VERSLAG over het bevorderen van de binnenvaart: NAIADES, een geïntegreerd Europees actieplan voor de binnenvaart

21.9.2006 - (2006/2085(INI))

Commissie vervoer en toerisme
Rapporteur: Corien Wortmann-Kool

Procedure : 2006/2085(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A6-0299/2006
Ingediende teksten :
A6-0299/2006
Aangenomen teksten :

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het bevorderen van de binnenvaart: NAIADES, een geïntegreerd Europees actieplan voor de binnenvaart

(2006/2085(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien de mededeling van de Commissie over het bevorderen van de binnenvaart: NAIADES (COM(2006)0006),

–   gezien verordening (EG) nr. 718/1999 van 29 maart 1999 van de Raad, over het beleid voor de capaciteit van de binnenvaartvloot van de Gemeenschap met het oog op bevordering van het vervoer over de binnenwateren[1],

–   gezien het Witboek over het Europees vervoersbeleid voor 2010: tijd om beslissingen te nemen,

–   gezien de bevindingen van de ontmoeting op hoog niveau van 15 februari 2006 in Wenen over de binnenscheepvaart,

–   gezien de agenda van Lissabon voor groei en werkgelegenheid,

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6‑0299/2006),

A. overwegende dat de vervoerstromen naar verwachting zullen aangroeien en dat de binnenlandse waterwegen nog altijd veel vrije capaciteit in aanbod hebben en competitieve oplossingen voor transportproblemen kunnen helpen vinden, met gebruikmaking van een combinatie van vervoerswijzen,

B.  overwegende dat er in Europa ruimere streefdoelen nodig zijn om volledig gebruik te maken van een groter deel van de vrije capaciteit op de binnenwateren en het marktpotentieel van de binnenvaart op zich en als schakel in multimodale transportketens over heel Europa, met medewerking van openbare en privé instanties op nationaal en Europees niveau, en om betere mogelijkheden te creëren om het vervoer in de binnenvaart met relatief geringe infrastructuurkosten in omvang uit te breiden,

C. overwegende dat nauwe samenwerking tussen de Europese Commissie, de riviercommissies, de lidstaten en alle belanghebbende privé partijen van essentieel belang is om de competitiviteit te verbeteren en de binnenscheepvaart te ontwikkelen,

Het actieplan NAIADES

1.  erkent dat het Europees vervoersysteem hoe langer hoe meer met capaciteitsproblemen te kampen heeft, met als gevolg opstoppingen en vertragingen, en dat de binnenlandse waterwegen de opstoppingen kunnen helpen tegengaan, de veiligheid van het vrachtvervoer kunnen helpen verbeteren, tot efficiënter energieverbruik kunnen leiden en het milieu helpen beschermen;

2.  ondersteunt daarom het initiatief van de Commissie om een geïntegreerd Europees actieplan voor de binnenvaart op te stellen: NAIADES (beleidsvoering en ontwikkeling in de scheepvaart op de binnenlandse waterwegen in Europa);

3.  vraagt de lidstaten om hun nationale beleidsvoering om het vervoer over de binnenlandse waterwegen te stimuleren, verder te ontwikkelen met inachtneming van het Europees beleidsprogramma, en regionale en plaatselijke overheden en havenbesturen aan te moedigen om hetzelfde te doen;

1.  Markten

4.  benadrukt dat de bestaande markten geconsolideerd moeten worden, vooral door de infrastructuur over heel de aanbodketen betrouwbaarder te maken en beter te integreren;

5.  wijst erop dat de verbindingen met de nieuwe lidstaten van de Europese Unie in Oost- en Midden-Europa en ook Roemenië en Bulgarije uitgebouwd en op de huidige stand van de techniek gebracht moeten worden met aanvullende infrastructuur en intermodale en interoperationele maatregelen;

6.  benadrukt dat er kansen voor vernieuwende multimodale dienstverlening gecreëerd en nieuwe markten opgebouwd moeten worden, waar samenwerking tussen ondernemers en gebruikers, en nationale en regionale autoriteiten in de binnenvaart van wezenlijke betekenis is;

