ONTWERPAANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)

15.11.2006 - (12032/2/2006 – C6‑0318/2006 – 2005/0043(COD)) - ***II

Commissie industrie, onderzoek en energie
Rapporteur: Jerzy Buzek

Procedure : 2005/0043(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A6-0392/2006
Ingediende teksten :
A6-0392/2006
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)

(12032/2/2006 – C6‑0318/2006 – 2005/0043(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (12032/2/2006 – C6‑0318/2006),

–   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt[1] inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)0119)[2],

–   gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

–   gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A6‑0392/2006),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, als geamendeerd door het Parlement;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de bijgevoegde verklaring;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Gemeenschappelijk standpunt van de RaadAmendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 7

(7) Vooral relevant voor het industriële onderzoek zijn de Europese technologieplatforms (ETP's) en de beoogde gezamenlijke technologie-initiatieven (JIT's). ETP's helpen de belanghebbenden onderzoekagenda's op lange termijn op te stellen en kunnen zich ontwikkelen tot een belangrijk instrument voor de bevordering van het concurrentie­vermogen van Europa.

(7) Vooral relevant voor het industriële onderzoek zijn de Europese technologieplatforms (ETP's) en de beoogde gezamenlijke technologie-initiatieven (JIT's). In dit verband moet het MKB actief worden betrokken bij hun werking. ETP's helpen de belanghebbenden onderzoekagenda's op lange termijn op te stellen en kunnen zich ontwikkelen tot een belangrijk instrument voor de bevordering van het concurrentie­vermogen van Europa.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 2

Overweging 15

(15) In het kader van "Ideeën" moeten activiteiten worden uitgevoerd door een Europese Onderzoeksraad ("ERC"), die een hoge mate van autonomie moet genieten teneinde, voort­bouwend op Europese uitmuntendheid, op EU-niveau grensverleggend onderzoek van zeer hoog niveau te ontwikkelen, en zich internationaal beter te profileren. De ERC moet regel­matig contact houden met de Europese instellingen en de wetenschappelijke gemeenschap.

(15) In het kader van "Ideeën" moeten activiteiten worden uitgevoerd door een Europese Onderzoeksraad ("ERC"), die een hoge mate van autonomie moet genieten teneinde, voort­bouwend op Europese uitmuntendheid, op EU-niveau grensverleggend onderzoek van zeer hoog niveau te ontwikkelen, en zich internationaal beter te profileren. De ERC moet regel­matig contact houden met de Europese instellingen en de wetenschappelijke gemeenschap. Uit de tussentijdse evaluatie van het zevende kaderprogramma zou kunnen blijken dat de ERC-structuren verder moeten worden verbeterd en dat daarvoor passende wijzigingen nodig zijn.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 3

Overweging 20

(20) Het zevende kaderprogramma vormt een aanvulling op de activiteiten die worden uitge­voerd in de lidstaten en op andere communautaire acties die nodig zijn voor het algemene strategische streven naar verwezenlijking van de Lissabon-doelstellingen, naast met name de acties met betrekking tot de Structuurfondsen, landbouw, onderwijs, opleiding, concurrentievermogen en innovatie, industrie, werkgelegenheid en milieu.

(20) Het zevende kaderprogramma vormt een aanvulling op de activiteiten die worden uitge­voerd in de lidstaten en op andere communautaire acties die nodig zijn voor het algemene strategische streven naar verwezenlijking van de Lissabon-doelstellingen, naast met name de acties met betrekking tot de Structuurfondsen, landbouw, visserij, onderwijs, opleiding, concurrentievermogen en innovatie, industrie, werkgelegenheid en milieu.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 4

Overweging 22

(22) Het zevende kaderprogramma moet met name streven naar voldoende betrokkenheid van het MKB. De op grond van dit kaderprogramma ondersteunde innovatie- en MKB-gerela­teerde activiteiten moeten de activiteiten aanvullen die worden ondernomen op grond van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie.

(22) Het zevende kaderprogramma moet met name streven naar voldoende betrokkenheid van het MKB door middel van concrete maatregelen en specifieke acties te zijnen behoeve. De op grond van dit kaderprogramma ondersteunde innovatie- en MKB-gerela­teerde activiteiten moeten de activiteiten aanvullen die worden ondernomen op grond van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 5

Overweging 23

(23) Deelname aan de activiteiten van het zevende kaderprogramma moet worden vergemakke­lijkt door de publicatie van alle relevante informatie, die tijdig en op gebruiksvriendelijke wijze voor alle potentiële deelnemers ter beschikking moet worden gesteld.

(23) Deelname aan de activiteiten van het zevende kaderprogramma moet worden vergemakke­lijkt door de publicatie van alle relevante informatie, die tijdig en op gebruiksvriendelijke wijze voor alle potentiële deelnemers ter beschikking moet worden gesteld, alsmede door het juiste gebruik van eenvoudige en snelle procedures zonder onnodige ingewikkelde financiële voorwaarden en nodeloze verslaglegging, overeenkomstig de regels voor deelname die op dit kaderprogramma van toepassing zijn.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 6

Artikel 2, lid 1, punt i), letter b)

b) voeding, landbouw en biotechnologie;

b) voeding, landbouw en visserij, biotechnologie;

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 7

Artikel 4, lid 1, tabel

Samenwerking

32 365

Samenwerking

32 413

Ideeën

7 460

Ideeën

7 510

Mensen

4 728

Mensen

4 750

Capaciteit

4 217

Capaciteit

4 097

Niet-nucleaire acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek

1 751

Niet-nucleaire acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek

1 751

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 8

Artikel 7 bis (nieuw)

 

Artikel 7 bis

Inwerkingtreding

Dit besluit wordt van kracht op derde dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 9

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", alinea 3, punt 2

2) voeding, landbouw en biotechnologie;

2) voeding, landbouw en visserij, biotechnologie;

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 10

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", alinea 7

Met name bij onderwerpen met industriële relevantie zijn de thema's bepaald op basis van onder meer de werkzaamheden van de verschillende "Europese technologieplatforms", die zijn opgezet op gebieden waar het concurrentievermogen, de economische groei en het welzijn van Europa afhangen van belangrijke vooruitgang op het gebied van onderzoek en technologie op middellange tot lange termijn. De Europese technologieplatforms brengen de belanghebbenden bijeen, staan onder industriële leiding, en hebben tot doel een strategische onderzoeksagenda te bepalen en uit te voeren. Dit zevende kaderprogramma zal bijdragen tot de verwezenlijking van deze strategische onderzoeksagenda's voor zover deze een werkelijke Europese meerwaarde bieden. De Europese technologieplatforms kunnen een rol spelen bij het vergemakkelijken en organiseren van de deelname van het bedrijfsleven, onder meer het MKB, aan onderzoeksprojecten op hun eigen gebied, met inbegrip van projecten die in aanmerking komen voor financiering uit het zevende kaderprogramma.

