Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Procedure : 2002/2198(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A5-0214/2003

Ingediende teksten :

A5-0214/2003

Debatten :

PV 03/07/2003 - 6

Stemmingen :

PV 03/07/2003 - 11

Aangenomen teksten :

P5_TA(2003)0323

VERSLAG     
PDF 185kWORD 40k
16 juni 2003
PE 331.543 A5-0214/2003
over gender budgeting - het opstellen van overheidsbegrotingen vanuit een genderperspectief
(2002/2198(INI))
Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen
Rapporteur: Fiorella Ghilardotti
PROCEDUREVERLOOP
 ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING

PROCEDUREVERLOOP

Op 10 oktober 2002 deelde de Voorzitter van het Parlement mede dat de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen toestemming was verleend tot opstelling van een initiatiefverslag, overeenkomstig artikel 163 van het Reglement over gender budgeting - het opstellen van overheidsbegrotingen vanuit een genderperspectief.

De Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen benoemde reeds op haar vergadering van 18 juni 2002 Fiorella Ghilardotti tot rapporteur.

De commissie behandelde het ontwerpverslag op haar vergaderingen van 17 maart, 20 mei en 10 juni 2003.

Op laatstgenoemde vergadering hechtte zij met algemene stemmen haar goedkeuring aan de ontwerpresolutie.

Bij de stemming waren aanwezig: Anna Karamanou (voorzitter), Marianne Eriksson en Jillian Evans (ondervoorzitters), Fiorella Ghilardotti (rapporteur), Regina Bastos, Johanna L.A. Boogerd-Quaak, Ilda Figueiredo (verving Geneviève Fraisse), Lissy Gröner, Mary Honeyball, Astrid Lulling, Thomas Mann, Emilia Franziska Müller en Miet Smet.

Het verslag werd ingediend op 16 juni 2003.


ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over gender budgeting - het opstellen van overheidsbegrotingen vanuit een genderperspectief (2002/2198(INI))

Het Europees Parlement,

-   gelet op het EG-Verdrag, met name artikel 2, artikel 3, lid 2, artikel 13 en artikel 141, lid 4,

-   gelet op artikel 23, lid 1 van het Handvest van de grondrechten van de EU(1),

-   gezien het VN-Verdrag van 1979 inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW)(2),

-   gezien de Verklaring van Wenen en het Actieprogramma, als aangenomen door de wereldconferentie over mensenrechten op 25 juni 1993(3),

-   gezien de internationale VN-conferentie over bevolking en ontwikkeling in Caïro in 1994,

-   gezien het Actieplan over gender en ontwikkeling voor het Gemenebest uit 1995 en de geactualiseerde versie voor 2000-2005(4),

-   gezien het Actieplatform dat op de vierde wereldconferentie over vrouwen op 15 september 1995 in Beijing werd aangenomen(5),

-   onder verwijzing naar zijn resolutie van 18 mei 2000 over de follow-up van het Actieplatform van Beijing(6),

-   gezien de mededeling van de Commissie van 7 juni 2000: Naar een communautaire raamstrategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen (2001-2005) (COM(2000) 335) en onder verwijzing naar zijn resolutie van 3 juli 2001(7) over het werkprogramma voor 2001,

-   onder verwijzing naar zijn resolutie van 8 april 2003 met opmerkingen bij het besluit waarbij de Commissie kwijting wordt verleend voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2001, in het bijzonder de paragrafen 1 en 5(8),

-   onder verwijzing naar de hoorzitting over gender budgeting in het Europees Parlement, die de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen op 23 januari 2003 in Brussel heeft gehouden,

-   gelet op artikel 163 van zijn Reglement,

-   gezien het verslag van de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen (A5‑0214/2003),

A.   overwegende dat de gelijkheid van mannen en vrouwen overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag een fundamenteel beginsel van het Gemeenschapsrecht is en dus deel van het communautair acquis, en overwegende dat gelijkheid van mannen en vrouwen is neergelegd in artikel 23 van het Handvest van de grondrechten,

B.   overwegende dat in artikel 3, lid 2 van het Verdrag wordt gesteld dat de Gemeenschap ernaar streeft bij elk EU-optreden de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen en ongelijkheden op te heffen,

C.   overwegende dat de Verklaring van Wenen over de mensenrechten ondubbelzinnig de verplichting oplegt op nationaal, regionaal en internationaal niveau de volledige en gelijkwaardige deelname van vrouwen in het politieke, burgerlijke, economische, sociale en culturele leven te bevorderen en de uitbanning van alle vormen van discriminatie op basis van geslacht tot een prioriteit van de internationale gemeenschap verklaart (artikel 18),

D.   overwegende dat het Actieplatform van Beijing de horizontale integratie van genderaspecten steunde als een doeltreffende strategie om gelijkheid te bevorderen en verklaarde dat regeringen en andere maatschappelijke actoren actief en zichtbaar moeten streven naar horizontale integratie van genderaspecten op alle beleidsterreinen en in alle programma's, zodat voorafgaande aan de besluitvorming een analyse wordt gemaakt van de gevolgen ervan voor mannen én vrouwen,

E.   overwegende dat horizontale integratie van genderaspecten betekent dat op alle beleidsterreinen en bij alle activiteiten van de Gemeenschap aandacht moet worden besteed aan gelijke kansen voor mannen en vrouwen, en dat deze integratie in die zin ten uitvoer is gelegd in achtereenvolgende werkzaamheden van de Commissie, zoals de Europese werkgelegenheidsstrategie, de Europese strategie voor sociale integratie, het onderzoeksbeleid, de Europese structuurfondsen, het beleid voor samenwerking en ontwikkeling en de externe betrekkingen,

F.   overwegende dat de Europese Commissie sinds 1996 een beleid van horizontale integratie van genderaspecten en integratie van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in alle activiteiten en beleidsterreinen van de Gemeenschap voert,

