VERSLAG over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2007 - Afdelingen II, IV, V, VI, VII, VIII(A) en VIII(B) en over de voorontwerpen van raming van het Europees Parlement (Afdeling I) voor de begrotingsprocedure 2007

    8.3.2006 - (2006/2021(BUD))

    Afdeling I                      –  Europees Parlement
    Afdeling II                     –  Raad
    Afdeling IV                   –  Hof van Justitie
    Afdeling V                     –  Rekenkamer
    Afdeling VI                   –  Europees Economisch en Sociaal Comité
    Afdeling VII                  –  Comité van de Regio's
    Afdeling VIII (A)           –  Europese Ombudsman
    Afdeling VIII (B)           –  Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming
    Begrotingscommissie
    Rapporteur: Louis Grech


    Procedure : 2006/2021(BUD)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0058/2006
    Ingediende teksten :
    A6-0058/2006
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2007 - Afdelingen II, IV, V, VI, VII, VIII(A) en VIII(B) en over de voorontwerpen van raming van het Europees Parlement (Afdeling I) voor de begrotingsprocedure 2007

    (2006/2021(BUD))

    Het Europees Parlement,

    –   gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 272,

    –   gelet op Besluit nr. 2000/597/EG, Euratom van de Raad van 29 september 2000 betreffende het stelsel van de eigen middelen van de Europese Gemeenschappen[1],

    –   gelet op Verordening nr. 1605/2002 (EG, Euratom) van de Raad van 25 juni 2002 betreffende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[2],

    –   gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure[3], en met name punt 26 daarvan,

    –   gezien het vierde verslag van de secretarissen-generaal van de instellingen van mei 2005 over de ontwikkeling van rubriek 5,

    –   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2006,

    –   gezien het Jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de antwoorden van de instellingen[4],

    –   gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A6-0058/2006),

    A. overwegende dat de begroting 2007 het eerste begrotingsjaar volgens de nieuwe financiële kaderregeling betreft en dat de onderhandelingen over het nieuw Financieel Perspectief voor de periode 2007-2013 en het Interinstitutioneel Akkoord nog niet zijn afgerond,

    B.  overwegende dat de in 2004 doorgevoerde uitbreiding moet worden geconsolideerd en dat de voorbereidingen voor de volgende uitbreiding moeten worden voortgezet, zodat daarvoor op 1 januari 2007 alles in gereedheid is,

    C. overwegende dat in deze fase van de jaarlijkse procedure de begrotingsautoriteit in afwachting is van de ontwerpramingen van de andere instellingen met betrekking tot hun administratieve behoeften;

    Algemene achtergrondsituatie

    1.  merkt op dat, bij gebrek aan overeenstemming over een nieuw interinstitutioneel akkoord tussen Europees Parlement, Raad en Commissie voor de periode 2007-2014, artikel 26 van het bestaande IIA in beginsel van toepassing zou moeten zijn; mochten een of meer instellingen het bestaande IIA opzeggen, dan zijn de bepalingen van het EU-Verdrag (artikel 272) van toepassing;

    2.  verwacht in maart 2006 van de secretarissen-generaal een gedetailleerd verslag over de ontwikkelingen met betrekking tot rubriek 5, dat als uitgangspunt zou moeten dienen voor de behandeling van het voorontwerp van begroting voor 2007;

    3.  onderstreept dat in de ontwerpbegroting 2007 rekening moet worden gehouden met de toetreding van Roemenië en Bulgarije per 1 januari 2007;

    4.  merkt op dat met ingang van de jaarrekeningen voor het begrotingsjaar 2005 in alle instellingen gebruik zal worden gemaakt van het systeem van periodetoerekeningen per begrotingsjaar; is van mening dat de invoering van dit systeem uit comparatief oogpunt uitzicht biedt op een meer gestroomlijnde en geharmoniseerde gang van zaken;

    5.  is ingenomen met het feit dat de Raad, het Europees Parlement en de Ombudsman de nieuwe nomenclatuur al toepassen; dringt er bij alle andere instellingen ter wille van de helderheid en de vergelijkbaarheid op aan dezelfde nomenclatuur toe te passen; verzoekt de andere instellingen aan te geven of er huns inziens nog andere wijzigingen of aanpassingen in de nieuwe nomenclatuur nodig zijn om tegemoet te komen aan hun specifieke administratieve behoeften;

