VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen
(COM(2003) 77 – C5‑0059/2003 – 2003/0039(COD))

21 mei 2003 - ***I

Commissie constitutionele zaken
Rapporteur: Jo Leinen

Procedure : 2003/0039(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A5-0170/2003
Ingediende teksten :
A5-0170/2003
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

PROCEDUREVERLOOP

Bij schrijven van 19 februari 2003 diende de Commissie, overeenkomstig artikel 251, lid 2 en artikel 191 van het EG‑Verdrag, bij het Parlement het voorstel in voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen (COM(2003) 77 – 2003/0039(COD)).

Op 10 maart 2003 gaf de Voorzitter van het Parlement kennis van de verwijzing van dit voorstel naar de Commissie constitutionele zaken als commissie ten principale en naar de Begrotingscommissie, de Commissie begrotingscontrole en de Commissie juridische zaken en interne markt als medeadviserende commissies (C5‑0059/2003).

De Commissie constitutionele zaken benoemde reeds op haar vergadering van 17 februari 2003 Jo Leinen tot rapporteur.

De commissie behandelde het Commissievoorstel en het ontwerpverslag op haar vergaderingen van 19 maart, 23 april en 20 mei 2003.

Op laatstgenoemde vergadering hechtte zij met 20 stemmen voor en 8 tegen bij 0 onthoudingen haar goedkeuring aan de ontwerpwetgevingsresolutie.

Bij de stemming waren aanwezig: Giorgio Napolitano (voorzitter); Jo Leinen (ondervoorzitter en rapporteur); Ursula Schleicher (ondervoorzitter); Teresa Almeida Garrett, Pervenche Berès (verving Enrique Barón Crespo), Georges Berthu, Guido Bodrato (verving Luigi Ciriaco De Mita), Jean-Louis Bourlanges, Carlos Carnero González, Gianfranco Dell'Alba (verving Olivier Dupuis), Giorgos Dimitrakopoulos, Andrew Nicholas Duff, Olivier Duhamel, Lone Dybkjær, Vitaliano Gemelli (verving Iñigo Méndez de Vigo, overeenkomstig artikel 153, lid 2 van het Reglement), José María Gil-Robles Gil-Delgado, Gerhard Hager, Michel Hansenne (verving Daniel J. Hannan), The Lord Inglewood, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Neil MacCormick (verving Monica Frassoni), Hanja Maij-Weggen, Luís Marinho, Hans-Peter Martin, Camilo Nogueira Román (verving Johannes Voggenhuber), Gérard Onesta, Jacques F. Poos (verving Richard Corbett), José Ribeiro e Castro (verving Mariotto Segni), Willi Rothley (verving Jean-Maurice Dehousse), Dimitris Tsatsos en Françoise de Veyrinas (verving Antonio Tajani).

De adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie begrotingscontrole en de Commissie juridische zaken en interne markt zijn bij dit verslag gevoegd.

Het verslag werd ingediend op 21 mei 2003.

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen

(COM(2003) 77 – C5‑0059/2003 – 2003/0039(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2003) 77)[1],

–   gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 191 van het EG‑Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C5‑0059/2003),

–   gelet op artikel 67 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie begrotingscontrole en de Commissie juridische zaken en interne markt (A5‑0170/2003),

1.   hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.   verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.   verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekstAmendementen van het Parlement
Amendement 1
Overweging -1 (nieuw)
 

(-1) Het is noodzakelijk in een statuut voor Europese politieke partijen te voorzien dat hun status krachtens het Gemeenschapsrecht als vrij, democratisch en gelijk aanmerkt en dat hun rechtspersoonlijkheid toekent zodat zij op Europees niveau en grensoverschrijdend hun taak doeltreffend kunnen vervullen.

Motivering

De noodzaak hiervan werd door het Parlement verwoord in zijn resolutie van 10 december 1996 over de constitutionele positie van de Europese politieke partijen (hierna genoemd "Epp's") (A4-0342/1996) en geldt nog steeds onverminderd.

Amendement 2
Overweging 1

(1)    Er moet een statuut komen voor Europese politieke partijen en er moet op worden toegezien dat deze, overeenkomstig het Verdrag en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, de grondrechten alsmede de democratische beginselen en de rechtstaat eerbiedigen en dat zij eigen bestuursorganen bezitten.

(1)   De regeling ter financiering van Europese politieke partijen uit de begroting van de Gemeenschap moet garanderen dat de toegang tot deze financiering afhangt van de eerbiediging, door de partijen, van de democratische beginselen, de rechtstaat en de grondrechten en beginselen die verankerd zijn in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de Verdragen.

Amendement 3
Overweging 3

(3)   De voorwaarden van deze verordening moeten op gelijke voet gelden voor alle Europese politieke partijen, met inachtneming van de daadwerkelijke vertegenwoordiging ervan in het Europees Parlement.

Schrappen.

Motivering

De formulering wekt ten onrechte de indruk dat bij de toepassing van de voorwaarden van deze verordening rekening moet worden gehouden met aanvullende factoren, zoals "representativiteit", wat niet het geval is. Het criterium representativiteit is een van de voorwaarden in deze verordening, die op voet van gelijkheid moeten worden toegepast.

Amendement 4
Overweging 4

(4)   Financiering moet uitsluitend worden toegekend aan partijen die op Europees vlak voldoende representatief zijn, om te voorkomen dat financiering wordt toegekend aan partijen die uitsluitend nationale partijen zijn of aan partijen waaraan op nationaal vlak financiering is geweigerd omdat zij de democratische beginselen niet in acht nemen. Deze financiering mag niet in de plaats komen van de autonome financiering van de partijen.

(4)   Financiering moet uitsluitend worden toegekend aan partijen die op Europees vlak een toereikende representativiteit als omschreven in deze verordening bezitten, om te voorkomen dat financiering wordt toegekend aan partijen die uitsluitend nationale partijen zijn. Deze financiering is niet bedoeld om in de plaats te komen van de autonome financiering van de partijen.

Motivering

Partijen die de democratische beginselen niet eerbiedigen, zijn om precies die reden uitgesloten van financiering op Europees niveau. De mate van representativiteit is in dit verband irrelevant.

Amendement 5
Overweging 6

(6)   De kredieten die voor de financiering van de partijen worden uitgetrokken, moeten worden vastgesteld volgens de jaarlijkse begrotingsprocedure.

(6)   De kredieten die voor de financiering van de Europese politieke partijen worden uitgetrokken, moeten worden vastgesteld volgens de jaarlijkse begrotingsprocedure als specifieke uitgaven van de Commissie, die verantwoordelijk dient te zijn voor de uitvoering ervan.

Motivering

Het beheer van de financieringsregeling voor politieke partijen is een uitvoerende taak, waarvoor de Commissie geschikter en beter uitgerust is dan andere instellingen. Het Parlement verleent uit zijn begroting financiële steun aan zijn fracties als interne organen.

Amendement 6
Overweging 7

(7)   De voor de financiering van partijen toegewezen kredieten zullen worden ingedeeld als specifieke administratieve uitgaven van het Europees Parlement, dat als ordonnateur verantwoordelijk zal zijn voor de uitvoering.

(7)   De voor de financiering van partijen toegewezen kredieten zullen als administratieve uitgaven worden opgenomen op de begroting van de Commissie; de feitelijke vrijmaking van de kredieten, evenals de controle op de uitvoering van de goedgekeurde kredieten berusten bij de Commissie die als ordonnateur verantwoordelijk zal zijn voor de uitvoering.

Motivering

Zie voorgaand amendement.

Amendement 7
Overweging 8

(8)   Er dient zorg te worden gedragen voor een toereikende transparantie en financiële controle van de Europese politieke partijen, die uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen worden gefinancierd,

(8)   Er dient zorg te worden gedragen voor een maximale transparantie en financiële controle van de Europese politieke partijen, die uit de algemene begroting van de Europese Unie worden gefinancierd,

Motivering

Spreekt voor zich.

Amendement 8
Overweging 8 bis (nieuw)
 

(8 bis)    Er dient in een speciale procedure te worden voorzien aan de hand waarvan op initiatief van het Europees Parlement kan worden nagegaan of een Europese politieke partij wat betreft de eerbiediging van de grondrechten en constitutionele beginselen voldoet aan de voorwaarden voor financiering.

Motivering

Het Parlement mag niet betrokken worden bij iets wat op een "vergunningsprocedure" zou kunnen lijken. Het Parlement moet echter de bevoegdheid krijgen om een ex-post-verificatie uit te voeren.

Amendement 9
Overweging 8 ter (nieuw)
 

(8 ter)    Om noodzakelijke praktische redenen dient de financiering van Europese politieke partijen volgens de nieuwe regeling te worden toegepast met ingang van de eerstvolgende zittingsperiode van het Parlement.

Motivering

Spreekt voor zich.

Amendement 10
Artikel 1

Deze verordening legt regels vast betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen.

Deze verordening legt regels vast betreffende de financiering van Europese politieke partijen.

Motivering

Dit amendement geldt ook voor de titel van het voorstel.

De titel van de verordening moet de inhoud weergeven en geen verkeerde verwachtingen oproepen. Ondanks de titel bevat het voorstel geen echt Europees statuut voor Europese politieke partijen. Er wordt geen nieuw rechtsinstrument ingevoerd dat de rechtsstelsels van de lidstaten gemeen zouden hebben; veeleer wordt alleen voorzien in een registratieprocedure en in voorwaarden voor financiering uit de begroting van de Europese Gemeenschappen.

Aan dit financieringsaspect moet dringend aandacht worden besteed, gezien de kritiek van de Rekenkamer in haar speciaal verslag nr. 13 van 2000. Dit kan los van het vraagstuk van een statuut geschieden, zoals reeds is voorgesteld in het in 1996 opgestelde verslag van de Commissie institutionele zaken (A4-342/96, verslag-Tsatsos).

Er bestaat verband tussen het statuut, de uniforme verkiezingsprocedure en vraagstukken betreffende het statuut voor de leden, die tot dusver nog niet zijn geregeld. De kwestie van het statuut is controversieel, en het lijkt erop dat meer tijd nodig is om voor de belangrijkste kwesties een oplossing te vinden en misvattingen uit de weg te ruimen.

