Procedure : 2006/0129(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0125/2007

Ingediende teksten :

A6-0125/2007

Debatten :

PV 21/05/2007 - 18
CRE 21/05/2007 - 18

Stemmingen :

PV 22/05/2007 - 9.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0190

VERSLAG     ***I
PDF 335kWORD 609k
3.4.2007
PE 378.719v02-00 A6-0125/2007

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG

(COM(2006)0397 – C6‑0243/2006 – 2006/0129(COD))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Anne Laperrouze

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
 ADVIES van de Commissie visserij
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG

(COM(2006)0397 – C6‑0243/2006 – 2006/0129(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2006)0397)(1),

–   gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 175, lid 1 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0243/2006),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de adviezen van de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de Commissie visserij (A6‑0125/2007),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

OVERWEGING 1

(1) Chemische verontreiniging van het oppervlaktewater levert een bedreiging op voor het aquatisch milieu, waarbij effecten optreden als acute en chronische toxiciteit voor in het water levende organismen, accumulatie in het ecosysteem en verlies van habitats en biodiversiteit, en vormt tevens een bedreiging voor de gezondheid van de mens.

(1) Chemische verontreiniging van het oppervlaktewater levert een bedreiging op voor het aquatisch milieu, waarbij effecten optreden als acute en chronische toxiciteit voor in het water levende organismen, accumulatie in het ecosysteem en verlies van habitats en biodiversiteit, en vormt tevens een bedreiging voor de gezondheid van de mens. In de eerste plaats dienen de verontreinigingsoorzaken te worden opgespoord en dienen de emissies op een voor economie en milieu zo efficiënt mogelijke manier aan de bron te worden bestreden.

Motivering

Deze overweging sluit aan bij overweging 11 van de kaderrichtlijn water. Op grond daarvan moeten milieuaantastingen overeenkomstig het beginsel dat de vervuiler betaalt alsmede het voorzorgbeginsel en het beginsel van preventief handelen aan de bron worden bestreden.

Amendement 2

OVERWEGING 1 BIS (nieuw)

(1 bis) Overeenkomstig artikel 174 van het EG-Verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschap berust het communautaire milieubeleid op het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, op het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en op het beginsel dat de vervuiler betaalt.

Amendement 3

OVERWEGING 1 TER (nieuw)

 

(1 ter) Een ordentelijke kleinschalige en ecologische landbouw is noodzakelijk om een goede waterkwaliteit te waarborgen.

Amendement 4

OVERWEGING 2 BIS (nieuw)

 

(2 bis) De lidstaten dienen overeenkomstig artikel 16, leden 1 en 8, van Richtlijn 2000/60/EG de noodzakelijke maatregelen ten uitvoer te leggen ten einde de verontreiniging door prioritaire stoffen progressief te verminderen en emissies, lozingen en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen stop te zetten of geleidelijk te beëindigen.

Motivering

Om te verduidelijken dat de voorgestelde tekst een dochterrichtlijn is van de kaderrichtlijn water en dat (net als in de kaderrichtlijn) de lidstaten derhalve niet worden verplicht om ter verwezenlijking van de doelstellingen van het voorstel maatregelen te nemen die onevenredig kostbaar of technisch niet haalbaar zijn.

Amendement 5

OVERWEGING 4

(4) Sinds 2000 zijn er vele besluiten van de Gemeenschap vastgesteld die emissiebeheersingsmaatregelen in de zin van artikel 16 van Richtlijn 2000/60/EG voor individuele prioritaire stoffen vormen. Bovendien vallen veel maatregelen voor milieubescherming binnen de werkingssfeer van andere bestaande communautaire wetgeving. Daarom dient in plaats van de vaststelling van nieuwe beheersingsmaatregelen, die wellicht een herhaling betekenen van bestaande maatregelen, prioriteit te worden gegeven aan de toepassing en herziening van bestaande instrumenten.

(4) Sinds 2000 zijn er vele besluiten van de Gemeenschap vastgesteld die emissiebeheersingsmaatregelen in de zin van artikel 16 van Richtlijn 2000/60/EG voor individuele prioritaire stoffen vormen. Bovendien vallen veel maatregelen voor milieubescherming binnen de werkingssfeer van andere bestaande communautaire wetgeving. Daarom dient in plaats van de vaststelling van nieuwe beheersingsmaatregelen, die wellicht een herhaling betekenen van bestaande maatregelen, op korte termijn prioriteit te worden gegeven aan de toepassing en herziening van bestaande instrumenten. Na de indiening echter van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 2000/60/EG opgestelde stroomgebiedsbeheersplannen, met inbegrip van het overeenkomstig artikel 11 van diezelfde richtlijn opgestelde maatregelenprogramma, dient de Commissie te beoordelen of de tenuitvoerlegging en de herziening van bestaande instrumenten volledig heeft beantwoord aan de doelstellingen van Richtlijn 2000/60/EG, en of specifieke actie overeenkomstig deze richtlijn is vereist.

 

Indien naleving van de milieukwaliteitsnormen alleen mogelijk is door gebruiksbeperkingen of verboden voor individuele stoffen, dienen deze ten uitvoer te worden gelegd door middel van bestaande of nieuwe communautaire wetgeving, met name in het kader van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie.

Motivering

De Commissie heeft besloten voorbij te gaan aan haar verplichtingen uit hoofde van de kaderrichtlijn water, waarin werd gevraagd om voor het einde van 2003 voorstellen te doen voor emissiebeheersingsmaatregelen. Weliswaar kan met andere communautaire instrumenten dezelfde doelstelling worden bereikt, maar daarnaast moet op basis van de door de lidstaten ingediende maatregelenprogramma's worden beoordeeld of de maatregelen op basis van andere wetsinstrumenten voldoende zijn om de doelstellingen van de kaderrichtlijn water te verwezenlijken.

Wettelijk geregelde gebruiksbeperkingen voor chemische stoffen of verboden voor individuele stoffen kunnen ter waarborging van de uniformiteit van de mededinging voor verschillende standplaatsen en om redenen van competentievraagstukken alleen worden ingevoerd door middel van Gemeenschapsrecht. Naleving van milieukwaliteitsnormen ten aanzien van verontreiniging van water uit diffuse bronnen kan niet worden gewaarborgd met nationale beperkende maatregelen.

Amendement 6

OVERWEGING 4 BIS (nieuw)

 

(4 bis) In artikel 11, lid 2 van Richtlijn 2000/60/EG en in deel B van Bijlage VI betreffende het maatregelenprogramma is een niet-limitatieve lijst opgenomen van aanvullende maatregelen die de lidstaten mogen vaststellen als onderdeel van het maatregelenprogramma, zoals:

 

- wetgevingsinstrumenten;

 

- administratieve instrumenten;

 

- in onderhandeling tot stand gekomen milieuovereenkomsten.

Motivering

Niet alleen de wetgevingsinstrumenten maar ook de "aanvullende" maatregelen als bedoeld in artikel 11, lid 4 en deel B van Bijlage VI van de kaderrichtlijn water (2000/60/EG) moeten worden vermeld als eventuele oplossingen in geval normen regelmatig worden overschreden, aangezien meer op basis van vrijwilligheid tot stand gekomen, stimulerende maatregelen vaak meer effect hebben dan een strikt wettelijke benadering. Dit zal ertoe bijdragen dat voor deze richtlijn als zodanig en de milieuwetgeving in het algemeen bredere overeenstemming wordt verworven.

Amendement 7

OVERWEGING 5

(5) Ten aanzien van de beheersing van de emissie van prioritaire stoffen uit puntbronnen en diffuse bronnen, zoals bedoeld in artikel 16, leden 6 en 8, van Richtlijn 2000/60/EG, lijkt het kosteneffectiever en evenrediger als de lidstaten waar nodig naast de uitvoering van andere bestaande communautaire wetgeving adequate beheersingsmaatregelen opnemen in het maatregelenprogramma dat krachtens artikel 11 van Richtlijn 2000/60/EG voor elk stroomgebied moet worden ontwikkeld.

(5) Ten aanzien van de beheersing van de emissie van prioritaire stoffen uit puntbronnen en diffuse bronnen, zoals bedoeld in artikel 16, leden 6 en 8, van Richtlijn 2000/60/EG, dienen de lidstaten waar nodig naast de uitvoering van andere bestaande communautaire wetgeving overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 2000/60/EG adequate beheersingsmaatregelen op te nemen in het maatregelenprogramma dat krachtens artikel 11 van Richtlijn 2000/60/EG voor elk stroomgebied moet worden ontwikkeld, in voorkomende gevallen met toepassing van artikel 10 van Richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging1.

 

Ter waarborging van de uniformiteit van de mededingingsvoorwaarden op de interne markt moet bij de vaststelling van beheersingsmaatregelen voor de emissie van prioritaire stoffen uit puntbronnen altijd worden uitgegaan van het in Richtlijn 96/61/EG vastgelegde beginsel van de beste beschikbare technieken.

 

_____________

1 PB L 257 van 10.10.1996, blz. 26.

Motivering

Maatregelen van de lidstaten voor puntbronnen zijn van invloed op het mededingingsvermogen van vestigingsplaatsen en moeten derhalve worden afgestemd op uniforme Europese normen. In Richtlijn 96/61/EG werd via de "beste beschikbare technieken" een uniforme Europese norm ingevoerd voor industriële vestigingsplaatsen. Tegelijkertijd voorziet de in artikel 16 van Richtlijn 2000/60/EG verankerde gecombineerde aanpak in communautaire emissiebeheersingsmaatregelen.

Met dit amendement wordt beoogd te voorkomen dat de voorschriften van artikel 10 van de kaderrichtlijn water, die strengere emissiebeheersingsmaatregelen voorschrijft die verder gaan dan de beste beschikbare technieken wanneer dat nodig is om aan de milieukwaliteitsnormen te voldoen, worden ondermijnd.

Met dit amendement wordt verduidelijkt dat de lidstaten de vereisten van de IPPC-richtlijn ten uitvoer moeten leggen, om te beklemtonen dat er sprake moet zijn van strengere emissiebeheersingsmaatregelen die verder gaan dan de beste beschikbare technieken, wanneer dat nodig is om aan de milieukwaliteitsnormen te voldoen.

Amendement 8

OVERWEGING 5 BIS (nieuw)

(5 bis) Indien een probleem dat gevolgen heeft voor het waterbeheer niet kan worden opgelost door een lidstaat zelf, mag die lidstaat het overeenkomstig artikel 12 van richtlijn 2000/60/EG aan de Commissie melden. Een lidstaat moet een dergelijk probleem eveneens kunnen melden indien maatregelen van de Gemeenschap waarschijnlijk goedkoper of adequater zijn. In dergelijke gevallen moet de Commissie een uitwisseling van gegevens tussen alle lidstaten op gang brengen, en als maatregelen van de Gemeenschap inderdaad het beste alternatief lijken, dient de Commissie een verslag te publiceren en maatregelen voor te stellen.

Amendement 9

OVERWEGING 5 BIS (nieuw)

(5 bis) Aangezien de meeste andere communautaire besluiten nog niet volledig zijn aangenomen en uitgevoerd, is het momenteel lastig vast te stellen of met de tenuitvoerlegging van dit beleid de doelstellingen van de kaderrichtlijn water kunnen worden bereikt hetzij een ander communautair besluit noodzakelijk is. Dientengevolge is het wenselijk een officiële evaluatie uit te voeren van de samenhang en doeltreffendheid van alle communautaire wetgevingsbesluiten die direct of indirect bijdragen aan de bevordering van de kwaliteit van het water.

Amendement 10

OVERWEGING 6

(6) Beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG bevat de eerste lijst met 33 stoffen of groepen stoffen die prioriteit hebben gekregen voor maatregelen op communautair niveau. Sommige van deze prioritaire stoffen zijn aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof waarvan de emissies, lozingen en verliezen moeten worden stopgezet of geleidelijk moeten worden beëindigd. Voor sommige stoffen werd een evaluatie uitgevoerd en deze dienen nog te worden geclassificeerd.

(6) Beschikking nr. 2455/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2001 tot vaststelling van de lijst van prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG bevat de eerste lijst met 33 stoffen of groepen stoffen die prioriteit hebben gekregen voor maatregelen op communautair niveau. Sommige van deze prioritaire stoffen zijn aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof waarvan de emissies, lozingen en verliezen moeten worden stopgezet of geleidelijk moeten worden beëindigd. Bij in de natuur voorkomende of in natuurlijke processen ontstaande stoffen is een volledige stopzetting van lozingen, emissies en verliezen uit alle potentiële bronnen echter niet mogelijk. Voor sommige stoffen werd een evaluatie uitgevoerd en deze dienen nog te worden geclassificeerd. Aan de lijst van prioritaire stoffen dienen verdere stoffen te worden toegevoegd ten einde de doelstellingen van Richtlijn 2000/60/EG te verwezenlijken.

Motivering

Het is belangrijk geen toezeggingen te doen die onmogelijk gestand kunnen worden gedaan. Voor een aantal in de natuur voorkomende stoffen is volledige stopzetting niet mogelijk.

Uit de tekst van artikel 16, lid 8 van de kaderrichtlijn water, waarin wordt verwezen naar een "eerste" lijst van prioritaire stoffen, en uit Beschikking 2455/2001/EG, waarin wordt aangedrongen op de geleidelijke toevoeging van nieuwe stoffen aan de lijst, blijkt duidelijk dat de "eerste" lijst slechts het begin was en dat verdere stoffen zouden moeten worden toegevoegd ten einde de doelstellingen van de kaderrichtlijn water te verwezenlijken.

Amendement 11

OVERWEGING 6 BIS (nieuw)

 

(6 bis) Bij in de natuur voorkomende of in natuurlijke processen ontstaande stoffen, zoals bijvoorbeeld cadmium, kwik en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) is een volledige stopzetting van lozingen, emissies en verliezen uit alle potentiële bronnen niet mogelijk.

Motivering

Beschikking 2455/2001/EG, waarbij de lijst van prioritaire stoffen werd vastgesteld, bevatte belangrijke overwegingen die niet in de kaderrichtlijn werden overgenomen toen de lijst van prioritaire stoffen als Bijlage X werd toegevoegd. Met de voorgestelde extra overweging wordt de strekking van overweging 4 van de Beschikking, een amendement van het Europees Parlement, weergegeven, wat de bedoeling is.

Amendement 12

OVERWEGING 7

(7) Gelet op het communautaire belang en met het oog op een effectieve regelgeving van de bescherming van oppervlaktewateren dienen MKN te worden vastgesteld voor verontreinigende stoffen die op communautair niveau als prioritaire stoffen zijn ingedeeld en dient aan de lidstaten te worden overgelaten om waar nodig voor de overige verontreinigende stoffen op nationaal niveau voorschriften vast te stellen, mits de relevante communautaire voorschriften worden toegepast. Desalniettemin zijn acht verontreinigende stoffen die vallen binnen de werkingssfeer van Richtlijn 86/280/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen en behoren tot de groep van stoffen waarvoor uiterlijk in 2015 een goede chemische toestand moet worden bereikt, niet in de lijst van prioritaire stoffen opgenomen. De voor deze verontreinigende stoffen vastgestelde gemeenschappelijke normen bleken echter nuttig te zijn en de regelgeving van hun normen op communautair niveau dient te worden gehandhaafd.

(7) Gelet op het communautaire belang en met het oog op een effectieve regelgeving van de bescherming van oppervlaktewateren dienen MKN te worden vastgesteld voor verontreinigende stoffen die op communautair niveau als prioritaire stoffen zijn ingedeeld en dient aan de lidstaten te worden overgelaten om voor de overige verontreinigende stoffen op nationaal niveau voorschriften vast te stellen, mits de relevante communautaire voorschriften worden toegepast. Desalniettemin zijn acht verontreinigende stoffen die vallen binnen de werkingssfeer van Richtlijn 86/280/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen en behoren tot de groep van stoffen waarvoor uiterlijk in 2015 een goede chemische toestand moet worden bereikt, niet in de lijst van prioritaire stoffen opgenomen. De voor deze verontreinigende stoffen vastgestelde gemeenschappelijke normen bleken echter nuttig te zijn en de regelgeving van hun normen op communautair niveau dient te worden gehandhaafd.

Amendement 13

OVERWEGING 7 BIS (nieuw)

 

(7 bis) Bepaalde stoffen zijn, wanneer aanwezig in oppervlaktewater, zeer schadelijk voor vissen, maar zijn niet opgenomen in de lijsten met milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid. Het gaat hierbij met name om PFOS en Tetrabromobisphenol A (TBBP-A). De Commissie dient zo nodig voorstellen te doen om ook voor deze stoffen milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid vast te stellen.

Motivering

PCB's, dioxinen, PFOS en Tetrabromobisphenol zijn zeer schadelijk voor het milieu en dienen te worden opgenomen in de lijsten van stoffen met milieukwaliteitsnormen.

Amendement 14

OVERWEGING 9

(9) Het aquatisch milieu kan zowel op korte termijn als op lange termijn nadelige effecten van chemische verontreiniging ondervinden en derhalve dienen gegevens over zowel acute als chronische effecten als basis voor de vaststelling van MKN te worden gebruikt. Om ervoor te zorgen dat het aquatisch milieu en de gezondheid van de mens afdoende worden beschermd, dienen kwaliteitsnormen in de vorm van jaargemiddelden te worden vastgesteld op een niveau dat bescherming biedt tegen blootstelling op lange termijn en dienen maximaal aanvaardbare concentraties te worden vastgesteld als bescherming tegen blootstelling op korte termijn.

(9) Het aquatisch milieu kan zowel op korte termijn als op lange termijn nadelige effecten van chemische verontreiniging ondervinden en derhalve dienen gegevens over zowel acute als chronische effecten als basis voor de vaststelling van MKN te worden gebruikt. Om ervoor te zorgen dat het aquatisch milieu en de gezondheid van de mens afdoende worden beschermd, dienen kwaliteitsnormen in de vorm van jaargemiddelden te worden vastgesteld op een niveau dat bescherming biedt tegen blootstelling op lange termijn en dienen maximaal aanvaardbare concentraties te worden vastgesteld als bescherming tegen blootstelling op korte termijn. De toepassing van maximale toelaatbare concentraties overeenkomstig de gecombineerde benadering in artikel 10 van Richtlijn 2000/60/EG, de behandeling van met name uitschieters, en de bepaling van uitstootbeheersing moeten worden geharmoniseerd.

