Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/2611(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0199/2013

Debatten :

Stemmingen :

PV 23/05/2013 - 13.7

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0223

Aangenomen teksten
PDF 145kWORD 31k
Donderdag 23 mei 2013 - Straatsburg Definitieve uitgave
De situatie van Syrische vluchtelingen in buurlanden
P7_TA(2013)0223B7-0199, 0222, 0226, 0227, 0228/2013

Resolutie van het Europees Parlement van 23 mei 2013 over de situatie van de Syrische vluchtelingen in de buurlanden (2013/2611(RSP))

Het Europees Parlement ,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Syrië, met name die van 16 februari 2012(1) en 13 september 2012(2) , en over vluchtelingen die gewapende conflicten ontvluchten,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over Syrië van 23 maart, 23 april, 14 mei, 25 juni, 23 juli, 15 oktober, 19 november en 10 december 2012 en 23 januari, 18 februari, 11 maart en 22 april 2013; gezien de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van oktober 2012, die zijn goedkeuring gaf aan de vaststelling van een regionaal beschermingsprogramma door de Commissie; gezien de conclusies van de Europese Raad over Syrië van 2 maart, 29 juni en 14 december 2012 en 8 februari 2013,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Catherine Ashton, over de Syrische vluchtelingen, en met name de opmerkingen die zij op 13 maart 2013 heeft geformuleerd tijdens de plenaire vergadering in Straatsburg en haar verklaring van 8 mei 2013; gezien de verklaringen van het Commissielid voor internationale samenwerking, humanitaire hulp en crisisbestrijding, Kristalina Georgieva, over de Syrische vluchtelingen en de reactie van de EU, en met name die van 12 mei 2013, en gezien de situatieverslagen en informatiebladen van ECHO (Humanitaire hulp en civiele bescherming) over Syrië,

–  gezien resolutie 2059 van 20 juli 2012, resolutie 2043 van 21 april 2012 en resolutie 2042 van 14 april 2012 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en het geactualiseerde verslag van de onafhankelijke internationale onderzoekscommissie van de VN van 11 maart 2013; gezien de briefings van de Veiligheidsraad over Syrië van de adjunct-secretaris-generaal voor humanitaire zaken en noodhulpcoördinator, Valerie Amos, en met name die van 18 april 2013,

–  gezien de verklaringen van de secretaris-generaal van de VN en de opmerkingen van de Hoge Commissaris van de VN voor vluchtelingen, António Guterres, voor de VN-Veiligheidsraad, en met name die van 18 april 2013; gezien de resoluties van de VN-Mensenrechtenraad over de Arabische Republiek Syrië van 2 december 2011 en 22 maart 2013,

–  gezien de vergadering van de Groep „Vrienden van het Syrische volk” in Marrakesh en de internationale conferentie die op 28 januari 2013 in Parijs werd gehouden,

–  gezien het recentste regionale reactieplan (Regional Response Plan, RRP) voor Syrië voor de periode van januari tot juni 2013 en alle RRP's van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen sinds het eerste van maart 2012,

–  gezien het reactieplan voor humanitaire hulp in Syrië 2013 (Syria Humanitarian Assistance Response Plan, SHARP) van 19 december 2012, dat door de regering van de Arabische Republiek Syrië is opgesteld in samenwerking met het systeem van de Verenigde Naties,

–  gezien het Syrisch humanitair forum dat in de lente van 2012 werd opgericht en waarvan de meest recente vergadering plaatsvond op 19 februari 2013,

–  gezien de humanitaire rapporten over Syrië van het Bureau voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (Office for Coordination of Humanitarian Affairs, OCHA) van de Verenigde Naties,

–  gezien de resoluties van de Algemene Vergadering van de VN over Syrië, met name resolutie 46/182 over „Versterking van de coördinatie van de humanitaire noodhulp van de Verenigde Naties” („Strengthening of the coordination of humanitarian emergency assistance of the United Nations”) en de hieraan gehechte richtsnoeren, en resolutie 67/183 over de mensenrechtensituatie in Syrië,

