgaven voor de gezondheidszorg wordt uitgegeven aan behandelingen, maar dat slechts 3% wordt geïnvesteerd in preventie, en overwegende dat de kosten voor de behandeling van niet-overdraagbare ziekten sterk stijgen in verband met de beschikbaarheid van diagnoseapparatuur en behandelingen,

Q.  overwegende dat de WHO de toename van de niet–overdraagbare ziekten als epidemisch bestempelt en er vanuit gaat dat deze ziekten tegen 2030 52 miljoen mensen het leven zullen kosten,

R.  overwegende dat het World Economic Forum en the Harvard School of Public Health gegevens hebben gepubliceerd waarin geschat wordt dat niet-overdraagbare ziekten een verlies van economische output zullen veroorzaken ter hoogte van €25 triljoen over de periode van 2005 tot 2030,

S.  overwegende dat niet-overdraagbare ziekten de Europa 2020-strategie kunnen dwarsbomen en mensen het recht kunnen ontzeggen op een gezond leven, alsmede het recht op een productief leven,

T.  overwegende dat een centrale rol is weggelegd voor de EU bij het bespoedigen van vooruitgang betreffende wereldwijde gezondheidsproblemen, inclusief de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling voor gezondheid en niet-overdraagbare ziekten, als aangegeven in de conclusies van de Raad over de rol van de EU ten aanzien van de volksgezondheid in de wereld,

U.  overwegende dat sommige factoren voor niet-overdraagbare ziekten zonder twijfel samenhangen met mondiale problemen zoals milieuvervuiling en bijgevolg moeten worden aangepakt op mondiaal niveau; overwegende dat andere aspecten kunnen worden aangepakt op nationaal of regionaal niveau, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel,

V.  overwegende dat prenatale omstandigheden, inclusief blootstelling aan milieuverontreiniging, levenslange gevolgen hebben voor vele aspecten van volksgezondheid en welzijn, met name de mate van waarschijnlijkheid van het ontwikkelen van aandoeningen aan de luchtwegen, en het waarschijnlijker kunnen maken dat mensen kanker en diabetes krijgen,

W.  overwegende dat de EU, hoewel mensen nu gemiddeld langer en gezonder leven dan vorige generaties, in de context van de vergrijzende bevolking en het nieuwe fenomeen van de „oldest old”, kampt met een epidemie van chronische ziekten en multimorbiditeit, alsmede met een bedreiging van en verhoogde druk op de duurzaamheid van de nationale zorgstelsels,

X.  overwegende dat sociaaleconomische factoren ook belangrijke determinanten zijn voor de gezondheid en dat er grote verschillen bestaan in gezondheid tussen en binnen de lidstaten,

Y.  overwegende dat het tekort aan zorgmedewerkers in Europa - artsen, verpleegsters, tandartsen, apothekers en fysiotherapeuten -, tegen 2020 naar schatting één miljoen zal bedragen,

Z.  overwegende dat sociale en milieufactoren duidelijk moeten worden geïdentificeerd als bepalende factoren voor de gezondheidstoestand, aangezien elk jaar bijvoorbeeld 1,6 miljoen mensen sterven als gevolg van luchtvervuiling binnenshuis, en dit dus een belangrijke milieufactor is die de gezondheid bedreigt in Europa en leidt tot een aanzienlijke vermindering van de levensverwachting en de productiviteit,

AA.  overwegende dat EU-burgers bezorgd zijn over de mogelijke gevolgen van het milieu op hun gezondheid, waarbij ze zich de meeste zorgen maken over de mogelijke gevolgen van gevaarlijke stoffen; overwegende dat fijnstof jaarlijks verantwoordelijk wordt geacht voor de dood van 455.000 mensen die lijden aan cardiorespiratoire aandoeningen in de 27 EU-lidstaten,

1.  dringt aan op een sterk politiek engagement van de Commissie en EU-lidstaten dat getuigt van het belang en de ernst van de mondiale epidemie van niet-overdraagbare aandoeningen;

2.  dringt er bij de EU op aan te pleiten voor een ambitieuze doelstelling om de te voorkomen mortaliteit te verlagen, zoals bijvoorbeeld de WHO-doelstelling om de nationale mortaliteit tegen 2025 ten opzichte van de cijfers van 2010 te verlagen met 25%;