Motivering

Maximale aanvaardbare concentraties kunnen door uitbijters vertekeningen vertonen en zij verwijzen niet naar enigerlei tijdsperiode maar zij zijn veranderlijk van aard. Iedere poging dergelijke waarden te schatten of te voorspellen - hetgeen in het kader van de procedures inzake uitworpvergunningen noodzakelijk is - zal dan ook ernstige vertekeningen vertonen. Om te zorgen voor eerlijke mededingingsvoorwaarden worden er geharmoniseerde regels opgesteld om deze problematiek aan te pakken.

Amendement 15

OVERWEGING 10

(10) Bij gebrek aan uitgebreide en betrouwbare informatie over concentraties van prioritaire stoffen in biota en sedimenten op communautair niveau en gezien het feit dat informatie over oppervlaktewater een afdoende basis lijkt te vormen om een verstrekkende bescherming en een effectieve beheersing van verontreiniging te waarborgen, dient de vaststelling van MKN-waarden in deze fase tot uitsluitend oppervlaktewateren beperkt te blijven. Voor hexachloorbenzeen, hexachloorbutadieen en kwik kan de bescherming tegen indirecte effecten en secundaire vergiftiging echter niet alleen door MKN voor oppervlaktewateren op communautair niveau worden gewaarborgd. In die gevallen dienen derhalve MKN voor biota te worden vastgesteld. Om de lidstaten afhankelijk van hun monitoringstrategie flexibiliteit te geven, dienen zij te kunnen kiezen tussen monitoring en nalevingscontrole van deze MKN in biota of omzetting daarvan in MKN voor oppervlaktewater. Bovendien is het aan de lidstaten om MKN voor sedimenten of biota vast te stellen wanneer dit als aanvulling op de op communautair niveau vastgestelde MKN nodig en terecht is. Aangezien sedimenten en biota belangrijke matrixen blijven voor de monitoring van bepaalde stoffen door de lidstaten teneinde de effecten van activiteiten van de mens op lange termijn en tendensen te bepalen, dienen de lidstaten er bovendien voor te zorgen dat de huidige verontreinigingsniveaus in biota en sedimenten niet zullen stijgen.

(10) Bij gebrek aan uitgebreide en betrouwbare informatie over concentraties van prioritaire stoffen in biota en sedimenten op communautair niveau en gezien het feit dat informatie over oppervlaktewater een afdoende basis lijkt te vormen om een verstrekkende bescherming en een effectieve beheersing van verontreiniging te waarborgen, dient de vaststelling van MKN-waarden in deze fase tot uitsluitend oppervlaktewateren beperkt te blijven. Voor hexachloorbenzeen, hexachloorbutadieen en kwik kan de bescherming tegen indirecte effecten en secundaire vergiftiging echter niet alleen door MKN voor oppervlaktewateren op communautair niveau worden gewaarborgd. In die gevallen dienen derhalve MKN voor biota te worden vastgesteld. Om de lidstaten afhankelijk van hun monitoringstrategie flexibiliteit te geven, dienen zij te kunnen kiezen tussen monitoring en nalevingscontrole van deze MKN in biota of omzetting daarvan in MKN voor oppervlaktewater. Bovendien is het aan de lidstaten om MKN voor sedimenten of biota vast te stellen wanneer dit als aanvulling op de op communautair niveau vastgestelde MKN nodig en terecht is. Aangezien sedimenten en biota belangrijke matrixen blijven voor de monitoring van bepaalde stoffen door de lidstaten teneinde de effecten van activiteiten van de mens op lange termijn en tendensen te bepalen, dienen de lidstaten er bovendien voor te zorgen dat de huidige verontreinigingsniveaus in biota en sedimenten niet zullen stijgen. Daartoe dienen de lidstaten monitoring te verrichten betreffende prioritaire stoffen in biota en sedimenten, en de resultaten daarvan mee te delen aan de Commissie. De Commissie dient overeenkomstig artikel 16, lid 7 van Richtlijn 2000/60/EG op basis van de door lidstaten verstrekte informatie MKN voor biota en sedimenten voor te stellen.

Motivering

De verplichting voor lidstaten om ervoor te zorgen dat de huidige verontreinigingsniveaus in biota en sedimenten niet stijgen, blijven dode letter, wanneer er geen concrete monitoringverplichtingen zijn. De lidstaten moeten monitoring uitvoeren met betrekking tot biota en sedimenten, waarmee dan weer de basis wordt gelegd voor communautaire maatregelen met betrekking tot kwaliteitsnormen als bepleit in de kaderrichtlijn water.

Amendement 16

OVERWEGING 11 BIS (nieuw)

 

(11 bis) Lood, gebruikt in vistuig voor zowel de recreatieve als de professionele visserij, is een bron van waterverontreiniging. Ten einde het niveau van lood in het viswater te verminderen, dienen de lidstaten de visserijsector aan te sporen lood te vervangen door minder gevaarlijke alternatieven.

Amendement 17

OVERWEGING 11 TER (nieuw)

 

(11 ter) Polychloorbifenilen (PCB's) en dioxinen vormen twee groepen toxische, persistente en bioaccumulerende stoffen. Beide groepen brengen een aanzienlijk risico voor de menselijke gezondheid en het milieu met zich mee, hebben bijzonder negatieve gevolgen voor aquacultuursoorten en brengen derhalve de levensvatbaarheid van de visserijsector in gevaar. Bovendien heeft de Commissie bij verschillende gelegenheden gewezen op de noodzaak deze stoffen op te nemen in de lijst van prioritaire stoffen. Daarom moet in de onderhavige richtlijn de toekomstige opname ervan in deze lijst worden voorzien.

Amendement 18

OVERWEGING 18 BIS (nieuw)

 

(18 bis) In Verordening (EG) nr. 1907/2006 wordt bepaald dat er een herziening moet plaatsvinden om vast te stellen of de criteria voor de opsporing van persistente, bioaccumulerende en toxische stoffen adequaat zijn. Zodra de criteria van Verordening (EG) nr. 1907/2006 zijn gewijzigd, dient de Commissie bijlage X van Richtlijn 2006/60/EG dienovereenkomstig te amenderen.

Motivering

De in REACH vermelde criteria voor de opsporing van PBT blijken ontoereikend te zijn. Zij zijn zo strikt dat er vrijwel geen PBT worden opgespoord. Helaas zijn dezelfde criteria ook toegepast bij de herziening van Bijlage X bij Richtlijn 2000/60/EG. Zodra de PBT-criteria in REACH gecorrigeerd zijn, moet de Commissie ook Bijlage X herzien.

Amendement 19

OVERWEGING 22 BIS (nieuw)

 

(22 bis) Overeenkomstig artikel 174 van het Verdrag, zoals dat bevestigd werd in Richtlijn 2000/60/EG, houdt de Gemeenschap bij het bepalen van haar beleid op milieugebied rekening met de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens, de milieuomstandigheden in de onderscheiden regio's van de Gemeenschap, de economische en sociale ontwikkeling van de Gemeenschap als geheel en de evenwichtige ontwikkeling van haar regio's en met de voordelen en lasten die kunnen voortvloeien uit optreden of niet optreden.

Motivering

Het lijkt zinvol de diversiteit van de lokale situaties in termen van de chemische toestand van het water te onderstrepen, maar ook dat de normen en controlemaatregelen moeten berusten op de nieuwste wetenschappelijke technieken en gegevens (overweging 12 van de kaderrichtlijn).

Amendement 20

ARTIKEL 1

In deze richtlijn worden milieukwaliteitsnormen voor prioritaire stoffen en bepaalde andere verontreinigende stoffen vastgesteld.

In deze richtlijn worden maatregelen tot beperking van de waterverontreiniging en milieukwaliteitsnormen voor prioritaire stoffen en bepaalde andere verontreinigende stoffen vastgesteld ten einde:

 

(a) lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen voor 2015 te verminderen; en

 

(b) lozingen, emissies en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen stop te zetten, overeenkomstig de artikelen 1, 4 en 16 van Richtlijn 2000/60/EG, ten einde een goede chemische toestand voor alle oppervlaktewateren te bereiken. Het doel is ook om een verdere verslechtering te voorkomen en voor 2020 concentraties te bereiken die voor alle in de natuur voorkomende stoffen de natuurlijke achtergrondconcentraties benaderen, en concentraties die voor alle door de mens vervaardigde synthetische stoffen vrijwel nul bedragen, overeenkomstig internationale overeenkomsten betreffende de bescherming van de zee.

 

De in deze richtlijn uiteengezette doelstellingen moeten worden beschouwd als doelstellingen overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2000/60/EG.

 

Overeenkomstig de procedure van artikel 21, lid 2 van Richtlijn 2000/60/EG dient de Commissie voor 2020 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over het succes dat bij de uitvoering van deze richtlijn is geboekt.

Motivering

Met dit amendement wordt verduidelijkt dat het voorstel maatregelen omvat tot vermindering en stopzetting van verontreiniging.

Dit amendement houdt verband met de eigenlijke doelstellingen van de kaderrichtlijn water; de bedoeling is te beklemtonen dat het doel niet alleen moet zijn om het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen, maar om zulks te doen binnen het kader van de bredere doelstellingen van de kaderrichtlijn water als vastgesteld in artikel 16. Het is van wezenlijk belang dat de Commissie de uitvoering van deze richtlijn evalueert om te verzekeren dat de doelstellingen daarvan worden verwezenlijkt.

Amendement 21

ARTIKEL 2, LID 1, ALINEA 1

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de samenstelling van hun oppervlaktewateren voldoet aan milieukwaliteitsnormen voor prioritaire stoffen, uitgedrukt als jaargemiddelde en als maximaal aanvaardbare concentratie, zoals vastgesteld in deel A van bijlage I, en aan milieukwaliteitsnormen voor de in deel B van bijlage I vermelde verontreinigende stoffen.

Om een goede chemische toestand van de oppervlaktewaterlichamen te bereiken, overeenkomstig artikel 4, lid 1, letter a), van Richtlijn 2000/60/EG, zorgen de lidstaten ervoor dat de samenstelling van hun oppervlaktewaterlichamen, sedimenten en biota voldoet aan milieukwaliteitsnormen voor prioritaire stoffen zoals vastgesteld in deel A van bijlage I, en aan milieukwaliteitsnormen voor de in deel B van bijlage I vermelde verontreinigende stoffen.

Motivering

Het doel van het voorstel is normen vast te leggen voor een goede chemische toestand van het oppervlaktewater. In de bestaande tekst van het voorstel worden doelstellingen vastgelegd (voor alle oppervlaktewateren en niet voor de oppervlaktewaterlichamen) die geen deel uitmaken van de kaderrichtlijn. Dit amendement garandeert de samenhang met artikel 4 van de kaderrichtlijn.

Met dit amendement wordt tevens verduidelijkt wat ook wordt vermeld in artikel 16, lid 7 van de kaderrichtlijn water, namelijk dat de Commissie voorstellen moet indienen voor de milieukwaliteitsnormen in oppervlaktewater, sedimenten en biota.

Amendement 22

ARTIKEL 2, LID 1, ALINEA 1 BIS (nieuw)

 

De lidstaten nemen altijd de noodzakelijke maatregelen opdat bedrijven die afvalwater dat prioritaire stoffen bevat in wateren lozen, de beste beschikbare technieken toepassen bij de productie en bij de behandeling van afvalwater. Hierbij moet worden uitgegaan van de resultaten van de informatie-uitwisseling overeenkomstig artikel 16, lid 2 van Richtlijn 96/61/EG.

Motivering

Door bevordering van het inzetten van de in de IPPC-Richtlijn 96/61/EG inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging verankerde "beste beschikbare technieken" kunnen de lidstaten op een uniforme Europese basis de emissies van prioritaire stoffen uit puntbronnen effectief, mededingingsneutraal en overeenkomstig het voorzorgsbeginsel en het beginsel dat de vervuiler betaalt, verminderen.

Amendement 23

ARTIKEL 2, LID 1, ALINEA 2 BIS (nieuw)

De lidstaten dienen de beschikbare kennis en gegevens over de bronnen van de prioritaire stoffen en het verloop van verontreiniging uit te breiden om gerichte en doeltreffende controlemogelijkheden te vinden.

Amendement 24

ARTIKEL 2, LID 1 BIS (nieuw)

 

1 bis. Indien een water door meerdere lidstaten stroomt, moeten de monitoringprogramma's en de vastgestelde nationale inventarissen worden gecoördineerd, ten einde te voorkomen dat lidstaten die aan de benedenloop van dit water liggen, worden benadeeld.

Motivering

Het is belangrijk dat de monitoring van water dat door verschillende lidstaten loopt wordt gecoördineerd ten einde de verontreiniging aan de bron aan te pakken.

Amendement 25

ARTIKEL 2, LID 2

2. De lidstaten zorgen er op basis van de monitoring van de toestand van wateren, uitgevoerd overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2000/60/EG, voor dat de concentraties van de in de delen A en B van bijlage I vermelde stoffen in sedimenten en biota niet toenemen.

2. De lidstaten zorgen er op basis van de monitoring van de toestand van wateren, uitgevoerd overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2000/60/EG, voor dat de concentraties van de in de delen A en B van bijlage I vermelde stoffen in water, sedimenten en biota niet toenemen.

Motivering

Met dit amendement wordt verduidelijkt dat het voorstel maatregelen omvat tot vermindering en stopzetting van verontreiniging.

Amendement 26

ARTIKEL 2, LID 3, ALINEA 2

Voor de monitoring van de naleving van de milieukwaliteitsnormen voor de in de eerste alinea vermelde stoffen voeren de lidstaten een strengere norm voor water ter vervanging van de in deel A van bijlage I vermelde norm in of stellen zij een aanvullende norm voor biota vast.

Voor de monitoring van de naleving van de milieukwaliteitsnormen voor de in de eerste alinea vermelde stoffen voeren de lidstaten een strengere norm voor water ter vervanging van de in deel A van bijlage I vermelde norm in of stellen zij een aanvullende norm voor biota vast.

 

Monitoring van andere stoffen in Bijlage I kan in plaats van in water ook worden verricht in sedimenten of biota, indien lidstaten van mening zijn dat dit een meer adequate en vanuit kostenoogpunt doeltreffende methode is. Indien significante concentraties van stoffen worden opgespoord en lidstaten van mening zijn dat er een risico bestaat dat de milieukwaliteitsnormen voor water niet worden gehaald, wordt monitoring in water verricht ten einde naleving te waarborgen van de milieukwaliteitsnormen voor water.

Motivering

Ten einde zoveel mogelijk te verzekeren dat problemen met prioritaire stoffen in het aquatische milieu worden opgespoord, moet lidstaten de flexibiliteit worden geboden om stoffen in Bijlage I te monitoren in sedimenten of biota, indien zij van mening zijn dat dit een meer adequate en vanuit kostenoogpunt doeltreffende methode is. Wanneer echter significante concentraties van stoffen worden gevonden, moet een aanvullende monitoring in water worden verricht.

Amendement 27

ARTIKEL 2, LID 3 BIS (nieuw)

 

3 bis. Uiterlijk 12 maanden na de indiening van de inventarissen door de lidstaten doet de Commissie een voorstel betreffende kwaliteitsnormen die van toepassing zijn op de concentraties van de prioritaire stoffen in sedimenten en biota.

Motivering

De verplichting voor lidstaten om ervoor te zorgen dat de huidige niveaus in biota in sedimenten niet toenemen, maakt het noodzakelijk dat communautaire actie wordt ondernomen met betrekking tot kwaliteitsnormen als bepleit in artikel 16, lid 7 van de kaderrichtlijn water. Een passend tijdstip zou zijn een jaar nadat de lidstaten verslag hebben uitgebracht over hun bevindingen met betrekking tot prioritaire stoffen in sedimenten en biota.

Amendement 28

ARTIKEL 2, LID 3 BIS (nieuw)

 

3 bis. De lidstaten moeten voldoen aan Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water en de lidstaten zorgen, overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2000/60/EG, voor het beheer van de voor winning van drinkwater gebruikte oppervlaktewateren. Deze richtlijn dient derhalve, onverminderd de voorschriften waarvoor strengere normen nodig zijn, te worden toegepast.

Motivering

Artikel 16 (lid 1) van de KRW noemt expliciet de bescherming van de drinkwaterwinning. Deze richtlijn handelt slechts over de bescherming van gewone waterlichamen. De lichamen bestemd voor de onttrekking van drinkwater vereisen meer specifieke maatregelen en standaards om meer in overeenstemming te zijn met artikel 7 lid 3 van de KRW (reductie van zuivering).

Amendement 29

ARTIKEL 2, LID 4

4. De Commissie onderzoekt de vooruitgang van wetenschap en techniek, met inbegrip van de conclusies van de in artikel 16, lid 2, onder a) en b), bedoelde risicobeoordelingen, en dient indien nodig voorstellen voor de herziening van de in de delen A en B van bijlage I van deze richtlijn vastgestelde milieukwaliteitsnormen in.

4. De Commissie onderzoekt de vooruitgang van wetenschap en techniek, met systematische gebruikmaking van de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 ingestelde databank voor het screenen op stoffen die schadelijk zijn voor in het water levende organismen en stoffen die bioaccumuleerbaar of persistent zijn, met inbegrip van de conclusies van de in artikel 16, lid 2, onder a) en b), bedoelde risicobeoordelingen, en dient ten minste om de vier jaar voorstellen voor de herziening van de in de delen A en B van bijlage I van deze richtlijn vastgestelde milieukwaliteitsnormen in.

Motivering

Door dit amendement wordt verzekerd dat de Commissie de gegevens die beschikbaar komen door REACH gebruikt om verdere prioritaire stoffen op te sporen, en wordt verduidelijkt dat de verplichting van de Commissie uit hoofde van artikel 16, lid 4, om haar voorstel tenminste om de vier jaar te herzien, gehandhaafd blijft.

Amendement 30

ARTIKEL 2, LID 5

5. De Commissie kan volgens de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde procedure de verplichte berekeningsmethoden vaststellen die in bijlage I, deel C, punt 3, tweede alinea, van deze richtlijn worden bedoeld.