G.   overwegende dat gender budgeting kan worden gedefinieerd als de toepassing van horizontale integratie van genderaspecten in de begrotingsprocedure, en als zodanig de effectbeoordeling van het overheidsbeleid inzake mannen en vrouwen accentueert, het genderperspectief in alle fasen van de begrotingsprocedure integreert en de inkomsten en uitgaven beoogt te herstructureren met het oog op grotere gelijkheid van mannen en vrouwen,

H.   overwegende dat de Commissie haar engagement heeft laten blijken door binnen het kader van haar Raadgevend Comité voor gelijke kansen een werkgroep op te zetten, die onderzoek zal doen in de EU-lidstaten en de tenuitvoerlegging van gender budgeting in de EU-begroting en de nationale begrotingen zal bevorderen,

I.   overwegende dat de Commissie haar engagement tot uitdrukking heeft gebracht in de verklaring van commissaris Schreyer tijdens de openbare hoorzitting over gender budgeting in de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen,

J.   overwegende dat ook de Raad van Europa een werkgroep van deskundigen over gender budgeting heeft opgericht, die een voorlopig achtergronddocument heeft opgesteld,

K.   overwegende dat het Belgische voorzitterschap van de Raad in oktober 2001 samen met de OESO, de UNIFEM, het Gemenebest en de Noordse Raad van ministers een seminar over dit thema heeft gehouden,

L.   overwegende dat in een aantal EU-landen op nationaal en regionaal niveau al initiatieven op het gebied van gender budgeting zijn genomen (bijvoorbeeld in Ierland, Engeland en Spanje), of op lokaal niveau (zoals in enkele gemeenten in Italië); dat deze initiatieven in andere delen van de wereld al een lange staat van dienst hebben (bijvoorbeeld in Australië, Canada en Zuid-Afrika) en dat in een aantal landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika in specifieke sectoren met gender budgeting wordt geëxperimenteerd,

Definitie, doelstellingen en toepassingsgebied van gender budgeting

1.   onderschrijft de definitie van gender budgeting die is voorgesteld door het informele netwerk over gender budgeting dat de Raad van Europa heeft opgezet, namelijk de toepassing van horizontale integratie van genderaspecten in de begrotingsprocedure; dit betekent dat begrotingen vanuit het oogpunt van gender moeten worden geëvalueerd, waarbij het genderperspectief op alle niveaus van de begrotingsprocedure wordt geïntegreerd en inkomsten en uitgaven worden geherstructureerd om gelijke kansen te bevorderen;

2.   onderstreept dat het niet de bedoeling van gender budgeting is om aparte begrotingen voor mannen en vrouwen op te stellen, dan wel om greep te krijgen op de overheidsbegrotingen, omdat deze niet genderneutraal zijn en zij een verschillende impact hebben op mannen en vrouwen, zowel aan de inkomsten- als aan de uitgavenzijde; zo bezien, impliceert gender budgeting dat inkomsten en uitgaven in het kader van programma's en acties en het begrotingsbeleid moeten worden geëvalueerd en geherstructureerd om ervoor te zorgen dat de prioriteiten en behoeften van vrouwen op dezelfde voet als die van mannen in aanmerking worden genomen, met als uiteindelijk doel gelijkheid van mannen en vrouwen;

3.   benadrukt dat overheden door begrotingsbeleid vast te stellen en uit te voeren specifieke politieke beslissingen nemen die de samenleving en de economie raken; overheidsbegrotingen zijn niet alleen maar financiële en economische instrumenten, ze zijn het basiskader waarbinnen het model van sociaal-economische ontwikkeling wordt gevormd, criteria voor inkomensherverdeling worden vastgesteld en politieke prioriteiten worden gesteld;

4.   herinnert eraan dat gender budgeting-strategieën in een bredere macro-economische context ten uitvoer moeten worden gelegd, die de ontwikkeling van mensen en menselijk kapitaal versterkt; volgens de beginselen en doelstellingen die tijdens de Europese Raad van Lissabon zijn vastgelegd, moeten sociale ontwikkeling en zelfontplooiing worden bevorderd als langetermijninvesteringen in het kader van het Europese beleid voor werkgelegenheid en economische groei, teneinde een concurrerende Europese kenniseconomie te creëren;

5.   onderstreept dat een succesvolle invoering van gender budgeting politiek engagement voor gelijkheid van mannen en vrouwen vereist; dat betekent dat alle instellingen die zich met beleidsvorming bezighouden, politieke en institutionele vertegenwoordiging van vrouwen op alle niveaus moeten bevorderen, een ruimere inbreng van vrouwen in alle besluitvormingsprocedures moeten steunen, zowel in de publieke als in de particuliere sector en het bewustzijn en de betrokkenheid van het publiek bij gelijke kansen en de ontwikkeling van menselijk potentieel moeten ontwikkelen;

6.   benadrukt dat macro-economisch beleid kan bijdragen tot het verkleinen of vergroten van de kloof tussen de geslachten in termen van economische middelen en macht, onderwijs, beroepsopleiding en gezondheid; door gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen en beleid in het kader van gender budgeting uit te voeren, verwezenlijken overheidsbegrotingen tevens belangrijke beleidsdoelstellingen, zoals:

- gelijkheid: een billijk en evenwichtig begrotingsbeleid gericht op het terugdringen van ongelijkheden en het bevorderen van gelijke kansen volgens de verschillende rollen van mannen en vrouwen in economie en samenleving,
- efficiëntie: een efficiënter gebruik van middelen, doeltreffender overheidsdiensten van hogere kwaliteit met oog voor de uiteenlopende behoeften van mannen en vrouwen,
- transparantie: een beter inzicht in overheidsinkomsten en -uitgaven door de burgers en dus grotere transparantie en betere verantwoording door nationale en plaatselijke overheden;

