Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2114(REG)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0344/2016

Ingediende teksten :

A8-0344/2016

Debatten :

PV 13/12/2016 - 3

Stemmingen :

PV 13/12/2016 - 5.3
CRE 13/12/2016 - 5.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0484

Aangenomen teksten
PDF 2115kWORD 349k
Dinsdag 13 december 2016 - Straatsburg Definitieve uitgave
Algemene herziening van het Reglement van het Europees Parlement
P8_TA(2016)0484A8-0344/2016

Besluit van het Europees Parlement van 13 december 2016 over de algemene herziening van het Reglement van het Europees Parlement (2016/2114(REG)) (1)

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 226 en 227 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie begrotingscontrole, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie juridische zaken (A8-0344/2016),

1.  besluit onderstaande wijzigingen in zijn Reglement op te nemen;

2.  onderstreept dat deze wijzigingen op het Reglement naar behoren rekening houden met het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(2) ;

3.  verzoekt de secretaris-generaal de nodige maatregelen te nemen om de IT-systemen van het Parlement aan het gewijzigde Reglement aan te passen en geëigende elektronische applicaties ter beschikking te stellen, onder meer voor de follow-up van schriftelijke vragen aan andere instellingen van de Unie;

4.  besluit artikel 106, lid 4, van het Reglement te schrappen zodra de regelgevingsprocedure met toetsing uit alle bestaande wetgevingshandelingen is verwijderd en verzoekt de bevoegde diensten om in afwachting daarvan een voetnoot aan het artikel toe te voegen waarin naar de toekomstige schrapping wordt verwezen;

5.  verzoekt de Conferentie van voorzitters de Gedragscode voor onderhandelingen over dossiers volgens de gewone wetgevingsprocedure te wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met de artikelen 73 t/m 73 quinquies zoals die bij dit besluit zijn vastgesteld;

6.  wijst op de noodzaak om de bijlagen bij het Reglement te herzien, zodat deze alleen teksten bevatten die dezelfde rechtskracht hebben en dezelfde procedurele meerderheid vereisen als het Reglement zelf en Bijlage VI, die – hoewel voor de goedkeuring ervan een andere procedure en een andere meerderheid gelden – uitvoeringsmaatregelen van het Reglement bevat; wenst dat de overige bijlagen en andere teksten die relevant kunnen zijn voor het werk van de leden samengebracht worden in een compendium dat bij het Reglement wordt gevoegd;

7.  onderstreept dat deze wijzigingen van het Reglement in werking treden op de eerste dag van de vergaderperiode die volgt op de aanneming ervan, met uitzondering van :

   a) de wijzigingen op artikel 212, leden 1 en 2, betreffende de samenstelling van interparlementaire delegaties, die voor de bestaande delegaties in werking treden bij de opening van de eerste zitting na de volgende verkiezingen voor het Europees Parlement, die plaatsvinden in 2019;
   b) de wijzigingen op artikel 199, betreffende de samenstelling van commissies, en de schrapping van artikel 200, betreffende plaatsvervangers, die in werking treden bij de opening van de eerste zitting na de volgende verkiezingen voor het Europees Parlement, die plaatsvinden in 2019;

Onderstreept verder dat, niettegenstaande de wijzigingen van artikel 196, artikel 197, lid 1, en artikel 198, lid 3, de huidige bepalingen betreffende de verkiezing van leden van enquêtecommissies en bijzondere commissies van kracht blijven tot de opening van de eerste zitting na de volgende verkiezingen voor het Europees Parlement, die plaatsvinden in 2019;

8.  is van oordeel dat nagedacht moet worden over verdere herziening van de bepalingen van het Reglement inzake interne begrotingsprocedures;

9.  besluit dat de leden hun opgave van financiële belangen moeten aanpassen aan de wijziging van artikel 4 van bijlage I bij het Reglement, uiterlijk zes maanden nadat deze wijziging in werking is getreden; verzoekt het Bureau en de secretaris-generaal om binnen drie maanden na de inwerkingtreding de nodige maatregelen te nemen om de leden in staat te stellen deze aanpassingen door te voeren; besluit dat opgaven van financiële belangen die zijn ingediend op grond van de bepalingen van het Reglement die op de datum van goedkeuring van dit besluit van kracht waren, geldig blijven tot zes maanden na de inwerkingtreding; besluit dat laatstgenoemde bepalingen ook gelden voor leden die tijdens deze periode hun mandaat aanvatten;

10.  uit kritiek op de presentatie van de statistische gegevens over stemverklaringen, toespraken in de plenaire vergadering, parlementaire vragen, amendementen en ontwerpresoluties op de website van het Parlement, die bedoeld lijken te zijn om op platforms als MEPRanking te laten zien welke leden zogenaamd "actief" zijn; verzoekt het Bureau van het Parlement te stoppen met het leveren van ruwe cijfers in de vorm van statistieken en om beter passende criteria te hanteren om een lid als "actief" te kwalificeren;

11.  verzoekt de Commissie constitutionele zaken om artikel 168 bis betreffende de vaststelling van nieuwe minimumaantallen te herzien, en om een jaar na de inwerkingtreding van dat artikel de toepassing van deze minimumaantallen voor bepaalde artikelen te evalueren;