Amendement 11
Artikel 2

In deze verordening betekent:

1.   "politieke partij" een vereniging van burgers,

   die politieke doeleinden nastreeft en

   erkend of opgericht is in overeenstemming met de rechtsorde van tenminste een lidstaat;

2.   "alliantie van politieke partijen" een gestructureerde samenwerking tussen minstens twee politieke partijen;

3.   "Europese politieke partij" een politieke partij of alliantie van politieke partijen, waarvan de statuten in overeenstemming met de voorwaarden en procedures van deze verordening bij het Europees Parlement gedeponeerd zijn.

In deze verordening betekent "Europese politieke partij" een vereniging van burgers of een federatie van politieke partijen uit de lidstaten die erkend of opgericht is in overeenstemming met de rechtsorde van ten minste een lidstaat en die op Europees niveau bijdraagt tot vorming en uiting van de politieke wil van de burgers van de Unie, en vertegenwoordigd is of ernaar streeft vertegenwoordigd te zijn in het Europees Parlement.

Motivering

Hierdoor wordt de definitie gestandaardiseerd, rekening houdende met artikel 191 van het EG-Verdrag. Nadruk wordt gelegd op de rol van Epp's in het politieke proces op Europees niveau via het Europees Parlement. In de definitie hoeft niet te worden verwezen naar registratie bij het Parlement (zie hieronder).

Amendement 12
Artikel 3

Statuut

1.   Een politieke partij of alliantie van politieke partijen kan onder de volgende voorwaarden een statuut bij het Europees Parlement deponeren:

(a)   de politieke partij of de alliantie van partijen bestaat in tenminste drie lidstaten;

(b)   de politieke partij, alliantie van politieke partijen of de onderdelen van de alliantie hebben deelgenomen aan verkiezingen voor het Europees Parlement of hebben door het deponeren van een schriftelijke verklaring bij het Europees Parlement het voornemen hiertoe te kennen gegeven;

2.   Het statuut bevat een programma, waarin de doelstellingen van de politieke partij of de alliantie van politieke partijen worden beschreven, en legt met name de voor de politieke leiding en het financieel beheer verantwoordelijke organen vast, alsmede de organen of natuurlijke personen die in de respectieve lidstaten in het bijzonder in het geval van de verwerving of vervreemding van roerende of onroerende goederen en het optreden in rechte tot wettelijke vertegenwoordiging bevoegd zijn.

Het statuut en de activiteiten van de politieke partij of de alliantie van politieke partijen eerbiedigen de beginselen van vrijheid, democratie, rechten van de mens, fundamentele vrijheden en de rechtstaat.

3.   Voor elke wijziging van een reeds geregistreerd statuut wordt een verzoek tot registratie tot het Europees Parlement gericht. Binnen drie maanden na de ontvangst van het verzoek registreert het Europees Parlement het statuut of de wijziging van een reeds geregistreerd statuut. Het Europees Parlement onderzoekt regelmatig of nog steeds aan de voorwaarden van de leden 1 en 2 van dit artikel wordt voldaan.

4.   Het Europees Parlement maakt de geregistreerde statuten openbaar.

Voorwaarden voor de financiering

1.   Het verzoek van een Europese politieke partij om toekenning van financiële middelen wordt ingediend bij de Commissie, die een besluit dienaangaande neemt en de desbetreffende kredieten beheert.

2.   Een Europese politieke partij komt slechts in aanmerking voor financiële middelen ten laste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, als zij:

(a)   bij de Commissie een statuut en een politiek beginselprogramma indient;

(b)   in het Europees Parlement vertegenwoordigd is door leden die in ten minste een vierde van de lidstaten zijn gekozen, ofwel in nationale dan wel regionale wetgevende lichamen in ten minste een vierde van de lidstaten is vertegenwoordigd, ofwel in minstens een vierde van de lidstaten bij de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement ten minste 5% van de stemmen heeft verkregen.

3.   Het statuut legt met name de voor de politieke leiding en het financieel beheer verantwoordelijke organen vast, alsmede de organen of natuurlijke personen die in de respectieve lidstaten tot wettelijke vertegenwoordiging bevoegd zijn of daartoe zijn aangewezen, alsmede de daarvoor geldende democratische partij-interne verkiezingsprocedures. In het statuut worden de doelstellingen van de Europese politieke partij beschreven.

4.   De Europese politieke partij of de onderdelen daarvan moeten deelgenomen hebben aan verkiezingen voor het Europees Parlement of door het deponeren van een schriftelijke verklaring bij het Europees Parlement het voornemen hiertoe te kennen hebben gegeven.

5.   Van elke wijziging van een reeds ingediend statuut of politiek beginselprogramma dient de Commissie in kennis te worden gesteld.

6.   Het statuut en de activiteiten van de politieke partij of de alliantie van politieke partijen eerbiedigen de beginselen van vrijheid, democratie, rechten van de mens, fundamentele vrijheden en de rechtstaat.

7.   De Commissie kan het Europees Parlement om advies verzoeken omtrent de vraag of de Europese politieke partij aan de in het voorgaande lid genoemde voorwaarden voldoet. Dit advies wordt binnen een termijn van vier maanden uitgebracht.

8.   Artikel 10 bis, leden 2 t/m 5 zijn op de procedure van dienovereenkomstige toepassing.

9.   De politieke partijen overleggen tevens een gedragscode waarin zij aantonen dat zij er goede administratieve praktijken op nahouden.

Motivering

Een gescheiden eerdere registratie lijkt niet juist omdat dit leidt tot een extra administratieve belasting en - wanneer dat gepaard gaat met een andere drempel dan die voor de financiering van Europese partijen - tot twee categorieën partijen. De betrokken partij heeft geen voordeel van een registratie, omdat deze slechts voorwaarde is voor financiering. Met dit amendement worden derhalve artikel 5 en een deel van artikel 3 samengevoegd.

De financieringsregeling dient door de Commissie op basis van begrotingslijnen te worden beheerd, die worden toegevoegd aan haar afdeling van de algemene begroting. Daarom is het zinvol dat een statuut en een beginselprogramma eveneens aan de Commissie worden voorgelegd.

Met het criterium van de representativiteit moet ervoor worden gezorgd dat alleen politieke partijen die werkelijk grensoverschrijdend werken met een minimum aan vertegenwoordiging in de parlementen, respectievelijk met een minimumaandeel van de stemmen, aanspraak kunnen maken op financiële middelen uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.

De criteria zijn bij wijze van compromis verlaagd van een derde van de lidstaten in het ontwerpverslag tot een vierde.

Aan de hand van de suggestie van de Begrotingscommissie stelt de rapporteur thans voor dat de Commissie het Parlement om bevestiging kan verzoeken indien zij van oordeel is dat financiering geweigerd dient te worden wegens niet-naleving van de democratische beginselen en fundamentele rechten.

Amendement 13
Artikel 4

Onderzoek

1.   Op verzoek van een kwart van zijn leden, die tenminste drie fracties in het Europees Parlement vertegenwoordigen, onderzoekt het Europees Parlement met meerderheid van stemmen van zijn leden of de in artikel 3, lid 2, tweede alinea, neergelegde voorwaarde nog steeds wordt nageleefd door een Europese politieke partij. Alvorens het Europees Parlement overgaat tot dit onderzoek, hoort het eerst de vertegenwoordigers van de desbetreffende Europese politieke partij en verzoekt het een comité van onafhankelijke vooraanstaande personen om binnen een redelijke termijn advies over deze kwestie uit te brengen.

Indien het Europees Parlement met meerderheid van stemmen van zijn leden vaststelt dat niet langer aan de voorwaarde wordt voldaan, wordt het statuut van de betrokken Europese politieke partij doorgehaald in het register.

2.   Het comité van onafhankelijke vooraanstaande personen bestaat uit drie leden, waarvan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie elk één lid benoemen. De secretariaatswerkzaamheden en financiering van het comité neemt het Europees Parlement voor zijn rekening.

Andere voorwaarden

1.   Een Europese partij die financiering ontvangt:

(a)   publiceert jaarlijks haar ontvangsten en uitgaven en een staat van haar activa en passiva,

(b)   geeft een verklaring af van haar financieringsbronnen in de vorm van een lijst van haar donateurs en het door elke donateur geschonken bedrag, met uitzondering van donaties van minder dan 1.000 euro.

2.   Een Europese partij die financiering ontvangt aanvaardt niet:

(a)   anonieme donaties,

(b)   donaties uit de begrotingen van fracties in het Europees Parlement,

(c)   donaties van juridische lichamen waarin de staat meer dan 50% van het kapitaal bezit,

(d)   donaties ten bedrage van meer dan 15.000 euro per jaar per donateur van iedere andere natuurlijke of rechtspersoon dan de onder (c) genoemde juridische lichamen.

3.   Contributies van leden van de Europese politieke partij zijn toegestaan.

Motivering

Het bedrag van € 25.000 in het ontwerpverslag wordt vervangen door € 15.000, gelet op amendementen ingediend door leden, en het standpunt dat is ingenomen door een aantal delegaties in de werkgroep van de Raad Algemene Zaken.

Artikel 4 inzake onderzoek dient niet te worden geschrapt; in plaats daarvan dient het naar het eind van de verordening te worden verplaatst.

De formulering van dit amendement is vrijwel identiek aan artikel 5, lid 3 van het voorstel, evenwel met twee uitzonderingen: het bedrag van 100 euro in lid 3, onder b) is verhoogd tot 1.000 euro; en het bedrag van 5.000 euro in lid 3, letter (b), onder (d) is verhoogd tot 15.000 euro.

Amendement 14
Artikel 5
Financiering

1.   Een Europese politieke partij komt slechts in aanmerking voor financiële middelen ten koste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, als zij aantoont dat zij in de lidstaat waar zij gevestigd is, rechtspersoonlijkheid bezit en als zij:

(a)   in het Europees Parlement of de nationale parlementen of regionale parlementen of regionale bestuurslichamen in minstens eenderde van de lidstaten door gekozen leden vertegenwoordigd is, of

(b)   in minstens eenderde van de lidstaten bij de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement minstens 5 % van de stemmen heeft verkregen.

2.   Het verzoek van een Europese politieke partij om toekenning van financiële middelen wordt ingediend bij het Europees Parlement, dat binnen twee maanden een besluit dienaangaande neemt en de desbetreffende kredieten goedkeurt en beheert:

3.   Een Europese partij die financiering ontvangt:

(a)   publiceert jaarlijks haar ontvangsten en uitgaven en een staat van haar activa en passiva;

(b)   geeft een verklaring af van haar financieringsbronnen in de vorm van een lijst van haar donoren en het door elke donor geschonken bedrag, met uitzondering van donaties van minder dan 100 euro;

Zij aanvaardt niet

–   (a) anonieme donaties,

–   (b) donaties uit de begrotingen van fracties in het Europees Parlement,

–   (c) donaties van juridische lichamen, waarin de staat meer dan 50% van het kapitaal bezit,

–   (d) donaties ten bedrage van meer dan 5 000 euro per jaar en donateur van ieder ander natuurlijk of rechtspersoon dan de in c) genoemde juridische lichamen en onverminderd alinea 3.