–  gezien het syntheseverslag van de internationale humanitaire toezeggingsconferentie op hoog niveau voor Syrië, die heeft plaatsgehad in Koeweit op 30 januari 2013,

–  gezien het slotcommuniqué van de actiegroep voor Syrië (het „communiqué van Genève”) van 30 juni 2012,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens uit 1948,

–  gezien de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen hierbij,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, het Verdrag inzake de rechten van het kind en het bijbehorende Facultatief Protocol inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten, alsmede het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide, waarbij Syrië in alle gevallen partij is,

–  gezien artikel 110, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Hoge Commissariaat van de VN voor vluchtelingen in de periode tot 16 mei 2013 in totaal 1 523 626 Syrische vluchtelingen in de buurlanden en in Noord-Afrika heeft geregistreerd; overwegende dat het totale aantal vluchtelingen, inclusief ongeregistreerde, veel hoger wordt geraamd; overwegende dat volgens het Hoge Commissariaat van de VN voor vluchtelingen 7 miljoen Syriërs aangewezen zijn op hulp, waarvan 3,1 miljoen kinderen, en dat het aantal binnenlands ontheemden op 6 mei 2013 4,25 miljoen bedroeg; overwegende dat volgens dezelfde bronnen het aantal vluchtelingen in gastlanden op 16 mei 2013 als volgt was (inclusief personen die nog niet geregistreerd waren): Turkije, 347 815; Libanon, 474 461; Jordanië, 474 405; Irak, 148 028; Egypte, 68 865; Marokko, Algerije en Libië,10 052 (geregistreerde); overwegende dat dagelijks duizenden Syriërs naar de buurlanden vluchten en dat het Hoge Commissariaat van de VN voor vluchtelingen verwacht dat het totale aantal vluchtelingen uit Syrië tegen het eind van 2013 zal oplopen tot 3,5 miljoen;

B.  overwegende dat het aantal Syrische vluchtelingen en behoeftigen dramatisch toeneemt daar de politieke en humanitaire situatie iedere dag dat het gewapende conflict voortduurt, verslechtert; overwegende dat niet alleen burgers, maar ook diverse politieke en militaire leiders van het regime, evenals ambassadeurs, zijn uitgeweken naar buurlanden en andere landen; overwegende dat het gewapende conflict in Syrië een ernstige bedreiging vormt voor de fragiele veiligheidssituatie in en de stabiliteit van de hele regio; overwegende dat het risico van grensoverschrijdende effecten van het gewapende conflict structureel in plaats van incidenteel dreigen te worden; overwegende dat de EU en de internationale gemeenschap zich geen bijkomende catastrofe kunnen veroorloven; overwegende dat een panregionale politieke, veiligheids- en humanitaire ramp de internationale responscapaciteit zou overstijgen;

C.  overwegende dat velen van degenen die uit Syrië zijn gevlucht uit het leger zijn gedeserteerd omdat zij geen oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid wilden plegen, of hun dienstplicht om soortgelijke redenen ontlopen;

D.  overwegende dat volgens een in mei 2013 uitgevoerde raming van de VN ten minste 80 000 mensen, vooral burgers, door het geweld in Syrië zijn omgekomen;

E.  overwegende dat de vernietiging van essentiële infrastructuur, inclusief scholen en ziekenhuizen, de devaluatie van de munt, de stijgende voedselprijzen, het brandstof- en elektriciteitstekort en het gebrek aan water, voedsel en geneesmiddelen gevolgen heeft voor het merendeel van de Syriërs; overwegende dat de fysieke toegang tot personen die behoefte hebben aan humanitaire hulp in Syrië ernstig beperkt blijft en afhangt van de medewerking van de regering-Assad;

F.  overwegende dat VN-agentschappen verslag hebben uitgebracht over de vooruitgang met de organisatie van hulpkonvooien van meer dan één agentschap over de conflictgrenzen heen, naar door de regering gecontroleerde of naar door de oppositie gecontroleerde en naar omstreden gebieden; overwegende dat bureaucratische belemmeringen en controleposten in het hele land (zowel van de regering als van de oppositie) een doeltreffende humanitaire reactie in heel Syrië bemoeilijken;

