Procedure : 2005/0240(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0079/2007

Ingediende teksten :

A6-0079/2007

Debatten :

PV 24/04/2007 - 11
CRE 24/04/2007 - 11

Stemmingen :

PV 25/04/2007 - 11.4
CRE 25/04/2007 - 11.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0147

VERSLAG     ***I
PDF 197kWORD 162k
27.3.2007
PE 378.593v02-00 A6-0079/2007

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijnen 1999/35/EG en 2002/59/EG

(COM(2005)0590 – C6‑0056/2006 – 2005/0240(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Jaromír Kohlíček

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijnen 1999/35/EG en 2002/59/EG

(COM(2005)0590 – C6‑0056/2006 – 2005/0240(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)0590)(1),

–   gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 80, lid 2 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0056/2006),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6‑0079/2007),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

OVERWEGING 11

(11) Het onderzoek naar ongevallen en incidenten met zeeschepen, dan wel met andere schepen in havens of andere beperkte zeegebieden, dient te worden verricht door of onder toezicht van een onafhankelijke instantie of entiteit teneinde belangenconflicten te vermijden.

(11) Het onderzoek naar ongevallen en voorvallen met zeeschepen, dan wel met andere schepen in havens of andere beperkte zeegebieden, dient te worden verricht door of onder toezicht van een instantie of entiteit die permanent is toegerust met de nodige bevoegdheden om de beslissingen te treffen welke noodzakelijk worden geacht, teneinde belangenconflicten te vermijden, waarbij het criterium van onafhankelijkheid essentieel moet zijn bij de oprichting van de instantie of entiteit.

Motivering

Onafhankelijkheid is betekenisloos als de instantie verantwoording moet afleggen aan de autoriteit die haar heeft benoemd, of deze moet raadplegen. Van belang is dat de instantie in staat is haar besluiten af te dwingen.

Doel van dit amendement is de onafhankelijkheid te garanderen van de instantie of entiteit die het onderzoek uitvoert.

Amendement 2

OVERWEGING 17

(17) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1406/2002 dient het Agentschap de samenwerking bij het ondersteunen van de lidstaten bij activiteiten in het kader van het onderzoek naar ernstige ongevallen op zee en bij het verrichten van een analyse van de bestaande onderzoekrapporten inzake dergelijke ongevallen te bevorderen.

(17) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1406/2002 dient het Agentschap de samenwerking bij het ondersteunen van de lidstaten bij activiteiten in het kader van het onderzoek naar ernstige ongevallen op zee en bij het verrichten van een analyse van de bestaande onderzoekrapporten inzake dergelijke ongevallen te bevorderen. Bovendien dient het Agentschap in het licht van de resultaten van deze analyse in de gemeenschappelijke methodologie elementen uit deze analyse op te nemen die nieuwe rampen zouden kunnen helpen voorkomen en de veiligheid op zee in de Europese Unie verbeteren.

Motivering

De ontwikkeling van een gemeenschappelijke methodologie voor onderzoek naar ongevallen op zee, zoals die in opdracht is gegeven aan het Agentschap krachtens Verordening (EG) nr. 1406/2002, zou het mogelijk moeten maken nieuwe elementen op te nemen uit de analyse van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek, met wellicht positieve gevolgen voor de verbetering van de veiligheid op zee.

Amendement 3

OVERWEGING 17 BIS (nieuw)

(17 bis) De richtsnoeren van de IMO over de billijke behandeling van zeelieden bij een ongeval op zee helpen criminalisering van kapitein en bemanning te voorkomen. Zij kunnen het vertrouwen in de onderzoeksmethodes versterken en zouden daarom door de lidstaten moeten worden toegepast.

Motivering

Deze in juni door de IMO vast gestelde richtsnoeren (rondbrief 2711) kunnen naar mening van uw rapporteur een nuttige aanvulling op deze richtlijn vormen. Zij zijn ontwikkeld in verband met het risico van toenemende criminalisering van scheepsbemanningen na ongevallen. Weliswaar is onderhavige richtlijn juist niet gericht op de vraag naar aansprakelijkheid en schuld, maar de IMO-richtsnoeren bevatten beginselen die ook bij technisch onderzoek van pas kunnen komen.

Amendement 4

OVERWEGING 18

(18) De lidstaten dienen op passende wijze rekening te houden met de veiligheidsaanbevelingen die naar aanleiding van een ongeval of incident worden gedaan.