Donaties van een politieke partij, die behoort tot een Europese politieke partij, zijn toegestaan.

Schrappen

Motivering

Artikel 5 van het Commissievoorstel is opgesplitst. Leden 1 en 2 zijn gewijzigd en opgenomen in artikel 3; lid 3 is gewijzigd en opgenomen in artikel 4.

Amendement 15
Artikel 6

De financiering van Europese politieke partijen uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen of een andere bron mag niet gebruikt worden voor rechtstreekse of indirecte financiering van nationale politieke partijen.

De financiering van Europese politieke partijen uit de algemene begroting van de Europese Unie mag niet gebruikt worden voor rechtstreekse financiering van nationale of regionale politieke partijen. Deze middelen mogen uitsluitend worden gebruikt voor de financiering van campagnes in verband met de verkiezingen voor het Europees Parlement en voor partijactiviteiten op elk niveau die rechtstreeks verband houden met het beleid van de Europese Unie.

Motivering

Een verbod op de financiering van verkiezingscampagnes is dom. Politieke partijen ontlenen hun bestaansrecht aan het voeren van verkiezingscampagnes.

Ook is het absurd de indirecte financiering van nationale politieke partijen te willen verbieden, terwijl alle politieke partijen zonder uitzondering er juist naar streven hun campagnes op alle niveaus, van lokaal tot Europees, sterker te integreren.

Amendement 16
Artikel 6 bis (nieuw)
 

Artikel 6 bis

Lidmaatschapsgelden

 

Tijdelijke vrijstellingen of verlagingen van het lidmaatschapsgeld worden niet beschouwd als een vorm van indirecte steun voor de doelstellingen van artikel 6.

Motivering

Verduidelijking van het toepassingsgebied van het financieringsverbod.

Amendement 17
Artikel 7

Financiële middelen die op grond van deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen worden ontvangen, mogen slechts worden besteed aan uitgaven die rechtstreeks verband houden met de in het statuut genoemde doelstellingen. Zij mogen niet worden gebruikt voor de financiering van verkiezingscampagnes.

De uitgaven kunnen onder meer betrekking hebben op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, studies, voorlichting en publicaties.

Financiële middelen die op grond van deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Unie worden ontvangen, mogen slechts worden besteed aan uitgaven die rechtstreeks verband houden met de in het statuut genoemde doelstellingen.

De uitgaven kunnen onder meer betrekking hebben op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, onderzoek, grensoverschrijdende documenten, studies, voorlichting en publicaties.

Bij de financiering van acties in het kader van de Europese verkiezingen - ongeacht of deze acties al dan niet in samenwerking met nationale partijen worden uitgevoerd - is het bepaalde in artikel 8, lid 5, van toepassing.

Motivering

Deze bepaling regelt waaraan het geld mag worden besteed en niet waarvoor het nìet mag worden gebruikt. Wij zijn het in elk geval diepgaand oneens met de inhoud van het voorgestelde verbod (zie ons amendement op artikel 6).

Als aparte toegestane uitgavencategorie is "onderzoek" toegevoegd, waaronder bijvoorbeeld enquêtes kunnen vallen, alsmede grensoverschrijdende evenementen.

Om het mogelijk te maken dat de Europese politieke partijen hun in artikel 191 van het EG-Verdrag verankerde rol kunnen spelen, moeten zij zich op een het publiek aansprekende wijze kunnen presenteren. In plaats van a priori de besteding van middelen van de Gemeenschap voor dergelijke doeleinden te verbieden, is het zinvoller ervoor te zorgen dat de transparantieverplichting bij de besteding van communautaire middelen wordt nageleefd.

Amendement 18
Artikel 8, lid 3, alinea 2

De controle geschiedt daarenboven op grond van een jaarlijkse audit door een externe en onafhankelijke instantie. Het auditverslag wordt het Europees Parlement en de Rekenkamer binnen zes maanden na afloop van het betreffende begrotingsjaar toegezonden.

De controle geschiedt daarenboven op grond van een jaarlijkse audit door een externe en onafhankelijke instantie. Het auditverslag wordt de Commissie en het Europees Parlement binnen zes maanden na afloop van het betreffende begrotingsjaar toegezonden.

Motivering

Het doel is dat de financiering van Europese politieke partijen zo transparant mogelijk wordt gemaakt. De partijfinanciën moeten derhalve op basis van een jaarlijks onderzoek door een externe en onafhankelijke accountant worden gecontroleerd.

De bepaling dat het accountantsrapport automatisch aan de Europese Rekenkamer wordt voorgelegd, lijkt overdreven. Het is voldoende dat de Rekenkamer op elk moment op verzoek elk aangevraagd document of iedere gevraagde informatie van de Europese politieke partijen kan krijgen (artikel 8, lid 5).

Amendement 19
Artikel 8, lid 4, alinea 1 bis (nieuw)
 

De beslaglegging op en de besteding van de middelen waarop de aanspraak is vervallen, worden geregeld bij verordening ..../.... van de Raad tot wijziging van het Financieel Reglement (verordening 1605/20021)

______________

1 PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

Motivering

Aangezien het huidige Financieel Reglement geen bepalingen voor sancties bevat, is het noodzakelijk deze te verankeren in het kader van een wijziging van het Financieel Reglement.

Amendement 20
Artikel 8, lid 5, alinea 2

Indien door Europese partijen tezamen met nationale partijen en andere organisaties verplichtingen voor uitgaven zijn aangegaan, moeten de bescheiden over de uitgaven van de Europese politieke partijen aan de Europese Rekenkamer ter beschikking worden gesteld.

Schrappen

Motivering

Deze bepaling is overbodig omdat de regeling reeds is vervat in de eerste alinea.

Amendement 21
Artikel 10

Iedere vorm van technische ondersteuning, die politieke partijen van het Europees Parlement verkrijgen, is gebaseerd op het beginsel van gelijke behandeling, wordt verleend op voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan de voorwaarden die gelden voor andere externe organisaties en verenigingen waaraan dezelfde voorzieningen ter beschikking kunnen worden gesteld en wordt tegen overlegging van een factuur en tegen betaling ter beschikking gesteld.

Iedere vorm van technische ondersteuning, die politieke partijen van het Europees Parlement en zijn fracties verkrijgen, is gebaseerd op het beginsel van gelijke behandeling, en wordt verleend op voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan de voorwaarden die gelden voor andere externe organisaties en verenigingen waaraan dezelfde voorzieningen ter beschikking kunnen worden gesteld. Het Europees Parlement publiceert in een jaarlijks verslag details over de technische ondersteuning die aan elke Europese politieke partij wordt verleend.

Motivering

In artikel 10 wordt de technische ondersteuning van het Europees Parlement voor Europese politieke partijen geregeld. Deze ondersteuning dient ten minste op dezelfde basis te worden verleend als de ondersteuning voor andere organisaties en verenigingen.

Omdat deze organisaties vaak technische steun zonder kosten ontvangen, zou het niet logisch zijn om aan een beschikbaarstelling "tegen overlegging van een factuur en tegen betaling" als algemene voorwaarde voor de technische ondersteuning voor de Europese politieke partijen vast te houden.

Dit soort ondersteuning dient in een jaarlijks verslag van het Europees Parlement te worden gepubliceerd om volstrekte transparantie te waarborgen.

Amendement 22
Artikel 10 bis (nieuw)
 

Artikel 10 bis

Onderzoek

1.   Op verzoek van een vierde van zijn leden, die tenminste drie fracties in het Europees Parlement vertegenwoordigen, onderzoekt het Europees Parlement of het statuut, het politiek beginselprogramma en de activiteiten van de Europese politieke partij in overeenstemming zijn met de beginselen van vrijheid en democratie, mensenrechten en fundamentele vrijheden alsmede met de regels van de rechtsstaat conform het Verdrag en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

2.   Alvorens het Europees Parlement tot een dergelijk onderzoek overgaat, hoort het de vertegenwoordigers van de desbetreffende Europese politieke partijen, en verzoekt het een comité van onafhankelijke vooraanstaande personen binnen een redelijke periode hierover advies uit te brengen.

3.   Indien het Europees Parlement met meerderheid van stemmen van zijn leden vaststelt dat niet langer aan de voorwaarde wordt voldaan, wordt de desbetreffende Europese politieke partij conform deze verordening uitgesloten van financiering.

4.   Het comité van onafhankelijke vooraanstaande personen bestaat uit drie leden, waarvan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie elk één lid benoemen. De secretariaatswerkzaamheden en financiering van het comité neemt het Europees Parlement voor zijn rekening.

5.   Tegen het besluit om een partij van financiering uit te sluiten kan bij het Hof van Justitie beroep worden aangetekend.

Motivering

De formulering van deze bepaling is gelijk aan die van artikel 4 van het voorstel, waarbij het feit dat een gescheiden eerdere registratie niet langer voorgeschreven is, werd aangepast.

Amendement 23
Artikel 11

Deze verordening treedt drie maanden na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen in werking.

Deze verordening treedt drie maanden na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen in werking.

 

De financiering van Europese politieke partijen wordt uitsluitend geregeld bij deze verordening met ingang van de dag van de eerste bijeenkomst van het Europees Parlement na de Europese verkiezingen in 2004.

 

Tot die datum mag de financiering worden voortgezet overeenkomstig de bestaande bepalingen en regelingen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Motivering

Er is een overgangsperiode nodig om Europese politieke partijen in de gelegenheid te stellen zich aan te passen aan het nieuwe kader voor financiering. De bestaande Europese partij-organisaties hebben een overgangsperiode nodig om buiten de EP-gebouwen nieuwe organisatiestructuren op te bouwen en een einde te maken aan de financiële/organisatorische banden met de respectieve fracties in het EP. De toewijzing van financiële steun aan Epp's in 2004 moet plaatsvinden op basis van de uitslag van de verkiezingen voor het EP in 2004 na de uitbreiding van de EU.

Amendement 24
Artikel 11 bis (nieuw)
 

Artikel 11 bis

Evaluatie

Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening brengt de Commissie het Europees Parlement en de Raad verslag uit met het oog op het doen van passende wijzigingsvoorstellen vóór het eind van de zittingsperiode van het Parlement.

