Procedure : 2006/2102(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0370/2006

Ingediende teksten :

A6-0370/2006

Debatten :

PV 14/11/2006 - 8
CRE 14/11/2006 - 8

Stemmingen :

PV 14/11/2006 - 11.3
CRE 14/11/2006 - 11.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0487

VERSLAG     
PDF 197kWORD 181k
19.10.2006
PE 374.100v02-00 A6-0370/2006

over hypothecair krediet in de EU

(2006/2102(INI))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: John Purvis

Rapporteur voor advies (*): Manuel Medina Ortega, Commissie interne markt en consumentenbescherming

(*) Nauwere samenwerking tussen commissies - Artikel 47 van het Reglement

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (*)
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over hypothecair krediet in de EU

(2006/2102(INI))

Het Europees Parlement,

 gezien het Groenboek hypothecair krediet in de EU van de Commissie (COM(2005)0327),

 gezien het Witboek beleid op het gebied van financiële diensten 2005-2010 (COM(2005)0629),

 gezien het antwoord van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) van 1 december 2005 op het Groenboek hypothecair krediet in de EU,

 gezien de Tweede Richtlijn 89/646/EEG van de Raad van 15 december 1989 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, alsmede tot wijziging van Richtlijn 77/780/EEG(1),

 gezien de richtlijnen van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen(2) (richtlijn kapitaalvereisten) en inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen(3),

 gezien Richtlijn 2002/65/EG betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten(4),

 gezien Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt(5),

 gezien het gewijzigde voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake consumentenkredietovereenkomsten wijziging Richtlijn van de Raad 93/13/EG (COM(2005)0483),

 gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverlening op het gebied van hypothecair krediet (COM(1987)0255),

 gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

 gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie juridische zaken (A6-0370/2006),

A. overwegende dat hypothecair krediet een grote en snel groeiende markt vertegenwoordigt en een vitaal onderdeel van de economische en sociale structuur van de EU is,

B.  overwegende dat de woningmarkt in sommige landen van de Europese Unie zoals nooit tevoren boomt, met als gevolg dat de bouwsector een anticyclische bedrijfssector is geworden en zodoende ook een sleutelfactor in het groei- en werkgelegenheidsbeleid gedurende de economische recessie in Europa in de jaren 2000 tot 2005,

C. overwegende dat historisch lage rentevoeten ertoe hebben geleid dat er veel meer hypothecair krediet werd genomen in het bijzonder in die landen waar zich een vertrouwensbasis heeft gevormd, die tot economische groei heeft geleid,

D. overwegende dat de bescherming van de Europese consument een primordiaal element moet zijn van iedere wetgevende maatregel inzake hypothecair krediet, aangezien dit krediet voor de meeste EU-burgers de grootste financiële verplichting in hun leven vormt, met langlopende implicaties voor hun levensstandaard en financiële stabiliteit,

E.  overwegende dat grotere transparantie wat betreft de essentiële eigenschappen van de beschikbare hypotheekproducten niet alleen de marktefficiëntie zal verbeteren, maar ook het vertrouwen zal vergroten van consumenten in de EU die willen weten welke hypotheekaanbiedingen er in andere lidstaten bestaan, en hen in staat zal stellen goed onderlegd een besluit te nemen,

F.  overwegende dat de consument toegang moet hebben tot zo volledig en helder mogelijke informatie, die in elk specifiek geval in standaardvorm moet worden verstrekt, zodat een vergelijking kan worden gemaakt tussen de verschillende lidstaten en de consument zijn keuzevrijheid doelmatig kan uitoefenen wanneer hij een hypothecair krediet afsluit op grensoverschrijdende basis,

G. overwegende dat gerichte maatregelen voor een verbeterd aanbod van producten en diensten, een ruimere beschikbaarheid en een geïntegreerde financieringsmarkt de marktefficiëntie, schaalvoordelen en diversifiëring zouden kunnen verbeteren en de rentekosten zouden kunnen verminderen en zodoende de Europese economie ten goede zouden komen,

H. overwegende dat het verlenen van gelijke toegang tot gegevensbanken voor klantenkrediet aan hypotheekverstrekkers in geval van grensoverschrijdende leningen, een cruciale bijdrage levert aan het stimuleren van concurrentie op de hypotheekleningmarkt en de totstandbrenging van een enkele Europese hypotheekmarkt,

I.   overwegende dat een geïntegreerde hypotheekmarkt de mobiliteit van de arbeidsbevolking zal vergemakkelijken,

J.   overwegende dat er verbazend genoeg door hypotheekverstrekkers of consumentenorganisaties weinig druk wordt uitgeoefend om grensoverschrijdende leningen op een andere manier te ontwikkelen dan door fysieke vestiging in elke nationale markt,

K. overwegende dat de aanwezigheid van aanzienlijke marktbarrières totnogtoe een toename van grensoverschrijdende hypotheekaanbiedingen heeft verhinderd, zodat deze minder dan 1% van de totale hypotheekmarkt van de EU uitmaken,

L.  overwegende dat de Gemeenschap voor een reeks belangrijke kwesties niet of slechts beperkt bevoegd is en dat het beginsel van subsidiariteit en van evenredigheid moeten worden gewaarborgd,

M. overwegende dat hypotheekmakelaars een belangrijke rol kunnen spelen, door gebruik te maken van hun ervaring met hypotheekproducten op hun binnenlandse markt, maar ook op de markten in andere lidstaten, door grensoverschrijdende activiteiten te ondersteunen en door te functioneren als brug tussen consumenten en financiële instellingen in binnen- en buitenland,

N. overwegende dat er als gevolg van afwijkende juridische, fiscale, wettelijke en consumentenbeschermingsvoorwaarden grote verschillen tussen de lidstaten bestaan qua aanbod en aard van producten, distributiestructuren, looptijden van leningen en financieringsmechanismen,

O. overwegende dat de markten voor hypothecaire kredieten buitengewoon complex zijn, dat de rechtsstelsels en de financieringscultuur, alsmede de regelingen inzake bouwterreinen en kadasters, het zakelijk recht, de wetgeving inzake kredietovereenkomsten, taxatiekwesties, het recht inzake gedwongen verkoop, de herfinancieringsmarkten, enz. van lidstaat tot lidstaat zeer uiteenlopen en dat tegelijkertijd tussen deze gebieden een samenhang bestaat,

P.  overwegende dat er nog steeds discriminerende fiscale hinderpalen bestaan, die een interne markt voor hypothecair krediet in de weg staan en soms zelfs strijdig zijn met het EU-recht;

Q. overwegende dat er een directe koppeling is tussen de hypotheekmarkt en het macro-economisch beleid in het algemeen en de monetaire politiek in het bijzonder,

R.  overwegende dat de volatiliteit van de hypotheekmarkt de huisvesting en de economische cycli kan beïnvloeden en zo een systemisch risico kan inhouden,

