VERSLAG over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende voorschriften voor een vrijwillige modulatie van de rechtstreekse betalingen waarin Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers voorziet, en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005
5.10.2006 - (COM(2006)0241 – C6‑0235/2006 – 2006/0083(CNS)) - *
Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
Rapporteur: Lutz Goepel
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende voorschriften voor een vrijwillige modulatie van de rechtstreekse betalingen waarin Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers voorziet, en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005
(COM(2006)0241 – C6‑0235/2006 – 2006/0083(CNS))
(Raadplegingsprocedure)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2006)0241)[1],
– gelet op artikel 37 van het EG‑Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6‑0235/2006),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en het advies van de Begrotingscommissie (A6‑0315/2006),
1. verwerpt het voorstel van de Commissie;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel in te trekken;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
MOTIVERING
Inleiding
Het voorstel van de Commissie over de invoering van een vrijwillige modulatie vloeit voort uit een besluit van de Raad van december 2005 (zie conclusies van de Raad van 16.12.2005, Rnr. 63).
Aanleiding hiertoe was de in de Raad op aandringen van de 1%-landen en met name van het Verenigd Koninkrijk overeengekomen verlaging van de middelen voor plattelandsontwikkeling (ca. 69 mrd in plaats van 88 mrd euro), die ten dele door de vrijwillige modulatie gecompenseerd zou worden. Hiertegen tekende het Parlement onmiddellijk krachtig protest aan (zie verklaring 9 bij het Interinstitutioneel Akkoord over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure (IA).
Het besluit van de Raad voorziet tevens in een zogenaamde health check voor alle uitgaven van de Unie, met inbegrip van de landbouwuitgaven. Bij de voorbereiding hiervan en de omzetting van de resultaten moet het Europees Parlement uitvoerig worden betrokken (zie verklaring 3 bij het IA).
Het voorstel van de Commissie, dat op sommige punten afwijkt van het besluit van de Raad, omvat de volgende essentiële elementen:
- De lidstaten kunnen in het kader van de vrijwillige modulatie tot 20% van alle rechtstreekse betalingen verlagen (de Raad wilde ook de uitgaven voor de markt meenemen).
- De modulatie is niet met randvoorwaarden verbonden, met uitzondering van de vrijstelling voor kleine begunstigden, die minder dan 5.000 euro aan rechtstreekse betalingen ontvangen.
- De middelen kunnen binnen de voorwaarden van de EFRO-verordening naar eigen inzicht worden ingezet; wel moeten de voorschriften inzake de minimumuitgaven per as moeten worden nageleefd (anders bij de Raad).
- Cofinanciering is niet verplicht.
- De lidstaten moeten binnen twee maanden het kortingspercentage voor de totale subsidieperiode vaststellen.
Er is geen impactbeoordeling uitgevoerd.
De lidstaten dringen sterk aan op meer flexibiliteit, d.w.z. met name loslating van de koppeling aan een as, uitbreiding van de termijn voor kennisgeving, mogelijkheid om de modulatiepercentages in de loop van de subsidieperiode aan te passen, sterkere regionalisering, enz.
Beoordeling
Het Parlement kan niet met dit voorstel akkoord gaan, omdat het
- veel bedrijven in hun bestaan bedreigt,
- tot concurrentiedistorsies en volgens het Verdrag verboden discriminatie van landbouwers in bepaalde lidstaten leidt,
- ertoe leidt dat het GLB wordt losgelaten of gerenationaliseerd en dat van het in het gemeenschappelijk landbouwbeleid opgenomen gebod tot solidariteit wordt afgestapt,
- voorbijgaat aan de doelstellingen van de Gemeenschap met betrekking tot het platteland,
- onevenwichtig en onsamenhangend is, en
- het recht van het Europees Parlement op participatie negeert.
Aangezien er geen impactbeoordeling is en betrouwbare cijfers ontbreken, kan het Parlement niet akkoord gaan met een dusdanig ingrijpende wijziging van de uitgangspunten.
