Procedure : 2006/2204(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0325/2006

Ingediende teksten :

A6-0325/2006

Debatten :

PV 31/01/2007 - 24
CRE 31/01/2007 - 24

Stemmingen :

PV 01/02/2007 - 7.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0022

VERSLAG     
PDF 139kWORD 99k
9.10.2006
PE 376.350v02-00 A6-0325/2006

over de betrekkingen tussen de EU en de eilanden in de Stille Oceaan: strategie voor een versterkt partnerschap

(2006/2204(INI))

Commissie ontwikkelingssamenwerking

Rapporteur: Nirj Deva

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de betrekkingen tussen de EU en de eilanden in de Stille Oceaan: strategie voor een versterkt partnerschap

(2006/2204(INI))

Het Europees Parlement,

–    gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité van 29 mei 2006, getiteld "Betrekkingen tussen de EU en de eilanden in de Stille Oceaan: strategie voor een versterkt partnerschap" (COM(2006)0248),

–    gezien de conclusies van de Raad inzake een EU-strategie voor de Stille Oceaan, aangenomen door de Raad Algemene Zaken op 17 juli 2006,

–    gezien de op 23 juni 2000 te Cotonou ondertekende Partnerschapsovereenkomst tussen de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) en de Europese Gemeenschap ("Overeenkomst van Cotonou")(1),

–    gelet op artikel 89 van de Overeenkomst van Cotonou, waarin het volgende wordt gesteld: "Er worden specifieke bepalingen en maatregelen vastgesteld om de insulaire ACS-staten te steunen in hun streven de natuurlijke en geografische moeilijkheden en andere belemmeringen die hun ontwikkeling in de weg staan, te overwinnen zodat zij hun ontwikkelingstempo kunnen versnellen",

–    gezien het verslag van het VN-millenniumproject, getiteld "Investing in Development: A Practical Plan to Achieve the Millennium Development Goals (Investeren in ontwikkeling: een praktisch plan om de millennium-ontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken)",

–    gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad, het Europees Parlement en de Commissie, betreffende het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie: De Europese consensus(2),

–    gezien de Verklaring van Parijs inzake doeltreffendheid van steun die op 2 maart 2005 werd aangenomen door de ministers van de ontwikkelde en de ontwikkelingslanden die verantwoordelijk zijn voor het bevorderen van ontwikkeling, en door de hoofden van de multilaterale en bilaterale ontwikkelingsinstellingen,

–    onder verwijzing naar zijn resolutie van 23 maart 2006 over de invloed van de economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's) op de ontwikkeling(3),

–    gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–    gezien het verslag van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A6‑0325/2006),

A.  overwegende dat de Europese landen historische banden hebben met de regio van de Stille Oceaan,

B.   overwegende dat de meeste eilandstaten in de Stille Oceaan nog niet zo lang onafhankelijk zijn,

C.  overwegende dat de EU in deze regio significant aanwezig is via de overzeese gebieden Nieuw-Caledonië, Frans-Polynesië, Wallis en Futuna (Frankrijk) en de Pitcairneilanden (VK),

D.  overwegende dat de Beweging voor een kernwapenvrij en onafhankelijk Stille-Oceaangebied (NFIP) zich inzet voor de stopzetting van alle kernproeven in de regio en respect voor de waardigheid van de inheemse bevolking,

E.   overwegende dat de EU een belangrijke donor is voor deze regio en dat de door de EU verleende steun sinds de toetreding van de eerste eilandstaten van de Stille Oceaan tot de eerste Overeenkomst van Lomé in 1975 in totaal meer dan 1,8 miljard euro bedraagt,

F.   overwegende dat de zestien lidstaten van het Pacific Islands Forum een plan voor de Stille Oceaan hebben aangenomen dat gericht is op versterking van de regionale samenwerking en integratie, met het accent op economische groei, duurzame ontwikkeling, goed bestuur en veiligheid via regionalisme, en dat kansen biedt voor nauwere betrekkingen tussen de EU en de regio van de Stille Oceaan,