S.  overwegende dat het, om de Europese hypotheekmarkt efficiënter en concurrerender te maken, de voorkeur kan verdienen eerst te kijken naar de tenuitvoerlegging en doeltreffendheid van de aanbeveling van de Commissie van 1 maart 2001 betreffende precontractuele informatie welke aan consumenten moet worden verstrekt door geldverstrekkers die hypotheken voor huisvesting aanbieden(6) (Gedragscode) en naar het gebruik dat wordt gemaakt van het Europees gestandaardiseerd informatieblad (ESIS), beide bedoeld om te garanderen dat de consumenten transparante en vergelijkbare informatie krijgen over hypotheken,

T.  overwegende dat de bovengenoemde gedragscode in de lidstaten met wisselend succes lijkt te zijn toegepast, zonder dat het fundamentele probleem van het ontbreken van een gemeenschappelijk wettelijk kader is opgelost,

Inleiding

1.  is zich bewust van de voordelen voor de consument die een verdergaande, doelgerichte integratie van de hypotheekmarkt van de EU zou opleveren;

2.  meent dat elke actie op EU-niveau met betrekking tot de Europese markt van het hypothecair krediet eerst en vooral rechtstreeks ten goede moet komen van het publiek als hypothecaire kredietnemers en dat de markt van het hypothecair krediet voor een groter aantal potentiële kredietnemers, inclusief personen met een geringe of beperkte kredietwaardigheid, werknemers met een contract van bepaalde tijd en kopers van een eerste woning, toegankelijk moet zijn;

3.  verwelkomt de uitgebreide raadpleging van de Commissie en dringt erop aan specifieke voorstellen te laten voorafgegaan door een grondige beoordeling van de economische en sociale effecten;

4.  verwelkomt de tot dusverre door de Commissie geleverde inspanningen om te voldoen aan de vereisten inzake betere regelgeving; herinnert de Commissie er echter aan dat iedere conclusie die wordt bereikt altijd het resultaat dient te zijn van een uitvoerige raadplegingsprocedure;

5.  neemt nota van de talloze in het Groenboek te berde gebrachte belemmeringen voor een gemeenschappelijke EU-markt voor hypothecair krediet en dringt er bij de Commissie op aan zich te concentreren op gerichte maatregelen die de meeste voordelen bieden en die waar mogelijk marktgedreven initiatieven aanmoedigen;

6.  waarschuwt de Commissie dat pogingen om de producten zelf te harmoniseren wellicht zullen leiden tot juridische inconsistenties en zodoende een negatief effect op de sector teweeg kunnen brengen;

7.  beklemtoont dat geen enkele EU-actie de concurrentie en innovatie mag belemmeren, zeker niet wat producten, aanverwante diensten en financieringstechnieken betreft;

Gedragscode en precontractuele informatie

8.  verzoekt om maatregelen tot harmonisatie van de bepalingen betreffende precontractuele informatie, daar de leningnemer deze informatie nodig heeft om met kennis van zaken een besluit te kunnen nemen over een hypotheekcontract;

9.  onderstreept dat deze precontractuele informatie nauwkeurig en begrijpelijk moet zijn om een geïnformeerde keuze mogelijk te maken, en de consument een zo compleet en duidelijk mogelijk beeld moet verschaffen, in het licht van de beschikbare informatie waarop het hypotheekcontract is gebaseerd; benadrukt dat ingeval de kredietverschaffer het initiatief neemt om een krediet in een andere lidstaat aan te bieden, deze informatie zo spoedig mogelijk aan de leningnemer moet worden verstrekt in de erkende officiële taal of talen van de lidstaat waar de leningnemer woont;

10. is van mening dat de gedragscode en het gestandaardiseerd informatieblad ESIS weliswaar belangrijke, doch ontoereikende instrumenten zijn voor de bescherming van de economische belangen van burgers die zich van de ene naar de andere lidstaat begeven en onroerend goed willen verwerven in een andere lidstaat; spoort de Commissie ertoe aan te overwegen de vrijwillige gedragscode in de toekomst bindend te maken;

Financiering

11. meent dat de ontwikkeling van een open en compatibele financieringsmarkt een eerste prioriteit is, aangezien deze de efficiëntie zal verhogen, internationale spreiding van het kredietrisico mogelijk zal maken, de financieringsvoorwaarden en de kapitaaluitkering zal optimaliseren en de rentekosten zal beperken; erkent het belang en het potentieel van geïntegreerde marktgedreven initiatieven op dit gebied;

12. merkt op dat de totstandbrenging van een enkele secundaire markt voor hypothecair krediet niet kan worden bereikt zonder het nationale verbintenissenrecht van de verschillende lidstaten geleidelijk op elkaar af te stemmen;

13. verwelkomt de oprichting van de Forumgroep voor hypothecair krediet en roept op tot een grondige analyse van de verschillen in de nationale regelgevings- en rechtspraktijken aangaande hypotheken;

14. meent dat bepalingen in de richtlijn kapitaalvereisten over gedekte obligaties en door hypotheek gedekte waardepapieren belangrijke financieringsopties bieden;

15. stelt voor een aantal gestandaardiseerde pakketten van Europese hypotheken op de kapitaalmarkten te verhandelen met kredietnoteringen die in overeenstemming zijn met hun kenmerken, waardoor de secundaire markten voor gewaarborgde hypotheken zich kunnen ontplooien;

16. verzoekt de Commissie aandacht te besteden aan de groeiende markt voor hypothecair krediet dat verenigbaar is met de sharia en ervoor te zorgen dat de regelgeving niet haaks komt te staan op de vereisten van deze markt;

17. erkent de belangrijke rol van de hypotheekverzekering bij het beperken van de risicoblootstelling van de kredietverstrekkers en bij het verlenen van toegang tot een groter aantal kredietnemers;

Kleinhandel

18. verzoekt de Commissie een onderzoek in te stellen naar de belemmeringen van de rechten van kredietverstrekkers op vrije dienstverlening of vrijheid van vestiging in andere lidstaten en na te gaan of de algemeenbelangclausule wordt aangegrepen om grensoverschrijdende activiteiten te ontmoedigen;

19. steunt de actie van de Commissie om grensoverschrijdende fusies en acquisities in de financiële dienstverlening te vergemakkelijken en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de distributiekanalen rekening houden met de regionale realiteit en met kleine markten, maar wijst erop dat grensoverschrijdende fusies en acquisities alleen de integratie van deze markt niet zullen bevorderen;

20. meent dat het openstellen - met een gelijkwaardige toezichtsregeling - van de markt voor hypothecair krediet voor niet-kredietinstellingen de concurrentie en het productaanbod zal vergroten;

21. onderkent de gunstige rol die kredietbemiddelaars, zoals hypotheekmakelaars, kunnen spelen om klanten toegang te geven tot concurrerend hypothecair krediet van binnenlandse en niet-binnenlandse kredietverstrekkers en dringt er bij de Commissie op aan overleg te plegen over een passend wetgevingskader voor dergelijke makelaars en een voorstel hiervoor uit te werken;

