Procedure : 2006/2267(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0067/2007

Ingediende teksten :

A6-0067/2007

Debatten :

PV 28/03/2007 - 14
CRE 28/03/2007 - 14

Stemmingen :

PV 29/03/2007 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0097

VERSLAG     
PDF 153kWORD 110k
15.3.2007
PE 384.211v02-00 A6-0067/2007

over de toekomst van Kosovo en de rol van de EU

(2006/2267(INI))

Commissie buitenlandse zaken

Rapporteur: Joost Lagendijk

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 PROCEDURE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de toekomst van Kosovo en de rol van de EU

(2006/2267(INI))

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad van 10 juni 1999,

–   onder verwijzing naar het rapport van de gezant van de secretaris-generaal van de VN voor toetsing van de normen over de algemene toetsing van de tenuitvoerlegging van de normen, dat op 7 oktober 2005 is overgelegd aan de VN-Veiligheidsraad,

–   gezien het besluit van de VN-Veiligheidsraad van 24 oktober 2005 om in te stemmen met het voorstel van de secretaris-generaal om de gesprekken over de status van Kosovo te laten starten,

–   gezien de benoeming op 14 november 2005 van de heer Martti Ahtisaari tot speciaal gezant van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor het proces met betrekking tot de status van Kosovo,

–   onder verwijzing naar de conclusies van de Contactgroep van 31 januari 2006 waarin de bijzondere aard van de kwestie Kosovo wordt beklemtoond – volgens de conclusies is deze het resultaat van het uiteenvallen van Joegoslavië en de hieruit voortvloeiende conflicten, etnische zuiveringen en gebeurtenissen van 1999, en van de lange periode van internationaal bestuur op basis van resolutie 1244 van de Veiligheidsraad (1999) – en wordt opgeroepen om spoedig door middel van onderhandelingen tot een oplossing te komen, aangezien dit de beste koers is die kan worden gevolgd,

–   onder verwijzing naar de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van 14/15 december 2006, waarin de inspanningen van Martti Ahtisaari om een oplossing voor de statuskwestie te bewerkstelligen voluit worden gesteund en nogmaals herhaald wordt dat de EU bereid is om een belangrijke rol te vervullen bij de tenuitvoerlegging van de toekomstige regeling,

–   gezien het eindrapport/de aanbevelingen van de speciale gezant ....,

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en het advies van de Commissie internationale handel (A6‑0067/2007),

A. overwegende dat in de uitgangspunten van de Contactgroep van 7 oktober 2005 voor het regelen van de status van Kosovo benadrukt wordt dat een via onderhandelingen tot stand gekomen regeling een internationale prioriteit moet zijn en dat het onderhandelingsproces, zodra het gestart is, niet meer kan worden stopgezet en tot voltooiing moet worden gebracht; overwegende dat deze uitgangspunten duidelijk stellen dat er geen sprake kan zijn van een terugkeer naar de situatie van vóór maart 1999 of van een opdeling van Kosovo of vereniging van Kosovo met enig ander land of deel van een land,

B.  overwegende dat de bevolking van Kosovo in de jaren '90 van de vorige eeuw te lijden heeft gehad onder stelselmatig geweld en repressie, die in 1999 escaleerden in een massaverdrijving van de burgerbevolking, hetgeen de VN-Veiligheidsraad er in de nasleep van het NAVO-optreden toe gebracht heeft om te interveniëren en het gebied onder internationale civiele en militaire controle te plaatsen; overwegende dat hierdoor een situatie zonder precedent in het internationaal recht is ontstaan,

C. overwegende dat de te veroordelen gebeurtenissen van maart 2004 aantonen dat er in Kosovo nog steeds spanningen heersen tussen de Albanese en de Servische gemeenschappen en dat er een oplossing moet worden gevonden die garanties biedt ten aanzien van de rechten van beide bevolkingsgroepen en ook van andere bevolkingsgroepen, overeenkomstig de publicaties van de OVSE, de Raad van Europa en andere organisaties met bevoegdheden op het gebied van de bescherming van minderheden,

D. overwegende dat de vaststelling van de toekomstige status van Kosovo zal bijdragen tot de economische ontwikkeling ervan, de opkomst van een volwaardige politieke klasse en de totstandkoming van een tolerante samenleving zonder enige vorm van segregatie in de provincie,

