Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2888(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0129/2012

Ingediende teksten :

B7-0129/2012

Debatten :

PV 14/03/2012 - 7
CRE 14/03/2012 - 7

Stemmingen :

PV 14/03/2012 - 9.12
CRE 14/03/2012 - 9.12
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0085

Aangenomen teksten
PDF 153kWORD 74k
Woensdag 14 maart 2012 - Straatsburg Definitieve uitgave
Uitbreidingsverslag Bosnië-Herzegovina
P7_TA(2012)0085B7-0129/2012

Resolutie van het Europees Parlement van 14 maart 2012 over het voortgangsverslag 2011 betreffende Bosnië en Herzegovina (2011/2888(RSP))

Het Europees Parlement ,

–  gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en Bosnië en Herzegovina anderzijds, die op 16 juni 2008 werd ondertekend, en door alle EU-lidstaten en Bosnië en Herzegovina is geratificeerd,

–  gezien Besluit 2008/211/EG van de Raad van 18 februari 2008 over de principes, prioriteiten en voorwaarden die zijn opgenomen in het Europees Partnerschap met Bosnië en Herzegovina en tot intrekking van Besluit 2006/55/EG(1) ,

–  gezien Besluit 2011/426/GBVB van de Raad van 18 juli 2011 houdende benoeming van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Bosnië en Herzegovina(2) ,

–  gezien de conclusies van de Raad over Bosnië en Herzegovina, van 21 maart 2011, 10 oktober 2011 en 5 december 2011,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad getiteld „Uitbreidingsstrategie en voornaamste uitdagingen 2011-2012” (COM(2011)0666) en het op 12 oktober 2011 goedgekeurde voortgangsverslag 2011 betreffende Bosnië en Herzegovina (SEC(2011)1206),

–  gezien zijn resolutie van 17 juni 2010 over de situatie in Bosnië en Herzegovina(3) ,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de 13e interparlementaire bijeenkomst van het Europees Parlement en de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina, gehouden te Brussel op 19-20 december 2011,

–  gezien artikel 110, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie zich blijft inzetten voor een soeverein en verenigd Bosnië en Herzegovina; overwegende dat het een van de uitgangspunten van het EU-beleid is om de vooruitgang van het land op weg naar het EU-lidmaatschap te versnellen en zo bij te dragen aan een verbetering van de levenskwaliteit van alle burgers; overwegende dat voor deze vooruitgang goed werkende instellingen op alle niveaus en de betrokkenheid van de politieke leiders van het land vereist zijn;

B.  overwegende dat de toekomst van Bosnië en Herzegovina binnen de Europese Unie ligt en dat het vooruitzicht van het EU-lidmaatschap een van de factoren vormt die de bevolking van het land het meest bindt;

C.  overwegende dat de eerste verantwoordelijkheid voor een succesvol EU-toetredingsproces bij deze potentiële kandidaat-lidstaat ligt en dat de voorbereidingen in eerste instantie moeten worden getroffen door degenen die gekozen zijn door en verantwoording moeten afleggen aan de burgers, conform een gedeelde visie op de urgente politieke, economische en sociale problemen; overwegende dat Bosnië en Herzegovina alleen als één land uitzicht heeft op EU-lidmaatschap, en overwegende dat het ondermijnen van de overheidsinstellingen ertoe zal leiden dat de burgers niet de vruchten kunnen plukken van EU-integratie;

D.  overwegende dat de leiders van de politieke partijen na een politieke impasse van ongeveer vijftien maanden een principeakkoord hebben bereikt over een nieuwe centrale regering die sindsdien ook is gevormd;

E.  overwegende dat het land vanwege de politieke en institutionele impasse de hoognodige hervormingen die erop gericht zijn het land dichter bij de EU te brengen, niet heeft kunnen doorvoeren, met name op cruciale gebieden zoals staatsvorming, bestuur, invoering van de rechtsstaat en aanpassing aan Europese normen; overwegende dat het ontbreken van een centrale regering ook van invloed is geweest op het vermogen om te komen tot een coherente economische en fiscale beleidsvorming;

F.  overwegende dat een grondwetsherziening van essentieel belang is om Bosnië en Herzegovina om te vormen in een doeltreffende en goed functionerende staat;

G.  overwegende dat er in een land met verschillende bestuursniveaus sterke coördinatie tussen de verschillende actoren, alsmede oprechte samenwerking vereist is zodat het land beter in staat is met één stem te spreken; overwegende dat geen enkel coördinatiemechanisme de broodnodige politieke wil kan vervangen; overwegende dat samenwerking kan leiden tot tastbare resultaten ten behoeve van alle burgers, zoals de afschaffing van de visumplicht, maar dat het in veel gevallen aan de nodige coördinatie schort;

H.  overwegende dat de beleidsdoelstellingen in de versterkte rol van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) en het delegatiehoofd (DH) bestaan uit het geven van advies namens de EU, de facilitering van het politieke proces en het waarborgen van consistentie en coherentie in het EU-beleid;