Met name bij onderwerpen met industriële relevantie zijn de thema's bepaald op basis van onder meer de werkzaamheden van de verschillende "Europese technologieplatforms", die zijn opgezet op gebieden waar het concurrentievermogen, de economische groei en het welzijn van Europa afhangen van belangrijke vooruitgang op het gebied van onderzoek en technologie op middellange tot lange termijn. De Europese technologieplatforms brengen de belanghebbenden bijeen, staan onder industriële leiding, en hebben tot doel een strategische onderzoeksagenda te bepalen en uit te voeren. Dit zevende kaderprogramma zal bijdragen tot de verwezenlijking van deze strategische onderzoeksagenda's voor zover deze een werkelijke Europese meerwaarde bieden. De Europese technologieplatforms, eventueel met de deelname van regionale onderzoeksclusters, kunnen een rol spelen bij het vergemakkelijken en organiseren van de deelname van het bedrijfsleven, onder meer het MKB, aan onderzoeksprojecten op hun eigen gebied, met inbegrip van projecten die in aanmerking komen voor financiering uit het zevende kaderprogramma.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 11

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", alinea 8

De tien thema's omvatten ook onderzoek dat nodig is ter onderbouwing van de formulering, uit­voering en beoordeling van het communautaire beleid op het gebied van onder meer gezondheid, veiligheid, consumentenbescherming, energie, milieu, ontwikkelingshulp, visserij, maritieme aan­gelegenheden, landbouw, dierenwelzijn, vervoer, onderwijs en opleiding, werkgelegenheid, sociale zaken, cohesie, en de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, naast prenormatief en co-normatief onderzoek dat relevant is voor het verbeteren van de inter­operabiliteit en de kwaliteit van normen en de uitvoering ervan.

De tien thema's omvatten ook onderzoek dat nodig is ter onderbouwing van de formulering, uit­voering en beoordeling van het communautaire beleid op het gebied van onder meer gezondheid, veiligheid, consumentenbescherming, energie, milieu, ontwikkelingshulp, visserij, maritieme aan­gelegenheden, landbouw, dierenwelzijn, vervoer, onderwijs en opleiding, werkgelegenheid, sociale zaken, cohesie, en de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, naast prenormatief en co-normatief onderzoek dat relevant is voor het verbeteren van de inter­operabiliteit en de kwaliteit van normen en de uitvoering ervan. Aldus wordt tevens het Europese concurrentievermogen versterkt. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan de coördinatie van aspecten in verband met rationeel en efficiënt energiegebruik binnen het kader­programma en met andere communautaire beleidsterreinen en programma's.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 12

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", alinea 10

Een belangrijke toegevoegde waarde van Europese onderzoeksacties is de kennisoverdracht en ‑verspreiding; er zullen maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de industrie, de beleidsmakers en de maatschappij meer gebruik maken van de onderzoeksresultaten. Kennis­verspreiding is op alle thematische gebieden een wezenlijk taakonderdeel, met dien verstande dat voor het thema "veiligheid", gezien het vertrouwelijke karakter van de activiteiten, passende beperkingen gelden. Kennisverspreiding zal onder meer geschieden door financiering van netwerk­initiatieven, studiebijeenkomsten en evenementen, bijstand door externe deskundigen en informatie- en elektronische diensten, met name CORDIS.

Een belangrijke toegevoegde waarde van Europese onderzoeksacties is de kennisoverdracht en ‑verspreiding; er zullen maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de industrie, de beleidsmakers en de maatschappij meer gebruik maken van de onderzoeksresultaten. Intellectuele-eigendomsrechten moeten eveneens worden gevrijwaard, onder andere in de context van de strijd tegen namaak. Kennis­verspreiding is op alle thematische gebieden een wezenlijk taakonderdeel, met dien verstande dat voor het thema "veiligheid", gezien het vertrouwelijke karakter van de activiteiten, passende beperkingen gelden. Kennisverspreiding zal onder meer geschieden door financiering van netwerk­initiatieven, studiebijeenkomsten en evenementen, bijstand door externe deskundigen en informatie- en elektronische diensten, met name CORDIS.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 13

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", ondertitel "Internationale samenwerking", alinea 1, stip 2

• specifieke samenwerkingsacties op elk thematisch gebied met bepaalde derde landen daar waar wederzijdse belangstelling bestaat voor samenwerking rond specifieke, op grond van hun weten¬schappelijk en technologisch niveau en hun behoeften geselecteerde onderwerpen. Deze acties hangen nauw samen met de bilaterale samenwerkingsovereenkomsten of multilaterale dialogen tussen de EU en deze landen of groepen van landen, en fungeren als instrumenten bij uitstek om uitvoering te geven aan de samenwerking tussen de EU en deze landen. Het gaat met name om: acties gericht op het versterken van de onderzoekscapaciteit van kandidaat-lidstaten en buurlanden; en samenwerkingsactiviteiten die gericht zijn op ontwikkelingslanden en opkomende landen, waarbij de nadruk ligt op hun bijzondere behoeften op gebieden zoals gezondheid, landbouw, visserij en milieu, en die worden uitgevoerd onder financiële voorwaarden die aangepast zijn aan hun mogelijkheden.

• specifieke samenwerkingsacties op elk thematisch gebied met bepaalde derde landen daar waar wederzijdse belangstelling bestaat voor samenwerking rond specifieke, op grond van hun weten­schappelijk en technologisch niveau en hun behoeften geselecteerde onderwerpen. Deze acties hangen nauw samen met de bilaterale samenwerkingsovereenkomsten of multilaterale dialogen tussen de EU en deze landen of groepen van landen, en fungeren als instrumenten bij uitstek om uitvoering te geven aan de samenwerking tussen de EU en deze landen. Het gaat met name om: acties gericht op het versterken van de onderzoekscapaciteit van kandidaat-lidstaten en buur­landen; en samenwerkingsactiviteiten die gericht zijn op ontwikkelingslanden en opkomende landen, waarbij de nadruk ligt op hun bijzondere behoeften op gebieden zoals gezondheid, met inbegrip van onderzoek naar verwaarloosde ziekten, landbouw, visserij en milieu, en die worden uitgevoerd onder financiële voorwaarden die aangepast zijn aan hun mogelijkheden.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 14

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 1 "Gezondheid", subtitel "Doelstelling"

Verbetering van de gezondheid van de burgers van Europa en opvoering van het concur­rentievermogen en het stimuleren van de innovatiecapaciteit van Europese industrieën en bedrijven in de gezondheidssector, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan mondiale gezondheidsaspecten zoals opkomende epidemieën. De nadruk zal liggen op translationeel onderzoek (omzetting van fundamentele ontdekkingen in klinische toepassingen, met inbegrip van wetenschappelijke validering van resultaten van experimenten), de ontwikke­ling en validering van nieuwe therapieën, methoden voor gezondheidsbevordering en preventie, waaronder de bevordering van gezond ouder worden, diagnose-instrumenten en medische technologieën, alsmede duurzame en efficiënte gezondheidszorgstelsels.

