Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2806(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0501/2011

Debatten :

PV 15/09/2011 - 11.2
CRE 15/09/2011 - 11.2

Stemmingen :

PV 15/09/2011 - 12.2

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0393

Aangenomen teksten
PDF 85kDOC 41k
Donderdag 15 september 2011 - Straatsburg Definitieve uitgave
Soedan: de situatie in Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl
P7_TA(2011)0393B7-0501, 0502, 0503, 0504, 0506 en 0508/2011

Resolutie van het Europees Parlement van 15 september 2011 over Soedan: de situatie in Zuid-Kordofan en het uitbreken van gevechten in Blauwe Nijl

Het Europees Parlement ,

–  gezien zijn voorgaande resoluties over Soedan,

–  gezien het alomvattend vredesakkoord (CPA) dat op 9 januari 2005 werd getekend,

–  gezien de verklaring van de Afrikaanse Unie van 31 januari 2011,

–   gezien de verklaring van de EU en haar lidstaten van 9 juli 2011 over de onafhankelijkheid van de republiek Zuid-Soedan,

–  gezien de verklaring van 6 september 2011 van Catherine Ashton, hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en vicevoorzitter van de Commissie over het uitbreken van gevechten in Blauwe Nijl en van 26 augustus 2011 over de situatie in Zuid-Kordofan,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 20 juni 2011,

–   gezien de verklaring van 26 augustus 2011 van commissaris Georgieva over de toegang van humanitaire hulp tot Zuid-Kordofan,

–  gezien de verklaring van 21 juni 2011 van Jerzy Buzek, Voorzitter van het Europees Parlement over de situatie in Abyei en Zuid-Kordofan,

–  gezien de verklaring van de Afrikaanse Unie van 20 augustus 2011 over de overeenkomst tussen de regering van Soedan en de regering van Zuid-Soedan inzake de missie ter ondersteuning van het grenstoezicht,

–  gezien het voorlopig verslag (augustus 2011) van het VN-bureau van de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens inzake schending van de internationale mensenrechten en de humanitaire wetgeving in Zuid-Kordofan in de periode 5 t/m 30 juni 2011,

–  gezien het op 28 juni 2011 ondertekende kaderakkoord over politieke en veiligheidsregelingen in Blauwe Nijl en Kordofan,

–  gezien de verklaring van 2 september 2011 van VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon waarin wordt opgeroepen tot beëindiging vaan de gevechten in Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl,

–  gezien artikel 122, lid 5, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de toestand in Zuid-Kordofan gespannen blijft terwijl er wordt gevochten tussen Soedanese strijdkrachten en de Soedanese Volksbevrijdingsbeweging Noord (SPLMNorth), en dat ook in Blauwe Nijl opnieuw gevechten zijn uitgebroken,

B.  overwegende dat het gewapende geschil tussen de Soedanese strijdkrachten en de Soedanese Volksbevrijdingsbeweging in Zuid-Kordofan tot gevolg heeft gehad dat er doden zijn gevallen en dat duizenden mensen naar buurlanden zijn getrokken,

C.  overwegende dat president Bashir op 23 augustus 2011 een eenzijdige wapenstilstand van twee weken heeft afgekondigd in Zuid-Kordofan , maar dat hij eveneens aankondigde dat buitenlandse organisaties niet in de regio actief mochten zijn,

D.   overwegende dat president Bashir op 2 september 2011 heeft aangekondigd dat de voorlopige grondwet van Blauwe Nijl was opgeschort en dat de staat van beleg was afgekondigd na bloedige gevechten in het gebied tussen het Soedanese leger en aan Zuid-Soedan gelieerde strijdkrachten waardoor nog eens duizenden staatsburgers het land verlieten,