I.  overwegende dat de ingewikkelde structuur van het rechtswezen met het ontbreken van een hooggerechtshof op staatsniveau, het gebrek aan harmonisatie tussen de vier binnenlandse jurisdicties, de inmenging van de politiek in het rechtswezen en de uitdagingen voor de bevoegdheden van de rechtscolleges op staatsniveau de werking van het rechtsstelsel ondermijnen en de hervormingsinspanningen belemmeren;

J.  overwegende dat de in 2003 opgerichte politiemissie van de Europese Unie is verlengd tot 30 juni 2012 met het oog op de overheveling van toekomstige activiteiten naar financiering met communautaire instrumenten, en de invoering van een strategische adviestaak op het gebied van de rechtshandhaving en de strafrechtspraak op het kantoor van de speciale vertegenwoordiger van de EU;

K.  overwegende dat Bosnië en Herzegovina assistentie verleent in lopende rechtszaken over oorlogsmisdaden en beroepsprocedures, en dat het zijn medewerking verleent aan overgedragen zaken;

L.  overwegende dat corruptie de sociaaleconomische en politieke ontwikkeling van het land ernstig blijft aantasten;

M.  overwegende dat mensenhandel een ernstig misdrijf is en een grove schending van de mensenrechten vormt; overwegende dat Bosnië en Herzegovina een land van herkomst, doorvoer en bestemming voor de handel in mensen is, in het bijzonder vrouwen en meisjes;

N.  overwegende dat de geringe kans op het vinden van een baan, met name voor jongeren, de vooruitgang van het land belemmert en bijdraagt aan sociale onvrede;

O.  overwegende dat samenwerking met de andere landen in de regio een absolute vereiste is voor duurzame vrede en verzoening in Bosnië en Herzegovina en op de westelijke Balkan;

Algemene opmerkingen

1.  is verheugd over de vorming van een nieuwe centrale regering na het akkoord dat politieke leiders hebben bereikt over een scala aan belangrijke kwesties; roept op tot volledige uitvoering van dat akkoord door onopgeloste problemen aan te pakken, waaronder de goedkeuring van de staatsbegroting 2012 en de benoeming van directeuren voor overheidsinstanties; verzoekt de politieke elite voort te bouwen op deze positieve ontwikkeling, die een nieuwe impuls kan geven aan het EU-integratieproces, en zich tevens opnieuw in te zetten voor een constructieve dialoog over andere belangrijke hervormingen;

2.  is bezorgd over de geringe vooruitgang die is geboekt door Bosnië en Herzegovina als potentiële kandidaat-lidstaat van de EU op weg naar stabilisatie en sociaaleconomische ontwikkeling; is echter van mening dat vooruitgang richting EU-integratie mogelijk is ten behoeve van de burgers van Bosnië en Herzegovina, mits vastberadenheid, politieke verantwoordelijkheid, bereidheid tot het sluiten van compromissen en een gedeelde visie op de toekomst van het land de leidraad vormen voor verdere acties; spoort de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina ertoe aan nadere concrete maatregelen te treffen om het land weer stevig op koers naar de EU te brengen;

3.  herinnert alle politieke actoren in Bosnië en Herzegovina aan het feit dat hervormingen op weg naar de Europese integratie de burgers van Bosnië en Herzegovina ten goede moeten komen en dat het hun verantwoordelijkheid ten opzichte van hun burgers is om compromissen te sluiten, te zorgen voor een doeltreffende coördinatie, en overeenstemming te bereiken over hervormingen en deze door te voeren; wijst er opnieuw op dat een goed functionerende overheid, centrale regering en administratie ook voorwaarden zijn voor een succesvolle aanvraag van het EU-lidmaatschap; dringt er bij alle politieke actoren op aan de nodige grondwetswijzigingen en andere fundamentele hervormingen door te voeren en zich te concentreren op het creëren van de voorwaarden voor inwerkingtreding van de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO); benadrukt dat lokale inbreng en politiek engagement onontbeerlijk zijn voor succesvolle EU-steun; verzoekt de autoriteiten van het land met het oog hierop de benodigde structuur op te zetten voor het gedecentraliseerd beheer (DIS) van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA); benadrukt dat de coördinatiemechanismen voor de planning van toekomstige financiële steun van de EU moeten worden versterkt, met name in het kader van het IPA-programma;

4.  is ervan overtuigd dat versterking van de centrale overheid niet neerkomt op verzwakking van de entiteiten, maar juist de voorwaarden schept voor een doelmatig centraal bestuur dat in staat is om het hele land voor te bereiden op EU-toetreding, in nauwe samenwerking met de verschillende bestuurslagen; benadrukt daarom dat de administratieve capaciteiten op alle bestuursniveaus in verband met EU-aangelegenheden, alsmede de coördinatie tussen de respectieve autoriteiten bij het plannen van de financiële steun van de EU en in alle sectoren die relevant zijn voor de omzetting van EU-wetgeving, moeten worden versterkt;