22. verzoekt de Commissie een onderzoek in te stellen naar belemmeringen die bij de grensoverschrijdende overdracht van leningen een rol spelen en het potentieel van de eurohypotheek als instrument van zekerheidstelling en de bijbehorende garanties verder te verkennen;

23. verzoekt de Commissie een onderzoek in te stellen naar belemmeringen die bij de grensoverschrijdende overdracht van leningen een rol spelen en maatregelen uit te werken om de overdraagbaarheid van hypothecaire leningen te vergemakkelijken;

24. is van mening dat een eventueel voorstel in die zin vergezeld moet gaan van een onderzoek naar de gevolgen ervan, niet alleen op juridisch gebied - in het kader van gedetailleerd vergelijkend rechtsonderzoek - , maar ook op economisch en sociaal gebied in overeenstemming met de aanpak die is aangegeven in de richtsnoeren voor impactstudies die de Raad Mededinging op 29 mei 2006 heeft vastgesteld;

25. verzoekt de Commissie te ijveren voor de ontwikkeling op nationaal niveau van "equity release"- producten en hypothecaire lijfrente, die alle waarborgen inzake vertrouwelijkheid en werking tegenover derden bieden;

26. meent dat kredietverstrekkers gemakkelijker een markt zullen betreden als de nationale regels hun toestaan voorwaarden voor vervroegde terugbetaling aan te bieden tegen een prijs die evenredig is met de kosten of om de rentevoeten aan de marktvoorwaarden en het risico aan te passen en dat beperkingen met betrekking tot deze aspecten de ontwikkeling van de markt op het gebied van financiering, nieuwe producten en kredietverstrekking aan kredietnemers met een groter risico zullen verzwakken;

27. meent dat een EU-norm die de omvang en berekening van het jaarlijkse kostenpercentage definieert, alleen de door de kredietverstrekker gedragen kosten mag omvatten en ervoor moet zorgen dat zij kunnen worden vergeleken met producten met dezelfde looptijd die in andere lidstaten worden aangeboden; is echter van oordeel dat kredietnemers ook van tevoren moeten worden ingelicht over andere bijbehorende kosten als de informatie over deze kosten openbaar is, zoals notaris- en registratiekosten, gerechtskosten en taxatiekosten; is van mening dat ingeval deze informatie niet openbaar is, een raming van deze kosten dient te worden gegeven;

28. acht het gewenst dat leningverstrekkers in staat zijn consumenten alle bijkomende informatie te verstrekken met betrekking tot de transacties en de wettelijke verplichtingen die een leningnemer op zich neemt, zoals notaris-, registratie-, administratie- en beheerskosten;

29. is van mening dat, naast het verstrekken van exacte informatie over het jaarlijks kostenpercentage, de leningverstrekker ook informatie moet geven over alle andere kosten die naar verwachting uit zijn activiteiten zullen voortvloeien, bijvoorbeeld de kosten voor het beoordelen van een aanvraag, reserveringsprovisies, strafkosten in geval van algehele of gedeeltelijke voortijdige aflossing, enzovoorts;

30. erkent het potentieel van het internet als middel voor het verhandelen van hypothecair krediet en beveelt de Commissie aan dit verder te onderzoeken;

Juridische, fiscale en operationele belemmeringen

31. dringt er bij de Commissie op aan om de juridische en wettelijke belemmeringen van de marktgedreven ontwikkeling van een pan-Europese financieringsmarkt voor hypothecair krediet te onderzoeken;

32. verzoekt de Commissie het toepassingsgebied van haar toekomstige voorstellen aan te geven en het duidelijk te beperken tot de contracten en de waarborgen (vaste onroerendgoedkosten) voor hypothecaire leningen, ten einde elke overlapping te vermijden;

33. verzoekt de Commissie maatregelen te nemen ter waarborging van de correcte werking van de secundaire hypotheekmarkt en tot instelling van een wettelijk kader voor het realiseren van efficiënte effectentransacties, en daarbij met name aan te geven in welk opzicht de beschikbare juridische herfinancieringsinstrumenten niet de mogelijkheid bieden om het beoogde doel te bereiken en rekening te houden met de verschillende juridische tradities en de verschillende modellen voor zakelijke zekerheden;

34. steunt de mening van de Forumgroep voor hypothecair krediet dat de wet die op hypothecaire kredietcontracten van toepassing is en onder de toekomstige verordening betreffende de op contractuele verplichtingen toepasselijke wetgeving (Rome I) (2005/0261(COD)) valt, niet afgestemd hoeft te zijn op de wet voor hypotheekakten en dat, in het geval van hypotheekakten, lex rei sitae van toepassing is;

35. is het eens met de Commissie dat het vraagstuk over het toepasselijk recht voor hypothecaire kredietovereenkomsten moet worden behandeld in het kader van de herziening van de Conventie van Rome van 1980 inzake het toepasselijk recht voor contractuele verplichtingen;

36. beklemtoont het belang van veelomvattende en betrouwbare gegevensbanken voor klantenkrediet en dringt er bij de Commissie op aan om de ontwikkeling van instrumenten voor de omzetting ervan in een uniform formaat in alle lidstaten te bevorderen;

37. dringt er bij de Commissie op aan prioriteit te geven aan de grensoverschrijdende toegang tot gegevensbanken voor klantenkrediet op een niet-discriminerende basis teneinde kredietverstrekkers aan te moedigen nieuwe markten te betreden;

38. erkent dat het, op voorwaarde dat de privacy goed wordt beschermd, wenselijk is om zowel tot positieve als tot negatieve kredietgegevens toegang te hebben;

39. neemt met instemming kennis van de inspanningen om verbeteringen en aanpassingen aan te brengen in de wetgeving inzake gedwongen verkoopprocedures;

40. steunt het voorstel van de Commissie om een scorebord in te voeren voor de duur en de kosten van gedwongen verkopen;

41. stelt voor dat de beroepsorganisaties van taxateurs zich verenigen om tot hoogwaardige en vergelijkbare gemeenschappelijke EU-normen voor de taxatie van onroerende goederen te komen;

42. benadrukt hoe belangrijk het is dat kredietverstrekkers gemakkelijk toegang hebben tot volledige en juiste informatie over hypotheekzekerheid en eigendomsrechten;

43. pleit ervoor de toegang tot de kadasters te bevorderen, voorzover dat niet wordt belet door bestaande wetgeving, en steunt alle inspanningen om de informatieve waarde van de kadasters door middel van nationale maatregelen te harmoniseren, en pleit voor versterking van het huidige EULIS-systeem;

44. steunt maatregelen om discriminerende fiscale hinderpalen, zoals de afwijkende fiscale behandeling van lokale en buitenlandse kredietverstrekkers en overheidsbelastingen, af te schaffen;

45. dringt er bij de Commissie op aan om voor grensoverschrijdende hypotheken na te gaan hoe de uiteenlopende benaderingen van de belastingaftrek van hypotheekrente in de hele EU op elkaar kunnen worden afgestemd;

Systemische, macro-economische en prudentiële kwesties

46. dringt er bij de Commissie en de ECB op aan om de potentiële risico’s van de toenemende hypothecaire schulden en van het door kapitaalmarkten gefinancierd hypothecair krediet te bewaken en te analyseren;

Conclusie

47. concludeert dat de consument en de economie voordeel kunnen hebben bij een verdere, goed doordachte integratie van de EU-hypotheekmarkt;

* *

*

48. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de ECB en de regeringen van de lidstaten.

