Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2016/2272(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0214/2017

Ingediende teksten :

A8-0214/2017

Debatten :

PV 03/07/2017 - 21
CRE 03/07/2017 - 21

Stemmingen :

PV 04/07/2017 - 6.13

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0287

Aangenomen teksten
PDF 206kWORD 59k
Dinsdag 4 juli 2017 - Straatsburg Definitieve uitgave
Een langere levensduur voor producten: voordelen voor consumenten en bedrijven
P8_TA(2017)0287A8-0214/2017

Resolutie van het Europees Parlement van 4 juli 2017 over een langere levensduur voor producten: voordelen voor consumenten en bedrijven (2016/2272(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 114,

–  gezien de artikelen 191, 192 en 193 van het VWEU, en de verwijzing naar de doelstelling inzake een behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 16 juli 2008 over het actieplan inzake duurzame consumptie en productie en een duurzaam industriebeleid (COM(2008)0397),

–  gezien Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten(1) ,

–  gezien het werkplan Ecologisch ontwerp 2016-2019 van de Commissie (COM(2016)0773), met name de doelstelling om productspecifiekere en horizontalere eisen vast te stellen op terreinen zoals duurzaamheid, herstelbaarheid, opwaardeerbaarheid, demontagevriendelijk ontwerp, gemakkelijke herbruikbaarheid en recycleerbaarheid,

–  gezien Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energieverbruikende producten(2) ,

–  gezien Besluit nr. 1386/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 over een algemeen milieuactieprogramma voor de Unie voor de periode tot 2020 "Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet"(3) (ook bekend als het zevende milieuactieprogramma),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 oktober 2013 getiteld “Duurzamere consumptie: de levensduur van industrieproducten en herstel van het consumentenvertrouwen via voorlichting”(4) ,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 januari 2011 getiteld "Efficiënt gebruik van hulpbronnen – Vlaggenschipinitiatief in het kader van de Europa 2020-strategie" (COM(2011)0021),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 september 2011 getiteld "Stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa" (COM(2011)0571),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 9 april 2013 getiteld "Bouwen aan de interne markt voor groene producten – Bevordering van betere informatieverstrekking over de milieuprestatie van producten en organisaties" (COM(2013)0196),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 juli 2014 getiteld "Naar een circulaire economie: Een afvalvrij programma voor Europa" (COM(2014)0398),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 december 2015 getiteld "Maak de cirkel rond - Een EU-actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015)0614) en het pakket inzake circulaire economie dat met name voorziet in de herziening van de afvalrichtlijn (Richtlijn 2008/98/EG, de ‘kaderrichtlijn afvalstoffen’), de richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval (Richtlijn 94/62/EG), de richtlijn betreffende het storten van afvalstoffen (Richtlijn 1999/31/EG), de richtlijn betreffende autowrakken (Richtlijn 2000/53/EG), de richtlijn inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's (Richtlijn 2006/66/EG) en de richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (Richtlijn 2012/19/EU),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 november 2016 getiteld "Volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst, Europese duurzaamheidsmaatregelen" (COM(2016)0739),

–  gezien het Commissievoorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2015 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen (COM(2015)0635),

–  gezien Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten(5) ,

–  gezien Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt(6) ,

–  gezien het verslag van het BEUC van 18 augustus 2015 getiteld "Durable goods: More sustainable products, better consumer rights. Consumer expectations from the EU’s resource efficiency and circular economy agenda’,

–  gezien de studie van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 29 maart 2016 getiteld "The Influence of Lifespan Labelling on Consumers",

–  gezien de studie die in juli 2016 werd verricht op verzoek van zijn Commissie interne markt en consumentenbescherming met als titel "Een langere levensduur voor producten: voordelen voor consumenten en bedrijven’,

–  gezien het overzichtsartikel van het Europees Centrum voor de consument van 18 april 2016 getiteld "Geplande veroudering of de neveneffecten voor de consumptiemaatschappij",

–  gezien de Oostenrijkse norm ONR 192102 getiteld "Label of excellence for durable, repair-friendly designed electrical and electronic appliances",

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0214/2017),

A.  overwegende dat het werkplan Ecologisch ontwerp 2016-2019 van de Commissie een verwijzing bevat naar de circulaire economie en de noodzaak om de problemen van duurzaamheid en recycleerbaarheid aan te pakken;