E.  overwegende dat het ondanks de vele gespreksronden jammer genoeg niet mogelijk is geweest om via onderhandelingen een voor beide partijen aanvaardbare regeling te bereiken, rekening houdende met het feit dat de speciale gezant van de VN de voorstellen voor de regeling aan de Contactgroep heeft voorgelegd en overwegende dat dit moet worden gevolgd door een periode van verder overleg met de partijen,

F.  overwegende dat de definitieve regeling niet gedicteerd kan worden door met radicalisering in Kosovo of Servië te dreigen, maar het resultaat moet zijn van een oplossing waarbij met de belangen van alle betrokken partijen rekening wordt gehouden,

G. overwegende dat bijkomende vertraging met betrekking tot de vaststelling van de status van Kosovo negatieve gevolgen voor de reeds fragiele en gespannen situatie kan hebben,

H. overwegende dat de gebeurtenissen van 1999, het langdurige tijdelijke internationale bestuur en het ontstaan en de geleidelijke consolidering van de voorlopige instellingen voor zelfbestuur van Kosovo een uitzonderlijke situatie hebben gecreëerd die de reïntegratie van Kosovo in Servië onwaarschijnlijk maakt,

I.   overwegende dat de betrekkingen tussen Kosovo en Servië, gezien de nauwe culturele, religieuze en economische banden, verder moeten worden ontwikkeld in een geest van partnerschap en goed nabuurschap, in het belang van de gehele bevolking van Kosovo en Servië,

J.   overwegende dat het gebrek aan vertrouwen tussen de verschillende bevolkingsgroepen, de nog steeds wankele situatie en de noodzaak om de democratische, multi-etnische instellingen in Kosovo verder tot wasdom te laten komen, vereisen dat de internationale aanwezigheid in de nabije toekomst wordt voortgezet,

K. overwegende dat de internationale gemeenschap moet blijven investeren in onderwijs, met name gelet op de ernstige uitdagingen waarvoor de jongere generatie in Kosovo staat;

L.  overwegende dat in het licht van de strategische ligging van Kosovo een centrale rol voor de Europese Unie weggelegd is voor het controleren, garanderen en faciliteren van de tenuitvoerlegging van de regeling met betrekking tot de status, alsook om democratische instellingen in Kosovo tot stand te helpen brengen en te consolideren, waarbij het Europees Parlement zijn verantwoordelijkheden op het gebied van toezicht moet opnemen,

M. overwegende dat de bijdrage van de EU echter afhankelijk moet worden gesteld van de naleving van bepaalde minimumvereisten in het kader van de regeling,

N. overwegende dat de regeling van de definitieve status EU-compatibel moet zijn, d.w.z. dat zij moet voorzien in een grondwettelijk kader dat te verenigen valt met de Europese verwachtingen van Kosovo en de EU in staat moet stellen om alle instrumenten waarover zij beschikt, voluit in te zetten,

1.  onderschrijft het door de VN gestuurde proces om de definitieve status van Kosovo te bepalen en de inspanningen om een levensvatbaar kader in te stellen waarmee stabiliteit en bescherming voor alle gemeenschappen in Kosovo en een autonome economische en sociale ontwikkeling op lange termijn kunnen worden gegarandeerd; onderschrijft het algemene voorstel voor een regeling van de status van Kosovo van Martti Ahtisaari en verwacht dat de VN-Veiligheidsraad op basis hiervan onverwijld een nieuwe resolutie ter vervanging van resolutie 1244 zal goedkeuren;

2.  is van mening dat de enige duurzame oplossing voor Kosovo een regeling is die:

     -    Kosovo toegang geeft tot internationale financiële organen en aldus in staat stelt om een begin te maken met zijn economisch herstel en de voorwaarden te creëren voor het scheppen van banen;

     -    voorziet in internationale aanwezigheid om het multi-etnische karakter van Kosovo te bewaren en de belangen en veiligheid van de Servische en Roma-bevolking en andere etnische gemeenschappen te vrijwaren;