Motivering

Dit amendement houdt rekening met een bijdrage van de Nederlandse delegatie in de werkgroep van de Raad Algemene Zaken.

De financiering van Europese politieke partijen is voor de Europese Unie iets nieuws. Over de ervaring die bij de toepassing van deze verordening is opgedaan, dient verslag te worden uitgebracht, en wijzigingen dienen tijdig in overweging te worden genomen.

Een dergelijke verslagleggings-/evaluatieprocedure is een standaardelement geworden in andere wetgeving ter regeling van nieuwe terreinen, zoals elektronische handel en elektronische ondertekening.

  • [1] Nog niet in het PB gepubliceerd.

TOELICHTING

Om legitiem en acceptabel te kunnen zijn, moet de Europese integratie worden ingebed in een politiek proces, hetgeen in 1992 ook is erkend in artikel 191 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Sindsdien was de definitie van een passende rechts- en financieringsgrondslag voor Europese politieke partijen dan ook een van de punten waarvoor de Europese instellingen een oplossing moesten zien te vinden.

In het in 1996 door de Commissie institutionele zaken van het Europees Parlement uitgebrachte verslag-Tstatsos[1] werd de constitutionele rol van politieke partijen in de democratische opinievorming nadrukkelijk onderstreept en werd er tevens op gewezen dat de transnationale dimensie van het politieke proces gelijke tred diende te houden met het integratieproces zelf. Zowel vóór als tijdens de Intergouvernementele Conferentie van 2000 drong het Europees Parlement er opnieuw op aan dat "...de voorwaarden voor erkenning, het statuut en de financieringsmodaliteiten (met inbegrip van de communautaire financiering) van de Europese politieke partijen" volgens de medebeslissingsprocedure door het Parlement en de Raad moesten worden goedgekeurd[2]. Samen met de Commissie slaagde het Europees Parlement erin artikel 191 in het Verdrag van Nice ruimer te laten formuleren, zodat dit artikel thans een duidelijke rechtsgrondslag biedt voor het in dit verslag behandelde Commissievoorstel.

Dat er dringend behoefte is aan een juridisch goed onderbouwde en transparante regeling voor de activiteiten en de financiering van Europese partijen werd reeds duidelijk aangegeven in het verslag van de Rekenkamer over 2000[3], waarin kritiek werd geleverd op de gangbare praktijk van cofinanciering van de bestaande Europese partijen uit het budget van de fracties in het Europees Parlement. De oorzaak hiervan is blijkens het verslag gelegen in het feit dat Europese partijen financieel niet autonoom zijn. Deze situatie kan dan ook als niet meer dan een tijdelijke oplossing worden beschouwd, in afwachting van een statuut en een regeling voor de financiering van deze partijen.

De Commissie kwam al vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Nice met een eerste voorstel voor een verordening betreffende "het statuut en de financiering van Europese politieke partijen"[4] op basis van artikel 308 van het EG-Verdrag. In zijn verslag van de hand van Ursula Schleicher stelde het Europees Parlement een aantal wijzigingen op dit verordeningsontwerp voor, en daarin verklaarde het in niet mis te verstane termen dat "Europese politieke partijen, nadat zij als zodanig zijn erkend, rechtspersoonlijkheid moeten bezitten"[5]. Het bezitten van rechtspersoonlijkheid is noodzakelijk om te garanderen dat de Europese politieke partijen in alle lidstaten op een effectieve en transparante manier kunnen opereren. Ondanks de in die zin door het Belgische voorzitterschap in 2001 ontplooide initiatieven, slaagde de Raad er niet in het eens te worden over het voorstel en zag de Commissie zich gedwongen het weer in te trekken.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Nice op 1 februari 2003 is de situatie op twee belangrijke punten veranderd: de nieuwe rechtsgrondslag van artikel 191, lid 2 is inmiddels van kracht en van nu af aan geldt hiervoor de medebeslissingsprocedure met gekwalificeerde meerderheidsstemmingen in de Raad. Op deze grondslag is de Commissie inmiddels met een nieuw voorstel gekomen, waarin de resultaten zijn verwerkt van het in de loop van 2001 binnen de Raad gevoerde overleg met het oog op het bereiken van een gemeenschappelijk standpunt.

Hoewel het Parlement uiteraard is ingenomen met het nieuwe wetgevingsinitiatief van de Commissie, moet niettemin worden geconstateerd dat het onderhavige voorstel in zoverre ernstig tekortschiet dat de Commissie er kennelijk voor terugschrikt met een volwaardig Europees statuut voor politieke partijen voor de dag te komen. De ontwerpverordening wekt valse verwachtingen doordat zij zich voordoet als "een verordening betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen", terwijl het in feite alleen maar gaat om een voorstel tot invoering van een beheerssysteem voor de financiering van partijen uit de communautaire begroting. Derhalve stelt de rapporteur voor, deze heel wat bescheidener doelstelling ook in de titel van de verordening tot uiting te laten komen.

Deze constatering impliceert derhalve dat het Parlement er bij de Commissie op moet aandringen zo spoedig mogelijk te komen met een ander voorstel tot invoering van een authentiek Europees partijstatuut. Gezien de politieke gevoeligheid van deze materie, zou dit statuut uiterlijk tegen de in 2009 te houden Europese verkiezingen moeten zijn ingevoerd, zodat op Europees niveau een volwaardig politiek proces op gang kan komen.

Hoewel het Commissievoorstel in zijn huidige vorm o.i. alleen de financiering van Europese partijen uit de communautaire begroting betreft, moet wel worden geconstateerd dat het wel degelijk voldoet aan de eisen inzake transparantie en financiële controle. Het is echter juist ter wille van de transparantie dat de verantwoordelijkheid voor het beheer van de financiële middelen dient te berusten bij de Commissie, al ware het alleen maar om te voorkomen dat de indruk ontstaat dat de reeds in het Europees Parlement vertegenwoordigde partijen de toegang tot het partijfinancieringsmechanisme naar hun hand zouden kunnen zetten.

In het licht van de bovenstaande opmerkingen m.b.t. de wenselijkheid van een ruimer geformuleerd Europees partijstatuut, zal het begrip "Europese partij" bij de financiële regelgeving in dat verband vrij breed moeten worden gedefinieerd en zal het zich moeten uitstrekken tot zowel Europees georganiseerde personele verenigingen als allianties van bestaande partijen. Als voornaamste criterium om als een Europese partij te kunnen worden beschouwd, dient te gelden dat zij nadrukkelijk en effectief betrokken moet zijn bij een politieke activiteit in Europees verband en dat zij - om toegang te kunnen krijgen tot EU-financiering - over het representativiteitsniveau dient te beschikken dat in de verordening is voorgeschreven.

Europese partijen die voor financiële steun uit de EU-begroting in aanmerking willen komen, moeten uiteraard de beginselen van de democratie en de fundamentele rechten respecteren. Het toezicht op de naleving van deze voorwaarden op basis van de interne voorschriften van de respectieve partijen en van hun politieke basisprogramma's dient te worden uitgeoefend door het Europees Parlement.

Het interne financiële beheer van de partijen moet transparant zijn en worden onderworpen aan extern en onafhankelijk accountantsonderzoek en controle door de Europese Rekenkamer. Eventuele besluiten om een partij op verzoek van het Europees Parlement en op advies van een onafhankelijke commissie van communautaire financiering uit te sluiten moeten openstaan voor beroep bij het Europees Hof van Justitie. De ontwerpverordening is dienovereenkomstig aangepast.

Eventuele andere bepalingen betreffende aspecten zoals interne partijorganisatie, lidmaatschapsstructuren of eventuele procedures voor het opheffen of verbieden van partijen moeten worden vastgesteld in het afzonderlijk wetgevingsbesluit tot vaststelling van het partijstatuut.

Een van de voornaamste wijzigingen die het Parlement in de ontwerpverordening aangebracht wil zien, is bedoeld om te voorkomen dat financiële middelen uit de EU-begroting worden gebruikt voor de financiering van nationale partijen. Waarom dat zo is, ligt voor de hand en een strikte scheiding tussen het nationale en het Europese niveau is dan ook absoluut wenselijk, niet alleen om redenen van legitimiteit, maar ook ter wille van de transparantie en de politieke integriteit van de lidstaten. Het beoogde doel moet echter worden afgezet tegen de bredere doelstelling die achter dit wetgevingsinitiatief schuilgaat. Het heeft in feite weinig zin om - zoals in de artikelen 6 en 7 van de ontwerpverordening wordt voorgesteld - Europese partijen te verbieden hun inkomsten hoe dan ook te gebruiken voor de financiering van activiteiten die in verband staan met nationale partijen (artikel 6) of voor deelname aan Europese verkiezingscampagnes (artikel 7). Een en ander zou er immers toe leiden dat Europese politieke partijen hun bestaansreden - het op gang brengen en houden van een politiek proces op Europees niveau - zouden verliezen. Deze beide artikelen moeten derhalve worden geamendeerd om duidelijk te maken dat deze verbodsbepalingen niet van toepassing zijn op activiteiten met een duidelijke Europees-politieke doelstelling of die verband houden met Europese verkiezingscampagnes.

Het laatste aspect van de verordening dat de rapporteur gaarne gewijzigd wil zien, betreft het tijdstip van inwerkingtreding van de nieuwe financieringsregeling voor Europese partijen. De omschakeling van het financierings- en organisatieschema van de Europese politieke partijen via de fracties in het Europees Parlement naar een nieuw in te stellen systeem van overheidsfinanciering brengt voor de betrokken organisaties en personen diepgaande veranderingen teweeg. De partijen moeten dan ook voldoende tijd krijgen om zich daarop voor te bereiden en de nieuwe regeling mag niet in werking worden gesteld op het moment dat zowel Europese partijen als fracties de handen vol hebben aan de Europese verkiezingscampagne die begin 2004 van start gaat . Het lijkt dan ook alleszins redelijk deze verkiezingen te beschouwen als een duidelijke scheidingslijn en duidelijk te maken dat het nieuwe financieringsstelsel in werking treedt zodra het nieuw gekozen Europees Parlement voor het eerst aantreedt.