Verbetering van de gezondheid van de burgers van Europa en opvoering van het concur­rentievermogen en het stimuleren van de innovatiecapaciteit van Europese industrieën en bedrijven in de gezondheidssector, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan mondiale gezondheidsaspecten zoals opkomende epidemieën. De nadruk zal liggen op translationeel onderzoek (omzetting van fundamentele ontdekkingen in klinische toepassingen, met inbegrip van wetenschappelijke validering van resultaten van experimenten), de ontwikke­ling en validering van nieuwe therapieën, methoden voor gezondheidsbevordering en preventie, waaronder de bevordering van de gezondheid van kinderen, gezond ouder worden, diagnose-instrumenten en medische technologieën, alsmede duurzame en efficiënte gezondheidszorgstelsels.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 15

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 1 "Gezondheid", subtitel "Achtergrond", alinea 6

Hieronder volgt een beschrijving van de te verrichten activiteiten, waaronder ook onderzoek dat uit beleidsoogpunt essentieel is. De strategische onderwerpen, te weten de gezondheid van kinderen en die van de vergrijzende bevolking, krijgen bijzondere aandacht in alle activiteiten. Onderzoeks­agenda's op lange termijn zoals die welke zijn opgesteld door Europese technologieplatforms, waaronder het platform voor innovatieve geneesmiddelen, zullen indien van toepassing worden ondersteund. Naar aanleiding van nieuwe beleidsbehoeften kunnen aanvullende acties worden gesteund, bijvoorbeeld op het gebied van het gezondheidsbeleid en gezondheid en veiligheid op het werk.

Hieronder volgt een beschrijving van de te verrichten activiteiten, waaronder ook onderzoek dat uit beleidsoogpunt essentieel is. Onderzoeks­agenda's op lange termijn zoals die welke zijn opgesteld door Europese technologieplatforms, waaronder het platform voor innovatieve geneesmiddelen, zullen indien van toepassing worden ondersteund. Naar aanleiding van nieuwe beleidsbehoeften kunnen aanvullende acties worden gesteund, bijvoorbeeld op het gebied van het gezondheidsbeleid en gezondheid en veiligheid op het werk.

De strategische onderwerpen, te weten de gezondheid van kinderen en kinderziekten alsook de gezondheid van de vergrijzende bevolking, krijgen bijzondere aandacht en telkens wanneer dat nodig is moet hiermee rekening worden gehouden bij alle activiteiten in het kader van dit thema.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 16

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 1 "Gezondheid", subtitel "Activiteiten", stip 2, streepjes 3 en 4

- Translationeel onderzoek bij infectieziekten. Onderzoek naar geneesmiddelenresistentie, de mondiale dreiging van hiv/aids, malaria, tuberculose en hepatitis C, alsmede mogelijke nieuwe epidemieën en epidemieën die opnieuw de kop opsteken (bijvoorbeeld SARS en hoogpathogene influenza).

- Translationeel onderzoek bij infectieziekten. Onderzoek naar geneesmiddelenresistentie, de mondiale dreiging van hiv/aids, malaria, tuberculose en hepatitis, alsmede mogelijke nieuwe epidemieën en epidemieën die opnieuw de kop opsteken (bijvoorbeeld SARS en hoogpathogene influenza).

- Translationeel onderzoek bij ernstige ziekten: kanker, hart- en vaatziekten, diabetes/obesitas, zeldzame ziekten, andere chronische aandoeningen, waaronder reumatoïde aandoeningen, artritis en spier- en skeletaandoeningen. Ontwikkeling van patiëntgerichte strategieën van preventie tot diagnose met bijzondere aandacht voor behandeling, met inbegrip van klinisch onderzoek. Er wordt rekening gehouden met aspecten van palliatieve geneeskunde.

- Translationeel onderzoek bij ernstige ziekten: kanker, hart- en vaatziekten, diabetes/obesitas, zeldzame ziekten, andere chronische aandoeningen, waaronder artritis, reumatische en spier- en skeletaandoeningen aandoeningen en ademhalingsaandoeningen, inclusief die welke door allergieën worden veroorzaakt. Ontwikkeling van patiëntgerichte strategieën van preventie tot diagnose met bijzondere aandacht voor behandeling, met inbegrip van klinisch onderzoek en het gebruik van werkzame bestanddelen. Er wordt rekening gehouden met aspecten van palliatieve geneeskunde.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 17

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", titel

2. Voeding, landbouw en biotechnologie

2. Voeding, landbouw en visserij, en biotechnologie

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 18

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", subtitel "Activiteiten", stip 2

• "Van riek tot vork": voeding, gezondheid en welzijn: voor consument, maatschappij, cultuur, industrie en gezondheid relevante en traditionele aspecten van voeding en diervoeders, met inbegrip van gedrags- en cognitieve wetenschappen; voeding, voedingsgerelateerde ziekten en aandoeningen, waaronder obesitas bij kinderen en volwassenen en allergieën; voeding en ziektepreventie (inclusief betere kennis van de gezondheidsbevorderende bestanddelen en de eigenschappen van voedingsmiddelen); innovatieve technologie voor de verwerking van voedingsmiddelen en diervoeders (inclusief verpakking en technologieën uit de non-foodsector); verbeterde kwaliteit en veiligheid, zowel chemisch als biologisch, van voedingsmiddelen, dranken en diervoeders; verbeterde methodes voor voedselveiligheidsborging; integriteit (en controle) van de voedselketen; fysieke en biologische milieueffecten op en van voedsel-/voederketens; het effect van mondiale veranderingen op de voedselketen en de resistentie daarvan tegen die effecten; het concept "totale voedselketen" (inclusief schaal- en schelpdieren en andere voedingsgrondstoffen en -bestanddelen); traceerbaarheid en de verdere ontwikkeling daarvan; authenticiteit van voedsel en ontwikkeling van nieuwe ingrediënten en producten.

• "Van mond tot grond": voeding (met inbegrip van visserijproducten), gezondheid en welzijn: voor consument, maatschappij, cultuur, industrie en gezondheid relevante en traditionele aspecten van voeding en diervoeders, met inbegrip van gedrags- en cognitieve wetenschappen; voeding, voedingsgerelateerde ziekten en aandoeningen, waaronder obesitas bij kinderen en volwassenen en allergieën; voeding en ziektepreventie (inclusief betere kennis van de gezondheidsbevorderende bestanddelen en de eigenschappen van voedingsmiddelen); innovatieve technologie voor de verwerking van voedingsmiddelen en diervoeders (inclusief verpakking en technologieën uit de non-foodsector); verbeterde kwaliteit en veiligheid, zowel chemisch als biologisch, van voedingsmiddelen, dranken en diervoeders; verbeterde methodes voor voedselveiligheidsborging; integriteit (en controle) van de voedselketen; fysieke en biologische milieueffecten op en van voedsel-/voeder­ketens; het effect van mondiale veranderingen op de voedselketen en de resistentie daarvan tegen die effecten; het concept "totale voedselketen" (inclusief schaal- en schelpdieren en andere voedingsgrondstoffen en -bestanddelen); traceerbaarheid en de verdere ontwikkeling daarvan; authenticiteit van voedsel en ontwikkeling van nieuwe ingrediënten en producten.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 19

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", subtitel "Activiteiten", stip 3

• Biowetenschappen en biotechnologie voor duurzame non-food producten en processen: verbeteringen op het gebied van gewassen en bosbestanden, grondstoffen, mariene producten en biomassa (inclusief mariene rijkdommen) voor energie, milieu, en producten met een hoge meerwaarde zoals materialen en chemische stoffen (waaronder biologische hulpbronnen ten behoeve van de farmaceutische industrie en de geneeskunde), inclusief nieuwe landbouwsystemen, bioprocessen en bioraffinageconcepten; biokatalyse; nieuwe en verbeterde micro-organismen en enzymen; producten en processen van de bosbouw en de houtsector; bioremediatie en schonere bioprocessen, het gebruik van agroindustrieel afval en bijproducten.