7.  vraagt de Commissie en de lidstaten - gezien het feit dat de bedrijfstak vooral uit kleine ondernemingen bestaat - om de beschikbaarheid van financiële middelen en vooral risicodragend kapitaal voor beginnende ondernemers te verbeteren, en bij het ontwerpen en doorvoeren van hun beleid de bijzondere structuur van de bedrijfstak volledig in het oog te houden;

8.  geeft daarbij zijn volledige steun aan het initiatief van de Commissie om informatiebronnen voor financieringsproblemen beschikbaar te stellen, bvb een financieringshandboek met inventaris van Europese, nationale en regionale subsidiëringsmogelijkheden voor de binnenscheepvaart, dat eventueel ook de financieringen door het Europees Investeringsfonds behandelt;

9.  vraagt de Commissie om zo spoedig mogelijk beleidsopties voor steunregelingen in de binnenvaart met staatshulp te publiceren en minimum regels aan te nemen die voldoende rekening houden met de behoeften van de binnenvaart;

10. verheugt zich over het voornemen van de Commissie om de bestaande knelpunten op nationaal en Europees niveau, die hinderlijk zijn voor de verdere uitbouw van de binnenvaart, door te lichten; vraagt alle belanghebbende openbare en privé partijen om bij de doorlichting hun medewerking te verlenen, na te denken over mogelijke oplossingen en naar de beste werkwijzen uit te kijken, zodat de resultaten van de doorlichting in aanmerking genomen worden wanneer er in de toekomst wetten opgesteld of nieuwe maatregelen getroffen worden;

11. benadrukt dat de administratieve knelpunten opgeheven en de procedures vereenvoudigd moeten worden, vooral door optimaal gebruik van elektronische communicatiemiddelen en centrale aanspreekpunten, en denkt dat de procedures in de zee- en binnenhavens en de wetgeving op milieu, afval en voedselveiligheid, die tot verstoring van de logistieke werkwijzen leiden, speciale aandacht verdienen ;

2.  Infrastructuur

12. wijst erop dat de betrouwbaarheid van het waterwegennet en het voorhanden zijn van multifunctionele (binnen)havens de voornaamste voorwaarden voor de verdere ontwikkeling van de binnenvaart zijn, vooral als onderdeel van multimodale ketens voor goederenvervoer en voor de bedrijfstak als zodanig in technisch en economisch opzicht, en legt de nadruk op de bijzondere verantwoordelijkheid van de lidstaten om meer inspanningen voor degelijke en betrouwbare infrastructuur te leveren, met inachtneming van de gevaren voor het milieu en andere milieutechnische aspecten;

13. wijst op het belang van informatiediensten voor de waterwegen, die de gebruikmaking van het binnenlands waterwegennet en de verbindingen met andere vervoerwijzen doelmatiger en veiliger kunnen helpen maken; vraagt de Europese Commissie en de lidstaten om de informatiediensten voor de waterwegen als onderdeel in de meerjarige indicatieve programma's voor het trans-Europees transportnetwerk op te nemen en al hun mogelijkheden te benutten om voor een duurzame logistieke flankering te zorgen;

14. benadrukt dat het binnenlands waterwegennet met de zeevaart geïntegreerd moet worden door de zeemondingen uit te bouwen, de onderlinge verbindingen tussen het riviernet en de zeevaart te verbeteren en te investeren in nieuwe schepen voor gecombineerd gebruik in de zee- en binnenvaart, ook volgens vernieuwende concepten;

15. vraagt de Commissie om in samenwerking met de lidstaten en alle belanghebbende derde landen een Europees ontwikkelingsplan op te stellen dat een volledig bijgewerkte inventaris van de infrastructuur van de Europese binnenlandse waterwegen moet bevatten, en meer informatie te verschaffen over waterwegen die onderhoud en andere structurele verbeteringen aan de infrastructuur nodig hebben; vraagt haar bovendien om daarbij terug te grijpen op de beschikbare kennis uit wetenschappelijk onderzoek en deskundigenrapporten in de lidstaten;

