Procedure : 2002/0047(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0207/2005

Ingediende teksten :

A6-0207/2005

Debatten :

PV 05/07/2005 - 6

Stemmingen :

PV 06/07/2005 - 4.3

Aangenomen teksten :

P6_TA(2005)0275

AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING     ***II
PDF 204kWORD 139k
21.6.2005
PE 357.776v02-00 A6-0207/2005

betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen

(11979/1/2004 – C6‑0058/2005 – 2002/0047(COD))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Michel Rocard

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen

(11979/1/2004 – C6‑0058/2005 – 2002/0047(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (11979/1/2004 – C6‑0058/2005),

–   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2002)0092)(2),

–   gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

–   gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie juridische zaken (A6‑0207/2005),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 5 bis (nieuw)

 

(5 bis) De regels van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien dat op 5 oktober 1973 in München werd ondertekend, met name artikel 52 ervan betreffende de beperkingen van de octrooieerbaarheid, dienen te worden bevestigd en verduidelijkt.

Amendement 2

Overweging 8 bis (nieuw)

(8 bis) De lidstaten dienen de voorschriften van deze richtlijn na te leven wanneer zij handelen in het kader van het Europees Octrooiverdrag.

Motivering

Met dit amendement wordt erkend dat de lidstaten tevens verdragsluitende staten bij het Europees Octrooiverdrag zijn en dat zij een zekere invloed hebben op de praktijk van het Europees Octrooibureau, met name om erop toe ze zien dat het Europees Octrooibureau deze richtlijn naleeft.

Amendement 3

Overweging 8 ter (nieuw)

(8 ter) In het Europees Octrooiverdrag is bepaald dat het Europees Octrooibureau onder toezicht van de Raad van bestuur van de Europese Octrooiorganisatie staat en dat de voorzitter van het Europees Octrooibureau verantwoording voor de werkzaamheden aan de Raad van bestuur verschuldigd is. De Raad van bestuur bestaat uit de vertegenwoordigers van de verdragsluitende staten bij het Europees Octrooiverdrag waaronder de lidstaten van de Europese Unie een duidelijke meerderheid vormen. Deze vertegenwoordigers nemen de besluiten die in hun macht liggen om ervoor te zorgen dat het Europees Octrooibureau deze richtlijn naleeft.

Motivering

Met dit amendement wordt erkend dat de lidstaten tevens verdragsluitende staten bij het Europees Octrooiverdrag zijn en dat zij een zekere invloed hebben op de praktijk van het Europees Octrooibureau, met name ten aanzien van het handhaven van hoge normen voor de behandeling van octrooiaanvragen, in het bijzonder in het licht van de uitvinderswerkzaamheid en de "technische bijdrage", zoals bedoeld in onderhavige richtlijn.

Bovendien wordt de lidstaten (in de Raad) verzocht om elk jaar verslag aan het Europees Parlement uit te brengen over hetgeen in de praktijk is gedaan om het Europees Octrooibureau in dit verband te beïnvloeden en over de vooruitgang die is geboekt bij de verwezenlijking van het doel om de toekenning van waardeloze octrooien tot een minimum te beperken.

Amendement 4

Overweging 10 bis (nieuw)

(10 bis) Er is sprake van een technische bijdrage, indien technische overwegingen bijdragen tot de oplossing van een technisch probleem. Er is geen sprake van een technische bijdrage, indien het onderwerp van het octrooi alleen bestaat uit ontdekkingen, wetenschappelijke theorieën, wiskundige methoden, esthetische vormgevingen, stelsels, regels en methoden voor het verrichten van geestelijke arbeid, voor het spelen of voor de bedrijfsvoering, in computerprogramma's of de presentatie van gegevens, zonder dat dit beperkt is tot nieuwe, niet voor de hand liggende en technische onderwerpen die kunnen worden gecreëerd of in een bedrijfstak gebruikt

Motivering

Er dient verduidelijkt te worden wat verstaan wordt onder "technische bijdrage". De positieve definitie van de technische bijdrage is moeilijk te geven en moet uiteraard openstaan voor diverse interpretaties, maar het is van belang aan te geven welke interpretaties voor deze uitdrukking niet in het kader van de richtlijn worden opgenomen.

Amendement 5

Overweging 11

(11) Opdat een uitvinding als octrooieerbaar kan worden beschouwd, moet zij een technisch karakter hebben, en aldus behoren tot een gebied van de technologie.

(11) Opdat een uitvinding als octrooieerbaar kan worden beschouwd, moet zij een technisch karakter hebben, en aldus behoren tot een gebied van de technologie. Zij moet bovendien voor industriële toepassing geschikt zij, nieuw zijn en betrekking hebben op een uitvinding.

Motivering

Er dient herinnerd te worden aan de voorwaarden van octrooieerbaarheid.

Amendement 6

Overweging 12

(12)     De algemene regel is dat uitvindingen, om op uitvinderswerkzaamheid te berusten, een technische bijdrage tot de stand van de techniek moeten leveren.

(12)     De algemene regel is dat uitvindingen, om op uitvinderswerkzaamheid te berusten, een nieuwe technische bijdrage tot de stand van de techniek moeten leveren.

Amendement 7

Overweging 14 bis (nieuw)

(14 bis) Onder de gegevensverweking in de zin van deze richtlijn valt geen afbakening van de fysieke gevolgen en de omzetting ervan in gegevens.

Motivering

De methode van dataverwerking heeft geen betrekking op de interfaces die genoemd worden in de overweging en die thuishoren op een technologisch gebied.

