VERSLAG over het voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

    2.5.2005 - (COM(2004)0489 – C6‑0166/2004 – 2004/0164(CNS)) - *

    Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
    Rapporteur: Agnes Schierhuber

    Procedure : 2004/0164(CNS)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0127/2005
    Ingediende teksten :
    A6-0127/2005
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

    (COM(2004)0489 – C6‑0166/2004 – 2004/0164(CNS))

    (Raadplegingsprocedure)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2004)0489)[1],

    –   gelet op artikel 37, lid 2, alinea 3 van het EG‑Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6‑0166/2004),

    –   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en het advies van de Commissie begrotingscontrole (A6‑0127/2005),

    1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

    2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG‑Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

    3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

    4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

    5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

    Amendement 1

    Artikel 5, letter a)

    a) de acties die nodig zijn om het gemeenschappelijk landbouwbeleid te analyseren, het te beheren, er toezicht op uit te oefenen, er informatie over uit te wisselen en het ten uitvoer te leggen, alsmede de acties inzake de tenuitvoerlegging van de controlesystemen en de technische en administratieve bijstand;

    a) de acties die nodig zijn om het gemeenschappelijk landbouwbeleid te analyseren, het te beheren, er toezicht op uit te oefenen, er informatie over uit te wisselen en het ten uitvoer te leggen, alsmede de acties inzake de tenuitvoerlegging van de controlesystemen en de technische en administratieve bijstand, met uitzondering van kosten die overeenkomstig artikel 13 niet ten laste van het ELGF komen;

    Motivering

    Door de uitbreiding van de technische bijstand worden communautaire middelen onttrokken aan de eigenlijke doelstelling van de fondsen, stimulering van de landbouw en de plattelandsontwikkeling. Dit druist in tegen artikel 13 waarin bepaald wordt dat de administratieve kosten van de lidstaten niet door het ELGF worden gefinancierd. Er zouden alleen kosten gefinancierd mogen worden met inachtneming van artikel 13 waarin bepaald wordt dat de door de lidstaten en door de begunstigden van steun uit het ELGF verrichte uitgaven voor administratieve en personeelskosten, behoudens volgens de in artikel 41, lid 2, bedoelde procedure gemaakte uitzonderingen, niet door het ELGF worden gefinancierd.

    Amendement 2

    Artikel 16, alinea 2

    De rechtstreekse betalingen mogen echter in geen geval later dan op 15 oktober van het betrokken begrotingsjaar worden uitgekeerd.

    Schrappen

    Motivering

    De regeling moet een zekere speelruimte bieden voor uitzonderingsgevallen, die met name zouden kunnen voortvloeien uit de overschakeling op de nieuwe bedrijfstoeslagregeling.

    Amendement 3

    Artikel 31, lid 4, letter a)

    a) uitgaven zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, die zijn verricht meer dan zesendertig maanden voordat de Commissie de betrokken lidstaat schriftelijk van de resultaten van de verificaties in kennis heeft gesteld;

    a) uitgaven zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, die zijn verricht meer dan vierentwintig maanden voordat de Commissie de betrokken lidstaat schriftelijk van de resultaten van de verificaties in kennis heeft gesteld;

    Motivering

    De thans geldende Verordening nr. 1258/1999 schrijft een termijn van 24 maanden voor, een periode die om praktische redenen ook in acht genomen moet worden. Verlenging van die termijn vergroot de bureaucratische rompslomp, terwijl anderzijds enige tijdsdruk achter de wettigheidscontrole van de uitgaven wenselijk is, zoals ook het geval is in de bestaande regeling.

    Amendement 4

    Artikel 31, lid 4, letter b)

    b) onder artikel 3, lid 1, vallende uitgaven betreffende meerjarenmaatregelen waarvoor de meest recente verplichting die aan de begunstigde is opgelegd, dateert van meer dan zesendertig maanden voordat de Commissie de betrokken lidstaat schriftelijk van de resultaten van de verificaties in kennis heeft gesteld;

    b) onder artikel 3, lid 1, vallende uitgaven betreffende meerjarenmaatregelen waarvoor de meest recente verplichting die aan de begunstigde is opgelegd, dateert van meer dan vierentwintig maanden voordat de Commissie de betrokken lidstaat schriftelijk van de resultaten van de verificaties in kennis heeft gesteld;

    Motivering

    De thans geldende Verordening nr. 1258/1999 schrijft een termijn van 24 maanden voor, een periode die om praktische redenen ook in acht genomen moet worden. Verlenging van die termijn vergroot de bureaucratische rompslomp, terwijl anderzijds enige tijdsdruk achter de wettigheidscontrole van de uitgaven wenselijk is, zoals ook het geval is in de bestaande regeling.

