AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van de Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 88/357/EEG en 90/232/EEG van de Raad en Richtlijn 2000/26/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven

17.12.2004 - (16182/2003 – C6‑0112/2004 – 2002/0124(COD)) - ***II

Commissie interne markt en consumentenbescherming
Rapporteur: Manuel Medina Ortega


Procedure : 2002/0124(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A6-0073/2004
Ingediende teksten :
A6-0073/2004
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van de Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 88/357/EEG en 90/232/EEG van de Raad en Richtlijn 2000/26/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven

(16182/2003 – C6‑0112/2004 – 2002/0124(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (16182/2003 – C6‑0112/2004),

–   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt[1] inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2002)0244)[2],

–   gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

–   gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A6‑0073/2004),

1.  wijzigt het gemeenschappelijk standpunt als volgt;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Gemeenschappelijk standpunt van de RaadAmendementen van het Parlement

Amendement 1

OVERWEGING 3 BIS (nieuw)

 

(3 bis) Schade die door een voertuig met aanhangwagen is veroorzaakt, kan vaak niet worden gereguleerd doordat het kenteken van de aanhangwagen weliswaar bekend is, maar het trekkende voertuig noch de bijbehorende verzekeraar kan worden achterhaald. Het is daarom nodig de desbetreffende voorschriften in de lidstaten te harmoniseren en een aanhangwagen gelijk te stellen aan een voertuig. Daartoe is een definitie van het begrip aanhangwagen vereist.

Amendement 2

OVERWEGING 7 BIS (nieuw)

 

(7 bis) Noodzakelijke en redelijke kosten in verband met de rechtsvervolging (juridisch advies, medische en technische deskundigen, gerechtskosten) moeten althans in gevallen waarin de vordering in het kader van Richtlijn 2000/26/EG wordt afgewikkeld, worden vergoed.

Motivering

Bij ongevallen die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2000/26/EG vallen (ongevallen in een ander land) kan niet worden ontkend dat het nodig kan zijn een advocaat of deskundigen in te schakelen of eventueel kosten te maken om te bereiken dat de rechter een vordering toewijst. Als deze kosten noodzakelijk en redelijk zijn, behoren zij onbetwistbaar tot de materiële schade, omdat het slachtoffer zonder het ongeval niet met deze kosten geconfronteerd zou zijn geweest. Ze moeten daarom worden vergoed.

Amendement 3

OVERWEGING 10

(10) De verplichting van de lidstaten om de verzekeringsdekking voor tenminste een bepaald minimumbedrag te waarborgen, vormt een belangrijk element ter bescherming van de slachtoffers. De in Richtlijn 84/5/EEG vastgestelde minimumbedragen moeten niet alleen worden aangepast om rekening te houden met de inflatie, maar moeten ook reëel worden verhoogd om slachtoffers een betere bescherming te bieden. Teneinde de invoering van deze minimumbedragen te vergemakkelijken, dient er een overgangsperiode van vijf jaar te worden ingesteld die begint vanaf de datum van omzetting van deze richtlijn. De lidstaten moeten de bedragen binnen dertig maanden na de datum van omzetting verhogen tot ten minste de helft van de niveaus.

(10) De verplichting van de lidstaten om de verzekeringsdekking voor meer dan een bepaald minimumbedrag te waarborgen, vormt een belangrijk element ter bescherming van de slachtoffers. De in Richtlijn 84/5/EEG vastgestelde minimumbedragen moeten niet alleen worden aangepast om rekening te houden met de inflatie, maar moeten ook reëel worden verhoogd om slachtoffers een betere bescherming te bieden. De minimumbedragen voor lichamelijk letsel dienen zodanig te worden berekend dat alle slachtoffers met zeer ernstige verwondingen een volledige, eerlijke vergoeding ontvangen, rekening houdend met de lage frequentie van ongevallen met meerdere slachtoffers en het kleine aantal slachtoffers dat bij één en hetzelfde ongeval zeer ernstige verwondingen oploopt. Een minimumbedrag van EUR 1.000.000 per slachtoffer en EUR 5.000.000 per ongeval, ongeacht het aantal slachtoffers, is redelijk en adequaat. Teneinde de invoering van deze minimumbedragen te vergemakkelijken, dient er een overgangsperiode van vijf jaar te worden ingesteld die begint vanaf de datum van omzetting van deze richtlijn. De lidstaten moeten de bedragen binnen dertig maanden na de datum van omzetting verhogen tot ten minste de helft van de niveaus.

