Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2015/2634(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0655/2015

Ingediende teksten :

B8-0655/2015

Debatten :

PV 06/07/2015 - 12
CRE 06/07/2015 - 12

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0268

Aangenomen teksten
PDF 208kWORD 102k
Donderdag 9 juli 2015 - Straatsburg Definitieve uitgave
Het opbouwen van een kapitaalmarktenunie
P8_TA(2015)0268B8-0655/2015

Resolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2015 over het opbouwen van een kapitaalmarktunie (2015/2634(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Groenboek van de Commissie van 18 februari 2015 getiteld "Het opbouwen van een kapitaalmarktunie" (COM(2015)0063),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 15 mei 2014 getiteld "Een hervormde financiële sector voor Europa" (COM(2014)0279),

–  gezien zijn resolutie van 11 maart 2014 met aanbevelingen voor de Commissie over de evaluatie van het Europees systeem voor financieel toezicht (ESFS)(1) ,

–  gezien de verslagen van de Commissie betreffende de werking van het Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) en het Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS) (COM(2014)0509) en betreffende de taken en de organisatie van het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB) (COM(2014)0508),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 27 maart 2014 getiteld "Langetermijnfinanciering van de Europese economie" (COM(2014)0168),

–  gezien zijn resolutie van 26 februari 2014 over langetermijnfinanciering van de Europese economie(2) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 november 2014 getiteld "Een investeringsplan voor Europa" (COM(2014)0903),

–  gezien de vraag aan de Commissie over het Groenboek getiteld "Het opbouwen van een kapitaalmarktunie" (O-000075/2015 – B8-0564/2015),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 26 februari 2014 over langetermijnfinanciering van de Europese economie met klem heeft gewezen op de noodzaak van het verbeteren van de toegang tot kapitaalmarkten door middel van nieuwe financieringsbronnen en er tegelijkertijd op heeft gewezen dat commerciële banken waarschijnlijk een belangrijke bron van financiering zullen blijven en dat het voor de lidstaten van cruciaal belang is om nieuwe bronnen te creëren – naast de reeds bestaande mechanismen – en om de financieringskloof te dichten, en dat ze moeten werken aan een passend regelgevings- en toezichtskader, dat wil zeggen een kader dat toegesneden is op de behoeften van de reële economie;

B.  overwegende dat de Commissie in haar mededeling van 27 maart 2014 getiteld "Langetermijnfinanciering van de Europese economie" heeft gekeken naar mogelijkheden voor het nemen van concrete maatregelen voor het diversifiëren van financiering, het ontwikkelen van Europese kapitaalmarkten en het verbeteren van de toegang tot financiering, met name voor kmo's, bijvoorbeeld markten voor bedrijfsobligaties en aandelen, eenvoudige en transparante securitisatie, gedekte obligaties en onderhandse plaatsing;

C.  overwegende dat, zoals aangegeven door de voorzitter van de Commissie, Jean-Claude Juncker, de eerste strategische prioriteit van de Commissie is het versterken van het Europese concurrentievermogen en het aanzwengelen van investeringen met het oog op het scheppen van nieuwe werkgelegenheid;

D.  overwegende dat in onvoldoende mate gereguleerde en gecontroleerde kapitaalmarkten in belangrijke mate hebben bijgedragen tot het ontstaan van de financiële crisis; overwegende dat dit feit op adequate wijze tot uitdrukking moet komen in alle nieuwe voorstellen, met name die betreffende securitisatie;

E.  overwegende dat de EU-instellingen naar aanleiding van de financiële crisis een aantal nieuwe wetgevingsmaatregelen hebben geïntroduceerd gericht op het voorkomen van vergelijkbare crises en op het tot stand brengen van een klimaat van financiële stabiliteit, hetgeen essentieel is voor een daadwerkelijk duurzame groei; overwegende dat deze wetgevingsmaatregelen gezien moeten worden als het kader waarbinnen de kapitaalmarktunie tot ontwikkeling kan worden gebracht, en niet als een belemmering daarvoor;

F.  overwegende dat een geringere fragmentering van kapitaalmarkten tot lagere kapitaalkosten en een gelijkmatigere toewijzing van kapitaal zou kunnen leiden, hetgeen goed is voor de groei van bedrijven, met name kmo's, en het scheppen van nieuwe werkgelegenheid in de EU;

G.  overwegende dat verschillende EU-instellingen en de particuliere sector op dit moment werken aan oplossingen of aanbevelingen voor het verder ontwikkelen van de kapitaalmarkten, bijvoorbeeld ten aanzien van eenvoudige en transparante securitisatie, onderhandse plaatsing, financiering middels de uitgifte van aandelen, Europese gedekte obligaties en beursintroducties;

H.  overwegende dat eerdere inspanningen op regelgevingsgebied (de kapitaalvereistenrichtlijn, de tweede richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten en de verordening betreffende markten voor financiële instrumenten) aangevuld en verder ontwikkeld moeten worden met een kapitaalmarktunie;

De economische context

1.  wijst erop dat de investeringen in de reële economie in Europa de voorbije decennia in relatieve termen zijn afgenomen ondanks een stevige toename van de omvang van de Europese en de mondiale financiële sector gedurende dezelfde periode; wijst erop dat de reële economie onverminderd in grote mate afhankelijk is van banken, hetgeen de economie kwetsbaar maakt voor situaties waarin banken bij het verstrekken van leningen restrictiever opereren;