(1)

PB L 386 van 30.12.1989, blz. 1.

(2)

Nog niet in het PB gepubliceerd.

(3)

Nog niet in het PB gepubliceerd.

(4)

PB L 271 van 9.10.2002, blz. 16.

(5)

PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.

(6)

PB L 69 van 10.3.2001, blz. 25.


TOELICHTING

Hypothecaire kredietmarkten

Eind 2004 bedroegen de uitstaande hypothecaire leningen 4,7 biljoen euro, ofwel 45 % van het BBP van de EU(1). De afgelopen vijf jaar bedroeg de gemiddelde jaarlijkse groei van de hypothecaire leningen 8,5 %. Hierdoor werd een groeiende huisvestingsmarkt gefinancierd en werd in sommige landen vermogen vrijgemaakt om bijvoorbeeld tekorten in de pensioenvoorzieningen te financieren. Hypothecaire financiering is een van de sectoren waarvan wordt verwacht dat deze de komende vijftien jaar het meeste zal groeien.

Een pleidooi voor integratie

Een van de potentiële voordelen van een grotere integratie van de EU-hypotheekmarkten is dat hypotheekverstrekkers en financiers schaalvoordelen zouden realiseren en mogelijkheden voor diversifiëring zouden krijgen. Hierdoor zouden de concurrentie, de efficiëntie en de keuze van de consument worden verbeterd en de kosten worden verlaagd. Degenen die momenteel geen toegang tot de huisvestingsmarkt krijgen, zouden hiertoe meer kansen krijgen. Een meer geïntegreerde EU-hypotheekmarkt zou de mobiliteit van de arbeidsbevolking en de pensioenfinanciering kunnen helpen.

Een huis is voor veel mensen de grootste aankoop van hun leven en de bijbehorende hypotheek is vaak hun grootste financiële verplichting. De hypotheekschuld heeft via de gezinsuitgaven invloed op de consumentenvraag en de algemene economie. Een grotere integratie zou dus de algehele EU-economie en het evenwicht tussen de huisvestingsuitgaven en andere consumptie- en investeringskeuzes beïnvloeden. Door de kapitaalefficiëntie te verbeteren en het kredietrisico te verlagen is er een koppeling met de economische en sociale doelstellingen van de Lissabon-agenda.

Te weinig integratie

In het Groenboek wordt gesteld dat de hypothecairkredietmarkten van de EU slecht geïntegreerd zijn en worden het gebrek aan grensoverschrijdende kredietverstrekking en het afwijkend productaanbod in de verschillende landen vermeld. Eerdere inspanningen hebben het voor banken gemakkelijker gemaakt om grensoverschrijdend te werken (bijvoorbeeld bij het oprichten van filialen), maar de integratie van de kleinhandelsmarkt is beperkt. Het Actieplan voor Financiële Diensten (APFD) heeft zich voornamelijk op de groothandelsmarkten geconcentreerd.

Tussen de lidstaten zijn er grote verschillen, die de uiteenlopende sociale, culturele, juridische en fiscale voorwaarden weerspiegelen. In de zuidelijke en oostelijke lidstaten liggen de percentages eigenaar-bewoner hoger(2). De hypothecaire kredietverstrekking is in de nieuwe lidstaten vrij beperkt, hoewel er zich een dynamische huizenmarkt lijkt te ontwikkelen. De uitgaande hypotheekschuld als onderdeel van het BBP (EU-25) varieert van 111 % van het BBP in Nederland tot 2,3 % van het BBP in Slovenië(3).

In de studie van London Economics werd gewezen op het probleem om voor alle lidstaten op een bevredigende manier hypothecaire of woningleningen te definiëren. Sommige landen definiëren hypotheken als leningen die gewaarborgd zijn met een onroerend goed, terwijl andere landen persoonlijke zekerheden gebruiken om leningen voor de aankoop van een woning te waarborgen.

Het productaanbod, de distributiestructuren, de looptijden van leningen en de financieringsmechanismen verschillen. Onverenigbare fiscale voorwaarden, alsook bijkomende prudentiële of regelgevingseisen van nationale regelgevers maken het betreden van een nieuwe markt ingewikkeld en duur. Bovendien hebben de nationale huizenmarkten zich met uitgesproken sociale en culturele verschillen ontwikkeld.

Financiering

Er is momenteel geen pan-Europese financieringsmarkt. Deze is gefragmenteerd omdat er juridische, fiscale en wettelijke belemmeringen zijn. Hypotheken worden meestal door consumentenspaargelden gefinancierd. Minder dan 40 % wordt via kapitaalmarkten gefinancierd, hoewel deze financieringswijze recentelijk sterk is gegroeid(4). Zweden en Duitsland hebben belangrijke markten van hypothecaire obligaties en in Denemarken geven hypothecaire instellingen hypothecaire obligaties uit tegen de volledige waarde van hypothecaire leningen. Markten van door hypotheek gedekte waardepapieren (MBS) zijn sterker in Nederland, Spanje, Italië, het VK, Ierland en België, maar komen in sommige landen helemaal niet voor(5).

Het APFD vormt een goede basis voor een meer dynamische en concurrerende Europese financiële dienstenindustrie met verbeterde en geactualiseerde regels over beleggersbescherming en transparantie. De eurozone is een muntzone waarin het wisselkoersrisico voor kredietnemers en ‑verstrekkers is verdwenen en de kapitaalmarkten hebben zich snel tot grote, flexibele en liquide markten ontwikkeld.

Het groenboek

In het Groenboek worden de potentiële voordelen van verdere integratie onderzocht. Daarbij staan de vier grote gebieden uit het verslag van de Forumgroep centraal: consumentbescherming, juridische kwesties (met inbegrip van belasting), zekerheidstelling en financiering.

De Commissie is van plan om begin 2007 een Witboek te publiceren waarin de bevindingen van haar raadpleging en de voorgestelde initiatieven zullen worden beschreven. Alle voorstellen zullen bedoeld zijn om de concurrentie en de marktefficiëntie te vergroten. Het zal geen specifieke financieringssystemen, producten of instellingen bevoordelen.