Instrumenten en methoden voor gender budgeting

7.   pleit nogmaals voor grotere efficiëntie bij overheidsuitgaven, zowel op het niveau van de EU als van de lidstaten, en voor een betere werking van de interne markt; wijst nogmaals op de noodzaak om de werkgelegenheid te bevorderen, als bedongen tijdens de Top van Lissabon, om het genderaspect in alle beleidsmaatregelen meer aandacht te schenken en om de deelname van vrouwen aan de besluitvorming te vergroten; in dit opzicht kan gender budgeting het instrument zijn om deze doelstellingen beter te bereiken en tegelijkertijd de financiële baten en lasten voor de burgers evenwichtiger te verdelen;

8.   preciseert dat het opstellen van een overheidsbegroting vanuit een genderperspectief het volgende betekent:

- vaststellen hoe de verschillende burgers profijt hebben van overheidsuitgaven en bijdragen aan overheidsinkomsten; de nadruk leggen op het verschil tussen mannen en vrouwen door kwalitatieve en kwantitatieve gegevens en maatstaven te gebruiken,
- de uiteenlopende gevolgen van het begrotingsbeleid en van de herverdeling van middelen voor mannen en vrouwen (in termen van geld, diensten, tijd, sociale activiteiten en gezinszorg/sociale reproductie) evalueren,
- de genderimpact van publieke interventies in alle sectoren analyseren en stap voor stap gender budgeting invoeren op alle beleidsterreinen, zoals onderwijs, welzijn en sociale diensten, gezondheidszorg, acties en maatregelen ten behoeve van werkgelegenheid, vervoer, huisvesting enz.,
- een begrotingsprocedure ten uitvoer leggen die van onderaf wordt opgebouwd en bevorderen dat alle burgers (mannen en vrouwen) en andere actoren (verenigingen en NGO's) daarbij betrokken zijn en eraan deelnemen, met het doel uiteenlopende specifieke behoeften te identificeren en daar met passend beleid en maatregelen op te reageren,
- nagaan of de toewijzing van middelen op passende en rechtvaardige wijze aansluit op de verschillende behoeften en verlangens van mannen en vrouwen,
- erop toezien dat genderanalyses en de evaluatie van genderimpact serieus in aanmerking worden genomen in alle fasen van de begrotingsprocedure, zoals planning, vaststelling, uitvoering, toezicht en evaluatie,
- overheidsbegrotingen benutten om zinvolle politieke prioriteiten vast te stellen en specifieke instrumenten, mechanismen en acties te identificeren om gelijkheid tussen mannen en vrouwen door overheidsbeleid te realiseren,
- prioriteiten opnieuw definiëren en overheidsmiddelen opnieuw toewijzen zonder automatisch het totaalbedrag van een overheidsbegroting te verhogen,
- de doeltreffendheid en doelmatigheid van overheidsuitgaven nagaan en daarvan verantwoording afleggen ten opzichte van de vastgestelde prioriteiten en toezeggingen, in algemene termen, en meer specifiek de inachtneming van gelijke kansen voor mannen en vrouwen bij de herverdeling van openbare middelen en diensten;

9.   benadrukt dat strategieën voor gender budgeting een interdepartementale coördinatie vergen tussen de ministeries voor de begroting, van economische zaken en van financiën enerzijds en de ministeries en/of departementen en organisaties voor gelijke kansen anderzijds, waarbij alle sectoriële bestuurders en ambtenaren moeten worden betrokken die deelnemen aan de opstelling van de begroting, om te bereiken dat het genderperspectief wordt meegenomen bij het bepalen van de inkomsten en uitgaven voor alle beleidsterreinen waarin de begroting voorziet;

10.   benadrukt dat gender budgeting-strategieën gebaseerd zijn op complexe en gediversifieerde methoden die doelen, instrumenten, acties en maatregelen omvatten die genderspecifiek zijn en samenhangen met de tenuitvoerleggingscontext; dat betekent dat gender budgeting-methodologie sociaal-economische ongelijkheden tussen mannen en vrouwen moet aanpakken naar gelang de verschillende situaties op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau, om passende maatregelen te kunnen nemen en gelijkheid tussen de seksen te verwezenlijken;

11.   verzoekt de Commissie en de lidstaten om voor alle beleidsterreinen genderspecifieke gegevens uit te werken en verder te verfijnen;

Doelstellingen van het verslag over gender budgeting

12.   verzoekt de lidstaten de impact van macro-economische en economische hervormingen op mannen en vrouwen en de tenuitvoerlegging van strategieën, mechanismen en maatregelen ter correctie van genderongelijkheden op sleutelgebieden in het oog te houden en te analyseren, met het doel om een breder economisch en sociaal kader te creëren waarin gender budgeting daadwerkelijk kan worden ingevoerd;

13.   vraagt de Commissie behulpzaam te zijn bij de oprichting van een Europees netwerk van instellingen die zich met gender budgeting bezighouden en van deskundigen/managers op dit gebied, met name vrouwen, dat aansluiting kan krijgen met het netwerk van parlementscommissies voor gelijke kansen; dat net kan bijdragen aan de ontwikkeling en verbreiding van kennis inzake methoden, processen en mechanismen rond gender budgeting, aan de uitwisseling van beste praktijken en positieve ervaringen, en aan het verschaffen aan regeringen, parlementen en begrotingsautoriteiten van een kader van beproefde acties en strategieën, door middel waarvan de nagestreefde gelijkheid tussen mannen en vrouwen kan worden geïntegreerd in alle beleidsterreinen, programma's en acties op de begroting;

14.   vraagt de Commissie, de lidstaten en de plaatselijke en regionale overheden om gender budgeting tot toepassing te brengen; wijst nogmaals op de noodzaak dat de strategie voor gender budgeting een "geparlementeerde" procedure wordt binnen het Europees Parlement en de nationale, regionale en plaatselijke parlementen of raden, met name in de toetredende landen; onderstreept in dit verband dat aan de parlementscommissies voor de vrouwenrechten hierbij een centrale rol toekomt;