2.  wijst erop dat grootschalige interventies door publieke entiteiten sinds het begin van de crisis, waartoe deze zich genoodzaakt voelden door het falen van de financiële sector, hebben geresulteerd in een overvloed aan liquiditeit, zonder dat dit evenwel heeft geleid tot een grotere vraag naar financiering vanuit de reële economie;

3.  wijst erop dat er voor de crisis in Europa geen sprake was van een tekort aan grensoverschrijdende stromen, maar dat deze zich voornamelijk manifesteerden in de vorm van leningen tussen banken onderling en in schulden die hoofdzakelijk werden gehouden door beleggers met een hoge leverage, hetgeen resulteerde in een overdracht van risico's binnen de interne markt;

4.  wijst erop dat het herstellen van de stabiliteit van de banksector in de EU aan belang won ten opzichte van het financieren van langetermijninvesteringen en van de reële economie;

5.  geeft aan dat de verzekeringssector veel werkloos kapitaal in kas houdt en dat een verbetering van het regelgevingskader, bijvoorbeeld door na te denken over de kapitaalvereisten die gelden voor bepaalde investeringen door de sector in kwestie, erin zou kunnen resulteren dat dit kapitaal veel nuttiger wordt gebruikt;

6.  wijst erop dat een goeddoordachte EU-kapitaalmarkt ontegenzeggelijk van nut is, maar dat we tegelijkertijd niet mogen vergeten dat er nog grote problemen bestaan op andere gebieden, zoals belastingen, met name belastingvoordelen voor financiering met schuld ten opzichte van financiering middels de uitgifte van aandelen, insolventie en de accountancywetgeving; is van oordeel dat harmonisatie op EU-niveau hier niet automatisch tot een meerwaarde zou leiden en dat het in dit verband niet nodig is de internationale standaarden voor financiële verslaglegging in Europa uit te breiden;

7.  onderstreept dat de mate van financiële integratie sinds de crisis kleiner is geworden, in die zin dat banken en beleggers zich sterker op hun thuismarkten zijn gaan concentreren;

8.  onderstreept dat vraag en aanbod kunnen worden gestimuleerd indien de lidstaten en de Unie ondubbelzinnig zouden aangeven te zullen werken aan het herstellen van het vertrouwen in de reële economie middels de totstandbrenging van een gunstig investeringsklimaat en juridische zekerheid voor beleggers, het formuleren van langetermijndoelstellingen voor een stabiliserend, concurrerend en groeivriendelijk wettelijk kader en het stimuleren en diversifiëren van investeringen in infrastructuurvoorzieningen, hetgeen het bedrijfsleven in staat zou stellen langer vooruit te plannen;

9.  onderkent dat Europa's toekomst afhankelijk is van haar vermogen om te innoveren; is van oordeel dat voor slimme, duurzame en inclusieve groei niet alleen een innovatievriendelijk regelgevingskader nodig is, maar ook gemakkelijke, adequate en gediversifieerde toegang tot financiering voor het bedrijfsleven;

10.  is van oordeel dat de verbetering van de financieringscondities voor het Europese bedrijfsleven moet stoelen op versterkte economische en financiële stabiliteit, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van hervormingen in alle lidstaten;

11.  beklemtoont dat tekortschietende kapitaalmarkten hebben geresulteerd in een verkeerde prijsstelling van risico's en in een kloof tussen de nagestreefde rendementen en de daadwerkelijk gelopen risico's, hetgeen erin heeft geresulteerd dat de markten entiteiten als bijvoorbeeld kmo's hebben benadeeld; vindt dat een van de doelstellingen van de kapitaalmarktunie moet zijn het verbeteren van de doeltreffendheid van de markten en het waarborgen van een billijke, adequate en financieel-economisch verantwoorde risico-rendementsratio op de kapitaalmarkten in de EU;

Een daadwerkelijk Europese benadering

12.  is van mening dat, terwijl bijvoorbeeld de VS zich sneller van de financiële crisis heeft hersteld dan de EU, hetgeen gedeeltelijk toe te schrijven is aan een meer gediversifieerd financieel systeem, de EU haar eigen versie van een daadwerkelijk kapitaalmarktunie tot stand moet brengen en daarbij terug moet grijpen op de ervaringen die in de andere delen van de wereld zijn opgedaan, zonder ze evenwel één op één over te nemen; onderstreept evenwel dat bij de erkenning van identieke of vergelijkbare normen van derde landen voor een verstandige benadering moet worden gekozen, teneinde voor vergelijkbaarheid te zorgen tussen de Europese en de internationale financiële markten;

13.  is van oordeel dat een daadwerkelijke Europese benadering van kapitaalmarkten terdege rekening moet houden met internationale ontwikkelingen zodat Europa haar aantrekkelijkheid voor internationale beleggers behoudt, en dat dit betekent dat onnodige verschillen en overlappingen op wetgevingsgebied moeten worden vermeden;

14.  onderstreept dat uitgedrukt in een percentage van het bbp in Europa weliswaar meer wordt gespaard dan in de VS (20% tegenover 17%), maar dat de spaartegoeden in beleggingsfondsen in de EU slechts 50% bedragen van de spaartegoeden in dergelijke fondsen in de VS, en de spaartegoeden in pensioenfondsen in de EU slechts 35% van de spaartegoeden in dergelijke fondsen in de VS; wijst er daarnaast op dat de aandelenmarkten, de markten voor bedrijfsobligaties en securitisatie in de EU slechts 60%, respectievelijk 35% en 20% uitmaken van de dienovereenkomstige markten in de VS;