5.  veroordeelt het gebruik van opruiende taal en acties, aangezien die het proces van interetnische verzoening en de werking van de staatsstructuren ondermijnen;

Versterkte aanwezigheid van de EU

6.  is verheugd over de algemene strategie van de EU ten opzichte van Bosnië en Herzegovina, inclusief de versterking van de aanwezigheid van de EU in Bosnië en Herzegovina door de oprichting van een sterkere EU-vertegenwoordiger die optreedt als speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) en delegatiehoofd (DH); prijst de SVEU/DH voor het steunen van Bosnië en Herzegovina in EU-gerelateerde zaken en voor het faciliteren van een EU-integratieproces dat gekenmerkt wordt door lokale inbreng; steunt de SVEU/DH volledig in zijn ambitie om de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina te helpen de EU-agenda in het politieke proces te verankeren door te zorgen voor consistentie, coördinatie en samenhang in het optreden van de Unie; dringt er in dit verband bij alle politieke actoren op aan nauw met de SVEU samen te werken; wijst andermaal op de noodzaak om de versterkte aanwezigheid van de EU vorm te geven middels duidelijke en allesomvattende strategieën voor de uiteenlopende problemen en tegelijkertijd middels sterke en coherente steun van alle EU-lidstaten voor de SVEU/HD; merkt in dit verband op dat de EU voldoende middelen, inclusief personeel, moet toewijzen om aanwezig te kunnen zijn in het hele land zodat de SVEU/DH de vereiste doelstellingen kan halen;

7.  verzoekt de internationale gemeenschap te bespreken of het nodig is de „5+2”-agenda van de stuurgroep van de Vredesimplementatieraad uit te voeren om het mogelijk te maken het kantoor van de hoge vertegenwoordiger te sluiten, en oplossingen te bedenken om meer ruimte te creëren voor lokale inbreng en verantwoordelijkheid voor de eigen aangelegenheden van Bosnië en Herzegovina, rekening houdend met het feit dat dergelijke stappen geen negatieve gevolgen mogen hebben voor de stabiliteit van het land, of voor het tempo en het resultaat van de hoognodige hervormingen; wijst er andermaal op dat de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina in dit verband de onopgeloste problemen van staatseigendom en militair eigendom moeten oplossen;

8.  merkt met tevredenheid op dat de politiemissie van de Europese Unie (EUPM) en operatie Althea van EUFOR een aanzienlijke bijdrage hebben geleverd aan de stabiliteit en veiligheid van Bosnië en Herzegovina, en is van mening dat dit belangrijke elementen zijn van de versterkte algemene EU-strategie voor Bosnië en Herzegovina; prijst de resultaten van de EUPM, die een bijdrage heeft geleverd aan de strijd tegen de georganiseerde misdaad en corruptie door politie en justitie in Bosnië en Herzegovina; wijst op de overeenkomst om de EUPM tegen eind juni 2012 te beëindigen; wijst andermaal op de noodzaak van een ordelijk verlopende overgang van het werk van de EUPM naar door het IPA gefinancierde steunprojecten en naar een strategische adviestaak op het gebied van de wetshandhaving en de strafrechtspraak binnen het kantoor van de SVEU; is verheugd over de uitvoerende militaire rol van Althea ter ondersteuning van de inspanningen van Bosnië en Herzegovina om een veilige en stabiele status-quo te handhaven onder een hernieuwd VN-mandaat; onderstreept dat de vaardigheden en de bekwaamheid van de veiligheidstroepen van Bosnië en Herzegovina verder moeten worden bevorderd voor een grotere lokale inbreng en eigen verantwoordelijkheid;

Politieke criteria

9.  herhaalt zijn standpunt dat het land voldoende wetgevende, budgettaire, uitvoerende en justitiële bevoegdheden moet hebben om te kunnen voldoen aan de criteria voor EU-toetreding;

10.  is verheugd over het initiatief van het parlementair coördinatieforum dat zich bezighoudt met wetgevingsaspecten van EU-integratie op verschillende bestuursniveaus en eraan moet bijdragen dat de Europese agenda een nationale agenda wordt; beschouwt, hoewel er nog geen overeenstemming kon worden bereikt over concrete grondwetswijzigingen, het werk van het interim-gezamenlijk comité (IJC) als een belangrijke stap in de goede richting omdat politici van Bosnië en Herzegovina voor het eerst op een geïnstitutionaliseerde manier en op open en transparante wijze hebben gedebatteerd over grondwetswijzigingen zonder dat er vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap aanwezig waren, maar met de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld;