    6.  betreurt dat de aanwerving van het benodigde personeel uit de tien nieuwe lidstaten vertraging heeft opgelopen en verwacht dat de nog resterende aanwervingen zo spoedig mogelijk - doch uiterlijk in december 2006 - zullen zijn afgerond;

    7.  merkt op dat de personeelssterkte bij de respectieve instellingen in de loop der jaren is uitgebreid door de instelling van een aantal extra posten; is van mening dat stabilisatie van de personeelsformaties, in combinatie met herschikkingen in het personeelsbestand noodzakelijk zijn alvorens er enigerlei nieuwe rekruteringsaanvragen kunnen worden ingediend die niet direct gerelateerd zijn aan het uitbreidingsproces; dringt er bij alle instellingen op aan hun rekruteringsbeleid te harmoniseren;

    8.  dringt er tevens bij alle instellingen op aan met realistische verzoeken te komen die gebaseerd zijn op gerechtvaardigde behoeften en rekening te houden met de krappe financiële situatie; spoort de instellingen ertoe aan op een zo laag mogelijke kostenbasis te opereren zonder kwaliteitsconcessies te doen;

    9.  is van mening dat bij de kleinere instellingen aanmerkelijke besparingen kunnen worden gerealiseerd door rationele groepering van administratieve en personele hulpbronnen;

    10. wijst er nogmaals op dat alle instellingen een beleid moeten nastreven dat gericht is op de aankoop van gebouwen; verzoekt alle instellingen met plannen voor een gebouwenbeleid voor de middellange termijn te komen, waarbij rekening moet worden gehouden met alle financiële aspecten en wettelijke voorschriften, maar ook met de toekomstige behoeften van de kleinere instellingen en de mogelijkheden om in een later stadium diensten en hulpbronnen samen te voegen;

    11. verlangt dat de instellingen waar mogelijk met beter geïntegreerde meerjarenplannen komen waarin hun toekomstige beleids-, personele en infrastructurele behoeften beter tot uiting komen;

    12. merkt op dat de Europese instellingen er in de loop der jaren niet in zijn geslaagd de Europese burgers ervan te overtuigen dat zij hun belangen en verwachtingen werkelijk behartigen; onvoldoende kennis en een gebrek aan inzicht maken het moeilijk zich een goed oordeel te vormen over het door de EU in de diverse sectoren gevoerde beleid; stelt zich op het standpunt dat de bestaande voorlichtingsdiensten moeten worden verbeterd en dat alle instellingen voorrang moeten geven aan het voeren van een effectieve strategie die voor alle Europese burgers inzichtelijk is;

    13. verzoekt alle Europese instellingen een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid tot instelling van een "knooppunt" van de Huizen van Europa in Brussel, dat gebruik moet maken van bestaande hulpbronnen, zonder significante extra uitgaven te genereren; via dit "Hart van Europa" zouden de Europese burgers naar eigen inzicht een bijdrage kunnen leveren op diverse terreinen, zoals culturele en technische manifestaties, studiebijeenkomsten en tentoonstellingen over specifieke onderwerpen; in een dergelijk scenario kan een breder segment van de Europese bevolking zich identificeren met de culturele en intellectuele diversiteit van de lidstaten van de Unie;

    Europees Parlement

    14. bevestigt dat het Parlement zich sterk zal maken voor het op een effectieve, tastbare en verantwoorde manier inlossen van de aan de Europese burgers gedane beloften en aldus het imago en de geloofwaardigheid van de Europese instellingen zal helpen versterken;

    15. verplicht zich ertoe zijn taken als enig democratisch gekozen vertegenwoordigingsorgaan van de burgers van de EU te zullen vervullen;

    16. is van mening dat het Parlement, gezien de financiële beperkingen waarmee het momenteel wordt geconfronteerd, zich het recht moet voorbehouden zich te bezinnen op zijn standpunt omtrent de limiet van 20% van de uitgaven uit hoofde van rubriek 5 die het zichzelf heeft opgelegd; merkt eens te meer op dat de door hem opgemaakte ramingen de reële financiële behoeften moeten weerspiegelen teneinde te kunnen waarborgen dat de instellingen adequaat en effectief functioneren;

    Begrotingsdiscipline en toegevoegde waarde

    17. dringt er bij de Administratie op aan beter en doeltreffender gebruik te maken van de middelen, duplicering van functies te vermijden en activiteiten die geen waarde toevoegen aan de algemene doelstellingen te reduceren; verwacht meer interne controle op de uitgaven;