15.  onderstreept dat de Commissie rekening moet houden met de economische en culturele verschillen tussen de kmo-sectoren van de lidstaten, teneinde onbedoelde gevolgen van de totstandbrenging van de kapitaalmarktunie, zoals een verscherping van de bestaande onevenwichtigheden bij de toegang tot financiering van lidstaat tot lidstaat, te vermijden;

16.  verzoekt de Commissie een Europese benadering te ontwikkelen voor het versterken van de diversificatie van de financieringsbronnen en investeringen in Europese ondernemingen, in de vorm van een kapitaalmarktunie die voortbouwt op de kenmerken en onderlinge verwevenheid van het Europese bank- en kapitaalmarktenlandschap, rekening houdend met de eigenheden van het Europese model voor het financieren van bedrijven en de noodzaak van het ontwikkelen van betrouwbare niet-bancaire bronnen van financiering voor groei, en deze aan te vullen met manieren voor marktdeelnemers om schuld, equity en risicokapitaal rechtstreeks op de markt aan te trekken; wijst erop dat de Commissie zich niet uitsluitend moet laten leiden door collegiale toetsingen met andere jurisdicties; wijst de Commissie erop dat culturele verschillen niet terzijde mogen worden geschoven en dat passende antwoorden moeten worden geformuleerd om deze te overbruggen; is daarnaast van oordeel dat de Commissie bij de hervormingen van de kapitaalmarkten oog moet hebben voor de recentste technologische ontwikkelingen;

17.  verzoekt de Commissie te erkennen dat de verschillende tussen de bedrijfsmodellen en de financiële markten van de lidstaten juist ook een sterk punt kunnen zijn en het verdienen te worden beschermd voor Europa als geheel;

18.  onderstreept dat de lancering van een kapitaalmarktunie en de onderliggende wetgeving gericht moet zijn op de werking van kapitaalmarkten in de hele EU, op voltooiing van de interne markt en op aanzwengeling van duurzame groei; beklemtoont dat na de crisis maatregelen zijn genomen met betrekking tot het toezicht op de banksector, maar dat die maatregelen – voorlopig althans – niet ook van toepassing zijn op de kapitaalmarkten; onderstreept dat financiële sectoren onderling verschillen, hetgeen inhoudt dat er ook verschillende oplossingen nodig zijn; onderstreept evenwel dat voor de actoren op de markten voor vergelijkbare financiële activiteiten een gelijk speelveld moet worden gecreëerd en dat het prioritaire doel voor alle sectoren moet zijn het verbeteren van de toewijzing van kapitaal aan de Europese economie en het verbeteren van de benutting van kapitaal dat op dit moment niet wordt gebruikt;

19.  onderstreept dat met het oog hierop een gedegen en alomvattende inventarisatie moet worden gemaakt van alle maatregelen die de voorbije jaren zijn genomen, waarbij ook in kaart moet worden gebracht wat het cumulatieve effect van al die maatregelen op de Europese kapitaalmarkten is geweest; is van oordeel dat hierbij als vanzelfsprekend ook gekeken moet worden of de strikte kapitaalmarktvereisten die in de bank- en verzekeringssector zijn toegepast, eventueel moeten worden herzien;

20.  beklemtoont dat de initiatieven voor de totstandbrenging van een kapitaalmarktunie er niet op gericht moeten zijn het wiel opnieuw uit te vinden, maar moeten passen in de erkenning dat financiering voor bedrijven in Europa stoelt op goed-ontwikkelde, historisch gevormde structuren die ondanks hun tekortkomingen succesvol en crisisbestendig zijn gebleken, en dat een verdere diversificatie en de ontwikkeling van nieuwe kanalen ertoe moeten bijdragen dat de verschillende soorten bedrijven toegang krijgen tot aanvullende bronnen van financiering;

21.  wijst erop dat de traditionele financieringskanalen via banken vaak van te weinig nut zijn in het geval van innovatieve plannen en voor kmo's; onderstreept dat de gebrekkige toegang tot financiering voor kmo's een van de grootste hinderpalen is voor groei in de EU; beklemtoont dat, juist omdat kmo's onverminderd moeilijk toegang hebben tot financiering door banken, naar alternatieven voor deze vorm van financiering moet worden gezocht, waarbij met name het bedrijfsklimaat voor risicokapitaal, 'peer-to-peer'-fondsen, onderhandse plaatsing, leningsecuritisatie voor kmo's en kredietunies moeten worden gestimuleerd, maar ook moet worden gewerkt aan standaardisering van de regels voor publiek-private partnerschappen (ppp's) in de hele EU;

22.  onderstreept dat een doeltreffender toewijzing van kapitaal binnen de EU niet altijd automatisch resulteert in grotere grensoverschrijdende kapitaalstromen; herinnert eraan dat het ontstaan van zeepbellen in de vastgoedsector in een aantal lidstaten voor de crisis tot op zekere hoogte toe te schrijven is aan een excessieve instroom van kapitaal;