12.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Bestaande tekst   Amendement
Amendement 1
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 2
Artikel 2
Artikel 2
Ongebonden mandaat
Ongebonden mandaat
De leden van het Europees Parlement oefenen hun mandaat vrij uit. Zij mogen niet gebonden zijn door instructies en geen bindend mandaat aanvaarden.
In overeenstemming met artikel 6, lid 1, van de Akte van 20 september 1976 en met artikel 2, lid 1, en artikel 3, lid 1, van het Statuut van de leden van het Europees Parlement, oefenen de leden hun mandaat vrij en onafhankelijk uit en mogen zij niet gebonden zijn door instructies en geen bindend mandaat aanvaarden.
Amendement 2
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 3
Artikel 3
Artikel 3
Onderzoek van de geloofsbrieven
Onderzoek van de geloofsbrieven
1.  Na de verkiezingen voor het Europees Parlement verzoekt de Voorzitter de bevoegde autoriteiten van de lidstaten het Parlement onverwijld de namen van de gekozen leden mede te delen zodat alle leden vanaf de opening van de eerste vergadering na de verkiezingen daadwerkelijk in het Parlement zitting kunnen nemen.
1.  Na de verkiezingen voor het Europees Parlement verzoekt de Voorzitter de bevoegde autoriteiten van de lidstaten het Parlement onverwijld de namen van de gekozen leden mede te delen zodat alle leden vanaf de opening van de eerste vergadering na de verkiezingen daadwerkelijk in het Parlement zitting kunnen nemen.
Tegelijkertijd vestigt de Voorzitter de aandacht van deze autoriteiten op de desbetreffende bepalingen van de Akte van 20 september 1976 en verzoekt hen de nodige maatregelen te treffen teneinde elke vorm van onverenigbaarheid met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement te voorkomen.
Tegelijkertijd vestigt de Voorzitter de aandacht van deze autoriteiten op de desbetreffende bepalingen van de Akte van 20 september 1976 en verzoekt hen de nodige maatregelen te treffen teneinde elke vorm van onverenigbaarheid met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement te voorkomen.
2.  De leden van wier verkiezing aan het Parlement mededeling is gedaan, leggen, alvorens in het Parlement zitting te nemen, schriftelijk een verklaring af dat zij geen functie bekleden die onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976. Na de algemene verkiezingen wordt deze verklaring zo mogelijk niet later dan zes dagen voor de constituerende vergadering van het Parlement afgelegd. Zolang de geloofsbrieven nog niet zijn onderzocht of over ingebrachte bezwaren nog niet is beslist, nemen de betrokkenen met volledige rechten zitting in het Parlement en zijn organen, mits zij de bovengenoemde schriftelijke verklaring hebben ondertekend.
2.  De leden van wier verkiezing aan het Parlement mededeling is gedaan, leggen, alvorens in het Parlement zitting te nemen, schriftelijk een verklaring af dat zij geen functie bekleden die onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976. Na de algemene verkiezingen wordt deze verklaring zo mogelijk niet later dan zes dagen voor de constituerende vergadering van het Parlement afgelegd. Zolang de geloofsbrieven nog niet zijn onderzocht of over ingebrachte bezwaren nog niet is beslist, nemen de betrokkenen met volledige rechten zitting in het Parlement en zijn organen, mits zij de bovengenoemde schriftelijke verklaring hebben ondertekend.
Wanneer aan de hand van uit publiek toegankelijke bronnen te verifiëren feiten wordt vastgesteld dat een lid een functie bekleedt die onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976, constateert het Parlement, op basis van de door zijn Voorzitter verstrekte informatie, dat de zetel vacant is.
Wanneer aan de hand van uit publiek toegankelijke bronnen te verifiëren feiten wordt vastgesteld dat een lid een functie bekleedt die onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976, constateert het Parlement, op basis van de door zijn Voorzitter verstrekte informatie, dat de zetel vacant is.
3.  Aan de hand van een verslag van de voor het onderzoek van de geloofsbrieven bevoegde commissie gaat het Parlement onverwijld over tot onderzoek van de geloofsbrieven en beslist het over de geldigheid van het mandaat van elk der nieuwgekozen leden, alsmede over eventuele bezwaren, ingebracht overeenkomstig het bepaalde in de Akte van 20 september 1976, met uitzondering van die welke gebaseerd zijn op de nationale kieswetten .
3.  Aan de hand van een verslag van de bevoegde commissie gaat het Parlement onverwijld over tot onderzoek van de geloofsbrieven en beslist het over de geldigheid van het mandaat van elk der nieuwgekozen leden, alsmede over eventuele bezwaren, ingebracht overeenkomstig het bepaalde in de Akte van 20 september 1976, met uitsluiting van die welke krachtens deze akte uitsluitend vallen onder de nationale bepalingen waarnaar deze akte verwijst .
Het verslag van de bevoegde commissie stoelt op de officiële bekendmaking door elke lidstaat van de volledige verkiezingsuitslag, onder vermelding van de namen van de gekozen kandidaten en van die van hun eventuele vervangers in de uit de verkiezingsuitslag blijkende volgorde.
Het mandaat van een lid kan slechts geldig worden verklaard als de door dit artikel alsmede bijlage I van het Reglement vereiste schriftelijke verklaringen zijn opgesteld.
4.   Het verslag van de bevoegde commissie stoelt op de officiële bekendmaking door elke lidstaat van de volledige verkiezingsuitslag, onder vermelding van de namen van de gekozen kandidaten en van die van hun eventuele vervangers in de uit de verkiezingsuitslag blijkende volgorde.
Het mandaat van een lid kan slechts geldig worden verklaard als de door dit artikel alsmede bijlage I van het Reglement vereiste schriftelijke verklaringen zijn opgesteld.
Het Parlement kan zich op grond van een verslag van zijn bevoegde commissie op elk tijdstip uitspreken over eventuele bezwaren omtrent de geldigheid van het mandaat van een lid.
4.   Het Parlement gaat op grond van een voorstel van zijn bevoegde commissie onverwijld over tot onderzoek van de geloofsbrieven van individuele leden die uitgaande leden vervangen en kan zich op elk tijdstip uitspreken over eventuele bezwaren omtrent de geldigheid van het mandaat van een lid.
5.  Indien de benoeming van een lid voortvloeit uit het feit dat kandidaten van dezelfde lijst afzien van benoeming, ziet de bevoegde commissie erop toe dat niet-aanvaarding van het mandaat strookt met de letter en de geest van de Akte van 20 september 1976 en met artikel 4, lid 3, van het Reglement.
5.  Indien de benoeming van een lid voortvloeit uit het feit dat kandidaten van dezelfde lijst afzien van benoeming, ziet de bevoegde commissie erop toe dat niet-aanvaarding van het mandaat strookt met de letter en de geest van de Akte van 20 september 1976 en met artikel 4, lid 3, van het Reglement.
6.  De bevoegde commissie ziet erop toe dat alle voor de uitoefening van het mandaat van een lid of voor de volgorde der vervangers relevante gegevens onverwijld door de autoriteiten van de lidstaten of de Unie ter kennis van het Parlement worden gebracht en dat in geval van een benoeming daarbij de datum waarop de benoeming van kracht wordt, wordt vermeld.
6.  De bevoegde commissie ziet erop toe dat alle voor de verkiesbaarheid van een lid of voor de verkiesbaarheid of volgorde der vervangers relevante gegevens onverwijld door de autoriteiten van de lidstaten of de Unie ter kennis van het Parlement worden gebracht en dat in geval van een benoeming daarbij de datum waarop de benoeming van kracht wordt, wordt vermeld.
Indien de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ten aanzien van een lid een procedure openen op grond waarvan het mandaat van dit lid vervallen zou kunnen worden verklaard, verzoekt de Voorzitter deze autoriteiten hem regelmatig op de hoogte te stellen van de voortgang van de procedure. Hij verwijst de zaak naar de bevoegde commissie, op voorstel waarvan het Parlement zich over de zaak kan uitspreken.
Indien de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ten aanzien van een lid een procedure openen op grond waarvan het mandaat van dit lid vervallen zou kunnen worden verklaard, verzoekt de Voorzitter deze autoriteiten hem regelmatig op de hoogte te stellen van de voortgang van de procedure. Hij verwijst de zaak naar de bevoegde commissie, op voorstel waarvan het Parlement zich over de zaak kan uitspreken.
Amendement 3
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 4
Artikel 4
Artikel 4
Duur van het mandaat
Duur van het mandaat
1.  Het mandaat begint en eindigt overeenkomstig het bepaalde in de Akte van 20 september 1976. Het eindigt ook bij overlijden of bij ontslagneming.
1.  Het mandaat begint en eindigt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 5 en 13 van de Akte van 20 september 1976.
2.   De leden blijven in functie tot aan de opening van de eerste vergadering van het Parlement na de verkiezingen.
3.  Een demissionair lid deelt de Voorzitter zijn ontslagneming alsook de datum van ingang daarvan mede. Deze datum moet binnen een termijn van drie maanden na de mededeling vallen. Van deze mededeling wordt in aanwezigheid van de secretaris-generaal of zijn vertegenwoordiger een proces-verbaal opgemaakt, dat door deze alsmede door het betrokken lid ondertekend wordt en onverwijld wordt voorgelegd aan de bevoegde commissie, die het op de agenda voor haar eerste vergadering volgend op de ontvangst van dit document plaatst.
3.  Een demissionair lid deelt de Voorzitter zijn ontslagneming alsook de datum van ingang daarvan mede. Deze datum moet binnen een termijn van drie maanden na de mededeling vallen. Van deze mededeling wordt in aanwezigheid van de secretaris-generaal of zijn vertegenwoordiger een proces-verbaal opgemaakt, dat door deze alsmede door het betrokken lid ondertekend wordt en onverwijld wordt voorgelegd aan de bevoegde commissie, die het op de agenda voor haar eerste vergadering volgend op de ontvangst van dit document plaatst.
Indien de bevoegde commissie van oordeel is dat de ontslagneming niet strookt met de letter en de geest van de Akte van 20 september 1976, deelt zij dat aan het Parlement mede, zodat het kan besluiten al dan niet te constateren dat de zetel vacant is .
Indien de bevoegde commissie van oordeel is dat de ontslagneming strookt met de Akte van 20 september 1976, wordt de zetel vacant verklaard met ingang van de door het aftredende lid in de officiële mededeling vermelde datum en deelt de Voorzitter dat mee aan het Parlement .
Is dat niet het geval, dan wordt geconstateerd dat de zetel vacant is met ingang van de datum die door het demissionaire lid in het proces-verbaal van ontslagneming is aangegeven. Er wordt hierover niet door het Parlement gestemd.
Indien de bevoegde commissie van oordeel is dat de ontslagneming niet strookt met de Akte van 20 september 1976, stelt zij het Parlement voor om de zetel niet vacant te verklaren.
Voor uitzonderlijke omstandigheden, met name wanneer een of meerdere vergaderperioden plaatsvinden tussen de data waarop de ontslagneming ingaat en de eerste vergadering van de bevoegde commissie, waardoor de fractie waarbij het demissionaire lid is aangesloten de mogelijkheid wordt ontnomen het desbetreffende lid gedurende genoemde vergaderperioden te vervangen omdat niet is geconstateerd dat de zetel vacant is, wordt een vereenvoudigde procedure ingesteld. Krachtens deze procedure wordt de voor deze aangelegenheden verantwoordelijke rapporteur van de bevoegde commissie opdracht gegeven elke naar behoren ingediende ontslagneming onverwijld te bestuderen en de kwestie aan de voorzitter van de bevoegde commissie voor te leggen, mocht enige voor een fractie nadelige vorm van vertraging optreden, opdat deze overeenkomstig het bepaalde in lid 3:
–  ofwel de Voorzitter van het Parlement namens deze commissie ervan in kennis stelt dat kan worden geconstateerd dat de zetel vacant is, of
–  ofwel een buitengewone vergadering van diens commissie bijeenroept teneinde de door de rapporteur naar voren gebrachte moeilijkheden te bestuderen.
3 bis.   Indien er geen vergadering van de bevoegde commissie staat gepland tot de eerstvolgende vergaderperiode, onderzoekt de rapporteur van de bevoegde commissie onmiddellijk elke ontslagneming waarvan naar behoren kennis is gegeven. Wanneer vertraging bij de beoordeling van de kennisgeving schadelijk zou zijn, verwijst de rapporteur de zaak door naar de voorzitter van de commissie, met het verzoek, krachtens lid 3, dat:
–  de Voorzitter van het Parlement namens de commissie ervan in kennis wordt gesteld dat kan worden geconstateerd dat er een zetel vacant is, of
–  een buitengewone vergadering van de commissie wordt bijeengeroepen teneinde de door de rapporteur naar voren gebrachte moeilijkheden te bestuderen.
4.   Indien door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat aan de Voorzitter mededeling wordt gedaan van het einde van het mandaat van een lid van het Europees Parlement overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat, hetzij wegens onverenigbaarheden in de zin van artikel 7, lid 3, van de Akte van 20 september 1976, hetzij wegens het vervallen van het mandaat overeenkomstig artikel 13, lid 3, van die Akte, stelt de Voorzitter het Parlement ervan op de hoogte dat het mandaat is beëindigd op de door de lidstaat medegedeelde datum en verzoekt hij de lidstaat de vacante zetel onverwijld te doen bezetten.
4.   Wanneer door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of de Unie dan wel door het betrokken lid aan de Voorzitter mededeling wordt gedaan van een benoeming of verkiezing in een functie die in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976 onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, deelt de Voorzitter dat mee aan het Parlement, dat constateert dat de zetel vacant is vanaf de datum van de onverenigbaarheid.
Wanneer door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of de Unie dan wel door het betrokken lid aan de Voorzitter mededeling wordt gedaan van een benoeming of verkiezing in een functie die in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976 onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, deelt de Voorzitter dat mede aan het Parlement, dat constateert dat de zetel vacant is.
Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de Voorzitter in kennis stellen van de beëindiging van het mandaat van een lid van het Europees Parlement overeenkomstig het recht van die lidstaat, hetzij wegens onverenigbaarheden in de zin van artikel 7, lid 3, van de Akte van 20 september 1976, hetzij wegens het vervallen van het mandaat overeenkomstig artikel 13, lid 3, van die Akte, deelt de Voorzitter het Parlement mee dat het mandaat van het betrokken lid is beëindigd op de door de lidstaat meegedeelde datum. Wanneer die datum niet wordt meegedeeld, eindigt het mandaat op de datum waarop de lidstaat de kennisgeving uitbracht.
5.  De autoriteiten van de lidstaten of de Unie stellen de Voorzitter in kennis van elke taak die zij een lid willen toevertrouwen. De Voorzitter legt de bevoegde commissie de vraag voor of de beoogde taak strookt met de letter en de geest van de Akte van 20 september 1976. De Voorzitter stelt het Parlement, het betrokken lid en de betrokken autoriteiten in kennis van de conclusies van deze commissie.
5.  Wanneer de autoriteiten van de lidstaten of de Unie de Voorzitter in kennis stellen van een taak die zij een lid willen toevertrouwen, legt de Voorzitter de bevoegde commissie de vraag voor of de beoogde taak strookt met de Akte van 20 september 1976. De Voorzitter stelt het Parlement, het betrokken lid en de betrokken autoriteiten in kennis van de conclusies van deze commissie.
6.   Als datum voor het einde van een mandaat en de aanvang van een vacature moet worden beschouwd
–  bij ontslagneming: de datum waarop het Parlement heeft geconstateerd dat de zetel vacant is overeenkomstig het proces-verbaal van ontslagneming,
–  bij benoeming of verkiezing in functies die onverenigbaar zijn met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976: de door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of de Unie dan wel de door het betrokken lid medegedeelde datum.
7.  Ingeval het Parlement constateert dat een zetel vacant is, brengt het de betrokken lidstaat ervan op de hoogte en verzoekt het deze de zetel onverwijld te doen bezetten.
7.  Ingeval het Parlement constateert dat een zetel vacant is, brengt de Voorzitter de betrokken lidstaat daarvan op de hoogte en verzoekt deze de zetel onverwijld te doen bezetten.
8.   Betwistingen met betrekking tot de geldigheid van het mandaat van een lid wiens geloofsbrieven zijn onderzocht, worden verwezen naar de bevoegde commissie, die onverwijld, doch uiterlijk bij het begin van de eerstvolgende vergaderperiode verslag uitbrengt aan het Parlement.
9.  Ingeval bij het aanvaarden of het afzien van het mandaat kennelijk sprake is geweest van feitelijke onjuistheden of van wilsgebrek, behoudt het Parlement zich het recht voor het desbetreffende mandaat ongeldig te verklaren, c.q. te weigeren te constateren dat de zetel vacant is.
9.  Ingeval bij het aanvaarden of het afzien van het mandaat kennelijk sprake is geweest van feitelijke onjuistheden of van wilsgebrek, kan het Parlement het desbetreffende mandaat ongeldig verklaren, c.q. weigeren te constateren dat de zetel vacant is.
Amendement 4
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 5
Artikel 5
Artikel 5
Voorrechten en immuniteiten
Voorrechten en immuniteiten
1.  De leden genieten voorrechten en immuniteiten overeenkomstig het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie.
1.  De leden genieten de voorrechten en immuniteiten bedoeld in het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie.
2.  De parlementaire immuniteit is geen persoonlijk voorrecht van de leden, doch een garantie voor de onafhankelijkheid van het Parlement als geheel en van zijn leden.
2.  Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden met betrekking tot voorrechten en immuniteiten zet het Parlement zich in voor de handhaving van zijn integriteit als democratische wetgevende vergadering en de waarborging van de onafhankelijkheid van zijn leden bij de uitvoering van hun taken. De parlementaire immuniteit is geen persoonlijk voorrecht van de leden, doch een garantie voor de onafhankelijkheid van het Parlement als geheel en van zijn leden.
3.  Het laissez-passer waarmede het lid zich vrij in de lidstaten kan bewegen, wordt hem verstrekt door de Voorzitter, zodra deze van diens verkiezing in kennis is gesteld .
3.  Een laissez-passer van de Europese Unie waarmede een lid zich vrij in de lidstaten en in andere landen die het erkennen als een geldig reisdocument kan bewegen, wordt hem op verzoek door de Europese Unie verstrekt, onder voorbehoud van toestemming van de Voorzitter van het Parlement .
3 bis.   Voor de uitoefening van hun mandaat beschikken de leden over het recht om, met inachtneming van dit Reglement, actief aan de werkzaamheden van de commissies en delegaties van het Parlement deel te nemen.
4.  De leden hebben recht op inzage van alle stukken die in het bezit zijn van het Parlement of van een commissie. De inzage van persoonlijke stukken en afrekeningen is voorbehouden aan het betrokken lid. Uitzonderingen op dit beginsel voor de omgang met documenten waarvan de toegang voor het publiek kan worden geweigerd op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, zijn in bijlage VII bij dit Reglement geregeld.
4.  De leden hebben recht op inzage van alle stukken die in het bezit zijn van het Parlement of van een commissie. De inzage van persoonlijke stukken en afrekeningen is voorbehouden aan het betrokken lid. Uitzonderingen op dit beginsel voor de omgang met documenten waarvan de toegang voor het publiek kan worden geweigerd op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, zijn in artikel 210 bis geregeld.
Met instemming van het Bureau kan een lid krachtens een met redenen omkleed besluit inzage in een document van het Parlement worden geweigerd indien het Bureau, na het lid te hebben gehoord, tot de conclusie komt dat inzage tot een onaanvaardbare aantasting van de institutionele belangen van het Parlement of van het openbaar belang zou leiden en door het lid wordt verlangd op grond van in de privésfeer gelegen en persoonlijke motieven. Het lid kan tegen een dergelijk besluit binnen een maand na kennisgeving ervan een bezwaarschrift indienen. Een bezwaar is alleen ontvankelijk indien dit met redenen is omkleed. Over dit bezwaar beslist het Parlement zonder debat in de vergaderperiode die volgt op de indiening ervan.
Amendement 5
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 6
Artikel 6
Artikel 6
Opheffing van vrijstelling van rechtsvervolging
Opheffing van vrijstelling van rechtsvervolging
1.  Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden met betrekking tot voorrechten en immuniteiten zet het Parlement zich in voor handhaving van zijn integriteit als democratische wetgevende vergadering en waarborging van de onafhankelijkheid van zijn leden bij de uitvoering van hun taken. Een verzoek om opheffing van de immuniteit wordt overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie en de beginselen in dit artikel beoordeeld.
1.  Een verzoek om opheffing van de immuniteit wordt overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie en de beginselen in artikel 5, lid 2, beoordeeld.
2.  Wanneer een lid wordt verplicht als getuige of deskundige te verschijnen, is een verzoek om opheffing van de immuniteit niet noodzakelijk, mits
2.  Wanneer een lid wordt verplicht als getuige of deskundige te verschijnen, is een verzoek om opheffing van de immuniteit niet noodzakelijk, mits
–  het lid niet wordt verplicht om op een zodanig tijdstip te verschijnen dat de uitvoering van zijn parlementaire taken wordt belemmerd of bemoeilijkt, of mits het lid een verklaring schriftelijk of in een andere vorm kan afleggen, zodat de uitvoering van zijn parlementaire taken niet wordt bemoeilijkt; alsmede
–  het lid niet wordt verplicht om op een zodanig tijdstip te verschijnen dat de uitvoering van zijn parlementaire taken wordt belemmerd of bemoeilijkt, of mits het lid een verklaring schriftelijk of in een andere vorm kan afleggen, zodat de uitvoering van zijn parlementaire taken niet wordt bemoeilijkt; alsmede
–  het lid niet wordt verplicht verklaringen af te leggen over onderwerpen waarover het op grond van zijn functie vertrouwelijke informatie heeft verkregen, die het meent niet openbaar te moeten maken.
–  het lid niet wordt verplicht verklaringen af te leggen over onderwerpen waarover het op grond van zijn functie vertrouwelijke informatie heeft verkregen, die het meent niet openbaar te moeten maken.
Amendement 6
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 7
Artikel 7
Artikel 7
Verdediging van de voorrechten en van de immuniteit
Verdediging van de voorrechten en van de immuniteit
1.  Mochten de voorrechten en immuniteiten van een lid of een oud-lid door de autoriteiten van een lidstaat zijn geschonden, dan kan overeenkomstig artikel 9, lid 1, een verzoek om een besluit van het Parlement worden ingediend over de vraag of er al dan niet een schending van deze voorrechten en immuniteiten heeft plaatsgevonden.
1.  Wanneer wordt gesteld dat de voorrechten en immuniteiten van een lid of een oud-lid door de autoriteiten van een lidstaat zijn of dreigen te worden geschonden , kan overeenkomstig artikel 9, lid 1, worden verzocht om een besluit van het Parlement over de vraag of er een schending van deze voorrechten en immuniteiten heeft plaatsgevonden of waarschijnlijk zal plaatsvinden .
2.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit kan met name worden ingediend, wanneer wordt geoordeeld dat de omstandigheden een bestuursrechtelijke of andersoortige beperking vormen van de bewegingsvrijheid van de leden op hun reizen naar en van de plaats van bijeenkomst van het Parlement, dan wel van een mening die is geuit of een stem die is uitgebracht tijdens de uitoefening van hun taken, of dat zij binnen het toepassingsgebied van artikel 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie vallen.
2.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit kan met name worden ingediend, wanneer wordt geoordeeld dat de omstandigheden een bestuursrechtelijke of andersoortige beperking zouden vormen van de bewegingsvrijheid van de leden op hun reizen naar en van de plaats van bijeenkomst van het Parlement, dan wel van een mening die is geuit of een stem die is uitgebracht tijdens de uitoefening van hun taken, of dat zij binnen het toepassingsgebied van artikel 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie zouden vallen.
3.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit van een lid is niet ontvankelijk, wanneer reeds een verzoek om opheffing of verdediging van de immuniteit van dat lid is ontvangen in verband met dezelfde gerechtelijke procedure , ongeacht de vraag of er op dat tijdstip al dan niet een besluit was genomen.
3.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit van een lid is niet ontvankelijk, wanneer reeds een verzoek om opheffing of verdediging van de immuniteit van dat lid is ontvangen in verband met dezelfde feiten , ongeacht de vraag of er op dat tijdstip al dan niet een besluit was genomen.
4.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit van een lid wordt niet verder behandeld, wanneer een verzoek om opheffing van de immuniteit van dit lid in verband met dezelfde gerechtelijke procedure wordt ontvangen.
4.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit van een lid wordt niet verder behandeld, wanneer een verzoek om opheffing van de immuniteit van dit lid in verband met dezelfde feiten wordt ontvangen.
5.  Wanneer een besluit is genomen om de voorrechten en de immuniteit van een lid niet te verdedigen, kan het lid een verzoek indienen om het besluit in het licht van ingediend nieuw bewijsmateriaal te heroverwegen . Het verzoek om heroverweging is niet ontvankelijk, wanneer overeenkomstig artikel 263 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie tegen het besluit beroep is ingesteld of wanneer de Voorzitter van oordeel is dat het ingediende nieuwe bewijsmateriaal onvoldoende onderbouwd is om een heroverweging te rechtvaardigen.
5.  Wanneer een besluit is genomen om de voorrechten en de immuniteit van een lid niet te verdedigen, kan het lid bij wijze van uitzondering een verzoek indienen om het besluit te heroverwegen door nieuw bewijsmateriaal in te dienen overeenkomstig artikel 9, lid 1 . Het verzoek om heroverweging is niet ontvankelijk, wanneer overeenkomstig artikel 263 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie tegen het besluit beroep is ingesteld of wanneer de Voorzitter van oordeel is dat het ingediende nieuwe bewijsmateriaal onvoldoende onderbouwd is om een heroverweging te rechtvaardigen.
Amendement 7
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 9
Artikel 9
Artikel 9
Immuniteitsprocedures
Immuniteitsprocedures
1.  Ieder tot de Voorzitter gericht verzoek door een daartoe bevoegde autoriteit van een lidstaat om opheffing van de immuniteit van een lid, of door een lid of voormalig lid om verdediging van privileges en immuniteiten, wordt ter plenaire vergadering medegedeeld en verwezen naar de bevoegde commissie.
1.  Ieder tot de Voorzitter gericht verzoek door een daartoe bevoegde autoriteit van een lidstaat om opheffing van de immuniteit van een lid, of door een lid of voormalig lid om verdediging van privileges en immuniteiten, wordt ter plenaire vergadering meegedeeld en verwezen naar de bevoegde commissie.
Het lid of voormalig lid kan worden vertegenwoordigd door een ander lid. Het verzoek kan niet door een ander lid worden gedaan zonder toestemming van het betrokken lid .
1 bis.   Met instemming van het betrokken lid of voormalig lid kan het verzoek worden gedaan door een ander lid, die het betrokken lid of voormalig lid in alle fasen van de procedure vertegenwoordigt .
Het lid dat het betrokken lid of voormalig lid vertegenwoordigt, wordt niet betrokken bij het nemen van een besluit door de commissie .
2.  De commissie behandelt de verzoeken om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de voorrechten en immuniteiten onverwijld en met inachtneming van de relatieve complexiteit ervan.
2.  De commissie behandelt de verzoeken om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de voorrechten en immuniteiten onverwijld en met inachtneming van de relatieve complexiteit ervan.
3.  De commissie stelt een met redenen omkleed ontwerpbesluit op waarin wordt aanbevolen het verzoek om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de voorrechten en immuniteit in te willigen dan wel af te wijzen.
3.  De commissie stelt een met redenen omkleed ontwerpbesluit op waarin wordt aanbevolen het verzoek om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de voorrechten en immuniteit in te willigen dan wel af te wijzen. Amendementen daarop zijn niet ontvankelijk. Bij verwerping van een ontwerpbesluit wordt het tegengestelde besluit geacht te zijn aangenomen.
4.  De commissie kan de betrokken autoriteit om informatie of opheldering verzoeken die zij nodig acht om zich een oordeel te vormen over de wenselijkheid van opheffing of verdediging van de immuniteit.
4.  De commissie kan de betrokken autoriteit om informatie of opheldering verzoeken die zij nodig acht om zich een oordeel te vormen over de wenselijkheid van opheffing of verdediging van de immuniteit.
5.  Het betrokken lid krijgt de gelegenheid te worden gehoord en kan alle documenten of andere schriftelijke bewijsstukken overleggen die het lid voor het vormen van bovengenoemd oordeel nodig acht. Het betrokken lid kan zich doen vertegenwoordigen door een ander lid.
5.  Het betrokken lid krijgt de gelegenheid te worden gehoord en kan alle documenten of andere schriftelijke bewijsstukken overleggen die het lid voor het vormen van bovengenoemd oordeel nodig acht.
Behalve bij de hoorzitting zelf is het lid niet bij de debatten over het verzoek om opheffing of verdediging van zijn immuniteit aanwezig.
Behalve bij de hoorzitting zelf is het lid niet bij de debatten over het verzoek om opheffing of verdediging van zijn immuniteit aanwezig.
De voorzitter van de commissie nodigt het lid uit om te worden gehoord op een nader aangegeven datum en tijdstip. Het lid kan afstand doen van zijn recht om te worden gehoord.
De voorzitter van de commissie nodigt het lid uit om te worden gehoord op een nader aangegeven datum en tijdstip. Het lid kan afstand doen van zijn recht om te worden gehoord.
Verschijnt het lid niet op de hoorzitting conform de uitnodiging, dan wordt het lid geacht afstand te hebben gedaan van zijn recht om te worden gehoord, tenzij het lid onder opgave van redenen verzoekt te worden verschoond van verschijning op de hoorzitting op de voorgestelde datum en tijd. De voorzitter van de commissie bepaalt of een dergelijk verschoningsverzoek in het licht van de opgegeven redenen wordt ingewilligd; hiertegen is geen beroep mogelijk.
Verschijnt het lid niet op de hoorzitting conform de uitnodiging, dan wordt het lid geacht afstand te hebben gedaan van zijn recht om te worden gehoord, tenzij het lid onder opgave van redenen verzoekt te worden verschoond van verschijning op de hoorzitting op de voorgestelde datum en tijd. De voorzitter van de commissie bepaalt of een dergelijk verschoningsverzoek in het licht van de opgegeven redenen wordt ingewilligd; hiertegen is geen beroep mogelijk.
Wanneer de voorzitter van de commissie het verschoningsverzoek inwilligt, nodigt hij het lid uit om te worden gehoord op e en nieuwe datum en tijdstip. Gaat het lid niet in op de tweede uitnodiging om te worden gehoord, dan wordt de procedure voortgezet zonder dat het lid is gehoord. Er kunnen dan geen nieuwe verzoeken om verschoning of om te worden gehoord meer worden aanvaard.
Wanneer de voorzitter van de commissie het verschoningsverzoek inwilligt, nodigt hij het lid uit om te worden gehoord op e en nieuwe datum en tijdstip. Gaat het lid niet in op de tweede uitnodiging om te worden gehoord, dan wordt de procedure voortgezet zonder dat het lid is gehoord. Er kunnen dan geen nieuwe verzoeken om verschoning of om te worden gehoord meer worden aanvaard.
6.  Indien het verzoek om opheffing op verscheidene punten van beschuldiging berust, kan elk van deze punten in een apart besluit worden behandeld. Het verslag van de commissie kan bij wijze van uitzondering het voorstel bevatten dat de opheffing van de immuniteit uitsluitend betrekking heeft op de strafrechtelijke vervolging, zonder dat het lid, zolang geen definitief vonnis is geveld, kan worden aangehouden of gevangengezet of tegen hem enige andere maatregel kan worden genomen die de uitoefening van zijn mandaat in de weg staat.
6.  Indien het verzoek om opheffing of verdediging op verscheidene punten van beschuldiging berust, kan elk van deze punten in een apart besluit worden behandeld. Het verslag van de commissie kan bij wijze van uitzondering het voorstel bevatten dat de opheffing of verdediging van de immuniteit uitsluitend betrekking heeft op de strafrechtelijke vervolging, zonder dat het lid, zolang geen definitief vonnis is geveld, kan worden aangehouden of gevangengezet of tegen hem enige andere maatregel kan worden genomen die de uitoefening van zijn mandaat in de weg staat.
7.  De commissie kan een met redenen omkleed advies uitbrengen over de bevoegdheid ter zake van de desbetreffende autoriteit en over de ontvankelijkheid van het verzoek, maar spreekt zich in geen geval uit over de vraag of het betrokken lid al dan niet schuldig is, noch over de wenselijkheid het betrokken lid wegens de meningen of handelingen die het lid worden verweten, strafrechtelijk te vervolgen, zelfs indien de commissie door de behandeling van het verzoek uitgebreide kennis van de zaak krijgt.
7.  De commissie kan een met redenen omkleed advies uitbrengen over de bevoegdheid ter zake van de desbetreffende autoriteit en over de ontvankelijkheid van het verzoek, maar spreekt zich in geen geval uit over de vraag of het betrokken lid al dan niet schuldig is, noch over de wenselijkheid het betrokken lid wegens de meningen of handelingen die het lid worden verweten, strafrechtelijk te vervolgen, zelfs indien de commissie door de behandeling van het verzoek uitgebreide kennis van de zaak krijgt.
8.  Zodra het verslag van de commissie bij het Parlement is ingediend, wordt het als eerste punt op de agenda van de eerstvolgende vergadering geplaatst. Amendementen op het (de) ontwerpbesluit(en) zijn niet ontvankelijk.
8.  Zodra het ontwerpbesluit van de commissie bij het Parlement is ingediend, wordt het op de agenda van de eerstvolgende vergadering geplaatst. Amendementen op het ontwerpbesluit zijn niet ontvankelijk.
Het debat heeft slechts betrekking op de argumenten vóór en tegen elk van de ontwerpbesluiten inzake opheffing of handhaving van de immuniteit, dan wel verdediging van een voorrecht of de immuniteit.
Het debat heeft slechts betrekking op de argumenten vóór en tegen elk van de ontwerpbesluiten inzake opheffing of handhaving van de immuniteit, dan wel verdediging van een voorrecht of de immuniteit.
Onverminderd het bepaalde in artikel 164 mag het lid om wiens voorrechten of immuniteiten het gaat tijdens het debat niet het woord voeren.
Onverminderd het bepaalde in artikel 164 mag het lid om wiens voorrechten of immuniteiten het gaat tijdens het debat niet het woord voeren.
Het (De) in het verslag vervatte ontwerpbesluit(en) wordt (worden) bij de eerstvolgende stemming na het debat in stemming gebracht.
Het (De) in het verslag vervatte ontwerpbesluit(en) wordt (worden) bij de eerstvolgende stemming na het debat in stemming gebracht.
Na de behandeling door het Parlement vindt over elk van de in het verslag vervatte ontwerpbesluiten een aparte stemming plaats. Bij verwerping van een ontwerpbesluit wordt het tegengestelde besluit geacht te zijn aangenomen.
Na de behandeling door het Parlement vindt over elk van de in het verslag vervatte ontwerpbesluiten een aparte stemming plaats. Bij verwerping van een ontwerpbesluit wordt het tegengestelde besluit geacht te zijn aangenomen.
9.  De Voorzitter stelt het lid in kwestie en de bevoegde autoriteit van de lidstaat die hierbij betrokken is, onverwijld van het besluit van het Parlement in kennis met het verzoek om de Voorzitter in kennis te stellen van alle ontwikkelingen in de desbetreffende zaak en van de gerechtelijke besluiten die dientengevolge zijn genomen. Zodra de Voorzitter deze inlichtingen ontvangt, deelt hij deze aan het Parlement mede in de door hem meest geschikt geachte vorm, zo nodig na raadpleging van de bevoegde commissie.
9.  De Voorzitter stelt het lid in kwestie en de bevoegde autoriteit van de lidstaat die hierbij betrokken is, onverwijld van het besluit van het Parlement in kennis met het verzoek om de Voorzitter in kennis te stellen van alle ontwikkelingen in de desbetreffende zaak en van de gerechtelijke besluiten die dientengevolge zijn genomen. Zodra de Voorzitter deze inlichtingen ontvangt, deelt hij deze aan het Parlement mede in de door hem meest geschikt geachte vorm, zo nodig na raadpleging van de bevoegde commissie.
10.  De commissie behandelt de zaak en de ontvangen documenten met de grootste vertrouwelijkheid.
10.  De commissie behandelt de zaak en de ontvangen documenten met de grootste vertrouwelijkheid. De behandeling door de commissie van verzoeken in verband met de immuniteitsprocedures vindt altijd met gesloten deuren plaats.
11.  De commissie kan na raadpleging van de lidstaten een indicatieve lijst van autoriteiten van de lidstaten opstellen die bevoegd zijn tot indiening van een verzoek om opheffing van de immuniteit van een lid.
11.  Het Parlement onderzoekt alleen verzoeken om opheffing van de immuniteit van een lid die zijn ingediend door de gerechtelijke autoriteiten of door de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten.
12.  De commissie formuleert de beginselen voor de toepassing van dit artikel.
12.  De commissie formuleert de beginselen voor de toepassing van dit artikel.
13.  Elk door een bevoegde autoriteit ingediend verzoek om informatie over de reikwijdte van de voorrechten en immuniteiten van de leden wordt behandeld volgens bovenstaande bepalingen.
13.  Elk door een bevoegde autoriteit ingediend verzoek om informatie over de reikwijdte van de voorrechten en immuniteiten van de leden wordt behandeld volgens bovenstaande bepalingen.
Amendement 8
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 10
Artikel 10
Schrappen
Tenuitvoerlegging van het Statuut van de leden
Het Parlement stelt het Statuut van de leden van het Europees Parlement en eventuele wijzigingen hierop vast op basis van een voorstel van de ter zake bevoegde commissie. Het bepaalde in artikel 150, lid 1, is mutatis mutandis van toepassing. Het Bureau is bevoegd voor de toepassing van deze voorschriften en beslist over het financieel kader op basis van de jaarlijkse begroting.
Amendementen 9 en 314
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 11
Artikel 11
Artikel 11
Financiële belangen van de leden, gedragsregels, verplicht transparantieregister en toegang tot het Parlement
Financiële belangen van de leden en gedragsregels
1.  Het Parlement stelt transparantieregels inzake de financiële belangen van zijn leden vast, in de vorm van een bij meerderheid van zijn leden overeenkomstig artikel 232 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde gedragscode, die als bijlage bij dit Reglement is gevoegd1 .
1.  Het Parlement stelt transparantieregels inzake de financiële belangen van zijn leden vast, in de vorm van een bij meerderheid van zijn leden vastgestelde gedragscode, die als bijlage bij dit Reglement is gevoegd1 .
Deze regels mogen op generlei wijze een belemmering noch beperking vormen voor de uitoefening van het mandaat en daarmee samenhangende politieke of andere activiteiten.
Deze regels mogen anderszins geen belemmering of beperking vormen voor de uitoefening van het mandaat en daarmee samenhangende politieke of andere activiteiten.
1 bis.   De leden dienen als vaste praktijk te hanteren dat zij slechts belangenvertegenwoordigers ontmoeten die in het transparantieregister zijn ingeschreven 1bis .
2.  Het gedrag van de leden wordt ingegeven door onderling respect, berust op de waarden en beginselen zoals vastgelegd in de basisteksten van de Europese Unie, doet geen afbreuk aan de waardigheid van het Parlement en mag het goede verloop van de werkzaamheden van het Parlement niet in gevaar brengen, noch de rust in de gebouwen van het Parlement verstoren . De leden nemen de voorschriften van het Parlement in acht met betrekking tot de behandeling van vertrouwelijke informatie.
2.  Het gedrag van de leden wordt ingegeven door onderling respect, berust op de waarden en beginselen zoals vastgelegd in de Verdragen en het Handvest van de grondrechten, en doet geen afbreuk aan de waardigheid van het Parlement. Voorts mag dit gedrag het goede verloop van de werkzaamheden van het Parlement, de handhaving van veiligheid en orde in de gebouwen van het Parlement en de werking van de apparatuur van het Parlement niet in gevaar brengen .
De leden onthouden zich in parlementaire beraadslagingen van lasterlijk, racistisch en xenofoob taalgebruik of gedrag, alsook van het ontvouwen van spandoeken.
De leden nemen de voorschriften van het Parlement met betrekking tot de behandeling van vertrouwelijke informatie in acht.
Niet-naleving van deze grondbeginselen en voorschriften kan leiden tot het nemen van maatregelen overeenkomstig de artikelen 165, 166 en 167.
Niet-naleving van deze grondbeginselen en voorschriften kan leiden tot het nemen van maatregelen overeenkomstig de artikelen 165, 166 en 167.
3.  De toepassing van dit artikel doet op generlei wijze afbreuk aan de levendigheid van de parlementaire debatten noch aan de vrijheid van spreken van de leden.
3.  De toepassing van dit artikel doet anderszins geen afbreuk aan de levendigheid van de parlementaire debatten noch aan de vrijheid van spreken van de leden.
Zij is gebaseerd op de volledige inachtneming van de prerogatieven van de leden, zoals vastgelegd in het primaire recht en het Statuut van de leden.
Zij is gebaseerd op de volledige inachtneming van de prerogatieven van de leden, zoals vastgelegd in het primaire recht en het Statuut van de leden.
Zij berust op het beginsel van transparantie en waarborgt dat elke bepaling ter zake ter kennis wordt gebracht van de leden, die persoonlijk van hun rechten en plichten in kennis worden gesteld.
Zij berust op het beginsel van transparantie en waarborgt dat elke bepaling ter zake ter kennis wordt gebracht van de leden, die persoonlijk van hun rechten en plichten in kennis worden gesteld.
3 bis.   Indien een persoon die werkt voor een lid of een persoon die door een lid toegang tot de gebouwen of apparatuur van het Parlement is verschaft, zich niet houdt aan de in lid 2 vastgestelde gedragsregels, kunnen aan het betrokken lid, indien passend, de in artikel 166 omschreven sancties worden opgelegd.
4.  De quaestoren stellen aan het begin van elke zittingsperiode het maximum aantal door elk lid te accrediteren medewerkers (geaccrediteerde medewerkers) vast.
4.  De quaestoren stellen het maximum aantal door elk lid te accrediteren medewerkers vast.
5.   De quaestoren zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van toegangspasjes met een lange geldigheidsduur aan personen die niet tot de instellingen van de Unie behoren. Deze toegangspasjes zijn maximaal één jaar geldig en kunnen worden verlengd. De nadere voorschriften voor het gebruik van deze pasjes worden door het Bureau vastgesteld.
Deze toegangspasjes kunnen worden verstrekt aan:
–  personen die zijn ingeschreven in het transparantieregister 2 , of die een organisatie vertegenwoordigen of werken voor een organisatie die in dit register is ingeschreven; inschrijving geeft echter geen automatisch recht op een pasje;
–  personen die frequent toegang tot de gebouwen van het Parlement wensen, maar die niet onder het toepassingsgebied van het akkoord over de invoering van een transparantieregister vallen 3 ;
–  plaatselijke medewerkers van de leden alsook personen die de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's assisteren.
6.   Degenen die zich inschrijven in het transparantieregister moeten in het kader van hun betrekkingen met het Parlement het volgende naleven:
–  de als bijlage bij het akkoord gevoegde gedragscode 4 ;
–  de in het akkoord vastgelegde procedures en andere verplichtingen; alsmede
–  de bepalingen van dit artikel alsook de uitvoeringsbepalingen ervan.
7.   De quaestoren bepalen in welke mate de gedragscode van toepassing is op personen die wel over een toegangspasje met een lange geldigheidsduur beschikken, maar niet onder het toepassingsgebied van het akkoord vallen.
8.   Het toegangspasje wordt bij met redenen omkleed besluit van de quaestoren ingetrokken in de volgende gevallen:
–  bij schrapping uit het transparantieregister, behalve wanneer er zwaarwegende redenen zijn die intrekking ervan in de weg staan;
–  bij ernstige inbreuk op de in lid 6 genoemde verplichtingen.
9.   Het Bureau stelt, op voorstel van de secretaris-generaal, de nodige maatregelen vast voor de tenuitvoerlegging van het transparantieregister, overeenkomstig de bepalingen van het akkoord over de invoering van dit register.
De bepalingen ter uitvoering van leden 5 tot en met 8 worden nader omschreven in een bijlage 5 .
10.  De gedragsregels, rechten en voorrechten van de oud-leden worden vastgesteld bij besluit van het Bureau. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de behandeling van oud-leden.
10.  De gedragsregels, rechten en voorrechten van de oud-leden worden vastgesteld bij besluit van het Bureau. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de behandeling van oud-leden.
__________________
__________________
1 Zie bijlage I.
1 Zie bijlage I.
1bis Akkoord tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie over het transparantieregister voor organisaties en als zelfstandige werkzame personen die betrokken zijn bij het maken en het uitvoeren van het EU-beleid (PB L 277 van 19.9.2014, blz. 11).
2 Bij het akkoord over de invoering van een gemeenschappelijk Transparantieregister van het Europees Parlement en de Europese Commissie ingesteld register voor organisaties en als zelfstandige werkzame personen die betrokken zijn bij het maken en het uitvoeren van het EU-beleid (zie bijlage IX, deel B).
3 Zie bijlage IX, deel B.
4 Zie bijlage 3 bij het akkoord in bijlage IX, deel B.
5 Zie bijlage IX, deel A.
Amendement 10
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 12
Artikel 12
Artikel 12
Interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)
Interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)
De in het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) vervatte gemeenschappelijke regeling houdende maatregelen ter bevordering van een goed verloop van de onderzoeken van het Bureau is binnen het Parlement van toepassing, overeenkomstig het besluit van het Parlement, dat als bijlage bij dit Reglement gaat 6 .
De in het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) vervatte gemeenschappelijke regeling houdende maatregelen ter bevordering van een goed verloop van de onderzoeken van het Bureau is binnen het Parlement van toepassing, overeenkomstig het besluit van het Parlement van 18 november 1999 betreffende de voorwaarden voor en de wijze van uitvoering van interne onderzoeken op het gebied van de bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit die schadelijk is voor de belangen van de Gemeenschappen .
__________________
6 Zie bijlage XI.
Amendement 11
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 13
Artikel 13
Artikel 13
Waarnemers
Waarnemers
1.  Wanneer er een verdrag betreffende de toetreding van een staat tot de Europese Unie is ondertekend, kan de Voorzitter met de instemming van de Conferentie van voorzitters het parlement van de toetredende staat uitnodigen uit zijn midden een aantal waarnemers aan te wijzen dat gelijk is aan het toekomstig aantal zetels van die staat in het Europees Parlement.
1.  Wanneer er een verdrag betreffende de toetreding van een staat tot de Europese Unie is ondertekend, kan de Voorzitter met de instemming van de Conferentie van voorzitters het parlement van de toetredende staat uitnodigen uit zijn midden een aantal waarnemers aan te wijzen dat gelijk is aan het toekomstig aantal zetels van die staat in het Europees Parlement.
2.  Deze waarnemers nemen deel aan de werkzaamheden van het Parlement totdat het toetredingsverdrag in werking treedt, en hebben spreekrecht in commissies en fracties. Zij hebben geen stemrecht en zijn niet verkiesbaar voor functies in het Parlement. Hun deelname heeft geen rechtsgevolgen voor de werkzaamheden van het Parlement.
2.  Deze waarnemers nemen deel aan de werkzaamheden van het Parlement totdat het toetredingsverdrag in werking treedt, en hebben spreekrecht in commissies en fracties. Zij hebben geen stemrecht, zijn niet verkiesbaar voor functies in het Parlement en kunnen het Parlement niet naar buiten toe vertegenwoordigen . Hun deelname heeft geen rechtsgevolgen voor de werkzaamheden van het Parlement.
3.  Zij krijgen dezelfde behandeling als een lid van het Parlement wat betreft het gebruik van de faciliteiten van het Parlement en de vergoeding van de kosten die met hun functie van waarnemer verband houden.
3.  Zij krijgen dezelfde behandeling als een lid van het Parlement wat betreft het gebruik van de faciliteiten van het Parlement en de vergoeding van reis- en verblijfskosten die met hun functie van waarnemer verband houden.
Amendement 12
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 14
Artikel 14
Artikel 14
Voorlopig voorzitterschap
Voorlopig voorzitterschap
1.  In de vergadering, als bedoeld in artikel 146, lid 2, alsmede in elke andere vergadering die gewijd is aan de verkiezing van de Voorzitter en van het Bureau, neemt de oud-voorzitter, of bij diens afwezigheid, een van de oud-ondervoorzitters in volgorde van rangorde, of bij hun afwezigheid, het langst zittende lid, het ambt van voorzitter waar, totdat de Voorzitter voor gekozen is verklaard.
1.  In de vergadering, als bedoeld in artikel 146, lid 2, alsmede in elke andere vergadering die gewijd is aan de verkiezing van de Voorzitter en van het Bureau, neemt de oud-voorzitter, of bij diens afwezigheid, een van de oud-ondervoorzitters in volgorde van rangorde, of bij hun afwezigheid, het langst zittende lid, het ambt van voorzitter waar, totdat de Voorzitter voor gekozen is verklaard.
2.  Alleen beraadslagingen die betrekking hebben op de verkiezing van de Voorzitter of het onderzoek van de geloofsbrieven kunnen plaatsvinden onder voorzitterschap van het lid dat overeenkomstig lid 1 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent.
2.  Alleen beraadslagingen die betrekking hebben op de verkiezing van de Voorzitter of het onderzoek van de geloofsbrieven overeenkomstig de tweede alinea van artikel 3, lid 2, kunnen plaatsvinden onder voorzitterschap van het lid dat overeenkomstig lid 1 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent. Alle andere vraagstukken die in verband met het onderzoek van de geloofsbrieven worden opgeworpen onder diens voorzitterschap, worden verwezen naar de bevoegde commissie.
Het lid dat overeenkomstig lid 1 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent, oefent de bevoegdheden uit van de Voorzitter als bedoeld in artikel 3, lid 2, tweede alinea. Alle andere kwesties die in verband met het onderzoek van de geloofsbrieven worden opgeworpen onder diens voorzitterschap, worden verwezen naar de commissie belast met het onderzoek van de geloofsbrieven.
Amendementen 13 en 383
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 15
Artikel 15
Artikel 15
Voordracht van kandidaten en algemene bepalingen
Voordracht van kandidaten en algemene bepalingen
1.  De Voorzitter, de ondervoorzitters en de quaestoren worden bij geheime stemming gekozen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 182. Voordrachten geschieden met instemming van de betrokkenen, en wel door een fractie of ten minste veertig leden. Wanneer het aantal voorgedragen kandidaten niet groter is dan het aantal te vervullen zetels, kunnen zij bij acclamatie worden gekozen.
1.  De Voorzitter wordt bij geheime stemming gekozen, gevolgd door de ondervoorzitters en de quaestoren, overeenkomstig artikel 182.
Voordrachten geschieden met instemming van de betrokkenen, en wel door een fractie of ten minste veertig leden. Voor elke stemming kunnen nieuwe voordrachten worden ingediend.
Wanneer het aantal voorgedragen kandidaten niet groter is dan het aantal te vervullen zetels, worden zij bij acclamatie gekozen, tenzij ten minste een vijfde van de leden van het Parlement om een geheime stemming verzoekt .
Indien bij een stemming meer dan één ambtsdrager moet worden gekozen, is het stembriefje slechts geldig wanneer meer dan de helft van de beschikbare stemmen is uitgebracht.
Wanneer één ondervoorzitter moet worden vervangen en er slechts één kandidaat is, kan deze bij acclamatie worden gekozen. De Voorzitter bepaalt of de verkiezing bij acclamatie dan wel bij geheime stemming plaatsvindt. De gekozen kandidaat neemt de rangorde van de te vervangen ondervoorzitter over.
2.  Bij de verkiezing van de Voorzitter, de ondervoorzitters en de quaestoren dient over het geheel genomen rekening te worden gehouden met een billijke vertegenwoordiging van de lidstaten en van de politieke stromingen .
2.  Bij de verkiezing van de Voorzitter, de ondervoorzitters en de quaestoren dient over het geheel genomen rekening te worden gehouden met de noodzaak van een billijke vertegenwoordiging van politieke stromingen alsook van een geografisch en genderevenwicht .
Amendement 14
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 16
Artikel 16
Artikel 16
Verkiezing van de Voorzitter - Openingstoespraak
Verkiezing van de Voorzitter - Openingstoespraak
1.  Eerst wordt overgegaan tot de verkiezing van de Voorzitter. De voordrachten moeten, vóór iedere stemming, worden medegedeeld aan het lid dat overeenkomstig artikel 14 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent, dat daarvan kennis geeft aan het Parlement. Indien na drie stemrondes geen kandidaat de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen heeft behaald, kunnen bij de vierde stemronde alleen kandidaat zijn de twee leden die bij de derde stemronde het grootste aantal stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen wordt de kandidaat met de hoogste leeftijd voor gekozen verklaard.
1.  De voordrachten voor het ambt van voorzitter moeten worden medegedeeld aan het lid dat overeenkomstig artikel 14 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent, dat daarvan kennis geeft aan het Parlement. Indien na drie stemrondes geen kandidaat de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen heeft behaald, kunnen bij de vierde stemronde, in afwijking van artikel 15, lid 1, alleen de twee leden kandidaat zijn die bij de derde stemronde het grootste aantal stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen wordt de kandidaat met de hoogste leeftijd voor gekozen verklaard.
2.  Zodra de Voorzitter is gekozen, draagt het lid dat overeenkomstig artikel 14 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent, het voorzitterschap over. Alleen de gekozen Voorzitter kan een openingstoespraak houden.
2.  Zodra de Voorzitter is gekozen, draagt het lid dat overeenkomstig artikel 14 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent, het voorzitterschap over. Alleen de gekozen Voorzitter kan een openingstoespraak houden.
Amendement 15
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 17
Artikel 17
Artikel 17
Verkiezing van de ondervoorzitters
Verkiezing van de ondervoorzitters
1.  Vervolgens wordt overgegaan tot de verkiezing van de ondervoorzitters, en wel met behulp van één stembriefje . In de eerste stemronde zijn, tot een maximum aantal van veertien en in de volgorde van het aantal behaalde stemmen, diegenen gekozen die de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen hebben behaald. Indien het aantal aldus gekozen kandidaten kleiner is dan het aantal te vervullen zetels, wordt op dezelfde wijze overgegaan tot een tweede stemronde voor de resterende zetels. Indien een derde stemronde nodig is, is een gewone meerderheid voor de nog te vervullen zetels voldoende. Bij staking van stemmen worden de kandidaten met de hoogste leeftijd voor gekozen verklaard.
1.  Vervolgens wordt overgegaan tot de verkiezing van de ondervoorzitters, en wel met behulp van één stemming . In de eerste stemronde zijn, tot een maximum aantal van veertien en in de volgorde van het aantal behaalde stemmen, diegenen gekozen die de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen hebben behaald. Indien het aantal aldus gekozen kandidaten kleiner is dan het aantal te vervullen zetels, wordt op dezelfde wijze overgegaan tot een tweede stemronde voor de resterende zetels. Indien een derde stemronde nodig is, is een gewone meerderheid voor de nog te vervullen zetels voldoende. Bij staking van stemmen worden de kandidaten met de hoogste leeftijd voor gekozen verklaard.
Ofschoon bij de verkiezing van de ondervoorzitters anders dan in artikel 16, lid 1, niet uitdrukkelijk gewag wordt gemaakt van de voordracht van nieuwe kandidaten tussen de verschillende stemrondes, is zulks rechtmatig wegens de soevereiniteit van het Parlement, dat over iedere mogelijke kandidaat moet kunnen beslissen, te meer daar zonder deze mogelijkheid afbreuk zou kunnen worden gedaan aan het goede verloop van de verkiezing.
2.  Behoudens het bepaalde in artikel 20, lid 1, wordt de rangorde der ondervoorzitters bepaald door de volgorde waarin zij zijn gekozen, en, bij staking van stemmen, door hun leeftijd.
2.  Behoudens het bepaalde in artikel 20, lid 1, wordt de rangorde der ondervoorzitters bepaald door de volgorde waarin zij zijn gekozen, en, bij staking van stemmen, door hun leeftijd.
Wanneer de verkiezing bij acclamatie is geschied, wordt de rangorde vervolgens bij geheime stemming bepaald.
Wanneer de verkiezing bij acclamatie is geschied, wordt de rangorde vervolgens bij geheime stemming bepaald.
Amendement 16
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 18
Artikel 18
Artikel 18
Verkiezing van de quaestoren
Verkiezing van de quaestoren
Na de verkiezing van de ondervoorzitters gaat het Parlement over tot de verkiezing van vijf quaestoren.
Het Parlement kiest vijf quaestoren, volgens dezelfde procedure als voor de verkiezing van de ondervoorzitters.
Zij worden op dezelfde wijze gekozen als de ondervoorzitters.
Amendement 17
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 19
Artikel 19
Artikel 19
Ambtstermijn
Ambtstermijn
1.  De ambtstermijn van de Voorzitter, ondervoorzitters en quaestoren bedraagt twee-en-een-half jaar.
1.  De ambtstermijn van de Voorzitter, ondervoorzitters en quaestoren bedraagt twee-en-een-half jaar.
Een lid dat van fractie verandert, behoudt voor de resterende duur van zijn ambtstermijn van twee-en-een-half jaar zijn zetel in het Bureau of College van quaestoren .
Een lid dat van fractie verandert, behoudt voor de resterende duur van zijn ambtstermijn van twee-en-een-half jaar zijn zetel in het Bureau of zijn functie als quaestor .
2.  Indien vóór het verstrijken van deze termijn in een vacature moet worden voorzien, vervult het hiervoor gekozen lid deze functie slechts voor de resterende duur van de ambtstermijn van zijn voorganger.
2.  Indien vóór het verstrijken van deze termijn in een vacature moet worden voorzien, vervult het hiervoor gekozen lid deze functie slechts voor de resterende duur van de ambtstermijn van zijn voorganger.
Amendement 18
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 20
Artikel 20
Artikel 20
Vacatures
Vacatures
1.  Indien de Voorzitter, een ondervoorzitter of een quaestor moet worden vervangen, wordt overeenkomstig de bovenstaande bepalingen overgegaan tot de verkiezing van een opvolger.
1.  Indien de Voorzitter, een ondervoorzitter of een quaestor moet worden vervangen, wordt overeenkomstig de bovenstaande bepalingen overgegaan tot de verkiezing van een opvolger.
De nieuwe ondervoorzitter neemt de rangorde van de voorganger over.
De nieuwe ondervoorzitter neemt de rangorde van de voorganger over.
2.  Valt het ambt van de Voorzitter open , dan wordt het waargenomen door de eerste ondervoorzitter tot de verkiezing van de nieuwe Voorzitter.
2.  Indien het ambt van de Voorzitter openvalt , dan wordt het waargenomen door een van de ondervoorzitters, in de volgorde van hun rangorde, tot de verkiezing van de nieuwe Voorzitter.
Amendement 19
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 22
Artikel 22
Artikel 22
Taken van de Voorzitter
Taken van de Voorzitter
1.  De Voorzitter geeft overeenkomstig de bepalingen van het Reglement leiding aan alle werkzaamheden van het Parlement en zijn organen. Hij beschikt over alle bevoegdheden om de beraadslagingen van het Parlement te leiden en voor het goede verloop ervan zorg te dragen.
1.  De Voorzitter geeft overeenkomstig de bepalingen van het Reglement leiding aan alle werkzaamheden van het Parlement en zijn organen. Hij beschikt over alle bevoegdheden om de beraadslagingen van het Parlement te leiden en voor het goede verloop ervan zorg te dragen.
De krachtens deze bepaling verleende bevoegdheden houden ook de bevoegdheid in om een halt toe te roepen aan de excessieve indiening van moties, zoals beroepen op het Reglement, moties van orde, stemverklaringen en verzoeken om aparte stemming, stemming in onderdelen of hoofdelijke stemming, wanneer de Voorzitter ervan overtuigd is dat deze moties duidelijk bedoeld zijn om de procedures in het Parlement langdurig en ernstig te verstoren of afbreuk te doen aan de rechten van andere leden.
Tot de krachtens deze bepaling verleende bevoegdheden van de Voorzitter behoort ook de bevoegdheid teksten in stemming te brengen in een andere volgorde dan die in het document waarover wordt gestemd. Naar analogie van het bepaalde in artikel 174, lid 7, kan de Voorzitter de instemming van het Parlement vragen alvorens daartoe over te gaan.
2.  De Voorzitter opent, schorst en sluit de vergaderingen. Hij beslist over de ontvankelijkheid van amendementen, over vragen aan de Raad en de Commissie alsmede over de conformiteit van verslagen met de bepalingen van het Reglement . Hij ziet toe op de naleving van het Reglement, handhaaft de orde, verleent het woord, verklaart de beraadslagingen voor gesloten, brengt de voorstellen in stemming en maakt de uitslag van de stemmingen bekend. Hij doet de commissies de mededelingen die deze aangaan.
2.  De Voorzitter opent, schorst en sluit de vergaderingen. Hij beslist over de ontvankelijkheid van amendementen en andere in stemming te brengen teksten, alsmede over de ontvankelijkheid van parlementaire vragen . Hij ziet toe op de naleving van het Reglement, handhaaft de orde, verleent het woord, verklaart de beraadslagingen voor gesloten, brengt de voorstellen in stemming en maakt de uitslag van de stemmingen bekend. Hij doet de commissies de mededelingen die deze aangaan.
3.  De Voorzitter mag bij een beraadslaging alleen het woord voeren om de stand van zaken vast te stellen en de spreker tot het onderwerp terug te brengen; indien hij zelf aan de beraadslagingen wil deelnemen, verlaat hij de voorzittersstoel en neemt deze pas weer in nadat de beraadslaging over het onderwerp is gesloten.
3.  De Voorzitter mag bij een beraadslaging alleen het woord voeren om de stand van zaken vast te stellen en de spreker tot het onderwerp terug te brengen; indien hij zelf aan de beraadslagingen wil deelnemen, verlaat hij de voorzittersstoel en neemt deze pas weer in nadat de beraadslaging over het onderwerp is gesloten.
4.  De Voorzitter vertegenwoordigt het Parlement in de internationale betrekkingen, bij plechtigheden en bij administratieve, juridische en financiële handelingen; hij kan deze bevoegdheid delegeren.
4.  De Voorzitter vertegenwoordigt het Parlement in de internationale betrekkingen, bij plechtigheden en bij administratieve, juridische en financiële handelingen; hij kan deze bevoegdheid delegeren.
4 bis.   De Voorzitter is verantwoordelijk voor de beveiliging en de onschendbaarheid van de gebouwen van het Europees Parlement.
Amendement 20
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 23
Artikel 23
Artikel 23
Taken van de ondervoorzitters
Taken van de ondervoorzitters
1.  De Voorzitter wordt bij afwezigheid of verhindering of indien hij overeenkomstig artikel 22, lid 3, aan de beraadslagingen wil deelnemen, vervangen door een van de ondervoorzitters, met inachtneming van het bepaalde in artikel 17, lid 2.
1.  De Voorzitter wordt bij afwezigheid of verhindering of indien hij overeenkomstig artikel 22, lid 3, aan de beraadslagingen wil deelnemen, vervangen door een van de ondervoorzitters, met inachtneming van het bepaalde in artikel 17, lid 2.
2.  Daarnaast vervullen de ondervoorzitters de hun overeenkomstig de artikelen 25, 27, leden 3 en 5, en 71, lid 3, toebedeelde taken.
2.  Daarnaast vervullen de ondervoorzitters de hun overeenkomstig de artikelen 25, 27, leden 3 en 5, en 71, lid 3, toebedeelde taken.
3.  De Voorzitter kan taken delegeren aan de ondervoorzitters, zoals vertegenwoordiging van het Parlement bij bepaalde plechtigheden of handelingen. Met name kan de Voorzitter een ondervoorzitter aanwijzen ter vervulling van de taken die overeenkomstig artikel 130, lid 2, en Bijlage II, punt 3, aan de Voorzitter zijn toebedeeld.
3.  De Voorzitter kan taken delegeren aan de ondervoorzitters, zoals vertegenwoordiging van het Parlement bij bepaalde plechtigheden of handelingen. Met name kan de Voorzitter een ondervoorzitter aanwijzen ter vervulling van de taken die overeenkomstig artikel 129 en artikel 130, lid 2, aan de Voorzitter zijn toebedeeld.
Amendement 21
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 25
Artikel 25
Artikel 25
Taken van het Bureau
Taken van het Bureau
1.  Het Bureau vervult de taken die het Bureau volgens het Reglement zijn toegewezen.
1.  Het Bureau vervult de taken die het Bureau volgens het Reglement zijn toegewezen.
2.  Het Bureau neemt besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard over aangelegenheden die de interne organisatie van het Parlement, zijn secretariaat en zijn organen betreffen.
2.  Het Bureau neemt besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard over aangelegenheden die de interne organisatie van het Parlement, zijn secretariaat en zijn organen betreffen.
3.  Het Bureau neemt op voorstel van de secretaris-generaal of een fractie besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard over aangelegenheden die de leden betreffen.
3.  Het Bureau neemt op voorstel van de secretaris-generaal of een fractie besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard over aangelegenheden die de leden betreffen.
4.  Het Bureau regelt het verloop der vergaderingen.
4.  Het Bureau regelt het verloop der vergaderingen.
De term "verloop der vergaderingen" heeft ook betrekking op kwesties in verband met het gedrag van de leden in de gebouwen van het Parlement.
5.  Het Bureau stelt de in artikel 35 bedoelde bepalingen betreffende de niet-fractiegebonden leden vast.
5.  Het Bureau stelt de in artikel 35 bedoelde bepalingen betreffende de niet-fractiegebonden leden vast.
6.  Het Bureau stelt het organigram van het secretariaat-generaal vast, alsmede de regelingen betreffende de administratieve en financiële positie van de ambtenaren en andere personeelsleden.
6.  Het Bureau stelt het organigram van het secretariaat-generaal vast, alsmede de regelingen betreffende de administratieve en financiële positie van de ambtenaren en andere personeelsleden.
7.  Het Bureau stelt het voorontwerp van begrotingsraming van het Parlement op.
7.  Het Bureau stelt het voorontwerp van begrotingsraming van het Parlement op.
8.  Het Bureau stelt overeenkomstig artikel 28 de richtlijnen voor de quaestoren vast.
8.  Het Bureau stelt de richtlijnen voor de quaestoren vast en kan hen verzoeken bepaalde taken te vervullen .
9.  Het Bureau is bevoegd toestemming te verlenen voor het houden van commissievergaderingen buiten de gewone vergaderplaatsen, hoorzittingen en studie- en informatiereizen.
9.  Het Bureau is bevoegd toestemming te verlenen voor het houden van commissievergaderingen of het organiseren van missies buiten de gewone vergaderplaatsen, hoorzittingen, alsook studie- en informatiereizen.
Als voor dergelijke vergaderingen of bijeenkomsten toestemming is verleend, wordt de daarvoor geldende talenregeling vastgesteld op basis van de door de leden en plaatsvervangers van de betreffende commissie gebruikte en verlangde officiële talen .
Als voor dergelijke vergaderingen, bijeenkomsten of missies toestemming is verleend, wordt de daarvoor geldende talenregeling vastgesteld op basis van de door het Bureau goedgekeurde Gedragscode meertaligheid . Dezelfde regel is van toepassing op delegaties.
Bij delegaties wordt op dezelfde wijze te werk gegaan, mits de betrokken leden en plaatsvervangers hiermee akkoord gaan.
10.  Het Bureau benoemt de secretaris-generaal overeenkomstig artikel 222.
10.  Het Bureau benoemt de secretaris-generaal overeenkomstig artikel 222.
11.  Het Bureau stelt de uitvoeringsbepalingen vast van Verordening (EG) nr. 2004/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau en vervult in het kader van de tenuitvoerlegging van deze verordening de taken die het Bureau volgens het Reglement zijn toegewezen.
11.  Het Bureau stelt de uitvoeringsbepalingen vast betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen en stichtingen op Europees niveau.
12.  Het Bureau stelt regels vast inzake de behandeling van vertrouwelijke informatie door het Parlement en zijn organen, functionarissen en andere leden, en houdt daarbij rekening met alle interinstitutionele akkoorden die met betrekking tot dergelijke kwesties zijn gesloten. Deze regels worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en als bijlage bij dit Reglement gevoegd 7 .
12.  Het Bureau stelt regels vast inzake de behandeling van vertrouwelijke informatie door het Parlement en zijn organen, functionarissen en andere leden, en houdt daarbij rekening met alle interinstitutionele akkoorden die met betrekking tot dergelijke kwesties zijn gesloten. Deze regels worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie .
13.  De Voorzitter en/of het Bureau kunnen aan een of meer leden van het Bureau algemene of specifieke taken opdragen die tot de bevoegdheden van de Voorzitter en/of het Bureau behoren. Tegelijkertijd wordt bepaald op welke wijze deze taken moeten worden uitgevoerd.
13.  De Voorzitter en/of het Bureau kunnen aan een of meer leden van het Bureau algemene of specifieke taken opdragen die tot de bevoegdheden van de Voorzitter en/of het Bureau behoren. Tegelijkertijd wordt bepaald op welke wijze deze taken moeten worden uitgevoerd.
14.  Het Bureau benoemt twee ondervoorzitters, die worden belast met het onderhouden van de betrekkingen met de nationale parlementen.
14.  Het Bureau benoemt twee ondervoorzitters, die worden belast met het onderhouden van de betrekkingen met de nationale parlementen.
Zij brengen de Conferentie van voorzitters regelmatig verslag uit over hun werkzaamheden dienaangaande.
14 bis.   Het Bureau benoemt een ondervoorzitter, die wordt belast met het organiseren van een gestructureerde dialoog met het Europees maatschappelijk middenveld over hoofdpunten van beleid.
14 ter.   Het Bureau is bevoegd voor de toepassing van het Statuut van de leden en beslist over de hoogte van de toelagen op basis van de jaarlijkse begroting.
15.   Bij nieuwe verkiezingen voor het Parlement blijft het aftredende Bureau aan tot de eerste vergadering van het nieuwgekozen Parlement.
__________________
7 Zie Bijlage VII, deel E.
Amendement 22
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 26
Artikel 26
Artikel 26
Samenstelling van de Conferentie van voorzitters
Samenstelling van de Conferentie van voorzitters
1.  De Conferentie van voorzitters bestaat uit de Voorzitter van het Parlement en de fractievoorzitters. Een fractievoorzitter kan zich laten vertegenwoordigen door een lid van zijn fractie.
1.  De Conferentie van voorzitters bestaat uit de Voorzitter van het Parlement en de fractievoorzitters. Een fractievoorzitter kan zich laten vertegenwoordigen door een lid van zijn fractie.
2.  De Voorzitter van het Parlement nodigt een van de niet-fractiegebonden leden uit om zonder stemrecht aan de vergaderingen van de Conferentie van voorzitters deel te nemen.
2.  Na niet-fractiegebonden leden de gelegenheid te hebben geboden om hun zienswijze naar voren te brengen, nodigt de Voorzitter van het Parlement een van hen uit om zonder stemrecht aan de vergaderingen van de Conferentie van voorzitters deel te nemen.
3.  De Conferentie van voorzitters tracht consensus te bereiken in zaken die aan haar zijn voorgelegd.
3.  De Conferentie van voorzitters tracht consensus te bereiken in zaken die aan haar zijn voorgelegd.
Wanneer geen consensus kan worden bereikt, vindt stemming plaats waarbij de stemmen worden gewogen naar gelang van het ledental van elke fractie.
Wanneer geen consensus kan worden bereikt, vindt stemming plaats waarbij de stemmen worden gewogen naar gelang van het ledental van elke fractie.
Amendementen 23 en 387
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 27
Artikel 27
Artikel 27
Taken van de Conferentie van voorzitters
Taken van de Conferentie van voorzitters
1.  De Conferentie van voorzitters vervult de taken die haar volgens het Reglement zijn toegewezen.
