Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2807(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0511/2011

Debatten :

PV 15/09/2011 - 11.3
CRE 15/09/2011 - 11.3

Stemmingen :

PV 15/09/2011 - 12.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0394

Aangenomen teksten
PDF 75kDOC 37k
Donderdag 15 september 2011 - Straatsburg Definitieve uitgave
Eritrea: de zaak-Isaak Dawit
P7_TA(2011)0394B7-0505, 0507, 0509, 0510, 0511 en 0512/2011

Resolutie van het Europees Parlement van 15 september 2011 over Eritrea: de zaak-Dawit Isaak

Het Europees Parlement ,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien de artikelen 2 en 3, artikel 6, lid 3, en artikel 21, lid 2, onder a) en b), van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren, waarbij Eritrea partij is, en met name de artikelen 6, 7 en 9,

–  gezien artikel 9 van de in 2005 herziene partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de ACS (de Overeenkomst van Cotonou), die door Eritrea is ondertekend,

–  gezien de verklaring van het voorzitterschap van de Raad over politieke gevangenen in Eritrea van 22 september 2008; en de latere verklaringen van de Raad en de Commissie over Eritrea en de mensenrechtensituatie na die datum,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Eritrea, en met name degene die betrekking hebben op de mensenrechten en de zaak van Dawit Isaak,

–  gezien artikel 122, lid 5, van zijn Reglement,

A.  zeer bezorgd door de verslechterende mensenrechtensituatie in Eritrea en het manifeste gebrek aan medewerking van de Eritrese autoriteiten, ondanks herhaalde verzoeken van de Europese Unie en internationale mensenrechtenorganisaties,

B.  overwegende dat de EU sterk en op duidelijke wijze gehecht is aan de bescherming van de mensenrechten als fundamentele waarde en overwegende dat de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting tot deze universele en vitale rechten behoren,

C.  overwegende dat de rechtsstaat een principe is dat nooit in het gedrang mag komen,

D.  overwegende dat duizenden Eritreërs, waaronder voormalige hooggeplaatste leden van de regerende partij, zijn opgesloten zonder tenlastelegging, zonder een eerlijk proces en zonder toegang tot hun advocaten en families, sinds hun publieke kritiek op president Isaias Afewerki in 2001,

E.  overwegende dat 10 onafhankelijke journalisten sinds september 2001 zijn opgesloten in Asmara, dat één van hen Zweeds staatsburger Dawit Isaak is, dat die voor geen enkele misdaad is berecht en dat de Eritrese autoriteiten weigeren iets los te laten over zijn lot,

F.  overwegende dat Dawit Isaak, voormalig verslaggever voor een onafhankelijke krant in Eritrea, op 23 september 2011 10 volle jaren gevangen zal hebben gezeten, zonder tenlastelegging, zonder proces en zonder in rechte te zijn gehoord, en dat internationaal wordt aangenomen dat hij opgesloten zit om zijn overtuiging,

G.  overwegende dat in een juridisch advies dat in september 2010 is gepresenteerd aan de Voorzitter van het Parlement, het feit wordt onderstreept dat de EU overeenkomstig het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie wettelijk en moreel verplicht is haar burgers te beschermen,

H.  geschokt door de voortdurende weigering van de Eritrese regering om informatie over de situatie van de gevangenen te verstrekken, inclusief de plaats waar zij worden vastgehouden en of zij nog in leven zijn,

I.  overwegende dat volgens verklaringen van voormalige gevangenisbewakers meer dan de helft van de functionarissen en journalisten die in 2001 zijn gearresteerd, dood is,

J.  overwegende dat de EU een belangrijke partner voor Eritrea is op het gebied van ontwikkelingshulp en bijstand,

1.  stelt tot zijn grote bezorgdheid vast dat de mensenrechtensituatie in Eritrea betreurenswaardig blijft, met name het gebrek aan vrijheid van meningsuiting en het feit dat er nog steeds politieke gevangenen zijn, die worden vastgehouden in weerwil van de principes van de rechtsstaat en Eritrea's grondwet;

2.  betreurt het feit dat Dawit Isaak zijn vrijheid nog niet heeft herwonnen en al tien jaar opgesloten zit om zijn overtuiging; spreekt zijn vrees uit voor het leven van Dawit Isaak, gezien de beruchte gruwelijke omstandigheden in de Eritrese gevangenis, waar de nodige medische verzorging ontbreekt;

3.  verzoekt de Eritrese autoriteiten Dawit Isaak en de voormalige hoge functionarissen onmiddellijk vrij te laten, overeenkomstig de Universele Verklaring van de rechten van de mens;

4.  verzoekt de Eritrese autoriteiten het publicatieverbod voor de onafhankelijke pers van het land op te heffen en de onafhankelijke journalisten en alle anderen die in de gevangenis zijn gestopt louter omdat zij hun recht op vrije meningsuiting hebben uitgeoefend, onmiddellijk vrij te laten;

5.  herhaalt zijn verzoek aan de Eritrese staat om onmiddellijk alle politieke gevangenen, inclusief Dawit Isaak, vrij te laten; vraagt dat, als de vrijlating van deze personen niet onmiddellijk kan worden gerealiseerd, de Eritrese staat medische en juridische hulp aan deze en de andere gevangenen verstrekt; vraagt voorts dat vertegenwoordigers van de EU en de EU-lidstaten toegang tot Dawit Isaak krijgen, om na te gaan welke medische hulp en andere ondersteuning hij nodig heeft;

6.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid de inspanningen van de EU en haar lidstaten voor de vrijlating van Dawit Isaak op te voeren;

7.  verzoekt de Raad actiever gebruik te maken van de dialoogmechanismen in het kader van het programma voor ontwikkelingshulp voor Eritrea, om snel oplossingen te vinden die leiden tot de vrijlating van de politieke gevangenen en tot betere democratische governance in het land; verzoekt de Raad in verband hiermee ervoor te zorgen dat de ontwikkelingshulp van de EU niet ten goede komt aan de regering van Eritrea, maar strikt bestemd is om te voorzien in de behoeften van het Eritrese volk;

8.  verzoekt de Afrikaanse Unie, als partner van de EU met een expliciet engagement ten aanzien van de universele waarden van democratie en mensenrechten, om haar activiteit met betrekking tot de betreurenswaardige situatie in Eritrea op te voeren en met de EU samen te werken om de vrijlating van Dawit Isaak en andere politieke gevangenen te verkrijgen;

9.  volgt met interesse het gerechtelijke proces van een habeas corpus-verzoek in de zaak van Dawit Isaak, nu Europese advocaten in juli 2011 dit verzoek bij het Eritrese hooggerechtshof hebben ingediend;

10.  herhaalt zijn verzoek dat een nationale, intra-Eritrese conferentie wordt gehouden, waarbij de diverse leiders van politieke partijen en vertegenwoordigers van de civiele maatschappij worden samengebracht om een oplossing voor de huidige crisis te vinden en het land op weg te zetten naar democratie, politieke pluriformiteit en duurzame ontwikkeling;

11.  wijst met de grootst mogelijke nadruk op het feit dat de hierboven uiteengezette kwestie ernstig en spoedeisend is;

12.  spreekt zijn gemeende steun voor de families van de politieke gevangenen in kwestie en zijn oprechte medeleven met hen uit;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, het parlement en de regering van Eritrea, het pan-Afrikaanse parlement, de COMESA, de IGAD, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en de Afrikaanse Unie.

Laatst bijgewerkt op: 13 november 2012Juridische mededeling