G.  overwegende dat de eilandstaten in de Stille Oceaan met aanzienlijke problemen te kampen hebben die te wijten zijn aan een sterke bevolkingsgroei, een onvoldoende aanbod aan geschoolde arbeidskrachten, een trage economische groei, etnische spanningen, sociaal-economische ongelijkheden, bestuurlijk falen en de gevolgen van de ontwikkelingen in de wereldeconomie, en dat de armoede en de instabiliteit in de regio daardoor kunnen verergeren, wat grote zorgen baart,

H.  overwegende dat de regio van de Stille Oceaan over aanzienlijke natuurlijke hulpbronnen beschikt, maar dat haar zeer ingewikkelde systemen van grondeigendom in sommige gevallen een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling,

I.    overwegende dat de ACS-landen in de Stille Oceaan volwaardige democratieën zijn, met uitzondering van Tonga, dat een constitutionele monarchie is,

1.   verwelkomt het initiatief van de Commissie om de eerste EU-strategie voor de Stille Oceaan uit te werken, na 30 jaar samenwerking als gevolg van de ondertekening van de eerste Overeenkomst van Lomé in 1975 en de Overeenkomst van Cotonou in juni 2000;

2.   beklemtoont dat de EU als belangrijke donor van deze regio thans de mogelijkheid heeft om een strategie uit te werken die de eilandstaten in de Stille Oceaan zal helpen de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (Millennium Development Goals - MDGs) te verwezenlijken;

3.   wijst met nadruk op de heterogeniteit van deze regio; wenst dan ook dat de strategie van de Commissie flexibel genoeg is om de ontwikkelingshulp te kunnen afstemmen op de nationale en regionale prioriteiten, zodat de meer ontwikkelde zowel als de minder ontwikkelde landen in het Stille-Oceaangebied hiervan optimaal kunnen profiteren;

4.   deelt de mening van de Commissie dat de politieke dialoog met het Pacific Islands Forum, waarvan de leiders een nieuwe overeenkomst hebben gesloten die van het Forum een intergouvernementele organisatie onder internationaal recht heeft gemaakt, dient te worden versterkt; beklemtoont terzelfder tijd dat bij een uitbreiding van de dialoog op regionaal niveau de nodige aandacht moet worden besteed aan de behoeften van de armste landen in de regio;

5.   beklemtoont dat bij elke strategie de nodige aandacht moet uitgaan naar de ontwikkelingsbehoeften van alle eilandstaten in de Stille Oceaan, met name de armste, teneinde hen te helpen in hun streven de MDGs te verwezenlijken;

6.   constateert dat de regio van de Stille Oceaan een overvloed aan natuurlijke rijkdommen bezit, vooral vissen, mineralen en bossen, en dat de economie in vele landen van de regio op landbouw en toerisme steunt; beklemtoont derhalve dat duurzame ontwikkeling (in economisch en milieuopzicht) een centrale plaats moet innemen in elke strategie die zich op deze kernsectoren richt; benadrukt dat de exploitatie van natuurlijke rijkdommen inkomsten moet genereren voor de hele bevolking van de eilandstaten in de Stille Oceaan, en met name moet bijdragen aan het terugdringen van de armoede;

7.   beklemtoont het belang van een goed beheer in de visserijsector, zodat overbevissing en verwoestende visserijtechnieken worden ontmoedigd en schade aan het milieu door de vernietiging van het leven in zee wordt voorkomen, in het bijzonder als het gaat om de vangst van tonijn, aangezien de tonijnvisgronden van de Stille Oceaan tot de rijkste ter wereld behoren;

8.   verheugt zich over de regionale aanpak door de eilandstaten in de Stille Oceaan van het beheer van de tonijnvisserij in hun regio, en spoort de EU ertoe aan om niet met afzonderlijke staten, maar met de gehele regio over de sluiting van overeenkomsten inzake tonijnvisserij te onderhandelen;

9.   erkent het belang van de vaststelling van visrechten voor de tonijnvangst in volle zee in de exclusieve economische zones (EEZ’s) van staten van de regio, die voor de eilandstaten in de Stille Oceaan een belangrijke bron van inkomsten vormen, vooral voor staten met geringe inkomsten zoals Kiribati, de Marshalleilanden, Micronesia en Tuvalu; constateert echter met bezorgdheid dat maar een klein deel van deze vangsten daadwerkelijk binnen de EEZ’s wordt verwerkt, met het verlies aan inkomsten van dien;