1.  De Conferentie van voorzitters vervult de taken die haar volgens het Reglement zijn toegewezen.
2.  De Conferentie van voorzitters beslist over de organisatie van de werkzaamheden van het Parlement en vraagstukken betreffende het wetgevingsprogramma.
2.  De Conferentie van voorzitters beslist over de organisatie van de werkzaamheden van het Parlement en vraagstukken betreffende het wetgevingsprogramma.
3.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor vraagstukken betreffende de betrekkingen met de andere instellingen en organen van de Europese Unie en met de nationale parlementen van de lidstaten.
3.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor vraagstukken betreffende de betrekkingen met de andere instellingen en organen van de Europese Unie en met de nationale parlementen van de lidstaten. Besluiten betreffende het mandaat en de samenstelling van de vertegenwoordiging van het Europees Parlement, dat moet deelnemen aan de beraadslagingen in de Raad en in andere instellingen van de Europese Unie over centrale kwesties in verband met de ontwikkeling van de Europese Unie (het Sherpa-proces) worden getroffen op basis van relevante standpunten van het Parlement en met inachtneming van de in het Parlement vertegenwoordigde verscheidenheid aan politieke opvattingen. De ondervoorzitters die zijn belast met het onderhouden van de betrekkingen met de nationale parlementen brengen bij de Conferentie van voorzitters regelmatig verslag uit over hun werkzaamheden dienaangaande.
4.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor vraagstukken betreffende de betrekkingen met niet tot de Europese Unie behorende landen, instellingen en organisaties.
4.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor vraagstukken betreffende de betrekkingen met niet tot de Europese Unie behorende landen, instellingen en organisaties.
5.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor het organiseren van een gestructureerde dialoog met het Europees maatschappelijk middenveld over hoofdpunten van beleid. Deze dialoog kan de vorm aannemen van openbare debatten over onderwerpen van algemeen Europees belang, waaraan door geïnteresseerde burgers kan worden deelgenomen. Het Bureau wijst een ondervoorzitter aan die wordt belast met de organisatie van deze dialoog en daarover aan de Conferentie van voorzitters verslag uitbrengt .
5.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor het organiseren van een gestructureerde dialoog met het Europees maatschappelijk middenveld over hoofdpunten van beleid. Deze dialoog kan de vorm aannemen van openbare debatten over onderwerpen van algemeen Europees belang, waaraan door geïnteresseerde burgers kan worden deelgenomen. De  ondervoorzitter die is belast met de organisatie van deze dialoog brengt regelmatig verslag uit aan de Conferentie van voorzitters over zijn werkzaamheden dienaangaande .
6.  De Conferentie van voorzitters stelt de ontwerpagenda voor de vergaderperioden op.
6.  De Conferentie van voorzitters stelt de ontwerpagenda voor de vergaderperioden op.
7.  De Conferentie van voorzitters besluit over de samenstelling en bevoegdheden van de commissies, enquêtecommissies, gemengde parlementaire commissies en vaste en tijdelijke delegaties.
7.  De Conferentie van voorzitters doet het Parlement voorstellen voor de samenstelling en bevoegdheden van de commissies, enquêtecommissies, gemengde parlementaire commissies en vaste delegaties. De Conferentie van voorzitters is ook belast met de goedkeuring van tijdelijke delegaties.
8.  De Conferentie van voorzitters beslist over de toewijzing van de plaatsen in de vergaderzaal overeenkomstig artikel 36.
8.  De Conferentie van voorzitters beslist over de toewijzing van de plaatsen in de vergaderzaal overeenkomstig artikel 36.
9.  De Conferentie van voorzitters is bevoegd toestemming te verlenen voor het opstellen van initiatiefverslagen.
9.  De Conferentie van voorzitters is bevoegd toestemming te verlenen voor het opstellen van initiatiefverslagen.
10.  De Conferentie van voorzitters doet het Bureau voorstellen met betrekking tot administratieve en budgettaire vraagstukken van de fracties.
10.  De Conferentie van voorzitters doet het Bureau voorstellen met betrekking tot administratieve en budgettaire vraagstukken van de fracties.
Amendement 24
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 28
Artikel 28
Artikel 28
Taken van de quaestoren
Taken van de quaestoren
De quaestoren vervullen, overeenkomstig door het Bureau vastgestelde richtlijnen, administratieve en financiële taken die rechtstreeks betrekking hebben op de leden.
De quaestoren vervullen, overeenkomstig door het Bureau vastgestelde richtlijnen, administratieve en financiële taken die rechtstreeks betrekking hebben op de leden, evenals andere aan hen toebedeelde taken .
Amendement 25
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 29
Artikel 29
Artikel 29
Conferentie van commissievoorzitters
Conferentie van commissievoorzitters
1.  De Conferentie van commissievoorzitters bestaat uit voorzitters van alle vaste en bijzondere commissies. Zij kiest haar voorzitter.
1.  De Conferentie van commissievoorzitters bestaat uit voorzitters van alle vaste en bijzondere commissies. Zij kiest haar voorzitter.
Bij afwezigheid van de voorzitter wordt de vergadering voorgezeten door het oudste lid in jaren of, bij diens verhindering, door het oudste aanwezige lid .
1 bis.   Bij afwezigheid van de voorzitter wordt de vergadering voorgezeten door het oudste lid in jaren.
2.  De Conferentie van commissievoorzitters kan de Conferentie van voorzitters aanbevelingen doen inzake commissiewerkzaamheden en de agenda voor de vergaderperioden.
2.  De Conferentie van commissievoorzitters kan de Conferentie van voorzitters aanbevelingen doen inzake commissiewerkzaamheden en de agenda voor de vergaderperioden.
3.  Het Bureau en de Conferentie van voorzitters kunnen bepaalde taken overdragen aan de Conferentie van commissievoorzitters.
3.  Het Bureau en de Conferentie van voorzitters kunnen bepaalde taken overdragen aan de Conferentie van commissievoorzitters.
Amendement 26
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 30
Artikel 30
Artikel 30
Conferentie van delegatievoorzitters
Conferentie van delegatievoorzitters
1.  De Conferentie van delegatievoorzitters bestaat uit de voorzitters van alle vaste interparlementaire delegaties. Zij kiest haar voorzitter.
1.  De Conferentie van delegatievoorzitters bestaat uit de voorzitters van alle vaste interparlementaire delegaties. Zij kiest haar voorzitter.
Bij afwezigheid van de voorzitter wordt de vergadering voorgezeten door het oudste lid in jaren of, bij diens verhindering, door het oudste aanwezige lid .
1 bis.   Bij afwezigheid van de voorzitter wordt de vergadering voorgezeten door het oudste lid in jaren.
2.  De Conferentie van delegatievoorzitters kan de Conferentie van voorzitters aanbevelingen doen inzake delegatiewerkzaamheden.
2.  De Conferentie van delegatievoorzitters kan de Conferentie van voorzitters aanbevelingen doen inzake delegatiewerkzaamheden.
3.  Het Bureau en de Conferentie van voorzitters kunnen bepaalde taken overdragen aan de Conferentie van delegatievoorzitters.
3.  Het Bureau en de Conferentie van voorzitters kunnen bepaalde taken overdragen aan de Conferentie van delegatievoorzitters.
Amendement 27
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 30 bis (nieuw)
Artikel 30 bis
Aanblijven bij verkiezingen
Bij nieuwe verkiezingen voor het Parlement blijven alle organen en ambtsdragers van het aftredende Parlement aan tot de eerste vergadering van het nieuwgekozen Parlement.
Amendement 28
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 31
Artikel 31
Artikel 31
Informatieplicht van het Bureau en de Conferentie van voorzitters
Informatieplicht van het Bureau en de Conferentie van voorzitters
1.  De notulen van het Bureau en de Conferentie van voorzitters worden in de officiële talen vertaald, vermenigvuldigd en aan alle leden rondgedeeld en zijn voor het publiek toegankelijk, tenzij het Bureau of de Conferentie van voorzitters bij uitzondering, wanneer het vertrouwelijke aangelegenheden betreft, op grond van artikel 4, leden 1 t/m 4, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van bepaalde punten van de notulen anders beslist.
1.  De notulen van het Bureau en de Conferentie van voorzitters worden in de officiële talen vertaald en aan alle leden rondgedeeld en zijn voor het publiek toegankelijk, tenzij het Bureau of de Conferentie van voorzitters bij uitzondering, wanneer het vertrouwelijke aangelegenheden betreft, op grond van artikel 4, leden 1 t/m 4, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad, ten aanzien van bepaalde punten van de notulen anders beslist.
2.  Ieder lid kan vragen stellen over de werkzaamheden van het Bureau, de Conferentie van voorzitters en de quaestoren. Dergelijke vragen moeten schriftelijk worden ingediend bij de Voorzitter; zij worden aan de leden bekendgemaakt en met de antwoorden binnen een termijn van dertig dagen na de indiening op de website van het Parlement gepubliceerd.
2.  Ieder lid kan vragen stellen over de uitoefening van de respectieve taken van het Bureau, de Conferentie van voorzitters en de quaestoren. Dergelijke vragen moeten worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter; zij worden aan de leden bekendgemaakt en met de antwoorden binnen een termijn van dertig dagen na de indiening op de website van het Parlement gepubliceerd.
Amendement 29
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 32
Artikel 32
Artikel 32
Oprichting van fracties
Oprichting en ontbinding van fracties
1.  De leden kunnen fracties oprichten naar politieke gezindheid.
1.  De leden kunnen fracties oprichten naar politieke gezindheid.
Normaal gesproken behoeft het Parlement de politieke verwantschap van leden van een fractie niet te beoordelen. De leden die overeenkomstig dit artikel een fractie oprichten, accepteren per definitie dat er sprake is van onderlinge politieke verwantschap. Alleen indien de leden zulks ontkennen, dient het Parlement na te gaan of de fractie is opgericht in overeenstemming met het Reglement.
Normaal gesproken behoeft het Parlement de politieke verwantschap van leden van een fractie niet te beoordelen. De leden die overeenkomstig dit artikel een fractie oprichten, accepteren per definitie dat er sprake is van onderlinge politieke verwantschap. Alleen indien de leden zulks ontkennen, dient het Parlement na te gaan of de fractie is opgericht in overeenstemming met het Reglement.
2.  Een fractie bestaat uit leden uit ten minste een vierde van de lidstaten. Het voor de oprichting van een fractie vereiste aantal leden bedraagt ten minste vijfentwintig.
2.  Een fractie bestaat uit leden uit ten minste een vierde van de lidstaten. Het voor de oprichting van een fractie vereiste aantal leden bedraagt ten minste vijfentwintig.
3.  Indien een fractie niet meer het vereiste minimumaantal telt, kan de Voorzitter met instemming van de Conferentie van voorzitters toestaan dat zij blijft voortbestaan tot de volgende constituerende vergadering van het Parlement, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
3.  Indien een fractie niet meer een van de vereiste minimumaantallen telt, kan de Voorzitter met instemming van de Conferentie van voorzitters toestaan dat zij blijft voortbestaan tot de volgende constituerende vergadering van het Parlement, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
–  de leden vertegenwoordigen nog steeds ten minste een vijfde van de lidstaten;
–  de leden vertegenwoordigen nog steeds ten minste een vijfde van de lidstaten;
–  de fractie bestaat reeds sinds meer dan een jaar.
–  de fractie bestaat reeds sinds meer dan een jaar.
De Voorzitter staat dit niet toe wanneer er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat men er misbruik van wil maken.
De Voorzitter staat dit niet toe wanneer er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat men er misbruik van wil maken.
4.  Een lid kan slechts tot één fractie behoren.
4.  Een lid kan slechts tot één fractie behoren.
5.  De oprichting van een fractie moet in een verklaring aan de Voorzitter worden meegedeeld. In deze verklaring moeten de naam van de fractie, de namen van haar leden en de samenstelling van haar bureau worden vermeld.
5.  De oprichting van een fractie wordt in een verklaring aan de Voorzitter meegedeeld. In deze verklaring worden de naam van de fractie, de namen van haar leden en de samenstelling van haar bureau vermeld. De verklaring wordt door alle leden van de fractie ondertekend.
6.  De verklaring van de oprichting van een fractie wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie .
6.  De verklaring wordt als bijlage gevoegd bij de notulen van de vergaderperiode waarin de oprichting van de fractie wordt bekendgemaakt .
6 bis.   De Voorzitter maakt de oprichting van fracties bekend in het Parlement. Deze bekendmaking heeft terugwerkende rechtskracht tot het moment dat de fractie de Voorzitter overeenkomstig dit artikel in kennis heeft gesteld van haar oprichting.
De Voorzitter maakt ook de ontbinding van fracties bekend in het Parlement. Deze bekendmaking heeft rechtskracht vanaf de dag volgend op het moment waarop niet langer aan de voorwaarden voor het bestaan van de betrokken fractie werd voldaan.
Amendementen 30 en 461
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 33
Artikel 33
Artikel 33
Activiteiten en rechtspositie van de fracties
Activiteiten en rechtspositie van de fracties
1.  De fracties oefenen hun functie uit in het kader van de activiteiten van de Unie, met inbegrip van de taken die volgens het Reglement aan de fracties zijn toegewezen. De fracties beschikken, in het kader van het organigram van het secretariaat-generaal, over een secretariaat, administratieve faciliteiten en kredieten die in de begroting van het Parlement opgenomen zijn.
1.  De fracties oefenen hun functie uit in het kader van de activiteiten van de Unie, met inbegrip van de taken die volgens het Reglement aan de fracties zijn toegewezen. De fracties beschikken, in het kader van het organigram van het secretariaat-generaal, over een secretariaat, administratieve faciliteiten en kredieten die in de begroting van het Parlement opgenomen zijn.
1 bis.   Aan het begin van elke nieuwe zittingsperiode streeft de Conferentie van voorzitters ernaar overeenstemming te bereiken over procedures voor het tot uitdrukking brengen van de politieke verscheidenheid van het Parlement in de commissies en delegaties en de besluitvormingsorganen.
2.  Het Bureau stelt de regelingen vast voor de terbeschikkingstelling en het gebruik van, respectievelijk de controle op deze faciliteiten en kredieten, alsook voor de dienovereenkomstige overdracht van bevoegdheden voor de uitvoering van de begroting.
2.  Het Bureau stelt, met inachtneming van een voorstel daartoe van de Conferentie van voorzitters, de regelingen vast voor de terbeschikkingstelling en het gebruik van respectievelijk de controle op deze faciliteiten en kredieten, alsook voor de dienovereenkomstige overdracht van bevoegdheden voor de uitvoering van de begroting en de gevolgen van niet-naleving daarvan .
3.  Deze regelingen bevatten voorschriften inzake de administratieve en financiële consequenties van de ontbinding van een fractie.
3.  Deze regelingen bevatten voorschriften inzake de administratieve en financiële consequenties van de ontbinding van een fractie.
Amendement 31
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 34
Artikel 34
Artikel 34
Interfractiewerkgroepen
Interfractiewerkgroepen
1.  Afzonderlijke leden kunnen interfractiewerkgroepen of andere niet-officiële groeperingen van leden vormen om informeel van gedachten te wisselen over specifieke onderwerpen over de scheidslijnen tussen fracties en commissies heen en om het contact tussen parlementsleden en maatschappij te bevorderen.
1.  Afzonderlijke leden kunnen interfractiewerkgroepen of andere niet-officiële groeperingen van leden vormen om informeel van gedachten te wisselen over specifieke onderwerpen over de scheidslijnen tussen fracties en commissies heen en om het contact tussen parlementsleden en maatschappij te bevorderen.
2.  Dergelijke groeperingen mogen geen activiteiten ontplooien die tot verwarring kunnen leiden voor wat betreft de officiële activiteiten van het Parlement en zijn organen. Mits voldaan is aan de voorwaarden van de door het Bureau vastgestelde regeling inzake de oprichting van die groeperingen, kunnen de fracties de activiteiten ervan faciliteren door verlening van logistieke steun.
2.  Dergelijke groeperingen zijn volledig transparant in hun werkzaamheden en mogen geen activiteiten ontplooien die tot verwarring kunnen leiden voor wat betreft de officiële activiteiten van het Parlement en zijn organen. Mits voldaan is aan de voorwaarden van de door het Bureau vastgestelde regeling inzake de oprichting van die groeperingen, kunnen de fracties de activiteiten ervan faciliteren door verlening van logistieke steun.
Dergelijke groeperingen zijn gehouden opgave te doen van elke vorm van steun, in geld of natura, (bijvoorbeeld secretariaatsondersteuning), welke, indien aan de leden persoonlijk verleend, uit hoofde van bijlage I zou moeten worden opgegeven.
3.  Interfractiewerkgroepen zijn gehouden jaarlijks opgave te doen van elke vorm van steun, in geld of natura, (bijvoorbeeld secretariaatsondersteuning), welke, indien aan de leden persoonlijk verleend, uit hoofde van bijlage I zou moeten worden opgegeven.
De quaestoren houden een register van de in de tweede alinea bedoelde opgaven bij. Dit register wordt op de internetsite van het Parlement gepubliceerd. De quaestoren stellen nadere regels voor die opgaven vast.
4.  De quaestoren houden een register van de in lid 3 bedoelde opgaven bij. Dit register wordt op de internetsite van het Parlement gepubliceerd. De quaestoren stellen nadere regels voor die opgaven vast en garanderen de effectieve toepassing van dit artikel .
Amendement 32
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – titel
WETGEVING, BEGROTING EN OVERIGE PROCEDURES
WETGEVING, BEGROTING, KWIJTING EN OVERIGE PROCEDURES
Amendement 33
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 37
Artikel 37
Artikel 37
Werkprogramma van de Commissie
Jaarlijkse programmering
1.  Het Parlement stelt samen met de Commissie en de Raad de planning van de wetgevende werkzaamheden van de Europese Unie vast.
1.  Het Parlement stelt samen met de Commissie en de Raad de planning van de wetgevende werkzaamheden van de Europese Unie vast.
Het Parlement en de Commissie werken samen bij de voorbereiding van het werkprogramma van de Commissie – dat de bijdrage van de Commissie vormt aan de jaar- en meerjarenprogramma's van de Unie – volgens een tijdschema en regels die door de beide instellingen zijn overeengekomen en die zijn opgenomen als bijlage 8 .
Het Parlement en de Commissie werken samen bij de voorbereiding van het werkprogramma van de Commissie – dat de bijdrage van de Commissie vormt aan de jaar- en meerjarenprogramma's van de Unie – volgens een tijdschema en regels die door de beide instellingen zijn overeengekomen8 .
1 bis.  Na de vaststelling van het werkprogramma van de Commissie houden het Parlement, de Raad en de Commissie, overeenkomstig artikel 7 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 8 bis , een gedachtewisseling en bereiken zij overeenstemming over een gezamenlijke verklaring betreffende de jaarlijkse interinstitutionele programmering waarin de algemene doelstellingen en prioriteiten worden vastgesteld.
Alvorens de onderhandelingen met de Raad en de Commissie over de gezamenlijke verklaring te beginnen, houdt de Voorzitter een gedachtewisseling met de Conferentie van voorzitters en de Conferentie van commissievoorzitters over de algemene doelstellingen en prioriteiten van het Parlement.
Voordat hij de gezamenlijke verklaring ondertekent, verkrijgt de Voorzitter goedkeuring van de Conferentie van voorzitters.
2.   In geval van dringende en onvoorziene omstandigheden kan een instelling op eigen initiatief een wetgevende maatregel voorstellen, overeenkomstig de in de Verdragen vastgelegde procedures en in aanvulling op de in het werkprogramma van de Commissie voorgestelde maatregelen.
3.  De Voorzitter doet de door het Parlement aangenomen resolutie toekomen aan de andere instellingen die deelnemen aan de wetgevingsprocedures van de Europese Unie, alsmede aan de parlementen van de lidstaten.
3.  De Voorzitter doet door het Parlement aangenomen resoluties over wetgevingsplanning en -prioriteiten toekomen aan de andere instellingen die deelnemen aan de wetgevingsprocedures van de Europese Unie, alsmede aan de parlementen van de lidstaten.
De Voorzitter verzoekt de Raad advies uit te brengen over het werkprogramma van de Commissie, alsook over de resolutie van het Parlement.
4.   Indien een instelling het vastgestelde tijdschema niet in acht kan nemen, stelt het de andere instellingen in kennis van de redenen voor de vertraging en stelt zij een nieuw tijdschema voor.
4 bis.   Wanneer de Commissie voornemens is een voorstel in te trekken, wordt de bevoegde commissaris door de bevoegde commissie uitgenodigd om dat voornemen te bespreken. Ook het Voorzitterschap van de Raad kan op die bijeenkomst worden uitgenodigd. Indien de bevoegde commissie het niet eens is met de voorgenomen intrekking, kan zij de Commissie verzoeken om een verklaring af te leggen in het Parlement. Artikel 123 is van toepassing.
__________________
__________________
8 Zie bijlage XIII.
8 Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie (PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47).
8 bis PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
Amendement 34
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 38
Artikel 38
Artikel 38
Eerbiediging van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Eerbiediging van de grondrechten
1.  Het Parlement eerbiedigt bij al zijn werkzaamheden ten volle de grondrechten zoals verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
1.  Het Parlement eerbiedigt bij al zijn werkzaamheden ten volle de rechten, vrijheden en beginselen die worden erkend door artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de in artikel 2 van dit Verdrag verankerde waarden .
Het Parlement eerbiedigt tevens ten volle de rechten en beginselen zoals neergelegd in artikel 2 en artikel 6, leden 2 en 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
2.  Indien de ten principale bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden van oordeel zijn dat een ontwerp van wetgevingshandeling of delen daarvan strijdig zijn met rechten die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerd zijn , wordt de zaak op hun verzoek verwezen naar de commissie die bevoegd is voor de interpretatie van het Handvest . Het advies van die commissie wordt als bijlage bij het verslag van de ter zake bevoegde commissie gevoegd .
2.  Indien de ter zake bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden van oordeel zijn dat een ontwerp van wetgevingshandeling of delen daarvan strijdig zijn met de grondrechten van de Europese Unie, wordt de zaak op hun verzoek verwezen naar de commissie die bevoegd is voor de bescherming van de grondrechten .
2 bis.   Dit verzoek wordt ingediend binnen vier werkweken na de bekendmaking in het Parlement van de aanwijzing van de ter zake bevoegde commissie.
2 ter.   Het advies van de commissie die bevoegd is voor de bescherming van de grondrechten wordt als bijlage bij het verslag van de ter zake bevoegde commissie gevoegd.
Amendement 36
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 39
Artikel 39
Artikel 39
Controle rechtsgrond
Controle rechtsgrond
1.  Ten aanzien van alle ontwerpen van wetgevingshandeling en andere documenten van wetgevende aard controleert de ten principale bevoegde commissie eerst de rechtsgrond.
1.  Ten aanzien van alle ontwerpen van juridisch bindende handelingen controleert de ten principale bevoegde commissie eerst de rechtsgrond.
2.  Indien die commissie de geldigheid of de juistheid van de rechtsgrond betwist dit geldt ook voor de toetsing overeenkomstig artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, verzoekt zij de voor juridische zaken bevoegde commissie om advies.
2.  Indien die commissie de geldigheid of de juistheid van de rechtsgrond betwist dit geldt ook voor de toetsing overeenkomstig artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, verzoekt zij de voor juridische zaken bevoegde commissie om advies.
3.  De voor juridische zaken bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief vraagstukken betreffende de rechtsgrond van ontwerpen van wetgevingshandeling in behandeling nemen. In dat geval stelt zij de ten principale bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.
3.  De voor juridische zaken bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief en in elke fase van de wetgevingsprocedure vraagstukken betreffende de rechtsgrond in behandeling nemen. In dat geval stelt zij de ten principale bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.
4.  Indien de voor juridische zaken bevoegde commissie besluit de geldigheid of de juistheid van de rechtsgrond te betwisten, deelt zij haar conclusies aan het Parlement mede. Het Parlement stemt hierover alvorens over te gaan tot stemming over de inhoud van het ontwerp zelf.
4.  Indien de voor juridische zaken bevoegde commissie, in voorkomend geval na overleg met de Raad en de Commissie volgens de op interinstitutioneel niveau gemaakte afspraken 1 bis , besluit de geldigheid of de juistheid van de rechtsgrond te betwisten, deelt zij haar conclusies aan het Parlement mede. Onverminderd artikel 63, stemt het Parlement hierover alvorens over te gaan tot stemming over de inhoud van het ontwerp zelf.
5.  Amendementen tot wijziging van de rechtsgrond die ter plenaire vergadering worden ingediend, zonder dat de bevoegde commissie of de voor juridische zaken bevoegde commissie de geldigheid of juistheid van de rechtsgrond betwist, zijn niet ontvankelijk.
5.  Amendementen tot wijziging van de rechtsgrond die ter plenaire vergadering worden ingediend, zonder dat de bevoegde commissie of de voor juridische zaken bevoegde commissie de geldigheid of juistheid van de rechtsgrond betwist, zijn niet ontvankelijk.
6.   Indien de Commissie haar ontwerp niet wenst te wijzigen om het in overeenstemming te brengen met de door het Parlement goedgekeurde rechtsgrond, kan de rapporteur of de voorzitter van de voor juridische zaken bevoegde commissie of van de ten principale bevoegde commissie voorstellen de stemming over de inhoud van het ontwerp tot een volgende vergadering uit te stellen.
__________________
1 bis Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven, punt 25 (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).
Amendement 37
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 40
Artikel 40
Artikel 40
Delegatie van wetgevingsbevoegdheden
Delegatie van wetgevingsbevoegdheden en toekenning van uitvoeringsbevoegdheden
1.  Bij de behandeling van een ontwerp van wetgevingshandeling waarbij overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bevoegdheden aan de Commissie worden gedelegeerd, let het Parlement met name op de doelstellingen, de inhoud, de reikwijdte en de duur van de delegatie, alsook op de hieraan verbonden voorwaarden.
1.  Bij de behandeling van een ontwerp van wetgevingshandeling waarbij overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bevoegdheden aan de Commissie worden gedelegeerd, let het Parlement met name op de doelstellingen, de inhoud, de reikwijdte en de duur van de delegatie, alsook op de hieraan verbonden voorwaarden.
1 bis.   Bij de behandeling van een ontwerp van wetgevingshandeling waarbij overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend, let het Parlement met name erop dat de Commissie bij de uitoefening van een uitvoeringsbevoegdheid de basiswetgevingshandeling noch kan wijzigen noch kan aanvullen, zelfs wat niet-essentiële onderdelen betreft.
2.  De ter zake bevoegde commissie kan te allen tijde het advies inwinnen van de voor de interpretatie en toepassing van het recht van de Europese Unie bevoegde commissie.
2.  De ter zake bevoegde commissie kan te allen tijde het advies inwinnen van de voor de interpretatie en toepassing van het recht van de Europese Unie bevoegde commissie.
3.  De voor de interpretatie en toepassing van het recht van de Europese Unie bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief aangelegenheden betreffende de delegatie van wetgevingsbevoegdheden in behandeling nemen. In dat geval stelt zij de ter zake bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.
3.  De voor de interpretatie en toepassing van het recht van de Europese Unie bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief aangelegenheden betreffende de delegatie van wetgevingsbevoegdheden en de toekenning van uitvoeringsbevoegdheden in behandeling nemen. In dat geval stelt zij de ter zake bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.
Amendement 38
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 41
Artikel 41
Artikel 41
Toetsing van de financiële verenigbaarheid
Toetsing van de financiële verenigbaarheid
1.  In geval van een ontwerp van wetgevingshandeling met financiële gevolgen gaat het Parlement na of in voldoende financiële middelen voorzien is.
1.  In geval van een ontwerp van juridisch bindende handeling met financiële gevolgen gaat het Parlement na of in voldoende financiële middelen voorzien is.
2.  Elk ontwerp van wetgevingshandeling of elk ander document van wetgevende aard wordt door de ten principale bevoegde commissie, onverminderd het bepaalde in artikel 47, getoetst op verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader.
2.  Elk ontwerp van juridisch bindende handeling wordt door de ten principale bevoegde commissie getoetst op financiële verenigbaarheid met de verordening betreffende het meerjarig financieel kader.
3.  Indien de ten principale bevoegde commissie het bedrag van de voor het desbetreffende besluit toegewezen middelen wijzigt, verzoekt zij de voor begrotingszaken bevoegde commissie om advies.
3.  Indien de ten principale bevoegde commissie het bedrag van de voor het desbetreffende besluit toegewezen middelen wijzigt, verzoekt zij de voor begrotingszaken bevoegde commissie om advies.
4.  De voor begrotingszaken bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief ontwerpen van wetgevingshandeling op financiële verenigbaarheid toetsen. In dat geval stelt zij de ten principale bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.
4.  De voor begrotingszaken bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief ontwerpen van juridisch bindende handeling op financiële verenigbaarheid toetsen. In dat geval stelt zij de ten principale bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.
5.  Indien de voor begrotingszaken bevoegde commissie besluit de financiële verenigbaarheid van het ontwerp te betwisten, deelt zij haar conclusies mede aan het Parlement, dat deze in stemming brengt .
5.  Indien de voor begrotingszaken bevoegde commissie besluit de financiële verenigbaarheid van het ontwerp te betwisten, deelt zij haar conclusies mee aan het Parlement voordat het Parlement overgaat tot stemming over het ontwerp .
6.   Het Parlement kan een besluit dat niet verenigbaar is verklaard, aannemen onder voorbehoud van de besluiten van de begrotingsautoriteit.
Amendement 39
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 42
Artikel 42
Artikel 42
Verificatie van de eerbiediging van het beginsel van subsidiariteit
Verificatie van de eerbiediging van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid
1.  Het Parlement besteedt bij de behandeling van een ontwerp van wetgevingshandeling met name aandacht aan de eerbiediging van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.
1.  Het Parlement besteedt bij de behandeling van een ontwerp van wetgevingshandeling met name aandacht aan de eerbiediging van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.
2.  De commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel kan aanbevelingen doen aan de commissie die bevoegd is voor het ontwerp van wetgevingshandeling.
2.  Alleen de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel kan aanbevelingen doen aan de commissie die bevoegd is voor het ontwerp van wetgevingshandeling.
3.   Indien een nationaal parlement de Voorzitter overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie en artikel 6 van het Protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid een met redenen omkleed advies toezendt, wordt dat document naar de ten principale bevoegde commissie verwezen en ter informatie toegezonden aan de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel.
4.  Uitgezonderd in spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 4 van het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen, gaat de ten principale bevoegde commissie niet over tot haar definitieve stemming vóór het verstrijken van de in artikel 6 van het Protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bedoelde termijn van acht weken.
4.  Uitgezonderd in spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen, gaat de ten principale bevoegde commissie niet over tot haar definitieve stemming vóór het verstrijken van de in artikel 6 van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bedoelde termijn van acht weken.
4 bis.   Indien een nationaal parlement de Voorzitter overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie een met redenen omkleed advies toezendt, wordt dat document naar de ter zake bevoegde commissie verwezen en ter informatie toegezonden aan de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel.
5.  Indien gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, ten minste een derde vertegenwoordigen van alle stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegedeeld, dan wel een vierde indien het van een op grond van artikel 76 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ingediend ontwerp van wetgevingshandeling betreft, neemt het Parlement geen besluit alvorens de indiener van het ontwerp te kennen heeft gegeven hoe hij verder te werk wil gaan.
5.  Indien gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, ten minste een derde vertegenwoordigen van alle stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegedeeld, dan wel een vierde indien het van een op grond van artikel 76 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ingediend ontwerp van wetgevingshandeling betreft, neemt het Parlement geen besluit alvorens de indiener van het ontwerp te kennen heeft gegeven hoe hij verder te werk wil gaan.
6.  Indien, in het kader van de gewone wetgevingsprocedure, gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een voorstel voor een wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, ten minste een gewone meerderheid vertegenwoordigen van alle stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegedeeld, kan de ten principale bevoegde commissie, na inoverwegingneming van de gemotiveerde adviezen van de nationale parlementen en de Commissie en na raadpleging van de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel, het Parlement ofwel de aanbeveling het ontwerp te verwerpen omdat het niet met het subsidiariteitsbeginsel strookt, ofwel een andere aanbeveling doen, die voorstellen tot amendering in verband met de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel kan inhouden. Het advies van de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel wordt aan een eventuele aanbeveling tot verwerping gehecht.
6.  Indien, in het kader van de gewone wetgevingsprocedure, gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een voorstel voor een wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, ten minste een gewone meerderheid vertegenwoordigen van alle stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegedeeld, kan de ten principale bevoegde commissie, na inoverwegingneming van de gemotiveerde adviezen van de nationale parlementen en de Commissie en na raadpleging van de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel, het Parlement ofwel de aanbeveling het ontwerp te verwerpen omdat het niet met het subsidiariteitsbeginsel strookt, ofwel een andere aanbeveling doen, die voorstellen tot amendering in verband met de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel kan inhouden. Het advies van de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel wordt aan een eventuele aanbeveling tot verwerping gehecht.
De aanbeveling wordt in het Parlement in een debat behandeld en in stemming gebracht. Indien een aanbeveling tot verwerping met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen wordt aangenomen, verklaart de Voorzitter de procedure voor beëindigd. Wanneer het Parlement het ontwerp niet verwerpt, wordt de procedure voortgezet met inachtneming van de door het Parlement aangenomen aanbevelingen.
De aanbeveling wordt in het Parlement in een debat behandeld en in stemming gebracht. Indien een aanbeveling tot verwerping met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen wordt aangenomen, verklaart de Voorzitter de procedure voor beëindigd. Wanneer het Parlement het ontwerp niet verwerpt, wordt de procedure voortgezet met inachtneming van de door het Parlement aangenomen aanbevelingen.
Amendement 40
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 44
Artikel 44
Artikel 44
Vertegenwoordiging van het Parlement op zittingen van de Raad
Vertegenwoordiging van het Parlement op zittingen van de Raad
Wanneer de Raad het Parlement uitnodigt tot deelneming aan een zitting van de Raad waarbij deze als wetgever optreedt , verzoekt de Voorzitter de voorzitter of rapporteur van de bevoegde commissie of een ander door de bevoegde commissie aangewezen lid het Parlement aldaar te vertegenwoordigen.
Wanneer de Raad het Parlement uitnodigt tot deelneming aan een zitting van de Raad, verzoekt de Voorzitter de voorzitter of rapporteur van de ten principale bevoegde commissie of een ander door de ten principale bevoegde commissie aangewezen lid het Parlement aldaar te vertegenwoordigen.
Amendement 41
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 45
Artikel 45
Artikel 45
Recht van initiatief dat het Parlement krachtens de Verdragen is toegekend
Recht van het Parlement om voorstellen in te dienen
In de gevallen waarin het Parlement krachtens de Verdragen het recht van initiatief is toegekend, kan de bevoegde commissie besluiten een initiatiefverslag op te stellen.
In de gevallen waarin het Parlement krachtens de Verdragen het recht van initiatief is toegekend, kan de bevoegde commissie besluiten een initiatiefverslag overeenkomstig artikel 52 op te stellen.
Het verslag omvat:
Het verslag omvat:
a)  een ontwerpresolutie;
a)  een ontwerpresolutie;
b)  in voorkomend geval, een ontwerpbesluit of ontwerpvoorstel;
b)  een ontwerpvoorstel;
c)  een toelichting, in voorkomend geval vergezeld van een financieel memorandum.
c)  een toelichting, in voorkomend geval vergezeld van een financieel memorandum.
Indien voor de aanneming van een besluit door het Parlement de goedkeuring of de instemming van de Raad en het advies of de instemming van de Commissie vereist is, kan het Parlement na de stemming over het voorgestelde besluit, en op voorstel van de rapporteur, besluiten de stemming over de ontwerpresolutie uit te stellen, totdat de Raad of de Commissie hun standpunt kenbaar hebben gemaakt.
Indien voor de aanneming van een besluit door het Parlement de goedkeuring of de instemming van de Raad en het advies of de instemming van de Commissie vereist is, kan het Parlement na de stemming over het voorgestelde besluit, en op voorstel van de rapporteur, besluiten de stemming over de ontwerpresolutie uit te stellen, totdat de Raad of de Commissie hun standpunt kenbaar hebben gemaakt.
Amendement 42
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 46
Artikel 46
Artikel 46
Initiatief in de zin van artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
Verzoeken aan de Commissie om voorstellen in te dienen
1.  Overeenkomstig artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kan het Parlement door het aannemen van een resolutie op basis van een overeenkomstig artikel 52 opgesteld initiatiefverslag van de bevoegde commissie de Commissie verzoeken het Parlement passende ontwerpen tot vaststelling van nieuwe of tot wijziging van bestaande besluiten voor te leggen. De resolutie wordt bij de eindstemming aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement. Tegelijkertijd kan het Parlement een termijn vaststellen voor de indiening van het voorstel.
1.  Overeenkomstig artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kan het Parlement door het aannemen van een resolutie op basis van een overeenkomstig artikel 52 opgesteld initiatiefverslag van de bevoegde commissie de Commissie verzoeken het Parlement passende ontwerpen tot vaststelling van nieuwe of tot wijziging van bestaande besluiten voor te leggen. De resolutie wordt bij de eindstemming aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement. Tegelijkertijd kan het Parlement een termijn vaststellen voor de indiening van het voorstel.
2.  Elk lid kan een voorstel voor een besluit van de Unie uit hoofde van het initiatiefrecht van het Parlement in de zin van artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie indienen.
2.  Elk lid kan een voorstel voor een besluit van de Unie uit hoofde van het initiatiefrecht van het Parlement in de zin van artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie indienen.
Een dergelijk voorstel kan door maximaal tien leden samen ingediend worden. In het voorstel wordt de rechtsgrondslag vermeld en hierbij kan een toelichting van maximaal 150 woorden worden gevoegd.
Een dergelijk voorstel kan door maximaal tien leden gezamenlijk worden ingediend. Het voorstel vermeldt de rechtsgrond waarop het berust en hierbij kan een toelichting van maximaal 150 woorden worden gevoegd.
Het voorstel wordt ingediend bij de Voorzitter, die controleert of de toepasselijke wettelijke vereisten zijn nageleefd. Hij kan het voorstel met het oog op een advies over de juistheid van de rechtsgrond ervan naar de voor dit advies bevoegde commissie verwijzen. Als de Voorzitter het voorstel ontvankelijk verklaart, maakt hij dat tijdens de plenaire vergadering bekend en verwijst het voorstel naar de bevoegde commissie.
Voorafgaand aan de verwijzing naar de bevoegde commissie wordt het voorstel in die officiële talen vertaald die de voorzitter van de desbetreffende commissie voor een summiere behandeling noodzakelijk acht.
De bevoegde commissie neemt binnen drie maanden na de verwijzing en na de indieners van het voorstel de gelegenheid te hebben geboden zich tot de commissie te richten, een besluit over het verdere verloop van de procedure.
De indieners van het voorstel worden in de titel van het verslag genoemd.
3.   Het voorstel wordt ingediend bij de Voorzitter, die controleert of de toepasselijke wettelijke vereisten zijn nageleefd. Hij kan het voorstel met het oog op een advies over de juistheid van de rechtsgrondslag ervan naar de voor dit advies bevoegde commissie verwijzen. Als de Voorzitter het voorstel ontvankelijk verklaart, maakt hij dat tijdens de plenaire vergadering bekend en verwijst hij het naar de bevoegde commissie.
Voorafgaand aan de verwijzing naar de bevoegde commissie wordt het voorstel in die officiële talen vertaald die de voorzitter van de desbetreffende commissie voor een summiere behandeling noodzakelijk acht.
De commissie kan de Voorzitter aanbevelen dat het voorstel wordt opengesteld voor ondertekening door om het even welk lid, met inachtneming van de voorwaarden en termijnen die zijn vastgelegd in artikel 136, leden 2, 3 en 7.
Als een meerderheid van de leden van het Parlement het voorstel heeft ondertekend, wordt de Conferentie van voorzitters geacht haar toestemming te hebben gegeven aan het verslag over het voorstel. De bevoegde commissie stelt een verslag op conform artikel 52 na de indieners van het voorstel te hebben gehoord.
Indien het voorstel niet wordt opengesteld voor bijkomende ondertekenaars of niet door een meerderheid van de leden van het Parlement ondertekend wordt, neemt de bevoegde commissie binnen drie maanden na de verwijzing en na de indieners van het voorstel te hebben gehoord, een besluit over het verdere verloop van de procedure.
De indieners van het voorstel worden in de titel van het verslag genoemd.
4.  De resolutie van het Parlement vermeldt wat de rechtsgrond moet zijn en gaat vergezeld van gedetailleerde aanbevelingen betreffende de inhoud van het verlangde ontwerp, dat in overeenstemming moet zijn met de grondrechten en het subsidiariteitsbeginsel .
4.  De resolutie van het Parlement vermeldt wat de rechtsgrond moet zijn en gaat vergezeld van aanbevelingen betreffende de inhoud van het verlangde ontwerp.
5.  Indien het verlangde ontwerp financiële gevolgen heeft, wordt door het Parlement aangegeven hoe voldoende financiële dekking kan worden gevonden.
5.  Indien het verlangde ontwerp financiële gevolgen heeft, wordt door het Parlement aangegeven hoe voldoende financiële dekking kan worden gevonden.
6.  De bevoegde commissie ziet toe op de voortgang van de voorbereiding van elk ontwerp van wetgevingshandeling dat op verzoek van het Parlement wordt uitgewerkt.
6.  De bevoegde commissie ziet toe op de voortgang van de voorbereiding van elk ontwerp van rechtshandeling van de Unie dat op verzoek van het Parlement wordt uitgewerkt.
6 bis.   De Conferentie van commissievoorzitters ziet regelmatig toe op de naleving door de Commissie van punt 10 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven, dat bepaalt dat de Commissie binnen drie maanden moet antwoorden op verzoeken om indiening van voorstellen door in een specifieke mededeling aan te geven welk gevolg zij aan die verzoeken wenst te geven. Zij brengt over de resultaten van dit toezicht regelmatig verslag uit aan de Conferentie van voorzitters.
Amendement 43
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 47
Artikel 47
Artikel 47
Behandeling van wetgevingsdocumenten
Behandeling van juridisch bindende handelingen
1.  Ontwerpen van wetgevingshandeling en andere documenten van wetgevende aard worden door de Voorzitter ter behandeling naar de bevoegde commissie verwezen.
1.  Van andere instellingen of lidstaten ontvangen ontwerpen van juridisch bindende handelingen worden door de Voorzitter ter behandeling naar de bevoegde commissie verwezen.
Bij twijfel kan de Voorzitter artikel 201, lid 2, toepassen vóór kennisgeving van de verwijzing naar de bevoegde commissie ter plenaire vergadering.
Indien een ontwerp in het werkprogramma van de Commissie opgenomen is, kan de bevoegde commissie besluiten een rapporteur te benoemen teneinde de opstelling van het voorstel te volgen.
Raadplegingen door de Raad of verzoeken om advies van de zijde van de Commissie worden door de Voorzitter verwezen naar de commissie die bevoegd is voor de behandeling van het bedoelde ontwerp.
De in de artikelen 38 t/m 46, 57 t/m 63 en 75 vervatte bepalingen voor de eerste lezing zijn van toepassing op ontwerpen van wetgevingshandeling, ongeacht of daarvoor een, twee of drie lezingen vereist zijn.
1 bis.   Bij twijfel kan de Voorzitter, vóór de bekendmaking van de verwijzing naar de bevoegde commissie ter plenaire vergadering, een competentiekwestie voorleggen aan de Conferentie van voorzitters. De Conferentie van voorzitters neemt een besluit op basis van een aanbeveling van de Conferentie van commissievoorzitters, of de voorzitter ervan, in overeenstemming met artikel 201 bis, tweede alinea.
1 ter.  De bevoegde commissie kan te allen tijde besluiten tot benoeming van een rapporteur om de voorbereidende fase van een ontwerp te volgen. Zij overweegt dit met name wanneer het voorstel wordt vermeld in het werkprogramma van de Commissie.
2.   Standpunten van de Raad worden ter behandeling verwezen naar de in eerste lezing bevoegde commissie.
De in de artikelen 64 t/m 69 en 76 vervatte bepalingen voor de tweede lezing zijn van toepassing op standpunten van de Raad.
3.   Tijdens de procedure van bemiddeling tussen Parlement en Raad na de tweede lezing vindt geen terugverwijzing naar een commissie plaats.
De in de artikelen 70, 71 en 72 vervatte bepalingen voor de derde lezing zijn van toepassing op de bemiddelingsprocedure.
4.  De artikelen 50, 53, 59, leden 1 en 3, 60, 61 en 188 zijn niet van toepassing op de tweede en derde lezing.
5.  In geval van tegenstrijdigheid tussen een bepaling van he t Reglement inzake de tweede en derde lezing en enige andere bepaling van het Reglement heeft de bepaling inzake de tweede en derde lezing voorrang.
5.  In geval van tegenstrijdigheid tussen een bepaling van he t Reglement inzake de tweede en derde lezing en enige andere bepaling van het Reglement heeft de bepaling inzake de tweede en derde lezing voorrang.
Amendement 44
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 47 bis (nieuw)
Artikel 47 bis
Versnelling van wetgevingsprocedures
In coördinatie met de Raad en de Commissie kan door de bevoegde commissie of commissies worden besloten tot versnelling van de wetgevingsprocedure voor specifieke voorstellen, met name voorstellen die in de gezamenlijke verklaring betreffende de jaarlijkse interinstitutionele programmering krachtens artikel 37, lid 1, onder a), als prioriteit zijn vastgesteld.
Amendement 45
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 48
Artikel 48
Artikel 48
Wetgevingsprocedures inzake initiatieven van lidstaten
Wetgevingsprocedures inzake initiatieven van andere instellingen dan de Commissie of van lidstaten
1.  Initiatieven van lidstaten overeenkomstig artikel 76 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden behandeld overeenkomstig het bepaalde in onderhavig artikel en de artikelen 38 tot en met 43, 47 en 59 van het Reglement .
1.  Bij de behandeling van initiatieven van andere instellingen dan de Commissie of van lidstaten kan de bevoegde commissie vertegenwoordigers van de betrokken instellingen of lidstaten uitnodigen om hun initiatief voor de commissie toe te lichten . De vertegenwoordigers van de betrokken lidstaten kunnen vergezeld worden door de voorzitter van de Raad.
2.   De bevoegde commissie kan vertegenwoordigers van de betrokken lidstaten verzoeken het initiatief voor de commissie toe te lichten. Deze vertegenwoordigers kunnen vergezeld worden door de voorzitter van de Raad.
3.  Alvorens de bevoegde commissie tot stemming overgaat, vraagt zij de Commissie of die een advies inzake het initiatief voorbereidt. Indien dit het geval is, keurt de bevoegde commissie haar verslag niet goed voordat zij het advies van de Commissie heeft ontvangen.
3.  Alvorens de bevoegde commissie tot stemming overgaat, vraagt zij de Commissie of die een advies inzake het initiatief voorbereidt of voornemens is op korte termijn een alternatief voorstel in te dienen . Indien uit het antwoord blijkt dat dit het geval is, keurt de bevoegde commissie haar verslag of het alternatieve voorstel niet goed voordat zij het advies van de Commissie heeft ontvangen.
4.  Wanneer twee of meer voorstellen van de Commissie en/of de lidstaten met eenzelfde wetgevingsoogmerk gelijktijdig of binnen een kort tijdsbestek aan het Parlement worden voorgelegd, behandelt het Parlement deze teksten in een enkel verslag. In haar verslag geeft de bevoegde commissie aan op welke tekst zij amendementen heeft ingediend en in de wetgevingsresolutie verwijst zij naar alle andere teksten.
4.  Wanneer twee of meer voorstellen van de Commissie en/of een andere instelling en/of de lidstaten met eenzelfde wetgevingsoogmerk gelijktijdig of binnen een kort tijdsbestek aan het Parlement worden voorgelegd, behandelt het Parlement deze teksten in een enkel verslag. In haar verslag geeft de bevoegde commissie aan op welke tekst zij amendementen heeft ingediend en in de wetgevingsresolutie verwijst zij naar alle andere teksten.
Amendement 46
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 49
Artikel 49
Artikel 49
Wetgevingsverslagen
Wetgevingsverslagen
1.  De voorzitter van de commissie waarnaar het ontwerp van wetgevingshandeling is verwezen, doet aan zijn commissie een voorstel inzake de te volgen procedure.
1.  De voorzitter van de commissie waarnaar het ontwerp van juridisch bindende handeling is verwezen, doet aan zijn commissie een voorstel inzake de te volgen procedure.
2.  Nadat het besluit over de te volgen procedure is genomen en indien artikel 50 niet van toepassing is, benoemt de commissie een van haar leden of een van de vaste plaatsvervangers tot rapporteur voor het ontwerp van wetgevingshandeling, voor zover dit niet reeds is geschied naar aanleiding van het krachtens artikel 37 overeengekomen werkprogramma van de Commissie .
2.  Nadat het besluit over de te volgen procedure is genomen en indien de vereenvoudigde procedure van artikel 50 niet van toepassing is, benoemt de commissie een van haar leden of een van de vaste plaatsvervangers tot rapporteur voor het ontwerp van wetgevingshandeling, voor zover dit niet reeds is geschied naar aanleiding van artikel 47, lid 1 ter .
3.  Het verslag van de commissie omvat:
3.  Het verslag van de commissie omvat:
a)  eventuele amendementen op het ontwerp, die desgewenst vergezeld kunnen gaan van korte motiveringen. Deze motiveringen vallen onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur en worden niet in stemming gebracht;
a)  eventuele amendementen op het ontwerp, die desgewenst vergezeld kunnen gaan van korte motiveringen. Deze motiveringen vallen onder de verantwoordelijkheid van de indiener en worden niet in stemming gebracht;
b)  een ontwerpwetgevingsresolutie overeenkomstig artikel 59, lid 2 ;
b)  een ontwerpwetgevingsresolutie overeenkomstig artikel 59, lid 1 quater ;
c)  eventueel een toelichting, met inbegrip van een financieel memorandum, waarin de omvang van de eventuele financiële gevolgen van het verslag en de verenigbaarheid ervan met het meerjarig financieel kader worden aangegeven.
c)  eventueel een toelichting, indien nodig met inbegrip van een financieel memorandum, waarin de omvang van de eventuele financiële gevolgen van het verslag en de verenigbaarheid ervan met het meerjarig financieel kader worden aangegeven.
c bis)   indien beschikbaar, een verwijzing naar de effectbeoordeling door het Parlement.
Amendement 47
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 50
Artikel 50
Artikel 50
Vereenvoudigde procedure
Vereenvoudigde procedure
1.  Na een eerste beraadslaging over een ontwerp van wetgevingshandeling kan de voorzitter voorstellen het ontwerp zonder amendementen goed te keuren. Tenzij ten minste een tiende van de commissieleden daartegen bezwaar maakt, legt de voorzitter het Parlement een verslag voor ter goedkeuring van het ontwerp. Artikel 150, lid 1, tweede alinea, en leden 2 en 4, is van toepassing.
1.  Na een eerste beraadslaging over een ontwerp van wetgevingshandeling kan de voorzitter voorstellen het ontwerp zonder amendementen goed te keuren. Tenzij ten minste een tiende van de commissieleden daartegen bezwaar maakt, wordt de voorgestelde procedure geacht te zijn goedgekeurd. De voorzitter of de rapporteur, indien er een rapporteur is benoemd, legt het Parlement een verslag voor ter goedkeuring van het ontwerp. Artikel 150, lid 1, tweede alinea, en leden 2 en 4, is van toepassing.
2.  Als alternatief kan de voorzitter voorstellen dat hij of de rapporteur een aantal amendementen formuleert waarin de beraadslaging in de commissie tot uitdrukking komt. Indien de commissie hiermee instemt, worden deze amendementen aan de leden van de commissie toegezonden. Tenzij binnen een termijn van ten minste 21 dagen na verzending ten minste een tiende van de leden van de commissie bezwaar maakt, wordt het verslag geacht door de commissie te zijn goedgekeurd. In dat geval worden de ontwerpwetgevingsresolutie en de amendementen overeenkomstig artikel 150, lid 1, tweede alinea, en leden 2 en 4, aan het Parlement voorgelegd voor behandeling zonder debat.
2.  Als alternatief kan de voorzitter voorstellen dat hij of de rapporteur een aantal amendementen formuleert waarin de beraadslaging in de commissie tot uitdrukking komt. Tenzij ten minste een tiende van de leden van de commissie bezwaar maakt, wordt de voorgestelde procedure geacht te zijn goedgekeurd en worden de amendementen aan de leden van de commissie toegezonden.
Tenzij binnen een termijn van ten minste tien werkdagen na verzending ten minste een tiende van de leden van de commissie bezwaar maakt tegen de amendementen , wordt het verslag geacht door de commissie te zijn goedgekeurd. In dat geval worden de ontwerpwetgevingsresolutie en de amendementen overeenkomstig artikel 150, lid 1, tweede alinea, en leden 2 en 4, aan het Parlement voorgelegd voor behandeling zonder debat.
Indien door ten minste een tiende van de commissieleden bezwaar wordt gemaakt tegen de amendementen, worden deze op de volgende commissievergadering in stemming gebracht.
3.   Indien door ten minste een tiende van de commissieleden bezwaar wordt gemaakt, worden de amendementen op de volgende commissievergadering in stemming gebracht.
4.  Lid 1, eerste en tweede zin, lid 2, eerste, tweede en derde zin, en lid 3 zijn mutatis mutandis van toepassing op adviezen van de commissies overeenkomstig artikel 53.
4.  Met uitzondering van de bepalingen inzake de indiening bij het Parlement, is dit artikel mutatis mutandis van toepassing op adviezen van de commissies overeenkomstig artikel 53.
Amendement 48
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 51
Artikel 51
Artikel 51
Verslagen van niet-wetgevende aard
Verslagen van niet-wetgevende aard
1.  Als een commissie een verslag van niet-wetgevende aard opstelt, benoemt zij een van haar leden of een van de vaste plaatsvervangers tot rapporteur.
1.  Als een commissie een verslag van niet-wetgevende aard opstelt, benoemt zij een van haar leden of een van de vaste plaatsvervangers tot rapporteur.
2.   De rapporteur heeft tot taak het verslag van de commissie op te stellen en namens deze aan het Parlement voor te leggen.
3.  Het verslag van de commissie omvat:
3.  Het verslag van de commissie omvat:
a)  een ontwerpresolutie;
a)  een ontwerpresolutie;
b)  een toelichting, met inbegrip van een financieel memorandum, waarin de omvang van de eventuele financiële gevolgen van het verslag en de verenigbaarheid ervan met het meerjarig financieel kader worden aangegeven;
b)  een toelichting, indien nodig met inbegrip van een financieel memorandum, waarin de omvang van de eventuele financiële gevolgen van het verslag en de verenigbaarheid ervan met het meerjarig financieel kader worden aangegeven;
c)  de tekst van eventuele ontwerpresoluties die hierin overeenkomstig artikel 133, lid 4, moeten worden opgenomen.
c)  de tekst van eventuele ontwerpresoluties die hierin overeenkomstig artikel 133, lid 4, moeten worden opgenomen.
Amendement 49
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 52
Artikel 52
Artikel 52
Initiatiefverslagen
Initiatiefverslagen
1.  Wanneer een commissie, zonder dat haar overeenkomstig artikel 201, lid 1, een raadpleging of een verzoek om advies ter behandeling is voorgelegd, voornemens is over een onder haar bevoegdheid vallend onderwerp verslag uit te brengen en hierover aan het Parlement een ontwerpresolutie voor te leggen , heeft zij daarvoor de toestemming van de Conferentie van voorzitters nodig. Een weigering van deze toestemming moet steeds met redenen worden omkleed. Betreft het een verslag naar aanleiding van een voorstel dat door een lid overeenkomstig artikel 46, lid 2, is ingediend, dan kan toestemming alleen worden geweigerd als niet aan de voorwaarden in artikel 5 van het Statuut van de leden en artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voldaan.
1.  Wanneer een commissie voornemens is over een onder haar bevoegdheid vallend onderwerp waarvoor geen verwijzing heeft plaatsgevonden een niet-wetgevingsverslag of een verslag overeenkomstig artikel 45 of artikel 46 uit te brengen, heeft zij daarvoor de toestemming van de Conferentie van voorzitters nodig.
De Conferentie van voorzitters neemt een besluit over de verzoeken om toestemming voor het opstellen van een verslag in de zin van lid 1, overeenkomstig door haarzelf vastgestelde uitvoeringsvoorschriften.
De Conferentie van voorzitters neemt een besluit over de verzoeken om toestemming voor het opstellen van een verslag in de zin van lid 1, overeenkomstig door haarzelf vastgestelde uitvoeringsvoorschriften. Mocht de bevoegdheid van een commissie die om toestemming voor het opstellen van een verslag heeft verzocht, worden betwist, dan neemt de Conferentie van voorzitters binnen een termijn van zes weken een besluit op basis van een aanbeveling van de Conferentie van commissievoorzitters of, bij ontstentenis, van de voorzitter van laatstgenoemde. Indien de Conferentie van voorzitters binnen deze termijn geen besluit heeft genomen, wordt de aanbeveling geacht te zijn aangenomen.
1 bis.  Een weigering van deze toestemming wordt steeds met redenen omkleed.
Indien het onderwerp van het verslag onder het in artikel 45 bedoelde initiatiefrecht van het Parlement valt, kan toestemming uitsluitend worden geweigerd op grond dat niet aan de in de Verdragen uiteengezette voorwaarden is voldaan.
1 ter.   In de in de artikelen 45 en 46 bedoelde gevallen neemt de Conferentie van voorzitters binnen twee maanden een besluit.
2.  Het Parlement behandelt in initiatiefverslagen neergelegde ontwerpresoluties volgens de kortepresentatieprocedure als uiteengezet in artikel 151. Amendementen op deze ontwerpresoluties zijn slechts ontvankelijk voor behandeling ter plenaire vergadering indien zij worden ingediend door de rapporteur om rekening te houden met nieuwe informatie, of door ten minste een tiende van de leden van het Parlement. Fracties kunnen overeenkomstig artikel 170, lid 4, alternatieve ontwerpresoluties indienen. De artikelen 176 en 180 zijn van toepassing op de ontwerpresolutie van de commissie en amendementen daarop. Artikel 180 is ook van toepassing op de enkele stemming over alternatieve ontwerpresoluties.
2.  Bij het Parlement ingediende ontwerpresoluties worden behandeld volgens de kortepresentatieprocedure als uiteengezet in artikel 151. Amendementen op deze ontwerpresoluties en verzoeken om stemming in onderdelen of hoofdelijke stemming zijn slechts ontvankelijk voor behandeling ter plenaire vergadering indien zij worden ingediend door de rapporteur om rekening te houden met nieuwe informatie, of door ten minste een tiende van de leden van het Parlement. Fracties kunnen overeenkomstig artikel 170, lid 4, alternatieve ontwerpresoluties indienen. Artikel 180 is van toepassing op de ontwerpresolutie van de commissie en amendementen daarop. Artikel 180 is ook van toepassing op de enkele stemming over alternatieve ontwerpresoluties.
De eerste alinea is niet van toepassing, wanneer het onderwerp van het verslag in het kader van een debat van prioritair belang ter plenaire vergadering wordt behandeld, wanneer het verslag overeenkomstig het initiatiefrecht uit hoofde van artikel 45 of 46 wordt opgesteld, of wanneer voor het verslag als strategisch verslag toestemming is verleend 9 .
2 bis.   Lid 2 is niet van toepassing wanneer het onderwerp van het verslag in het kader van een debat van prioritair belang ter plenaire vergadering wordt behandeld, wanneer het verslag overeenkomstig het initiatiefrecht uit hoofde van artikel 45 of 46 wordt opgesteld, of wanneer voor het verslag als strategisch verslag toestemming is verleend 9 bis .
3.   Indien het onderwerp van het verslag onder het in artikel 45 bedoelde initiatiefrecht valt, kan toestemming uitsluitend worden geweigerd op grond van het feit dat niet aan de voorwaarden in de Verdragen is voldaan.
4.   In de in de artikelen 45 en 46 bedoelde gevallen neemt de Conferentie van voorzitters binnen twee maanden een besluit.
__________________
__________________
9 Zie desbetreffend besluit van de Conferentie van voorzitters, als opgenomen in bijlage XVII bij het Reglement.
9 bis Zie het desbetreffende besluit van de Conferentie van voorzitters.
Amendement 50
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 53
Artikel 53
Artikel 53
Adviezen van commissies
Adviezen van commissies
1.  Indien de in eerste instantie met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie het advies van een andere commissie wenst in te winnen of indien een andere commissie uit eigen beweging haar advies wenst uit te brengen ten aanzien van het verslag van de in eerste instantie met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie, kunnen deze commissies de Voorzitter van het Parlement verzoeken overeenkomstig artikel 201, lid 3, de ene commissie als ten principale bevoegde commissie en de andere als medeadviserende commissie aan te wijzen.
1.  Indien de in eerste instantie met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie het advies van een andere commissie wenst in te winnen of indien een andere commissie uit eigen beweging haar advies wenst uit te brengen aan de in eerste instantie met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie, kunnen deze commissies de Voorzitter van het Parlement verzoeken overeenkomstig artikel 201, lid 3, de ene commissie als ten principale bevoegde commissie en de andere als medeadviserende commissie aan te wijzen.
De medeadviserende commissie kan een rapporteur voor advies aanwijzen uit haar leden of vaste plaatsvervangers of haar advies toezenden in de vorm van een brief van haar voorzitter.
2.  In het geval van documenten van wetgevende aard in de zin van artikel 47, lid 1 , bevat het advies ontwerpamendementen op de aan de medeadviserende commissie voorgelegde tekst, die desgewenst vergezeld kunnen gaan van korte motiveringen. Deze motiveringen vallen onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur voor advies en worden niet in stemming gebracht. Zo nodig kan de medeadviserende commissie het advies als geheel in het kort schriftelijk motiveren.
2.  Wanneer het advies betrekking heeft op een ontwerp van juridisch bindende handeling , bevat het amendementen op de aan de medeadviserende commissie voorgelegde tekst, die desgewenst vergezeld kunnen gaan van korte motiveringen. Deze motiveringen vallen onder de verantwoordelijkheid van de indiener en worden niet in stemming gebracht. Zo nodig kan de medeadviserende commissie het advies als geheel in het kort schriftelijk motiveren. Deze beknopte motivering valt onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur voor advies.
In het geval van niet-wetgevingsteksten bevat het advies suggesties voor de ontwerpresolutie van de ten principale bevoegde commissie.
Wanneer het advies geen betrekking heeft op een ontwerp van een juridisch bindende handeling, bevat het suggesties voor de ontwerpresolutie van de ten principale bevoegde commissie.
De ten principale bevoegde commissie brengt deze ontwerpamendementen of suggesties in stemming.
De ten principale bevoegde commissie brengt deze ontwerpamendementen of suggesties in stemming.
In een advies worden uitsluitend zaken behandeld die onder de bevoegdheid van de medeadviserende commissie vallen.
In een advies worden uitsluitend zaken behandeld die onder de bevoegdheid van de medeadviserende commissie vallen.
3.  De ten principale bevoegde commissie stelt een termijn vast waarbinnen de medeadviserende commissie advies moet uitbrengen, wil het door de ten principale bevoegde commissie in aanmerking worden genomen. Alle wijzigingen op het aangekondigde tijdschema worden onverwijld door de ten principale bevoegde commissie aan de medeadviserende commissie(s) medegedeeld. De ten principale bevoegde commissie trekt haar definitieve conclusies pas wanneer deze termijn is verstreken.
3.  De ten principale bevoegde commissie stelt een termijn vast waarbinnen de medeadviserende commissie advies moet uitbrengen, wil het door de ten principale bevoegde commissie in aanmerking worden genomen. Alle wijzigingen op het aangekondigde tijdschema worden onverwijld door de ten principale bevoegde commissie aan de medeadviserende commissie(s) medegedeeld. De ten principale bevoegde commissie trekt haar definitieve conclusies pas wanneer deze termijn is verstreken.
3 bis.   Als alternatief kan de medeadviserende commissie besluiten haar standpunt te presenteren in de vorm van amendementen die na de goedkeuring ervan rechtstreeks in de ten principale bevoegde commissie worden ingediend. Deze amendementen worden door de voorzitter of de rapporteur ingediend namens de commissie.
3 ter.   De medeadviserende commissie dient de in lid 3 bis bedoelde amendementen in binnen de door de ten principale bevoegde commissie vastgestelde termijn.
4.  Alle aangenomen adviezen worden als bijlage bij het verslag van de ten principale bevoegde commissie gevoegd.
4.  Alle door de medeadviserende commissie goedgekeurde adviezen en amendementen worden als bijlage bij het verslag van de ten principale bevoegde commissie gevoegd.
5.  De ten principale bevoegde commissie is de enige commissie die ter plenaire vergadering amendementen kan indienen.
5.  Medeadviserende commissies in de zin van dit artikel kunnen geen amendementen indienen voor behandeling ter plenaire vergadering .
6.  De voorzitter en de rapporteur van de medeadviserende commissie worden uitgenodigd met raadgevende stem deel te nemen aan de vergaderingen van de ten principale bevoegde commissie, voorzover deze op het gemeenschappelijk vraagstuk betrekking hebben.
6.  De voorzitter en de rapporteur van de medeadviserende commissie worden uitgenodigd met raadgevende stem deel te nemen aan de vergaderingen van de ten principale bevoegde commissie, voorzover deze op het gemeenschappelijk vraagstuk betrekking hebben.
Amendement 51
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 54
Artikel 54
Artikel 54
Medeverantwoordelijke commissies
Procedure met medeverantwoordelijke commissies
Indien bij de Conferentie van voorzitters een competentieconflict aanhangig is gemaakt overeenkomstig artikel 201, lid 2, of artikel 52 en de Conferentie van voorzitters op grond van bijlage VII van het Reglement van mening is dat het vraagstuk bijna in gelijke mate onder de bevoegdheid van twee of meer commissies valt, of dat verschillende gedeelten van het vraagstuk onder de bevoegdheid van twee of meer commissies vallen, is artikel 53 van toepassing met de volgende aanvullende bepalingen:
1.   Indien bij de Conferentie van voorzitters een competentieconflict aanhangig is gemaakt overeenkomstig artikel 201 bis en de Conferentie van voorzitters op grond van bijlage VII van het Reglement van mening is dat het vraagstuk bijna in gelijke mate onder de bevoegdheid van twee of meer commissies valt, of dat verschillende gedeelten van het vraagstuk onder de bevoegdheid van twee of meer commissies vallen, is artikel 53 van toepassing met de volgende aanvullende bepalingen:
–  de betrokken commissies stellen het tijdschema in onderling overleg vast;
–  de betrokken commissies stellen het tijdschema in onderling overleg vast;
–  de rapporteur en de rapporteurs voor advies houden elkaar op de hoogte en trachten het onderling eens te worden over de aan hun commissies voor te stellen teksten en over hun standpunt ten aanzien van amendementen;
–  de rapporteur en de rapporteurs voor advies houden elkaar op de hoogte en trachten het onderling eens te worden over de aan hun commissies voor te stellen teksten en over hun standpunt ten aanzien van amendementen;
–  de voorzitters, de rapporteur en de rapporteurs voor advies gaan gezamenlijk na welke onderdelen van de tekst onder hun exclusieve of gezamenlijke bevoegdheid vallen en bereiken overeenstemming over de precieze voorwaarden van hun samenwerking. Ingeval er geen overeenstemming over de afbakening van de bevoegdheden wordt bereikt, wordt de zaak op verzoek van een van de betrokken commissies aan de Conferentie van voorzitters voorgelegd, die een uitspraak over de afbakening van de bevoegdheden kan doen of kan besluiten dat de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen van artikel 55 moet worden toegepast; de tweede alinea van artikel 201, lid 2, is van overeenkomstige toepassing;
–  de voorzitters, de rapporteur en de rapporteurs voor advies zijn gebonden door het beginsel van goede en loyale samenwerking en gaan gezamenlijk na welke onderdelen van de tekst onder hun exclusieve of gedeelde bevoegdheid vallen en bereiken overeenstemming over de precieze voorwaarden van hun samenwerking. Ingeval er geen overeenstemming over de afbakening van de bevoegdheden wordt bereikt, wordt de zaak op verzoek van een van de betrokken commissies aan de Conferentie van voorzitters voorgelegd, die een uitspraak over de afbakening van de bevoegdheden kan doen of kan besluiten dat de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen van artikel 55 moet worden toegepast. Dat besluit wordt genomen in overeenstemming met de procedure en binnen de termijn als uiteengezet in artikel 201 bis.
–  de ten principale bevoegde commissie neemt de amendementen van een medeverantwoordelijke commissie zonder stemming over voorzover deze betrekking hebben op vraagstukken die onder de exclusieve bevoegdheid van de medeverantwoordelijke commissie vallen. Indien amendementen die betrekking hebben op vraagstukken die onder de gezamenlijke bevoegdheid van de ten principale bevoegde commissie en de medeverantwoordelijke commissie vallen, door eerstgenoemde commissie worden verworpen , kan laatstgenoemde commissie die amendementen ter plenaire vergadering indienen;