(18) De lidstaten en de Gemeenschap dienen op passende wijze rekening te houden met de veiligheidsaanbevelingen die naar aanleiding van een ongeval of incident worden gedaan.

Motivering

Juridische verduidelijking.

Amendement 5

ARTIKEL 1, ALINEA 2

Het onderzoek uit hoofde van deze richtlijn dient niet ter bepaling van de aansprakelijkheid, noch ter beantwoording van de schuldvraag, tenzij dit noodzakelijk is om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken.

Het onderzoek uit hoofde van deze richtlijn dient niet ter bepaling van de aansprakelijkheid, noch ter beantwoording van de schuldvraag.

Motivering

Er dient een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen technisch en strafrechtelijk onderzoek.

Optimale onderzoeksresultaten zijn alleen te bereiken als er een strikt onderscheid wordt gemaakt tussen een onafhankelijk onderzoek ter verbetering van de veiligheid in de maritieme sector of dit voorstel enerzijds, en de beantwoording van de schuldvraag anderzijds.

Amendement 6

ARTIKEL 2, LID 1, INLEIDENDE FORMULE

1. Deze richtlijn is van toepassing op ongevallen en incidenten op zee en noodsignalen:

1. Overeenkomstig de verplichtingen van de lidstaten krachtens het VN-verdrag over het zeerecht (UNCLOS) is deze richtlijn van toepassing op ongevallen en incidenten op zee en noodsignalen:

Motivering

Met betrekking tot het toepassingsgebied dient de aandacht op het algemene rechtskader van de VN te worden gevestigd.

Amendement 7

ARTIKEL 3, LID 8

8. Onder "veiligheidsaanbeveling" wordt verstaan een voorstel:

8. Onder "veiligheidsaanbeveling" wordt verstaan een voorstel, ook ten behoeve van registratie en controle:

a) hetzij van de onderzoeksinstantie of de staat die het veiligheidsonderzoek met betrekking tot een ongeval of incident op zee verricht of leidt, dat gebaseerd is op uit het onderzoek verkregen informatie;

a) hetzij van de onderzoeksinstantie of de staat die het veiligheidsonderzoek met betrekking tot een ongeval of incident op zee verricht of leidt, dat gebaseerd is op uit het onderzoek verkregen informatie;

b) hetzij, wanneer van toepassing, van de Commissie op basis van een abstracte data-analyse.

b) hetzij, wanneer van toepassing, van de Commissie, bijgestaan door het Agentschap en op basis van een abstracte data-analyse en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

Motivering

Samenwerking op het gebied van veiligheid op zee tussen lidstaten verbetert de werking van het systeem als geheel, aangezien de uitwisseling van informatie en voorstellen leidt tot grotere flexibiliteit en doeltreffendheid van de controle door de vlaggenstaat in de vergunningsfase en door het gastland wanneer het schip aanlegt.

Onderhavige richtlijn zou het mogelijk moeten maken corrigerende maatregelen te treffen, die alleen af te leiden zijn uit de analyse van de verschillende onderzoeken.

Amendement 8

ARTIKEL 4, LID 1, LETTER A)

a) onafhankelijk van strafrechtelijke of andere parallelle onderzoeken ter bepaling van de aansprakelijkheid of de beantwoording van de schuldvraag worden verricht, en

a) onafhankelijk van strafrechtelijke of andere onderzoeken ter bepaling van de aansprakelijkheid of de beantwoording van de schuldvraag worden verricht, waarbij alleen de conclusies of aanbevelingen die voortvloeien uit krachtens deze richtlijn uitgevoerd onderzoek kunnen bijdragen aan andere, parallel lopende onderzoeken, en

Amendement 9

ARTIKEL 4, LID 1, ALINEA 1 BIS (nieuw)

 

De lidstaten zien er verder op toe dat bij deze onderzoeken verklaringen of andere informatie van getuigen niet worden doorgegeven aan autoriteiten van derde landen, om te voorkomen dat dergelijke verklaringen of informatie gebruikt worden in strafrechtelijke onderzoeken in deze landen.

Motivering

Personen die getuigenverklaringen afleggen in technische onderzoeken naar ongevallen dienen er zeker van te kunnen zijn dat zij niet op grond van hun getuigenis worden vervolgd. Indien een getuigenverklaring die is afgelegd in een technisch onderzoek gebruikt mag worden in een strafrechtelijk onderzoek, zullen getuigen minder snel bereid zijn informatie te verstrekken die nuttig is voor het veiligheidsonderzoek.