Uw rapporteur wijst erop dat het Parlement in het verslag-Böge over het oplossen van de financieringsproblemen van het GLB een verplichte nationale cofinanciering van de uitgaven van de eerste pijler heeft voorgesteld. Aldus was het mogelijk geweest de toezeggingen van de staatshoofden en regeringsleiders van oktober 2002 aan de landbouwers na te komen, zonder aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid, d.w.z. een op Europees niveau gezamenlijk bepaald beleid, te tornen.
Door het besluit van de Raad wordt de discussie over de structuur van de landbouwuitgaven in het kader van de health check beperkt tot kwesties met betrekking tot de modulatie, zoals uit de aankondiging van de Commissaris inzake uitbreiding van de verplichte modulatie na 2008 blijkt. Een open discussie over de voorstellen van het Parlement in het verslag-Böge is kennelijk niet te verwachten.
Individuele aanpassingen volstaan niet; het is nodig alle mogelijke alternatieven uitvoerig tegen het licht te houden en op basis hiervan coherente en logische maatregelen vast te stellen.
A) Gevolgen voor de gemeenschappelijk markt voor landbouwproducten
Vrijwillige modulatie in de voorgestelde vorm is in strijd met de beginselen van het GLB, tast de rechten van de betrokken landbouwers aan en brengt de zich over het hele areaal uitstrekkende bewerking van de landbouwgrond in Europa in gevaar.
1. Het voorstel is in strijd met het discriminatieverbod. Het GLB is gegrondvest op de gedachte van eerlijke concurrentie en solidariteit (artt. 33 en 34 van het EG-Verdrag). Het voorstel houdt in dat er een brede nationale en regionale marge voor de berekening van de inkomenssteun van de Gemeenschap wordt toegestaan (tot 20%). Deze verschillen vloeien niet voort uit objectieve uitgangspunten. De verordening voorziet niet in randvoorwaarden (arbeidsplaatsen, inkomenssteun per hectare e.d.) voor de toepassing van de modulatie, noch bevat zij een mechanisme dat voorkomt dat de concurrentiesituatie van de landbouwers in kwestie onevenredig verslechtert. Differentiatie op de gemeenschappelijke markt voor landbouwproducten bij de inkomenssteun zonder dat hieraan objectieve criteria zijn verbonden, is evenwel in strijd met de permanente jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie. Het voorstel vormt een des te opzienbarendere inbreuk omdat er geen impactbeoordeling ervan heeft plaatsgevonden.
2. Bovendien leidt het voorstel van de Commissie tot aanzienlijke inkomensverliezen in de landbouw, zonder dat de gevolgen hiervan zijn beoordeeld. De rechtstreekse betalingen kunnen vanaf 2008 met tot eenderde ten opzichte van 2003 worden verminderd (20% vrijwillige en 5% verplichte modulatie, alsmede een verlaging van 8% na de toetreding van Bulgarije en Roemenië), hoewel de betalingen volgens het in 2002 genomen besluit tot 2013 veiliggesteld zouden moeten zijn.
De verlagingen vinden plaats in een tijd van moeizame aanpassingsprocessen voor de Europese landbouw (toenemende concurrentie op de wereldmarkt, hervorming van belangrijke marktordeningen, stijgende grondstofprijzen, enz.). Een verlaging van het inkomen op korte termijn, en daarenboven van deze omvang leidt niet tot een structurele aanpassing, maar tot een structurele breuk. De landbouwers hebben nu zekerheid voor hun planning nodig. Zij verliezen elk vertrouwen in de politiek indien gedane toezeggingen telkens weer ter discussie worden gesteld.
B) Doelstellingen en beginselen van de plattelandsontwikkeling
1. Anders dan de regelingen in alle overige structuurfondsen en ook anders dan in eerdere bepalingen inzake modulatie voorziet het voorstel niet in cofinanciering. Cofinanciering is echter een essentieel instrument van het structuurbeleid, dat waarborgt dat de EU-middelen op economische en zuinige wijze worden uitgegeven en alleen daar worden ingezet waar EU-middelen inderdaad een toegevoegde waarde bewerkstelligen.
