VERSLAG over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie

26.10.2006 - (COM(2006)0082 – C6‑0105/2006 – 2006/0023(CNS)) - *

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
Rapporteur: Giusto Catania

Procedure : 2006/0023(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A6-0380/2006
Ingediende teksten :
A6-0380/2006
Debatten :
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie

(COM(2006)0082 – C6‑0105/2006 – 2006/0023(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2006)0082)[1],

–   gelet op het VN-Verdrag tegen corruptie van 31 oktober 2003,

–   gelet op de artikelen 47, lid 2, 57, lid 2, 95, 107 lid 5, 179, 181 A, 190 lid 5, 195, lid 4, 199, 207, lid 3, 218, lid 2, 223 laatste alinea, 224, voorlaatste alinea, 225 A, voorlaatste alinea, 245, lid 2, 248, lid 4, laatste alinea, 255, lid 2, 255, lid 3, 260 tweede alinea, 264 tweede alinea, 266 laatste alinea, 279, 280, 283 en 300, lid 2, eerste alinea van het EG‑Verdrag,

–   gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea van het EG‑Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6‑0105/2006),

–   gelet op artikel 51 en artikel 83, lid 7 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Commissie begrotingscontrole (A6‑0380/2006),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het voorstel voor een besluit van de Raad, als geamendeerd door het Parlement, alsmede aan de sluiting van de overeenkomst;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekstAmendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 4 bis (nieuw)

(4 bis) Het is van het allergrootste belang dat alle lidstaten die dat nog niet hebben gedaan, het verdrag onverwijld ondertekenen en ratificeren.

  • [1]  PB C 104 van 3.5.2006.

TOELICHTING

Inleiding

Corruptie ondermijnt de mensenrechten, de democratische instellingen, de rechtsorde en het rechtssysteem. en geeft de georganiseerde misdaad de gelegenheid te floreren. Corruptie is een obstakel voor transparant beheer van de publieke zaken. Het vertrouwen in en de geloofwaardigheid van de democratische instellingen worden erdoor ondermijnd. Vaak wordt corruptie gebruikt om politieke en administratieve besluitvorming te beïnvloeden of te bespoedigen. Zij gedijt dan ook goed op overdreven bureaucratie en gebrek aan een strakke besluitvorming van de publieke diensten.

De armen worden er harder door getroffen en de gevolgen voor de ontwikkeling zijn desastreus: corruptie leidt tot een verminderd resultaat van de ontwikkelingshulp, tot ondervoeding, slechte gezondheids- en onderwijssystemen, groter risico voor zakenmensen en minder buitenlandse rechtstreekse investeringen.

Om al deze redenen is de bestrijding van corruptie de laatste jaren een van de hoogste prioriteiten van de EU geworden, zowel intern als met betrekking tot kandidaat-lidstaten en derde landen.

Het VN-verdrag tegen corruptie (UNCAC)

De Algemene Vergadering van de VN besloot in 2000 een ad hoc-commissie op te richten voor de ontwikkeling van een internationaal wetsinstrument tegen corruptie dat los zou staan van het VN-verdrag inzake Transnationaal georganiseerde misdaad (UNTOC). De ad hoc-commissie heeft tussen januari 2002 en oktober 2003 onderhandeld over het verdrag. De belangen van de Europese Gemeenschap werden vertegenwoordigd door de Commissie en deze was van mening dat de doelen die de Raad zich had gesteld, waren bereikt. De tekst van het UNCAC werd in oktober 2003 aangenomen. Het verdrag trad in werking in december 2005, nadat 30 landen het hadden geratificeerd.

Op 15.09.2005 hebben de Europese Commissie en het voorzitterschap van de Raad het verdrag namens de Europese Gemeenschap ondertekend. Alle huidige EU-lidstaten en toetredende lidstaten hebben het verdrag ondertekend, met uitzondering van Slovenië en Estland. Ratificatie heeft al plaatsgevonden in Oostenrijk, Finland, Frankrijk, Hongarije, Letland, Polen, Slowakije, Spanje, het VK, Bulgarije, Roemenië en Kroatië.