15.   verzoekt de Commissie de bevindingen en beginselen in het advies van de werkgroep van het Raadgevend Comité op de EU-begroting toe te passen;

16.   verzoekt de Commissie de kennis over strategieën en methoden voor gender budgeting in alle instellingen op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau te verbreiden, door een brochure over gender budgeting uit te brengen en op ruime schaal te verspreiden, die alle potentiële betrokkenen bij begrotingsprocedures en -beleid - d.w.z. instellingen, regeringen, overheidsdiensten en bestuursinstellingen, verenigingen en NGO's - een handleiding verschaft met gegevens over doelen, strategieën, mechanismen en instrumenten voor gender budgeting;

17.   vraagt de lidstaten om de toepassing en het gebruik van instrumenten en methoden voor gender budgeting te bevorderen (met genderspecifieke statistieken opgesplitst naar geslacht, indicatoren en maatstaven voor gendergelijkheid) zodat het begrotingsbeleid voor het verwerven en uitgeven van middelen de gelijkheid tussen de seksen bevordert;

18.   verzoekt de Commissie een brede voorlichtingscampagne over gender budgeting te houden voor het grote publiek, de regeringen en nationale, regionale en plaatselijke parlementen of raden, waarbij de uit te brengen brochure over gender budgeting wordt verspreid en ervaringen met de ontwikkeling en toepassing van gender budgeting worden gepubliceerd aan de hand van de resultaten van de door de Commissie ingestelde werkgroep over gender budgeting;

19.   verzoekt de Commissie binnen twee jaar een mededeling over gender budgeting te publiceren en indicatoren of maatstaven te formuleren, waarin de resultaten van de werkgroep van deskundigen over gender budgeting in aanmerking worden genomen, om een overzicht van het proces te geven en een actiestrategie op te stellen voor de EU en de lidstaten; verzoekt daarnaast bij de tenuitvoerlegging van het tweede deel van het vijfde programma voor gelijke kansen genderbudgetbeleid op te nemen onder de doelstellingen, instrumenten en mechanismen voor de kaderstrategie voor gelijkheid, na de evaluatie halverwege de looptijd die is gepland voor december 2003;

20.   verzoekt het Europees Parlement, met name de Begrotingscommissie en de Commissie begrotingscontrole, gender budgeting in te voeren in de procedure voor de vaststelling van de EU-begroting met het doel in de EU een begrotingsbeleid te ontwikkelen dat rekening houdt met de genderproblematiek; belast zijn ter zake bevoegde commissie met de taak de toepassing van gender budgeting in de EU-begroting te bevorderen en in het oog te houden met betrekking tot de vaststelling, uitwerking, tenuitvoerlegging en evaluatie van alle budgettaire beleidsmaatregelen van de EU;

21.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de lidstaten.

(1)PB C 364 van 18.2.2000, blz. 1.
(2)http://www.unifem.org
(3)http://www.unhchr.ch/huridocda/huridoca.nsf
(4)http://www.thecommonwealth.org/gender
(5)http://www.un.org/womenwatch
(6)PB C 59 van 23.2.2001, blz. 258.
(7)PB C 65 van 14.3.2001, blz. 22.
(8)P5_TA-PROV(2003)0150.


TOELICHTING

INLEIDING

Het concept en de methode van gender budgeting hebben zich verspreid en hebben ingang gevonden dankzij het Actieplatform van Beijing dat tijdens de vierde wereldconferentie over vrouwen van de Verenigde Naties in 1995 in Beijing werd uitgewerkt. In het platform wordt uitdrukkelijk gesproken van "gender sensitive budgets" en wordt de noodzaak van een strategie voor horizontale integratie van genderaspecten in al het beleid met het oog op gelijkheid van man en vrouw gesteund. Daarnaast worden enkele strategische doelstellingen voor de regeringen aangegeven, waaronder:

de overheidsuitgaven herstructureren en opnieuw vaststellen om de economische kansen van vrouwen en hun toegang tot de productiemiddelen te verbeteren, hun fundamentele behoeften op sociaal gebied, op het terrein van opleiding en gezondheidszorg te erkennen,
op verschillende niveaus transparantere en passendere begrotingsprocedures bevorderen, waarin het genderperspectief in de programmering en het begrotingsbeleid wordt opgenomen, en de financiering van programma's voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen.

Op internationaal niveau zijn verscheidene overeenkomsten over gelijkheid voor de seksen ondertekend, bijvoorbeeld:

het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW - Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination Against Women - 1979),
de Verklaring van Wenen over de mensenrechten (1993),
de Internationale Conferentie van de Verenigde Naties over bevolking en ontwikkeling (Caïro, 1994),
het Actieplan voor ontwikkeling onder een genderperspectief van het Gemenebest (Plan of Action on Gender and Development - 1995),
het Actieplatform van Beijing (Beijing Platform for Action en Regional platform for Action - 1995).

Australië en Zuid-Afrika zijn de pioniers geweest bij de invoering van gender budget auditing en gender budgets, in het eerste geval al vanaf 1984 en in het tweede vanaf 1994. Vanaf dat moment hebben de gender budgeting-initiatieven zich overal verspreid, zowel op het niveau van de centrale overheden als op het niveau van de plaatselijke overheden, zowel in ontwikkelde gebieden (met name Canada, Groot-Brittannië, Frankrijk, Zweden, Italië en Zwitserland) als in veel ontwikkelingslanden.

In de Raad van Europa, binnen het directoraat-generaal voor de mensenrechten, heeft het Comité voor gelijkheid van man en vrouw een werkgroep van deskundigen opgericht op het terrein van gender budgeting, die onderzoek heeft laten verrichten en een verkennende studie heeft opgesteld(1).