2. Gezien de duidelijke financieringsproblemen van sommige lidstaten (b.v. Portugal) zou bij verplichte cofinanciering geen uniforme toepassing van het instrument van de vrijwillige modulatie zijn gewaarborgd, daar de beslissing in grote mate bepaald zou worden door de situatie van de nationale schatkist en niet zozeer door de inkomenssituatie van de landbouwers of de behoeften van het platteland. Hieruit blijkt eens te meer dat het hierbij om een onrijp voorstel gaat, dat de coherentie van het beleid ter ontwikkeling van het platteland in gevaar brengt en dat niet kan worden gered met behulp van individuele aanpassingen.
3. Verdere flexibilisering, zoals momenteel door de Raad wordt overwogen, b.v. loskoppeling van de as, is van meet af aan te verwerpen, aangezien anders zelfs niet eens gewaarborgd zou zijn dat de Europese middelen overeenkomstig Europese doelstellingen worden uitgegeven.
4. Het voorstel leidt er in het uiterste geval toe dat de beschikbare middelen voor het platteland over de hele linie afnemen. De besnoeiingen in de eerste pijler, die nog steeds een belangrijke hoeksteen van de plattelandseconomie vormt, zouden kunnen worden gebruikt om nationale cofinancieringsmiddelen te vervangen. Uit de eerste en de tweede pijler plus cofinanciering zouden dan minder middelen voor het platteland beschikbaar zijn dan nu het geval is. Het voorstel leidt precies tot het tegenovergestelde van dat wat nagestreefd lijkt te worden.
C) Renationalisering van het landbouwbeleid
De modulatie van 20% leidt tot renationalisering van het landbouwbeleid. Van een gemeenschappelijk landbouwbeleid is nog maar hier en daar sprake. De omvang van de rechtstreekse betalingen wordt grotendeels net zozeer aan de willekeur van de lidstaten overgelaten als de verdeling van de hierdoor bespaarde gemeenschappelijke middelen.
Besnoeiingen worden unilateraal vastgesteld door de lidstaten, de eerste pijler wordt een mijn waaruit kan worden geput om tegemoet te komen aan nationale financiële belangen. Voorwaarden die discriminatie van landbouwers voorkomen of waarborgen dat met de middelen bestaande ongelijkheden worden weggewerkt of bepaalde gemeenschappelijke doelstellingen worden verwezenlijkt, zijn er niet. Gezien de breedte van de in de tweede pijler aangeboden maatregelen en met name wanneer de nog verder reikende voorstellen van de Raad worden opgevolgd, is interne coherentie van het gemeenschappelijk landbouw beleid nauwelijks nog gewaarborgd.
Dit betekent dat alle uitgangspunten veranderen.Het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt gerenationaliseerd, de behoefte aan financiële middelen daarentegen gecommunautariseerd. Een dermate ingrijpende hervorming kan echter niet plaatsvinden zonder uitvoerige raadpleging van het Parlement en van de betrokkenen.
D) Het Parlement wordt genegeerd
Met het onderhavige voorstel wordt volkomen voorbijgegaan aan de rechten van het Parlement, waardoor het zo niet kan worden geaccepteerd.
1. De uitgaven voor de ontwikkeling van het platteland zijn volgens bijlage III van het Interinstitutioneel Akkoord niet-verplichte uitgaven. In het kader van de vrijwillige modulatie kunnen de lidstaten eenzijdig en zonder uitvoerige participatie van het Parlement overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord, hoofdstuk C, de uitgaven ten opzichte van de in bijlage I van het IA opgenomen financieel kader met een paar miljard euro optrekken. Deze ingrijpende wijziging van de uitgangspunten voor de begroting bij de niet-verplichte uitgaven zonder dat het Parlement hierin wordt gekend, is duidelijk in strijd met letter en geest van het Interinstitutioneel Akkoord.
