Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2235(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0264/2011

Ingediende teksten :

A7-0264/2011

Debatten :

PV 26/09/2011 - 21
CRE 26/09/2011 - 21

Stemmingen :

PV 27/09/2011 - 8.13
CRE 27/09/2011 - 8.13
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0408

Aangenomen teksten
PDF 181kDOC 92k
Dinsdag 27 september 2011 - Straatsburg Definitieve uitgave
Verkeersveiligheid in Europa
P7_TA(2011)0408A7-0264/2011

Resolutie van het Europees Parlement van 27 september 2011 over de verkeersveiligheid in Europa 2011-2020 (2010/2235(INI))

Het Europees Parlement ,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld „Een duurzame toekomst voor het vervoer: naar een geïntegreerd, technologiegeleid en gebruikersvriendelijk systeem” (COM(2009)0279),

–  gezien het Witboek van de Commissie getiteld „Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte – werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem” (COM(2011)0144),

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld „Naar een Europese verkeersveiligheidsruimte – Strategische beleidsoriëntaties inzake de verkeersveiligheid voor de periode 2011-2020” (COM(2010)0389),

–  gezien de conclusies van de Raad van 2 en 3 december 2010 over de mededeling van de Commissie getiteld „Naar een Europese verkeersveiligheidsruimte – Strategische beleidsoriëntaties inzake de verkeersveiligheid voor de periode 2011-2020” (16951/10),

–  gezien het evaluatieonderzoek van de Commissie inzake het derde Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid(1) ,

–  gezien het advies van het Comité van de Regio´s getiteld „Beleidsoriëntaties inzake de verkeersveiligheid voor de periode 2010-2020” (CdR 296/2010),

–  gezien het advies van het Europees en Sociaal Comité getiteld „Naar een Europese verkeersveiligheidsruimte” (CESE 539/2011),

–  gezien Resolutie 64/255 van de Algemene Vergadering van de VN van 10 mei 2010 over de verbetering van de algemene verkeersveiligheid,

–  gezien zijn resolutie van 29 september 2005 over het Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid: terugdringing van het aantal verkeersslachtoffers in de Europese Unie met de helft in de periode tot 2010: een gedeelde verantwoordelijkheid(2) ,

–  gezien zijn resolutie van 27 april 2006 over verkeersveiligheid: eCall naar de burger brengen(3) ,

–  gezien zijn resolutie van 18 januari 2007 over het derde Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid – tussentijdse evaluatie(4) ,

–  gezien zijn resolutie van 23 april 2009 over het actieplan intelligente vervoerssystemen(5) ,

–  gezien zijn resolutie van 23 april 2009 over een actieplan inzake stedelijke mobiliteit(6) ,

–  gezien zijn resolutie van 18 mei 2010 over sancties voor ernstige inbreuken op de sociale voorschriften voor het wegvervoer(7) ,

–  gezien zijn resolutie van 6 juli 2010 over een duurzame toekomst voor het vervoer(8) ,

–  gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A7-0264/2011),

A.  overwegende dat er in de Europese Unie in 2009 meer dan 35 000 mensen om het leven kwamen en meer dan 1 500 000 gewonden vielen bij verkeersongevallen,

B.  overwegende dat er voor elk dodelijk ongeval statistisch gezien nog eens vier ongevallen zijn met permanente handicaps tot gevolg, tien ongevallen waarbij zwaargewonden vallen en veertig ongevallen waarbij lichtgewonden vallen,

C.  overwegende dat de maatschappelijke kosten van verkeersongevallen op 130 miljard EUR per jaar worden geraamd,

D.  overwegende dat het in het derde Europees actieprogramma gestelde doel om het aantal dodelijke verkeersslachtoffers in de EU tegen het einde van 2010 te halveren niet is bereikt, hoewel het aantal verkeersdoden aanzienlijk is teruggebracht,

E.  overwegende dat de maatschappelijke acceptatie van verkeersongevallen in de EU nog altijd betrekkelijk groot is en dat het aantal jaarlijkse verkeersdoden overeenkomt met het aantal slachtoffers dat zou vallen wanneer 250 middelgrote passagiersvliegtuigen zouden neerstorten,

F.  overwegende dat er enerzijds grotere inspanningen nodig zijn om het aantal verkeersslachtoffers verder terug te dringen, en dat er anderzijds geen onverschilligheid mag ontstaan naarmate het totale aantal slachtoffers daalt,

G.  overwegende dat de verantwoordelijkheid voor verkeersveiligheid bij de gehele maatschappij berust,

H.  overwegende dat slechts 27,5% van de in het derde Europees actieprogramma beoogde maatregelen volledig ten uitvoer is gelegd, en dat er derhalve aanzienlijk ambitieuzere doelstellingen en maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid nodig zijn dan tot dusverre door de Commissie is voorgesteld,

I.  overwegende dat het wetgevingskader voor op wetenschappelijke gegevens gebaseerde verordeningen en richtlijnen nog niet volledig is benut en dat de toepassing van Europese wetgeving levens kan helpen redden,

J.  overwegende dat veel wetgevingsmaatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid, zoals Richtlijn 2008/96/EG betreffende het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur, zijn aangenomen en gedurende de komende jaren in werking zullen treden,

K.  overwegende dat de Commissie heeft nagelaten om voor afloop van het derde Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid een ontwerp voor een nieuw actieprogramma in te dienen,

L.  overwegende dat de kans om bij een verkeersongeval om te komen per afgelegde kilometer voor voetgangers negen maal, voor fietsers zeven maal en voor motorrijders achttien maal zo hoog is als voor inzittenden van personenauto's,

M.  overwegende dat 55% van het aantal dodelijke ongevallen plaatsvindt op secundaire wegen, 36% in stedelijke gebieden en 6% op snelwegen,

N.  overwegende dat, pendelverkeer van en naar het werk meegerekend, 60% van de dodelijke arbeidsongevallen verkeersongevallen betreft,

O.  overwegende dat het aantal verkeersdoden gestaag is gedaald, maar dat het aantal dodelijke ongevallen bij motorrijders stagneert en op veel plaatsen toeneemt,

P.  overwegende dat openbaar vervoer vele malen veiliger is dan het reizen met particuliere voertuigen,

Q.  overwegende dat de dode hoek van vrachtwagens een dodelijk gevaar vormt voor fietsers en voetgangers,

R.  overwegende dat de Europese Unie een proces van demografische verandering doormaakt en dat er dientengevolge in het bijzonder rekening moet worden gehouden met de mobiliteitsbehoeften van ouderen,