Amendement 10

ARTIKEL 4, LID 2, LETTER b) BIS (nieuw)

 

b bis) snelle waarschuwingsmaatregelen in geval van een ongeval of incident.

Motivering

Doel van dit amendement is het onderzoek doeltreffender te maken.

Amendement 11

ARTIKEL 5, LID 4

4. Bij veiligheidsonderzoeken wordt de gemeenschappelijke methodologie voor het onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee gevolgd die uit hoofde van artikel 2, onder e), van Verordening (EG) nr. 1406/2002 is ontwikkeld. Overeenkomstig de in artikel 18, lid 2, bedoelde procedure wordt besloten tot vaststelling of aanpassing van die methodologie.

4. Bij veiligheidsonderzoeken wordt de gemeenschappelijke methodologie voor het onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee gevolgd die uit hoofde van artikel 2, onder e), van Verordening (EG) nr. 1406/2002 is ontwikkeld. Overeenkomstig de in artikel 18, lid 2 bis bedoelde procedure wordt besloten tot vaststelling, actualisering of aanpassing van die methodologie.

Motivering

De gemeenschappelijke methodologie moet regelmatig worden geactualiseerd, waarbij gebruik gemaakt wordt van conclusies die in het kader van onderzoek naar ongevallen kunnen bijdragen tot grotere veiligheid op zee.

Amendement 12

ARTIKEL 5, LID 5

5. Het veiligheidsonderzoek na een ongeval of incident op zee wordt zo spoedig mogelijk ingeleid.

5. Het veiligheidsonderzoek na een ongeval of incident op zee wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee maanden na dato ingeleid.

Motivering

Doel van dit amendement is ervoor te zorgen dat het onderzoek binnen een vaste termijn wordt ingeleid, zodat dit lid meer rechtszekerheid biedt.

Amendement 13

ARTIKEL 7, LID 1, ALINEA 1

1. Bij ernstige of zeer ernstige ongevallen waarbij er twee of meer lidstaten zijn die een aanzienlijk belang hebben, besluiten de betrokken lidstaten op korte termijn wie van hen het onderzoek leidt.

1. Bij ernstige of zeer ernstige ongevallen waarbij er twee of meer lidstaten zijn die een aanzienlijk belang hebben, besluiten de betrokken lidstaten op korte termijn wie van hen het onderzoek leidt. Indien de lidstaten in kwestie niet besluiten welke lidstaat het onderzoek leidt, voeren zij onmiddellijk een aanbeveling van de Commissie uit over de zaak, gebaseerd op een advies van het Agentschap.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel een oplossing aan te dragen voor het geval er sprake is van een conflict over de vraag welke lidstaat het onderzoek moet leiden, en daarbij voor volledige doeltreffendheid van dit lid te zorgen.

Amendement 14

ARTIKEL 8, LID 1, ALINEA 1

1. De lidstaten zorgen ervoor dat het veiligheidsonderzoek naar een ongeval of incident op zee wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een onafhankelijke permanente onderzoeksinstantie of -entiteit, hierna "onderzoeksinstantie" genoemd, door gekwalificeerde onderzoekers met deskundigheid op het gebied van ongevallen en incidenten op zee.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat het veiligheidsonderzoek naar een ongeval of incident op zee wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een onderzoeksinstantie of -entiteit, hierna "onderzoeksinstantie" genoemd, die permanent over de nodige bevoegdheden beschikt en bestaat uit deskundige onderzoekers op het gebied van ongevallen en voorvallen op zee.

Motivering

Onafhankelijkheid is betekenisloos als de instantie verantwoording moet afleggen aan de autoriteit die haar heeft benoemd, of deze moet raadplegen. Van belang is dat de instantie in staat is haar besluiten af te dwingen.

Amendement 15

ARTIKEL 8, LID 1, ALINEA 2

De onderzoeksinstantie of -entiteit is functioneel onafhankelijk van, met name, de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor zeewaardigheid, certificatie, inspectie, bemanning, veiligheid van navigatie, onderhoud, toezicht op de zeescheepvaart, havenstaatcontrole en exploitatie van zeehavens, en in het algemeen van elke andere partij waarvan de belangen strijdig zouden kunnen zijn met de taken die haar zijn toevertrouwd.