–  de ten principale bevoegde commissie neemt de amendementen van een medeverantwoordelijke commissie zonder stemming over voor zover deze betrekking hebben op vraagstukken die onder de exclusieve bevoegdheid van de medeverantwoordelijke commissie vallen. Indien de ten principale bevoegde commissie deze exclusieve bevoegdheid niet eerbiedigt, kan de medeverantwoordelijke commissie amendementen rechtstreeks voor behandeling ter plenaire vergadering indienen. Indien amendementen die betrekking hebben op vraagstukken die onder de gedeelde bevoegdheid van de ten principale bevoegde commissie en de medeverantwoordelijke commissie vallen, door eerstgenoemde commissie niet worden goedgekeurd , kan de medeverantwoordelijke commissie die amendementen ter plenaire vergadering indienen;
–  ingeval er een bemiddelingsprocedure voor het voorstel komt, maakt de rapporteur van elke medeverantwoordelijke commissie deel uit van de delegatie van het Parlement.
–  ingeval er een bemiddelingsprocedure voor het voorstel komt, maakt de rapporteur van elke medeverantwoordelijke commissie deel uit van de delegatie van het Parlement.
De tekst van dit artikel stelt geen enkele limiet aan het toepassingsgebied ervan. Verzoeken om toepassing van de procedure met medeverantwoordelijke commissies ter zake van niet-wetgevingsverslagen op grond van artikel 52, lid 1, en artikel 132, leden 1 en 2, zijn ontvankelijk.
De procedure met medeverantwoordelijke commissies overeenkomstig dit artikel kan niet worden toegepast voor een aanbeveling die door de bevoegde commissie moet worden vastgesteld uit hoofde van artikel 99.
Het besluit van de Conferentie van voorzitters om de procedure met medeverantwoordelijke commissies toe te passen geldt voor alle stadia van de betreffende procedure.
Het besluit van de Conferentie van voorzitters om de procedure met medeverantwoordelijke commissies toe te passen geldt voor alle stadia van de betreffende procedure.
De rechten die verbonden zijn aan de status van "bevoegde commissie" worden uitgeoefend door de ten principale bevoegde commissie. Bij de uitoefening van deze rechten moet de ten principale bevoegde commissie de prerogatieven van de medeverantwoordelijke commissie eerbiedigen, met name de verplichting om loyaal samen te werken bij het opstellen van het tijdschema en het recht van de medeverantwoordelijke commissie om te bepalen welke amendementen die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen aan het Parlement worden voorgelegd.
De rechten die verbonden zijn aan de status van "bevoegde commissie" worden uitgeoefend door de ten principale bevoegde commissie. Bij de uitoefening van deze rechten moet de ten principale bevoegde commissie de prerogatieven van de medeverantwoordelijke commissie eerbiedigen, met name de verplichting om loyaal samen te werken bij het opstellen van het tijdschema en het recht van de medeverantwoordelijke commissie om te bepalen welke amendementen die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen aan het Parlement worden voorgelegd.
In geval van niet-eerbiediging door de ten principale bevoegde commissie van de prerogatieven van de medeverantwoordelijke commissie, blijven de door de ten principale bevoegde commissie genomen besluiten geldig, maar kan de medeverantwoordelijke commissie rechtstreeks bij het Parlement amendementen indienen, voor zover deze onder haar exclusieve bevoegdheid vallen.
1 bis.  De in dit artikel vastgestelde procedure is niet van toepassing voor aanbevelingen die door de bevoegde commissie moeten worden vastgesteld uit hoofde van artikel 99.
Amendement 52
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 55
Artikel 55
Artikel 55
Procedure met gezamenlijke commissievergaderingen
Procedure met gezamenlijke commissievergaderingen
1.  Wanneer uit hoofde van artikel 201, lid 2, een competentiekwestie aan de Conferentie van voorzitters wordt voorgelegd, kan zij besluiten dat de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen en gezamenlijke stemming van toepassing is, indien:
1.  Wanneer uit hoofde van artikel 201 bis een competentiekwestie aan de Conferentie van voorzitters wordt voorgelegd, kan zij besluiten dat de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen en gezamenlijke stemming van toepassing is, indien:
–  het vraagstuk volgens bijlage VI onlosmakelijk met de bevoegdheid van meerdere commissies verbonden is, en
–  het vraagstuk volgens bijlage VI onlosmakelijk met de bevoegdheid van meerdere commissies verbonden is, en
–  zij het vraagstuk bijzonder belangrijk acht.
–  zij het vraagstuk bijzonder belangrijk acht.
2.  In dat geval stellen de respectieve rapporteurs een enkel ontwerpverslag op dat door de betrokken commissies op gezamenlijke vergaderingen onder het gezamenlijk voorzitterschap van de betrokken voorzitters wordt behandeld en in stemming wordt gebracht.
2.  In dat geval stellen de respectieve rapporteurs een enkel ontwerpverslag op dat door de betrokken commissies op gezamenlijke vergaderingen onder het gezamenlijk voorzitterschap van de betrokken voorzitters wordt behandeld en in stemming wordt gebracht.
In alle stadia van de procedure kunnen de betrokken commissies alleen door gezamenlijk op te treden de rechten uitoefenen die verbonden zijn aan de status van bevoegde commissie. De betrokken commissies kunnen werkgroepen instellen om de vergaderingen en stemmingen voor te bereiden.
In alle stadia van de procedure kunnen de betrokken commissies alleen door gezamenlijk op te treden de rechten uitoefenen die verbonden zijn aan de status van bevoegde commissie. De betrokken commissies kunnen werkgroepen instellen om de vergaderingen en stemmingen voor te bereiden.
3.  In de tweede lezing van de gewone wetgevingsprocedure wordt het standpunt van de Raad behandeld op een gezamenlijke vergadering van de betrokken commissies die, bij ontstentenis van overeenstemming tussen de voorzitters van die commissies, plaatsvindt op de woensdag van de eerste voor de vergadering van parlementaire organen bestemde week, nadat de Raad zijn standpunt aan het Parlement heeft medegedeeld. Bij ontstentenis van overeenstemming over de bijeenroeping van een volgende vergadering, wordt deze bijeengeroepen door de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters. Over de aanbeveling voor de tweede lezing wordt gestemd op een gezamenlijke vergadering op basis van een gemeenschappelijke ontwerptekst die door de respectieve rapporteurs van de betrokken commissies wordt opgesteld of, bij gebreke van een gemeenschappelijke ontwerptekst, op basis van de in de betrokken commissies ingediende amendementen.
3.  In de tweede lezing van de gewone wetgevingsprocedure wordt het standpunt van de Raad behandeld op een gezamenlijke vergadering van de betrokken commissies die, bij ontstentenis van overeenstemming tussen de voorzitters van die commissies, plaatsvindt op de woensdag van de eerste voor de vergadering van parlementaire organen bestemde week, nadat de Raad zijn standpunt aan het Parlement heeft medegedeeld. Bij ontstentenis van overeenstemming over de bijeenroeping van een volgende vergadering, wordt deze bijeengeroepen door de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters. Over de aanbeveling voor de tweede lezing wordt gestemd op een gezamenlijke vergadering op basis van een gemeenschappelijke ontwerptekst die door de respectieve rapporteurs van de betrokken commissies wordt opgesteld of, bij gebreke van een gemeenschappelijke ontwerptekst, op basis van de in de betrokken commissies ingediende amendementen.
In de derde lezing van de gewone wetgevingsprocedure zijn de voorzitters en rapporteurs van de betrokken commissies automatisch lid van de delegatie in het bemiddelingscomité.
In de derde lezing van de gewone wetgevingsprocedure zijn de voorzitters en rapporteurs van de betrokken commissies automatisch lid van de delegatie in het bemiddelingscomité.
Mits aan de in dit artikel gestelde voorwaarden is voldaan, kan het worden toegepast op de procedure die leidt tot een aanbeveling tot goedkeuring of verwerping van het sluiten van een internationale overeenkomst op grond van artikel 108, lid 5, en artikel 99, lid 1.
Amendement 53
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 56
Artikel 56
Artikel 52 bis
Opstelling van verslagen
Opstelling van verslagen
-1.   De rapporteur heeft tot taak het verslag van de commissie op te stellen en namens deze aan het Parlement voor te leggen.
1.  De toelichting wordt onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld en wordt niet in stemming gebracht. Wel moet de toelichting in overeenstemming zijn met de goedgekeurde ontwerpresolutie en met de eventueel door de commissie voorgestelde amendementen. Indien dit niet het geval is, kan de voorzitter van de commissie de toelichting schrappen.
1.  De toelichting wordt onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld en wordt niet in stemming gebracht. Wel moet de toelichting in overeenstemming zijn met de goedgekeurde ontwerpresolutie en met de eventueel door de commissie voorgestelde amendementen. Indien dit niet het geval is, kan de voorzitter van de commissie de toelichting schrappen.
2.  Het verslag vermeldt de uitslag van de stemming over het verslag in zijn geheel. Voorts wordt, indien op het ogenblik van de stemming ten minste een derde van de aanwezige leden daarom verzoekt, in het verslag vermeld hoe elk der leden heeft gestemd.
2.  Het verslag vermeldt de uitslag van de stemming over het verslag in zijn geheel en, in overeenstemming met artikel 208, lid 3, hoe elk der leden heeft gestemd.
3.  Wanneer in de commissie geen eenstemmigheid heerst, worden in het verslag ook de minderheidsstandpunten weergegeven. Minderheidsstandpunten worden bij de stemming over de gehele tekst kenbaar gemaakt en kunnen op verzoek van de auteurs worden verwoord in een schriftelijke verklaring van ten hoogste 200 woorden, die bij de toelichting wordt gevoegd.
3.  Minderheidsstandpunten kunnen bij de stemming over de gehele tekst kenbaar worden gemaakt en kunnen op verzoek van de auteurs worden verwoord in een schriftelijke verklaring van ten hoogste 200 woorden, die bij de toelichting wordt gevoegd.
De voorzitter beslecht de geschillen waartoe de toepassing van deze bepalingen zou kunnen leiden.
De voorzitter beslecht de geschillen waartoe de toepassing van dit lid zou kunnen leiden.
4.  Een commissie kan, op voorstel van haar bureau , een termijn vaststellen waarbinnen haar rapporteur zijn ontwerpverslag aan haar dient voor te leggen. Deze termijn kan worden verlengd of er kan een nieuwe rapporteur worden benoemd.
4.  Een commissie kan, op voorstel van haar voorzitter , een termijn vaststellen waarbinnen haar rapporteur zijn ontwerpverslag aan haar dient voor te leggen. Deze termijn kan worden verlengd of er kan een nieuwe rapporteur worden benoemd.
5.  Wanneer de termijn is verstreken, kan de commissie haar voorzitter gelasten om om inschrijving van de aangelegenheid met de behandeling waarvan zij is belast, op de agenda van een van de volgende vergaderingen van het Parlement te verzoeken. In dat geval kan aan de hand van een mondeling verslag van de betrokken commissie worden beraadslaagd.
5.  Wanneer de termijn is verstreken, kan de commissie haar voorzitter gelasten om om inschrijving van de aangelegenheid met de behandeling waarvan zij is belast, op de agenda van een van de volgende vergaderingen van het Parlement te verzoeken. In dat geval kan aan de hand van een mondeling verslag van de betrokken commissie worden beraadslaagd en gestemd .
(Dit artikel, zoals gewijzigd, wordt ingelast voor artikel 53)
Amendement 54
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 3 – titel
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 3
EERSTE LEZING
GEWONE WETGEVINGSPROCEDURE
Amendement 55
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 3 – afdeling 1 (nieuw)
AFDELING 1
EERSTE LEZING
Amendement 56
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 3 – titel 1
Behandeling in de commissie
Schrappen
Amendement 57
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 57
Artikel 57
Schrappen
Wijziging van een ontwerp van wetgevingshandeling
1.   Indien de Commissie het Parlement mededeelt of indien de bevoegde commissie anderszins verneemt dat de Commissie voornemens is haar ontwerp te wijzigen, stelt de bevoegde commissie de behandeling van de zaak uit totdat zij het nieuwe ontwerp of de door de Commissie aangebrachte wijzigingen heeft ontvangen.
2.   Indien de Raad het ontwerp van wetgevingshandeling ingrijpend wijzigt, zijn de bepalingen van artikel 63 van toepassing.
Amendement 58
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 58
Artikel 58
Schrappen
Standpunt van de Commissie en van de Raad inzake amendementen
1.   Alvorens tot eindstemming over een ontwerp van wetgevingshandeling over te gaan, verzoekt de bevoegde commissie de Commissie haar standpunt ten aanzien van alle door de bevoegde commissie goedgekeurde amendementen op dat voorstel kenbaar te maken, en verzoekt zij de Raad om commentaar.
2.   Indien het de Commissie niet mogelijk is haar standpunt kenbaar te maken of wanneer de Commissie verklaart dat zij niet bereid is alle door de commissie goedgekeurde amendementen over te nemen, kan de bevoegde commissie de eindstemming uitstellen.
3.   Het standpunt van de Commissie wordt eventueel in het verslag opgenomen.
Amendement 59
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 3 – titel 2
Behandeling ter plenaire vergadering
Schrappen
Amendement 60
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 59
Artikel 59
Artikel 59
Beëindiging van de eerste lezing
Stemming ter plenaire vergadering – eerste lezing
-1.  Het Parlement kan het ontwerp van wetgevingshandeling goedkeuren, wijzigen of verwerpen.
1.  Het Parlement behandelt het ontwerp van wetgevingshandeling aan de hand van het door de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 49 opgestelde verslag .
1.  Het Parlement stemt eerst over een door de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden schriftelijk ingediend voorstel voor de onmiddellijke verwerping van het ontwerp van wetgevingshandeling .
Indien dat voorstel tot verwerping wordt aangenomen, verzoekt de Voorzitter de instelling die het ontwerp van wetgevingshandeling heeft ingediend om het ontwerp van wetgevingshandeling in te trekken.
Indien de betrokken instelling haar ontwerp intrekt, verklaart de Voorzitter de procedure voor beëindigd.
Indien de betrokken instelling het ontwerp van wetgevingshandeling niet intrekt, deelt de Voorzitter mee dat de eerste lezing door het Parlement is beëindigd, tenzij het Parlement op voorstel van de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie of een fractie of ten minste veertig leden besluit de zaak terug te verwijzen naar de bevoegde commissie voor heroverweging.
Indien het voorstel tot verwerping niet wordt aangenomen, gaat het Parlement te werk overeenkomstig de leden 1 bis tot en met 1 quater.
1 bis.   Een door de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 73 quinquies, lid 4, voorgelegd voorlopig akkoord krijgt prioriteit en wordt aan één enkele stemming onderworpen, tenzij het Parlement, op verzoek van een fractie of ten minste veertig leden, besluit om in plaats daarvan onmiddellijk over te gaan tot de stemming over de amendementen overeenkomstig lid 1 ter. In dat geval besluit het Parlement ook of de stemming over de amendementen onmiddellijk plaatsvindt. Indien niet, stelt het Parlement een nieuwe termijn vast voor het indienen van amendementen en vindt de stemming plaats tijdens een volgende vergadering.
Wordt het voorlopig akkoord in een enkele stemming goedgekeurd, dan deelt de Voorzitter mee dat de eerste lezing door het Parlement is beëindigd.
Wordt tijdens een enkele stemming voor het voorlopig akkoord niet de meerderheid van de uitgebrachte stemmen verkregen, dan stelt de Voorzitter een nieuwe termijn vast voor het indienen van amendementen op het ontwerp van wetgevingshandeling. Deze amendementen worden tijdens een volgende vergadering in stemming gebracht om het Parlement in staat te stellen zijn eerste lezing te beëindigen.
1 ter.   Behoudens wanneer een voorstel tot verwerping is aangenomen overeenkomstig lid 1 of een voorlopig akkoord is goedgekeurd overeenkomstig lid 1 bis, worden amendementen op het ontwerp van wetgevingshandeling vervolgens in stemming gebracht, met inbegrip van, indien van toepassing, afzonderlijke onderdelen van het voorlopig akkoord indien er is verzocht om stemming in onderdelen of om afzonderlijke stemmingen of indien er met elkaar concurrerende amendementen zijn ingediend.
Alvorens tot stemming over de amendementen over te gaan, kan de Voorzitter de Commissie verzoeken haar standpunt kenbaar te maken en kan hij de Raad om commentaar verzoeken.
Nadat de stemming over die amendementen heeft plaatsgevonden, stemt het Parlement over het hele al dan niet geamendeerde ontwerp van wetgevingshandeling.
Wordt het hele al dan niet geamendeerde ontwerp van wetgevingshandeling goedgekeurd, dan deelt de Voorzitter mee dat de eerste lezing is beëindigd, tenzij het Parlement op voorstel van de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie of een fractie of ten minste veertig leden besluit de zaak terug te verwijzen naar de bevoegde commissie voor interinstitutionele onderhandelingen overeenkomstig de artikelen 59 bis, 73 bis en 73 quinquies.
Wordt voor het hele al dan niet geamendeerde ontwerp van wetgevingshandeling niet de meerderheid van de uitgebrachte stemmen verkregen, dan deelt de Voorzitter mee dat de eerste lezing is beëindigd, tenzij het Parlement op voorstel van de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie of een fractie of ten minste veertig leden besluit de zaak terug te verwijzen naar de bevoegde commissie voor heroverweging.
1 quater.   Na de stemming overeenkomstig de leden 1 tot en met 1 ter en, in voorkomend geval, de daaropvolgende stemming over amendementen op het ontwerp van wetgevingshandeling die verband houden met procedurele verzoeken, wordt de wetgevingsresolutie geacht te zijn aangenomen. Indien nodig wordt de wetgevingsresolutie overeenkomstig artikel 193, lid 2, gewijzigd om rekening te houden met het resultaat van de stemming overeenkomstig de leden 1 tot en met 1 ter.
De tekst van de wetgevingsresolutie en van het standpunt van het Parlement wordt door de Voorzitter aan de Raad en de Commissie toegezonden, alsook, indien het ontwerp van wetgevingshandeling van hen afkomstig is, aan de groep van lidstaten, het Hof van Justitie of de Europese Centrale Bank.
2.   Het Parlement stemt allereerst over de amendementen op het ontwerp waarop het verslag van de bevoegde commissie betrekking heeft, vervolgens over het eventueel gewijzigde ontwerp, daarna over de amendementen op de ontwerpwetgevingsresolutie en ten slotte over de ontwerpwetgevingsresolutie in haar geheel, welke uitsluitend vermeldt of het Parlement het ontwerp van wetgevingshandeling goedkeurt of verwerpt, dan wel er wijzigingen op voorstelt, alsmede verzoeken van procedurele aard bevat.
Met de aanneming van de ontwerpwetgevingsresolutie is de eerste lezing beëindigd. Neemt het Parlement de ontwerpwetgevingsresolutie niet aan, dan wordt het ontwerp naar de bevoegde commissie terugverwezen.
Een in het kader van de gewone wetgevingsprocedure ingediend verslag dient conform het bepaalde in de artikelen 39, 47 en 49 te zijn. De indiening van een resolutie van niet-wetgevende aard door een commissie dient te geschieden in het kader van een specifieke verwijzing als bedoeld in de artikelen 52 of 201.
3.  De tekst van het ontwerp in de door het Parlement goedgekeurde versie en de desbetreffende resolutie worden door de Voorzitter als standpunt van het Parlement aan de Raad en de Commissie toegezonden.
Amendement 61
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 59 bis (nieuw)
Artikel 59 bis
Terugverwijzing naar de bevoegde commissie
Indien overeenkomstig artikel 59 een zaak wordt terugverwezen naar de bevoegde commissie voor heroverweging of voor interinstitutionele onderhandelingen overeenkomstig de artikelen 73 bis en 73 quinquies, brengt de bevoegde commissie binnen een termijn van vier maanden, die door de Conferentie van voorzitters kan worden verlengd, opnieuw mondeling of schriftelijk verslag uit aan het Parlement.
Na een terugverwijzing moet de ten principale bevoegde commissie, alvorens haar besluit te nemen over de procedure, een medeverantwoordelijke commissie overeenkomstig artikel 54 een keuze laten maken voor wat betreft de amendementen die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen, en haar met name laten bepalen welke amendementen opnieuw aan het Parlement moeten worden voorgelegd.
Het Parlement kan steeds beslissen zo nodig een afsluitend debat te houden na het verslag van de bevoegde commissie waarnaar de zaak is terugverwezen.
(De laatste twee alinea's worden ingevoegd als interpretatie.)
Amendement 62
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 60
Artikel 60
Schrappen
Verwerping van een voorstel van de Commissie
1.   Wordt voor een voorstel van de Commissie niet de meerderheid van de uitgebrachte stemmen verkregen of wordt een door de bevoegde commissie of ten minste veertig leden ingediend voorstel tot verwerping aangenomen, dan verzoekt de Voorzitter de Commissie, alvorens het Parlement over de ontwerpwetgevingsresolutie stemt, haar voorstel in te trekken.
2.   Indien de Commissie haar voorstel intrekt, dan verklaart de Voorzitter de procedure voor beëindigd en stelt hij de Raad hiervan in kennis.
3.   Indien de Commissie haar voorstel niet intrekt, verwijst het Parlement de zaak terug naar de bevoegde commissie zonder over de ontwerpwetgevingsresolutie te stemmen, tenzij het Parlement op voorstel van de voorzitter of rapporteur van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden wel tot stemming overgaat.
In geval van terugverwijzing besluit deze commissie over de te volgen procedure en brengt binnen een door het Parlement vastgestelde termijn van ten hoogste twee maanden mondeling of schriftelijk opnieuw aan het Parlement verslag uit.
Na een terugverwijzing uit hoofde van lid 3 moet de ten principale bevoegde commissie, alvorens haar besluit te nemen over de procedure, een medeverantwoordelijke commissie overeenkomstig artikel 54 een keuze laten maken voor wat betreft de amendementen die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen, en haar met name laten bepalen welke amendementen opnieuw aan het Parlement moeten worden voorgelegd.
De in lid 3, tweede alinea, vastgestelde termijn geldt voor de mondelinge of schriftelijke indiening van het verslag van de bevoegde commissie. Het Parlement is niet gebonden aan deze termijn voor het bepalen van het geschikte tijdstip om de behandeling in het kader van de betreffende procedure voort te zetten.
4.   Indien de bevoegde commissie de termijn niet kan aanhouden, dient zij overeenkomstig artikel 188, lid 1, om terugverwijzing naar de commissie te verzoeken. Indien noodzakelijk, kan het Parlement overeenkomstig artikel 188, lid 5, een nieuwe termijn vaststellen. Wordt het verzoek van de commissie niet ingewilligd, dan gaat het Parlement over tot stemming over de ontwerpwetgevingsresolutie.
Amendement 63
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 61
Artikel 61
Schrappen
Aanneming van amendementen op een voorstel van de Commissie
1.   Wanneer het voorstel van de Commissie in zijn geheel, doch met amendementen, wordt goedgekeurd, wordt de stemming over de ontwerpwetgevingsresolutie uitgesteld totdat de Commissie haar standpunt ten aanzien van elk van de amendementen van het Parlement kenbaar heeft gemaakt.
Indien het de Commissie, nadat het Parlement over haar voorstel heeft gestemd, niet mogelijk is haar standpunt kenbaar te maken, deelt zij de Voorzitter of de bevoegde commissie het tijdstip mede waarop dit haar wel mogelijk zal zijn; het voorstel wordt dan op de ontwerpagenda van de eerste op dat tijdstip volgende vergaderperiode ingeschreven.
2.   Wanneer de Commissie aankondigt dat zij niet voornemens is alle amendementen van het Parlement over te nemen, dient de rapporteur, subsidiair de voorzitter van de bevoegde commissie bij het Parlement een formeel voorstel in over de wenselijkheid om over de ontwerpwetgevingsresolutie te stemmen. Alvorens dit voorstel te doen, kan de rapporteur of de voorzitter van de bevoegde commissie de Voorzitter verzoeken de behandeling van dit punt op te schorten.
Indien het Parlement besluit de stemming uit te stellen, wordt de zaak geacht voor een nieuwe behandeling naar de bevoegde commissie te zijn terugverwezen.
In dat geval brengt deze commissie binnen een door het Parlement vastgestelde termijn van ten hoogste twee maanden mondeling of schriftelijk opnieuw aan het Parlement verslag uit.
Indien de bevoegde commissie de termijn niet kan aanhouden, wordt de procedure als bedoeld in artikel 60, lid 4, toegepast.
In dit stadium zijn slechts amendementen ontvankelijk die door de bevoegde commissie worden ingediend en die een compromis met de Commissie beogen te bereiken.
Het Parlement kan steeds beslissen zo nodig een afsluitend debat te houden na het verslag van de bevoegde commissie waarnaar de zaak is terugverwezen.
3.   Ongeacht de toepassing van lid 2 kan elk ander lid een verzoek om terugverwijzing overeenkomstig artikel 188 indienen.
Bij terugverwijzing van een zaak op grond van lid 2 is de bevoegde commissie in eerste instantie gehouden, volgens de aan deze terugverwijzing verbonden voorwaarden, binnen de vastgestelde termijn verslag uit te brengen en zo nodig amendementen in te dienen die een compromis met de Commissie beogen te bereiken; zij is evenwel niet verplicht alle reeds door het Parlement goedgekeurde bepalingen opnieuw te behandelen.
Vanwege het opschortend effect van de terugverwijzing heeft zij echter wat dit betreft de grootst mogelijke vrijheid, en wanneer zij zulks voor het bereiken van een compromis noodzakelijk acht, kan zij voorstellen terug te komen op reeds ter plenaire vergadering goedgekeurde bepalingen.
Aangezien alleen compromisamendementen van de commissie ontvankelijk zijn en de soevereiniteit van het Parlement niet mag worden aangetast, dient het in lid 2 bedoelde verslag in dat geval duidelijk aan te geven welke eerder goedgekeurde bepalingen in geval van aanneming van het voorgestelde amendement of de voorgestelde amendementen, zullen komen te vervallen.
Amendement 64
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 3 – titel 3
Gegeven uitvoering
Schrappen
Amendement 65
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 62
Artikel 62
Schrappen
Aan het standpunt van het Parlement gegeven uitvoering
1.   In de periode na de vaststelling door het Parlement van zijn standpunt inzake een ontwerp van wetgevingshandeling van de Commissie volgen de voorzitter en de rapporteur van de bevoegde commissie het verloop van de procedure die leidt tot de goedkeuring van dit ontwerp door de Raad, teneinde er met name op toe te zien dat de toezeggingen die de Raad of de Commissie aan het Parlement met betrekking tot zijn standpunt heeft gedaan, daadwerkelijk worden nagekomen.
2.   De bevoegde commissie kan de Commissie en de Raad verzoeken de zaak met haar te bespreken.
3.   De bevoegde commissie kan, indien zij zulks noodzakelijk acht, op elk moment van de in dit artikel bedoelde procedure een ontwerpresolutie indienen waarin het Parlement wordt aanbevolen:
–  de Commissie te verzoeken haar ontwerp in te trekken, of
–  de Commissie of de Raad te verzoeken het ontwerp overeenkomstig artikel 63 opnieuw aan het Parlement voor te leggen, dan wel de Commissie te verzoeken een nieuw ontwerp in te dienen, of
–  te besluiten elke andere stap te ondernemen die het noodzakelijk acht.
Deze ontwerpresolutie wordt ingeschreven op de ontwerpagenda van de vergaderperiode volgend op het besluit van de commissie.
Amendement 66
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 63
Artikel 63
Artikel 63
Hernieuwde voorlegging aan het Parlement
Hernieuwde voorlegging aan het Parlement
Gewone wetgevingsprocedure
1.  Op verzoek van de bevoegde commissie verzoekt de Voorzitter de Commissie haar ontwerp opnieuw aan het Parlement voor te leggen:
1.  Op verzoek van de bevoegde commissie verzoekt de Voorzitter de Commissie haar ontwerp opnieuw aan het Parlement voor te leggen indien :
–   indien de Commissie, nadat het Parlement zijn standpunt heeft vastgesteld, haar oorspronkelijke ontwerp intrekt teneinde dit te vervangen door een andere tekst, behalve wanneer dit gebeurt om met het standpunt van het Parlement rekening te houden, of
–  indien de Commissie ingrijpende wijzigingen aanbrengt of voornemens is aan te brengen in het oorspronkelijke ontwerp ter zake waarvan het Parlement een standpunt heeft vastgesteld , behalve wanneer dit gebeurt om met het standpunt van het Parlement rekening te houden, of
–  de Commissie, nadat het Parlement zijn standpunt heeft vastgesteld, haar oorspronkelijke ontwerp vervangt of ingrijpende wijzigingen aanbrengt of voornemens is aan te brengen in het oorspronkelijke ontwerp, behalve wanneer dit gebeurt om met het standpunt van het Parlement rekening te houden;
–  indien de aard van het probleem waarop het ontwerp betrekking heeft in de loop van de tijd of door gewijzigde omstandigheden, ingrijpend is veranderd, of
–  de aard van het probleem waarop het ontwerp betrekking heeft door tijdsverloop of gewijzigde omstandigheden ingrijpend is veranderd, of
–  indien nieuwe verkiezingen hebben plaatsgevonden sinds het Parlement zijn standpunt heeft vastgesteld en indien de Conferentie van voorzitters zulks wenselijk acht.
–  nieuwe verkiezingen hebben plaatsgevonden sinds het Parlement zijn standpunt heeft vastgesteld en indien de Conferentie van voorzitters zulks wenselijk acht.
1 bis.   Indien een wijziging van de rechtsgrond van een voorstel wordt overwogen, die ertoe zou leiden dat de gewone wetgevingsprocedure niet langer op dat voorstel van toepassing zou zijn, wisselen het Parlement, de Raad en de Commissie overeenkomstig paragraaf 25 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven hierover van gedachten via hun respectieve voorzitters of hun vertegenwoordigers.
2.  Op verzoek van de bevoegde commissie verzoekt het Parlement de Raad een door de Commissie overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure ingediend ontwerp opnieuw aan het Parlement voor te leggen indien de Raad voornemens is de rechtsgrond van het ontwerp te wijzigen met als gevolg dat de gewone wetgevingsprocedure van artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie niet langer van toepassing is .
2.  Na de in lid 1 bis bedoelde gedachtewisseling verzoekt de Voorzitter, op verzoek van de bevoegde commissie, de Raad om het ontwerp van juridisch bindende handeling opnieuw aan het Parlement voor te leggen indien de Commissie of de Raad voornemens is de rechtsgrond, zoals voorzien in het standpunt van het Parlement in eerste lezing, te wijzigen met als gevolg dat de gewone wetgevingsprocedure niet langer van toepassing zou zijn .
Overige procedures
3.   Op verzoek van de bevoegde commissie verzoekt de Voorzitter de Raad het Parlement opnieuw te raadplegen onder dezelfde omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden als die welke bedoeld zijn in lid 1, of indien de Raad ingrijpende wijzigingen aanbrengt of voornemens is aan te brengen in het oorspronkelijke ontwerp ter zake waarvan het Parlement advies heeft uitgebracht, behalve wanneer dit gebeurt om hierin de amendementen van het Parlement op te nemen.
4.   De Voorzitter verzoekt tevens om hernieuwde voorlegging van een ontwerp voor een besluit in de in dit artikel genoemde gevallen, indien het Parlement hiertoe besluit op voorstel van een fractie of ten minste veertig leden.
Amendement 67
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 4 – titel
HOOFDSTUK 4
AFDELING 2
TWEEDE LEZING
TWEEDE LEZING
Amendement 68
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 4 – titel 1
Behandeling in de commissie
Schrappen
Amendement 69
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 64
Artikel 64
Artikel 64
Mededeling van het standpunt van de Raad
Mededeling van het standpunt van de Raad
1.  Mededeling van het standpunt van de Raad in de zin van artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vindt plaats, wanneer de Voorzitter dit standpunt ter plenaire vergadering bekendmaakt. De Voorzitter doet deze bekendmaking na ontvangst van de stukken met het standpunt zelf, alle verklaringen die bij de vaststelling van het standpunt in de notulen van de Raad zijn opgenomen, een uiteenzetting van de redenen die de Raad hebben geleid tot het vaststellen van dit standpunt, alsook het standpunt van de Commissie, een en ander vertaald in de officiële talen van de Europese Unie. De Voorzitter doet deze bekendmaking tijdens de vergaderperiode die volgt op de ontvangst van genoemde documenten.
1.  Mededeling van het standpunt van de Raad in de zin van artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vindt plaats, wanneer de Voorzitter dit standpunt ter plenaire vergadering bekendmaakt. De Voorzitter doet deze bekendmaking na ontvangst van de stukken met het standpunt zelf, alle verklaringen die bij de vaststelling van het standpunt in de notulen van de Raad zijn opgenomen, een uiteenzetting van de redenen die de Raad hebben geleid tot het vaststellen van dit standpunt, alsook het standpunt van de Commissie, een en ander vertaald in de officiële talen van de Europese Unie. De Voorzitter doet deze bekendmaking tijdens de vergaderperiode die volgt op de ontvangst van genoemde documenten.
Alvorens tot de bekendmaking over te gaan, vergewist de Voorzitter zich ervan, in overleg met de voorzitter van de bevoegde commissie en/of de rapporteur, dat de hem toegezonden tekst inderdaad het karakter draagt van een standpunt van de Raad in eerste lezing en dat de in artikel 63 genoemde omstandigheden niet langer bestaan. In het tegenovergestelde geval zoekt de Voorzitter, in overleg met de bevoegde commissie en zo mogelijk in overeenstemming met de Raad, een passende oplossing.
Alvorens tot de bekendmaking over te gaan, vergewist de Voorzitter zich ervan, in overleg met de voorzitter van de bevoegde commissie en/of de rapporteur, dat de hem toegezonden tekst inderdaad het karakter draagt van een standpunt van de Raad in eerste lezing en dat de in artikel 63 genoemde omstandigheden niet langer bestaan. In het tegenovergestelde geval zoekt de Voorzitter, in overleg met de bevoegde commissie en zo mogelijk in overeenstemming met de Raad, een passende oplossing.
1 bis.   Op de dag van mededeling aan het Parlement wordt het standpunt van de Raad geacht te zijn verwezen naar de in eerste lezing bevoegde commissie.
2.  Een lijst van deze mededelingen wordt met vermelding van de bevoegde commissie in de notulen van de vergaderingen van het Parlement gepubliceerd.
2.  Een lijst van deze mededelingen wordt met vermelding van de bevoegde commissie in de notulen van de vergaderingen van het Parlement gepubliceerd.
Amendement 70
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 65
Artikel 65
Artikel 65
Verlenging van de termijnen
Verlenging van de termijnen
1.  Naar aanleiding van een verzoek van de voorzitter van de bevoegde commissie betreffende de voor de tweede lezing geldende termijnen, dan wel naar aanleiding van een verzoek van de delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité betreffende de voor de bemiddeling geldende termijnen, verlengt de Voorzitter de termijnen in kwestie overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
1.  Naar aanleiding van een verzoek van de voorzitter van de bevoegde commissie verlengt de Voorzitter de voor de tweede lezing geldende termijnen overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
2.  De Voorzitter doet het Parlement mededeling van een eventuele verlenging van de termijnen waartoe overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op initiatief van het Parlement dan wel van de Raad is besloten.
2.  De Voorzitter doet het Parlement mededeling van een eventuele verlenging van de termijnen waartoe overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op initiatief van het Parlement dan wel van de Raad is besloten.
Amendement 71
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 66
Artikel 66
Artikel 66
Verwijzing naar en procedure in de bevoegde commissie
Procedure in de bevoegde commissie
1.   Op de dag van mededeling aan het Parlement overeenkomstig artikel 64, lid 1, wordt het standpunt van de Raad geacht te zijn verwezen naar de in eerste lezing ten principale bevoegde en medeadviserende commissies.
2.  Het standpunt van de Raad wordt als eerste punt op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de ten principale bevoegde commissie na de dag van mededeling geplaatst. De Raad kan worden verzocht zijn standpunt toe te lichten.
2.  Het standpunt van de Raad wordt als prioriteit op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de ten principale bevoegde commissie na de dag van mededeling geplaatst. De Raad kan worden verzocht zijn standpunt toe te lichten.
3.  Tenzij anders wordt beslist, is de rapporteur voor de eerste lezing tevens rapporteur voor de tweede lezing.
3.  Tenzij anders wordt beslist, is de rapporteur voor de eerste lezing tevens rapporteur voor de tweede lezing.
4.  De bepalingen in artikel 69, leden 2, 3 en 5 , inzake de tweede lezing door het Parlement zijn van toepassing op de behandeling in de ten principale bevoegde commissie; alleen gewone leden van die commissie of hun vaste plaatsvervangers kunnen voorstellen tot verwerping en amendementen indienen. De commissie besluit bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
4.  De bepalingen in artikel 69, leden 2 en 3 inzake de ontvankelijkheid van de amendementen op het standpunt van de Raad zijn van toepassing op de behandeling in de ten principale bevoegde commissie; alleen gewone leden van die commissie of hun vaste plaatsvervangers kunnen voorstellen tot verwerping en amendementen indienen. De commissie besluit bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
5.   De commissie kan, alvorens tot stemming over te gaan, de voorzitter en rapporteur verzoeken de in de commissie ingediende amendementen met de voorzitter van de Raad of diens vertegenwoordiger en met de aanwezige bevoegde commissaris te bespreken. De rapporteur kan vervolgens compromisamendementen indienen.
6.  De ten principale bevoegde commissie legt een aanbeveling voor de tweede lezing voor tot goedkeuring, wijziging of verwerping van het door de Raad vastgestelde standpunt. Deze aanbeveling bevat een korte motivering van het voorgestelde besluit.
6.  De ten principale bevoegde commissie legt een aanbeveling voor de tweede lezing voor tot goedkeuring, wijziging of verwerping van het door de Raad vastgestelde standpunt. Deze aanbeveling bevat een korte motivering van het voorgestelde besluit.
6 bis.   De artikelen 49, 50, 53 en 188 zijn niet van toepassing tijdens de tweede lezing.
Amendement 72
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 4 – titel 2
Behandeling ter plenaire vergadering
Schrappen
Amendement 73
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 67
Artikel 67
Artikel 67
Beëindiging van de tweede lezing
Indiening bij het Parlement
1.   Het standpunt van de Raad en de eventuele aanbeveling voor de tweede lezing van de bevoegde commissie worden ingeschreven op de ontwerpagenda van de vergaderperiode waarvan de woensdag voorafgaat aan en het dichtst ligt bij de datum waarop de termijn van drie of, in geval van verlenging overeenkomstig artikel 65, vier maanden verstrijkt, tenzij het punt reeds in een eerdere vergaderperiode is behandeld.
Het standpunt van de Raad en de eventuele aanbeveling voor de tweede lezing van de bevoegde commissie worden ingeschreven op de ontwerpagenda van de vergaderperiode waarvan de woensdag voorafgaat aan en het dichtst ligt bij de datum waarop de termijn van drie of, in geval van verlenging overeenkomstig artikel 65, vier maanden verstrijkt, tenzij het punt reeds in een eerdere vergaderperiode is behandeld.
De door de parlementaire commissies ingediende aanbevelingen voor de tweede lezing zijn teksten die overeenkomen met een toelichting van de parlementaire commissie op haar standpunt met betrekking tot het standpunt van de Raad. Bijgevolg wordt over deze teksten niet gestemd.
2.   De tweede lezing is beëindigd wanneer het Parlement binnen de in artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde termijnen en overeenkomstig de bepalingen daarvan het standpunt van de Raad goedkeurt, verwerpt of wijzigt.
Amendement 74
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 67 bis (nieuw)
Artikel 67 bis
Stemming ter plenaire vergadering – tweede lezing
1.   Het Parlement stemt eerst over een door de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden schriftelijk ingediend voorstel voor de onmiddellijke verwerping van het standpunt van de Raad. Een dergelijk voorstel kan slechts worden aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement.
Indien dat voorstel tot verwerping wordt aangenomen, en het standpunt van de Raad bijgevolg wordt verworpen, maakt de Voorzitter ter plenaire vergadering bekend dat de wetgevingsprocedure is beëindigd.
Indien het voorstel tot verwerping niet wordt aangenomen, dan gaat het Parlement te werk overeenkomstig de leden 2 tot en met 5.
2.   Een door de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 73 quinquies, lid 4, voorgelegd voorlopig akkoord krijgt prioriteit en wordt aan één enkele stemming onderworpen, tenzij het Parlement, op verzoek van een fractie of ten minste veertig leden, besluit om in plaats daarvan onmiddellijk over te gaan tot de stemming over de amendementen overeenkomstig lid 3.
Wordt tijdens een enkele stemming voor het voorlopig akkoord de meerderheid van de stemmen van de leden van het Parlement verkregen, dan deelt de Voorzitter mee dat de tweede lezing door het Parlement is beëindigd.
Wordt tijdens een enkele stemming voor het voorlopig akkoord niet de meerderheid van de stemmen van de leden van het Parlement verkregen, dan gaat het Parlement te werk overeenkomstig de leden 3 tot en met 5.
3.   Behoudens wanneer een voorstel tot verwerping is aangenomen overeenkomstig lid 1 of een voorlopig akkoord is goedgekeurd overeenkomstig lid 2, worden amendementen op het standpunt van de Raad vervolgens in stemming gebracht, met inbegrip van die welke na indiening door de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 73 quinquies, lid 4, in het voorlopig akkoord vervat liggen. Een amendement op het standpunt van de Raad kan slechts worden aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement.
Alvorens tot stemming over de amendementen over te gaan, kan de Voorzitter de Commissie verzoeken haar standpunt kenbaar te maken en de Raad om commentaar verzoeken.
4.   Het Parlement kan, ook al heeft het tegen het oorspronkelijke voorstel om het standpunt van de Raad te verwerpen overeenkomstig lid 1 gestemd, op voorstel van de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie of een fractie of ten minste veertig leden een nieuw voorstel tot verwerping in behandeling nemen na te hebben gestemd over de amendementen overeenkomstig lid 2 of lid 3. Een dergelijk voorstel kan slechts worden aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement.
Indien het standpunt van de Raad wordt verworpen, maakt de Voorzitter ter plenaire vergadering bekend dat de wetgevingsprocedure is beëindigd.
5.   Na de stemming overeenkomstig de leden 1 tot en met 4 en de daaropvolgende stemming over amendementen op het ontwerp van wetgevingshandeling die verband houden met procedurele verzoeken, deelt de Voorzitter mee dat de tweede lezing door het Parlement is beëindigd en wordt de wetgevingsresolutie geacht te zijn aangenomen. Indien nodig wordt de wetgevingsresolutie overeenkomstig artikel 193, lid 2, gewijzigd om uiting te geven aan het resultaat van de stemming overeenkomstig de leden 1 tot en met 4 of de toepassing van artikel 76.
De tekst van de wetgevingsresolutie en van het standpunt van het Parlement, indien van toepassing, wordt door de Voorzitter aan de Raad en aan de Commissie toegezonden.
Indien geen voorstel tot verwerping of wijziging van het standpunt van de Raad is ingediend, wordt het standpunt geacht te zijn goedgekeurd.
Amendement 75
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 68
Artikel 68
Schrappen
Verwerping van het standpunt van de Raad
1.   De bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden kunnen binnen een door de Voorzitter vastgestelde termijn schriftelijk een voorstel tot verwerping van het standpunt van de Raad indienen. Voor aanneming van een dergelijk voorstel is de meerderheid van de leden van het Parlement vereist. Een voorstel tot verwerping van het standpunt van de Raad wordt vóór eventuele amendementen in stemming gebracht.
2.   Het Parlement kan, ook al heeft het een dergelijk voorstel verworpen, na de stemming over de amendementen en na overeenkomstig artikel 69, lid 5, het standpunt van de Commissie gehoord te hebben, op aanbeveling van de rapporteur een nieuw voorstel tot verwerping van het standpunt van de Raad in behandeling nemen.
3.   Indien het standpunt van de Raad wordt verworpen, maakt de Voorzitter ter plenaire vergadering bekend dat de wetgevingsprocedure is beëindigd.
Amendement 76
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 69
Artikel 69
Artikel 69
Amendementen op het standpunt van de Raad
Ontvankelijkheid van amendementen op het standpunt van de Raad
1.  De ten principale bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden kunnen amendementen op het standpunt van de Raad indienen ter behandeling ter plenaire vergadering.
1.  De ten principale bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden kunnen amendementen op het standpunt van de Raad indienen ter behandeling ter plenaire vergadering.
2.  Een amendement op het standpunt van de Raad is slechts ontvankelijk als het voldoet aan het bepaalde in de artikelen 169 en 170 en ten doel heeft:
2.  Een amendement op het standpunt van de Raad is slechts ontvankelijk als het voldoet aan het bepaalde in de artikelen 169 en 170 en ten doel heeft:
a)  het door het Parlement in eerste lezing aangenomen standpunt geheel of gedeeltelijk te herstellen; of
a)  het door het Parlement in eerste lezing aangenomen standpunt geheel of gedeeltelijk te herstellen; of
b)  een compromis tot stand te brengen tussen de Raad en het Parlement; of
b)  een compromis tot stand te brengen tussen de Raad en het Parlement; of
c)  een tekstgedeelte van het standpunt van de Raad te wijzigen, dat in het voor de eerste lezing ingediende voorstel niet of met andere inhoud voorkwam en dat geen ingrijpende wijziging betekent in de zin van artikel 63 ; of
c)  een tekstgedeelte van het standpunt van de Raad te wijzigen, dat in het voor de eerste lezing ingediende voorstel niet of met andere inhoud voorkwam; of
d)  rekening te houden met een nieuw feit dat, respectievelijk een nieuwe juridische situatie die zich sinds de eerste lezing heeft voorgedaan.
d)  rekening te houden met een nieuw feit dat, respectievelijk een nieuwe juridische situatie die zich sinds de vaststelling van het standpunt van het Parlement in eerste lezing heeft voorgedaan.
Tegen het besluit van de Voorzitter om een amendement al dan niet ontvankelijk te verklaren is geen beroep mogelijk.
Tegen het besluit van de Voorzitter om een amendement al dan niet ontvankelijk te verklaren is geen beroep mogelijk.
3.  Indien er sinds de eerste lezing nieuwe verkiezingen hebben plaatsgevonden, maar er geen beroep is gedaan op artikel 63, kan de Voorzitter besluiten dat de in lid 2 bedoelde beperkingen inzake de ontvankelijkheid niet van toepassing zijn.
3.  Indien er sinds de eerste lezing nieuwe verkiezingen hebben plaatsgevonden, maar er geen beroep is gedaan op artikel 63, kan de Voorzitter besluiten dat de in lid 2 bedoelde beperkingen inzake de ontvankelijkheid niet van toepassing zijn.
4.   Een amendement kan slechts worden aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement.
5.   Alvorens tot stemming over de amendementen over te gaan, kan de Voorzitter de Commissie verzoeken haar standpunt kenbaar te maken en kan hij de Raad om commentaar verzoeken.
Amendement 77
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 5 – titel
HOOFDSTUK 5
AFDELING 4
DERDE LEZING
BEMIDDELING EN DERDE LEZING
Amendement 78
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 5 – titel 1
Bemiddeling
Schrappen
Amendement 79
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 69 ter (nieuw)
Artikel 69 ter
Verlenging van de termijnen
1.   Op verzoek van de delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité verlengt de Voorzitter de voor de derde lezing geldende termijnen overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
2.   De Voorzitter stelt het Parlement in kennis van een eventuele verlenging van de termijnen waartoe overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op initiatief van het Parlement dan wel van de Raad is besloten.
Amendement 80
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 71
Artikel 71
Artikel 71
Delegatie in het bemiddelingscomité
Delegatie in het bemiddelingscomité
1.  De delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité bestaat uit eenzelfde aantal leden als de delegatie van de Raad.
1.  De delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité bestaat uit eenzelfde aantal leden als de delegatie van de Raad.
2.  De politieke samenstelling van de delegatie is in overeenstemming met de verdeling van de leden van het Parlement over de verschillende fracties. De Conferentie van voorzitters stelt het exacte aantal per fractie te delegeren leden vast.
2.  De politieke samenstelling van de delegatie is in overeenstemming met de verdeling van de leden van het Parlement over de verschillende fracties. De Conferentie van voorzitters stelt het exacte aantal per fractie te delegeren leden vast.
3.  De leden van de delegatie worden voor elke afzonderlijke bemiddelingskwestie benoemd door de fracties, bij voorkeur uit de leden van de betrokken commissies , naast de drie leden die voor een periode van twaalf maanden als vaste leden van de opeenvolgende delegaties worden benoemd. De drie vaste leden worden door de fracties uit de ondervoorzitters gekozen en vertegenwoordigen ten minste twee verschillende fracties. De voorzitter en de rapporteur van de ten principale bevoegde commissie maken in elk geval deel uit van de delegatie.
3.  De leden van de delegatie worden voor elke afzonderlijke bemiddelingskwestie benoemd door de fracties, bij voorkeur uit de leden van de ten principale bevoegde commissie , naast de drie leden die voor een periode van twaalf maanden als vaste leden van de opeenvolgende delegaties worden benoemd. De drie vaste leden worden door de fracties uit de ondervoorzitters gekozen en vertegenwoordigen ten minste twee verschillende fracties. De voorzitter en de rapporteur in tweede lezing van de ten principale bevoegde commissie en de rapporteurs van medeverantwoordelijke commissies maken in elk geval deel uit van de delegatie.
4.  De in de delegatie vertegenwoordigde fracties wijzen plaatsvervangers aan.
4.  De in de delegatie vertegenwoordigde fracties wijzen plaatsvervangers aan.
5.  De niet in de delegatie vertegenwoordigde fracties en de niet-fractiegebonden leden kunnen elk één vertegenwoordiger sturen naar elke interne voorbereidende vergadering van de delegatie.
5.  De niet in de delegatie vertegenwoordigde fracties kunnen elk één vertegenwoordiger sturen naar elke interne voorbereidende vergadering van de delegatie. Indien de delegatie geen niet-fractiegebonden lid omvat, kan één niet-fractiegebonden lid elke interne voorbereidende vergadering van de delegatie bijwonen.
6.  De delegatie wordt voorgezeten door de Voorzitter of door een van de drie vaste leden.
6.  De delegatie wordt voorgezeten door de Voorzitter of door een van de drie vaste leden.
7.  De delegatie besluit met meerderheid van haar leden. De beraadslagingen in de delegatie zijn niet openbaar.
7.  De delegatie besluit met meerderheid van haar leden. De beraadslagingen in de delegatie zijn niet openbaar.
De Conferentie van voorzitters stelt verdere procedurele richtlijnen vast voor de werkzaamheden van de delegatie in het bemiddelingscomité.
De Conferentie van voorzitters stelt verdere procedurele richtlijnen vast voor de werkzaamheden van de delegatie in het bemiddelingscomité.
8.  De delegatie brengt het Parlement verslag uit over de resultaten van de bemiddeling.
8.  De delegatie brengt het Parlement verslag uit over de resultaten van de bemiddeling.
Amendement 81
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 5 – titel 2
Behandeling ter plenaire vergadering
Schrappen
Amendement 82
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 72
Artikel 72
Artikel 72
Gemeenschappelijke ontwerptekst
Gemeenschappelijke ontwerptekst
1.  Wanneer in het bemiddelingscomité overeenstemming is bereikt over een gemeenschappelijke ontwerptekst, wordt dit punt ingeschreven op de agenda van een binnen zes weken of, bij verlenging, acht weken na de datum van goedkeuring van deze tekst door het bemiddelingscomité te houden plenaire vergadering.
1.  Wanneer in het bemiddelingscomité overeenstemming is bereikt over een gemeenschappelijke ontwerptekst, wordt dit punt ingeschreven op de agenda van een binnen zes weken of, bij verlenging, acht weken na de datum van goedkeuring van deze tekst door het bemiddelingscomité te houden plenaire vergadering.
2.  De voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van de delegatie in het bemiddelingscomité legt een verklaring af over de gemeenschappelijke ontwerptekst, die vergezeld gaat van een verslag.
2.  De voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van de delegatie in het bemiddelingscomité legt een verklaring af over de gemeenschappelijke ontwerptekst, die vergezeld gaat van een verslag.
3.  Op de gemeenschappelijke ontwerptekst kunnen geen amendementen worden ingediend.
3.  Op de gemeenschappelijke ontwerptekst kunnen geen amendementen worden ingediend.
4.  De gemeenschappelijke ontwerptekst wordt als geheel bij een enkele stemming in stemming gebracht en bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen goedgekeurd.
4.  De gemeenschappelijke ontwerptekst wordt als geheel bij een enkele stemming in stemming gebracht en bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen goedgekeurd.
5.  Indien in het bemiddelingscomité geen overeenstemming over de gemeenschappelijke ontwerptekst wordt bereikt, legt de voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van de delegatie in het bemiddelingscomité een verklaring af. Deze verklaring wordt gevolgd door een debat.
5.  Indien in het bemiddelingscomité geen overeenstemming over de gemeenschappelijke ontwerptekst wordt bereikt, legt de voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van de delegatie in het bemiddelingscomité een verklaring af. Deze verklaring wordt gevolgd door een debat.
5 bis.   Tijdens de procedure van bemiddeling tussen Parlement en Raad na de tweede lezing vindt geen terugverwijzing naar een commissie plaats.
5 ter.   De artikelen 49, 50 en 53 zijn niet van toepassing tijdens de derde lezing.
Amendement 83
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 6 – titel
HOOFDSTUK 6
AFDELING 5
BEËINDIGING VAN DE WETGEVINGSPROCEDURE
BEËINDIGING VAN DE PROCEDURE
Amendement 84
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 3 – afdeling 3 (nieuw)
AFDELING 3
INTERINSTITUTIONELE ONDERHANDELINGEN BIJ GEWONE WETGEVINGSPROCEDURES
(Afdeling 3 wordt ingelast voor afdeling 4 betreffende bemiddeling en derde lezing, en omvat artikel 73, zoals gewijzigd, alsook de artikelen 73 bis t/m 73 quinquies.)
Amendement 85
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 73
Artikel 73
Artikel 73
Interinstitutionele onderhandelingen bij wetgevingsprocedures
Algemene bepalingen
1.   Onderhandelingen met andere instellingen om in de loop van een wetgevingsprocedure tot overeenstemming te komen worden gevoerd met inachtneming van de door de Conferentie van voorzitters vastgestelde gedragscode10 .
Onderhandelingen met andere instellingen om in de loop van een wetgevingsprocedure tot overeenstemming te komen, kunnen pas worden gestart na een besluit daartoe overeenkomstig de artikelen 73 bis tot en met 73 quinquies of na een terugverwijzing door het Parlement voor interinstitutionele onderhandelingen. Deze onderhandelingen worden gevoerd met inachtneming van de door de Conferentie van voorzitters vastgestelde gedragscode10 .
2.   Dergelijke onderhandelingen worden pas begonnen nadat de bevoegde commissie van geval tot geval voor elke betrokken wetgevingsprocedure en met de meerderheid van haar leden een besluit tot opening van onderhandelingen heeft genomen. Bij dit besluit worden het mandaat en de samenstelling van het onderhandelingsteam vastgesteld. Dergelijke besluiten worden aan de Voorzitter meegedeeld, die de Conferentie van voorzitters regelmatig op de hoogte houdt.
Het mandaat bestaat uit een verslag dat door de commissie is goedgekeurd en vervolgens ter behandeling aan het Parlement wordt voorgelegd. Wanneer de bevoegde commissie gegronde redenen heeft om onderhandelingen te beginnen vóór goedkeuring van een verslag door de commissie, dan kan het mandaat uitzonderlijkerwijs uit een reeks amendementen of een reeks duidelijk omschreven doelstellingen, prioriteiten of richtsnoeren bestaan.
3.   Het onderhandelingsteam wordt geleid door de rapporteur en voorgezeten door de voorzitter van de bevoegde commissie of een door die voorzitter aangewezen ondervoorzitter. Ook de schaduwrapporteurs van elke fractie maken er in elk geval deel van uit.
4.   Alle stukken die tijdens een bijeenkomst met de Raad en de Commissie ("trialoog") zullen worden besproken hebben de vorm van documenten waarin de respectieve standpunten van de betrokken instellingen alsook mogelijke compromisoplossingen worden aangegeven, en worden ten minste 48 uur, of in dringende gevallen ten minste 24 uur vóór de desbetreffende trialoog aan het onderhandelingsteam rondgedeeld.
Het onderhandelingsteam brengt na elke trialoog de bevoegde commissie in de eerstvolgende vergadering verslag uit. Alle stukken die het resultaat van de laatste trialoog weergeven, worden aan de commissie ter beschikking gesteld.
Is het niet mogelijk binnen een redelijke termijn een vergadering van de commissie te beleggen, dan brengt het onderhandelingsteam verslag uit aan de voorzitter, de schaduwrapporteurs en de coördinatoren van de commissie, voor zover van toepassing.
De bevoegde commissie kan het mandaat in het licht van de vorderingen bij de onderhandelingen bijstellen.
5.   Wordt in het kader van de onderhandelingen een compromis bereikt, dan wordt de bevoegde commissie onverwijld hiervan in kennis gesteld. De overeengekomen tekst wordt ter behandeling aan de bevoegde commissie voorgelegd. De overeengekomen tekst wordt na goedkeuring door een stemming in de commissie, in de juiste vorm, met inbegrip van compromisamendementen, ter behandeling aan het Parlement voorgelegd. Deze tekst kan de vorm hebben van een geconsolideerde tekst, op voorwaarde dat de amendementen op het in behandeling zijnde voorstel voor een wetgevingshandeling hierin duidelijk worden aangegeven.
6.   Wordt de procedure met medeverantwoordelijke commissies of de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen gevolgd, dan zijn de artikelen 54 en 55 van toepassing op het besluit tot opening van onderhandelingen en op het voeren van die onderhandelingen.
Bij een verschil van mening tussen de betrokken commissies worden de modaliteiten voor het openen van onderhandelingen en het voeren van deze onderhandelingen door de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters overeenkomstig de in genoemde artikelen uiteengezette beginselen bepaald.
__________________
__________________
10 Zie bijlage XX .
10 Gedragscode voor onderhandelingen over dossiers volgens de gewone wetgevingsprocedure .
Amendement 86
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 73 bis (nieuw)
Artikel 73 bis
Onderhandelingen voorafgaand aan de eerste lezing door het Parlement
1.   Wanneer een commissie een wetgevingsverslag overeenkomstig artikel 49 heeft goedgekeurd, kan zij bij meerderheid van haar leden besluiten om onderhandelingen te beginnen op basis van dat verslag.
2.   Besluiten om onderhandelingen te beginnen worden meegedeeld aan het begin van de eerstvolgende vergaderperiode na de goedkeuring in de commissie. Voor het einde van de dag volgend op de mededeling ter plenaire vergadering kunnen fracties of individuele leden die samen ten minste een tiende van de leden van het Parlement uitmaken, schriftelijk verzoeken dat een commissiebesluit om onderhandelingen te beginnen in stemming wordt gebracht. Het Parlement stemt over deze verzoeken tijdens dezelfde vergaderperiode.
Wordt er voor het verlopen van de in de eerste alinea bedoelde termijn geen dergelijk verzoek ontvangen, dan stelt de Voorzitter het Parlement daarvan in kennis. Wordt er een verzoek gedaan, dan kan de Voorzitter onmiddellijk vóór de stemming één spreker die voorstander van het besluit is en één spreker die tegenstander van het besluit is het woord geven. Elke spreker kan een verklaring afleggen die niet langer dan twee minuten mag duren.
3.   Verwerpt het Parlement het besluit van de commissie om onderhandelingen te beginnen, dan worden het ontwerp van wetgevingshandeling en het verslag van de bevoegde commissie op de agenda van de eerstvolgende vergaderperiode geplaatst en stelt de Voorzitter een termijn vast voor het indienen van amendementen. Artikel 59, lid 1 ter, is van toepassing.
4.   De onderhandelingen kunnen van start gaan op elk tijdstip na het verstrijken van de in lid 2, eerste alinea, bedoelde termijn indien er geen verzoek is ingediend om ter plenaire vergadering te stemmen over het besluit om onderhandelingen te beginnen. Indien er wel een dergelijk verzoek is ingediend, dan kunnen de onderhandelingen van start gaan op elk tijdstip nadat het besluit van de commissie om onderhandelingen te beginnen ter plenaire vergadering is aangenomen.
Amendement 87
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 73 ter (nieuw)
Artikel 73 ter
Onderhandelingen voorafgaand aan de eerste lezing door de Raad
Wanneer het Parlement zijn standpunt in eerste lezing heeft vastgesteld, vormt dit het mandaat voor onderhandelingen met andere instellingen. De bevoegde commissie kan bij meerderheid van haar leden besluiten om op enig tijdstip daarna onderhandelingen te beginnen. Een dergelijk besluit wordt meegedeeld ter plenaire vergadering tijdens de vergaderperiode volgend op de stemming in de commissie en in de notulen wordt een verwijzing naar het besluit opgenomen.
Amendement 88
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 73 quater (nieuw)
Artikel 73 quater
Onderhandelingen voorafgaand aan de tweede lezing door het Parlement
Wanneer het standpunt van de Raad in eerste lezing is verwezen naar de bevoegde commissie, vormt het standpunt van het Parlement in eerste lezing, behoudens het bepaalde in artikel 69, het mandaat voor onderhandelingen met andere instellingen. De bevoegde commissie kan op elk tijdstip daarna besluiten om onderhandelingen te beginnen.
Bevat het standpunt van de Raad elementen die niet voorkomen in het ontwerp van wetgevingshandeling of in het standpunt van het Parlement in eerste lezing, dan kan de commissie onder meer in de vorm van amendementen op het standpunt van de Raad richtsnoeren voor het onderhandelingsteam vaststellen.
Amendement 305
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 73 quinquies (nieuw)
Artikel 73 quinquies
Het voeren van de onderhandelingen
1.  Het onderhandelingsteam van het Parlement wordt geleid door de rapporteur en voorgezeten door de voorzitter van de bevoegde commissie of een door die voorzitter aangewezen ondervoorzitter. Ook de schaduwrapporteurs van elke fractie die wenst deel te nemen, maken er in elk geval deel van uit.
2.  Alle stukken die tijdens een bijeenkomst met de Raad en de Commissie ("trialoog") zullen worden besproken, worden ten minste 48 uur of, in dringende gevallen, ten minste 24 uur vóór die trialoog aan het onderhandelingsteam rondgedeeld.
3.  De voorzitter van het onderhandelingsteam en de rapporteur brengen na elke trialoog namens het onderhandelingsteam verslag uit tijdens de eerstvolgende vergadering van de bevoegde commissie.
Is het niet mogelijk binnen een redelijke termijn een vergadering van de commissie te beleggen, dan brengen de voorzitter van het onderhandelingsteam en de rapporteur namens het onderhandelingsteam verslag uit aan een vergadering van de coördinatoren van de commissie.
4.  Wordt in het kader van de onderhandelingen een voorlopig akkoord bereikt, dan wordt de bevoegde commissie daarvan onverwijld in kennis gesteld. Alle stukken die het resultaat van de slottrialoog weergeven, worden aan de commissie ter beschikking gesteld en openbaar gemaakt. Het voorlopig akkoord wordt voorgelegd aan de bevoegde commissie, die in een enkele stemming besluit bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Indien goedgekeurd, wordt het voorlopig akkoord ingediend voor behandeling ter plenaire vergadering, in een presentatie waarbij de amendementen op het ontwerp van wetgevingshandeling duidelijk worden aangegeven.
5.  In geval van een meningsverschil tussen de betrokken commissies als bedoeld in de artikelen 54 en 55 worden de nadere regels voor het openen van onderhandelingen en het voeren van deze onderhandelingen door de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters overeenkomstig de in de genoemde artikelen uiteengezette beginselen bepaald.
Amendement 90
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 74
Artikel 74
Schrappen
Goedkeuring van een besluit tot opening van interinstitutionele onderhandelingen vóór de goedkeuring van een verslag door de commissie
1.   Het besluit van een commissie tot opening van onderhandelingen vóór de goedkeuring van een verslag door de commissie wordt in alle officiële talen vertaald, aan alle leden van het Parlement rondgedeeld en aan de Conferentie van voorzitters voorgelegd.
Op verzoek van een fractie kan de Conferentie van voorzitters besluiten het onderwerp voor behandeling met debat en stemming in te schrijven op de ontwerpagenda van de eerstvolgende vergaderperiode na ronddeling; in dat geval stelt de Voorzitter een termijn voor de indiening van amendementen vast.
Bij ontstentenis van een besluit van de Conferentie van voorzitters om het onderwerp op de ontwerpagenda van die vergaderperiode in te schrijven, wordt het besluit tot opening van onderhandelingen bij de opening van die vergaderperiode door de Voorzitter bekendgemaakt.
2.   Het onderwerp wordt ingeschreven op de ontwerpagenda van de eerstvolgende vergaderperiode na de bekendmaking, voor behandeling met debat en stemming, en de Voorzitter stelt een termijn voor de indiening van amendementen vast indien een fractie of ten minste 40 leden hierom binnen 48 uur na de bekendmaking verzoeken.
Zo niet, wordt het besluit tot opening van onderhandelingen geacht te zijn goedgekeurd.
Amendement 91
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 75
Artikel 75
Artikel 63 bis
Goedkeuring in eerste lezing
Goedkeuring in eerste lezing
Indien de Raad overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie het Parlement ervan in kennis stelt dat hij het standpunt van het Parlement heeft goedgekeurd, deelt de Voorzitter, nadat overeenkomstig artikel 193 de laatste hand is gelegd aan de definitieve tekst, ter plenaire vergadering mede dat het voorgestelde besluit zoals geformuleerd in het standpunt van het Parlement is aangenomen.
Indien de Raad overeenkomstig artikel  294, lid  4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie het Parlement ervan in kennis stelt dat hij het standpunt van het Parlement heeft goedgekeurd, deelt de Voorzitter, nadat overeenkomstig artikel  193 de laatste hand is gelegd aan de definitieve tekst, ter plenaire vergadering mede dat de wetgevingshandeling zoals geformuleerd in het standpunt van het Parlement is aangenomen.
(Dit artikel wordt verplaatst naar het eind van afdeling 1 betreffende de eerste lezing.)
Amendement 92
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 76
Artikel 76
Artikel 69 bis
Goedkeuring in tweede lezing
Goedkeuring in tweede lezing
Wanneer binnen de voor indiening van en stemming over amendementen en voorstellen tot verwerping vastgestelde termijnen geen voorstel tot verwerping van het standpunt van de Raad noch amendementen op dit standpunt overeenkomstig de artikelen 68 en 69 zijn aangenomen , dan deelt de Voorzitter ter plenaire vergadering mede dat het voorgestelde besluit definitief is aangenomen. De Voorzitter en de voorzitter van de Raad ondertekenen beiden het besluit en dragen overeenkomstig artikel 78 zorg voor de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Wanneer binnen de voor indiening van en stemming over amendementen en voorstellen tot verwerping vastgestelde termijnen geen voorstel tot verwerping van het standpunt van de Raad noch amendementen op dit standpunt overeenkomstig de artikelen 67 bis en 69 zijn ingediend , dan deelt de Voorzitter ter plenaire vergadering mede dat het voorgestelde besluit definitief is aangenomen.
(Dit artikel wordt verplaatst naar het eind van afdeling 2 betreffende de tweede lezing.)
Amendement 93
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 77
Artikel 77
Schrappen
Vereisten voor de formulering van wetgevingshandelingen
1.   Handelingen die door het Parlement en de Raad in het kader van de gewone wetgevingsprocedure gezamenlijk worden vastgesteld, bevatten de aanduiding van het soort handeling, gevolgd door het volgnummer, de datum van aanneming en een aanduiding van het onderwerp.
2.   Handelingen die door het Parlement en de Raad gezamenlijk worden vastgesteld, bevatten de volgende formuleringen en gegevens:
a)  "Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie";
b)  aanduiding van de bepalingen krachtens welke de handeling wordt vastgesteld, voorafgegaan door het woord "Gezien";
c)  verwijzing naar ingediende voorstellen, alsook naar adviezen en raadplegingen;
d)  motivering van de handeling, beginnend met de woorden "Overwegende dat", respectievelijk "Overwegende hetgeen volgt";
e)  een formule zoals "hebben de volgende verordening/ richtlijn/ het volgende besluit vastgesteld", gevolgd door de tekst ervan.
3.   Handelingen worden onderverdeeld in artikelen, die eventueel worden gegroepeerd onder hoofdstukken en afdelingen.
4.   In het laatste artikel van een handeling wordt de datum van inwerkingtreding vermeld, ingeval deze voor of na de twintigste dag volgende op die van bekendmaking valt.
5.   Het laatste artikel van een handeling wordt gevolgd door:
–  de volgens de desbetreffende bepalingen van de Verdragen toepasselijke formulering inzake de tenuitvoerlegging;
–  de formule "Gedaan te …" waarbij de datum die is waarop het besluit is vastgesteld;
–  de formule "Voor het Europees Parlement De voorzitter", "Voor de Raad De voorzitter", gevolgd door de naam van de voorzitter van het Europees Parlement en de naam van de voorzitter van de Raad die op het ogenblik van de vaststelling van de handeling in functie is.
Amendement 94
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 78
Artikel 78
Artikel 78
Ondertekening van vastgestelde handelingen
Ondertekening en bekendmaking van vastgestelde handelingen
De volgens de gewone wetgevingsprocedure vastgestelde handelingen worden door de Voorzitter en de secretaris-generaal ondertekend en worden door de secretarissen-generaal van het Parlement en de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd, nadat overeenkomstig artikel 193 de laatste hand is gelegd aan de aangenomen tekst en is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn afgesloten.
De volgens de gewone wetgevingsprocedure vastgestelde handelingen worden door de Voorzitter en de secretaris-generaal ondertekend nadat overeenkomstig artikel 193 en bijlage XVI bis de laatste hand is gelegd aan de aangenomen tekst en is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn afgesloten.
De secretarissen-generaal van het Parlement en de Raad dragen vervolgens zorg voor de bekendmaking van de handelingen in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Amendement 95
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 4 (nieuw)
HOOFDSTUK 4
SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR DE RAADPLEGINGSPROCEDURE
(Invoegen na artikel 78)
Amendement 96
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 78 bis (nieuw)
Artikel 78 bis
Gewijzigd voorstel van juridisch bindende handeling
Indien de Commissie voornemens is haar voorstel van een juridisch bindende handeling te vervangen of te wijzigen, kan de bevoegde commissie de behandeling van de zaak uitstellen totdat zij het nieuwe voorstel of de door de Commissie aangebrachte wijzigingen heeft ontvangen.
Amendement 97
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 78 ter (nieuw)
Artikel 78 ter
Standpunt van de Commissie ten aanzien van amendementen
Alvorens tot eindstemming over een voorstel van een juridisch bindende handeling over te gaan, kan de bevoegde commissie de Commissie verzoeken haar standpunt ten aanzien van alle door de bevoegde commissie goedgekeurde amendementen op dat ontwerp kenbaar te maken.
Dat standpunt wordt indien nodig in het verslag opgenomen.
Amendement 98
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 78 quater (nieuw)
Artikel 78 quater
Stemming ter plenaire vergadering
Artikel 59, leden -1, 1, 1 ter en 1 quater, is mutatis mutandis van toepassing.
Amendement 99
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 78 quinquies (nieuw)
Artikel 78 quinquies
Follow-up van het standpunt van het Parlement