16. vraagt de Commissie om in het trans-Europees transportnetwerk zo spoedig mogelijk en uiterlijk tegen het einde van dit jaar (2006) een coördinator voor de binnenvaart aan te stellen om de uitvoering van prioritaire waterbouwprojecten in het trans-Europees netwerk te stimuleren, en daarbij op de ervaringen met bestaande coördinatorfuncties terug te grijpen;

17. vraagt de lidstaten en de Commissie om een grotere preferentie van minstens 20 % te laten gelden voor alle binnenvaartprojecten van gemeenschappelijk belang en ze een hogere prioriteit in het meerjarenprogramma voor het trans-Europees transportnetwerk te geven;

18. vraagt de lidstaten om de vervoermogelijkheden over de binnenlandse waterwegen in aanmerking te nemen in hun ruimtelijke ordening en economisch beleid op federaal, regionaal en plaatselijk niveau om de ontwikkeling van handelsplaatsen en logistieke diensten langs de waterwegen actief te stimuleren, met aandacht voor milieuvriendelijke transportmiddelen en de werkgelegenheid in het bedrijfsleven en de distributie, en speciale aandacht aan de kleine waterwegen te besteden, die ongebruikte mogelijkheden voor doelmatiger vrachtvervoer in zich bergen;

3.  De vloot

19. herinnert eraan dat er in 2007 strengere Europese drempelwaarden voor de uitstoot van zwaveloxiden, vaste deeltjes, stikstofoxiden en koolzuur vastgelegd moeten worden, vooral door het gebruik van zwavelarme brandstof aan te moedigen; vraagt de Europese Commissie en de lidstaten om de invoering en het gebruik van zuinige en milieuvriendelijke motoren in de binnenvaart met stimulerende maatregelen te bespoedigen om het rendement van haar energieverbruik te verhogen;

20. begrijpt dat uitlaatgassen sterk afhankelijk zijn van de kwaliteit van de brandstoffen die op de markt verkrijgbaar zijn en vraagt de Commissie om zo spoedig mogelijk een voorstel in te dienen dat striktere normen voor de brandstoffen in de binnenvaart oplegt;

21. vraagt de Commissie om in 2007 een voorstel voor een vernieuwingsfonds voor de Europese binnenscheepvaart in te dienen om nieuwe investeringen volgens de ontwikkeling van de vraag en vernieuwende logistieke, technologische en milieutechnische concepten van Europees belang met grensoverschrijdende samenwerking en interoperationaliteit te financieren - het fonds, als centraal beleidsmiddel in het actieprogramma Naiades, zou voor een derde door de sector zelf gefinancierd moeten worden (het bestaand Europees (reserve)fonds voor de binnenscheepvaart, dat door Verordening (EG) nr. 718/1999 als cofinancieringsinstrument in het leven geroepen is), voor een derde door de Europese Unie en voor het laatste derde door de lidstaten; vraagt haar verder om in nauwe samenwerking met de sector de voorwaarden voor de oprichting van het fonds op te stellen en wijst erop dat steun voor de informatiediensten als een mogelijkheid te beschouwen is;

22. benadrukt dat de ontwikkeling van niet-vervuilende en doelmatige schepen volgens het 7de kaderprogramma onderzoek & ontwikkeling gestimuleerd moet worden en wijst daarbij op de ontwikkelingen in de scheepsbouw voor de vaart op verschillende soorten water, ook schepen met geringe diepgang, die dienstig kunnen zijn voor het vervoer over water met laag of veranderlijk peil zonder schade voor de natuurlijke omgeving, en denkt dat er bijzondere aandacht aan informatie- en communicatietechnologieën, de constructie, milieutechnische efficiëntie en uitrusting van de schepen besteed moet worden;