     -    internationale steun biedt om de ontwikkeling veilig te stellen van effectieve, autonome instellingen voor de gehele bevolking van Kosovo, die bij hun werking de rechtstaat en de fundamentele basisregels van de democratie eerbiedigen;

     -    Kosovo in staat stelt zijn wens van Europese integratie te verwezenlijken, hetgeen op termijn zal leiden tot betrekkingen van wederzijdse afhankelijkheid met zijn buren;

3.  is van mening dat de regeling betreffende de toekomstige status van Kosovo moet stroken met het internationale recht;

4.  spreekt de hoop uit dat in Servië spoedig een sterke en duidelijk pro-Europese regering kan worden gevormd, die zich op serieuze en positieve wijze inzet voor het zoeken naar een oplossing voor de kwestie van de status van Kosovo; benadrukt dat een dergelijke regering ook nodig is ten behoeve van de samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië en dat het onder deze omstandigheden mogelijk zal zijn de onderhandelingen over en de definitieve sluiting van een stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen Servië en de Europese Unie te heropenen;

5.  is van mening dat de definitieve regeling onder meer de volgende punten dient te omvatten:

     -    een duidelijke afbakening van de rol en het mandaat van de internationale civiele en militaire aanwezigheid;

     -    duidelijke decentralisatieregelingen, waarbij substantiële autonomie wordt verleend op sleutelgebieden zoals onderwijs, gezondheidszorg en plaatselijke veiligheid en voor Servische gemeenten directe, maar transparante banden met Belgrado mogelijk worden gemaakt, met dien verstande dat deze regelingen financieel duurzaam moeten zijn en de budgettaire, bestuurlijke en wetgevende prerogatieven van een onafhankelijk Kosovo niet mogen ondermijnen;

     -    volledige eerbiediging van de mensenrechten, inclusief de verplichting om grondwettelijke garanties te bieden wat betreft de fundamentele belangen van minderheden en vluchtelingen, en adequate mechanismen om deze belangen veilig te stellen;

     -    bescherming van alle culturele en religieuze plaatsen;

     -    bepalingen over de vorming van een lichtbewapend, multi-etnisch intern Kosovaars veiligheidskorps met beperkte bevoegdheden, capaciteit en taken onder de strikte supervisie van de door de NAVO geleide vredesmacht voor Kosovo (KFOR);

     -    internationale garanties voor de territoriale integriteit van alle staten in de regio;

6.  onderstreept dat de oplossing in Kosovo geen precedent zal vormen in het internationale recht, omdat Kosovo onder VN-bestuur staat sinds 1999 en resolutie 1244 van de Veiligheidsraad al bepalingen omvatte over de noodzaak de kwestie van de definitieve status van Kosovo op te lossen; concludeert dan ook dat de situatie in Kosovo hierdoor op geen enkele manier vergelijkbaar is met de situatie in andere conflictgebieden die niet onder VN-administratie vallen;

7.  benadrukt dat een akkoord over de toekomst van Kosovo ook specifieke institutionele bepalingen voor Mitrovica moet omvatten, die de rechten en de veiligheid van de Servische gemeenschap ten volle waarborgen zonder de eenheid van Kosovo in het gedrang te brengen; is van mening dat de internationale gemeenschap in overleg en samenwerking met Belgrado rechtstreeks op de naleving van deze bepalingen moet toezien; herinnert Servië er evenwel aan dat een dergelijk engagement in Kosovo gekoppeld is aan de samenwerking van Servië bij de tenuitvoerlegging van de regeling inzake de definitieve status;

8.  is dan ook tevreden met het feit dat in het Ahtisaari-voorstel ruime autonomie voor de Servische en andere gemeenschappen wordt vooropgesteld, inclusief een substantiële gemeentelijke autonomie overeenkomstig de Europese beginselen van subsidiariteit en zelfbestuur;

9.  is van mening dat de internationale gemeenschap haar aanwezigheid zoveel mogelijk moet toespitsen op hulp aan plaatselijke autoriteiten bij

     -    de uitvoering van de bepalingen van de regeling;

     -    de opbouw van autonome en etnisch evenwichtig samengestelde institutionele, bestuurlijke, justitiële en politiële capaciteit;

     -    het maken van vorderingen bij de naleving van de VN-normen en het voldoen aan de ijkpunten van de EU inzake stabilisatie en associatie;

