VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 417/2002 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen en tot intrekking van Verordening(EG) nr. 2978/94 van de Raad
27.11.2006 - (COM(2006)0111 – C6‑0104/2006 – 2006/0046(COD)) - ***I
Commissie vervoer en toerisme
Rapporteur: Fernand Le Rachinel
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 417/2002 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen en tot intrekking van Verordening(EG) nr. 2978/94 van de Raad
(COM(2006)0111 – C6‑0104/2006 – 2006/0046(COD))
(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2006)0111),
– gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 80, lid 2 van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0104/2006),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6‑0417/2006),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
| Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendementen van het Parlement |
Amendement 1 ARTIKEL 1 | |
|
In artikel 4 van Verordening (EG) nr. 417/2002 wordt het volgende lid 3bis ingevoegd: |
Lid 3 van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 417/2002 komt als volgt te luiden: |
|
“3 bis. Geen enkel zware oliesoorten vervoerend olietankschip mag onder de vlag van een lidstaat varen, tenzij het een dubbelwandig olietankschip is.” |
“3. Geen enkel zware oliesoorten vervoerend olietankschip mag onder de vlag van een lidstaat varen, tenzij het een dubbelwandig olietankschip is. |
|
|
Olietankschepen die zware oliesoorten vervoeren mogen, ongeacht de vlag waaronder zij varen, onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallende havens of offshoreterminals niet binnenvaren of uitvaren en mogen in een onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallend gebied niet voor anker gaan, tenzij het gaat om een dubbelwandig olietankschip.” |
Motivering | |
Invoeging van een nieuw lid 3bis noopt tot de wijziging van alle verwijzingen naar lid 3 in de tekst van de huidige verordening, zoals in de leden 4 en 5 van artikel 4. Een deel van het amendement ("heavy grades of oil" in de Engelse versie) is van zuiver taalkundige aard en heeft slechts betrekking op de Engelse versie. De oorspronkelijke versie van de tekst is Frans, maar de zinsnede in lid 3 van artikel 4 ("produits pétroliers lourds") is niet correct vertaald. | |
TOELICHTING
Voorstel van de Commissie
Verordening (EG) nr. 417/2002 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen dateert uit 2002 en bevat een tijdschema voor het uit de vaart nemen van enkelwandige olietankschepen, volgens welk deze schepen na de verjaardag van de datum van oplevering niet langer onder de vlag van een lidstaat van de Unie mogen varen. Voorts wordt in de verordening bepaald dat olietankschepen, ongeacht de vlag waaronder zij varen, na deze datum niet langer havens van een lidstaat van de Unie mogen binnenvaren, tenzij zij dubbelwandig zijn.
Na het vergaan van de olietanker "Prestige" in november 2002 moest het uit de vaart nemen van enkelwandige olietankers worden versneld. In oktober 2003 trad een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 417/2002 in werking en werd het vervoer van zware oliesoorten in enkelwandige olietankschepen naar of vanuit de havens in de lidstaten van de Europese Unie met onmiddellijke ingang verboden.
Tegelijkertijd heeft de Unie ernaar gestreefd deze nieuwe regels in het internationaal recht te verankeren, met name in het Internationale Verdrag van 1973 ter voorkoming van verontreiniging door schepen, zoals gewijzigd bij het desbetreffende protocol van 1978 (MARPOL 73/78). In december 2003 werd bijlage I bij MARPOL 73/78 gewijzigd in overeenstemming met de vereisten op Europees niveau, zij het met enkele ontheffingen:
• Ontheffingen van voorschrift 13G (tijdschema voor het uit de vaart nemen van enkelwandige olietankschepen): volgens Verordening (EG) nr. 417/2002 zijn ontheffingen uitgesloten. Dit geldt evenwel niet voor een tweede reeks uitzonderingen.
• Ontheffingen van voorschrift 13H (verbod op het vervoer van zware oliesoorten in enkelwandige olietankers): onder de vlag van een lidstaat varende schepen die buiten de onder communautaire rechtsbevoegdheid vallende havens of offshore terminals varen kunnen voor ontheffing in aanmerking komen en toch aan Verordening (EG) nr. 417/2002 voldoen.