    Amendement 5

    Artikel 31, lid 4, letter c)

    c) uitgaven betreffende in artikel 4 bedoelde programma's waarvoor de saldobetaling is verricht meer dan zesendertig maanden voordat de Commissie de betrokken lidstaat schriftelijk van de resultaten van de verificaties in kennis heeft gesteld.

    c) uitgaven betreffende in artikel 4 bedoelde programma's waarvoor de saldobetaling is verricht meer dan vierentwintig maanden voordat de Commissie de betrokken lidstaat schriftelijk van de resultaten van de verificaties in kennis heeft gesteld.

    Motivering

    De thans geldende Verordening nr. 1258/1999 schrijft een termijn van 24 maanden voor, een periode die om praktische redenen ook in acht genomen moet worden. Verlenging van die termijn vergroot de bureaucratische rompslomp, terwijl anderzijds enige tijdsdruk achter de wettigheidscontrole van de uitgaven wenselijk is, zoals ook het geval is in de bestaande regeling.

    Amendement 6

    Artikel 32, lid 5, alinea 1

    5. Indien de invordering niet heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van het eerste administratief of gerechtelijk procesverbaal, of binnen zes jaar na die datum als over de terugvordering een zaak is aangespannen bij nationale rechtbanken, worden de financiële gevolgen van het achterwege blijven van de invordering na toepassing van de in lid 2 bedoelde inhouding voor 50% door de betrokken lidstaat en voor 50% door de Gemeenschapsbegroting gedragen.

    5. Indien de invordering niet heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van het eerste administratief of gerechtelijk procesverbaal, of binnen zes maanden nadat een definitief rechterlijk vonnis is gewezen, worden de financiële gevolgen van het achterwege blijven van de invordering na toepassing van de in lid 2 bedoelde inhouding voor 50% door de betrokken lidstaat en voor 50% door de Gemeenschapsbegroting gedragen.

    Motivering

    De duur van een rechterlijke procedure kan in gecompliceerde gevallen de zes (6) jaar verre overschrijden. In die gevallen is het dus niet gerechtvaardigd dat de Commissie ter invordering 50% inhoudt, wanneer de lidstaat alle maatregelen heeft genomen voor een juist beheer van de Gemeenschapsmiddelen.

    Amendement 7

    Artikel 43

    Vóór 1 september van elk jaar stelt de Commissie een financieel verslag op over het beheer van het ELGF en het ELFPO in het voorgaande begrotingsjaar.

    Vóór 1 september van elk jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een financieel verslag in over het beheer van het ELGF en het ELFPO in het voorgaande begrotingsjaar.

    Motivering

    Aangezien in Verordening nr. 1258/1999 over de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid uitdrukkelijk wordt bepaald dat het financieel verslag moet worden ingediend bij het Parlement en de Raad, betekent het voorstel van de Commissie een stap achteruit.

    • [1]  PB C .../Nog niet in het PB gepubliceerd.

    TOELICHTING

    Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt tot dusverre door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) gefinancierd. Het EOGFL is onderverdeeld in een afdeling Garantie en een afdeling Oriëntatie:

    · De afdeling Garantie financiert de (verplichte) uitgaven voor de gemeenschappelijke marktordeningen (d.w.z. rechtstreekse betalingen, exportrestituties, interventies), bepaalde uitgaven op veterinair en fytosanitair gebied, alsmede maatregelen voor voorlichting en evaluatie van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

    · Bovendien financiert de afdeling Garantie maatregelen voor plattelandsgebieden buiten de doelstelling-1-gebieden. In de huidige Financiële Vooruitzichten vormen deze uitgaven rubriek 1b.