10. is daarom van oordeel dat de internationale aanwezigheid in Kosovo, ook al moeten de beschikbare personele middelen in verhouding staan tot haar opdracht, niet in de vorming van een parallel bestuur mag uitmonden of een kopie van de bestaande, door de VN geleide administratie mag vormen;

11. benadrukt dat de internationale gemeenschap rechtstreeks corrigerend en in sommige gevallen zelfs substituerend moet kunnen opereren op cruciale gebieden zoals:

     -    het waarborgen van de vitale belangen van minderheden;

     -    het beschermen van gevoelige plaatsen;

     -    veiligheid;

     -    justitie en de rechtsstaat in het algemeen, met name in de strijd tegen de georganiseerde misdaad;

12. benadrukt dat extra inspanningen nodig zijn om de verdere terugkeer van vluchtelingen en ontheemden in heel Kosovo te ondersteunen; onderstreept dat de sleutel voor duurzame terugkeer werkgelegenheid is en dat duurzame economische ontwikkeling nu een prioriteit moet worden; onderstreept dat niet-Servische en niet-Albanese vluchtelingen, zoals Roma en Ashkali, bijzondere aandacht behoeven, met name de in eigen land ontheemde Roma die in de kampen in Kosovska Mitrovica wonen;

13. wijst op de behoefte van een niet-discriminerend en fair onderwijssysteem, waarmee Roma- en Ashkali-leerlingen gedeeltelijk onderwijs krijgen in de Roma-taal, zodat de identiteit en cultuur van deze minderheidsgemeenschappen wordt ondersteund;

14. benadrukt dat een definitief besluit over de toekomstige status van Kosovo alleen kan worden genomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties; dringt er bij de Europese Unie en de EU-lidstaten, met name de lidstaten die ook lid van de Veiligheidsraad zijn, op aan dat zij hun volledige en actieve steun aan een levensvatbare oplossing voor de toekomstige status van Kosovo verlenen;

15. is van mening dat de goedkeuring van een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad ook van cruciaal belang is voor het toekomstige engagement van de EU in Kosovo en dat zonder een dergelijke resolutie geen grotere betrokkenheid van de EU mag worden gepland;

16. stelt dat de Europese Unie, gelet op haar centrale rol bij de tenuitvoerlegging van de regeling, doorslaggevende zeggenschap moet hebben over de definitieve bepalingen van de regeling;

17. is van mening dat de lidstaten tot een gemeenschappelijk standpunt over de kwestie Kosovo moeten trachten te komen en roept de Raad derhalve op ernaar te streven een gemeenschappelijk standpunt over de kwestie van de status aan te nemen, waarin duidelijk de minimumvereisten worden aangegeven voor een duurzame, met de EU verenigbare oplossing voor Kosovo;

18. herinnert eraan dat de lidstaten die zitting hebben in de VN-Veiligheidsraad overeenkomstig artikel 19 van het Verdrag betreffende de Europese Unie geacht worden een gemeenschappelijk standpunt in te nemen en de EU-Raad van ministers voortdurend over de onderhandelingen te informeren; verzoekt ook het Europees Parlement geregeld op de hoogte te brengen;

19. verzoekt de EU-lidstaten die lid zijn van de Contactgroep, hun informatie met de EU-Raad van ministers en alle overige lidstaten te delen en de coördinatie en samenwerking met hen te verbeteren, omdat de EU als geheel de internationale verantwoordelijkheid en de financiële lasten van de definitieve regeling zal dragen;

20. roept de lidstaten in de VN-Veiligheidsraad en met name de permanente leden op een constructieve rol te spelen, zich in te zetten opdat de twee betrokken partijen zich flexibel opstellen en een ondubbelzinnige, duurzame oplossing voor Kosovo overeen te komen op basis van de voorstellen van de speciale gezant, voor zover mogelijk met de instemming van de twee partijen;

21. is bereid de nodige bijkomende middelen uit te trekken voor het financieren van toekomstig optreden van de EU in Kosovo in verband met de tenuitvoerlegging van de regeling van de status en ter ondersteuning van de EU-aspiraties van Kosovo, op voorwaarde dat:

     -    bij de door de VN-Veiligheidsraad ondersteunde regeling van de status naar behoren rekening met het gemeenschappelijk standpunt van de EU wordt gehouden;

     -    vooraf voldoende overleg plaatsvindt over de werkingssfeer, doelstellingen, middelen en modaliteiten van de missie, zodat het Parlement garanties krijgt dat de middelen in verhouding staan tot de taken;

     -    deze bijkomende financiële middelen ter beschikking worden gesteld overeenkomstig het Interinstitutioneel akkoord over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer van 14 juni 2006(1); en

     -    te gelegener tijd een internationale donorconferentie wordt samengeroepen;

22. herinnert aan de toezegging die het Finse voorzitterschap namens de Raad deed in samenhang met de goedkeuring van de begroting voor 2007, namelijk dat het Parlement van gedetailleerde informatie over de reikwijdte, doelstellingen en waarschijnlijke financiële gevolgen van de mogelijk komende operatie zou worden voorzien naarmate de planning van de missie vordert;

23. is bezorgd over de wijze waarop de overgang van de VN-missie in Kosovo (UNMIK) naar het nieuwe internationale civiele bureau zal worden geregeld; wijst de UNMIK erop dat deze in Kosovo actief moet blijven tot het nieuwe bureau geïnstalleerd en volledig operationeel is; verzoekt de Verenigde Naties en de EU middelen uit te werken om verder verlies van internationale expertise op cruciale bestuursgebieden te voorkomen, in het bijzonder gelet op het feit dat de voorlopige instellingen voor zelfbestuur van Kosovo de nodige tijd en ondersteuning moeten krijgen om bepaalde wetgevende en uitvoerende bevoegdheden van de UNMIK over te nemen;

24. dringt er bij de OVSE op aan na de regeling van de status een belangrijke rol in Kosovo te blijven spelen, met name wat het toezicht op verkiezingsprocessen en de verificatie hiervan betreft; verzoekt in deze samenhang zowel de Raad als de OVSE hun samenwerking op het gebied van de rechtstaat te intensiveren, met een duidelijke taakverdeling wat de EVDB-missie betreft;

25. spreekt zijn steun uit voor de nadruk die de EU legt op justitie en de rechtsstaat in de fase na de regeling, waarbij het onderstreept dat een vlotte overdracht van bevoegdheden nodig zal zijn; vraagt dat wordt voorzien in een duidelijke en transparante verdeling van taken en bevoegdheden tussen binnenlandse rechtbanken en gerechtelijke autoriteiten in Kosovo en de geplande EU-missie voor recht en orde; vraagt volledige aansprakelijkheid en eerbiediging van de rechtsstaat met betrekking tot opsluitingen en andere acties van de KFOR;

26. wijst de autoriteiten van Kosovo erop dat de internationale gemeenschap van hen verwacht dat zij

     -    zich erop toeleggen om de institutionele en bestuurlijke capaciteit te verwerven die nodig is om de bevoegdheden die tot nog toe door de UNMIK worden uitgeoefend, over te kunnen nemen;

     -    een Kosovaars concept van burgerschap uitwerken dat expliciet is gebaseerd op het meertalige en multi-etnische karakter van de regio en waarbij ten volle rekening wordt gehouden met de diverse etnische gemeenschappen waaruit de bevolking van Kosovo bestaat;

     -    zich op serieuze en constructieve wijze inzetten voor de totstandbrenging van een multi-etnisch, multicultureel, multireligieus, tolerant land en samenleving waar de rechten van alle etnische groepen worden geëerbiedigd;

27. onderstreept in dit verband dat de internationale aanwezigheid in Kosovo zal blijven tot bovengenoemde doelstellingen ten volle zijn verankerd en bereikt;

28. is ernstig bezorgd over de recente gewelddadige betogingen in Kosovo, die een grote bedreiging vormen voor de soepele voortzetting van het proces betreffende het vinden van een vreedzame oplossing voor de toekomstige status van Kosovo; verzoekt beide partijen zich bijzonder terughoudend op te stellen en een vreedzame voltooiing van het statusproces mogelijk te maken;