G.  overwegende dat registratie het centrale mechanisme blijft om personen die in het bijzonder bezorgdheid wekken, worden geïdentificeerd, beschermd en bijgestaan, met name nieuwkomers met specifieke behoeften, inclusief personen met een handicap, ouderen, niet-begeleide minderjarigen en kinderen zonder familie, om deze bij wijze van prioriteit te helpen;

H.  overwegende dat de landen die de vluchtelingen opvangen gedurende het gewapende conflict hebben vastgehouden aan een beleid van open grenzen, maar wel verschillende opvangmethoden hanteren; overwegende dat hun vermogen en hun capaciteiten om de groeiende stroom vluchtelingen op te nemen en onder te brengen tot het uiterste zijn opgerekt, zoals blijkt uit het feit dat zich langs de grenzen regelmatig „incidenten” voordoen; overwegende dat Libanon voor een „geen kampen”-beleid heeft gekozen en de vluchtelingen voor een groot deel in de lokale gemeenschappen heeft geïntegreerd; overwegende dat ongeveer driekwart van de Syrische vluchtelingen die zich in de buurlanden bevinden, buiten de kampen wonen, in een stedelijke omgeving; overwegende dat ongeveer 350 000 Syriërs in 23 vluchtelingenkampen in Turkije, Jordanië en Irak verblijven;

I.  overwegende dat hulporganisaties momenteel een reactie op de situatie van de Syrische vluchtelingen in Jordanië, Libanon en Irak organiseren, met in de eerste plaats een focus op vrouwen en kinderen, die bijzondere behoeften hebben, maar in stedelijke vluchtelingengemeenschappen vaak onvoldoende worden geholpen; overwegende dat voor de spreiding van de vluchtelingen over het platteland een ingewikkeld stedelijk registratieprogramma is vereist;

J.  overwegende dat de gastlanden die vluchtelingen opnemen met enorme binnenlandse problemen te kampen hebben, zoals economische instabiliteit, inflatie en werkloosheid, waarbij met name Libanon en Jordanië bijzonder kwetsbaar zijn;

K.  overwegende dat het voor vele Syrische vluchtelingen steeds moeilijker wordt om de huur te betalen, doordat de overbevolking en de concurrentie voor huisvesting toenemen en de prijzen stijgen; overwegende dat de vluchtelingen te maken hebben met een aanzienlijke kloof tussen hun inkomsten en hun uitgaven, met beperkte arbeidsmogelijkheden, met het opraken van hun spaartegoeden en met stijgende schulden; overwegende dat de concurrentie voor banen en de stijgende voedselprijzen factoren zijn die de spanningen tussen de plaatselijke bevolking en de vluchtelingen opdrijven, met name in Libanon en Jordanië, die samen meer dan 1 miljoen vluchtelingen huisvesten;

L.  overwegende dat voortdurende inspanningen nodig zijn om de hulp aan de gastgemeenschappen te verhogen, zodat deze landen hun grenzen kunnen openhouden, vluchtelingen kunnen bijstaan en voor de noodzakelijke infrastructuur kunnen zorgen, en teneinde de spanningen te verminderen en de last voor deze gemeenschappen op te heffen;

M.  overwegende dat financiële beperkingen een belemmering blijven vormen voor de snelle en efficiënte verlening van humanitaire basishulp; overwegende dat voor het SHARP in totaal 563 miljoen USD aan middelen nodig is om in de behoeften van de mensen in Syrië te voorzien; overwegende dat het reactieplan op 6 mei 2013 slechts voor 61% was gefinancierd;

N.  overwegende dat het huidige RRP van de VN (RRP 4) wordt herzien voor de periode tot december 2013; overwegende dat de VN een nieuwe financieringsoproep zullen doen op 7 juni 2013, om rekening te houden met het toenemende aantal vluchtelingen uit Syrië en met de voortdurende behoeften van deze mensen en om te zorgen voor meer steun voor de regeringen en gemeenschappen die optreden als gastheer, waarschijnlijk voor een bedrag van 3 miljard USD;