2. De invoering van de vrijwillige modulatie loopt vooruit op de resultaten van de health check van de begroting die voor 2008/2009 is gepland en waarvan voorstellen voor de financieringsperiode vanaf 2013 zouden moeten worden afgeleid. De health check en alle hiervan af te leiden voorstellen moeten overeenkomstig verklaring 3 bij het Interinstitutioneel Akkoord in nauwe samenwerking met het Parlement worden ontwikkeld. Daarvan is bij onderhavig voorstel geen sprake. Het lijkt de bedoeling dat het Parlement maar even snel zijn goedkeuring moet hechten aan een door de Raad in korte tijd en in alle stilte voorbereid, zeer ingrijpend voorstel.
3. Gezien de reikwijdte van het voorstel had de Commissie overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord over betere wetgeving een impactbeoordeling moeten uitvoeren en de betrokken kringen moeten raadplegen. Hiertoe heeft zij zich tegenover het Parlement verplicht.
26.9.2006
ADVIES
VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE
aan de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende voorschriften voor een vrijwillige modulatie van de rechtstreekse betalingen waarin Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers voorziet, en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005
(COM(2006)0241 – C6 0235/2006 – 2006/0083(CNS))
Rapporteur voor advies: Herbert Bösch
BEKNOPTE MOTIVERING
I. Voorgeschiedenis en inhoud van het voorstel
Op 15/16 december 2005 heeft de Europese Raad in Brussel een document aangenomen getiteld "Brussels European Council 15/16 December 2005 - Presidency Conclusions" (Europese Raad van Brussel 15/16 december 2005 – Conclusies van het voorzitterschap)[2] dat in lid 6 onder de titel “Financial Perspectives” (Financiële vooruitzichten) de volgende verwijzing bevat: "The European Council reached agreement on the Financial Perspective 2007-2013 as set out in doc. 15915/05". (De Europese Raad heeft een akkoord bereikt over de financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013, zoals weergegeven in document 15915/05.)[3]
In dit document zijn de lidstaten onder “Heading 2 - Preservation and Management of natural Resources” (Titel 2 – Instandhouding en beheer van natuurlijke hulpbronnen) het volgende overeengekomen:
"62. At their discretion, Member States may transfer additional sums from within this ceiling to rural development programmes up to a maximum of 20% of the amounts that accrue to them from market related expenditure and direct payments. The European Council invites the Council, on the basis of a proposal from the Commission, to establish the modalities which will govern such transfers. Sums transferred to support rural development measures pursuant to such arrangements shall not be subject to the national co-financing and minimum spending per axes rules set out in the Rural Development Regulation." (Lidstaten mogen naar eigen inzicht extra bedragen onder deze bovengrens overdragen naar programma’s voor plattelandsontwikkeling, ten bedrage van maximaal 20% van de bedragen die hen door marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen toevallen. De Europese Raad verzoekt de Raad op basis van een voorstel van de Commissie de bepalingen vast te leggen die op dergelijke overdragingen van toepassing zullen zijn. Bedragen die ingevolge dergelijke regelingen worden overgedragen om maatregelen in het kader van de plattelandsontwikkeling te steunen, zijn niet onderworpen aan de voorschriften inzake nationale medefinanciering en minimale besteding per as zoals weergegeven in de Verordening inzake plattelandsontwikkeling.)
Het Europees Parlement heeft bezwaren aangevoerd met betrekking tot het akkoord van de Europese Raad:[4] (Verklaring nr. 9 van het IIA van 17 mei 2006.)
De Commissie, die door de Europese Raad was “verzocht” haar initiatiefrecht uit hoofde van de Verdragen uit te oefenen en een voorstel in te dienen, uitte wat halfslachtige bezwaren tegen dit "verzoek"[5]:
De Commissie heeft het “verzoek” van de Europese Raad daarna echter geaccepteerd en op 24 mei 2005 een voorstel gepresenteerd “houdende voorschriften voor een vrijwillige modulatie”[6].