S.  overwegende dat nieuwe technologische ontwikkelingen zoals de komst van hybride voertuigen en elektrische aandrijfsystemen nieuwe uitdagingen creëren voor hulpdiensten,

T.  overwegende dat de tenuitvoerlegging van Europese, nationale, regionale en lokale maatregelen goed moet worden gecoördineerd,

U.  overwegende dat Richtlijn 2008/96/EG betreffende het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur de uitvoering van veiligheidscontroles en -inspecties vereist als onderdeel van het reguliere wegenonderhoud; en overwegende dat deze richtlijn slechts van toepassing is op wegeninfrastructuur van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-V), waardoor veel nationale en lokale wegen buiten de regelgeving vallen,

V.  overwegende dat regelmatige inspecties van alle Europese wegen door bevoegde instanties een essentieel onderdeel vormen van de preventie van mogelijke gevaren voor weggebruikers,

W.  overwegende dat de beschikbare gegevens met betrekking tot de oorzaken van ongevallen en letsel essentieel zijn voor de verbetering van de verkeersveiligheid, zoals onder andere is aangetoond door de VERONICA-projecten,

Beginselen

1.  verwelkomt de onderhavige mededeling van de Commissie, doch dringt er bij de Commissie op aan haar voorstellen voor het einde van 2011 uit te werken tot een volwaardig actieprogramma met daarin een gedetailleerd pakket van maatregelen met heldere tijdschema's voor de toepassing ervan, toezichtsinstrumenten zodat de effectiviteit van de maatregelen geregeld kan worden gecontroleerd, evenals de mogelijkheid voor een tussentijdse evaluatie;

2.  deelt de visie van de Commissie dat voor een verbetering van de verkeersveiligheid een coherente, alomvattende en geïntegreerde aanpak is vereist en dringt erop aan dat er aandacht wordt besteed aan verkeersveiligheidskwesties binnen alle relevante beleidsterreinen zoals het onderwijsbeleid, het gezondheidszorgbeleid, het milieubeleid, het sociaal beleid, alsmede de politiële en justitiële samenwerking;

3.  verzoekt de Commissie om de kadervoorwaarden voor veiliger en milieuvriendelijker vervoer, zoals lopen, fietsen, bus- of treinvervoer, te verbeteren, teneinde het gebruik ervan te stimuleren;

4.  stelt allereerst voor om vóór 2014 een EU-coördinator voor verkeersveiligheid aan te wijzen die deel uitmaakt van de Commissie en die zich moet richten op:

   het bevorderen - als erkende persoonlijkheid op het gebied van verkeersveiligheid – van huidige verkeersveiligheidsprojecten en het initiëren van nieuwe innovatieve verkeersveiligheidsprojecten, daarbij gebruik makend van zijn of haar ervaring, expertise en vaardigheden;
   de coördinatie van verkeersveiligheidsmaatregelen binnen de Commissie en tussen de lidstaten;
   het faciliteren op hoog politiek niveau van de voorbereiding, tenuitvoerlegging en handhaving van doeltreffende en coherente beleidsmaatregelen met betrekking tot verkeersveiligheid overeenkomstig de doelstellingen van de EU;
   het toezicht op bepaalde projecten zoals de harmonisatie van indicatoren, gegevens en, voor zover mogelijk, nationale verkeersveiligheidsplannen;
   de bevordering van de uitwisseling van beste praktijken en de tenuitvoerlegging van verkeersveiligheidsbepalingen in samenwerking met alle belanghebbenden, de lidstaten en hun regionale en lokale autoriteiten;
   het onderhouden van contact tussen de betrokken politieke en academische niveaus teneinde ruimte te creëren voor een multidisciplinaire benadering;

5.  verzoekt de Commissie een samenwerkingsforum op te zetten dat openbare aanklagers, rechtshandhavingsinstanties, verenigingen van slachtoffers en centra voor toezicht op de verkeersveiligheid gelegenheid biedt informatie en beste praktijken uit te wisselen en nauwer samen te werken om de tenuitvoerlegging van regelgeving met betrekking tot de verkeersveiligheid op zowel nationaal als internationaal niveau te verbeteren;

6.  benadrukt dat er met name nauwlettend moet worden toegezien op een adequate tenuitvoerlegging en effectievere handhaving van bestaande wetten en maatregelen; wijst er tegelijkertijd op dat de ruimte voor wetgevingsmaatregelen op EU-niveau nog niet volledig is benut;

7.  betreurt dat er in de voorbije jaren aanzienlijk is gesneden in de EU-begroting voor verkeersveiligheidsmaatregelen en roept de Commissie op deze trend te keren;

8.  schaart zich volledig achter de doelstelling om voor 2020 het totaal aantal dodelijke verkeersslachtoffers in de EU te halveren ten opzichte van 2010 en pleit voor meer heldere en meetbare doelstellingen voor deze periode, waaronder met name:

   het terugdringen met 60% van het aantal kinderen tot 14 jaar dat bij verkeersongevallen omkomt;
   het terugdringen met 50% van het aantal voetgangers en fietsers dat omkomt bij aanrijdingen in het verkeer; en
   het terugdringen met 40% van het aantal levensgevaarlijk gewonde slachtoffers op basis van een spoedig te ontwikkelen en op EU-niveau geharmoniseerde definitie;

Ethische aspecten

9.  benadrukt dat iedere EU-burger niet alleen recht heeft op individuele verkeersdeelname en veilig wegvervoer, maar bovenal ook de plicht heeft om door zijn of haar eigen gedrag bij te dragen aan de verkeersveiligheid; is van mening dat de overheidsinstanties en de EU de ethische en politieke plicht hebben om maatregelen te nemen en op te treden teneinde dit sociale probleem het hoofd te bieden;

10.  benadrukt nogmaals dat er een aanvullende langetermijnstrategie moet komen die verder gaat dan de periode in onderhavige mededeling en die voorkoming van alle dodelijke verkeersslachtoffers („vision zero”) ten doel heeft; is zich ervan bewust dat dit niet haalbaar is zonder de grootschalige inzet van technologie in wegvoertuigen en de ontwikkeling van gedegen ITS-netwerken; dringt er bij de Commissie op aan de centrale aspecten van een dergelijke strategie uit te werken en deze binnen de komende drie jaar te presenteren;

11.  wijst erop dat respect voor het leven en de mens tot uiting moet komen in een gedeeld cultureel en ethisch proces waarbij de weg bewust wordt uitgelegd als een menselijke gemeenschap;