B.  overwegende dat de goedkeuring van een advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) over de levensduur van producten aantoont dat de marktdeelnemers en de maatschappelijke organisaties belangstelling hebben voor dit onderwerp;

C.  overwegende dat er moet worden gezorgd voor een passend evenwicht tussen de verlenging van de levensduur van producten enerzijds en innovatie, onderzoek en ontwikkeling anderzijds;

D.  overwegende dat de studie waar de Commissie interne markt en consumentenbescherming om heeft verzocht, aantoont dat breed opgezette beleidsmaatregelen nodig zijn om een langere productlevensduur te bevorderen;

E.  overwegende dat er diverse economische en businessmodellen naast elkaar bestaan, waaronder het economisch model dat op het gebruiksrecht gegrondvest is, waardoor de negatieve externe effecten voor het milieu kunnen worden beperkt;

F.  overwegende dat een verlenging van de levensduur van producten moet worden bevorderd door met name geplande veroudering aan te pakken;

G.  overwegende dat de Europese reparatiesector, die hoofdzakelijk uit micro-, kleine en middelgrote ondernemingen bestaat, ondersteuning moet krijgen;

H.  overwegende dat door een sterkere harmonisatie van het hergebruik van producten een impuls kan worden gegeven aan de lokale economie, aangezien daardoor op lokaal niveau nieuwe banen kunnen worden gecreëerd en de tweedehandsmarkt wordt gestimuleerd;

I.  overwegende dat het zowel vanuit economisch als vanuit ecologisch oogpunt noodzakelijk is grondstoffen te behouden en de afvalproductie te beperken, hetgeen met het begrip "uitgebreide producentenverantwoordelijkheid" wordt nagestreefd;

J.  overwegende dat 77 % van de consumenten in de EU liever goederen zou willen trachten te repareren dan er nieuwe te kopen, zoals blijkt uit de Eurobarometer van juni 2014; overwegende dat aan de consumenten nog betere informatie moet worden verstrekt over de duurzaamheid en de herstelbaarheid van producten;

K.  overwegende dat betrouwbare en duurzame producten consumenten waar voor hun geld bieden en overmatig hulpbronnengebruik en afval voorkomen; overwegende dat het daarom van belang is dat de gebruiksduur van consumptiegoederen wordt verlengd door middel van ontwerpen waarin duurzaamheid, herstelbaarheid, opwaardeerbaarheid, demonteerbaarheid en recycleerbaarheid van producten centraal staan;

L.  overwegende dat het dalende consumentenvertrouwen ten aanzien van de productkwaliteit de Europese ondernemingen schade toebrengt; overwegende dat de wettelijke garantie van 24 maanden momenteel de minimumdrempel in de EU is en dat sommige lidstaten overeenkomstig Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen strengere beschermingsbepalingen voor consumenten hebben vastgelegd;

M.  overwegende dat het recht van consumenten om te kiezen op basis van hun behoeften, verwachtingen en voorkeuren moet worden geëerbiedigd;

N.  overwegende dat de informatie over de levensduur van producten die aan de consument wordt verstrekt ontoereikend is, terwijl de studie van het EESC van maart 2016 een positief verband heeft vastgesteld tussen de vermelding van de levensduur van producten en het consumentengedrag;

O.  overwegende dat de levensduur en de veroudering van een product afhankelijk is van verschillende natuurlijke of kunstmatige factoren, zoals de materiaalsamenstelling, de functionaliteit, reparatiekosten en consumptiepatronen;

P.  overwegende dat reparaties gemakkelijker moeten kunnen worden uitgevoerd en dat onderdelen sneller beschikbaar gesteld moeten worden;

Q.  overwegende dat naast een lange levensduur ook de kwaliteit van producten gedurende de hele levenscyclus een cruciale bijdrage kan leveren aan het duurzaam gebruik van hulpbronnen;

R.  overwegende dat het aantal nationale initiatieven om een oplossing te vinden voor het probleem van de voortijdige veroudering van goederen en software toeneemt en dat het nodig is om in dit opzicht een gezamenlijke strategie voor de interne markt te ontwikkelen;