    18. betreurt de nodeloze en exorbitante kosten die ontstaan als gevolg van de spreiding en duplicering van werkzaamheden over drie verschillende vergaderplaatsen, hetgeen bijdraagt tot het ontstaan van een zeer inefficiënte kostenstructuur; is van mening dat dit probleem nogmaals onder de loep moet worden genomen om te trachten de kosten tot een minimum te beperken, en verzoekt de Administratie tegen 30 juni 2006 met specifieke voorstellen te komen;

    19. verzoekt de Administratie tevens de te sluiten contracten te vergelijken met de standaardcontracten die bij grote particuliere ondernemingen gebruikelijk zijn, teneinde voor de gebruikers een zo gunstig mogelijk kosten/batensaldo te realiseren, vooral waar het telecomaanbieders, computerdiensten, hardware- en softwareaanbieders, catering, sportfaciliteiten, dienstauto's en reisbureaus betreft;

    20. verwacht een verslag over de vooruitgang die is geboekt op het gebied van de interinstitutionele samenwerking en verzoekt de secretaris-generaal met aanbevelingen te komen omtrent de mogelijkheden en beperkingen ten aanzien van concrete nadere interinstitutionele samenwerking;

    21. stelt zich op het standpunt dat de beschikbaar gestelde kredieten betrekking dienen te hebben op specifieke activiteiten, zodat annulering van kredieten aan het eind van het jaar kan worden vermeden; pleit ervoor dat er voldoende middelen worden toegewezen voor terreinen waar politieke beslissingen nopen tot een grotere financiële betrokkenheid, zoals bijvoorbeeld bij de WTO; beklemtoont dat gewijzigde begrotingen en kredietoverschrijvingen waar mogelijk dienen te worden vermeden;

    22. wijst eens te meer met nadruk op de noodzaak de beginselen van een gezond financieel beheer op te volgen en onderstreept tevens dat moet worden gestreefd naar algehele toepassing van een bestemmingsgerichte budgettering, die moet leiden tot effectievere, transparantere, rationelere en analytisch beter te verantwoorden ramingen;

    23. herinnert aan zijn besluit de begroting inzichtelijker te maken; neemt kennis van de invoering van de herziene nomenclatuur en verzoekt de Administratie ten behoeve van de voor de begroting 2007 bevoegde commissie een presentatie op te maken die de mogelijkheid biedt de begrotingen voor 2006 en 2007 met elkaar te vergelijken;

    24. verzoekt de Administratie tevens na te gaan welke activiteiten geen waarde aan haar beleidspraktijk toevoegen en haar efficiency op te voeren door rationalisering van haar werkmethodes, en er aldus voor te zorgen dat de Europese belastingbetaler waar voor zijn geld krijgt;

    Uitbreiding

    25. wijst er eens te meer op dat de uitbreiding nog steeds een essentiële politieke prioriteit is en beklemtoont dat het er groot belang aan hecht dat de uitbreiding een reëel succes wordt; erkent dat de instellingen zich bij de jongste uitbreiding zware inspanningen hebben getroost en roept hen ertoe op daarmee door te gaan, opdat de nog bestaande administratieve problemen tegen eind 2006 zijn opgelost;

    26. merkt op dat in de begroting 2006 een bedrag van 23.526.000 EUR was gereserveerd ter voorbereiding op de toetreding van Roemenië en Bulgarije; verzoekt de Administratie klaar te staan om voor personeelsleden uit Roemenië en Bulgarije adequate opleidingsprogramma's te kunnen aanbieden;

    27. verzoekt het Bureau zich ingeval van uitstel van de toetreding van Roemenië en Bulgarije te beraden over de vraag of de Bulgaarse en Roemeense arbeidscontractanten die al door het Parlement zijn aangeworven niet als verbindingsfunctionarissen kunnen worden ingezet om de Bulgaarse en Roemeense waarnemers assistentie te verlenen;

    Voorlichting

    28. is het er met de secretaris-generaal over eens dat het Europees Parlement behoefte heeft aan een krachtige en doeltreffende voorlichtingsstrategie ter verwezenlijking van het door het Parlement gestelde doel Europa dichter bij zijn burgers te brengen; voorlichtingsinstrumenten en -strategieën die niet de verwachte resultaten opleveren, moeten worden stopgezet; is van mening dat meer uitgaven niet noodzakelijk leiden tot betere resultaten; pleit ervoor dat alle leden, de fracties en de Administratie daarbij worden betrokken en dat zij de verantwoordelijkheid voor hun respectieve taken op voorlichtingsgebied op zich nemen;