UNCAC is een bouwsteen in een wereldwijde strategie voor de strijd tegen de georganiseerde misdaad en sluit precies aan bij UNTOC. Om effectief op te treden tegen de georganiseerde misdaad is het dan ook van doorslaggevend belang dat beide verdragen door alle lidstaten en door de EU worden geratificeerd.

De ondertekening van UNCAC door de EU en de wens om de slotconclusie ervan goed te keuren liggen volledig in de lijn van de bevordering van het beleid om een gemeenschappelijke ruimte te creëren van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

In artikel 29, lid 2 van het VEU wordt corruptie genoemd als een van de soorten misdrijven die voorkomen en bestreden moeten worden om die gemeenschappelijke ruimte te kunnen creëren.

Bovendien wordt in het Actieplan ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit dat op de Raad in 1997 werd aangenomen, benadrukt dat de vaststelling van een algemeen beleid tegen corruptie een prioritaire doelstelling was.

Inhoud van het UNCAC-verdrag

Het verdrag heeft betrekking op de preventie, het onderzoek en de vervolging van corruptie alsmede de bevriezing, inbeslagneming confiscatie en teruggave van de opbrengsten uit misdrijven.

Corruptie kan worden vervolgd na het verrichte feit maar het moet allereerst en vooral worden voorkomen. UNCAC bevat maatregelen als:

§ gedragscodes voor openbare ambtsdrager, maatregelen om de onafhankelijkheid van de rechtspraak te garanderen,

§ objectieve criteria voor aanwerving en promotie van ambtenaren, voor openbare aankopen,

§ bevordering van transparantie en aansprakelijkheid bij het beheer van de openbare financiën en in de particuliere sector,

§ deelname van de civil society.

Het verdrag behandelt ook de relatie tussen criminaliteit en corruptie, internationale samenwerking en het voorziet in een effectief systeem voor wederzijdse rechtsbijstand. Momenteel worden veel anticorruptiezaken geseponeerd omdat gebrek aan samenwerking tussen landen het onmogelijk maakt om het geld te traceren. Wat dit betreft is het verdrag baanbrekend omdat het voor de eerste keer het idee van internationale samenwerking bij het terugvinden van gestolen voorwerpen opneemt. De staten die partij zijn bij het verdrag, worden geacht samen te werken in strafzaken in een verscheidenheid van in het verdrag met name genoemde situaties. Zij kunnen ook gezamenlijk onderzoek verrichten en gebruik maken van speciale opsporingstechnieken zoals de elektronische bewaking.

Verder bevat UNCAC maatregelen ter bevordering van de terugvordering van banktegoeden, wat een fundamentele stap vooruit is. Hopelijk zal het verdrag ertoe leiden dat geld dat door corrupte leiders die de nationale rijkdommen hebben geplunderd, naar het buitenland is overgemaakt, naar de landen waar het werd geroofd kan worden teruggebracht. Dit is een bijzonder belangrijk punt voor vele ontwikkelingslanden.

Financiële instellingen worden aangemoedigd de identiteit van de eigenaren van goed gevulde rekeningen te verifiëren zodat het voor corrupte functionarissen moeilijker wordt om hun illegale winsten te verbergen.

In het verdrag wordt het recht vastgelegd van mensen die schade hebben geleden onder corruptie, om rechtszaken aan te spannen tegen de verantwoordelijke partijen.

Er zal een conferentie van staten die partij zijn in het verdrag worden gehouden om de samenwerking tussen de ondertekende partijen te verbeteren, de doelstellingen die in het verdrag worden genoemd te bereiken en de uitvoering ervan te beoordelen.