10. verwelkomt het voorstel van de Commissie de inspanningen ter bevordering van duurzaam visserijbeheer op te voeren door ondersteuning te bieden voor het regionale systeem voor toezicht, controle en bewaking en versterking van de capaciteit van de regio om illegale, niet aangegeven en niet-gereglementeerde visvangst te bestrijden;

11. beveelt de meer ontwikkelde eilandstaten in de Stille Oceaan aan de lokale verwerking verder te ontwikkelen, ter bevordering van de werkgelegenheid, en de mogelijkheid te onderzoeken dat de Europese Investeringsbank zachte leningen verstrekt aan kleine en middelgrote ondernemingen van de eilandstaten in de Stille Oceaan, teneinde de verwerkingscapaciteit en de inkomsten van de regio te vergroten; verwelkomt de evaluatie van de visbestanden en de vangstcapaciteiten van de regio door de Pacific Forum Fisheries Agency, en vraagt dat de lokale vloten worden uitgebouwd, daar waar capaciteitsuitbreiding mogelijk is;

12. verzoekt de Commissie de sociale en milieueffecten van illegale en grootschalige industriële houtkap en de daarmee samenhangende handel in de landen in de Stille Oceaan te evalueren;

13. verzoekt de Commissie het accent te leggen op de spoedige tenuitvoerlegging van het Verdrag inzake biodiversiteit en verwante overeenkomsten, met name het werkprogramma inzake beschermde gebieden, dat een doeltreffend instrument is ter voorkoming van de verdere vernieling of aantasting van bossen en mariene ecosystemen in de regio van de Stille Oceaan;

14. verzoekt de Commissie meer steun te verlenen voor ecologisch en sociaal verantwoord bosbeheer en de toepassing van betrouwbare systemen die de Europese consument geloofwaardige garanties bieden dat de op de EU-markt verkochte houtproducten zijn gemaakt van hout afkomstig van duurzame bronnen; onderstreept dat het van belang is dat wordt overgeschakeld van overdreven grootschalige industriële houtkap op ecobosbouwprojecten, teneinde inkomsten voor plaatselijke gemeenschappen te genereren en bij te dragen aan de armoedebestrijding;

15. verwelkomt het in 2000 ondertekende Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale gedeelte van de Stille Oceaan, dat tot doel heeft een op lange termijn duurzame tonijnvangst mogelijk te maken, als een teken van samenwerking tussen de eilandstaten in de Stille Oceaan en diepzeevisserijlanden;

16. beklemtoont dat aanzienlijk meer moet worden geïnvesteerd in het beheer van de ertslagen, die voor de meer ontwikkelde zowel als voor de minder ontwikkelde eilandstaten in de Stille Oceaan een vitale bron zijn van handel met het buitenland, teneinde te voorkomen dat deze rijkdommen voortijdig uitgeput raken, zoals in Nauru is gebeurd na 50 jaar onophoudelijke fosfaatwinning;

17. verzoekt de Commissie er in samenwerking met de eilandstaten in de Stille Oceaan voor te zorgen dat alle olie-, mijnbouw- en gasbedrijven in de regio in de financiële jaarverslagen die zij publiceren volledige openheid geven over de belastingen en accijnzen zij aan de respectieve regeringen afdragen;

18. wijst op het economische belang van het toerisme voor de regio, aangezien het idyllische landschap een van de grootste troeven van de eilanden in de Stille Oceaan is; beklemtoont dat er bij elke actie ter bevordering van het toerisme in de regio voor moet worden gezorgd dat een groter deel van de toeristische diensten in lokale handen komt, teneinde de duurzaamheid van de toeristische sector te garanderen en de lokale economie daar optimaal van te laten profiteren;

19. constateert dat de economie van de eilandstaten in de Stille Oceaan baat hebben gehad bij de goedkope luchtvaartlijnen naar de regio en wenst dat alle belemmeringen voor een "open skies"-beleid worden weggenomen, waarbij het luchtvervoer evenwel op rationele wijze dient te worden ontwikkeld, ten einde de emissies en andere milieueffecten van het toegenomen luchtverkeer tot een minimum te beperken;