Amendement 8

Overweging 15

(15) Indien de bijdrage aan de stand van de techniek uitsluitend betrekking heeft op een niet-octrooieerbaar onderwerp, kan er geen sprake zijn van een octrooieerbare uitvinding, ongeacht de manier waarop het onderwerp in de conclusies wordt voorgesteld. Het vereiste van een technische bijdrage kan bijvoorbeeld niet omzeild worden door in de octrooiaanvraag louter de technische middelen te specificeren.

(15) Indien de bijdrage aan de stand van de nijverheid uitsluitend betrekking heeft op een niet-octrooieerbaar onderwerp, kan er geen sprake zijn van een octrooieerbare uitvinding, ongeacht de manier waarop het onderwerp in de conclusies wordt voorgesteld. Het vereiste van een technische bijdrage kan bijvoorbeeld niet omzeild worden door in de octrooiaanvraag louter de technische middelen te specificeren.

Motivering

Er kan geen sprake zijn van een bijdrage aan de stand van de techniek door een zaak die niet octrooieerbaar is omdat het om een zaak van niet-technische aard gaat. Als het om niet-technische gebieden gaat, kan men echter wel van de stand van de nijverheid spreken.

Een bijdrage aan de stand van de nijverheid moet per definitie technisch van aard zijn.

Amendement 9

Overweging 17 bis (nieuw)

(17 bis) De lidstaten zorgen ervoor dat de beschrijving uitsluitsel geeft over de geclaimde uitvinding in zulke bewoordingen dat het technische probleem en de oplossing ervan, alsmede de uitvinderswerkzaamheid begrijpelijk zijn.

Motivering

Er dient duidelijker te worden gepreciseerd welke elementen moeten worden omschreven in een octrooiaanvraag. De uitvinder moet het technisch probleem en de oplossing ervan op begrijpelijke manier uitleggen.

Amendement 10

Overweging 20

(20)     De concurrentiepositie van het bedrijfsleven van de Gemeenschap ten opzichte van zijn voornaamste handelspartners zal verbeteren indien de bestaande verschillen in de rechtsbescherming van in computers geïmplementeerde uitvindingen worden weggewerkt en de juridische situatie duidelijk is. Gelet op de huidige trend bij de traditionele verwerkende industrie om haar werkzaamheden naar lagelonenlanden buiten de Gemeenschap te verplaatsen, spreekt het belang van de bescherming van intellectuele eigendom en met name van octrooibescherming voor zich.

(20)     De concurrentiepositie van het bedrijfsleven van de Gemeenschap ten opzichte van zijn voornaamste handelspartners zal verbeteren indien de bestaande verschillen in de rechtsbescherming van in computers geïmplementeerde uitvindingen worden weggewerkt en de juridische situatie duidelijk is.

Amendement 11

Overweging 20 bis (nieuw)

(20 bis) Kleine en middelgrote ondernemingen (KMO) zijn van essentieel belang voor het economisch succes en het concurrentievermogen op de wereldmarkt van de Europese Unie en haar lidstaten. De intellectuele eigendomsrechten komen evenzeer ten goede aan de kleine en middelgrote ondernemingen als aan de grotere eenheden. Om ervoor te zorgen dat met deze richtlijn de belangen van de kleine en middelgrote ondernemingen worden gediend, dient een Comité voor technologische innovatie in het midden- en kleinbedrijf te worden opgericht. Dit Comité dient zich te richten op met octrooien verband houdende kwesties die voor deze ondernemingen van belang zijn en deze kwesties, waar nodig, onder de aandacht van de Commissie te brengen.

Motivering

Dit amendement heeft betrekking op artikel 10, dat in eerste lezing door het Europees Parlement werd goedgekeurd.

Op het ogenblik nemen KMO's actief deel in het Europese CII octrooisysteem. KMO's vormen zelfs de meerderheid van de aanvragers voor CII-octrooien. Teneinde ervoor te zorgen dat KMO's actief blijven deelnemen en om hen in de gelegenheid te stellen hun betrokkenheid te vergroten, wordt in dit amendement de oprichting voorgesteld van een comité dat gericht is op kwesties die de KMO's betreffen en dat tevens noodzakelijke hervormingen kan voorstellen.

Amendement 12

Overweging 21

(21) Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de toepassing van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, met name indien een dominante leverancier het gebruik weigert toe te staan van een geoctrooieerde techniek die uitsluitend nodig is voor de conversie van de in twee verschillende computersystemen of netwerken gebruikte conventies, zodat communicatie en gegevensuitwisseling tussen die systemen of netwerken onderling mogelijk worden.

(21) Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de toepassing van de mededingingsregels, met name de artikelen 81 en 82 van het Verdrag.

Motivering

Een beknoptere tekst is nodig om met name aan de in de artikelen 81 en 82 genoemde doelstelling te herinneren.

Amendement 13

Overweging 21 bis (nieuw)

(21 bis) Octrooien vervullen een belangrijke rol in de Europese innovatie. Met het oog op de doelmatige werking van het octrooisysteem is het belangrijk toe te zien op de ontwikkelingen in deze sector met inbegrip van de ontwikkelingen inzake octrooien op in computers geïmplementeerde uitvindingen. Te dien einde moeten relevante gegevens worden verzameld en passende verslagen worden opgesteld. Dergelijke verslagen dienen informatie te bevatten over met name de deelneming van het midden- en kleinbedrijf aan het systeem van octrooien voor in computers geïmplementeerde uitvindingen.

Motivering

Dit amendement heeft betrekking op artikel 10 dat in eerste lezing door het Europees Parlement werd goedgekeurd.

De bestaande statistieken tonen aan dat KMO's in vrij ruime mate deelnemen aan het CII-octrooiproces. Alle belanghebbende partijen zijn het er echter over eens dat aanvullende en omvangrijker statistische gegevens over CII-octrooien nuttig zouden zijn. Bovenbedoeld amendement kan ervoor zorgen dat dergelijke gegevens worden verzameld.