O.  overwegende dat volgens rapporten van hulporganisaties slechts 30 tot 40% van de totale hoeveelheid middelen die tot dusver door de internationale gemeenschap is toegezegd, daadwerkelijk is verstrekt;

P.  overwegende dat de benodigde hoeveelheid humanitaire hulp onhoudbaar dreigt te worden; overwegende dat alle betrokken humanitaire spelers een hoeveelheid financiële ondersteuning nodig hebben die niet in verhouding staat tot de bestaande budgetten voor humanitaire hulp van de traditionele donors; overwegende dat er buitengewone financieringsmechanismen moeten worden ingesteld om te voorzien in de basisbehoeften die als gevolg van de Syrische crisis ontstaan;

Q.  overwegende dat de EU de grootste donor is; overwegende dat de totale humanitaire hulp die de EU als reactie op de Syrische crisis heeft verstrekt, op 22 april 2013 bijna 473 miljoen EUR bedroeg, waarvan 200 miljoen EUR van de EU zelf en bijna 273 miljoen EUR van de lidstaten; overwegende dat de Commissie op 12 mei 2013 nog eens 65 miljoen EUR aan extra steun heeft aangekondigd;

R.  overwegende dat circa 400 000 Palestijnse vluchtelingen zijn getroffen binnen Syrië; overwegende dat de Palestijnen grotendeels neutraal zijn gebleven in het conflict; overwegende dat bijna 50 000 Palestijnen door het VN-Agentschap voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UN Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East, UNRWA) zijn geregistreerd in Libanon, en bijna 5 000 in Jordanië; overwegende dat Jordanië zijn grens heeft gesloten voor Palestijnen die het conflict in Syrië ontvluchten, en overwegende dat het hun grotendeels niet wordt toegestaan te werken in Libanon; overwegende dat Iraakse, Afghaanse, Somalische en Soedanese vluchtelingen in Syrië nu opnieuw te maken krijgen met ontheemding;

S.  overwegende dat de veiligheidssituatie in het Jordaanse Zaatari-kamp is ontaard, met gevallen van diefstal en brand; overwegende dat Zaatari de op drie na grootste stad in Jordanië is geworden, met meer dan 170 000 mensen; overwegende dat de rellen en gewelddadige protesten in de vluchtelingenkampen het gevolg zijn van de erbarmelijke leefomstandigheden en van de vertraging waarmee de hulp ter plaatse komt; overwegende dat het algemene gebrek aan veiligheid in de kampen levensbedreigend blijft, met gevolgen voor de humanitairehulpverleners; overwegende dat humanitairehulpverleners bij de verdeling van hulp zijn aangevallen, in het ziekenhuis opgenomen en zelfs vermoord en dat journalisten zijn mishandeld;

T.  overwegende dat vrouwen en meisjes in vluchtelingenkampen volgens internationale organisaties het slachtoffer zijn van toenemend seksueel geweld, waarbij verkrachting als oorlogswapen wordt gebruikt; overwegende dat Syrische vluchtelingen die seksueel geweld overleven geen reële mogelijkheden worden geboden voor medische behandeling; overwegende dat een onevenredig groot aantal jonge meisjes en vrouwen in de vluchtelingenkampen trouwen; overwegende dat volgens diverse bronnen tijdelijke genots- of mut'ahhuwelijken (islamitische tijdelijke huwelijken) met Syrische vluchtelingen worden gesloten in vluchtelingenkampen;

U.  overwegende dat de VN in maart 2013 een onafhankelijk onderzoek hebben ingesteld naar beschuldigingen inzake het mogelijke gebruik van chemische wapens in Syrië; overwegende dat deze beschuldigingen mogelijkerwijs hebben bijgedragen aan de massale ontheemding van mensen; overwegende dat het Syrische regime het onderzoeksteam van de VN niet tot het land heeft toegelaten;