4.  Werkgelegenheid, opleiding en beeldvorming

23. erkent dat het gebrek aan ondernemers en personeel voor de binnenvaart een probleem aan het worden is, door de veroudering van het huidig personeel en de geringe aantrekkingskracht op nieuwkomers;

24. vraagt de Commissie en de lidstaten om zich te blijven inspannen om de regels voor bemanning en getuigschriften voor kapiteins te harmoniseren en de wederzijdse erkenning van getuigschriften te vergemakkelijken, bijvoorbeeld aan de hand van de Europese kwalificatiestructuur;

25. vraagt de Commissie, de riviercommissies en de lidstaten om in samenwerking met de bedrijfstak moderne en marktgerichte opleidingsprogramma's voor de sector op te zetten, zo mogelijk met gebruikmaking van gemeenschappelijke opleidingsnormen en ook in samenwerking met opleidingsprogramma's voor de zeevaart als "Leadership", om aantrekkingskracht op nieuwkomers voor werkgelegenheid in een internationale omgeving uit te oefenen en interessante loopbaanperspectieven te bieden;

26. benadrukt hoe belangrijk het is om de bestaande sociale wetgeving uit te voeren om voor goede arbeidsomstandigheden te zorgen;

27. stipt aan dat er nog altijd een gebrek aan bewustzijn van de mogelijkheden van goederenvervoer over water bestaat, vooral het potentieel aan flexibiliteit en duurzaamheid van de binnenvaart;

28. erkent dat de economische waarde en mogelijkheden van de binnenlandse waterwegen, willen ze in hun volle omvang gebruikt worden en succesvol zijn, bekend gemaakt en uitgelegd moeten worden; vraagt dan ook steun voor de bestaande informatiebureaus voor de binnenscheepvaart en oprichting van nieuwe bureaus in de lidstaten die mogelijkheden voor de binnenvaart te bieden hebben, die de cliënteel van de vervoerders van advies kunnen dienen en aanmoedigen om gebruik te maken van de binnenvaart, en vraagt steun voor de overheden om de problemen op het spoor te komen en hun beleidsvoering af te bakenen;

29. stelt voor om het Europees net voor de bevordering van het vervoer over het binnenlands waterwegennet in een Europees netwerk voor de bevordering van het intermodaal vervoer te integreren, dat gebruik maakt van de bestaande structuren en de ervaringen met de steunverlening voor andere transportmiddelen, meer in het bijzonder wat er op Europees niveau al voorhanden is om het maritiem transport over korte afstanden te bevorderen;

30. vraagt de lidstaten en de belanghebbende partijen, bij ontstentenis van gerichte Europese financiering, om zich ertoe te verbinden om het financieel overleven van het netwerk te waarborgen;

31. wijst op het belang van een Europees marktwaarnemingssysteem met deelname van alle belanghebbende partijen, dat onderling vergelijkbare gegevens over de markt verstrekt, vooral om tijdige en verantwoorde investeringsbesluiten mogelijk te maken, sterke en zwakke punten aan te wijzen en mogelijke nieuwe markten te ontdekken;

5.  Institutioneel raamwerk

32. stelt dat de uitbouw en voorspoed van de binnenvaart in verdere besprekingen van het institutioneel raamwerk het centraal aandachtspunt moet zijn, en dat het van belang is om de huidige bevoegdheden van alle belangrijke deelnemende partijen in acht te nemen, gebruik te maken van de deskundigheid van internationale organisaties, en bijkomende administratieve verplichtingen te vermijden;

33. vraagt meer en ruimere samenwerking tussen de riviercommissies en de Gemeenschap, vast te leggen in een gemeenschappelijke intentieverklaring die minstens de volgende elementen bevat:

-          uitvoering van het beleidsprogramma NAIADES,

-          betere uitwisseling van kennis en personeel in de binnenscheepvaart tussen de Gemeenschap, de lidstaten en de riviercommissies;

o

o o

34. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

TOELICHTING

De Commissie legt een beleidsprogramma voor, NAIADES, om het vervoer over de binnenlandse waterwegen te stimuleren. Volgens haar kan de binnenscheepvaart als veilige en milieuvriendelijk wijze van vervoer met veel vrije capaciteit in haar infrastructuur voor een verschuiving tussen de verschillende vervoerwijzen zorgen en de opstoppingsproblemen helpen tegengaan waar andere vervoermiddelen mee te kampen hebben. Het beleidsprogramma behandelt vijf strategische onderdelen: de markt, de vloot, werkgelegenheid en opleiding, beeldvorming en de infrastructuur.