In 2003 verklaarde het Italiaans voorzitterschap bij de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) dat de 15 lidstaten niet zullen toestaan dat de onder hun vlag varende olietankschepen zich op één van de genoemde ontheffingen zullen beroepen.
In deze lijn is de Commissie van mening dat de juridische mogelijkheid tot ontheffing van voorschrift 13H vanuit politiek oogpunt onaanvaardbaar is en stelt zij voor Verordening (EG) nr. 417/2002 dusdanig te wijzigen dat geen enkel zware oliesoorten vervoerend olietankschip onder de vlag van een lidstaat mag varen, tenzij het een dubbelwandig olietankschip is, zodat het communautair recht in overeenstemming wordt gebracht met de verklaring van het Italiaans voorzitterschap.
Onderstreept dient voorts te worden dat de onder de vlag van een derde land varende schepen geen toegang hebben tot havens onder communautaire rechtsbevoegdheid, ook al doen zij een beroep op een van de genoemde ontheffingen.
Commentaar
a) De rapporteur heeft commentaar op het voorstel ontvangen van INTERTANKO, een internationale vereniging van onafhankelijke tankerreders. Voor INTERTANKO is het belangrijk dat de Europese instanties voor een stabiel ondernemersklimaat zorgen zodat de EU-bedrijven goed kunnen gedijen. Aan bestaande wet- of regelgeving wordt naar de mening van INTERTANKO best niet geraakt, tenzij er heel gegronde redenen zijn om dat wel te doen. De organisatie ziet geen dwingende noodzaak om de verordening te wijzigen.
b) Van de lidstaten verzet alleen Griekenland zich tegen het afschaffen van de ontheffingen. In de eerste plaats voert Griekenland aan dat de verklaring van het Italiaans voorzitterschap niet alle lidstaten kan binden aangezien deze verklaring niet is voortgekomen uit een officiële procedure waarbij Raad en Europees Parlement zijn betrokken. Voorts gebruikt Griekenland het gelegenheidsargument dat het Verdrag MARPOL 73/78 de verdragsluitende partijen en met name derde landen reeds in staat stelt schepen die zich beroepen op bovengenoemde ontheffingen te weren uit hun havens. Griekenland ziet niet om welke dwingende redenen de ontheffingen op Europees niveau helemaal moeten worden afgeschaft en de derde landen de vrije keus wordt gelaten al dan niet enkelwandige tankers in hun havens toe te laten. Een tweede sleutelargument voor Griekenland is de werkgelegenheid. Griekenland is namelijk bang dat goedkeuring van deze verordening er alleen maar toe leidt dat een aantal Griekse tankschepen (de Griekse autoriteiten spreken van 23) onder andere vlag zullen gaan varen, waardoor vrijwel zeker circa 300 arbeidsplaatsen in Griekenland verloren gaan.
c) De Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) heeft geen officieel advies inzake dit voorstel willen uitbrengen, maar de voorzitter van deze commissie, de heer Gilles Chicester, heeft de voorzitter van de Commissie TRAN, de heer Paolo Costa, niettemin in een brief laten weten dat zijn commissie het voorstel van de Europese Commissie volledig onderschrijft. De Commissie ITRE beschouwt de ontwerpverordening als een adequaat antwoord op het herhaalde verzoek van het Europees Parlement om enkelwandige olietankers uit de vaart te nemen.
Standpunt rapporteur
De rapporteur heeft alle hierboven genoemde argumenten in beschouwing genomen. Een stabiel juridisch kader is weliswaar van groot economisch en commercieel belang voor de privé-sector, maar moet worden afgezet tegen de voordelen van een juridische wijziging die zorgt voor meer duidelijkheid en politieke samenhang. De rapporteur heeft het gevoel dat de door de Commissie voorgestelde wijziging alleen maar bekrachtigt waarnaar het overgrote deel van de lidstaten reeds handelt.