• Biowetenschappen, biotechnologie en biochemie voor duurzame non-food producten en processen: ver­beteringen op het gebied van gewassen en bosbestanden, grondstoffen, mariene producten en biomassa (inclusief mariene rijkdommen) voor energie, milieu, en producten met een hoge meerwaarde zoals materialen en chemische stoffen (waaronder biologische hulpbronnen ten behoeve van de farmaceutische industrie en de geneeskunde), inclusief nieuwe landbouw­systemen, bioprocessen en bioraffinageconcepten; biokatalyse; nieuwe en verbeterde micro-organismen en enzymen; producten en processen van de bosbouw en de houtsector; bio­remediatie en schonere bioprocessen, het gebruik van agroindustrieel afval en bijproducten.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 20

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 3 "Informatie- en communicatietechnologieën (ICT)", subtitel "Achtergrond", alinea 4

Al die inspanningen leiden tot een golf van nieuwe technologieën. De ICT-onderzoeksactiviteiten zullen tevens stoelen op een breder gamma van wetenschappelijke en technologische disciplines, zoals bio- en levenswetenschappen, psychologie, pedagogie, en cognitieve en sociale weten­schappen en geesteswetenschappen.

Al die inspanningen leiden tot een golf van nieuwe technologieën. De ICT-onderzoeksactiviteiten zullen tevens stoelen op een breder gamma van wetenschappelijke en technologische disciplines, zoals bio- en levenswetenschappen, chemie, psychologie, pedagogie, en cognitieve en sociale weten­schappen en geesteswetenschappen.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 21

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 3 "Informatie- en communicatietechnologieën (ICT)", subtitel "Activiteiten", stip 3, streepje 2, substreepje 3

- op ICT gebaseerde systemen ter ondersteuning, op termijn, van de toegankelijkheid en de benutting van digitale culturele en wetenschappelijke bronnen en middelen in een meertalige en multiculturele omgeving;

- op ICT gebaseerde systemen ter ondersteuning, op termijn, van de toegankelijkheid en de benutting van digitale culturele en wetenschappelijke bronnen en middelen in een meertalige en multiculturele omgeving, ook met betrekking tot het cultureel erfgoed;

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 22

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 3 "Informatie- en communicatietechnologieën (ICT)", subtitel "Activiteiten", stip 3, streepje 4

- ICT ter ondersteuning van vertrouwen en betrouwbaarheid: identiteitsbeheer; authenticatie en autorisatie; privacyverbeteringstechnologie; beheer van rechten en middelen; bescherming tegen computercriminaliteit.

- ICT ter ondersteuning van vertrouwen en betrouwbaarheid: identiteitsbeheer; authenticatie en autorisatie; privacyverbeteringstechnologie; beheer van rechten en middelen; bescherming tegen computercriminaliteit, zulks in coördinatie met andere thema's, met name het "veiligheidsthema".

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 23

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 5 "Energie", subtitel "Achtergrond", alinea 3

Een ingrijpende transformatie van het energiesysteem in een weinig of geen CO2 uitstotend, betrouwbaar, concurrerend en duurzaam energiesysteem vereist nieuwe materialen en nieuwe technologie, waarbij de risico's zo hoog zijn en de opbrengsten zo onzeker dat particuliere bedrijven niet alle investeringen kunnen leveren die voor onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en toe­passing nodig zijn. Steun van de overheid moet dan ook een cruciale rol spelen bij het stimuleren van particuliere investeringen, en de Europese activiteiten en middelen moeten op een coherente en effectievere wijze worden gecombineerd om te concurreren met economieën die op grote schaal en consequent in soortgelijke technologieën investeren. De Europese technologieplatforms hebben hierbij een belangrijke inbreng doordat zij op gecoördineerde wijze het benodigde onderzoek stimuleren. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de activiteiten die worden ondernomen om de doelstelling te realiseren. Er is een specifiek onderdeel voor "kennis voor de energiebeleids­vorming" waarmee ook steun kan worden gegeven aan nieuwe beleidsbehoeften die naar voren komen, bijvoorbeeld in verband met de rol van het Europese energiebeleid bij de ontwikkeling van internationale maatregelen op het gebied van klimaatverandering, en instabiliteit of verstoring van de energievoorziening en de energieprijzen.

Een ingrijpende transformatie van het energiesysteem in een weinig of geen CO2 uitstotend, betrouwbaar, concurrerend en duurzaam energiesysteem vereist nieuwe technologieën en nieuwe materialen, waarbij de risico's zo hoog zijn en de opbrengsten zo onzeker dat particuliere bedrijven niet alle investeringen kunnen leveren die voor onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en toe­passing nodig zijn. Steun van de overheid moet dan ook een cruciale rol spelen bij het stimuleren van particuliere investeringen, en de Europese activiteiten en middelen moeten op een coherente en effectievere wijze worden gecombineerd om te concurreren met economieën die op grote schaal en consequent in soortgelijke technologieën investeren. De Europese technologieplatforms hebben hierbij een belangrijke inbreng doordat zij op gecoördineerde wijze het benodigde onderzoek stimuleren. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de activiteiten die worden ondernomen om de doelstelling te realiseren. Meer efficiëntie in het gehele energiesysteem, van bron tot gebruiker, is van essentieel belang en schraagt het gehele energiethema. Onder erkenning van hun belangrijke bijdrage aan toekomstige duurzame energiesystemen, zullen hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie bij het eindgebruik de hoofdbestanddelen van dit thema vormen. Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan de aanmoediging van onderzoek, ontwikkeling en demonstratie, alsook aan de bevordering van capaciteitsopbouw op dit gebied. Synergieën met het programma Intelligente energie voor Europa als onderdeel van het programma voor concurrentievermogen en innovatie zullen daarbij ten volle worden benut. Tevens zal worden nagegaan wat de mogelijkheden zijn van toekomstige grootschalige initiatieven met financiering uit verschillende bronnen (b.v. JTI's). Er is een specifiek onderdeel voor "kennis voor de energiebeleids­vorming" waarmee ook steun kan worden gegeven aan nieuwe beleidsbehoeften die naar voren komen, bijvoorbeeld in verband met de rol van het Europese energiebeleid bij de ontwikkeling van internationale maatregelen op het gebied van klimaatverandering, en instabiliteit of verstoring van de energievoorziening en de energieprijzen.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 24

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 5 "Energie", subtitel "Activiteiten", stip 6

Onderzoek naar en de ontwikkeling en demonstratie van technologie om de efficiëntie, betrouwbaarheid en kosten van installaties aanzienlijk te verbeteren via ontwikkeling en demonstratie van schone technologie voor de omzetting van kolen en andere fossiele brandstoffen, waarbij ook secundaire energiedragers (inclusief waterstof) en vloeibare of gasvormige brandstoffen worden geproduceerd. De activiteiten zullen worden gekoppeld naarmate zij geschikt zijn voor technologie voor het afvangen en de opslag van kool­dioxide of het meestoken van biomassa.