11.  is bezorgd over het feit dat de sociale dialoog nog steeds zwak is en dat de sociale partners lukraak worden geraadpleegd; spoort de regeringen, zowel op staats- als op entiteitsniveau, van Bosnië en Herzegovina aan de administratieve capaciteit voor samenwerking met ngo's te vergroten en verdere steun te verlenen voor de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld door middel van een grotere inzet bij het opzetten van een sociale dialoog met de partners in kwestie; onderstreept dat de regels voor de erkenning en registratie van sociale partners duidelijker moeten worden gemaakt en dat de nationale wet op de representativiteit van de sociale partners moet worden goedgekeurd;

12.  stelt vast dat een grondwetsherziening van essentieel belang blijft om Bosnië en Herzegovina te transformeren in een doeltreffende en volledig functionele staat; doet een beroep op de parlementaire commissie om in dit verband met concrete voorstellen te komen;

13.  herhaalt zijn verzoek om overeenstemming te bereiken en volledig gevolg te geven aan de uitspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens in de zaak Sejdić-Finci, en artikel 2 van de SAO betreffende eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten na te leven; herinnert eraan dat er behalve in de zaak Sejdić-Finci ook een algemene noodzaak bestaat om de grondwet zodanig te wijzigen dat een meer pluralistische, democratische en doeltreffende bestuurswijze en staatsstructuur kunnen ontstaan;

14.  dringt er bij alle bevoegde autoriteiten op aan de herziening van de respectieve wetgeving te faciliteren en ervoor te zorgen dat er een onafhankelijk, onpartijdig en doelmatig rechtsstelsel wordt opgezet conform internationale en EU-normen, en de rechtsstaat te versterken ten behoeve van alle burgers; is verheugd over het feit dat er via de gestructureerde dialoog over het rechtssysteem lichte vooruitgang is geboekt in het aanbrengen van een balans tussen justitiële bevoegdheden op staats- en entiteitsniveau; dringt er echter bij de regering op aan de hervormingsstrategie voor de justitiële sector op doelmatige wijze ten uitvoer te leggen en pogingen te voorkomen om de rechterlijke instanties op staatsniveau, zoals de Hoge Raad voor justitie en rechtsvervolging, te ondergraven;

15.  herhaalt zijn oproep tot mogelijke oprichting van een hooggerechtshof en vraagt dat andere strategische en structurele kwesties met betrekking tot de harmonisatie van de vier verschillende rechtssystemen van Bosnië en Herzegovina consequent aan de orde worden gesteld in de discussie in het kader van de gestructureerde dialoog over justitie; is van mening dat deze strategische kwesties, zoals ook is aangegeven in de hervormingsstrategie voor de justitiële sector, moeten worden besproken in een geest van volledige verantwoordelijkheid in de context van een proces van grondwetsherziening;

16.  is verheugd over de geboekte vooruitgang met betrekking tot de voorbereidingen om het internationaal toezicht op het Brcko-district te beëindigen;

17.  is verheugd over de aanneming van de kieswet door beide kamers van het parlement van Bosnië en Herzegovina, na de politieke overeenkomst tussen de leiders van de politieke partijen; verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina dringend de nodige technische voorbereidingen te treffen omdat deze wet niet alleen een duidelijke voorwaarde is voor EU-toetreding maar ook essentieel is voor de sociaaleconomische ontwikkeling van het land;

18.  wijst in dit verband andermaal op de verplichting om bijlage VII van het vredesakkoord van Dayton ten uitvoer te leggen om te zorgen voor een duurzame terugkeer van binnenlandse ontheemden, vluchtelingen en andere door het conflict getroffen personen, alsmede voor rechtvaardige, alomvattende en permanente oplossingen voor deze mensen;

19.  dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan doeltreffend onderzoek in te stellen naar en over te gaan tot vervolging in gevallen van corruptie, alsmede het aantal veroordeelde daders te verhogen; is verheugd over de ambitie om een actieplan te lanceren ter bestrijding van corruptie onder ambtenaren; onderstreept dat de bevolking beter moet worden voorgelicht over wetgeving en praktijken tegen corruptie, en dat een systeem moet worden ingevoerd waarmee burgers gevallen van corruptie kunnen melden; doet tevens een beroep op de regering om, indien nodig met EU-steun, speciale opleidingprogramma's voor politiekorpsen, openbare aanklagers, rechters en andere relevante instanties te ontwikkelen en uit te voeren om hun bewustzijn en kennis van wetgeving en praktijken tegen corruptie te vergroten;

20.  is verheugd over de benoeming van de directeuren voor het Agentschap ter voorkoming van corruptie en voor de coördinatie van corruptiebestrijding, en benadrukt tegelijkertijd dat de nodige financiële middelen en mankracht ter beschikking moeten worden gesteld om ervoor te zorgen dat dit agentschap volledig operationeel wordt; steunt alle inspanningen om zo snel mogelijk een operationele overeenkomst met Europol te tekenen;