De reactie en het verzet van Griekenland moeten weliswaar in aanmerking worden genomen, maar niet uit het oog mag worden verloren dat het hier slechts gaat om een twintigtal olietankers. Overigens is in de thans vigerende Verordening (EG) nr. 417/2002 een tijdschema vastgelegd voor het uit de vaart nemen van enkelwandige tankschepen tot 2015 (artikel 4). De controverse met Griekenland heeft dus alleen maar betrekking op de periode van vandaag tot de bufferdatum, d.w.z. maximaal iets minder dan tien jaar. Inwerkingtreding van de nieuwe verordening betekent overigens niet dat de enkelwandige tankers in deze periode verplicht moeten worden gesloopt. Er mogen alleen geen zware oliesoorten meer in worden vervoerd en dus kunnen ze nog wel worden ingezet voor het transport van andere producten. Tot slot leidt een eventuele verandering van vlag van de Griekse olietankers niet per se tot banenverlies.
Na afweging van al deze argumenten is de rapporteur tot de slotsom gekomen dat het voorstel redelijk is en de steun van onze commissie verdient. Optimale veiligheid in de zeescheepvaart moet voorrang krijgen boven alle andere belangen. Het risico op een schipbreuk van een onder de vlag van een lidstaat varende olietanker buiten onze havens weegt zwaarder dan de gedurende een bepaalde periode aan een twintigtal olietankers op te leggen beperkingen. Het moet mogelijk zijn om in eerste lezing tot een akkoord met de Raad te komen.
De rapporteur stelt een technisch amendement voor, dat ook de steun krijgt van de Europese Commissie, om te vermijden dat allerlei verwijzingen moeten worden veranderd. Het tweede deel van het amendement is van taalkundige aard en heeft alleen betrekking op de Engelse versie. Het amendement brengt geen inhoudelijke wijzigingen aan in de tekst.
PROCEDURE
|
Titel |
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 417/2002 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen en tot intrekking van Verordening(EG) nr. 2978/94 van de Raad |
|||||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2006)0111 – C6 0104/2006 – 2006/0046(COD) |
|||||||
|
Datum indiening bij EP |
27.3.2006 |
|||||||
|
Commissie ten principale |
TRAN |
|||||||
|
Medeadviserende commissie(s) |
|
|
|
|
|
|||
|
Geen advies |
|
|
|
|
|
|||
|
Nauwere samenwerking |
|
|
|
|
|
|||
|
Rapporteur(s) |
Fernand Le Rachinel |
|
||||||
|
Vervangen rapporteur(s) |
|
|
||||||
|
Vereenvoudigde procedure – datum besluit |
|
|||||||
|
Betwisting rechtsgrondslag |
|
|
|
|
|
|||
|
Wijziging financiële voorzieningen |
|
|
|
|
|
|||
|
Raadpleging Europees Economisch en Sociaal Comité – datum EP-besluit |
|
|||||||
|
Raadpleging Comité van de regio's – datum EP-besluit |
|
|||||||
|
Behandeling in de commissie |
10.10.2006 |
|
|
|
|
|||
|
Datum goedkeuring |
22.11.2006 |
|||||||
|
Uitslag eindstemming |
+: -: 0: |
45 |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Gabriele Albertini, Margrete Auken, Etelka Barsi-Pataky, Philip Bradbourn, Paolo Costa, Michael Cramer, Arūnas Degutis, Christine De Veyrac, Petr Duchoň, Saïd El Khadraoui, Roland Gewalt, Mathieu Grosch, Ewa Hedkvist Petersen, Jeanine Hennis-Plasschaert, Stanisław Jałowiecki, Georg Jarzembowski, Dieter-Lebrecht Koch, Jaromír Kohlíček, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Jörg Leichtfried, Fernand Le Rachinel, Bogusław Liberadzki, Eva Lichtenberger, Robert Navarro, Josu Ortuondo Larrea, Willi Piecyk, Luís Queiró, Reinhard Rack, Luca Romagnoli, Gilles Savary, Renate Sommer, Ulrich Stockmann, Georgios Toussas, Marta Vincenzi, Corien Wortmann-Kool. |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Johannes Blokland, Markus Ferber, Anne E. Jensen, Sepp Kusstatscher, Antonio López-Istúriz White, Helmuth Markov, Francesco Musotto, Aldo Patriciello, Ari Vatanen. |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2) |
Brian Simpson. |
|||||||
|
Datum indiening |
27.11.2006 |
|||||||
|
Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar) |
... |
|||||||