De rol van de Europese politieke partijen zal verder blijven groeien in een uitgebreide Europese Unie, die zich ook in de toekomst met tal van nieuwe uitdagingen geconfronteerd ziet. De formulering van duidelijke politieke standpunten langs bestaande partijlijnen wordt nog belangrijker naarmate de Unie zich verder diversifieert en het aantal nieuwe leden toeneemt. De problemen waaraan de Europese Unie op dit moment het hoofd moet bieden, vragen om een democratischer benadering. Het nu op gang gekomen constitutionele proces fungeert als gangmaker voor een Europese Unie van burgers en staten, en politieke betrokkenheid is een essentieel onderdeel geworden van ons democratisch en maatschappelijk bestel. De ontwerpverordening inzake de financiering van Europese politieke partijen vormt een belangrijke eerste stap op weg naar een Europees partijstatuut, dat noodzakelijk is wil er op het niveau van de Unie daadwerkelijk een politiek proces op gang komen. Doch daarmee is de zaak nog niet beklonken: de volgende stap is de invoering van een uniform kiesstelsel met transnationale lijsten, een gemeenschappelijk statuut voor de leden van het Europees Parlement, en de verkiezing van de Commissievoorzitter door het Europees Parlement. Deze verordening kan - en moet - echter snel haar beslag krijgen, onder inachtneming van de door het Parlement voorgestelde wijzigingen, zodat de Europese politieke partijen in het Europees integratieproces hun rol kunnen blijven vervullen.

  • [1] A4-0342/96 van 30.210.1996.
  • [2] Verslag-Leinen-Dimitrakopoulos, A5-086/2000 (paragraaf 6 van de resolutie), PB C 40 van 7.2.2000.
  • [3] Speciaal verslag nr. 13/2000, PB C 181 van 28.6.2000, blz. 1.
  • [4] COM(2000)898 def.
  • [5] Resolutie van het Europees Parlement A5-0167/2001 van 17.5.2001, amendement 3.

MINDERHEIDSSTANDPUNT

Overeenkomstig artikel 161, lid 3 van het Reglement

van Georges BERTHU

De door de Commissie voorgestelde verordening betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen (die over het algemeen in het verslag-Leinen instemming vindt, als het beheer van de regeling bij de Commissie komt te berust) lijkt ons te zijn ingegeven door een constructivistische, ja zelfs antiliberale geest. "Constructivistisch" omdat de verordening de "constructie" van Europese politieke partijen van bovenaf beoogt; "antiliberaal" omdat beoogd is deze partijen in een "statuut" aan banden te leggen, dat niet beantwoordt aan de in tal van Europese landen bestaande tradities van politieke vrijheid.

Daarnaast is deze verordening niet in overeenstemming met het Verdrag, omdat zij slechts ten dele beantwoordt aan de formulering van artikel 191 van het EG-Verdrag (oude en nieuwe versie), dat betrekking heeft op Europese politieke partijen in ruimere zin. Deze formulering betreft weliswaar Europese partijen in strikte zin, maar ook activiteiten die nationale partijen (gezamenlijk of afzonderlijk) op Europees niveau ontplooien. De voorgestelde verordening leidt dus tot ongelijke behandeling.

Volgens ons zouden "Europese" politieke partijen uitsluitend moeten voortvloeien uit eigen actie van en een financiering door een of meerdere nationale politieke partijen. Wil men bovendien een Europese financiering, dan moet de verdeling in het kader daarvan plaatsvinden op grond van neutrale, objectieve en gelijke criteria, nl. de uitslag van de Europese verkiezingen, zonder registratieprocedure.

ADVIES VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE

30 april 2003

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen

(COM(2003) 77 – C5‑0059/2003 –2003/0039(COD))

Rapporteur: Jan Mulder

PROCEDUREVERLOOP

De Begrotingscommissie benoemde op haar vergadering van 25 maart 2003 Jan Mulder tot rapporteur voor advies.

De commissie behandelde het ontwerpadvies op haar vergadering van 30 april 2003.

Op dezelfde vergadering hechtte zij met algemene stemmen haar goedkeuring aan de hierna volgende amendementen.

Bij de stemming waren aanwezig: Terence Wynn (voorzitter), Anne Elisabet Jensen en Franz Turchi (ondervoorzitters), Jan Mulder (rapporteur voor advies), Den Dover, Göran Färm, Anne-Karin Glase (verving Ioannis Averoff), Ian Stewart Hudghton, Armin Laschet (verving Reimer Böge), Juan Andrés Naranjo Escobar, Kyösti Virrankoski en Ralf Walter.

BEKNOPTE MOTIVERING

1.   Dit is het tweede advies van de Begrotingscommissie betreffende het statuut en de financiering van de Europese politieke partijen. In haar advies van 25 april 2001, van de heer Carlos Costa Neves, nam de commissie vier amendementen aan met betrekking tot de volgende aspecten: bekendmaking van een gedetailleerde lijst van donoren, geen donaties van bedrijven waarvan de staat meer dan 50% van het kapitaal bezit, timing van het certificeringsproces en sancties. Het doet de rapporteur deugd dat alle vier de amendementen in het nieuwe voorstel van de Commissie zijn opgenomen. De Commissie stelt dat de huidige tekst de gebieden bevat waarop ná het eerste interimvoorstel overeenstemming is bereikt. Dit is tot op zekere hoogte juist, met één grote uitzondering: de Commissie stelt voor de kredieten voor de financiering van de Europese politieke partijen op te nemen in de begroting van het Parlement.

2.   Het Parlement heeft een duidelijk standpunt ingenomen in zijn resolutie van 11 maart 2003 over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2004 (overige afdelingen), namelijk dat de kredieten voor de financiering van de Europese politieke partijen in de begroting van de Commissie opgenomen zouden moeten worden. Dit strookt met eerdere standpunten van het Parlement. De leden zullen zich herinneren dat een geëigende begrotingsstructuur was gecreëerd in afdeling III van de begroting 2001, in post B3-500 ("Bijdragen aan de Europese politieke partijen"). In de begroting 2003 was onder deze post een bedrag van EUR 7 miljoen aan vastleggingen opgenomen. Omwille van de volledigheid zij er ook op gewezen dat een vergelijkbare begrotingsstructuur beschikbaar is in de begroting van het Parlement, met een p.m., te weten post 3710 ("Steun aan de Europese politieke partijen"), als een begrotingstechnische voorzorgsmaatregel.

3.   De rapporteur is het met betrekking tot dit aspect niet met het voorstel van de Commissie eens en bekrachtigt het standpunt van het Parlement in zijn resolutie over de richtsnoeren (overige afdelingen). Kredieten voor de financiering van de Europese politieke partijen zijn subsidies en kunnen niet als administratieve uitgaven van het Europees Parlement worden geclassificeerd. Het doel van dit voorstel is ook niet alleen het bieden van een duidelijke en transparante rechtsgrondslag voor de financiering van de Europese politieke partijen, maar ook het vergroten van de transparantie tussen de Europese politieke partijen enerzijds en de politieke fracties van het Europees Parlement anderzijds. De Rekenkamer bekritiseerde in haar speciaal verslag nr. 13/2000 de vergaande verwevenheid die tot nu toe heeft bestaan tussen de Europese politieke partijen en de politieke fracties. Indien het doel is het vergroten van de transparantie en het creëren van een duidelijk onderscheid tussen de Europese politieke partijen en de politieke fracties van het Parlement, moeten de middelen worden opgenomen in de begroting van de Commissie. In dit kader moet artikel 10 van het voorstel voor een verordening worden verwelkomd (iedere vorm van technische ondersteuning wordt ter beschikking gesteld tegen overlegging van een factuur en tegen betaling ter beschikking gesteld).

4.   De rapporteur is van mening dat de criteria voor de financiering van de Europese politieke partijen alsmede de aanvaarding van donaties, zoals vastgelegd in artikel 5, correct zijn, maar hij zou het maximum van EUR 5.000 per jaar en per donor graag tot EUR 10.000 opgetrokken willen zien. Wat evenwel artikel 7 (aard van de uitgaven) betreft, waarin staat dat de financiering niet mag worden gebruikt voor de financiering van verkiezingscampagnes, vindt de rapporteur dat dit niet zou moeten gelden voor Europese verkiezingen.

5.   Het voorstel van de Commissie rept niet over sponsorschappen. De rapporteur is van mening dat dit wel moet gebeuren en dat ervoor gezorgd moet worden dat de nodige transparantie is gewaarborgd. Voor donaties wordt een maximum van EUR 10.000 voorgesteld; is het misschien nuttig ook ten aanzien van sponsorschappen, een soort beperking op te nemen? Indien ja, hetzelfde maximum als voor donaties?

6.   Zoals in het voorstel staat, zal de hoogte van de kredieten voor de financiering worden vastgesteld in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure. Wat het eerste jaar van toepassing betreft, naar verwachting begrotingsjaar 2004, moet ook gekeken worden naar de kwestie van de startkosten. Deze zaak kan in de begrotingsprocedure worden behandeld en behoeft geen vermelding in de rechtsgrondslag.

7.   Wat tot slot de timing van de inwerkingtreding betreft, stelt zich de vraag of het statuut van toepassing moet zijn vanaf de nieuwe zittingsperiode of eerder, indien de rechtsgrondslag wordt goedgekeurd?

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

AMENDEMENT OP DE WETGEVINGSRESOLUTIE

[Het Europees Parlement]

overwegende dat de begrotingsimplicaties van het voorstel van de Commissie verenigbaar zijn met het plafond van rubriek 5 ("administratieve uitgaven") van de financiële vooruitzichten, zonder te leiden tot beperking van bestaande beleidsmaatregelen;

Motivering

Het financieel memorandum dat bij het voorstel is gevoegd, impliceert uitgaven in rubriek 5 ("administratieve uitgaven") van de financiële vooruitzichten. Los van de vraag of de financiering in afdeling I of afdeling III wordt opgenomen, is een en ander verenigbaar met het plafond van rubriek 5.

AMENDEMENTEN

Door de Commissie voorgestelde tekst[1]Amendementen van het Parlement
Amendement 1
Overweging 7

(7)   De voor de financiering van partijen toegewezen kredieten zullen worden ingedeeld als specifieke administratieve uitgaven van het Europees Parlement, dat als ordonnateur verantwoordelijk zal zijn voor de uitvoering.

Schrappen

Motivering

Overeenkomstig het standpunt van het Parlement in zijn resolutie over de richtsnoeren 2004 (overige afdelingen), dient de financiering van de Europese politieke partijen opgenomen te worden in de begroting van de Commissie.