Amendement 4

OVERWEGING 18

(18) Er moeten maatregelen worden genomen die het gemakkelijker maken verzekeringsdekking te verkrijgen voor voertuigen die uit een lidstaat in een andere lidstaat worden ingevoerd, zelfs als het voertuig nog niet is geregistreerd in de lidstaat van bestemming. Er dient een tijdelijke afwijking te worden ingevoerd van de algemene regel voor het bepalen van de lidstaat waar het risico is gelegen. Gedurende een periode van dertig dagen vanaf de datum waarop het voertuig is geleverd, beschikbaar gesteld of verzonden naar de koper, dient de lidstaat van bestemming te worden beschouwd als de lidstaat waar het risico is gelegen.

(18) Er moeten maatregelen worden genomen die het gemakkelijker maken verzekeringsdekking te verkrijgen voor voertuigen die uit een lidstaat in een andere lidstaat worden ingevoerd, zelfs als het voertuig nog niet is geregistreerd in de lidstaat van bestemming. Er dient een tijdelijke afwijking mogelijk te worden gemaakt van de algemene regel voor het bepalen van de lidstaat waar het risico is gelegen. Gedurende een periode van dertig dagen vanaf de datum waarop het voertuig is geleverd, beschikbaar gesteld of verzonden naar de koper, dient de lidstaat van bestemming te worden beschouwd als de lidstaat waar het risico is gelegen.

Amendement 5

OVERWEGING 23 BIS (nieuw)

 

(23 bis) Naast het trekkende voertuig vormt ook een aanhangwagen een op zichzelf staande bron van gevaar. Daarom lijkt het gerechtvaardigd een aanhangwagen met betrekking tot alle bepalingen - ook die inzake de dekkingsplicht - gelijk te stellen aan een voertuig.

Amendement 6

OVERWEGING 23 TER (nieuw)

 

(23 ter) Overeenkomstig artikel 11, lid 2 juncto artikel 9, lid 1, onder b) van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken1 kan de benadeelde een rechtsvordering instellen tegen de WA-verzekeraar in de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft.

____________

1 PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1496/2002 van de Commissie (PB L 225 van 22.8.2002, blz. 13).

Amendement 7

OVERWEGING 23 QUATER (nieuw)

 

(23 bis) In verscheidene lidstaten worden de processen-verbaal over ongevallen die door de politie, de justitiële instanties of andere autoriteiten worden opgesteld, niet of in een later stadium beschikbaar gesteld aan de slachtoffers en verzekeraars, waardoor de afwikkeling van vorderingen vertraging oploopt en extra kosten ontstaan. De inrichting van een centrale opslagplaats op een openbare internetsite waar alle belanghebbenden deze documenten kunnen inzien, is voor die lidstaten wellicht de beste oplossing.

Amendement 8

ARTIKEL 1, PUNT -1 (nieuw)
Artikel 1, punt 1 (Richtlijn 72/166/EEG)

 

-1) Artikel 1, punt 1 wordt vervangen door:

 

"1. Voertuigen: alle rij- of voertuigen die bestemd zijn om zich anders dan langs spoorstaven over de grond te bewegen en die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven;

 

1 bis. Aanhangwagens: caravans en aanhangwagens met een of meer assen met een toegestaan maximumgewicht van meer dan 750 kg die bestemd zijn om door een voertuig te worden getrokken, ongeacht of zij vastgekoppeld zijn of niet;"

Amendement 9

ARTIKEL 2
Artikel 1, lid 1 (Richtlijn 84/5/EEG)

1. De verzekering bedoeld in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 72/166/EEG dekt zowel materiële schade als lichamelijk letsel.

1. De verzekering bedoeld in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 72/166/EEG dekt zowel materiële schade als lichamelijk letsel alsmede, in gevallen waarin de vordering in het kader van Richtlijn 2000/26/EG wordt afgewikkeld, de noodzakelijke en redelijke kosten in verband met de rechtsvervolging.

Motivering

Bij ongevallen die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2000/26/EG vallen (ongevallen in een ander land) kan niet worden ontkend dat het nodig kan zijn een advocaat of deskundigen in te schakelen of eventueel kosten te maken om te bereiken dat de rechter een vordering toewijst. Als deze kosten noodzakelijk en redelijk zijn, behoren zij onbetwistbaar tot de materiële schade, omdat het slachtoffer zonder het ongeval niet met deze kosten geconfronteerd zou zijn geweest. Ze moeten daarom worden vergoed.

