Procedure : 2007/2016(REG)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0139/2007

Ingediende teksten :

A6-0139/2007

Debatten :

Stemmingen :

PV 22/05/2007 - 9.4
CRE 22/05/2007 - 9.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0189

VERSLAG     
PDF 165kWORD 115k
13.4.2007
PE 384.407v02-00 A6-0139/2007

tot wijziging van artikel 47 van het Reglement van het Europees Parlement "Nauwere samenwerking tussen commissies"

(2007/2016(REG))

Commissie constitutionele zaken

Rapporteur: Richard Corbett

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 VOORSTEL TOT WIJZIGING VAN HET REGLEMENT VAN HET EUROPEES PARLEMENT (B6-0461/2006)
 PROCEDURE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

tot wijziging van artikel 47 van het Reglement van het Europees Parlement "Nauwere samenwerking tussen commissies"

(2007/2016 (REG))

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel tot wijziging van zijn Reglement (B6‑0461/2006),

–   gelet op de artikelen 201 en 202 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A6‑0139/2007),

1.  besluit onderstaande wijziging in zijn Reglement op te nemen;

2.  wijst erop dat deze wijziging op de eerste dag van de eerstvolgende vergaderperiode in werking treedt;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Bestaande tekst  Amendementen

Amendement 1

Artikel 47

Nauwere samenwerking tussen commissies

Procedure medeverantwoordelijke commissies

Indien de Conferentie van voorzitters van mening is dat een vraagstuk bijna in gelijke mate onder de bevoegdheid van twee commissies valt, of indien verschillende gedeelten van het vraagstuk onder de bevoegdheid van twee verschillende commissies vallen, is artikel 46 van toepassing met de volgende aanvullende bepalingen:

Indien bij de Conferentie van voorzitters een competentieconflict aanhangig is gemaakt overeenkomstig artikel 179, lid 2 of artikel 45 en de Conferentie van voorzitters op grond van bijlage VI van het Reglement van mening is dat het vraagstuk bijna in gelijke mate onder de bevoegdheid van twee of meer commissies valt, of dat verschillende gedeelten van het vraagstuk onder de bevoegdheid van twee of meer commissies vallen, is artikel 46 van toepassing met de volgende aanvullende bepalingen:

- de twee commissies stellen het tijdschema in onderling overleg vast;

- de betrokken commissies stellen het tijdschema in onderling overleg vast;

- de rapporteur en de rapporteur voor advies trachten het onderling eens te worden over de aan hun commissies voor te stellen teksten en over hun standpunt ten aanzien van amendementen;

- de rapporteur en de rapporteurs voor advies houden elkaar op de hoogte en trachten het onderling eens te worden over de aan hun commissies voor te stellen teksten en over hun standpunt ten aanzien van amendementen;

 

- de betrokken commissies kunnen gezamenlijk de onderdelen van de tekst vaststellen die onder hun exclusieve of gezamenlijke bevoegdheid vallen en onderling de precieze voorwaarden van hun samenwerking overeenkomen;

- de ten principale bevoegde commissie neemt de amendementen van de medeadviserende commissie zonder stemming over voorzover deze betrekking hebben op vraagstukken die naar de mening van de voorzitter van de ten principale bevoegde commissie op grond van bijlage VI en na raadpleging van de voorzitter van de medeadviserende commissie onder de bevoegdheid van de medeadviserende commissie vallen, en voorzover deze niet in strijd zijn met andere delen van het verslag.

- de ten principale bevoegde commissie neemt de amendementen van een medeadviserende commissie zonder stemming over voorzover deze betrekking hebben op vraagstukken die naar de mening van de voorzitter van de ten principale bevoegde commissie op grond van bijlage VI en na raadpleging van de voorzitter van de medeadviserende commissie onder de bevoegdheid van de medeadviserende commissie vallen, en voorzover deze niet in strijd zijn met andere delen van het verslag.