Onderzoek naar en de ontwikkeling en demonstratie van technologie om de efficiëntie, betrouwbaarheid en kosten van installaties aanzienlijk te verbeteren via ontwikkeling en demonstratie van schone technologie voor de omzetting van kolen en andere fossiele brandstoffen, met inbegrip van chemische processen, waarbij ook secundaire energiedragers (inclusief waterstof) en vloeibare of gasvormige brandstoffen worden geproduceerd. De activiteiten zullen worden gekoppeld naarmate zij geschikt zijn voor technologie voor het afvangen en de opslag van kool­dioxide of het meestoken van biomassa.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 25

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", subtitel "Achtergrond", alinea 5, voetnoot 23

23 Aanvullend onderzoek op het gebied van de productie en het gebruik van biologische rijk­dommen komt aan de orde bij het thema "Voeding, landbouw en biotechnologie".

23 Aanvullend onderzoek op het gebied van de productie en het gebruik van biologische rijk­dommen komt aan de orde bij het thema "Voeding, landbouw en visserij, en biotechnologie".

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 26

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", subtitel "Activiteiten", stip 1, streepje 1

- Druk op het milieu en het klimaat: het functioneren van het klimaatsysteem en het systeem aarde, met inbegrip van de poolgebieden; adaptieve en verzachtende maatregelen; veront­reiniging van lucht, bodem en water; veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer en de watercyclus; wereldwijde en regionale interacties tussen klimaat en atmosfeer, landoppervlak, ijs en de oceaan; en effecten op de biodiversiteit en ecosystemen, inclusief de effecten van het stijgende zeewaterpeil op kustgebieden en de effecten op bijzonder kwetsbare gebieden.

- Druk op het milieu en het klimaat: het functioneren van het klimaatsysteem en het aard- en mariene systeem, met inbegrip van de poolgebieden; adaptieve en verzachtende maatregelen; veront­reiniging van lucht, bodem en water; veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer en de watercyclus; wereldwijde en regionale interacties tussen klimaat en atmosfeer, landoppervlak, ijs en de oceaan; en effecten op de biodiversiteit en ecosystemen, inclusief de effecten van het stijgende zeewaterpeil op kustgebieden en de effecten op bijzonder kwetsbare gebieden.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 27

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 7 "Vervoer (inclusief luchtvaart)", subtitel "Activiteiten", stip 1, streepje 1

- De vergroening van het luchtvervoer: beperking van emissies, inclusief van broeikasgassen en van geluidshinder, waarin opgenomen werk aan motoren en alternatieve brandstoffen, structuren en nieuwe vliegtuigontwerpen waaronder rotorvliegtuigen, luchthavenactiviteiten en lucht­verkeersbeheer.

- De vergroening van het luchtvervoer: beperking van emissies, inclusief van broeikasgassen en van geluidshinder, waarin opgenomen werk aan motoren en alternatieve brandstoffen, structuren en nieuwe vliegtuigontwerpen waaronder rotorvliegtuigen (inclusief helikopters en tiltrotors), luchthavenactiviteiten en lucht­verkeersbeheer.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 28

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", subtitel "Doelstelling"

Een diepgaand, gemeenschappelijk inzicht verkrijgen in complexe en onderling samen­hangende sociaal-economische uitdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd, zoals groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen, sociale cohesie, uitdagingen op maatschappelijk, cultureel en onderwijsgebied in een uitgebreide EU en duurzaamheid, demografische verandering migratie en integratie, kwaliteit van het bestaan en mondiale onderlinge afhankelijkheid, met name om een verbeterde kennisbasis voor beleid op de betrokken gebieden te scheppen.

Een diepgaand, gemeenschappelijk inzicht verkrijgen in complexe en onderling samen­hangende sociaal-economische uitdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd, zoals groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen, sociale cohesie, uitdagingen op maatschappelijk, cultureel en onderwijsgebied in een uitgebreide EU en duurzaamheid, ecologische uitdagingen, demografische verandering migratie en integratie, kwaliteit van het bestaan en mondiale onderlinge afhankelijkheid, met name om een verbeterde kennisbasis voor beleid op de betrokken gebieden te scheppen.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 29

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", subtitel "Activiteiten", stip 5

• De burger in de Europese Unie: de bestudering, in de context van de toekomstige ontwikkeling van de uitgebreide EU, van de aspecten van het verkrijgen van een gevoel van democratisch "eigendom" en actieve participatie door de volkeren van Europa; effectief en democratisch bestuur op alle niveaus met inbegrip van economisch en juridisch bestuur en de rol van de civiele samenleving; onderzoek ten behoeve van het creëren van een gezamenlijk inzicht in en respect voor de overeenkomsten en verschillen binnen Europa qua cultuur, religie, cultureel erfgoed, instellingen en rechtsstelsels, geschiedenis, talen en waarden als bouwstenen van onze Europese multiculturele identiteit en ons Europees multicultureel erfgoed.

• De burger in de Europese Unie: de bestudering, in de context van de toekomstige ontwikkeling van de uitgebreide EU, van de aspecten van het verkrijgen van een gevoel van democratisch "eigendom" en actieve participatie door de volkeren van Europa; effectief en democratisch bestuur op alle niveaus met inbegrip van economisch en juridisch bestuur en de rol van de civiele samenleving, alsmede innovatieve bestuurlijke processen ter verhoging van de participatie van de burgers en ter verbetering van de publiek-private samenwerking; onderzoek ten behoeve van het creëren van een gezamenlijk inzicht in en respect voor de overeenkomsten en verschillen binnen Europa qua cultuur, religie, cultureel erfgoed, instellingen en rechtsstelsels, geschiedenis, talen en waarden als bouwstenen van onze Europese multiculturele identiteit en ons Europees multicultureel erfgoed.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 30

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 9 "Ruimtevaart", subtitel "Achtergrond", alinea 3