5. Teneinde een samenhangende en geharmoniseerde berekeningsmethode te verkrijgen moet de Commissie volgens de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde procedure en binnen twee jaar nadat deze richtlijn van kracht is geworden de verplichte methodologieën vaststellen, althans voor de aangelegenheden die in bijlage I, deel C, punt 3, tweede alinea, van deze richtlijn worden bedoeld.

Motivering

De praktische ervaring heeft geleerd dat, wanneer de procedures voor analyses en het nemen van monsters niet volgens de normen worden verricht, de vergelijking van uitkomsten en de doelmatigheid van de overzichten dubieus is. Thans bestaat voor bepaalde stoffen geen enkele geschikte of gestandaardiseerde controlemethode.

Om hetzelfde beschermingsniveau te bieden en mededingingsvervalsing tussen de lidstaten te voorkomen is een verplichte methodiek noodzakelijk. Ter aanvulling van de dienovereenkomstige bepaling in artikel 8, lid 3 van Richtlijn 2000/60/EG wordt een vast tijdschema ingevoerd om deze methoden te definiëren.

Amendement 31

ARTIKEL 2, LID 4, ALINEA 1 BIS (nieuw)

 

4 bis. De Commissie bestudeert de nieuwste wetenschappelijke informatie en de nieuwste technieken op het gebied van stoffen die zich ophopen in sedimenten en biota en bereidt daarvoor MKN voor.

Motivering

Het ligt meer voor de hand een onderzoek in te stellen naar zich in sedimenten en biota ophopende stoffen dan in de aquaeuze fase.

Amendement 32

ARTIKEL 2, LID 5 BIS (nieuw)

 

(5 bis) Indien het voor het bereiken van de milieukwaliteitsnormen nodig is een verbod voor bepaalde stoffen uit te vaardigen, dient de Commissie op communautair niveau daartoe strekkende voorstellen in tot wijziging van bestaande besluiten of invoering van nieuwe maatregelen.

Motivering

Wanneer het water wordt aangetast door verontreinigingsproblemen die slechts via beperking van de productie en de toepassing van bepaalde stoffen kunnen worden opgelost, moet de Commissie verzocht worden bindende, met voor alle lidstaten in gelijke mate verplichtende rechtsbesluiten op te lossen, met name in het kader van Verordening /EG) nr. 197/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 over de registratie, controle, toelating en beperking van chemische stoffen. (REACH).

Amendement 33

ARTIKEL 2, LID 5 TER (nieuw)

 

5 ter. Indien voor bepaalde installaties, stoffen of puntbronnen in verband met de tenuitvoerlegging van het principe "de vervuiler betaalt" en het voorzorgsbeginsel, alsmede de harmonisering van de uitvoeringspraktijk in de lidstaten, communautaire emissiegrenswaarden noodzakelijk zijn of nuttig voor het behalen van de milieukwaliteitsnormen, dient de Commissie, overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn 96/61/EG, daartoe voorstellen in.

Motivering

Die Richtlinie 96/61/EG des Rates vom 24. September 1996 über die integrierte Vermeidung und Verminderung der Umweltverschmutzung sieht das Instrument gemeinschaftlicher Emissionsgrenzwerte vor, falls sich insbesondere aufgrund des Informationsaustauschs gemäß Artikel 16 der Richtlinie 96/61/EG herausgestellt hat, dass die Gemeinschaft tätig werden muss. Gemeinschaftsweite Emissionsgrenzwerte sind immer dann geboten, wenn eine unterschiedlich strenge Vollzugspraxis der Mitgliedstaaten über lange Jahre zur Verletzung der grundlegenden Prinzipien des gemeinschaftlichen Umweltrechts, nämlich des Vorsorgeprinzips und des Verursacherprinzips, sowie zu einer vermeidbaren Umweltbelastung führt und wenn mit diesem Umstand z. Z. wesentliche Wettbewerbsverzerrungen im Binnenmarkt verbunden sind (Umweltdumping).

Amendement 34

ARTIKEL 2 BIS (nieuw)

 

Artikel 2 bis

 

Om de doelstelling vastgelegd in artikel 2 te halen, kunnen de lidstaten beperkingen stellen aan het gebruik of de lozing van stoffen die verder gaan dan is vastgelegd in Richtlijn 91/414/EEG en in Richtlijn XX/XXXX/EG die deze vervangt, of andere communautaire wetgeving.

Motivering

Deze richtlijn voorziet niet in aanvullende emmissiebeheersingsmaatregelen. Daarom moeten de lidstaten volledig het recht hebben om zelf zo nodig aanvullende emmissiebeheersingsmaatregelen te treffen.

Amendement 35

ARTIKEL 3

1. De lidstaten wijzen overgangsgebieden voor overschrijding aan, waar de concentraties van een of meer verontreinigende stoffen de desbetreffende milieukwaliteitsnormen mogen overschrijden, mits dit geen gevolgen heeft voor de naleving van deze normen in de rest van het desbetreffende oppervlaktewater.

1. Indien er bij één of meer puntbronnen geen technische oplossing bestaat om afvalwater afdoende te zuiveren wijzen de lidstaten overgangsgebieden voor overschrijding aan, waar de concentraties van een of meer verontreinigende stoffen, bij laag debiet, de desbetreffende milieukwaliteitsnormen mogen overschrijden, mits dit geen gevolgen heeft voor de naleving van deze normen in de rest van het desbetreffende oppervlaktewater.

 

De lidstaten nemen, in het kader van het in artikel 13 van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde stroomgebiedsbeheersplan een actieplan op voor het beperken van de omvang en de aanwezigheid van een overgangsgebied voor overschrijding, teneinde uiterlijk in 2018 te voldoen aan de gewenste milieukwaliteitsnormen.

2. De lidstaten stellen in elk geval de grenzen vast van de delen van de aan de lozingspunten gelegen oppervlaktewateren die als overgangsgebied voor overschrijding worden aangewezen, waarbij zij rekening houden met de desbetreffende bepalingen van het communautaire recht.

2. De lidstaten stellen in elk geval de grenzen vast van de delen van de aan de lozingspunten gelegen oppervlaktewateren die als overgangsgebied voor overschrijding worden aangewezen, waarbij zij rekening houden met de desbetreffende bepalingen van het communautaire recht.

De lidstaten nemen een beschrijving van elke begrenzing op in hun in artikel 13 van Richtlijn 200/60/EG bedoelde stroomgebiedbeheersplannen.

De lidstaten nemen een beschrijving van elke begrenzing op in hun in artikel 13 van Richtlijn 200/60/EG bedoelde stroomgebiedbeheersplannen.

3. De lidstaten voeren de toetsing van de in Richtlijn 96/61/EG bedoelde vergunningen of de in artikel 11, lid 3, onder g), van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde voorafgaande reguleringen uit teneinde de omvang van elk overgangsgebied voor overschrijding, zoals bedoeld in lid 1, dat is aangewezen in wateren die gevolgen ondervinden van lozingen van prioritaire stoffen, geleidelijk te reduceren.

3. De lidstaten voeren de toetsing van de in Richtlijn 96/61/EG bedoelde vergunningen of de in artikel 11, lid 3, onder g), van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde voorafgaande reguleringen uit teneinde de omvang van elk overgangsgebied voor overschrijding, zoals bedoeld in lid 1, dat is aangewezen in wateren die gevolgen ondervinden van lozingen van prioritaire stoffen, geleidelijk te reduceren.

4. De Commissie kan volgens de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde procedure de methode vaststellen die de lidstaten voor de aanwijzing van het overgangsgebied voor overschrijding moeten gebruiken.

4. De Commissie zal volgens de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde procedure de methode vaststellen die de lidstaten voor de aanwijzing van het overgangsgebied voor overschrijding moeten gebruiken.

Amendement 36

ARTIKEL 3, LID 2 BIS (nieuw)

 

2 bis. Ingeval van grensoverschrijdende waterlichamen moet bij de vaststelling van overgangsgebieden voor overschrijding de instemming van de andere betrokken lidstaten worden verkregen.

Motivering

In het geval van grensoverschrijdende waterlichamen zal de hoeveelheid van een prioritaire stof die in het water wordt geloosd op grond van een door een lidstaat afgegeven vergunning en de toegelaten grenswaarden overschrijdt, bij het overschrijden van de grens niet altijd dalen tot het in de richtlijn voorgeschreven niveau. Overeenstemming met de richtlijn moet alleen van de stroomafwaarts gelegen lidstaten worden verlangd als het reeds te ernstig verontreinigde water hun grondgebied bereikt zonder hun instemming.

Amendement 37

ARTIKEL 3 BIS (nieuw)

 

Artikel 3 bis

 

Emissiecontrolemethodes van de lidstaten

 

1. De lidstaten zullen om de doelen van artikel 1 te behalen, geïntegreerde plannen opstellen voor emissiebeheer en afbouwmaatregelen voor prioritaire en gevaarlijke prioritaire stoffen in het kader van het maatregelenprogramma van artikel 11 van Richtlijn 2000/60/EG. Deze plannen omvatten tenminste:

 

a) de resultaten van de onderzoeken bedoeld in artikel 4;

 

b) doeleinden voor bepaalde stoffen, bijvoorbeeld voor volume en massabalans;

 

c) sectoriële strategieën voor de belangrijkste verontreinigingsbronnen (in het bijzonder industrie, landbouw, bosbouw, huishoudens, gezondheidsstelsel, verkeer);

 

d) maatregelen ter reductie van diffuse verontreiniging als gevolg van verlies van stoffen in producten;

 

e) maatregelen ter vervanging van gevaarlijke prioritaire stoffen;

 

f) instrumenten zoals economische maatregelen overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2000/60/EG;

 

g) emissienormen in aanvulling op bestaande EG-verordeningen:

 

h) maatregelen op het terrein van voorlichting, advies en scholing.

 

2. Bij de opstelling van de plannen dient te worden uitgegaan van doorzichtige criteria, ze moeten worden getoetst in het kader van de herziening van de programma's. De lidstaten brengen om de drie jaren aan de Commissie en het publiek verslag uit over de voortgang van de uitvoering en over de mate waarin de maatregelen hebben bijgedragen aan het behalen van de doelen van de onderhavige richtlijn.

Motivering

Sluit aan op de artikelen 10 en 16 van de Waterrichtlijn.

Amendement 38

ARTIKEL 4, LID 1

1. Op basis van de overeenkomstig de artikelen 5 en 8 van Richtlijn 2000/60/EG en krachtens Verordening (EG) nr. 166/2006 verzamelde informatie stellen de lidstaten voor elk stroomgebied of gedeelte daarvan op hun grondgebied een inventaris op van de emissies, lozingen en verliezen van alle in de delen A en B van bijlage I vermelde prioritaire stoffen en verontreinigende stoffen.

1. Op basis van de overeenkomstig de artikelen 5 en 8 van Richtlijn 2000/60/EG en krachtens Verordening (EG) nr. 166/2006 verzamelde informatie of andere beschikbare gegevens, stellen de lidstaten voor elk stroomgebied of gedeelte daarvan op hun grondgebied een inventaris, eventueel met kaarten, op van de emissies, lozingen en verliezen en hun bronnen, van alle oorspronkelijke bronnen van in Bijlage II of de delen A en B van bijlage I vermelde prioritaire stoffen (zowel puntbronnen als diffuse bronnen van verontreiniging) en verontreinigende stoffen, met inbegrip van hun concentraties in sedimenten en biota..

 

De lidstaten nemen in de inventaris alle emissiebeheersmaatregelen op die genomen zijn voor prioritaire stoffen en verontreinigende stoffen die voorkomen in de delen A en B van bijlage I.

Motivering

Er dient duidelijk te worden gepreciseerd dat in de inventaris de bronnen van de emissies, lozingen en verliezen van prioritaire stoffen en verontreinigende stoffen moeten worden vermeld, alsmede de concentraties in sedimenten en biota. In verband met de doorzichtigheid dienen hiervan kaarten te worden gemaakt.

Gezien de verplichtingen van de lidstaten inzake reductie of eliminatie van prioritaire stoffen, dienen de lidstaten informatie over dergelijke maatregelen in hun inventaris op te nemen.

De uitdrukking "oorspronkelijke bron" wordt toegevoegd om ervoor te zorgen dat zuiveringsinstallaties niet worden beschouwd als bron van prioritaire stoffen. Zuiveringsinstallaties brengen geen prioritaire stoffen voort en zijn niet ontworpen om deze te verwijderen. De inventarisatie moet dus betrekking hebben op de "oorspronkelijke bron" die zich bevindt vóór de zuiveringsinstallaties die is aangesloten op het stedelijk afvoernetwerk. Bovendien moet deze inventarisatie niet alleen betrekking hebben op de puntbronnen van verontreiniging maar ook op de diffuse bronnen.

Amendement 39

ARTIKEL 4, LID 1 BIS (nieuw)

 

1 bis. De lidstaten stellen specifieke controleprogramma's op voor sedimenten en biota, met vermelding van de te onderzoeken soorten en substanties alsmede de wijze waarop de resultaten, al naargelang de seizoensschommelingen van de organismen, moeten worden uitgedrukt.

Amendement 40

ARTIKEL 4, LID 2, ALINEA 2 BIS (nieuw)

Voor de opstelling van hun inventarissen kunnen de lidstaten gebruik maken van gegevens over uitstoot, lozingen en verliezen die zijn verzameld sinds de inwerkingtreding van Richtlijn 2000/60/EG, mits deze gegevens voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen als die welke gelden voor de in lid 1 bedoelde gegevens.

Motivering

De lidstaten moeten in de gelegenheid worden gesteld resultaten te laten zien van vroegtijdig optreden. Bij de beoordeling van de vooruitgang moet de Commissie deze aanvullende gegevens in overweging nemen.

Amendement 41

ARTIKEL 4, LID 4 BIS (nieuw)

4 bis. Aangezien emissies, lozingen en verliezen van prioritaire stoffen geleidelijk dienen te worden verminderd of stopgezet, is het noodzakelijk dat de lidstaten hun inventaris vergezeld doen gaan van een tijdschema voor het bereiken van deze doeleinden.

Amendement 42

ARTIKEL 4, LID 5

5. De Commissie controleert of de emissies, lozingen en verliezen zoals die in de inventaris zijn vermeld, uiterlijk in 2015 voldoen aan de in artikel 4, lid 1, onder a), punt iv), van Richtlijn 2000/60/EG vastgestelde verplichtingen tot vermindering of stopzetting.

5. De Commissie controleert in 2012 of de emissies, lozingen en verliezen zoals die in de inventaris zijn vermeld, naar verwachting uiterlijk in 2015 kunnen voldoen aan de in artikel 4, lid 1, onder a), punt iv), van Richtlijn 2000/60/EG vastgestelde verplichtingen tot vermindering en stopzetting. De Commissie legt een verslag over deze controle voor aan het Europees Parlement en de Raad. Indien uit het verslag blijkt dat het behalen van de vereiste resultaten onwaarschijnlijk is, stelt zij uiterlijk in 2013 de nodige communautaire maatregelen voor ingevolge artikel 251 van het EG-Verdrag.

Motivering

Volgens artikel 4, lid 1 van de Waterrichtlijn zullen de lidstaten de nodige maatregelen ten uitvoer leggen overeenkomstig artikel 16, leden 1 en 8 met het doel om geleidelijk de verontreiniging terug te dringen of stop te zetten. Het is dan ook onaanvaardbaar dat tot het einde (2025) wordt gewacht om na te gaan in hoeverre aan de eisen wordt voldaan. Een dergelijke controle moet tenminste halverwege plaatsvinden en indien blijkt dat de doelen waarschijnlijk niet gehaald zullen worden, moeten op Europees niveau maatregelen worden genomen.

Amendement 43

ARTIKEL 4, LID 5, ALINEA 1 BIS (nieuw)

Tijdens de uitvoering van deze controle houdt de Commissie rekening met:

 

- technische uitvoerbaarheid en evenredigheid van de kosten;

 

- toepassing van de beste beschikbare technieken;

 

- de aanwezigheid van natuurlijke achtergrondconcentraties.

Motivering

In het kader van de beoordeling van de vooruitgang in de lidstaten naar verwezenlijking van het in artikel 4, lid 1, letter a), punt iv van Richtlijn 2000/60/EG gestelde doel houdt de Commissie rekening met omstandigheden die het toepassingsgebied van eventuele maatregelen beperken.

Amendement 44

ARTIKEL 4, LID 6

6. De Commissie kan volgens de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde procedure de methode vaststellen die de lidstaten voor de opstelling van de inventarissen moeten gebruiken.

6. De Commissie stelt volgens de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde procedure de technische specificaties voor de analyses vast, alsmede de methode die de lidstaten voor de opstelling van de inventarissen moeten gebruiken.

Amendement 45

ARTIKEL 4 BIS (nieuw)

 

Artikel 4 bis

 

Maatregelen ter vermindering van de verontreiniging door prioritaire stoffen

 

1. Voor het bereiken van een vermindering van de verontreiniging door prioritaire stoffen en gevaarlijke prioritaire stoffen, die is vastgesteld overeenkomstig artikel 4, lid 1, letter a, onder iv) van Richtlijn 2000/60/EG, zien de lidstaten erop toe dat het pakket maatregelen in het kader van artikel 11 van deze richtlijn ook preventie- en controlemaatregelen omvat, die betrekking hebben op de puntbronnen en de diffuse bronnen van verontreiniging, en de MKN die in deze richtlijn worden vastgesteld.

 

2. Op grond van de artikelen 4 en 12 van Richtlijn nr. 2000/60/EG en voor het behalen van de doelstellingen die daarin zijn opgenomen bepalen de lidstaten of het nodig is de tenuitvoerlegging van de bestaande maatregelen te herzien of nieuwe maatregelen in te voeren voor beperking en beheersing van verontreiniging door prioritaire stoffen en gevaarlijke prioritaire stoffen. Aangezien deze maatregelen het beste op communautair niveau kunnen worden genomen, stelt de Commissie de nodige maatregelen op communautair niveau voor.

 

3. In het kader van het verslag over de tenuitvoerlegging van artikel 18, lid 1 van Richtlijn 2000/60/EG, verricht de Commissie een officiële evaluatie van de consistentie en de doeltreffendheid van alle communautaire rechtshandelingen die, direct of indirect, gericht zijn op de goede kwaliteit van het water. Deze evaluatie biedt de mogelijkheid tot indiening, aanpassing of invoering van communautaire maatregelen.