3.  roept de EU en de EU-lidstaten op de volgende vijf essentiële verplichtingen vast te stellen en op te nemen in de politieke verklaring van de VN-vergadering op hoog niveau inzake niet-overdraagbare ziekten in september 2011:

   de vermindering van te voorkomen mortaliteit als gevolg van niet-overdraagbare aandoeningen met 25% tegen 2025, zoals voorgesteld door de WHO,
   de uitvoering van kostenefficiënte en kostenbesparende interventies, inclusief een snellere tenuitvoerlegging van de WHO-kaderovereenkomst voor de bestrijding van tabaksgebruik, een betere toegang tot en bevordering van gezonde voeding, de effectieve bestrijding van overmatig alcoholgebruik en toegang tot en bevordering van lichaamsbeweging, alsmede de terugdringing van de blootstelling aan milieuverontreiniging, inclusief hormoonontregelende stoffen en andere blootstelling aan milieuvervuilende stoffen, voor de gehele bevolking,
   monitoring van de mortaliteit tengevolge van niet-overdraagbare ziekten en de meest voorkomende risicofactoren voor niet-overdraagbare ziekten,
   de ontwikkeling van mondiale en nationale verantwoordingsmechanismen voor alle belangrijke betrokkenen,
   aangaan van een partnerschap op hoog niveau in 2012 voor de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen en de organisatie in 2014 van een bijeenkomst op hoog niveau om te evalueren in hoeverre de afspraken zijn nagekomen;

4.  dringt er bij de EU en de lidstaten op aan de politieke verklaring ten uitvoer te leggen die zal worden opgesteld na de vergadering op hoog niveau, waaraan zal worden deelgenomen door alle relevante EU-agentschappen en -instellingen om de uitdagingen op het gebied van niet-overdraagbare ziekten aan te gaan;

5.  dringt er bij de EU en de lidstaten op aan de primaire preventie van, onderzoek naar en vroegtijdige diagnose en de behandeling van de vier meest voorkomende niet-overdraagbare ziekten (hart- en vaatziekten, aandoeningen van de luchtwegen, kanker en diabetes) op te schalen, zonder andere belangrijke niet-overdraagbare ziekten te verwaarlozen, bijvoorbeeld geestelijke en neurologische aandoeningen, met inbegrip van de ziekte van Alzheimer; benadrukt het feit dat het belangrijk is mensen die een hoog risico lopen deze ziekten te ontwikkelen of eraan te sterven, die lijden aan vooraf bestaande aandoeningen of chronische en ernstige ziekten of die onderhevig zijn aan risicofactoren die de niet-overdraagbare ziekten verergeren, vroeg op te sporen;

6.  benadrukt dat er een geïntegreerde en holistische patiëntgerichte benadering nodig is van de gezondheidstoestand op lange termijn, met inbegrip van ziektepreventie en gezondheidsbevordering, vroegtijdige diagnose, monitoring en voorlichting, alsmede bewustmakingscampagnes voor de bevolking met betrekking tot risicofactoren, vooraf bestaande aandoeningen en ongezonde gewoonten (tabaksgebruik, slechte voeding, gebrek aan fysieke activiteit en consumptie van alcohol) en coördinatie van ziekenhuisbehandeling en mantelzorg;

7.  dringt erop aan dat er al in een vroeg stadium preventieve strategieën ten uitvoer worden gelegd voor niet-overdraagbare ziekten; benadrukt het feit dat in scholen meer onderwijs op het gebied van gezonde gewoonten inzake voeding en lichamelijke activiteit moet worden verstrekt; merkt op dat mondiaal toereikende middelen voor dit opvoedkundig werk ter beschikking moeten worden gesteld;

8.  merkt op dat beleid dat gericht is op het beïnvloeden van gedrags-, sociale, economische en milieufactoren die verband houden met niet-overdraagbare ziekten snel en volledig moet worden uitgevoerd om de doeltreffendste respons op deze ziekten te garanderen, waarbij tegelijkertijd de levenskwaliteit wordt verhoogd en de gezondheidsverschillen worden verkleind;