Het standpunt van uw rapporteur

Bij de werkvergadering van de Commissie van 22 februari bleek duidelijk dat de industrie noch de verbruikersgroepen echt warmlopen voor een grotere grensoverschrijdende verstrekking van hypothecair krediet. Kredietnemers gaan niet gemakkelijk in het buitenland shoppen of een hypotheek nemen bij een in het buitenland gevestigde kredietverstrekker, tenzij hun producten in of volgens de vertrouwde beveiligingen van hun thuisland worden gepromoot. Kredietverstrekkers tonen weinig interesse voor grensoverschrijdende kredietverstrekking en wijzen erop hoe belangrijk het is de lokale markt te kennen.

Ook voor een harmoniserende richtlijn bestaat niet veel animo. De lokale cultuur en tradities hebben het type producten die op de nationale markten beschikbaar zijn, mede vormgegeven en de consumenten zitten waarschijnlijk niet te wachten op een ingrijpende herziening van de markt en zeker niet op een beperking van het aanbod of van de normen voor consumentenbescherming, die uit een harmonisering zou kunnen voortvloeien. Voor de industrie zou een volledige harmonisering duur zijn, vooral op terreinen als consumenteninformatie en ‑advies. Er is ook weerstand tegen een integratie op basis van wederzijdse erkenning zonder dat er een gelijker speelveld is. Twintig jaar geleden werd een wetsvoorstel van de Commissie inzake de totstandbrenging van een vrije markt voor hypothecair krediet gebaseerd op wederzijdse erkenning als gevolg van onenigheid in de Raad niet aangenomen.

Uit het onderzoek van London Economics(6) bleek echter dat kredietverstrekkers wel geïnteresseerd waren in uitbreiding naar buitenlandse markten door gebruik te maken van makelaars of door dochtermaatschappijen of filialen op te richten. Technische belemmeringen weerhouden de kredietverstrekkers er echter van om de interne markt zelfs op deze manier te benutten.

Elke EU-maatregel moet ten bate komen van het algemeen publiek, direct als hypotheeknemers of indirect via een verbeterde economie. Wij moeten ernaar streven de voorwaarden te scheppen die een grotere concurrentie tussen in verschillende lidstaten gevestigde kredietverstrekkers bevorderen, teneinde een Europese markt van hypothecair krediet met een breed productaanbod tegen concurrerende prijzen te ontwikkelen. Wij moeten ons ervoor hoeden te handelen op een manier die nadelig zou zijn voor deze sterk groeiende sector. Alleen wanneer er een echt vooruitzicht op verbetering is en wanneer de voordelen groter zijn dan de kosten, moeten wij wetgevende maatregelen aanmoedigen. Daarom moeten er voor elke specifieke maatregel die in de toekomst wordt voorgesteld, verdere effectenramingen worden uitgevoerd.

Uw rapporteur is voorstander van gerichte maatregelen om specifieke belemmeringen voor kredietverstrekkers die andere EU-markten betreden uit de weg te ruimen. Indien mogelijk is zelfregulering te verkiezen boven wetgeving en moeten zowel de industrie als de consumentengroepen volledig bij alle initiatieven worden betrokken.

Financiering

De secundaire markten van door hypotheek gedekte waardepapieren moeten een prioriteit zijn voor acties op EU-niveau. De totstandbrenging van een interne markt voor financiering zou al snel belangrijke resultaten hebben en lijkt in ruime mate te worden gesteund. Er is een groot groeipotentieel in de financiering door de kapitaalmarkten, vooral in bepaalde lidstaten. Grootschaligheid, liquiditeit, aanbod en verfijning zouden leiden tot goedkopere hypotheken en flexibeler en gevarieerder producten.

De Forumgroep voor hypothecair krediet is al aan de slag gegaan en zal waarschijnlijk in november 2006 haar conclusies presenteren. Een van haar taken moet zijn te bepalen in welke mate nationale regelgevingen de opkomst van een pan-Europese financieringsmarkt verhinderen. De groei van gedekte obligaties en door hypotheek gewaarborgde waardepapieren in de afgelopen jaren toont aan dat de markt al deze richting uitgaat. Acties op EU-niveau zouden echter een ruimer gebruik van de kapitaalmarkten kunnen aanmoedigen. De rapporteur stelt voor dat de Forumgroep onderzoekt hoe gestandaardiseerde pakketten van gemengde Europese hypotheken met bekende kenmerken kunnen worden ontwikkeld, die dan kredietgenoteerd en op de kapitaalmarkten kunnen worden verhandeld.

Kleinhandel

Op dit ogenblik kunnen in sommige lidstaten alleen "banken" krediet verstrekken op de kapitaalmarkten en/of hypotheekproducten aanbieden. Uw rapporteur meent dat de stelsels moeten worden geliberaliseerd, zodat ook instellingen die geen deposito’s in ontvangst nemen de markt kunnen betreden. In het VK hebben zij een positief effect gehad op het concurrentiepeil en het marktaanbod. Er moet rekening worden gehouden met prudentiële knelpunten en alle regels moeten evenredig en niet-discriminerend zijn.

De "eurohypotheek" maakt het mogelijk om de koppeling tussen hypotheekzekerheid en het hypotheekcontract minder sterk te maken. Deze zou kunnen worden ontwikkeld als een facultatief pan-Europees instrument om de grensoverschrijdende kredietverlening te vergemakkelijken en om meerdere eigendommen te dekken. Daarom moet de uitvoerbaarheid grondiger worden beoordeeld.

De voorwaarden voor vervroegde terugbetaling alsook de kosten verschillen van land tot land. De regels beperken de vrijheid van kredietverstrekker en ‑nemer om voorwaarden en kosten voor vervroegde terugbetaling af te spreken en zouden de concurrentie kunnen belemmeren en de ontwikkeling van een pan-Europese financieringsmarkt verhinderen. Caps op rentevoeten en variabele rentevoeten zouden ook de ontwikkeling van nieuwe producten of de kredietverstrekking aan kredietnemers met een hoger risico kunnen beperken.

Kredietnemers moeten de echte kosten en voorwaarden kennen om producten te kunnen vergelijken. Volgens Richtlijn 2002/65/EG betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten is de aanbieder verplicht de consument op de hoogte te stellen van de totale prijs en van alle bijkomende kosten die niet via de aanbieder worden betaald of door hem worden opgelegd. Overeenstemming over een EU-norm voor het totale kostenplaatje voor hypotheken zou een prioriteit moeten zijn.

Internetbankieren neemt hand over hand toe, maar speelde tot nu toe bij hypotheken slechts een beperkte rol. Daar zal wellicht spoedig verandering in komen. Daarom moeten wij ons bewust zijn van de juridische barrières die toekomstige ontwikkelingen zouden kunnen beletten. Zo verlangt de richtlijn inzake elektronische handel bijvoorbeeld van nationale overheden dat zij ervoor zorgen dat via elektronische weg gesloten contracten wettelijk effectief zijn, maar dat geldt niet voor contracten die vastgoedrechten creëren of overdragen.