20. beklemtoont dat in de meeste gevallen alleen de rijkere landen met een beter ontwikkelde infrastructuur en frequentere luchtverbindingen elk jaar veel toeristen aantrekken; benadrukt dat in deze gevallen de ontwikkelingshulp ook in de toekomst moet worden gebruikt om de infrastructuur te financieren en een duurzaam toerisme te bevorderen;

21. verzoekt de Commissie bij projecten die ten uitvoer worden gelegd in het kader van het 10de Europees Ontwikkelingsfonds het accent te leggen op ondersteuning van systemen van algemeen en technisch onderwijs in de landen van de regio waar de ontwikkeling wordt belemmerd door lacunes op dit terrein;

22. erkent het belang van de landbouw als primaire bron van inkomsten, inclusief opbrengsten uit export, en als bestaansmiddel en bron van werkgelegenheid in de regio;

23. beklemtoont dat de globalisering en het verlies van de preferentiële toegang tot de EU-markt al diepgaande economische gevolgen voor de regio hebben gehad, met name voor Fiji;

24. onderstreept dat in minder ontwikkelde landen, die vooral van zelfvoorzieningslandbouw leven, moet worden gezorgd voor een geleidelijke overgang van de productie van basisgewassen naar de productie van commerciële gewassen, zodat er meer landbouwproducten kunnen worden uitgevoerd, en dat de levensvatbaarheid van het opzetten van diensten voor de verwerking en verpakking van levensmiddelen moet worden onderzocht;

25. onderstreept dat geschoolde arbeidskrachten een belangrijke voorwaarde zijn voor de economische groei van de landen in de Stille Oceaan en verzoekt de Commissie nationale beleidskaders te steunen die gericht zijn op het bieden van faciliteiten op het gebied van beroepsopleiding en andere vormen van opleiding op maat, teneinde de plaatselijke bedrijven in de landen in de Stille Oceaan te helpen;

26. onderstreept het belang van intraregionale handel met de EU, inclusief in het kader van regionale handelsakkoorden, zoals de Pacific Island Countries Trade Agreements (PICTA), het voorgestelde Pacific Agreement on Closer Economic Relations (PACER) en de economische partnerschapsovereenkomst (EPO), als een middel om de economische welvaart in het gebied te vergroten;

27. verzoekt de Commissie passende financiële en technische bijstand te verlenen met het oog op de tijdige en doeltreffende tenuitvoerlegging van dergelijke overeenkomsten, gezien de kosten van het beheer en de afwikkeling ervan, met inbegrip van de omzetting van de strategie voor de Stille Oceaan door de eilandstaten in de Stille Oceaan en regionale organisaties zoals het Pacific Forum Secretariat;

28. is het er met de Commissie over eens dat regionale sleutelactoren zoals Australië, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten en Japan een grote rol spelen in de Stille Oceaan als belangrijke donoren en handelspartners voor deze regio, en dat de bilaterale betrekkingen van de EU met deze landen kunnen profiteren van een sterkere rol van Europa in de Stille Oceaan;

29. deelt de mening van de Commissie dat nauwere samenwerking met andere partners in de regio, zoals Australië en Nieuw-Zeeland, de doeltreffendheid van de hulpverlening zou vergroten;

30. beklemtoont dat de regio van de Stille Oceaan van geopolitiek belang is; uit zijn bezorgdheid over de mogelijkheid dat onderlinge rivaliteit tussen de landen uitmondt in politiek gemotiveerde steun van geringe kwaliteit, ten detrimente van de ontwikkeling op langere termijn, de duurzaamheid van de hulpmiddelen en het goede bestuur;

31. verzoekt de Commissie er rekening mee te houden dat de grondbezitsystemen, met name in Papoea-Nieuw-Guinea, de Salomonseilanden, Vanuatu en Nieuw Caledonië (een Frans overzees gebied) zeer ingewikkeld zijn en reële belemmeringen voor de ontwikkeling vormen; dringt er derhalve bij de Commissie op aan de nationale landhervormingsinitiatieven van die landen en dat overzees gebied te steunen;