12.  roept de Commissie en de lidstaten op om de derde zondag van november officieel te erkennen als wereldherdenkingsdag voor verkeersslachtoffers, zoals de Verenigde Naties en de Wereldgezondheidsorganisatie reeds hebben gedaan, teneinde het bewustzijn van het publiek met betrekking tot dit onderwerp te vergroten;

Beproefde praktijken en tenuitvoerlegging ervan in nationale plannen

13.  dringt er bij de Commissie op aan meer te doen om de uitwisseling van kennis en deugdelijke praktijken tussen de lidstaten actief te bevorderen, zodat deze in grotere mate in nationale, regionale en lokale verkeersveiligheidsplannen kunnen worden opgenomen en er aldus wordt gezorgd voor een zo solide en methodologisch mogelijke grondslag van activiteiten en er wordt bijgedragen aan de totstandbrenging van een Europese verkeersveiligheidsruimte;

14.  dringt er bij de Commissie op aan het Europees Handvest voor de verkeersveiligheid te herzien en de opstelling van soortgelijke handvesten op regionaal en lokaal niveau te bevorderen;

15.  benadrukt dat duidelijke, meetbare doelstellingen als nieuwe impuls fungeren voor de verbetering van de verkeersveiligheid en onmisbare elementen vormen voor prestatievergelijkingen tussen de afzonderlijke lidstaten en voor toezicht op en evaluatie van de tenuitvoerlegging van verkeersveiligheidsmaatregelen; is van mening dat moet worden geprobeerd te bepalen welke bijdrage de individuele lidstaten leveren om de doelstelling in 2020 te bereiken; is van mening dat deze bijdrage als richtsnoer moet dienen voor het vaststellen van de prioriteiten in het nationale verkeersveiligheidsbeleid;

16.  steunt de inspanningen van de Commissie om de lidstaten aan te zetten tot het opstellen van nationale verkeersveiligheidsplannen; dringt erop aan de opstelling en openbaarmaking van dergelijke plannen op grond van geharmoniseerde, gemeenschappelijke richtsnoeren verplicht te stellen; benadrukt evenwel dat de lidstaten aanzienlijke speelruimte dienen te krijgen om hun respectievelijke maatregelen, programma´s en doelstellingen op de nationale omstandigheden toe te snijden;

17.  dringt er bij de Commissie op aan om onverwijld een speciaal jaar aan te kondigen met bijzondere aandacht voor veilig commercieel wegvervoer;

18.  verzoekt de Commissie een handboek met beste praktijken op te stellen inzake medische hulpverlening aan verkeersslachtoffers op de plek van het ongeval, om ervoor te zorgen dat verkeersslachtoffers op snellere en effectievere wijze medische zorg krijgen, hetgeen voor de overleving van zwaargewonde slachtoffers van cruciaal belang kan zijn;

19.  dringt er bij de Commissie op aan om, in samenwerking met de sociale partners, een strategie te ontwikkelen om het aantal ongelukken van werknemers in het woon-werkverkeer terug te dringen; verzoekt de lidstaten en de Commissie het bedrijfsleven te stimuleren om verkeersveiligheidsplannen op te stellen; dringt er bij de Commissie op aan al het mogelijke te doen om te waarborgen dat op grond van het Europees Handvest voor de verkeersveiligheid certificaten kunnen worden verstrekt aan bedrijven die verkeerveiligheidsplannen voor hun werknemers invoeren;

Verbetering van de indicatoren en gegevens

20.  beschouwt kwalitatief hoogwaardige en vergelijkbare gegevens over alle weggebruikers, met inbegrip van fietsers en voetgangers, als een absolute voorwaarde voor een succesvol verkeersveiligheidsbeleid;

21.  dringt er bij de Commissie op aan een onderzoek te laten uitvoeren naar de economische en sociale gevolgen van dodelijke slachtoffers en gewonden in het verkeer voor de samenleving in de lidstaten van de EU;

22.  dringt er bij de Commissie op aan om voor eind 2013 in het kader van het SafetyNet-project een reeks aanvullende, geharmoniseerde indicatoren toe te passen op grond waarvan het toezicht kan worden verbeterd en zinvolle prestatievergelijkingen tussen de lidstaten onderling kunnen worden uitgevoerd;

23.  dringt er bij de Commissie op aan om voor 2012 met een voorstel te komen om de kwaliteit van beschikbare gegevens met betrekking tot de oorzaken van ongevallen en letsel en van geanonimiseerde gegevens aangaande de ernst van de opgelopen letsels en het verdere verloop hiervan, te verbeteren; dringt er voorts op aan om met steun van de Europese Unie in alle lidstaten gedetailleerde multidisciplinaire ongevallenonderzoeken te laten uitvoeren in representatieve vervoersregio's;

24.  dringt er bij de Commissie op aan om binnen twee jaar definities op te stellen van „levensgevaarlijk gewonde slachtoffers”, „zwaargewonde slachtoffers” en „lichtgewonde slachtoffers”, zodat de in de lidstaten genomen maatregelen en de resultaten hiervan met elkaar vergeleken kunnen worden;

25.  pleit voor de opzet van een echt Europees instituut voor toezicht op de verkeersveiligheid dat tot taak moet krijgen een overzicht te maken van bestaande initiatieven op het gebied van gegevensverzameling, een voorstel op te stellen om de uitwisseling van gegevens te verbeteren, alsook gegevens uit reeds bestaande databanken en de op basis van EU-projecten zoals SafetyNet, VERONICA of DaCoTa verkregen kennis te bundelen en op eenvoudige, inzichtelijke wijze en in jaarlijks geactualiseerde vorm voor iedereen toegankelijk te maken;

26.  dringt er bij de lidstaten op aan om reeds bestaande verplichtingen met betrekking tot de overdracht van gegevens na te leven en concrete vooruitgang na te streven op het gebied van gegevensuitwisseling bij grensoverschrijdende verkeersovertredingen; verzoekt de lidstaten om de systemen voor gegevensverzameling te harmoniseren door in de periode tot 2014 gefaseerd over te stappen op software voor real-time overdracht van gevoelige gegevens;

Actiegebieden
Verbetering van scholing en gedrag van weggebruikers

27.  benadrukt dat voorzichtigheid, het rekening houden met elkaar, wederzijds respect en naleving van de regels essentieel zijn voor de verkeersveiligheid, hetgeen rechtstreeks samenhangt met de noodzaak tot systematische verbetering van de kwaliteit van autorijlessen en de procedures voor afgifte van rijbewijzen;