    · De afdeling Oriëntatie financiert de overige uitgaven voor plattelandsontwikkeling, die niet door de afdeling Garantie van het ELGF worden gefinancierd. Dit betreft dus maatregelen in doelstelling-1-gebieden en het Leader+-initiatief. In de Financiële Vooruitzichten vormen deze uitgaven een deel van rubriek 1b, resp. rubriek 2.

    Het Commissievoorstel

    Het Commissievoorstel is duidelijk gericht op een eenvoudiger structuur van de huidige rechtsgrondslagen van de financiering, vooral met het oog op het beleid inzake plattelandsontwikkeling in de periode 2007-2013. Het bevat bovendien regels voor de begrotingsdiscipline en houdt rekening met de hervorming van het GLB van 2003. De Commissie stelt voor een gemeenschappelijk juridisch kader voor de financiering van beide componenten van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) te creëren en daartoe twee fondsen op te richten:

    · een Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en

    · een Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).

    Het voorstel moet gezien worden in samenhang met het voorstel voor een verordening van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europese Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (COM(2004) 490). Uit dit nieuwe ELFPO moeten in de toekomst alle maatregelen voor plattelandsontwikkeling worden gefinancierd. Zo moet de financiering van de tweede pijler vereenvoudigd worden. Samen met de modulatiemiddelen uit de eerste pijler, die voortvloeien uit de kortingen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1782/2003 moet voor de periode 2007-2013 een bedrag van 88.753 miljard Euro (in prijzen van 2004) voor de EU-27 ter beschikking staan.

    Het ELGF hoeft daarentegen alleen nog maar het "klassieke landbouwbeleid", o.a. interventiemaatregelen, exportrestituties, rechtstreekse betalingen, afzetbevordering en voorlichtingsacties te financieren en niet langer de plattelandsontwikkeling.

    De Commissie wil bovendien een verscherpt beheers-, toezicht- en controlesysteem invoeren om te garanderen dat de afgesproken maxima niet worden overschreden.

    De nieuwe fondsen moeten qua structuur gelijkenis vertonen met het ELGF, nl.:

    · Beheer door een comité, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en de Commissie (artikel 41, comité voor de Landbouwfondsen)

    · Toepassing van de goedkeuringsprocedure op alle uit deze nieuwe fondsen te financieren maatregelen (tot dusverre was dit alleen het geval voor maatregelen van de afdeling Garantie, terwijl maatregelen die door de afdeling Oriëntatie werden gefinancierd in het kader van meerjarige stimuleringsprogramma's werden gecontroleerd).

    Aan de andere kant moeten beide fondsen ook de huidige bijzondere kenmerken behouden:

    · Het ELGF beschikt niet over gesplitste kredieten, terwijl het ELFPO met gesplitste kredieten werkt, waarvoor de regel n+2, gevolgd door een automatische vrijmaking van kredieten, wordt bevestigd.

    · Het betalingsritme is bij de beide fondsen verschillend (maandelijks resp. per kwartaal). De behandeling van bedragen die in verband met onregelmatigheden zijn teruggekregen verschilt eveneens. Zo kan de lidstaat bij het ELFPO die bedragen in het kader van hetzelfde programma voor plattelandsontwikkeling opnieuw gebruiken.

    Advies

    Algemeen

    Bij het Commissievoorstel gaat het, afgezien van het fundamentele besluit over de nieuwe structuur van de landbouwuitgaven veeleer om een "technisch-administratief" dan om een "politiek" dossier. Het politieke hoofddoel is de huidige gecompliceerde financiële structuur te vereenvoudigen en daardoor de doelmatigheid van de uitgaven en de transparantie te verhogen, wat alleen maar kan worden toegejuicht. Dit moet gepaard gaan met een effectieve controle om erop toe te zien dat de middelen worden aangewend waarvoor ze bestemd zijn.

    Of het financieel beheer in de toekomst daadwerkelijk eenvoudiger zal worden moet eerst nog blijken. De betaalorganen moeten namelijk door de verschillende betaalwijze en vastlegging twee systemen voor financieel beheer parallel toepassen. Ook moeten de lidstaten extra stukken ter beschikking stellen, wat tot meer bureaucratie zal leiden.