23.  onderstreept dat het belangrijk is in kaart te brengen welke van de bestaande financiële structuren doeltreffend zijn geweest (en derhalve moeten worden gecontinueerd) en welke substantieel moeten worden verbeterd; is van oordeel dat doeltreffende structuren ook moeten worden gestimuleerd voor plaatselijke en gedecentraliseerde financiële instellingen;

24.  herinnert aan het succes van EU-brede initiatieven zoals instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), die de groei mogelijk hebben gemaakt van EU-investeringsfondsen, dat wil zeggen fondsen die met een paspoort in alle lidstaten actief zijn, met bijna 8 biljoen EUR aan activa; beschouwt ook de richtlijn betreffende beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi's) is een goed voorbeeld van dit soort succesvolle initiatieven;

25.  is verheugd over de vaststelling van de verordening betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen ((Eltif's); is van oordeel dat de Eltif's tot net zoveel vooruitgang kunnen leiden als de icbe's, in die zin dat ze zouden kunnen resulteren in een grotere toewijzing van kapitaal aan langetermijnprojecten die behoefte hebben aan financiering, zoals projecten voor infrastructuurvoorzieningen en in de energiesector, in het bijzonder die met een grensoverschrijdend karakter; verzoekt de Commissie te onderzoeken op welke wijze buitengewone investeringsprogramma's, zoals het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), op de lange termijn doeltreffend gekoppeld kunnen worden aan reguliere EU-fondsen; is van mening dat institutionele beleggers gevraagd zou moeten worden middelen van hun portfolio's bij te dragen aan de Europese kapitaalmarkten; is van oordeel dat institutionele beleggers en de voorwaarden waaronder zij tot de markt kunnen toetreden een belangrijke rol toekomen bij de ontwikkeling van de kapitaalmarktunie;

26.  herinnert aan het eerdere werk dat is verricht op het gebied van het integreren van de financiële markten, zoals de actieplan voor financiële diensten uit 1999, het verslag-Giovannini en het verslag-de Larosière, en verzoekt de Commissie hierop in haar actieplan voor de kapitaalmarktunie voort te bouwen;

27.  verzoekt de Commissie de huidige situatie op de kapitaalmarkten nauwkeurig en uitgesplitst naar lidstaat te analyseren, middels een alomvattende economische analyse te onderzoeken waar en in welke mate EU-brede obstakels investeringen via de kapitaalmarkten bemoeilijken en aan te geven op welke wijze, waaronder middels niet-wetgevings- en op de markt gebaseerde benaderingen, deze obstakels kunnen worden geëlimineerd of geminimaliseerd; is van oordeel dat een kapitaalmarktunie zonder een dergelijke analyse niet kan slagen; verzoekt de Commissie dit proces te versnellen;

28.  verzoekt de Commissie te inventariseren welke institutionele, wetgevings- en regelgevingsverschillen tussen de lidstaten tot grensoverschrijdende risico's op de financiële en kapitaalmarkten in de EU leiden en daar via doeltreffende maatregelen iets aan te doen, teneinde de grensoverschrijdende kapitaalstromen soepeler te laten verlopen en beleggers ertoe te bewegen wat vaker over de landsgrenzen heen te kijken;

29.  verzoekt de Commissie ook naar de aanbodzijde te kijken en met name te onderzoeken waar het nu eigenlijk aan ligt dat kleine en institutionele beleggers er niet in slagen voldoende kapitaal aan te trekken voor het versterken van individuele financiële diensten en langetermijninvesteringen in de reële economie, en iets te doen aan die onderliggende oorzaken;

30.  spoort de Commissie aan de financiële educatie van beleggers én bedrijven, als gebruikers van kapitaalmarkten, te stimuleren en de beschikbaarheid van EU-gegevens en -onderzoek te verbeteren middels het standaardiseren en verbeteren van de systemen voor het verzamelen van gegevens, zodat beleggers en bedrijven de vergelijkende kosten en baten begrijpen van de verschillende diensten die de deelnemers aan kapitaalmarkten aanbieden;

31.  verzoekt de Commissie te bekijken op welke wijze de informatie-asymmetrieën in de kapitaalmarkten voor kmo's kunnen worden verkleind, en daarbij ook aandacht te besteden aan de markt voor kredietbeoordelaars en aan de belemmeringen voor nieuwkomers op deze markt; wijst nog eens op de idee van onafhankelijke Europese kredietbeoordelaars die beoordelingen aanbieden die ook kostenefficiënt zijn voor kleine investeringen;

32.  is verheugd over de aankondiging van de Commissie dat zij de prospectusrichtlijn gaat herzien om iets te doen aan de bestaande tekortkomingen van het kader voor prospectussen; onderstreept hoe belangrijk het is de procedures in kwestie te vereenvoudigen door de administratieve last voor emittenten en bedrijfsnoteringen, met name voor kmo's en mid-capbedrijven, proportioneel te verlichten; denkt dat het interessant zou kunnen zijn te onderzoeken op welke wijze de vereisten beter kunnen worden aangepast aan het soort activa, beleggers of emittenten; wijst erop dat het in gestandaardiseerde vorm en digitaal ter beschikking stellen van de te verstrekken informatie de transparantie ten goede zou komen en de transactiekosten zou reduceren;