Het voorstel:
· is gebaseerd op artikel 37 van het EG-Verdrag (Europees Parlement zal slechts worden geraadpleegd)
· maakt het mogelijk tot 20% van de rechtstreekse betalingen uit de eerste pijler van het GLB over te dragen naar plattelandsontwikkeling (tweede pijler), naast de verplichte modulatie waartoe besloten is in het kader van de hervorming van het GLB van 2003
· De fondsen kunnen vrijelijk worden aangewend, conform de bepalingen van de ELFPO-verordening; de voorschriften inzake minimale uitgaven per as moeten worden nageleefd
· heeft dezelfde berekeningsgrondslag als de verplichte modulatie, met inbegrip van de specifieke maatstaf voor kleine landbouwers (lager percentage toegepast op de eerste EUR 5.000 voor kleine landbouwers)
· treft specifieke maatregelen voor landbouwers op het platteland via een extra bedrag van EUR 5.000
· bepaalt dat medefinanciering niet verplicht is
· eist dat de lidstaten binnen twee maanden besluiten over het verlagingspercentage voor de hele financieringsperiode.
Uw rapporteur wil erop wijzen dat hij niet tegen het principe van modulatie als zodanig is, dat de overdracht inhoudt van financiering van pijler I “marktsteun en rechtstreekse betalingen aan landbouwers” naar pijler II “plattelandsontwikkeling”, omdat dit in de geest van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is. Plattelandsontwikkeling is het belangrijkste instrument voor de herstructurering van de agrarische sector en het stimuleren van diversificatie in plattelandsgebieden.
De manier waarop de Europese Raad ten aanzien van dit onderwerp weer te werk is gegaan en de manier waarop de Commissie het mandaat van de staatshoofden en regeringsleiders heeft uitgeoefend zijn echter onaanvaardbaar voor het Parlement[7]:
1. Medefinanciering van het GLB
In tegenstelling tot de voorschriften die worden toegepast in alle andere Structuurfondsen en in tegenstelling tot eerdere bepalingen inzake modulatie, voorziet het voorstel niet in medefinanciering. Daarnaast heeft de Commissie toegezegd, zoals aangegeven in haar verklaring nr. 10 van het IIA van 17 mei 2006, zich alle inspanningen te getroosten om erop toe te zien dat een dergelijk mechanisme zo nauw mogelijk aansluit bij de basisbeginselen van het beleid inzake plattelandsontwikkeling. Vrijwillige modulatie zonder medefinanciering leidt tot ernstige problemen, omdat het ontbreken van medefinanciering in strijd is met de principes van gedeelde verantwoordelijkheid en additionaliteit van de EU-fondsen.
Bovendien heeft het Parlement in het verslag-Böge (A6-0153/2005) voorgesteld dat de financieringsproblemen van het GLB zouden kunnen worden opgelost door een nieuw medefinancieringsstelsel in het Europese landbouwbeleid in te voeren.
2. Financieel Reglement
Modulatie houdt een overdracht in binnen Titel 2 van het meerjarig financieel kader voor de periode 2007-2013 en heeft daarom gevolgen voor de classificatie van uitgaven. Het voorstel van de Commissie omvat echter geen gedetailleerde bepalingen over de wijze waarop de bedragen binnen de begroting verschoven zullen worden van hoofdstuk 05 03, Rechtstreekse betalingen, naar hoofdstuk 05 04, Programma’s voor plattelandsontwikkeling. Het Europees Parlement wenst eensluidend te verklaren dat deze toewijzingen slechts kunnen worden overgedragen met inachtneming van het specialiteitsbeginsel, het eenheids- en begrotingswaarachtigheidsbeginsel en het transparantiebeginsel, conform de bepalingen van het financieel reglement.