S.  overwegende dat de levensduur van digitale dragers van cruciaal belang is voor de levensduur van elektronische apparatuur en overwegende dat software steeds sneller verouderd raakt en dat elektronische apparatuur aanpasbaar moet zijn om gelijke tred te houden met de markt;

T.  overwegende dat producten met ingebouwde defecten die zijn ontworpen om kapot te gaan en uiteindelijk in het geheel niet meer functioneren nadat ze een bepaald aantal keren zijn gebruikt, consumenten alleen maar wantrouwen inboezemen en niet in de handel zouden mogen worden gebracht;

U.  overwegende dat uit de Eurobarometer blijkt dat 90 % van de Europese burgers vindt dat de gebruiksduur duidelijk op de producten moet worden vermeld;

V.  overwegende dat alle economische actoren, ook MKB's, baat kunnen hebben bij producten met een langere levensduur;

W.  overwegende dat in het zevende milieuactieprogramma wordt opgeroepen tot het nemen van specifieke maatregelen om ervoor te zorgen dat producten duurzamer zijn, makkelijker gerepareerd en hergebruikt kunnen worden, en langer meegaan;

X.  overwegende dat uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in dit verband een belangrijke rol speelt;

Y.  overwegende dat om te komen tot een circulaire economie de betrokkenheid van politieke besluitvormers, burgers en ondernemingen nodig is, en niet alleen veranderingen in het ontwerp en de verkoop van producten en diensten vereist zijn, maar ook een verandering van de mentaliteit en verwachtingen van consumenten en van de activiteiten van ondernemingen, door het creëren van nieuwe markten die inspelen op de veranderingen in consumptiepatronen, waarbij een ontwikkeling plaatsvindt naar het gebruik, het hergebruik en het delen van producten, om bij te dragen aan de verlenging van de levensduur daarvan en aan het vervaardigen van concurrerende en duurzame producten;

Z.  overwegende dat van veel lampen de gloeilampen niet meer vervangen kunnen worden, wat lastig is als de gloeilamp stuk gaat en er nieuwe, efficiëntere gloeilampen op de markt komen of als de consument bijvoorbeeld een andere kleur licht wenst, omdat in dat geval een compleet nieuwe lamp aangeschaft moet worden;

AA.  overwegende dat het de voorkeur verdient dat leds niet vast in lampen zijn ingebouwd, maar verwisseld kunnen worden;

AB.  overwegende dat, naarmate de circulaire economie zich verder ontwikkelt, verdere stappen moeten worden ondernomen om producten gemakkelijker te kunnen repareren, aanpassen en moderniseren en hun duurzaamheid en recycleerbaarheid te vergroten, teneinde de levensduur van producten en/of onderdelen van producten te verlengen;

AC.  overwegende dat een voortdurend toenemende diversiteit aan producten, steeds kortere innovatiecycli en voortdurend veranderende modes ervoor zorgen dat er steeds vaker nieuwe producten worden gekocht en daardoor de levensduur van producten korter wordt;

AD.  overwegende dat een enorm potentieel bestaat in de reparatie-, tweedehands- en ruilsector, de sector die gericht is op het verlengen van de levensduur van producten;

AE.  overwegende dat een evenwicht moet worden gevonden tussen het streven naar een langere levensduur van producten en het waarborgen van een omgeving waarin innovatie en verdere ontwikkeling worden gestimuleerd;

Robuuste, duurzame en hoogwaardige producten ontwerpen

1.  verzoekt de Commissie om aan te moedigen, waar dit haalbaar is, minimale sterktecriteria vast te stellen per productcategorie, vanaf het ontwerp, die onder meer de robuustheid, de herstelbaarheid en opwaarderingsmogelijkheden integreren, geholpen door normen die alle drie Europese normalisatie-instanties (CEN, CENELEC en ETSI) hebben uitgewerkt;

2.  benadrukt dat er in alle fasen van de productcyclus een balans moet worden gevonden tussen het verlengen van de levensduur van producten, de omzetting van afval in hulpbronnen (secundaire grondstoffen), industriële symbiose, innovatie, consumentenvraag, milieu- en groeibeleid en is van mening dat de ontwikkeling van producten die in steeds grotere mate hulpbronnenefficiënt zijn, niet een korte levensduur of vroegtijdige verwijdering van producten in de hand moet werken;