Amendement 14

Artikel 1

Deze richtlijn stelt regels vast voor de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen.

Deze richtlijn stelt regels vast voor de octrooieerbaarheid van computerondersteunde uitvindingen.

Motivering

De formulering "in computers geïmplementeerde" is niet geschikt. In computers geïmplementeerde software is immers geen uitvinding, aangezien software niet octrooieerbaar is. De computer en het programma dat erop draait, worden enkel gebruikt voor de controle van een hardware-uitvinding. Daarom is deze wijziging nodig. Bovendien wordt de formulering "in computers geïmplementeerde uitvinding" door specialisten niet gebruikt, terwijl dit wel het geval is voor "computerondersteund", zoals in computerondersteund ontwerp en computerondersteunde fabricage (CAD/CAM, computer-aided design and manufacturing).

Amendement 15

Artikel 2, letter (a)

a)        "in computers geïmplementeerde uitvinding": een uitvinding voor de werking waarvan het gebruik van een computer, computernetwerk of een ander programmeerbaar apparaat nodig is, en die één of meer kenmerken heeft die geheel of gedeeltelijk door middel van een computerprogramma of computerprogramma's worden gerealiseerd;

a)        "computerondersteunde uitvinding": een uitvinding voor de werking waarvan het gebruik van een programmeerbaar apparaat nodig is;

Motivering

Eenvoudigere definitie van een "computerondersteunde uitvinding".

Amendement 16

Artikel 2, letter b)

b) "technische bijdrage": een bijdrage tot de stand van de techniek op een gebied van de technologie die nieuw is en voor een deskundige niet voor de hand ligt. De technische bijdrage wordt beoordeeld door het bepalen van het verschil tussen de stand van de techniek en de reikwijdte van de in haar geheel beschouwde octrooiconclusie, die technische kenmerken moet omvatten, ongeacht of deze vergezeld gaan van niet-technische kenmerken.

b) "technische bijdrage": een bijdrage tot de stand van de techniek op een gebied van de technologie. De technische bijdrage wordt gevormd door het aantal kenmerken waarin de reikwijdte van de octrooiconclusie wordt beschouwd als af te wijken van de stand van de techniek. De bijdrage moet technische van aard zijn, dat wil zeggen technische kenmerken omvatten en tot het gebied van de technologie behoren. Zonder technische bijdrage is er geen sprake van een octrooieerbare uitvinding. De technische bijdrage moet voldoen aan de voorwaarden van octrooieerbaarheid en moet met name nieuw zijn en voor een deskundige niet voor de hand liggen.

Amendement 17

Artikel 2, letter (b bis) (nieuw)

(b bis) "gebied van de technologie", ook "technologisch gebied" of "technisch gebied" genoemd: toepassingsterrein dat het gebruik van beheersbare natuurkrachten vereist voor het verkrijgen van voorspelbare resultaten van fysieke aard.

Motivering

Met dit amendement wordt de formulering "gebied van de technologie" uit artikel 27 van de TRIPS-overeenkomst verduidelijkt. Het is een verbeterde versie van artikel 2, letter (c) uit de eerste lezing door het Parlement. Een discipline wordt gewoonlijk niet gekenmerkt door het toepassingsgebied ervan, maar door de manier waarop er nieuwe kennis mee wordt verkregen. Belangrijk voor de verlening van octrooien is op welk gebied kennis is verkregen, niet op welk gebied de toepassingen zich situeren. Bovendien is industriële toepasbaarheid een afzonderlijke vereiste om voor een octrooi in aanmerking te komen. De octrooieerbaarheidsvoorwaarden moeten op zichzelf staan en zo weinig mogelijk van elkaar afhangen.

Amendement 18

Artikel 2, letter (b ter) (nieuw)

(b ter) "Technisch": behorend tot een gebied van de technologie.

Motivering

Het verschil tussen het Europese octrooisysteem en dat van de Verenigde Staten is dat octrooieerbare uitvindingen in Europa een technisch karakter moeten hebben, d.w.z. tot een gebied van de technologie in octrooirechtelijke zin moeten behoren. Met dit amendement wordt de relatie tussen de beide termen gedefinieerd.

Amendement 19

Artikel 2, letter (b quater ) (nieuw)

(b quater) "interoperabiliteit": de mogelijkheid van de computerprogramma's om te communiceren en informatie uit te wisselen met andere computerprogramma's, waarbij beide programma's de uitgewisselde informatie kunnen gebruiken, met inbegrip van de mogelijkheid om bestandsformaten, protocollen, regels, interface-informatie en conventies te gebruiken, om te zetten en uit te wisselen, om mogelijk te maken dat een dergelijk computerprogramma met andere computerprogramma's en met gebruikers samenwerkt op alle manieren waarop bedoeld is dat zij functioneren.

Motivering

Interoperabiliteit en wat hiervoor is vereist, moeten in het kader van deze richtlijn precies worden gedefinieerd.

Amendement 20

Artikel 3, alinea 1

Om octrooieerbaar te zijn, moet een in computers geïmplementeerde uitvinding industrieel toepasbaar zijn, nieuw zijn en op uitvinderswerkzaamheid berusten. Om op uitvinderswerkzaamheid te berusten, moet een in computers geïmplementeerde uitvinding een technische bijdrage leveren.

Om octrooieerbaar te zijn, moet een in computers geïmplementeerde uitvinding industrieel toepasbaar zijn en een technische bijdrage betekenen. De uitvinderswerkzaamheid wordt beoordeeld aan de hand van het verschil tussen alle technische en niet-technische kenmerken van de octrooiconclusie en de bestaande stand van zaken.