32. verzoekt de Commissie acties te stimuleren om de snelle verspreiding van HIV/aids in het gebied, met name in landen zoals Papoea-Nieuw-Guinea, tegen te gaan;

33. vestigt de aandacht op de vier landen in de regio die getroffen worden door malaria, namelijk Papoea-Nieuw-Guinea, de Salomonseilanden, Vanuatu en Oost-Timor; dringt er bij de Commissie op aan programma’s uit te werken om dit probleem het hoofd te bieden en voor adequate bescherming tegen malaria te zorgen, bijvoorbeeld door de landen in kwestie te voorzien van muskietennetten;

34. beklemtoont dat het met het oog op een doeltreffende hulpverlening van vitaal belang is dat goed bestuur in de hele regio van de Stille Oceaan wordt bevorderd, teneinde corruptie, een van de grootste obstakels voor het verwezenlijken van de MDG's, te voorkomen en duurzame ontwikkeling tot stand te brengen; beklemtoont dat moet worden gezorgd voor nationale instellingen en transparante, stevige procedures, teneinde te garanderen dat de ontwikkelingshulp terechtkomt bij degenen in de regio voor wie ze is bestemd;

35. deelt het standpunt van de Commissie dat politieke instabiliteit en conflicten funest kunnen zijn voor de economische ontwikkeling van de regio, met name in termen van verlies aan inkomsten uit het toerisme en vernieling van de economische infrastructuur;

36. onderstreept dat het versterkte partnerschap tussen de Europese Unie en de eilandstaten in de Stille Oceaan tot uiting moet komen in sterkere ondersteuning van de parlementen van deze staten, teneinde hun capaciteiten en hun rol ter bevordering van politieke stabiliteit in de regio te vergroten;

37. vestigt de aandacht op de kwetsbaarheid van de eilandstaten in de Stille Oceaan voor natuurrampen en de catastrofale gevolgen van dergelijke rampen voor hun economie, en sluit zich dan ook aan bij de oproep van de Commissie om een regionaal rampenplan uit te werken;

38. is het er met de Commissie over eens dat het voor de eilandstaten in de Stille Oceaan van groot belang is dat wordt gezocht naar oplossingen voor het probleem van de klimaatverandering, gezien de mogelijke gevolgen van een stijgend zeewaterpeil voor deze regio; neemt kennis van het actieplan "Pacific Islands Framework for Action on Climate Change 2006-2015", als regionaal mechanisme om de klimaatverandering het hoofd te bieden; is van oordeel dat de dialoog tussen de EU en de regio van de Stille Oceaan moet worden versterkt, teneinde oplossingen te vinden voor de klimaatverandering en gerelateerde problemen;

39. vestigt de aandacht op de situatie in Oost-Timor, waar in mei en juni 2006 het geweld is opgelaaid; spreekt de hoop uit dat de Commissie in nauwe samenwerking met de internationale gemeenschap de leiders van Oost-Timor zal helpen de problemen die aan deze crisis ten grondslag liggen op te lossen: behoefte aan politieke stabiliteit, armoedebestrijding, sociale ontwikkeling en verzoening tussen de verschillende geledingen van de samenleving;

40. verwelkomt de conclusies van de Raad van 17 juli 2006 over een EU-strategie voor het gebied van de Stille Oceaan en het feit dat armoedebestrijding, de verwezenlijking van de MDG's, de ontwikkeling van menselijke hulpmiddelen en gezondheidskwesties daarin een belangrijke plaats krijgen; betreurt evenwel dat de Raad zijn conclusies aangenomen heeft zonder de bekendmaking van het standpunt van het Europees Parlement af te wachten;

41. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, Commissie, de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten en de regeringen en parlementen van de eilandstaten in de Stille Oceaan.

(1)

 Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3).

(2)

PB C 46 van 24.2.2006, blz. 1.

(3)

Aangenomen teksten, P6_TA(2006)0113.


