Ideële en kerkelijke verenigingen hebben hun verontrusting te kennen gegeven over de praktische gevolgen van de nieuwe EU-levensmiddelenverordening (EG) nr. 852/2004(1) die inhoudt dat zij brood en koekjes moeten bakken in geïnspecteerde en goedgekeurde keukens en zich moeten laten controleren door nationale levensmiddeleninspecteurs. Uit het begeleidende Commissiedocument bij de verordening blijkt dat de eisen van de huidige verordening gelden voor permanente en niet voor incidentele activiteiten. De Zweedse Voedingsinspectie acht een activiteit permanent indien deze meer dan enkele malen per jaar plaatsvindt. Een kerk die iedere week koffie serveert moet zich, volgens deze interpretatie van de huidige verordening, dan ook houden aan de beperkende EU-wetgeving. Volgens de Zweedse overheid geldt de levensmiddelenverordening echter niet voor liefdadigheidsorganisaties en particulieren die op kleine schaal en bij gelegenheden levensmiddelen verwerken, bewaren en serveren. Plaatselijke markten, kerken die koffie schenken of schoolklassen die koek verkopen hoeven zich dan ook geen zorgen te maken, daar zelfgebakken producten sowieso niet onder deze regelgeving vallen. Kan de Commissie bevestigen dat de Zweedse overheid in dezen geheel en al gelijk heeft? Hoe definieert de Commissie de regelmaat waarmee een activiteit moet worden uitgevoerd om als „incidenteel” te worden bestempeld?