Motivering

Het voorgestelde amendement op de huidige formulering van artikel 47 geeft het meerderheidsstandpunt van de Commissie constitutionele zaken weer, nl. dat het artikel soepeler moet worden geformuleerd, maar niet radicaal moet worden gewijzigd: de procedure moet ook kunnen worden gevolgd als meer dan twee commissies willen worden betrokken en de precieze voorwaarden van hun samenwerking en de verdeling van de werkzaamheden moeten tussen de commissies geval per geval kunnen worden afgesproken.

In het gewijzigde artikel wordt nu uiting gegeven aan een van de fundamentele vereisten voor het slagen van een dergelijke procedure, namelijk een intensieve en regelmatige communicatie tussen de betrokken rapporteurs voor advies. Voorgesteld wordt de titel van het artikel te wijzigen om alle verwarring met de in de Verdragen gebruikte termen als "nauwere samenwerking" tussen de lidstaten onder Titel VII van het Verdrag van de Europese Unie te vermijden.

De inleidende formule is gewijzigd om duidelijk te stellen dat de vraag of een nauwere samenwerking, met de nieuwe naam "procedure medeverantwoordelijke commissies", plaats moet vinden, een variant is op de procedure die wordt gevolgd ingeval van een competentieconflict tussen commissies. Als een dergelijk competentieconflict zich voordoet met betrekking tot een wetgevingsverslag, moet het worden behandeld overeenkomstig artikel 179, lid 2. Als het zich voordoet in verband met een door de commissie voorgenomen initiatiefverslag, moet het worden behandeld volgens de toestemmingsprocedure overeenkomstig artikel 45 met de bijbehorende interpretatie.


TOELICHTING

Na afloop van de discussies binnen de Conferentie van commissievoorzitters die hebben geleid tot een seminar op 22 en 23 juni 2006 in Limelette(1), heeft de heer Daul in zijn hoedanigheid van voorzitter van deze Conferentie, een voorstel voor een wijziging van de artikelen 46 en 47(2) van het Reglement ingediend, dat in eerste instantie beoogde een beter evenwicht te creëren tussen betrokken commissies en te zorgen voor werkelijke samenwerking tussen deze commissies.

Het amendement op artikel 47 van dit ontwerpverslag gaat in ruime mate mee met voornoemd voorstel waar het de mogelijkheid dat deze procedure door meer dan twee commissies kan worden gevolgd en grotere flexibiliteit van de procedure betreft. Het volgt echter het voorstel niet waar het de mogelijkheid voor de medeadviserende commissie betreft om rechtstreeks amendementen in de plenaire vergadering in te dienen als met de ten principale bevoegde commissie geen overeenstemming kan worden bereikt over gezamenlijke compromisamendementen. Dit punt van het voorstel is gebaseerd op de veronderstelling dat alleen al het idee dat de commissie voor advies dergelijke amendementen als laatste redmiddel kan indienen, bij beide partijen de interesse in werkelijke samenwerking zal doen toenemen en niet zal leiden tot meer amendementen in het Parlement.

Uw rapporteur staat sceptisch tegenover deze veronderstelling. Er dient op te worden gewezen dat tot ongeveer 10 jaar geleden alle commissies amendementen ter behandeling in de plenaire vergadering konden indienen. In de praktijk betekende dat dat de medeadviserende commissies amendementen systematisch opnieuw in de plenaire vergadering indienden wanneer zij niet door de ten principale bevoegde commissie waren overgenomen. Door de ten principale bevoegde commissie het laatste woord te geven, werd dus met opzet een filter gecreëerd om de plenaire vergadering te beschermen tegen te hoge aantallen amendementen.

Als er onoverkomelijke meningsverschillen zijn tussen de commissies die in een procedure van nauwere samenwerking zijn betrokken, moeten zij zich voor de aanneming van de door de ene of de andere commissie ingediende amendementen in ieder geval verzekeren van de steun van de grote fracties. Als de fracties trachten in deze omstandigheden een manier te vinden om de noodzakelijke consensus te bereiken, vervullen zij gewoon hun taak. Deze situaties kunnen echter grotendeels worden voorkomen als de betrokken voorzitters en rapporteurs hun leidersrol goed spelen en ten volle samenwerken. Het nieuwe derde streepje is letterlijk overgenomen van het voorstel van de heer Daul en is bedoeld om deze samenwerking mogelijk te maken en te bevorderen.