1.   In de periode na de vaststelling door het Parlement van zijn standpunt inzake een ontwerp van een juridisch bindende handeling volgen de voorzitter en de rapporteur van de bevoegde commissie het verloop van de procedure die leidt tot de goedkeuring van dit ontwerp door de Raad, teneinde er met name op toe te zien dat de toezeggingen die de Raad of de Commissie aan het Parlement met betrekking tot zijn standpunt heeft gedaan, daadwerkelijk worden nagekomen. Zij brengen op regelmatige basis verslag uit aan de commissie.
2.   De bevoegde commissie kan de Commissie en de Raad verzoeken de zaak met haar te bespreken.
3.   De bevoegde commissie kan, indien zij zulks noodzakelijk acht, op elk moment van de follow-up-procedure een ontwerpresolutie indienen waarin het Parlement wordt aanbevolen:
–   de Commissie te verzoeken haar voorstel in te trekken,
–   de Commissie of de Raad te verzoeken het voorstel overeenkomstig artikel 78 sexies opnieuw aan het Parlement voor te leggen, dan wel de Commissie te verzoeken een nieuw voorstel in te dienen, of
–   te besluiten elke andere stap te ondernemen die het noodzakelijk acht.
Deze ontwerpresolutie wordt ingeschreven op de ontwerpagenda van de vergaderperiode volgend op de goedkeuring van de ontwerpresolutie door de commissie.
Amendement 100
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 78 sexies (nieuw)
Artikel 78 sexies
Hernieuwde voorlegging aan het Parlement
1.   Op verzoek van de bevoegde commissie verzoekt de Voorzitter de Raad het Parlement opnieuw te raadplegen in dezelfde omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden als die welke bedoeld zijn in artikel 63, lid 1, of indien de Raad ingrijpende wijzigingen aanbrengt of voornemens is aan te brengen in het ontwerp van een juridisch bindende handeling waarover het Parlement zijn standpunt oorspronkelijk heeft vastgesteld, behalve wanneer dit gebeurt om hierin de amendementen van het Parlement op te nemen.
2.   De Voorzitter verzoekt tevens om hernieuwde voorlegging van een ontwerp van juridisch bindende handeling in de in dit artikel genoemde gevallen, indien het Parlement hiertoe besluit op voorstel van een fractie of ten minste veertig leden.
Amendement 101
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 7 – nummering
HOOFDSTUK 7
HOOFDSTUK 5
CONSTITUTIONELE AANGELEGENHEDEN
CONSTITUTIONELE AANGELEGENHEDEN
Amendement 102
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 81
Artikel 81
Artikel 81
Toetredingsverdragen
Toetredingsverdragen
1.  Ieder verzoek van een Europese staat om lid te worden van de Europese Unie wordt voor behandeling naar de bevoegde commissie verwezen.
1.  Ieder verzoek van een Europese staat om lid te worden van de Europese Unie overeenkomstig artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt voor behandeling naar de bevoegde commissie verwezen.
2.  Het Parlement kan op voorstel van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden besluiten de Commissie en de Raad te verzoeken aan een debat deel te nemen alvorens de onderhandelingen met de staat die om toetreding heeft verzocht, worden geopend.
2.  Het Parlement kan op voorstel van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden besluiten de Commissie en de Raad te verzoeken aan een debat deel te nemen alvorens de onderhandelingen met de staat die om toetreding heeft verzocht, worden geopend.
3.  Tijdens de onderhandelingen houden de Commissie en de Raad de bevoegde commissie regelmatig en volledig op de hoogte van de voortgang van de onderhandelingen, zo nodig op basis van vertrouwelijkheid.
3.  De bevoegde commissie verzoekt de Commissie en de Raad om de bevoegde commissie regelmatig en volledig op de hoogte te houden van de voortgang van de onderhandelingen, zo nodig op basis van vertrouwelijkheid.
4.  In elk stadium van de onderhandelingen kan het Parlement op basis van een verslag van zijn bevoegde commissie aanbevelingen aannemen met het verzoek deze vóór de sluiting van een verdrag inzake de toetreding van de staat die om toetreding tot de Europese Unie heeft verzocht, op te volgen.
4.  In elk stadium van de onderhandelingen kan het Parlement op basis van een verslag van zijn bevoegde commissie aanbevelingen aannemen met het verzoek deze vóór de sluiting van een verdrag inzake de toetreding van de staat die om toetreding tot de Europese Unie heeft verzocht, op te volgen.
5.  Na afsluiting van de onderhandelingen, doch nog vóór de ondertekening van de overeenkomst, wordt de ontwerpovereenkomst overeenkomstig artikel 99 ter goedkeuring aan het Parlement voorgelegd.
5.  Na afsluiting van de onderhandelingen, doch nog vóór de ondertekening van de overeenkomst, wordt de ontwerpovereenkomst overeenkomstig artikel 99 ter goedkeuring aan het Parlement voorgelegd. Overeenkomstig artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is voor goedkeuring de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.
Amendement 103
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 83
Artikel 83
Artikel 83
Schending van de fundamentele beginselen door een lidstaat
Schending van de fundamentele beginselen en waarden door een lidstaat
1.  Op basis van een speciaal verslag van de bevoegde commissie overeenkomstig de artikelen 45 en 52 kan het Parlement:
1.  Op basis van een speciaal verslag van de bevoegde commissie overeenkomstig de artikelen 45 en 52 kan het Parlement:
a)  stemmen over een met redenen omkleed voorstel waarin de Raad verzocht wordt op te treden overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie;
a)  stemmen over een met redenen omkleed voorstel waarin de Raad verzocht wordt op te treden overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie;
b)  stemmen over een voorstel waarin de Commissie of de lidstaten verzocht worden om indiening van een voorstel overeenkomstig artikel 7, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie;
b)  stemmen over een voorstel waarin de Commissie of de lidstaten verzocht worden om indiening van een voorstel overeenkomstig artikel 7, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie;
c)  stemmen over een voorstel waarin de Raad verzocht wordt een besluit te nemen overeenkomstig artikel 7, lid 3, dan wel naderhand overeenkomstig artikel 7, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
c)  stemmen over een voorstel waarin de Raad verzocht wordt een besluit te nemen overeenkomstig artikel 7, lid 3, dan wel naderhand overeenkomstig artikel 7, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
2.  Van alle verzoeken van de Raad om goedkeuring van een krachtens artikel 7, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie ingediend voorstel, tezamen met de door de betrokken lidstaat ingediende opmerkingen, wordt het Parlement mededeling gedaan. De desbetreffende documenten worden overeenkomstig artikel 99 naar de bevoegde commissie verwezen. Het Parlement besluit op voorstel van de bevoegde commissie, behalve in dringende en gerechtvaardigde omstandigheden.
2.  Van alle verzoeken van de Raad om goedkeuring van een krachtens artikel 7, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie ingediend voorstel, tezamen met de door de betrokken lidstaat ingediende opmerkingen, wordt het Parlement mededeling gedaan. De desbetreffende documenten worden overeenkomstig artikel 99 naar de bevoegde commissie verwezen. Het Parlement besluit op voorstel van de bevoegde commissie, behalve in dringende en gerechtvaardigde omstandigheden.
3.  Voor de besluiten als bedoeld in de leden 1 en 2 is een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist die de meerderheid van de leden van het Parlement vertegenwoordigt.
3.  Overeenkomstig artikel 354 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voor de besluiten als bedoeld in de leden 1 en 2 een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist die de meerderheid van de leden van het Parlement vertegenwoordigt.
4.  De bevoegde commissie kan een begeleidende ontwerpresolutie indienen, mits de Conferentie van voorzitters daar toestemming voor geeft. In die ontwerpresolutie wordt het standpunt van het Parlement inzake een ernstige schending door een lidstaat, inzake passende sancties en inzake wijziging of intrekking van die sancties uiteengezet.
4.  De bevoegde commissie kan een begeleidende ontwerpresolutie indienen, mits de Conferentie van voorzitters daar toestemming voor geeft. In die ontwerpresolutie wordt het standpunt van het Parlement inzake een ernstige schending door een lidstaat, inzake te nemen passende maatregelen en inzake wijziging of intrekking van die maatregelen uiteengezet.
5.  De bevoegde commissie ziet erop toe dat het Parlement volledig op de hoogte wordt gehouden van en zo nodig wordt geraadpleegd over alle vervolgmaatregelen naar aanleiding van zijn overeenkomstig lid 3 verleende goedkeuring. De Raad wordt verzocht eventuele ontwikkelingen toe te lichten. Aan de hand van een met toestemming van de Conferentie van voorzitters te formuleren voorstel van de bevoegde commissie kan het Parlement aanbevelingen aan de Raad aannemen.
5.  De bevoegde commissie ziet erop toe dat het Parlement volledig op de hoogte wordt gehouden van en zo nodig wordt geraadpleegd over alle vervolgmaatregelen naar aanleiding van zijn overeenkomstig lid 3 verleende goedkeuring. De Raad wordt verzocht eventuele ontwikkelingen toe te lichten. Aan de hand van een met toestemming van de Conferentie van voorzitters te formuleren voorstel van de bevoegde commissie kan het Parlement aanbevelingen aan de Raad aannemen.
Amendement 104
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 84
Artikel 84
Artikel 84
Samenstelling van het Parlement
Samenstelling van het Parlement
Tijdig voor het einde van een zittingsperiode kan het Parlement op basis van een overeenkomstig artikel 45 door de bevoegde commissie opgesteld verslag een voorstel tot wijziging van zijn samenstelling doen. Het ontwerpbesluit van de Europese Raad betreffende de samenstelling van het Parlement wordt overeenkomstig artikel 99 behandeld.
Tijdig voor het einde van een zittingsperiode kan het Parlement op basis van een overeenkomstig artikel 14, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en overeenkomstig de artikelen  45 en 52 van het Reglement door de bevoegde commissie opgesteld verslag een voorstel tot wijziging van zijn samenstelling doen. Het ontwerpbesluit van de Europese Raad betreffende de samenstelling van het Parlement wordt overeenkomstig artikel 99 behandeld.
Amendement 105
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 85
Artikel 85
Artikel 85
Nauwere samenwerking tussen lidstaten
Nauwere samenwerking tussen lidstaten
1.  Verzoeken om nauwere samenwerking tussen lidstaten overeenkomstig artikel 20 van het Verdrag betreffende de Europese Unie worden door de Voorzitter ter behandeling naar de bevoegde commissie verwezen. De artikelen  39, 41, 43, 47, 57 tot en met 63 en 99 van het Reglement zijn eventueel van toepassing.
1.  Verzoeken om nauwere samenwerking tussen lidstaten overeenkomstig artikel 20 van het Verdrag betreffende de Europese Unie worden door de Voorzitter ter behandeling naar de bevoegde commissie verwezen. Artikel  99 van het Reglement is van toepassing.
2.  De bevoegde commissie vergewist zich van de verenigbaarheid ervan met artikel 20 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de artikelen 326 tot en met 334 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
2.  De bevoegde commissie vergewist zich van de verenigbaarheid ervan met artikel 20 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de artikelen 326 tot en met 334 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
3.  Besluiten die nadien in het kader van nauwere samenwerking, zodra deze is aangegaan, worden voorgesteld, worden door het Parlement volgens dezelfde procedures behandeld als die welke gelden wanneer er geen sprake is van nauwere samenwerking. Artikel 47 is van toepassing.
3.  Besluiten die nadien in het kader van nauwere samenwerking, zodra deze is aangegaan, worden voorgesteld, worden door het Parlement volgens dezelfde procedures behandeld als die welke gelden wanneer er geen sprake is van nauwere samenwerking. Artikel 47 is van toepassing.
Amendement 106
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 8 – nummering
HOOFDSTUK 8
HOOFDSTUK 6
BEGROTINGSPROCEDURES
BEGROTINGSPROCEDURES
Amendement 107
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 86
Artikel 86
Artikel 86
Meerjarig financieel kader
Meerjarig financieel kader
Wanneer de Raad het Parlement verzoekt het voorstel voor een verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader goed te keuren, wordt de zaak overeenkomstig de procedure van artikel 99 naar de bevoegde commissie verwezen . Voor goedkeuring is de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.
Wanneer de Raad het Parlement verzoekt het voorstel voor een verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader goed te keuren, wordt de zaak behandeld overeenkomstig artikel 99. Overeenkomstig artikel 312, lid  2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voor goedkeuring de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.
Amendement 108
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 86 bis (nieuw)
Artikel 86 bis
Jaarlijkse begrotingsprocedure
De bevoegde commissie kan besluiten tot het opstellen van elk verslag dat zij passend acht in verband met de begroting, met inachtneming van de bijlage bij het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer 1 bis .
Elke andere commissie kan advies uitbrengen binnen de door de bevoegde commissie vastgestelde termijn.
___________________
1 bis PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
Amendement 109
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 87
Artikel 87
Schrappen
Werkdocumenten
1.   De volgende documenten worden ter beschikking gesteld van de leden:
a)  de door de Commissie ingediende ontwerpbegroting;
b)  de uiteenzetting van de Raad betreffende het resultaat van zijn beraadslagingen over de ontwerpbegroting;
c)  het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting, vastgesteld overeenkomstig artikel 314, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
d)  de ontwerpbesluiten over de voorlopige twaalfden overeenkomstig artikel 315 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
2.   Deze documenten worden naar de ten principale bevoegde commissie verwezen. Alle betrokken commissies kunnen advies uitbrengen.
3.   De Voorzitter stelt de termijn vast waarbinnen de commissies die een advies wensen uit te brengen, dit advies aan de ten principale bevoegde commissie moeten doen toekomen.
Amendement 110
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 88
Artikel 88
Artikel 88
Behandeling van de ontwerpbegroting - eerste fase
Standpunt van het Parlement over de ontwerpbegroting
1.  Elk lid kan, met inachtneming van de navolgende bepalingen, ontwerpamendementen op de ontwerpbegroting indienen en toelichten .
1.  Individuele leden kunnen amendementen op het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting indienen in de bevoegde commissie .
Amendementen op het standpunt van de Raad ter plenaire vergadering kunnen worden ingediend door ten minste veertig leden of namens een commissie of een fractie.
2.  Ontwerpamendementen zijn alleen ontvankelijk, wanneer zij schriftelijk worden ingediend, door ten minste veertig leden ondertekend zijn dan wel namens een fractie of een commissie zijn ingediend, het onderdeel van de begroting aangeven waarop zij betrekking hebben en het beginsel van evenwicht tussen de ontvangsten en uitgaven in acht nemen. De ontwerpamendementen bevatten alle dienstige gegevens betreffende de bij de begrotingslijn in kwestie op te nemen toelichting .
2.  Amendementen worden schriftelijk ingediend en met redenen omkleed, zijn ondertekend door de indieners ervan en preciseren de begrotingslijn waarop zij betrekking hebben.
Alle ontwerpamendementen op de ontwerpbegroting gaan vergezeld van een schriftelijke motivering.
3.  De Voorzitter stelt de termijn voor de indiening van de ontwerpamendementen vast.
3.  De Voorzitter stelt de termijn voor de indiening van de amendementen vast.
4.  De ten principale bevoegde commissie brengt over de aldus ingediende teksten advies uit, alvorens deze ter plenaire vergadering worden behandeld.
4.  De ten principale bevoegde commissie stemt over de amendementen alvorens deze ter plenaire vergadering worden behandeld.
Ontwerpamendementen en wijzigingsvoorstellen die in de ten principale bevoegde commissie zijn verworpen, worden alleen ter plenaire vergadering in stemming gebracht wanneer een commissie of ten minste veertig leden binnen een door de Voorzitter vastgestelde termijn schriftelijk daarom hebben verzocht; deze termijn mag in geen geval minder zijn dan 24 uur vóór de opening van de stemming.
4 bis.  Ter plenaire vergadering ingediende amendementen en wijzigingsvoorstellen die in de ten principale bevoegde commissie zijn verworpen, kunnen alleen ter plenaire vergadering in stemming worden gebracht wanneer een commissie of ten minste veertig leden binnen een door de Voorzitter vastgestelde termijn schriftelijk daarom hebben verzocht; deze termijn mag in geen geval minder zijn dan 24 uur vóór de opening van de stemming.
5.  Ontwerpamendementen op de raming van het Parlement die eenzelfde strekking hebben als die welke het Parlement reeds bij het vaststellen van deze raming heeft verworpen, worden alleen in geval van een gunstig advies van de ten principale bevoegde commissie in behandeling genomen.
5.  Amendementen op de raming van het Parlement die eenzelfde strekking hebben als die welke het Parlement reeds bij het vaststellen van deze raming heeft verworpen, worden alleen in geval van een gunstig advies van de ten principale bevoegde commissie in behandeling genomen.
6.  In afwijking van het bepaalde in artikel 59, lid 2, stemt het Parlement bij aparte stemming achtereenvolgens over:
6.  Het Parlement stemt achtereenvolgens over:
–  elk ontwerpamendement en elk wijzigingsvoorstel ,
–  de amendementen op het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting, per afdeling ,
–   elke afdeling van de ontwerpbegroting,
–  een ontwerpresolutie betreffende deze ontwerpbegroting.
–  een ontwerpresolutie betreffende deze ontwerpbegroting.
De leden 4 t/m 8 van artikel 174 zijn evenwel van toepassing.
De leden 4 t/m 8 bis van artikel 174 zijn evenwel van toepassing.
7.  De artikelen, hoofdstukken, titels en afdelingen van de ontwerpbegroting waarop geen ontwerpamendementen of wijzigingsvoorstellen zijn ingediend, worden geacht te zijn aangenomen.
7.  De artikelen, hoofdstukken, titels en afdelingen van de ontwerpbegroting waarop geen amendementen of wijzigingsvoorstellen zijn ingediend, worden geacht te zijn aangenomen.
8.  Voor de aanneming van ontwerpamendementen is de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.
8.  Overeenkomstig artikel 314, lid 4, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voor de aanneming van amendementen de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.
9.  Indien het Parlement de ontwerpbegroting heeft geamendeerd, wordt de aldus geamendeerde ontwerpbegroting , vergezeld van de motiveringen, aan de Raad en de Commissie toegezonden.
9.  Indien het Parlement het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting heeft geamendeerd, wordt het aldus geamendeerde standpunt , vergezeld van de motiveringen en de notulen van de vergadering waarop de amendementen zijn aangenomen , aan de Raad en de Commissie toegezonden.
10.   De notulen van de vergadering waarin het Parlement zich over de ontwerpbegroting heeft uitgesproken, worden aan de Raad en de Commissie toegezonden.
Amendement 111
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 89
Artikel 89
Artikel 95 bis
Financieel driehoeksoverleg
Interinstitutionele samenwerking
De Voorzitter neemt deel aan de bijeenkomsten van de voorzitters van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die regelmatig op initiatief van de Commissie in het kader van de in titel II van het zesde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde begrotingsprocedures worden bijeengeroepen. De Voorzitter neemt alle maatregelen die nodig zijn om het overleg te bevorderen en de standpunten van de instellingen dichter bij elkaar te brengen, teneinde de uitvoering van voornoemde procedures te vergemakkelijken.
Overeenkomstig artikel 324 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie neemt de Voorzitter deel aan de bijeenkomsten van de voorzitters van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die regelmatig op initiatief van de Commissie in het kader van de in titel II van het zesde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde begrotingsprocedures worden bijeengeroepen. De Voorzitter neemt alle maatregelen die nodig zijn om het overleg te bevorderen en de standpunten van de instellingen dichter bij elkaar te brengen, teneinde de uitvoering van voornoemde procedures te vergemakkelijken.
De Voorzitter van het Parlement kan deze taak delegeren aan een ondervoorzitter met ervaring in begrotingsaangelegenheden of aan de voorzitter van de voor begrotingsaangelegenheden bevoegde commissie.
De Voorzitter van het Parlement kan deze taak delegeren aan een ondervoorzitter met ervaring in begrotingsaangelegenheden of aan de voorzitter van de voor begrotingsaangelegenheden bevoegde commissie.
(Dit artikel wordt in gewijzigde vorm verplaatst naar het eind van het hoofdstuk over begrotingsprocedures, na artikel 95)
Amendement 112
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 91
Artikel 91
Artikel 91
Definitieve vaststelling van de begroting
Definitieve vaststelling van de begroting
Indien de Voorzitter constateert dat de begroting overeenkomstig de bepalingen van artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is goedgekeurd, verklaart hij ter plenaire vergadering dat de begroting definitief is vastgesteld. Hij draagt zorg voor de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Indien de Voorzitter van mening is dat de begroting overeenkomstig de bepalingen van artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is goedgekeurd, verklaart hij ter plenaire vergadering dat de begroting definitief is vastgesteld. Hij draagt zorg voor de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Amendement 113
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 93
Artikel 93
Artikel 93
Verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting
Verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting
De bepalingen inzake de procedure voor de totstandkoming van het besluit inzake de verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting, overeenkomstig de financiële bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Financieel Reglement, zijn als bijlage11 bij dit Reglement gevoegd. Deze bijlage wordt overeenkomstig artikel 227, lid 2, van dit Reglement goedgekeurd.
De bepalingen inzake de procedure voor de verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting, overeenkomstig de financiële bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Financieel Reglement, zijn als bijlage11 bij dit Reglement gevoegd.
__________________
__________________
11 Zie bijlage V.
11 Zie bijlage V.
Amendement 114
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 94
Artikel 94
Artikel 94
Overige kwijtingsprocedures
Overige kwijtingsprocedures
De bepalingen inzake de verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting zijn eveneens van toepassing op de procedure voor de verlening van kwijting aan:
De bepalingen inzake de verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting, overeenkomstig artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zijn eveneens van toepassing op de procedure voor de verlening van kwijting aan:
–  de Voorzitter van het Europees Parlement voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement;
–  de Voorzitter van het Europees Parlement voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement;
–  de personen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de begrotingen van de overige instellingen en organen van de Europese Unie, zoals de Raad (voor wat betreft zijn uitvoerende activiteiten) , het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's;
–  de personen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de begrotingen van de overige instellingen en organen van de Europese Unie, zoals de Raad, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's;
–  de Commissie voor de uitvoering van de begroting van het Europees Ontwikkelingsfonds;
–  de Commissie voor de uitvoering van de begroting van het Europees Ontwikkelingsfonds;
–  de voor het financieel beheer verantwoordelijke organen van juridisch zelfstandige entiteiten die taken van de Unie uitvoeren, voorzover in de voor hun werkzaamheden geldende wetgeving kwijtingverlening door het Parlement is voorzien.
–  de voor het financieel beheer verantwoordelijke organen van juridisch zelfstandige entiteiten die taken van de Unie uitvoeren, voorzover in de voor hun werkzaamheden geldende wetgeving kwijtingverlening door het Parlement is voorzien.
Amendement 115
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 95
Artikel 95
Artikel 92 bis
Controle van het Parlement op de uitvoering van de begroting
Uitvoering van de begroting
1.  Het Parlement controleert de uitvoering van de lopende begroting. Het wijst deze taak toe aan de ter zake van begroting en begrotingscontrole bevoegde commissies en aan de andere betrokken commissies.
1.  Het Parlement controleert de uitvoering van de lopende begroting. Het wijst deze taak toe aan de ter zake van begroting en begrotingscontrole bevoegde commissies en aan de andere betrokken commissies.
2.  Het behandelt elk jaar, en wel vóór de eerste lezing van de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, de problemen in verband met de uitvoering van de lopende begroting, in voorkomend geval aan de hand van een door de bevoegde commissie ingediende ontwerpresolutie.
2.  Het behandelt elk jaar, en wel vóór zijn lezing van de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, de problemen in verband met de uitvoering van de lopende begroting, in voorkomend geval aan de hand van een door de bevoegde commissie ingediende ontwerpresolutie.
(Dit artikel wordt in gewijzigde vorm vóór artikel 93 geplaatst.)
Amendement 116
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 9 – nummering
HOOFDSTUK 9
HOOFDSTUK 7
INTERNE BEGROTINGSPROCEDURES
INTERNE BEGROTINGSPROCEDURES
Amendement 117
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 98
Artikel 98
Artikel 98
Bevoegdheid tot het aangaan van betalingsverplichtingen en het verstrekken van betalingsopdrachten
Bevoegdheid tot het aangaan van betalingsverplichtingen en het verstrekken van betalingsopdrachten, het goedkeuren van rekeningen en het verlenen van kwijting
1.  Overeenkomstig het intern financieel reglement, dat door het Bureau in overleg met de bevoegde commissie wordt vastgesteld, worden door de Voorzitter of in diens opdracht betalingsverplichtingen aangegaan en uitgaven betaalbaar gesteld.
1.  Overeenkomstig het intern financieel reglement, dat door het Bureau in overleg met de bevoegde commissie wordt vastgesteld, worden door de Voorzitter of in diens opdracht betalingsverplichtingen aangegaan en uitgaven betaalbaar gesteld.
2.  De Voorzitter zendt het ontwerp voor de afsluiting van de rekeningen toe aan de bevoegde commissie.
2.  De Voorzitter zendt het ontwerp voor de afsluiting van de rekeningen toe aan de bevoegde commissie.
3.  Het Parlement stelt na kennisneming van het verslag van zijn bevoegde commissie de rekeningen vast en beslist over de kwijting.
3.  Het Parlement stelt na kennisneming van het verslag van zijn bevoegde commissie de rekeningen vast en beslist over de kwijting.
Amendement 118
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 10 – nummering
HOOFDSTUK 10
HOOFDSTUK 8
GOEDKEURINGSPROCEDURE
GOEDKEURINGSPROCEDURE
Amendement 119
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 99
Artikel 99
Artikel 99
Goedkeuringsprocedure
Goedkeuringsprocedure
1.  Wanneer het Parlement wordt verzocht een voorgesteld besluit goed te keuren, neemt het zijn besluit met inachtneming van een aanbeveling van de bevoegde commissie strekkende tot goedkeuring of verwerping ervan. De aanbeveling bevat visa maar geen overwegingen. De aanbeveling kan vergezeld gaan van een korte toelichting die onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur valt en die niet in stemming wordt gebracht. Het bepaalde in artikel 56, lid 1, is mutatis mutandis van toepassing. In de commissie ingediende amendementen zijn alleen ontvankelijk wanneer ermee wordt beoogd de aanbeveling zoals voorgesteld door de rapporteur een tegenovergestelde strekking te geven.
1.  Wanneer het Parlement wordt verzocht een juridisch bindende handeling goed te keuren, legt de bevoegde commissie het Parlement een aanbeveling strekkende tot goedkeuring of verwerping van de voorgestelde handeling voor .
De aanbeveling bevat visa maar geen overwegingen. Amendementen in de commissie zijn alleen ontvankelijk wanneer ermee wordt beoogd de door de rapporteur voorgestelde aanbeveling een tegenovergestelde strekking te geven.
De aanbeveling kan vergezeld gaan van een korte toelichting die onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur valt en die niet in stemming wordt gebracht. Het bepaalde in artikel 56, lid 1, is mutatis mutandis van toepassing.
De bevoegde commissie kan een voorstel voor een niet-wetgevingsresolutie indienen. Andere commissies kunnen bij de formulering van de resolutie worden betrokken , overeenkomstig artikel 201 , lid 3, in combinatie met de artikelen 53, 54 of 55 .
1 bis.  Indien nodig kan de bevoegde commissie ook een verslag met een voorstel voor een niet-wetgevingsresolutie indienen waarin de redenen worden uiteengezet waarom het Parlement al dan niet goedkeuring zou moeten verlenen en indien passend aanbevelingen worden gedaan voor de uitvoering van de voorgestelde handeling .
1 ter.  De bevoegde commissie behandelt het verzoek om goedkeuring onverwijld. Wanneer de bevoegde commissie uiterlijk zes maanden na ontvangst van het verzoek om goedkeuring haar aanbeveling nog niet heeft geformuleerd, kan de Conferentie van voorzitters dit onderwerp voor behandeling op de agenda van een volgende vergaderperiode plaatsen dan wel in naar behoren gemotiveerde gevallen besluiten de termijn van zes maanden te verlengen.
Het Parlement spreekt zich middels een enkele stemming ter verlening van de goedkeuring uit over de handeling, waarvoor uit hoofde van het Verdrag betreffende de Europese Unie of het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de goedkeuring van het Parlement vereist is, ongeacht of de aanbeveling van de bevoegde commissie tot goedkeuring dan wel verwerping strekt. Er kunnen geen amendementen worden ingediend. Voor het verlenen van goedkeuring is de meerderheid vereist die vermeld wordt in het artikel van het Verdrag betreffende de Europese Unie of het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dat de rechtsgrond van de voorgestelde handeling vormt of, wanneer in dat artikel geen meerderheid wordt vermeld, de meerderheid van de uitgebrachte stemmen . Indien de vereiste meerderheid niet wordt gehaald, wordt de voorgestelde handeling geacht te zijn verworpen.
1 quater.  Het Parlement spreekt zich middels een enkele stemming ter verlening van de goedkeuring uit over de voorgestelde handeling, ongeacht of de aanbeveling van de bevoegde commissie tot goedkeuring dan wel verwerping strekt. Indien de vereiste meerderheid niet wordt gehaald, wordt de voorgestelde handeling geacht te zijn verworpen.
2.   Voor internationale overeenkomsten, toetredingsverdragen, constateringen van ernstige en voortdurende schending door een lidstaat van de fundamentele beginselen, de vaststelling van de samenstelling van het Parlement, het aangaan van nauwere samenwerking tussen de lidstaten of de vaststelling van het meerjarig financieel kader zijn daarnaast respectievelijk de artikelen 108, 81, 83, 84, 85 en 86 van het Reglement van toepassing.
3.  Wanneer voor een voorstel van een wetgevingshandeling of een beoogde internationale overeenkomst de goedkeuring van het Parlement vereist is, kan de bevoegde commissie het Parlement een interimverslag over het betrokken ontwerp voorleggen met een ontwerpresolutie met aanbevelingen tot wijziging of tenuitvoerlegging van de wetgevingshandeling of de beoogde internationale overeenkomst .
3.  Wanneer de goedkeuring van het Parlement vereist is, kan de bevoegde commissie het Parlement te allen tijde een interimverslag voorleggen met een ontwerpresolutie met aanbevelingen tot wijziging of tenuitvoerlegging van de voorgestelde handeling .
4.   De bevoegde commissie behandelt het verzoek om goedkeuring onverwijld. Wanneer de bevoegde commissie besluit geen aanbeveling te formuleren of uiterlijk zes maanden na ontvangst van het verzoek om goedkeuring nog geen aanbeveling heeft geformuleerd, kan de Conferentie van voorzitters dit onderwerp voor behandeling op de agenda van een volgende vergaderperiode plaatsen dan wel in naar behoren gemotiveerde gevallen besluiten de termijn van zes maanden te verlengen.
Indien voor de sluiting van een internationale overeenkomst de goedkeuring van het Parlement vereist is, kan het Parlement op basis van een aanbeveling van de bevoegde commissie besluiten de goedkeuringsprocedure voor hoogstens een jaar op te schorten.
Amendement 120
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 11 – nummering
HOOFDSTUK 11
HOOFDSTUK 9
OVERIGE PROCEDURES
OVERIGE PROCEDURES
Amendement 121
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 100
Artikel 100
Artikel 100
Procedure voor het uitbrengen van advies in de zin van artikel 140 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
Procedure voor het uitbrengen van advies inzake derogaties voor de aanneming van de euro
1.  Wordt het Parlement verzocht over aanbevelingen van de Raad overeenkomstig artikel 140, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie advies uit te brengen, dan beraadslaagt het, nadat de Raad deze ter plenaire vergadering heeft toegelicht, op basis van een door zijn bevoegde commissie mondeling of schriftelijk ingediend voorstel tot aanneming of verwerping van de aanbevelingen waarover het wordt geraadpleegd .
1.  Wordt het Parlement verzocht overeenkomstig artikel 140, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie advies uit te brengen, dan beraadslaagt het op basis van een tot aanneming of verwerping van de voorgestelde handeling strekkend verslag van zijn bevoegde commissie .
2.  Het Parlement stemt vervolgens over deze aanbevelingen bij een enkele stemming en bloc ; er kunnen geen amendementen worden ingediend.
2.  Het Parlement stemt vervolgens over de voorgestelde handeling bij een enkele stemming; er kunnen geen amendementen worden ingediend.
Amendement 122
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 102
Artikel 102
Artikel 102
Procedures in verband met onderzoek van vrijwillige overeenkomsten
Procedures in verband met onderzoek van beoogde vrijwillige overeenkomsten
1.  Wanneer de Commissie het Parlement in kennis stelt van haar voornemen te onderzoeken of als alternatief voor de vaststelling van wetgeving vrijwillige overeenkomsten kunnen worden gesloten, kan de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 52 een verslag opstellen over de inhoudelijke kant van de zaak.
1.  Wanneer de Commissie het Parlement in kennis stelt van haar voornemen te onderzoeken of als alternatief voor de vaststelling van wetgeving vrijwillige overeenkomsten kunnen worden gesloten, kan de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 52 een verslag opstellen over de inhoudelijke kant van de zaak.
2.  Wanneer de Commissie aankondigt voornemens te zijn een vrijwillige overeenkomst te sluiten, kan de bevoegde commissie een ontwerpresolutie indienen, waarin wordt aanbevolen het voorstel aan te nemen dan wel te verwerpen en waarin de desbetreffende voorwaarden worden uiteengezet.
2.  Wanneer de Commissie aankondigt voornemens te zijn een vrijwillige overeenkomst te sluiten, kan de bevoegde commissie een ontwerpresolutie indienen, waarin wordt aanbevolen het voorstel aan te nemen dan wel te verwerpen en waarin de desbetreffende voorwaarden worden uiteengezet.
Amendement 123
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 103
Artikel 103
Artikel 103
Codificatie
Codificatie
1.  Wanneer een ontwerp houdende codificatie van de wetgeving van de Unie aan het Parlement wordt voorgelegd, wordt het verwezen naar de voor juridische zaken bevoegde commissie. Volgens op interinstitutioneel niveau12 overeengekomen modaliteiten gaat deze commissie na of het ontwerp zich beperkt tot loutere codificatie zonder inhoudelijke wijziging.
1.  Wanneer een ontwerp houdende codificatie van de wetgeving van de Unie aan het Parlement wordt voorgelegd, wordt het verwezen naar de voor juridische zaken bevoegde commissie. Volgens op interinstitutioneel niveau12 overeengekomen modaliteiten gaat deze commissie na of het ontwerp zich beperkt tot loutere codificatie zonder inhoudelijke wijziging.
2.  De commissie die ten principale bevoegd was voor de wetteksten die het voorwerp van de codificatie vormen, kan op eigen verzoek of op verzoek van de voor juridische zaken bevoegde commissie advies uitbrengen over de wenselijkheid van de codificatie.
2.  De commissie die ten principale bevoegd was voor de wetteksten die het voorwerp van de codificatie vormen, kan op eigen verzoek of op verzoek van de voor juridische zaken bevoegde commissie advies uitbrengen over de wenselijkheid van de codificatie.
3.  Amendementen op de tekst van het ontwerp zijn niet ontvankelijk.
3.  Amendementen op de tekst van het ontwerp zijn niet ontvankelijk.
Op verzoek van de rapporteur kan de voorzitter van de voor juridische zaken bevoegde commissie evenwel aan deze commissie amendementen ter goedkeuring voorleggen die betrekking hebben op technische aanpassingen , mits die aanpassingen nodig zijn om het ontwerp in overeenstemming te brengen met de codificatieregels en geen enkele inhoudelijke wijziging in het ontwerp aanbrengen.
Op verzoek van de rapporteur kan de voorzitter van de voor juridische zaken bevoegde commissie evenwel aan deze commissie technische aanpassingen ter goedkeuring voorleggen, mits die aanpassingen nodig zijn om het ontwerp in overeenstemming te brengen met de codificatieregels en geen enkele inhoudelijke wijziging in het ontwerp aanbrengen.
4.  Wanneer de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat met het ontwerp geen enkele inhoudelijke wijziging in de wetgeving van de Unie wordt aangebracht, legt zij het ontwerp ter goedkeuring aan het Parlement voor.
4.  Wanneer de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat met het ontwerp geen enkele inhoudelijke wijziging in de wetgeving van de Unie wordt aangebracht, legt zij het ontwerp ter goedkeuring aan het Parlement voor.
Wanneer deze commissie van oordeel is dat het ontwerp inhoudelijke wijzigingen inhoudt, stelt zij het Parlement voor het ontwerp te verwerpen.
Wanneer deze commissie van oordeel is dat het ontwerp inhoudelijke wijzigingen inhoudt, stelt zij het Parlement voor het ontwerp te verwerpen.
In beide gevallen spreekt het Parlement zich uit bij een enkele stemming, zonder amendementen en zonder debat.
In beide gevallen spreekt het Parlement zich uit bij een enkele stemming, zonder amendementen en zonder debat.
__________________
__________________
12 Punt 4 van het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten (PB C 102 van 4.4.1996, blz. 2).
12 Punt 4 van het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten (PB C 102 van 4.4.1996, blz. 2).
Amendement 124
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 104
Artikel 104
Artikel 104
Herschikking
Herschikking
1.  Wanneer een ontwerp tot herschikking van de wetgeving van de Unie aan het Parlement wordt voorgelegd, wordt het naar de voor juridische zaken bevoegde commissie en naar de ter zake bevoegde commissie verwezen.
1.  Wanneer een ontwerp tot herschikking van de wetgeving van de Unie aan het Parlement wordt voorgelegd, wordt het naar de voor juridische zaken bevoegde commissie en naar de ter zake bevoegde commissie verwezen.
2.  Volgens op interinstitutioneel niveau13 overeengekomen modaliteiten gaat de voor juridische zaken bevoegde commissie na of het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven.
2.  Volgens op interinstitutioneel niveau13 overeengekomen modaliteiten gaat de voor juridische zaken bevoegde commissie na of het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven.
In het kader van dit onderzoek zijn amendementen op de tekst van het ontwerp niet ontvankelijk. Artikel 103 lid 3, tweede alinea, is evenwel van toepassing op de bepalingen die in het herschikkingsontwerp ongewijzigd zijn gebleven.
In het kader van dit onderzoek zijn amendementen op de tekst van het ontwerp niet ontvankelijk. Artikel 103, lid 3, tweede alinea, is evenwel van toepassing op de bepalingen die in het herschikkingsontwerp ongewijzigd zijn gebleven.
3.  Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij de ter zake bevoegde commissie hiervan in kennis.
3.  Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij de ter zake bevoegde commissie hiervan in kennis.
In dat geval en onverminderd de in de artikelen 169 en 170 vastgelegde voorwaarden zijn amendementen in de ter zake bevoegde commissie alleen ontvankelijk als zij betrekking hebben op onderdelen van het ontwerp die wijzigingen bevatten.
In dat geval en onverminderd de in de artikelen 169 en 170 vastgelegde voorwaarden zijn amendementen in de ter zake bevoegde commissie alleen ontvankelijk als zij betrekking hebben op onderdelen van het ontwerp die wijzigingen bevatten.
Wanneer de ter zake bevoegde commissie evenwel voornemens is, overeenkomstig punt 8 van het Interinstitutioneel Akkoord, ook amendementen op de gecodificeerde delen van het ontwerp van wetgevingshandeling in te dienen , stelt zij de Raad en de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Alvorens tot stemming wordt overgegaan maakt laatstgenoemde overeenkomstig artikel 58 haar standpunt inzake de amendementen kenbaar en geeft zij aan of zij voornemens is het herschikkingsontwerp in te trekken .
Amendementen op ongewijzigd gebleven onderdelen van het ontwerp kunnen evenwel in uitzonderlijke en individuele gevallen door de voorzitter van de ter zake bevoegde commissie worden aanvaard indien hij van oordeel is dat dit noodzakelijk is om dwingende redenen die verband houden met de interne logica van de tekst of omdat de amendementen onlosmakelijk verbonden zijn met andere ontvankelijke amendementen. Deze redenen dienen in een schriftelijke motivering bij de amendementen te worden vermeld .
4.  Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij het Parlement voor het voorstel te verwerpen en stelt zij de ter zake bevoegde commissie hiervan in kennis.
4.  Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij het Parlement voor het voorstel te verwerpen en stelt zij de ter zake bevoegde commissie hiervan in kennis.
In dat geval verzoekt de Voorzitter de Commissie haar ontwerp in te trekken. Indien de Commissie haar ontwerp intrekt, stelt de Voorzitter vast dat de procedure zinledig is geworden en stelt hij de Raad hiervan in kennis. Indien de Commissie haar ontwerp niet intrekt, verwijst het Parlement het naar de ter zake bevoegde commissie, die het volgens de gebruikelijke procedure behandelt.
In dat geval verzoekt de Voorzitter de Commissie haar ontwerp in te trekken. Indien de Commissie haar ontwerp intrekt, stelt de Voorzitter vast dat de procedure zinledig is geworden en stelt hij de Raad hiervan in kennis. Indien de Commissie haar ontwerp niet intrekt, verwijst het Parlement het naar de ter zake bevoegde commissie, die het volgens de gebruikelijke procedure behandelt.
__________________
__________________
13 Punt 9 van het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten (PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1).
13 Punt 9 van het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten (PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1).
Amendement 125
Reglement van het Europees Parlement
Titel II – hoofdstuk 9 bis (nieuw)
HOOFDSTUK 9 BIS
Gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen
Amendement 126
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 105
Artikel 105
Artikel 105
Gedelegeerde handelingen
Gedelegeerde handelingen
1.  Wanneer de Commissie het Parlement een gedelegeerde handeling toezendt, verwijst de Voorzitter deze naar de voor de basiswetgevingshandeling bevoegde commissie, die een rapporteur voor de behandeling van een of meerdere gedelegeerde handelingen kan benoemen .
1.  Wanneer de Commissie het Parlement een gedelegeerde handeling toezendt, verwijst de Voorzitter deze naar de voor de basiswetgevingshandeling bevoegde commissie, die een van haar leden voor de behandeling van een of meerdere gedelegeerde handelingen kan aanwijzen .
2.  De Voorzitter doet het Parlement mededeling van de datum van ontvangst van de gedelegeerde handeling in alle officiële talen alsook van de termijn voor eventuele bezwaren. Deze termijn gaat op die datum in .
2.  Tijdens de eerstvolgende vergaderperiode na de ontvangst ervan, doet de Voorzitter het Parlement mededeling van de datum van ontvangst van de gedelegeerde handeling in alle officiële talen alsook van de termijn voor eventuele bezwaren. Deze termijn gaat in op de datum van ontvangst .
De mededeling wordt gepubliceerd in de notulen van de vergadering onder vermelding van de bevoegde commissie.
De mededeling wordt gepubliceerd in de notulen van de vergadering onder vermelding van de bevoegde commissie.
3.  De bevoegde commissie kan het Parlement, met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling en indien zij zulks wenselijk acht, na raadpleging van alle betrokken commissies, een met redenen omklede ontwerpresolutie voorleggen. In deze ontwerpresolutie worden de gronden aangegeven voor het bezwaar van het Parlement en kan de Commissie worden verzocht om een nieuwe gedelegeerde handeling in te dienen , waarin met de aanbevelingen van het Parlement rekening wordt gehouden .
3.  De bevoegde commissie kan het Parlement, met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling en indien zij zulks wenselijk acht, na raadpleging van alle betrokken commissies, een met redenen omklede ontwerpresolutie voorleggen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de gedelegeerde handeling. Indien de bevoegde commissie tien werkdagen voor het begin van de vergaderperiode waarvan de woensdag voorafgaat aan en het dichtst ligt bij de datum waarop de in lid 5 bedoelde termijn verstrijkt niet een dergelijke ontwerpresolutie heeft ingediend , kunnen een fractie of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen om het onderwerp op de agenda van voornoemde vergaderperiode te plaatsen .
4.   Indien de bevoegde commissie tien werkdagen voor het begin van de vergaderperiode waarvan de woensdag voorafgaat aan en het dichtst ligt bij de datum waarop de in lid 5 bedoelde termijn verstrijkt geen ontwerpresolutie heeft ingediend, kunnen een fractie of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen om het onderwerp op de agenda van voornoemde vergaderperiode te plaatsen.
4 bis.   Elke overeenkomstig lid 3 ingediende ontwerpresolutie vermeldt de gronden voor de bezwaren van het Parlement en kan de Commissie verzoeken om indiening van een nieuwe gedelegeerde handeling, die rekening houdt met de aanbevelingen van het Parlement.
5.  Het Parlement spreekt zich uit over ingediende ontwerpresoluties binnen de in de basiswetgevingshandeling gestelde termijn bij de in artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voorgeschreven meerderheid .
5.  Het Parlement neemt ingediende ontwerpresoluties aan binnen de in de basiswetgevingshandeling gestelde termijn, bij meerderheid van zijn leden overeenkomstig artikel 290, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Wanneer de bevoegde commissie het wenselijk acht om, met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling, de termijn voor bezwaar tegen de gedelegeerde handeling te verlengen, stelt de voorzitter van de bevoegde commissie namens het Parlement de Raad en de Commissie van deze verlenging in kennis.
Wanneer de bevoegde commissie het wenselijk acht om, met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling, de termijn voor bezwaar tegen de gedelegeerde handeling te verlengen, stelt de voorzitter van de bevoegde commissie namens het Parlement de Raad en de Commissie van deze verlenging in kennis.
6.  Wanneer de bevoegde commissie het Parlement voor het verstrijken van de in de basiswetgevingshandeling gestelde termijn aanbeveelt geen bezwaar tegen de gedelegeerde handeling te maken:
6.  Wanneer de bevoegde commissie het Parlement voor het verstrijken van de in de basiswetgevingshandeling gestelde termijn aanbeveelt geen bezwaar tegen de gedelegeerde handeling te maken:
–  stelt zij de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters bij een met redenen omkleed schrijven daarvan op de hoogte en dient zij een aanbeveling in die zin in;
–  stelt zij de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters bij een met redenen omkleed schrijven daarvan op de hoogte en dient zij een aanbeveling in die zin in;
–  brengt de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters, wanneer ofwel in de daaropvolgende vergadering van de Conferentie van commissievoorzitters, ofwel, in dringende gevallen, middels een schriftelijke procedure hiertegen geen bezwaar wordt gemaakt, dit ter kennis van de Voorzitter van het Parlement, die de plenaire vergadering zo spoedig mogelijk hiervan op de hoogte stelt;
–  brengt de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters, wanneer ofwel in de daaropvolgende vergadering van de Conferentie van commissievoorzitters, ofwel, in dringende gevallen, middels een schriftelijke procedure hiertegen geen bezwaar wordt gemaakt, dit ter kennis van de Voorzitter van het Parlement, die de plenaire vergadering zo spoedig mogelijk hiervan op de hoogte stelt;
–  wordt de aanbeveling, wanneer een fractie of ten minste veertig leden binnen een termijn van vierentwintig uur na de mededeling ter plenaire vergadering ertegen bezwaar maken, in stemming gebracht;
–  wordt de aanbeveling, wanneer een fractie of ten minste veertig leden binnen een termijn van vierentwintig uur na de mededeling ter plenaire vergadering ertegen bezwaar maken, in stemming gebracht;
–  wordt de voorgestelde aanbeveling geacht te zijn goedgekeurd indien binnen diezelfde termijn geen bezwaar is gemaakt;
–  wordt de voorgestelde aanbeveling geacht te zijn goedgekeurd indien binnen diezelfde termijn geen bezwaar is gemaakt;
–  zijn de na de goedkeuring van de aanbeveling ingediende voorstellen tot bezwaar tegen de gedelegeerde handeling niet ontvankelijk.
–  zijn de na de goedkeuring van de aanbeveling ingediende voorstellen tot bezwaar tegen de gedelegeerde handeling niet ontvankelijk.
7.  Met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling kan de bevoegde commissie op eigen initiatief het Parlement een met redenen omklede ontwerpresolutie voorleggen waarmee de bij deze handeling verleende bevoegdheidsdelegatie geheel of ten dele wordt ingetrokken. Het Parlement spreekt zich uit bij de meerderheid die is voorgeschreven in artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie .
7.  Met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling kan de bevoegde commissie op eigen initiatief het Parlement een ontwerpresolutie voorleggen waarmee de bij deze handeling verleende bevoegdheidsdelegatie geheel of ten dele wordt ingetrokken of bezwaar wordt gemaakt tegen de stilzwijgende verlenging van de bevoegdheidsdelegatie .
Overeenkomstig artikel 290, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voor intrekking van de bevoegdheidsdelegatie de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.
8.  De Voorzitter stelt de Raad en de Commissie van de overeenkomstig dit artikel ingenomen standpunten in kennis.
8.  De Voorzitter stelt de Raad en de Commissie van de overeenkomstig dit artikel ingenomen standpunten in kennis.
Amendement 127
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 106
Artikel 106
Artikel 106
Uitvoeringshandelingen en -maatregelen
Uitvoeringshandelingen en -maatregelen
1.  Wanneer de Commissie het Parlement een ontwerp van uitvoeringshandeling of -maatregel voorlegt, verwijst de Voorzitter dit ontwerp naar de voor de basiswetgevingshandeling bevoegde commissie, die een rapporteur voor de behandeling van een of meerdere ontwerpen van uitvoeringshandelingen of -maatregelen kan benoemen .
1.  Wanneer de Commissie het Parlement een ontwerp van uitvoeringshandeling of -maatregel voorlegt, verwijst de Voorzitter dit ontwerp naar de voor de basiswetgevingshandeling bevoegde commissie, die een van haar leden voor de behandeling van een of meerdere ontwerpen van uitvoeringshandelingen of -maatregelen kan aanwijzen .
2.  De bevoegde commissie kan het Parlement een met redenen omklede ontwerpresolutie voorleggen waarin wordt verklaard dat het ontwerp van uitvoeringshandeling of -maatregel de bij de basiswetgevingshandeling verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt of anderszins niet verenigbaar is met het recht van de Unie.
2.  De bevoegde commissie kan het Parlement een met redenen omklede ontwerpresolutie voorleggen waarin wordt verklaard dat het ontwerp van uitvoeringshandeling of -maatregel de bij de basiswetgevingshandeling verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt of anderszins niet verenigbaar is met het recht van de Unie.
3.  In de ontwerpresolutie kan de Commissie worden verzocht de handeling of maatregel, dan wel het ontwerp van handeling of maatregel in te trekken, deze/ dit met inachtneming van de door het Parlement geformuleerde bezwaren te wijzigen of een nieuw wetgevingsvoorstel in te dienen. De Voorzitter stelt de Raad en de Commissie van het standpunt van het Parlement in kennis.
3.  In de ontwerpresolutie kan de Commissie worden verzocht het ontwerp van uitvoeringshandeling of -maatregel in te trekken, dit met inachtneming van de door het Parlement geformuleerde bezwaren te wijzigen of een nieuw wetgevingsvoorstel in te dienen. De Voorzitter stelt de Raad en de Commissie van het standpunt van het Parlement in kennis.
4.  Wanneer de door de Commissie beoogde uitvoeringsmaatregelen onder de regelgevingsprocedure met toetsing vallen in de zin van Besluit 1999/468/EG van de Raad tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden, zijn daarnaast de volgende bepalingen van toepassing:
4.  Wanneer de door de Commissie beoogde uitvoeringsmaatregelen onder de regelgevingsprocedure met toetsing vallen in de zin van Besluit 1999/468/EG van de Raad tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden, zijn daarnaast de volgende bepalingen van toepassing:
a)  de termijn voor toetsing gaat in, zodra het ontwerp van maatregelen in alle officiële talen aan het Parlement is voorgelegd. Wanneer ingekorte termijnen voor toetsing gelden in de zin van artikel 5 bis, lid 5, onder b), van Besluit 1999/468/EG en in geval van dwingende urgente redenen in de zin van artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG, gaat de termijn voor toetsing in op de datum van ontvangst door het Parlement van het definitieve ontwerp van uitvoeringsmaatregel in de taalversies waarin het aan de leden van het overeenkomstig Besluit 1999/468/EG opgerichte comité is voorgelegd, tenzij de voorzitter van de bevoegde commissie hiertegen bezwaar maakt. Artikel 158 is in dit geval niet van toepassing;
a)  de termijn voor toetsing gaat in, zodra het ontwerp van uitvoeringsmaatregel in alle officiële talen aan het Parlement is voorgelegd. Wanneer ingekorte termijnen voor toetsing gelden in de zin van artikel 5 bis, lid 5, onder b), van Besluit 1999/468/EG en in geval van dwingende urgente redenen in de zin van artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG, gaat de termijn voor toetsing in op de datum van ontvangst door het Parlement van het definitieve ontwerp van uitvoeringsmaatregel in de taalversies waarin het aan de leden van het overeenkomstig Besluit 1999/468/EG opgerichte comité is voorgelegd, tenzij de voorzitter van de bevoegde commissie hiertegen bezwaar maakt. Artikel 158 is in de in de vorige zin vermelde gevallen niet van toepassing;
b)  indien het ontwerp van de uitvoeringsmaatregel gebaseerd is op lid 5 of lid 6 van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG, dat voorziet in ingekorte termijnen voor het Parlement om bezwaar te maken, kan een ontwerpresolutie waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de aanneming van het ontwerp van de maatregel door de voorzitter van de bevoegde commissie ingediend worden, wanneer de commissie zelf in de beschikbare tijd niet bijeen kon komen;
b)  indien het ontwerp van de uitvoeringsmaatregel gebaseerd is op lid 5 of lid 6 van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG, dat voorziet in ingekorte termijnen voor het Parlement om bezwaar te maken, kan een ontwerpresolutie waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de aanneming van het ontwerp van de maatregel door de voorzitter van de bevoegde commissie ingediend worden, wanneer de commissie zelf in de beschikbare tijd niet bijeen kon komen;
c)  het Parlement kan, met een meerderheid van zijn leden, bezwaar maken tegen de aanneming van het ontwerp van een uitvoeringsmaatregel door naar voren te brengen dat het ontwerp de uitvoeringsbevoegdheden waarin de basishandeling voorziet, overschrijdt, niet verenigbaar is met het doel of de inhoud van de basishandeling of niet strookt met het subsidiariteits- of evenredigheidsbeginsel;
c)  het Parlement kan, met een meerderheid van zijn leden, een resolutie aannemen waarbij bezwaar wordt gemaakt tegen de aanneming van het ontwerp van een uitvoeringsmaatregel en naar voren brengen dat het ontwerp de uitvoeringsbevoegdheden waarin de basishandeling voorziet, overschrijdt, niet verenigbaar is met het doel of de inhoud van de basishandeling of niet strookt met het subsidiariteits- of evenredigheidsbeginsel;
Indien de bevoegde commissie tien werkdagen voor het begin van de vergaderperiode waarvan de woensdag voorafgaat aan en het dichtst ligt bij de datum waarop de termijn voor bezwaar tegen de aanneming van het ontwerp van een uitvoeringsmaatregel verstrijkt geen ontwerp voor een dergelijke resolutie heeft ingediend, kunnen een fractie of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen om het onderwerp op de agenda van voornoemde vergaderperiode te plaatsen.
d)  wanneer de bevoegde commissie naar aanleiding van een naar behoren gemotiveerd verzoek van de Commissie de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters bij een met redenen omkleed schrijven aanbeveelt dat het Parlement voor het verstrijken van de in artikel 5 bis, lid 3, onder c) en/of artikel 5 bis, lid 4, onder e) van Besluit 1999/468/EG voorgeschreven normale termijn verklaart geen bezwaar te maken tegen de voorgestelde maatregel, is de procedure van artikel 105, lid 6 van dit Reglement, van toepassing.
d)  wanneer de bevoegde commissie de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters bij een met redenen omkleed schrijven aanbeveelt dat het Parlement voor het verstrijken van de in artikel 5 bis, lid 3, onder c) en/of artikel 5 bis, lid 4, onder e) van Besluit 1999/468/EG voorgeschreven normale termijn verklaart geen bezwaar te maken tegen de voorgestelde maatregel, is de procedure van artikel 105, lid 6 van dit Reglement, van toepassing.
Amendement 128
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 108
Artikel 108
Artikel 108
Internationale overeenkomsten
Internationale overeenkomsten
1.  Wanneer het voornemen bestaat onderhandelingen te openen over de sluiting, hernieuwing of wijziging van een internationale overeenkomst, kan de bevoegde commissie besluiten een verslag op te stellen of de procedure anderszins te volgen en de Conferentie van voorzitters daarvan in kennis te stellen. Eventueel kunnen andere commissies overeenkomstig artikel 53, lid 1, om advies worden gevraagd. Voor zover relevant zijn de artikelen 201, lid 2, en 54 en 55 van overeenkomstige toepassing.
1.  Wanneer het voornemen bestaat onderhandelingen te openen over de sluiting, hernieuwing of wijziging van een internationale overeenkomst, kan de bevoegde commissie besluiten een verslag op te stellen of deze voorbereidende fase anderszins te volgen. De bevoegde commissie stelt de Conferentie van voorzitters daarvan in kennis.
De voorzitters en rapporteurs van de bevoegde commissie c.q. de medeverantwoordelijke commissies nemen gezamenlijk de nodige stappen om ervoor te zorgen dat het Parlement onverwijld, regelmatig en volledig wordt ingelicht, zo nodig op basis van vertrouwelijkheid, gedurende alle fasen van de onderhandelingen over en de sluiting van internationale overeenkomsten, met inbegrip van de vaststelling van onderhandelingsrichtsnoeren, en dat het Parlement de in lid 3 bedoelde informatie wordt verstrekt,
–  door de Commissie overeenkomstig haar uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voortvloeiende verplichtingen en haar verbintenissen krachtens het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, en
–  door de Raad overeenkomstig zijn uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voortvloeiende verplichtingen.
1 bis.   De bevoegde commissie wendt zich zo spoedig mogelijk tot de Commissie om zich op de hoogte te stellen van de voor de sluiting van de in lid 1 bedoelde internationale overeenkomst gekozen rechtsgrond. De bevoegde commissie controleert die gekozen rechtsgrond overeenkomstig artikel 39.
2.  Het Parlement kan op voorstel van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden de Raad verzoeken geen toestemming te verlenen voor het openen van de onderhandelingen zolang het zich niet op basis van een verslag van de bevoegde commissie over het voorgestelde onderhandelingsmandaat heeft uitgesproken.
2.  Het Parlement kan op voorstel van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden de Raad verzoeken geen toestemming te verlenen voor het openen van de onderhandelingen zolang het zich niet op basis van een verslag van de bevoegde commissie over het voorgestelde onderhandelingsmandaat heeft uitgesproken.
3.   Op het beoogde tijdstip van opening der onderhandelingen, wendt de bevoegde commissie zich tot de Commissie om zich op de hoogte te stellen van de voor de sluiting van de in lid 1 bedoelde internationale overeenkomst gekozen rechtsgrond. De bevoegde commissie controleert de gekozen rechtsgrond overeenkomstig artikel 39. Als de Commissie nalaat de rechtsgrond aan te geven of als er sprake is van twijfel over de juistheid ervan, is artikel 39 van toepassing.
4.  In elk stadium van de onderhandelingen en vanaf de beëindiging van de onderhandelingen tot aan de sluiting van de internationale overeenkomst kan het Parlement op basis van een verslag van zijn bevoegde commissie, en na behandeling van elk overeenkomstig artikel 134 ingediend voorstel ter zake, aanbevelingen aannemen met het verzoek deze vóór de sluiting van die overeenkomst op te volgen.
4.  In elk stadium van de onderhandelingen en vanaf de beëindiging van de onderhandelingen tot aan de sluiting van de internationale overeenkomst kan het Parlement op basis van een op eigen initiatief opgesteld verslag van zijn bevoegde commissie, of na behandeling van elk door een fractie of ten minste veertig leden ingediend voorstel ter zake, aanbevelingen aan de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aannemen met het verzoek deze vóór de sluiting van die overeenkomst op te volgen.
5.  Verzoeken van de Raad om goedkeuring of advies van het Parlement worden door de Voorzitter overeenkomstig artikel 99 of artikel 47, lid 1, naar de ter zake bevoegde commissie verwezen.
5.  Verzoeken van de Raad om goedkeuring of advies van het Parlement worden door de Voorzitter overeenkomstig artikel 99 of artikel 47, lid 1, naar de ter zake bevoegde commissie verwezen.
6.  Alvorens over te gaan tot de stemming ter verlening van goedkeuring, kan de bevoegde commissie , een fractie of ten minste een tiende van de leden het Parlement voorstellen het advies van het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van de internationale overeenkomst met de Verdragen in te winnen. Indien het Parlement een dergelijk voorstel aanneemt, wordt de stemming uitgesteld, totdat het Hof advies heeft uitgebracht 14 .
6.  De bevoegde commissie of ten minste een tiende van de leden van het Parlement kan het Parlement , op enig moment voordat het Parlement over een verzoek tot goedkeuring of advies stemt, voorstellen het advies van het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van de internationale overeenkomst met de Verdragen in te winnen.
Vooraleer het Parlement overgaat tot de stemming over dat voorstel, kan de Voorzitter advies vragen aan de bevoegde commissie voor juridische zaken, die haar conclusies meedeelt aan het Parlement.
Indien het Parlement het voorstel aanneemt om het advies van het Hof van Justitie in te winnen, wordt de stemming over een verzoek om goedkeuring of advies uitgesteld, totdat het Hof advies heeft uitgebracht.
7.  Het Parlement brengt advies uit inzake, respectievelijk verleent goedkeuring voor de sluiting, hernieuwing of wijziging van een door de Europese Unie te sluiten internationale overeenkomst of financieel protocol , bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen en bij een enkele stemming. Amendementen op de tekst van de overeenkomst of van het protocol zijn niet ontvankelijk .
7.  Indien het Parlement wordt verzocht om goedkeuring te verlenen voor de sluiting, hernieuwing of wijziging van een internationale overeenkomst, besluit het bij een enkele stemming overeenkomstig artikel 99 .
Verleent het Parlement geen goedkeuring, dan stelt de Voorzitter de Raad ervan op de hoogte dat de betrokken overeenkomst niet kan worden gesloten, hernieuwd of gewijzigd.
Onverminderd artikel 99, lid 1 ter, kan het Parlement op basis van een aanbeveling van de bevoegde commissie besluiten de goedkeuringsprocedure voor ten hoogste een jaar te schorsen.
8.  Wanneer het advies van het Parlement negatief is, verzoekt de Voorzitter de Raad de betrokken overeenkomst niet te sluiten.
8.  Indien het Parlement wordt verzocht om advies uit te brengen over de sluiting, hernieuwing of wijziging van een internationale overeenkomst, zijn amendementen op de tekst van de overeenkomst niet ontvankelijk. Onverminderd artikel 170, lid 1, zijn amendementen op het ontwerpbesluit van de Raad ontvankelijk.
Wanneer het advies van het Parlement negatief is, verzoekt de Voorzitter de Raad de betrokken overeenkomst niet te sluiten.
9.   Verleent het Parlement geen goedkeuring voor een internationale overeenkomst, dan stelt de Voorzitter de Raad ervan op de hoogte dat de overeenkomst niet kan worden gesloten.
9 bis.   De voorzitters en rapporteurs van de bevoegde commissie en van een eventuele medeverantwoordelijke commissie zien er gezamenlijk op toe dat, in overeenstemming met artikel 218, lid 10, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid het Parlement onverwijld, regelmatig en ten volle informeren, zo nodig op basis van vertrouwelijkheid, gedurende alle fasen van de voorbereiding en uitvoering van de onderhandelingen over en de sluiting van internationale overeenkomsten, met inbegrip van informatie over het ontwerp en de uiteindelijk vastgesteld tekst van onderhandelingsrichtsnoeren, alsmede over de tenuitvoerlegging van die overeenkomsten,
__________________
14 Zie eveneens interpretatie van artikel 141.
Amendement 129
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 109
Artikel 109
Artikel 109
Procedures uit hoofde van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor voorlopige toepassing of opschorting van internationale akkoorden of voor het bepalen van de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een bij een internationaal akkoord opgericht orgaan
Voorlopige toepassing of schorsing van de toepassing van internationale overeenkomsten of bepaling van de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een bij een internationale overeenkomst opgericht orgaan
Wanneer de Commissie, overeenkomstig haar uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie voortvloeiende verplichtingen , het Parlement en de Raad informeert inzake haar voornemen de voorlopige toepassing of opschorting van een internationaal akkoord voor te stellen, wordt ter plenaire vergadering een verklaring afgelegd en een debat gehouden. Het Parlement kan aanbevelingen doen overeenkomstig artikel 108 of 113 van het Reglement.
Wanneer de Commissie of de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger het Parlement en de Raad op de hoogte stelt van haar of zijn voornemen de voorlopige toepassing of schorsing van een internationale overeenkomst voor te stellen , kan het Parlement de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid uitnodigen om een verklaring af te leggen, waarna een debat wordt gehouden. Het Parlement kan aanbevelingen doen op basis van een verslag van de bevoegde commissie of overeenkomstig artikel  113 van het Reglement, met inbegrip van met name een verzoek aan de Raad om een overeenkomst niet voorlopig toe te passen, totdat het Parlement goedkeuring heeft verleend .
Dezelfde procedure is van toepassing wanneer de Commissie het Parlement informeert over een voorstel betreffende de standpunten die namens de Unie moeten worden ingenomen in een bij een internationaal akkoord opgericht orgaan.
Dezelfde procedure is van toepassing wanneer de Commissie of de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger standpunten voorstelt die namens de Unie moeten worden ingenomen in een bij een internationale overeenkomst opgericht orgaan.
Amendement 130
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 110
Artikel 110
Artikel 110
Speciale vertegenwoordigers
Speciale vertegenwoordigers
1.  Indien de Raad voornemens is een speciale vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 33 van het Verdrag betreffende de Europese Unie te benoemen, verzoekt de Voorzitter, op verzoek van de bevoegde commissie, de Raad een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden over het mandaat, de doelstellingen en andere relevante zaken die verband houden met de taak en rol van de speciale vertegenwoordiger.
1.  Indien de Raad voornemens is een speciale vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 33 van het Verdrag betreffende de Europese Unie te benoemen, verzoekt de Voorzitter, op verzoek van de bevoegde commissie, de Raad een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden over het mandaat, de doelstellingen en andere relevante zaken die verband houden met de taak en rol van de speciale vertegenwoordiger.
2.  Zodra de speciale vertegenwoordiger is benoemd, doch voordat deze zijn ambt gaat uitoefenen, kan hij worden verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.
2.  Zodra de speciale vertegenwoordiger is benoemd, doch voordat deze zijn ambt gaat uitoefenen, kan hij worden verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.
3.  Binnen een termijn van drie maanden na de hoorzitting kan de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 134 een aanbeveling doen die rechtstreeks betrekking heeft op de afgelegde verklaring en de gegeven antwoorden .
3.  Binnen een termijn van twee maanden na de hoorzitting kan de bevoegde commissie aanbevelingen doen aan de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid die rechtstreeks betrekking hebben op de benoeming .
4.  De speciale vertegenwoordiger wordt verzocht het Parlement volledig en regelmatig op de hoogte te houden van de praktische uitvoering van zijn mandaat.
4.  De speciale vertegenwoordiger wordt verzocht het Parlement volledig en regelmatig op de hoogte te houden van de praktische uitvoering van zijn mandaat.
5.   Een door de Raad benoemde speciale vertegenwoordiger met een mandaat voor specifieke beleidsvraagstukken kan op initiatief van het Parlement dan wel op eigen verzoek worden uitgenodigd in de bevoegde commissie een verklaring af te leggen.
Amendement 131
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 111
Artikel 111
Artikel 111
Internationale vertegenwoordiging
Internationale vertegenwoordiging
1.  Bij de benoeming van een hoofd van een externe delegatie van de Unie kan de kandidaat worden verzocht te verschijnen voor het bevoegde orgaan van het Parlement om een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.
1.  Bij de benoeming van een hoofd van een externe delegatie van de Unie kan de kandidaat worden verzocht te verschijnen voor de bevoegde commissie om een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.
2.  Binnen een termijn van drie maanden na de in lid 1 bedoelde hoorzitting kan de bevoegde commissie een resolutie aannemen dan wel een aanbeveling doen die rechtstreeks betrekking heeft op de afgelegde verklaring en de gegeven antwoorden .
2.  Binnen een termijn van twee maanden na de in lid 1 bedoelde hoorzitting kan de bevoegde commissie een resolutie aannemen dan wel een aanbeveling doen die rechtstreeks betrekking heeft op de benoeming .
Amendement 132
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 112
Artikel 112
Artikel 113 bis
Raadpleging van en informatieverstrekking aan het Parlement in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid
Raadpleging van en informatieverstrekking aan het Parlement in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid
1.  Wanneer het Parlement overeenkomstig artikel 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt geraadpleegd, wordt de zaak verwezen naar de bevoegde commissie, die overeenkomstig artikel 113 van het Reglement aanbevelingen kan doen .
