VERSLAG over de raming van de inkomsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2006

    27.4.2005 - (2005/2012(BUD))

    Deel 1: Ontwerpresolutie
    Begrotingscommissie
    Rapporteur: Valdis Dombrovskis


    Procedure : 2005/2012(BUD)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0106/2005
    Ingediende teksten :
    A6-0106/2005
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over de raming van de inkomsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2006
    (2005/2012(BUD))

    Het Europees Parlement,

    –   gelet op artikel 272, lid 2, van het EG-Verdrag,

    –   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[1],

    –   gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure[2],

    –   onder verwijzing naar zijn resolutie van 9 maart 2005 over de richtsnoeren voor de afdelingen II, IV, V, VI, VII, VIII (A) en VIII (B) en over het voorontwerp van raming (Afdeling I) van het Europees Parlement voor de begrotingsprocedure 2006[3],

    –   gezien het verslag van de secretaris-generaal aan het Bureau over het voorontwerp van raming van het Parlement voor het begrotingsjaar 2006,

    –   gezien het voorontwerp van raming opgesteld door het Bureau op 11 april 2005 overeenkomstig artikel 22, lid 6, en artikel 73 van zijn Reglement,

    –   gelet op artikel 73 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A6‑0106/2005),

    A. overwegende dat het plafond van rubriek 5 (Administratieve uitgaven) van de financiële vooruitzichten als gevolg van een technische aanpassing is vastgesteld op 6 528 miljoen euro voor de begroting 2006[4]; overwegende dat deze technische aanpassing een verhoging inhoudt met 45 miljoen euro, in prijzen van 2006, ten opzichte van het geraamde bedrag in het verslag van de secretarissen-generaal van 2004,

    B.  overwegende dat 2006 het laatste begrotingsjaar is van de huidige financiële vooruitzichten,

    C. overwegende dat de uitbreiding van 2004 moet worden geconsolideerd en de volgende uitbreiding moet worden voorbereid,

    D. overwegende dat de raming voor 2006 is gebaseerd op de volgende kernparameters: 40 werkweken, inclusief vier achterbanweken, 12 gewone vergaderperiodes en zes extra vergaderperiodes, een salarisaanpassing van 2,3% en een forfaitaire verlaging van 7% voor niet-uitbreidingsgerelateerde posten,

    E.  overwegende dat een aantal voorstellen die momenteel door het Bureau worden uitgewerkt, alsmede de financiële gevolgen ervan, pas voor bestudering beschikbaar zullen zijn bij de eerste lezing van de begroting in het najaar,

    Politieke prioriteiten

    Consolideren van de uitbreiding van 2004 en voorbereiden van de volgende uitbreiding

    1.  is van opvatting dat de afronding van de consolidatie van de uitbreiding van 2004 en de voorbereidingen voor de volgende uitbreiding een belangrijke uitdaging vormen voor de begroting van het Parlement voor 2006;

    2.  is bezorgd over het grote aantal tot dusver niet bezette uitbreidingsposten die in de begroting 2004 en 2005 zijn ingesteld en waarvan eind 2005 waarschijnlijk slechts 78% zal zijn vervuld; acht de vertragingen bij de uitbreidingsgerelateeerde aanwervingsprocedures betreurenswaardig; verzoekt zijn secretaris-generaal vóór 1 juli 2005 een verslag voor te leggen over de aanwervingssituatie; verwacht van zijn secretaris-generaal dat hij in dit verslag specifieke voorstellen opneemt om de vacatureproblemen bij de talendiensten aan te pakken;

    3.  neemt kennis van het voorstel om 13,8 miljoen euro op te nemen op de voorgestelde begrotingsposten voor de voorbereidingen voor de uitbreiding met Roemenië en Bulgarije (waarnemers, personeel, tolken en conferentietechnici, uitrusting, huishoudelijke uitgaven en voorlichting); verwacht dat dit bedrag bij de eerste lezing nader wordt gespecificeerd;

    4.  neemt kennis van het voorstel om 135 uitbreidingsgerelateerde posten in te stellen - 113 posten voor het Secretariaat-generaal (73 A*5/AD5, 4 A*7/AD7, 14 B*3/AST3 en 22 C*1/AST1) en 22 posten bij de fracties (10 A*5/AD5, 4 B*3/AST3 en 8 C*1/AST1) - en zal, afhankelijk van gedetailleerdere rechtvaardigingen voor de voorgestelde posten, bij de eerste lezing de noodzakelijke kredieten toewijzen;