De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld gelijkheid van mannen en vrouwen te verwezenlijken (art. 2 van het Verdrag), onder andere door in het eigen optreden te streven naar het opheffen van de ongelijkheden en het bevorderen van gelijkheid tussen de seksen (art. 3, lid 2 van het Verdrag). De Europese Commissie past - ook door middel van de communautaire strategie voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen en het betreffende kaderprogramma - een strategie van horizontale integratie van genderaspecten toe, die in diverse sectoren positieve resultaten heeft opgeleverd - van de Europese strategie voor de werkgelegenheid en de strategie voor sociale integratie tot het gebruik van structuurfondsen, maar ook bij de externe betrekkingen in het kader van de ontwikkelingssamenwerking.

De Europese Commissie werd voor het eerst met gender sensitive budgets geconfronteerd tijdens een seminar over horizontale integratie van genderaspecten bij de richtsnoeren voor het macro-economisch beleid in oktober 2001. Het Belgische voorzitterschap heeft een conferentie gehouden over "Gender responsive budgeting: a global vision to strengthen economic and financial governance", in samenwerking met de OESO, de UNIFEM en de Noordse Raad van ministers. Deze conferentie heeft de aanzet gegeven tot een debat op Europees niveau over overheidsbegrotingen en het genderperspectief. Concreet heeft de Europese Commissie binnen het Raadgevend Comité voor gelijke kansen een werkgroep opgericht bestaande uit nationale deskundigen over gender budgeting, met als doel een document op te stellen waarin de belangrijkste ervaringen op dit terrein worden verzameld, methodologische aanwijzingen worden gegeven en de noodzakelijke institutionele fasen worden vastgesteld voor de toepassing ervan op communautair niveau en binnen de lidstaten. Het is de bedoeling dat deze werkgroep van nationale deskundigen op het terrein van gender budgeting op korte termijn een analyse- en planningsdocument opstelt.

DEFINITIES EN DOELSTELLINGEN

Volgens een gangbare definitie die ook door internationale organisaties als de Raad van Europa en het Gemenebest wordt gehanteerd, is gender budgeting de toepassing van horizontale integratie van genderaspecten(2) in de begrotingsprocedure. Dat wil zeggen een beoordeling van de impact van begrotingsbeleid op de genderkwestie, de integratie van het genderperspectief op alle niveaus van de begrotingsprocedure en herstructurering van alle inkomsten en uitgaven om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen.

De noodzaak om overheidsbegrotingen te analyseren en op te bouwen uit het oogpunt van gender - met het doel de gelijkheid tussen mannen en vrouwen concreet te verwezenlijken - vloeit voort uit het gegeven dat de begroting geen neutraal instrument is, maar de bestaande verdeling van macht in de samenleving weerspiegelt. Bij het vaststellen van het inkomsten- en uitgavenbeleid maken de openbare autoriteiten belast met de begroting op elk niveau politieke keuzen; de begroting is geen simpel economisch instrument, maar een sleutelinstrument waarmee de politieke autoriteiten het model voor sociaal-economische ontwikkeling en de criteria voor herverdeling binnen de samenleving vaststellen, de prioriteiten voor beleidsmaatregelen en behoeften van de burgers stellen - en een verschillende impact en verschillende effecten bewerkstelligen naar gelang de burgers mannen of vrouwen zijn.

De verantwoordelijkheid van de openbare autoriteiten - en daarbinnen de begrotingsautoriteiten - bestaat erin de globale richtsnoeren vast te stellen en precieze keuzen te maken in termen van openbaar beleid, niet zozeer in het beheer daarvan. En in hun keuzen zijn de openbare instanties verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het welzijn van de eigen gemeenschap en de eigen burgers die, als mannen en vrouwen, specifieke behoeften hebben naar gelang hun rol in het politieke, economische, sociale, gemeenschaps- en gezinsleven.

Bij de manier waarop overheidsbegrotingen in de regel worden opgesteld, wordt geen rekening gehouden met de bestaande verschillen - van rollen, verantwoordelijkheden en vaardigheden - tussen mannen en vrouwen. In de meeste gevallen wordt bij de gebruikte indices en gegevens geen onderscheid naar sekse gemaakt. Ze worden gepresenteerd als een economisch neutraal instrument, maar in werkelijkheid weerspiegelen en reproduceren overheidsbegrotingen zo de al aanwezige sociaal-economische verschillen in een gemeenschap. Door overheidsbegrotingen te analyseren aan de hand van de verschillende impact die zij hebben op de seksen, wordt de zogenoemde neutraliteit van overheidsbegrotingen weerlegd en vooral bewerkstelligd dat zij beantwoorden aan de eisen van billijkheid, economie en doeltreffendheid - overheidsuitgaven zijn doeltreffend, naast rechtvaardig, wanneer zij de ontwikkeling bevorderen en het potentieel van alle componenten van de samenleving volledig benutten.

Het gaat er dus om een economische en sociale filosofie aan te nemen volgens welke - ook in een open en gemondialiseerde markteconomie - de economische en sociale ontwikkeling niet gescheiden kunnen worden en zich wederzijds voeden. Een economie kan niet concurrerend, dynamisch en gezond zijn als achter de productieprocessen, de commerciële en de financiële processen geen stabiele, coherente en rechtvaardige samenleving steekt, waar rechten, middelen en menselijke vaardigheden adequaat worden ontwikkeld. De versterking, modernisering, reorganisatie van overheidsinterventies (en dus van het begrotingsbeleid) voor de sociale ontwikkeling zijn in werkelijkheid een absoluut onmisbare immateriële investering - van vaardigheden, empowerment, creatie van middelen en mogelijkheden - voor een economie die dynamisch en concurrerend wil zijn en gebaseerd op kennis (zoals de Europese Raad zich in Lissabon heeft voorgenomen).