    Deelaspecten:

    Artikel 5: Uitbreiding van de financiering van de technische bijstand

    De financiering van de technische bijstand moet kunnen worden uitgebreid tot de analyse, het beheer, het toezicht, de informatie-uitwisseling en de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de tenuitvoerlegging van controlesystemen en de technische en administratieve bijstand. Dit moet gebeuren in het kader van het gecentraliseerde financieel beheer van de middelen. Het idee om het beheer van de lidstaten bij de implementering van het landbouwbeleid gedeeltelijk door de Gemeenschap te laten financieren is zeer discutabel, en is ook door het ESC zeer kritisch beoordeeld. Door deze uitbreiding van de technische bijstand worden communautaire middelen aan het eigenlijke doel van de fondsen, stimulering van de landbouw en de plattelandsontwikkeling, onttrokken. Dit druist in tegen hetgeen bepaald is een artikel 13 waarin bepaald wordt dat de kosten van de lidstaten niet door het ELGF worden gefinancierd.

    Artikel 8:

    De certificeringsprocedure moet worden uitgebreid tot toezichtsystemen. Tot dusverre controleerde de certificerende instantie de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de bij de Commissie ingediende jaarrekeningen. Nu moet de certificerende instantie "de beheers-, toezicht- en controlesystemen van de

    erkende betaalorganen alsmede hun jaarrekeningen" certificeren.

    Artikel 16, lid 2:

    In dit lid wordt bepaald dat rechtstreekse betalingen in geen geval later dan op 15 oktober van het betrokken begrotingsjaar mogen worden uitgekeerd. Deze regeling veroorzaakt aanzienlijke problemen bij de implementering van de rechtstreekse betalingen. Ze lijkt te star en moet worden herzien.

    Artikel 31:

    De Commissie kan de financiering afwijzen wanneer de uitgaven niet zijn verricht overeenkomstig de communautaire voorschriften. Dit geldt niet voor uitgaven die zijn verricht meer dan 36 (tot dusverre 24) maanden voordat de Commissie de betrokken lidstaat schriftelijk van de resultaten van de verificaties in kennis heeft gesteld. Deze verlenging van de termijn lijkt overdreven. De huidige regeling moet worden gehandhaafd.

    Artikelen 32 en 33:

    De artikelen 32 en 33 van het voorstel bevatten bijzondere bepalingen voor het ELGF bij onregelmatigheden of nalatigheden bij de terugvordering van bedragen. De Commissie stelt termijnen van vier resp. zes jaren voor de terugvordering van betalingen. Deze termijnen zijn te kort.

    ADVIES van de Commissie begrotingscontrole (21.4.2005)

    aan de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

    inzake het voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid
    (COM(2004)0489 – C6‑0166/2004 – 2004/0164(CNS))

    Rapporteur voor advies: Jan Mulder

    BEKNOPTE MOTIVERING

    Op 2 februari 2005 diende de rapporteur voor advies bij CONT zijn ontwerpadvies in namens de Tijdelijke Commissie beleidsuitdagingen en begrotingsmiddelen in de uitgebreide Unie 2007-2013 (FINP). Hierin zette hij de horizontale punten uiteen die van belang zijn voor begrotingscontrole, en die betrekking hebben op de financiële vooruitzichten 2007-2013 als geheel.

    Het onderhavige ontwerpadvies betreft het concrete wetgevingsvoorstel van de Commissie over de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode 2007-2013.

    Het algemene doel van het voorstel is het vereenvoudigen van de financiële instrumenten op landbouwgebied. Bovendien wordt beoogd de controlestructuren op het niveau van de lidstaten te versterken. Tenslotte wordt aandacht besteed aan wijzigingen van het mechanisme van terugvordering.

    Hoofdkenmerken van de voorgestelde amendementen

    De rapporteur voor advies ondersteunt het idee van een jaarlijkse openbaarmakingsverklaring van de hoogste politieke en beheersautoriteiten van de lidstaten. Dit instrument voor de versterking van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de EU-middelen werd opgenomen op de agenda van CONT door middel van het ontwerpverslag voor kwijting van de Commissie voor 2003. Het wordt verder ontwikkeld in het ontwerpverslag van CONT voor FINP. De rapporteur voor advies is van mening dat dit concept slechts kan worden toegepast wanneer het wordt omgezet in concrete wetgevingsvoorstellen voor de periode 2007-2013. Hij verwelkomt de eerste signalen van de Commissie in deze richting.