Wettelijke, fiscale en operationele barrières

Er moet meer duidelijkheid zijn over de wet die van toepassing is op het kredietcontract en de hypotheekakte. In het geval van de hypotheekakte is lex rei sitae van toepassing.

Kredietverstrekkers zullen gemakkelijker een markt betreden als zij toegang hebben tot klantgegevens en een betere toegang tot en duidelijker informatie over hypotheekzekerheid en eigendomsrechten. De niet-discriminerende toegang tot zowel positieve als negatieve klantenkredietgegevens moet worden vergemakkelijkt, op voorwaarde dat er een verantwoorde bescherming van de persoonlijke privacy is.

Vertragingen in gedwongen verkopen scheppen problemen voor kredietverstrekkers en daarom is het aanmoedigen van kortere en minder dure procedures voor gedwongen verkoop uiterst belangrijk. Een scorebordsysteem zou een heilzaam effect kunnen hebben.

Hoogwaardige onroerendgoedtaxaties volgens een consequente norm zijn essentieel voor kredietverstrekkers. Daarom zou het vaststellen van gemeenschappelijke taxatienormen de ideale oplossing zijn. De relevante beroepsorganisaties moeten worden verzocht deze normen in de hele EU te ontwikkelen.

Belastingobstakels voor grensoverschrijdende verlening van hypotheken moeten worden achterhaald en aangepakt. Een opvallend verschil is de aftrekbaarheid van hypotheekrente van het belastbaar inkomen. Indien er geen overeenkomst over de basis kan worden bereikt, moet toch ten minste het belastingvoordeel worden uitgebreid tot de hypotheekrente die is betaald aan hypotheekverstrekkers in andere lidstaten voor eigendommen die zich in de primaire lidstaat bevinden.

Systemische, macro-economische en prudentiële kwesties

Door de huidige schaal, laat staan de potentiële schaal, is de hypotheekfinanciering een belangrijke factor in het economische en sociale bestel van de EU. Het is duidelijk dat de betrokken autoriteiten (bijv. de ECB, de Commissie, de regeringen en regelgevers van de lidstaten) toezicht moeten houden op de ontwikkelingen die systemische moeilijkheden van financiële of sociale aard zouden kunnen veroorzaken. Dat toezicht zou echter vooral gericht moeten zijn op een efficiënte markt om het vereiste evenwicht te behouden. Een bureaucratische en wetgevende tussenkomst moet tot het strikte minimum worden beperkt.

(1)

Persbericht van de European Mortgage Federation, 12 oktober 2005.

(2)

Ibid.

(3)

Persbericht van de European Mortgage Federation, 12 oktober 2005.

(4)

Verslag van de Forumgroep voor hypothecair krediet, 2004.

(5)

Studie London Economics, augustus 2005.

(6)

Ibid.


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (*) (6.10.2006)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het Groenboek over hypothecair krediet in de EU

(2006/2102(INI))

Rapporteur voor advies(*): Manuel Medina Ortega

(*) Nauwere samenwerking tussen commissies - artikel 47 van het Reglement

SUGGESTIES

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat in het Groenboek van de Commissie over hypothecair krediet in de EU (COM(2005)0327) de opportuniteit wordt bezien van communautaire wetgeving gericht op verdere integratie van de Europese hypothecaire kredietmarkten, met het doel de groei, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van de EU te vergroten,

B.  overwegende dat een meer geïntegreerde hypothecaire kredietmarkt een beter gebruik van schaalvoordelen mogelijk zou maken, de kosten zou verminderen en bijgevolg uiteindelijk ten goede zou komen van de consument, en ook de ontwikkeling van de Europese economie zou stimuleren, en zodoende een stap in de richting van het bereiken van de Lissabon-doelstellingen zou betekenen,

C. overwegende dat een open, efficiënte en meer geïntegreerde hypothecaire kredietmarkt zou beantwoorden aan de toenemende mobiliteit van werknemers en burgers binnen de interne markt,

D. overwegende dat de bescherming van de Europese consument een primordiaal element moet zijn van iedere wetgevende maatregel inzake hypothecair krediet, aangezien dit krediet voor de meeste EU-burgers de grootste financiële verplichting in hun leven vormt, met langlopende implicaties voor hun levensstandaard en financiële stabiliteit,

E.  overwegende dat grotere transparantie wat betreft de essentiële eigenschappen van de beschikbare hypotheekproducten niet alleen de marktefficiëntie zal verbeteren, maar ook het vertrouwen zal vergroten van consumenten in de EU die willen weten welke hypotheekaanbiedingen er in andere lidstaten bestaan, en hen in staat zal stellen goed onderlegd een besluit te nemen,

F.  overwegende dat de consument toegang moet hebben tot zo volledig en helder mogelijke informatie, die in elk specifiek geval in standaardvorm moet worden verstrekt, zodat een vergelijking kan worden gemaakt tussen de verschillende lidstaten en de consument zijn keuzevrijheid doelmatig kan uitoefenen wanneer hij een hypothecair krediet afsluit op grensoverschrijdende basis,

G. overwegende dat er nog steeds aanzienlijke verschillen bestaan tussen de rechtsstelsels en de zakencultuur van de lidstaten, met name wat betreft de bepalingen op gebieden die niet onder de EU-wetgeving vallen (zoals uitvoeringsprocedures, wetgeving inzake onroerend goed, kadasters, contractuele voorwaarden, e.d.),

H. overwegende dat de aanwezigheid van aanzienlijke marktbarrières totnogtoe een toename van grensoverschrijdende hypotheekaanbiedingen heeft verhinderd, zodat deze minder dan 1% van de totale hypotheekmarkt van de EU uitmaken,

I.   overwegende dat hypotheekmakelaars een belangrijke rol kunnen spelen, door gebruik te maken van hun ervaring met hypotheekproducten op hun binnenlandse markt, maar ook op de markten in andere lidstaten, door grensoverschrijdende activiteiten te ondersteunen en door te functioneren als brug tussen consumenten en financiële instellingen in binnen- en buitenland,

J.   overwegende dat het, om de Europese hypotheekmarkt efficiënter en concurrerender te maken, de voorkeur kan verdienen eerst te kijken naar de implementatie en het functioneren van de aanbeveling van de Commissie van 1 maart 2001 betreffende precontractuele informatie welke aan consumenten moet worden verstrekt door geldleners die hypotheken voor huisvesting aanbieden(1) (Gedragscode betreffende leningen voor huisvesting)(2) en naar het gebruik dat wordt gemaakt van het Europees gestandaardiseerd informatieblad (ESIS), beide bedoeld om te garanderen dat de consumenten transparante en vergelijkbare informatie krijgen over hypotheken,

K. overwegende dat de bovengenoemde gedragscode voor hypotheekverstrekking in de lidstaten met wisselend succes lijkt te zijn toegepast, zonder dat het ten grondslag liggende probleem van het ontbreken van een gemeenschappelijk wettelijk kader is opgelost,