De hieronder genoemde activiteiten zijn gericht op de doeltreffende benutting van middelen uit de ruimtevaart (samen met in situ-middelen, met inbegrip van middelen uit de luchtvaart) voor de verwezenlijking van toepassingen zoals GMES, op de bijdrage daarvan tot de rechtshandhaving in het communautaire beleid, op verkenning van de ruimte, waardoor mogelijkheden voor inter­nationale samenwerking en spectaculaire technologische doorbraken evenals kostenefficiënte missies ontstaan; alsmede op de exploitatie en verkenning van de ruimte met behulp van voorbe­reidende activiteiten die de strategische rol van de Europese Unie moeten garanderen. Deze activi­teiten zullen worden aangevuld met andere acties uit hoofde van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie en van het onderwijs- en opleidingsprogramma. De voordelen van onderstaande activiteiten voor het overheidsbeleid, aanvullende ondersteuning voor eventuele nieuwe beleidsbehoeften inbegrepen, zullen eveneens maximaal worden benut, bijvoorbeeld door middel van in de ruimte gestationeerde oplossingen ten behoeve van ontwikkelingslanden en het gebruik van ruimteobservatie-instrumenten en -methoden ter ondersteuning van ontwikkelingen in het Gemeenschapsbeleid.

Met bijzondere aandacht voor het gebruik van bestaande capaciteiten in Europa, zijn de hieronder genoemde activiteiten gericht op de doeltreffende benutting van middelen uit de ruimtevaart (samen met in situ-middelen, met inbegrip van middelen uit de luchtvaart) voor de verwezenlijking van toepassingen zoals GMES, op de bijdrage daarvan tot de rechtshandhaving in het communautaire beleid, op verkenning van de ruimte, waardoor mogelijkheden voor inter­nationale samenwerking en spectaculaire technologische doorbraken evenals kostenefficiënte missies ontstaan; alsmede op de exploitatie en verkenning van de ruimte met behulp van voorbe­reidende activiteiten die de strategische rol van de Europese Unie moeten garanderen. Deze activi­teiten zullen worden aangevuld met andere acties uit hoofde van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie en van het onderwijs- en opleidingsprogramma. De voordelen van onderstaande activiteiten voor het overheidsbeleid, aanvullende ondersteuning voor eventuele nieuwe beleidsbehoeften inbegrepen, zullen eveneens maximaal worden benut, bijvoorbeeld door middel van in de ruimte gestationeerde oplossingen ten behoeve van ontwikkelingslanden en het gebruik van ruimteobservatie-instrumenten en -methoden ter ondersteuning van ontwikkelingen in het Gemeenschapsbeleid.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 31

Bijlage I, Hoofdstuk I "Samenwerking", thema 10 "Veiligheid", subtitel "Achtergrond", alinea 4 bis (nieuw)

 

De bijzondere vertrouwelijkheidseisen moeten worden nageleefd, maar de transparantie van de onderzoeksresultaten mag daarbij niet onnodig worden beperkt. Daarnaast moeten gebieden worden aangewezen waar thans transparantie van onderzoeksresultaten mogelijk is.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 32

Bijlage I, Hoofdstuk II "Ideeën", subtitel "Activiteiten", alinea 3

De wetenschappelijke raad bestaat uit vertegenwoordigers van de Europese wetenschappelijke wereld onder waarborging van de diversiteit van de vertegenwoordigde onderzoeksgebieden op het hoogste niveau, die handelen op persoonlijke titel, onafhankelijk van politieke of andere belangen. De leden ervan worden benoemd door de Commissie na een onafhankelijke aanwijzingsprocedure. Zij worden benoemd voor een periode van vier jaar, die eenmaal kan worden verlengd in een roulerend systeem dat de continuïteit van het werk van de wetenschappelijke raad waarborgt.

De wetenschappelijke raad bestaat uit vertegenwoordigers van de Europese wetenschappelijke wereld onder waarborging van de diversiteit van de vertegenwoordigde onderzoeksgebieden op het hoogste niveau, die handelen op persoonlijke titel, onafhankelijk van politieke of andere belangen. De leden ervan worden benoemd door de Commissie na een onafhankelijke, transparante en met de wetenschappelijke raad overeengekomen aanwijzingsprocedure die tevens een raadpleging van de wetenschappelijke gemeenschap en een verslag aan het Europees Parlement en de Raad omvat. Zij worden benoemd voor een periode van vier jaar, die eenmaal kan worden verlengd in een roulerend systeem dat de continuïteit van het werk van de wetenschappelijke raad waarborgt.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 33

Bijlage I, Hoofdstuk II "Ideeën", subtitel "Activiteiten", alinea 6

De beheers- en personeelskosten van de ERC voor wetenschappelijke raad en specifieke uit­voeringsstructuur dienen consistent te zijn met een sober en kosteneffectief beheer; de admini­stratieve uitgaven worden tot een minimum beperkt, met dien verstande dat de middelen worden verschaft die nodig zijn voor een kwalitatief hoogwaardige uitvoering.

De beheers- en personeelskosten van de ERC voor wetenschappelijke raad en specifieke uit­voeringsstructuur dienen consistent te zijn met een sober en kosteneffectief beheer; de admini­stratieve uitgaven worden tot een minimum beperkt en mogen niet meer dan 5% van de totale financiële middelen voor de ERC bedragen, met dien verstande dat de middelen worden verschaft die nodig zijn voor een kwalitatief hoogwaardige uitvoering, teneinde grensverleggend onderzoek maximaal te financieren.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 34

Bijlage I, Hoofdstuk II "Ideeën", subtitel "Activiteiten", alinea 9

De uitvoering en het beheer van de activiteit worden voortdurend getoetst en geëvalueerd om de prestaties te beoordelen en de procedures aan te passen en te verbeteren op basis van de ervaringen. Tevens worden, in het kader van de tussentijdse evaluatie bedoeld in artikel 7, lid 2, de structuren en mechanismen van de ERC, met diens volle medewerking, door een onafhankelijke instantie getoetst aan de criteria van wetenschappelijke excellentie, autonomie, efficiëntie en transparantie. Bij de toetsing zal uitdrukkelijk worden gekeken naar de voor- en nadelen van een op een uit­voerend agentschap of op artikel 171 van het Verdrag gebaseerde, of een andere relevante structuur. De structuren en mechanismen moeten, waar nodig, in het licht van de bevindingen worden gewijzigd. De Commissie ziet erop toe dat het nodige voorbereidende werk voor de eventuele overgang naar een gewijzigde structuur zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd en aan het Europees Parlement en de Raad gepresenteerd. In het in artikel 7, lid 2, bedoelde voortgangsverslag dat voorafgaat aan de tussenevaluatie, zullen de eerste bevindingen over de werking van de ERC worden weergegeven.