Het voorstel voor een besluit van de Raad

Het voorstel voor een besluit van de Raad voorziet in de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het verdrag. In het voorstel wordt het verdrag goedgekeurd en wordt de voorzitter van de Raad gemachtigd een persoon aan te wijzen die gemachtigd is om de akte van formele bevestiging van de Gemeenschap neer te leggen en een verklaring neer te leggen betreffende de omvang van de bevoegdheden van de Europese Gemeenschap.

De tekst van deze verklaring is vastgelegd in Bijlage II bij het Besluit. Daarin staat dat de Gemeenschap exclusieve bevoegdheid bezit om voor het eigen ambtenarenapparaat gedragscodes te ontwikkelen en corruptie te voorkomen. In de verklaring wordt ook vastgelegd dat de Gemeenschap bevoegd is met betrekking tot de interne markt en dat zij daartoe maatregelen genomen heeft om de gelijke toegang tot overheidsopdrachten en markten voor alle gegadigden te garanderen, te zorgen voor passende standaarden voor jaarrekeningen en accountantscontrole en maatregelen te treffen om het witwassen van geld te bestrijden.

De opvatting van de rapporteur

Het UNCAC is niet zomaar weer een verklaring over corruptie; het is een document dat uitdrukkelijk gaat over de meest gevoelige aspecten van het onderwerp corruptie. In onze geglobaliseerde wereld is het het eerste werkelijk wereldwijde instrument dat de corruptie aanpakt.

Het verdrag is echter het resultaat van lastige onderhandelingen en het is niet perfect. Ondanks dat is het van wezenlijk belang dat het eindelijk wordt aangenomen en uitgevoerd.

De rapporteur betreurt dat het UNCAC niet naar tevredenheid onderwerpen dekt zoals de criminalisering van passieve omkoping van internationale openbare functionarissen en de effectieve controle op het verdrag.

Toch zijn de mogelijkheden van het verdrag aanzienlijk en het is een goed begin. In dit stadium is een spoedige ratificatie door de EU van belang omdat dat garandeert dat de EU deel zal hebben aan de conferentie die wordt bijeengeroepen om een besluit te nemen over de uitvoering van het UNCAC. Het EP betreurt het evenwel dat het slechts wordt geraadpleegd. Telkens wanneer de Europese Gemeenschap een internationale overeenkomst ondertekent, moet deze ter goedkeuring aan het EP worden voorgelegd.

Corruptie ondermijnt de democratische beginselen en UNCAC kan een middel zijn om de transnationale georganiseerde misdaad te bestrijden. Dat is de reden waarom alle instrumenten waarin in de Verdragen wordt voorzien, gehandhaafd moeten blijven, zodat de goedkeuring van het verdrag een belangrijke factor wordt voor de beoordeling van de efficiency van de openbare overheid.

De rapporteur is van mening dat om de doeltreffendheid van UNCAC te garanderen, alle nodige maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de openbare overheden transparant te werk gaan en de samenwerking tussen de lidstaten op te voeren op alle terreinen van de strijd tegen corruptie, met inbegrip van preventie en wetshandhaving. Bij de tenuitvoerlegging van de bepalingen van het verdrag moet OLAF een belangrijke rol spelen. De rapporteur verzoekt de Commissie daarom het Parlement jaarlijks op de hoogte te houden van de tenuitvoerlegging van het verdrag, en wel in het kader van het jaarverslag over de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap.

Ook moet de Raad onverwijld een voorstel voor een besluit tot instelling van een Europees corruptiebestrijdingsnetwerk indienen.

Bovendien moet een instantie bestaande uit advocaten, juristen en erkende deskundigen worden opgericht om de transparantie en onpartijdigheid van het EU-bestuur bij de bestrijding van corruptie te garanderen en ervoor te zorgen dat de bezittingen van werknemers van de instellingen van de Gemeenschap worden gecheckt, met inachtneming van het beginsel van vertrouwelijkheid.