In dit ontwerpverslag is amendement 1 van het voorstel van de heer Daul ter inlassing in artikel 46 van een termijn voor de commissies die als medeadviserende commissie willen worden aangewezen, niet opgenomen. Uw rapporteur is van mening dat een dergelijke termijn niet uitdrukkelijk moet worden vastgelegd omdat impliciet daarin al is voorzien. Immers, overeenkomstig artikel 179, lid 2 moet de competentiekwestie "binnen vier werkweken na de kennisgeving van de verwijzing ter plenaire vergadering bij de Conferentie van voorzitters aanhangig (worden gemaakt)". Uit deze formulering kan worden opgemaakt dat verzoeken om als medeadviserende commissie te worden aangewezen of, naar analogie, in een nauwere samenwerking te worden betrokken, tijdig moeten worden ingediend zodat deze termijn kan worden gehaald.

Iets dergelijks kan worden gezegd over amendement 3 van het voorstel waarin wordt bepaald dat de Conferentie van voorzitters binnen zes weken een besluit moet nemen over verzoeken om bij een nauwere samenwerking te worden betrokken. Als een dergelijk verzoek wordt gezien als een "competentieconflict tussen twee of meer vaste commissies" als bedoeld in artikel 179, lid 2, wat redelijk lijkt, dan is de in dit artikel voorziene termijn van toepassing en is geen extra termijn nodig.

(1)

 De conclusies van dit seminar "Limelette declaration" werden schriftelijk dd. 28 juni 2006 aan de Voorzitter gezonden. In een bijlage bevatten zij gedetailleerde voorstellen voor een wijziging van artikel 47.

(2)

 Overeenkomstig artikel 2002, document B6-0461/2006 van 31.8.2006.


VOORSTEL TOT WIJZIGING VAN HET REGLEMENT VAN HET EUROPEES PARLEMENT (B6-0461/2006) (31.8.2006)

ingediend overeenkomstig artikel 202 van het Reglement

door Joseph Daul

Wijziging artikelen 46 en 47

Adviezen van de commissies
Nauwere samenwerking tussen commissies

Huidige tekst

 

Amendementen

Amendement 1

Artikel 46, lid 1

1. Indien de aanvankelijk met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie het advies van een andere commissie wenst in te winnen of indien een andere commissie uit eigen beweging haar advies wenst uit te brengen ten aanzien van het verslag van een aanvankelijk met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie, kunnen deze commissies de Voorzitter van het Parlement verzoeken overeenkomstig artikel 179, lid 3 een commissie als ten principale bevoegde commissie en de andere als medeadviserende commissie aan te wijzen.

1. Indien de aanvankelijk met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie het advies van een andere commissie wenst in te winnen of indien een andere commissie uit eigen beweging haar advies wenst uit te brengen ten aanzien van het verslag van een aanvankelijk met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie, kunnen deze commissies binnen vier weken na kennisgeving van de verwijzing ter plenaire vergadering de Voorzitter van het Parlement verzoeken overeenkomstig artikel 179, lid 3 een commissie als ten principale bevoegde commissie en de andere als medeadviserende commissie aan te wijzen.

Or. fr

Motivering

Een commissie dient na de kennisgeving van de verwijzing ter plenaire vergadering vier weken de tijd te hebben om een verzoek tot nauwere samenwerking in te dienen. Daarmee kunnen gevallen worden voorkomen waarin louter om praktische redenen, met name het vergevorderd stadium van de werkzaamheden in de commissie ten principale, de procedure van artikel 47 niet meer kan worden toegepast.