Amendement 2
Artikel 5, lid 2

2.   Het verzoek van een Europese politieke partij om toekenning van financiële middelen wordt ingediend bij het Europees Parlement, dat binnen twee maanden een besluit dienaangaande neemt en de desbetreffende kredieten goedkeurt en beheert

2.   Het verzoek van een Europese politieke partij om toekenning van financiële middelen wordt ingediend bij de Europese Commissie, die, rekening houdend met het advies van het Europees Parlement, binnen twee maanden een besluit dienaangaande neemt en de desbetreffende kredieten goedkeurt en beheert

Motivering

Overeenkomstig het standpunt van het Parlement in zijn resolutie over de richtsnoeren 2004 (overige afdelingen), dient de financiering van de Europese politieke partijen opgenomen te worden in de begroting van de Commissie.

Amendement 3
Artikel 5, lid 3, letter (a)

(a)   publiceert jaarlijks haar ontvangsten en uitgaven en een staat van haar activa en passiva;

(a)   publiceert jaarlijks haar ontvangsten en uitgaven en een staat van haar activa en passiva op het internet;

Motivering

Ter verbetering van de transparantie, naar het voorbeeld van de politieke fracties in het Parlement.

Amendement 4
Artikel 5, lid 3, letter (b)

(b)   geeft een verklaring af van haar financieringsbronnen in de vorm van een lijst van haar donoren en het door elke donor geschonken bedrag, met uitzondering van donaties van minder dan 100 euro;

(b)   geeft een verklaring af van haar financieringsbronnen in de vorm van een lijst van haar donoren en het door elke donor geschonken bedrag, met uitzondering van donaties van minder dan 100 euro, en een lijst van sponsorschappen, met een specificatie van de sponsoren, de gesponsorde activiteiten en de sponsorbedragen;

Zij aanvaardt niet

Zij aanvaardt niet

-   (a) anonieme donaties,

(a)   anonieme donaties,

-   (b) donaties uit de begrotingen van fracties in het Europees Parlement,

(b)   donaties en sponsorschappen uit de begrotingen van fracties in het Europees Parlement,

-   (c) donaties van juridische lichamen, waarin de staat meer dan 50% van het kapitaal bezit,

(c)   donaties en sponsorschappen van juridische lichamen, waarin de staat meer dan 50% van het kapitaal bezit,

(d)   donaties ten bedrage van meer dan 5.000 euro per jaar en donateur van ieder ander natuurlijk of rechtspersoon dan de in c) genoemde juridische lichamen en onverminderd alinea 3

(d)   donaties ten bedrage van meer dan 10.000 euro per jaar en donateur en sponsorschappen van meer dan EUR 10.000 per jaar en per sponsor van ieder ander natuurlijk of rechtspersoon dan de in c) genoemde juridische lichamen en onverminderd alinea 3

Donaties van een politieke partij, die behoort tot een Europese politieke partij, zijn toegestaan.

Donaties van een politieke partij, die behoort tot een Europese politieke partij, zijn toegestaan.

Motivering

Een maximum van EUR 10.000 voor donaties lijkt passend. Ook bij sponsorschappen is transparantie een must.

Amendement 5
Artikel 7

Financiële middelen die op grond van deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen worden ontvangen, mogen slechts worden besteed aan uitgaven die rechtstreeks verband houden met de in het statuut genoemde doelstellingen. Zij mogen niet worden gebruikt voor de financiering van verkiezingscampagnes.

De uitgaven kunnen onder meer betrekking hebben op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, studies, voorlichting en publicaties.

Financiële middelen die op grond van deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen worden ontvangen, mogen slechts worden besteed aan uitgaven die rechtstreeks verband houden met de in het statuut genoemde doelstellingen. Zij mogen niet worden gebruikt voor de financiering van verkiezingscampagnes, met uitzondering van de campagne voor de verkiezing van het Europees Parlement. De uitgaven kunnen onder meer betrekking hebben op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, studies, voorlichting en publicaties.

Amendement 6
Artikel 10

10.   Iedere vorm van technische ondersteuning, die politieke partijen van het Europees Parlement verkrijgen, is gebaseerd op het beginsel van gelijke behandeling, wordt verleend op voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan de voorwaarden die gelden voor andere externe organisaties en verenigingen waaraan dezelfde voorzieningen ter beschikking kunnen worden gesteld en wordt tegen overlegging van een factuur en tegen betaling ter beschikking gesteld.

10.   Iedere vorm van technische ondersteuning, die politieke partijen van het Europees Parlement en zijn politieke fracties verkrijgen, is gebaseerd op het beginsel van gelijke behandeling, wordt verleend op voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan de voorwaarden die gelden voor andere externe organisaties en verenigingen waaraan dezelfde voorzieningen ter beschikking kunnen worden gesteld en wordt tegen overlegging van een factuur en tegen betaling ter beschikking gesteld.

Motivering

Bedoeld om een duidelijk onderscheid aan te brengen tussen de activiteiten van de politieke fracties in het Parlement en de Europese politieke partijen.

  • [1] Nog niet gepubliceerd in het PB.

ADVIES VAN DE COMMISSIE BEGROTINGSCONTROLE

14 mei 2003

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen

(COM(2003) 77 – C5‑0059/2003 – 2003/0039(COD))

Rapporteur voor advies: Helmut Kuhne

PROCEDUREVERLOOP

De Commissie begrotingscontrole benoemde op haar vergadering van 18 maart 2003 Helmut Kuhne tot rapporteur voor advies.

De commissie behandelde het ontwerpadvies op haar vergaderingen van 28 april en 12 mei 2003.

Op laatstgenoemde vergadering hechtte zij met 13 stemmen voor en 1 tegen bij 0 onthoudingen haar goedkeuring aan de hierna volgende amendementen.

Bij de stemming waren aanwezig: Herbert Bösch (waarnemend voorzitter); Paulo Casaca en Freddy Blak (ondervoorzitters); Helmut Kuhne (rapporteur voor advies); María Antonia Avilés Perea, Juan José Bayona de Perogordo, Rijk van Dam, Michiel van Hulten, Brigitte Langenhagen, John Joseph McCartin (verving Christopher Heaton-Harris), Jan Mulder (verving Antonio Di Pietro), Francisca Sauquillo Pérez del Arco (verving Eluned Morgan), Ole Sørensen en Bart Staes.

BEKNOPTE MOTIVERING

Sinds het begin van de jaren '90 hebben de Europese overkoepelende partijenfederaties ernaar gestreefd hun organisaties op een juridisch solide en financieel transparant fundament te plaatsen. Daarvoor was het nodig het op "zoethouden" gerichte verzet van de Raad en de Commissie, maar ook uit geledingen van het Europees Parlement te overwinnen.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Nice is bij artikel 191, tweede alinea[1] de nodige rechtsgrondslag geschapen, op grond waarvan de Commissie haar voorstel voor een verordening heeft opgesteld. Zij baseert zich daarbij op een consensus die tussen de drie instellingen over diverse vraagstukken werd bereikt. In dit verband is het van belang dat de verordening in kwestie wordt vastgesteld in het kader van de medebeslissingsprocedure.

In het nieuwe voorstel voor een verordening heeft de Commissie een aantal amendementen van het Europees Parlement[2] op het oude Commissievoorstel[3] overgenomen.

Van groot belang is dat alleen Europese politieke partijen gefinancierd worden waarvan de statuten in overeenstemming zijn met de beginselen van vrijheid, democratie, rechten van de mens, fundamentele vrijheden en de rechtsstaat. Aangetoond moet worden dat aan deze minimumnormen is voldaan en dat de statuten geregistreerd zijn.

De commissie is van mening dat het nieuwe Commissievoorstel verder een groot aantal elementen bevat die de transparantieverplichting onderstrepen:

  • openbaarheid van de financieringsbronnen van Europese politieke partijen, met inbegrip van de publicatie van alle donaties van meer dan € 100,-,
  • de verplichting van Europese politieke partijen hun uitgaven in verband met gemeenschappelijke acties met nationale politieke partijen ten overstaan van de Rekenkamer te staven,
  • de financiële controle moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het Financieel Reglement,
  • de uitgaven van de Europese politieke partijen worden door externe en onafhankelijke accountants gecontroleerd, en het auditverslag wordt toegezonden aan de Rekenkamer,
  • terugbetaling van alle ten onrechte ontvangen financieringsmiddelen.

De Commissie heeft echter aan een centrale wens van het Europees Parlement niet voldaan: namelijk te voorzien in financiële sancties bij niet-naleving van de transparantieverplichting. Om te bereiken dat aan deze verplichting wordt voldaan, dient de verordening voor het geval van niet-nakoming te voorzien in sancties met een afschrikkend effect. Onderhavig advies beoogt dergelijke sancties in te voeren.

AMENDEMENTEN

De Commissie begrotingscontrole verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst[4]Amendementen van het Parlement
Amendement 1
Artikel 4

1.   Op verzoek van een kwart van zijn leden, die tenminste drie fracties in het Europees Parlement vertegenwoordigen, onderzoekt het Europees Parlement met meerderheid van stemmen van zijn leden of de in artikel 3, lid 2, tweede alinea, neergelegde voorwaarde nog steeds wordt nageleefd door een Europese politieke partij. Alvorens het Europees Parlement overgaat tot dit onderzoek, hoort het eerst de vertegenwoordigers van de desbetreffende Europese politieke partij en verzoekt het een comité van onafhankelijke vooraanstaande personen om binnen een redelijke termijn advies over deze kwestie uit te brengen.

1.   Op voorstel van zijn bevoegde commissie verzoekt het Europees Parlement met meerderheid van stemmen van zijn leden het Hof van Justitie na te gaan of de in artikel 3, lid 2, tweede alinea, neergelegde voorwaarden nog steeds worden nageleefd door een Europese politieke partij.

Indien het Europees Parlement met meerderheid van stemmen van zijn leden vaststelt dat niet langer aan de voorwaarde wordt voldaan, wordt het statuut van de betrokken Europese politieke partij doorgehaald in het register.

Indien het Hof van Justitie vaststelt dat niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt het statuut van de betrokken Europese politieke partij doorgehaald in het register.

2.   Het comité van onafhankelijke vooraanstaande personen bestaat uit drie leden, waarvan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie elk één lid benoemen. De secretariaatswerkzaamheden en financiering van het comité neemt het Europees Parlement voor zijn rekening.

Schrappen

Amendement 2
Artikel 5, lid 2

2.   Het verzoek van een Europese politieke partij om toekenning van financiële middelen wordt ingediend bij het Europees Parlement, dat binnen twee maanden een besluit dienaangaande neemt en de desbetreffende kredieten goedkeurt en beheert.