Als rapporteur onderschrijf ik de uitgangspunten en de algemene opzet van het beleidsprogramma NAIADES.

De scheepvaart op de binnenlandse waterwegen biedt mogelijkheden om een aantal van de uitdagingen voor de duurzaamheid van de transportmiddelen en het milieu te lijf te gaan waar we vandaag mee te maken krijgen. Ze verdient daarom hogere prioriteit in het beleid, en in het algemeen gesproken zijn er ruimere streefdoelen nodig om de voordelen van de binnenvaart uit te bouwen en het enorm potentieel te benutten dat de binnenlandse waterwegen te bieden hebben. De betrouwbaarheid van de infrastructuur en de verbindingen met andere vervoerwijzen, vooral in zee- en binnenhavens, verdienen bijzondere aandacht. De beleidsvoering moet daarom verbindingen leggen naar de ruimtelijke ordening en er zijn ruimere inspanningen nodig om van de binnenvaart een duurzamer vervoermiddel te maken door milieuvriendelijker brandstof en schepen te gebruiken die in type en afmetingen beantwoorden aan de waterwegen die ze bevaren. Volgens mij kan zo'n benadering nieuwe markten helpen ontsluiten, waar de binnenscheepvaart nog niet als mogelijkheid in aanmerking genomen is.

De binnenscheepvaart bestaat voor het grootste deel uit kleine familiebedrijven. Het zijn zelfstandige ondernemingen die voornamelijk of uitsluitend met eigen kapitaal werken. Maar het ontbreekt hun aan mogelijkheden voor ingrijpende vernieuwingen. Steun vanuit het beleid en stimulerende maatregelen kunnen de sector helpen om een nog vitalere schakel in de moderne logistieke ketens te worden.

In dit initiatiefverslag wil ik vooral aandacht besteden aan de volgende elementen:

1. Marktontwikkeling

De markt voor de binnenscheepvaart heeft in West-Europa een aanzienlijke ontwikkeling van het traditioneel vervoer van stortgoed en hoogwaardig vervoer van laadkisten te zien gegeven. De binnenvaart blijkt een bijzonder goede manier te zijn om gevaarlijke goederen als scheikundige producten en brandstof veilig te vervoeren. Er kunnen nog altijd nieuwe markten uitgebouwd worden: bedrijfsleven en bevrachters zijn zich soms gewoon niet van de mogelijkheden van de binnenscheepvaart bewust. Na de uitbreiding van de Europese Unie heeft het handelsverkeer tussen West- en Oost-Europa een spectaculaire toename gekend. Dat stimuleert het ontstaan van nieuwe markten en kan algemeen gesproken het aandeel van de binnenvaart in het goederenvervoer laten toenemen.

Te weinig financiële mogelijkheden en administratieve problemen zijn belangrijke hindernissen voor de ontwikkeling van markten. Waar het om financiële middelen gaat, is het van belang dat de ondernemers in de binnenvaart, over het algemeen kleine bedrijven, hun weg vinden om toegang tot kapitaal te krijgen. Ik onderschrijf dan ook de initiatieven van de Commissie om een 'financieringshandboek' op te stellen en richtlijnen voor staatsteun aan de binnenscheepvaart voor te stellen. Voorbeelden van financieringsmogelijkheden zijn het Europees Investeringsfonds, de faciliteit voor beginnende ondernemingen in de Europese technologiefaciliteit, de actie startkapitaal en het waarborginstrument voor KMO's.

