VERSLAG over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken houdende uitbreiding tot Denemarken van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken
24.2.2006 - (COM(2005)0146 – C6‑0306/2005 – 2005/0056(CNS)) - *
Commissie juridische zaken
Rapporteur: Jean-Paul Gauzès
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken houdende uitbreiding tot Denemarken van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken
(COM(2005)0146 – C6‑0306/2005 – 2005/0056(CNS))
(Raadplegingsprocedure)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2005)0146)[1],
– gelet op artikel 61, letter c) en artikel 300, lid 2, eerste alinea van het EG‑Verdrag,
– gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea van het EG‑Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6‑0306/2005),
– gelet op artikel 51 en artikel 83, lid 7 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A6‑0039/2006),
1. hecht zijn goedkeuring aan de Overeenkomst;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van het Koninkrijk Denemarken en de andere lidstaten.
TOELICHTING
1. Inleiding
Als gevolg van de verwerping van het Verdrag van Maastricht door de Deense kiezers in1992, is het Koninkrijk Denemarken niet betrokken bij de vaststelling door de Raad van de maatregelen uit hoofde van titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Denemarken heeft echter enkele uitzonderingen bedongen op grond waarvan het met de lidstaten van de Europese Unie een nauwere samenwerking kan aangaan op gebieden waarvoor dit normaliter niet geldt.
Verordening (EG) nr.1348/2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken valt onder titel IV. Deze verordening heeft ten doel de verzending tussen de EU-lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken te verbeteren en te versnellen. Zij is van wezenlijk belang voor de goede werking van de interne markt en de totstandbrenging van een Europees rechtsgebied.
Het feit dat Denemarken niet aan deze verordening deelneemt leidt tot een juridisch gezien gecompliceerde situatie. Het verplicht de andere lidstaten er namelijk toe om ten aanzien van betekening of kennisgeving van stukken voor dit land andere bepalingen toe te passen dan voor de rest van de Europese Unie.
Op 8 mei 2003 besloot de Raad de Commissie bij wijze van uitzondering te machtigen om over een overeenkomst met Denemarken te onderhandelen teneinde de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1348/2000 ook te kunnen toepassen op Denemarken.
2. Standpunt van de rapporteur
De rapporteur stemt in met de overeenkomst die de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken hebben bereikt om Verordening (EG) nr.1348/2000 ook van toepassing te laten zijn voor Denemarken. Dankzij deze overeenkomst kan er een onbevredigende juridische situatie worden beëindigd, wat in het belang is van de Europese Gemeenschap en van haar burgers.
De rapporteur stelt evenwel vast dat de overeenkomst bepaalt: "Denemarken neemt niet deel aan de aanneming van wijzigingen van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken en deze wijzigingen zijn niet bindend voor, noch van toepassing in Denemarken."[2]. Hoe nuttig deze overeenkomst op dit moment ook is, de rapporteur wil er wel op wijzen dat Verordening (EG) nr.1348/2000 op het punt staat door de Commissie gewijzigd te worden en dat zij bij het Europees Parlement in behandeling is. Gelet op de bepalingen van de ontwerpovereenkomst zullen de wijzigingen in deze verordening niet rechtstreeks toepasselijk zijn. De rapporteur stelt voor te onderzoeken op welke wijze in de overeenkomst rekening gehouden kan worden met de aan te brengen veranderingen, die uitsluitend technisch van aard zijn en ten doel hebben de huidige procedures te verbeteren.
PROCEDURE (1)
|
Titel |
voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken houdende uitbreiding tot Denemarken van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken | ||||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2005)0146 – C6 0306/2005 – 2005/0056(CNS) | ||||||
|
Datum raadpleging van het EP |
5.10.2005 | ||||||
|
Commissie ten principale |
JURI | ||||||
|
Medeadviserende commissie(s) |
LIBE |
|
|
|
| ||
|
Geen advies |
LIBE |
|
|
|
| ||
|
Nauwere samenwerking |
nee |
|
|
|
| ||
|
Rapporteur(s) |
Jean-Paul Gauzès |
| |||||
|
Behandeling in de commissie |
29.11.2005 |
31.1.2006 |
23.2.2006 |
|
| ||
|
Datum goedkeuring |
23.2.2006 | ||||||
|
Uitslag eindstemming |
+: -: 0: |
19 0 0 | |||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Maria Berger, Monica Frassoni, Giuseppe Gargani, Piia-Noora Kauppi, Klaus-Heiner Lehne, Antonio López-Istúriz White, Antonio Masip Hidalgo, Aloyzas Sakalas, Gabriele Hildegard Stauner, Rainer Wieland, Nicola Zingaretti, Jaroslav Zvěřina | ||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Janelly Fourtou, Jean-Paul Gauzès, Roland Gewalt, Adeline Hazan, Eva Lichtenberger, Arlene McCarthy, Toine Manders, Michel Rocard | ||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2) |
| ||||||
|
Datum indiening |
24.2.2006 | ||||||
|
Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar) |
... | ||||||