28.  is van mening dat meer belang moet worden gehecht aan het concept levenslang leren op het gebied van wegvervoer, en staat dan ook achter de werkzaamheden van instanties voor veiliger rijgedrag daar zij een doeltreffend middel vormen voor de systematische opleiding van bestuurders in beroeps- en vrijetijdsverband; is van oordeel dat met verkeersonderwijs en opleidingsprogramma´s voor weggebruikers reeds op jonge leeftijd moet worden gestart, zowel in familieverband als op school, en dat hierbij onder meer aandacht moeten worden besteed aan lopen, fietsen en het gebruik van openbaar vervoer;

29.  dringt aan op maatregelen om de opleiding van nieuwe bestuurders te verbeteren, zoals begeleid rijden vanaf 17 jaar of de invoering van een getrapt rijbewijssysteem met een rijopleiding waarbij bestuurders ook na het halen van het rijexamen nog praktijkles krijgen; dringt voorts aan op de invoering van een verplichte veiligheidstraining voor jonge en nieuwe weggebruikers, zodat deze in de praktijk kunnen leren hoe zij om moeten gaan met diverse gevaarlijke situaties;

30.  pleit ervoor om binnen de rijvaardigheidsopleiding dringend aandacht te besteden aan de belangrijkste oorzaken van dodelijke verkeersongevallen en verkeersongevallen met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, zoals een te hoge snelheid, rijden onder invloed van alcohol, drugs of bepaalde medicijnen die de rijvaardigheid beïnvloeden, het niet dragen van de veiligheidsgordel of het niet gebruiken van andere veiligheidsvoorzieningen zoals de veiligheidshelm voor tweewielige voertuigen, het gebruik van mobiele telefoons tijdens het rijden en vermoeidheid; wijst erop dat dit een van de voornaamste elementen in de opleiding van beginnende bestuurders vormt die kunnen bijdragen aan een grotere verkeersveiligheid;

31.  is ervan overtuigd dat beginnende bestuurders beter moeten worden voorgelicht over de rol van banden in de verkeersveiligheid en de noodzaak om basisregels in acht te nemen met betrekking tot correct onderhoud en gebruik van banden; dringt derhalve bij de lidstaten aan op een goede en tijdige tenuitvoerlegging van de rijbewijsrichtlijn en de daarin opgenomen bepalingen met betrekking tot de verplichte opname in rijexamens van een onderdeel over de kennis van banden en elementair voertuigonderhoud in het algemeen;

32.  is van mening dat bij rijvaardigheidslessen voor automobilisten meer aandacht dient te worden besteed aan het fenomeen van gemotoriseerde tweewielers en hun zichtbaarheid in het verkeer;

33.  pleit ervoor om in rijvaardigheidslessen en bij rijexamens hogere prioriteit te verlenen aan het veilig vastmaken van te vervoeren goederen bij particulier vervoer;

34.  dringt aan op een verplichte tienjaarlijkse opfriscursus EHBO voor alle houders van een rijbewijs;

35.  moedigt de lidstaten aan om speciale strafpuntensystemen in te voeren voor de gevaarlijkste overtredingen, daar dit de doeltreffendste aanvulling op geldboetes is;

36.  adviseert om als re-integratiemaatregel alcoholsloten te installeren in voertuigen van weggebruikers die reeds vaker dan een keer zijn veroordeeld voor het rijden onder invloed van alcohol;

37.  pleit voor een tienjaarlijkse oogtest voor alle bestuurders in categorie A en B en een vijfjaarlijkse oogtest voor bestuurders ouder dan 65 jaar; dringt er bij de lidstaten op aan een verplicht medisch onderzoek in te voeren voor bestuurders van een bepaalde leeftijd, teneinde hun fysieke, mentale en psychologische geschiktheid om te blijven rijden te keuren, waarbij gebruik wordt gemaakt van statistische gegevens met betrekking tot ongevallen voor de respectieve leeftijdscategorieën;

38.  dringt er bij de Commissie op aan om iedere drie jaar EU-verkeersveiligheidscampagnes over een specifiek onderwerp op te zetten en om voor deze campagnes systematisch gebruik te maken van de communicatiekanalen die tot stand zijn gekomen in het kader van de tenuitvoerlegging van het Handvest voor de verkeersveiligheid;

39.  dringt er bij de Commissie op aan in het kader van de verkeersveiligheid het aantal dodelijke verkeersslachtoffers bij spoorwegovergangen terug te dringen, waar ongevallen dikwijls het gevolg zijn van ongepast gedrag van weggebruikers, zoals het nemen van buitensporige risico´s, onoplettendheid en onvoldoende kennis van verkeersborden;

Harmonisering en handhaving van verkeersregels

40.  dringt aan op vastberaden inspanningen om verkeersborden en - regels voor 2013 te harmoniseren; wijst erop dat verkeersborden in goede staat moeten worden gehouden zodat ze duidelijk zichtbaar zijn, en dat ze tijdig moeten worden vervangen indien dit wegens gewijzigde omstandigheden noodzakelijk is;

41.  roept de Commissie op zo snel mogelijk specificaties vast te stellen met betrekking tot intelligente vervoerssystemen voor prioritaire acties inzake verkeersveiligheid, aangegeven in artikel 3, letter b tot en met f, van Richtlijn 2010/40/EU betreffende intelligente vervoerssystemen;

42.  beschouwt de handhaving van bestaande voorschriften als een centrale pijler van het Europees verkeersveiligheidsbeleid; pleit voor een betere onderlinge uitwisseling van gegevens inzake overtredingen van de verkeersreglementen in de afzonderlijke lidstaten en voor vervolging ervan overeenkomstig de vigerende nationale wetgeving; dringt er in dit verband bij de lidstaten op aan om jaarlijkse nationale doelstellingen te formuleren ten aanzien van controles op het gebied van snelheidsovertredingen, rijden onder invloed van alcohol of drugs en het dragen van veiligheidsgordels en helmen, en om vastberaden op te treden om ervoor te zorgen dat deze controles worden uitgevoerd;

43.  wijst op de belangrijke rol die het Europees verkeerspolitienetwerk TISPOL vervult bij de uitwisseling van bewezen effectieve praktijken voor de handhaving van de verkeerswetgeving;

44.  onderstreept dat de toepassing van voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (Verordening (EG) nr. 561/2006 en Verordening (EEG) nr. 3821/85), die van zeer groot belang zijn voor de verkeersveiligheid, een geharmoniseerde en effectieve benadering ten aanzien van controles vergt; dringt er derhalve nogmaals bij de Commissie op aan om gevolg te geven aan de eisen van het Parlement, naar voren gebracht in zijn resolutie van 18 mei 2010 over sancties voor ernstige inbreuken op de sociale voorschriften voor het wegvervoer;