21.  is bezorgd over de geringe vooruitgang die is geboekt op het gebied van het witwassen van geld; verzoekt het parlement de nodige wetswijzigingen aan te nemen, waarmee onder andere de melding van verdachte banktransacties wordt verbeterd, het aantal beslagleggingen op opbrengsten van misdaden wordt vergroot en de efficiëntie van de autoriteiten ter zake toeneemt; dringt aan op het versterken van het departement voor financiële inlichtingen door de onderzoekscapaciteiten daarvan te vergroten; onderstreept dat het belangrijk is structuren op te zetten voor het beheer en de bewaring van in beslag genomen opbrengsten;

22.  merkt op dat de afschaffing van de visumplicht niet heeft geleid tot een stijging van het aantal asielaanvragen van burgers uit Bosnië en Herzegovina voor het Schengengebied, Bulgarije en Roemenië; prijst de autoriteiten voor de op bilateraal en multilateraal niveau ingevoerde mechanismen voor gevallen waarin afzonderlijke lidstaten geconfronteerd werden met een tijdelijke stijging van asielaanvragen;

23.  doet een beroep op de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina om op actieve wijze de rechten te beschermen en te bevorderen van alle groepen en individuen die moeten worden beschermd tegen directe of indirecte vormen van discriminatie en geweld; stelt met bezorgdheid vast dat de uitvoering van de wetgeving tegen discriminatie zwak blijft en dat de wettelijke voorschriften lacunes vertonen; dringt er bij de regering en het parlement van Bosnië en Herzegovina op aan het wettelijke en institutionele bestel van het land op één lijn te brengen met de internationale en EU-normen op het gebied van LGBT-rechten; verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina om het maatschappelijk middenveld te versterken en actief te betrekken bij het opstellen en uitvoeren van beleid op het gebied van mensenrechten;

24.  wijst op de vooruitgang die is geboekt in de uitvoering van de strategie ten aanzien van de Roma en de actieplannen voor huisvesting en werkgelegenheid; roept op tot verdere inspanningen op deze terreinen, aangezien de Roma-bevolking blijft kampen met discriminatie en moeilijke levensomstandigheden;

25.  onderstreept dat er samen met de internationale gemeenschap doeltreffend moet worden opgetreden tegen mensenhandel om de daders te vervolgen, de slachtoffers bescherming en compensatie te bieden, en het bewustzijn te vergroten om te voorkomen dat de autoriteiten en de samenleving hen opnieuw tot slachtoffer maken; roept op tot nauwere samenwerking en partnerschap tussen de bevoegde instanties op diverse beleidsgebieden en ngo's uit het land en de regio; dringt aan op de vergroting van het bewustzijn van de politiekorpsen van Bosnië en Herzegovina ten aanzien van de mensenhandel door het ontwikkelen van speciale opleidingen; is van mening dat de EU steun moet blijven verlenen op het gebied van de mensenhandel aan en vraagt om nauwe samenwerking in dezen tussen DG Uitbreiding, DG Binnenlandse zaken en de EU-coördinator voor de bestrijding van de mensenhandel;

26.  erkent dat er wettelijke voorschriften ter waarborging van de rechten van vrouwen en gendergelijkheid bestaan, maar is bezorgd over het feit dat op dit terrein slechts beperkte vooruitgang is geboekt; dringt er bij de regering van Bosnië en Herzegovina op aan te streven naar een grotere participatie van vrouwen aan de politiek en de arbeidsmarkt; spoort de regering bovendien aan om de steun te verhogen voor activiteiten en initiatieven ter bestrijding van discriminerende gewoontes, tradities en stereotypen die de grondrechten van vrouwen ondermijnen;

27.  verzoekt de instanties van Bosnië en Herzegovina in nauwe samenwerking met de internationale gemeenschap op te treden tegen extremisme en religieuze haat en gewelddadigheden; roept op tot bewustmaking over, onderzoek naar en de uitbanning van alle soorten extremistische bedreigingen op de hele westelijke Balkan;

28.  roept de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina onafhankelijke en gevarieerde media die vrij zijn van politieke inmenging te versterken en de media in staat te stellen vrijelijk vanuit alle delen van het land berichtgeving te verzorgen; betreurt de continue politieke druk op de media van het land, alsmede de bedreigingen van journalisten; dringt er verder op aan het probleem van de sterke politieke en etnische versnippering en polarisatie van de media aan te pakken;

Behandeling van oorlogsmisdaden

29.  prijst de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina, zowel op staats- als op entiteitsniveau, omdat zij snel en adequaat hebben gereageerd op verzoeken van het Internationaal Oorlogstribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY);