3.  wijst erop dat zaken als duurzaamheid van producten, verlengde garanties, de beschikbaarheid van onderdelen, reparatievriendelijkheid en de uitwisselbaarheid van onderdelen deel moeten uitmaken van het commerciële aanbod van de fabrikant om te beantwoorden aan de verschillende behoeften, verwachtingen en voorkeuren van consumenten en een belangrijk aspect van vrije concurrentie zijn;

4.  merkt de rol op van commerciële strategieën, zoals productleasing, bij het ontwerp van duurzame producten, waarbij leasebedrijven eigenaar blijven van het geleaste product en er belang bij hebben om producten opnieuw op de markt te brengen en te investeren in het ontwerpen van duurzamere producten, zodat er minder nieuwe producten worden vervaardigd en minder producten worden weggegooid;

5.  herinnert aan het standpunt van het Parlement over de herziening van het pakket inzake circulaire economie tot wijziging van de richtlijn afvalstoffen, waardoor het beginsel van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is versterkt zodat prikkels zijn geboden voor een duurzamer productontwerp;

6.  vraagt de Commissie en de lidstaten steun te verlenen aan producenten die modulaire ontwerpen maken die gemakkelijk kunnen worden gedemonteerd en omgewisseld;

7.  verklaart dat het streven naar duurzaamheid en herstelbaarheid van producten gepaard moet gaan met de doelstelling van duurzaamheid door bijvoorbeeld het gebruik van milieuvriendelijke materialen;

8.  wijst met bezorgdheid op de hoeveelheid elektronisch afval die wordt gegenereerd door modems, routers en tv-decoders of satellietontvangers vanwege het feit dat consumenten geregeld overstappen naar een andere aanbieder van telecomdiensten; herinnert consumenten en aanbieders van telecomdiensten eraan dat consumenten krachtens Verordening (EU) 2015/2120 het recht hebben om zelf te bepalen welke ontvangstapparatuur zij wensen te gebruiken wanneer zij overstappen naar een andere aanbieder van telecomdiensten;

Herstelbaarheid en lange levensduur van producten bevorderen

9.  verzoekt de Commissie de herstelbaarheid van producten te bevorderen:

   door maatregelen aan te moedigen en te bevorderen die de keuze om producten te herstellen aantrekkelijk maken voor de consument,
   door constructietechnieken en materialen te gebruiken die het herstel van het product of de vervanging van zijn onderdelen gemakkelijker en goedkoper maken; consumenten mogen niet aan het lijntje worden gehouden met een eindeloze reeks reparaties en onderhoud bij gebrekkige producten,
   door, in geval van een terugkerend gebrek aan overeenstemming van de goederen of een reparatieperiode van langer dan een maand, aan te moedigen dat de garantieperiode met de duur van de reparatieperiode wordt verlengd,
   door erop aan te dringen dat onderdelen die essentieel zijn voor de goede werking van een product vervangbaar en herstelbaar moeten zijn, door de herstelbaarheid van het product een van de "essentiële kenmerken" ervan te maken en door de onverwijderbaarheid van essentiële onderdelen zoals batterijen en leds te ontmoedigen, tenzij dit om veiligheidsredenen gerechtvaardigd is,
   door producenten aan te sporen om bij aankoop onderhoudshandleidingen en reparatie-instructies te verstrekken, met name voor producten waarvoor onderhoud en reparatie belangrijk zijn om de mogelijkheid te vergroten de levensduur ervan te verlengen,
   door ervoor te zorgen dat het mogelijk is vervangende onderdelen van gelijkwaardige kwaliteit met dezelfde prestatie te gebruiken voor originele onderdelen, om alle producten te herstellen overeenkomstig de toepasselijke wetgeving,
   door, waar dit haalbaar is, te streven naar normalisatie van reserveonderdelen en het voor reparaties nodige gereedschap teneinde het rendement van reparatiediensten te verhogen,
   door producenten aan te sporen op verzoek reparatie- en onderhoudshandleidingen in verschillende talen ter beschikking te stellen aan reparatiewerkplaatsen,
   door producenten aan te sporen batterijtechnologie te ontwikkelen waardoor de levensduur van de batterij en de accu beter op de verwachte levensduur van het product is afgestemd, of door de vervanging van batterijen toegankelijker te maken tegen een redelijkere prijs;