Amendement 2

Artikel 47, alinea -1 (nieuw)

 

Een of twee commissies kunnen verzoeken in het kader van nauwere samenwerking bij de opstelling van een verslag door de commissie ten principale te worden betrokken, wanneer zij van oordeel zijn dat een of meer wezenlijke onderdelen van het te behandelen vraagstuk onder hun specifieke bevoegdheid vallen. Deze verzoeken dienen te worden gemotiveerd overeenkomstig Bijlage VI van het Reglement.

Or. fr

Motivering

De praktijk heeft uitgewezen dat in sommige gevallen een voorstel onder de bevoegdheid van meer dan twee commissies valt. Anderzijds is het zeer zeldzaam dat meer dan drie commissies bij hetzelfde onderwerp betrokken zijn, en het aantal commissies dat kan worden ingeschakeld wordt ook beperkt door de noodzaak van een efficiënte samenwerking.

Deze nieuwe alinea verplicht de commissies om hun verzoek tot nauwere samenwerking te motiveren overeenkomstig Bijlage VI.

Amendement 3

Artikel 47, alinea -1 bis (nieuw)

 

De kwestie wordt voorgelegd aan de Conferentie van voorzitters, die binnen een termijn van zes weken vanaf de datum van verwijzing een definitief besluit neemt. De Conferentie van commissievoorzitters wordt hiervan op de hoogte gesteld en kan een aanbeveling doen aan de Conferentie van voorzitters.

Or. fr

Motivering

Deze nieuwe alinea voorziet in een mechanisme en tijdschema voor een besluit.

In de huidige praktijk is het aan de commissie ten principale om te beslissen al dan niet nauwere samenwerking met een medeadviserende commissie aan te gaan. De Conferentie van voorzitters neemt alleen een beslissing wanneer een van de betrokken commissies expliciet daarom verzoekt. De uiteindelijke beslissing dient echter te worden overgelaten aan de Conferentie van voorzitters, en niet aan de commissie ten principale.

Amendement 4

Artikel 47, alinea 1

Indien de Conferentie van voorzitters van mening is dat een vraagstuk bijna in gelijke mate onder de bevoegdheid van twee commissies valt, of indien verschillende gedeelten van het vraagstuk onder de bevoegdheid van twee verschillende commissies vallen, is artikel 46 van toepassing met de volgende aanvullende bepalingen:

Indien de Conferentie van voorzitters tot nauwere samenwerking heeft besloten, is artikel 46 van toepassing met de volgende aanvullende bepalingen:

- de betrokken commissies kunnen gezamenlijk de onderdelen van de tekst vaststellen die onder hun exclusieve of gezamenlijke bevoegdheid vallen en onderling de precieze voorwaarden van hun samenwerking overeenkomen;

- de twee commissies stellen het tijdschema in onderling overleg vast;

- de betrokken commissies stellen het tijdschema in onderling overleg vast;

- de rapporteur en de rapporteur voor advies trachten het onderling eens te worden over de aan hun commissies voor te stellen teksten en over hun standpunt ten aanzien van amendementen;

- de rapporteur en de rapporteurs van de medeverantwoordelijke commissies houden elkaar volledig op de hoogte van de aan hun commissies voor te stellen teksten en van hun standpunt ten aanzien van de amendementen;

- de ten principale bevoegde commissie neemt de amendementen van de medeadviserende commissie zonder stemming over voorzover deze betrekking hebben op vraagstukken die naar de mening van de voorzitter van de ten principale bevoegde commissie op grond van bijlage VI en na raadpleging van de voorzitter van de medeadviserende commissie onder de bevoegdheid van de medeadviserende commissie vallen, en voorzover deze niet in strijd zijn met andere delen van het verslag.