9.  erkent dat de nadruk van chronische zorgmodellen op de geavanceerde chronische toestand moet worden verlegd naar het begeleiden van mensen in een vroeg stadium van hun niet-overdraagbare aandoening, met als uiteindelijke doel niet alleen het behandelen van ziekten maar ook het verbeteren van de prognose voor patiënten die lijden aan chronische aandoeningen; benadrukt tegelijk het feit dat palliatieve zorg belangrijk is;

10.  is verheugd over de nadruk die eerdere EU-voorzitterschappen hebben gelegd op preventie en controle van chronische niet-overdraagbare ziekten, o.a. het Spaanse voorzitterschap over hart- en vaatziekten en het Poolse voorzitterschap over „Chronische aandoeningen van de luchtwegen bij kinderen” en „Gezondheidssolidariteit – het dichten van de kloof tussen de EU-lidstaten”

11.  dringt erop aan dat er duidelijke protocollen en op wetenschappelijk bewijs gebaseerde richtsnoeren moeten worden opgesteld voor de meest voorkomende niet-overdraagbare ziekten om ervoor te zorgen dat patiënten op gepaste wijze worden behandeld in alle medische zorgberoepen, inclusief specialisten, eerstelijnsgezondheidszorg en gespecialiseerde verpleegkundigen;

12.  benadrukt dat er op alle niveaus onderzoek en voorlichting nodig is op het gebied van chronische ziekten, met name wat betreft de vier meest voorkomende niet-overdraagbare ziekten, zonder de andere belangrijk niet-overdraagbare ziekten te verwaarlozen, en de beperking van de risicofactoren, interventies van de gezondheidzorg in het algemeen en interacties tussen bronnen van verontreiniging en gevolgen voor de gezondheid, met multidisciplinaire samenwerking op het gebied van niet-overdraagbare ziekten als onderzoeksprioriteit in die gebieden en landen die over voldoende middelen beschikken;

13.  dringt er sterk bij de lidstaten op aan zich te houden aan de luchtkwaliteitsnormen en de WHO-richtsnoeren voor luchtkwaliteit binnens- en buitenshuis na te leven, alsmede de verklaring van Parma van 2010 en de „verbintenis te handelen”, waarin bepaald wordt dat de gevolgen voor de gezondheid van de klimaatverandering moeten worden bestreden;

14.  benadrukt dat de richtlijn betreffende tabaksproducten onmiddellijk en daadwerkelijk moet worden herzien;

15.  onderstreept dat het belangrijk is dat de EU en de lidstaten preventie en vermindering van risicofactoren verder opnemen in alle relevante wetgevings- en beleidsterreinen, en met name in hun milieu-, levensmiddelen- en consumentenbeleid, om zo de doelstellingen met betrekking tot niet-overdraagbare ziekten te verwezenlijken en de uitdagingen op het vlak van volksgezondheid en op sociaal en economisch vlak aan te gaan;

16.  erkent dat, in overeenstemming met artikel 168 van het VWEU, maatregelen met betrekking tot de gezondheidszorg voornamelijk tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten behoren, maar benadrukt dat het belangrijk is om een EU-strategie vast te stellen inzake chronische niet-overdraagbare ziekten, gevolgd door een aanbeveling van de Raad, met afzonderlijke afdelingen over de vier meest voorkomende niet-overdraagbare ziekten, en tevens rekening houdend met genderspecifieke aspecten, in samenwerking met de relevante belanghebbenden, met inbegrip van patiënten en medisch personeel;

17.  verzoekt de lidstaten tegen 2013 nationale plannen voor niet-overdraagbare ziekten op te stellen, met name voor de vier meest voorkomende niet-overdraagbare ziekten, met middelen die in verhouding staan tot de gevolgen van deze ziekten, alsmede een mondiaal coördinatiemechanisme op te zetten voor acties op het gebied van niet-overdraagbare ziekten;

18.  merkt op dat de tenuitvoerlegging van nationale plannen op het gebied van niet-overdraagbare ziekten, in combinatie met effectievere preventie, diagnose en behandeling van niet-overdraagbare ziekten en risicofactoren zoals vooraf bestaande aandoeningen of chronische en ernstige ziekten, de gevolgen van deze ziekten aanzienlijk zou kunnen beperken en zo zou kunnen bijdragen tot handhaving van de duurzaamheid van nationale zorgstelsels;