E.  overwegende dat de aanvallen die in Zuid-Kordofan op burgers zijn uitgevoerd onder meer gerichte standrechtelijke of buitengerechtelijke terechtstellingen omvatten, meestal van vermeende aanhangers van de SPLM, dat er willekeurige arrestaties en gevangennemingen worden uitgevoerd in verband waarmee wordt gevreesd dat de gevangenen gemarteld worden en andere onmenselijke en vernederende behandelingen ondergaan, dat stelselmatig huizen worden doorzocht, die naar verluidt gericht zijn op de Nuba-stam, dat er mensen verdwijnen, dat er kerken worden vernield en dat er geplunderd wordt,

F.  overwegende dat er naar schatting meer dan 200.000 mensen ontheemd zijn of ernstige gevolgen ondervinden van de gevechten van de afgelopen tijd en dat 5.000 mensen het conflict ontvluchten door naar Zuid-Soedan (Eenheidsstaat) te gaan; overwegende dat dit aantal de komende maanden aanzienlijk kan stijgen als de gevechten in de regio aanhouden,

G.  overwegende dat de Soedanese strijdkrachten ondanks het staakt-het-vuren blindelings burgergebieden in het Nuba-berggebied in Zuid-Kordofan bombarderen en verhinderen dat hulpgoederen de ontheemden bereiken,

H.  overwegende dat humanitaire agentschappen er sinds het conflict in juni is uitgebroken niet in geslaagd zijn toestemming te krijgen om in Zuid-Kordofan te werken en dat er geen beoordelingen van de behoeften zijn uitgevoerd; overwegende dat de Soedanese regering het verzoek om na de onafhankelijkheid van het zuiden een VN-vredesmacht in Zuid-Kordofan, Blauwe Nijl en Abyei te stationeren, heeft afgewezen,

I.  overwegende dat Zuid-Soedanese veiligheidstroepen naar verluidt de werkzaamheden van humanitaire organisaties verstoren en zelfs voertuigen in beslag nemen, hulpverleners lichamelijk geweld aandoen en kampen aanvallen van internationale organisaties met inbegrip van de VN, wier functionarissen geen toegang hebben gekregen tot grote delen van Zuid-Kordofan, zodat zij geen onderzoek kunnen verrichten en ter plaatse een onafhankelijke beoordeling kunnen uitvoeren,

J.  overwegende dat een groot deel van de bevolking in de regio nog steeds gebrek aan voedsel heeft en dat deze situatie verslechtert door het conflict, de stijgende grondstofprijzen en de honger in de Hoorn van Afrika,

K.  overwegende dat de Commissie in 2011 EUR 100 mln heeft gereserveerd, waaronder EUR 11 mln ten behoeve van de doorgangsgebieden, maar dat het Internationale Appel ten behoeve van Zuid-Soedan nog steeds slechts voor 37% gefinancierd is,

L.  overwegende dat er in het CPA weinig vooruitgang is geboekt bij het vinden van overeenstemming over onderhandelingen na een referendum over problemen zoals het delen van olie-inkomsten, grensafbakening, burgerschap en verdeling van schulden en activa, alsook volksraadplegingen in Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl en het referendum in Abyei,

M.  overwegende dat de situatie in Darfur een grote bron van verontrusting blijft voor de VN-missie in Darfur, die melding maakt van intimidatie, ontvoeringen en algemene veiligheidsrisico's door de centrale reservepolitie in de kampen voor in eigen land ontheemden,

1.  betreurt de doden die zijn gevallen, het geweld, de schendingen van de mensenrechten en het feit dat humanitaire hulpgoederen Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl niet bereiken; spreekt zijn krachtige veroordeling uit voor de inval van Soedanese strijdkrachten in Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl; verzoekt alle partijen de gevechten te staken en te streven naar een politieke oplossing op de grondslag van de overeenkomst van 28 juni 2011; dringt voorts aan op opheffing van de staat van beleg in Blauwe Nijl;