Op nationaal en gedecentraliseerd niveau van de openbare overheden kunnen soortgelijke instanties worden opgericht. Zij zouden inlichtingen en gegevens kunnen beoordelen inzake het niet-nakomen van de verplichting tot onpartijdigheid en eventuele inkomensdervingen door toedoen van overheidsfunctionarissen.

De rapporteur verwelkomt en volgt met belangstelling het initiatief van de Global Organisation of Parliamentarians against Corruption (GOPAC) om ideeën en voorstellen voor een gedragscode voor parlementariërs te ontwikkelen, voortbouwend op paragraaf 8 van het VN-verdrag tegen corruptie.

Werknemers bij de overheid tegen wie rechtzaken lopen zouden naar een andere functie kunnen worden overgeplaatst om te voorkomen dat het vermeende misdrijf opnieuw wordt gepleegd. Als echter iemand wordt veroordeeld voor een misdrijf waarmee schade is toegebracht aan de overheid, moeten zij kunnen worden ontslagen.

De teruggave van bezittingen is volgens het UNCAC-verdrag een van de belangrijkste doelstellingen. Daarom moet bijzondere aandacht worden besteed aan het checken van bezittingen van overheidsfunctionarissen.

De rapporteur is van mening dat de aandacht niet alleen moet worden geconcentreerd op de werknemers van alle EU-instellingen maar ook op de politici binnen dat milieu. De bezittingen en inkomens van EU-parlementsleden en de leden van de Commissie zouden openbaar moeten zijn.

Ook particuliere bedrijven, ongeacht hun land van herkomst, moeten worden onderzocht, veroordeeld en op een zwarte lijst geplaatst als blijkt dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan corrupte praktijken.

Het verdrag is een zeer belangrijke gebeurtenis die al grote steun heeft verkregen, gezien het grote aantal landen dat al heeft ondertekend. Maar de invloed van het verdrag zal afhangen van de effectieve tenuitvoerlegging ervan. De diplomatieke onderhandelingen moeten worden omgezet in werkelijke actie en er moet een anticorruptiecultuur worden geschapen op alle niveaus van de samenleving.

Controle is ook van het allergrootste belang. De EU moet daarom een oplossing vinden: ofwel zij neemt deel in het GRECO of er wordt een EU-mechanisme voor de evaluatie ingevoerd, op basis van een beoordeling door vakgenoten.

De rapporteur verzoekt de lidstaten en de instellingen van de Europese Unie hun inzet in de strijd tegen corruptie te bevestigen, in de naam van de eerlijkheid, de eerbiediging van de rechtsorde, verantwoordelijkheid en transparantie, voor een betere wereld voor allen.

Brief van Szabolcs Fazakas, voorzitter van de Commissie begrotingscontrole

_____________________________________________________________________

Geachte collega,

Op 3 april 2006 verzocht de Raad het Europees Parlement overeenkomstig artikel 300, lid 2 en 3 advies uit te brengen over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (UNCAC).

De Commissie begrotingscontrole besloot aanvankelijk, op 20 april 2006, een advies op te stellen overeenkomstig Bijlage VI, V, lid 5 van het Reglement van het Europees Parlement. Gezien het krappe tijdschema wijzigde de commissie echter haar oorspronkelijke besluit en besloot op 12 juli 2006 een advies in briefvorm op te stellen.

Achtergrond van het voorstel van de Commissie

In resolutie 55/61 van 4 december 2000 stelde de Algemene Vergadering van de VN vast dat er behoefte was aan een doeltreffend internationaal juridisch instrument ter bestrijding van corruptie. Besloten werd een ad hoc-comité in te stellen voor de onderhandelingen voor een dergelijk instrument. De onderhandelingen voor het UNCAC, waaraan de Commissie actief deelnam vanaf het moment dat er elementen speelden die binnen de communautaire bevoegdheid vielen, zijn afgerond in oktober 2003.

De tekst van het UNCAC werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen op haar 58e zitting in oktober 2003 en voor ondertekening opengesteld op de politieke conferentie op hoog niveau, die van 9 tot 11 december 2003 te Mérida, Mexico, werd gehouden.