De uitvoering en het beheer van de activiteit worden voortdurend getoetst en geëvalueerd om de prestaties te beoordelen en de procedures aan te passen en te verbeteren op basis van de ervaringen. Tevens worden, in het kader van de tussentijdse evaluatie bedoeld in artikel 7, lid 2, de structuren en mechanismen van de ERC, met diens volle medewerking, door een onafhankelijke instantie getoetst aan de criteria van wetenschappelijke excellentie, autonomie, efficiëntie en transparantie. Ook de procedure en de criteria voor de selectie van de leden van de wetenschappelijke raad worden hieraan onderworpen. Bij de toetsing zal uitdrukkelijk worden gekeken naar de voor- en nadelen van een op een uit­voerend agentschap of op artikel 171 van het Verdrag gebaseerde, of een andere relevante structuur. De structuren en mechanismen moeten, waar nodig, in het licht van de bevindingen worden gewijzigd. De Commissie ziet erop toe dat de nodige voorbereidende werkzaamheden voor de eventuele overgang naar een gewijzigde structuur, waaronder de eventuele wetgevingsvoorstellen die zij nodig acht, zo spoedig mogelijk worden uitgevoerd en overeenkomstig het Verdrag aan het Europees Parlement en de Raad worden gepresenteerd. Daartoe zal het kaderprogramma krachtens artikel 166, lid 2 van het Verdrag worden aangepast of aangevuld in het kader van de medebeslissingsprocedure. In het in artikel 7, lid 2, bedoelde voortgangsverslag dat voorafgaat aan de tussenevaluatie, zullen de eerste bevindingen over de werking van de ERC worden weergegeven.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 35

Bijlage I, Hoofdstuk IV "Capaciteit", subtitel "Onderzoekspotentieel", subtitel "Activiteiten", alinea 1, streepje 1

- transnationale wederzijdse detacheringen van onderzoekspersoneel tussen geselecteerde organisaties in de convergentieregio's en een of meer partnerorganisaties; ondersteuning van geselecteerde opkomende en bestaande centra voor toponderzoek met het oog op de aanwerving van ervaren onderzoekers uit andere landen;

- transnationale wederzijdse detacheringen van onderzoekspersoneel tussen geselecteerde organisaties in de convergentieregio's en een of meer partnerorganisaties; ondersteuning van geselecteerde opkomende en bestaande centra voor toponderzoek met het oog op de aanwerving van ervaren onderzoekers, met inbegrip van managers, uit andere landen;

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 36

Bijlage I, Hoofdstuk IV "Capaciteit", subtitel "Wetenschap in de maatschappij", subtitel "Activiteiten", streepje 5

- Creëren van een open omgeving die jongeren nieuwsgierig maakt naar wetenschap door versterking van het wetenschapsonderwijs op alle niveaus, ook in de scholen, en door bevordering van de belangstelling voor en de volledige deelname aan wetenschap onder jongeren uit allerlei milieus.

- Creëren van een open omgeving die kinderen en jongeren nieuwsgierig maakt naar wetenschap door versterking van het wetenschapsonderwijs op alle niveaus, ook in de scholen, en door bevordering van de belangstelling voor en de volledige deelname aan wetenschap onder jongeren uit allerlei milieus.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 37

Bijlage I, Hoofdstuk IV "Capaciteit", subtitel "Niet-nucleaire acties van het gemeenschappelijk centrum voor onderzoek (GCO)", subtitel "Achtergrond", alinea 1

Omdat het GCO niet in dienst staat van speciale - particuliere of nationale - belangen en het daar­naast over technische expertise beschikt wordt de communicatie en consensusvorming tussen betrokken partijen (industriële associaties, milieuactiegroepen, bevoegde instanties van de lidstaten, andere onderzoekscentra, enz.) en beleidsmakers vergemakkelijkt, in het bijzonder op communau­tair niveau. Door middel van wetenschappelijke en technologische ondersteuning helpt het GCO het communautaire beleidsproces effectiever, transparanter en wetenschappelijk verantwoorder te maken. Voor zover en wanneer nodig, moet het door het GCO verrichte onderzoek worden gecoör­dineerd met het onderzoek uit hoofde van de thema's van het specifiek programma "Samenwerking" teneinde overlapping en doublures te voorkomen.

Omdat het GCO niet in dienst staat van speciale - particuliere of nationale - belangen en het daar­naast over technische expertise beschikt wordt de communicatie en consensusvorming tussen betrokken partijen (industriële associaties, milieuactiegroepen, bevoegde instanties van de lidstaten, andere onderzoekscentra, enz.) en beleidsmakers vergemakkelijkt, in het bijzonder op communau­tair niveau en met name met het Europees Parlement. Door middel van wetenschappelijke en technologische ondersteuning helpt het GCO het communautaire beleidsproces effectiever, transparanter en wetenschappelijk verantwoorder te maken. Voor zover en wanneer nodig, moet het door het GCO verrichte onderzoek worden gecoör­dineerd met het onderzoek uit hoofde van de thema's van het specifiek programma "Samenwerking" teneinde overlapping en doublures te voorkomen.

 

Het GCO versterkt zijn positie in de Europese onderzoeksruimte. Door de toegang tot zijn onderzoeksfaciliteiten voor Europese en niet-Europese onderzoekers, met name voor beginnende wetenschappers, te vergemakkelijken, intensiveert het zijn samenwerking met andere openbare en particuliere onderzoeksorganisaties, werkt het voortdurend aan de verbetering van de wetenschappelijke kwaliteit van zijn eigen activiteiten en draagt het op een meer wetenschappelijke basis bij tot opleidingen, waaraan het GCO een hoge prioriteit zal blijven geven.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 38

Bijlage II, Tabel

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Samenwerking

32 365

Gezondheid

6 050

Voeding, landbouw en biotechnologie

1 935

Informatie- en communicatietechnologieën

9 110

Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productie­technologieën

3 500

Energie

2 300

Milieu (inclusief klimaatverandering)

1 900

Vervoer (inclusief luchtvaart)

4 180

Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen

610

Ruimtevaart

1 430

Veiligheid

1 350

Ideeën

7 460

Mensen

4 728

Capaciteiten

4 217

Onderzoeksinfrastructuren

1 850

Onderzoek ten behoeve van het MKB

1 336

Kennisregio's

126

Onderzoekspotentieel

370

Wetenschap in de maatschappij

280

Samenhangende ontwikkeling van het onderzoeksbeleid

70

Internationale samenwerkingsactiviteiten

185

Niet-nucleaire acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek

1 751

TOTAAL

50 521

Amendementen van het Parlement

Samenwerking

32 413

Gezondheid

6 100

Voeding, landbouw en biotechnologie

1 935

Informatie- en communicatietechnologieën

9 050

Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productie­technologieën

3 475

Energie

2 350

Milieu (inclusief klimaatverandering)

1 890

Vervoer (inclusief luchtvaart)

4 160

Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen

623

Ruimtevaart

1 430

Veiligheid

1 400

Ideeën

7 510

Mensen

4 750

Capaciteiten

4 097

Onderzoeksinfrastructuren

1 715

Onderzoek ten behoeve van het MKB

1 336

Kennisregio's

126

Onderzoekspotentieel

340

Wetenschap in de maatschappij

330

Samenhangende ontwikkeling van het onderzoeksbeleid

70

Internationale samenwerkingsactiviteiten

180

Niet-nucleaire acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek

1 751

TOTAAL

50 521

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 39

Bijlage II, sub titel "Speciale bepalingen voor de risicodelende financieringsfaciliteit (Risk-Sharing Financing Facility, RSFF)", alinea's 2, 3 en 4

Het zevende kaderprogramma levert een bijdrage van maximaal 1 miljard EUR aan de RSFF, dat met eenzelfde bedrag van de EIB moet worden aangevuld. Het zal afkomstig zijn van de programma's "Samenwerking" (tot 800 miljoen EUR middels een evenredige bijdrage van alle thematische prioriteiten, met uitzondering van sociaal-economisch onderzoek en geestesweten­schappen) en "Capaciteiten" (tot 200 miljoen EUR van het onderdeel onderzoeksinfrastructuren).