    Efficiënt en rationeel gebruik van kredieten

    5.  benadrukt, eens te meer, het belang van de toepassing van de beginselen van goed financieel beheer en begrotingsdiscipline op de administratieve uitgaven van het Parlement;

    6.  verzoekt om herschikking van posten en hulpbronnen, teneinde de efficiëntie te verhogen; is van mening dat het bezettingsniveau van posten in het algemeen dient te worden verbeterd;

    7.  is van mening dat deelname van het Parlement aan interinstitutionele samenwerking duidelijk dient te worden omschreven in de begrotingsdocumenten, zowel ten aanzien van de uitgaven als ten aanzien van de mogelijke besparingen; verwacht dat de uitgaven en opbrengsten van leningen, huur of dienstverlening duidelijk worden vermeld in de begroting van het Parlement;

    8.  wijst op de gevolgen van de stijging van het aantal personeelsleden dat de komende jaren een pensioenuitkering zal ontvangen; verwacht dat de Administratie van de Commissie komt met voorstellen om te voorkomen dat de druk op de gewone lopende begroting buitensporig hoog wordt, bijvoorbeeld met behulp van een pensioenfonds;

    Naar een meer omvattende begroting

    9.  is ingenomen met de doelstelling te komen tot een gemeenschappelijke interinstitutionele benadering voor de presentatie van de begroting; verzoekt echter om een verder reikende hervorming van de presentatie van de begroting, teneinde de begroting meer omvattend en duidelijker te maken; neemt kennis van de voorstellen voor de herziening van de nomenclatuur; verzoekt de Administratie een vergelijkend overzicht te verstrekken van de vorige en de voorgestelde nomenclatuur, met details per post en de redenen voor de voorgestelde wijzigingen; herinnert aan de bepalingen van het Financieel Reglement en aan zijn interne regels voor overschrijvingen;

    Het Parlement dichter bij de burger brengen

    10. stelt vast dat momenteel voorstellen worden opgesteld om het voorlichtings- en communicatiebeleid van het Parlement te verbeteren; ziet uit naar de voorstellen van het Bureau ten aanzien van de algehele communicatiestrategie en de rol van de voorlichtingsbureaus;

    11. is in afwachting van de voorstellen van het Bureau over versterking van de rol van de externe bureaus om de burgers beter te bereiken; verwacht dat er kredieten zullen worden verstrekt voor de nieuwe externe bureaus in Roemenië en Bulgarije; is van mening dat in informatie die aan een lidstaat wordt verstrekt, rekening moet worden gehouden met nationale verschillen; verwacht gedetailleerde informatie te ontvangen over de passende menselijke hulpbronnen die aan de externe bureaus moeten worden toegewezen, waaronder één persvoorlichter per bureau, en een tijdschema voor hun aanwerving;

    12. ziet uit naar voorstellen voor verbetering van de bezoekersdienst; is bereid de noodzakelijke stappen te ondernemen om ervoor te zorgen dat de onkostenvergoeding voor bezoekersgroepen beter wordt afgestemd op de verschillen in werkelijke kosten, dat het bezoekersprogramma in alle officiële EU-talen beschikbaar is, en dat de kwaliteit van het programma voor bezoekers wordt verbeterd;

    13. is van mening dat de Europarl-website een belangrijk instrument in het voorlichtingsbeleid van het Parlement is en gebruiksvriendelijker gemaakt dient te worden;

    Kwaliteit en doelmatigheid van de parlementaire werkzaamheden

    14. neemt kennis van de voorstellen van de secretaris-generaal voor consolidering van de hervorming van de Administratie van het Parlement ("Raising the game"), teneinde de dienstverlening voor de leden te verbeteren; roept op tot uitvoering van de voorstellen, met name de voorstellen voor assistentie voor de leden bij hun wetgevende taken, met inbegrip van de oprichting van projectteams; benadrukt dat er ook expertise op betrekkelijk korte termijn beschikbaar moet zijn voor de leden;

    15. dringt aan op verbeteringen bij de taalkundige ondersteuning voor parlementaire werkzaamheden; verzoekt om een uitbreiding van de vertaalcapaciteit, zodat de leden in hun eigen taal aan documenten kunnen werken; verzoekt om een betere beschikbaarheid van tolken voor de fracties en hun werkgroepen; verzoekt de Administratie de noodzakelijke maatregelen te treffen met betrekking tot gebouwen en personeel; stelt een gecoördineerde aanpak voor waarbij de andere instellingen worden betrokken, teneinde te kunnen profiteren van eventuele synergie-effecten;