2.   Zodra aan een Europese politieke partij financiële middelen zijn toegekend, dient het Europees Parlement een verzoek in bij de Commissie die binnen twee maanden een besluit neemt over de goedkeuring van de desbetreffende kredieten.

Motivering

Op deze wijze wordt rekening gehouden met paragraaf 13 van de resolutie van het Parlement van 11 maart 2003 over de richtsnoeren voor de begroting voor de begrotingsprocedure 2004.

PA_TA-PRO(2003)03-11.

Amendement 3
Artikel 5, lid 4 (nieuw)
 

4.   Indien een Europese politieke partij onrechtmatige donaties ontvangt of deze niet volgens het bepaalde in artikel 5, lid 3 publiceert, verliest zij het recht op middelen ten belope van het tweevoudige van het onrechtmatig ontvangen bedrag of van het niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, lid 3 gepubliceerde bedrag. Hiertegen kan de betrokken partij beroep instellen.

Motivering

Om een doelbewuste schending van de in deze verordening vervatte bepalingen te voorkomen, moet worden voorzien in financiële sancties met een afschrikkend effect.

Amendement 4
Artikel 5, lid 3, letter b)

b)   geeft een verklaring af van haar financieringsbronnen in de vorm van een lijst van haar donoren en het door elke donor geschonken bedrag, met uitzondering van donaties van minder dan 100 euro;

Zij aanvaardt niet

–   (a) anonieme donaties,

–   (b) donaties uit de begrotingen van fracties in het Europees Parlement,

–   (c) donaties van juridische lichamen, waarin de staat meer dan 50% van het kapitaal bezit,

–   (d) donaties ten bedrage van meer dan 5.000 euro per jaar en donateur van ieder ander natuurlijk of rechtspersoon dan de in c) genoemde juridische lichamen en onverminderd alinea 3.

Donaties van een politieke partij, die behoort tot een Europese politieke partij, zijn toegestaan.

b)   geeft een verklaring af van haar financieringsbronnen in de vorm van een lijst van haar donoren en het door elke donor geschonken bedrag, met uitzondering van donaties van minder dan 100 euro;

Zij aanvaardt niet

–   (a) anonieme donaties,

–   (b) donaties uit de begrotingen van fracties in het Europees Parlement,

–   (c) donaties afkomstig van openbare juridische lichamen,

–   (d) donaties ten bedrage van meer dan 5.000 euro per jaar en donateur.

Donaties van een politieke partij, die behoort tot een Europese politieke partij, zijn echter wel toegestaan.

Amendement 5
Artikel 6, alinea 2 (nieuw)
 

Bij een aangetoonde overtreding van dit verbod verliest de schuldige partij eveneens het recht op middelen van de Gemeenschap ten belope van het tweevoudige van het onrechtmatig uitgegeven bedrag. Hiertegen kan de betrokken partij beroep instellen.

Amendement 6
Artikel 7

Financiële middelen die op grond van deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen worden ontvangen, mogen slechts worden besteed aan uitgaven die rechtstreeks verband houden met de in het statuut genoemde doelstellingen. Zij mogen niet worden gebruikt voor de financiering van verkiezingscampagnes.

Financiële middelen die op grond van deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen worden ontvangen, mogen slechts worden besteed aan uitgaven die rechtstreeks verband houden met de in het statuut genoemde doelstellingen. Zij mogen niet worden gebruikt voor de financiering van verkiezingscampagnes, met uitzondering van de campagne in verband met de verkiezingen voor het Europees Parlement.

De uitgaven kunnen onder meer betrekking hebben op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, studies, voorlichting en publicaties.

De uitgaven kunnen onder meer betrekking hebben op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, studies, voorlichting en publicaties.

Bij de financiering van acties in het kader van de Europese verkiezingen - ongeacht of deze acties al dan niet in samenwerking met nationale partijen worden uitgevoerd - is het bepaalde in artikel 8, lid 5, tweede alinea van toepassing.

Motivering

Om het mogelijk te maken dat de Europese politieke partijen hun in artikel 191 van het EG-Verdrag verankerde rol kunnen spelen, moeten zij zich, met name in campagnes in verband met de verkiezingen voor het Europees Parlement, actief en doeltreffend aan het publiek kunnen presenteren. In plaats van a priori de besteding van middelen van de Gemeenschap voor dergelijke doeleinden te verbieden, is het zinvoller ervoor te zorgen dat de transparantieverplichting bij de besteding van communautaire middelen wordt nageleefd.

Amendement 7
Artikel 8, lid 4, alinea 1 bis (nieuw)
 

De beslaglegging op en de besteding van de middelen waarop de aanspraak is vervallen overeenkomstig artikel 5, lid 4 en artikel 6, lid 2 worden geregeld bij verordening ..../.... van de Raad tot wijziging van het Financieel Reglement (verordening 1605/20021)

______________

1 PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

Motivering

Aangezien het huidige Financieel Reglement geen bepalingen voor sancties bevat, is het noodzakelijk deze te verankeren in het kader van een wijziging van het Financieel Reglement.

Amendement 8
Overweging 7

(7)   De voor de financiering van partijen toegewezen kredieten zullen worden ingedeeld als specifieke administratieve uitgaven van het Europees Parlement, dat als ordonnateur verantwoordelijk zal zijn voor de uitvoering.

(7)   De voor de financiering van partijen toegewezen kredieten zullen als administratieve uitgaven worden opgenomen op de algemene begroting van de Europese Commissie; de feitelijke vrijmaking van de kredieten, evenals de controle op de uitvoering van de goedgekeurde kredieten berusten bij de Europese Commissie die als ordonnateur verantwoordelijk zal zijn voor de uitvoering.

  • [1] "Europese politieke partijen zijn een belangrijke factor voor integratie binnen de Unie. Zij dragen bij tot de vorming van een Europees bewustzijn en tot de uiting van de politieke wil van de burgers van de Unie.
    De Raad stelt volgens de procedure van artikel 251 het statuut van de Europese politieke partijen en in het bijzonder de regels inzake hun financiering vast."
  • [2] PB C 34 E van 7.2.2002, blz. 341.
  • [3] COM(2000) 898 van 13.2.2001.
  • [4] Nog niet in het PB gepubliceerd.

ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN EN INTERNE MARKT

13 mei 2003

aan de Commissie constitutionele zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen

(COM(2003) 77 – C5‑0059/2003 – 2003/0039(COD))

Rapporteur voor advies: Willy C.E.H. De Clercq

PROCEDUREVERLOOP

De Commissie juridische zaken en interne markt benoemde op haar vergadering van 18 maart 2003 Willy C.E.H. De Clercq tot rapporteur voor advies.

De commissie behandelde het ontwerpadvies op haar vergaderingen van 22 april, 29 april en 12 mei 2003.

Op laatstgenoemde vergadering hechtte zij met 19 stemmen voor en 2 tegen haar goedkeuring aan de hierna volgende amendementen.

Bij de stemming waren aanwezig: Willi Rothley (waarnemend voorzitter), Bill Miller (ondervoorzitter), Willy C.E.H. De Clercq (rapporteur voor advies), Paolo Bartolozzi, Luis Berenguer Fuster (verving Carlos Candal), Maria Berger, Michael Cashman (verving Arlene McCarthy overeenkomstig artikel 153, lid 2 van het Reglement), Bert Doorn, Janelly Fourtou, Fiorella Ghilardotti, José María Gil-Robles Gil-Delgado, Malcolm Harbour, The Lord Inglewood, Piia-Noora Kauppi (verving Kurt Lechner), Klaus-Heiner Lehne, Neil MacCormick, Manuel Medina Ortega, Marcelino Oreja Arburúa (verving Marianne L.P. Thyssen), Francesco Enrico Speroni (verving Ward Beysen), Rainer Wieland en Stefano Zappalà.

BEKNOPTE MOTIVERING

Politieke partijen spelen een centrale rol in een moderne democratie, ze vormen een cruciale verbinding tussen de soevereine bevolking en de politici aan wie de uitoefening van de functies van de staat is toevertrouwd.

De constitutionele legitimiteit van Europese politieke partijen berust op artikel 191 EG-Verdrag. Transnationale politieke partijen hebben een uitermate belangrijke rol door middel van het leveren van een bijdrage aan het tot stand komen en vormen van een Europese publieke opinie. Ze maken het ook mogelijk Europa dichter bij de burger te brengen. Europese politieke partijen zijn ook van groot belang bij het voorbereiden van de burgers van de kandidaat-lidstaten, binnen het algemene kader van publiek debat in de Unie.

De omvang en de intensiteit van de uitdagingen waar de westerse Europese politieke partijen op dit moment mee worden geconfronteerd, zijn ongewoon groot. Om ze aan te kunnen gaan, zijn wettelijke criteria en transparante regels nodig. Dit voorstel voor een verordening is een belangrijk element voor het creëren van de nodige voorwaarden voor het vervullen van dergelijke rollen. De rapporteur steunt het idee om Europese politieke partijen een autonome organisatorische en financiële basis te geven, en aldus de noodzakelijke duidelijkheid te scheppen. Met het oog hierop is een aantal amendementen ingediend. Doel is ervoor zorgen dat Europese politieke partijen zich ten volle kunnen wijden aan de in hun statuten vastgelegde doelstellingen. De rapporteur stelt ook een aantal verbeteringen voor, met name met betrekking tot het comité van onafhankelijke vooraanstaande personen en het wettelijk kader voor het toezicht op het wettig en goed gebruik van de toegekende financiële middelen.

Statuut

De rapporteur stelt voor dat Europese politieke partijen op het moment van inschrijving in het register een gedragscode met goede praktijken moeten aanvaarden. Financiering moet worden beperkt tot daadwerkelijk transnationale politieke partijen.

Onderzoek van de voorwaarden (artikel 4)

De rapporteur is het er mee eens dat het Europees Parlement verantwoordelijk moet zijn voor de inschrijving van Europese politieke partijen, alsook voor het onderzoeken of Europese politieke partijen de fundamentele voorwaarden naleven, zoals de beginselen van vrijheid, democratie, mensenrechten en de rechtstaat. Hij oppert dat de leden van het comité van onafhankelijke vooraanstaande personen door het Parlement voor vijf jaar moeten worden benoemd. Verder doet hij het voorstel dat het advies van het comité van onafhankelijke vooraanstaande personen door het Parlement openbaar moet worden gemaakt.

Rechtspersoonlijkheid en handelingsbevoegdheid

De rapporteur vindt dat de beste manier om ervoor te zorgen dat Europese politieke partijen kunnen functioneren overeenkomstig de taken die hen krachtens artikel 191 EG-Verdrag zijn verleend, is hen een rechtspersoonlijkheid te geven.