45.  verzoekt de Commissie de wetgeving inzake rij- en rusttijden te herzien, zodat vrachtwagenchauffeurs voor lange afstanden hun wekelijkse rusttijden thuis kunnen doorbrengen, mits dit mogelijk is zonder de doelstellingen van de Unie op het gebied van verkeersveiligheid te ondermijnen; is van mening dat beperkingen met betrekking tot de rijtijden van vrachtvervoer in de hele Europese Unie moeten worden geharmoniseerd;

46.  verwelkomt de goedkeuring in tweede lezing van de richtlijn inzake de grensoverschrijdende uitwisseling van gegevens over strafbare feiten in verband met de veiligheid van het wegverkeer, waarmee een nieuwe stap wordt gezet om de verkeersveiligheid te verbeteren, hetgeen een duidelijke meerwaarde heeft voor de EU; ziet uit naar het verslag van de Commissie over de toepassing van deze richtlijn en naar nieuwe wetgevingsvoorstellen ter verbetering van de grensoverschrijdende handhaving die voor alle lidstaten zullen gelden;

47.  dringt er bij de Commissie op aan om allereerst de ontwikkeling van technieken te bevorderen om bestuurders aan te houden die rijden onder invloed van drugs of medicijnen die het rijvermogen beïnvloeden, en vervolgens met voorstellen te komen voor EU-wetgeving die het rijden onder invloed van drugs of bovengenoemde medicijnen verbiedt, alsmede voor effectieve handhaving van deze wetgeving;

48.  pleit voor een in de gehele EU geharmoniseerde limiet voor het toegestane alcoholpercentage in het bloed; adviseert voor beginnende bestuurders gedurende de eerste twee jaar na het behalen van hun rijbewijs en voor beroepschauffeurs te allen tijde een limiet van 0‰ met een klein, op wetenschap gebaseerd bereik voor de meettolerantie aan te houden;

49.  pleit voor de invoering van controleapparatuur waarmee snelheidsovertredingen van motorrijders op systematische wijze kunnen worden vastgesteld en bestraft;

50.  pleit voor een pan-Europees verbod op de productie, invoer en verkoop van systemen die bestuurders waarschuwen voor verkeerscontroles (bijvoorbeeld radarverklikkers, toestellen die door middel van laserstralen de snelheidsmeting verstoren of navigatiesystemen met automatische melding van verkeerscontroles);

51.  dringt aan op invoering van een in de gehele EU geldend verbod op sms'en, e-mailen of het gebruik van internet tijdens het besturen van een motorvoertuig, en handhaving van dit verbod door de lidstaten met behulp van de best beschikbare technologie;

52.  verzoekt de Commissie binnen twee jaar een wetgevingsvoorstel op te stellen voor een geharmoniseerde benadering met betrekking tot winterbanden voor personenauto's, bussen en vrachtwagens in EU-regio's, waarbij rekening wordt gehouden met de weersomstandigheden in de afzonderlijke lidstaten;

53.  verwacht dat de Commissie voor 2015 de tenuitvoerlegging van de derde rijbewijsrichtlijn evalueert en deze aanpast aan veranderende omstandigheden, en dringt erop aan onder meer rekening te houden met het feit dat het particulier gebruik van voertuigen van categorie M1 met een gewicht van meer dan 3,5 ton – met name campers – de facto niet langer mogelijk is; pleit ervoor de rijvaardigheidsopleiding voor campers waarvan het gewicht slechts iets meer dan de grens van 3,5 ton bedraagt, niet alleen open te stellen voor personen met het voor bestuurders van bedrijfsvoertuigen bedoelde rijbewijs van categorie C, maar ook voor personen met het voor particuliere weggebruikers bedoelde rijbewijs van categorie B;

54.  dringt er met klem bij de bevoegde autoriteiten op aan een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur in te voeren in woonwijken en in alle eenrichtingsstraten binnen de bebouwde kom die niet over een afgescheiden fietspad beschikken, teneinde kwetsbare weggebruikers effectiever te beschermen;

Het creëren van veiligere infrastructuur voor wegvervoer

55.  staat volledig achter het voorstel van de Commissie om in beginsel EU-middelen beschikbaar te stellen voor infrastructuurprojecten die voldoen aan de richtlijnen van de EU betreffende verkeersveiligheid en veiligheid in tunnels, ook wanneer het de aanleg van secundaire wegen betreft; dringt er in dit verband op aan om de inspanningen in grensgebieden met name te richten op het verminderen van het aantal gevaarlijke trajecten, weggedeelten met een hoge ongevallenconcentratie en gelijkvloerse spoorwegovergangen;

56.  herhaalt dat een goed onderhouden wegeninfrastructuur bijdraagt aan de vermindering van het aantal doden en gewonden in het verkeer; dringt er bij de lidstaten op aan om hun wegeninfrastructuur te onderhouden en te ontwikkelen door middel van periodiek onderhoud en innovatieve methoden zoals intelligente verkeersborden waarop wordt gewaarschuwd afstand te houden en waarop de rijrichting staat aangegeven, evenals passief veilige wegeninfrastructuur; benadrukt dat de normen voor bewegwijzering, met name inzake wegwerkzaamheden, essentieel zijn voor een hoog niveau van verkeersveiligheid en derhalve in acht moeten worden genomen;

57.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om meer aandacht te besteden aan het ontwerp van wegen, de tenuitvoerlegging van reeds bestaande kosteneffectieve maatregelen te ondersteunen en onderzoek te bevorderen dat beleidsmakers in staat stelt beter te begrijpen hoe de wegeninfrastructuur zich moet ontwikkelen om de verkeersveiligheid te verbeteren en te voorzien in de specifieke behoeften van een vergrijzende bevolking en van kwetsbare weggebruikers;

58.  juicht het toe dat de Commissie haar aandacht vooral richt op de meest kwetsbare weggebruikers (motorrijders, voetgangers enz.) die nog altijd zijn oververtegenwoordigd in de ongevalsstatistieken; verzoekt de lidstaten, de Commissie en de sector om bij het ontwerp van wegeninfrastructuur en -uitrusting rekening te houden met deze kwetsbare categorieën en wegen te creëren die veilig zijn voor alle weggebruikers; dringt erop aan bij de planning en het onderhoud van wegen meer aandacht te besteden aan infrastructuurmaatregelen ter bescherming van fietsers en voetgangers, bijvoorbeeld door scheiding van verkeersstromen, uitbreiding van fietspadennetwerken en toegankelijkheid en oversteekplaatsen voor voetgangers;