    Het voorstel bevat de invoering van een borgingsverklaring ondertekend door het hoofd van de betaalorganen. Bovendien stelt de rapporteur voor advies voor de controle door de Commissie van de betaalorganen verder te verbeteren. Het voorbeeld van de controle door de Commissie van de betaalorganen in de "nieuwe" lidstaten moet ook worden toegepast in de "oude" lidstaten.

    Voor wat betreft het nieuwe mechanisme van terugvordering is de rapporteur voor advies van mening dat het voorstel een stap vooruit betekent, en wel om twee redenen. Het voorstel behelst de invoering van een algemene regel voor een gelijkwaardige verdeling van de lasten in geval van niet-terugvordering: 50% voor de EG-begroting en 50% voor de begroting van de betrokken lidstaat. Met het voorstel wordt tevens de termijn voor terugvordering door de lidstaten aangescherpt (4 jaar respectievelijk 6 jaar in geval van rechtsprocedures). Het voorstel stelt de staten echter nog altijd in staat te profiteren van het uitstellen van de terugvordering, om de volgende redenen: indien de terugvordering slaagt na het verstrijken van de termijnen van vier of zes jaar, kunnen de lidstaten 50% van de teruggevorderde bedragen houden. Indien de betrokken lidstaat kan aantonen dat er geen onregelmatigheden hebben plaatsgevonden met behulp van een definitief administratief of rechtbankbesluit mag deze lidstaat zelfs 100% van de met succes, maar te laat teruggevorderde bedragen behouden.

    AMENDEMENTEN

    De Commissie begrotingscontrole verzoekt de ten principale bevoegde Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Door de Commissie voorgestelde tekstAmendementen van het Parlement

    Amendement 1

    Artikel 6, lid 4 bis (nieuw)

     

    4 bis. Indien een erkend betaalorgaan niet of niet langer aan een of meer van de in lid 1 gestelde voorwaarden voldoet, trekt de Commissie de erkenning in, tenzij de betrokken lidstaat voldoet aan de in lid 4 omschreven verplichtingen.

    Amendement 2

    Artikel 9, lid 1, alinea 1 bis (nieuw)

     

    Onverminderd bovengenoemde verplichtingen geeft elke lidstaat voorafgaand aan de ontvangst van communautaire financiering in jaar N en op jaarbasis een openbaarmakingsverklaring af waarin wordt verklaard dat de financiële controlestructuren zoals vereist door het Gemeenschapsrecht aanwezig zijn en functioneren. De openbaarmakingsverklaring wordt ondertekend door de hoogste politieke en beheersautoriteit (minister van Financiën).

    Amendement 3

    Artikel 32, lid 5, alinea 3

    De verdeling, overeenkomstig de eerste alinea van het onderhavige lid, van de financiële last die het gevolg is van het achterwege blijven van invordering, doet niet af aan de verplichting voor de betrokken lidstaat om de terugvorderingsprocedures overeenkomstig artikel 9, lid 1, voort te zetten. De daarbij teruggekregen bedragen worden voor 50% aan het ELGF gecrediteerd.

    De verdeling, overeenkomstig de eerste alinea van het onderhavige lid, van de financiële last die het gevolg is van het achterwege blijven van invordering, doet niet af aan de verplichting voor de betrokken lidstaat om de terugvorderingsprocedures overeenkomstig artikel 9, lid 1, voort te zetten. De daarbij teruggekregen bedragen worden aan het ELGF gecrediteerd.

    Amendement 4

    Artikel 43

    Vóór 1 september van elk jaar stelt de Commissie een financieel verslag op over het beheer van het ELGF en het ELFPO in het voorgaande begrotingsjaar.

    Vóór 1 september van elk jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een financieel verslag in over het beheer van het ELGF en het ELFPO in het voorgaande begrotingsjaar.