33.  verzoekt de Commissie meer duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop de kapitaalmarktunie zich zal verhouden tot de twee andere pijlers van het Europees investeringsplan, te weten het Europees Fonds voor strategische investeringen en het Europees investeringsadviescentrum;

34.  onderstreept dat het belangrijk is de initiatieven met betrekking tot kapitaalmarkten te integreren met andere beleidsagenda's, zoals de ontwikkeling van een digitale interne markt en de lopende hervormingen op het gebied van het vennootschapsrecht en corporate governance, teneinde tot onderlinge coherentie en consistentie van de verschillende regelgevings- en niet-regelgevingsinitiatieven te komen en aldus de positieve neveneffecten van de diverse beleidsmaatregelen ten aanzien van economische groei en het schappen van werkgelegenheid te maximaliseren;

De onderdelen van een kapitaalmarktunie

35.  is van oordeel dat bij de totstandbrenging van de kapitaalmarktunie een stapsgewijze benadering moet worden gevolgd en dat de unie in kwestie drie prioritaire doelstellingen moet hebben: ten eerste, het stimuleren van een zo doeltreffend mogelijke toewijzing van spaartegoeden via meer en gediversifieerdere financieringsbronnen voor bedrijven en meer beleggingsmogelijkheden, grotere transparantie en portfoliodiversifiëring voor spaarders en beleggers; ten tweede, risicobeperking middels de totstandbrenging van diepere, grensoverschrijdende markten, vergroting van de weerbaarheid van het financiële systeem tegen de negatieve gevolgen van ernstige financiële crises en het opvangen van de impact van idiosyncratische schokken; ten derde, het aanbieden van een doeltreffend aanvullend kanaal voor het financieren van de reële economie;

36.  verzoekt de Commissie in voorkomend geval voorstellen te presenteren voor het herzien van de bestaande wetgeving, met name die betreffende kredietbeoordelaars en auditkantoren, teneinde de bescherming van beleggers te vergroten en te vervolledigen;

37.  onderstreept dat het een 'must' is de bestaande belemmeringen voor grensoverschrijdende financiering, met name voor kmo's, te elimineren, teneinde alle bedrijven, ongeacht hun grootte en ongeacht hun vestigingsplaats, optimaal van de kapitaalmarktunie te kunnen laten profiteren;

38.  onderstreept dat het een van de kernbeginselen van de kapitaalmarktunie moet zijn de eindgebruikers van kapitaalmarkten, d.w.z. bedrijven en beleggers, meer in het middelpunt te plaatsen, en dat de erkenning moet doordringen dat markten in dienst dienen te staan van bedrijven en beleggers; is derhalve van oordeel dat het beleid van de EU erop gericht moet zijn te waarborgen dat kapitaalmarkten bedrijven beter toegang tot financiering geven en beleggers diverse, transparante en betaalbare spaarmogelijkheden bieden;

39.  verzoekt de Commissie voorstellen voor te leggen die waarborgen dat de kapitaalmarktunie wordt gecomplementeerd met een duidelijke strategie voor het bestrijden van de contraproductieve effecten van het systeem van schaduwbankieren;

40.  onderstreept dat, om bij te dragen aan de verwezenlijking van de hierboven vermelde prioriteiten, de initiatieven voor de kapitaalmarktunie gericht moeten zijn op het beperken van de complexiteit, en tegelijkertijd het vergroten van de doeltreffendheid en het terugdringen van de kosten, van de bemiddelingsketen tussen spaarders en investeringen, het vergroten van het bewustzijn van de bemiddelingsketen en de kostenstructuur ervan bij de eindgebruikers, het verbeteren van de beleggersbescherming, het waarborgen van de stabiliteit van de bemiddelingsketen door middel van passende prudentiële regels, en het garanderen dat tussenpersonen kunnen falen en kunnen worden vervangen met een minimale verstoring van het financiële stelsel en de reële economie;

41.  verwelkomt het plan van de Commissie om in kaart te brengen wat de totale impact is van de financiële regelgeving, en in het bijzonder van de wetgeving die de afgelopen vijf jaar is geïntroduceerd; onderstreept dat bij het toetsen van de bestaande financiële regelgeving rekening moet worden gehouden met de hierboven vermelde prioriteiten;

42.  onderstreept dat financiering door banken en de rol van tussenpersoon die banken op kapitaalmarkten vervullen belangrijke pijlers zijn van het hele systeem van het verstrekken van financiering aan het bedrijfsleven; is van oordeel dat de kapitaalmarktunie moet stoelen op het complementeren van de fundamentele rol van banken en niet op het vervangen van banken, aangezien financiering door banken een significante rol moet blijven vervullen bij de financiering van de Europese economie; onderstreept de belangrijke rol van relatiebankieren bij het financieren van micro-ondernemingen en kmo's, en denkt dat dit ook gebruikt kan worden bij het aanbieden van alternatieve financieringsmethoden; herinnert aan de strategische dimensie van het beschikken over een sterke en gediversifieerde Europese banksector; verzoekt de Commissie een onderzoek te houden naar bankleningen voor kmo's in de hele Unie en iets te doen aan de eventuele ongewenste belemmeringen op dit vlak;

43.  onderstreept dat kmo's over een zo breed mogelijk scala aan financieringsstructuren moeten beschikken, zodat ze zelf kunnen kiezen tussen verschillende kostenplaatjes en complexiteitsniveaus, waaronder hypothecaire leningen en financiering op basis van securitisatie;