10.  meent dat het zinvol is om de beschikbaarheid van reserveonderdelen die essentieel zijn voor de goede en veilige werking van goederen te garanderen door:

   de toegankelijkheid van reserveonderdelen aan te moedigen naast geassembleerde producten,
   de economische operatoren aan te moedigen een toereikende technische dienstverlening te bieden voor de consumptiegoederen die zij produceren of invoeren, en om onderdelen te leveren die essentieel zijn voor het goed en veilig functioneren van de goederen voor een prijs die in verhouding staat tot de aard en de levensduur van het product,
   duidelijk aan te geven of reserveonderdelen beschikbaar zijn of niet, op welke voorwaarden en gedurende welke termijn en, waar dit haalbaar is, via de oprichting van een digitaal platform;

11.  spoort de lidstaten na te gaan welke passende prikkels er kunnen worden gegeven ten gunste van duurzame en herstelbare kwaliteitsproducten, reparaties en tweedehandsverkoop te stimuleren, en reparatieopleidingen te organiseren;

12.  benadrukt dat het altijd mogelijk moet zijn een beroep te doen op een zelfstandige reparateur, bijvoorbeeld door oplossingen voor hardware, veiligheid of software die reparatie buiten erkende circuits om verhinderen, te ontmoedigen;

13.  spoort aan tot hergebruik van onderdelen voor de tweedehandsmarkt;

14.  erkent de mogelijkheid om gebruik te maken van 3D-printing voor het maken van onderdelen voor professionele reparateurs en consumenten; dringt er in dit kader op aan dat voldoende aandacht wordt besteed aan productveiligheid, namaak en auteursrechtelijke bescherming;

15.  herinnert eraan dat de beschikbaarheid van genormaliseerde en modulaire componenten, de planning van demontage, duurzaam productontwerp en efficiënte productieprocessen een belangrijke rol spelen voor een geslaagde overgang naar een circulaire economie;

Een gebruiksgericht economisch model hanteren en het MKB en de werkgelegenheid in de EU ondersteunen

16.  wijst erop dat de overgang naar nieuwe bedrijfsmodellen, zoals “producten als diensten” de potentie heeft de duurzaamheid van productie- en consumptiepatronen te verbeteren, op voorwaarde dat product-dienstcombinaties niet tot een kortere levensduur van producten leiden, en benadrukt dat dergelijke bedrijfsmodellen geen mogelijkheden moeten bieden voor belastingontwijking;

17.  benadrukt dat de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsmodellen, zoals internetdiensten, nieuwe vormen van marketing, warenhuizen die uitsluitend gebruikte goederen verkopen en de bredere beschikbaarheid van informele reparatiediensten (reparatiecafés, werkplaatsen waar mensen hun producten zelf kunnen repareren) kunnen bijdragen aan een langere levensduur van producten en tegelijkertijd de kennis van en het vertrouwen van consumenten in producten met een lange levensduur kunnen vergroten;

18.  roept de lidstaten op om:

   overleg te organiseren tussen alle betrokken actoren om de ontwikkeling van een gebruiksgericht verkoopmodel dat gunstig is voor iedereen aan te moedigen,
   sterkere inspanningen te leveren met maatregelen om de ontwikkeling van de functionele economie te bevorderen en de huur, het inruilen en het lenen van voorwerpen aantrekkelijk te maken,
   lokale en regionale overheden aan te moedigen de ontwikkeling van economische modellen actief te bevorderen, zoals de deeleconomie en de ruileconomie, die een efficiënter gebruik van middelen en de duurzaamheid van goederen aanmoedigen en die reparatie, hergebruik en recyclage stimuleren;

19.  moedigt de lidstaten aan ervoor te zorgen dat bij openbare aanbestedingen rekening wordt gehouden met de bepaling inzake de kosten van de levenscyclus van Richtlijn 2014/24/EU en het hergebruik van apparatuur en uitrusting door de overheid te verhogen;