 

4. De Commissie zal, overeenkomstig artikel 16, lid 8 van Richtlijn 2000/60/EG, emissiecontroletechnieken voorstellen die gebaseerd zijn op de beste beschikbare technieken, alsmede milieubeschermingsmethodes die door de lidstaten bij alle puntbronnen moeten worden toegepast.

Amendement 46

ARTIKEL 4 BIS (nieuw)

 

Artikel 4 bis

 

Opname van dioxinen en PCB's

 

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 16 van Richtlijn 2000/60/EG dient de Commissie uiterlijk 31 januari 2008 een voorstel tot herziening van deze richtlijn in met het oog op de opname van dioxinen en PCB's in de lijst van prioritaire stoffen in bijlage II en de opname van de overeenkomstige milieukwaliteitsnormen in bijlage I.

Amendement 47

ARTIKEL 4 TER (nieuw)

 

Artikel 4 ter

 

Verontreiniging uit derde landen

 

Uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige richtlijn presenteert de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag over de situatie van de verontreiniging die afkomstig is uit derde landen. Op grond van dit verslag zullen, indien nodig, het Europees Parlement en de Raad de Commissie uitnodigen om voorstellen te doen.

Motivering

De kwestie van de uit derde landen afkomstige verontreiniging moet door de Commissie worden aangepakt.

Amendement 48

ARTIKEL 9, LID 1, ALINEA 1

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [18 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie onverwijld in kennis van de tekst van die bepalingen en een correlatietabel tussen die bepalingen en deze richtlijn.

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [18 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie onverwijld in kennis van de tekst van die bepalingen en overleggen een correlatietabel tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Amendement 49

ARTIKEL 9 BIS (nieuw)

Artikel 9 bis

Aanvullende communautaire actie

De Commissie stelt duidelijke en transparante procedures op voor de vorming van een zo efficiënt mogelijk en gericht kader voor de communicatie door de lidstaten van gegevens over de prioritaire stoffen, die het communautaire besluitvormingsproces ondersteunen en het in de toekomst mogelijk maken geharmoniseerde MKN vast te stellen voor sedimenten of biota, alsmede extra emissiecontroles.

Amendement 50

BIJLAGE I, TITEL VAN DE BIJLAGE EN DEEL A

MILIEUKWALITEITSNORMEN VOOR PRIORITAIRE STOFFEN EN BEPAALDE ANDERE VERONTREINIGENDE STOFFEN

MILIEUKWALITEITSNORMEN VOOR PRIORITAIRE STOFFEN

Deel A: Milieukwaliteitsnormen (MKN) voor prioritaire stoffen in oppervlaktewateren

Milieukwaliteitsnormen (MKN) in oppervlaktewateren

Motivering

Het is geen reden verschil te maken tussen prioritaire stoffen en andere verontreinigende stoffen. Het is dus logisch ze op één plek te verzamelen.

Amendement 51

BIJLAGE I, DEEL B, TITEL

DEEL B: MILIEUKWALITEITSNORMEN (MKN) VOOR ANDERE VERONTREINIGENDE STOFFEN

schrappen

Motivering

Indien amendement 16 wordt goedgekeurd, worden alle verontreinigende stoffen in deel A van bijlage I opgenomen, zonder onderscheid tussen "prioritaire stoffen" en "andere verontreinigende stoffen". De titel van deel B kan dus vervallen.

Amendement 52

BIJLAGE I, DEEL C, LID 3, ALINEA 2

Als de natuurlijke achtergrondconcentraties voor metalen hoger zijn dan de MKN of als de hardheid, de pH of andere parameters voor de waterkwaliteit de biologische beschikbaarheid van metalen beïnvloeden, kunnen de lidstaten hier bij de beoordeling van de monitoringresultaten in vergelijking met de MKN rekening mee houden. Als zij hiervoor kiezen, is het gebruik van de overeenkomstig artikel 2, lid 5, vastgestelde berekeningsmethoden verplicht.

De natuurlijke achtergrondconcentraties voor metalen worden opgeteld bij de MKN. Als daarnaast de hardheid, de pH of andere parameters voor de waterkwaliteit de biologische beschikbaarheid van metalen beïnvloeden, kunnen de lidstaten hier bij de beoordeling van de monitoringresultaten in vergelijking met de MKN rekening mee houden. Als zij hiervoor kiezen, is het gebruik van de overeenkomstig artikel 2, lid 5, vastgestelde berekeningsmethoden verplicht. De natuurlijke achtergrondconcentraties van metalen in binnenwateren en kustwateren worden bepaald met inachtneming van met name de bodem en de natuurlijke uitspoeling in stroomgebieden van rivieren. De lidstaten maken in hun stroomgebiedbeheersplannen melding van de natuurlijke achtergrondconcentraties van metalen en geven daarbij aan hoe met de achtergrondconcentraties rekening is gehouden bij de beoordeling van de resultaten in vergelijking met de MKN.

Motivering

De natuurlijke achtergrondconcentraties van metalen in binnenwateren en kustwateren lopen binnen de EU sterk uiteen. Bij de vaststelling van de MKN voor metalen moet per stroomgebied rekening worden gehouden met metalen die vanuit de bodem en door natuurlijke uitspoeling in het water terechtkomen. Er bestaat geen wetenschappelijke consensus over de procedures voor het verdisconteren van achtergrondconcentraties van metalen in de MKN. Daarom mag er op EU-niveau geen wettelijk verplichte gemeenschappelijke berekeningsmethode worden voorgeschreven. De lidstaten moeten verplicht worden om in hun stroomgebiedbeheersplannen aan de Commissie te melden hoe met de achtergrondconcentraties rekening is gehouden bij de beoordeling van de resultaten in vergelijking met de MKN.

Amendement 53

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel, regel 1 (Richtlijn 2000/60/EG)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(1)

15972-60-8

240-110-8

Alachloor

 

Amendement van het Parlement

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(1)

15972-60-8

240-110-8

Alachloor

X

Motivering

Alachloor is een bestrijdingsmiddel dat in de EU niet meer voor algemeen gebruik toegestaan is. Het is kankerverwekkend en kan schadelijke effecten hebben voor vis en andere waterorganismen. Alachloor moet als prioritaire gevaarlijke stof worden aangemerkt omdat alleen nul-emissie schadelijke langetermijneffecten kan voorkomen.

Amendement 54

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel, regel 3 (Richtlijn 2000/60/EG)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(3)

1912-24-9

217-617-8

Atrazine

 

Amendement van het Parlement

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(3)

1912-24-9

217-617-8

Atrazine

X

Motivering

Atrazine is niet om wetenschappelijke maar om politieke redenen alleen maar als prioritaire stof aangemerkt. Het is een hormoonontregelaar die aanleiding geeft tot een "soortgelijk niveau van bezorgdheid". De Commissie stelt in haar effectbeoordeling dat atrazine op grond van het oordeel der deskundigen als prioritaire gevaarlijke stof kan worden aangemerkt gezien het "soortgelijke niveau van bezorgdheid", maar is daar vervolgens voor teruggeschrokken wegens de mogelijke gevolgen van een dergelijke beslissing. Daarmee wordt de kaderrichtlijn water ondermijnd. Atrazine moet als prioritaire gevaarlijk stof te boek staan.

Amendement 55

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel, regel 12 (Richtlijn 2000/60/EG)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(12)

117-81-7

204-211-0

Bis(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP)

 

Amendement van het Parlement

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(12)

117-81-7

204-211-0

Bis(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP)

X

Motivering

DEHP is een industriële chemische stof die in zeer grote hoeveelheden wordt toegepast, vrijwel uitsluitend als weekmaker in PVC. DEHP staat officieel te boek als schadelijk voor de voortplanting. Volgens het Wetenschappelijk Comité van de Europese Commissie is DEHP tamelijk persistent in aërobe bodems en sedimenten en zeer persistent onder anaërobe omstandigheden. Daarom moet het als "prioritaire gevaarlijke stof" worden aangemerkt.

Amendement 56

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel, regel 13 (Richtlijn 2000/60/EG)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(13)

330-54-1

206-354-4

Diuron

 

Amendement van het Parlement

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(13)

330-54-1

206-354-4

Diuron

X

Motivering

Diuron is een bestrijdingsmiddel dat algemeen gebruikt wordt voor onder meer onkruidbestrijding langs de spoorbaan en waarvoor de algemene beperking in de EU nog steeds geldt. Diuron is kankerverwekkend en schadelijk voor de voortplanting en het vervuilt het grondwater. Het moet daarom als prioritaire gevaarlijke stof worden aangemerkt.

Amendement 57

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel, regel 20 (Richtlijn 2000/60/EG)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(20)

7439-92-1

231-100-4

Lood en zijn verbindingen

 

Amendement van het Parlement

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(20)

7439-92-1

231-100-4

Lood en zijn verbindingen

X

Motivering

Lood is persistent, het hoopt zich op in weekdieren en is zeer giftig. Lood staat op de OSPAR-lijst van chemische stoffen waarvoor bij voorrang actie moet worden ondernomen en behoort tot de door HELCOM gedefinieerde prioritaire groepen schadelijke stoffen voor de Oostzee. Lood moet als prioritaire gevaarlijke stof worden aangemerkt, waarvan emissies en verliezen tot nul moeten worden teruggebracht.

Amendement 58

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel, regel 22 (Richtlijn 2000/60/EG)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(22)

91-20-3

202-049-5

Naftaleen

 

Amendement van het Parlement

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(22)

91-20-3

202-049-5

Naftaleen

X

Motivering

Naftaleen is een industriële chemische stof die evenals andere stoffen in kleurstoffen en pigmenten wordt verwerkt maar ook als uitgangsstof voor bestrijdingsmiddelen wordt gebruikt. Naftaleen is kankerverwekkend en neurotoxisch maar kan ook in de natuur voorkomen. Wegens zijn giftigheid voor waterorganismen, ook in lage concentraties, moet naftaleen als prioritaire gevaarlijke stof worden aangemerkt.

Amendement 59

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel, regel 25 (Richtlijn 2000/60/EG)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(25)

1806-26-4

217-302-5

Octylfenolen

 

 

140-66-9

niet van toepassing

(Para-tert-octylfenol)

 

Amendement van het Parlement

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(25)

1806-26-4

217-302-5

Octylfenolen

X

 

140-66-9

niet van toepassing

(Para-tert-octylfenol)

X

Motivering

Octylfenol is een betrekkelijk goedkope industriële chemische stof. Het mag sinds 2005 niet meer gebruikt worden voor het oplossen van bestrijdingsmiddelen. Andere industriële toepassingen vinden echter nog steeds plaats ofschoon octylfenol waarschijnlijk oestrogeenwerking heeft. Octylfenol staat op de OSPAR-lijst van chemische stoffen waarvoor bij voorrang actie moet worden ondernomen en moet wegens zijn giftigheid voor waterorganismen als prioritaire gevaarlijke stof worden aangemerkt.

Amendement 60

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel, regel 27 (Richtlijn 2000/60/EG)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(27)

87-86-5

231-152-8

Pentachloorfenol

 

Amendement van het Parlement

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(27)

87-86-5

231-152-8

Pentachloorfenol (PCP)

X

Motivering

PCP mag in de EU niet meer als bestrijdingsmiddel gebruikt worden. Het mag nog wel gebruikt worden voor houtconservering en voor bepaalde andere industriële toepassingen. PCP is vermoedelijk kankerverwekkend voor de mens en het vertoont hormoonwerking. PCP staat op de OSPAR-lijst van chemische stoffen waarvoor bij voorrang actie moet worden ondernomen en behoort tot de door HELCOM gedefinieerde prioritaire groepen schadelijke stoffen voor de Oostzee. PCP moet als prioritaire gevaarlijke stof worden aangemerkt.

Amendement 61

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel, regel 29 (Richtlijn 2000/60/EG)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(29)

122-34-9

204-535-2

Simazine

 

Amendement van het Parlement

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(29)

122-34-9

204-535-2

Simazine

X

Motivering

Simazine is niet om wetenschappelijke maar om politieke redenen alleen maar als prioritaire stof aangemerkt. Het is een hormoonontregelaar die aanleiding geeft tot een "soortgelijk niveau van bezorgdheid". De Commissie stelt in haar effectbeoordeling dat simazine op grond van het oordeel der deskundigen als prioritaire gevaarlijke stof kan worden aangemerkt gezien het "soortgelijke niveau van bezorgdheid", maar is daar vervolgens voor teruggeschrokken wegens de mogelijke gevolgen van een dergelijke beslissing. Daarmee wordt van de kaderrichtlijn water een lachertje gemaakt. Simazine moet als prioritaire gevaarlijk stof te boek staan.

Amendement 62

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel, regel 31 (Richtlijn 2000/60/EG)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(31)

12002-48-1

234-413-4

Trichloorbenzenen

 

Amendement van het Parlement

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(31)

12002-48-1

234-413-4

Trichloorbenzenen

X

Motivering

Trichloorbenzeen is waarschijnlijk persistent en hoopt zich vermoedelijk op in de voedselketen. Het geldt als giftige stof die aanleiding geeft tot een "soortgelijk niveau van bezorgdheid". De Commissie stelt in haar effectbeoordeling dat trichloorbenzeen op grond van het oordeel der deskundigen als prioritaire gevaarlijke stof kan worden aangemerkt gezien het "soortgelijke niveau van bezorgdheid", maar is daar vervolgens voor teruggeschrokken wegens de mogelijke gevolgen van een dergelijke beslissing. Daarmee wordt van de kaderrichtlijn water een lachertje gemaakt. Trichloorbenzeen moet als prioritaire gevaarlijk stof worden aangemerkt.

Amendement 63

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel, regel 33 (Richtlijn 2000/60/EG)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(33)

1582-09-8

216-428-8

Trifluraline

 

Amendement van het Parlement

Nummer

CAS-nummer

EU-nummer

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(33)

1582-09-8

216-428-8

Trifluraline

X

Motivering

Trifluraline is persistent in sedimenten en in de bodem, en men is het er algemeen over eens dat de stof bioaccumulerend en toxisch is. Op grond van de definities die in artikel 2, punt 29 van de Kaderrichtlijn Water voor "gevaarlijke stoffen" worden gegeven, moet trifluraline derhalve als prioritaire gevaarlijke stof worden aangemerkt.

Amendement 64

BIJLAGE X, TABEL, REGELS 33 BIS T/M 33 DECIES (nieuw)

Nummer

CAS-nummer1

EU-nummer2

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(33 bis)

n.v.t.

xxx-xxx-x

DDT totaal(1)

X

(33 ter)

50-29-3

200-024-3

para para DDT

X

(33 quater)

309-00-2

206-215-8

aldrin

X

(33 quinquies)

60-57-1

200-484-5

dieldrin

X

(33 sexies)

72-20-8

200-775-7

endrin

X

(33 septies)

465-73-6

207-366-2

isodrin

X

(33 octies)

56-23-5

200-262-8

tetrachloorkoolstof

X

(33 nonies)

127-18-4

204-825-9

tetrachloorethyleen

X

(33 decies)

79-01-6

201-167-4

trichloorethyleen

X

Motivering

DDT totaal omvat de som van de volgende isomeren; 1,1,1-trichloor-2,2 bis (p-chlorophenyl) ethaan (CAS-nr. 50-29-3; EU-nummer 200-024-3); 1,1,1-trichloor-2 (o-chlorophenyl)-2-(p-chlorophenyl) ethaan (CAS-nr. 789-02-6; EU-nummer 212-332-5); 1,1-dichloor-2,2 bis (p-chlorophenyl) ethyleen (CAS-nr. 72-55-9; EU-nummer 200-784-6) en 1,1- dichloor-2,2 bis (p-chlorophenyl) ethaan (CAS-nr. 72-54-8; EU-nummer 200-783-0).

Amendement 65

BIJLAGE II
Bijlage X, tabel (nieuw)

Nummer

CAS-nummer

EU-number

Naam van de prioritaire stof

Aangewezen als prioritaire gevaarlijke stof

(33 bis)

131-49-7

205-024-7

Amidotrizoate

(******)

(33 ter)

1066-51-9

--

AMPA

X(*****)

(33 quater)

25057-89-0

246-585-8

Bentazon

X(*****)

(33 quinquies)

80-05-7

 

Bisphenol A

X(*****)

(33 sexies)

92-88-6

202-200-5

4 4'-Biphenol

X(*****)

(33 septies)

298-46-4

06-062-7

Carbamazepine

(******)

(33 octies)

23593-75-1

245-764-8

Clotrimazole

X(*****)

(33 nonies)

84-74-2

201-557-4

dibutylphthalat (DBP)

X(*****)

(33 decies)

15307-86-5

 

Diclofenac

(******)

(33 undecies)

115-32-2

204-082-0

Dicofol

X(*****)

(33 duodecies)

67-43-6

200-652-8

DTPA

X(*****)

(33 terdecies)

60-00-4

200-449-4

EDTA

X(*****)

(33

quaterdecies)

637-92-3

211-309-7

ETBE

X(*****)

(33 quindecies )

57-12-5

 

Free Cyanide

(******)

(33 sexdecies)

1071-83-6

213-997-4

Glyphosate

X(*****)

(33 septdecies)

1222-05-5

214-946-9

HHCB

X(*****)

(33 octodecies)

60166-93-0

262-093-6

Iopamidol

(******)

(33 novodecies)

7085-19-0

230-386-8

Mecoprop (MCPP)

X(*****)

(33 vicies)

36861-47-9

253-242-6

4-Methylbenzylidene camphor

X(*****)

(33 unvicies)

81-14-1

201-328-9

Musk ketone

X(*****)

(33 duovicies)

81-15-2

201-329-4

Musk xylene

X(*****)

(33 tervicies)

1634-04-4

16-653-1

MTBE

X(*****)

(33 quatervicies)

81-04-9

201-317-9

Naphthalene-1,5-disulfonate

 

(33 quinvicies)

5466-77-3

226-775-7

Octyl-Methoxycinnamate

 

X(*****)

(33 sexvicies)

 

 

 

1763-23-1

 

2795-39-3

29081-56-9

29457-72-5

70225-39-5

 

 

335-67-1

 

3825-26-1

 

 

 

217-179-8

 

220-527-1

249-415-0

249-644-6

-

 

 

206-397-9

 

223-320-4

Perfluorinated Compounds (PFCs)

 

Perfluorooctane sulphonic acid (PFOS)

Potassium salt

Ammonium salt

Lithium salt

Diethanolamine (DEA) salt

 

Perfluorooctanoic acid (PFOA)

Ammonium perfluorooctanoate (APFO)

 

X(*****)

(33 septvicies)

124495-18-7

--

Quinoxyfen (5,7-dichloro-4-(p-fluorophenoxy)quinoline)

X(*****)

(33 octovicies)

79-94-7

201-236-9

Tetrabromobisphenol A (TBBP-A)

X(*****)

(33 novovicies)

21145-77-7

244-240-6

Tonalid (AHTN)

X(*****)

Motivering

(*****) Deze prioritaire stof wordt opnieuw onderzocht in verband met eventuele aanwijzing als "gevaarlijke prioritaire stof". Uiterlijk 12 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn zal de Commissie bij het Parlement en de Raad een voorstel indienen voor de definitieve indeling, ongeacht de termijn die is vastgesteld in artikel 16 van Richtlijn 2000/60/EG inzake Commissievoorstellen voor controles.