Het zevende kaderprogramma levert tot 2010 een bijdrage van maximaal 500 miljoen EUR aan de RSFF. Voor de periode 2010-2013 kan nog eens maximaal 500 miljoen EUR worden vrijgemaakt na de evaluatie door de Raad en het Europees Parlement overeenkomstig de in artikel 7, lid 2, bedoelde procedure op basis van een verslag van de Commissie met gegevens over de deelname van het MKB en universiteiten, de naleving van de selectiecriteria van het zevende kadeprogramma, het soort ondersteunde projecten en de vraag naar het betrokken instrument, de duur van de vergunningsprocedure, de projectresultaten en de verdeling van de middelen.

 

Het bedrag dat uit hoofde van het zevende kaderprogramma beschikbaar wordt gesteld, moet met eenzelfde bedrag van de EIB worden aangevuld. Het zal afkomstig zijn van de programma's "Samenwerking" (tot 800 miljoen EUR middels een evenredige bijdrage van alle thematische prioriteiten, met uitzondering van sociaal-economisch onderzoek en geestesweten­schappen) en "Capaciteiten" (tot 200 miljoen EUR van het onderdeel onderzoeksinfrastructuren).

Dit bedrag zal geleidelijk ter beschikking van de EIB worden gesteld, rekening houdend met de vraag.

Dit bedrag zal geleidelijk ter beschikking van de EIB worden gesteld, rekening houdend met de vraag.

Om een snelle start met een kritische massa aan middelen mogelijk te maken, wordt een bedrag in de orde van grootte van 500 miljoen EUR geleidelijk toegewezen aan de begroting voor een periode die loopt tot de in artikel 7, lid 2, bedoelde tussentijdse evaluatie van het zevende kaderprogramma. Bij de toewijzing van het bedrag voor de resterende periode wordt rekening gehouden met de resultaten van de tussentijdse evaluatie.

Om een snelle start met een kritische massa aan middelen mogelijk te maken, wordt een bedrag in de orde van grootte van 500 miljoen EUR geleidelijk toegewezen aan de begroting voor een periode die loopt tot de in artikel 7, lid 2, bedoelde tussentijdse evaluatie van het zevende kaderprogramma.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 40

Bijlage III, subtitel "Acties onder contract", alinea 4, letter a), punt 1

Ondersteuning van onderzoeksprojecten die worden uitgevoerd door consortia met deelnemers uit verschillende landen, gericht op het ontwikkelen van nieuwe kennis, nieuwe technologie, producten, demonstratieactiviteiten of gemeenschappelijke middelen voor onderzoek. De omvang, het bereik en de interne organisatie van de projecten kan variëren per gebied en per onderwerp. De projecten kunnen uiteen­lopen van gerichte onderzoeksacties van kleine of middelgrote omvang tot groot­schalige integrerende projecten voor het bereiken van een bepaalde doelstelling. Tevens mogen projecten gericht zijn op specifieke groepen zoals MKB-bedrijven.

Ondersteuning van onderzoeksprojecten die worden uitgevoerd door consortia met deelnemers uit verschillende landen, gericht op het ontwikkelen van nieuwe kennis, nieuwe technologie, producten, demonstratieactiviteiten of gemeenschappelijke middelen voor onderzoek. De omvang, het bereik en de interne organisatie van de projecten kan variëren per gebied en per onderwerp. De projecten kunnen uiteen­lopen van gerichte onderzoeksacties van kleine of middelgrote omvang tot groot­schalige integrerende projecten voor het bereiken van een bepaalde doelstelling. De projecten moeten tevens gericht zijn op specifieke groepen zoals MKB-bedrijven en andere kleinere actoren.

Motivering

Met het oog op het bereiken van een akkoord met de Raad.

Amendement 41

Bijlage I (nieuw)

BIJLAGE

Verklaring van het Europees Parlement

Het Europees Parlement onderstreept zijn standpunt dat de middelen van dit programma op generlei wijze gebruikt mogen worden voor het bijdragen aan de oprichtings- en/of administratieve kosten van het geplande Europese Technologie-instituut. Overeenkomstig de regels voor deelname mogen alleen administratieve kosten die rechtstreeks met onderzoekprojecten verband houden, gefinancierd worden.

(Indien dit amendement wordst aangenomen, wordt een extra lid aan de resolutie toegevoegd, waarin gewezen wordt op de goedkeuring van deze bijlage bij de resolutie).

PROCEDURE

Titel

Gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)

Document- en procedurenummers

12032/2/2006 – C6 0318/2006 – 2005/0043(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

15.6.2006

T6-0265/2006

Voorstel van de Commissie

COM(2005)0119 – C6-0099/2006

Gewijzigd voorstel van de Commissie

COM(2006)0364

Datum bekendmaking ontvangst gemeenschappelijk standpunt

28.9.2006

Commissie ten principale
Datum bekendmaking

ITRE
27.4.2005

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Jerzy Buzek
31.3.2005

Vervangen rapporteur(s)

 

Behandeling in de commissie

2.10.2006

23.10.2006

 

 

 

Datum goedkeuring

13.11.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

39
0
1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Šarūnas Birutis, Jan Březina, Jerzy Buzek, Joan Calabuig Rull, Pilar del Castillo Vera, Giles Chichester, Den Dover, Nicole Fontaine, Norbert Glante, András Gyürk, Fiona Hall, David Hammerstein Mintz, Erna Hennicot-Schoepges, Ján Hudacký, Romana Jordan Cizelj, Werner Langen, Anne Laperrouze, Vincenzo Lavarra, Eugenijus Maldeikis, Reino Paasilinna, Vincent Peillon, Vladimír Remek, Herbert Reul, Mechtild Rothe, Paul Rübig, Patrizia Toia, Catherine Trautmann, Claude Turmes, Nikolaos Vakalis, Dominique Vlasto

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Gabriele Albertini, Alexander Alvaro, Cristina Gutiérrez-Cortines, Gunnar Hökmark, Lambert van Nistelrooij, Francisca Pleguezuelos Aguilar, Vittorio Prodi, Esko Seppänen, Alyn Smith

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid  2)

Inés Ayala Sender

Datum indiening

15.11.2006

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...