Amendement 21

Artikel 3, alinea 1 bis (nieuw)

De uitvinding moet in de octrooiaanvraag op voldoende duidelijke en volledige wijze worden beschreven, zodat zij door een deskundige kan worden aangewend.

Motivering

Met dit amendement wordt expliciet verduidelijkt dat een uitvinding in de octrooiaanvraag duidelijk en volledig moet worden gepresenteerd, zodat zij door iemand die op het terrein in kwestie actief is, kan worden aangewend. De term "deskundige" is in het octrooirecht gangbaar en slaat op iemand met gemiddelde bekwaamheid op het technische terrein in kwestie.

Amendement 22

Artikel 5, lid 1

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een in computers geïmplementeerde uitvinding kan worden geclaimd als product, dat wil zeggen als een geprogrammeerde computer, een geprogrammeerd computernetwerk of een ander geprogrammeerd apparaat, of als een werkwijze die door zo een computer, computernetwerk of apparaat door middel van het toepassen van software wordt benut.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een computerondersteunde uitvinding alleen kan worden geclaimd als product, dat wil zeggen als een geprogrammeerd apparaat of als een technisch productieprocédé dat door zo een apparaat wordt benut.

Motivering

Voor een computerprogramma op zich of een computerprogramma op een drager kan geen octrooiaanvraag worden ingediend, aangezien dit erop zou neerkomen dat de octrooieerbaarheid van software wordt toegestaan op grond dat de software zelf octrooieerbare technische kenmerken heeft, hetgeen niet het geval kan zijn. Een computerondersteunde uitvinding kan bijgevolg alleen als een technisch productieprocédé of als een door software gecontroleerd apparaat worden geclaimd. Dit lid komt overeen met artikel 7, lid 1 dat door het Parlement werd goedgekeurd in eerste lezing.

Amendement 23

Artikel 5, lid 2 bis (nieuw)

2 bis. Wanneer individuele software-elementen worden gebruikt in een kader waar geen sprake is van de realisatie van een geldig geclaimd product of werkwijze, vormt dit gebruik geen octrooi-inbreuk.

Motivering

Alleen wanneer software-elementen in het kader van de realisatie van de in computers geïmplementeerde uitvinding worden gebruikt, hebben de aanvragen die overeenkomstig lid 1 worden ingediend, betrekking op de software en kunnen inbreuken worden vastgesteld. Dit moet niet alleen in overweging 17, maar ook in artikel 5 worden bepaald.

Amendement 24

Artikel 5, lid 2 ter (nieuw)

2 ter. Een conclusie als bedoeld in lid 2 biedt alleen bescherming voor het gebruik dat in het desbetreffende octrooi is omschreven.

Motivering

Als aanvulling op de duidelijkere formulering van artikel 5, lid 2.

Amendement 25

Artikel 6 bis (nieuw)

 

Artikel 6 bis

 

1. De lidstaten zorgen ervoor dat, op redelijke en niet-discriminatoire voorwaarden vergunningen beschikbaar zijn voor het gebruik van in computers geïmplementeerde uitvindingen, wanneer dit gebruik:

(a) onmisbaar is voor het bereiken van interoperabiliteit tussen computerprogramma's en

(b) in het openbaar belang is.

2. Op het openbaar belang wordt een beroep gedaan in gevallen die in de artikelen 81 en 82 van het Verdrag worden verboden.

3. Redelijke en niet-discriminatoire voorwaarden zullen met name betrekking hebben op

(a) de kosten voor het verwerven van alle nodige vergunningen van andere relevante rechthebbenden voor het geoctrooieerde product, systeem, netwerk of de geoctrooieerde dienstverrichting.

(b) de algemeen geldende handelsvoorwaarden voor die categorie van geoctrooieerde producten, systemen, netwerken of de geoctrooieerde dienstverrichtingen, en

(d) de O&O-investeringen van de octrooihouder.

 

Amendement 26

Artikel 7

De Commissie gaat na wat het effect is van in computers geïmplementeerde uitvindingen op innovatie en mededinging, zowel in Europa als internationaal, op het Europese bedrijfsleven, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf, op de open-sourcegemeenschap, en op de elektronische handel.

De Commissie gaat na wat het effect is van in computers geïmplementeerde uitvindingen op innovatie en mededinging, zowel in Europa als internationaal, op het Europese bedrijfsleven, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf, met inbegrip van de elektronische handel, met name vanuit het oogpunt van werkgelegenheid in kleine en middelgrote ondernemingen.

Motivering

Aangezien de Europese economie specifiek gebaseerd is op de netwerken van kleine en middelgrote ondernemingen waarvan de productkwaliteit een concurrentievoordeel oplevert, en deze de negatieve weerslag zouden kunnen ondervinden van de inwerkingtreding van onderhavige richtlijn, lijkt het juist om in te grijpen ten einde de mogelijke ongunstige gevolgen in te dammen, die in de economie en de productie van de lidstaten zullen optreden.

De Commissie moet toezien op de gevolgen van in computers geïmplementeerde uitvindingen, niet alleen vanuit het oogpunt van innovatie en concurrentievermogen, maar ook uit dat van de werkgelegenheid, met name in kleine en middelgrote bedrijven die er de negatieve gevolgen van zouden kunnen ondergaan, maar die een sleutelrol spelen bij het niveau van de werkgelegenheid in Europa, die volgens de strategie van Lissabon één van de hoofddoelstellingen van de Unie is.

Amendement 27

Artikel 7 bis (nieuw)

Artikel 7 bis

In verband met het toezicht op de naleving van de in artikel 7 van deze richtlijn verlangde plicht tot monitoring wordt een Comité voor technologische innovatie in het midden- en kleinbedrijf opgericht, hierna genoemd "het Comité".