3. Minachting van het Europees Parlement als tak van de Begrotingsautoriteit (artikel 272, lid 9, EG-Verdrag)
In het kader van vrijwillige modulatie kunnen de lidstaten eenzijdig en zonder betrokkenheid van het Parlement de in Bijlage I bij het IIA bedoelde uitgaven met miljarden euro’s verhogen. Een dergelijke verstrekkende verandering in de begroting voor niet-verplichte uitgaven zonder voorafgaande betrokkenheid van de Begrotingsautoriteit is in strijd met de letter en de geest van het IIA.
4. Gevolgen voor de berekening van het MSP
De daling van verplichte uitgaven en de stijging van niet-verplichte uitgaven die verband houden met vrijwillige modulatie zijn van invloed op de berekening van het MSP (maximumstijgingspercentage). Dit dient uitgebreider beoordeeld te worden.
5. Er is geen effectbeoordeling voorafgegaan
Het is onaanvaardbaar en onverantwoordelijk dat de Commissie geen deugdelijke effectbeoordeling heeft doen voorafgaan aan de indiening van haar voorstel, hoewel dat vereist is bij het IIA van 16 december 2003 inzake beter wetgeven. Voorts heeft de Commissie geen volledige en eensluidende financiële verklaring afgegeven.
In het licht van bovenstaande argumentatie met betrekking tot de budgettaire prerogatieven van het Europees Parlement en bij het ontbreken van een effectbeoordeling, kan het Parlement niet instemmen met een dergelijk verstrekkend initiatief.
Met verwijzing naar verklaring nr. 9 van het IIA van 17 mei 2006 van het EP, is uw rapporteur van oordeel dat het zinvol zou zijn het vraagstuk van de medefinanciering van de landbouw in het kader van de herziening van 2008/2009 te beoordelen.
Derhalve:
****
doet de Begrotingscommissie een beroep op de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, als verantwoordelijke commissie, om afwijzing van het voorstel van de Commissie voor te stellen.
PROCEDURE
|
Titel |
Voorstel voor een verordening van de Raad houdende voorschriften voor een vrijwillige modulatie van de rechtstreekse betalingen waarin Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers voorziet, en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 |
||||||
|
Document- en procedurenummers |
COMl(2006)0241 - C6-0235/2006 - 2006/0083(CNS) |
||||||
|
Commissie ten principale |
AGRI |
||||||
|
Advies uitgebracht door |
BUDG |
||||||
|
Nauwere samenwerking - datum bekendmaking |
10.7.2006 |
||||||
|
Rapporteur voor advies |
Herbert Bösch |
||||||
|
Vervangen rapporteur voor advies |
|
||||||
|
Behandeling in de commissie |
26.9.2006 |
|
|
|
|
||
|
Datum goedkeuring |
26.9.2006 |
||||||
|
Uitslag eindstemming |
+: -: 0: |
18 |
|||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Reimer Böge, Herbert Bösch, Vito Bonsignore, Brigitte Douay, Salvador Garriga Polledo, Dariusz Maciej Grabowski, Ingeborg Gräßle, Nathalie Griesbeck, Catherine Guy-Quint, Jutta D. Haug, Anne E. Jensen, Janusz Lewandowski, Jan Mulder, Giovanni Pittella, Kyösti Virrankoski, Ralf Walter |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Albert Jan Maat, Mairead McGuinness |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2) |
|
||||||
|
Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar) |
... |
||||||
PROCEDURE
|
Titel |
Voorstel voor een verordening van de Raad houdende voorschriften voor een vrijwillige modulatie van de rechtstreekse betalingen waarin Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers voorziet, en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 |
|||||||
|
Document- en procedurenummers |
COMl(2006)0241 - C6-0235/2006 - 2006/0083(CNS) |
|||||||
|
Datum indiening bij EP |
10.7.2006 |
|||||||
|