1.  Wanneer het Parlement overeenkomstig artikel 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt geraadpleegd, wordt de zaak verwezen naar de bevoegde commissie, die overeenkomstig artikel 113 van het Reglement ontwerpaanbevelingen kan opstellen .
2.  De betrokken commissies stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid hen regelmatig en tijdig op de hoogte stelt van de ontwikkeling en de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, van de geraamde kosten telkens wanneer een besluit met financiële gevolgen op het gebied van het GBVB wordt genomen, en van andere financiële overwegingen die verband houden met de uitvoering van GBVB-acties. Op verzoek van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger kan een commissie bij wijze van uitzondering besluiten met gesloten deuren te beraadslagen.
2.  De betrokken commissies stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid hen regelmatig en tijdig op de hoogte stelt van de ontwikkeling en de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, van de geraamde kosten telkens wanneer een besluit met financiële gevolgen op het gebied van het GBVB wordt genomen, en van andere financiële overwegingen die verband houden met de uitvoering van GBVB-acties. Op verzoek van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger kan een commissie bij wijze van uitzondering besluiten met gesloten deuren te beraadslagen.
3.  Tweemaal per jaar vindt een debat plaats over het door de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger opgestelde document met de voornaamste aspecten en fundamentele keuzen op het gebied van het GBVB, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en de financiële gevolgen ervan voor de begroting van de Europese Unie. De procedures van artikel 123 zijn van toepassing.
3.  Tweemaal per jaar vindt een debat plaats over het door de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger opgestelde document met de voornaamste aspecten en fundamentele keuzen op het gebied van het GBVB, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en de financiële gevolgen ervan voor de begroting van de Europese Unie. De procedures van artikel 123 zijn van toepassing.
(Zie eveneens de interpretatie onder artikel 134).
4.  De vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger wordt uitgenodigd voor elk plenair debat over aspecten van het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid.
4.  De vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger wordt uitgenodigd voor elk plenair debat over aspecten van het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid.
(Dit artikel wordt in gewijzigde vorm na artikel 113 geplaatst en bijgevolg opgenomen in het nieuw te creëren hoofdstuk 2 bis).
Amendement 133
Reglement van het Europees Parlement
Titel III – hoofdstuk 2 bis – titel (nieuw)
HOOFDSTUK 2 BIS
AANBEVELINGEN INZAKE HET EXTERNE BELEID VAN DE UNIE
(Invoegen vóór artikel 113)
Amendement 134
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 113
Artikel 113
Artikel 113
Aanbevelingen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid
Aanbevelingen inzake het externe beleid van de Unie
1.  De ter zake van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid bevoegde commissie kan, met toestemming van de Conferentie van voorzitters of op grond van een ontwerp in de zin van artikel 134, de Raad aanbevelingen doen op de beleidsterreinen waarvoor zij bevoegd is.
1.  De bevoegde commissie kan ontwerpaanbevelingen doen aan de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid inzake onderwerpen uit hoofde van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie (het externe optreden van de Unie) of wanneer een binnen het toepassingsgebied van artikel 108 vallende internationale overeenkomst niet is verwezen naar het Parlement of het Parlement niet daarover is geïnformeerd overeenkomstig artikel 109 .
2.  In dringende gevallen kan de in lid 1 bedoelde toestemming worden verleend door de Voorzitter, die eveneens toestemming kan verlenen voor een spoedvergadering van de betrokken commissie.
2.  In dringende gevallen kan de Voorzitter toestemming verlenen voor een spoedvergadering van de betrokken commissie.
3.  Tijdens de procedure voor de goedkeuring van deze aanbevelingen, die in schriftelijke vorm in stemming worden gebracht, is artikel 158 niet van toepassing en kunnen mondelinge amendementen worden ingediend .
3.  Tijdens de procedure voor de goedkeuring van deze ontwerpaanbevelingen in de commissiefase moet een schriftelijke tekst in stemming worden gebracht .
Niet-toepassing van artikel 158 is uitsluitend in commissievergaderingen en in geval van urgentie mogelijk. Noch voor niet dringend verklaarde commissievergaderingen noch voor plenaire vergaderingen mag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 158.
De bepaling volgens welke mondelinge amendementen mogen worden ingediend houdt in dat geen bezwaar kan worden gemaakt tegen het in stemming brengen van mondelinge amendementen tijdens commissievergaderingen.
3 bis.   In dringende gevallen als bedoeld in lid 2 is artikel 158 niet van toepassing in de commissiefase en zijn mondelinge amendementen ontvankelijk. De leden kunnen geen bezwaar maken tegen het in stemming brengen van mondelinge amendementen in de commissie.
4.  De aldus tot stand gekomen aanbevelingen worden ingeschreven op de agenda van de eerste vergaderperiode volgend op de indiening ervan. In dringende gevallen kunnen bij besluit van de Voorzitter aanbevelingen op de agenda van een lopende vergaderperiode worden ingeschreven. De aanbevelingen worden geacht te zijn aangenomen tenzij vóór het begin van de vergaderperiode ten minste veertig leden schriftelijk hiertegen bezwaar hebben gemaakt; in dat geval worden de aanbevelingen van de commissie met debat en stemming op de agenda van diezelfde vergaderperiode ingeschreven. Een fractie of ten minste veertig leden kunnen amendementen indienen.
4.  De ontwerpaanbevelingen van de commissie worden ingeschreven op de agenda van de eerste vergaderperiode volgend op de indiening ervan. In dringende gevallen kunnen bij besluit van de Voorzitter aanbevelingen op de agenda van een lopende vergaderperiode worden ingeschreven.
4 bis.   Aanbevelingen worden geacht te zijn aangenomen tenzij, voor het begin van de vergaderperiode, ten minste veertig leden schriftelijk bezwaar maken. Indien een dergelijk bezwaar wordt gemaakt, worden de ontwerpaanbevelingen van de commissie op de agenda van dezelfde vergaderperiode ingeschreven. Over die aanbevelingen wordt een debat gehouden en door een fractie of ten minste veertig leden ingediende amendementen worden in stemming gebracht.
Amendement 135
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 114
Artikel 114
Artikel 114
Schending van de mensenrechten
Schending van de mensenrechten
In elke vergaderperiode kunnen de bevoegde commissies zonder voorafgaande toestemming volgens de procedure van artikel 113, lid  4, elk een ontwerpresolutie over gevallen van schending van de mensenrechten indienen.
In elke vergaderperiode kunnen de bevoegde commissies zonder voorafgaande toestemming volgens de procedure van artikel 113, leden  4 en 4 bis , elk een ontwerpresolutie over gevallen van schending van de mensenrechten indienen.
Amendement 136
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 115
Artikel 115
Artikel 115
Transparantie van de werkzaamheden van het Parlement
Transparantie van de werkzaamheden van het Parlement
1.  Het Parlement zorgt voor een optimale transparantie van zijn werkzaamheden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
1.  Het Parlement zorgt voor een optimale transparantie van zijn werkzaamheden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
2.  De beraadslagingen van het Parlement zijn openbaar.
2.  De beraadslagingen van het Parlement zijn openbaar.
3.  De vergaderingen van de commissies van het Parlement zijn in de regel openbaar. De commissies kunnen echter, uiterlijk bij de aanneming van de agenda, besluiten de agenda voor een bepaalde vergadering op te splitsen in agendapunten voor openbare en agendapunten voor niet-openbare behandeling. Wanneer een vergadering met gesloten deuren plaatsvindt, kan de commissie de documenten en de notulen van de vergadering toch toegankelijk maken voor het publiek, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, leden 1 t/m 4, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad. Bij overtreding van de vertrouwelijkheidsregels is artikel 166 van toepassing.
3.  De vergaderingen van de commissies van het Parlement zijn in de regel openbaar. De commissies kunnen echter, uiterlijk bij de aanneming van de agenda, besluiten de agenda voor een bepaalde vergadering op te splitsen in agendapunten voor openbare en agendapunten voor niet-openbare behandeling. Wanneer een vergadering met gesloten deuren plaatsvindt, kan de commissie echter besluiten de documenten van de vergadering toegankelijk te maken voor het publiek.
4.   De behandeling door de ter zake bevoegde commissie van verzoeken in verband met de immuniteitsprocedures overeenkomstig artikel 9 van het Reglement vindt altijd met gesloten deuren plaats.
Amendement 137
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 116
Artikel 116
Artikel 116
Toegang van het publiek tot documenten
Toegang van het publiek tot documenten
1.  Iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft overeenkomstig artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie recht van toegang tot documenten van het Parlement, volgens de beginselen en onder de voorwaarden en beperkingen als vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad en overeenkomstig de specifieke bepalingen van het Reglement .
1.  Iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft overeenkomstig artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie recht van toegang tot documenten van het Parlement, volgens de beginselen en onder de voorwaarden en beperkingen als vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad.
Aan andere natuurlijke of rechtspersonen wordt voor zover mogelijk op dezelfde wijze toegang tot documenten van het Parlement verleend.
Aan andere natuurlijke of rechtspersonen wordt voor zover mogelijk op dezelfde wijze toegang tot documenten van het Parlement verleend.
Verordening (EG) nr. 1049/2001 wordt ter informatie als bijlage bij het Reglement gepubliceerd.
2.  Met het oog op de toegang tot documenten wordt onder "documenten van het Parlement" verstaan iedere inhoud in de zin van artikel 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 1049/2001 die door ambtsdragers van het Parlement in de zin van titel I, hoofdstuk 2, respectievelijk door organen van het Parlement, commissies, interparlementaire delegaties en het secretariaat van het Parlement is opgesteld of ontvangen.
2.  Met het oog op de toegang tot documenten wordt onder "documenten van het Parlement" verstaan iedere inhoud in de zin van artikel 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 1049/2001 die door ambtsdragers van het Parlement in de zin van titel I, hoofdstuk 2, respectievelijk door organen van het Parlement, commissies, interparlementaire delegaties en het secretariaat van het Parlement is opgesteld of ontvangen.
Met het oog op de toegang tot documenten gelden door individuele leden of fracties opgestelde documenten als documenten van het Parlement, wanneer zij overeenkomstig het Reglement zijn ingediend.
Overeenkomstig artikel 4 van het Statuut van de leden van het Europees Parlement gelden, met het oog op de toegang tot documenten, door individuele leden of fracties opgestelde documenten alleen als documenten van het Parlement wanneer zij overeenkomstig het Reglement zijn ingediend.
Het Bureau stelt regels vast om ervoor te zorgen dat alle documenten van het Parlement worden geregistreerd.
Het Bureau stelt regels vast om ervoor te zorgen dat alle documenten van het Parlement worden geregistreerd.
3.  Het Parlement zet een register op van de documenten van het Parlement. Wetgevingsdocumenten en bepaalde andere categorieën documenten worden rechtstreeks toegankelijk gemaakt via het register van het Parlement overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001. Verwijzingen naar andere documenten van het Parlement worden voorzover mogelijk in het register opgenomen .
3.  Het Parlement zet een website op voor het openbaar register van de documenten van het Parlement. Wetgevingsdocumenten en bepaalde andere categorieën documenten worden rechtstreeks toegankelijk gemaakt via de website van het openbaar register van het Parlement overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001. Verwijzingen naar andere documenten van het Parlement worden voor zover mogelijk op de website van het openbaar register geplaatst .
De categorieën documenten die rechtstreeks voor het publiek toegankelijk zijn, worden opgenomen in een lijst die door het Bureau wordt aangenomen en op de website van het Parlement wordt gepubliceerd. Deze lijst houdt geen inperking in op het recht van toegang tot documenten die niet onder de opgesomde categorieën vallen; die documenten worden op schriftelijk verzoek beschikbaar gesteld.
De categorieën documenten die rechtstreeks voor het publiek toegankelijk zijn via de website van het openbaar register van het Parlement , worden opgenomen in een lijst die door het Bureau wordt aangenomen en op de website van het openbaar register van het Parlement wordt gepubliceerd. Deze lijst houdt geen inperking in op het recht van toegang tot documenten die niet onder de opgesomde categorieën vallen; die documenten kunnen op schriftelijk verzoek beschikbaar worden gesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001 .
Het Bureau kan ten aanzien van de toegang regels vaststellen, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1049/2001, die in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.
Het Bureau stelt ten aanzien van de toegang tot documenten regels vast, krachtens Verordening (EG) nr. 1049/2001, die in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.
4.  Het Bureau wijst de diensten aan die belast worden met de behandeling van initiële verzoeken (artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1049/2001), en neemt besluiten over confirmatieve verzoeken (artikel 8 van die verordening) en verzoeken om toegang tot gevoelige documenten (artikel 9 van die verordening).
4.  Het Bureau wijst de diensten aan die belast worden met de behandeling van initiële verzoeken (artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1049/2001) en met het nemen van besluiten over confirmatieve verzoeken (artikel 8 van die verordening) en verzoeken om toegang tot gevoelige documenten (artikel 9 van die verordening).
5.   De Conferentie van voorzitters benoemt de vertegenwoordigers van het Parlement in het overeenkomstig artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 op te richten interinstitutioneel comité.
6.  Een van de ondervoorzitters is verantwoordelijk voor het toezicht op de behandeling van verzoeken om toegang tot documenten.
6.  Een van de ondervoorzitters is verantwoordelijk voor het toezicht op de behandeling van verzoeken om toegang tot documenten.
6 bis.   Het Bureau stelt het jaarverslag als bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.
7.  De bevoegde commissie van het Parlement stelt op basis van door het Bureau en andere bronnen verstrekte informatie het in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 genoemde jaarlijks verslag op en legt dit voor aan de plenaire vergadering.
7.  De bevoegde commissie van het Parlement onderzoekt regelmatig de transparantie van de activiteiten van het Parlement en legt een verslag met haar conclusies en aanbevelingen voor aan de plenaire vergadering.
De bevoegde commissie behandelt en evalueert voorts de door de overige instellingen en agentschappen overeenkomstig artikel 17 van genoemde verordening opgestelde verslagen.
De bevoegde commissie kan voorts de door de overige instellingen en agentschappen overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 opgestelde verslagen behandelen en evalueren .
7 bis.   De Conferentie van voorzitters benoemt de vertegenwoordigers van het Parlement in het overeenkomstig artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 op te richten interinstitutioneel comité.
__________________
15 Zie Bijlage XIV.
Amendement 138
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 116 bis (nieuw)
Artikel 116 bis
Toegang tot het Parlement
1.  Toegangspasjes voor leden, assistenten van leden en derden worden verstrekt op grond van de door het Bureau vastgestelde voorschriften. Die voorschriften omvatten ook het gebruik en de intrekking van toegangspasjes.
2.   Toegangspasjes worden niet verstrekt aan personen uit de omgeving van een lid die vallen binnen het toepassingsgebied van het Akkoord tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie over het transparantieregister voor organisaties en als zelfstandige werkzame personen die betrokken zijn bij het maken en het uitvoeren van het Uniebeleid 1 bis .
3.  In het transparantieregister ingeschreven entiteiten en hun vertegenwoordigers die toegangspasjes met een lange geldigheidsduur voor het Europees Parlement hebben ontvangen, moeten het volgende naleven:
–  de als bijlage bij het akkoord gevoegde gedragscode voor inschrijvers;
–  de in het akkoord vastgelegde procedures en andere verplichtingen, alsook
–  de bepalingen ter uitvoering van dit artikel.
Onverminderd de toepasselijkheid van de algemene voorschriften inzake de intrekking of tijdelijke deactivering van toegangspasjes met een lange geldigheidsduur, en tenzij daar steekhoudende argumenten tegen bestaan, trekt de secretaris-generaal een toegangspasje met een lange geldigheidsduur in of deactiveert hij dit, met toestemming van de quaestoren, wanneer de houder ervan uit het transparantieregister is verwijderd wegens een schending van de gedragscode voor inschrijvers, omdat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstige schending van de in dit lid vastgelegde verplichtingen of omdat hij geweigerd heeft gevolg te geven aan een officiële uitnodiging voor een hoorzitting of commissievergadering, of medewerking te verlenen aan een enquêtecommissie zonder dit afdoende te rechtvaardigen.
4.  De quaestoren kunnen bepalen in hoeverre de in lid 2 bedoelde gedragscode van toepassing is op personen die weliswaar over een toegangspasje met een lange geldigheidsduur beschikken, maar niet binnen het toepassingsgebied van het akkoord vallen.
5.  Het Bureau stelt, op voorstel van de secretaris-generaal, de nodige maatregelen vast voor de tenuitvoerlegging van het transparantieregister, overeenkomstig de bepalingen van het akkoord over de invoering van dit register.
__________________
1 bis PB L 277 van 19.9.2014, blz. 11.
Amendement 139
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 117
Artikel 117
Artikel 117
Verkiezing van de voorzitter van de Commissie
Verkiezing van de voorzitter van de Commissie
1 Wanneer de Europese Raad een kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie voordraagt, verzoekt de Voorzitter de kandidaat een verklaring af te leggen voor het Parlement en zijn beleidslijnen uiteen te zetten. De verklaring wordt gevolgd door een debat.
1.  Wanneer de Europese Raad een kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie voordraagt, verzoekt de Voorzitter de kandidaat een verklaring af te leggen voor het Parlement en zijn beleidslijnen uiteen te zetten. De verklaring wordt gevolgd door een debat.
De Europese Raad wordt uitgenodigd aan het debat deel te nemen.
De Europese Raad wordt uitgenodigd aan het debat deel te nemen.
2.  Het Parlement kiest de voorzitter van de Commissie bij meerderheid van zijn leden.
2.  Overeenkomstig artikel 17, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie kiest het Parlement de voorzitter van de Commissie bij meerderheid van zijn leden.
De stemming is geheim.
De stemming is geheim.
3.  Wanneer de kandidaat gekozen wordt, deelt de Voorzitter dit mede aan de voorzitter van de Europese Raad en verzoekt deze alsmede de gekozen voorzitter van de Commissie om in onderling overleg de kandidaten voor de verschillende commissarisposten voor te dragen.
3.  Wanneer de kandidaat gekozen wordt, deelt de Voorzitter dit mede aan de voorzitter van de Europese Raad en verzoekt deze alsmede de gekozen voorzitter van de Commissie om in onderling overleg de kandidaten voor de verschillende commissarisposten voor te dragen.
4.  Indien de kandidaat niet de vereiste meerderheid behaalt, verzoekt de Voorzitter de Europese Raad binnen een maand een nieuwe kandidaat voor verkiezing volgens dezelfde procedure voor te dragen.
4.  Indien de kandidaat niet de vereiste meerderheid behaalt, verzoekt de Voorzitter de Europese Raad binnen een maand een nieuwe kandidaat voor verkiezing volgens dezelfde procedure voor te dragen.
Amendement 140
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 118
Artikel 118
Artikel 118
Verkiezing van de Commissie
Verkiezing van de Commissie
-1.  De Voorzitter nodigt de gekozen voorzitter van de Commissie uit om het Parlement in te lichten over de verdeling van de portefeuilleverantwoordelijkheden in het voorgedragen college van commissarissen overeenkomstig zijn beleidslijnen.
1.  De Voorzitter verzoekt, na overleg met de gekozen voorzitter van de Commissie, de door de gekozen voorzitter van de Commissie en de Raad voor de verschillende commissarisposten voorgedragen commissarissen te verschijnen voor de voor hun vermoedelijke werkgebied bevoegde commissies. Deze hoorzittingen zijn openbaar.
1.  De Voorzitter verzoekt, na overleg met de gekozen voorzitter van de Commissie, de door de gekozen voorzitter van de Commissie en de Raad voor de verschillende commissarisposten voorgedragen commissarissen te verschijnen voor de voor hun vermoedelijke werkgebied bevoegde commissies of organen .
1 bis.   De hoorzittingen worden gehouden door de commissies.
Bij wijze van uitzondering, wanneer een kandidaat-commissaris hoofdzakelijk horizontale verantwoordelijkheden heeft, kan een hoorzitting echter een andere opzet hebben, voor zover de relevante bevoegde commissies erbij betrokken zijn. De hoorzittingen zijn openbaar.
2.   De Voorzitter kan de gekozen voorzitter van de Commissie uitnodigen om het Parlement over de verdeling van de portefeuilleverantwoordelijkheden in het voorgedragen college van commissarissen overeenkomstig zijn beleidslijnen te informeren.
3.  De bevoegde commissie(s) verzoekt(verzoeken) de voorgedragen commissaris een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden. De hoorzittingen worden georganiseerd op een zodanige wijze dat de voorgedragen commissarissen het Parlement alle relevante informatie kunnen verstrekken. De bepalingen betreffende de organisatie van de hoorzittingen zijn vastgelegd in een bijlage bij het Reglement16 .
3.  De bevoegde commissie(s) verzoekt(verzoeken) de voorgedragen commissaris een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden. De hoorzittingen worden georganiseerd op een zodanige wijze dat de voorgedragen commissarissen het Parlement alle relevante informatie kunnen verstrekken. De bepalingen betreffende de organisatie van de hoorzittingen zijn vastgelegd in een bijlage bij het Reglement16 .
4.  De gekozen voorzitter stelt het college van commissarissen voor en licht het Commissieprogramma toe tijdens een vergadering van het Parlement waarvoor de voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Raad zijn uitgenodigd. De verklaring wordt gevolgd door een debat.
4.  De gekozen voorzitter wordt uitgenodigd om het college van commissarissen voor te stellen en het Commissieprogramma toe te lichten tijdens een vergadering van het Parlement waarvoor de voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Raad zijn uitgenodigd. De verklaring wordt gevolgd door een debat.
5.  Tot besluit van het debat kunnen fracties of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen. Artikel 123, leden 3, 4 en 5, is van toepassing.
5.  Tot besluit van het debat kunnen fracties of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen. Artikel  123, leden  3 tot en met 5 ter , is van toepassing.
Na de stemming over de ontwerpresolutie hecht het Parlement bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen al dan niet zijn goedkeuring aan de Commissie.
Er wordt hoofdelijk gestemd.
Het Parlement kan de stemming tot de volgende vergadering uitstellen.
5 bis.   Na de stemming over de ontwerpresolutie hecht het Parlement bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen al dan niet zijn goedkeuring aan de Commissie, bij een hoofdelijke stemming. Het Parlement kan de stemming tot de volgende vergadering uitstellen.
6.  De Voorzitter brengt de verkiezing dan wel afwijzing van de Commissie ter kennis van de Raad.
6.  De Voorzitter brengt de verkiezing dan wel afwijzing van de Commissie ter kennis van de Raad.
7.  In geval van een ingrijpende herschikking van de portefeuilles in de Commissie gedurende haar ambtstermijn, de vervulling van een vacature of de benoeming van een nieuwe commissaris ingevolge de toetreding van een nieuwe lidstaat, worden de betrokken commissarissen overeenkomstig lid 3 verzocht voor de voor hun werkgebied bevoegde commissies te verschijnen .
7.  In geval van een ingrijpende herschikking van de portefeuilles in de Commissie of een verandering in de samenstelling van de Commissie gedurende haar ambtstermijn, worden de betrokken commissarissen of andere kandidaat-commissarissen verzocht om aan een overeenkomstig de leden 1 bis en 3 te houden hoorzitting deel te nemen .
7 bis.   In geval van een wijziging in de portefeuille of de financiële belangen van een commissaris tijdens zijn ambtstermijn wordt deze situatie overeenkomstig bijlage XVI onderworpen aan toetsing door het Parlement.
Indien er tijdens de ambtstermijn van een commissaris een belangenconflict wordt vastgesteld en de voorzitter van de Commissie verzuimt de aanbevelingen van het Parlement voor het verhelpen van dat belangenconflict uit te voeren, kan het Parlement de voorzitter van de Commissie vragen het vertrouwen in de betrokken commissaris op te zeggen, overeenkomstig punt 5 van het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, en waar passend maatregelen te treffen om de betrokken commissaris zijn recht op pensioen of andere, daarvoor in de plaats tredende voordelen te ontnemen overeenkomstig artikel 245, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
_______________
16 Zie bijlage XVII.
Amendement 141
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 118 bis (nieuw)
Artikel 118 bis
Meerjarige programmering
Na de benoeming van een nieuwe Commissie houden het Parlement, de Raad en de Commissie overeenkomstig punt 5 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven een gedachtewisseling en bereiken zij overeenstemming over gezamenlijke conclusies inzake de meerjarige programmering.
Daartoe, en alvorens met de Raad en de Commissie te onderhandelen over de gezamenlijke conclusies inzake de meerjarige programmering, houdt de Voorzitter een gedachtewisseling met de Conferentie van voorzitters betreffende de voornaamste beleidsdoelstellingen en prioriteiten voor de nieuwe zittingsperiode. Bij deze gedachtewisseling wordt onder meer ingegaan op de door de gekozen Commissievoorzitter toegelichte prioriteiten en op de antwoorden van de kandidaat-commissarissen tijdens de hoorzittingen als bedoeld in artikel 118.
Voordat hij de gezamenlijke conclusies ondertekent, verkrijgt de Voorzitter goedkeuring van de Conferentie van voorzitters.
Amendement 142
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 119
Artikel 119
Artikel 119
Motie van afkeuring jegens de Commissie
Motie van afkeuring jegens de Commissie
1.  Een tiende van de leden van het Parlement kan bij de Voorzitter een motie van afkeuring jegens de Commissie indienen.
1.  Een tiende van de leden van het Parlement kan bij de Voorzitter een motie van afkeuring jegens de Commissie indienen. Is in de voorgaande twee maanden een stemming gehouden over een motie van afkeuring, dan is voor de indiening van een nieuwe motie van afkeuring een vijfde van de leden van het Parlement benodigd.
2.  De motie van afkeuring moet het opschrift “motie van afkeuring” dragen en met redenen omkleed zijn. Zij wordt toegezonden aan de Commissie.
2.  De motie van afkeuring moet het opschrift “motie van afkeuring” dragen en met redenen omkleed zijn. Zij wordt toegezonden aan de Commissie.
3.  De Voorzitter stelt de leden onverwijld in kennis van de indiening van de motie.
3.  De Voorzitter stelt de leden onverwijld in kennis van de indiening van de motie.
4.  Het debat over de motie van afkeuring vindt ten vroegste 24 uur na kennisgeving van de indiening van een motie van afkeuring aan de leden plaats.
4.  Het debat over de motie van afkeuring vindt ten vroegste 24 uur na kennisgeving van de indiening van een motie van afkeuring aan de leden plaats.
5.  Over de motie wordt hoofdelijk gestemd; de stemming vindt ten vroegste 48 uur na de opening van het debat plaats.
5.  Over de motie wordt hoofdelijk gestemd; de stemming vindt ten vroegste 48 uur na de opening van het debat plaats.
6.  Het debat en de stemming vinden uiterlijk in de vergaderperiode die volgt op de indiening van de motie plaats.
6.  Onverminderd de leden 4 en 5, vinden het debat en de stemming uiterlijk in de vergaderperiode die volgt op de indiening van de motie plaats.
7.  De motie wordt aangenomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen en bij meerderheid van de leden van het Parlement. De uitslag van de stemming wordt ter kennis gebracht van de voorzitter van de Raad en van de voorzitter van de Commissie.
7.  Overeenkomstig artikel 234 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt de motie aangenomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen en bij meerderheid van de leden van het Parlement. De uitslag van de stemming wordt ter kennis gebracht van de voorzitter van de Raad en van de voorzitter van de Commissie.
Amendement 143
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 120
Artikel 120
Artikel 120
Benoeming van rechters en advocaten-generaal bij het Hof van Justitie van de Europese Unie
Benoeming van rechters en advocaten-generaal bij het Hof van Justitie van de Europese Unie
Op voorstel van de ter zake bevoegde commissie draagt het Parlement een kandidaat voor voor het comité van zeven personen dat de geschiktheid van de kandidaten voor de functie van rechter of advocaat-generaal bij het Hof van Justitie en het Gerecht toetst.
Op voorstel van de ter zake bevoegde commissie draagt het Parlement een kandidaat voor voor het comité van zeven personen dat de geschiktheid van de kandidaten voor de functie van rechter of advocaat-generaal bij het Hof van Justitie en het Gerecht toetst. De bevoegde commissie kiest de voor te dragen kandidaat bij stemming met eenvoudige meerderheid. Daartoe stellen de coördinatoren van die commissie een lijst van kandidaten op.
Amendement 144
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 121
Artikel 121
Artikel 121
Benoeming van de leden van de Rekenkamer
Benoeming van de leden van de Rekenkamer
1.  De voor benoeming tot lid van de Rekenkamer voorgedragen kandidaten worden verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden te beantwoorden. De stemming in de commissie over elke voordracht afzonderlijk is geheim.
1.  De voor benoeming tot lid van de Rekenkamer voorgedragen kandidaten worden verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden te beantwoorden. De stemming in de commissie over elke voordracht afzonderlijk is geheim.
2.  De bevoegde commissie doet het Parlement een aanbeveling inzake de benoeming van de voorgedragen kandidaten in de vorm van een verslag dat voor elke voordracht een apart ontwerpbesluit bevat .
2.  De bevoegde commissie doet het Parlement een aanbeveling inzake de goedkeuring dan wel afwijzing van de voorgedragen kandidaat .
3.  De stemming ter plenaire vergadering vindt plaats binnen twee maanden na ontvangst van de voordracht, tenzij het Parlement op verzoek van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden anders besluit. Het Parlement stemt over elke voordracht bij geheime stemming en besluit bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen .
3.  De stemming ter plenaire vergadering vindt plaats binnen twee maanden na ontvangst van de voordracht, tenzij het Parlement op verzoek van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden anders besluit. Het Parlement stemt over elke voordracht bij geheime stemming.
4.  Indien het Parlement een negatief advies over een bepaalde voordracht uitbrengt, verzoekt de Voorzitter de Raad de voordracht in te trekken en het Parlement een nieuwe voordracht voor te leggen.
4.  Indien het Parlement een negatief advies over een bepaalde voordracht uitbrengt, verzoekt de Voorzitter de Raad de voordracht in te trekken en het Parlement een nieuwe voordracht voor te leggen.
Amendement 145
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 122
Artikel 122
Artikel 122
Benoeming van de directieleden van de Europese Centrale Bank
Benoeming van de directieleden van de Europese Centrale Bank
1.  De voor benoeming tot president van de Europese Centrale Bank voorgedragen kandidaat wordt verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden te beantwoorden.
1.  De voor benoeming tot president, vicepresident of lid van de directie van de Europese Centrale Bank voorgedragen kandidaat wordt verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden te beantwoorden.
2.  De bevoegde commissie doet het Parlement een aanbeveling inzake de goedkeuring dan wel afwijzing van de voorgedragen kandidaat.
2.  De bevoegde commissie doet het Parlement een aanbeveling inzake de goedkeuring dan wel afwijzing van de voorgedragen kandidaat.
3.  De stemming vindt plaats binnen twee maanden na ontvangst van de voordracht, tenzij het Parlement op verzoek van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden anders besluit.
3.  De stemming vindt plaats binnen twee maanden na ontvangst van de voordracht, tenzij het Parlement op verzoek van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden anders besluit. Het Parlement stemt over elke voordracht bij geheime stemming.
4.  Indien het Parlement een negatief advies uitbrengt, verzoekt de Voorzitter de Raad de voordracht in te trekken en het Parlement een nieuwe voordracht voor te leggen .
4.  Indien het Parlement een negatief advies over een voordracht uitbrengt, verzoekt de Voorzitter om intrekking van de voordracht en de voorlegging aan het Parlement van een nieuwe voordracht.
5.   Dezelfde procedure wordt toegepast voor de voor het vicepresidentschap en de functie van directielid van de Europese Centrale Bank voorgedragen kandidaten.
Amendement 146
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 122 bis (nieuw)
Artikel 122 bis
Benoemingen in de instanties voor economisch bestuur
1.   Dit artikel is van toepassing op de benoeming van:
–   de voorzitter en de vicevoorzitter van de raad van toezicht van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme;
–   de voorzitter, de vicevoorzitter en de voltijdse leden van de afwikkelingsraad van het Gemeenschappelijk Afwikkelingsmechanisme;
–   de voorzitters en uitvoerend directeuren van de Europese toezichthoudende autoriteiten (Europese Bankautoriteit, Europese Autoriteit voor effecten en markten, Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), en
–   de algemeen directeur en de adjunct-algemeen directeur van het Europees Fonds voor strategische investeringen.
2.   Elke kandidaat wordt verzocht om voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden te beantwoorden.
3.   De bevoegde commissie doet het Parlement voor elke voordracht een aanbeveling.
4.   De stemming vindt plaats binnen twee maanden na ontvangst van de voordracht, tenzij het Parlement op verzoek van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden anders besluit. Het Parlement besluit over elke benoeming bij geheime stemming.
5.   Indien het Parlement een negatief advies over een voordracht uitbrengt, verzoekt de Voorzitter om intrekking van de voordracht en de voorlegging aan het Parlement van een nieuwe voordracht.
Amendement 147
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 123
Artikel 123
Artikel 123
Verklaringen van Commissie, Raad en Europese Raad
Verklaringen van Commissie, Raad en Europese Raad
1.  De leden van de Commissie, de Raad en de Europese Raad kunnen de Voorzitter van het Parlement te allen tijde verzoeken hun het woord te verlenen voor een verklaring. De voorzitter van de Europese Raad legt na elke bijeenkomst van de Europese Raad een verklaring af. De Voorzitter van het Parlement besluit wanneer deze verklaring kan worden afgelegd en of een dergelijke verklaring wordt gevolgd door een uitvoerig debat, dan wel of de leden gedurende dertig minuten beknopte en nauwkeurig geformuleerde vragen mogen stellen.
1.  De leden van de Commissie, de Raad en de Europese Raad kunnen de Voorzitter van het Parlement te allen tijde verzoeken hun het woord te verlenen voor een verklaring. De voorzitter van de Europese Raad legt na elke bijeenkomst van de Europese Raad een verklaring af. De Voorzitter van het Parlement besluit wanneer deze verklaring kan worden afgelegd en of een dergelijke verklaring wordt gevolgd door een uitvoerig debat, dan wel of de leden gedurende dertig minuten beknopte en nauwkeurig geformuleerde vragen mogen stellen.
2.  Wanneer een verklaring met debat op de agenda wordt ingeschreven, besluit het Parlement of het een resolutie tot besluit van het debat zal aannemen; een dergelijk besluit is evenwel niet mogelijk, indien in dezelfde of de volgende vergaderperiode een verslag over hetzelfde onderwerp wordt behandeld, tenzij de Voorzitter om uitzonderlijke redenen een ander voorstel doet. Indien het Parlement besluit een resolutie tot besluit van het debat aan te nemen, kunnen een commissie, fractie of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen.
2.  Wanneer een verklaring met debat op de agenda wordt ingeschreven, besluit het Parlement of het een resolutie tot besluit van het debat zal aannemen; een dergelijk besluit is evenwel niet mogelijk, indien in dezelfde of de volgende vergaderperiode een verslag over hetzelfde onderwerp wordt behandeld, tenzij de Voorzitter om uitzonderlijke redenen een ander voorstel doet. Indien het Parlement besluit een resolutie tot besluit van het debat aan te nemen, kunnen een commissie, fractie of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen.
3.  De ontwerpresoluties worden nog dezelfde dag in stemming gebracht. Over eventuele uitzonderingen op deze regel beslist de Voorzitter. Stemverklaringen zijn toegestaan.
3.  De ontwerpresoluties worden bij de eerstvolgende stemming in stemming gebracht. Over eventuele uitzonderingen op deze regel beslist de Voorzitter. Stemverklaringen zijn toegestaan.
4.  Een gezamenlijke ontwerpresolutie vervangt de eerder door de ondertekenaars ingediende ontwerpresoluties, maar niet die welke door andere commissies, fracties of leden zijn ingediend.
4.  Een gezamenlijke ontwerpresolutie vervangt de eerder door de ondertekenaars ingediende ontwerpresoluties, maar niet die welke door andere commissies, fracties of leden zijn ingediend.
4 bis.   Wordt een gezamenlijke ontwerpresolutie ingediend door fracties die een duidelijke meerderheid vertegenwoordigen, dan kan de Voorzitter die ontwerpresolutie als eerste in stemming brengen.
5.  Wanneer een ontwerpresolutie is aangenomen, kunnen geen andere ontwerpresoluties meer in stemming worden gebracht, tenzij de Voorzitter bij uitzondering anders beslist.
5.  Wanneer een ontwerpresolutie is aangenomen, kunnen geen andere ontwerpresoluties meer in stemming worden gebracht, tenzij de Voorzitter bij uitzondering anders beslist.
5 bis.   Een ontwerpresolutie, ingediend overeenkomstig lid 2 of artikel 135, lid 2, kan door de indiener(s) vóór de eindstemming worden ingetrokken.
5 ter.   Een ingetrokken ontwerpresolutie kan door een fractie, een commissie dan wel hetzelfde aantal leden dat voor de indiening ervan vereist is, worden overgenomen en onmiddellijk opnieuw worden ingediend. Lid 5 bis en dit lid zijn ook van toepassing op resoluties die overeenkomstig de artikelen 105 en 106 zijn ingediend.
Amendement 148
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 124
Artikel 124
Artikel 124
Toelichting van de Commissie op haar besluiten
Toelichting van de Commissie op haar besluiten
De Voorzitter kan, na raadpleging van de Conferentie van voorzitters, de voorzitter van de Commissie, de voor de betrekkingen met het Parlement verantwoordelijke commissaris, of, na overleg, een andere commissaris, verzoeken na elke vergadering van de Commissie voor het Parlement een verklaring af te leggen waarin de belangrijkste besluiten worden toegelicht. Een dergelijke verklaring wordt gevolgd door een debat van ten minste dertig minuten, waarin de leden beknopte en nauwkeurig geformuleerde vragen mogen stellen.
De Voorzitter verzoekt de voorzitter van de Commissie, de voor de betrekkingen met het Parlement verantwoordelijke commissaris, of, na overleg, een andere commissaris, na elke vergadering van de Commissie voor het Parlement een verklaring af te leggen waarin de belangrijkste besluiten worden toegelicht, tenzij de Conferentie van voorzitters om redenen van tijdsplanning of vanwege de relatieve politieke relevantie van het onderwerp besluit dat dit niet nodig is . Een dergelijke verklaring wordt gevolgd door een debat van ten minste dertig minuten, waarin de leden beknopte en nauwkeurig geformuleerde vragen mogen stellen.
Amendement 149
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 125
Artikel 125
Artikel 125
Verklaringen van de Rekenkamer
Verklaringen van de Rekenkamer
1.  De voorzitter van de Rekenkamer kan in het kader van de kwijtingsprocedure of van activiteiten van het Parlement in verband met de begrotingscontrole, worden verzocht het woord te voeren om de opmerkingen in het jaarverslag, in speciale verslagen of in adviezen van de Rekenkamer, alsook het werkprogramma van de Rekenkamer toe te lichten.
1.  De voorzitter van de Rekenkamer kan in het kader van de kwijtingsprocedure of van activiteiten van het Parlement in verband met de begrotingscontrole, worden verzocht een verklaring af te leggen om de opmerkingen in het jaarverslag, in speciale verslagen of in adviezen van de Rekenkamer, alsook het werkprogramma van de Rekenkamer toe te lichten.
2.  Het Parlement kan besluiten over iedere kwestie die in zulke verklaringen aan de orde is gekomen een apart debat te houden, waaraan wordt deelgenomen door de Commissie en de Raad, in het bijzonder wanneer onregelmatigheden bij het financieel beheer zijn geconstateerd.
2.  Het Parlement kan besluiten over iedere kwestie die in zulke verklaringen aan de orde is gekomen een apart debat te houden, waaraan wordt deelgenomen door de Commissie en de Raad, in het bijzonder wanneer onregelmatigheden bij het financieel beheer zijn geconstateerd.
Amendement 150
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 126
Artikel 126
Artikel 126
Verklaringen van de Europese Centrale Bank
Verklaringen van de Europese Centrale Bank
1.  De president van de Europese Centrale Bank licht het jaarverslag van de ECB over de werkzaamheden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en het monetair beleid in het afgelopen en lopende jaar in het Parlement toe.
1.  De president van de Europese Centrale Bank wordt verzocht het jaarverslag van de ECB over de werkzaamheden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en het monetair beleid in het afgelopen en lopende jaar in het Parlement toe te lichten .
2.  Deze toelichting wordt gevolgd door een algemeen debat.
2.  Deze toelichting wordt gevolgd door een algemeen debat.
3.  De president van de Europese Centrale Bank wordt verzocht ten minste viermaal per jaar vergaderingen van de bevoegde commissie bij te wonen om een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.
3.  De president van de Europese Centrale Bank wordt verzocht ten minste viermaal per jaar vergaderingen van de bevoegde commissie bij te wonen om een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.
4.  De president, vicepresident en overige leden van de directie van de Europese Centrale Bank wonen op verzoek van het Parlement of op eigen verzoek ook andere vergaderingen bij.
4.  De president, vicepresident en overige leden van de directie van de Europese Centrale Bank wonen op verzoek van het Parlement of op eigen verzoek ook andere vergaderingen bij.
5.  Van de vergaderingen als bedoeld in de leden 3 en 4 wordt een volledig verslag in de officiële talen opgesteld.
5.  Van de vergaderingen als bedoeld in de leden 3 en 4 wordt een volledig verslag opgesteld.
Amendement 151
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 127
Artikel 127
Schrappen
Aanbeveling betreffende de globale richtsnoeren voor het economisch beleid
1.   De aanbeveling van de Commissie betreffende de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en van de Unie wordt verwezen naar de bevoegde commissie, die hierover verslag uitbrengt aan het Parlement.
2.   De Raad wordt verzocht het Parlement in kennis te stellen van de inhoud van zijn aanbeveling en van het standpunt van de Europese Raad.
Amendement 152
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 128
Artikel 128
Artikel 128
Vragen met verzoek om mondeling antwoord gevolgd door een debat
Vragen met verzoek om mondeling antwoord gevolgd door een debat
1.  Een commissie, fractie of ten minste veertig leden kunnen de Raad of de Commissie vragen stellen met het verzoek deze op de agenda van het Parlement in te schrijven.
1.  Een commissie, fractie of ten minste veertig leden kunnen de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid vragen stellen met het verzoek deze op de agenda van het Parlement in te schrijven.
De vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter, die deze onverwijld aan de Conferentie van voorzitters voorlegt.
De vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter, die deze onverwijld aan de Conferentie van voorzitters voorlegt.
De Conferentie van voorzitters beslist of en in welke volgorde de vragen op de agenda worden ingeschreven. Vragen die binnen drie maanden na indiening niet op de agenda van het Parlement zijn ingeschreven, komen te vervallen.
De Conferentie van voorzitters beslist of de vragen op de ontwerpagenda worden ingeschreven overeenkomstig de procedure van artikel 149 . Vragen die binnen drie maanden na indiening niet op de ontwerpagenda van het Parlement zijn ingeschreven, komen te vervallen.
2.  Een vraag aan de Commissie moet ten minste één week, een vraag aan de Raad ten minste drie weken vóór de vergadering waarin zij moet worden behandeld, aan de betrokken instelling toegezonden zijn.
2.  Een vraag aan de Commissie of aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid moet ten minste één week, een vraag aan de Raad ten minste drie weken vóór de vergadering waarin zij moet worden behandeld, aan de adressaat toegezonden zijn.
3.  De in lid 2 vermelde termijn is niet van toepassing op de in artikel  42 van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde aangelegenheden. De Raad antwoordt binnen de termijn die nodig is om het Parlement op passende wijze op de hoogte te stellen.
3.  Wanneer een vraag betrekking heeft op het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, zijn de in lid 2 vermelde termijnen niet van toepassing en moet het antwoord worden gegeven binnen de termijn die nodig is om het Parlement op passende wijze op de hoogte te stellen.
4.  De vraagsteller beschikt over vijf minuten om de vraag toe te lichten . Een lid van de betrokken instelling geeft antwoord.
4.  De vraagsteller kan de vraag toelichten . De adressaat geeft antwoord.
De vraagsteller heeft het recht genoemde spreektijd volledig te benutten.
5.  Voor het overige is het bepaalde in artikel 123, leden  2 t/m 5, van overeenkomstige toepassing.
5.  Het bepaalde in artikel 123, leden 2 t/m 5 ter , betreffende de indiening van en stemming over ontwerpresoluties is van overeenkomstige toepassing.
Amendement 153
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 129
Artikel 129
Artikel 129
Vragenuur
Vragenuur
1.  Tijdens elke vergaderperiode wordt gedurende 90 minuten een vragenuur met de Commissie gehouden over een of meer specifieke horizontale thema's die een maand van tevoren door de Conferentie van voorzitters worden vastgesteld.
1.  Tijdens elke vergaderperiode kan gedurende 90 minuten een vragenuur met de Commissie worden gehouden over een of meer specifieke horizontale thema's die een maand van tevoren door de Conferentie van voorzitters worden vastgesteld.
2.  De commissarissen die door de Conferentie van voorzitters worden uitgenodigd, beheren een portefeuille die verband houdt met het specifieke horizontale thema of de specifieke horizontale thema's waarover vragen kunnen worden gesteld. Het aantal commissarissen wordt beperkt tot twee per vergaderperiode, met de mogelijkheid om afhankelijk van het specifieke horizontale thema of de specifieke horizontale thema's van het vragenuur een derde commissaris uit te nodigen.
2.  De commissarissen die door de Conferentie van voorzitters worden uitgenodigd, beheren een portefeuille die verband houdt met het specifieke horizontale thema of de specifieke horizontale thema's waarover vragen kunnen worden gesteld. Het aantal commissarissen wordt beperkt tot twee per vergaderperiode, met de mogelijkheid om afhankelijk van het specifieke horizontale thema of de specifieke horizontale thema's van het vragenuur een derde commissaris uit te nodigen.
3.  Het vragenuur verloopt volgens een lotingssysteem waarvan de bijzonderheden in een bijlage 17 bij dit Reglement omschreven zijn.
4.  Overeenkomstig de door de Conferentie van voorzitters vastgestelde richtsnoeren kunnen specifieke vragenuren met de Raad, de voorzitter van de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de voorzitter van de Eurogroep worden gehouden.
4.  Overeenkomstig de door de Conferentie van voorzitters vastgestelde richtsnoeren kunnen specifieke vragenuren met de Raad, de voorzitter van de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de voorzitter van de Eurogroep worden gehouden.
4 bis.   Het vragenuur wordt niet specifiek op voorhand ingedeeld. De Voorzitter zorgt er voor zover mogelijk voor dat leden met verschillende politieke opvattingen en uit verschillende lidstaten in de gelegenheid worden gesteld om beurtelings een vraag te stellen.
4 ter.   Het lid krijgt een minuut de tijd om de vraag te formuleren en de commissaris krijgt twee minuten om deze te beantwoorden. Het lid mag een aanvullende vraag van 30 seconden stellen die rechtstreeks verband houdt met de hoofdvraag. De commissaris krijgt vervolgens twee minuten de tijd voor een aanvullend antwoord.
De vragen en aanvullende vragen dienen rechtstreeks verband te houden met het specifieke horizontale thema dat overeenkomstig lid 1 is vastgesteld. De Voorzitter kan uitspraak doen over de ontvankelijkheid ervan.
__________________
17 Zie bijlage II.
Amendement 154
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 130
Artikel 130
Artikel 130
Vragen met verzoek om schriftelijk antwoord
Vragen met verzoek om schriftelijk antwoord
1.  Elk lid kan overeenkomstig de in een bijlage bij dit Reglement neergelegde criteria18 de voorzitter van de Europese Raad, de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid vragen stellen met verzoek om schriftelijk antwoord.Voor de inhoud van de vragen zijn uitsluitend de vraagstellers verantwoordelijk.
1.  Elk lid kan overeenkomstig de in een bijlage bij dit Reglement neergelegde criteria18 de voorzitter van de Europese Raad, de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid vragen stellen met verzoek om schriftelijk antwoord. Voor de inhoud van de vragen zijn uitsluitend de vraagstellers verantwoordelijk.
2.  De vragen worden ingediend bij de Voorzitter. Bij twijfel beslist de Voorzitter over de ontvankelijkheid van een vraag. De beslissing van de Voorzitter wordt niet alleen op grond van de bepalingen van de in lid 1 bedoelde bijlage, maar op grond van de bepalingen van het Reglement in het algemeen genomen. De vraagsteller wordt van de beslissing van de Voorzitter in kennis gesteld.
2.  De vragen worden ingediend bij de Voorzitter. Bij twijfel beslist de Voorzitter over de ontvankelijkheid van een vraag. De beslissing van de Voorzitter wordt niet alleen op grond van de bepalingen van de in lid 1 bedoelde bijlage, maar op grond van de bepalingen van het Reglement in het algemeen genomen. De vraagsteller wordt van de gemotiveerde beslissing van de Voorzitter in kennis gesteld.
3.  De vragen worden in elektronische vorm ingediend. Elk lid mag ten hoogste vijf vragen per maand stellen.
3.  De vragen worden in elektronische vorm ingediend. Elk lid mag ten hoogste twintig vragen per voortschrijdende periode van drie maanden stellen.
Bij uitzondering mogen aanvullende vragen worden gesteld, die in papieren vorm en door het betrokken lid persoonlijk ondertekend bij de desbetreffende dienst worden ingediend.
Na het verstrijken van het eerste jaar van de achtste zittingsperiode voert de Conferentie van voorzitters een evaluatie uit van de regeling voor de aanvullende vragen.
De uitdrukking "bij uitzondering" wordt in die zin geïnterpreteerd dat de aanvullende vraag een dringende aangelegenheid betreft en de indiening ervan niet kan wachten tot de daaropvolgende maand. Daarnaast moet het aantal van de uit hoofde van artikel 130, lid 3, tweede alinea, ingediende vragen onder de norm van vijf vragen per maand liggen.
3 bis.   Een vraag kan worden ondersteund door andere leden dan de steller. Dergelijke vragen worden alleen meegerekend voor het maximale aantal vragen van de vraagsteller en niet dat van de leden die zij ondersteunen.
4.  Kan een vraag niet binnen de gestelde termijn worden beantwoord, dan wordt zij op verzoek van de steller op de agenda van de volgende vergadering van de bevoegde commissie geplaatst. Artikel 129 is van overeenkomstige toepassing.
4.  Kan een vraag door de adressaat niet binnen drie weken (vraag met voorrang) of zes weken (vraag zonder voorrang) na toezending aan de adressaat worden beantwoord, dan kan zij op verzoek van de vraagsteller op de agenda van de volgende vergadering van de bevoegde commissie worden geplaatst.
Aangezien de voorzitter van een parlementaire commissie uit hoofde van artikel 206, lid 1, gerechtigd is een vergadering van de commissie bijeen te roepen, is het aan de voorzitter om, ter wille van een goed verloop van de vergadering, de ontwerpagenda van de vergadering die hij bijeenroept te bepalen. Deze bevoegdheid doet niets af aan de verplichting ingevolge artikel 130, lid 4, om een schriftelijke vraag op verzoek van de vraagsteller op de ontwerpagenda van de volgende vergadering van de commissie te plaatsen. De voorzitter beschikt wel over de discretionaire bevoegdheid om, met inachtneming van de politieke prioriteiten, voorstellen te doen inzake de volgorde van de werkzaamheden van de vergadering, alsook inzake de procedurele aspecten (bijvoorbeeld een procedure zonder debat met eventueel goedkeuring van een besluit over het verdere verloop van de zaak, of een aanbeveling om de behandeling van het punt tot een volgende vergadering uit te stellen).
5.  Vragen die onmiddellijke beantwoording, doch geen grondig onderzoek vereisen (vragen met voorrang), worden binnen drie weken na toezending aan de adressaten beantwoord. Elk lid mag eenmaal per maand een vraag met voorrang stellen.
5.  Elk lid mag eenmaal per maand een vraag met voorrang stellen.
De overige vragen (vragen zonder voorrang) worden binnen zes weken na toezending aan de adressaten beantwoord.
6.  De vragen worden met de antwoorden op de website van het Parlement gepubliceerd.
6.  De vragen worden met de antwoorden, alsook met eventuele bijbehorende bijlagen, op de website van het Parlement gepubliceerd.
__________________
__________________
18 Zie bijlage III.
18 Zie bijlage III.
Amendement 295
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 130 bis (nieuw)
Artikel 130 bis
Beperkte interpellaties met verzoek om schriftelijk antwoord
1.  Door middel van beperkte interpellaties, bestaande uit vragen met verzoek om schriftelijk antwoord, kan de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid door een commissie, een fractie of ten minste vijf procent van de leden van het Parlement worden verzocht informatie te verstrekken over een specifiek aangewezen kwestie.
Dergelijke vragen worden ingediend bij de Voorzitter die, mits de vragen in overeenstemming zijn met het Reglement in het algemeen en met de in een bijlage bij dit Reglement 1bis vastgestelde criteria in het bijzonder, de adressaat vraagt binnen twee weken te antwoorden. De Voorzitter kan deze termijn in overleg met de vraagstellers verlengen.
2.  Vragen worden met de antwoorden op de website van het Parlement gepubliceerd.
____________________________
1bis Zie bijlage III.
Amendement 296
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 130 ter (nieuw)
Artikel 130 ter
Uitgebreide interpellaties met verzoek om schriftelijk antwoord en debat
1.  Door middel van uitgebreide interpellaties, bestaande uit vragen met verzoek om schriftelijk antwoord en debat, kunnen door een commissie, een fractie of ten minste vijf procent van de leden van het Europees Parlement vragen worden voorgelegd aan de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. Vragen kunnen een korte toelichting bevatten.
Dergelijke vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter, die, mits de vragen in overeenstemming zijn met het Reglement in het algemeen en met de in een bijlage bij dit Reglement 1bis vastgestelde criteria in het bijzonder, de adressaat onmiddellijk op de hoogte stelt van de vraag en deze verzoekt mee te delen of en wanneer de vraag zal worden beantwoord;
2.  Na ontvangst van het schriftelijk antwoord wordt de uitgebreide interpellatie op de ontwerpagenda van het Parlement geplaatst overeenkomstig de procedure van artikel 149. Indien een commissie, een fractie of ten minste vijf procent van de leden van het Parlement hierom verzoekt, dient er een debat plaats te vinden.
3.  Indien de adressaat weigert op de vraag te antwoorden of verzuimt dit binnen drie weken te doen, wordt de vraag op de ontwerpagenda geplaatst. Indien een commissie, een fractie of ten minste vijf procent van de leden van het Parlement hierom verzoekt, dient er een debat plaats te vinden. Voorafgaand aan het debat kan een van de vraagstellers worden toegestaan aanvullende redenen voor de vraag te vermelden.
4.  Een van de vraagstellers kan de vraag toelichten. Een lid van de betrokken instelling geeft antwoord.
Artikel 123, leden 2 t/m 5, betreffende de indiening van en stemming over ontwerpresoluties, is van overeenkomstige toepassing.
5.  Vragen worden met de antwoorden op de website van het Parlement gepubliceerd.
____________________________
1bis Zie bijlage III.
Amendement 155
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 131
Artikel 131
Artikel 131
Vragen met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Europese Centrale Bank
Vragen met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Europese Centrale Bank
1.  Elk lid kan in overeenstemming met de in een bijlage bij dit Reglement neergelegde criteria per maand ten hoogste zes vragen met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Europese Centrale Bank stellen19 . Voor de inhoud van de vragen zijn uitsluitend de vraagstellers verantwoordelijk.
1.  Elk lid kan in overeenstemming met de in een bijlage bij dit Reglement neergelegde criteria per maand ten hoogste zes vragen met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Europese Centrale Bank stellen19 . Voor de inhoud van de vragen zijn uitsluitend de vraagstellers verantwoordelijk.
2.  De vragen worden schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de bevoegde commissie, die de Europese Centrale Bank ervan in kennis stelt. Bij twijfel beslist de voorzitter over de ontvankelijkheid van een vraag. De vraagsteller wordt van de beslissing van de voorzitter in kennis gesteld.
2.  De vragen worden schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de bevoegde commissie, die de Europese Centrale Bank ervan in kennis stelt. Bij twijfel beslist de voorzitter over de ontvankelijkheid van een vraag. De vraagsteller wordt van de beslissing van de voorzitter in kennis gesteld.
3.  De vragen worden met de antwoorden op de website van het Parlement gepubliceerd.
3.  De vragen worden met de antwoorden op de website van het Parlement gepubliceerd.
4.  Kan een vraag niet binnen de gestelde termijn worden beantwoord, dan wordt zij op verzoek van de vraagsteller op de agenda van de volgende vergadering van de bevoegde commissie met de president van de Europese Centrale Bank geplaatst.
4.  Kan een vraag niet binnen zes weken worden beantwoord, dan kan zij op verzoek van de vraagsteller op de agenda van de volgende vergadering van de bevoegde commissie met de president van de Europese Centrale Bank worden geplaatst.
__________________
_________________
19 Zie bijlage III.
19 Zie bijlage III.
Amendement 156
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 131 bis (nieuw)
Artikel 131 bis
Vragen met verzoek om schriftelijk antwoord betreffende het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme en het Gemeenschappelijk Afwikkelingsmechanisme
1.   Artikel 131, leden 1, 2 en 3, is van overeenkomstige toepassing op vragen met verzoek om schriftelijk antwoord betreffende het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme en het Gemeenschappelijk Afwikkelingsmechanisme. Het aantal dergelijke vragen wordt in mindering gebracht op het in artikel 131, lid 1 bedoelde maximum van zes vragen.
2.   Is een vraag niet binnen vijf weken beantwoord, dan kan deze op verzoek van de vraagsteller op de agenda van de volgende vergadering van de bevoegde commissie met de voorzitter van de raad van de adressaat worden geplaatst.
Amendement 157
Reglement van het Europees Parlement
Titel V – hoofdstuk 4 – titel
VERSLAGEN VAN ANDERE INSTELLINGEN
VERSLAGEN VAN ANDERE INSTELLINGEN EN ORGANEN
Amendement 158
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 132
Artikel 132
Artikel 132
Jaarverslagen en andersoortige verslagen van andere instellingen
Jaarverslagen en andersoortige verslagen van andere instellingen of organen
1.  Jaarverslagen en andersoortige verslagen van andere instellingen ten aanzien waarvan de Verdragen in raadpleging van het Europees Parlement voorzien of ten aanzien waarvan op grond van andere wettelijke bepalingen een advies van het Parlement vereist is, worden behandeld op basis van een verslag dat wordt voorgelegd aan de plenaire vergadering.
1.  Jaarverslagen en andersoortige verslagen van andere instellingen of organen ten aanzien waarvan de Verdragen in raadpleging van het Europees Parlement voorzien of ten aanzien waarvan op grond van andere wettelijke bepalingen een advies van het Parlement vereist is, worden behandeld op basis van een verslag dat wordt voorgelegd aan de plenaire vergadering.
2.  Niet onder lid 1 vallende jaarverslagen en andersoortige verslagen van andere instellingen worden naar de bevoegde commissie verwezen, die vervolgens kan voorstellen verslag overeenkomstig artikel 52 op te stellen.
2.  Niet onder lid 1 vallende jaarverslagen en andersoortige verslagen van andere instellingen of organen worden naar de bevoegde commissie verwezen, die deze behandelt en vervolgens een korte ontwerpresolutie aan de plenaire vergadering kan voorleggen of kan voorstellen een verslag overeenkomstig artikel 52 op te stellen indien zij van mening is dat het Parlement een standpunt dient in te nemen over een belangrijk onderwerp dat in het verslag aan bod komt .
Amendement 159
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 133
Artikel 133
Artikel 133
Ontwerpresoluties
Ontwerpresoluties
1.  Elk lid kan een ontwerpresolutie indienen over een onderwerp dat binnen het kader van de werkzaamheden van de Europese Unie valt.
1.  Elk lid kan een ontwerpresolutie indienen over een onderwerp dat binnen het kader van de werkzaamheden van de Europese Unie valt.
Een dergelijke ontwerpresolutie mag niet langer zijn dan 200 woorden.
Een dergelijke ontwerpresolutie mag niet langer zijn dan 200 woorden.
1 bis.   De inhoud van een dergelijke ontwerpresolutie mag:
–   geen besluit omvatten inzake aangelegenheden waarvoor andere specifieke procedures en bevoegdheden zijn neergelegd in dit Reglement, met name artikel 46, of
–   niet ingaan op aangelegenheden die onder lopende procedures in het Parlement vallen.
1 ter.   Elk lid mag niet meer dan één dergelijke ontwerpresolutie per maand indienen.
1 quater.  De ontwerpresolutie wordt voorgelegd aan de Voorzitter, die nagaat of de resolutie de van toepassing zijnde criteria vervult. Als de Voorzitter de ontwerpresolutie ontvankelijk verklaart, maakt hij dat ter plenaire vergadering bekend en verwijst hij de ontwerpresolutie naar de bevoegde commissie.
2.  De bevoegde commissie besluit over de procedure.
2.  De bevoegde commissie besluit over de procedure, met inbegrip van het combineren van de ontwerpresolutie met andere ontwerpresoluties of verslagen, het goedkeuren van een advies, eventueel in briefvorm, of het opstellen van een verslag overeenkomstig artikel 52. Ook kan de bevoegde commissie besluiten geen opvolging te geven aan de ontwerpresolutie .
Zij kan de ontwerpresolutie met andere ontwerpresoluties of verslagen combineren.
Zij kan besluiten een advies, eventueel in briefvorm, op te stellen.
Zij kan besluiten een verslag overeenkomstig artikel 52 op te stellen.
3.  De indiener van een ontwerpresolutie wordt van de besluiten van de commissie en de Conferentie van voorzitters op de hoogte gesteld.
3.  De indiener van een ontwerpresolutie wordt van de besluiten van de Voorzitter, de commissie en de Conferentie van voorzitters op de hoogte gesteld.
4.  De ontwerpresolutie wordt in het verslag opgenomen.
4.  De ontwerpresolutie wordt in het verslag opgenomen.
5.  Adviezen in de vorm van een brief aan andere instellingen van de Europese Unie worden door de Voorzitter verzonden.
5.  Adviezen in de vorm van een brief aan andere instellingen van de Europese Unie worden door de Voorzitter verzonden.
6.   Een ontwerpresolutie, ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, artikel 128, lid 5, of artikel 135, lid 2, kan door de indiener(s) vóór de eindstemming worden ingetrokken.
7.  Een overeenkomstig lid 1 ingediende ontwerpresolutie kan door de indiener(s) of de eerste ondertekenaar worden ingetrokken, alvorens de bevoegde commissie overeenkomstig lid 2 besluit hierover een verslag op te stellen.
7.  Een overeenkomstig lid 1 ingediende ontwerpresolutie kan door de indiener(s) of de eerste ondertekenaar worden ingetrokken, alvorens de bevoegde commissie overeenkomstig lid 2 besluit hierover een verslag op te stellen.
Zodra de ontwerpresolutie als zodanig door de commissie is overgenomen, is zij de enige die deze nog kan intrekken, en wel voordat de eindstemming begint.
Zodra de ontwerpresolutie als zodanig door de commissie is overgenomen, is zij de enige die deze nog kan intrekken, en wel voordat de eindstemming begint.
8.   Een ingetrokken ontwerpresolutie kan door een fractie, een commissie dan wel hetzelfde aantal leden dat voor de indiening ervan vereist is, onmiddellijk worden overgenomen en opnieuw worden ingediend.
De commissies dragen er zorg voor dat aan overeenkomstig dit artikel ingediende ontwerpresoluties die beantwoorden aan de gestelde eisen, gevolg wordt gegeven en dat zij in de documenten die naar aanleiding hiervan worden opgesteld, naar behoren worden vermeld.
Amendement 160
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 134
Artikel 134
Schrappen
Aanbevelingen aan de Raad
1.  Een fractie of ten minste veertig leden kunnen een ontwerpaanbeveling aan de Raad indienen met betrekking tot de in titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie behandelde onderwerpen of ingeval het Parlement niet is geraadpleegd over een onder artikel 108 of 109 vallende internationale overeenkomst.
2.   Deze ontwerpaanbevelingen worden voor behandeling naar de bevoegde commissie verwezen.
In voorkomend geval legt de bevoegde commissie de zaak aan het Parlement voor overeenkomstig de daartoe in het Reglement neergelegde procedures.
3.   Wanneer zij verslag uitbrengt, legt de bevoegde commissie het Parlement een ontwerpaanbeveling aan de Raad voor, tezamen met een korte toelichting en in voorkomend geval de adviezen van de medeadviserende commissies.
Voor de toepassing van dit lid is geen voorafgaande toestemming van de Conferentie van voorzitters vereist.
4.  Artikel 113 is van toepassing.
Amendement 161
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 135
Artikel 135
Artikel 135
Debatten over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
Debatten over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
1.  Een commissie, een interparlementaire delegatie, een fractie of ten minste veertig leden kunnen de Voorzitter schriftelijk verzoeken over een dringend geval van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat een debat te houden (artikel 149, lid 3) .
1.  Een commissie, een interparlementaire delegatie, een fractie of ten minste veertig leden kunnen de Voorzitter schriftelijk verzoeken over een dringend geval van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat een debat te houden.
2.  De Conferentie van voorzitters stelt, op basis van de in lid 1 bedoelde verzoeken en overeenkomstig de bepalingen in bijlage IV, een lijst van onderwerpen voor de definitieve ontwerpagenda op met het oog op het eerstvolgende debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat. Er mogen in totaal niet meer dan drie onderwerpen of rubrieken op de agenda worden ingeschreven.
2.  De Conferentie van voorzitters stelt, op basis van de in lid 1 bedoelde verzoeken en overeenkomstig de bepalingen in bijlage IV, een lijst van onderwerpen voor de definitieve ontwerpagenda op met het oog op het eerstvolgende debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat. Er mogen in totaal niet meer dan drie onderwerpen of rubrieken op de agenda worden ingeschreven.
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 152 kan het Parlement besluiten een voor het debat op genoemde lijst opgenomen onderwerp te schrappen en te vervangen door een niet opgenomen onderwerp. Ontwerpresoluties over de gekozen onderwerpen moeten uiterlijk op de avond van de dag van aanneming van de agenda ingediend zijn ; de Voorzitter stelt de precieze termijn voor de indiening van de desbetreffende ontwerpresoluties vast.
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 152 kan het Parlement besluiten een voor het debat op genoemde lijst opgenomen onderwerp te schrappen en te vervangen door een niet opgenomen onderwerp. Ontwerpresoluties over de gekozen onderwerpen kunnen uiterlijk op de avond van de dag van aanneming van de agenda worden ingediend door een commissie, een fractie of ten minste veertig leden ; de Voorzitter stelt de precieze termijn voor de indiening van de desbetreffende ontwerpresoluties vast.
3.  In het licht van een totale duur van ten hoogste zestig minuten per vergaderperiode voor deze debatten, wordt de totale spreektijd voor de fracties en de niet-fractiegebonden leden overeenkomstig artikel 162, leden 4 en 5, verdeeld.
3.  In het licht van een totale duur van ten hoogste zestig minuten per vergaderperiode voor deze debatten, wordt de totale spreektijd voor de fracties en de niet-fractiegebonden leden overeenkomstig artikel 162, leden 4 en 5, verdeeld.
De spreektijd die overblijft na aftrek van de voor de toelichting van de ontwerpresoluties en de stemmingen benodigde tijd alsmede van de eventueel voor de Commissie en de Raad overeengekomen spreektijd, wordt over de fracties en de niet-fractiegebonden leden verdeeld.
De spreektijd die overblijft na aftrek van de voor de toelichting van de ontwerpresoluties benodigde tijd alsmede van de eventueel voor de Commissie en de Raad overeengekomen spreektijd, wordt over de fracties en de niet-fractiegebonden leden verdeeld.
4.  Aan het einde van het debat wordt onmiddellijk gestemd. Artikel 183 vindt daarbij geen toepassing.
4.  Aan het einde van het debat wordt onmiddellijk gestemd. Artikel 183 betreffende stemverklaringen vindt daarbij geen toepassing.
Stemmingen die overeenkomstig dit artikel plaatsvinden, kunnen onder de verantwoordelijkheid van de Voorzitter en de Conferentie van voorzitters worden gebundeld.
Stemmingen die overeenkomstig dit artikel plaatsvinden, kunnen onder de verantwoordelijkheid van de Voorzitter en de Conferentie van voorzitters worden gebundeld.
5.  Indien over hetzelfde onderwerp twee of meer ontwerpresoluties zijn ingediend, wordt de in artikel 123, lid  4, bedoelde procedure toegepast.
5.  Indien over hetzelfde onderwerp twee of meer ontwerpresoluties zijn ingediend, wordt de in artikel 123, leden  4 en 4 bis , bedoelde procedure toegepast.
6.  De Voorzitter en de fractievoorzitters kunnen besluiten dat zonder debat over een ontwerpresolutie wordt gestemd. Voor een dergelijk besluit is eenstemmigheid van de fractievoorzitters vereist.
6.  De Voorzitter en de fractievoorzitters kunnen besluiten dat zonder debat over een ontwerpresolutie wordt gestemd. Voor een dergelijk besluit is eenstemmigheid van de fractievoorzitters vereist.