29. wijst de autoriteiten van Kosovo er voorts op dat de bevolking van Kosovo, zodra de statuskwestie definitief is geregeld, van haar regering zal verwachten dat zij de problemen aanpakt waarmee zij in het dagelijks leven wordt geconfronteerd, zoals veiligheid, economische ontwikkeling, corruptie en georganiseerde misdaad, werkgelegenheid, goede overheidsdiensten en gelijkheid voor de wet voor iedereen;

30. verzoekt de EU en de interim-autoriteiten van Kosovo samen te werken, om de voorwaarden te scheppen voor een betere economische groei, ten gunste van alle etnische gemeenschappen in Kosovo; herhaalt dat er een algemeen en realistisch plan voor economische ontwikkeling op lange termijn moet worden opgesteld, dat de fundamentele beginselen van de rechtstaat volledig moeten worden geëerbiedigd en dat er een gedetailleerde en adequaat gefinancierde anticorruptiestrategie moet worden uitgevoerd;

31. onderstreept de noodzaak om meer steun te bieden aan de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) op basis van het Europees Handvest voor kleine ondernemingen dat door Kosovo wordt gesteund; dringt er bij de Commissie op aan toegang te waarborgen tot de structuurfondsen van de EU, betere financiering te bieden voor KMO-gerelateerde projecten en een institutioneel kader in het leven te roepen ter bevordering van de samenwerking tussen de Gemeenschap en de particuliere sector in Kosovo;

32. vraagt de leiders van de Servische gemeenschap in Kosovo in te zien dat hun belangen beter worden gediend in een democratisch, gedecentraliseerd en economisch levensvatbaar Kosovo en deel te nemen aan het proces na de definitieve regeling om ervoor te zorgen dat de bepalingen van de overeenkomst die van rechtstreeks belang voor hen zijn, ten volle ten uitvoer worden gelegd;

33. roept de regering van Servië op te erkennen dat de toekomst ligt in de ontwikkeling van nauwe, transparante banden met Kosovo, in de context van een diepgaande regionale integratie en het gedeelde vooruitzicht op lidmaatschap van de EU;

34. benadrukt dat het vinden van een oplossing voor de kwestie van de toekomstige status van Kosovo op basis van de definitieve voorstellen van Martti Ahtisaari van het grootste belang is voor de stabiliteit en verdere ontwikkeling van de hele regio; verzoekt in deze samenhang de regeringen van alle buurlanden positief tot dit proces bij te dragen en de bestaande staatsgrenzen te eerbiedigen; steunt voorts het standpunt dat de oplossing voor de toekomstige status van Kosovo op de lange termijn ook gelegen zal zijn in het feit dat zowel Servië als Kosovo deel zullen gaan uitmaken van de EU, tezamen met hun buurlanden, daar de toekomst van de westelijke Balkan in de Europese Unie ligt;

35. onderstreept andermaal dat een stevige verankering van Kosovo in het stabilisatie- en associatieproces onder andere de economische banden van Kosovo met de lidstaten en de buurlanden op de westelijke Balkan zal versterken en het stabilisatieproces in de regio ten goede zal komen;

36. is ingenomen met de ondertekening van vrijhandelsovereenkomsten met Albanië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Bosnië en Herzegovina en Kroatië; roept de autoriteiten van Kosovo op deze overeenkomsten volledig ten uitvoer te brengen en te garanderen dat de vrije handel met Servië en Montenegro voortgezet wordt;

37. verzoekt de Servische en de Kosovaarse autoriteiten volledig met elkaar en het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië samen te werken om veronderstelde oorlogsmisdadigers uit te leveren;

38. meent dat de publicatie van het rapport van de heer Ahtisaari gepaard moet gaan met een grootschalige campagne om de voorwaarden en bepalingen van de voorgestelde regeling helder en objectief aan de betrokken bevolkingsgroepen te verduidelijken en dat, wat Kosovo betreft, door de Europese Unie een boodschap van vreedzame coëxistentie moet worden onderstreept; is van mening dat een Kosovo dat de rechten van de meerderheid en de minderheid erkent, stabiel en welvarend zal zijn;

39. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regering van Servië en de voorlopige instellingen voor zelfbestuur van Kosovo, de UNMIK, de leden van de Contactgroep, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en de speciale gezant van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor het proces voor de toekomstige status van Kosovo.