    16. hamert erop dat het Parlement moet handelen binnen zijn eigen prerogatieven; wacht bijgevolg op concrete voorstellen voor het ontwikkelen van acties voor een beter toezicht op alle fases van opstelling, aanneming, omzetting en uitvoering van wetgeving, die noodzakelijk zijn om de leden van de diverse commissies bij te staan in de uitoefening van hun democratische controletaken; wijst erop dat burgers en media gemakkelijk toegang moeten hebben tot een betere "Observatiepost Wetgeving" op de website van het Parlement;

    Personeelsbeleid en verzoeken om niet-uitbreidingsgerelateerde posten

    17. acht het van essentieel belang de aanwervingsprocedures voor personeel te verbeteren, te vereenvoudigen en te versnellen, teneinde te vermijden dat zij buitensporig lang worden; stelt met bezorgdheid vast dat bij het secretariaat-generaal van het Parlement 750 posten niet zijn vervuld en nog eens 150 posten worden vervuld door hulpfunctionarissen of arbeidscontractanten;

    18. stelt vast dat er in dit stadium geen nieuwe posten worden gevraagd voor niet-uitbreidingsgerelateerde behoeften bij het secretariaat-generaal; verwacht dat eventuele verzoeken bij de eerste lezing naar behoren zullen worden onderbouwd;

    19. stelt vast dat voorstellen betreffende nieuwe posten, het opwaarderen van vaste posten, het opwaarderen van tijdelijke posten, het omzetten van posten en eventuele ad-personambevorderingen binnen het secretariaat-generaal van het Parlement zijn uitgesteld tot de eerste lezing; acht dit betreurenswaardig; neemt kennis van het voorstel voor het opwaarderen van 48 posten bij de fracties: 4 A*12 naar A*13, 2 A*11 naar A*12, 2 A*10 naar A*11, 2 A*6 naar A*9, 2 A*8 naar A*9, 1 A*5 naar A*6, 7 B*10 naar B*11, 1 B*8 naar B*9, 5 B*7 naar B*8, 4 B*6 naar B*7, 2 B*5 naar B*6, 2 B*3 naar B*4, 11 C*6 naar C*7, 2 C*2 naar C*3 en 1 C*2 naar C*1;

    20. onderstreept de noodzaak een daadwerkelijk op verdienste gebaseerd bevorderingssysteem voor het personeel op te zetten, teneinde te voorzien in snellere bevorderingsmogelijkheden voor de best presterende ambtenaren; verzoekt zijn secretaris-generaal om vóór 1 juli 2005 het gevraagde voortgangsverslag over de huidige situatie, inclusief specifieke voorstellen, voor te leggen; is voorts in afwachting van de resultaten van het door de secretaris-generaal en de directeuren-generaal ingestelde onderzoek naar de werking van het bevorderingssysteem;

    21. neemt nota van de versnelde verschuiving van hulpfunctionarissen naar arbeidscontractanten; verzoekt de secretaris-generaal vóór 1 juli 2005 een verslag voor te leggen over de situatie van hulpfunctionarissen, freelance personeel en arbeidscontractanten bij het secretariaat-generaal en de fracties, met inbegrip van de begrotingsgevolgen van deze verandering voor alle instellingen; verwacht van de Administratie van het Parlement dat zij duidelijk aangeeft wat de redenen voor deze versnelde verschuiving zijn en wat de gevolgen van deze verandering zijn voor de rechtspositie van personeel, met inbegrip van de taaldocenten;

    22. benadrukt het belang van persoonlijke assistenten voor de werkzaamheden van de leden; ziet uit naar de ophanden zijnde verslagen van de werkgroep van het Bureau inzake assistenten van de leden; steunt, mede om redenen van financiële transparantie, de invoering van een statuut voor assistenten;

    23. verzoekt de Administratie, met het oog op het vergemakkelijken van de overgang naar de bepalingen voor hulpfunctionarissen in het nieuwe Statuut , voor de fracties 40 extra posten beschikbaar te stellen voor tijdelijke assistenten op B*6-niveau; verlangt dat deze posten worden gereserveerd voor reeds lang dienende hulpfunctionarissen en hulpfunctionarissen uit de nieuwe lidstaten die hun vergelijkende onderzoeken nog niet hebben afgerond; verzoekt de Administratie de hiervoor noodzakelijke uitgaven in hoofdstuk 11 te oormerken;

    Overige kwesties

    24. roept op tot een strikte handhaving van de nieuwe regels voor roken in de gebouwen van het Parlement;