De horizontale integratie van genderaspecten en gender budgeting zijn erop gericht billijkheid, efficiëntie en transparantie in de openbare sector te introduceren. Om het beginsel van billijkheid te realiseren, moeten overheden en openbare diensten zich bezighouden met genderkwesties en de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen terugdringen, in aanmerking nemende dat mannen en vrouwen verschillende rollen hebben in economie en maatschappij. De weerslag van economisch beleid is voor hen dus niet gelijk. Om het beginsel van efficiëntie in economie en samenleving te verwezenlijken, moeten de begrotingsautoriteiten bij het vaststellen van de inkomsten en uitgaven ook rekening houden met niet-betaalde activiteiten (huishoudelijk werk, zorg) en dus met de impact van overheidsbeleid en begrotingsbeleid op de verschillende functies, verantwoordelijkheden en dagindeling van mannen en vrouwen. De burgers bewust maken van de resultaten van de tenuitvoerlegging van begrotingsbeleid (Welke gevolgen heeft begrotingsbeleid? Welke groepen worden bevoordeeld? Wat zijn de alternatieven voor de toewijzing van bepaalde middelen? Hoe kunnen de kosten van bepaalde keuzen worden gerechtvaardigd?) betekent ook streven naar transparantie en op elk overheidsniveau (centraal of lokaal) inhoud geven aan de democratische methode.

Om gender budgeting in de praktijk te brengen, moet tegelijkertijd op grotere schaal genderaspecten in verschillende, elkaar aanvullende maatregelen worden geïntegreerd:

op alle niveaus de politieke wil om gelijkheid tussen mannen en vrouwen te realiseren bevorderen,
zorgen voor meer vrouwen op de plaatsen waar de beslissingen worden genomen, op alle niveaus, in de openbare en de particuliere sector,
het genderperspectief opnemen in de definitie van beleid, de programma's en de maatregelen van regeringen en lokale autoriteiten, in de fasen planning, ontwikkeling, toepassing, toezicht en evaluatie,
naar geslacht uitgesplitste gegevens en statistieken uitwerken om operatieve indicatoren vast te kunnen stellen waarmee de impact en de werkzaamheid van overheidsbeleid en begrotingsbeleid kan worden gemeten.

In de Europese Unie bestaat nog geen gender budgeting-strategie, ondanks dat het vijfde kaderprogramma inzake gelijke kansen voor mannen en vrouwen een groot deel van de strategie voor gelijkheid tussen de geslachten wijdt aan de doelstelling van gelijkheid op economisch en sociaal terrein. In het deel over de toepassingsmechanismen en -instrumenten wordt het opstellen van de overheidsbegroting - Europees, nationaal en lokaal - uit het oogpunt van gender niet vermeld. Het is goed er hier op te wijzen dat de begroting van de Europese Unie, in afwijking van de nationale en lokale begrotingen van de lidstaten, uitsluitend uitgavenbeleid kent. De inkomsten liggen vast en kunnen niet gewijzigd worden, tenzij bij interinstitutioneel akkoord. De gender budgeting-strategie moet zich uitsluitend op de uitgaven richten, dus op de verdeling van middelen volgens het sectoriële begrotingsbeleid.

Hoewel er dus geen sprake is van echt gender budgeting-beleid, past de Europese Unie op enkele beleidsterreinen de horizontale integratie van genderaspecten wel degelijk toe in de programma's en fondsen voor de lidstaten en het grondgebied. De interessantste en opmerkelijkste voorbeelden van horizontale integratie van het beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen bij het gebruik van de middelen die de EU ter beschikking stelt zijn te vinden in de programma's en kredieten van de structuurfondsen(3), van de Europese strategie voor de werkgelegenheid (met name via de vierde pijler, de jaarlijkse richtsnoeren en de nationale actieplannen) en, om ook de sector van de externe betrekkingen te noemen, het MEDA-programma binnen het euromediterrane partnerschap. Bij de begroting van de Europese Unie is de integratie van het genderperspectief tot nog toe verlopen via interventies op specifieke begrotingslijnen en via de integratie van gelijkheidsdoelstellingen van mannen en vrouwen in de verschillende toelichtingen bij de begrotingslijnen.

Wat de specifieke doelstellingen van dit verslag over gender budgeting - overheidsbegrotingen vanuit een genderperspectief - betreft, acht uw rapporteur het fundamenteel dat dit verslag van de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen (via de aanneming in de plenaire) wordt ingezet om:

een politieke wil te creëren en te stimuleren binnen de openbare politieke instellingen die belast zijn met de opstelling van de overheidsbegrotingen op elk niveau (Europees, nationaal, regionaal en lokaal),
de publieke opinie, de politiek en de economische spelers op Europees, nationaal en lokaal niveau attent te maken op het thema van de gelijkheid tussen de seksen en op de doelstelling van integratie van genderaspecten in alle openbare keuzen en beleidsmaatregelen,
kennis over de strategie en de methode van gender budgeting te verspreiden onder de instellingen van de Europese Unie en de lidstaten, op alle bestuurlijke niveaus, nationaal, regionaal en lokaal,
de Europese Commissie(4) te verzoeken een informatiebrochure op te stellen en op ruime schaal te verspreiden; deze brochure kan als gids dienen en alle betrokkenen bij het begrotingsbeleid binnen de Europese Unie en de lidstaten instrumenten leveren,
de Europese Commissie en de lidstaten (zowel de nationale regering als het regionale en lokale bestuur) te verzoeken de strategie van gender budgeting te introduceren in hun openbaar beleid en begrotingsbeleid,
de Europese Commissie te verzoeken - ter gelegenheid van de evaluatie halverwege de looptijd van het vijfde kaderprogramma voor gelijke kansen, die voor december 2003 is gepland - te bepalen dat in het tweede deel van de tenuitvoerlegging van de kaderstrategie voor gelijkheid gender budgeting wordt geïntroduceerd, zowel bij de doelstellingen als bij de instrumenten en mechanismen,
de Europese Commissie te verzoeken binnen twee jaar een mededeling op te stellen over gender budgeting, waarin rekening wordt gehouden met de bevindingen van de werkgroep van deskundigen, de situatie in de Europese Unie en de lidstaten wordt geëvalueerd en een actiestrategie voor de toekomst wordt geboden,
de Europese Commissie en de lidstaten verzoeken zich in te zetten voor een netwerk voor de verspreiding en de overname van de beste praktijken op het terrein van gender budgeting, dat de bestaande ervaringen op dit gebied kan verzamelen en laten circuleren, met bijzondere aandacht voor het plaatselijke bestuur,
het Europees Parlement te verzoeken te handelen in overeenstemming met de definitie van begroting in de Europese Unie opdat het begrotingsbeleid van de Europese Gemeenschap gender responsive is en aan de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen de taak toe te vertrouwen toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van gender budgeting in de begroting van de EU, zowel in de plannings- als in de uitvoeringsfase,
nauwkeurige instrumenten, aanwijzingen en suggesties te leveren over de te gebruiken methode en de acties voor de definitie, tenuitvoerlegging en evaluatie van het beleid voor gender budgeting, ten behoeve van actoren en besluitvormers die betrokken zijn bij het begrotingsbeleid op alle niveaus - met bijzondere aandacht voor de kenmerken van en de verschillen tussen de regio's en de sociaal-economische toestand waarin de burgers van de EU leven,
een actiekader aan te geven voor de tenuitvoerlegging van gender budgeting, waarbij voorzien is in democratische participatie van de burgers en betrokkenheid van organisaties, ngo's en vrouwenverenigingen uit de praktijk.

METHODEN EN INSTRUMENTEN

Bij elke evaluatiemethode van openbaar beleid moet systematisch rekening worden gehouden met de sociaal-economische verschillen tussen mannen en vrouwen en met de ongelijke verdeling van de macht in het beheer en de distributie van overheidsmiddelen. De kwestie van de sekseverschillen moet worden gezien in het kader van de levensomstandigheden van de bevolking als geheel en in een concept/definitie van het economisch systeem in brede zin. Een benadering die is gericht op de kwaliteit van het bestaan biedt de mogelijkheid de evaluatie van overheidsbegrotingen in een ruimere en algemenere context te plaatsen, waar de ervaring en de bijdragen van vrouwen centraal staat.

Bij de analyse van de impact van economisch en begrotingsbeleid op de seksen - op het dagelijks leven van mannen en vrouwen - is het zinvol de economische context in aanmerking te nemen, niet alleen in monetaire termen maar ook in termen van de kwaliteit van het bestaan(5). Niet alleen betaald werk, maar ook de rol en de bijdrage van onbetaald werk op het terrein van sociale reproductie (huishoudelijk werk en zorg) moet worden meegenomen in de economische analyse van politieke keuzen en beslissingen, in het globale kader van de publieke verantwoordelijkheid die regeringen en lokale overheden moeten nemen.

Bij gender budgeting - wanneer het de bedoeling is een overheidsbegroting op te stellen waarin het genderperspectief is opgenomen - moeten enkele fundamentele punten worden aangepakt:

-   vaststellen wie profiteert van de uitgaven en wie bijdraagt aan de inkomsten;

-   begrijpen hoe inkomsten en uitgaven over mannen en vrouwen worden verdeeld;

-   evalueren welke (verschillende) impact het begrotingsbeleid en de verdeling van middelen in termen van economie, tijd en onbetaald werk op mannen en vrouwen hebben;

-   controleren of de toewijzing van middelen op passende/adequate wijze tegemoet komt aan de uiteenlopende behoeften van mannen en vrouwen;

-   verzekeren dat het sekseverschil in de verschillende fasen van planning, definitie en uitvoering van de begroting in aanmerking wordt genomen;

-   prioriteiten en specifieke maatregelen vaststellen om de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen door de begroting op te lossen.

In wezen betekent gender budgeting in staat zijn de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de begrotingsuitgaven te controleren met het oog op de gestelde doelen, en met name met het oog op de verdeling van middelen en diensten bestemd voor mannen en vrouwen. Er moet gecontroleerd worden of de overheidsuitgaven tegemoetkomen aan de behoeften van vrouwen, of de geboden diensten adequaat zijn en of de ongelijkheden tussen de seksen op een positieve manier worden aangepakt.

Daaruit moet onomstotelijk blijken dat het niet de bedoeling van gender budgeting en gender auditing is een afzonderlijke begroting voor interventies en acties ten gunste van een van de geslachten op te stellen of afzonderlijke begrotingen voor mannen en vrouwen op te stellen.

De doelstelling van gender budgeting om de sociaal-economische ongelijkheden tussen mannen en vrouwen terug te dringen wordt gerealiseerd en onderbouwd met een gediversifieerde en complexe methode waarin precieze methoden, acties en maatregelen voorzien moeten worden. Deze methode spoort ertoe aan de genderaspecten (en genderimpact) te evalueren met het oog op alle overheidsbeleid en met name alle begrotingsbeleid; vereist constant toezicht op de gevolgen van overheidsbeleid aan de hand van een genderperspectief; impliceert de betrokkenheid en de actieve deelname van vrouwen bij de vaststelling van hun behoeften en de specifieke maatregelen; bepaalt een doelmatiger, doeltreffender en transparanter gebruik van de openbare middelen; verplicht ertoe duidelijke prioriteiten te stellen (politieke keuzen en verantwoordelijkheden van overheidsinstellingen) in plaats van de uitgaven op de diverse begrotingsposten te verhogen; onderstreept de noodzaak de overheidsuitgaven opnieuw te structureren en te definiëren in plaats van het totaalbedrag van de begroting te wijzigen. Daarnaast betekent gender budgeting de deelname en de betrokkenheid van vrouwen, vrouwenorganisaties en NGO's om de begroting van onder op te bouwen.