30.  dringt er bij alle bevoegde instanties op aan de capaciteit van de openbare ministeries en rechtbanken voor de behandeling van oorlogsmisdaden in Bosnië en Herzegovina te versterken, de grote achterstand in zaken over oorlogsmisdaden weg te werken, zich te buigen over de hantering van verschillende wetboeken van strafrecht die resulteert in ongelijke veroordelingen, en snellere vooruitgang te boeken bij de getuigenbescherming en de tenuitvoerlegging van de nationale strategie voor oorlogsmisdaden; benadrukt dat de procedure voor de verwijzing van zaken over oorlogsmisdaden door justitiële instanties op staatsniveau naar andere bevoegde instanties gewaarborgd moet worden aan de hand van objectieve en transparante criteria; veroordeelt alle politiek gemotiveerde aanvallen op de uitspraken van het gerechtshof van Bosnië en Herzegovina in zaken over oorlogsmisdaden; dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan meer vaart te zetten achter de vervolging van seksuele misdrijven die begaan zijn tijdens de oorlog en ervoor te zorgen dat de slachtoffers recht wordt gedaan en dat zij schadeloos worden gesteld;

31.  is verheugd over de ontwikkeling van een strategie ten behoeve van de slachtoffers van oorlogsmisdaden van seksuele aard met het oog op de rechtstreekse toekenning aan de slachtoffers van een toereikende schadeloosstelling en economische, sociale en psychologische ondersteuning met inbegrip van een optimale dienstverlening ter ondersteuning van de psychische en lichamelijke gezondheid; doet een beroep op de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina om programma's te ontwikkelen en toereikende middelen toe te kennen voor de bescherming van getuigen; onderstreept in dit verband het belang van een betere coördinatie tussen de verschillende gerechtelijke instanties en van snellere procedures voor de vervolging van oorlogsmisdaden van seksuele aard; verzoekt de Commissie en andere internationale donoren de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op dit vlak bij te staan met financiële middelen en expertise ten behoeve van de slachtoffers van oorlogsmisdaden van seksuele aard; neemt er nota van dat het Ministerie van Mensenrechten en Vluchtelingen van Bosnië en Herzegovina, met steun van het UNFPA, tot taak heeft bovengenoemde strategie verder te ontwikkelen door een werkgroep van deskundigen op te richten; neemt er nota van dat de Republika Srpska is verzocht vertegenwoordigers van haar bevoegde ministeries aan te wijzen om deel te nemen, maar dat tot dusver niet heeft gedaan; vraagt de autoriteiten van de Republika Srpska actief deel te nemen aan deze essentiële inspanning om de strategie goed te keuren en uit te voeren;

32.  is bezorgd over het feit dat Bosnië en Herzegovina nog steeds niet beschikt over een detentiefaciliteit op staatsniveau waarin gevangenen kunnen worden vastgehouden die zijn veroordeeld voor ernstige misdrijven, met inbegrip van oorlogsmisdaden; is verheugd over de gevangenneming van Radovan Stanković, die uit de gevangenis van Foča ontsnapt was nadat het staatsgerechtshof van Bosnië en Herzegovina hem had veroordeeld tot 20 jaar gevangenis voor misdaden tegen de menselijkheid, met inbegrip van verkrachting, slavernij en foltering;

33.  roept de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op om de duurzame terugkeer van vluchtelingen en binnenlandse ontheemden te bevorderen en te voltooien, alsmede om een relevante strategie te bepalen; moedigt de plaatselijke autoriteiten ten zeerste aan een infrastructuur te garanderen voor succesvolle terugkeer; moedigt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina aan zich te blijven inzetten voor de tenuitvoerlegging van het proces van de verklaring van Sarajevo inzake vluchtelingen, door werk te maken van de belangrijkste aandachtspunten, te weten gezondheidszorg, werkgelegenheid en maatschappelijke dienstverlening;

34.  wijst in dit verband andermaal op het belang van de volledige uitvoering van de actiestrategie tegen mijnen; onderstreept dat toekomstige wetgeving inzake mijnenbestrijding zich adequaat moet bezighouden met de bevoegdheden op het gebied van fondsenverwerving, de administratieve en beheerscapaciteiten en de coördinatie van ontmijningsmaatregelen, zoals de Commissie heeft benadrukt;

35.  wijst op de uitspraak van het constitutionele hof van Bosnië en Herzegovina dat de wet op het burgerschap in strijd is met de grondwet; herhaalt de oproep van het constitutionele hof aan de parlementaire vergadering om de wet binnen een half jaar te wijzigen; dringt aan op de onverwijlde tenuitvoerlegging van de uitspraak van het hof;

Onderwijs

36.  verzoekt de nieuwe regering, hoewel enige vooruitgang kan worden geconstateerd bij de verbetering van het algemene onderwijskader, onder andere de coördinatie tussen de 13 ministeries van Onderwijs en het departement van onderwijs van het district Brcko te verbeteren, de versnippering van het onderwijssysteem te verminderen en ervoor te zorgen dat scholen een inclusiever karakter krijgen;