44.  wijst met klem op de noodzaak van het stimuleren van een klimaat waarin meer door huishoudens en bedrijven gespaard geld zijn weg vindt naar instrumenten die in kapitaalmarkten beleggen en waarin beleggers aangemoedigd worden kapitaal grensoverschrijdend toe te wijzen; onderstreept dat het belangrijk is te beschikken over geëigende garanties, met name voor huishoudens, teneinde te zorgen voor volledig inzicht in de voor- en nadelen van het beleggen in kapitaalmarkten; onderstreept dat het belangrijk is de toegang uit te breiden tot financiële educatie die gericht is op het vergroten van het vertrouwen van beleggers (en in het bijzonder kleine beleggers) in kapitaalmarkten; vindt het daarnaast belangrijk dat financiële educatie ook gericht wordt op kmo's, teneinde hen te leren hoe ze kapitaalmarkten kunnen gebruiken;

45.  beklemtoont dat de initiatieven voor de kapitaalmarktunie leningnemers in staat zouden moeten stellen toegang te hebben tot op de markt gebaseerde bronnen van financiering en ertoe zouden moeten bijdragen dat vaker gebruik wordt gemaakt van 'andere' vormen van leningen, zoals equity en bedrijfsobligaties, alsook van indirecte vormen van financiering waarbij banken en markten samenwerken;

46.  onderstreept dat het voor het tot stand brengen van een doeltreffende kapitaalmarktunie belangrijk is dat financiële actoren in staat zijn een inzichtelijke vergelijking te maken van de beleggingsopties die zij hebben; dringt in dit verband aan op het versterken van het gemeenschappelijk kader gericht op het waarborgen van vergelijkbaarheid en transparantie van de verschillende financiële instrumenten, waarbij het met name belangrijk is dat de hiertoe voorziene maatregelen in MIFID, de richtlijn verzekeringsbemiddeling en PRIIP's goed ten uitvoer worden gelegd; onderstreept het belang van wetgevingscoherentie in het algemeen en van coherentie tussen de hierboven vermelde wetgevingen in het bijzonder, teneinde regelgevingswillekeur te vermijden en te waarborgen dat op de markten de hoogst mogelijke normen inzake beleggersbescherming in acht worden genomen;

47.  is van oordeel dat de kapitaalmarktunie een passend regelgevingskader moet behelzen dat zorgt voor een betere toegang – over de grenzen heen – tot informatie over de bedrijven die op zoek zijn naar krediet, quasi-equity en equitystructuren, teneinde het gebruik van niet-bancaire financieringsmodellen, waaronder crowdfunding en 'peer-to peer'-leningen, te stimuleren; is van oordeel dat de openbaarmaking van dergelijke informatie voor kmo's een vrijwillig karakter moet hebben; onderstreept dat de regels inzake beleggersbescherming in dezelfde mate van toepassing moeten zijn op alle financieringsmodellen, d.w.z. de bancaire én de niet-bancaire; is van oordeel dat een dergelijk klimaat ook impliceert dat de financiële tussenpersonen buiten de banksector systeemweerbaar zijn en onder een toezichtsregeling vallen;

48.  is van oordeel dat de standaardisering van bepaalde financiële instrumenten en hun toegankelijkheid in de hele interne markt zouden kunnen bijdragen tot grotere liquiditeit en een beter werkende interne markt, en het mogelijk zouden maken de Europese kapitaalmarkten te overzien en te monitoren, waarbij op passende wijze rekening moet worden gehouden met de goede praktijken in de lidstaten; beklemtoont dat de mogelijkheid moet worden gehandhaafd om op-maat-gesneden financiële instrumenten aan te bieden, d.w.z. instrumenten die aansluiten bij de behoeften van individuele emittenten en individuele beleggers;

49.  is van oordeel dat naar aanleiding van de toetsing van de tenuitvoerlegging van het actieplan voor financiële diensten aandacht moet worden besteed aan twee aspecten, te weten i) de bijzondere impact van maatregelen in het kader van de interne markt op de werking van de eurozone, en ii) de noodzaak om gelijktijdig de werking van de markt én het toezicht daarop te verbeteren; verzoekt de Commissie om bij het opstellen van het actieplan lessen te trekken uit hetgeen tot nu toe is gebeurd;

50.  onderstreept dat de wettelijke en toezichtskaders een fundamentele rol toekomt bij het vermijden van situaties waarin buitensporige risico's worden genomen en van instabiliteit op de financiële markten; beklemtoont dat een goed project voor de kapitaalmarktunie moet worden aangevuld met sterk EU-breed en nationaal toezicht, met inbegrip van passende macroprudentiële instrumenten; is van oordeel dat hierbij onder andere gedacht kan worden aan een grotere rol voor de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA), teneinde te komen tot meer convergentie op het vlak van toezicht;

51.  verzoekt de Commissie een gedegen analyse te maken van de risico's van op kapitaalmarkten gebaseerde kredietfinanciering en van de ervaringen die op dit gebied zijn opgedaan aan het begin van de financiële crisis in 2007-2008, en de problemen die aan het licht komen aan te pakken;