59.  verzoekt de Commissie te waarborgen dat de veiligheid van wegwerklocaties wordt vergroot door middel van op Europees niveau zoveel mogelijk gestandaardiseerde richtsnoeren voor de inrichting en uitrusting van deze locaties, zodat bestuurders niet in ieder land met nieuwe, onbekende omstandigheden worden geconfronteerd; dringt aan op richtsnoeren voor onder meer passende bewegwijzering, de verwijdering van de oorspronkelijke wegmarkeringen, het gebruik van veiligheidshekken en vangrails, de markering van rijbanen met waarschuwingssignalen of waarschuwingsborden en -markeringen voor bochten, het vermijden van heel krappe bochten en het waarborgen van de veiligheid in het donker;

60.  benadrukt de noodzaak van goede wegdekken die de slipweerstand, de prestaties onder verschillende klimaat- en weersomstandigheden en de zichtbaarheid vergroten en zo bijdragen aan de veiligheid van weggebruikers;

61.  pleit voor grootschalig gebruik van borden die de snelheid van op dat moment passerende voertuigen aangeven en dringt aan op verbetering van de zichtbaarheid en begrijpelijkheid van verkeersborden door combinaties van verschillende borden, hetgeen verwarrend werkt, te vermijden;

62.  benadrukt dat erop moet worden toegezien dat nationale wegeninfrastructuur die niet in het trans-Europees vervoersnetwerk is opgenomen, wordt verbeterd vanuit het oogpunt van de verkeersveiligheid, in het bijzonder in EU-regio´s waar de kwaliteit van de infrastructuur en het verkeersveiligheidsniveau laag zijn;

63.  dringt er bij de Commissie op aan passende maatregelen vast te stellen om ongevallen op secundaire wegen, in plattelandsgebieden en in tunnels te voorkomen en de door deze ongevallen veroorzaakte schade te beperken, en verzoekt de lidstaten om deze maatregelen ten uitvoer te leggen;

64.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan hun nationale, regionale en lokale autoriteiten op te roepen hun wegen zodanig te ontwerpen dat zij geen gevaar opleveren voor gemotoriseerde tweewielers; wijst erop dat de gangbare vangrails langs Europese wegen een dodelijk gevaar voor motorrijders vormen en dringt er bij de lidstaten op aan om langs gevaarlijke weggedeelten op korte termijn boven- en onderrails te plaatsen (en de bestaande vangrails te vervangen) en andere alternatieve vangrailconstructies aan te leggen, overeenkomstig de Europese norm EN 1317, teneinde de gevolgen van ongevallen voor alle weggebruikers te beperken; wijst erop dat met teermacadam uitgevoerde wegdekherstellingen een gevaar vormen voor motorrijders, aangezien deze wegdekdelen in vergelijking met het gebruikelijke asfaltoppervlak een veel geringere grip bieden;

65.  dringt er bij de Commissie op aan te ijveren voor richtsnoeren ter bevordering van beste praktijken met betrekking tot maatregelen om het verkeer te verminderen op basis van fysische en optische innovatie, onder andere via door de EU medegefinancierde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten met betrekking tot de vermindering van het verkeer, teneinde het aantal ongevallen, de geluidsoverlast en de luchtvervuiling terug te dringen;

66.  dringt er bij de lidstaten op aan een zwartboek van de gevaarlijkste weggedeelten („black spots”) van hun wegennet samen te stellen en regelmatig bij te werken, en dit vervolgens openbaar beschikbaar te stellen en toegankelijk te maken via autonavigatiesystemen;

67.  is van mening dat de concepten „self-explaining road” en „forgiving roadside” integrale onderdelen van het verkeersveiligheidsbeleid vormen en derhalve met EU-middelen en via een voortdurende uitwisseling van beste praktijken moeten worden bevorderd;

68.  dringt er bij de lidstaten op aan om bij de aanleg en renovatie van wegen standaard een zogeheten rammelstrook („rumble strip”) aan te brengen;

69.  wijst op de aanzienlijke risico´s die zijn verbonden aan gelijkvloerse spoorwegovergangen en dringt er bij de lidstaten op aan om bij de aanleg of heraanleg van spoorwegovergangen ongelijkvloerse kruisingen te creëren of, op secundaire wegen, volledige slagbomen te installeren;

70.  wijst op Richtlijn 2008/96/EG betreffende het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur waarin melding wordt gemaakt van de noodaak van voldoende en veilige parkeergelegenheid langs snelwegen; benadrukt het belang van de naleving van rij- en rusttijden en van de invoering van een geharmoniseerde sanctieregeling, en dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan te voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor professionele vrachtwagenchauffeurs (kwantiteitscriterium) die voldoende veiligheid bieden, aan de sociale minimumnormen voldoen en zijn uitgerust met onderhouds- en hulpdiensten (kwaliteitscriterium); pleit ervoor dergelijke parkeerplaatsen reeds tijdens de ontwerp- of reconstructiefase van wegeninfrastructuurprojecten in de plannen op te nemen, en benadrukt dat de constructiekosten in aanmerking zouden moeten komen voor cofinanciering in het kader van communautaire programma's (bijvoorbeeld het TEN-V-programma);

71.  dringt aan op een inhaalverbod voor vrachtwagens op gevaarlijke gedeelten van snelwegen;

72.  dringt er bij de lidstaten en wegexploitanten op aan om met het oog op meer veiligheid te zorgen voor adequaat ontworpen voorzieningen die goed zijn uitgerust met verkeersborden en verlichting, zodat ze gebruiksvriendelijker zijn, met name voor motorrijders en fietsers;

Veiligere voertuigen op de weg

73.  adviseert het plaatsen van alcoholsloten - met een kleine, wetenschappelijk gefundeerde meettolerantie - in alle nieuwe modellen van voor commercieel personen- en goederenvervoer bedoelde voertuigen verplicht te stellen; verzoekt de Commissie voor 2013 een voorstel in te dienen voor een richtlijn betreffende de installatie van alcoholsloten, inclusief de bijbehorende specificaties voor de technische tenuitvoerlegging ervan;