2.  herinnert alle betrokken partijen aan hun plicht de mensenrechten en het internationale humanitaire recht te eerbiedigen; eist met name dat er een eind komt aan gerichte standrechtelijke en buitengerechtelijke moorden, willekeurige arrestaties en gevangzetting, marteling, verdwijningen en plundering; eist voorts dat er een eind komt aan de ongerichte luchtbombardementen door Soedan en wijst erop dat personen die verantwoordelijk worden geacht voor schendingen ter verantwoording moeten worden geroepen via een onafhankelijk onderzoek door de Verenigde Naties;

3.  spreekt zijn waardering uit voor de, door bemiddeling van de Afrikaanse Unie tot stand gekomen overeenkomst van 8 september 2011, waarin beide zijden overeenkomen strijdkrachten terug te trekken uit het betwiste gebied Abyei; verzoekt Soedan en Zuid-Soedan zich te houden aan alle bepalingen van het omvattende vredesakkoord van 2005 ter bevordering van duurzame vrede, handhaving van het recht van het volk op zelfbeschikking, eerbiediging van vastgelegde grenzen en uiteindelijk om de verzoening van beide landen voor te bereiden; herhaalt dat de EU zich verplicht heeft Soedan en Zuid-Soedan bij te staan bij de totstandbrenging van democratisch bestuur en mensenrechten voor alle Soedanezen;

4.  eist dat alle partijen humanitaire agentschappen zonder intimidatie en geweldpleging onmiddellijke, onbelemmerde toegang verschaffen tot allen die in nood verkeren; wijst met nadruk op de verplichting burgers en humanitaire werkers te beschermen; stelt met verontrusting vast dat uitsluitend door de regering gestuurde organen en plaatselijke hulpverleners humanitaire hulpgoederen kunnen verdelen, terwijl de opslag en voorraden van basisgoederen op raken;

5.  is verontrust over meldingen dat de regering tracht ontheemden terug te sturen naar gebieden waar hun leven en veiligheid in gevaar kunnen zijn; dringt erop aan dat de rechten van ontheemden worden geëerbiedigd;

6.  verzoekt de Commissie, de lidstaten van de EU en de internationale gemeenschap hun financieringstoezeggingen aan de regio na te komen, met name om de ernstige tekorten aan voedselhulp, noodonderkomens en bescherming aan te pakken; dringt erop aan dat de voedselsituatie nauwgezet in het oog wordt gehouden en dat er maatregelen worden genomen als de toestand slechter wordt; is van mening dat er aanvullende hulp nodig kan zijn om de dreigende nieuwe grootschalige humanitaire crisis in de regio te voorkomen;

7.  verzoekt de internationale gemeenschap om haar steun voor de initiatieven van het tenuitvoerleggingsplatform op hoog niveau voor Soedan van de Afrikaanse Unie onder leiding van Thabo Mbeki en met betrokkenheid van de Arabische Liga te onderstrepen om de onderhandelingen tussen de CPA-partners en het werk van de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor Soedan te vergemakkelijken;

8.  is ernstig verontrust over meldingen dat er in de regio steeds meer landmijnen worden ingezet; herinnert aan zijn felle verzet tegen het gebruik van mijnen en eist dat deze activiteiten onmiddellijk worden beëindigd;

9.  verzoekt de Afrikaanse Unie zijn samenwerking met het Internationaal Strafhof op te voeren om te bevorderen dat heel Afrika zich bewust wordt van het bestaan van mensenrechten en de naleving daarvan handhaaft; verzoekt een eind te maken aan de straffeloosheid van alle misdaden die tijdens de oorlog in Soedan zijn begaan, en hoopt dat president Bashir spoedig in Den Haag zal worden berecht in het kader van het noodzakelijke herstel van justitie, rechtsstaat en gerechtigheid voor slachtoffers;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de VN-Veiligheidsraad en de secretaris-generaal van de VN, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor Zuid-Soedan, de regering van Soedan, de regering van Zuid-Soedan, de instellingen van de Afrikaanse Unie en de voorzitter van het platform op hoog niveau voor Soedan van de Afrikaanse Unie, de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en de regeringen van de EU-lidstaten.

Laatst bijgewerkt op: 13 november 2012Juridische mededeling