De binnenvaart wordt ook dikwijls gehinderd door knelpunten van administratieve of reglementaire aard, die haar logistieke werkwijzen verstoren en haar concurrentiepositie in vergelijking met andere vervoermiddelen verzwakken. Soms bemoeilijken verschillende regels voor verschillende vervoermiddelen, of in één en dezelfde of tussen verschillende havens een probleemloze ontwikkeling van de binnenscheepvaart.

Het komt al te dikwijls voor dat procedures van wetgeving die niet rechtstreeks in verband staat met het transport, bvb richtlijnen op afvalverwerking, voedselveiligheid of milieubescherming, voor de binnenscheepvaart enorme administratieve problemen opwerpen. Meer aandacht voor uitvoeringsregels die de behoeften van een doelmatig vervoersysteem (te water) in aanmerking nemen, is dan ook ten zeerste geboden.

Daarom verheug ik me ook bijzonder sterk in de doorlichting en harmonisering van de bestaande wetgeving. Het is van het grootste belang om de regelgeving te verbeteren door de administratieve vereisten en documenten te vereenvoudigen. De doorlichting mag niet tot de wetgeving van de Gemeenschap beperkt blijven, maar moet ook de praktijken van de lidstaten en regionale en plaatselijke werkwijzen omvatten. Hoewel zo'n doorlichting op de eerste plaats de taak van de Commissie is, is medewerking van andere belanghebbende partijen, openbaar of privé, dan ook van wezenlijk belang.

2. Infrastructuur

Een betrouwbare en goed functionerende infrastructuur is een onmisbare voorwaarde om de bestaande markten te behouden en er nieuwe tot ontwikkeling te brengen. De huidige achterstand in het onderhoud van de Europese infrastructuur voor de binnenvaart is één van de dringendste problemen die oplossing vragen. De voornaamste verantwoordelijkheid ligt bij de nationale of regionale overheden, die onderhoud en uitbreiding van de infrastructuur voor de binnenscheepvaart maar al te dikwijls te weinig prioriteit geven. Er is een algemene neiging om te vergeten dat er voor onderhoud van de bestaande infrastructuur niet noodzakelijkerwijze enorme investeringen nodig zijn. Beperkte maar goed geplande en geleide ingrepen kunnen met betrekkelijk bescheiden kosten voorkomen dat er knelpunten ontstaan. Onderhoud van de oevers, sluizen en bruggen kan de binnenvaart doelmatiger helpen maken en knelpunten vermijden. Op Europees niveau kan de Commissie ondersteuning verlenen door een bijgewerkt overzicht van de staat van de binnenlandse waterwegen in Europa op te maken en informatie over de noodzaak van onderhoud of eventuele verbetering te verstrekken. In die zin kan een Europees ontwikkelingsplan voor de waterwegeninfrastructuur een goed middel zijn om voor betere bewustwording van de problematiek te zorgen en investeringen te stimuleren.

Als het om uitgebreider nieuwe infrastructuurplannen gaat, dan wil ik erop wijzen dat niet meer dan 1,5% van het budget voor het trans-Europees transportnet aan binnenscheepvaartprojecten besteed wordt. Onderlinge verbindingen van de rivierbekkens zijn van vitaal belang voor lange ononderbroken transportketens over de binnenlandse waterwegen. Dat betekent dat uitvoering van de twee lopende binnenvaartprojecten in het trans-Europees transportnet, Straubing-Vilshoven en Seine-Noorderdepartement, een dringende zaak is. Ik zie met spijt dat er in het trans-Europees transportnet geen coördinator voor binnenscheepvaartprojecten is. Een Europese coördinator zou voor gemakkelijker uitvoering van de projecten kunnen zorgen, zoals dat voor de andere projecten in het trans-Europees transportnet het geval is. En ten laatste zorgen informatiediensten voor de rivieren voor betere begeleiding van het verkeer, terwijl ze ook een bijdrage tot een betrouwbare en doelmatige infrastructuur kunnen leveren. Ze moeten zonder uitstel opgericht worden.