    25. herhaalt zijn verzoek om vóór 1 juli 2005 geactualiseerde informatie te ontvangen over de voortgang van het EMAS (Eco-Management and Audit Scheme);

    26. verlangt nadere informatie over de voorgestelde verhoging van de uitgaven voor dienstreizen van het personeel in 2006;

    Globale omvang van de begroting van het Parlement

    27. stelt vast dat de secretaris-generaal in het voorontwerp van raming voorstelt het niveau van de begroting vast te stellen op 20% van rubriek 5 (Administratieve uitgaven) van de financiële vooruitzichten, hetgeen overeenkomt met 1 341,6 miljoen euro en een stijging met 5,5% ten opzichte van de begroting 2005; wacht met het geven van zijn definitieve standpunt over het totaalbedrag voor Afdeling I tot de eerste lezing door het Parlement;

    28. herhaalt zijn standpunt dat het belangrijk is het niveau van zijn begroting vast te stellen op basis van gerechtvaardigde en reële behoeften, teneinde te voorkomen dat eind 2006 kredieten worden geannuleerd; neemt kennis van het voorstel om een marge van 90 456 885 euro in de reserve voor onvoorziene uitgaven op te nemen totdat de nieuwe prioriteiten zijn vastgesteld; is van opvatting dat een realistischere en aanzienlijk lagere marge voor nieuwe prioriteiten in de reserve voor onvoorziene uitgaven moet worden opgenomen; besluit derhalve een bedrag van 60 456 885 euro op te nemen in artikel 101 (Reserve voor onvoorziene uitgaven);

    29. herinnert eraan dat het beleid van het Parlement om zijn belangrijkste gebouwen aan te kopen aanzienlijke besparingen heeft opgeleverd; verzoekt om een geactualiseerd beleidsplan voor het aankopen van gebouwen op de korte en middellange termijn, met inbegrip van opties voor het aankopen van locaties voor externe bureaus en Huizen van Europa; besluit 10 000 000 euro op te nemen op post 2009 "Voorziening met het oog op investeringen in onroerende goederen door de instelling" als weerspiegeling van zijn voornemen om het tot dusver gevolgde gebouwenbeleid voort te zetten; wijst erop dat er sprake is van een aantal onzekerheden in verband met vastgoedprojecten in Brussel en Luxemburg, die aanzienlijke gevolgen voor kunnen hebben voor de begroting;

    30. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

    PROCEDURE

    Titel

    Raming van de inkomsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2006

    Document- en procedurenummers

    2005/2012(BUD)

    Rechtsgrondslag

    art. 272, lid 2, EG-Verdrag

    Reglementsartikel(en)

    art.73

    Commissie ten principale

            Datum verwijzing

    BUDG

     

    Medeadviserende commissie(s)

            Datum verwijzing

     

    Rapporteur
      Datum benoeming

    Valdis Dombrovskis
    6.12.2004

    Vervangen rapporteur

     

    Behandeling in de commissie

    14.3.2005

    11.4.2005

    21.4.2005

     

     

    Datum goedkeuring

    21.4.2005

    Uitslag eindstemming

    voor:                     32

    tegen:                   1

    onthoudingen:     1

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Laima Liucija Andrikienė, Herbert Bösch, Paulo Casaca, Gérard Deprez, Brigitte Douay, Bárbara Dührkop Dührkop, Hynek Fajmon, Szabolcs Fazakas, Markus Ferber, Neena Gill, Dariusz Maciej Grabowski, Ingeborg Gräßle, Louis Grech, Catherine Guy-Quint, Ville Itälä, Anne Elisabet Jensen, Wiesław Stefan Kuc, Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk, Janusz Lewandowski, Vladimír Maňka, Jan Mulder, Gérard Onesta, Giovanni Pittella, Anders Samuelsen, Esko Seppänen, László Surján, Yannick Vaugrenard, Kyösti Tapio Virrankoski, Ralf Walter

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

    Hans-Peter Martin, Paul Rübig, José Albino Silva Peneda, Margarita Starkevičiūtė, Peter Šťastný

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 178, lid 2)

     

    Datum indiening - A6

    27.4.2005

    A6-0106/2005

    Opmerkingen

    ...

    • [1]  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
    • [2]  PB C 172 van 18.6.1999, blz. 1. Akkoord gewijzigd bij Besluit 2003/429/EG (PB L 147 van 14.6.2003, blz. 25).
    • [3]  Aangenomen teksten van die datum, P6_TA-PROV(2005)0067.
    • [4]  Berekening na aftrek van de bijdragen van het personeel aan het pensioenstelsel (180 miljoen euro, prijzen 2006).