    29. ziet het als buitengewoon urgent dat naast de discussies over een intensievere presentie van de media ook de organisatie van de debatten aan een nader onderzoek wordt onderworpen;

    30. is ingenomen met de nieuwe lay-out van de EUROPARL-website, die gebruikersvriendelijker is, vooral voor niet-professionele gebruikers; is niettemin van mening dat een krachtiger en beter gestructureerde presentatie voor intern gebruik moet worden ontwikkeld om het dagelijkse werk van de leden en hun assistenten te vergemakkelijken;

    31. wijst erop dat een significant deel van de EU-burgers geen toegang heeft tot het internet en daar dus geen gebruik van maakt voor het opzoeken van informatie over het EU-beleid, en dat de rol van de voorlichtingsbureaus derhalve adequaat moet worden gedefinieerd en dat er bij de afweging van de door het Parlement te gebruiken voorlichtingsinstrumenten te hunnen aanzien een consistent beleid moet worden gevoerd; daarnaast moet ook het vermijden van duplicering van de voorlichtingsactiviteiten van de respectieve instellingen de nodige aandacht krijgen;

    32. beklemtoont dat bijzondere zorg moet worden besteed aan alle voorlichtingsprojecten, niet alleen ten aanzien van de kostenstructuur, maar ook wat de kwaliteit van de inhoud betreft; pleit ervoor dat alle belangrijke publicaties en projecten op voorlichtingsgebied worden voorbereid en constant worden gecontroleerd via regelmatige bijeenkomsten waaraan ook de fracties moeten deelnemen en meewerken, zodat goed uitgebalanceerde programma's kunnen worden samengesteld waarin een veelheid van meningen aan bod komt; het succes van een project zal moeten worden afgemeten aan het positieve effect ervan op de EU-burgers;

    Bezoekers

    33. is van mening dat de Dienst bezoekersgroepen van het Parlement voor de leden van het allergrootste belang is; bezoekersgroepen zijn voor leden de enige manier om opiniemakers uit hun kiesdistrict effectief naar de vergaderplaatsen van het Parlement te krijgen; betreurt dan ook het grote aantal klachten over het bezoekersprogramma, met name het ontbreken van vaste bezoektijden en de discrepantie tussen subsidies en feitelijke kosten; onderstreept dat het opzetten van een aantrekkelijk bezoekersprogramma van hoge kwaliteit één van de topprioriteiten voor 2007 is;

    34. betreurt dat het bezoekersprogramma nog altijd niet is aangepast en is van mening dat deze aanpassingen niet langer op zich mogen laten wachten; brengt in herinnering dat op de begroting voor 2006 vijf miljoen EUR is uitgetrokken voor uitbreiding van het aantal bezoekers en voor het zodanig vergoeden van de onkosten dat de reiskosten ook daadwerkelijk zijn gedekt;

    35. dringt aan op een betere opvang van bezoekers in de diverse plenaire vergaderplaatsen van het Europees Parlement en op uitbreiding van het aantal vergaderruimtes dat is uitgerust met moderne communicatie- en voorlichtingsapparatuur; wijst erop dat het bezoekersprogramma een van de effectiefste manieren is om de burgers in staat te stellen actief deel te nemen aan de werkzaamheden van het Parlement, zodat zij zich een beter beeld kunnen vormen van het EP;

    36. is van mening dat rechtstreeks contact met de Europese burger door middel van een betere bezoekersopvang een multiplicatoreffect zal hebben waardoor het imago van het Europees Parlement bij de burger kan worden verbeterd;

    Assistentie van leden - Kwaliteitssprong

    37. erkent dat de voor het verwezenlijken van de doelstellingen in het kader van de zogenaamde "Kwaliteitssprong" vereiste voorzieningen thans aanwezig zijn;

    38. is ingenomen met de voorstellen van de secretaris-generaal ter consolidering van de in het kader van de "Kwaliteitssprong" doorgevoerde hervorming van de Administratie van het Parlement, zodat de dienstverlening aan de leden kan worden verbeterd;

    39. merkt op dat tot dusverre slechts een beperkt aantal doelstellingen is bereikt en dat deze operatie bij het Parlement nog niet haar volle effect heeft gesorteerd;