De onderzoeksinstantie of -entiteit is functioneel onafhankelijk van, met name, de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor zeewaardigheid, certificatie, inspectie, bemanning, veiligheid van navigatie, onderhoud, toezicht op de zeescheepvaart, havenstaatcontrole en exploitatie van zeehavens, organen die onderzoek uitvoeren in verband met aansprakelijkheid of rechtshandhaving en in het algemeen van elke andere partij waarvan de belangen strijdig zouden kunnen zijn met de taken die haar zijn toevertrouwd.

Motivering

Personen die getuigenverklaringen afleggen in technische onderzoeken naar ongevallen dienen er zeker van te kunnen zijn dat zij niet op grond van hun getuigenis worden vervolgd. Indien een getuigenverklaring die is afgelegd in een technische onderzoek gebruikt mag worden in een strafrechtelijk onderzoek, zullen getuigen minder snel bereid zijn informatie te verstrekken die nuttig is voor het veiligheidsonderzoek.

Amendement 16

ARTIKEL 9, INLEIDENDE FORMULE

De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende documenten niet voor andere doeleinden dan het veiligheidsonderzoek beschikbaar worden gesteld, tenzij de betrokken gerechtelijke instanties van de lidstaat in kwestie bepalen dat het belang van openbaarmaking zwaarder weegt dan de negatieve binnenlandse en internationale gevolgen daarvan voor dat onderzoek of eventuele toekomstige onderzoeken:

De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende documenten niet voor andere doeleinden dan het veiligheidsonderzoek beschikbaar worden gesteld:

Motivering

Bovengenoemde documenten zouden uitsluitend ten behoeve van veiligheidsonderzoek mogen worden gebruikt. Indien de documenten voor gerechtelijke doeleinden worden gebruikt, kan dit toekomstige onderzoeken schaden.

Amendement 17

ARTIKEL 14, LID 2

2. De onderzoeksinstanties doen al het mogelijke om het rapport binnen 12 maanden vanaf de dag van het ongeval of incident openbaar te maken. Indien het niet mogelijk is het eindrapport binnen die termijn te voltooien, dient binnen 12 maanden na de dag van het ongeval of incident een voorlopig rapport te worden gepubliceerd.

2. De onderzoeksinstanties doen al het mogelijke om het rapport openbaar te maken, met name voor de gehele maritieme sector, die specifieke conclusies en aanbevelingen ontvangt, zo nodig binnen 12 maanden vanaf de dag van het ongeval of incident. Indien het niet mogelijk is het eindrapport binnen die termijn te voltooien, dient binnen 12 maanden na de dag van het ongeval of incident een voorlopig rapport te worden gepubliceerd.

Motivering

Hoewel het belangrijk is dat rapporten naar aanleiding van onderzoeken openbaar worden gemaakt, telt nog meer dat zij in de maritieme sector worden verspreid, die immers de aanbevelingen van deze rapporten zal moeten uitvoeren.

Amendement 18

ARTIKEL 14, LID 3 BIS (nieuw)

 

3 bis. De Commissie voorziet het Europees Parlement om de drie jaar van informatie in de vorm van een verslag over de mate waarin deze richtlijn wordt uitgevoerd en nageleefd, tezamen met de stappen die in het licht van de aanbevelingen in de rapporten nodig worden geacht.

Motivering

Het Europees Parlement wordt weliswaar in de toelichting genoemd als de drijvende kracht achter het richtlijnvoorstel, maar wordt vervolgens niet meer vermeld.

Amendement 19

ARTIKEL 15, LID 1

1. De lidstaten zorgen ervoor dat met de veiligheidsaanbevelingen van de onderzoeksinstanties op passende wijze rekening wordt gehouden door degenen aan wie zij gericht zijn en dat er, waar nodig, gevolg aan wordt gegeven overeenkomstig het Gemeenschapsrecht en het internationaal recht.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat met de veiligheidsaanbevelingen van de onderzoeksinstanties op passende wijze rekening wordt gehouden door degenen aan wie zij gericht zijn en dat er, waar nodig, gevolg aan wordt gegeven overeenkomstig het Gemeenschapsrecht en het internationaal recht. De Commissie verwerkt, bijgestaan door het Agentschap, in de gemeenschappelijke methodologie de conclusies van de rapporten over ongevallen en de hierin opgenomen aanbevelingen inzake veiligheid.

Motivering

De rol van de Commissie, via het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, in de vormgeving van de gemeenschappelijke methodologie en de actualisering hiervan, mag niet uit het oog worden verloren.

