Reglement van het Europees ParlementVersie die in werking treedt op 2 juli 2019PDF
Achtste zittingsperiode - Maart 2019
EPUB EPUB   PDF PDF
INHOUD
AANHANGSEL
BERICHT AAN DE LEZER
COMPENDIUM VAN DE BELANGRIJKSTE RECHTSHANDELINGEN BETREFFENDE HET REGLEMENT

TITEL V : BETREKKINGEN MET DE ANDERE INSTELLINGEN EN ORGANEN
HOOFDSTUK 3 : PARLEMENTAIRE VRAGEN

Artikel 129 : Vragenuur

1.   Tijdens elke vergaderperiode kan gedurende 90 minuten een vragenuur met de Commissie worden gehouden over een of meer specifieke horizontale thema's die een maand van tevoren door de Conferentie van voorzitters worden vastgesteld.

2.   De commissarissen die door de Conferentie van voorzitters worden uitgenodigd, beheren een portefeuille die verband houdt met het specifieke horizontale thema of de specifieke horizontale thema's waarover vragen kunnen worden gesteld. Het aantal  uit te nodigen commissarissen wordt beperkt tot twee per vergaderperiode. Niettemin is het mogelijk een derde commissaris uit te nodigen, afhankelijk van het specifieke horizontale thema of de specifieke horizontale thema's van het vragenuur.

3.   Overeenkomstig de door de Conferentie van voorzitters vastgestelde richtsnoeren kunnen specifieke vragenuren met de Raad, de voorzitter van de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de voorzitter van de Eurogroep worden gehouden.

4.   Het vragenuur wordt niet specifiek op voorhand ingedeeld. De Voorzitter zorgt er voor zover mogelijk voor dat leden met verschillende politieke opvattingen en uit verschillende lidstaten in de gelegenheid worden gesteld om beurtelings een vraag te stellen.

5.   Het lid krijgt een minuut de tijd om de vraag te formuleren en de commissaris krijgt twee minuten om deze te beantwoorden. Het lid mag een aanvullende vraag van maximum 30 seconden stellen die rechtstreeks verband houdt met de hoofdvraag. De commissaris krijgt vervolgens twee minuten de tijd voor een aanvullend antwoord.

De vragen en aanvullende vragen dienen rechtstreeks verband te houden met het specifieke horizontale thema dat overeenkomstig lid 1 is vastgesteld. De Voorzitter kan uitspraak doen over de ontvankelijkheid ervan.

Laatst bijgewerkt op: 25 maart 2019Juridische mededeling