- zodra de medeverantwoordelijke commissies en de ten principale bevoegde commissie hebben gestemd, kunnen zij, op aanbeveling van de rapporteur en de rapporteurs van de medeverantwoordelijke commissies, besluiten om gezamenlijke compromisamendementen ter plenaire vergadering in te dienen;

- indien de in het vierde streepje beschreven procedure niet wordt gevolgd, of indien er tussen de betrokken commissies een meningsverschil blijft bestaan, kan een medeverantwoordelijke commissie, in afwijking van artikel 150, lid 1, de onder haar bevoegdheid vallende amendementen, die zij reeds bij de commissie ten principale had ingediend en die door laatstgenoemde waren verworpen, opnieuw ter plenaire vergadering indienen.

Or. fr

Motivering

(Inleidende zin) Deze formulering biedt de Conferentie van voorzitters de mogelijkheid om nauwere samenwerking op te leggen als oplossing voor een competentiegeschil.

(Streepje -1 - nieuw) Deze formulering moedigt de commissies aan hun samenwerking te definiëren en onderling tot overeenstemming te komen over de voorwaarden waaronder de door de medeverantwoordelijke commissies ingediende amendementen worden overgenomen (eventueel zonder stemming in de commissie ten principale).

(Streepje 2) Deze meer realistische formulering verplicht de betrokken commissies alle relevante informatie uit te wisselen om echte samenwerking tot stand te brengen.

(Streepje 3 bis - nieuw) Het voordeel van deze wijziging is dat de positie van de medeverantwoordelijke commissie tijdens de gehele procedure wordt versterkt, omdat beide partijen belang hebben bij echte samenwerking. De commissie ten principale wordt aldus in de gelegenheid gesteld om over alle amendementen te stemmen zonder de verplichting om amendementen van de medeverantwoordelijke commissie zonder stemming in het verslag over te nemen; de medeverantwoordelijke commissie krijgt daarentegen de mogelijkheid om de door de commissie ten principale verworpen en onder haar bevoegdheid vallende amendementen opnieuw ter plenaire vergadering in te dienen. Beide commissies hebben er dan ook belang bij om in een vroeg stadium tot overeenstemming te komen, ten einde te voorkomen dat de plenaire vergadering een beslissing neemt, waarop zij geen controle meer hebben.

(Streepje 3 ter - nieuw) Deze oplossing biedt de plenaire vergadering evenwel een echte keuzemogelijkheid tussen twee tegenstrijdige standpunten in gevallen waarin een meningsverschil blijft bestaan. De eventuele indiening van compromisamendementen ter plenaire vergadering is, als al het andere mislukt, voor de commissies de laatste gelegenheid om tot overeenstemming te komen, alvorens de plenaire vergadering haar oordeel velt.

NB: Andere artikelen van het Reglement (met name de artikelen 150 en 155) dienen eveneens te worden gewijzigd om deze in overeenstemming te brengen met deze nieuwe bepalingen.


PROCEDURE

Titel

Wijziging van artikel 47 van het Reglement van het Europees Parlement "Nauwere samenwerking tussen commissieS"

Procedurenummer

2007/2016(REG)

Basiswijzigingsvoorstel(len)

B6-0461/2006

Commissie ten principale

Datum bekendmaking

AFCO
15.2.2007

Datum besluit opstelling verslag

Datum bekendmaking toestemming

 

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)       Datum bekendmaking

 

 

 

Geen advies

Datum besluit

 

 

 

 

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Richard Corbett
4.10.2006

 

Vervangen rapporteur(s)

 

Behandeling in de commissie

4.10.2006

1.3.2007

 

 

Datum goedkeuring

10.4.2007

Uitslag eindstemming

+:

–:

0

.:

20
0
0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Enrique Barón Crespo, Richard Corbett, Jean-Luc Dehaene, Andrew Duff, Maria da Assunção Esteves, Ingo Friedrich, Bronisław Geremek, Anneli Jäätteenmäki, Timothy Kirkhope, Jo Leinen, Íñigo Méndez de Vigo, Rihards Pīks, Marie-Line Reynaud, Adrian Severin, Riccardo Ventre

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Elmar Brok, Carlos Carnero González, Klaus Hänsch, Jacek Protasiewicz, Mauro Zani

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Datum indiening 

13.4.2007

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...

Juridische mededeling - Privacybeleid