Het vergroten van de relevantie van kapitaalmarkten voor kmo's

52.  is van oordeel dat eventuele wijzigingen van of toevoegingen aan het bestaande regelgevingskader voor financiële tussenpersonen gericht moeten zijn op het elimineren van belemmeringen voor nieuwe kleine en middelgrote tussenpersonen, op het verbeteren van de toegang tot financiering, met name voor innovatieve start-ups en kleine en middelgrote ondernemingen, alsook op het vaststellen van prudentiële normen die evenredig zijn aan het risico;

53.  is verheugd over het voorstel van de Commissie voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft en van Richtlijn 2013/34/EU wat bepaalde onderdelen van de verklaring inzake corporate governance betreft (COM(2014)0213); is met name van oordeel dat dit voorstel zou moeten bijdragen aan het tot stand brengen van een beleggersvriendelijk klimaat door middel van het verbeteren van de doeltreffendheid van de keten voor beleggingen in de vorm van equity; onderstreept dat de kapitaalmarktunie gebaat zou zijn bij een goed en bruikbaar kader voor corporate governance;

54.  onderstreept dat de steeds verdere ontwikkeling van kapitaalmarkten er niet toe moet leiden dat ze zo ingewikkeld worden dat kmo's er geen gebruik meer van maken, wetende dat het juist deze categorie bedrijven is die behoefte heeft aan toegang tot aanvullende financiering, met name in de lidstaten die economische problemen hebben/hadden; beklemtoont dat een voor de financiering van kmo's gunstig klimaat onder andere inhoudt dat er – zowel op het niveau van de EU, als op het niveau van de lidstaten – sprake is van kmo-vriendelijke economische omstandigheden en regelgeving; onderstreept in het bijzonder dat aandacht moet worden besteed aan vereenvoudiging van de procedures voor toegang tot beursintroducties voor kmo's en mid-capbedrijven, waarbij overigens moet zijn gewaarborgd dat strenge criteria blijven gelden voor het beoordelen van de veerkracht van bedrijven en van de mate waarin zij voor beursintroducties in aanmerking komen; verzoekt de Commissie te bekijken welke andere maatregelen er nog kunnen worden genomen om kmo's beter in staat te stellen beleggers aan te trekken;

55.  herinnert eraan dat een gebrek aan informatie over de financiële positie van kmo's een van de grootste obstakels is voor investeringen in deze categorie bedrijven; vindt dat goed moet worden nagedacht over de vraag hoe beleggers beter toegang kan worden geboden tot transparante en vergelijkende gegevens over kmo's, waarbij wel zo veel mogelijk moet worden vermeden dat deze bedrijven extra lasten worden opgelegd;

56.  maakt zich hard voor een gevarieerde en aantrekkelijke financieringsbasis op Europese publieke markten voor bedrijven van allerlei grootte, en vindt dat het 'denk eerst klein'-concept ingang moet vinden in de financiële regelgeving van de EU voor zogenaamde 'emerging growth companies' en dat de financiële regelgeving van de EU moet worden herzien om de administratieve kosten van een beursnotering voor bedrijven met 30%-50% te reduceren;

57.  is van oordeel dat, gezien het belang van kmo's en mid-capbedrijven voor het scheppen van nieuwe werkgelegenheid, beter gebruik moet worden gemaakt van de bestaande niet-bancaire financieringsmogelijkheden, zoals het ontwikkelen van gespecialiseerde secundaire markten (bijv. kmo-groeimarkten) en eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie; is verheugd over het initiatief gericht op het tot stand brengen van een duurzame en transparante securitisatiemarkt middels de vaststelling van een specifiek regelgevingskader met een uniforme definitie van kwalitatief hoogwaardige securitisatie, in combinatie met doeltreffende methoden voor het monitoren, meten en beheren van risico's; wijst er overigens met klem op dat kmo's een zeer heterogene groep bedrijven zijn en dat er naast securitisatie nog andere instrumenten zijn; verzoekt de Commissie derhalve een breed scala aan benaderingen te volgen en na te denken over een brede waaier aan markten om de financiering van kmo's te verbeteren;

58.  steunt suggesties gericht op het verbeteren van de mogelijkheden van toegang tot gegevens voor Europese bedrijven, in het bijzonder kmo's; vestigt in dit verband overigens de aandacht op het feit dat de kosten van marktgegevens gering zijn in vergelijking met de totale transactiekosten;

59.  verzoekt de Commissie met klem meer capaciteit te creëren voor het monitoren van de soorten bankachtige bemiddelingsactiviteiten die buiten de gereguleerde banksector plaatsvinden, alsook van de omvang van dit verschijnsel en de trends op dit gebied, en passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat hierbij het 'dezelfde risico's, dezelfde regels'-principe wordt toegepast;

60.  wijst erop dat private equity en risicokapitaal interessante alternatieve vormen van financiering zijn, met name voor start-ups; verzoekt de Commissie bij het ontwikkelen van alternatieve financieringsinstrumenten voort te bouwen op de ervaringen die met de Europese durfkapitaalfondsen en de Europese fondsen voor sociaal ondernemerschap zijn opgedaan, teneinde iets te doen aan de belangrijkste tekortkomingen van de risicokapitaalmarkten in de EU, zoals het gebrek aan informatie voor beleggers; is van mening dat een speciale databank met op vrijwillige basis bijeengebrachte informatie over kmo's en start-ups een nuttig instrument voor beleggers zou kunnen zijn, waarmee op termijn tot een verbreding van de groep marktdeelnemers kan worden gekomen en de risicokapitaalmarkten in de lidstaten verder kunnen worden uitgebouwd;