Amendement 10

ARTIKEL 2
Artikel 1, leden 2 en 3 (richtlijn 84/5/EEG)

2. Onverminderd door de lidstaten voorgeschreven hogere dekkingen, eist iedere lidstaat dat deze verzekering verplicht is voor ten minste de volgende bedragen:

2. Onverminderd door de lidstaten voorgeschreven hogere dekkingen, eist iedere lidstaat dat deze verzekering verplicht is voor ten minste de volgende bedragen:

a) voor lichamelijk letsel, EUR 1.000.000 per slachtoffer; de lidstaten kunnen, in plaats van dit bedrag, voorzien in een minimumbedrag van EUR 5.000.000 per ongeval, ongeacht het aantal slachtoffers;

a) voor lichamelijk letsel, een minimumdekkingsbedrag van EUR 1.000.000 per slachtoffer en van EUR 5.000.000 per ongeval, ongeacht het aantal slachtoffers;

b) voor materiële schade, EUR 1.000.000 per ongeval, ongeacht het aantal slachtoffers.

b) voor materiële schade, EUR 1.000.000 per ongeval, ongeacht het aantal slachtoffers.

De lidstaten beschikken over een overgangsperiode van vijf jaar na het tijdstip van omzetting van Richtlijn 2004/.../EG van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van de Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 88/357/EEG en 90/232/EEG van de Raad en Richt­lijn 2000/26/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven om de dekkingen te verhogen tot de in dit lid voorgeschreven bedragen.

Zo nodig, kunnen de lidstaten een overgangsperiode van maximaal vijf jaar vaststellen te rekenen vanaf het tijdstip van omzetting van Richtlijn 2004/.../EG van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van de Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 88/357/EEG en 90/232/EEG van de Raad en Richtlijn 2000/26/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven om hun minimumdekkingsbedragen aan te passen aan de in dit lid voorgeschreven bedragen.

De lidstaten die een dergelijke overgangsperiode vaststellen, stellen de Commissie daarvan in kennis met opgave van de duur van de overgangsperiode.

Binnen 30 maanden na de datum van omzetting van Richtlijn 2004/.../EG dienen de lidstaten de dekkingen te verhogen tot ten minste de helft van de in dit lid voorgeschreven bedragen.

Binnen 30 maanden na de datum van omzetting van Richtlijn 2004/.../EG dienen de lidstaten de dekkingen te verhogen tot ten minste de helft van de in dit lid voorgeschreven bedragen.

3. De in lid 2 genoemde bedragen worden elke vijf jaar herzien teneinde rekening te houden met de wijziging van het Europese indexcijfer van de consumentenprijzen (EICP) zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad van 23 oktober 1995 inzake geharmoniseerde indexcijfers van de consumptieprijzen. De eerste herziening geschiedt vijf jaar na de inwerkingtreding van Richtlijn 2004/.../EG.

3. Elke vijf jaar na de inwerkingtreding van Richtlijn 2004/.../EG of na afloop van een in lid 2 bedoelde overgangsperiode worden de in dat lid genoemde bedragen herzien in het licht van het Europese indexcijfer van de consumentenprijzen (EICP) zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad van 23 oktober 1995 inzake geharmoniseerde indexcijfers van de consumptieprijzen.

De bedragen worden automatisch aangepast. Zij worden verhoogd met de procentuele wijziging van de EICP gedurende de betrokken periode, dat wil zeggen de vijf jaar onmiddellijk voorafgaande aan de herziening, en worden afgerond op een veelvoud van EUR 10 000.

De bedragen worden automatisch aangepast. Zij worden verhoogd met de procentuele wijziging van de EICP gedurende de betrokken periode, dat wil zeggen de vijf jaar onmiddellijk voorafgaande aan de herziening, en worden afgerond op een veelvoud van EUR 10 000.

De Commissie deelt het Europees Parlement en de Raad de herziene bedragen mede en draagt zorg voor de bekendmaking van de bedragen in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De Commissie deelt het Europees Parlement en de Raad de herziene bedragen mede en draagt zorg voor de bekendmaking van de bedragen in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement 11

ARTIKEL 4, PUNT 4
Artikel 4 bis, lid 1 (Richtlijn 90/232/EEG)

1. In afwijking van artikel 2, punt d), tweede streepje, van Richtlijn 88/357/EEG* wordt, wanneer een voertuig vanuit een lidstaat in een andere lidstaat wordt ingevoerd, de lidstaat van bestemming, vanaf de datum waarop het voertuig is geleverd, beschikbaar gesteld of verzonden aan de koper, gedurende een periode van maximaal dertig dagen beschouwd als de lidstaat waar het risico is gelegen, zelfs indien het voertuig in de lidstaat van bestemming niet officieel is geregistreerd.

1. In afwijking van artikel 2, punt d), tweede streepje, van Richtlijn 88/357/EEG* wordt, wanneer een voertuig vanuit een lidstaat naar een andere lidstaat wordt verzonden, de lidstaat van bestemming, vanaf de aanvaarding van de levering door de koper, gedurende een periode van maximaal dertig dagen beschouwd als de lidstaat waar het risico is gelegen, zelfs indien het voertuig in de lidstaat van bestemming niet officieel is geregistreerd.