(******) Deze stof wordt eventueel aangemerkt als "prioritaire stof". Uiterlijk 12 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn zal de Commissie bij het Parlement en de Raad een voorstel indienen voor de definitieve indeling, ongeacht de termijn die is vastgesteld in artikel 16 van Richtlijn 2000/60/EG inzake Commissievoorstellen voor controles.

(1)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


TOELICHTING

Deze richtlijn vloeit voort uit de verplichting die is opgenomen in de richtlijn tot instelling van een kader voor een gemeenschappelijk waterbeleid. In artikel 16 van deze kaderrichtlijn staat een opsomming van diverse voorstellen die de Commissie moet indienen, zoals gerichte maatregelen tegen waterverontreiniging door bepaalde verontreinigende stoffen of groepen daarvan die een aanzienlijk risico inhouden voor of via het aquatisch milieu, het opstellen van een lijst van prioritaire stoffen en daaronder gevaarlijke prioritaire stoffen maar ook het vaststellen van toepasbare kwaliteitsnormen voor concentraties van prioritaire stoffen in oppervlaktewateren, bezinksel of biota.

Deze milieukwaliteitsnormen zijn concentraties van een verontreinigende stof of van groepen van verontreinigende stoffen in water, bezinksel of biota die, ter bescherming van de gezondheid van mens en milieu, niet overschreden mogen worden (artikel 2, punt 35 van de kaderrichtlijn). In de thans voorgestelde richtlijn worden de concentratielimieten in het grondwater vastgesteld voor 41 soorten pesticiden, zware metalen en andere gevaarlijke chemische stoffen die een groot risico vormen voor het aquatische planten- en dierenleven en voor de gezondheid van de mens. De Commissie zegt bij de opstelling van het voorstel langdurig te hebben overwogen om op Europees niveau specifieke controlemaatregelen in te voeren voor prioritaire stoffen. Een studie naar het effect van het voorstel zou hebben aangetoond dat dergelijke maatregelen momenteel niet zinvol zijn, gezien de veelheid aan communautaire instrumenten die al bestaan of zullen worden goedgekeurd, om emissies te verminderen.

Het gaat er dus om helderheid te scheppen over de verbanden tussen beide teksten en onduidelijkheden weg te nemen. Met name dient een evaluatie te worden gemaakt van de doelstellingen en de maatregelen die daartoe moeten leiden in het licht van de verplichtingen die in de kaderrichtlijn worden opgesomd, maar voorts dient bepaald te worden of ze zinvol zijn.

De rapporteur beklemtoont dat deze dochterrichtlijn deel uitmaakt van een alomvattende aanpak ter voorkoming van de verspreiding in het oppervlaktewater van als prioritair aangemerkte stoffen. Het is dus niet het eerste doel van deze tekst criteria voor de drinkbaarheid van het water vast te stellen. De Commissie heeft geen controlemaatregelen voor lozingen voorgesteld erop wijzend dat dit al in verschillende teksten gebeurt (REACH, IPPC,..) Er moet echter voor worden gezorgd dat deze maatregelen niet tegenstrijdig zijn, elkaar niet overlappen en vooral dat er geen emissiebronnen, lozingen en verliezen ongenoemd blijven, bijzondere omstandigheden van historische en natuurlijke aanwezigheid van bepaalde stoffen in aanmerking nemend.

De rapporteur heeft geprobeerd antwoord te geven op deze vragen maar ook op de problemen van de diffuse verontreiniging. Hij doet een beroep op de Commissie gemeenschappelijke methodologieën te ontwikkelen om een adequaat beschermingsniveau te waarborgen maar ook om concurrentievervalsing te vermijden.

In het Commissievoorstel wordt een onderscheid gemaakt tussen prioritaire stoffen en andere verontreinigende stoffen. Dit onderscheid zorgt alleen maar voor verwarring en de rapporteur stelt dan ook voor de acht "andere verontreinigende stoffen" onder de prioritaire stoffen op te nemen en ze zelfs in te delen als gevaarlijke prioritaire stoffen gezien de effecten die ze veroorzaken.

Ook het bijzondere geval van de havengebieden moet worden aangepakt. Havens zijn bij uitstek gebieden waar vrijgekomen stoffen zich sterk ontwikkelen als gevolg van baggerwerkzaamheden. Deze bijzondere situatie moet op een passende manier worden aangepakt.

De rapporteur dringt er bij de Commissie op aan de kwestie van de uit derde landen afkomstige verontreiniging op de agenda te plaatsen.

De rapporteur is tenslotte van opvatting dat over bepaalde kwestie van gedachte moet worden gewisseld. Sommige gesprekspartners met wie in de voorbereidingsfase van dit verslag is gesproken spreken hun verbazing uit over het feit dat bepaalde MKN-waarden niet overeenstemmen met de methodologie die beschreven wordt in de aan de CIRCA (Communication & Information Resource Centre Administrator) ter beschikking gestelde documenten.. In dit verband beklemtoont de rapporteur de noodzaak van een technische gedachtewisseling over de volgende stoffen: benzeen, cadmium, hexachloorbenzeen, hexachloorbutadieen, kwik, nikkel, lood, PAK (polycyclisch aromatische koolwaterstof). Uit deze gedachtewisselingen is al gebleken dat er onenigheid bestaat over de MKN-waarden van 0,05 ug.L - 1 voor kwik waarbij geen rekening wordt gehouden met secundaire giftigheid die verbonden is met methylkwik en van 0,2 ug.L - 1 voor cadmium. Wat betreft de onregelmatige verontreiniging, moeten eventuele uitzonderingen in het kader van deze richtlijn coherent zijn met de Waterrichtlijn, en dus door de Commissie worden gepreciseerd.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (1.3.2007)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG
(COM(2006)0397 – C6‑0243/2006 – 2006/0129(COD))

Rapporteur voor advies: Paul Rübig

BEKNOPTE MOTIVERING

In de Kaderrichtlijn Water(1), die in 2000 is aangenomen, wordt een strategie voorgeschreven om de verontreiniging van water met chemische stoffen te voorkomen en te beheersen. Van de lidstaten werd geëist dat zij verslechtering van de kwaliteit van oppervlaktewateren voorkwamen, dat zij uiterlijk in 2015 doelen voor milieukwaliteit haalden en dat zij uiterlijk in 2025 lozing, uitstoot en verlies van "prioritaire stoffen" en "prioritaire gevaarlijke stoffen" beperkten of geleidelijk stopzetten. Toentertijd zijn de nauwkeurige definities van "prioritaire (gevaarlijke) stoffen" en van milieukwaliteit echter achterwege gelaten. In 2001 heeft de Commissie deze leemte ten dele aangevuld door de stoffen te bepalen "die aanleiding geven tot bijzondere bezorgdheid"(2) (33 "prioritaire stoffen" waarvan 25 eventueel gevaarlijk).

Dit voorstel is bedoeld om de leemte verder aan te vullen door normen voor milieukwaliteit vast te stellen (zowel een maximumgrens ter voorkoming van onomkeerbare gevolgen voor de korte termijn, als een maximaal jaargemiddelde ter voorkoming van lange-termijn- en chronische gevolgen). Aldus wordt een inventaris opgesteld om te controleren of de beoogde beperking en/of beëindiging van lozingen, uitstoot of verliezen van stoffen die aanleiding geven tot bijzondere bezorgdheid worden verwezenlijkt, en er is een lijst opgesteld van 13 "prioritaire gevaarlijke stoffen".

Uw rapporteur voor advies spreekt zijn waardering uit voor dit voorstel. Water is een belangrijke grondstof die gebruikt wordt voor drinkwater en door industrie en landbouw, en het moet voor gebruik nu en in de toekomst worden beschermd. Naar verwachting dalen door dit voorstel de kosten voor drinkwaterbehandeling, en zal de industrie meer gelegenheid krijgen om te zorgen voor schonere technieken. Bovendien zal door het voorstel, daar vijf voorgaande richtlijnen worden herroepen, de administratieve belasting afnemen en de wetgeving eenvoudiger worden, en dus wordt er een bijdrage geleverd aan de door de Europese Unie nagestreefde betere regelgeving.

Uw rapporteur voor advies is echter van mening dat deze positieve aspecten moeten worden afgezet tegen de enorme problemen die de industrie te wachten staan doordat er aanvullende investeringen moeten worden gedaan.

Ten eerste zijn er in de Kaderrichtlijn Water specifieke bepalingen opgenomen om het mogelijk te maken dat bovengenoemde termijnen en milieunormen uit overwegingen van technische uitvoerbaarheid, buitensporige kosten, natuurlijke omstandigheden of sociaal-economische behoeften soepel kunnen worden toegepast of dat ervan kan worden afgeweken. Om het dubbele voordeel van betere bescherming en economische ontwikkeling te kunnen oogsten moet juridisch worden verduidelijkt hoe deze bepalingen in het kader van deze richtlijn worden toegepast.

Voorts omvat de lijst prioritaire stoffen die in de natuur voorkomen. Dit is een probleem voor industriële productie in het kader waarvan grondstoffen worden gebruikt, daar er altijd sporen van deze stoffen aanwezig zullen zijn, waarvan delen uiteindelijk ten gevolge van de thermodynamische wetten en de beperkingen van de beschikbare sturingstechnieken vrij zullen komen. Met het oog hierop moet er vaker worden verwezen naar de toepassing van de beste beschikbare technieken overeenkomstig Richtlijn 96/61/EG.

Uw rapporteur voor advies stelt het op prijs dat het voorstel geen nieuwe controles op de uitworp bevat en de lidstaten zoveel mogelijk soepelheid toestaat bij het kiezen van de tenuitvoerleggingsmaatregelen om de milieudoelen te bereiken. In uitzonderlijke gevallen zijn nieuwe maatregelen van de Gemeenschap wellicht echter doelmatiger. Dit soort maatregelen moet gebaseerd zijn op uitgebreid overleg tussen Commissie, lidstaten en belanghebbenden. De procedure overeenkomstig artikel 12 van de Kaderrichtlijn Water kan hiertoe eventueel worden toegepast.

Bescherming en economische bedrijvigheid moeten in evenwicht zijn. Vanuit dit oogpunt is de instelling van milieukwaliteitsnormen (MKN) waarvan een beschermende werking uitgaat met betrekking tot rechtstreekse en niet-rechtstreekse gevolgen te waarderen, en zij komt ten goede aan zowel de bescherming als de minimale belasting van lidstaten en economie. Waar dergelijke MKN niet kunnen worden vastgesteld, moet het gekozen concept niet worden opgegeven. In dit soort gevallen en als de stoffen in kwestie bioaccumulatieve eigenschappen vertonen, moeten voor de eventueel bedreigde sectoren geen MKN worden bepaald, maar zij moeten in het oog worden gehouden om verslechtering van betekenis tegen te gaan terwijl het werk aan algemeen beschermende MKN wordt voortgezet. Het geheel van niet-opgeloste vragen inzake de toepassing van MKN op bezinkingen en biota in de gecombineerde benadering, de voorlopige aard van dergelijke MKN en de meerderwaardigheid van het concept algemeen beschermende MKN vereist dat in het voorstel voor deze richtlijn dienovereenkomstige aanpassingen worden aangebracht.

Uw rapporteur voor advies maakt bezwaar tegen de absolute voorkoming van verslechtering. Dit zou veel verder gaan dan het concept voorkoming van verslechtering zoals bepaald in de bestaande Gemeenschapswetgeving, en waterbeheer zou daardoor onmogelijk worden.

Tenslotte spreekt uw rapporteur voor advies zijn waardering uit voor de praktische aanpak die de Commissie heeft gekozen om op Gemeenschapsniveau heldere, geharmoniseerde en bindende normen te bepalen en ontwrichting van de marktomstandigheden te voorkomen. Dit geldt echter eveneens voor de beoordeling van de stand van de waterkwaliteit en het gebruik van toelaatbare maximale concentraties in het kader van de gecombineerde aanpak uit hoofde van artikel 10 van de Kaderrichtlijn Water. Voor beide gevallen bestaat er een reeks alternatieven die in de praktijk kunnen worden toegepast, en die andere resultaten zouden kunnen opleveren. Zonder geharmoniseerde en verplichte methoden kunnen geen eerlijke mededingingsvoorwaarden tot stand worden gebracht. Bijzondere aandacht moet uitgaan naar gevallen waar tegenover de voorgestelde geen analytische methoden staan met voldoende lage kwantificatiegrenzen.

AMENDEMENTEN

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst(3)  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

OVERWEGING 4

(4) Sinds 2000 zijn er vele besluiten van de Gemeenschap vastgesteld die emissiebeheersingsmaatregelen in de zin van artikel 16 van Richtlijn 2000/60/EG voor individuele prioritaire stoffen vormen. Bovendien vallen veel maatregelen voor milieubescherming binnen de werkingssfeer van andere bestaande communautaire wetgeving. Daarom dient in plaats van de vaststelling van nieuwe beheersingsmaatregelen, die wellicht een herhaling betekenen van bestaande maatregelen, prioriteit te worden gegeven aan de toepassing en herziening van bestaande instrumenten.

(4) Sinds 2000 zijn er vele besluiten van de Gemeenschap vastgesteld die emissiebeheersingsmaatregelen in de zin van artikel 16, lid 6 van Richtlijn 2000/60/EG voor individuele prioritaire stoffen vormen. Bovendien vallen veel maatregelen voor milieubescherming binnen de werkingssfeer van andere bestaande communautaire wetgeving. Daarom dient in plaats van de vaststelling van nieuwe beheersingsmaatregelen, die wellicht een herhaling betekenen van bestaande maatregelen, prioriteit te worden gegeven aan de toepassing en herziening van bestaande instrumenten.

Motivering

Er moet niet worden verwezen naar artikel 16 in het algemeen, maar naar artikel 16, lid 6, waarin uitdrukkelijk de noodzaak van economische en evenredige controlemaatregelen wordt genoemd. In de lijsten van stoffen in de bijlagen I en II worden van nature voorkomende stoffen opgesomd (bijv. metalen) waarvan overal sporen worden aangetroffen. Op dit aspect moet met nadruk worden gewezen om de gevraagde controle operationeel te maken.

Amendement 2

OVERWEGING 5

(5) Ten aanzien van de beheersing van de emissie van prioritaire stoffen uit puntbronnen en diffuse bronnen, zoals bedoeld in artikel 16, leden 6 en 8, van Richtlijn 2000/60/EG, lijkt het kosteneffectiever en evenrediger als de lidstaten waar nodig naast de uitvoering van andere bestaande communautaire wetgeving adequate beheersingsmaatregelen opnemen in het maatregelenprogramma dat krachtens artikel 11 van Richtlijn 2000/60/EG voor elk stroomgebied moet worden ontwikkeld.

(5) Ten aanzien van de beheersing van de emissie van prioritaire stoffen uit puntbronnen en diffuse bronnen, zoals bedoeld in artikel 16, leden 6 en 8, van Richtlijn 2000/60/EG, lijkt het kosteneffectiever en evenrediger als de lidstaten waar nodig naast de uitvoering van andere bestaande communautaire wetgeving adequate beheersingsmaatregelen opnemen in het maatregelenprogramma dat krachtens de artikelen 10 en 11 van Richtlijn 2000/60/EG voor elk stroomgebied moet worden ontwikkeld.

Motivering

Met dit amendement wordt beoogd te voorkomen dat de voorschriften van artikel 10 van de Kaderrichtlijn Water, die strengere emissiebeheersingsmaatregelen voorschrijft die verder gaan dan de op de beste beschikbare techniek wanneer dat nodig is om aan de milieukwaliteitsnormen te voldoen.

Amendement 3

OVERWEGING 5 BIS (nieuw)

(5 bis) Indien een probleem dat gevolgen heeft voor het waterbeheer niet kan worden opgelost door een lidstaat zelf, mag die lidstaat het overeenkomstig artikel 12 van richtlijn 2000/60/EG aan de Commissie melden. Een lidstaat moet een dergelijk probleem eveneens kunnen melden indien maatregelen van de Gemeenschap waarschijnlijk goedkoper of adequater zijn. In dergelijke gevallen moet de Commissie een uitwisseling van gegevens tussen alle lidstaten op gang brengen, en als maatregelen van de Gemeenschap inderdaad het beste alternatief lijken, dient de Commissie een verslag te publiceren en maatregelen voor te stellen.

Amendement 4

OVERWEGING 9

(9) Het aquatisch milieu kan zowel op korte termijn als op lange termijn nadelige effecten van chemische verontreiniging ondervinden en derhalve dienen gegevens over zowel acute als chronische effecten als basis voor de vaststelling van MKN te worden gebruikt. Om ervoor te zorgen dat het aquatisch milieu en de gezondheid van de mens afdoende worden beschermd, dienen kwaliteitsnormen in de vorm van jaargemiddelden te worden vastgesteld op een niveau dat bescherming biedt tegen blootstelling op lange termijn en dienen maximaal aanvaardbare concentraties te worden vastgesteld als bescherming tegen blootstelling op korte termijn.