3. De vloot

Schepen hebben een lange levensduur en vergen aanzienlijke aanvangsinvesteringen, zodat de vloot maar traag vernieuwd wordt. Maar vernieuwing is wel van groot belang om hoogwaardig scheepsvervoer te kunnen bieden, en afgeleide vernieuwende concepten van Europees belang moeten daarom een prioriteit vormen.

Voor wat betreft de milieuvereisten, moeten schepen op de eerste plaats milieuvriendelijk zijn in termen van emissies, en ten tweede moeten ze milieuvriendelijk zijn voor gebruik op de soorten water die ze voor transportdoeleinden bevaren. De eerste en belangrijkste stap om de emissies van schepen te beperken is betere brandstof. Minder emissie van zwaveloxiden zal vooral door terugdringing van het zwavelgehalte bereikt worden. Hoewel er al zwavelarme brandstoffen bestaan, zijn ze maar beperkt beschikbaar. Wetgeving van de Gemeenschap die gemeenschappelijke normen voor zwavelarme brandstof invoert, zou haar veralgemeend gebruik sterk helpen bevorderen. We moeten de Commissie daarom vragen om in 2007 voorstellen voor striktere regels op de brandstoffen voor binnenschepen in te dienen. Met milieuvriendelijker brandstoffen wordt het trouwens ook mogelijk om milieuvriendelijker motors te plaatsen, die minder koolstofmonoxide de lucht inblazen (tot 30 % minder), minder vaste deeltjes (tot wel 35% minder) en stikstofoxiden. Milieuvriendelijker brandstof zou dus ook positieve uitwerkingen op de emissie van andere elementen hebben. De uitstoot van vaste deeltjes en stikstofoxiden kan ook met filters (deeltjesvangers) of katalysators bereikt worden, maar ook dat werkt beter bij gebruik van zwavelarme brandstof.

Naast het milieuvriendelijker maken van de schepen moet er ook aan ontwikkeling en gebruik van andere scheepstypes gedacht worden. Verschillende infrastructuur vraagt verschillende soorten schepen. Als de Rijn in de loop der jaren aangepast is aan de binnenscheepvaart, dan kan hij ook tot een 'watersnelweg' uitgebouwd worden. Op de Donau en andere rivieren kunnen natuurlijke hindernissen en veranderingen in het waterpeil belemmeringen voor de binnenscheepvaart vormen. Als men die belemmeringen probeert te overwinnen met grootschalige infrastructuurwerken (rivieren uitdiepen, dammen en dijken leggen), dan kan dat andere problemen met zich meebrengen die veeleer met het milieu te maken hebben, zoals overstromingen. In plaats van de rivieren aan de schepen aan te passen, moet er daarom actiever naar mogelijkheden gezocht worden om de schepen aan te passen aan de rivieren. De ontwikkeling van dergelijke schepen kan nieuwe markten voor de binnenvaart openen in gebieden met veranderlijk waterpeil zonder schade voor de natuurlijke omgeving. De recente gebeurtenissen tonen aan dat dammen en dijken enkel plaatselijk tegen overstroming kunnen beschermen, terwijl andere maatregelen, zoals wateropvanggebieden, grondiger en langduriger oplossingen bieden.

Een vernieuwingsfonds voor de Europese binnenscheepvaart kan een goed hulpmiddel zijn om dergelijke vernieuwingen te bekostigen. De juiste gebruikswijze van zo'n fonds blijft nader te bepalen, maar essentieel is dat investeringsvoorstellen uitgaan van de behoeften en voor grensoverschrijdende samenwerking zorgen. Er is al een grondslag voor een dergelijk fonds in de vorm van het bestaande Europees (reserve)fonds voor de binnenscheepvaart, dat opgericht is met Verordening (EG) nr. 718/1999 en volledig door de bedrijfstak gefinancierd wordt. Het zou redelijk zijn dat de Europese Unie en haar lidstaten vergelijkbare bedragen in het fonds storten, zodat elke partij een derde van de totale omvang bijdraagt.