2. Het Comité:

a) onderzoekt de gevolgen van octrooien voor in computers geïmplementeerde uitvindingen voor het midden- en kleinbedrijf en vestigt de aandacht op problemen;

b) ziet toe op de deelneming van het midden- en kleinbedrijf aan het octrooisysteem, waarbij met name aandacht wordt besteed aan octrooien voor in computers geïmplementeerde uitvindingen, en denkt na over wetgevende of andere op het niveau van de Europese Unie te nemen initiatieven terzake of beveelt deze aan;

c) vergemakkelijkt de uitwisseling van informatie over relevante ontwikkelingen op het gebied van octrooien voor in computers geïmplementeerde uitvindingen die van invloed kunnen zijn op de belangen van het midden- en kleinbedrijf.

Motivering

Dit amendement houdt verband met artikel 10 (Monitoring) dat door het Europees Parlement in eerste lezing is aangenomen.

Momenteel neemt het midden- en kleinbedrijf actief deel aan het Europees CII octrooisysteem. Kleine en middelgrote ondernemingen zijn bij het aanvragen van CII octrooien immers in de meerderheid. Om te zorgen voor een ononderbroken en actieve deelneming van de kleine en middelgrote ondernemingen en om kansen te bieden voor het vergroten van hun betrokkenheid, wordt in dit amendement voorgesteld een comité op te zetten dat zich vooral met kwesties inzake het midden- en kleinbedrijf bezighoudt en bevoegd is om de nodige hervormingen voor te stellen.

Amendement 28

Artikel 7 ter (nieuw)

Artikel 7 ter

De Commissie verricht een haalbaarheidsonderzoek naar de instelling van een fonds voor het midden- en kleinbedrijf om financiële, technische en administratieve bijstand te bieden aan het midden- en kleinbedrijf bij kwesties die verband houden met de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen.

Motivering

Met dit amendement wordt voorgesteld dat de Europese Commissie de mogelijkheid bestudeert van een fonds voor het midden- en kleinbedrijf om deze bedrijven te helpen volledig deel te nemen aan en te profiteren van de octrooiregeling voor in computers geïmplementeerde uitvindingen.

Amendement 29

Artikel 8, inleidende formulering

De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad uiterlijk ..…* verslag uit over:

_____

* vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad uiterlijk ..…* verslag uit over:

_____

* drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Motivering

Er is een duidelijk termijn voor het verslag van de Commissie nodig, maar ook voor de eerste evaluatie van de richtlijn overeenkomstig artikel 9. De termijn van vijf jaar kan in tweeën worden gedeeld, zodat de Commissie over drie jaar daadwerkelijk verslag aan het Europees Parlement en de Raad kan uitbrengen en de richtlijn vijf jaar na de inwerkingtreding kan evalueren.

Amendement 30

Artikel 8, punt a bis (nieuw)

a bis) deelneming van het midden- en kleinbedrijf aan het octrooisysteem voor in computers geïmplementeerde uitvindingen. Een dergelijk verslag omvat gegevens, voorzover mogelijk, over aanvragers en ontvangers van octrooien voor in computers geïmplementeerde uitvindingen;

Motivering

Dit amendement houdt verband met artikel 10 (Monitoring) dat door het Europees Parlement in eerste lezing is aangenomen.

Uit bestaande statistieken wordt duidelijk dat het midden- en kleinbedrijf op vrij grote schaal aan het CII octrooiproces deelneemt. Onder alle betrokken partijen bestaat er echter een consensus dat extra en uitgebreidere statistische gegevens over CII octrooien wenselijk zijn. Bovenstaand amendement zou ervoor zorgen dat dergelijke gegevens worden verzameld.

Amendement 31

Artikel 8, letter (b)

b) de vraag of de regels betreffende de duur van de octrooibescherming en het bepalen van de octrooieerbaarheidseisen, meer bepaald nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid en de passende reikwijdte van de conclusies, adequaat zijn en of het, gelet op de internationale verplichtingen van de Gemeenschap, wenselijk en juridisch mogelijk is die regels te wijzigen;

b) de vraag of de regels betreffende de duur van de octrooibescherming en het bepalen van de octrooieerbaarheidseisen, meer bepaald nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid en de passende reikwijdte van de conclusies, adequaat zijn,

Motivering

Het laatste deel van de tekst van het gemeenschappelijk standpunt is niet nodig.

Amendement 32

Artikel 8, letter (g bis) (nieuw)

g bis) ontwikkelingen in de interpretatie van de termen "technische bijdrage" en "uitvinderswerkzaamheid" door octrooibureaus en octrooirechtbanken in het licht van de toekomstige ontwikkeling van de technologie.

Motivering

Parlement en Raad moeten op de hoogte worden gesteld van de praktijk van het verlenen van octrooien uit hoofde van deze richtlijn. Speciale aandacht dient te worden besteed aan de interpretatie van de meest relevante juridische definities.

Amendement 33

Artikel 8, letter (g ter) (nieuw)

g ter) de vraag of de in deze richtlijn opgenomen optie van het gebruik van een geoctrooieerde uitvinding met als enig doel te zorgen voor de interoperabiliteit van twee systemen toereikend is;

Amendement 34

Artikel 8, letter (g quater) (nieuw)

g quater) het haalbaarheidsonderzoek naar de instelling van een fonds voor het midden- en kleinbedrijf;

Motivering

Er wordt voorgesteld dat de Europese Commissie de mogelijkheid bestudeert om een fonds voor het midden- en kleinbedrijf op te zetten om deze bedrijven te helpen volledig deel te nemen aan en te profiteren van de octrooiregeling voor in computers geïmplementeerde uitvindingen.