    40. spreekt de hoop uit dat tegen 2007 de beoogde doelstellingen volledig zullen zijn bereikt en dat de noodzakelijke hervormingen ten uitvoer zijn gelegd, zodat de leden kunnen rekenen op een praktische en effectieve dienstverlening, vooral bij wetgevingszaken, onderzoek en taalkundige ondersteuning;

    41. steunt het voornemen van de secretaris-generaal om een evaluatie op te maken van de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het project;

    42. wijst met nadruk op de dwingende noodzaak de leden meer assistentie te verlenen bij hun respons op verzoeken van bezorgde burgers met betrekking tot hun dagelijkse beslommeringen;

    43. pleit voor opwaardering van de eenheid "Correspondentie met de burgers", zodat de leden beter van deze dienst gebruik kunnen maken;

    44. is van oordeel dat de uitbreiding van de verantwoordelijkheden van het Parlement bij de besluitvorming omtrent wetgevingszaken meer middelen vergt ter ondersteuning van deze kernactiviteit, met name op terreinen zoals onderzoek, bibliotheekdiensten en specifieke expertise;

    45. spoort de Administratie ertoe aan een kwaliteitsonderzoek in te stellen naar de dienstverlening en assistentie van de leden en de bevindingen van dat onderzoek tegen de eerste lezing van de begroting 2007 aan de leden beschikbaar te stellen; verzoekt de secretaris-generaal alle leden bij het onderzoek te betrekken, ter vermijding van misleidende uitkomsten; verwacht dat in reactie op door dit onderzoek aan het licht gebrachte significante tekortkomingen onverwijld voorstellen voor verbeteringen worden gedaan;

    46. dringt aan op de instelling van een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheden om gebruik te maken van gratis en "open source"-software en naar de personeels- en beroepsopleidingsvoorzieningen die nodig zijn voor het onderhoud en de beveiliging van dergelijke software;

    Statuut van de ledenassistenten

    47. onderstreept het belang van de persoonlijke assistenten voor het werk van de leden en betuigt opnieuw zijn steun voor de invoering van een concreet en zinvol statuut voor de ledenassistenten; betreurt dat er op dit gebied bijzonder weinig vooruitgang is geboekt; dringt er bij de Raad op aan een besluit te nemen omtrent het Statuut van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, in casu ten aanzien van het statuut van de assistenten van de leden van het EP (COM(1998)0312), dat idealiter tegen 2009 in werking zou moeten treden;

    Opleiding en ontwikkeling

    48. merkt op dat er bij de indiensttreding van assistenten en personeelsleden geen onmiddellijke opleidingsfaciliteiten voorhanden zijn; is van mening dat een begin moet worden gemaakt met het opzetten van een meer geïntegreerde benadering van opleidingsfaciliteiten en introductieprogramma's, teneinde assistenten en personeel in staat te stellen hun taken op een professionele manier te verrichten en aan hoge kwaliteitsnormen te voldoen, en om het potentieel van de Europese School voor Ambtenaren verder te ontwikkelen;

    49. pleit voor de opstelling van een stageprogramma voor gehandicapten om hun integratie in het Europese arbeidsmilieu te vergemakkelijken; verzoekt ook de andere instellingen een soortgelijk programma te ontwerpen;

    Vastgoed en gebouwen

    50. attendeert op het feit dat het op de aankoop van vastgoed en gebouwen gerichte beleid positieve en tastbare resultaten heeft afgeworpen en het Parlement een sterke vermogenspositie en veel besparingen heeft opgeleverd, zodat de bewuste middelen weer voor andere projecten konden worden aangewend;

    51. verzoekt het Bureau ervoor te zorgen dat alle gebouwen van het Parlement milieu- en gebruikersvriendelijk zijn, met name voor gehandicapten;

    52. dringt er bij het Bureau op aan het systeem van oproepen voor het indienen van aanbiedingen die op grote schaal in de plaatselijke media worden gepubliceerd, een integrerend onderdeel te laten uitmaken van de acquisitieprocedure voor de aankoop van Huizen van Europa, en dat alle ontvangen aanbiedingen worden opgenomen in het dossier dat aan de bevoegde commissie wordt overhandigd alvorens er een definitief besluit wordt genomen;

    53. roept het Bureau met het oog op de voor de komende jaren te verwachten financiële krapte op, na te denken over de invoering van een meerjarenplan voor vastgoedinvesteringen in plaats van een jaarlijks plan, en het beleid van versnelde aflossingen voort te zetten;