(9) Het aquatisch milieu kan zowel op korte termijn als op lange termijn nadelige effecten van chemische verontreiniging ondervinden en derhalve dienen gegevens over zowel acute als chronische effecten als basis voor de vaststelling van MKN te worden gebruikt. Om ervoor te zorgen dat het aquatisch milieu en de gezondheid van de mens afdoende worden beschermd, dienen kwaliteitsnormen in de vorm van jaargemiddelden te worden vastgesteld op een niveau dat bescherming biedt tegen blootstelling op lange termijn en dienen maximaal aanvaardbare concentraties te worden vastgesteld als bescherming tegen blootstelling op korte termijn. De toepassing van maximale toelaatbare concentraties overeenkomstig de gecombineerde benadering in artikel 10 van Richtlijn 2000/60/EG, de behandeling van met name uitschieters, en de bepaling van uitstootbeheersing moeten worden geharmoniseerd.

Motivering

Maximale aanvaardbare concentraties kunnen door uitbijters vertekeningen vertonen en zij verwijzen niet naar enigerlei tijdsperiode maar zij zijn veranderlijk van aard. Iedere poging dergelijke waarden te schatten of te voorspellen - hetgeen in het kader van de procedures inzake uitworpvergunningen noodzakelijk is - zal dan ook ernstige vertekeningen vertonen. Om te zorgen voor eerlijke mededingingsvoorwaarden worden er geharmoniseerde regels opgesteld om deze problematiek aan te pakken.

Amendement 5

OVERWEGING 18 BIS (nieuw)

 

(18 bis) In Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) en tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen1 wordt bepaald dat er een herziening moet plaatsvinden om vast te stellen of de criteria voor de opsporing van persistente, bioaccumulerende en toxische stoffen adequaat zijn. Zodra de criteria van Verordening (EG) nr. 1907/2006 worden gewijzigd, dient de Commissie bijlage X van Richtlijn 2006/60/EG dienovereenkomstig te amenderen.

 

____________________
1 PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

Motivering

De in REACH vermelde criteria voor de opsporing van PBT blijken ontoereikend te zijn. Zij zijn zo strikt dat er vrijwel geen PBT wordt opgespoord. Helaas zijn dezelfde criteria ook toegepast bij de herziening van Bijlage X bij Richtlijn 2000/60/EG. Zodra de PBT-criteria in REACH gecorrigeerd zijn, moet de Commissie ook Bijlage X herzien.

Amendement 6

ARTIKEL 2, LID 2

2. De lidstaten zorgen er op basis van de monitoring van de toestand van wateren, uitgevoerd overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2000/60/EG, voor dat de concentraties van de in de delen A en B van bijlage I vermelde stoffen in sedimenten en biota niet toenemen.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat er een passende monitoring plaatsvindt van de concentraties van de in de delen A en B van bijlage I vermelde stoffen in biota, recente sedimenten of gesuspendeerde vaste stoffen, indien deze stoffen een aanzienlijk accumulatiepotentieel vertonen in deze milieucompartimenten en indien de milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater als vermeld in de delen A en B van bijlage I de organismen onvoldoende beschermen tegen secundaire vergiftiging of bentische organismen. De lidstaten zien erop toe dat concentraties van deze stoffen gedurende de toetsingsperiode voor een stroomgebiedsbeheerplan overeenkomstig artikel 13, lid 7 van Richtlijn 2000/60/EG, niet significant toenemen.

 

De lidstaten zorgen in elk geval voor monitoring van hexachloorbenzeen, hexachloorbutadieen en methylkwik.

Motivering

Algemeen beschermende MKN voor oppervlaktewater dienen het voorzorgsbeginsel maar houden de kosten van monitoring en naleving lager. Zolang dergelijke MKN niet beschikbaar zijn, om dezelfde redenen als die welke hierboven uiteengezet zijn, moet er een verbod op "significante" verslechtering (stijgende tendens) gelden, terwijl gezorgd wordt voor monitoring van de concentraties van prioritaire stoffen in de betroffen sedimenten, biota of gesuspendeerde vaste stoffen. Een volledig verbod op verslechtering zou een duurzaam waterbeheer onmogelijk maken, en wordt ook nergens genoemd, noch in de huidige EU-waterwetgeving, noch in de Kaderrichtlijn Water zelf.

Amendement 7

ARTIKEL 2, LID 4 BIS (nieuw)

 

4 bis. De in de leden 1 tot en met 3 bedoelde milieukwaliteitsnormen laten de voorschriften van Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november of van artikel 7 van Richtlijn 2000/60/EG inzake voor de drinkwateronttrekking gebruikt water, die stringenter kunnen zijn, onverlet.

Motivering

Het is van belang om in het dispositief te verduidelijken dat de milieukwaliteitsnormen de specifieke communautaire voorschriften inzake voor menselijke consumptie bestemd drinkwater, onverlet laten.

Amendement 8

ARTIKEL 2, LID 5

5. De Commissie kan volgens de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde procedure de verplichte berekeningsmethoden vaststellen die in bijlage I, deel C, punt 3, tweede alinea, van deze richtlijn worden bedoeld.

5. De Commissie stelt volgens de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde procedure en binnen twee jaar nadat deze richtlijn van kracht is geworden de verplichte berekeningsmethoden vast althans voor de aangelegenheden die in bijlage I, deel C van deze richtlijn worden bedoeld.

Motivering

Om hetzelfde beschermingsniveau te bieden en mededingingsvervalsing tussen de lidstaten te voorkomen is een verplichte methodiek noodzakelijk. Ter aanvulling van de dienovereenkomstige bepaling in artikel 8, lid 3 van Richtlijn 2000/60/EG wordt een vast tijdschema ingevoerd om deze methoden te definiëren.

Amendement 9

ARTIKEL 3, LID 1

1. De lidstaten wijzen overgangsgebieden voor overschrijding aan, waar de concentraties van een of meer verontreinigende stoffen de desbetreffende milieukwaliteitsnormen mogen overschrijden, mits dit geen gevolgen heeft voor de naleving van deze normen in de rest van het desbetreffende oppervlaktewater.

1. De lidstaten wijzen overgangsgebieden voor overschrijding aan, waar de concentraties van een of meer verontreinigende stoffen de desbetreffende milieukwaliteitsnormen mogen overschrijden, mits dit de naleving van deze normen in de rest van het desbetreffende oppervlaktewater niet in gevaar brengt.

Motivering

Duidelijk moet worden aangegeven dat verwezenlijking van de doelen in Richtlijn 2000/60/EG voorrang heeft. De formulering "in gevaar brengt" wordt reeds gebruikt in de vergelijkbare bepaling in artikel 4, lid 8 van bedoelde richtlijn.

Amendement 10

ARTIKEL 4, LID 1

1. Op basis van de overeenkomstig de artikelen 5 en 8 van Richtlijn 2000/60/EG en krachtens Verordening (EG) nr. 166/2006 verzamelde informatie stellen de lidstaten voor elk stroomgebied of gedeelte daarvan op hun grondgebied een inventaris op van de emissies, lozingen en verliezen van alle in de delen A en B van bijlage I vermelde prioritaire stoffen en verontreinigende stoffen.

1. Op basis van de overeenkomstig de artikelen 5 en 8 van Richtlijn 2000/60/EG en krachtens Verordening (EG) nr. 166/2006 verzamelde informatie stellen de lidstaten voor elk stroomgebied of gedeelte daarvan op hun grondgebied een inventaris op van de emissies, lozingen en verliezen van alle in de delen A en B van bijlage I vermelde prioritaire stoffen en verontreinigende stoffen, met inbegrip van de bronnen van emissies, lozingen en verliezen en de desbetreffende kaarten.

 

De lidstaten vermelden voorts alle emissiebeheersingsmaatregelen die zij hebben genomen naar aanleiding van de emissies, lozingen en verliezen van prioritaire en verontreinigende stoffen die worden opgesomd in de inventaris.

Motivering

Er moet duidelijk worden vermeld dat bronnen van emissies, lozingen en verliezen van prioritaire en andere verontreinigende stoffen in de inventaris moeten worden opgenomen. Omwille van de transparantie moeten ze ook in kaart worden gebracht.

Gezien de verminderings- of stopzettingsverplichting betreffende emissies, lozingen en verliezen van prioritaire stoffen die overeenkomstig artikel 4, lid 1, letter a, punt iv van Richtlijn 2006/60/EG op de lidstaten rust, moeten zij ook informatie over dergelijke maatregelen in hun inventaris vermelden.

Amendement 11

ARTIKEL 4, LID 2, ALINEA 2 BIS (nieuw)

Voor de opstelling van hun inventarissen kunnen de lidstaten gebruik maken van gegevens over uitstoot, lozingen en verliezen die zijn verzameld sinds de inwerkingtreding van Richtlijn 2000/60/EG, mits deze gegevens voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen als die welke gelden voor de in lid 1 bedoelde gegevens.

Motivering

De lidstaten moeten in de gelegenheid worden gesteld resultaten te laten zien van vroegtijdig optreden. Bij de beoordeling van de vooruitgang moet de Commissie deze aanvullende gegevens in overweging nemen.

Amendement 12

ARTIKEL 4, LID 5, ALINEA 1 BIS (nieuw)

Tijdens de uitvoering van deze controle houdt de Commissie rekening met:

- technische uitvoerbaarheid en evenredigheid;

- toepassing van de beste beschikbare technieken;

- de aanwezigheid van natuurlijke achtergrondconcentraties.

Motivering

In het kader van de beoordeling van de vooruitgang in de lidstaten naar verwezenlijking van het in artikel 4, lid 1, letter a), punt iv van Richtlijn 2000/60/EG gestelde doel houdt de Commissie rekening met omstandigheden die het toepassingsgebied van eventuele maatregelen beperken.

Amendement 13

ARTIKEL 4, LID 6 BIS (nieuw)

6 bis. Indien maatregelen ter verwezenlijking van het in artikel 4, lid 1, letter a), punt iv van Richtlijn 2000/60/EG gestelde doel technisch onuitvoerbaar of buitensporig kostbaar zijn, kunnen de lidstaten de desbetreffende bepalingen van artikel 4, leden 4 en 5 van deze richtlijn toepassen.

Motivering

Ten gevolge van de huidige formulering moet de toepassing van artikel 4, leden 4 en 5 van Richtlijn 2000/60/EG ter verwezenlijking van het doel van artikel 4, lid 1, letter a, punt iv van die richtlijn worden toegelicht.

Amendement 14

ARTIKEL 4 BIS (nieuw)

Artikel 4 bis

Nieuwe maatregelen van de Gemeenschap ter beheersing van de uitstoot

1. Indien een lidstaat overeenkomstig artikel 12, lid 1 van richtlijn 2000/60/EG melding maakt van een probleem dat op nationaal niveau niet kan worden opgelost, of indien een lidstaat meldt dat maatregelen van de Gemeenschap waarschijnlijk goedkoper of adequater zijn, organiseert de Commissie een uitwisseling van gegevens met alle lidstaten en belanghebbenden om te beoordelen of maatregelen van de Gemeenschap noodzakelijk zijn of kosten zouden besparen en adequater zouden zijn, en zij publiceert ter zake een verslag dat zij indient bij het Europees Parlement en de Raad.

 

2. Indien in het verslag van de Commissie de noodzaak, het kostenbesparende of adequate karakter van maatregelen van de Gemeenschap worden bevestigd, stelt de Commissie binnen twee jaar na publicatie van het verslag adequate maatregelen voor.

Motivering

Het besluit van de Commissie in deze richtlijn geen nieuwe uitstootbeheersingsmaatregelen overeenkomstig artikel 16, lid 6 van Richtlijn 2000/60/EG voor te stellen wordt positief ontvangen. Niettemin is de procedure overeenkomstig artikel 12 van Richtlijn 2000/60/EG een aanvullend alternatief voor specifieke problemen. In dit amendement wordt de nadruk op dit alternatief gelegd en er worden specificaties voor de procedure gegeven.

PROCEDURE

Titel

Milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid

Document- en procedurenummers

COM(2006)0397 – C6-0243/2006 – 2006/0129(COD)

Commissie ten principale

ENVI

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ITRE

5.9.2006

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Paul Rübig

4.10.2006

 

 

Behandeling in de commissie

27.11.2006

19.12.2006

27.2.2007

 

Datum goedkeuring

27.2.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

32

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Březina, Philippe Busquin, Jorgo Chatzimarkakis, Pilar del Castillo Vera, Den Dover, Lena Ek, Adam Gierek, Norbert Glante, András Gyürk, Fiona Hall, David Hammerstein Mintz, Erna Hennicot-Schoepges, Ján Hudacký, Werner Langen, Eugenijus Maldeikis, Eluned Morgan, Reino Paasilinna, Atanas Paparizov, Vladimír Remek, Herbert Reul, Teresa Riera Madurell, Paul Rübig, Andres Tarand, Britta Thomsen, Patrizia Toia, Catherine Trautmann, Claude Turmes, Nikolaos Vakalis, Alejo Vidal-Quadras

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Alexander Alvaro, Danutė Budreikaitė, Philip Dimitrov Dimitrov, Robert Goebbels, Satu Hassi, Gunnar Hökmark, Esko Seppänen, Lambert van Nistelrooij

(1)

PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1.

(2)

PB L 331 van 15.12.2001, blz. 1.

(3)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (25.1.2007)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG
(COM(2006)0397 – C6‑0243/2006 – 2006/0129(COD))

Rapporteur voor advies: Bernadette Bourzai

BEKNOPTE MOTIVERING

Waarom dit voorstel van de Europese Commissie?

De kaderrichtlijn water (KRW) die in december 2000 werd aangenomen, heeft ten doel elke extra verslechtering van de kwaliteit van de waterlichamen te voorkomen en meer bescherming te bieden aan het aquatisch milieu. Beoogd wordt de bestrijding van de verontreiniging in het algemeen en de richtlijn voorziet daartoe in de geleidelijke afneming van de chemische verontreiniging, met name de stopzetting of geleidelijke beëindiging van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen en prioritaire gevaarlijke stoffen die een onaanvaardbaar risico voor of via het aquatisch milieu inhouden.

Het beleid op het gebied van water wordt uitgevoerd op basis van stroomgebiedsbeheerplannen. De lidstaten moeten de nodige maatregelen treffen om de verslechtering van alle oppervlaktewaterlichamen te voorkomen, maar ook om de kwaliteit daarvan te herstellen en te verbeteren.

Doel van onderhavig voorstel - in toepassing van artikel 16, lid 7 van de Kaderrichtlijn water - is te controleren en te garanderen dat door de vaststelling van milieukwaliteitsnormen (MKN) een hoog beschermingniveau voor water wordt bereikt, d.w.z. grenswaarden om de mens, flora en fauna te beschermen, aan de hand van gegevens inzake de toxiciteit, persistentie en potentiële bioaccumulatie van een stof en gegevens inzake het verloop ervan in het milieu.

De MKN beogen de bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu maar ook de harmonisatie van de economische voorwaarden op de interne markt, want er bestaan grote verschillen tussen de in de diverse lidstaten vastgestelde normen.

Verontreinigende stoffen afkomstig van de landbouw

Verontreinigende stoffen komen vanuit verschillende bronnen in het milieu terecht: landbouw, industrie (zware metalen, oplosmiddelen...), verbranding, etc.

Het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling concentreert zich op de verontreiniging van water door de landbouw en meer in het bijzonder op pesticiden, aangezien nitraten in dit voorstel voor een richtlijn niet aan de orde komen.

Pesticiden worden vaak aansprakelijk gesteld voor de verslechtering van de ecologische staat van het oppervlaktewater en de kustwateren want zij kunnen lang aanwezig blijven in het milieu en over lange afstanden worden getransporteerd. Het gaat dus om een diffuse verontreiniging waarvan de grenzen moeilijk zijn vast te stellen, want zij ontstaat door sijpelingen, rechtstreekse verliezen in de bodem en in de lucht, het door regen schoonwassen van planten....

In de lijst van prioritaire stoffen (Bijlage I, deel A) staan talloze pesticiden: 1, 3, 8, 9, 13, 14, 17, 18, 19, 26, 27, 29, 33. Sommige worden in de landbouw niet meer gebruikt maar er worden nog sedimenten van aangetroffen in bepaalde rivieren. De 8 andere verontreinigende stoffen (Bijlage I, Deel B) die onder het voorstel voor een richtlijn vallen, zijn allemaal pesticiden.

Er worden nog altijd uitzonderlijk grote hoeveelheden pesticiden aangetroffen in het aquatisch milieu. In de landbouw moet dus de voorkeur worden gegeven aan voor het milieu ongevaarlijke stoffen, aan de meest doeltreffende toepassingsmethoden, aan de aanwezigheid van bufferzones tussen de velden en de waterlopen, aan het beperken van de verspreiding in de lucht bij sproeien...Deze punten zullen voor het merendeel worden behandeld in teksten betreffende pesticiden die momenteel voor aanneming in behandeling zijn.

Het standpunt van de rapporteur

Dit voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van milieukwaliteitsnormen voor water kan niet als iets op zichzelf staands worden behandeld want er zijn een groot aantal milieubeschermingsmaatregelen die onder het toepassingsgebied vallen van andere reeds bestaande of voor aanneming in behandeling zijnde communautaire wetgevingsbesluiten.

Er dient dus voor te worden gewaakt dat er geen tegenstrijdigheden met de doelstellingen en bepalingen van andere wetsteksten worden binnengesluisd, en dat niet wordt vooruitgelopen op wetsteksten die de komende maanden worden aangenomen, zodat elke stukje van de puzzel precies past in het geheel.

Ook dient rekening te worden gehouden met de geldende wetgeving zoals Richtlijn 80/778/EEG betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd drinkwater, richtlijn 91/414/EEG betreffende het op de markt brengen van fytofarmaceutische producten, de in 1996 aangenomen IPPC-richtlijn (Integrated Pollution prevention and control), de Kaderrichtlijn water (2000/60/EG), alsmede met de teksten die voor aanneming in behandeling zijn zoals de REACH-richtlijn, de thematische strategie voor duurzaam gebruik van pesticiden, de richtlijn betreffende het duurzaam gebruik van pesticiden, de herziening van de richtlijn pesticiden.