37.  dringt er, gezien het cruciale belang van onderwijs voor de totstandbrenging van een multi-etnische samenleving, bij alle regeringen in Bosnië en Herzegovina op aan te zorgen voor een inclusief, niet-discriminerend onderwijssysteem, en een einde te maken aan de segregatie van verschillende etnische groeperingen (twee scholen onder één dak) door in het gehele land gemeenschappelijke onderwijsprogramma's te ontwikkelen en geïntegreerde klassen samen te stellen; verzoekt de Commissie te onderzoeken of gerichte EU-steun kan helpen om een einde te maken aan de segregatie in het onderwijssysteem;

38.  dringt er bij de nieuwe regering en de bevoegde instanties van de entiteiten, de kantons en het district Brcko op aan meer werk te maken van het actieplan inzake de onderwijsbehoeften van de Roma en te zorgen voor adequate financiering voor de tenuitvoerlegging ervan; dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan manieren te vinden om alle Roma-kinderen bij hun geboorte te laten registreren zodat ze allemaal in aanmerking komen voor onderwijs;

39.  benadrukt dat de kwaliteit van het onderwijs in het algemeen moet worden verbeterd om aan te sluiten op de eisen van de arbeidsmarkt; dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan de tekortkomingen in de beroepsopleidingen aan te pakken, en er onder andere om economische redenen voor te zorgen dat er een begin gemaakt wordt met de accreditatie van onderwijsinstellingen en dat de bureaus die belast zijn met de erkenning van titels en diploma's volledig operationeel zijn;

40.  dringt er bij de nieuwe regering op aan de nodige stappen te ondernemen om ervoor te zorgen dat de relevante partijen in Bosnië en Herzegovina eindelijk van de gelegenheid gebruik zullen maken om deel te nemen aan de educatieve mobiliteitsprogramma's van de Europese Unie, waar zij al sinds 2007 de mogelijkheid toe hebben;

41.  doet een beroep op de autoriteiten om duidelijkheid te scheppen in het juridische kader voor culturele instellingen zoals het nationale museum, de nationale bibliotheek en het museum voor geschiedenis, en ervoor te zorgen dat deze instellingen behouden blijven;

Sociaaleconomische problemen

42.  wijst op de lagere levenstandaard en de stijgende werkloosheid, met name onder jongeren in de leeftijdscategorie tussen 18 en 24 jaar; is ervan overtuigd dat economische voorspoed en het uitzicht op een baan, met name voor jongeren, van cruciaal belang zijn voor de verdere ontwikkeling van het land; verzoekt de nieuwe regering om de economische groei aan te wakkeren die tot nu toe wordt belemmerd door de haperende bestuursstructuur, de buitensporig omvangrijke en kostbare overheidsbureaucratie en de langdurige problemen met georganiseerde misdaad en corruptie;

43.  moedigt de leiders van het land en het bedrijfsleven aan alles in het werk te stellen om het vertrouwen van investeerders te herstellen en een ondernemersvriendelijk milieu te creëren nu Bosnië en Herzegovina wat betreft investeringsklimaat naar de laatste plaats is gezakt in de regio;

44.  is verheugd over de uitvoering van de Wet op kleine bedrijven (Small Business Act) en de inspanningen van de Raad van ministers en de entiteiten om financiële steunmaatregelen te treffen ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf (MKB); onderstreept tevens dat er acuut een overheidsregister moet worden aangelegd voor het aanmaken van bedrijfsstatistieken, en één enkel MKB-registratiesysteem voor het hele land, waarmee de uitbreiding van het MKB zal worden vergemakkelijkt;

45.  dringt er bij de nieuwe regering en de regeringen van de entiteiten op aan om op gecoördineerde wijze de gevolgen van de economische crisis aan te pakken, een gezond fiscaal beleid te steunen en haar goedkeuring te hechten aan de staatbegroting 2012 en het algemeen kader voor fiscaal beleid 2012-2014; is van mening dat de economische herstructurering moet worden versneld, met name in de Federatie; doet een beroep op de regering om te zorgen voor de nodige begrotingsmiddelen voor de op stapel staande gemeenteraadsverkiezingen in 2012;

46.  dringt er bij de nieuwe regering op aan om haar inspanningen te richten op de hervormingen die nodig zijn voor de toetreding van Bosnië en Herzegovina tot de Wereldhandelsorganisatie om een nog gunstiger ondernemingsklimaat en buitenlandse investeringen in de hand te werken;

47.  herhaalt zijn oproep aan alle betrokkenen om zich in te zetten voor de voltooiing van één economische markt voor het hele land door de economische beleidscoördinatie tussen de entiteitsregeringen te versterken, obstakels voor een toereikend rechtskader uit de weg te ruimen en ervoor te zorgen dat bedrijven landelijk met elkaar concurreren;

48.  is verheugd over de aanneming van de wet inzake overheidssteun door beide kamers van de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina; stelt vast dat deze wet een van de voorwaarden is om de SAO in werking te laten treden; doet een beroep op de autoriteiten om de uitvoeringsvoorschriften van deze wet af te stemmen op het acquis;