61.  verwelkomt de steun voor de ontwikkeling van markten voor onderhandse plaatsing door middel van gestandaardiseerde documenten en definities, in combinatie met maatregelen die beogen beleggers voldoende te informeren over de risico's en de voordelen van deze vorm van beleggen;

62.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat eventuele 'fund-to-fund'-voorstellen in het kader van de kapitaalmarktunie niet tot achterdeurtjes leiden bij de algehele beoordeling en het beheer van systeem- en specifieke risico's;

63.  wijst met klem op het belang van het versterken en verbeteren – in het kader van de totstandbrenging van de kapitaalmarktunie – van de coördinatie van het EU-standpunt op internationaal niveau, in het bijzonder in het kader van de G20, de Internationale Organisatie van effectentoezichthouders (IOSCO), de International Accounting Standards Board (IASB) en het Basel-comité;

Het tot stand brengen van een coherent regelgevingsklimaat in de EU voor kapitaalmarkten

64.  onderstreept verder het belang van equityfinanciering, aangezien dit kan helpen bij het reduceren van de risico's en de buitensporige schuldenniveaus en niveaus van vreemd vermogen in het financieel systeem; verzoekt derhalve de Commissie en de lidstaten de bovenmatig strenge regelgeving betreffende de financiering van particuliere ondernemingen middels equity tegen het licht te houden en aan te passen; onderstreept het belang van het aanpakken van de fiscale ongelijkheid tussen eigen vermogen en vreemd vermogen;

65.  is zich ervan bewust dat de grote verscheidenheid aan insolventieregels niet bevorderlijk is voor de totstandbrenging van grensoverschrijdende activapools en dus het proces van securitisatie; neemt in dit verband nota van de suggestie van de Commissie om grensoverschrijdende insolventie aan te pakken indien en voor zover dit nodig is voor de totstandbrenging van een goed functionerende kapitaalmarktunie; dringt aan op de ontwikkeling van een kader voor herstel en afwikkeling voor niet-banken, in het bijzonder centrale tegenpartijen;

66.  herinnert aan de rol die betalingssystemen en effectenafwikkelingsregelingen hebben voor de securitisatiemarkt en dringt erop aan hiervoor een Europese marktinfrastructuur op te zetten, alsook te zorgen voor gecoördineerd en meer geharmoniseerd toezicht op kritieke marktinfrastructuur, waarbij in het bijzonder kan worden gedacht aan een gegevensbank voor securitisatie, met daarin de namen van alle deelnemers aan securitisatie, de geaggregeerde blootstellingen en stromingen tussen marktdeelnemers, en toezicht uit te oefenen op de doeltreffendheid en relevantie van beleidsinitiatieven, te kijken waar eventueel zeepbellen ontstaan en asymmetrieën op het gebied van de verstrekking van informatie te beperken;

67.  wijst, gezien de rol van de informatie- en communicatietechnologieën, op de noodzaak van het aanpakken van het gevaar van cyberaanvallen en van het beschermen van het hele financiële systeem tegen dergelijke aanvallen;

68.  verzoekt de Commissie te werken aan het verbeteren van de vergelijkbaarheid en de kwaliteit van financiële informatie, waarbij ook het bestaande kader voor accountancystandaards onder de loep moet worden genomen, vanuit een globaal perspectief en wat betreft de conservatieve waarderingsmodellen en de proportionaliteit van de vereisten; is van oordeel dat de onlangs herziene Europese accountancywetgeving in de praktijk als eerste tegen het licht moet worden gehouden;

69.  onderstreept het belang van het uitvoeren van een effectbeoordeling en een kosten-batenanalyse van elke nieuwe wetgeving, met inbegrip van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen; wijst erop dat nieuwe wetgeving niet in alle gevallen de beste beleidsrespons is op de uitdagingen die op ons afkomen en dat derhalve ook naar niet-wetgevings- en op de markt gebaseerde benaderingen moet worden gekeken, waarbij in sommige situaties ook reeds bestaande nationale modellen kunnen volstaan; verzoekt de Commissie in de wetgeving in kwestie uit te gaan van het evenredigheidsbeginsel, teneinde de positieve effecten kmo's en mid-capbedrijven te vergroten;

70.  is van oordeel dat het bouwen aan een volledig functionele kapitaalmarktunie uiterlijk in 2018 moet zijn afgerond; herhaalt eens te meer zijn opvatting dat we behoefte hebben aan een alomvattende analyse van de huidige stand van zaken met betrekking tot de kapitaalmarkten in de EU en de problemen op die markten; verzoekt de Commissie een tandje bij te schakelen wat haar werk aan het actieplan betreft en op zo kort mogelijke termijn wetgevings- en niet-wetgevingsvoorstellen te presenteren, zodat een volledig geïntegreerde EU-kapitaalmarktunie uiterlijk eind 2018 van start kan gaan;

71.  is van oordeel dat de zich ontwikkelende digitale omgeving gezien moet worden als een kans voor het verbeteren van de prestatie en de waarde van de kapitaalmarktsector voor bedrijven, beleggers en de samenleving in zijn geheel;

o
o   o

72.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad.

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0202.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0161.

Laatst bijgewerkt op: 27 juni 2017Juridische mededeling