Het bepaalde in de artikelen 187, 188 en 190 is niet van toepassing op ontwerpresoluties die op de agenda voor een debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat ingeschreven staan.
Het bepaalde in de artikelen 187 en 188 is niet van toepassing op ontwerpresoluties die op de agenda voor een debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat ingeschreven staan.
De ontwerpresoluties voor een debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat worden pas ingediend nadat de lijst van onderwerpen is aangenomen. Ontwerpresoluties die niet in het voor dit debat uitgetrokken tijdsbestek kunnen worden behandeld, komen te vervallen. Hetzelfde geldt voor de ontwerpresoluties ten aanzien waarvan ingevolge een verzoek overeenkomstig artikel 168, lid 3, werd vastgesteld dat het quorum niet was bereikt. De leden hebben het recht deze ontwerpresoluties opnieuw in te dienen om overeenkomstig artikel 133 voor behandeling naar een commissie te worden verwezen, dan wel om op de agenda voor het debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat van de volgende vergaderperiode te worden ingeschreven.
De ontwerpresoluties voor een debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat worden pas ingediend nadat de lijst van onderwerpen is aangenomen. Ontwerpresoluties die niet in het voor dit debat uitgetrokken tijdsbestek kunnen worden behandeld, komen te vervallen. Hetzelfde geldt voor de ontwerpresoluties ten aanzien waarvan ingevolge een verzoek overeenkomstig artikel 168, lid 3, werd vastgesteld dat het quorum niet was bereikt. De indieners hebben het recht deze ontwerpresoluties opnieuw in te dienen om overeenkomstig artikel 133 voor behandeling naar een commissie te worden verwezen, dan wel om op de agenda voor het debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat van de volgende vergaderperiode te worden ingeschreven.
Een onderwerp kan niet op de agenda van het debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat worden ingeschreven, indien het reeds op de agenda van die vergaderperiode staat.
Een onderwerp kan niet op de agenda van het debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat worden ingeschreven, indien het reeds op de agenda van die vergaderperiode staat.
Het Reglement voorziet niet in de mogelijkheid om een overeenkomstig lid 2, tweede alinea, ingediende ontwerpresolutie en een commissieverslag over hetzelfde onderwerp, gecombineerd te behandelen.
Het Reglement voorziet niet in de mogelijkheid om een overeenkomstig lid 2, tweede alinea, ingediende ontwerpresolutie en een commissieverslag over hetzelfde onderwerp, gecombineerd te behandelen.
* * *
Wanneer overeenkomstig artikel 168, lid 3, om vaststelling van het quorum wordt verzocht, geldt dit verzoek slechts voor de in stemming te brengen ontwerpresolutie en niet voor de volgende ontwerpresoluties.
Wanneer overeenkomstig artikel 168, lid 3, om vaststelling van het quorum wordt verzocht, geldt dit verzoek slechts voor de in stemming te brengen ontwerpresolutie en niet voor de volgende ontwerpresoluties.
Amendement 162
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 136
Artikel 136
Schrappen
Schriftelijke verklaringen
1.  Minimaal tien leden van ten minste drie fracties kunnen een schriftelijke verklaring van ten hoogste 200 woorden indienen over een onderwerp dat uitsluitend onder de bevoegdheden van de Europese Unie valt. Deze verklaring mag inhoudelijk niet verder gaan dan het een verklaring betaamt. In het bijzonder mag een schriftelijke verklaring niet aandringen op wetgevingsmaatregelen, geen besluiten bevatten over aangelegenheden waarvoor dit Reglement voorziet in specifieke procedures en bevoegdheden, en niet ingaan op aangelegenheden die onder lopende procedures in het Parlement vallen.
2.  De Voorzitter verleent op basis van een gemotiveerde beslissing toestemming om verder te gaan met de procedure, waarbij in elk geval lid 1 in acht genomen wordt. De schriftelijke verklaringen worden in de officiële talen gepubliceerd op de website van het Parlement en elektronisch aan alle leden rondgedeeld. Zij worden met de namen van de ondertekenaars opgenomen in een elektronisch register. Dit register is openbaar en kan op de website van het Parlement worden geraadpleegd. De Voorzitter bewaart eveneens een papieren versie met handtekeningen van elke schriftelijke verklaring.
3.  Elk lid kan een in het elektronische register opgenomen verklaring medeondertekenen. De handtekening kan gedurende een periode van drie maanden vanaf de opname van de verklaring in het register op elk willekeurig ogenblik ingetrokken worden. In geval van een dergelijke intrekking mag het lid in kwestie de verklaring niet nog eens ondertekenen.
4.  Is een verklaring na afloop van een periode van drie maanden vanaf de opname ervan in het register door de meerderheid van de leden van het Parlement ondertekend, dan stelt de Voorzitter het Parlement hiervan in kennis. De verklaring wordt, met de namen van de ondertekenaars, in de notulen vermeld en heeft voor het Parlement geen bindende werking.
5.  De procedure wordt afgesloten met de toezending aan het einde van de vergaderperiode van de verklaring aan de adressaten met vermelding van de namen van de ondertekenaars.
6.  Als de instellingen waaraan de aangenomen verklaring gericht is het Parlement niet binnen drie maanden na ontvangst daarvan informeren over de geplande follow-up, wordt de kwestie op verzoek van een van de indieners van de verklaring op de agenda geplaatst van een volgende vergadering van de bevoegde commissie.
7.  Een schriftelijke verklaring die meer dan drie maanden in het register heeft gestaan en niet door ten minste de helft van de leden van het Parlement is ondertekend, komt te vervallen, zonder dat deze periode van drie maanden kan worden verlengd.
Amendement 163
Reglement van het Europees Parlement
Titel V – hoofdstuk 5 bis (nieuw)
HOOFDSTUK 5 BIS
RAADPLEGING VAN ANDERE INSTELLINGEN EN ORGANEN
(Invoegen na artikel 136)
Amendement 164
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 137
Artikel 137
Artikel 137
Raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité
1.  Indien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voorziet in raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité, zal de Voorzitter de raadplegingsprocedure op gang brengen en het Parlement daarvaan op de hoogte stellen.
1.  Indien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voorziet in raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité, zal de Voorzitter de raadplegingsprocedure op gang brengen en het Parlement daarvan op de hoogte stellen.
2.  Een commissie kan verzoeken om raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité over zaken van algemene aard of specifieke onderwerpen.
2.  Een commissie kan verzoeken om raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité over zaken van algemene aard of specifieke onderwerpen.
De commissie dient aan te geven binnen welke termijn van het Europees Economisch en Sociaal Comité advies wordt verwacht.
De commissie dient aan te geven binnen welke termijn van het Europees Economisch en Sociaal Comité advies wordt verwacht.
Verzoeken om raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité worden door het Parlement zonder debat goedgekeurd.
Verzoeken om raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité worden aan het Parlement meegedeeld tijdens de eerstvolgende vergaderperiode en worden geacht te zijn goedgekeurd tenzij een fractie of ten minste veertig leden binnen 24 uur na de mededeling een verzoek indient of indienen om een verzoek in stemming te brengen .
3.  Door het Europees Economisch en Sociaal Comité uitgebrachte adviezen worden doorgezonden aan de ter zake bevoegde commissie.
3.  Door het Europees Economisch en Sociaal Comité uitgebrachte adviezen worden doorgezonden aan de ter zake bevoegde commissie.
Amendement 165
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 138
Artikel 138
Artikel 138
Raadpleging van het Comité van de Regio's
Raadpleging van het Comité van de Regio's
1.  Indien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voorziet in raadpleging van het Comité van de Regio's, zal de Voorzitter de raadplegingsprocedure op gang brengen en het Parlement daarvan op de hoogte stellen.
1.  Indien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voorziet in raadpleging van het Comité van de Regio's, zal de Voorzitter de raadplegingsprocedure op gang brengen en het Parlement daarvan op de hoogte stellen.
2.  Een commissie kan verzoeken om raadpleging van het Comité van de Regio's over zaken van algemene aard of specifieke onderwerpen.
2.  Een commissie kan verzoeken om raadpleging van het Comité van de Regio's over zaken van algemene aard of specifieke onderwerpen.
De commissie dient aan te geven binnen welke termijn van het Comité van de Regio's advies wordt verwacht.
De commissie dient aan te geven binnen welke termijn van het Comité van de Regio's advies wordt verwacht.
Verzoeken om raadpleging van het Comité van de Regio's worden door het Parlement zonder debat goedgekeurd.
Verzoeken om raadpleging van het Comité van de Regio's worden aan het Parlement meegedeeld tijdens de eerstvolgende vergaderperiode en worden geacht te zijn goedgekeurd tenzij een fractie of ten minste veertig leden binnen 24 uur na de mededeling een verzoek indient of indienen om een verzoek in stemming te brengen .
3.  Door het Comité van de Regio's uitgebrachte adviezen worden doorgezonden aan de ter zake bevoegde commissie.
3.  Door het Comité van de Regio's uitgebrachte adviezen worden doorgezonden aan de ter zake bevoegde commissie.
Amendement 166
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 140
Artikel 140
Artikel 140
Interinstitutionele akkoorden
Interinstitutionele akkoorden
1.  Het Parlement kan in verband met de toepassing van de Verdragen of ter verbetering en verduidelijking van procedures akkoorden met andere instellingen sluiten.
1.  Het Parlement kan in verband met de toepassing van de Verdragen of ter verbetering en verduidelijking van procedures akkoorden met andere instellingen sluiten.
Deze akkoorden kunnen worden gesloten in de vorm van gemeenschappelijke verklaringen, briefwisselingen, gedragscodes of andere passende instrumenten. Zij worden na behandeling door de voor constitutionele zaken bevoegde commissie en na goedkeuring door het Parlement ondertekend door de Voorzitter. Zij kunnen ter informatie als bijlagen bij het Reglement worden gevoegd.
Deze akkoorden kunnen worden gesloten in de vorm van gemeenschappelijke verklaringen, briefwisselingen, gedragscodes of andere passende instrumenten. Zij worden na behandeling door de voor constitutionele zaken bevoegde commissie en na goedkeuring door het Parlement ondertekend door de Voorzitter.
2.  Mochten dergelijke akkoorden een wijziging van bestaande procedurele rechten of verplichtingen inhouden of nieuwe procedurele rechten of verplichtingen voor de leden of organen van het Parlement met zich meebrengen dan wel anderszins een wijziging of interpretatie van het Reglement van het Parlement impliceren, dan wordt de zaak overeenkomstig artikel 226, leden 2 t/m 6, voor behandeling naar de bevoegde commissie verwezen, alvorens het akkoord wordt ondertekend.
2.  Mochten dergelijke akkoorden een wijziging van bestaande procedurele rechten of verplichtingen inhouden of nieuwe procedurele rechten of verplichtingen voor de leden of organen van het Parlement met zich meebrengen dan wel anderszins een wijziging of interpretatie van het Reglement van het Parlement impliceren, dan wordt de zaak overeenkomstig artikel 226, leden 2 t/m 6, voor behandeling naar de bevoegde commissie verwezen, alvorens het akkoord wordt ondertekend.
Amendement 167
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 141
Artikel 141
Artikel 141
Procedures bij het Hof van Justitie van de Europese Unie
Procedures bij het Hof van Justitie van de Europese Unie
1.  Binnen de in de Verdragen en het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde termijnen voor beroep door de instellingen van de Europese Unie of door natuurlijke of rechtspersonen, onderwerpt het Parlement de wetgeving van de Unie en de uitvoeringsmaatregelen aan een onderzoek, om zich ervan te vergewissen dat de Verdragen, met name voor wat betreft de rechten van het Parlement, volledig zijn geëerbiedigd.
1.  Binnen de in de Verdragen en het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde termijnen voor beroep door de instellingen van de Europese Unie of door natuurlijke of rechtspersonen, onderwerpt het Parlement de wetgeving van de Unie en de uitvoering ervan aan een onderzoek, om zich ervan te vergewissen dat de Verdragen, met name voor wat betreft de rechten van het Parlement, volledig zijn geëerbiedigd.
2.  De bevoegde commissie brengt het Parlement, zo nodig mondeling, verslag uit, ingeval zij vermoedt dat het recht van de Unie is geschonden.
2.  De voor juridische zaken bevoegde commissie brengt het Parlement, zo nodig mondeling, verslag uit, ingeval zij vermoedt dat het recht van de Unie is geschonden. Het Parlement kan desgewenst de ter zake bevoegde commissie horen.
3.  De Voorzitter stelt overeenkomstig de aanbeveling van de bevoegde commissie bij het Hof van Justitie namens het Parlement beroep in.
3.  De Voorzitter stelt overeenkomstig de aanbeveling van de voor juridische zaken bevoegde commissie bij het Hof van Justitie namens het Parlement beroep in.
Aan het begin van de eerstvolgende vergaderperiode kan de Voorzitter het besluit over handhaving van het beroep aan het Parlement voorleggen. Spreekt het Parlement zich met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen tegen het beroep uit, dan trekt hij het beroep in.
Aan het begin van de eerstvolgende vergaderperiode kan de Voorzitter het besluit over handhaving van het beroep aan het Parlement voorleggen. Spreekt het Parlement zich met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen tegen het beroep uit, dan trekt hij het beroep in.
Stelt de Voorzitter, tegen de aanbeveling van de bevoegde commissie in, beroep in, dan legt hij aan het begin van de eerstvolgende vergaderperiode het besluit over handhaving van het beroep aan het Parlement voor.
Stelt de Voorzitter, tegen de aanbeveling van de bevoegde commissie in, beroep in, dan legt hij aan het begin van de eerstvolgende vergaderperiode het besluit over handhaving van het beroep aan het Parlement voor.
4.  De Voorzitter zendt, na raadpleging van de bevoegde commissie, in gerechtelijke procedures namens het Parlement opmerkingen toe of intervenieert namens het Parlement.
4.  De Voorzitter zendt, na raadpleging van de voor juridische zaken bevoegde commissie, in gerechtelijke procedures namens het Parlement opmerkingen toe of intervenieert namens het Parlement.
Is de Voorzitter voornemens van de aanbevelingen van de bevoegde commissie af te wijken, dan stelt hij de commissie hiervan in kennis en verwijst hij de zaak naar de Conferentie van voorzitters, onder vermelding van zijn beweegredenen.
Is de Voorzitter voornemens van de aanbevelingen van de voor juridische zaken bevoegde commissie af te wijken, dan stelt hij de commissie hiervan in kennis en verwijst hij de zaak naar de Conferentie van voorzitters, onder vermelding van zijn beweegredenen.
Is de Conferentie van voorzitters van oordeel dat het Parlement bij wijze van uitzondering geen opmerkingen moet toezenden, noch moet interveniëren, ingeval de rechtsgeldigheid van een door het Parlement aangenomen besluit bij het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt aangevochten, dan wordt de kwestie onverwijld aan de plenaire vergadering voorgelegd.
Is de Conferentie van voorzitters van oordeel dat het Parlement bij wijze van uitzondering geen opmerkingen moet toezenden, noch moet interveniëren, ingeval de rechtsgeldigheid van een door het Parlement aangenomen besluit bij het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt aangevochten, dan wordt de kwestie onverwijld aan het Parlement voorgelegd.
In dringende gevallen kan de Voorzitter voorlopige maatregelen nemen om te voldoen aan de door de desbetreffende gerechtelijke instantie voorgeschreven termijnen. In zulke gevallen dient de in dit lid neergelegde procedure onverwijld te worden ingeleid.
Niets in het Reglement weerhoudt de bevoegde commissie ervan in dringende gevallen tot passende procedures voor de tijdige overlegging van haar aanbevelingen te besluiten.
Niets in het Reglement weerhoudt de bevoegde commissie ervan in dringende gevallen tot passende procedures voor de tijdige overlegging van haar aanbevelingen te besluiten.
Artikel 108, lid 6, voorziet in een specifieke procedure voor besluiten van het Parlement betreffende de uitoefening van de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 218, lid 11, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie een advies in te winnen van het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van een internationale overeenkomst met de Verdragen. Deze procedure vormt een "lex specialis", die voorgaat op de algemene regel vastgesteld in artikel 141.
Bij de uitoefening van de rechten van het Parlement ten opzichte van het Hof van Justitie van de Europese Unie betreffende handelingen die niet onder artikel 141 vallen, is de procedure van dat artikel naar analogie van toepassing.
Bij de uitoefening van de rechten van het Parlement ten opzichte van het Hof van Justitie van de Europese Unie betreffende handelingen die niet onder artikel 141 vallen, is de procedure van dat artikel naar analogie van toepassing.
4 bis.   In dringende gevallen kan de Voorzitter, zo mogelijk na overleg met de voorzitter en de rapporteur van de voor juridische zaken bevoegde commissie, voorlopige maatregelen nemen om te voldoen aan de geldende termijnen. In zulke gevallen wordt, naargelang het geval, de in de leden 3 of 4 neergelegde procedure zo spoedig mogelijk ingeleid.
4 ter.   De voor juridische zaken bevoegde commissie formuleert de beginselen die zij hanteert bij de toepassing van dit artikel.
Amendement 168
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 143
Artikel 143
Artikel 143
Conferentie van in communautaire aangelegenheden gespecialiseerde organen (COSAC)
Conferentie van de organen van de parlementen die gespecialiseerd zijn in de aangelegenheden van de Unie (COSAC)
1.  Op voorstel van de Voorzitter benoemt de Conferentie van voorzitters de leden van de delegatie van het Parlement in de COSAC en kan zij deze een mandaat verlenen. De delegatie wordt geleid door een voor het onderhouden van de betrekkingen met de nationale parlementen verantwoordelijke ondervoorzitter van het Europees Parlement en door de voorzitter van de voor institutionele zaken bevoegde commissie.
1.  Op voorstel van de Voorzitter benoemt de Conferentie van voorzitters de leden van de delegatie van het Parlement in de COSAC en kan zij deze een mandaat verlenen. De delegatie wordt geleid door een voor het onderhouden van de betrekkingen met de nationale parlementen verantwoordelijke ondervoorzitter van het Europees Parlement en door de voorzitter van de voor constitutionele zaken bevoegde commissie.
2.  De overige leden van de delegatie worden gekozen naar gelang van de op de COSAC-bijeenkomst te behandelen onderwerpen, en vertegenwoordigen, voor zover mogelijk, de voor die onderwerpen bevoegde commissies. Na elke bijeenkomst brengt de delegatie verslag uit.
2.  De overige leden van de delegatie worden gekozen naar gelang van de op de COSAC-bijeenkomst te behandelen onderwerpen, en vertegenwoordigen, voor zover mogelijk, de voor die onderwerpen bevoegde commissies.
3.  Er wordt naar behoren rekening gehouden met het algehele politieke evenwicht binnen het Parlement.
3.  Er wordt naar behoren rekening gehouden met het algehele politieke evenwicht binnen het Parlement.
3 bis.   Na elke COSAC-bijeenkomst brengt de delegatie verslag uit aan de Conferentie van voorzitters.
Amendement 169
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 146
Artikel 146
Artikel 146
Bijeenroeping van het Parlement
Bijeenroeping van het Parlement
1.  Het Parlement komt van rechtswege bijeen op de tweede dinsdag in maart van elk jaar en beslist zelfstandig over de duur van de onderbrekingen van de zitting.
1.  Overeenkomstig artikel 229, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie komt het Parlement van rechtswege bijeen op de tweede dinsdag in maart van elk jaar. Het beslist zelfstandig over de duur van de onderbrekingen van de zitting.
2.  Het Parlement komt bovendien van rechtswege bijeen op de eerste dinsdag na het verstrijken van een termijn van één maand, te rekenen vanaf het einde van de in artikel 10, lid 1 van de Akte van 20 september 1976 bedoelde periode.
2.  Het Parlement komt bovendien van rechtswege bijeen op de eerste dinsdag na het verstrijken van een termijn van één maand, te rekenen vanaf het einde van de in artikel 10, lid 1 van de Akte van 20 september 1976 bedoelde periode.
3.  De Conferentie van voorzitters kan de duur van de overeenkomstig lid 1 vastgestelde onderbrekingen van de zitting wijzigen bij een met redenen omkleed besluit, dat ten minste twee weken vóór de aanvankelijk door het Parlement voor de hervatting van de zitting vastgestelde datum wordt genomen; de datum van hervatting mag evenwel niet meer dan twee weken worden verschoven.
3.  De Conferentie van voorzitters kan de duur van de overeenkomstig lid 1 vastgestelde onderbrekingen van de zitting wijzigen bij een met redenen omkleed besluit, dat ten minste twee weken vóór de aanvankelijk door het Parlement voor de hervatting van de zitting vastgestelde datum wordt genomen; de datum van hervatting mag evenwel niet meer dan twee weken worden verschoven.
4.  Op verzoek van de meerderheid van zijn leden of op verzoek van de Commissie of van de Raad roept de Voorzitter, na overleg met de Conferentie van voorzitters, het Parlement bij wijze van uitzondering bijeen.
4.  Op verzoek van de meerderheid van zijn leden of op verzoek van de Commissie of van de Raad roept de Voorzitter, na overleg met de Conferentie van voorzitters, het Parlement bij wijze van uitzondering bijeen.
Voorts kan de Voorzitter, in overleg met de Conferentie van voorzitters, het Parlement in dringende gevallen bij wijze van uitzondering bijeenroepen.
Voorts kan de Voorzitter, in overleg met de Conferentie van voorzitters, het Parlement in dringende gevallen bij wijze van uitzondering bijeenroepen.
Amendement 170
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 148
Artikel 148
Artikel 148
Deelneming aan vergaderingen
Deelneming aan vergaderingen
1.  In iedere vergadering wordt een presentielijst ter ondertekening door de leden neergelegd.
1.  In iedere vergadering wordt een presentielijst ter ondertekening door de leden neergelegd.
2.  De namen van de leden, die blijkens de presentielijst aanwezig zijn, worden in de notulen van de desbetreffende vergadering als "aanwezig" vermeld. De namen van de leden, wier verontschuldiging door de Voorzitter is aanvaard, worden in de notulen van de desbetreffende vergadering als "verontschuldigd" vermeld.
2.  De namen van de leden die op de presentielijst als aanwezig zijn geregistreerd worden in de notulen van de desbetreffende vergadering als "aanwezig" vermeld. De namen van de leden wier verontschuldiging door de Voorzitter is aanvaard worden in de notulen van de desbetreffende vergadering als "verontschuldigd" vermeld.
Amendement 171
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 149
Artikel 149
Artikel 149
Ontwerpagenda
Ontwerpagenda
1.  Vóór elke vergaderperiode wordt de ontwerpagenda door de Conferentie van voorzitters opgesteld aan de hand van de aanbevelingen van de Conferentie van commissievoorzitters en met inachtneming van het overeengekomen werkprogramma van de Commissie als bedoeld in artikel 37 .
1.  Vóór elke vergaderperiode wordt de ontwerpagenda door de Conferentie van voorzitters opgesteld aan de hand van de aanbevelingen van de Conferentie van commissievoorzitters.
De Commissie en de Raad kunnen op uitnodiging van de Voorzitter aan de beraadslagingen van de Conferentie van voorzitters over de ontwerpagenda deelnemen.
De Commissie en de Raad kunnen op uitnodiging van de Voorzitter aan de beraadslagingen van de Conferentie van voorzitters over de ontwerpagenda deelnemen.
2.  Voor bepaalde te behandelen punten kan in de ontwerpagenda het tijdstip van de stemming worden aangegeven.
2.  Voor bepaalde te behandelen punten kan in de ontwerpagenda het tijdstip van de stemming worden aangegeven.
3.  Op de ontwerpagenda kunnen een of twee perioden met een totale duur van ten hoogste zestig minuten voor debatten over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat als bedoeld in artikel 135 worden uitgetrokken.
4.  De definitieve ontwerpagenda wordt uiterlijk drie uur vóór het begin van de vergaderperiode aan de leden rondgedeeld .
4.  De definitieve ontwerpagenda wordt uiterlijk drie uur vóór het begin van de vergaderperiode aan de leden beschikbaar gesteld .
Amendement 172
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 150
Artikel 150
Artikel 150
Procedure ter plenaire vergadering zonder amendementen en zonder debat
Procedure ter plenaire vergadering zonder amendementen en zonder debat
1.  Ontwerpen van wetgevingshandeling (eerste lezing) en niet-wetgevingsontwerpresoluties die in de commissie zijn goedgekeurd met minder dan een tiende van de stemmen tegen, worden op de ontwerpagenda van het Parlement ingeschreven om zonder amendementen in stemming te worden gebracht.
1.  Wanneer een verslag is goedgekeurd in de commissie met minder dan een tiende van de stemmen tegen, wordt het op de ontwerpagenda van het Parlement ingeschreven om zonder amendementen in stemming te worden gebracht.
Hierover vindt een enkele stemming plaats, tenzij vóór de opstelling van de definitieve ontwerpagenda door fracties of afzonderlijke leden die samen een tiende van de leden van het Parlement uitmaken een schriftelijk verzoek is ingediend om amendementen te mogen indienen, in welk geval de Voorzitter een termijn vaststelt voor de indiening van amendementen.
Hierover vindt een enkele stemming plaats, tenzij vóór de opstelling van de definitieve ontwerpagenda door fracties of afzonderlijke leden die samen een tiende van de leden van het Parlement uitmaken een schriftelijk verzoek is ingediend om amendementen te mogen indienen, in welk geval de Voorzitter een termijn vaststelt voor de indiening van amendementen.
2.  Over punten die op de definitieve ontwerpagenda worden ingeschreven om zonder amendementen in stemming te worden gebracht, vindt geen debat plaats, tenzij het Parlement bij de aanneming van de agenda aan het begin van de vergaderperiode op voorstel van de Conferentie van voorzitters of op verzoek van een fractie of ten minste veertig leden, anders beslist.
2.  Over punten die op de definitieve ontwerpagenda worden ingeschreven om zonder amendementen in stemming te worden gebracht, vindt geen debat plaats, tenzij het Parlement bij de aanneming van de agenda aan het begin van de vergaderperiode op voorstel van de Conferentie van voorzitters of op verzoek van een fractie of ten minste veertig leden, anders beslist.
3.  Bij de opstelling van de definitieve ontwerpagenda van een vergaderperiode kan de Conferentie van voorzitters voorstellen andere punten zonder amendementen of zonder debat te behandelen. Het Parlement mag bij de aanneming van de agenda niet op een daartoe strekkend voorstel ingaan, als een fractie of ten minste veertig leden uiterlijk één uur voor de opening van de vergaderperiode schriftelijk bezwaar daartegen hebben gemaakt.
3.  Bij de opstelling van de definitieve ontwerpagenda van een vergaderperiode kan de Conferentie van voorzitters voorstellen andere punten zonder amendementen of zonder debat te behandelen. Het Parlement mag bij de aanneming van de agenda niet op een daartoe strekkend voorstel ingaan, als een fractie of ten minste veertig leden uiterlijk één uur voor de opening van de vergaderperiode schriftelijk bezwaar daartegen hebben gemaakt.
4.  Wordt een agendapunt zonder debat behandeld, dan kan de rapporteur of de voorzitter van de bevoegde commissie onmiddellijk vóór de stemming een verklaring van ten hoogste twee minuten afleggen.
4.  Wordt een agendapunt zonder debat behandeld, dan kan de rapporteur of de voorzitter van de bevoegde commissie onmiddellijk vóór de stemming een verklaring van ten hoogste twee minuten afleggen.
Amendement 173
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 152
Artikel 152
Artikel 149 bis
Aanneming en wijziging van de agenda
Aanneming en wijziging van de agenda
1.  Aan het begin van iedere vergaderperiode spreekt het Parlement zich uit over de definitieve ontwerpagenda . Voorstellen tot wijziging kunnen door een commissie, een fractie of ten minste veertig leden worden ingediend. Deze voorstellen moeten uiterlijk één uur voor de opening van de vergaderperiode in het bezit van de Voorzitter zijn. De Voorzitter kan voor ieder voorstel de indiener ervan, een voorstander en een tegenstander elk voor hooguit één minuut het woord verlenen.
1.  Aan het begin van iedere vergaderperiode neemt het Parlement zijn agenda aan . Voorstellen tot wijziging van de definitieve ontwerpagenda kunnen door een commissie, een fractie of ten minste veertig leden worden ingediend. Deze voorstellen moeten uiterlijk één uur voor de opening van de vergaderperiode in het bezit van de Voorzitter zijn. De Voorzitter kan voor ieder voorstel de indiener ervan en een tegenstander elk voor hooguit één minuut het woord verlenen.
2.  Na aanneming van de agenda kan deze, behalve in geval van toepassing van het bepaalde in de artikelen 154 of 187 t/m 191 of op voorstel van de Voorzitter, niet meer worden gewijzigd.
2.  Na aanneming van de agenda kan deze, behalve in geval van toepassing van het bepaalde in de artikelen 154 of 187 t/m 191 of op voorstel van de Voorzitter, niet meer worden gewijzigd.
Wordt een motie van orde tot wijziging van de agenda verworpen, dan kan deze tijdens dezelfde vergaderperiode niet nogmaals worden ingediend.
Wordt een motie van orde tot wijziging van de agenda verworpen, dan kan deze tijdens dezelfde vergaderperiode niet nogmaals worden ingediend.
3.  Alvorens de vergadering te sluiten, deelt de Voorzitter het Parlement de datum, het tijdstip en de agenda van de volgende vergadering mede.
3.  Alvorens de vergadering te sluiten, deelt de Voorzitter het Parlement de datum, het tijdstip en de agenda van de volgende vergadering mede.
Dit artikel wordt onmiddellijk na artikel 149 geplaatst omdat het de ontwerpagenda betreft.
Amendement 174
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 153 bis (nieuw)
Artikel 153 bis
Actualiteitendebat op verzoek van een fractie
1.   Op de ontwerpagenda van elke vergaderperiode worden een of twee perioden met elk een totale duur van ten minste zestig minuten uitgetrokken voor debatten over een actueel onderwerp met grote relevantie voor het beleid van de Europese Unie.
2.   Elke fractie heeft het recht om een actueel onderwerp naar keuze voor te stellen voor ten minste één actualiteitendebat per jaar. De Conferentie van voorzitters ziet erop toe dat dit recht op jaarbasis gelijkelijk over de fracties wordt verdeeld.
3.   De fracties delen de Voorzitter het actuele onderwerp van hun keuze schriftelijk mede voordat de definitieve ontwerpagenda door de Conferentie van voorzitters wordt opgesteld. Artikel 38, lid 1, betreffende de rechten, vrijheden en beginselen die worden erkend bij artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de in artikel 2 van dit Verdrag verankerde waarden worden ten volle geëerbiedigd.
4.   De Conferentie van voorzitters bepaalt wanneer het debat plaatsvindt. Zij kan met een meerderheid van vier vijfde van de leden van het Parlement besluiten om een door een fractie voorgesteld onderwerp te verwerpen.
5.   Het debat wordt ingeleid door een vertegenwoordiger van de fractie die het actuele onderwerp heeft voorgesteld. De spreektijd na de inleiding wordt verdeeld overeenkomstig artikel 162, leden 4 en 5.
6.   Het debat wordt gesloten zonder aanneming van een resolutie.
Amendement 175
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 154
Artikel 154
Artikel 154
Urgentverklaring
Urgentverklaring
1.  De Voorzitter, een commissie, een fractie, ten minste veertig leden, de Commissie of de Raad kunnen bij het Parlement een verzoek indienen om een beraadslaging over een voorstel waarover het Parlement overeenkomstig artikel 47, lid 1, wordt geraadpleegd , urgent te verklaren. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed.
1.  De Voorzitter, een commissie, een fractie, ten minste veertig leden, de Commissie of de Raad kunnen bij het Parlement een verzoek indienen om een beraadslaging over een voorstel dat overeenkomstig artikel 47, lid 1, aan het Parlement is voorgelegd , urgent te verklaren. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen worden omkleed.
2.  Zodra een verzoek om urgentverklaring van een beraadslaging bij de Voorzitter is ingediend, stelt deze het Parlement hiervan in kennis. Over het verzoek wordt gestemd aan het begin van de vergadering die volgt op die waarin het verzoek is bekendgemaakt, mits het voorstel waarop het verzoek betrekking heeft in de officiële talen is rondgedeeld. Wanneer er verschillende verzoeken om urgentverklaring van een beraadslaging over hetzelfde onderwerp zijn ingediend, geldt de inwilliging of de verwerping van het verzoek om urgentverklaring voor alle verzoeken die op dat onderwerp betrekking hebben.
2.  Zodra een verzoek om urgentverklaring van een beraadslaging bij de Voorzitter is ingediend, stelt deze het Parlement hiervan in kennis. Over het verzoek wordt gestemd aan het begin van de vergadering die volgt op die waarin het verzoek is bekendgemaakt, mits het voorstel waarop het verzoek betrekking heeft in de officiële talen is rondgedeeld. Wanneer er verschillende verzoeken om urgentverklaring van een beraadslaging over hetzelfde onderwerp zijn ingediend, geldt de inwilliging of de verwerping van het verzoek om urgentverklaring voor alle verzoeken die op dat onderwerp betrekking hebben.
3.  Vóór de stemming mogen uitsluitend de indiener van het verzoek, een voorstander , een tegenstander, alsmede de voorzitter en/of de rapporteur van de bevoegde commissie, elk voor ten hoogste drie minuten, het woord voeren.
3.  Vóór de stemming mogen uitsluitend de indiener van het verzoek, een tegenstander, alsmede de voorzitter en/of de rapporteur van de bevoegde commissie, elk voor ten hoogste drie minuten, het woord voeren.
4.  De punten die urgent zijn verklaard worden met voorrang op de agenda ingeschreven. De Voorzitter bepaalt het tijdstip van de beraadslaging en de stemming.
4.  De punten die urgent zijn verklaard worden met voorrang op de agenda ingeschreven. De Voorzitter bepaalt het tijdstip van de beraadslaging en de stemming.
5.  Beraadslaging volgens de urgentieprocedure kan zonder verslag of, bij uitzondering, aan de hand van een mondeling verslag van de bevoegde commissie plaatsvinden .
5.  Een urgentieprocedure kan zonder verslag of, bij uitzondering, aan de hand van een mondeling verslag van de bevoegde commissie worden gevolgd .
Wanneer een urgentieprocedure wordt gevolgd en er interinstitutionele onderhandelingen plaatsvinden, zijn de artikelen 73 en 73 bis niet van toepassing. Artikel 73 quinquies is van overeenkomstige toepassing.
Amendement 176
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 156
Artikel 156
Artikel 156
Termijnen
Termijnen
Behoudens in dringende gevallen als bedoeld in de artikelen 135 en 154, kunnen geen debat en stemming over een tekst plaatsvinden, wanneer deze niet ten minste 24 uur van tevoren is rondgedeeld .
Behoudens in dringende gevallen als bedoeld in de artikelen 135 en 154, kunnen geen debat en stemming over een tekst plaatsvinden, wanneer deze niet ten minste 24 uur van tevoren beschikbaar is gesteld .
Amendement 177
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 157
Artikel 157
Artikel 157
Toegang tot de vergaderzaal
Toegang tot de vergaderzaal
1.  Buiten de leden van het Parlement, de leden van de Commissie en de Raad, de secretaris-generaal van het Parlement, de dienstdoende personeelsleden en de deskundigen of ambtenaren van de Europese Unie , mag niemand de vergaderzaal betreden.
1.  Buiten de leden van het Parlement, de leden van de Commissie en de Raad, de secretaris-generaal van het Parlement, de dienstdoende personeelsleden en door de Voorzitter uitgenodigde personen , mag niemand de vergaderzaal betreden.
2.  Alleen houders van een daartoe naar behoren door de Voorzitter of de secretaris-generaal van het Parlement afgegeven kaart worden tot de tribune toegelaten.
2.  Alleen houders van een daartoe naar behoren door de Voorzitter of de secretaris-generaal van het Parlement afgegeven kaart worden tot de tribune toegelaten.
3.  Het publiek dat tot de tribune is toegelaten, moet blijven zitten en zwijgen. Eenieder die tekenen van goed- of afkeuring geeft, wordt onmiddellijk door de bodes verwijderd.
3.  Het publiek dat tot de tribune is toegelaten, moet blijven zitten en zwijgen. Eenieder die tekenen van goed- of afkeuring geeft, wordt onmiddellijk door de bodes verwijderd.
Amendement 178
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 158
Artikel 158
Artikel 158
Talen
Talen
1.  Alle stukken van het Parlement worden in de officiële talen gesteld.
1.  Alle stukken van het Parlement worden in de officiële talen gesteld.
2.  De leden hebben het recht in de officiële taal van hun keuze in het Parlement het woord te voeren. De redevoeringen in een van de officiële talen worden simultaan vertolkt in elk van de andere officiële talen en in iedere andere taal die het Bureau noodzakelijk acht.
2.  De leden hebben het recht in de officiële taal van hun keuze in het Parlement het woord te voeren. De redevoeringen in een van de officiële talen worden simultaan vertolkt in elk van de andere officiële talen en in iedere andere taal die het Bureau noodzakelijk acht.
3.  Voor commissie- en delegatievergaderingen wordt voorzien in vertolking uit en in de door de leden en plaatsvervangers van de commissie of delegatie gebruikte en verlangde officiële talen.
3.  Voor commissie- en delegatievergaderingen wordt voorzien in vertolking uit en in de door de leden en plaatsvervangers van de commissie of delegatie gebruikte en verlangde officiële talen.
4.  Voor commissie- of delegatievergaderingen buiten de gewone vergaderplaatsen wordt voorzien in vertolking uit en in de talen van de leden die hun komst naar de vergadering hebben bevestigd. Deze regeling kan bij wijze van uitzondering met instemming van de leden van het desbetreffende orgaan worden versoepeld. Bij onenigheid beslist het Bureau .
4.  Voor commissie- of delegatievergaderingen buiten de gewone vergaderplaatsen wordt voorzien in vertolking uit en in de talen van de leden die hun komst naar de vergadering hebben bevestigd. Deze regeling kan bij wijze van uitzondering worden versoepeld. Het Bureau stelt de noodzakelijke bepalingen vast .
Wanneer na de bekendmaking van de uitslag van een stemming blijkt dat de teksten in de onderscheiden talen niet overeenkomen, beslist de Voorzitter overeenkomstig artikel 184, lid 5, over de geldigheid van de bekendgemaakte uitslag. Indien hij de uitslag geldig verklaart, bepaalt hij welke versie wordt geacht te zijn aangenomen. Het is evenwel niet zo dat in de regel van de originele versie als officiële versie wordt uitgegaan, want het kan voorkomen dat alle andere taalversies van de originele tekst afwijken.
4 bis.   Na de bekendmaking van de uitslag van een stemming neemt de Voorzitter een besluit over verzoeken in verband met vermeende discrepanties tussen de verschillende taalversies.
Amendement 179
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 159
Artikel 159
Artikel 159
Overgangsbepaling
Overgangsbepaling
1.  Gedurende een tot het einde van de achtste zittingsperiode lopende overgangsfase20 mag worden afgeweken van de bepalingen van artikel 158, indien en voor zover er voor een officiële taal, ondanks adequate maatregelen, niet voldoende tolken en vertalers beschikbaar zijn.
1.  Gedurende een tot het einde van de achtste zittingsperiode lopende overgangsfase20 mag worden afgeweken van de bepalingen van artikel 158, indien en voor zover er voor een officiële taal, ondanks adequate maatregelen, niet voldoende tolken en vertalers beschikbaar zijn.
2.  Het Bureau stelt, op voorstel van de secretaris-generaal, voor elke officiële taal vast of er sprake is van de in lid 1 bedoelde omstandigheden en beziet zijn besluit elk half jaar opnieuw aan de hand van een voortgangsverslag van de secretaris-generaal. Het Bureau stelt de noodzakelijke uitvoeringsbepalingen vast.
2.  Het Bureau stelt, op voorstel van de secretaris-generaal en met inachtneming van de in lid 3 bedoelde regelingen , voor elke officiële taal vast of er sprake is van de in lid 1 bedoelde omstandigheden en beziet zijn besluit elk half jaar opnieuw aan de hand van een voortgangsverslag van de secretaris-generaal. Het Bureau stelt de noodzakelijke uitvoeringsbepalingen vast.
3.  De door de Raad krachtens de Verdragen vastgestelde tijdelijke uitzonderingsregelingen met betrekking tot de redactie van wetteksten, met uitzondering van de verordeningen die gezamenlijk door het Europees Parlement en de Raad worden vastgesteld, zijn van toepassing.
3.  De door de Raad krachtens de Verdragen vastgestelde tijdelijke uitzonderingsregelingen met betrekking tot de redactie van wetteksten zijn van toepassing.
4.  Het Parlement kan op een met redenen omklede aanbeveling van het Bureau op elk moment besluiten dit artikel eerder te schrappen, dan wel, na afloop van de in lid 1 genoemde termijn, te verlengen.
4.  Het Parlement kan op een met redenen omklede aanbeveling van het Bureau op elk moment besluiten dit artikel eerder te schrappen, dan wel, na afloop van de in lid 1 genoemde termijn, te verlengen.
__________________
__________________
20 Verlengd bij besluit van het Parlement van 26 februari 2014.
20 Verlengd bij besluit van het Parlement van 26 februari 2014.
Amendement 180
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 160
Artikel 160
Artikel 160
Ronddeling van documenten
Ronddeling van documenten
Documenten die ten grondslag liggen aan de beraadslagingen en besluiten van het Parlement, worden vermenigvuldigd en aan de leden rondgedeeld. De ingekomen stukken worden in de notulen gepubliceerd .
Documenten die ten grondslag liggen aan de beraadslagingen en besluiten van het Parlement, worden beschikbaar gesteld aan de leden.
Onverminderd de toepassing van de eerste alinea hebben de leden en fracties rechtstreeks toegang tot het interne computersysteem van het Parlement voor het raadplegen van alle niet-vertrouwelijke voorbereidende documenten (ontwerpverslagen, ontwerpaanbevelingen, ontwerpadviezen, werkdocumenten, in commissies ingediende amendementen).
Onverminderd de toepassing van de eerste alinea hebben de leden en fracties rechtstreeks toegang tot het interne computersysteem van het Parlement voor het raadplegen van alle niet-vertrouwelijke voorbereidende documenten (ontwerpverslagen, ontwerpaanbevelingen, ontwerpadviezen, werkdocumenten, in commissies ingediende amendementen).
Amendement 181
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 162
Artikel 162
Artikel 162
Verdeling van de spreektijd en sprekerslijst
Verdeling van de spreektijd en sprekerslijst
1.  De Conferentie van voorzitters kan met het oog op het verloop van een debat voorstellen de spreektijd te verdelen. Het Parlement beslist zonder debat over dit voorstel.
1.  De Conferentie van voorzitters kan met het oog op het verloop van een debat voorstellen de spreektijd te verdelen. Het Parlement beslist zonder debat over dit voorstel.
2.  Leden mogen alleen het woord voeren wanneer de Voorzitter hun het woord geeft. De sprekers voeren het woord vanaf hun plaats en richten zich tot de Voorzitter. Dwalen sprekers van het onderwerp af, dan roept de Voorzitter hen tot de orde.
2.  Leden mogen alleen het woord voeren wanneer de Voorzitter hun het woord geeft. De sprekers voeren het woord vanaf hun plaats en richten zich tot de Voorzitter. Dwalen sprekers van het onderwerp af, dan roept de Voorzitter hen tot de orde.
3.  De Voorzitter kan voor het eerste gedeelte van een debat een sprekerslijst opstellen met een of meer ronden van sprekers van elke fractie die het woord wensen te voeren, in volgorde van fractiegrootte, alsook een niet-fractiegebonden lid .
3.  De Voorzitter kan voor het eerste gedeelte van een debat een sprekerslijst opstellen met een of meer ronden van sprekers van elke fractie die het woord wensen te voeren, in volgorde van fractiegrootte.
4.  De spreektijd voor dit gedeelte van het debat wordt op grond van de volgende criteria verdeeld:
4.  De spreektijd voor dit gedeelte van het debat wordt op grond van de volgende criteria verdeeld:
a)  een eerste gedeelte van de spreektijd wordt gelijkelijk over alle fracties verdeeld;
a)  een eerste gedeelte van de spreektijd wordt gelijkelijk over alle fracties verdeeld;
b)  een tweede gedeelte van de spreektijd wordt over de fracties naar gelang van de fractiegrootte verdeeld;
b)  een tweede gedeelte van de spreektijd wordt over de fracties naar gelang van de fractiegrootte verdeeld;
c)  de niet-fractiegebonden leden krijgen collectief een spreektijd toegewezen, gebaseerd op de overeenkomstig het bepaalde onder a) en b) aan elk der fracties toegewezen gedeelten.
c)  de niet-fractiegebonden leden krijgen collectief een spreektijd toegewezen, gebaseerd op de overeenkomstig het bepaalde onder a) en b) aan elk der fracties toegewezen gedeelten;
c bis)  bij de verdeling van de spreektijd in de plenaire vergadering wordt er rekening mee gehouden dat leden met een beperking eventueel meer tijd nodig hebben.
5.  Wordt voor verschillende agendapunten een collectieve spreektijd toegewezen, dan delen de fracties de Voorzitter mede, hoe hun respectieve spreektijd over elk van deze agendapunten wordt verdeeld. De Voorzitter ziet erop toe dat deze spreektijd wordt aangehouden.
5.  Wordt voor verschillende agendapunten een collectieve spreektijd toegewezen, dan delen de fracties de Voorzitter mede, hoe hun respectieve spreektijd over elk van deze agendapunten wordt verdeeld. De Voorzitter ziet erop toe dat deze spreektijd wordt aangehouden.
6.  De resterende tijd voor het debat wordt niet op voorhand toegewezen. De Voorzitter geeft leden die het woord wensen te voeren in de regel niet meer dan één minuut het woord. De Voorzitter ziet er, voor zover mogelijk, op toe dat sprekers met verschillende politieke opvattingen en uit verschillende lidstaten aan het woord komen.
6.  De resterende tijd voor het debat wordt niet op voorhand toegewezen. De Voorzitter kan leden die het woord wensen te voeren als algemene regel ten hoogste één minuut het woord geven . De Voorzitter ziet er, voor zover mogelijk, op toe dat sprekers met verschillende politieke opvattingen en uit verschillende lidstaten aan het woord komen.
7.  Bij voorrang kan het woord worden verleend aan de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie en aan de fractievoorzitters die namens hun fractie het woord wensen te voeren, of aan hun plaatsvervangers.
7.  De Voorzitter kan bij voorrang het woord verlenen aan de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie en aan de fractievoorzitters die namens hun fractie het woord wensen te voeren, of aan hun plaatsvervangers.
8.  De Voorzitter kan leden die door opsteken van een blauwe kaart te kennen geven dat zij het lid dat het woord voert een vraag van ten hoogste een halve minuut willen stellen, het woord geven, indien de spreker ermee instemt en de Voorzitter ervan overtuigd is dat het debat daardoor niet wordt verstoord.
8.  De Voorzitter kan leden die door opsteken van een blauwe kaart te kennen geven dat zij het lid dat het woord voert een vraag van ten hoogste een halve minuut willen stellen die betrekking heeft op wat dat lid heeft gezegd , het woord geven, mits de spreker ermee instemt en de Voorzitter ervan overtuigd is dat het debat daardoor niet wordt verstoord en er, als gevolg van opeenvolgend opgestoken blauwe kaarten, geen ernstige wanverhouding ontstaat tussen de fracties waartoe de vraagstellers behoren .
9.  Voor opmerkingen over de notulen van de vergadering, voorstellen van orde en wijzigingen van de definitieve ontwerpagenda of van de agenda is de spreektijd beperkt tot één minuut.
9.  Voor opmerkingen over de notulen van de vergadering, voorstellen van orde en wijzigingen van de definitieve ontwerpagenda of van de agenda is de spreektijd beperkt tot één minuut.
10.   Onverminderd zijn andere disciplinaire bevoegdheden kan de Voorzitter redevoeringen van leden die niet van tevoren het woord hebben gekregen of die na afloop van de toegewezen spreektijd blijven doorspreken, uit het volledig verslag van de vergadering laten schrappen.
11.  In een debat over een verslag krijgen de Commissie en de Raad in de regel onmiddellijk na de inleiding door de rapporteur het woord. De Commissie, de Raad en de rapporteur kunnen opnieuw het woord krijgen, met name om op de opmerkingen van de leden in te gaan.
11.  In een debat over een verslag krijgen de Commissie en de Raad in de regel onmiddellijk na de inleiding door de rapporteur het woord. De Commissie, de Raad en de rapporteur kunnen opnieuw het woord krijgen, met name om op de opmerkingen van de leden in te gaan.
12.  Leden die in een debat niet het woord hebben gevoerd, mogen ten hoogste éénmaal per vergaderperiode een schriftelijke verklaring van maximaal 200 woorden indienen, die bij het volledig verslag van de vergadering wordt gevoegd.
12.  Leden die in een debat niet het woord hebben gevoerd, mogen ten hoogste éénmaal per vergaderperiode een schriftelijke verklaring van maximaal 200 woorden indienen, die bij het volledig verslag van de vergadering wordt gevoegd.
13.  Onverminderd het bepaalde in artikel 230 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie tracht de Voorzitter met de Commissie, de Raad en de voorzitter van de Europese Raad overeenstemming te bereiken over een passende verdeling van de spreektijd voor deze instellingen.
13.  Met inachtneming van het bepaalde in artikel 230 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie tracht de Voorzitter met de Commissie, de Raad en de voorzitter van de Europese Raad overeenstemming te bereiken over een passende verdeling van de spreektijd voor deze instellingen.
Amendement 182
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 164 bis (nieuw)
Artikel 164 bis
Voorkoming van verstoring van procedures
De Voorzitter heeft de bevoegdheid om een halt toe te roepen aan de excessieve indiening van moties, zoals beroepen op het Reglement, moties van orde of stemverklaringen, of van verzoeken om aparte stemming, stemming in onderdelen of hoofdelijke stemming, wanneer hij ervan overtuigd is dat deze moties of verzoeken duidelijk bedoeld zijn om de procedures in het Parlement langdurig en ernstig te verstoren of afbreuk te doen aan de rechten van andere leden.
(Hoofdstuk 3: "Algemene regels voor het verloop van de vergaderingen")
Amendement 183
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 165
Artikel 165
Artikel 165
Onmiddellijke maatregelen
Onmiddellijke maatregelen
1.  De Voorzitter roept een lid dat het goede verloop van de vergadering verstoort of wiens gedrag niet strookt met de bepalingen ter zake van artikel 11, tot de orde.
1.  De Voorzitter roept een lid dat het goede verloop van de vergadering verstoort of wiens gedrag niet strookt met de bepalingen ter zake van artikel 11, tot de orde.
2.  Bij herhaling roept de Voorzitter het lid opnieuw tot de orde en in dat geval wordt hiervan melding gemaakt in de notulen.
2.  Bij herhaling roept de Voorzitter het lid opnieuw tot de orde en in dat geval wordt hiervan melding gemaakt in de notulen.
3.  Bij aanhoudende ordeverstoring of bij een tweede herhaling kan de Voorzitter het lid het woord ontnemen en voor de verdere duur van de vergadering de toegang tot de vergaderzaal ontzeggen. In uitzonderlijk ernstige gevallen van ordeverstoring kan de Voorzitter ook onmiddellijk tot deze laatste maatregel overgaan, zonder het lid nogmaals tot de orde te roepen. De secretaris-generaal ziet erop toe dat een dergelijke maatregel met behulp van de parlementaire bodes en, zo nodig, de veiligheidsdienst onverwijld ten uitvoer wordt gelegd.
3.  Bij aanhoudende ordeverstoring of bij een tweede herhaling kan de Voorzitter het lid het woord ontnemen en voor de verdere duur van de vergadering de toegang tot de vergaderzaal ontzeggen. In uitzonderlijk ernstige gevallen van ordeverstoring kan de Voorzitter ook onmiddellijk tot deze laatste maatregel overgaan, zonder het lid nogmaals tot de orde te roepen. De secretaris-generaal ziet erop toe dat een dergelijke maatregel met behulp van de parlementaire bodes en, zo nodig, de veiligheidsdienst onverwijld ten uitvoer wordt gelegd.
4.  Is de orde zodanig verstoord dat voortzetting van de werkzaamheden niet langer mogelijk is, dan schorst de Voorzitter de vergadering voor bepaalde tijd om de orde te herstellen of sluit hij de vergadering. Kan de Voorzitter zich geen gehoor meer verschaffen, dan verlaat hij de voorzittersstoel; hiermede wordt de vergadering onderbroken. De Voorzitter roept op tot hervatting van de vergadering.
4.  Is de orde zodanig verstoord dat voortzetting van de werkzaamheden niet langer mogelijk is, dan schorst de Voorzitter de vergadering voor bepaalde tijd om de orde te herstellen of sluit hij de vergadering. Kan de Voorzitter zich geen gehoor meer verschaffen, dan verlaat hij de voorzittersstoel; hiermede wordt de vergadering onderbroken. De Voorzitter roept op tot hervatting van de vergadering.
4 bis.   De Voorzitter kan besluiten om de rechtstreekse uitzending van de vergadering te onderbreken in geval van lasterlijk, racistisch of xenofoob taalgebruik of gedrag van een lid.
4 ter.   De Voorzitter kan besluiten onderdelen van een toespraak door een lid waarin lasterlijke, racistische of xenofobe taalgebruik voorkomt, te verwijderen uit het audiovisueel verslag van de vergadering.
Dit besluit treedt onmiddellijk in werking. Het besluit moet evenwel uiterlijk vier weken nadat het is genomen of, indien het Bureau binnen deze termijn niet in vergadering bijeenkomt, tijdens zijn eerstvolgende vergadering worden bekrachtigd door het Bureau.
5.  De in de leden 1 tot en met 4 genoemde bevoegdheden gelden mutatis mutandis voor degenen die vergaderingen van in het Reglement voorziene organen, commissies en delegaties, voorzitten.
5.  De in de leden 1 tot en met 4 ter genoemde bevoegdheden gelden mutatis mutandis voor degenen die vergaderingen van in het Reglement voorziene organen, commissies en delegaties, voorzitten.
6.  Met inachtneming van de ernst van de overtreding van de gedragsregels kan de voorzitter van de vergadering uiterlijk tot de volgende vergaderperiode of de volgende vergadering van het betrokken orgaan, de betrokken commissie of de betrokken delegatie, zo nodig bij de Voorzitter een verzoek om toepassing van artikel 166 indienen.
6.  Met inachtneming van de ernst van de overtreding van de gedragsregels kan de voorzitter van de vergadering uiterlijk tot de volgende vergaderperiode of de volgende vergadering van het betrokken orgaan, de betrokken commissie of de betrokken delegatie, zo nodig bij de Voorzitter een verzoek om toepassing van artikel 166 indienen.
Amendement 184
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 166
Artikel 166
Artikel 166
Sancties
Sancties
1.  In uitzonderlijk ernstige gevallen van ordeverstoring of belemmering van het functioneren van het Parlement door veronachtzaming van de in artikel 11 genoemde beginselen, stelt de Voorzitter, na het betrokken lid te hebben gehoord, bij een met redenen omkleed besluit de passende sanctie vast en brengt dit besluit ter kennis van de betrokkene en de voorzitters van de organen, commissies en delegaties waarvan betrokkene lid is, alvorens het ter kennis van de plenaire vergadering te brengen .
1.  In ernstige gevallen van ordeverstoring of belemmering van het functioneren van het Parlement door veronachtzaming van de in artikel 11 genoemde beginselen, stelt de Voorzitter bij een met redenen omkleed besluit de passende sanctie vast.
Het betrokken lid wordt door de Voorzitter verzocht om schriftelijke opmerkingen in te dienen voordat het besluit wordt vastgesteld. In uitzonderlijke gevallen kan de Voorzitter besluiten om een mondelinge hoorzitting met het betrokken lid te organiseren.
Het besluit wordt bij aangetekende brief of, in dringende gevallen, via de bodes, ter kennis van de betrokkene gebracht.
Nadat het besluit aan de betrokkene ter kennis is gebracht, wordt een aan het lid opgelegde sanctie door de Voorzitter ter kennis van de plenaire vergadering gebracht en worden de voorzitters van de organen, commissies en delegaties waarvan betrokkene lid is, op de hoogte gebracht.
Nadat de sanctie definitief is geworden, wordt deze gepubliceerd op een prominente plaats op de website van het Parlement gedurende de resterende zittingsperiode.
2.  Bij de beoordeling van het waargenomen gedrag moet overeenkomstig de bij dit Reglement gevoegde richtsnoerenrekening worden gehouden met het incidentele, repetitieve, dan wel permanente karakter, en de ernst ervan.
2.  Bij de beoordeling van het waargenomen gedrag wordt rekening gehouden met het incidentele, repetitieve dan wel permanente karakter, en de ernst ervan.
Een onderscheid moet worden gemaakt tussen visuele gedragingen, die kunnen worden getolereerd voor zover zij niet beledigend, lasterlijk, racistisch of xenofoob zijn en binnen redelijke grenzen blijven, en gedragingen die tot actieve verstoring van parlementaire activiteiten leiden.
3.  De sanctie kan uit een of meer van de volgende maatregelen bestaan:
3.  De sanctie kan uit een of meer van de volgende maatregelen bestaan:
a)  berisping:
a)  berisping:
b)  verlies van het recht op verblijfsvergoeding voor de duur van twee tot tien dagen;
b)  verlies van het recht op verblijfsvergoeding voor de duur van twee tot dertig dagen;
c)  onverminderd de uitoefening van het stemrecht ter plenaire vergadering, en in dit geval onder voorbehoud van strikte naleving van de gedragsregels, tijdelijke uitsluiting van deelname aan alle of een deel van de werkzaamheden van het Parlement, gedurende een periode van twee tot tien opeenvolgende vergaderdagen van het Parlement of een van zijn organen, commissies of delegaties;
c)  onverminderd de uitoefening van het stemrecht ter plenaire vergadering, en in dit geval onder voorbehoud van strikte naleving van de gedragsregels, tijdelijke uitsluiting van deelname aan alle of een deel van de werkzaamheden van het Parlement, gedurende een periode van twee tot dertig vergaderdagen van het Parlement of een van zijn organen, commissies of delegaties;
d)  voorlegging aan de Conferentie van voorzitters van een voorstel, overeenkomstig artikel 21, tot ontheffing uit of beëindiging van het dragen van een of meer ambten in het Parlement.
d bis)   een verbod voor het lid om het Parlement te vertegenwoordigen in een interparlementaire delegatie, een interparlementaire conferentie of een interparlementair forum van maximaal een jaar.
d ter)   in geval van een schending van de verplichtingen inzake vertrouwelijkheid, een beperking van het recht van toegang tot vertrouwelijke of gerubriceerde informatie van maximaal een jaar.
3 bis.   De in lid 3, onder b) tot en met d ter), bedoelde maatregelen kunnen worden verdubbeld bij herhaling van de overtreding of wanneer het lid weigert te voldoen aan een overeenkomstig artikel 165, lid 3, genomen maatregel.
3 ter.   Voorts kan de Voorzitter de Conferentie van voorzitters voorstellen het betrokken lid te schorsen of uit het door hem beklede ambt of de door hem beklede ambten te ontheffen in overeenstemming met de in artikel 21 neergelegde procedure.
__________________
21 Zie bijlage XV.
Amendement 185
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 167
Artikel 167
Artikel 167
Interne beroepsmogelijkheden
Interne beroepsmogelijkheden
Het betrokken lid kan binnen twee weken na kennisgeving van de door de Voorzitter opgelegde sanctie een intern beroep met opschortende werking bij het Bureau instellen. Het Bureau kan, onverminderd het recht van betrokkene om een extern beroep in te stellen, uiterlijk vier weken na de datum van instelling van het beroep de opgelegde sanctie vernietigen, bevestigen of beperken . Bij het uitblijven van een besluit van het Bureau binnen de vastgestelde termijn is de sanctie nietig.
Het betrokken lid kan binnen twee weken na kennisgeving van de door de Voorzitter krachtens artikel 166, leden 1 tot en met 3 bis, opgelegde sanctie een intern beroep met opschortende werking bij het Bureau instellen. Het Bureau kan, onverminderd het recht van betrokkene om een extern beroep in te stellen, uiterlijk vier weken na de datum van instelling van het beroep of, indien het Bureau binnen die termijn niet in vergadering bijeenkomt, tijdens zijn eerstvolgende vergadering, de opgelegde sanctie vernietigen, bevestigen of wijzigen . Bij het uitblijven van een besluit van het Bureau binnen de vastgestelde termijn wordt de sanctie nietig geacht .
Amendement 186
Reglement van het Europees Parlement
Titel VII – hoofdstuk 5 – titel
QUORUM EN STEMMINGEN
QUORUM, AMENDEMENTEN EN STEMMINGEN
Amendement 187
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 168
Artikel 168
Artikel 168
Quorum
Quorum
1.  Het Parlement kan altijd, ongeacht het aantal aanwezige leden, beraadslagen, zijn agenda vaststellen en de notulen goedkeuren.
1.  Het Parlement kan altijd, ongeacht het aantal aanwezige leden, beraadslagen, zijn agenda vaststellen en de notulen goedkeuren.
2.  Het quorum is bereikt, wanneer een derde van de leden van het Parlement in de vergaderzaal aanwezig is.
2.  Het quorum is bereikt, wanneer een derde van de leden van het Parlement in de vergaderzaal aanwezig is.
3.  Elke stemming is geldig, ongeacht het aantal stemmers, tenzij de Voorzitter op een van te voren door ten minste veertig leden ingediend verzoek bij de stemming vaststelt dat het quorum niet is bereikt. Wijst de stemming uit dat het quorum niet is bereikt, dan wordt de stemming op de agenda van de volgende vergadering geplaatst.
3.  Elke stemming is geldig, ongeacht het aantal stemmers, tenzij de Voorzitter op een van te voren door ten minste veertig leden ingediend verzoek vaststelt dat het quorum niet is bereikt. Is het voor het quorum vereiste aantal leden niet aanwezig, dan verklaart de Voorzitter dat het quorum niet is bereikt en wordt de stemming op de agenda van de volgende vergadering geplaatst.
Een verzoek om vaststelling van het quorum kan uitsluitend door ten minste veertig leden worden gedaan. Een verzoek namens een fractie is niet ontvankelijk.
Bij de vaststelling van de uitslag van de stemming moeten overeenkomstig lid 2 alle in de vergaderzaal aanwezige leden en overeenkomstig lid 4 alle leden die om vaststelling van het quorum hebben verzocht, worden meegerekend. Hierbij mag geen gebruik worden gemaakt van de elektronische steminstallatie . De deuren van de vergaderzaal mogen niet worden gesloten.
De elektronische steminstallatie kan worden gebruikt om na te gaan of de drempel van veertig leden is gehaald, maar niet om te controleren of het quorum is bereikt . De deuren van de vergaderzaal mogen niet worden gesloten.
Is het voor het quorum vereiste aantal leden niet aanwezig, dan maakt de Voorzitter de uitslag van de stemming niet bekend, doch stelt hij vast dat het quorum niet is bereikt.
Lid 3, laatste zin, is niet van toepassing op voorstellen van orde, doch uitsluitend op stemmingen over inhoudelijke zaken.
4.  De leden die om vaststelling van het quorum hebben verzocht worden bij het tellen van de aanwezigen als bedoeld in lid 2 meegerekend, ook als zij niet meer in de vergaderzaal aanwezig zijn .
4.  De leden die om vaststelling van het quorum verzoeken, moeten in de plenaire vergaderzaal aanwezig zijn wanneer het verzoek wordt ingediend, en worden bij het tellen van de aanwezigen als bedoeld in de leden 2 en 3 meegerekend, ook als zij de vergaderzaal vervolgens verlaten .
De leden die om vaststelling van het quorum hebben verzocht, moeten in de plenaire vergaderzaal aanwezig zijn, wanneer het verzoek wordt ingediend.
5.  Wanneer er minder dan veertig leden aanwezig zijn, kan de Voorzitter vaststellen dat het quorum niet is bereikt.
5.  Wanneer er minder dan veertig leden aanwezig zijn, kan de Voorzitter vaststellen dat het quorum niet is bereikt.
Amendement 188
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 168 bis (nieuw)
Artikel 168 bis
Drempels
1.  Tenzij anders bepaald wordt voor de toepassing van dit Reglement verstaan onder:
a)  "lage drempel": een twintigste van de leden van het Parlement of een fractie;
b)  "middelhoge drempel": een tiende van de leden van het Parlement, bestaande uit een of meer fracties of individuele leden, of een combinatie van beide;
c)  "hoge drempel": een vijfde van de leden van het Parlement, bestaande uit een of meer fracties of individuele leden, of een combinatie van beide;
2.   Indien de handtekening van een lid nodig is om vast te stellen of een toepasselijke drempel bereikt is, kan deze handgeschreven of in elektronische vorm door middel van het systeem voor elektronische handtekeningen van het Parlement worden verstrekt. Een lid kan zijn handtekening binnen de daarvoor geldende termijnen intrekken, doch deze daarna niet opnieuw zetten.
3.   Indien de steun van een fractie nodig is voor het bereiken van een drempel, handelt de fractie namens haar voorzitter of een persoon die laatstgenoemde daartoe naar behoren heeft aangewezen.
4.   Voor de toepassing van de middelhoge en de hoge drempel wordt de steun van een fractie als volgt berekend:
—   wanneer in de loop van de vergadering een beroep wordt gedaan op een artikel waarin een dergelijke drempel is voorzien: alle leden die zijn aangesloten bij de ondersteunende fractie en fysiek aanwezig zijn;
—   in de andere gevallen: alle leden die tot de ondersteunende fractie behoren.
Amendement 189
Reglement van het Europees Parlement
Horizontale afstemming
Horizontale afstemming van de artikelen en amendementen op de in artikel 168 bis neergelegde nieuwe definities van de drempels.
A.  In de onderstaande artikelen of amendementen op de onderstaande artikelen worden de woorden "een fractie of ten minste veertig leden", in elke grammaticale vorm, vervangen door "een fractie of een aantal leden die ten minste de lage drempel bereiken", met de noodzakelijke grammaticale veranderingen:
Artikel 15, lid 1
Artikel 38, lid 2
Artikel 38 bis, lid 1 (nieuw)
Artikel 59, lid 1, eerste alinea
Artikel 59, lid 1, vierde alinea (nieuw)
Artikel 59, lid 1 bis, eerste alinea (nieuw)
Artikel 59, lid 1 ter, vierde alinea (nieuw)
Artikel 59, lid 1 ter, vijfde alinea (nieuw)
Artikel 63, lid 4 en artikel 78 sexies, lid 2
Artikel 67 bis, lid 1, eerste alinea (nieuw) en artikel 68, lid 1
Artikel 67 bis, lid 2, eerste alinea (nieuw)
Artikel 67 bis, lid 4, eerste alinea (nieuw)
Artikel 69, lid 1
Artikel 81, lid 2
Artikel 88, lid 1, tweede alinea
Artikel 105, leden 3 en 4
Artikel 105, lid 6, derde streepje
Artikel 106, lid 4, onder c), tweede alinea (nieuw)
Artikel 108, lid 2
Artikel 108, lid 4
Artikel 113, lid 4 bis (nieuw)
Artikel 118, lid 5, eerste alinea
Artikel 121, lid 3
Artikel 122, lid 3
Artikel 122 bis, lid 4 (nieuw)
Artikel 123, lid 2
Artikel 128, lid 1, eerste alinea
Artikel 135, lid 1
Artikel 135, lid 2
Artikel 137, lid 2, derde alinea
Artikel 138, lid 2, derde alinea
Artikel 150, lid 2
Artikel 150, lid 3
Artikel 152, lid 1
Artikel 153, lid 1
Artikel 154, lid 1
Artikel 169, lid 1, eerste alinea
Artikel 170, lid 4, eerste alinea
Artikel 174, lid 5
Artikel 174, lid 6
Artikel 176, lid 1
Artikel 180, lid 1
Artikel 187, lid 1, eerste alinea
Artikel 188, lid 1, eerste alinea, en lid 2
Artikel 189, lid 1, eerste alinea
Artikel 190, lid 1, eerste alinea
Artikel 190, lid 4
Artikel 226, lid 4
Artikel 231, lid 4
Bijlage XVI, lid 1 letter c), zevende alinea
In artikel 88, lid 4, en artikel 113, lid 4 bis, worden de woorden "ten minste veertig leden", in elke grammaticale vorm, vervangen door "een fractie of een aantal leden die ten minste de lage drempel bereiken", met de noodzakelijke grammaticale veranderingen.
B.  In artikel 50, lid 1, en artikel 50, lid 2, eerste alinea, worden de woorden "ten minste een tiende van de leden van de commissie", in elke grammaticale vorm, vervangen door "leden of een of meer fracties die ten minste de middelhoge drempel in de commissie bereiken", met de noodzakelijke grammaticale veranderingen.
In artikel 73 bis, lid 2, en artikel 150, lid 1, tweede alinea, worden de woorden "fracties of afzonderlijke leden die samen een tiende van de leden van het Parlement uitmaken", in elke grammaticale vorm, vervangen door "leden of een of meer fracties die ten minste de middelhoge drempel bereiken", met de noodzakelijke grammaticale veranderingen.
In artikel 210 bis, lid 4, worden de woorden "drie leden van de commissie" vervangen door "leden of een of meer fracties die ten minste de middelhoge drempel in de commissie bereiken", met de noodzakelijke grammaticale veranderingen.
C.  In artikel 15, lid 1, worden de woorden "ten minste een vijfde van de leden van het Parlement" vervangen door "leden of een of meer fracties die ten minste de hoge drempel bereiken", met de noodzakelijke grammaticale veranderingen.
In artikel 182, lid 2, en artikel 180 bis, lid 2, worden de woorden "ten minste een vijfde van de leden van het Parlement" vervangen door "leden of een of meer fracties die ten minste de hoge drempel bereiken", met de noodzakelijke grammaticale veranderingen.
In artikel 191, lid 1, worden de woorden "een fractie of ten minste veertig leden" vervangen door "leden of een of meer fracties die ten minste de hoge drempel bereiken", met de noodzakelijke grammaticale veranderingen.
In artikel 204, lid 2, eerste alinea, en artikel 208, lid 2, worden de woorden "ten minste een zesde van de leden van de commissie" of "een zesde van haar leden", in elke grammaticale vorm, vervangen door "leden of een of meer fracties die ten minste de hoge drempel in de commissie bereiken", met de noodzakelijke grammaticale veranderingen.
In artikel 208, lid 3, worden de woorden "een vierde van de leden van de commissie" vervangen door "leden of een of meer fracties die ten minste de hoge drempel in de commissie bereiken", met de noodzakelijke grammaticale veranderingen.
D.  Deze horizontale afstemming van de drempels doet geen afbreuk aan de goedkeuring, verwerping of wijziging van voormelde artikelen en amendementen voor andere aspecten dan de drempels.
(Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)
Amendement 190
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 169
Artikel 169
Artikel 169
Indiening en toelichting van amendementen
Indiening en toelichting van amendementen
1.  De ten principale bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden kunnen amendementen voor behandeling ter plenaire vergadering indienen.
1.  De ten principale bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden kunnen amendementen voor behandeling ter plenaire vergadering indienen. De namen van alle medeondertekenaars worden bekendgemaakt.
Amendementen moeten schriftelijk worden ingediend en door de indieners zijn ondertekend.
Amendementen moeten schriftelijk worden ingediend en door de indieners zijn ondertekend.
Amendementen op documenten van wetgevende aard in de zin van artikel 47, lid 1, kunnen vergezeld gaan van korte motiveringen. Deze motiveringen vallen onder de verantwoordelijkheid van de auteur en worden niet in stemming gebracht.
Amendementen op ontwerpen van juridisch bindende handelingen kunnen vergezeld gaan van korte motiveringen. Deze motiveringen vallen onder de verantwoordelijkheid van de auteur en worden niet in stemming gebracht.
2.  Behoudens de in artikel 170 vastgestelde beperkingen kan een amendement ertoe strekken een tekst gedeeltelijk te wijzigen en woorden of getallen te schrappen, toe te voegen of te vervangen.
2.  Behoudens de in artikel 170 vastgestelde beperkingen kan een amendement ertoe strekken een tekst gedeeltelijk te wijzigen en woorden of getallen te schrappen, toe te voegen of te vervangen.
Onder “tekst” wordt in dit artikel en in artikel 170 de volledige tekst van een ontwerpresolutie/ontwerpwetgevingsresolutie, van een ontwerpbesluit of van een ontwerp van wetgevingshandeling verstaan.
Onder “tekst” wordt in dit artikel en in artikel 170 de volledige tekst van een ontwerpresolutie/ontwerpwetgevingsresolutie, van een ontwerpbesluit of van een ontwerp van juridisch bindende handeling verstaan.
3.  De Voorzitter stelt een termijn voor de indiening van amendementen vast.
3.  De Voorzitter stelt een termijn voor de indiening van amendementen vast.
4.  Een amendement kan in de loop van de beraadslaging worden toegelicht door de indiener of door enig ander lid dat door de indiener is aangewezen om hem te vervangen.
4.  Een amendement kan in de loop van de beraadslaging worden toegelicht door de indiener of door enig ander lid dat door de indiener is aangewezen om hem te vervangen.
5.  Wanneer een amendement door de indiener wordt ingetrokken, komt het te vervallen, tenzij het onmiddellijk door een ander lid wordt overgenomen.
5.  Wanneer een amendement door de indiener wordt ingetrokken, komt het te vervallen, tenzij het onmiddellijk door een ander lid wordt overgenomen.
6.  Tenzij het Parlement anders beslist, kan alleen over amendementen worden gestemd, als zij in alle officiële talen zijn vermenigvuldigd en rondgedeeld . Een dergelijk besluit kan niet worden genomen wanneer ten minste veertig leden hiertegen bezwaar maken. Het Parlement vermijdt beslissingen die ertoe kunnen leiden dat leden die zich van een bepaalde taal bedienen, in onaanvaardbare mate worden benadeeld.