Financiering

De rapporteur verwelkomt het verbod op financiering van nationale politieke partijen. Hij is er evenwel vóór dat een tijdelijke vrijstelling of verlaging van het lidmaatschapsgeld niet wordt beschouwd als een vorm van indirecte steun aan nationale politieke partijen. Ook stelt zich de vraag of de verschillende voorwaarden voor het deponeren van een statuut en voor het verkrijgen van financiering moeten worden gehandhaafd.

Aard van de uitgaven

De rapporteur is van mening dat er een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen nationale verkiezingscampagnes en Europese campagnes op nationaal niveau, zoals referenda in kandidaat-lidstaten.

Inwerkingtreding

De inwerkingtreding van de voorgestelde verordening moet samenvallen met de aanstaande verkiezingen voor het Europees Parlement. Dit laat voldoende tijd voor het geleidelijk afschaffen van de bestaande financieringsregelingen en voor het voorbereiden van het nieuwe kader voor de financiering van politieke partijen.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken en interne markt verzoekt de ten principale bevoegde Commissie constitutionele zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst[1]Amendementen van het Parlement
Amendement 1
Artikel 3, lid 1

1.   Een politieke partij of alliantie van politieke partijen kan onder de volgende voorwaarden een statuut bij het Europees Parlement deponeren:

Schrappen

(a)   de politieke partij of de alliantie van partijen bestaat in tenminste drie lidstaten;

 

(b)   de politieke partij, alliantie van politieke partijen of de onderdelen van de alliantie hebben deelgenomen aan verkiezingen voor het Europees Parlement of hebben door het deponeren van een schriftelijke verklaring bij het Europees Parlement het voornemen hiertoe te kennen gegeven;

 

Motivering

Het lijkt mogelijk aangewezen de voorwaarden voor erkenning als politieke partij en deze voor hun financiering gelijk te schakelen.

Amendement 2
Artikel 3, lid 2

2.   Het statuut bevat een programma, waarin de doelstellingen van de politieke partij of de alliantie van politieke partijen worden beschreven, en legt met name de voor de politieke leiding en het financieel beheer verantwoordelijke organen vast, alsmede de organen of natuurlijke personen die in de respectieve lidstaten in het bijzonder in het geval van de verwerving of vervreemding van roerende of onroerende goederen en het optreden in rechte tot wettelijke vertegenwoordiging bevoegd zijn.

2.   Het statuut bevat een programma, waarin de doelstellingen van de politieke partij of de alliantie van politieke partijen worden beschreven, en legt met name de voor de politieke leiding en het financieel beheer verantwoordelijke organen vast, alsmede de organen of natuurlijke personen die in het bijzonder in het geval van de verwerving of vervreemding van roerende of onroerende goederen en het optreden in rechte tot wettelijke vertegenwoordiging bevoegd zijn.

Motivering

Europese politieke partijen moeten rechtspersoonlijkheid hebben.

Amendement 3
Artikel 3, lid 4 bis (nieuw)
 

4 bis.    De politieke partijen leggen tevens een gedragscode neer waarin zij aantonen dat zij er een goede administratieve werking op nahouden.

Motivering

Het lijkt aangewezen partijen te verplichten een "code of conduct" aan te nemen waarmee zij hun goede en correcte administratieve werking aantonen.

Amendement 4
Artikel 4, lid 1

1.   Op verzoek van een kwart van zijn leden, die tenminste drie fracties in het Europees Parlement vertegenwoordigen, onderzoekt het Europees Parlement met meerderheid van stemmen van zijn leden of de in artikel 3, lid 2, tweede alinea, neergelegde voorwaarde nog steeds wordt nageleefd door een Europese politieke partij. Alvorens het Europees Parlement overgaat tot dit onderzoek, hoort het eerst de vertegenwoordigers van de desbetreffende Europese politieke partij en verzoekt het een comité van onafhankelijke vooraanstaande personen om binnen een redelijke termijn advies over deze kwestie uit te brengen.

1.   Op verzoek van een kwart van zijn leden, die tenminste drie fracties in het Europees Parlement vertegenwoordigen, onderzoekt het Europees Parlement met meerderheid van stemmen van zijn leden of de in artikel 3, lid 2, tweede alinea, neergelegde voorwaarde nog steeds wordt nageleefd door een Europese politieke partij. Alvorens het Europees Parlement overgaat tot dit onderzoek, hoort het eerst de vertegenwoordigers van de desbetreffende Europese politieke partij en verzoekt het een comité van onafhankelijke vooraanstaande personen om binnen een redelijke termijn advies over deze kwestie uit te brengen. Dit advies wordt door het Parlement openbaar gemaakt.

Motivering

Het lijkt aangewezen het advies van het comité van onafhankelijke vooraanstaande personen openbaar te maken.

Amendement 5
Artikel 4, lid 2

2.   Het comité van onafhankelijke vooraanstaande personen bestaat uit drie leden, waarvan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie elk één lid benoemen. De secretariaatswerkzaamheden en financiering van het comité neemt het Europees Parlement voor zijn rekening.

2.   Het comité van onafhankelijke vooraanstaande personen bestaat uit drie leden, die door het Europees Parlement voor 5 jaar worden aangeduid. De secretariaatswerkzaamheden en financiering van het comité neemt het Europees Parlement voor zijn rekening.

Motivering

De erkenning van Europese politieke partijen en de procedure hiervoor komen enkel aan het Europees Parlement toe, gezien daar de politieke partijen werkzaam zijn en het Parlement de financiering en de secretariaatswerkzaamheden ten zijnen laste neemt. De aanduiding van de onafhankelijke eminente personen geschiedt voor een termijn gelijk aan de zittingsperiode van het Parlement.

Amendement 6
Artikel 4 bis (nieuw)
 

Artikel 4 bis

Rechtspersoonlijkheid en handelingsbevoegdheid

 

Europese politieke partijen bezitten vanaf de dag van bekendmaking van geregistreerde statuten in elke lidstaat rechtspersoonlijkheid en genieten handelingsbevoegdheid zoals verleend aan rechtspersonen krachtens nationaal privaatrecht. Zij kunnen in het bijzonder roerend en onroerend goed verwerven en vervreemden, personeel in dienst nemen en partij zijn in gerechtelijke processen.

Motivering

Teneinde hun politieke activiteiten ongehinderd te kunnen uitoefenen, moeten de partijen normale wettelijke transacties kunnen verrichten.

Amendement 7
Artikel 5, lid 1, inleidende formule

1.   Een Europese politieke partij komt slechts in aanmerking voor financiële middelen ten koste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, als zij aantoont dat zij in de lidstaat waar zij gevestigd is, rechtspersoonlijkheid bezit en als zij:

1.   Een Europese politieke partij wordt erkend en komt in aanmerking voor financiële middelen ten koste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, als zij aantoont dat zij rechtspersoonlijkheid bezit en als zij:

Motivering

Europese politieke partijen moeten rechtspersoonlijkheid hebben. Het lijkt mogelijk aangewezen de voorwaarden voor erkenning als politieke partij en deze voor hun financiering gelijk te schakelen.

Amendement 8
Artikel 5, lid 3, letter b), alinea 3

3.   Donaties van een politieke partij, die behoort tot een Europese politieke partij, zijn toegestaan.

3.   Donaties of lidmaatschapsgelden van een politieke partij, die behoort tot een Europese politieke partij, zijn toegestaan.

Motivering

Lidmaatschapsgelden moeten ook zijn toegestaan.

Amendement 9
Artikel 6 bis (nieuw)
 

Artikel 6 bis

Lidmaatschapsgelden

 

Tijdelijke vrijstellingen of verlagingen van het lidmaatschapsgeld worden niet beschouwd als een vorm van indirecte steun voor de doelstellingen van artikel 6.

Motivering

Verduidelijking van het toepassingsgebied van het financieringsverbod.

Amendement 10
Artikel 7, alinea 1

Financiële middelen die op grond van deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen worden ontvangen, mogen slechts worden besteed aan uitgaven die rechtstreeks verband houden met de in het statuut genoemde doelstellingen. Zij mogen niet worden gebruikt voor de financiering van verkiezingscampagnes.

Financiële middelen die op grond van deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen worden ontvangen, mogen slechts worden besteed aan uitgaven die rechtstreeks verband houden met de in het statuut genoemde doelstellingen. Zij mogen niet worden gebruikt voor de financiering van zuiver nationale campagnes voor de verkiezing van wetgevende organen. Niet betroffen zijn activiteiten zoals vermeld in artikel 8, lid 5, tweede alinea.

Motivering

Verduidelijking van het toepassingsgebied van deze bepaling.

Amendement 11
Artikel 7, alinea 2

De uitgaven kunnen onder meer betrekking hebben op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, studies, voorlichting en publicaties.

De uitgaven kunnen onder meer betrekking hebben op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, studies, voorlichting en publicaties.

 

Medewerkers worden aangesteld volgens de voorwaarden van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.

Amendement 12
Artikel 10

Iedere vorm van technische ondersteuning, die politieke partijen van het Europees Parlement verkrijgen, is gebaseerd op het beginsel van gelijke behandeling, wordt verleend op voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan de voorwaarden die gelden voor andere externe organisaties en verenigingen waaraan dezelfde voorzieningen ter beschikking kunnen worden gesteld en wordt tegen overlegging van een factuur en tegen betaling ter beschikking gesteld.

Iedere vorm van technische ondersteuning, die politieke partijen van het Europees Parlement verkrijgen, is gebaseerd op het beginsel van gelijke behandeling, en wordt verleend op voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan de voorwaarden die gelden voor andere externe organisaties en verenigingen waaraan dezelfde voorzieningen ter beschikking kunnen worden gesteld.

Motivering

In verband met het beginsel van gelijke behandeling.

Amendement 13
Artikel 11

Deze verordening treedt drie maanden na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen in werking.

Deze verordening treedt drie maanden na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen in werking.

 

De financiering van Europese politieke partijen is uitsluitend onderworpen aan deze verordening vanaf de dag van de eerste bijeenkomst van het Europees Parlement na de Europese verkiezingen in 2004.

 

Tot die datum mag de financiering worden voortgezet overeenkomstig de bestaande bepalingen en regelingen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Motivering

Er is een overgangsperiode nodig om Europese politieke partijen in de gelegenheid te stellen zich aan te passen aan het nieuwe kader voor financiering.

  • [1] PB nog niet gepubliceerd.