    Personeel

    54. verzoekt de Administratie ervoor te zorgen dat de personeelskosten in verhouding staan tot de operationele eisen en de financiële situatie van de instelling en metterdaad de mogelijkheid te onderzoeken om bij voorkeur bestaand personeel over te plaatsen in plaats van gebruik te maken van arbeidscontractanten;

    55. is van mening dat het de kwaliteit van de wetgevingswerkzaamheden van het Parlement op lange termijn ten goede komt indien deze worden verricht door personeel dat zich voor langere tijd aan het Parlement heeft gecommitteerd, in plaats van gebruik te maken van arbeidscontractanten;

    56. geeft de Administratie opdracht het probleem van de personeelstekorten in een aantal Huizen van Europa aan te pakken, zodat bijvoorbeeld in ieder bureau een persvoorlichter aanwezig is; een identiek verzoek door de vorige rapporteur is niet ten volle gehonoreerd;

    57. verzoekt de Administratie alle onregelmatige situaties met betrekking tot personeelszaken op te sporen en de nodige stappen te ondernemen om hieraan zo spoedig mogelijk een einde te maken;

    58. stelt vast dat problemen kunnen worden verwacht in verband met de vergrijzing en het groeiend aantal mensen dat de dienst verlaat (vanaf 2009 zullen jaarlijks ongeveer 180 personeelsleden vertrekken), en verzoekt de Administratie de nodige budgettaire ruimte te creëren om in de te verwachten toename van de financiële behoeften te kunnen voorzien;

    59. memoreert dat het de bedoeling is dat de nieuwe Streamline-software tegen het laatste kwartaal van 2006 functioneert en dat dit moet resulteren in een vermindering van het aantal posten over de komende jaren; stelt zich op het standpunt dat er, met uitzondering van het uitbreidingsprogramma en van de uiterst beperkte rekrutering van gespecialiseerd personeel, geen nieuwe aanwervingen mogen plaatsvinden, hetgeen in de toekomst moet resulteren in concrete besparingen;

    Inventarisatie

    60. merkt op dat er in 2007 geen grote nieuwe projecten door het Parlement zullen worden ondernomen; is dan ook van mening dat dit een voortreffelijke gelegenheid is om na te denken over het opzetten van een grootscheepse inventariseringsoperatie, deze te evalueren en uit te voeren; spoort de secretaris-generaal ertoe aan de tijdens deze operatie noodzakelijk gebleken aanpassingen door te voeren;

    Verslaglegging en informatieverstrekking met het oog op de eerste lezing van de begroting van het Parlement

    61. verzoekt de secretaris-generaal hem met het oog op een goed verloop van het besluitvormingsproces vóór eind juni 2006 de navolgende informatie te verstrekken:

    · een verslag over "efficiënter budgetteren", waarom was gevraagd naar aanleiding van de begrotingsrichtsnoeren voor 2006, maar dat nog niet is voorgelegd;

    · een studie naar de financiële gevolgen van de invoering van het Iers als eenentwintigste werktaal van het Europees Parlement;

    · een geregeld - en op zijn minst in mei en september - uit te brengen verslag over de stand van zaken bij de voorbereiding op de toetreding van Roemenië en Bulgarije voor wat betreft de aanwerving van personeel uit die landen;

    · een bijgewerkt verslag over de rekruteringssituatie met betrekking tot de uitbreiding van 2004, in het bijzonder voor wat betreft de talensector, en wel gespecificeerd naar aantallen ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten;

    · voorstellen over de wijze waarop het Parlement contact kan leggen met Europese burgers die geen gebruik maken van of toegang hebben tot het internet;

    · een uitgebreid verslag over de huidige situatie met betrekking tot opleiding en beroepsontplooiing in de instelling;

    · een bijgewerkt verslag over de verwerving van eigendom door het Parlement in de afgelopen twee jaar, met vermelding van de relevante financiële informatie en de behoeften aan kantoorruimte naar aanleiding van de uitbreiding van 2004 en van de aanstaande nieuwe uitbreiding;

    · een bijgewerkt verslag over de verdeling van de exploitatiekosten tussen de Commissie en het Parlement, met vermelding van de effectieve uitgaven van de beide instellingen;

    · een inventaris van de investeringsbehoeften op korte en middellange termijn voor het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem EMAS, teneinde op lange termijn optimale resultaten te kunnen bereiken;

    62. verlangt uiterlijk tegen 1 september 2006 in het bezit te zijn gesteld van:

    Ø        een verslag met een tussentijdse evaluatie van de stand van de uitvoering van de begroting over het lopende jaar, zodat het Parlement beter in staat is de voor 2007 ingediende ramingen met kennis van zaken te beoordelen;

    Ø        een presentatie van de ingediende voorlichtingsprojecten met de daaraan verbonden kosten en baten, en met alle terzake relevante informatie;

    Ø        een verslag over de inventariseringsoperatie, en met name over:

    <           activiteiten die geen waarde toevoegen aan de operaties waarvan ze deel uitmaken en over verbetering van de efficiency door rationalisering van werkmethoden, zodat de Europese belastingbetaler waar voor zijn geld krijgt,

    <             de vooruitgang die geboekt is bij de opstelling van het Rome-rapport van het EP en een uitvoerige evaluatie daarvan, waarin de nadruk moet liggen op de concrete vooruitgang die in de loop der jaren dankzij de "Kwaliteitssprong" is bewerkstelligd, vergezeld van een samenvatting met de belangrijkste conclusies die daaraan kunnen worden verbonden;

    <           de interinstitutionele samenwerking en de concrete mogelijkheden tot verdere concrete versterking van de interinstitutionele samenwerking, bij voorbeeld op het gebied van de voorlichting, waar een beter geïntegreerde aanpak van de instellingen dubbel werk zou kunnen helpen voorkomen;

    Andere instellingen

    Raad

    63. brengt in herinnering dat het "gentlemen's agreement" dat is gesloten, uitsluitend betrekking heeft op de huishoudelijke uitgaven; is van mening dat het stringente begrotingsbeleid dat dient te worden gevoerd, ook moet gelden voor de middelen die worden uitgetrokken ter financiering van het GBVB;

    Hof van Justitie

    64. memoreert dat de begrotingsautoriteit al in december 2005 heeft ingestemd met gewijzigde begroting nr. 6/2005 met het oog op de oprichting van het Gerecht voor ambtenarenzaken; te verwachten valt dat deze herstructurering een aanzienlijke vermindering van de werkbelasting van het Hof zal teweegbrengen;

    Rekenkamer

    65. uit zijn voldoening over de inspanningen van de Rekenkamer om de dienstverlening te verbeteren en over de invoering van de periodetoerekening per begrotingsjaar, die gezamenlijk met de Raad en het Hof van Justitie is ontwikkeld;

    66. is van mening dat een uitbreiding van het organigram alleen mag worden overwogen met het oog op de middellange termijn en nadat is komen vast te staan dat alle mogelijkheden tot overplaatsing van bestaand personeel zijn uitgeput;

    Comité van de Regio's

    67. erkent dat het Comité van de Regio's met een moeilijke situatie wordt geconfronteerd bij de talendienst; pleit voor het vinden van een beter evenwicht in het beschikbare personeelsbestand tussen ondersteunende en beleidstaken;

    68. erkent dat het Comité van de Regio's zich veel inspanningen heeft getroost op het terrein van de voorlichting en de samenwerking met de Commissie, inzonderheid met het DG Perszaken en het DG Regio, alsook met de bestaande regionale netwerken zoals Circom Regional; verzoekt het Comité van de Regio's zijn ervaring op communicatiegebied te delen met de andere instellingen;

    Europees Economisch en Sociaal Comité

    69. neemt kennis van de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst tussen het Comité en de Commissie; is ingenomen met het door het Comité genomen initiatief om een kwalitatieve evaluatie op te maken van de adviezen die het aan de Commissie uitbrengt; pleit ervoor dat het Comité onderzoekt of het mogelijk is een dergelijke samenwerkingsovereenkomst ook met het Parlement te sluiten;

    Synergie tussen Economisch en Sociaal Comité en Comité van de Regio's

    70. is van mening dat de oprichting van een gemeenschappelijke dienst profijtelijk is geweest voor de beide comités; is van oordeel dat deze gemeenschappelijke dienst een doeltreffende en dynamische manier is om dubbel werk te voorkomen, de kosten te verlagen en teamgeest te kweken zonder dat kwaliteit en efficiëntie van de verleende diensten eronder lijden; doet een beroep op de beide comités te onderzoeken welke andere diensten op deze wijze gezamenlijk kunnen worden georganiseerd; verzoekt beide partijen nog vóór de eerste lezing van de begroting 2007 daartoe een gedetailleerd gezamenlijk verslag met specifieke aanbevelingen in te dienen;