Tenzij het Parlement anders beslist, kan alleen over amendementen worden gestemd, als zij in alle officiële talen beschikbaar zijn gesteld . Een dergelijk besluit kan niet worden genomen wanneer ten minste veertig leden hiertegen bezwaar maken. Het Parlement vermijdt beslissingen die ertoe kunnen leiden dat leden die zich van een bepaalde taal bedienen, in onaanvaardbare mate worden benadeeld.
Wanneer er minder dan honderd leden aanwezig zijn, mag het Parlement een dergelijk besluit niet nemen als ten minste een tiende van de aanwezige leden daartegen bezwaar maakt.
Wanneer er minder dan honderd leden aanwezig zijn, mag het Parlement een dergelijk besluit niet nemen als ten minste een tiende van de aanwezige leden daartegen bezwaar maakt.
Op voorstel van de Voorzitter wordt een mondeling amendement of een andere mondelinge wijziging gelijkgesteld met een niet in alle officiële talen rondgedeeld amendement. Indien de Voorzitter het mondelinge amendement of de mondelinge wijziging ontvankelijk verklaart uit hoofde van artikel 170, lid 3, en mits er overeenkomstig artikel 169, lid 6, geen bezwaar wordt gemaakt, wordt het amendement of de wijziging in stemming gebracht volgens de vastgelegde volgorde van stemming.
Op voorstel van de Voorzitter wordt een mondeling amendement of een andere mondelinge wijziging gelijkgesteld met een niet in alle officiële talen beschikbaar gesteld amendement. Indien de Voorzitter het mondelinge amendement of de mondelinge wijziging ontvankelijk verklaart uit hoofde van artikel 170, lid 3, en mits er overeenkomstig artikel 169, lid 6, geen bezwaar wordt gemaakt, wordt het amendement of de wijziging in stemming gebracht volgens de vastgelegde volgorde van stemming.
Het aantal stemmen dat vereist is om tegen een dergelijk amendement of een dergelijke wijziging bezwaar te maken in de commissie, wordt op grond van artikel 209 vastgelegd in verhouding tot het aantal dat geldt voor de plenaire vergadering, in voorkomend geval naar boven afgerond.
Het aantal stemmen dat vereist is om tegen een dergelijk amendement of een dergelijke wijziging bezwaar te maken in de commissie, wordt op grond van artikel 209 vastgelegd in verhouding tot het aantal dat geldt voor de plenaire vergadering, in voorkomend geval naar boven afgerond.
Amendement 191
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 170
Artikel 170
Artikel 170
Ontvankelijkheid van amendementen
Ontvankelijkheid van amendementen
1.  Een amendement is niet ontvankelijk wanneer:
1.  Onverminderd de aanvullende voorwaarden van artikel 52, lid 2, betreffende initiatiefverslagen, en artikel 69, lid 2, betreffende amendementen op het standpunt van de Raad, is een amendement niet ontvankelijk wanneer:
a)  de inhoud ervan niet rechtstreeks verband houdt met de tekst die het beoogt te wijzigen;
a)  de inhoud ervan niet rechtstreeks verband houdt met de tekst die het beoogt te wijzigen;
b)  ermee wordt beoogd de tekst in zijn geheel te schrappen of te vervangen;
b)  ermee wordt beoogd de tekst in zijn geheel te schrappen of te vervangen;
c)  ermee wordt beoogd meer dan een van de artikelen of paragrafen/onderdelen van de tekst waarop het betrekking heeft, te wijzigen; deze bepaling geldt niet voor compromisamendementen noch voor amendementen waarmee wordt beoogd identieke wijzigingen in een bepaalde formulering in de gehele tekst aan te brengen;
c)  ermee wordt beoogd meer dan een van de artikelen of paragrafen/onderdelen van de tekst waarop het betrekking heeft, te wijzigen; deze bepaling geldt niet voor compromisamendementen noch voor amendementen waarmee wordt beoogd identieke wijzigingen in een bepaalde formulering in de gehele tekst aan te brengen;
c bis)   het strekt tot wijziging van een voorstel tot codificering van Uniewetgeving; artikel 103, lid 3, tweede alinea, is evenwel van overeenkomstige toepassing;
c ter)   het strekt tot wijziging van de ongewijzigde delen van een voorstel tot herschikking van Uniewetgeving; artikel 104, lid 2, tweede alinea, en artikel 104, lid 3, derde alinea, zijn evenwel van overeenkomstige toepassing;
(d)  blijkt dat de tekst waarop het betrekking heeft in ten minste een van de officiële talen niet behoeft te worden aangepast; in dat geval tracht de Voorzitter in overleg met de betrokkenen een passende taalkundige oplossing te vinden.
(d)  het uitsluitend beoogt de taalkundig juistheid en terminologische consistentie van de tekst te waarborgen in de taal waarin het amendement is ingediend; in dat geval tracht de Voorzitter in overleg met de betrokkenen een passende taalkundige oplossing te vinden.
2.   Een amendement komt te vervallen, wanneer het onverenigbaar is met eerdere, in de loop van dezelfde stemming ten aanzien van dezelfde tekst genomen besluiten.
3.  De Voorzitter beslist over de ontvankelijkheid van amendementen.
3.  De Voorzitter beslist over de ontvankelijkheid van amendementen.
Het besluit van de Voorzitter op grond van lid 3 betreffende de ontvankelijkheid van amendementen wordt niet alleen op grond van de leden 1 en 2 , maar ook op grond van de bepalingen van het Reglement in het algemeen genomen.
Het besluit van de Voorzitter op grond van lid 3 betreffende de ontvankelijkheid van amendementen wordt niet alleen op grond van lid 1 , maar ook op grond van de bepalingen van het Reglement in het algemeen genomen.
4.  Een fractie of ten minste veertig leden kunnen een alternatieve ontwerpresolutie indienen ter vervanging van een in een commissieverslag voorgestelde niet-wetgevingsontwerpresolutie.
4.  Een fractie of ten minste veertig leden kunnen een alternatieve ontwerpresolutie indienen ter vervanging van een in een commissieverslag voorgestelde niet-wetgevingsontwerpresolutie.
In dat geval mogen de fractie of die leden geen amendementen indienen op de ontwerpresolutie van de ten principale bevoegde commissie. De alternatieve ontwerpresolutie mag niet langer zijn dan de ontwerpresolutie van de commissie. Deze wordt bij een enkele stemming zonder amendementen ter plenaire vergadering in stemming gebracht.
In dat geval mogen de fractie of die leden geen amendementen indienen op de ontwerpresolutie van de ten principale bevoegde commissie. De alternatieve ontwerpresolutie mag niet langer zijn dan de ontwerpresolutie van de commissie. Deze wordt bij een enkele stemming zonder amendementen ter plenaire vergadering in stemming gebracht.
Het bepaalde in artikel 123, lid 4, is mutatis mutandis van toepassing.
Het bepaalde in artikel 123, lid 4 en lid 4 bis , betreffende gezamenlijke ontwerpresoluties is mutatis mutandis van toepassing.
4 bis.   Bij wijze van uitzondering kunnen amendementen, met instemming van de Voorzitter, na het verstrijken van de termijn voor het indienen van amendementen worden ingediend wanneer het compromisamendementen betreft of wanneer er technische problemen zijn gerezen. De Voorzitter beslist over de ontvankelijkheid van dergelijke amendementen. De Voorzitter legt het in stemming brengen van dergelijke amendementen vooraf ter goedkeuring aan het Parlement voor.
Voor de ontvankelijkheid van compromisamendementen kunnen de volgende algemene criteria worden gehanteerd:
–   compromisamendementen hebben in de regel betrekking op onderdelen van de tekst waarop vóór het verstrijken van de termijn voor de indiening van amendementen andere amendementen zijn ingediend;
–   compromisamendementen worden in de regel ingediend door fracties die een meerderheid in het Parlement vertegenwoordigen, de voorzitters of rapporteurs van de betrokken commissies of de indieners van andere amendementen;
–   in de regel leiden compromisamendementen tot intrekking van andere amendementen op dezelfde passage.
Alleen de Voorzitter kan voorstellen compromisamendementen in aanmerking te nemen. Voor het in stemming brengen van een compromisamendement heeft de Voorzitter instemming nodig van het Parlement, door te vragen of er bezwaren zijn tegen een dergelijke stemming. Wordt een bezwaar gemaakt, dan beslist het Parlement bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
Amendement 192
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 171
Artikel 171
Artikel 171
Stemprocedure
Stemprocedure
1.  Bij stemmingen over verslagen volgt het Parlement de volgende procedure:
1.  Behoudens wanneer in dit Reglement specifiek anders wordt vermeld, volgt het Parlement bij stemmingen over aan het Parlement voorgelegde teksten de volgende procedure:
a)  eerst stemming over eventuele amendementen op de tekst waarop het verslag van de ten principale bevoegde commissie betrekking heeft ,
a)  eerst, indien van toepassing, stemming over eventuele amendementen op het voorstel van een juridisch bindende handeling ,
b)  daarna stemming over de eventueel gewijzigde tekst als geheel,
b)  daarna, indien van toepassing, stemming over dat eventueel gewijzigde voorstel als geheel,
c)  vervolgens stemming over de amendementen op de ontwerpresolutie c.q. ontwerpwetgevingsresolutie,
c)  vervolgens stemming over eventuele amendementen op de ontwerpresolutie c.q. ontwerpwetgevingsresolutie,
d)  ten slotte stemming over de ontwerpresolutie c.q. ontwerpwetgevingsresolutie als geheel (eindstemming).
d)  ten slotte stemming over de ontwerpresolutie als geheel (eindstemming).
Het Parlement stemt niet over de in het verslag vervatte toelichting .
Het Parlement stemt niet over in verslagen vervatte toelichtingen .
2.   Voor de tweede lezing geldt de volgende procedure:
a)  indien geen voorstel tot verwerping of wijziging van het standpunt van de Raad is ingediend, wordt het standpunt overeenkomstig artikel 76 geacht te zijn goedgekeurd;
b)  een voorstel tot verwerping van het standpunt van de Raad wordt vóór eventuele amendementen in stemming gebracht (zie artikel 68, lid 1);
c)  indien meerdere amendementen zijn ingediend op het standpunt van de Raad, brengt de Voorzitter deze in stemming in de in artikel 174 vastgestelde volgorde;
d)  heeft het Parlement bij stemming besloten tot wijziging van het standpunt van de Raad, dan kan een verdere stemming over de tekst in zijn geheel nog slechts overeenkomstig artikel 68 lid 2, plaatsvinden.
3.  Voor de derde lezing geldt de procedure van artikel 72.
4.  Bij stemming over wetgevingsteksten en niet-wetgevingsontwerpresoluties worden eerst het dictum en daarna de visa en de overwegingen in stemming gebracht. Amendementen die in strijd zijn met een eerdere stemmingsuitslag komen te vervallen.
4.  Bij stemming over voorstellen van juridisch bindende handelingen en niet-wetgevingsontwerpresoluties worden eerst het dictum en daarna de visa en de overwegingen in stemming gebracht.
4 bis.   Een amendement komt te vervallen wanneer het onverenigbaar is met eerdere, in de loop van dezelfde stemming ten aanzien van dezelfde tekst genomen besluiten.
5.  Op het tijdstip van de stemming zijn alleen nog korte toelichtingen van de rapporteur op het standpunt van de ten principale bevoegde commissie ten aanzien van de amendementen die in stemming worden gebracht, toegestaan .
5.  Op het tijdstip van de stemming mag uitsluitend het woord gevoerd worden door de rapporteur of, namens deze, de voorzitter van de commissie. Hij heeft de gelegenheid een korte toelichting te geven op het standpunt van de ten principale bevoegde commissie ten aanzien van de amendementen die in stemming worden gebracht.
Amendement 193
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 172
Artikel 172
Schrappen
Staking van stemmen
1.   Bij staking van stemmen bij een stemming overeenkomstig artikel 171, lid 1, onder b) of d), wordt de tekst in zijn geheel naar de commissie terugverwezen. Dit geldt ook voor stemmingen overeenkomstig de artikelen 3 en 9 en bij eindstemmingen overeenkomstig de artikelen 199 en 212, met dien verstande dat voor wat betreft de laatste twee artikelen de Conferentie van voorzitters terugverwijst.
2.   Bij staking van stemmen bij een stemming over de agenda als geheel (artikel 152) of de notulen als geheel (artikel 192), of over een tekst die overeenkomstig artikel 176 in onderdelen in stemming is gebracht, wordt de tekst geacht te zijn aangenomen.
3.   In alle andere gevallen van staking van stemmen, onverminderd de artikelen die een gekwalificeerde meerderheid vereisen, wordt de in stemming gebrachte tekst of het in stemming gebrachte voorstel geacht te zijn verworpen.
Artikel 172, lid 3, moet in die zin geïnterpreteerd worden dat bij staking van stemmen bij een stemming over een ontwerpaanbeveling, uit hoofde van artikel 141, lid 4, om niet te interveniëren in een procedure bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, die staking niet betekent dat een aanbeveling om te interveniëren werd vastgesteld. In dergelijk geval moet de bevoegde commissie worden geacht zich niet te hebben uitgesproken.
Amendement 194
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 173
Artikel 173
Schrappen
Uitgangspunten bij de stemming
1.   Uitgangspunt bij de stemming over verslagen is een aanbeveling van de ten principale bevoegde commissie. De commissie kan haar voorzitter of rapporteur met deze taak belasten.
2.   De commissie kan aanbevelen alle of meerdere amendementen en bloc in stemming te brengen, deze aan te nemen dan wel te verwerpen of deze vervallen te verklaren.
Zij kan ook compromisamendementen voorstellen.
3.   Wanneer de commissie een stemming en bloc aanbeveelt, worden de desbetreffende amendementen eerst en bloc in stemming gebracht.
4.   Wanneer een compromisamendement wordt voorgesteld, wordt dat bij voorrang in stemming gebracht.
5.   Over een amendement waarvoor om hoofdelijke stemming is verzocht, wordt apart gestemd.
6.  Stemming in onderdelen is niet mogelijk bij een stemming en bloc of bij een stemming over een compromisamendement.
Amendement 195
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 174
Artikel 174
Artikel 174
Volgorde van stemming over amendementen
Volgorde van stemming over amendementen
1.  Amendementen worden behandeld vóór de tekst waarop zij betrekking hebben en worden vóór deze tekst in stemming gebracht.
1.  Amendementen worden behandeld vóór de tekst waarop zij betrekking hebben en worden vóór deze tekst in stemming gebracht.
2.  Indien twee of meer amendementen die elkaar uitsluiten op hetzelfde gedeelte van de tekst betrekking hebben, heeft het amendement dat het meest van de oorspronkelijke tekst afwijkt voorrang en wordt het eerst in stemming gebracht. Aanneming ervan betekent dat de andere amendementen zijn verworpen. Wordt het verworpen, dan wordt het amendement dat dan voorrang heeft in stemming gebracht en aldus worden alle overige amendementen in stemming gebracht. Bij twijfel over de voorrang beslist de Voorzitter. Worden alle amendementen verworpen, dan wordt de oorspronkelijke tekst geacht te zijn aangenomen, tenzij binnen de gestelde termijn om aparte stemming is verzocht.
2.  Indien twee of meer amendementen die elkaar uitsluiten op hetzelfde gedeelte van de tekst betrekking hebben, heeft het amendement dat het meest van de oorspronkelijke tekst afwijkt voorrang en wordt het eerst in stemming gebracht. Aanneming ervan betekent dat de andere amendementen zijn verworpen. Wordt het verworpen, dan wordt het amendement dat dan voorrang heeft in stemming gebracht en aldus worden alle overige amendementen in stemming gebracht. Bij twijfel over de voorrang beslist de Voorzitter. Worden alle amendementen verworpen, dan wordt de oorspronkelijke tekst geacht te zijn aangenomen, tenzij binnen de gestelde termijn om aparte stemming is verzocht.
3.  De Voorzitter kan de oorspronkelijke tekst eerst in stemming brengen of een minder van de oorspronkelijke tekst afwijkend amendement vóór het meest van de oorspronkelijke tekst afwijkend amendement in stemming brengen.
3.   Indien de Voorzitter evenwel van oordeel is dat dit de stemming zal vergemakkelijken, kan hij de oorspronkelijke tekst eerst in stemming brengen of een minder van de oorspronkelijke tekst afwijkend amendement vóór het meest van de oorspronkelijke tekst afwijkend amendement in stemming brengen.
Wordt een van deze teksten met een meerderheid aangenomen, dan komen alle andere amendementen op dezelfde tekst te vervallen.
Wordt een van deze teksten met een meerderheid aangenomen, dan komen alle andere amendementen op hetzelfde gedeelte van de tekst te vervallen.
4.   Bij wijze van uitzondering kunnen, op voorstel van de Voorzitter, amendementen die na sluiting van de beraadslaging worden ingediend, in stemming worden gebracht, wanneer het compromisamendementen betreft of wanneer er technische problemen gerezen zijn. De Voorzitter legt het in stemming brengen van dergelijke amendementen ter goedkeuring aan het Parlement voor.
Overeenkomstig artikel 170, lid 3, beslist de Voorzitter over de ontvankelijkheid van amendementen. Wanneer overeenkomstig dit lid na sluiting van de beraadslaging compromisamendementen worden ingediend, beslist de Voorzitter van geval tot geval over hun ontvankelijkheid en vergewist hij zich ervan dat het wel degelijk om een compromisamendement gaat.
Alleen de Voorzitter kan voorstellen compromisamendementen in aanmerking te nemen. Voor het in stemming brengen van een compromisamendement heeft de Voorzitter instemming nodig van het Parlement, waaraan hij de vraag voorlegt of er tegen het in stemming brengen van het compromisamendement bezwaren zijn. Is dit het geval, dan beslist het Parlement bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
4 bis.  Wanneer compromisamendementen in stemming worden gebracht, wordt daar bij voorrang over gestemd.
4 ter.  Bij stemming over compromisamendementen is stemming in onderdelen niet mogelijk.
5.  Heeft de bevoegde commissie een reeks amendementen ingediend op de tekst waarop het verslag betrekking heeft, dan brengt de Voorzitter deze en bloc in stemming, behalve wanneer een fractie of ten minste veertig leden om stemming in onderdelen hebben verzocht of wanneer nog andere amendementen zijn ingediend.
5.  Heeft de bevoegde commissie een reeks amendementen ingediend op de tekst waarop het verslag betrekking heeft, dan brengt de Voorzitter deze en bloc in stemming, behalve wanneer een fractie of ten minste veertig leden op specifieke punten om aparte stemming of stemming in onderdelen hebben verzocht of wanneer nog andere, concurrerende amendementen zijn ingediend.
6.  De Voorzitter kan andere amendementen die elkaar aanvullen en bloc in stemming brengen. In dat geval volgt hij de procedure van lid 5 . De indieners van zulke amendementen kunnen stemmingen en bloc voorstellen, wanneer hun amendementen elkaar aanvullen.
6.  De Voorzitter kan andere amendementen die elkaar aanvullen en bloc in stemming brengen, tenzij een fractie of ten minste veertig leden om aparte stemming of stemming in onderdelen hebben verzocht . De indieners van amendementen kunnen ook stemmingen en bloc voorstellen, wanneer hun amendementen elkaar aanvullen.
7.  De Voorzitter kan na de aanneming of verwerping van een bepaald amendement besluiten andere amendementen die een vergelijkbare strekking hebben of hetzelfde beogen en bloc in stemming te brengen. De Voorzitter kan het Parlement om instemming verzoeken alvorens daartoe over te gaan.
7.  De Voorzitter kan na de aanneming of verwerping van een bepaald amendement besluiten andere amendementen die een vergelijkbare strekking hebben of hetzelfde beogen en bloc in stemming te brengen. De Voorzitter kan het Parlement om instemming verzoeken alvorens daartoe over te gaan.
Zo'n reeks amendementen kan op verschillende delen van de oorspronkelijke tekst betrekking hebben.
Zo'n reeks amendementen kan op verschillende delen van de oorspronkelijke tekst betrekking hebben.
8.  Worden twee of meer identieke amendementen door verschillende leden ingediend, dan worden deze als één amendement in stemming gebracht.
8.  Worden twee of meer identieke amendementen door verschillende leden ingediend, dan worden deze als één amendement in stemming gebracht.
8 bis.   Over amendementen waarvoor om hoofdelijke stemming is verzocht, wordt apart gestemd.
Amendement 196
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 175
Artikel 175
Artikel 175
Behandeling in de commissie van voor de plenaire vergadering ingediende amendementen
Filtering in de commissie van voor de plenaire vergadering ingediende amendementen
Zijn op een verslag meer dan vijftig amendementen en verzoeken om stemming in onderdelen of aparte stemming voor behandeling ter plenaire vergadering ingediend, dan kan de Voorzitter, in overleg met de voorzitter van de bevoegde commissie, deze commissie verzoeken een vergadering bijeen te roepen om deze amendementen of verzoeken te behandelen . Amendementen of verzoeken om stemming in onderdelen of aparte stemming die in dit stadium niet door ten minste een tiende van de commissieleden worden gesteund, worden niet ter plenaire vergadering in stemming gebracht.
Zijn op een door een commissie ingediende tekst meer dan vijftig amendementen of verzoeken om stemming in onderdelen of aparte stemming voor behandeling ter plenaire vergadering ingediend, dan kan de Voorzitter, in overleg met de voorzitter van de bevoegde commissie, deze commissie verzoeken een vergadering bijeen te roepen om over elk van deze amendementen of verzoeken te stemmen . Amendementen of verzoeken om stemming in onderdelen of aparte stemming die in dit stadium niet door ten minste een derde van de commissieleden worden gesteund, worden niet ter plenaire vergadering in stemming gebracht.
Amendement 197
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 176
Artikel 176
Artikel 176
Stemming in onderdelen
Stemming in onderdelen
1.  Wanneer de in stemming te brengen tekst verschillende bepalingen bevat, betrekking heeft op verschillende onderwerpen of op te splitsen is in verschillende delen met een eigen betekenis en/of regelende waarde, kan door een fractie of ten minste veertig leden om stemming in onderdelen worden verzocht.
1.  Wanneer de in stemming te brengen tekst verschillende bepalingen bevat, betrekking heeft op verschillende onderwerpen of op te splitsen is in verschillende delen met een eigen betekenis en/of regelende waarde, kan door een fractie of ten minste veertig leden om stemming in onderdelen worden verzocht.
2.  Een dergelijk verzoek moet uiterlijk de avond vóór de stemming worden ingediend, tenzij de Voorzitter een andere termijn vaststelt. De Voorzitter neemt een besluit over het verzoek.
2.  Een dergelijk verzoek wordt uiterlijk de avond vóór de stemming ingediend, tenzij de Voorzitter een andere termijn vaststelt. De Voorzitter neemt een besluit over het verzoek.
Amendement 198 en 347
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 178
Artikel 178
Artikel 178
Stemming
Stemming
1.  Het Parlement stemt in de regel bij handopsteken.
1.  Het Parlement stemt in de regel bij handopsteken.
De Voorzitter kan echter te allen tijde besluiten gebruik te maken van de elektronische steminstallatie.
1 bis.   Bij elke stemming verklaart de Voorzitter deze voor geopend en voor gesloten.
Heeft de Voorzitter een stemming voor geopend verklaard, dan mag behalve de Voorzitter niemand meer het woord voeren, totdat de stemming voor gesloten is verklaard.
1 ter.   Voor de aanneming dan wel verwerping van een tekst tellen alleen de uitgebrachte voor- en tegenstemmen voor de uitslag, tenzij de Verdragen een specifieke meerderheid verlangen.
2.  Beslist de Voorzitter dat de uitslag twijfelachtig is, dan wordt opnieuw, en wel elektronisch gestemd; mocht de elektronische steminstallatie niet werken, dan wordt bij zitten en opstaan gestemd.
2.  Beslist de Voorzitter dat de uitslag van de stemming bij handopsteken twijfelachtig is, dan wordt opnieuw, en wel elektronisch gestemd; mocht de elektronische steminstallatie niet werken, dan wordt bij zitten en opstaan gestemd.
2 bis.   De Voorzitter stelt de uitslag van de stemming vast en maakt deze bekend.
3.  De uitslag van de stemming wordt geregistreerd.
3.  De uitslag van de stemming wordt geregistreerd.
Amendement 199
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 179
Artikel 179
Artikel 179
Eindstemming
Eindstemming
Bij het nemen van een besluit op basis van een verslag wordt bij een enkele stemming en/of bij de eindstemming hoofdelijk gestemd overeenkomstig artikel 180, lid 2. Over amendementen wordt alleen hoofdelijk gestemd op grond van een daartoe overeenkomstig artikel 180 ingediend verzoek.
Bij het nemen van een besluit op basis van een verslag wordt bij een enkele stemming en/of bij de eindstemming hoofdelijk gestemd overeenkomstig artikel 180, lid 2.
De bepalingen van artikel 179 over de hoofdelijke stemming gelden niet voor de verslagen die zijn bedoeld in artikel 8, lid 2, en artikel 9, leden 3, 6 en 8, in het kader van procedures aangaande de immuniteit van een lid.
De bepalingen van artikel 179 over de hoofdelijke stemming gelden niet voor de verslagen die zijn bedoeld in artikel 8, lid 2, en artikel 9, leden 3, 6 en 8, in het kader van procedures aangaande de immuniteit van een lid.
Amendement 200
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 179 bis (nieuw)
Artikel 179 bis
Staking van stemmen
1.   Bij staking van stemmen bij een stemming overeenkomstig artikel 171, lid 1, onder b) of d), wordt de tekst in zijn geheel terugverwezen naar de commissie. Dit geldt ook voor stemmingen overeenkomstig de artikelen 3 en 9.
2.   Bij staking van stemmen bij een stemming over een tekst die overeenkomstig artikel 176 in onderdelen in stemming is gebracht, wordt de tekst geacht te zijn aangenomen.
3.   In alle andere gevallen van staking van stemmen wordt de in stemming gebrachte tekst of het in stemming gebrachte voorstel, onverminderd de artikelen die een gekwalificeerde meerderheid vereisen, geacht te zijn verworpen.
Artikel 179 bis, lid 3, moet aldus worden uitgelegd dat bij staking van stemmen bij een stemming over een ontwerpaanbeveling overeenkomstig artikel 141, lid 4, om niet te interveniëren in een procedure bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, die staking niet betekent dat een aanbeveling om te interveniëren werd vastgesteld. In dergelijk geval wordt de bevoegde commissie geacht zich niet te hebben uitgesproken.
De Voorzitter kan stemmen, maar heeft geen doorslaggevende stem.
(De laatste twee alinea's worden ingevoegd als interpretatie.)
Amendement 201
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 180
Artikel 180
Artikel 180
Hoofdelijke stemming
Hoofdelijke stemming
1.  Behalve in de in de artikelen 118, lid 5, 119, lid 5 en 179 bedoelde gevallen wordt hoofdelijk gestemd, wanneer een fractie of ten minste veertig leden uiterlijk de avond vóór de stemming schriftelijk hierom verzoeken, tenzij de Voorzitter een andere termijn heeft vastgesteld.
1.  Behalve in de in dit Reglement bedoelde gevallen wordt hoofdelijk gestemd, wanneer een fractie of ten minste veertig leden uiterlijk de avond vóór de stemming schriftelijk hierom verzoeken, tenzij de Voorzitter een andere termijn heeft vastgesteld.
De bepalingen van artikel 180, lid 1, over de hoofdelijke stemming gelden niet voor de verslagen die zijn bedoeld in artikel 8, lid 2, en artikel 9, leden 3, 6 en 8, in het kader van procedures aangaande de immuniteit van een lid.
De bepalingen van artikel 180 over de hoofdelijke stemming gelden niet voor de verslagen die zijn bedoeld in artikel 8, lid 2, en artikel 9, leden 3, 6 en 8, in het kader van procedures aangaande de immuniteit van een lid.
1 bis.   Elke fractie mag per vergaderperiode niet meer dan honderd verzoeken om hoofdelijke stemming indienen.
2.  Hoofdelijke stemming vindt plaats met gebruikmaking van de elektronische steminstallatie. Indien de elektronische steminstallatie om technische redenen niet kan worden gebruikt, vindt de hoofdelijke stemming plaats in alfabetische volgorde, te beginnen bij de naam van een door het lot aangewezen lid. De Voorzitter wordt als laatste opgeroepen om te stemmen.
2.  Hoofdelijke stemming vindt plaats met gebruikmaking van de elektronische steminstallatie.
Indien de elektronische steminstallatie om technische redenen niet kan worden gebruikt, kan de hoofdelijke stemming plaatsvinden in alfabetische volgorde, te beginnen bij de naam van een door het lot aangewezen lid. De Voorzitter wordt als laatste opgeroepen om te stemmen. Het stemmen geschiedt mondeling met de woorden "vóór", "tegen" of "onthouding".
Het stemmen geschiedt hardop met de woorden “vóór”, “tegen” of “onthouding”. Voor de aanneming dan wel verwerping tellen alleen de uitgebrachte voor- en tegenstemmen voor de uitslag. De Voorzitter stelt de uitslag van de stemming vast en maakt deze bekend.
De uitslag van de stemming wordt in de notulen van de vergadering vastgelegd; de namen van de leden worden per fractie in alfabetische volgorde vermeld en tevens wordt aangegeven hoe elk lid heeft gestemd.
2 bis.   De uitslag van de stemming wordt in de notulen van de vergadering vastgelegd; de namen van de leden worden per fractie in alfabetische volgorde vermeld en tevens wordt aangegeven hoe elk lid heeft gestemd.
Amendement 202
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 180 bis (nieuw)
Artikel 180 bis
Geheime stemming
1.   Onverminderd artikel 15, lid 1, en artikel 204, lid 2, tweede alinea, is de stemming geheim bij benoemingen.
Alleen de stembriefjes met de namen van de kandidaten tellen bij de vaststelling van de uitslag mee.
2.   De stemming is ook geheim wanneer ten minste een vijfde van de leden van het Parlement daarom verzoekt. Een dergelijk verzoek moet vóór de opening van de stemming worden ingediend.
3.   Een verzoek om geheime stemming heeft voorrang op een verzoek om hoofdelijke stemming.
4.   Bij geheime stemmingen worden de stemmen geteld door twee tot acht bij loting onder de leden aangewezen stemopnemers, tenzij elektronisch wordt gestemd.
Bij stemmingen overeenkomstig lid 1 mogen de kandidaten niet als stemopnemer optreden.
De namen van de leden die aan een geheime stemming hebben deelgenomen, worden vermeld in de notulen van de vergadering waarin de stemming heeft plaatsgevonden.
Amendement 203
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 181
Artikel 181
Artikel 181
Elektronische stemming
Gebruik van de elektronische steminstallatie
1.  De Voorzitter kan te allen tijde besluiten voor de in de artikelen 178, 180 en 182 bedoelde stemmingen van de elektronische steminstallatie gebruik te maken.
Indien dit om technische redenen niet mogelijk is, vindt de stemming overeenkomstig de artikelen 178, 180, lid 2, of 182 plaats.
De technische instructies voor het gebruik van de elektronische steminstallatie worden door het Bureau vastgesteld.
1.  De technische instructies voor het gebruik van de elektronische steminstallatie worden door het Bureau vastgesteld.
2.  Bij elektronische stemming wordt alleen de numerieke uitslag van de stemming geregistreerd.
2.  Tenzij het een hoofdelijke stemming betreft, wordt bij elektronische stemming alleen de numerieke uitslag van de stemming geregistreerd.
Is om hoofdelijke stemming overeenkomstig artikel 180, lid 1, verzocht, dan wordt de uitslag van de stemming met de namen van de leden per fractie in alfabetische volgorde in de notulen van de vergadering vastgelegd.
3.   Hoofdelijke stemming overeenkomstig artikel 180, lid 2, vindt plaats, wanneer de meerderheid van de aanwezige leden erom verzoekt; aan de hand van de in lid 1 van dit artikel genoemde installatie kan worden vastgesteld of aan deze voorwaarde is voldaan.
3 bis.   De Voorzitter kan te allen tijde besluiten de elektronische steminstallatie te gebruiken om een drempel te controleren.
Amendement 204
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 182
Artikel 182
Schrappen
Geheime stemming
1.   Onverminderd het bepaalde in de artikelen 15, lid 1, 199, lid 1, en 204, lid 2, tweede alinea, is bij benoemingen de stemming geheim.
Alleen de stembriefjes waarop de namen van de kandidaten staan, tellen bij de vaststelling van de uitslag mee.
2.   Een geheime stemming kan ook plaatsvinden, wanneer ten minste een vijfde van de leden van het Parlement erom verzoekt. Een dergelijk verzoek moet vóór de opening van de stemming worden ingediend.
Wordt door ten minste een vijfde van de leden van het Parlement vóór de opening van de stemming een verzoek om geheime stemming ingediend, dan is het Parlement verplicht geheim te stemmen.
3.  Een verzoek om geheime stemming gaat voor een verzoek om hoofdelijke stemming.
4.   Bij geheime stemmingen worden de stemmen geteld door twee tot acht bij loting onder de leden aangewezen stemopnemers, tenzij elektronisch wordt gestemd.
Bij stemmingen overeenkomstig lid 1 mogen de kandidaten niet als stemopnemer optreden.
De namen van de leden die aan een geheime stemming hebben deelgenomen, worden vermeld in de notulen van de vergadering waarin de stemming heeft plaatsgevonden.
Amendement 205
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 182 bis (nieuw)
Artikel 182 bis
Betwisting van de stemming
1.   Beroepen op het Reglement betreffende de geldigheid van een bepaalde stemming kunnen pas worden gedaan nadat de Voorzitter de stemming voor gesloten heeft verklaard.
2.   Na bekendmaking van de uitslag van een stemming bij handopsteken kan een lid verzoeken om die uitslag aan de hand van de elektronische steminstallatie te controleren.
3.   De Voorzitter beslist over de geldigheid van de bekendgemaakte uitslag. Die beslissing is onherroepelijk.
Amendement 206
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 183
Artikel 183
Artikel 183
Stemverklaringen
Stemverklaringen
1.  Na sluiting van de algemene beraadslaging, mag elk lid na de eindstemming een mondelinge stemverklaring van ten hoogste één minuut, dan wel een schriftelijke stemverklaring van maximaal 200 woorden afleggen; een schriftelijke stemverklaring wordt in het volledig verslag van de vergadering opgenomen .
1.  Na sluiting van de stemming mag elk lid na de enkele en/of eindstemming over een onderwerp dat aan het Parlement is voorgelegd een mondelinge stemverklaring van ten hoogste één minuut afleggen. Elk lid mag per vergaderperiode ten hoogste drie mondelinge stemverklaringen afleggen.
Elk lid mag over een dergelijke stemming een schriftelijke stemverklaring van maximaal 200 woorden afleggen, die wordt opgenomen op de ledenpagina van de website van het Parlement.
Een fractie mag een stemverklaring van ten hoogste twee minuten afleggen.
Een fractie mag een stemverklaring van ten hoogste twee minuten afleggen.
Een verzoek om een stemverklaring te mogen afleggen kan niet meer worden ingewilligd, wanneer met de eerste stemverklaring is begonnen.
Een verzoek om een stemverklaring te mogen afleggen kan niet meer worden ingewilligd, wanneer met de eerste stemverklaring over het eerste punt is begonnen.
Stemverklaringen zijn toegestaan na de eindstemming over elk onderwerp dat aan het Parlement is voorgelegd. Voor de toepassing van dit artikel zegt de term “eindstemming” a priori niets over het type stemming, doch staat voor de laatste stemming over een onderwerp.
Stemverklaringen zijn toegestaan na de enkele en/of eindstemming over elk punt dat aan het Parlement is voorgelegd. Voor de toepassing van dit artikel zegt de term "eindstemming" a priori niets over het type stemming, doch staat voor de laatste stemming over een onderwerp.
2.  Stemverklaringen zijn niet toegestaan bij stemmingen over punten van orde.
2.  Stemverklaringen zijn niet toegestaan bij geheime stemmingen of stemmingen over punten van orde.
3.  Staat een ontwerp van wetgevingshandeling of een verslag overeenkomstig artikel 150 op de agenda van het Parlement, dan mogen de leden overeenkomstig lid 1 een schriftelijke stemverklaring afleggen.
3.  Staat een punt zonder amendementen of beraadslaging op de agenda van het Parlement, dan mogen de leden uitsluitend een schriftelijke stemverklaring overeenkomstig lid 1 afleggen.
Mondelinge of schriftelijke stemverklaringen moeten rechtstreeks verband houden met de tekst waarover wordt gestemd .
Mondelinge of schriftelijke stemverklaringen moeten rechtstreeks verband houden met het punt dat aan het Parlement is voorgelegd .
Amendement 207
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 184
Artikel 184
Schrappen
Betwisting van de stemming
1.  Bij elke stemming verklaart de Voorzitter deze voor geopend en voor gesloten.
2.  Heeft de Voorzitter een stemming voor geopend verklaard, dan mag behalve de Voorzitter niemand meer het woord voeren, totdat de stemming voor gesloten is verklaard.
3.  Beroepen op het Reglement betreffende de geldigheid van een bepaalde stemming kunnen pas worden gedaan, nadat de Voorzitter de stemming voor gesloten heeft verklaard.
4.  Na bekendmaking van de uitslag van een stemming bij handopsteken kan om controle ervan aan de hand van de elektronische steminstallatie worden verzocht.
5.  De Voorzitter beslist over de geldigheid van de bekendgemaakte uitslag. Die beslissing is onherroepelijk.
Amendement 208
Reglement van het Europees Parlement
Titel VII – hoofdstuk 6 – titel
HOOFDSTUK 6
HOOFDSTUK 6
MOTIES VAN ORDE
BEROEPEN OP HET REGLEMENT EN MOTIES VAN ORDE
Amendement 209
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 185
Artikel 185
Artikel 185
Moties van orde
Moties van orde
1.  Het woord wordt bij voorrang verleend bij de volgende moties van orde:
1.  Het woord wordt bij voorrang verleend bij de volgende moties van orde:
a)  voorstel om in het geheel niet te beraadslagen wegens niet-ontvankelijkheid van het betrokken onderwerp (prealabele kwestie) (artikel 187),
a)  voorstel om in het geheel niet te beraadslagen wegens niet-ontvankelijkheid van het betrokken onderwerp (artikel 187),
b)  voorstel tot terugverwijzing naar een commissie (artikel 188),
b)  voorstel tot terugverwijzing naar een commissie (artikel 188),
c)  voorstel tot sluiting van de beraadslaging (artikel 189),
c)  voorstel tot sluiting van de beraadslaging (artikel 189),
d)  voorstel tot uitstel van de beraadslaging en van de stemming (artikel 190),
d)  voorstel tot uitstel van de beraadslaging en van de stemming (artikel 190),
e)  voorstel tot schorsing of sluiting van de vergadering (artikel 191).
e)  voorstel tot schorsing of sluiting van de vergadering (artikel 191).
Over deze moties van orde mogen, behalve de indiener, alleen een voor- en een tegenstander, alsmede de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie het woord voeren.
Over deze moties van orde mogen, behalve de indiener, alleen een tegenstander, alsmede de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie het woord voeren.
2.  De spreektijd bedraagt ten hoogste één minuut.
2.  De spreektijd bedraagt ten hoogste één minuut.
Amendement 210
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 186
Artikel 186
Artikel 184 bis
Beroep op het Reglement
Beroep op het Reglement
1.  Aan leden kan het woord worden verleend om de Voorzitter erop te attenderen dat het Reglement niet in acht is genomen. Daarbij geven de leden allereerst aan op welk artikel zij zich beroepen.
1.  Aan leden kan het woord worden verleend om de Voorzitter erop te attenderen dat het Reglement niet in acht is genomen. Daarbij geven de leden allereerst aan op welk artikel zij zich beroepen.
2.  Een verzoek om het woord te mogen voeren voor een beroep op het Reglement gaat voor alle andere verzoeken om het woord te mogen voeren.
2.  Een verzoek om het woord te mogen voeren voor een beroep op het Reglement gaat voor alle andere verzoeken om het woord te mogen voeren en voor moties van orde .
3.  De spreektijd bedraagt ten hoogste één minuut.
3.  De spreektijd bedraagt ten hoogste één minuut.
4.  Over beroepen op het Reglement beslist de Voorzitter overeenkomstig de bepalingen van het Reglement onverwijld; hij deelt onmiddellijk zijn beslissing mede. Over de beslissing van de Voorzitter wordt niet gestemd.
4.  Over beroepen op het Reglement beslist de Voorzitter overeenkomstig de bepalingen van het Reglement onverwijld; hij deelt onmiddellijk zijn beslissing mede. Over de beslissing van de Voorzitter wordt niet gestemd.
5.  Bij wijze van uitzondering kan de Voorzitter verklaren dat zijn beslissing op een later tijdstip, doch niet later dan 24 uur na het beroep op het Reglement, zal worden medegedeeld; uitstel van de beslissing mag niet tot opschorting van de lopende beraadslaging leiden. De Voorzitter kan de zaak aan de bevoegde commissie voorleggen.
5.  Bij wijze van uitzondering kan de Voorzitter verklaren dat zijn beslissing op een later tijdstip, doch niet later dan 24 uur na het beroep op het Reglement, zal worden medegedeeld; uitstel van de beslissing mag niet tot opschorting van de lopende beraadslaging leiden. De Voorzitter kan de zaak aan de bevoegde commissie voorleggen.
Een verzoek om het woord te mogen voeren voor een beroep op het Reglement moet betrekking hebben op het aan de orde zijnde agendapunt. De Voorzitter kan een lid dat het woord wenst te voeren voor een beroep op het Reglement betreffende een ander onderwerp, te gelegener tijd, bijvoorbeeld na afsluiting van het aan de orde zijnde agendapunt of vóór onderbreking van de vergadering, het woord verlenen.
Een verzoek om het woord te mogen voeren voor een beroep op het Reglement moet betrekking hebben op het aan de orde zijnde agendapunt. De Voorzitter kan een lid dat het woord wenst te voeren voor een beroep op het Reglement betreffende een ander onderwerp, te gelegener tijd, bijvoorbeeld na afsluiting van het aan de orde zijnde agendapunt of vóór onderbreking van de vergadering, het woord verlenen.
(Dit artikel wordt in gewijzigde vorm vóór artikel 185 geplaatst)
Amendement 211
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 187
Artikel 187
Artikel 187
Prealabele kwestie
Prealabele kwestie
1.  Bij de opening van de beraadslaging over een bepaald agendapunt kan worden voorgesteld in het geheel niet te beraadslagen wegens niet-ontvankelijkheid van het betrokken onderwerp (prealabele kwestie). Dit voorstel wordt onmiddellijk in stemming gebracht.
1.  Bij de opening van de beraadslaging over een bepaald agendapunt kan door een fractie of ten minste veertig leden worden voorgesteld in het geheel niet te beraadslagen wegens niet-ontvankelijkheid van het betrokken onderwerp (prealabele kwestie). Dit voorstel wordt onmiddellijk in stemming gebracht.
Van het voornemen om een dergelijk voorstel te doen, wordt de Voorzitter ten minste vierentwintig uur van tevoren in kennis gesteld; hij stelt het Parlement onmiddellijk hiervan op de hoogte.
Van het voornemen om een dergelijk voorstel te doen, wordt de Voorzitter ten minste vierentwintig uur van tevoren in kennis gesteld; hij stelt het Parlement onmiddellijk hiervan op de hoogte.
2.  Wordt een dergelijk voorstel aangenomen, dan gaat het Parlement onmiddellijk tot het volgende agendapunt over.
2.  Wordt een dergelijk voorstel aangenomen, dan gaat het Parlement onmiddellijk tot het volgende agendapunt over.
Amendement 212
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 188
Artikel 188
Artikel 188
Terugverwijzing naar de commissie
Terugverwijzing naar de commissie
1.  Een fractie of ten minste veertig leden kunnen bij de vaststelling van de agenda of voor de opening van de beraadslaging voorstellen een zaak naar de commissie terug te verwijzen.
1.  Een fractie of ten minste veertig leden kunnen bij de vaststelling van de agenda of voor de opening van de beraadslaging voorstellen een zaak naar de commissie terug te verwijzen.
Van het voornemen om een dergelijk voorstel tot terugverwijzing in te dienen, wordt de Voorzitter ten minste 24 uur van tevoren in kennis gesteld; hij stelt het Parlement onmiddellijk hiervan op de hoogte.
Van het voornemen om een dergelijk voorstel tot terugverwijzing in te dienen, wordt de Voorzitter ten minste 24 uur van tevoren in kennis gesteld; hij stelt het Parlement onmiddellijk hiervan op de hoogte.
2.  Een fractie of ten minste veertig leden kunnen ook vóór of tijdens een stemming voorstellen een zaak naar de commissie terug te verwijzen. Dit voorstel wordt onmiddellijk in stemming gebracht.
2.  Een fractie of ten minste veertig leden kunnen ook vóór of tijdens een stemming voorstellen een zaak naar de commissie terug te verwijzen. Dit voorstel wordt onmiddellijk in stemming gebracht.
3.  Een voorstel tot terugverwijzing kan in elke fase van de procedure slechts eenmaal worden ingediend.
3.  Een voorstel tot terugverwijzing kan in elke fase van de procedure slechts eenmaal worden ingediend.
4.  Bij terugverwijzing wordt de beraadslaging over het onderwerp in kwestie opgeschort.
4.  Bij terugverwijzing wordt de behandeling van het onderwerp in kwestie opgeschort.
5.  Het Parlement kan de commissie een termijn stellen waarbinnen haar bevindingen moeten worden voorgelegd.
5.  Het Parlement kan de commissie een termijn stellen waarbinnen haar bevindingen moeten worden voorgelegd.
Amendement 213
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 190
Artikel 190
Artikel 190
Uitstel van de beraadslaging en van de stemming
Uitstel van de beraadslaging of van de stemming
1.  Een fractie of ten minste veertig leden kunnen bij de opening van de beraadslaging over een bepaald agendapunt voorstellen de beraadslaging tot een bepaald tijdstip uit te stellen. Dit voorstel wordt onmiddellijk in stemming gebracht.
1.  Een fractie of ten minste veertig leden kunnen bij de opening van de beraadslaging over een bepaald agendapunt voorstellen de beraadslaging tot een bepaald tijdstip uit te stellen. Dit voorstel wordt onmiddellijk in stemming gebracht.
Van het voornemen om een dergelijk voorstel tot uitstel in te dienen, wordt de Voorzitter ten minste 24 uur van tevoren in kennis gesteld; hij stelt het Parlement onmiddellijk hiervan op de hoogte.
Van het voornemen om een dergelijk voorstel tot uitstel in te dienen, wordt de Voorzitter ten minste 24 uur van tevoren in kennis gesteld; hij stelt het Parlement onmiddellijk hiervan op de hoogte.
2.  Wordt een dergelijk voorstel aangenomen, dan gaat het Parlement over tot het volgende agendapunt. De uitgestelde beraadslaging wordt hervat op het daarvoor vastgestelde tijdstip.
2.  Wordt een dergelijk voorstel aangenomen, dan gaat het Parlement over tot het volgende agendapunt. De uitgestelde beraadslaging wordt hervat op het daarvoor vastgestelde tijdstip.
3.  Wordt het voorstel verworpen, dan kan het tijdens dezelfde vergaderperiode niet nogmaals worden ingediend.
3.  Wordt het voorstel verworpen, dan kan het tijdens dezelfde vergaderperiode niet nogmaals worden ingediend.
4.  Een fractie of ten minste veertig leden kunnen vóór of tijdens een stemming een voorstel tot uitstel van de stemming indienen. Dit voorstel wordt onmiddellijk in stemming gebracht.
4.  Een fractie of ten minste veertig leden kunnen vóór of tijdens een stemming een voorstel tot uitstel van de stemming indienen. Dit voorstel wordt onmiddellijk in stemming gebracht.
Mocht het Parlement besluiten een beraadslaging tot een latere vergaderperiode uit te stellen, dan wordt aangegeven op de agenda van welke vergaderperiode deze beraadslaging wordt ingeschreven, met dien verstande dat de agenda van die vergaderperiode in overeenstemming met de artikelen 149 en 152 wordt opgesteld.
Amendement 214
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 191
Artikel 191
Artikel 191
Onderbreking of sluiting van de vergadering
Onderbreking of sluiting van de vergadering
Tijdens een beraadslaging of een stemming kan de vergadering worden onderbroken of gesloten wanneer het Parlement op voorstel van de Voorzitter, een fractie of ten minste veertig leden daartoe besluit. Dit voorstel wordt onmiddellijk in stemming gebracht.
Tijdens een beraadslaging of een stemming kan de vergadering worden onderbroken of gesloten wanneer het Parlement op voorstel van de Voorzitter, een fractie of ten minste veertig leden daartoe besluit. Dit voorstel wordt onmiddellijk in stemming gebracht.
Wanneer een motie tot onderbreking of sluiting van de vergadering wordt ingediend, wordt de procedure om hierover te stemmen zonder onnodige vertraging in gang gezet. Om de stemming aan te kondigen wordt van de gebruikelijke middelen gebruikgemaakt en overeenkomstig de gangbare praktijk krijgen de leden voldoende tijd om zich naar de plenaire vergaderzaal te begeven.
Wanneer een motie tot onderbreking of sluiting van de vergadering wordt ingediend, wordt de procedure om hierover te stemmen zonder onnodige vertraging in gang gezet. Om de stemming aan te kondigen wordt van de gebruikelijke middelen gebruikgemaakt en overeenkomstig de gangbare praktijk krijgen de leden voldoende tijd om zich naar de plenaire vergaderzaal te begeven.
Naar analogie van het bepaalde in artikel 152 , lid 2, tweede alinea, kan een dergelijke motie, wanneer deze is verworpen, niet nogmaals op dezelfde dag worden ingediend. Overeenkomstig de interpretatie bij artikel 22, lid 1, heeft de Voorzitter de bevoegdheid om een halt toe te roepen aan de excessieve indiening van moties uit hoofde van dit artikel.
Naar analogie van het bepaalde in artikel 149 bis , lid 2, tweede alinea, kan een dergelijke motie, wanneer deze is verworpen, niet nogmaals op dezelfde dag worden ingediend. Overeenkomstig artikel 164 bis heeft de Voorzitter de bevoegdheid om een halt toe te roepen aan de excessieve indiening van moties uit hoofde van dit artikel.
Amendement 215
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 192
Artikel 192
Artikel 192
Notulen
Notulen
1.  De notulen van elke vergadering, waarin verslag wordt gedaan van het verloop van de vergadering, de besluiten van het Parlement en de namen van de sprekers , worden ten minste een half uur voor de hervatting van de volgende vergadering na de middagonderbreking rondgedeeld .
1.  De notulen van elke vergadering, waarin verslag wordt gedaan van het verloop van de vergadering, de namen van de sprekers en de besluiten van het Parlement, met inbegrip van de uitslagen van stemmingen over amendementen , worden ten minste een half uur voor de hervatting van de volgende vergadering na de middagonderbreking beschikbaar gesteld .
Als besluiten bedoeld in dit artikel gelden in het kader van de wetgevingsprocedures ook alle door het Parlement aangenomen amendementen, zelfs wanneer het desbetreffende Commissievoorstel overeenkomstig artikel 60, lid 1, respectievelijk het standpunt van de Raad overeenkomstig artikel 68, lid 3, uiteindelijk is verworpen.
1 bis.   In de notulen wordt een lijst van documenten die ten grondslag liggen aan de beraadslagingen en besluiten van het Parlement gepubliceerd.
2.  Bij de hervatting van de vergadering na de middagonderbreking legt de Voorzitter de notulen van de vorige vergadering aan het Parlement ter goedkeuring voor.
2.  Bij de hervatting van de vergadering na de middagonderbreking legt de Voorzitter de notulen van de vorige vergadering aan het Parlement ter goedkeuring voor.
3.  Wordt tegen de notulen bezwaar gemaakt, dan beslist het Parlement zo nodig over de vraag of de gewenste wijzigingen in overweging worden genomen. Leden mogen hierover hooguit één minuut het woord voeren.
3.  Wordt tegen de notulen bezwaar gemaakt, dan beslist het Parlement zo nodig over de vraag of de gewenste wijzigingen in aanmerking worden genomen. Leden mogen hierover hooguit één minuut het woord voeren.
4.  De notulen worden door de Voorzitter en de secretaris-generaal ondertekend en in het archief van het Parlement bewaard. Zij worden in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd.
4.  De notulen worden door de Voorzitter en de secretaris-generaal ondertekend en in het archief van het Parlement bewaard. Zij worden in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd.
Amendement 216
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 194
Artikel 194
Artikel 194
Volledig verslag
Volledig verslag
1.  Van elke vergadering wordt een volledig verslag opgesteld in de vorm van een meertalig document waarin alle mondelinge bijdragen in de oorspronkelijke taal worden weergegeven.
1.  Van elke vergadering wordt een volledig verslag opgesteld in de vorm van een meertalig document waarin alle mondelinge bijdragen in de oorspronkelijke officiële taal worden weergegeven.
1 bis.   Onverminderd zijn andere disciplinaire bevoegdheden, kan de Voorzitter redevoeringen van leden die het woord niet hadden gekregen of die na afloop van de toegewezen spreektijd blijven doorspreken, uit het volledig verslag laten schrappen.
2.  Binnen een termijn van vijf werkdagen kunnen sprekers correcties op de tekst van hun mondelinge bijdragen aanbrengen. Correcties dienen binnen die termijn aan het secretariaat te worden toegezonden.
2.  Binnen een termijn van vijf werkdagen kunnen sprekers correcties op de tekst van hun mondelinge bijdragen aanbrengen. Correcties dienen binnen die termijn aan het secretariaat te worden toegezonden.
3.  Het meertalig volledig verslag wordt gepubliceerd als bijlage bij het Publicatieblad van de Europese Unie en in het archief van het Parlement bewaard.
3.  Het meertalig volledig verslag wordt gepubliceerd als bijlage bij het Publicatieblad van de Europese Unie en in het archief van het Parlement bewaard.
4.  Een uittreksel uit het volledig verslag wordt op verzoek van een lid in een officiële taal vertaald. Zo nodig wordt voor vertaling op korte termijn gezorgd.
4.  Een uittreksel uit het volledig verslag wordt op verzoek van een lid in een officiële taal vertaald. Zo nodig wordt voor vertaling op korte termijn gezorgd.
Amendement 217
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 195
Artikel 195
Artikel 195
Audiovisueel verslag van de vergaderingen
Audiovisueel verslag van de vergaderingen
1.  De vergaderingen van het Parlement worden rechtstreeks in de oorspronkelijke taal, tezamen met de meertalige geluidsopnames van alle werkende tolkencabines, op zijn website uitgezonden.
1.  De vergaderingen van het Parlement worden rechtstreeks in de oorspronkelijke taal, tezamen met de meertalige geluidsopnames van alle werkende tolkencabines, op zijn website uitgezonden.
2.  Van elke vergadering wordt onmiddellijk na afloop een geïndexeerd audiovisueel verslag gemaakt dat in de oorspronkelijke taal, tezamen met de meertalige geluidsopnames van alle werkende tolkencabines, op de website van het Parlement wordt gezet; het is toegankelijk gedurende de lopende en de daaropvolgende zittingsperiode, waarna het in het archief van het Parlement wordt bewaard. Het audiovisueel verslag wordt gekoppeld aan het meertalig volledig verslag van de vergaderingen, zodra dit beschikbaar is.
2.  Van elke vergadering wordt onmiddellijk na afloop een geïndexeerd audiovisueel verslag gemaakt dat in de oorspronkelijke taal, tezamen met de meertalige geluidsopnames van alle werkende tolkencabines, op de website van het Parlement wordt gezet; het is toegankelijk gedurende de resterende zittingsperiode en de daaropvolgende zittingsperiode, waarna het in het archief van het Parlement wordt bewaard. Het audiovisueel verslag wordt gekoppeld aan het meertalig volledig verslag van de vergaderingen, zodra dit beschikbaar is.
Amendement 218
Reglement van het Europees Parlement
Titel VIII – hoofdstuk 1 – titel
COMMISSIES - INSTELLINGEN EN TAKEN
COMMISSIES
Amendement 219
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 196
Artikel 196
Artikel 196
Instelling van vaste commissies
Instelling van vaste commissies
Op voorstel van de Conferentie van voorzitters stelt het Parlement vaste commissies in, waarvan de bevoegdheden in een bijlage bij het Reglement22 worden omschreven. De verkiezing van de leden van deze commissies vindt plaats in de eerste vergaderperiode van het nieuwgekozen Parlement en vervolgens nogmaals na verloop van twee en een half jaar.
Op voorstel van de Conferentie van voorzitters stelt het Parlement vaste commissies in. Hun bevoegdheden worden in een bijlage bij het Reglement22 omschreven, die wordt vastgesteld bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen . De benoeming van de leden van deze commissies vindt plaats in de eerste vergaderperiode van het nieuwgekozen Parlement en vervolgens nogmaals na verloop van twee en een half jaar.
De bevoegdheden van de vaste commissies kunnen op een ander tijdstip dan de datum van instelling worden vastgesteld.
De bevoegdheden van de vaste commissies kunnen op een ander tijdstip dan de datum van instelling worden vastgesteld.
__________________
__________________
22 Zie bijlage VI.
22 Zie bijlage VI.
Amendement 220
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 197
Artikel 197
Artikel 197
Instelling van bijzondere commissies
Bijzondere commissies
Het Parlement kan, op voorstel van de Conferentie van voorzitters, te allen tijde bijzondere commissies instellen, waarvan de bevoegdheden , de samenstelling en de ambtstermijn tegelijk met het besluit tot instelling worden vastgesteld; de ambtstermijn is maximaal twaalf maanden, tenzij het Parlement deze termijn bij het verstrijken ervan verlengt.
1.  Het Parlement kan, op voorstel van de Conferentie van voorzitters, te allen tijde bijzondere commissies instellen, waarvan de bevoegdheden , het aantal leden en de ambtstermijn tegelijk met het besluit tot instelling worden vastgesteld.
Daar de bevoegdheden, de samenstelling en de ambtstermijn van de bijzondere commissies tegelijk met het besluit tot instelling worden vastgesteld, betekent dat dat het Parlement later niet kan besluiten tot wijziging, inperking of uitbreiding van die bevoegdheden.
1 bis.  De ambtstermijn van bijzondere commissies is maximaal twaalf maanden, tenzij het Parlement deze termijn bij het verstrijken ervan verlengt. Tenzij in het besluit van het Parlement tot instelling van een bijzondere commissie anders is besloten, begint de ambtstermijn van de bijzondere commissie op de datum van haar constituerende vergadering.
1 ter.  Bijzondere commissies zijn niet gerechtigd adviezen aan andere commissies uit te brengen.
Amendementen 221 en 307
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 198
Artikel 198
Artikel 198
Enquêtecommissies
Enquêtecommissies
1.  Voor het onderzoeken van veronderstelde inbreuken op het recht van de Unie of van gevallen van wanbeheer bij de toepassing van dit recht die zouden zijn toe te schrijven aan een instelling of een orgaan van de Europese Gemeenschappen , aan een overheidsdienst van een lidstaat, of aan personen die krachtens het recht van de Unie gemachtigd zijn dit recht toe te passen, kan het Parlement, op verzoek van een vierde van zijn leden, een enquêtecommissie instellen .
1.  Overeenkomstig artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 2 van Besluit 95/167/EG, Euratom, EGKS van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 19 april 1995 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Europees Parlement kan het Parlement, op verzoek van een vierde van zijn leden, een enquêtecommissie instellen om vermeende inbreuken op het recht van de Unie of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het recht van de Unie te onderzoeken, die zouden zijn toe te schrijven aan een instelling of een orgaan van de Europese Unie , aan een overheidsdienst van een lidstaat, of aan personen die krachtens het recht van de Unie gemachtigd zijn dit recht toe te passen.
Het besluit tot instelling van een enquêtecommissie wordt binnen een maand in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd. Het Parlement treft bovendien alle noodzakelijke maatregelen om aan dit besluit zoveel mogelijk bekendheid te geven.
Noch op het voorwerp van de enquête als omschreven door een vierde van de leden van het Parlement, noch op de in lid 10 vastgestelde termijn kunnen amendementen worden ingediend.
1 bis.   Het besluit tot instelling van een enquêtecommissie wordt binnen een maand bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2.  Voor de werkwijze van een enquêtecommissie gelden de bepalingen van dit Reglement die op de commissies van toepassing zijn, onder voorbehoud van de bijzondere bepalingen zoals vermeld in dit artikel en in het besluit van het Europees Parlement , de Raad en de Commissie van 19 april 1995 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Europees Parlement , dat als bijlage bij dit Reglement is gevoegd .
2.  Voor de werkwijze van een enquêtecommissie gelden de bepalingen van dit Reglement die op de commissies van toepassing zijn, onder voorbehoud van de bijzondere bepalingen zoals vermeld in dit artikel en in Besluit 95/167/EG , Euratom , EGKS .
3.  Een verzoek om instelling van een enquêtecommissie moet het voorwerp van de enquête vermelden en een uitvoerige toelichting omvatten waarin de gegrondheid ervan wordt aangetoond. Het Parlement besluit op voorstel van de Conferentie van voorzitters over het al dan niet instellen van de commissie en, in het eerste geval, over de samenstelling ervan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 199 .
3.  Een verzoek om instelling van een enquêtecommissie moet het voorwerp van de enquête vermelden en een uitvoerige toelichting omvatten waarin de gegrondheid ervan wordt aangetoond. Het Parlement besluit op voorstel van de Conferentie van voorzitters over het al dan niet instellen van de commissie en, in het eerste geval, over de numerieke kracht ervan .
4.   Een enquêtecommissie rondt haar werkzaamheden binnen een termijn van ten hoogste twaalf maanden af met de indiening van een verslag. Het Parlement kan tweemaal besluiten deze termijn met drie maanden te verlengen.
In de commissie hebben alleen gewone leden of, indien deze afwezig zijn, hun vaste plaatsvervangers stemrecht.
4 bis.   Enquêtecommissies zijn niet gerechtigd adviezen aan andere commissies uit te brengen.
4 ter.   In alle stadia van haar beraadslagingen hebben in een enquêtecommissie alleen gewone leden of, indien deze afwezig zijn, hun plaatsvervangers stemrecht.
5.  De enquêtecommissie kiest een voorzitter en twee ondervoorzitters en benoemt één of meer rapporteurs. De commissie kan voorts haar leden met opdrachten en specifieke taken belasten of bevoegdheden aan hen overdragen; zij brengen daarover uitvoerig verslag uit.
5.  De enquêtecommissie kiest haar voorzitter en ondervoorzitters en benoemt één of meer rapporteurs. De commissie kan voorts haar leden met opdrachten en specifieke taken belasten of bevoegdheden aan hen overdragen; zij brengen daarover uitvoerig verslag uit.
In de periode tussen de vergaderingen worden de bevoegdheden van de commissie, wanneer zulks dringend gewenst of noodzakelijk is, uitgeoefend door het bureau , onder voorbehoud van bekrachtiging op de eerstvolgende vergadering.
5 bis.   In de periode tussen de vergaderingen worden de bevoegdheden van de commissie, wanneer zulks dringend gewenst of noodzakelijk is, uitgeoefend door de commissiecoördinatoren , onder voorbehoud van bekrachtiging op de eerstvolgende vergadering.
6.   Is een enquêtecommissie van oordeel dat er sprake is van inbreuk op een van haar rechten, dan stelt zij de Voorzitter van het Parlement voor passende stappen te ondernemen.
7.  De enquêtecommissie kan zich tot de instellingen of personen als bedoeld in artikel 3 van het in lid 2 genoemde besluit wenden voor het houden van een hoorzitting of het verkijgen van documenten.
De reis- en verblijfkosten van de leden en ambtenaren van instellingen en organen van de Unie komen ten laste van deze instellingen en organen. De reis- en verblijfkosten van andere personen die voor een enquêtecommissie getuigenis afleggen, worden volgens de voor het horen van deskundigen geldende regeling door het Europees Parlement vergoed.
Personen die worden verzocht als getuige voor een enquêtecommissie te verschijnen, kunnen aaanspraak maken op de rechten die zij als getuige voor een rechtbank in hun land van herkomst zouden genieten. Getuigen dienen op deze rechten te worden gewezen, alvorens zij een verklaring afleggen.
Voor het gebruik van de talen houdt de enquêtecommissie zich aan het bepaalde in artikel 158. Het bureau van de commissie kan evenwel:
7.  Voor het gebruik van de talen houdt de enquêtecommissie zich aan het bepaalde in artikel 158. Het bureau van de commissie kan evenwel:
–  de vertolking beperken tot de officiële talen van degenen die bij de werkzaamheden betrokken zijn, indien het dit om redenen van vertrouwelijkheid noodzakelijk acht;
–  de vertolking beperken tot de officiële talen van degenen die bij de werkzaamheden betrokken zijn, indien het dit om redenen van vertrouwelijkheid noodzakelijk acht;
–  voor de vertaling van de ingekomen stukken zodanige beslissingen nemen dat de werkzaamheden snel en doelmatig kunnen verlopen en de noodzakelijke geheimhouding en vertrouwelijkheid wordt betracht.
–  voor de vertaling van de ingekomen stukken zodanige beslissingen nemen dat de werkzaamheden snel en doelmatig kunnen verlopen en de noodzakelijke geheimhouding en vertrouwelijkheid wordt betracht.
8.   De voorzitter van de enquêtecommissie waakt samen met het bureau over de vertrouwelijkheid, respectievelijk geheimhouding van de werkzaamheden en maakt de leden hier tijdig op attent.
Voorts wijst de voorzitter de leden nadrukkelijk op de bepalingen van artikel 2, lid 2, van voornoemd besluit. Bijlage VII, deel A, van het Reglement is van toepassing.
9.   Voor de behandeling van documenten die onder voorbehoud van geheimhouding of vertrouwelijkheid zijn overgelegd, wordt gebruik gemaakt van technische voorzieningen om te waarborgen dat alleen de met de behandeling belaste leden persoonlijk toegang daartoe hebben. Deze leden verbinden zich in een plechtige verklaring ertoe niemand anders toegang te verschaffen tot geheime of vertrouwelijke informatie in de zin van dit artikel en deze uitsluitend te gebruiken voor de opstelling van hun verslag voor de enquêtecommissie. De vergaderingen worden gehouden in ruimten die zodanig ingericht zijn dat onbevoegden niet kunnen meeluisteren.
9 bis.   Wanneer vermeende inbreuken op het Unierecht of vermeend wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht toe te schrijven zouden kunnen zijn aan een instelling of een overheidsdienst van een lidstaat, dan kan de enquêtecommissie het parlement van de desbetreffende lidstaat verzoeken om aan het onderzoek mee te werken.
10.  Aan het einde van haar werkzaamheden brengt de enquêtecommissie aan het Parlement verslag uit over haar bevindingen, in voorkomend geval met minderheidsstandpunten overeenkomstig het bepaalde in artikel 56. Dit verslag wordt gepubliceerd.
10.  Een enquêtecommissie sluit haar werkzaamheden af door het Parlement binnen twaalf maanden na haar constituerende vergadering verslag over de resultaten van haar werkzaamheden uit te brengen. Het Parlement kan tweemaal besluiten deze termijn met drie maanden te verlengen. In voorkomend geval kan het verslag minderheidsstandpunten bevatten overeenkomstig het bepaalde in artikel 56. Dit verslag wordt gepubliceerd.
Op verzoek van de enquêtecommissie behandelt het Parlement dit verslag in de eerstkomende vergaderperiode na de indiening ervan.
Op verzoek van de enquêtecommissie behandelt het Parlement dit verslag in de eerstkomende vergaderperiode na de indiening ervan.
Zij kan het Parlement ook een tot de instellingen of organen van de Europese Unie of van de lidstaten gerichte ontwerpaanbeveling voorleggen.
10 bis.   Zij kan het Parlement ook een tot de instellingen of organen van de Europese Unie of van de lidstaten gerichte ontwerpaanbeveling voorleggen.
11.  De Voorzitter van het Parlement gelast de overeenkomstig bijlage VI bevoegde commissie toe te zien op het gevolg dat aan de bevindingen van de enquêtecommissie wordt gegeven en hierover zo nodig verslag uit te brengen. Hij neemt alle verdere maatregelen die hij voor de concrete tenuitvoerlegging van de conclusies van de enquêtes dienstig acht.
11.  De Voorzitter van het Parlement gelast de overeenkomstig bijlage VI bevoegde commissie toe te zien op het gevolg dat aan de bevindingen van de enquêtecommissie wordt gegeven en hierover zo nodig verslag uit te brengen. Hij neemt alle verdere maatregelen die hij voor de concrete tenuitvoerlegging van de conclusies van de enquêtes dienstig acht.
Alleen op het voorstel van de Conferentie van voorzitters betreffende de samenstelling van een enquêtecommissie (lid 3) kunnen overeenkomstig artikel 199, lid 2, amendementen worden ingediend.
Noch op het voorwerp van de enquête als omschreven door een vierde van de leden van het Parlement (lid 3), noch op de in lid 4 vastgestelde termijn kunnen amendementen worden ingediend.
__________________
23 Zie Bijlage VIII.
(De tweede alinea van lid 1 wordt ingevoegd als interpretatie.)
Amendement 222
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 199
Artikel 199
Artikel 199
Samenstelling van de commissies
Samenstelling van de commissies
1.  De leden van de commissies en enquêtecommissies worden gekozen nadat de fracties en de niet-fractiegebonden leden hun voordrachten hebben ingediend. De Conferentie van voorzitters legt het Parlement voorstellen dienaangaande voor. De samenstelling van de commissies is voor zover mogelijk een afspiegeling van de samenstelling van het Parlement .
1.  De leden van de commissies, bijzondere commissies en enquêtecommissies worden benoemd door de fracties en de niet-fractiegebonden leden.
De Conferentie van voorzitters stelt een termijn vast waarbinnen fracties en niet-fractiegebonden leden hun benoemingen meedelen aan de Voorzitter, die deze benoemingen vervolgens bekendmaakt aan het Parlement.
Een lid dat van fractie verandert, behoudt voor de resterende duur van zijn ambtstermijn van twee-en-een-half jaar zijn zetels in de commissies. Heeft het feit dat een lid van fractie verandert echter tot gevolg dat de billijke vertegenwoordiging van de politieke stromingen in een commissie wordt verstoord, dan doet de Conferentie van voorzitters, overeenkomstig de in lid 1, tweede zin genoemde procedure, nieuwe voorstellen voor de samenstelling van de commissie, waarbij de individuele rechten van het betrokken lid moeten worden gewaarborgd.
Voor de getalsverhouding inzake de zetelverdeling tussen de fracties in de commissies mag niet van het dichtstbijzijnde in aanmerking komende gehele getal worden afgeweken. Indien een fractie afziet van lidmaatschap van een bepaalde commissie, blijven de betrokken zetels vacant en wordt het ledental van de commissie dienovereenkomstig verlaagd. Ruilen van commissielidmaatschappen tussen fracties is niet toegestaan.
1 bis.   De samenstelling van de commissies is voor zover mogelijk een afspiegeling van de samenstelling van het Parlement. De zetelverdeling tussen de fracties in de commissies moet overeenkomen met hetzij het dichtstbijzijnde hele getal boven, hetzij het dichtstbijzijnde hele getal onder de evenredige berekening.
Wanneer de fracties geen overeenstemming bereiken over de getalsverhouding in een of meerdere specifieke commissies, beslist de Conferentie van voorzitters.
1 ter.   Indien een fractie om geen zetels in te nemen in een commissie, of nalaat om binnen de door de Conferentie van voorzitters gestelde termijn leden te benoemen, blijven de betrokken zetels vacant. Ruilen van zetels tussen fracties is niet toegestaan.
1 quater.   Heeft het feit dat een lid van fractie verandert tot gevolg dat de in in lid 1 bis omschreven evenredige zetelverdeling in de commissie wordt verstoord, en bestaat er geen overeenstemming tussen de fracties om naleving van de hierin vervatte beginselen te waarborgen, dan neemt de Conferentie van voorzitters de noodzakelijke besluiten.
1 quinquies.   Besluiten tot wijziging van de benoemingen door fracties en niet-fractiegebonden leden worden meegedeeld aan de Voorzitter, die deze uiterlijk aan het begin van de eerstvolgende vergadering bekendmaakt aan het Parlement. Deze besluiten treden in werking op de dag van de bekendmaking ervan.
1 sexies.   De fracties en de niet-fractiegebonden leden kunnen voor elke commissie een aantal plaatsvervangers benoemen dat niet hoger is dan het aantal gewone leden dat de fracties en de niet-fractiegebonden leden gerechtigd zijn in de betrokken commissies te benoemen. Zulks wordt ter kennis gebracht van de Voorzitter. Deze plaatsvervangers hebben het recht om aan de commissievergaderingen deel te nemen, aldaar het woord te voeren en, bij afwezigheid van het gewone lid, aan de stemming deel te nemen.
1 septies.   Ingeval er geen plaatsvervangers zijn aangewezen of bij afwezigheid van laatstgenoemden, kan een gewoon lid zich bij afwezigheid tijdens vergaderingen laten vervangen door een ander lid van dezelfde fractie of, ingeval het lid een niet-fractiegebonden lid is, door een ander niet-fractiegebonden lid, dat dan stemrecht heeft. De naam van deze plaatsvervanger moet uiterlijk voor het begin van de stemming aan de voorzitter van de commissie worden meegedeeld.
De in lid 1 septies bedoelde voorafgaande mededeling moet worden gedaan voor het einde van de beraadslaging of voor de opening van de stemming over het agendapunt of de agendapunten waarvoor het gewone lid zich laat vervangen.
2.  Amendementen op de voorstellen van de Conferentie van voorzitters zijn slechts ontvankelijk, indien zij worden ingediend door ten minste veertig leden. Over deze amendementen besluit het Parlement bij geheime stemming.
3.  Worden geacht te zijn gekozen de leden die vermeld staan in de voorstellen van de Conferentie van voorzitters, eventueel in de ingevolge lid 2 gewijzigde versie.
4.  Laat een fractie na binnen een door de Conferentie van voorzitters vastgestelde termijn overeenkomstig lid 1 voordrachten voor een enquêtecommissie in te dienen, dan legt de Conferentie van voorzitters alleen de binnen deze termijn ontvangen voordrachten aan het Parlement voor.
5.  De Conferentie van voorzitters kan, met instemming van de te benoemen leden en met inachtneming van het bepaalde in lid 1, een voorlopig besluit nemen inzake de vervulling van vacatures in commissies.
6.  Deze wijzigingen worden in de eerstvolgende vergadering ter bekrachtiging aan het Parlement voorgelegd.