20.  spoort de lidstaten en de Commissie aan de deel- en ruileconomie in hun overheidsbeleid te steunen gezien de voordelen die zij biedt door het gebruik van reservemiddelen en -capaciteit, bijvoorbeeld in de vervoer- en accommodatiesector;

21.  vraagt de Commissie het belang van de duurzaamheid van producten te bevestigen in het kader van de bevordering van de circulaire economie;

22.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de in de EU-wetgeving vastgelegde afvalhiërarchie (kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG)) volledig toe te passen en in het bijzonder optimaal gebruik te maken van het nut en de waarde van elektrische en elektronische apparaten en ze niet te beschouwen als afvalstoffen, bijvoorbeeld door personeel van recyclagecentra die gebruik kunnen maken van dergelijke goederen en hun onderdelen toegang te verlenen tot inzamelpunten voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA);

23.  is van mening dat de maatregelen in deze resolutie met name moeten worden toegepast op het MKB en micro-ondernemingen, als gedefinieerd in Aanbeveling van de Commissie 2003/361/EG op een wijze die passend en evenredig is met de omvang en de capaciteit van MKB's en micro-ondernemingen, om hun ontwikkeling te stimuleren en de werkgelegenheid en opleiding voor nieuwe beroepen in de EU aan te moedigen;

24.  roept de Commissie op te bestuderen hoe de vervangbaarheid van leds kan worden gestimuleerd en vergemakkelijkt en daarbij, naast maatregelen inzake ecologisch ontwerp, ook minder strenge maatregelen te overwegen, zoals etikettering, stimulerende regelingen, openbare aanbestedingen of een verlengde garantie voor het geval dat leds vast ingebouwd zijn;

25.  spoort de lidstaten aan te zorgen voor doeltreffend markttoezicht om te waarborgen dat zowel Europese als geïmporteerde producten aan de voorschriften inzake productbeleid en ecologisch ontwerp voldoen;

26.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om samen te werken met lokale en regionale autoriteiten en hun bevoegdheden te respecteren;

De consument betere informatie verstrekken

27.  verzoekt de Commissie de informatie over de duurzaamheid van producten te verbeteren door:

   een vrijwillig Europees keurmerk te overwegen dat met name betrekking heeft op: de duurzaamheid van een product, het ecologisch ontwerp en de mogelijkheid om het product op te waarderen in overeenstemming met de technische vooruitgang en de herstelbaarheid,
   op EU-niveau vrijwillige experimenten uit te voeren met bedrijven en andere belanghebbenden om de verwachte gebruiksduur van een product te bepalen aan de hand van gestandaardiseerde criteria, die door alle lidstaten kunnen worden gebruikt,
   een gebruiksteller te creëren voor de relevantste consumptiegoederen, met name witgoed,
   een effectbeoordeling uit te voeren van de afstemming tussen de vermelding van de levensduur en de wettelijke garantieperiode,
   digitale toepassingen te gebruiken of sociale media,
   de informatie in handleidingen over de duurzaamheid, opwaardeerbaarheid en –herstelbaarheid van een product te standaardiseren om ervoor te zorgen dat die informatie duidelijk, toegankelijk en gemakkelijk te begrijpen is,
   informatie te gebruiken die gebaseerd is op gestandaardiseerde criteria wanneer de verwachte levensduur van een product wordt vermeld;

28.  dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan:

   de lokale en regionale overheden, ondernemingen en verenigingen te helpen bewustmakingscampagnes op te zetten waarin de consument gewezen wordt op de mogelijke verlenging van de levensduur van producten, met name door informatie te verstrekken over onderhouds- en reparatietips, tips voor hergebruik enz.,
   de consument bewust te maken van producten die voortijdig stukgaan en niet kunnen worden gerepareerd, o.a. door meldingsplatformen voor consumenten op te richten;

29.  verzoekt de Commissie reguliere en gestructureerde uitwisseling van informatie en beste praktijken in de hele Unie tussen de Commissie en de lidstaten, waaronder regionale en gemeentelijke autoriteiten, aan te moedigen;