Het is echter moeilijk om momenteel al vast te stellen of het met de tenuitvoerlegging van deze andere aanvullende wetgevingsbesluiten mogelijk zal zijn de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water te bereiken of dat daarvoor nog een extra communautair besluit nodig is. Er dient dus een officiële evaluatie te worden gemaakt van de bestaande wetgeving om de lacunes op te vullen en verbeteringen voor te stellen en een werkelijk geïntegreerde aanpak van het Europees waterbeleid en, meer in het algemeen, van het milieubeleid te bevorderen.

De Europese Commissie heeft ervoor gekozen een voorstel in te dienen dat zich ertoe beperkt geharmoniseerde MKN op communautair niveau voor te stellen maar zonder, in vergelijking met de bestaande communautaire wetgeving, extra "emissiecontroles". Zij laat het aan de lidstaten over om regels vast te stellen voor de andere verontreinigende stoffen op nationaal niveau. Deze oplossing, die wordt gepresenteerd als de meest flexibele, de meest aangepaste en economisch gezien de meest voordelige, leent zich echter voor kritiek omdat de Commissie, om de vaststelling van MKN op communautair niveau te rechtvaardigen, juist het argument van een gunstige harmonisatie van de economische voorwaarden en een vermindering van de bureaucratische rompslomp voor de lidstaten aanvoert.

De MKN gelden voor binnenwateren (rivieren, meren) en overgangswater (kustwateren). In artikel 16, lid 7 van de Kaderrichtlijn water wordt de Commissie verzocht "voorstellen in (te dienen) voor kwaliteitsnormen voor de concentraties van de prioritaire stoffen in oppervlaktewater, sedimenten of biota".

Het onderhavige voorstel concentreert zich echter op het oppervlaktewater want volgens de Commissie ontbreekt het aan gedetailleerde gegevens over de aanwezigheid van stoffen in sedimenten en biota, uitgezonderd voor 3 stoffen. Het is dus nogmaals aan de lidstaten om de op communautair niveau opgestelde MKN aan te vullen, maar men kan zich afvragen of deze over de middelen beschikken om dat te bereiken.

Dit is een betreurenswaardige keuze want vele verontreinigende stoffen zetten zich af en hopen zich op in de rivierbeddingen en veroorzaken infiltratiegevaar en dus verontreiniging van grondwater en een wijde verspreiding van de verontreinigende stoffen, soms tot aan de kustzone, als de rivieren worden uitgebaggerd.

De rapporteur merkt tevens op dat eventuele interactie van stoffen en hun samenklonteringen niet in aanmerking zijn genomen.

De rapporteur is verontrust over het feit dat de lidstaten overgangsgebieden voor overschrijding mogen vaststellen. Industrieën worden immers geacht hun lozingen te behandelen of te ontgiften zodat de vastgestelde normen kunnen worden nageleefd, dus deze uitzondering zou niet nodig moeten zijn. Wat de landbouwactiviteiten betreft lijkt het de rapporteur lastig de specifieke lozingspunten te identificeren.

Er zijn twee soorten geharmoniseerde MKN gedefinieerd: een MKN op basis van de maximale aanvaardbare concentratie, waarmee dus de vervuiling op korte termijn wordt gecontroleerd, en een MKN op basis van een jaargemiddelde.

De referentieperiode voor de concentratiemetingen van verontreinigende stoffen die in de inventarissen moeten worden opgenomen, is een jaar; voor pesticiden is die referentiepriode drie jaar want de gebruikte doses en de verliezen in de natuur veranderen van jaar tot jaar afhankelijk van de weersomstandigheden.

Men moet echter niet vergeten dat de risico's van vervuiling het grootst zijn als op dezelfde plek herhaaldelijk een prioritaire stof wordt gebruikt, en dat is nu juist het geval bij pesticiden die in de landbouw vooral van maart tot september worden gebruikt. De aantastingen van ecosystemen kunnen onherstelbaar zijn of bijzonder schadelijk gedurende de periode dat de pesticiden het meest intens worden gebruikt. Voor pesticiden moet dus een gemiddelde over drie jaar worden vastgesteld, maar dan wel een gemiddelde van de concentraties die zijn vastgesteld tijdens de gebruiksperiode.

Tenslotte, aangezien de emissies, lozingen en verliezen van prioritaire stoffen geleidelijk moeten worden verminderd of stopgezet, is het noodzakelijk dat de lidstaten als zij hun inventarissen opstellen ook een aangepast tijdschema opstellen voor het bereiken van deze doelstelling.

AMENDEMENTEN

De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst(1)  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

OVERWEGING 1 BIS (nieuw)

(1 bis) Overeenkomstig artikel 174 van het Verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschap berust het communautaire milieubeleid op het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, op het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en op het beginsel dat de vervuiler betaalt.

Amendement 2

OVERWEGING 1 BIS (nieuw)

 

(1 bis) Een ordentelijke kleinschalige en ecologische landbouw is noodzakelijk om een goede waterkwaliteit te waarborgen.

Amendement 3

OVERWEGING 4 BIS (nieuw)

 

(4 bis) In artikel 11, lid 2 van Richtlijn 2000/60/EG en in deel B van Bijlage VI van het maatregelenprogramma is een niet-limitatieve lijst opgenomen van aanvullende maatregelen die de lidstaten mogen vaststellen als onderdeel van het maatregelenprogramma, zoals:

- wetgevingsinstrumenten;

- administratieve instrumenten;

- in onderhandeling tot stand gekomen milieuovereenkomsten.

Motivering

Niet alleen de wetgevingsinstrumenten maar ook de "aanvullende" maatregelen als bedoeld in artikel 11, lid 4 en deel B van Bijlage VI van de Kaderrichtlijn waterbeleid (2000/60/EG) moeten worden vermeld als eventuele oplossingen in geval normen regelmatig worden overschreden, aangezien krachtigere, meer stimulerende maatregelen vaak meer effect hebben dan een strikt wettelijke benadering. Dit zal ertoe bijdragen voor deze richtlijn als zodanig en de milieuwetgeving in het algemeen bredere overeenstemming te verwerven.

Amendement 4

OVERWEGING 5 BIS (nieuw)

(5 bis) Aangezien de meeste andere communautaire besluiten nog niet volledig zijn aangenomen en uitgevoerd, is het momenteel lastig vast te stellen of met de tenuitvoerlegging van dit beleid de doelstellingen van de kaderrichtlijn water kunnen worden bereikt hetzij een ander communautair besluit noodzakelijk is. Dientengevolge is het wenselijk een officiële evaluatie uit te voeren van de samenhang en doeltreffendheid van alle communautaire wetgevingsbesluiten die direct of indirect bijdragen aan de bevordering van de kwaliteit van het water.

Amendement 5

OVERWEGING 7

(7) Gelet op het communautaire belang en met het oog op een effectieve regelgeving van de bescherming van oppervlaktewateren dienen MKN te worden vastgesteld voor verontreinigende stoffen die op communautair niveau als prioritaire stoffen zijn ingedeeld en dient aan de lidstaten te worden overgelaten om waar nodig voor de overige verontreinigende stoffen op nationaal niveau voorschriften vast te stellen, mits de relevante communautaire voorschriften worden toegepast. Desalniettemin zijn acht verontreinigende stoffen die vallen binnen de werkingssfeer van Richtlijn 86/280/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen en behoren tot de groep van stoffen waarvoor uiterlijk in 2015 een goede chemische toestand moet worden bereikt, niet in de lijst van prioritaire stoffen opgenomen. De voor deze verontreinigende stoffen vastgestelde gemeenschappelijke normen bleken echter nuttig te zijn en de regelgeving van hun normen op communautair niveau dient te worden gehandhaafd.

(7) Gelet op het communautaire belang en met het oog op een effectieve regelgeving van de bescherming van oppervlaktewateren dienen MKN te worden vastgesteld voor verontreinigende stoffen die op communautair niveau als prioritaire stoffen zijn ingedeeld en dient aan de lidstaten te worden overgelaten om voor de overige verontreinigende stoffen op nationaal niveau voorschriften vast te stellen, mits de relevante communautaire voorschriften worden toegepast. Desalniettemin zijn acht verontreinigende stoffen die vallen binnen de werkingssfeer van Richtlijn 86/280/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen en behoren tot de groep van stoffen waarvoor uiterlijk in 2015 een goede chemische toestand moet worden bereikt, niet in de lijst van prioritaire stoffen opgenomen. De voor deze verontreinigende stoffen vastgestelde gemeenschappelijke normen bleken echter nuttig te zijn en de regelgeving van hun normen op communautair niveau dient te worden gehandhaafd.

Amendement 6

OVERWEGING 10

(10) Bij gebrek aan uitgebreide en betrouwbare informatie over concentraties van prioritaire stoffen in biota en sedimenten op communautair niveau en gezien het feit dat informatie over oppervlaktewater een afdoende basis lijkt te vormen om een verstrekkende bescherming en een effectieve beheersing van verontreiniging te waarborgen, dient de vaststelling van MKN-waarden in deze fase tot uitsluitend oppervlaktewateren beperkt te blijven. Voor hexachloorbenzeen, hexachloorbutadieen en kwik kan de bescherming tegen indirecte effecten en secundaire vergiftiging echter niet alleen door MKN voor oppervlaktewateren op communautair niveau worden gewaarborgd. In die gevallen dienen derhalve MKN voor biota te worden vastgesteld. Om de lidstaten afhankelijk van hun monitoringstrategie flexibiliteit te geven, dienen zij te kunnen kiezen tussen monitoring en nalevingscontrole van deze MKN in biota of omzetting daarvan in MKN voor oppervlaktewater. Bovendien is het aan de lidstaten om MKN voor sedimenten of biota vast te stellen wanneer dit als aanvulling op de op communautair niveau vastgestelde MKN nodig en terecht is. Aangezien sedimenten en biota belangrijke matrixen blijven voor de monitoring van bepaalde stoffen door de lidstaten teneinde de effecten van activiteiten van de mens op lange termijn en tendensen te bepalen, dienen de lidstaten er bovendien voor te zorgen dat de huidige verontreinigingsniveaus in biota en sedimenten niet zullen stijgen.

(10) Bij gebrek aan uitgebreide en betrouwbare informatie over concentraties van prioritaire stoffen in biota en sedimenten op communautair niveau en gezien het feit dat informatie over oppervlaktewater een afdoende basis lijkt te vormen om een verstrekkende bescherming en een effectieve beheersing van verontreiniging te waarborgen, dient de vaststelling van MKN-waarden in deze fase tot uitsluitend oppervlaktewateren beperkt te blijven. Voor hexachloorbenzeen, hexachloorbutadieen en kwik kan de bescherming tegen indirecte effecten en secundaire vergiftiging echter niet alleen door MKN voor oppervlaktewateren op communautair niveau worden gewaarborgd. In die gevallen dienen derhalve MKN voor biota te worden vastgesteld. Voor de andere stoffen is het aan de lidstaten om specifieke monitoringprogramma's op te zetten voor sedimenten of biota. Immers, aangezien sedimenten en biota belangrijke matrixen blijven voor de monitoring van bepaalde stoffen door de lidstaten teneinde de effecten van activiteiten van de mens op lange termijn en tendensen te bepalen, dienen de lidstaten er voor te zorgen dat de huidige verontreinigingsniveaus in biota en sedimenten niet zullen stijgen.

Amendement 7

ARTIKEL 2, LID 1, ALINEA 1

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de samenstelling van hun oppervlaktewateren voldoet aan milieukwaliteitsnormen voor prioritaire stoffen, uitgedrukt als jaargemiddelde en als maximaal aanvaardbare concentratie, zoals vastgesteld in deel A van bijlage I, en aan milieukwaliteitsnormen voor de in deel B van bijlage I vermelde verontreinigende stoffen.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de samenstelling van hun oppervlaktewateren voldoet aan milieukwaliteitsnormen voor prioritaire stoffen, uitgedrukt als jaargemiddelde, en voor de verontreinigende stoffen die vallen onder de Richtlijnen 91/414/EEG en 2003/53/EG1, uitgedrukt als gemiddelde van de gebruiksperiode, aangepast aan de seizoensschommelingen van de watervolumes en aan het gebruik van de stoffen, en als maximaal aanvaardbare concentratie, zoals vastgesteld in deel A van bijlage I, en aan milieukwaliteitsnormen voor de in deel B van bijlage I vermelde verontreinigende stoffen.

_______

1 Richtlijn 2003/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2003 houdende zesentwintigste wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van de Raad betreffende beperkingen op het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (PB L 178 van 17.7.2003, blz. 24).

Motivering

Bij de berekening van het gemiddelde dient rekening te worden gehouden met het feit dat het gebruik van pesticiden in de landbouw seizoensgebonden is en dat in het geval van overgangswateren de concentratieniveaus van de verontreinigende stoffen aanzienlijk kunnen variëren al naar gelang het watervolume. Aangezien er in de zomermaanden gewoonlijk geen regen valt, voeren de eerste regens aanzienlijk grotere concentraties met zich mee.

Amendement 8

ARTIKEL 2, LID 1, ALINEA 2 BIS (nieuw)

De lidstaten dienen de beschikbare kennis en gegevens over de bronnen van de prioritaire stoffen en het verloop van verontreiniging uit te breiden om gerichte en doeltreffende controlemogelijkheden te vinden.

Amendement 9

ARTIKEL 2, LID 1 BIS (nieuw)

 

1 bis. Indien een water door meerdere lidstaten stroomt, moeten de controleprogramma's en de vastgestelde nationale inventarissen worden gecoördineerd, teneinde te voorkomen dat lidstaten die aan de benedenloop van dit water liggen, worden benadeeld.

Amendement 10

ARTIKEL 2, LID 3 BIS (nieuw)

3 bis. De lidstaten dienen zich te conformeren aan Richtlijn 98/83/EG van de Raad betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water1 en de oppervlaktewaterlichamen te beheren overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2000/60/EG. Deze vereisten houden voor de meeste stoffen een verplichte eerbiediging in van strengere normen dan de milieukwaliteitsnormen.

 

1PB L 330 van 5.12.1998. Richtlijn gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1992/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

Amendement 11

ARTIKEL 3

Artikel 3

Overgangsgebieden voor overschrijding

1. De lidstaten wijzen overgangsgebieden voor overschrijding aan, waar de concentraties van een of meer verontreinigende stoffen de desbetreffende milieukwaliteitsnormen mogen overschrijden, mits dit geen gevolgen heeft voor de naleving van deze normen in de rest van het desbetreffende oppervlaktewater.

2. De lidstaten stellen in elk geval de grenzen vast van de delen van de aan de lozingspunten gelegen oppervlaktewateren die als overgangsgebied voor overschrijding worden aangewezen, waarbij zij rekening houden met de desbetreffende bepalingen van het communautaire recht.

De lidstaten nemen een beschrijving van elke begrenzing op in hun in artikel 13 van Richtlijn 200/60/EG bedoelde stroomgebiedbeheersplannen.

3. De lidstaten voeren de toetsing van de in Richtlijn 96/61/EG bedoelde vergunningen of de in artikel 11, lid 3, onder g), van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde voorafgaande reguleringen uit teneinde de omvang van elk overgangsgebied voor overschrijding, zoals bedoeld in lid 1, dat is aangewezen in wateren die gevolgen ondervinden van lozingen van prioritaire stoffen, geleidelijk te reduceren.

4. De Commissie kan volgens de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde procedure de methode vaststellen die de lidstaten voor de aanwijzing van het overgangsgebied voor overschrijding moeten gebruiken.

schrappen

Amendement 12

ARTIKEL 4, LID 1 BIS (nieuw)

 

1 bis. De lidstaten stellen specifieke controleprogramma's op voor sedimenten en biota, met vermelding van de te onderzoeken soorten en substanties alsmede de wijze waarop de resultaten, al naar gelang de seizoensschommelingen van de organismen, moeten worden uitgedrukt.

Amendement 13

ARTIKEL 4, LID 2, ALINEA 2

Voor prioritaire stoffen of verontreinigende stoffen die onder Richtlijn 91/414/EEG vallen, kunnen deze waarden echter worden berekend als gemiddelde over de jaren 2007, 2008 en 2009.

Voor prioritaire stoffen of verontreinigende stoffen die onder Richtlijn 91/414/EEG vallen, kunnen deze waarden echter worden berekend als gemiddelde van de relevante perioden van de jaren 2007, 2008 en 2009.

Motivering

Bij de berekening van het gemiddelde dient rekening te worden gehouden met het feit dat het gebruik van pesticiden in de landbouw seizoensgebonden is en dat in het geval van overgangswateren de concentratieniveaus van de verontreinigende stoffen aanzienlijk kunnen variëren al naar gelang het volume. Aangezien er in de zomermaanden gewoonlijk geen regen valt, voeren de eerste regens aanzienlijk grotere concentraties met zich mee.

Amendement 14

ARTIKEL 4, LID 4, ALINEA 2

De referentieperiode voor de vaststelling van de waarden in de geactualiseerde inventarissen is het jaar vóór de afronding van die analyse. Voor prioritaire stoffen of verontreinigende stoffen die onder Richtlijn 91/414/EEG vallen, mogen de waarden worden berekend als het gemiddelde van de drie jaren vóór de afronding van die analyse.

De referentieperiode voor de vaststelling van de waarden in de geactualiseerde inventarissen is het jaar vóór de afronding van die analyse. Voor prioritaire stoffen of verontreinigende stoffen die onder Richtlijn 91/414/EEG vallen, mogen de waarden worden berekend als het gemiddelde van de relevante perioden van de drie jaren vóór de afronding van die analyse.

Motivering

Bij de berekening van het gemiddelde dient rekening te worden gehouden met het feit dat het gebruik van pesticiden in de landbouw seizoensgebonden is en dat in het geval van overgangswateren de concentratieniveaus van de verontreinigende stoffen aanzienlijk kunnen variëren al naar gelang het volume. Aangezien er in de zomermaanden gewoonlijk geen regen valt, voeren de eerste regens aanzienlijk grotere concentraties met zich mee.

Amendement 15

ARTIKEL 4, LID 4 BIS (nieuw)

4 bis. Aangezien emissies, lozingen en verliezen van prioritaire stoffen geleidelijk dienen te worden verminderd of stopgezet, is het noodzakelijk dat de lidstaten hun inventaris vergezeld doen gaan van een tijdschema voor het bereiken van deze doeleinden.