19.  roept de Commissie op blijvend toezicht te houden op en verslag uit te brengen over de vooruitgang in de EU op het vlak van de tenuitvoerlegging door de lidstaten van hun nationale plannen met betrekking tot niet-overdraagbare ziekten, en met name betreffende de vier meest voorkomende niet-overdraagbare ziekten, en hierbij de nadruk te leggen op de vooruitgang die wordt geboekt op het vlak van preventie, vroegtijdige opsporing, behandeling en onderzoek;

20.  roept de lidstaten op maatregelen te nemen om de hoeveelheid gezondheidswerkers die opgeleid zijn en daadwerkelijk tewerkgesteld zijn in de gezondheidszorg te verhogen om de door niet-overdraagbare ziekten veroorzaakte werklast op een effectievere manier aan te kunnen;

21.  benadrukt dat er behoefte is aan consistentie en een gezamenlijke aanpak in de politieke verklaring van de VN en de lopende maatregelen van de EU-Raad en de Commissie, o.a. het denkproces over chronische ziekten;

22.  verzoekt de Commissie de mogelijkheid te overwegen en onderzoeken om de bevoegdheden van het Europees Centrum voor ziektepreventie en –bestrijding (ECDC) zodanig uit te breiden dat ook de niet-overdraagbare ziekten eronder vallen en het centrum te gebruiken als centrum voor de verzameling van gegevens en het ontwikkelen van aanbevelingen over niet-overdraagbare ziekten, en op die manier beleidsmakers, wetenschappers en artsen te voorzien van gegevens over beste praktijken en meer kennis over niet-overdraagbare ziekten;

23.  benadrukt dat er prioriteiten moeten worden gesteld om gegevens centraal te verzamelen om ervoor te zorgen dat er vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn die een betere planning en betere aanbevelingen in de gehele EU mogelijk maken;

24.  dringt erop aan tegen 2014 de uitvoering van de politieke verklaring van de VN volledig te herzien;

25.  roept de lidstaten en de Commissie op ervoor te zorgen dat een delegatie op hoog niveau de VN-vergadering op 19 en 20 september 2011 bijwoont en er een ambitieus en gecoördineerd EU-standpunt presenteert;

26.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de HV/VV, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de EU-ambassadeur bij de VN, de secretaris-generaal van de VN en de directeur-generaal van de WHO.

(1) http://whqlibdoc.who.int/publications/2009/9789241597418_eng.pdf
(2) http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0004/77575/RC56_eres02.pdf
(3) http://www.un.org/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/RES/64/265&Lang=E
(4) http://www.un.org/en/ga/president/65/issues/moscow_declaration_en.pdf
(5) http://apps.who.int/gb/ebwha/pdf_files/WHA64/A64_R11-en.pdf
(6) http://www.un.org/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/66/83&Lang=E
(7) http://www.who.int/gard/publications/GARD%20Book%202007.pdf
(8) http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0011/78608/E93618.pdf
(9) http://www.iarc.fr/en/media-centre/iarcnews/2011/asturiasdeclaration.php
(10) http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0009/87462/E89567.pdf
(11) PB C 250 E van 25.10.2007, blz. 93.
(12) PB C 8 E van 14.1.2010, blz. 97.
(13) PB C 175 E van 10.7.2008, blz. 561.
(14) PB C 247 E van 15.10.2009, blz. 11.
(15) PB C 296 E van 6.12.2006, blz. 273.
(16) PB C 295 E, van 4.12.2009, blz. 83.
(17) PB L 242 van 10.9.2002, blz. 1.
(18) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0400.
(19) Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0081.
(20) PB C 81 E van 15.3.2011, blz. 95.
(21) PB C 81 E van 15.3.2011, blz. 115.
(22) http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2004:213:0008:0024:EN:PDF
(23) www.consilium.europa.eu/uedocs/NewsWord/en/lsa/80729.doc
(24) http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2007:301:0003:0013:en:PDF
(25) http://cordis.europa.eu/documents/documentlibrary/90798681EN6.pdf
(26) http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/lsa/118282.pdf
(27) http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/lsa/122395.pdf
(28) http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_Data/docs/pressdata/EN/foraff/114352.pdf

Laatst bijgewerkt op: 13 november 2012Juridische mededeling