Maatregelen inzake geplande veroudering

30.  dringt er bij de Commissie op aan, in overleg met consumentenorganisaties, producenten en andere belanghebbenden, op EU-niveau een definitie van geplande veroudering voor hardware of software, voor te stellen; dringt er voorts bij de Commissie op aan in samenwerking met de markttoezichtsautoriteiten de mogelijkheid te onderzoeken om een onafhankelijk systeem op te zetten dat ingebouwde veroudering in producten kan testen en opsporen; roept in dit verband op om klokkenluiders een betere juridische bescherming te geven en afschrikkende maatregelen voor producenten in te voeren;

31.  wijst op de voortrekkersrol die sommige lidstaten op dit gebied vervullen, zoals het initiatief van de Beneluxlanden ter bestrijding van geplande veroudering en ter verlenging van de levensduur van (elektrische) huishoudelijke apparaten; benadrukt dat het belangrijk is op dit terrein beste praktijken uit te wisselen;

32.  wijst erop dat de mogelijkheid om producten te upgraden het verouderd raken van producten kan tegengaan en de milieueffecten en de kosten voor de consumenten kan beperken;

Het recht op een wettelijke conformiteitsgarantie versterken

33.  acht het van essentieel belang dat consumenten beter op de hoogte worden gebracht van de wijze waarop de wettelijke conformiteitsgarantie functioneert; vraagt dat een referentie naar de garantie op de aankoopfactuur van het product in woorden wordt vermeld;

34.  roept de Commissie op tot wetgevingsinitiatieven en acties om het consumentenvertrouwen te verbeteren:

   door de consumentenbescherming te versterken, met name voor die producten waarvoor de redelijke gebruikstermijn langer is, en door rekening te houden met de krachtige consumentenbeschermingsmaatregelen die sommige lidstaten al hebben genomen,
   door rekening te houden met de effecten van zowel wetgeving inzake ecologisch ontwerp als overeenkomstenrecht inzake energieverbruikende producten, om een holistische benadering te ontwikkelen voor productregulering,
   door te garanderen dat de consument in de verkoopovereenkomst formele informatie krijgt over zijn recht op wettelijke garantie en door voorlichtingscampagnes over dit recht te bevorderen,
   door de overlegging van het aankoopbewijs te vereenvoudigen voor de consument door de garantie niet aan de koper, maar aan het voorwerp te koppelen en door de invoering van elektronische ontvangstbewijzen en digitale garantiebewijsregelingen verder aan te moedigen;

35.  vraagt op EU-niveau een klachtenregeling in te voeren voor gevallen waarin de garantierechten niet worden nageleefd zodat de relevante overheden de toepassing van de Europese normen gemakkelijker kunnen controleren;

36.  wijst erop dat het versterken van het beginsel van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en het vastleggen van minimumvereisten zorgen voor een stimulans voor een duurzamer productontwerp;

De consument beschermen tegen de veroudering van software

37.  dringt aan op grotere transparantie voor wat betreft de opwaardeerbaarheid, beveiligingsupdates en duurzaamheid die nodig zijn voor de werking van zowel software als hardware; dringt er bij de Commissie op aan de behoefte te onderzoeken om meer samenwerking binnen B2B-relaties mogelijk te maken;

38.  moedigt leveranciers en producenten aan transparanter te zijn door productcontractbepalingen over de minimumtermijn waarbinnen beveiligingsupdates voor besturingssystemen beschikbaar zijn; stelt voor een redelijke gebruikstermijn vast te stellen; beklemtoont daarnaast dat de leverancier van het product, in geval van ingebedde besturingssystemen, de levering van die beveiligingsupdates moet garanderen; dringt er bij producenten op aan duidelijke informatie te verstrekken over de verenigbaarheid van de software-updates en -upgrades met de ingebedde besturingssystemen die aan de consument worden geleverd;

39.  meent dat software-updates omkeerbaar moeten zijn en dat er informatie moet worden verstrekt over de gevolgen ervan voor de werking van het apparaat en dat nieuwe essentiële software verenigbaar moet zijn met de software van de vorige generatie;

40.  moedigt de modulariteit van onderdelen, ook van de processor, aan door normalisatie zodat het product kan worden geüpdatet;

o
o   o

41.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10.
(2) PB L 153 van 18.6.2010, blz. 1.
(3) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 171.
(4) PB C 67 van 6.3.2014, blz. 23.
(5) PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64.
(6) PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.

Laatst bijgewerkt op: 20 september 2018Juridische mededeling