74.  dringt er bij de Commissie op aan om zich te blijven inzetten voor de verbetering van de passieve veiligheid van voertuigen, bijvoorbeeld door middel van de nieuwste crashmanagementsystemen, in het bijzonder om de compatibiliteit tussen grote en kleine auto's en tussen zware vrachtwagens en personenauto's of lichte bedrijfsvoertuigen te verbeteren; pleit voor onverminderde inspanningen om de ernst van botsingen waar kwetsbare weggebruikers bij zijn betrokken te verminderen; dringt er bij de Commissie op aan een herziening voor te stellen van de EU-wetgeving inzake beschermingsvoorzieningen aan de voorzijde tegen klemrijden, waarbij wordt vastgesteld wat de optimale energieabsorptiecapaciteit en hoogte van deze beschermingsvoorzieningen tegen klemrijden moeten zijn om automobilisten bij een botsing effectieve bescherming te bieden;

75.  dringt er bij de Commissie op aan om binnen twee jaar een verslag te presenteren over de vraag in hoeverre de verbetering van passagiersbescherming door het gebruik van bredere A-, B- en C-stijlen in voertuigen het zicht rondom van de bestuurder beperkt, en over de vraag of dit gevolgen heeft voor de veiligheid van kwetsbare weggebruikers;

76.  verzoekt de Commissie binnen twee jaar een verslag te presenteren over de veiligheidsaspecten van „elektromobiliteit”, met inbegrip van elektrische fietsen („e-bikes”) en fietsen met elektrische trapondersteuning („pedelecs”);

77.  dringt er bij de Commissie op aan om voor 2013 met een voorstel te komen om te waarborgen dat ieder nieuw voertuig standaard is uitgerust met een verbeterd herinneringssysteem voor veiligheidsgordels op de voor- en achterbank waarbij gebruik wordt gemaakt van waarschuwingen in de vorm van geluids- en lichtsignalen;

78.  verzoekt de Commissie na te gaan of het zinvol is systemen in te bouwen die bestuurders waarschuwen bij vermoeidheid, en dit eventueel verplicht te stellen;

79.  dringt er bij autofabrikanten op aan om bij de ontwikkeling van elektrische auto's en andere nieuwe aandrijfsystemen bijzondere aandacht te besteden aan de effectieve bescherming van zowel inzittenden als medewerkers van eerstehulp- en reddingsdiensten tegen nieuwe bronnen van gevaar waarmee zij in geval van een ongeluk te maken kunnen krijgen;

80.  dringt er bij de lidstaten op aan om er bij de invoer van accessoires, onderdelen en reserveonderdelen voor motorvoertuigen, gemotoriseerde tweewielers en fietsen op doeltreffende en nauwlettende wijze op toe te zien dat deze producten geschikt zijn en aan de stringente Europese normen voor consumentenbescherming voldoen;

81.  verzoekt de Commissie om grondig onderzoek te doen naar een mogelijk verband tussen betere veiligheidstechnologie in voertuigen en een lagere inschatting van het risico door bestuurders, en hierover binnen twee jaar een verslag voor te leggen aan het Europees Parlement;

82.  dringt er bij de Commissie op aan de periodieke technische controle van alle gemotoriseerde wegvoertuigen en hun elektronische veiligheidssystemen in heel Europa op uniforme wijze te laten plaatsvinden; gaat ervan uit dat dergelijke controles gebaseerd zijn op zeer strenge, uniforme normen; verwacht dat onafhankelijke en op grond van een geharmoniseerde norm gecertificeerde controle-instanties worden belast met de uitvoering van voertuiginspecties en de afgifte van keuringsattesten; rekent erop dat de wederzijdse erkenning van dergelijke keuringsattesten wordt gewaarborgd;

83.  verzoekt de Commissie binnen twee jaar gemeenschappelijke normen vast te stellen voor technische controles van voertuigen die bij een ernstig ongeval betrokken zijn geweest;

84.  dringt er bij de Commissie op aan strengere voertuigveiligheidsnormen te bevorderen, waaronder voertuigtechnologie ter preventie van aanrijdingen; benadrukt de belangrijke rol van intelligente vervoerssystemen bij het terugdringen van het aantal dodelijke verkeersslachtoffers; wijst nogmaals op het ecologisch potentieel van slimme auto´s, slimme wegen en O&O-proefprojecten inzake voertuig-tot-voertuig (V2V) en voertuig-tot-weg (V2R)-apparatuur; roept zowel de Commissie als de lidstaten op zich te concentreren op het gebruik van intelligente vervoerssystemen en zich daarbij niet te beperken tot de wegen die tot het trans-Europees vervoersnet behoren;

85.  dringt er bij de Commissie op aan gemeenschappelijke normen vast te stellen voor de banden van voertuigen, met name met betrekking tot het bandenprofiel en de bandendruk, en om hiervoor controles in te voeren; staat achter de opname van bandencontroles in de periodieke technische controle van voertuigen; is voorstander van betere handhaving van voorschriften met betrekking tot banden door middel van frequentere controles langs de weg; dringt er bij de Commissie op aan voorstellen te doen met betrekking tot specificaties voor systemen voor bandendrukcontrole, teneinde een correct gebruik van banden te waarborgen hetgeen zowel de verkeersveiligheid als het milieu ten goede komt;

Gebruik van moderne technologieën voor voertuigen, infrastructuur en nooddiensten

86.  pleit ervoor dat informatie over de toestand van de weg, over uiterst gevaarlijke of ongewone weggedeelten en over in de afzonderlijke lidstaten geldende verkeersregels (bijvoorbeeld met betrekking tot de maximumsnelheid en de maximaal toegestane alcoholconcentratie in het bloed) voor en tijdens het reizen ter beschikking wordt gesteld, bijvoorbeeld met behulp van intelligente vervoerssystemen; gaat ervan uit dat het potentieel van het Europees satellietnavigatiesysteem Galileo op dit gebied volledig wordt benut;

87.  dringt er bij de Commissie op aan voor het einde van 2012 een wetgevingsvoorstel voor te leggen, inclusief een bijbehorend tijdschema en een gedetailleerde goedkeuringsprocedure, die voorziet in de gefaseerde invoering, aanvankelijk in huurauto´s en vervolgens ook in voertuigen voor commercieel en particulier gebruik, van een geïntegreerd ongevallenregistratiesysteem („zwarte doos”) met gestandaardiseerde apparatuur die voor, tijdens en na een ongeval relevante gegevens registreert („Event Data Recording”); benadrukt in dit verband dat de individuele persoonsgegevens dienen te worden beschermd en dat de geregistreerde gegevens uitsluitend mogen worden gebruikt voor onderzoek naar ongevallen;