Amendement 20

ARTIKEL 15, LID 2

2. De onderzoeksinstanties en de Commissie doen, wanneer zulks noodzakelijk is, veiligheidsaanbevelingen op basis van een abstracte analyse van gegevens.

2. De onderzoeksinstanties en de Commissie doen, bijgestaan door het Agentschap, wanneer zulks noodzakelijk is, veiligheidsaanbevelingen op basis van een abstracte analyse van gegevens en de resultaten van eventueel uitgevoerde onderzoeken.

Motivering

Onderhavige richtlijn zou het mogelijk moeten maken corrigerende maatregelen te treffen, die alleen af te leiden zijn uit de analyse van de verschillende onderzoeken. Het zou de Commissie moeten zijn die dergelijke maatregelen voorstelt, via het Agentschap.

Amendement 21

ARTIKEL 15, LID 2

2. De onderzoeksinstanties en de Commissie doen, wanneer zulks noodzakelijk is, veiligheidsaanbevelingen op basis van een abstracte analyse van gegevens.

2. De onderzoeksinstanties of de Commissie doen, wanneer zulks noodzakelijk is, veiligheidsaanbevelingen op basis van een abstracte analyse van gegevens.

Motivering

Het woord "of" is de juiste vertaling van het Engels naar het Nederlands.

Amendement 22

ARTIKEL 17 BIS (nieuw)

Artikel 17 bis

Billijke behandeling van zeevarenden

De lidstaten eerbiedigen de IMO-richtsnoeren over de billijke behandeling van zeevarenden bij ongevallen op zee.

Motivering

Deze in juni door de IMO vast gestelde richtsnoeren (rondbrief 2711) kunnen naar mening van uw rapporteur een nuttige aanvulling op deze richtlijn vormen. Zij zijn ontwikkeld in verband met het risico van toenemende criminalisering van scheepsbemanningen na ongevallen. Weliswaar is onderhavige richtlijn niet rechtstreeks gericht op de vraag naar aansprakelijkheid en schuld, maar de IMO-richtsnoeren bevatten beginselen die ook bij technisch onderzoek van pas kunnen komen.

Amendement 23

ARTIKEL 18, LID 2 BIS (nieuw)

 

2 bis. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 bis, leden 1 t/m 4, en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Amendement 24

ARTIKEL 20

Geen enkele bepaling van deze richtlijn belet een lidstaat aanvullende maatregelen inzake de veiligheid op zee te treffen die niet onder deze richtlijn vallen, voor zover zij niet strijdig zijn met deze richtlijn en de uitvoering ervan niet op enigerlei wijze belemmeren.

Geen enkele bepaling van deze richtlijn belet een lidstaat aanvullende maatregelen inzake de veiligheid op zee te treffen die niet onder deze richtlijn vallen, voor zover zij niet strijdig zijn met deze richtlijn en de uitvoering ervan niet op enigerlei wijze belemmeren of de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie in gevaar brengen.

Motivering

Juridische verduidelijking.

(1)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


TOELICHTING

1. Inleiding en achtergrond

Onderhavig voorstel maakt deel uit van het derde pakket wetgevingsmaatregelen ter verbetering van de veiligheid van het zeevervoer. Doel van de richtlijn is op communautair niveau richtsnoeren vast te stellen over technisch onderzoek en uitwisseling van ervaring na zware incidenten op zee.

Reeds in haar Witboek "Het Europese vervoerbeleid tot 2010: tijd om te kiezen" heeft de Commissie voor alle vervoersectoren op de noodzaak gewezen om onafhankelijk technisch onderzoek in te stellen. Dit onderzoek, aldus de Commissie, dient weliswaar op nationaal niveau plaats te vinden, maar volgens een Europese methodiek te worden uitgevoerd: ten eerste moeten onderzoeken gebaseerd zijn op een analyse van de oorzaken van een ongeval, en ten tweede moeten de resultaten gericht zijn op het voorkomen van gevaren en de verbetering van het wettelijk kader.

Wat het zeevervoer betreft is uit de ongevallen die zich de laatste tijd hebben voorgedaan duidelijk gebleken dat er maatregelen nodig zijn: het snel verrichten van technisch onderzoek naar ernstige ongevallen op zee en daaruit duidelijke en bruikbare conclusies trekken is niet voor alle lidstaten een vanzelfsprekende zaak.