1.  drukt zijn diepe bezorgdheid uit over de voortdurende humanitaire crisis in Syrië en de gevolgen ervan voor de buurlanden; is bezorgd dat de exodus van vluchtelingen uit Syrië blijft versnellen; herinnert eraan dat de regering-Assad de hoofdverantwoordelijkheid draagt voor het zorgen voor het welzijn van haar bevolking;

2.  veroordeelt opnieuw in de meest krachtige termen de door het Syrische regime gepleegde wreedheden en gruweldaden tegen de bevolking van het land; is ten zeerste bezorgd over de ernst van de wijdverbreide en stelselmatige mensenrechtenschendingen en de mogelijke misdaden tegen de menselijkheid die zijn toegestaan en/of begaan door de Syrische autoriteiten, het Syrische leger, veiligheidstroepen en aangesloten milities; veroordeelt de standrechtelijke executies en alle andere vormen van mensenrechtenschendingen door groeperingen en troepen die tegen het regime van president Assad gekant zijn; herhaalt zijn oproep aan president Bashar al-Assad en zijn regime om onmiddellijk afstand te doen van de macht teneinde een vreedzame, inclusieve en democratische, door Syrië geleide overgang naar democratie mogelijk te maken;

3.  roept alle gewapende actoren op om onmiddellijk een einde te maken aan het geweld in Syrië; benadrukt nogmaals dat het internationaal humanitair recht, dat er hoofdzakelijk op is gericht burgers te beschermen, volledig door alle bij de crisis betrokken partijen moet worden geëerbiedigd; onderstreept dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de wijdverbreide, stelselmatige en grove mensenrechtenschendingen in Syrië in de afgelopen 24 maanden ter verantwoording moeten worden geroepen en voor de rechter moeten worden gebracht; spreekt in dit verband zijn krachtige steun uit voor de oproepen van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN om de situatie in Syrië naar het Internationaal Strafhof te verwijzen;

4.  betuigt zijn medeleven aan de families van de slachtoffers; prijst de moed van het Syrische volk en bevestigt nogmaals zijn solidariteit met hun strijd voor vrijheid, waardigheid en democratie;

5.  is van mening dat de sleutel voor de oplossing van het conflict gelegen is in politieke mechanismen voor het faciliteren van een door Syrië geleid politiek proces ter bevordering van een snelle, geloofwaardige en doeltreffende politieke oplossing, samen met diegenen die werkelijk op een overgang zijn gesteld, waarbij de universele waarden van democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden volledig worden geëerbiedigd, met speciale aandacht voor de rechten van etnische, culturele en religieuze minderheden, en de rechten van vrouwen; bevestigt nogmaals dat het een prioriteit is om het humanitaire en het politieke spoor uit elkaar te houden, om toegang tot de behoeftigen te vergemakkelijken; dringt er bij de EU en de Europese Dienst voor extern optreden op aan een routekaart voor politiek bestuur in de bevrijde gebieden te ontwikkelen, met inbegrip van de mogelijkheid van opheffing van de economische sancties;

6.  wijst erop dat alle deserteurs uit Syrië recht hebben op aanvullende bescherming, aangezien zij gevaar lopen op andere dan de in paragraaf 26 van de richtlijnen van het UNHCR uiteengezette gronden, namelijk „buitensporige of disproportionele bestraffing”, hetgeen mogelijk kan resulteren in foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of zelfs in willekeurige executie;