49.  verzoekt de nieuwe regering een efficiënt en duurzaam stelsel van sociale zekerheid te ontwikkelen, alsmede ervoor te zorgen dat sociale uitkeringen meer bij de juiste personen terechtkomen; verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina zich extra in te spannen op de gebieden werkgelegenheid, sociale cohesie en gendergelijkheid; acht het van essentieel belang dat de coördinatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt wordt verbeterd om beter te kunnen voldoen aan de eisen van de arbeidsmarkt;

50.  dringt er bij de centrale regering en de entiteitsregeringen op aan de obstakels op te heffen die bijdragen aan de lage arbeidsmobiliteit in het land, en wel door de bepalingen van de verschillende arbeidswetgevingen en pensioen- en socialezekerheidsstelsels tussen de entiteiten en tussen de kantons te harmoniseren, waardoor de mobiliteit en overdraagbaarheid van uitkeringen in het hele land zouden worden gestimuleerd;

51.  onderstreept het feit dat Bosnië en Herzegovina de voornaamste verdragen inzake arbeidsrechten van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en het herziene Europees Sociaal Handvest heeft geratificeerd; vestigt de aandacht op het feit dat de arbeids- en vakbondsrechten nog steeds beperkt zijn, en doet een beroep op de regering van Bosnië en Herzegovina om deze rechten te versterken en zich in te zetten voor de harmonisatie van het desbetreffende wettelijke kader in het hele land;

52.  verzoekt de Commissie om een gedetailleerde routekaart voor te stellen om de mobiliteit op en de toegang van studenten, stagiairs en werknemers tot de arbeidsmarkt en het onderwijs in de Europese Economische Ruimte te bevorderen, met inbegrip van programma's voor circulaire arbeidsmigratie;

Regionale samenwerking

53.  prijst Bosnië en Herzegovina voor zijn proactieve rol in het proces van de verklaring van Sarajevo, alsmede bij de aanneming van de gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van Bosnië en Herzegovina, Servië, Kroatië en Montenegro over het beëindigen van de hervestiging, en het bieden van duurzame oplossingen voor kwetsbare vluchtelingen en binnenlandse ontheemden;

54.  verwelkomt de inspanningen om de nog bestaande problemen tussen Bosnië en Herzegovina, Servië en Kroatië op te lossen, en is verheugd dat deze inspanningen de afgelopen maanden zijn toegenomen; moedigt alle partijen, inclusief de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina, aan bijzondere aandacht te schenken aan bilaterale en regionale samenwerking op het gebied van justitie en veiligheid;

55.  dringt er bij Bosnië en Herzegovina op aan, nu er tussen Bosnië en Herzegovina en Servië sprake is van goed nabuurschap, de ondertekening van het protocol inzake de uitwisseling van bewijs in zaken die betrekking hebben op oorlogsmisdaden niet uit te stellen en nauwer samen te werken op dit gevoelige terrein; is echter verheugd over de bilaterale overeenkomst tussen Bosnië en Herzegovina en Servië over de samenwerking op het gebied van de uitwisseling van informatie bij de bestrijding van georganiseerde misdaad, smokkel en handel in drugs en menselijke organen, illegale migratie en terrorisme;

56.  verzoekt de regering van Bosnië en Herzegovina en de buurlanden alles in het werk te stellen om de grensconflicten met hun buren tot een goed einde te brengen, hetzij via bilaterale overeenkomsten, hetzij met andere middelen; onderstreept dat bilaterale problemen op vastberaden wijze dienen te worden opgelost door de betrokken partijen, in een geest van goed nabuurschap en rekening houdend met de algemene belangen van de EU;

57.  verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina, aangezien de toetreding van Kroatië tot de EU ook bilaterale gevolgen zal hebben, alles in het werk te stellen om de relevante wetgeving van Bosnië en Herzegovina op de desbetreffende bestuursniveaus in overeenstemming te brengen met de EU-wetgeving op het gebied van veterinaire en fytosanitaire en voedselveiligheid, alsmede om bij een aantal grensovergangen met Kroatië de nodige infrastructuur aan te leggen of te verbeteren om de door de EU vereiste grenscontroles te kunnen uitvoeren;

58.  is bezorgd over het feit dat Bosnië en Herzegovina het enige land in de regio is dat geen burgers uit Kosovo binnenlaat op zijn grondgebied; dringt er daarom bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan om in navolging van Servië en andere landen de benodigde reisdocumenten van burgers uit Kosovo om het land binnen te gaan te accepteren;

o
o   o

59.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van Bosnië en Herzegovina en zijn entiteiten.

(1) PB L 80 van 19.03.08, blz. 18.
(2) PB L 188 van 19.07.2011, blz. 30.
(3) PB C 236 E van 12.8.2011, blz. 113.

Laatst bijgewerkt op: 29 juli 2013Juridische mededeling