88.  verzoekt de Commissie een voorstel uit te werken om voertuigen uit te rusten met „systemen voor intelligente snelheidsaanpassing”, met inbegrip van een tijdschema, details inzake de goedkeuringsprocedure en een beschrijving van de vereiste wegeninfrastructuur;

89.  roept de Commissie op maatregelen te ondersteunen waarmee klanten worden gestimuleerd om bij de aankoop van voertuigen voor innovatieve voertuigveiligheidstechnologieën te kiezen, welke in veel gevallen nog niet verplicht zijn doch wel aantoonbaar bijdragen aan een grotere veiligheid; dringt er bij verzekeringsmaatschappijen op aan een grotere bereidheid te tonen om kortingen toe kennen aan bestuurders van voertuigen die zijn uitgerust met veiligheidssystemen waarvan is bewezen dat zij ongevallen voorkomen of de schade ervan beperken;

90.  verzoekt de Commissie een onderzoek uit te voeren naar nieuwe technologieën die bijdragen aan een grotere verkeersveiligheid, zoals innovatieve koplampsystemen (bv. adaptieve koplampen);

91.  roept de Commissie op haast te maken met haar evaluatie en herziening van Richtlijn 2007/38/EG; dringt erop aan hierbij rekening te houden met de technologische vooruitgang, onder meer door alle vrachtwagens uit te rusten met speciale achteruitkijkspiegels, camera- en beeldschermapparatuur of andere technologische instrumenten die de dode hoek wegnemen, om zo met name ongelukken te voorkomen waarbij fietsers of voetgangers zich in de dode hoek van de bestuurder bevinden;

92.  verwelkomt het voornemen van de Commissie om specifiek aandacht te besteden aan de veiligheid van motorrijders;

93.  beschouwt de gefaseerde en verplichte invoering van antiblokkeersystemen bij alle nieuwe motorfietsen als een belangrijke maatregel waarmee het aantal ernstige ongevallen met motorrijders aanzienlijk kan worden gereduceerd;

94.  dringt er bij de lidstaten op aan maatregelen te nemen om de eisen voor bedrijfsvoertuigen aan te scherpen in overeenstemming met de beschikbare technische mogelijkheden, bijvoorbeeld op het gebied van apparatuur die waarschuwt bij vermoeidheid of concentratieverlies van de bestuurder;

95.  pleit voor de installatie van airconditioningsystemen in alle nieuwere langeafstandsvrachtwagens, alsook in de oudere modellen voor zover dit technisch gezien haalbaar is; is van mening dat deze systemen ook zouden moeten functioneren wanneer de motor uit staat zodat de bestuurder op een behoorlijke manier pauze kan nemen in zijn voertuig; dringt er bij de Commissie op aan om de term „behoorlijke slaapfaciliteiten” nader toe te lichten, in het licht van artikel 8, lid 8, van Verordening (EG) nr. 561/2006;

96.  verwelkomt de aankondiging van de Commissie om de invoering van „eCall” te bespoedigen en dringt er bij de Commissie op aan de komende twee jaar te bekijken of dit systeem moet worden uitgebreid naar motorfietsen, zware vrachtvoertuigen en bussen, waarbij met name rekening moet worden gehouden met de speciale behoeften van personen met een handicap, en hiertoe, eventueel, dienovereenkomstige voorstellen in te dienen;

97.  dringt er bij de Commissie op aan maatregelen uit te werken om medewerkers van hulpdiensten bij ongevallen te ondersteunen en te beschermen, zoals de mogelijkheid om ter plaatse informatie te vinden of op te vragen over het motortype van het voertuig, de passieve veiligheidsuitrusting, zoals airbags, of het gebruik van specifiek materiaal, evenals alle overige technische informatie over ieder automodel die voor hulpdiensten relevant is, zodat zij reddingsoperaties sneller kunnen uitvoeren;

Bescherming van kwetsbare weggebruikers

98.  pleit ervoor om als integraal onderdeel van de verkeersveiligheid meer rekening te houden met de bescherming van kwetsbare weggebruikers, zoals motorrijders, voetgangers, wegwerkers, fietsers, kinderen, ouderen en personen met een handicap, bijvoorbeeld door het gebruik van innovatieve voertuig- en infrastructuurtechnologieën; dringt erop aan meer aandacht te besteden aan de behoeften van ouderen en personen met beperkte mobiliteit bij hun deelname aan het verkeer; verzoekt de lidstaten in dit verband programma's te ontwikkelen die anticiperen op leeftijdgerelateerde risicofactoren voor ongelukken en die het voor senioren gemakkelijker maken om actief aan het wegverkeer te blijven deelnemen; adviseert het gebruik van vangrails met gladde oppervlakken en de invoering van speciale rijstroken voor kwetsbare weggebruikers;

99.  roept de Commissie, de lidstaten en de lokale autoriteiten op om regelingen voor veilige schoolroutes te bevorderen teneinde de veiligheid voor kinderen te vergroten; wijst erop dat in aanvulling op de introductie van snelheidslimieten en schoolverkeersagenten ook de geschiktheid van als schoolbus gebruikte voertuigen en de professionele vaardigheden van schoolbusbestuurders moeten worden gewaarborgd;

100.   dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om fietsen en lopen te ondersteunen als volwaardige manieren van vervoer en als integraal onderdeel van alle vervoerssystemen;

101.   roept de lidstaten op om:

   het meenemen van veiligheidsvesten voor all inzittenden van een voertuig verplicht te stellen; en
   fietsers te stimuleren, met name ´s nachts en buiten de bebouwde kom, valhelmen en veiligheidsvesten of vergelijkbare kleding te dragen, teneinde hun zichtbaarheid te vergroten;

102.   verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen met minimumeisen inzake fietsverlichting en reflecterende elementen waaraan fietsproducenten dienen te voldoen;

103.   adviseert om kinderen tot drie jaar in een achterwaarts gericht autostoeltje te vervoeren;

o
o   o

104.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) „De voorbereiding van het Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid 2011-2020”.
(2) PB C 227 E van 21.9.2006, blz. 609.
(3) PB C 296 E van 6.12.2006, blz. 268.
(4) PB C 244 E van 18.10.2007, blz. 220.
(5) PB C 184 E van 8.7.2010, blz. 50.
(6) PB C 184 E van 8.7.2010, blz. 43.
(7) PB C 161 E van 31.5.2011, blz. 58.
(8) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0260.

Laatst bijgewerkt op: 7 januari 2013Juridische mededeling