7.  vraagt de leden van de VN-Veiligheidsraad, met name Rusland en China, in overeenstemming met hun verantwoordelijkheid te handelen en een einde te maken aan het geweld en de repressie tegen de Syrische bevolking, onder meer door een resolutie van de VN-Veiligheidsraad op basis van de persmededeling van de VN-Veiligheidsraad van 18 april 2013 aan te nemen, en opdracht te geven tot humanitaire hulpverlening in alle regio's van Syrië; roept de VV/HV ertoe op alles in het werk te stellen om de aanneming van een resolutie van de VN-Veiligheidsraad te bewerkstelligen door stevige diplomatieke druk uit te oefenen op zowel Rusland als China; vraagt de EU in de VN-Veiligheidsraad in nauwe samenwerking met de VS, Turkije en de Arabische Liga verder alle mogelijkheden in het kader van de „verantwoordelijkheid om te beschermen” te onderzoeken om het Syrische volk te helpen en een einde te maken aan het bloedvergieten; steunt ten volle de werkzaamheden van de onafhankelijke onderzoekscommissie in verband met de situatie in Syrië, en is ingenomen met haar geactualiseerde verslag;

8.  steunt de gezamenlijke oproep van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov om zo spoedig mogelijk een internationale conferentie te houden als vervolg op de conferentie van Genève van juni 2012;

9.  spreekt zijn bezorgdheid uit over een verdere militarisering van het conflict en over het sektarisch geweld; neemt kennis van de rol van verschillende regionale spelers, o.a. bij wapenleveringen, en maakt zich zorgen dat het conflict in Syrië naar naburige landen zou kunnen overslaan in termen van de humanitaire crisis, de veiligheid en de stabiliteit; veroordeelt ten zeerste de aanslagen met een bomauto op 11 mei 2013 in de buurt van een basis van Syrische vluchtelingen in Reyhanli in de provincie Hatay in zuidoost-Turkije, waarbij tientallen doden en gewonden zijn gevallen, evenals de bombardementen en beschietingen van de buurlanden door de gewapende Syrische troepen; onderschrijft de veroordeling door de VV/HV van alle vormen van terroristische aanslagen;

10.  benadrukt het feit dat de EU een bijzondere verantwoordelijkheid draagt voor de stabiliteit en de veiligheid in haar nabuurschap en verzoekt de VV/HV en het Commissielid voor Uitbreiding en Europees nabuurschapsbeleid ervoor te zorgen dat de EU een voortrekkersrol speelt met betrekking tot het voorkomen van het overslaan van het gewapende conflict in Syrië naar de buurlanden;

11.  looft de gastgemeenschappen en de buurlanden van Syrië, met name Jordanië, Libanon, Turkije en Irak, voor hun vindingrijkheid bij het bieden van onderdak en humanitaire hulp aan de gezinnen die het gewapende conflict in Syrië ontvluchten, maar stelt met ernstige bezorgdheid vast dat het gevaarlijke punt van verzadiging in deze landen bijna is bereikt wegens de toestroom van Syrische vluchtelingen, hetgeen kan leiden tot een ongeziene regionale instabiliteit;

12.  steunt de aanzienlijke bijdrage van de Commissie en de lidstaten aan de internationale hulpprogramma's, alsmede het politieke leiderschap waarvan blijk is gegeven door het Commissielid voor internationale samenwerking, humanitaire hulp en crisisbestrijding, en spreekt hierover zijn tevedenheid uit; is verheugd over de diversificatie van de humanitaire partners in Syrië om op efficiëntere wijze en op wijder verbreide schaal hulp te verlenen, met name in regio's die niet gecontroleerd worden door de regering; dringt er bij de EU-actoren en de lidstaten op aan op hun acties en hulp binnen en buiten Syrië beter te coördineren;

13.  dringt er bij de Commissie op aan een alomvattend hulppakket voor te stellen – dat als voorbeeld kan dienen voor andere grote donors – om de humanitaire crisis in Syrië en de buurlanden aan te pakken, met de volgende drie peilers: i) meer humanitaire hulp (via ECHO), ii) steun om de gastlanden te helpen de lokale gemeenschappen te versterken en de capaciteit en de infrastructuur uit te breiden (via DEVCO) en iii) een snelle invoering van macrofinanciëlehulppakketten voor Libanon en Jordanië;