Amendement 16

ARTIKEL 4, LID 5

5. De Commissie controleert of de emissies, lozingen en verliezen zoals die in de inventaris zijn vermeld, uiterlijk in 2025 voldoen aan de in artikel 4, lid 1, onder a), punt iv), van Richtlijn 2000/60/EG vastgestelde verplichtingen tot vermindering of stopzetting.

5. De Commissie controleert of de emissies, lozingen en verliezen zoals die in de inventaris zijn vermeld, uiterlijk in 2025 voldoen aan de in artikel 4, lid 1, onder a), punt iv), van Richtlijn 2000/60/EG vastgestelde verplichtingen tot vermindering of stopzetting. De Commissie stelt halverwege deze periode concrete maatregelen voor, indien zij constateert dat de in deze richtlijn vervatte maatregelen niet worden toegepast of de doelstellingen niet worden bereikt.

Amendement 17

ARTIKEL 4, LID 6

6. De Commissie kan volgens de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde procedure de methode vaststellen die de lidstaten voor de opstelling van de inventarissen moeten gebruiken.

6. De Commissie stelt volgens de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde procedure de technische specificaties voor de analyses vast, alsmede de methode die de lidstaten voor de opstelling van de inventarissen moeten gebruiken.

Amendement 18

ARTIKEL 4 BIS (nieuw)

Artikel 4 bis

Controle op de toepassing

In geval van frequente overschrijdingen van de vastgestelde milieukwaliteitsnormen dienen de lidstaten de bron daarvan op te sporen en doeltreffende evenredige en afschrikkende maatregelen te treffen op basis van diverse wetsinstrumenten zoals richtlijn 96/414/EEG of richtlijn 91/61/EG betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, ten einde het op de markt brengen en het gebruik van bepaalde stoffen te beperken wegens de risico's ervan voor het aquatisch milieu.

 

Amendement 19

ARTIKEL 4 TER (nieuw)

Artikel 4 ter

Follow-upmaatregelen

Zodra de inventarissen overeenkomstig artikel 4 zijn gepubliceerd en geactualiseerd, gaat de Commissie over tot een herziening van de lijst van prioritaire stoffen.

Aan de hand van de resultaten van de inventarissen moeten maatregelen worden overwogen voor de meest problematische stoffen.

Amendement 20

ARTIKEL 9 BIS (nieuw)

Artikel 9 bis

Aanvullende communautaire actie

De Commissie stelt duidelijke en transparante procedures op voor de vorming van een zo efficiënt mogelijk en gericht kader voor de communicatie door de lidstaten van gegevens over de prioritaire stoffen, die het communautaire besluitvormingsproces ondersteunen en het in de toekomst mogelijk maken geharmoniseerde MKN vast te stellen voor sedimenten of biota, alsmede extra emissiecontroles.

Amendement 21

BIJLAGE I, DEEL C, PUNT 2

2. Kolommen 6 en 7: Voor elk oppervlaktewater vereist naleving van de MAC-MKN dat geen enkele gemeten concentratie op enig representatief monitoringpunt in dit water boven de norm ligt.

2. Kolommen 6 en 7: Voor elk oppervlaktewater vereist naleving van de MAC-MKN dat de gemeten concentraties op enig representatief monitoringpunt in dit water niet herhaaldelijk boven de norm liggen.

Motivering

Een maximaal aanvaardbare concentratie is een goed hulpmiddel ter bestrijding van verontreiniging. Het gaat echter ver om na de eerste vaststelling al gelijk maatregelen te nemen. Een herhaaldelijke overschrijding van een MAC-MKN als criteria is een betere methode en voorkomt onzorgvuldigheid bij de monitoring.

PROCEDURE

Titel

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG

Document- en procedurenummers

COM(2006)0397 - C6-0243/2006 - 2006/0129(COD)

Commissie ten principale

ENVI

Advies uitgebracht door
  Datum bekendmaking

AGRI
5.9.2006

Rapporteur voor advies
  Datum benoeming

Bernadette Bourzai
11.9.2006

Behandeling in de commissie

18.12.2006

24.1.2007

 

 

 

Datum goedkeuring

24.1.2007

Uitslag eindstemming

+:
-:
0:

38
0
0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Katerina Batzeli, Thijs Berman, Niels Busk, Luis Manuel Capoulas Santos, Dumitru Gheorghe Mircea Coşea, Joseph Daul, Albert Deß, Carmen Fraga Estévez, Lutz Goepel, Bogdan Golik, Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf, Elisabeth Jeggle, Heinz Kindermann, Albert Jan Maat, Diamanto Manolakou, Mairead McGuinness, Rosa Miguélez Ramos, Neil Parish, Radu Podgorean, María Isabel Salinas García, Agnes Schierhuber, Willem Schuth, Czesław Adam Siekierski, Brian Simpson, Csaba Sándor Tabajdi, Marc Tarabella, Witold Tomczak, Kyösti Virrankoski, Andrzej Tomasz Zapałowski, Janusz Wojciechowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Bernadette Bourzai, Hynek Fajmon, Gábor Harangozó, Zdzisław Zbigniew Podkański, Armando Veneto

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Reimer Böge, Jorgo Chatzimarkakis, Wiesław Stefan Kuc

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...

(1)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


ADVIES van de Commissie visserij (25.1.2007)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG
(COM(2006)0397 – C6‑0243/2006 – 2006/0129(COD))

Rapporteur voor advies: Dorette Corbey

BEKNOPTE MOTIVERING

I. Algemene context

In 1976 nam de Gemeenschap voor het eerst wetgeving aan betreffende de chemische verontreiniging van water, in de vorm van richtlijn 76/464/EEG betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd.
Vervolgens zijn tussen 1982 en 1990 diverse "dochterrichtlijnen" aangenomen waarin voor 18 specifieke verontreinigende stoffen grenswaarden en milieukwaliteitdoelstellingen werden vastgesteld.

De Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG (Water Framework Directive, WFD) introduceerde in haar artikel 16 een geactualiseerde, alomvattende en doeltreffende strategie voor de aanpak van chemische verontreiniging van oppervlaktewater. De WFD vormt een algemeen kader voor een strategie tegen de verontreiniging van oppervlaktewater en verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen met specifieke maatregelen tegen de verontreiniging van water door individuele verontreinigende stoffen, of groepen daarvan, die een significant risico voor of via het aquatische milieu betekenen.

Als eerste stap werd beschikking 2455/2001/EG aangenomen, waarin de vorige, door de Commissie in 1982 vastgestelde lijst werd vervangen; verder werd de Commissie verzocht voorstellen in te dienen voor kwaliteitsnormen (in artikel 16, lid 7) en voor controle op de emissies van deze prioritaire substanties (artikel 16, leden 6 en 8).
Het doel van het onderhavige voorstel van de Europese Commissie is de kwaliteit van het milieu te beschermen en te bevorderen, overeenkomstig het beginsel van duurzame ontwikkeling, en tegelijkertijd naar behoren rekening te houden met de visserijsector en de bevolkingsgroepen die daarvan afhankelijk zijn.

Het voorstel, dat voorziet in vereenvoudiging van de wetgeving en de begeleidende mededeling, houdt ten volle rekening met de doelstellingen en bepalingen van andere communautaire wetgevende teksten, met name die betreffende het beleid inzake chemische stoffen, met inbegrip van REACH en de pesticidenrichtlijn, de IPPC-richtlijn en de thematische strategieën, met name die voor het mariene milieu en het duurzaam gebruik van pesticiden.

II. Achtergrond

Chemische verontreiniging van oppervlaktewater kan aquatische ecosystemen verstoren en leiden tot de teloorgang van habitats en biodiversiteit.

Verontreinigende stoffen kunnen zich accumuleren in de voedselketen en zijn schadelijk voor roofdieren die gecontamineerde vis eten. Mensen zijn blootgesteld aan verontreinigende stoffen in het aquatisch milieu wanneer zij vis of zeevruchten consumeren, water drinken en eventueel recreatieve activiteiten beoefenen.

Verontreinigende stoffen kunnen nog in het milieu worden aangetroffen vele jaren nadat ze verboden werden; ze kunnen uit diverse bronnen afkomstig zijn (bijv. landbouw, industrie, verbranding); het kan gaan om producten of om onbedoelde nevenproducten; ze kunnen uit het verleden stammen of nog dagelijks worden gebruikt in huishoudelijke producten.

Als eerste stap van de strategie van artikel 16 is een lijst van prioritaire stoffen vastgesteld (beschikking 2455/2001/EG) met 33 stoffen die op communautair niveau van prioritair belang zijn. Het onderhavige voorstel beoogt, door het vaststellen van milieukwaliteitsnormen (environmental quality standards, EQS), te zorgen voor een hoog beschermingsniveau tegen de risico's voor of via het aquatisch milieu die ontstaan door deze 33 prioritaire stoffen en sommige andere verontreinigende stoffen.

Vermindering van de chemische verontreiniging van het water door inachtneming van de EQS heeft vele potentiële voordelen voor het milieu en de maatschappij.

In de categorie commerciële en recreatieve visserij zijn de voordelen: vermindering van de hoeveelheid vis die niet voldoet aan de normen voor menselijke consumptie, vermindering van de negatieve invloed op de consumptie van vis als gevolg van vrees voor gezondheidsschade, vermindering van de blootstelling aan verontreinigende chemische stoffen door het eten van vis, de mogelijkheid dat de visbestanden weer gaan toenemen en dat ook de verscheidenheid van de soorten weer toeneemt, en dat de inkomsten uit commercieel en recreatief vissen gaan stijgen. Wat betreft de visteelt en schaaldierteelt zijn de voordelen van het in acht nemen van de EQS: verbetering van de productiviteit van deze sector, verminderde accumulatie van schadelijke stoffen in het visvlees en derhalve een verminderde blootstelling van de mens aan gevaarlijke stoffen.

Dit hele proces heeft duidelijk grote invloed op de menselijke gezondheid. Vermindering van de chemische verontreiniging zal als positief effect hebben een algehele vermindering van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen als gevolg van het consumeren van vis en zeevruchten, in de eerste plaats voor de mens.

Het voorstel van de Europese Commissie beperkt zich tot het vaststellen van EQS op communautair niveau. Het nemen van specifieke en aanvullende maatregelen tot terugdringing van de verontreiniging wordt overgelaten aan de lidstaten, aangezien vele andere reeds bestaande communautaire wettelijke besluiten moeten worden toegepast om te kunnen voldoen aan de vereisten van artikel 16, lid 6 en 8.

Het voorgestelde instrument is een richtlijn, waarin streefdoelen voor de kwaliteit van het milieu worden vastgesteld die in 2015 bereikt moeten zijn.

III. Beoordeling

Wat betreft de gevolgen voor de sector moeten enkele opmerkingen worden gemaakt. Lood is een erkende gevaarlijke stof en de emissie ervan in water dient zoveel mogelijk beperkt te worden. Waar de visserijsector zelf daartoe kan bijdragen, moet dat worden aangemoedigd. In haar effectevaluatie verklaart de Commissie (blz. 53) dat dioxine, furaan en PCBs "historische" verontreinigende stoffen zijn die thans onder controle zijn. Het is moeilijk deze optimistische visie te delen, aangezien sedert de dioxinestrategie van 2001 de niveaus in de vis geen significante vermindering hebben laten zien. Met name in de Oostzee lijken de niveaus statisch te zijn. Dit kan worden veroorzaakt doordat deze verontreinigende stoffen zich afzetten in sedimenten, die periodiek weer suspenderen in het water. Het lijkt derhalve niet overdreven zich grote zorgen te maken over de bedreiging die de - illegaal geloosde - PCBs vormen voor het aquatisch milieu.

Een derde opmerking betreft de voorgestelde concentratielimieten van hexachlorobenzeen, hexachloorbutadien en kwik in het nat gewicht van vis, weekdieren, schaaldieren en andere biota. Als een lidstaat besluit striktere normen in te voeren teneinde de vereiste niveaus te bereiken, zoals voorzien in artikel 2.3, zal het noodzakelijk zijn dit te coördineren met andere lidstaten die hetzelfde afwateringsgebied hebben. Zo nodig dienen deze andere lidstaten, vooral die welke stroomopwaarts zijn gelegen, dezelfde normen in te voeren.

AMENDEMENTEN

De Commissie visserij verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst(1)  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

OVERWEGING 7 BIS (nieuw)

 

(7 bis) Bepaalde stoffen zijn, wanneer aanwezig in oppervlaktewater, zeer schadelijk voor vissen, maar zijn niet opgenomen in de lijsten met milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid. Het gaat hierbij met name om PFOS en Tetrabromobisphenol A (TBBP-A). De Commissie dient zo nodig voorstellen te doen om ook voor deze stoffen milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid vast te stellen.

Motivering

PCB's, dioxinen, PFOS en Tetrabromobisphenol zijn zeer schadelijk voor het milieu en dienen te worden opgenomen in de lijsten van stoffen met milieukwaliteitsnormen.

Amendement 2

OVERWEGING 11 BIS (nieuw)

 

(11 bis) Lood, gebruikt in vistuig voor zowel de recreatieve als de professionele visserij, is een bron van waterverontreiniging. Ten einde het niveau van lood in het viswater te verminderen, dienen de lidstaten de visserijsector aan te sporen lood te vervangen door minder gevaarlijke alternatieven.

Amendement 3

OVERWEGING 11 TER (nieuw)

 

(11 ter) Polychloorbifenilen (PCB's) en dioxinen vormen twee groepen toxische, persistente en bioaccumulerende stoffen. Beide groepen brengen een aanzienlijk risico voor de menselijke gezondheid en het milieu met zich mee, hebben bijzonder negatieve gevolgen voor aquacultuursoorten en brengen derhalve de levensvatbaarheid van de visserijsector in gevaar. Bovendien heeft de Commissie bij verschillende gelegenheden gewezen op de noodzaak deze stoffen op te nemen in de lijst van prioritaire stoffen. Daarom moet in de onderhavige richtlijn de toekomstige opname ervan in de lijst van prioritaire stoffen worden voorzien.

Amendement 4

ARTIKEL 2, LID 3, ALINEA 2

Voor de monitoring van de naleving van de milieukwaliteitsnormen voor de in de eerste alinea vermelde stoffen voeren de lidstaten een strengere norm voor water ter vervanging van de in deel A van bijlage I vermelde norm in of stellen zij een aanvullende norm voor biota vast.

Voor de monitoring van de naleving van de milieukwaliteitsnormen voor de in de eerste alinea vermelde stoffen voeren de lidstaten een strengere norm voor water ter vervanging van de in deel A van bijlage I vermelde norm in of stellen zij een aanvullende norm voor biota vast.Wanneer een stroomgebieddistrict in verschillende lidstaten ligt, dienen deze lidstaten zo nodig dezelfde normen toe te passen.

Amendement 5

ARTIKEL 4 BIS (nieuw)

 

Artikel 4 bis

 

Opname van dioxinen en PCB's

 

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 16 van Richtlijn 2000/60/EG dient de Commissie uiterlijk 31 januari 2008 een voorstel tot herziening van deze richtlijn in met het oog op de opname van dioxinen en PCB's in de lijst van prioritaire stoffen in bijlage II en de opname van de overeenkomstige milieukwaliteitsnormen in bijlage I.

PROCEDURE

Titel

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG

Document- en procedurenummers

COM(2006)0397 – C6-0243/2006 – 2006/0129(COD)

Commissie ten principale

ENVI

Advies uitgebracht door
  Datum bekendmaking

PECH
5.9.2006

Nauwere samenwerking – datum bekendmaking

 

Rapporteur voor advies
  Datum benoeming

Dorette Corbey
27.9.2006

Vervangen rapporteur voor advies

 

Behandeling in de commissie

20.11.2006

20.12.2006

0.0.0000

 

 

Datum goedkeuring

25.1.2007

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

met algemene stemmen

Bij de eindstemming aanwezige leden

James Hugh Allister, Stavros Arnaoutakis, Elspeth Attwooll, Marie-Hélène Aubert, Iles Braghetto, Niels Busk, Luis Manuel Capoulas Santos, David Casa, Zdzisław Kazimierz Chmielewski, Carmen Fraga Estévez, Ioannis Gklavakis, Pedro Guerreiro, Ian Hudghton, Heinz Kindermann, Albert Jan Maat, Rosa Miguélez Ramos, Philippe Morillon, Seán Ó Neachtain, Willi Piecyk, Dirk Sterckx, Catherine Stihler, Daniel Varela Suanzes-Carpegna

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Duarte Freitas, James Nicholson

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...

(1)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


PROCEDURE

Titel

Milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid

Document- en procedurenummers

COM(2006)0397 - C6-0243/2006 - 2006/0129(COD)

Datum indiening bij EP

17.7.2006

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

5.9.2006

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ITRE

5.9.2006

AGRI

5.9.2006

PECH

5.9.2006

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Anne Laperrouze

29.11.2005

 

 

Behandeling in de commissie

22.1.2007

30.1.2007

28.2.2007

 

Datum goedkeuring

27.3.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

47

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Margrete Auken, Irena Belohorská, Johannes Blokland, Frieda Brepoels, Hiltrud Breyer, Martin Callanan, Dorette Corbey, Chris Davies, Avril Doyle, Mojca Drčar Murko, Edite Estrela, Anne Ferreira, Karl-Heinz Florenz, Matthias Groote, Satu Hassi, Gyula Hegyi, Holger Krahmer, Urszula Krupa, Jules Maaten, Marios Matsakis, Linda McAvan, Alexandru-Ioan Morţun, Roberto Musacchio, Riitta Myller, Péter Olajos, Miroslav Ouzký, Dimitrios Papadimoulis, Guido Sacconi, Karin Scheele, Richard Seeber, Bogusław Sonik, María Sornosa Martínez, Antonios Trakatellis, Evangelia Tzampazi, Thomas Ulmer, Anja Weisgerber, Åsa Westlund, Glenis Willmott

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Ambroise Guellec, Anne Laperrouze, Henrik Lax, Kartika Tamara Liotard, David Martin, Jiří Maštálka, Miroslav Mikolášik, Alojz Peterle, Robert Sturdy, Radu Ţîrle

Datum indiening

3.4.2007

Juridische mededeling - Privacybeleid