4. Werkgelegenheid, opleiding en beeldvorming

Het aantrekken van nieuw personeel is één van de grotere problemen in de binnenscheepvaart geworden. Eén oplossing is verdere harmonisering van de voorschriften, zoals die voor de bemanning en de getuigschriften voor kapiteins. Wederzijdse erkenning van getuigschriften kan een manier zijn om zelfs nog sneller internationale mobiliteit op de arbeidsmarkt te bereiken. Om de werkgelegenheid in de binnenscheepvaart aantrekkelijker te maken moet er aan positieve beeldvorming gedaan worden, met nadruk op de dynamische en internationale aspecten in de arbeidsomstandigheden. De bedrijfstak kan niet langer op traditie vertrouwen maar moet moderne wervingskampanjes voor personeel opzetten.

De binnenscheepvaart uitbouwen is ook een manier om nieuwe markten aan te boren. Informatiebureaus en een Europees marktwaarnemingssysteem zijn middelen om het doel te bereiken. En ten laatste, maar zeker niet minder belangrijk, is uitvoering van de sociale wetgeving een centraal onderdeel van goede arbeidsomstandigheden, samen met sociale dialoog.

5. Institutionele omkadering

De institutionele aspecten zijn van belang maar kunnen nooit een doel op zich vormen. Elk institutioneel raamwerk moet de voorspoed van de binnenvaart als centraal aandachtspunt hebben, en uitvoering van het NAIADES-programma moet één van zijn eerste prioriteiten zijn. Een beter institutioneel raamwerk begint bij nauwere en ruimere samenwerking tussen de bestaande organisaties, meer in het bijzonder de riviercommissies, de Europese Gemeenschap en de lidstaten. Uitwisseling van kennis en personeel, bijvoorbeeld door detachering, kan de integratie van de organisationele structuur en uitwisseling van de beste werkwijzen vooruithelpen.

PROCEDURE

Titel

Het bevorderen van de binnenvaart: NAIADES, een geïntegreerd Europees actieplan voor de binnenvaart

Procedurenummer

2006/2085(INI)

Commissie ten principale

        Datum bekendmaking toestemming

TRAN
6.4.2006

Medeadviserende commissie(s)
  Datum bekendmaking

ENVI
6.4.2006

EMPL
6.4.2006

 

 

 

Geen advies
  Datum besluit

ENVI
25.4.2006

EMPL
1.2.2006

 

 

 

Nauwere samenwerking

        Datum bekendmaking

 

 

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Corien Wortmann-Kool
22.2.2006

 

Vervangen rapporteur(s)

 

 

Behandeling in de commissie

20.4.2006

19.6.2006

12.9.2006

 

 

Datum goedkeuring

12.9.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

38
0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gabriele Albertini, Margrete Auken, Philip Bradbourn, Michael Cramer, Arūnas Degutis, Christine De Veyrac, Petr Duchoň, Saïd El Khadraoui, Robert Evans, Emanuel Jardim Fernandes, Luis de Grandes Pascual, Ewa Hedkvist Petersen, Jeanine Hennis-Plasschaert, Stanisław Jałowiecki, Georg Jarzembowski, Dieter-Lebrecht Koch, Jörg Leichtfried, Fernand Le Rachinel, Bogusław Liberadzki, Eva Lichtenberger, Erik Meijer, Robert Navarro, Seán Ó Neachtain, Janusz Onyszkiewicz, Josu Ortuondo Larrea, Willi Piecyk, Luís Queiró, Reinhard Rack, Renate Sommer, Ulrich Stockmann, Marta Vincenzi, Corien Wortmann-Kool

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Zsolt László Becsey, Nathalie Griesbeck, Helmuth Markov, Willem Schuth, Luis Yañez-Barnuevo García

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Brian Simpson

Datum indiening

21.9.2006

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

 

  • [1]  PB L 90 van 2.4.1999, blz. 1.