(1)

PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.


ADVIES van de Commissie internationale handel (25.1.2007)

aan de Commissie buitenlandse zaken

De toekomst van Kosovo en de rol van de EU

(2006/2267(INI))

Rapporteur voor advies: Erika Mann

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is van mening dat een tijdige en wederzijds bevredigende beslissing over de uiteindelijke status van Kosovo wellicht betere economische voorwaarden zal creëren, de werkloosheid zal terugdringen en substantiële rechtstreekse buitenlandse investeringen (FDI) zal aantrekken;

2.  stelt vast dat elke beslissing over de toekomst van Kosovo dient te worden genomen in de bredere context van de situatie in Zuid-Oost-Europa, en dat de EU en de lidstaten duidelijk moeten aangeven dat elke beslissing over de toekomst van Kosovo niet als precedent mag worden beschouwd door degenen die een afscheiding van andere staten in de regio willen bepleiten, iets dat in politiek en economisch opzicht wellicht een destabiliserend effect heeft op de regio;

3.  onderstreept andermaal dat een stevige verankering van Kosovo in het stabilisatie- en associatieproces (SAP) onder andere de economische banden van Kosovo met de lidstaten en de buurlanden op de westelijke Balkan zal versterken en het stabilisatieproces in de regio ten goede zal komen;

4.  herinnert eraan dat een succesvolle afsluiting van het lopende hervormingsproces de goede marktwerking zal herstellen, de economische groei zal stimuleren en het handhaven van politieke stabiliteit in de regio zal vergemakkelijken;

5.  is ingenomen met de Gezamenlijke Verklaring die op 6 april 2006 is aangenomen door de landen op de westelijke Balkan en waarin opgeroepen wordt tot modernisering en verdieping van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst (CEFTA) door bilaterale handelsconcessies uit te breiden naar alle partners; is ermee ingenomen dat de Overeenkomst voorziet in de volgende bepalingen: mededingingsregels, overheidsopdrachten, bescherming van intellectueel eigendom, handel in diensten, een procedure voor het beslechten van regionale geschillen alsmede het oprichten van een gebied van diagonale cumulatie van de oorsprong tussen EU en westelijke Balkan, wat beschouwd kan worden als de eerste fase van participatie van deze landen in het Pan-Euro-Med-cumulatiesysteem;

6.  is ingenomen met de ondertekening van vrijhandelsovereenkomsten met Albanië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Bosnië en Herzegovina en Kroatië; roept de voorlopige autoriteiten van Kosovo op deze overeenkomsten volledig ten uitvoer te brengen en te garanderen dat de vrije handel met Servië en Montenegro voortgezet wordt;

7.  roept de EU op het stabilisatieproces te bevorderen door steun (zowel financieel als technisch) te blijven bieden aan handel, investeringen, de strijd tegen georganiseerde criminaliteit, bescherming van minderheden en economische en sociale ontwikkeling in Kosovo; roept de EU en de voorlopige autoriteiten van Kosovo op samen te werken en aldus voorwaarden te scheppen voor economische groei, waarvan alle etnische gemeenschappen in Kosovo zullen profiteren; herhaalt dat financiële steun aan Kosovo moet worden verbonden aan de voorwaarde dat er een uitvoerig en realistisch lange-termijnplan wordt opgesteld en dat de voorwaarden die zijn neergelegd in resolutie 1244/99 van de VN-Veiligheidsraad worden nagekomen; onderstreept met name dat de internationale normen op het gebied van democratie en mensenrechten, met inbegrip van eerbiediging van minderheden, alsmede de fundamentele beginselen van de rechtsstaat volledig moeten worden nageleefd, en dat er een gedetailleerde en adequaat gefinancierde anti-corruptiestrategie moet worden toegepast;

8.  dringt er bij de Raad op aan te waarborgen dat de Commissie een sleutelrol blijft spelen in de steun aan de toekomstige economische en structurele ontwikkeling in Kosovo; beveelt aan dat de activiteiten en het personeel van de EU-pijler van de VN-missie in Kosovo (UNMIK Pillar IV) worden ondergebracht bij eventuele nieuwe institutionele organen belast met handels- en economische kwesties in of met betrekking tot Kosovo die mogelijk worden opgericht met het oog op of naar aanleiding van een beslissing over de definitieve status van Kosovo;

9.  onderstreept de noodzaak om meer steun te bieden aan de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) op basis van het Europees Handvest voor kleine ondernemingen dat door Kosovo wordt gesteund; dringt er bij de Commissie op aan toegang te waarborgen tot de structuurfondsen van de EU, betere financiering te bieden voor KMO-gerelateerde projecten en een institutioneel kader in het leven te roepen ter bevordering van de samenwerking tussen de Gemeenschap en de particuliere sector in Kosovo.