Wat de methode en de instrumenten betreft suggereren de verschillende onderzoeken en praktijken van gender budgeting de uitgaven van overheidsbegrotingen te analyseren door ze in de eerste plaats uit te splitsen naar enkele basiscategorieën:

-   uitgaven zonder directe band met gender,

-   gedifferentieerde uitgaven gericht tot mannen en vrouwen,

-   uitgaven voor programma's en maatregelen voor gelijke kansen.

Het is duidelijk dat het grootste deel van de begrotingsuitgaven deel uitmaakt van de eerste categorie en dat de analyse van de begroting uit het oogpunt van gender zich met name op dit deel moet richten.

Daarom moeten precieze instrumenten worden aangenomen om gender budgeting in te voeren. Volgens recente onderzoeken en praktijken in landen die al op deze manier te werk gaan kan het zinvol zijn een reeks maatregelen te nemen:

evaluatie van de begrotingsprioriteiten en de verlening van openbare diensten uitgesplitst naar geslacht (op deze manier wordt gecontroleerd of de uitgaven de belangrijkste behoeften van de burgers dekken, met behulp van vergaarde gegevens en analyse van de publieke opinie met onderzoekstechnieken die rekening houden met kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen op het terrein van bijvoorbeeld vervoer en onderwijs);
analyse uitgesplitst naar sekse van de verdeling van voordelen van de uitgaven (om aan het licht te brengen wie nu eigenlijk profiteert van overheidsuitgaven, om te controleren of overheidsuitgaven billijk en transparant zijn, door bijvoorbeeld de kostprijs per 'eenheid' dienst te berekenen en na te gaan of er verschillen tussen de seksen zijn);
de evaluatie op basis van geslacht van de uitgaven voor het sectorieel beleid op verschillende terreinen van de begroting (analyse van sectoren als vervoer, onderwijs, gezondheidszorg, interventies voor sociaal beleid en werkgelegenheid door de impact op mannen en vrouwen ervan na te gaan; er wordt een evaluatieprocedure in gang gezet waarbij de verschillende ministers, ministeries, lokale verantwoordelijken voor financiën maar ook onderzoeksinstituten, ngo's en regionale organisaties betrokken moeten worden);
de omvattende analyse van de begroting uit oogpunt van gender, door te beoordelen of de totale en sectoriële overheidsuitgaven beantwoorden aan de behoefte om de ongelijkheden tussen de geslachten terug te dringen (dat kan in werkelijkheid ook bestaan uit een algemeen en omvattend document als alternatief voor de officiële begroting en waarin deze uit oogpunt van vrouwen, gedurende een zekere periode (drie à vijf jaar), omvattend wordt geanalyseerd);
de integratie van het genderperspectief in de definitie van economisch en werkgelegenheidsbeleid op de middellange en lange termijn (met een policy mix), (het begrotingsbeleid valt binnen het ruimere kader van het economisch beleid, zodat de macro-economische variabelen als groei, arbeidsparticipatie, werkloosheid, overheidsinvesteringen, inflatie, begrotingstekort vanuit genderoogpunt geanalyseerd moeten worden, waarbij zowel betaald als onbetaald werk wordt meegenomen);
de analyse van de impact die wijzigingen van de overheidsuitgaven hebben op de dagindeling (de implicaties van begrotingsbeleid op onbetaald werk, sociale reproductie, huishoudelijk werk, zorg voor het gezin en de gemeenschap enzovoort; daarvoor moet gebruik worden gemaakt van "tijdbegrotingen" waarmee de werkelijke levensomstandigheden van burgers en gezinnen vastgesteld kunnen worden om adequaat te kunnen reageren in termen van middelen en diensten die met het begrotingsbeleid ter beschikking gesteld moeten worden).

CONCLUSIES

Deze toelichting vormt de conceptuele en methodologische kern en geeft de fundamentele doelstellingen aan van het initiatiefverslag over gender budgeting dat uw rapporteur aan de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen aanbiedt.

Het uiteindelijke doel van dit document is de discussie over het thema gender budgeting stimuleren, meningen en nuttige suggesties voor het definitieve verslag en de bijbehorende toelichting te verzamelen.

(1)K. Bellamy, "Gender Budgeting. A Background paper for the Council of Europe's Informal Network of Experts on Gender Budgeting" (Raad van Europa, november 2002).
(2)Horizontale integratie van genderaspecten wil zeggen het herorganiseren, ontwikkelen, uitvoeren en beoordelen van beleidsprocessen (en beleidsdefinities) met het doel het perspectief van gelijkheid tussen de seksen in alle fasen en op alle niveaus van overheidsbeleid, door allen die bij de besluitvormingsprocessen betrokken zijn op te nemen.
(3)Het EP heeft in de vergadering van 13.3.2003 het verslag-Aviles Perea over de doelstellingen van de structuurfondsen wat betreft gelijke kansen voor vrouwen en mannen aangenomen.
(4)Ook in samenhang met de verklaringen van de commissaris voor de begroting van de EU, mevrouw Schreyer, ter gelegenheid van de hoorzitting over gender budgeting die de Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen op 23 januari 2003 heeft gehouden.
(5)Hier zij verwezen naar een sociaal-economische evaluatie die rekening houdt met de menselijke en sociale ontwikkeling, zoals in het geval van de samengestelde index H.D.I (Human Development Index), die de Verenigde Naties en de OESO/OVSE gebruiken om een ranglijst van staten naar ontwikkeling op te stellen.

Juridische mededeling - Privacybeleid