Dialoog met kerken, religieuze verenigingen en gemeenschappen en levensbeschouwelijke en niet-confessionele organisaties 

In het huidige diverse Europa leveren allerlei kerken, godsdiensten en levensbeschouwelijke organisaties een belangrijke bijdrage aan de samenleving. De instellingen van de Europese Unie hechten veel waarde aan een open dialoog met deze religieuze en niet-confessionele organisaties en het Europees Parlement betrekt ze op actieve wijze bij het EU-beleid.

Achtergrond

Met artikel 17 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU), ingevoerd bij het Verdrag van Lissabon, werd voor de eerste keer voorzien in een wettelijke basis voor een open, transparante en regelmatige dialoog tussen de EU-instellingen en kerken, religieuze verenigingen en levensbeschouwelijke en niet-confessionele organisaties. Het luidt als volgt:

  1. "De Unie eerbiedigt de status die kerken en religieuze verenigingen en gemeenschappen volgens het nationaal recht in de lidstaten hebben, en doet daaraan geen afbreuk.
  2. De Unie eerbiedigt tevens de status die de levensbeschouwelijke en niet-confessionele organisaties volgens het nationaal recht hebben.
  3. De Unie voert een open, transparante en regelmatige dialoog met die kerken en organisaties, onder erkenning van hun identiteit en hun specifieke bijdrage."

In de eerste twee leden van dit artikel is bepaald dat kerken en religieuze verenigingen of gemeenschappen een bijzondere status hebben, die beschermd moet worden volgens het nationaal recht, en dat levensbeschouwelijke en niet-confessionele organisaties een vergelijkbare status hebben; in het derde lid worden de EU-instellingen opgeroepen tot een open, transparante en regelmatige dialoog met deze kerken en organisaties.

Na de benoeming van Mairead McGuinness tot lid van de Europese Commissie heeft David Maria Sassoli de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van de dialoog krachtens artikel 17 toegewezen aan ondervoorzitter Roberta Metsola. De ondervoorzitter wordt in deze taak bijgestaan door het secretariaat van het Bureau en andere betrokken diensten van het Parlement. Het Parlement ontvangt jaarlijks verschillende conferenties op hoog niveau, toegankelijk voor alle deelnemers aan de dialoog, over actuele en relevante thema’s in verband met de lopende parlementaire werkzaamheden en debatten.

Het is van groot belang dat het Europees Parlement in dialoog staat met kerken en levensbeschouwelijke organisaties. Op die manier kan het Parlement in nauw contact blijven met zijn kiezers. Het is voor mij dus een grote eer dat David Sassoli, voorzitter van het Parlement, mij belast heeft met de taak om deze dialoog te coördineren.

Alleen als Europa voeling houdt met de realiteit kunnen toekomstige uitdagingen worden aangepakt en kan het Europees project de burgers in hun dagelijks leven tot steun zijn. Kerken, kerkgenootschappen en levensbeschouwelijke organisaties zijn voor veel burgers in heel Europa een belangrijk element in hun dagelijks leven en vormen een belangrijk bindmiddel tussen mensen in steden en dorpen en op het platteland in alle 27 lidstaten.

Dat de EU met deze organisaties en verenigingen een dialoog moet voeren is met het Verdrag van Lissabon uitdrukkelijk neergelegd in artikel 17 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Hieruit blijkt duidelijk dat de EU veel meer is dan alleen een economische organisatie; de EU houdt zich in de eerste plaats bezig met mensen en zet zich in voor de menselijke waardigheid en het algemeen belang. In een wereld waarin alle politieke en sociale vraagstukken steeds technischer lijken, moeten we oog blijven houden voor onze waarden, ons geestelijk leven.

Om voldoende aandacht aan onze geestelijke waarden te kunnen schenken, is de dialoog met religieuze en levensbeschouwelijke organisaties essentieel. Samen kunnen wij dus een bijdrage leveren aan een op waarden gebaseerd debat over Europees beleid.