Amendement 35

Artikel 8, letter (g quinquies) (nieuw)

g quinquies) de vraag of zich moeilijkheden hebben voorgedaan ten gevolge van de toekenning van octrooien voor in computer geïmplementeerd uitvindingen die niet beantwoorden aan de reglementaire vereisten voor de octrooieerbaarheid, ten aanzien van de eis dat

i) met de uitvinding een uitvinderswerkzaamheid gemoeid is en

ii) de uitvinding een technische bijdrage levert

overeenkomstig artikel 4, lid 1, en als zodanig wettelijk niet had moeten worden verleend.

Motivering

Aldus wordt ingegaan op de bezorgdheid die is geuit over het toekennen van triviale octrooien die niets waard zijn. Er wordt de Commissie een nieuw initiatief geboden om aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit te brengen over de vraag of zich in de praktijk problemen hebben voorgedaan met octrooien die wettelijk niet hadden mogen worden toegekend. Dit is een stimulans voor het Europees Octrooibureau en de nationale octrooibureaus om bij de behandeling van octrooiaanvragen de hoogste normen te handhaven waardoor het risico dat waardeloze octrooien worden toegekend, tot een minimum wordt beperkt.

Amendement 36

Artikel 8, letter (g sexies) (nieuw)

(g sexies) de vraag of deze richtlijn de gewenste effecten heeft gesorteerd ten aanzien van de harmonisatie en verduidelijking van de rechtsregels inzake de octrooieerbaarheid van in computer geïmplementeerde uitvindingen.

Motivering

Ter evaluatie van de vraag of de doelstellingen van deze richtlijn zijn verwezenlijkt.

Amendement 37

Artikel 8, letter (g septies) (nieuw)

g septies) de ontwikkelingen van de wereldwijde octrooisystemen op het gebied van in computers geïmplementeerde uitvindingen ten aanzien van de (onder a) tot en met d) en f) tot en met g ter)) genoemde aspecten.

Motivering

De ontwikkeling van de octrooisystemen in de belangrijkste rechtssystemen, met name de mogelijkheid van een wereldwijd octrooisysteem, moet nauwlettend in de gaten worden gehouden.

Amendement 38

Artikel 8, alinea 1 bis (nieuw)

De Commissie dient binnen een jaar een voorstel in voor een doeltreffend octrooi van de Europese Gemeenschap waarin is voorzien in democratische controle door het Europees Parlement op het Europees Octrooibureau en het Europees Octrooiverdrag.

Motivering

Met het oog op de rechtszekerheid en het verwezenlijken van de doelstellingen van Lissabon is het wenselijk om in de hele Europese Unie over één enkel octrooisysteem te beschikken.

Amendement 39

Artikel 8 bis (nieuw)

Artikel 8 bis

1. De lidstaten zorgen ervoor dat hun vertegenwoordigers in de Raad van bestuur van het Europees Octrooibureau de maatregelen nemen die in hun macht liggen om erop toe te zien dat het Europees Octrooibureau slechts Europese octrooien verleent, indien aan de vereisten van het Europees Octrooiverdrag is voldaan, met name ten aanzien van de uitvinderswerkzaamheid en technische bijdrage, zoals bedoeld in punt b) van artikel 2.

2. De Raad legt aan het Europees Parlement een jaarlijks verslag voor over de werkzaamheden van de vertegenwoordigers van de lidstaten die verdragsluitende partijen bij het Europees Octrooiverdrag zijn, in de Raad van bestuur van het Europees Octrooibureau, alsmede over de vooruitgang die is geboekt bij de verwezenlijking van de in lid 1 bedoelde doelstellingen.

Motivering

Met dit amendement wordt erkend dat de lidstaten tevens verdragsluitende staten bij het Europees Octrooiverdrag zijn en dat zij een zekere invloed hebben op de praktijk van het Europees Octrooibureau, met name ten aanzien van het handhaven van hoge normen voor de behandeling van octrooiaanvragen, in het bijzonder in het licht van de uitvinderswerkzaamheid en de "technische bijdrage", zoals bedoeld in onderhavige richtlijn.

Bovendien wordt de lidstaten (in de Raad) verzocht om elk jaar verslag aan het Europees Parlement uit te brengen over hetgeen in de praktijk is gedaan om het Europees Octrooibureau in dit verband te beïnvloeden en over de vooruitgang die is geboekt bij de verwezenlijking van het doel om de toekenning van waardeloze octrooien tot een minimum te beperken.

TOELICHTING

Met de indiening van de voorgestelde amendementen op het gemeenschappelijk standpunt van de Commissie en de Raad over de octrooieerbaarheid van door computers ondersteunde uitvindingen voor de tweede lezing van het Parlement, loopt de procedure over dit onderwerp thans ten einde.

Na meer dan 20 hoorzittingen en de behandeling van tientallen ingediende amendementen is de zaak nu veel duidelijker komen te liggen, althans in de ogen van uw rapporteur.

Veel grote bedrijven, maar niet allemaal, die actief zijn op het betrokken gebied zijn op een gegeven moment massaal begonnen octrooien op door computers ondersteunde uitvindingen te deponeren, op te kopen en te beschermen en hebben daarmee de rode lijn overschreden die een technische bijdrage van een niet-technische bijdrage scheidt. Zij hoopten daarmee de software waarmee de uitvinding door een computer wordt ondersteund onder het octrooi te laten vallen. In de Verenigde Staten, waar hierover geen wetgeving bestaat, is dit mogelijk. In Europa echter is dit in beginsel onmogelijk omdat het Verdrag van München dit niet toelaat en de jurisprudentie van het Europees Octrooibureau terughoudend en enigszins onzeker blijft.