Het Europees Parlement heeft na het ongeval met de PRESTIGE de tijdelijke commissie voor de verbetering van de veiligheid op zee ("MARE") in het leven geroepen. In zijn resolutie onderstreepte het Parlement onder meer de behoefte aan een Commissievoorstel voor onderzoek naar ongevallen op zee.

Het Commissievoorstel zou de invoering van een systeem moeten omvatten dat optimale uitwisseling van onderzoeksresultaten tussen lidstaten, Commissie en EMSA garandeert, alsmede de onafhankelijkheid van het onderzoek, aldus het Parlement.

Bestaande wettelijke voorschriften op dit gebied

Op EU-niveau bestaat reeds een aantal wettelijke "bouwstenen" voor onderzoek van ongevallen:

Richtlijn 1999/35/EG bevat beginselen voor het onderzoek van ongevallen en incidenten op zee waarbij ro-ro-veerboten of hogesnelheidsveerboten betrokken zijn.

Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring en informatiesysteem voor de zeescheepvaart bevat regelingen over het gebruik van scheepsgegevensrecorders.

Verordening (EG) nr. 1406/2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid geeft dit agentschap bepaalde taken in verband met ongevallen op zee, namelijk:

· bevordering van de samenwerking tussen lidstaten en Commissie bij het ontwikkelen van een methode voor het onderzoek van ongevallen op zee,

· ondersteuning van lidstaten bij het onderzoek naar ernstige ongevallen op zee,

· en de analyse van reeds opgestelde onderzoeksverslagen over ongevallen.

Op IMO-niveau is in 1997 een resolutie (A.849(29)) over een code voor onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee aangenomen. Deze bevat evenwel slechts aanbevelingen aan de vlaggenstaten.

Terwijl er naast deze regelingen voor het zeevervoer tot dusver geen bindende internationale regeling bestaat om na ernstige incidenten onderzoek uit te voeren, beschikt de Gemeenschap sinds 1994 wel over regelingen inzake vergelijkbare maatregelen in de luchtvaart: Richtlijn 94/56 houdende vaststelling van de grondbeginselen voor onderzoek van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart is gebaseerd op beginselen die in onderhavig voorstel terug te vinden zijn.

Voor de spoorwegsector bevat Richtlijn 2004/49/EG over veiligheid in het spoorwegvervoer in hoofdstuk V voorschriften die vergelijkbaar zijn met die in het onderhavige Commissievoorstel over het zeevervoer.

2. Inhoud van het voorstel

In de eerste plaats zij erop gewezen dat het bij het in dit voorstel bedoelde onderzoek niet om de wettelijke aansprakelijkheid of de schuldvraag in strafrechtelijke zin gaat. Voorwerp van het richtlijnvoorstel zijn onderzoeken van technische aard, die de oorzaken van ongevallen op zee moeten ophelderen om hieruit lering te kunnen trekken.

Het voorstel is bedoeld om bij te dragen tot verbetering van de veiligheid van het zeevervoer via vaststelling van een kader voor

· snel veiligheidsonderzoek en

· zorgvuldige analyses van ongevallen of incidenten op zee en

· verslaglegging en eventueel voorstellen om een einde te maken aan misstanden.

Toepassingsgebied:

De richtlijn geldt niet alleen voor ongevallen en incidenten op zee, waarbij schepen onder de vlag van een lidstaat zijn betrokken, maar ook voor ongevallen en incidenten in de territoriale wateren van een lidstaat (art. 2).

De kern van het voorstel vormen de artikelen 4 en 5:

De lidstaten moeten voorschriften vaststellen voor de uitvoering van veiligheidsonderzoek bij ongevallen of incidenten op zee. Dit moet onafhankelijk van het strafrechtelijk onderzoek of onderzoek naar aansprakelijkheid of schuld worden uitgevoerd en mag hierdoor ook niet worden verhinderd of vertraagd. De lidstaat dient er bovendien voor te zorgen dat er na ernstige of zeer ernstige ongevallen op zee een onderzoek wordt ingesteld door een onderzoeksinstantie.

Deze bepaling is niet alleen van toepassing wanner het om een schip onder de vlag van een lidstaat gaat, maar ook als het ongeval in de territoriale wateren van een lidstaat heeft plaatsgevonden of als er sprake is van een gegrond belang van de lidstaat.