TOELICHTING

De strategie van de Commissie voor 2006 is de eerste formele strategie in de meer dan 30 jaar dat de betrekkingen tussen de EU en de landen in de Stille Oceaan bestaan en heeft tot doel de politieke dialoog te versterken, de ontwikkelingssamenwerking meer op de voorgrond te stellen en de doeltreffendheid van de hulpverlening te vergroten.

Historisch bepaald heeft Europa veel invloed in het Pacifisch gebied, vanwege het koloniale verleden en de in die tijd ontstane culturele banden, en meer recent door de Overeenkomsten van Lomé en van Cotonou, die de EU in politiek opzicht en via ontwikkelingssamenwerking en handel met de ACS-landen verbinden.

De regio wint in toenemende mate aan dynamiek, zowel in economisch als in politiek opzicht, zulks in het voetspoor van de opkomende supermacht China. Vele Pacifische eilanden hebben een overvloed aan natuurlijke rijkdommen, hetzij bodemschatten, hetzij visbestanden, terwijl andere gebruik maken van hun idyllische ligging om hun deviezenontvangsten te vergroten door middel van toerisme.

De Stille Oceaan bedekt 35% van de aardoppervlakte. De ligging van de betreffende ACS-landen en overzeese gebieden van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in de Stille Oceaan levert hun enerzijds grote voordelen op op het gebied van visserij en toerisme, maar heeft anderzijds ook negatieve gevolgen, aangezien deze landen en gebieden zich in een zeer geïsoleerde positie bevinden. Men spreekt wel van "de tirannie van de afstand". Binnen één en dezelfde regio is Papoea-Nieuw-Guinea 4.500 km gescheiden van Samoa, en 8.000 km van Frans Polynesië. Door de vooruitgang op het gebied van telecommunicatie, luchtvaart en infrastructuur zijn de problemen wel enigszins verlicht.

De Pacifische eilanden worden vaak getroffen door zware stormen. Vele ervan liggen op de weg van krachtige cyclonen. Tsunami's en vulkaanuitbarstingen komen veelvuldig voor in landen als Papoea-Nieuw-Guinea en kunnen een vernietigend effect hebben op de ontwikkeling.

Vele eilanden zijn in politiek opzicht fragiel, zoals is gebleken door de militaire staatsgrepen op Fiji, het conflict in Papoea-Nieuw-Guinea en recentelijk door de onlusten in Oost-Timor. HIV/aids is in de regio op verontrustende wijze in opmars.

Aangezien de Pacifische eilanden ontwikkelingslanden zijn en ongeveer een vierde van de ontwikkelingshulp aan deze regio van de EU afkomstig is, is het van vitaal belang dat wij een samenhangend beleid hebben voor onze betrekkingen met de Pacifische eilandstaten. Als voornaamste donor heeft de EU de gelegenheid om een strategie te ontwikkelen die de Pacifische eilanden zal helpen de millennium-ontwikkelingsdoelstellingen tegen 2015 te bereiken.

Duurzame ontwikkeling in essentiële sectoren

De Pacifische regio is in ruime mate begiftigd met natuurlijke rijkdommen, vooral visbestanden, delfstoffen en bossen, terwijl in vele Pacifische eilandstaten landbouw en toerisme voorname factoren van economische groei zijn. Als deze sectoren goed worden beheerd, hebben ze het potentieel de regio duurzame groei op lange termijn te brengen. Het is derhalve van vitaal belang dat iedere strategie voor de regio een zowel in ecologisch als economisch opzicht duurzame ontwikkeling van deze fundamentele sectoren bevordert, en veiligstelt dat de exploitatie van natuurlijke rijkdommen ten goede komt aan de gehele bevolking.

Bij het opstellen van een strategie voor de regio moet in aanmerking worden genomen dat de Pacifische eilandstaten, hoewel ze alle zijn geclassificeerd als ontwikkelingslanden, zowel economisch als politiek vrij sterk van elkaar verschillen.

Voor vele Pacifische eilanden zijn landbouwproducten de voornaamste exportproducten, die naar de internationale markten gaan. Het zijn producten als suiker, copra, bananen, kokosnoten en palmolie. Op andere eilanden daarentegen, vaak de kleinste en meest geïsoleerde, dienen alle agrarische activiteiten alleen het eigen levensonderhoud en zorgen op deze armere eilanden voor voedsel, werk en inkomsten.