PROCEDURE

Titel

De toekomst van Kosovo en de rol van de EU

Procedurenummer

2006/2267(INI)

Commissie ten principale

AFET

Advies uitgebracht door

Datum bekendmaking

INTA
29.11.2006

Nauwere samenwerking – datum bekendmaking

 

Rapporteur voor advies
  Datum benoeming

Erika Mann
18.10.2006

Vervangen rapporteur voor advies

 

Behandeling in de commissie

18.12.2006

 

 

 

 

Datum goedkeuring

24.1.2007

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

26

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Francisco Assis, Jean-Pierre Audy, Enrique Barón Crespo, Daniel Caspary, Christofer Fjellner, Béla Glattfelder, Jacky Henin, Syed Kamall, Sajjad Karim, Erika Mann, David Martin, Javier Moreno Sánchez, Caroline Lucas, Georgios Papastamkos, Peter Šťastný, Robert Sturdy, Gianluca Susta, Johan Van Hecke, Zbigniew Zaleski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

Panagiotis Beglitis, Małgorzata Handzlik, Jens Holm, Jörg Leichtfried, Eugenijus Maldeikis

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Ignasi Guardans Cambó, Pia Elda Locatelli

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)


PROCEDURE

Titel

De toekomst van Kosovo en de rol van de EU

Procedurenummer

2006/2267(INI)

Commissie ten principale

        Datum bekendmaking toestemming

AFET

29.11.2006

Medeadviserende commissie(s)
  Datum bekendmaking

INTA

29.11.2006

 

 

 

 

Geen advies
  Datum besluit

 

 

 

 

 

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Joost Lagendijk

13.9.2006

 

Behandeling in de commissie

19.12.2006

30.1.2007

12.3.2007

 

 

Datum goedkeuring

12.3.2007

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

56

7

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Roberta Alma Anastase, Christopher Beazley, Angelika Beer, Panagiotis Beglitis, Bastiaan Belder, André Brie, Véronique De Keyser, Giorgos Dimitrakopoulos, Hélène Flautre, Hanna Foltyn-Kubicka, Michael Gahler, Jas Gawronski, Bronisław Geremek, Maciej Marian Giertych, Ana Maria Gomes, Klaus Hänsch, Jelko Kacin, Ioannis Kasoulides, Bogdan Klich, Joost Lagendijk, Vytautas Landsbergis, Emilio Menéndez del Valle, Willy Meyer Pleite, Francisco José Millán Mon, Pasqualina Napoletano, Annemie Neyts-Uyttebroeck, Raimon Obiols i Germà, Cem Özdemir, Janusz Onyszkiewicz, Justas Vincas Paleckis, Alojz Peterle, Tobias Pflüger, Bernd Posselt, Raül Romeva i Rueda, Libor Rouček, Katrin Saks, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Jacek Saryusz-Wolski, György Schöpflin, István Szent-Iványi, Antonio Tajani, Charles Tannock, Josef Zieleniec

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Laima Liucija Andrikienė, Maria Badia I Cutchet, Giulietto Chiesa, Ryszard Czarnecki, Alexandra Dobolyi, Árpád Duka-Zólyomi, Glyn Ford, Lilli Gruber, Tunne Kelam, Evgeni Kirilov, Jaromír Kohlíček, Antonio López-Istúriz White, Sarah Ludford, Erik Meijer, Doris Pack, Antonyia Parvanova, Lapo Pistelli, Frédérique Ries, Aloyzas Sakalas, Anders Samuelsen, Adrian Severin, Csaba Sándor Tabajdi

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Miloš Koterec

Datum indiening

15.3.2007

 

Juridische mededeling - Privacybeleid