Onderzoeksinstantie (art. 8):

De richtlijn verplicht de lidstaten ertoe ervoor te zorgen dat het veiligheidsonderzoek naar een ongeval of incident op zee wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een onafhankelijke permanente onderzoeksinstantie. Deze instantie is functioneel onafhankelijk van de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor zeewaardigheid, certificatie, havenstaatcontrole enz. Over de onderzoeksresultaten dient binnen 12 maanden na het incident een in de door de richtlijn voorgeschreven vorm opgesteld rapport te worden gepubliceerd (art. 14).

Samenwerking:

Op diverse punten bevat de richtlijn voorschriften inzake samenwerking: er worden beginselen vastgesteld voor de samenwerking tussen lidstaten in het geval van (zeer) ernstige ongevallen (art. 7); daarnaast wordt een kader voor permanente samenwerking tussen de lidstaten voorgeschreven (art. 10). Ook wordt duidelijk gemaakt dat de lidstaten met derde landen moeten samenwerken en deze ook de mogelijkheid moeten bieden om aan onderzoeken deel te nemen (art. 12).

In artikel 9 van de richtlijn wordt geregeld hoe de bij het onderzoek verkregen informatie moet worden behandeld: deze mag in de regel niet voor andere doeleinden beschikbaar worden gesteld dan voor veiligheidsonderzoek. Relevante gegevens dienen overeenkomstig art. 13 te worden opgeslagen.

De Commissie zal een Europese elektronische databank opzetten onder de naam Europees Informatieplatform voor scheepvaartongevallen (art. 17), waar de onderzoeksinstanties van de lidstaten ongevallen en plannen in gestandaardiseerde vorm kunnen melden.

Het staat de lidstaten uiteraard vrij aanvullende maatregelen voor de veiligheid op zee te treffen, mits dergelijke maatregelen niet in strijd zijn met het voorstel. De lidstaten dienen doeltreffende en adequate sancties vast te stellen voor de niet-naleving van de op grond van dit voorstel vastgestelde nationale voorschriften.

3. Opmerkingen van uw rapporteur

Uw rapporteur is van mening dat de strekking van het voorstel juist is en dat de meeste elementen zonder meer duidelijk zijn.

Met name de volgende punten acht uw rapporteur van belang:

· Ook al is het een begrijpelijke reactie van het publiek om bij een ongeval op zee naar de verantwoordelijkheid te vragen, toch is het uit veiligheidsoogpunt onontbeerlijk dat het strafrechtelijk onderzoek - zoals in het voorstel - op zichzelf staat, wil er lering uit incidenten kunnen worden getrokken. Uw rapporteur is evenwel ook van mening dat de Commissie in artikel 1 een adequate formulering heeft gekozen, volgens welke het hier bedoelde onderzoek uitsluitend kwesties met betrekking tot aansprakelijkheid en schuld mag aanroeren als dit nodig is om de doelstellingen van deze richtlijn te bereiken. Het volledig schrappen van deze bepaling, zoals is voorgesteld door de European Community Shipowners' Association (ECSA) en de International Chamber of Shipping (ICS), zou volgens uw rapporteur te ver gaan en de onderzoeksinstanties teveel beperkingen opleggen.

    Hetzelfde geldt voor artikel 9 (vertrouwelijkheid van documenten), waarin wordt bepaald dat de verkregen informatie alleen voor andere doeleinden beschikbaar kan worden gesteld als de betrokken gerechtelijke instanties van de lidstaat in kwestie bepalen dat het belang van openbaarmaking zwaarder weegt dan de negatieve gevolgen daarvan voor dat onderzoek of eventuele toekomstige onderzoeken. Ook in dit geval pleiten ECSA en ICS ervoor dit voorbehoud te schrappen. Uw rapporteur is het niet eens met deze bedenkingen tegen het mogelijke oordeel van de gerechtelijke instanties; de Commissieformulering is een evenwichtige afspiegeling van de belangen.

· Tweede kernpunt is de oprichting van een permanente onderzoeksinstantie en de scheiding hiervan ten opzichte van instanties met andere bevoegdheden op maritiem gebied. Uw rapporteur acht het duidelijk dat snelle en betrouwbare resultaten alleen door een permanente instantie kunnen worden gewaarborgd; een ad hoc-instantie is in veel gevallen wellicht niet toereikend. Het nut van een strikt functionele onafhankelijkheid van deze instantie staat voor uw rapporteur eveneens buiten kijf.