1.  is zich bewust van de voordelen voor de consument die een verdergaande, doelgerichte integratie van de hypotheekmarkt van de EU zou opleveren;

2.  is het eens met de Commissie dat het vraagstuk over het toepasselijk recht voor hypothecaire kredietovereenkomsten moet worden behandeld in het kader van de herziening van de Conventie van Rome van 1980 inzake het toepasselijk recht voor contractuele verplichtingen;

3.  vraagt de Commissie maatregelen te nemen gericht op de oprichting van een functionerende secundaire markt in hypotheken en een rechtskader voor efficiënte portefeuilleverhandeling, bijvoorbeeld door lening en zakelijke zekerheid van elkaar los te koppelen;

4.  neemt met instemming kennis van de inspanningen om verbeteringen en aanpassingen aan te brengen in de wetgeving inzake gerechtelijke verkoopprocedures;

5.  verzoekt om maatregelen tot harmonisatie van de bepalingen betreffende precontractuele informatie, informatie die de leningnemer nodig heeft om met kennis van zaken een besluit te kunnen nemen over het hypotheekcontract dat hij overweegt te ondertekenen;

6.  onderstreept dat deze precontractuele informatie nauwkeurig en begrijpelijk moet zijn om een geïnformeerde keuze mogelijk te maken, en de consument een zo compleet en duidelijk mogelijk beeld moet verschaffen, in het licht van de beschikbare informatie waarop het hypotheekcontract is gebaseerd; benadrukt dat ingeval de kredietverschaffer het initiatief neemt om een krediet in een andere lidstaat aan te bieden, deze informatie zo spoedig mogelijk aan de leningnemer moet worden verstrekt in de erkende officiële taal of talen van de lidstaat waar de leningnemer woont;

7.  is van mening dat de bestaande vrijwillige gedragscode voor hypotheekleningen en het gestandaardiseerd informatieblad ESIS weliswaar belangrijke, doch ontoereikende instrumenten zijn voor de bescherming van de economische belangen van burgers die zich van de ene naar de andere lidstaat begeven en waarschijnlijk onroerend goed zullen verwerven in een andere lidstaat; spoort de Commissie ertoe aan te overwegen de vrijwillige gedragscode in de toekomst bindend te maken;

8.  waarschuwt de Commissie dat pogingen om de producten zelf te harmoniseren wellicht zullen leiden tot juridische inconsistenties en zodoende een negatief effect op de sector teweeg kunnen brengen;

9.  dringt met name aan op gemeenschappelijke EU-normen voor de berekeningsbasis van het jaarlijks kostenpercentage (JKP), aangezien dit een essentieel element is dat de consument een bruikbaar middel in handen geeft om de totale kosten van verschillende hypotheekaanbiedingen met elkaar te vergelijken; is echter van mening dat de opgave van de totale kosten alleen die kosten moet weergeven die voor de leningverstrekker ontstaan;

10. is van mening dat, naast het verstrekken van exacte informatie over het jaarlijks kostenpercentage, de leningverstrekker ook informatie moet geven over alle andere kosten die naar verwachting uit zijn activiteiten zullen voortvloeien, bijvoorbeeld de kosten voor het beoordelen van een aanvraag, reserveringsprovisies, kosten van algehele of gedeeltelijke voortijdige aflossing, enzovoorts;

11. acht het gewenst dat leningverstrekkers in staat zijn consumenten alle bijkomende informatie te verstrekken met betrekking tot de transacties en de wettelijke verplichtingen die een leningnemer op zich neemt (notariskosten, registratie-, administratie- of beheerskosten, enzovoorts);

12. erkent dat de kwestie van voortijdige aflossing nader moet worden bestudeerd; verzoekt de Commissie nieuwe voorstellen uit te werken over de wijze waarop de informatie aan de consument over voortijdige aflossing en de kosten daarvan kan worden verbeterd;

13. verzoekt de Commissie te onderzoeken hoe de rol van tussenpersonen (hypotheekmakelaars) die de consument helpen toegang te krijgen tot nauwkeurige en gedetailleerde informatie, versterkt kan worden;

14. roept op tot strikte naleving van alle van kracht zijnde wetgeving van de EU inzake databescherming bij iedere handeling die verband houdt met de beoordeling van de kredietwaardigheid van een kredietnemer en bij het opslaan van desbetreffende gegevens in enigerlei databank;

15. pleit ervoor de toegang tot de kadasters te bevorderen, voorzover dat niet wordt belet door bestaande wetgeving, en steunt alle inspanningen om de informatieve waarde van de kadasters door middel van nationale maatregelen te harmoniseren, en bepleit versterking van het huidige EULIS-systeem;

16. verzoekt de lidstaten een gedifferentieerde aanpak te hanteren bij de implementatie van de nationale uitvoeringsprocedures in verband met hypotheekcontracten, ten einde rekening te houden met de persoonlijke en sociale omstandigheden van de consumenten; steunt het voorstel van de Commissie een regelmatig bijgewerkt "scorebord" te creëren met informatie over de kosten en de duur van gedwongen verkoopprocedures in de lidstaten, en verzoekt de Commissie de doeltreffendheid van deze maatregel regelmatig te evalueren;

17. verwelkomt de tot dusverre door de Commissie geleverde inspanningen om te voldoen aan de vereisten inzake betere regelgeving; herinnert de Commissie er echter aan dat iedere conclusie die wordt bereikt altijd het resultaat dient te zijn van een uitvoerige raadplegingsprocedure;

18. verzoekt de Commissie te onderzoeken hoe een verdere convergentie kan worden bereikt van de fundamentele aspecten van de hypotheekmarkt - een markt die van uitzonderlijk belang is voor de consumenten in de EU -, bijvoorbeeld door invoering van gemeenschappelijke EU-normen voor de berekeningsbasis van het JKP en van een lijst van verplicht te verstrekken inlichtingen, welke moet worden opgenomen in ieder aanbod dat aan een potentiële hypotheeknemer wordt voorgelegd.

PROCEDURE

Titel

Groenboek over hypothecair krediet in de EU

Procedurenummer

2006/2102(INI)

Commissie ten principale

ECON

Advies uitgebracht door

Datum bekendmaking

IMCO
18.5.2006

Nauwere samenwerking – datum bekendmaking

18.5.2006

Rapporteur voor advies
  Datum benoeming

Manuel Medina Ortega
7.3.2006

Vervangen rapporteur voor advies

 

Behandeling in de commissie

20.2.2006

18.4.2006

30.5.2006

19.6.2006

11.7.2006

 

13.9.2006

5.10.2006

 

 

 

Datum goedkeuring

5.10.2006

Uitslag eindstemming

+:
-:
0:

33
0
0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Charlotte Cederschiöld, Janelly Fourtou, Evelyne Gebhardt, Malcolm Harbour, Anna Hedh, Kurt Lechner, Arlene McCarthy, Toine Manders, Manuel Medina Ortega, Béatrice Patrie, Zita Pleštinská, Giovanni Rivera, Zuzana Roithová, Luisa Fernanda Rudi Ubeda, Heide Rühle, Andreas Schwab, József Szájer, Marianne Thyssen, Jacques Toubon, Bernadette Vergnaud, Glenis Willmott

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

Maria Badia I Cutchet, Simon Coveney, Benoît Hamon, Joel Hasse Ferreira, Filip Andrzej Kaczmarek, Gisela Kallenbach, Syed Kamall, Othmar Karas, Joseph Muscat, Gary Titley, Diana Wallis,

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Sharon Bowles, Den Dover, Harald Ettl, John Purvis,

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...