    Motivering

    Aangezien in Verordening nr. 1258/1999 over de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid uitdrukkelijk wordt bepaald dat het financieel verslag moet worden ingediend bij het Parlement en de Raad, betekent het voorstel van de Commissie een stap achteruit.

    PROCEDURE

    Titel

    Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

    Document- en procedurenummers

    COM(2004)0489 – C6‑0166/2004 – 2004/0164(CNS)

    Commissie ten principale

    AGRI

    Medeadviserende commissie
      Datum bekendmaking

    CONT

    16.11.2004

    Nauwere samenwerking

    nee

    Rapporteur voor advies
      Datum benoeming

    Jan Mulder

    22.9.2004

    Behandeling in de Commissie

    16.3.2005

     

     

     

     

    Datum goedkeuring amendementen

    19.4.2005

    Uitslag eindstemming

    voor:

    tegen:

    onthoudingen:

    19

    2

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Inés Ayala Sender, Herbert Bösch, Mogens N.J. Camre, Paulo Casaca, Petr Duchoň, Szabolcs Fazakas, Christofer Fjellner, Ingeborg Gräßle, Ona Juknevičienė, Nils Lundgren, Hans-Peter Martin, Edith Mastenbroek, Véronique Mathieu, Jan Mulder, István Pálfi, Margarita Starkevičiūtė, Kyösti Tapio Virrankoski, Terence Wynn

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

    Jens-Peter Bonde, Daniel Caspary, Ashley Mote

    PROCEDURE

    Titel

    Voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

    Document- en procedurenummers

    COM(2000)0489 – C6‑0166/2004 – 2004/0164(CNS)

    Rechtsgrondslag

    art. 37, lid 2 EGV

    Reglementsartikel(en)

    art. 51

    Datum raadpleging EP

    29.10.2004

    Commissie ten principale
      Datum bekendmaking

    AGRI
    16.11.2004

    Medeadviserende commissie(s)
      Datum bekendmaking

    REGI
    16.11.2004

    CONT
    16.11.2004

    BUDG
    16.11.2004

     

     

     

    Geen advies
      Datum besluit

    REGI
    14.3.2005

    BUDG
    31.1.2005

     

     

     

    Nauwere samenwerking
    Datum bekendmaking

     

     

     

     

     

    Rapporteur(s)
      Datum benoeming

    Agnes Schierhuber
    2.9.2004

     

    Vervangen rapporteur(s)

     

     

    Vereenvoudigde procedure
      Datum besluit

     

    Betwisting rechtsgrondslag
      Datum JURI-advies

     

    /

     

     

     

    Wijziging financiële voorzieningen
      Datum BUDG-advies

     

    /

     

     

     

    Raadpleging Europees Economisch en Sociaal Comité
      Datum EP-besluit

     

    Raadpleging Comité van de regio's
      Datum EP-besluit

     

    Behandeling in de commissie

    22.11.2004

    15.3.2005

    18.4.2005

    26.4.2005

     

    Datum goedkeuring

    26.4.2005

    Uitslag eindstemming

    voor:

    tegen:

    onthoudingen:

    35

    0

    2

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Filip Adwent, Peter Baco, Katerina Batzeli, Thijs Berman, Niels Busk, Luis Manuel Capoulas Santos, Albert Deß, Joseph Daul, Gintaras Didžiokas, Duarte Freitas, Jean-Claude Fruteau, Ioannis Gklavakis, Lutz Goepel, Bogdan Golik, Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf, María Esther Herranz García, Albert Jan Maat, Mairead McGuinness, Neil Parish, María Isabel Salinas García, Agnes Schierhuber, Willem Schuth, Czesław Adam Siekierski, Csaba Sándor Tabajdi, Witold Tomczak, Kyösti Tapio Virrankoski, Janusz Wojciechowski

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

    Milan Horáček, Wiesław Stefan Kuc, Véronique Mathieu, Hans-Peter Mayer, James Nicholson, Bogdan Pęk, Markus Pieper, Zdzisław Zbigniew Podkański

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 178, lid  2)

    Luis Yañez-Barnuevo García, Antonio Masip Hidalgo

    Datum indiening – A[5]

    25.4.2005

    A6‑0127/2005

    Opmerkingen

    -