Commissie ten principale |
AGRI |
|||||||
|
Medeadviserende commissie(s) |
BUDG |
|
|
|
|
|||
|
Geen advies |
REGI |
CONT |
|
|
|
|||
|
Nauwere samenwerking |
- |
|
|
|
|
|||
|
Rapporteur(s) |
Lutz Goepel |
|
||||||
|
Vervangen rapporteur(s) |
- |
|
||||||
|
Vereenvoudigde procedure – datum besluit |
- |
|||||||
|
Betwisting rechtsgrondslag |
- |
/ |
- |
|
|
|||
|
Wijziging financiële voorzieningen |
- |
/ |
- |
|
|
|||
|
Behandeling in de commissie |
12.7.2006 |
11.9.2006 |
3.10.2006 |
|
|
|||
|
Datum goedkeuring |
3.10.2006 |
|||||||
|
Uitslag eindstemming |
+: -: 0: |
32 3 - |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Katerina Batzeli, Sergio Berlato, Thijs Berman, Niels Busk, Luis Manuel Capoulas Santos, Giuseppe Castiglione, Joseph Daul, Albert Deß, Duarte Freitas, Jean-Claude Fruteau, Ioannis Gklavakis, Lutz Goepel, Bogdan Golik, Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf, Esther Herranz García, Elisabeth Jeggle, Heinz Kindermann, Albert Jan Maat, Diamanto Manolakou, Mairead McGuinness, María Isabel Salinas García, Agnes Schierhuber, Willem Schuth, Czesław Adam Siekierski, Csaba Sándor Tabajdi, Kyösti Virrankoski, Brian Simpson, Andrzej Tomasz Zapałowski |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Pilar Ayuso, Bernadette Bourzai, Ilda Figueiredo, Wiesław Stefan Kuc, James Nicholson, Markus Pieper, Zdzisław Zbigniew Podkański, |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2) |
Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk |
|||||||
|
Datum indiening |
5.10.2006 |
|||||||
|
Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar) |
... |
|||||||
- [1] Nog niet in het PB gepubliceerd.
- [2] Gepubliceerd op de website van de Raad van de Europese Unie: http://www.consilium.europa.eu/ueDocs/cms_Data/docs/pressData/en/ec/87642.pdf.
- [3] http://www.consilium.europa.eu/ueDocs/cms_Data/docs/pressData/en/misc/87677.pdf.
- [4] "Het Europees Parlement neemt nota van de conclusies van de Europese Raad van december 2005 met betrekking tot de vrijwillige overdragingen van marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid naar de plattelandsontwikkeling ten bedrage van maximaal 20% en de verminderingen voor marktuitgaven. Bij de vaststelling van de modaliteiten van deze modulering in de desbetreffende wetgevingsbesluiten zal het Europees Parlement de haalbaarheid van die bepalingen onderzoeken, in het licht van de beginselen van de EU, zoals de mededingingsregels en andere. Het Europees Parlement houdt zijn standpunt over de uitkomst van de procedure nu in beraad. Het is van oordeel dat het zinvol zou zijn het vraagstuk van de cofinanciering van de landbouw in het kader van de herziening van 2008/2009 te beoordelen.”
- [5] "De Commissie neemt nota van de conclusies van de Europese Raad van december 2005 (punt 62) volgens welke lidstaten naar eigen inzicht extra bedragen mogen overdragen naar programma’s voor plattelandsontwikkeling ten belope van maximaal 20% van de bedragen die hen door marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen toevallen.
Bij de vaststelling van de modaliteiten voor de desbetreffende wetgevingsbesluiten zal de Commissie ernaar streven vrijwillige modulering mogelijk te maken, en terzelfder tijd erop toezien dat een dergelijk mechanisme zo nauw mogelijk aansluit bij de basisbeginselen van het beleid inzake plattelandsontwikkeling.” - [6] COM(2006)0241.
- [7] De bezwaren van het Europees Parlement zijn geformaliseerd in zijn resolutie inzake het IIA betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer en in verklaring nr. 9 betreffende vrijwillige modulering, P6_TA-PROV(2006)0210.