14.  onderstreept dat het van groot belang is om de internationale grenzen open te houden en dringt er bij de internationale gemeenschap op aan Libanon en Jordanië ruimhartig te steunen bij het in goede banen leiden van de groeiende toestroom van vluchtelingen; dringt er bij alle regeringen in de regio die optreden als gastheer en andere spelers op aan de principes van niet-terugwijzing en gelijke behandeling van vluchtelingen te eerbiedigen;

15.  roept de EU op passende, solide maatregelen te treffen met het oog op de mogelijke instroom van vluchtelingen in haar lidstaten;

16.  roept de lidstaten op onmiddellijk te stoppen met de vermoedelijke praktijken betreffende langdurige detentieperiodes en refoulement, die een rechtstreekse schending van het internationaal recht en het Unierecht vormen.

17.  dringt aan op de verstrekking van directe humanitaire hulp aan allen die daaraan in Syrië behoefte hebben, met speciale aandacht voor gewonden, vluchtelingen, binnenlandse ontheemden, vrouwen en kinderen; prijst de inspanningen van het Internationaal Comité van het Rode Kruis en de UNRWA in dit opzicht; verlangt van de regering-Assad humanitaire organisaties volledige toegang tot het land te verlenen; benadrukt de noodzaak van betere coördinatie tussen de verschillende actoren die ter plekke actief zijn, zoals lokale autoriteiten, internationale organisaties en ngo's, met inbegrip van coördinatie aan de grens; is van mening dat protocollen inzake bijstand en toezicht aan de grens hierbij een toegevoegde waarde zouden kunnen hebben;

18.  vraagt de EU de inrichting van veiligheidszones aan de Turks-Syrische grens en mogelijk ook in Syrië, alsook de instelling van humanitaire corridors door de internationale gemeenschap, te steunen;

19.  is tevreden met de immense humanitairehulpoperatie waaraan internationale en lokale organisaties bijdragen onder de auspiciën van het OCHA en het Hoge Commissariaat van de VN voor de Vluchtelingen en looft alle humanitairehulpverleners en gezondheidswerkers, internationale en lokale, voor hun moed en doorzettingsvermogen; dringt er bij de EU en de internationale gemeenschap op aan de bescherming van burgers, met inbegrip van humanitairehulpverleners en medisch personeel, te vergroten; spoort de internationale gemeenschap aan een oplossing te vinden voor het voortdurende gebrek aan veiligheid en de ordeproblemen in vluchtelingenkampen, onder meer door een nieuw veiligheidsinitiatief binnen de kampen op te zetten; dringt er bij alle partijen in het conflict op aan het internationaal humanitair recht te eerbiedigen en de verlening van humanitaire hulp te faciliteren, zodat hulpverleners binnen en buiten het land kunnen inspringen op de groeiende hulpvraag;

20.  verzoekt alle landen, en met name de EU-lidstaten, snel de toezeggingen na te komen die zij hebben gedaan tijdens de donorconferentie van 30 januari 2013 in Koeweit; verzoekt de EU en de internationale gemeenschap mechanismen in te stellen voor het afleggen van verantwoording, om ervoor te zorgen dat alle toegezegde middelen de aangewezen begunstigden ervan bereiken;

21.  hekelt het structurele seksuele geweld in het Syrische gewapende conflict, dat ook als oorlogswapen wordt gebruikt en dus een oorlogsmisdaad is, en dringt er bij de EU en de internationale gemeenschap op aan specifieke middelen toe te wijzen om het seksuele geweld te beëindigen en verzoekt de gastgemeenschappen te zorgen voor een behoorlijke medische behandeling van wie het slachtoffer van seksueel geweld is geworden;

22.  verzoekt donors, gelet op de toenemende behoeften van de Palestijnse vluchtelingen in Syrië en de buurlanden, de UNRWA op passende wijze te financieren, en verzoekt de UNRWA royaal de inspanningen te ondersteunen die aan de gang zijn om de weerbaarheid van deze vluchtelingen te versterken en hun lijden en ontheemding zo gering mogelijk te maken;

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en alle partijen in het Syrische conflict.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0057.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0351.

Laatst bijgewerkt op: 6 juni 2017Juridische mededeling