De enige manier om ervoor te zorgen dat deze ondernemingen deze strategie kunnen consolideren en uitbreiden, is een herziening van het Verdrag van München van 1973 en het schrappen van artikel 52, lid 2 ervan dat als volgt kan worden samengevat: software is niet octrooieerbaar.

Maar niemand piekert hierover, niemand wil het, en de Raad heeft in zijn gemeenschappelijk standpunt zeer terecht het tegenovergestelde standpunt ingenomen en volgt nog steeds de lijn waarop de Europese Commissie zit. Uw rapporteur stelt voor dit standpunt van de Raad in beginsel te onderschrijven. Software is namelijk net zo min octrooieerbaar als een muziekakkoord of een samenstel van woorden. Software is een samenstel van wiskundige formules, het is een product van de menselijke geest, net als ideeën. En het vrije verkeer van ideeën is een fundamenteel beginsel van onze beschaving.

Het zit er dus dik in dat er een klein conflict in het verschiet ligt. Maar het Parlement is niet verplicht deze opzettelijke overtredingen te legaliseren, alleen omdat deze bedrijven de wet hebben geschonden of wensen te schenden.

Het standpunt van de Raad stond vast: er moet een richtlijn komen om de wetgeving te verduidelijken en in harmonieuzer vaarwater te brengen; alles wat technisch is, is octrooieerbaar onder de gebruikelijke voorwaarden; software is niet octrooieerbaar. Aangezien uw rapporteur u voorstelt dit standpunt te onderschrijven, rest ons niets anders dan dit standpunt onder de loep te nemen en zo mogelijk bij te schaven. De tekst is kort, slechts twaalf artikelen waarvan de laatste zes puur procedureel van aard zijn, net als het eerste artikel waarin het toepassingsgebied van de richtlijn wordt gedefinieerd.

De richtlijn roept slechts twee heikele problemen op: het afbakenen van wat octrooieerbaar en wat niet octrooieerbaar is en de interoperabiliteit. Aangezien de interoperabiliteit in hoge mate afhangt van de oplossing die voor het eerste probleem wordt gegeven, gingen de tot nu toe gevoerde debatten, discussies en werkzaamheden bijna alleen over het eerstgenoemde probleem.

Het probleem is dat operatoren wegens de steeds sterkere verstrengeling van software met alle inputsystemen voor computerprocessen waarmee praktische conclusies kunnen worden getrokken, er enerzijds toe neigen om software te beschouwen als een onderdeel van de uitvinding en er als zodanig octrooi voor aan te vragen, niet alleen om het zichzelf makkelijk te maken maar ook om hun inkomsten te vergroten, maar het daarmee anderzijds ook voor de wetgever en de rechter moeilijker maken een duidelijke en strikte scheidslijn tussen de twee gebieden te trekken. Het spreekt vanzelf dat iedere dubbelzinnigheid een gat slaat in de mazen van de wet, waardoor er een grijs gebied ontstaat waar octrooieerbare software al gauw de kop op zal steken. Wij streven er slechts naar alle onduidelijkheden uit de weg te ruimen.

Het behoeft geen betoog dat de criteria eenvoudig, algemeen bekend en onbetwist zijn. Een uitvinding is alleen octrooieerbaar, als het een technische bijdrage vormt die vatbaar is voor industriële toepassing, nieuw is en op uitvinderswerkzaamheid berust.

Dit leidt tot een probleem bij de definitie: de Raad heeft de door hem voorgestelde definitie in artikel 2, letter b) ondergebracht: "'Technische bijdrage': bijdrage tot de stand van de techniek op een gebied van de technologie die nieuw is en voor een deskundige niet voor de hand ligt. De technische bijdrage wordt beoordeeld door het bepalen van het verschil tussen de stand van de techniek en de reikwijdte van de in haar geheel beschouwde octrooiconclusies, die technische kenmerken moet omvatten, ongeacht of deze vergezeld gaan van niet-technische kenmerken".

Deze semantische variaties geven echter eerder een definitie van het woord bijdrage dan van het woord technisch. Of we het nu over het woord technisch of techniek hebben, de definities van dit woord in de courante woordenboeken zijn niet bedoeld om er de juridische grenzen van vast te leggen of ze af te zetten tegen andere gebieden. Desalniettemin kan men spreken van een constante. Techniek wordt overal gedefinieerd als een samenstel van geordende wetenschappelijk ontwikkelde procédés die gebruikt worden om een werk of een bepaald resultaat te verwezenlijken of om de natuur te onderzoeken en te veranderen. Wat al deze definities gemeen hebben, is dat er impliciet verwezen wordt naar de stoffelijke wereld, het tastbare of het reële, duidelijk afgezet tegen de ideeënwereld of het immateriële. Na het nodige onderzoek leek dit criterium ons het enige juiste om een duidelijk onderscheid te maken tussen wat wel en wat niet technisch is. Dit criterium moest vervolgens nog worden geformuleerd. We hadden een onderscheid kunnen maken tussen het materiële en het immateriële. Maar het woord materie wordt te vaak gebruikt als tegenpool van het woord energie. Zo behoort een licht- of stralingssignaal, dat vaak aan het eind van een proces van een door software gestuurde computer wordt geproduceerd om een resultaat te bereiken, ontegenzeggelijk tot de stoffelijke wereld, maar zo'n signaal bestaat wel uit energie en niet uit tastbare materie: de rechtspraak zou dan weleens in de verleiding kunnen komen om energie als een goed te beschouwen! Om dit probleem op te lossen zou men de stoffelijke wereld kunnen onderscheiden van de virtuele wereld. Maar ook dan roept het woord stoffelijk te veel associaties op met het tastbare, terwijl de productie van een signaal dat heel reëel maar niet tastbaar is, onder een systeem valt dat in de optiek van zowel het Verdrag van München als van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 7 maart 2005 kennelijk octrooieerbaar is.