Aangezien het UNCAC niet enkel openstaat voor ondertekening door staten maar ook door regionale organisaties voor economische integratie, zoals de EG, machtigde de Raad de Commissie namens de Europese Gemeenschap het UNCAC te ondertekenen. Het UNCAC is op 15 september 2005 namens de Europese Gemeenschap ondertekend te New York.

Inhoud en toepassingsbereik van het UNCAC

In artikel 1 van het UNCAC wordt bepaald:

"De doelstellingen van dit Verdrag zijn:

(a)       het bevorderen en versterken van maatregelen om corruptie op doeltreffender en doelmatiger wijze te voorkomen en te bestrijden;

(b)       het bevorderen, vergemakkelijken en ondersteunen van internationale samenwerking en technische bijstand bij het voorkomen en bestrijden van corruptie, met inbegrip van het terugvorderen van gelden;

(c)       het bevorderen van de integriteit, verantwoording en een deugdelijk beheer van openbare         aangelegenheden en openbaar eigendom."

Het UNCAC bevat bepalingen inzake corruptie die onder de bevoegdheid van de Gemeenschap vallen. Deze bepalingen zijn in overeenstemming met de voor het communautaire ambtenarenapparaat geldende Gemeenschapswetgeving en met het acquis communautaire op dat gebied.

1.        In het UNCAC worden verplichtingen opgelegd met betrekking tot de organisatie van de overheidssector van de staten die partij zijn (hoofdstuk II), welke in principe op de Europese Gemeenschap kunnen worden toegepast zodra zij partij is geworden bij het verdrag (artikel 67, lid 2). Aangezien artikel 2, onder a), van het verdrag het begrip "overheidsfunctionaris" definieert als "iedere persoon die een wetgevende, uitvoerende, administratieve of   rechterlijke taak van een staat die partij is, uitoefent (…)", omvat deze definitie ook ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschap zodra deze tot het verdrag zal zijn toegetreden.

2.        Het acquis communautaire voorziet in maatregelen die het vrij verkeer van goederen, kapitaal en diensten waarborgen, waaronder wetgeving inzake het plaatsen van overheidsopdrachten die transparantie en een gelijke toegang voor alle gegadigden tot overheidsopdrachten en dienstenmarkten moeten garanderen en tegelijk fraude, corruptie en heimelijke afspraken tussen inschrijvers moeten voorkomen. Het acquis communautaire bevat ook maatregelen betreffende jaarrekeningen en accountantscontrole. Voorzover bepalingen van het verdrag gevolgen hebben voor dergelijke instrumenten, is de Gemeenschap exclusief bevoegd om de   desbetreffende internationale verplichtingen te aanvaarden.

3.        Het UNCAC voert kwaliteitsvolle maatregelen in ter bestrijding van witwaspraktijken, die in overeenstemming zijn met het communautaire acquis op het gebied van maatregelen die moeten voorkomen dat het financiële stelsel, en ook andere instellingen en beroepen die als kwetsbaar worden beschouwd, worden gebruikt voor het witwassen van geld. De Gemeenschap is bevoegd met betrekking tot maatregelen inzake de samenwerking tussen financiële inlichtingendiensten uit hoofde van de derde witwasrichtlijn. In dit verband zij tevens opgemerkt dat de Commissie op basis van artikel 280 van het EG Verdrag ook een voorstel voor een verordening heeft ingediend betreffende wederzijdse administratieve bijstand ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap tegen fraude en andere onwettige activiteiten, waaronder het witwassen van geld dat voortvloeit uit EG-fraude en corruptie in de EU.

