Reglement van het Europees Parlement
Achtste zittingsperiode - Maart 2019
EPUB EPUB   PDF PDF
INHOUD
AANHANGSEL
BERICHT AAN DE LEZER
COMPENDIUM VAN DE BELANGRIJKSTE RECHTSHANDELINGEN BETREFFENDE HET REGLEMENT

TITEL V : BETREKKINGEN MET DE ANDERE INSTELLINGEN EN ORGANEN
HOOFDSTUK 3 : PARLEMENTAIRE VRAGEN

Artikel 128 : Vragen met verzoek om mondeling antwoord gevolgd door een debat

1.   Een commissie, fractie of leden die ten minste de lage drempel bereiken, kunnen de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid vragen stellen met het verzoek deze op de agenda van het Parlement in te schrijven.

Dergelijke vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter. De Voorzitter legt deze onmiddellijk voor aan de Conferentie van voorzitters.

De Conferentie van voorzitters beslist om die vragen al dan niet op de ontwerpagenda in te schrijven overeenkomstig de procedure van artikel 149. Vragen die binnen drie maanden na indiening niet op de ontwerpagenda van het Parlement zijn ingeschreven, komen te vervallen.

2.   Vragen aan de Commissie of aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid moeten ten minste één week, en vragen aan de Raad moeten ten minste drie weken vóór de vergadering waarin zij moeten worden behandeld, aan de adressaat zijn toegezonden.

3.   Wanneer de vragen betrekking hebben op het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, zijn de in lid 2 vermelde termijnen niet van toepassing en moet het antwoord worden gegeven binnen de termijn die nodig is om het Parlement op passende wijze op de hoogte te houden.

4.   Een van tevoren door de vraagstellers aangewezen lid licht de vraag toe. Is dit lid niet aanwezig, dan komt de vraag te vervallen. De adressaat geeft antwoord.

5.   Artikel 123, leden 2 tot en met 8, betreffende de indiening van en stemming over ontwerpresoluties is van overeenkomstige toepassing.

Laatst bijgewerkt op: 25 maart 2019Juridische mededeling