    71. neemt kennis van de behoeften waarmee de beide instellingen tijdens hun plenaire vergaderingen worden geconfronteerd; verzoekt beide comités een evaluatie op te maken van hun behoeften aan omvangrijke vergaderfaciliteiten op middellange termijn, zodat de faciliteiten van het Parlement intensiever kunnen worden gebruikt; deze eisen dienen zo spoedig mogelijk ter behandeling aan het Parlement te worden voorgelegd;

    Europese Ombudsman

    72. merkt op dat voor de aanwerving van extra personeel voor de Ombudsman in de begroting 2006 goedkeuring is verleend; verwacht dan ook dat er geen verdere aanvragen voor extra personeel zullen volgen en dat het in de begroting 2007 op te nemen organigram op het niveau van 2006 zal worden gestabiliseerd;

    73. verzoekt de Europese Ombudsman zijn prioriteiten voor de middellange termijn, alsmede de daaraan verbonden financiële implicaties aan het Europees Parlement voor te leggen, zodat het Parlement ze in de ramingen voor 2007 kan verwerken;

    Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

    74. merkt op dat de administratieve samenwerkingsovereenkomst tussen de secretarissen-generaal van het Europees Parlement en de Commissie, de adjunct secretaris-generaal van de Raad en de Toezichthouder voor gegevensbescherming op 16 januari 2007 verstrijkt; is van mening dat deze administratieve ondersteuning bijzonder te waarderen valt in een periode van stringente budgettering; wijst erop dat deze samenwerking verder kan worden geïntensiveerd, met name door de toegang tot computerfaciliteiten die in de diverse gebouwen aanwezig zijn te vergemakkelijken; verzoekt de betrokken instellingen vóór het eind van het jaar een model op te maken voor de volgende overeenkomst, die voor een langere periode zou moeten gelden;

    75. verzoekt de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming het Parlement op de hoogte te stellen van zijn prioriteiten op de middellange termijn, met alle financiële implicaties die daaraan zijn verbonden, zodat het Parlement deze kan evalueren, met name als ze betrekking hebben op gebieden waarop behoefte is aan ondersteuning in de vorm van gebouwen en logistieke voorzieningen;

    76. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

    PROCEDURE

    Titel

    Richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2007

    Afdeling I – Europees Parlement

    Afdeling II – Raad

    Afdeling IV – Hof van Justitie

    Afdeling V – Rekenkamer

    Afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité

    Afdeling VII – Comité van de Regio's

    Afdeling VIII (A) – Europese Ombudsman

    Afdeling VIII (B) – Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

    Procedurenummer

    [2006/2021(BUD)

    Rechtsgrondslag

    art. 272 EG

    Commissie ten principale 

    BUDG

    Medeadviserende commissie(s)

    ALL

    Rapporteur
      Datum benoeming

    Louis Grech
    11.1.2006

    Vervangen rapporteur

    Valdis Dombrovskis

    Datum besluit opstelling verslag

    3.2.2006

     

     

     

     

    Behandeling in de commissie

    20.2.2006

    6.3.2006

     

     

     

    Datum goedkeuring

    6.3.2006

    Uitslag eindstemming

    voor:                                                   27

    tegen:                                                 0

    onthoudingen:                                   0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Reimer Böge, Herbert Bösch, Simon Busuttil, Paulo Casaca, Brigitte Douay, Bárbara Dührkop Dührkop, James Elles, Szabolcs Fazakas, Salvador Garriga Polledo, Neena Gill, Ingeborg Gräßle, Louis Grech, Catherine Guy-Quint, Ville Itälä, Anne E. Jensen, Wiesław Stefan Kuc, Janusz Lewandowski, Vladimír Maňka, Jan Mulder, Gérard Onesta, Wojciech Roszkowski, Antonis Samaras, Nina Škottová, László Surján, Ralf Walter

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

    José Albino Silva Peneda, Margarita Starkevičiūtė

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 178, lid 2)

     

    Datum indiening – A[5]

    3.2.2006

    A6‑0058/2006

    Opmerkingen

    ...

    • [1]  PB L 253 van 7.10.2000, blz. 42.
    • [2]  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
    • [3]  PB C 172 van 18.6.1999, blz. 11 - Akkoord zoals laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2005/708/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 269 van 14.10.2005, blz. 24).
    • [4]  PB C 301 van 30.11.2005, blz. 1.