Er zijn ook grote verschillen tussen de Pacifische eilanden wat betreft de bodemschatten. Sommige hebben door slecht management hun voorkomens vrijwel helemaal uitgeput en zijn nu geheel afhankelijk van import, terwijl andere, die geteisterd werden door conflicten, erin zijn geslaagd hun economisch fortuin te keren door in te spelen op de hoge grondstofprijzen.

Een van de grootste uitdagingen waarvoor de regio staat, is het duurzaam beheer van de visbestanden. In de Stille Oceaan zit vooral veel tonijn. Een derde van de tonijnvangst van de gehele wereld vindt plaats in de exclusieve economische zones (EEZ) van de Pacifische eilandstaten, met een waarde van schatting 2 mrd euro. De meeste tonijn wordt gevangen door de verre zeevisserij, wat inhoudt dat de vissersvloten rechten moeten betalen om in de EEZ te mogen vissen, hetgeen een grote bron van inkomsten vormt voor vele eilanden. Papoea-Nieuw-Guinea, Fiji, de Salomonseilanden, Samoa, Frans Polynesië en Kiribati hebben deze ontvangsten gebruikt om een lokale verwerkende industrie en eigen vloten op te bouwen. Toch wordt naar schatting nog slechts een vijfde van de tonijnvangst in de regio verwerkt.

Het toerisme komt vooral ten goede aan de meer ontwikkelde eilanden, die met een gunstige geografische ligging en een meer geavanceerde infrastructuur. Vele eilanden hebben start- en landingsbanen, maar slechts weinige daarvan zijn van een zodanige standaard dat grote passagiersjets er kunnen landen. Door de recente politieke spanningen en conflicten op de eilanden is het aantal toeristen dramatisch gezonken, hetgeen nog eens aantoont dat democratie en goed bestuur in de regio onmisbaar zijn om de duurzaamheid van deze essentiële sector te verzekeren.

Gezien de grote verschillen die bestaan tussen de Pacifische eilandstaten is het essentieel dat iedere strategie voor deze regio voldoende flexibel is, om te waarborgen dat de ontwikkelingshulp wordt afgestemd op de nationale en regionale prioriteiten en aldus het maximale effect wordt gesorteerd, zowel in de meer als in de minder ontwikkelde landen. Meer dialoog met de Pacifische eilanden en nauwere samenwerking met de partners in de regio kan de doeltreffendheid van de hulpverlening alleen maar ten goede komen.


PROCEDURE

Titel

Betrekkingen tussen de EU en de eilanden in de Stille Oceaan: strategie voor een versterkt partnerschap

Procedurenummer

2006/2204(INI)

Commissie ten principale

        Datum bekendmaking toestemming

DEVE
7.9.2006

Medeadviserende commissie(s)
  Datum bekendmaking

PECH
7.9.2006

ITRE
7.9.2006

ENVI
7.9.2006

INTA
7.9.2006

 

Geen advies
  Datum besluit

PECH

ITRE
12.9.2006

ENVI
6.9.2006

INTA
11.9.2006

 

Nauwere samenwerking

        Datum bekendmaking

 

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Nirj Deva
21.3.2006

 

Vervangen rapporteur(s)

 

Behandeling in de commissie

10.7.2006

28.8.2006

 

 

Datum goedkeuring

3.10.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

25
0
0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Margrete Auken, Alessandro Battilocchio, Margrietus van den Berg, Danutė Budreikaitė, Marie-Arlette Carlotti, Thierry Cornillet, Nirj Deva, Alexandra Dobolyi, Michael Gahler, Filip Andrzej Kaczmarek, Glenys Kinnock, Maria Martens, Gay Mitchell, Luisa Morgantini, José Javier Pomés Ruiz, Horst Posdorf, Frithjof Schmidt, Jürgen Schröder, Anna Záborská, Mauro Zani.

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Milan Gaľa, Manolis Mavrommatis, Anne Van Lancker, Anders Wijkman, Gabriele Zimmer.

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Datum indiening

9.10.2006

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

 

 

Juridische mededeling - Privacybeleid