Amendement 12

ARTIKEL 5, PUNT -1 (nieuw)
Overweging 16 bis (nieuw) (Richtlijn 2000/26/EG)

 

-1. De volgende overweging 16 bis wordt toegevoegd:

 

"(16 bis) Overeenkomstig artikel 11, lid 2 juncto artikel 9, lid 1, onder b) van Verordening (EG) nr. 44/20011 kan de benadeelde een rechtsvordering instellen tegen de WA-verzekeraar in de lidstaat waar hij zijn verblijfplaats heeft.

____________

1 PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.

Amendement 13

ARTIKEL 5, PUNT -1 BIS (nieuw)
Artikel 4, lid 6, letter a) (nieuw) (Richtlijn 2000/26/EG)

 

-1 bis. In artikel 4, lid 6, wordt letter a) vervangen door:

 

"a) de verzekeringsonderneming van degene die het ongeval heeft veroorzaakt of haar schaderegelaar een met redenen omkleed voorstel tot schadevergoeding, dat ook de vergoeding van de noodzakelijke en redelijke proceskosten behelst, voorlegt, wanneer de aansprakelijkheid niet wordt betwist en de schade is gekwantificeerd, of"

Amendement 14

ARTIKEL 5, PUNT 2 BIS (nieuw)
Artikel 6 bis (nieuw) (Richtlijn 2000/26/EEG)

 

2 bis. Het volgende artikel wordt toegevoegd:

 

"Artikel 6 bis

 

Centrale instantie

 

De lidstaten nemen de nodige maatregelen voor de inrichting van een openbare internetsite waarop alle door de politie- en nooddiensten opgestelde processen-verbaal over verkeersongevallen worden opgeslagen en na vrijgave door de justitiële autoriteiten openbaar worden gemaakt. De nadere bijzonderheden van de internetsite worden ter kennis gebracht van alle belanghebbenden."

Amendement 15

ARTIKEL 5 BIS (nieuw)

 

Artikel 5 bis

 

Toepassing op aanhangwagens

 

De in de Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 88/357/EEG, 90/232/EEG en 2000/26/EG vervatte bepalingen inzake voertuigen zijn mutatis mutandis van toepassing op aanhangwagens.

PROCEDURE

Titel

Gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van de Richtlijnen 72/166/EEG, 84/5/EEG, 88/357/EEG en 90/232/EEG van de Raad en Richtlijn 2000/26/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven

Document- en procedurenummers

16182/2003 – C6‑0112/2004 – 2002/0124(COD)

Rechtsgrondslag

art. 47, lid 11, art. 55 en art. 95, lid 1 EG

Reglementsartikel

art. 62

 

Datum eerste lezing EP – P[5]

22.11.2003                            P5_TA(2002)0345

Voorstel van de Commissie

COM(2002)0244 – C5-0296/2002

Gewijzigd voorstel van de Commissie

COM(2004)0351

Datum bekendmaking ontvangst gemeenschappelijk standpunt

16.9.2004

Commissie ten principale
Datum bekendmaking

IMCO16.9.2004

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Manuel Medina Ortega31.8.2004

Vervangen rapporteur(s)

Willi Rothley

Behandeling in de commissie

27.9.2004

6.10.2004

26.10.2004

23.11.2004

 

Datum goedkeuring

14.12.2004

Uitslag eindstemming

voor:

tegen:

onthoudingen:

35

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mercedes Bresso, Charlotte Cederschiöld, Mia De Vits, Bert Doorn, Janelly Fourtou, Evelyne Gebhardt, Małgorzata Handzlik, Malcolm Harbour, Anneli Jäätteenmäki, Pierre Jonckheer, Henrik Dam Kristensen, Alexander Lambsdorff, Kurt Lechner, Lasse Lehtinen, Arlene McCarthy, Manuel Medina Ortega, Bill Newton Dunn, Béatrice Patrie, Zuzana Roithová, Luisa Fernanda Rudi Ubeda, Heide Rühle, Andreas Schwab, Eva-Britt Svensson, Marianne Thyssen, Jacques Toubon, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler, Phillip Whitehead, Joachim Wuermeling

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Mario Borghezio, André Brie, António Costa, Simon Coveney, Gisela Kallenbach, Alexander Stubb, Ieke van den Burg, Diana Wallis, Stefano Zappalà

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 178, lid  2)

Anne Van Lancker

Datum indiening – A6

17.12.2004

A6-0073/2004

Opmerkingen

...