(1)

PB L 69 van 10.3.2001, blz. 25.

(2)

"Gedragscode", gepubliceerd in PB L 69 van 10.3.2001.


ADVIES van de Commissie juridische zaken (4.10.2006)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake hypothecair krediet in de EU (Groenboek)

(2006/2102(INI))

Rapporteur voor advies: Kurt Lechner

SUGGESTIES

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie cultuur en onderwijs onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat de markten voor hypothecaire kredieten buitengewoon complex zijn, dat de rechtsstelsels en de financieringscultuur, alsmede de regelingen inzake bouwterreinen en kadasters, het zakelijk recht, de wetgeving inzake kredietovereenkomsten, taxatiekwesties, het recht inzake gedwongen verkoop, de herfinancieringsmarkten, enz. in de lidstaten zeer uiteenlopen en dat tegelijkertijd tussen de gebieden een samenhang bestaat,

B.  overwegende dat de Gemeenschap voor een reeks belangrijke kwesties niet of slechts beperkt bevoegd is en dat het beginsel van subsidiariteit en van evenredigheid moeten worden gewaarborgd,

C. overwegende dat geïsoleerde regelingen tot aanzienlijke distorsies van het gehele, door de nationale situaties bepaalde stelsel kunnen leiden,

D. overwegende dat de grote mate aan wetgevende flexibiliteit die voor de innoverende hypotheekmarkt noodzakelijk is, beter op nationaal niveau kan worden gewaarborgd,

1.  juicht het toe dat de Commissie haar Groenboek begint met de vraag of en in welke mate wetgevingsmaatregelen moeten en kunnen worden genomen;

2.  is van oordeel dat de Gedragscode momenteel niet door bindende Europese wetgeving moet worden vervangen;

3.  acht een Europese regeling inzake de informatieplicht en advies ten behoeve van de consument niet raadzaam, gezien de uiteenlopende behoeften op kredietgebied;

4.  is van oordeel dat de harmonisatie van de wetgeving inzake vervroegde aflossing de productdiversiteit in gevaar brengt en niet in het belang van de consument is;

5.  is voorstander van een wettelijke regeling inzake het jaarlijkse kostenpercentage;

6.  deelt de opvatting dat de kwestie van het op hypothecaire kredieten toepasselijke recht deel moet uitmaken van de herziening van het Verdrag van Rome van 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomsten,

7.  is verheugd over het streven om verbeteringen en harmonisaties tot stand te brengen op het gebied van de gedwongen verkoop;

8.  is voorstander van de bevordering van de toegang tot kadasters, voorzover de wet dit toelaat;

9.  verzoekt de Commissie maatregelen te nemen ter waarborging van de correcte werking van de secundaire hypotheekmarkt en tot instelling van een wettelijk kader voor het realiseren van efficiënte effectentransacties, en daarbij met name aan te geven in welk opzicht de beschikbare juridische herfinancieringsinstrumenten niet de mogelijkheid bieden om het beoogde doel te bereiken en rekening te houden met de verschillende juridische tradities en de verschillende modellen voor zakelijke zekerheden.

PROCEDURE

Titel

Hypothecair krediet in de EU (Groenboek)

Procedurenummer

2006/2102(INI)

Commissie ten principale

ECON

Advies uitgebracht door

Datum bekendmaking

JURI
18.5.2006

Nauwere samenwerking – datum bekendmaking

 

Rapporteur voor advies
  Datum benoeming

Kurt Lechner
30.1.2006

Vervangen rapporteur voor advies

 

Behandeling in de commissie

21.6.2006

12.9.2006

 

 

 

Datum goedkeuring

3.10.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

20

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Maria Berger, Rosa Díez González, Bert Doorn, Monica Frassoni, Giuseppe Gargani, Piia-Noora Kauppi, Klaus-Heiner Lehne, Katalin Lévai, Antonio López-Istúriz White, Hans-Peter Mayer, Aloyzas Sakalas, Francesco Enrico Speroni, Andrzej Jan Szejna, Diana Wallis, Rainer Wieland, Jaroslav Zvěřina, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

Jean-Paul Gauzès, Luis de Grandes Pascual, Kurt Lechner, Toine Manders, Marie Panayotopoulos-Cassiotou

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)


PROCEDURE

Titel

Hypothecair krediet in de EU

Procedurenummer

2006/2102(INI)

Commissie ten principale

ECON

Datum bekendmaking toesteming (art. 45)

18.5.2006

 

 

 

 

Datum bekendmaking toestemming (art. 39)

 

 

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)
  Datum bekendmaking

EMPL
18.5.2006

IMCO
18.5.2006

JURI
18.5.2006

 

 

Geen advies
  Datum besluit

EMPL
14.9.2005

 

 

 

 

Nauwere samenwerking

        Datum bekendmaking

IMCO
18.5.2006

 

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

John Purvis
5.9.2005

 

Vervangen rapporteur(s)

 

 

Behandeling in de commissie

18.4.2006

20.5.2006

12.9.2006

 

 

Datum goedkeuring

10.10.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

41

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Zsolt László Becsey, Pervenche Berès, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Ieke van den Burg, David Casa, Jan Christian Ehler, Jonathan Evans, Jean-Paul Gauzès, Robert Goebbels, Donata Maria Assunta Gottardi, Benoît Hamon, Gunnar Hökmark, Karsten Friedrich Hoppenstedt, Sophia in 't Veld, Wolf Klinz, Christoph Konrad, Guntars Krasts, Kurt Joachim Lauk, Andrea Losco, Astrid Lulling, Gay Mitchell, Joseph Muscat, John Purvis, Alexander Radwan, Dariusz Rosati, Eoin Ryan, Antolín Sánchez Presedo, Manuel António dos Santos, Peter Skinner, Margarita Starkevičiūtė, Sahra Wagenknecht

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Katerina Batzeli, Harald Ettl, Ona Juknevičienė, Werner Langen, Alain Lipietz, Baroness Sarah Ludford, Charles Tannock, Corien Wortmann-Kool

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Christopher Heaton-Harris, Luis Herrero-Tejedor

Datum indiening

19.10.2006

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

 

Juridische mededeling - Privacybeleid