Uw rapporteur is van mening dat technisch onderzoek naar ongevallen in alle sectoren van de industrie en het vervoer onontbeerlijk is, en wijst er daarom op dat er in de binnenvaart vergelijkbare regels nodig zijn.

Bij het streven naar een volledig beeld van de aspecten van het Commissievoorstel heeft uw rapporteur onder meer contact opgenomen met EMSA en een aantal lidstaten. Ook EMSA wijst op de noodzaak van deze richtlijn.

Wat de lidstaten betreft heeft uw rapporteur de indruk gekregen dat de meningsvorming met betrekking tot onderhavig voorstel nog gaande is. Er is geen concreet commentaar van de lidstaten over het Commissievoorstel ontvangen. Mogelijk is dit te wijten aan het feit dat andere dossiers op het gebied van veiligheid op zee - net als bij de Raad - momenteel voorrang genieten. Het is wellicht te begrijpen dat niet alle zeven voorstellen van het maritieme pakket door de lidstaten even intensief tegen het licht kunnen worden gehouden. Toch hoopt uw rapporteur dat het voorstel inzake onderzoek naar ongevallen op zee hierdoor niet definitief op een tweede plaats komt. Het zou wenselijk zijn dat het Finse en het Duitse voorzitterschap van de Raad dit dossier ter tafel brengen.

Uw rapporteur is van mening dat het nuttig zou zijn geweest als er meer tijd beschikbaar was geweest voor de raadpleging van de betrokken sectoren. Hij acht het evenwel belangrijk dat dit Commissievoorstel tegelijk met de overige delen van het maritieme pakket wordt behandeld. Daarom dient hij het verslag nu en met slechts weinig amendementen in, daar hij tot dusver geen ernstige zwakke plekken in het voorstel heeft kunnen vaststellen.

De amendementen hebben enerzijds betrekking op het toepassingsgebied: uw rapporteur acht het niet raadzaam om, zoals door de Commissie wordt voorgesteld, vissersvaartuigen van minder dan 24 m lengte en offshore-booreilanden buiten de richtlijn te houden; juist de visserij is gevaarlijk en ongevallen komen veelvuldig voor - zie de amendementen 2 en 3.

Daarnaast dient uw rapporteur twee amendementen in over de onlangs aangenomen richtsnoeren van de IMO over de billijke behandeling van zeevarenden bij ongevallen op zee. Deze aanbevelingen aan kuststaten, vlaggenstaten, scheepseigenaars enz. bevatten ook belangrijke beginselen voor technische onderzoeken en kunnen het vertrouwen van zeevarenden in deze onderzoeken versterken en aldus de samenwerking tussen onderzoeksinstantie en bemanning vergemakkelijken (zie de amendementen 1 en 4).

Uw rapporteur zal zijn raadpleging voortzetten en sluit niet uit dat hij op een later tijdstip nog andere amendementen indient.


PROCEDURE

Titel

Onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector

Document- en procedurenummers

COM(2005)0590 - C6-0056/2006 - 2005/0240(COD)

Datum indiening bij EP

23.11.2005

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

16.2.2006

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ENVI

16.2.2006

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

ENVI

21.2.2006

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Jaromír Kohlíček

21.3.2006

 

 

Behandeling in de commissie

19.4.2006

10.10.2006

22.11.2006

27.2.2007

Datum goedkeuring

27.2.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gabriele Albertini, Inés Ayala Sender, Etelka Barsi-Pataky, Paolo Costa, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Arūnas Degutis, Christine De Veyrac, Petr Duchoň, Saïd El Khadraoui, Robert Evans, Emanuel Jardim Fernandes, Mathieu Grosch, Georg Jarzembowski, Stanisław Jałowiecki, Timothy Kirkhope, Dieter-Lebrecht Koch, Jaromír Kohlíček, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Sepp Kusstatscher, Jörg Leichtfried, Bogusław Liberadzki, Eva Lichtenberger, Erik Meijer, Seán Ó Neachtain, Josu Ortuondo Larrea, Willi Piecyk, Luís Queiró, Luca Romagnoli, Gilles Savary, Brian Simpson, Renate Sommer, Dirk Sterckx, Ulrich Stockmann, Silvia-Adriana Ţicău, Georgios Toussas, Lars Wohlin, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Johannes Blokland, Philip Bradbourn, Jeanine Hennis-Plasschaert, Anne E. Jensen, Rosa Miguélez Ramos, Corien Wortmann-Kool

Datum indiening

27.3.2007

Juridische mededeling - Privacybeleid