Op grond hiervan leek ons de formule "nieuwe kennis over het gebruik van beheersbare natuurkrachten, ondersteund door een computerprogramma, niet zijnde de technische middelen die voor de uitvoering van dit programma noodzakelijk zijn, is technisch" de meest omvattende en tegelijkertijd ook de duidelijkste manier om het toepassingsgebied van de techniek te definiëren. Het gebruik van materie in de systemen en apparaten die de software met de reële wereld verbinden, ligt in deze definitie begrepen omdat het altijd om een materie gaat die door energie is opgewekt, en niet om een inerte materie.

Deze formule, die zo'n 30 jaar geleden door een Duitse rechtbank werd uitgedokterd, is nooit door het Federale Hof overgenomen maar ook niet echt door hem afgewezen. De formule is wel reeds in de Zweedse, Poolse en Japanse wetgeving overgenomen.

Dat is ook het doel van het belangrijkste amendement, dat de formulering waarvoor het Parlement in eerste lezing heeft gekozen deels overneemt, zij het met enige wijzigingen. Het amendement moet worden ondergebracht in artikel 2 "Definities" en vormt een nieuwe alinea c).

Omdat iedere definitie net zo belangrijk is vanwege hetgeen zij definieert maar ook vanwege hetgeen waarvan zij zich onderscheidt, leek het uw rapporteur van essentieel belang in deze alinea 2 c) een tweede alinea op te nemen die ook is ondergebracht in amendement 5 en bedoeld is om duidelijk te bevestigen wat de in de eerste alinea voorgestelde definitie uitsluit van het gebied van de technologie, en dus van octrooieerbaarheid: de verwerking, de manipulatie en de presentatie van informatie zijn daarentegen niet technisch, zelfs indien daartoe technische apparaten worden gebruikt".

Deze verduidelijking is noodzakelijk omdat zij, hoewel zij strikt genomen synoniem is aan de eerste alinea, expliciet een einde maakt aan enkele dubbelzinnigheden die tijdens de hoorzittingen aan het licht zijn gekomen. Deze formulering biedt vooral het voordeel dat het verband tussen het voorgestelde rechtssysteem en de TRIPS-Overeenkomst niets meer aan duidelijkheid te wensen overlaat.

Toen we deze formule, die voor het hele onderwerp verhelderend werkt, opgesteld hadden, ontdekten we dat ook de titel van de richtlijn niet helemaal ondubbelzinnig was. De uitdrukking "in computers geïmplementeerde uitvinding" zou de indruk kunnen wekken dat een uitvinding helemaal het werk van de computer is, hetgeen zou betekenen dat software octrooieerbaar zou zijn. Om dit misverstand te voorkomen stelt uw rapporteur voor de titel van de richtlijn te veranderen in "betreffende de octrooieerbaarheid van door computers ondersteunde uitvindingen".

Toen wij het hierover eens waren, volgden de andere amendementen vanzelf. Alle amendementen op de overwegingen en de meeste amendementen op het dictum vormen rectificaties of preciseringen van de terminologie. In sommige gevallen, zoals de amendementen 7 en 8, worden praktische voorbeelden gegeven. In amendement 14 ten slotte wordt de logische gevolgtrekking van de gekozen definitie getrokken voor de interoperabiliteit, die behouden moet blijven, hoewel het hier niet langer om de software gaat omdat software niet octrooieerbaar is.

PROCEDURE

Titel

Gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen

Document- en procedurenummers

11979/1/2004 – C6-0058/2005 – 2002/0047(COD)

Rechtsgrondslag

Art. 251, lid 2 en 96 EG

Reglementsartikel(en)

Art. 62

 

Datum eerste lezing EP – P[5]

24.9.2003                                             P5_TA(2003)0402

Voorstel van de Commissie

COM(2002)0092 – C5-0082/2002

Gewijzigd voorstel van de Commissie

 

Datum bekendmaking ontvangst gemeenschappelijk standpunt

14.4.2005

Commissie ten principale
Datum bekendmaking

JURI
14.4.2005

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Michel Rocard
14.9.2004

Vervangen rapporteur(s)

 

Behandeling in de commissie

21.4.2005

23.5.2005

20.6.2005

 

 

Datum goedkeuring

20.6.2005

Uitslag eindstemming

voor:

tegen:

onthoudingen:

16
10
0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Maria Berger, Marek Aleksander Czarnecki, Bert Doorn, Monica Frassoni, Giuseppe Gargani, Piia-Noora Kauppi, Kurt Lechner, Klaus-Heiner Lehne, Katalin Lévai, Marcin Libicki, Antonio Masip Hidalgo, Viktória Mohácsi, Aloyzas Sakalas, Francesco Enrico Speroni, Daniel Stroz, Andrzej Jan Szejna, Diana Wallis, Nicola Zingaretti, Jaroslav Zvěřina

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Barbara Kudrycka, Evelin Lichtenberger, Toine Manders, Edith Mastenbroek, Marie Panayotopoulos-Cassiotou, Michel Rocard, Ingo Schmitt, József Szájer

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 178, lid  2)

Sharon Bowles, Tunne Kelam, Angelika Niebler

Datum indiening – A6

21.6.2005

A6-0207/2005

Opmerkingen

...

(1)

PB C 77 van 26.3.2004, blz. 87.

(2)

PB C 151 van 25.6.2002, blz. 129 E.

Juridische mededeling - Privacybeleid