4.        Het externe beleid van de Gemeenschap, met inbegrip van de ontwikkelingssamenwerking en de samenwerking met andere derde landen, vormt een aanvulling op het beleid van de lidstaten en omvat bepalingen ter bestrijding van corruptie, bijvoorbeeld artikel 97 van de partnerschapsovereenkomst van Cotonou van 23 juni 2000, zoals gewijzigd op 23 februari   2005, dat voor "ernstige gevallen van corruptie" een overlegprocedure instelt en als ultieme maatregel voorziet in de opschorting van steun.

5.        Tot slot bevat het acquis communautaire ook beleidsmaatregelen en werkwijzen ter voorkoming en bestrijding van corruptie die de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen schaadt. Bovendien zijn krachtens het acquis geschikte instanties ingesteld   die corruptie voorkomen, zoals de Europese Commissie, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), de Europese Rekenkamer, de ombudsman, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en het Europees Parlement (commissie begrotingscontrole), alsook geschikte procedures, zoals die van artikel 22 bis en artikel 22 ter van het Statuut van de ambtenaren, die betrekking hebben op de mededeling van informatie.

Standpunt van de Commissie begrotingscontrole

De Commissie begrotingscontrole

•          verwelkomt de ondertekening door de Europese Gemeenschap van het VN-Verdrag tegen corruptie; roept in dit verband de Raad op om de verordening betreffende wederzijdse administratieve bijstand (COM(2004)509 def.) te ondersteunen, die het Parlement in eerste lezing op 23 juni 2005 heeft aangenomen (PB C 133 van 8 juni 2005);

•          betreurt niet geregeld op de hoogte te zijn gehouden van de onderhandelingen;

•          is in beginsel van mening dat het Parlement om goedkeuring moet worden gevraagd in plaats van slechts om advies in gevallen waarin de Europese Gemeenschap voornemens is een internationale overeenkomst te ondertekenen;

•          is bovendien van mening dat het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) een belangrijke rol zal spelen bij de tenuitvoerlegging van de bepalingen van het UNCAC; roept de Commissie daarom op jaarlijks verslag uit te brengen aan het Parlement over de tenuitvoerlegging van het verdrag, binnen het kader van het jaarverslag over de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap.

Hoogachtend,

Szabolcs Fazakas

PROCEDURE

Titel

Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie

Document- en procedurenummers

COM(2006)0082 - C6-0105/2006 - 2006/0023(CNS)

Datum raadpleging EP

28.3.2006

Commissie ten principale
  Datum bekendmaking

LIBE
3.4.2006

Medeadviserende commissie(s)
  Datum bekendmaking

IMCO
3.4.2006

CONT
3.4.2006

DEVE
3.4.2006

 

 

 

Geen advies
  Datum besluit

IMCO
18.4.2006

DEVE
30.5.2006

 

 

 

Nauwere samenwerking
Datum bekendmaking

 

 

 

 

 

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Giusto Catania
3.4.2006

 

Vervangen rapporteur(s)

 

 

Vereenvoudigde procedure – datum besluit

 

Betwisting rechtsgrondslag
  Datum JURI-advies

 

 

 

 

 

Wijziging financiële voorzieningen
  Datum BUDG-advies

 

 

 

 

 

Raadpleging Europees Economisch en Sociaal Comité – datum EP-besluit

 

Raadpleging Comité van de regio's – datum EP-besluit

 

Behandeling in de commissie

20.6.2006

12.9.2006

 

 

 

Datum goedkeuring

23.10.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

27

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alexander Alvaro, Alfredo Antoniozzi, Edit Bauer, Johannes Blokland, Giusto Catania, Carlos Coelho, Fausto Correia, Panayiotis Demetriou, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Kinga Gál, Lívia Járóka, Barbara Kudrycka, Henrik Lax, Sarah Ludford, Edith Mastenbroek, Inger Segelström, Ioannis Varvitsiotis, Stefano Zappalà, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Giorgos Dimitrakopoulos, Sophia in 't Veld, Bill Newton Dunn, Siiri Oviir, Hubert Pirker, Marie-Line Reynaud, Antonio Tajani, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid  2)

 

Datum indiening

26.10.2006

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)