Procedure : 2003/0153(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0145/2007

Ingediende teksten :

A6-0145/2007

Debatten :

PV 09/05/2007 - 19
CRE 09/05/2007 - 19

Stemmingen :

PV 10/05/2007 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0176

AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING     ***II
PDF 234kWORD 294k
17.4.2007
PE 382.610v02-00 A6-0145/2007

betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (kaderrichtlijn)

(9911/3/2006 – C6‑0040/2007 – 2003/0153(COD))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Malcolm Harbour

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (kaderrichtlijn)

(9911/3/06 – C6‑0040/2007 – 2003/0153(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (9911/3/06 – C6‑0040/2007),

–   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2003)0418)(2),

–   gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie (COM(2004)0738)(3),

–   gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

–   gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A6‑0145/2007),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 5

(5) Om de fabrikanten in staat te stellen zich aan de nieuwe geharmoniseerde procedures aan te passen, moet in een voldoende lange overgangstermijn worden voorzien voordat de communautaire typegoedkeuring van voertuigen verplicht wordt voor in één fase gebouwde voertuigen van andere categorieën dan M1. Voor voertuigen van andere categorieën dan M1 waarvoor meerfasengoedkeuring is vereist, moet in een langere overgangstermijn worden voorzien, omdat de procedure ook zal gelden voor carrosseriebouwers, die op dat gebied nog voldoende ervaring moeten opdoen om de vereiste procedures naar behoren te kunnen toepassen.

(5) Om de fabrikanten in staat te stellen zich aan de nieuwe geharmoniseerde procedures aan te passen, moet in een voldoende lange overgangstermijn worden voorzien voordat de communautaire typegoedkeuring van voertuigen verplicht wordt voor in één fase gebouwde voertuigen van andere categorieën dan M1. Voor voertuigen van andere categorieën dan M1 waarvoor meerfasengoedkeuring is vereist, moet in een langere overgangstermijn worden voorzien, omdat de procedure ook zal gelden voor carrosseriebouwers, die op dat gebied nog voldoende ervaring moeten opdoen om de vereiste procedures naar behoren te kunnen toepassen.

 

Gezien het belang van de veiligheid van voertuigen van de categorieën M2 en M3 moeten deze voertuigen echter wel voldoen aan de technische voorschriften van de geharmoniseerde richtlijnen in de overgangsperiode waarin de nationale typegoedkeuring nog geldt, en wel om de fabrikanten in staat te stellen ervaring op te doen met de communautaire typegoedkeuring van voertuigen.

Or. en

Motivering

Voor bussen en toerbussen van de categorieën M2 en M3 strookt de datum van invoering van de communautaire typegoedkeuring van voertuigen niet met de huidige formulering van de overweging, omdat voor deze categorieën voertuigen niet is voorzien in een aanloopperiode vóór de verplichte toepassing van de communautaire typegoedkeuring. Om de veiligheid van deze voertuigen te verzekeren wordt voorgesteld om de veiligheidsnormen eerder verplicht te stellen en de geharmoniseerde technische voorschriften ook te laten gelden in de overgangsperiode waarin nationale typegoedkeuring nog is toegestaan.

Amendement 2

Overweging 10, alinea 2

De VN/ECE-reglementen waartoe de Gemeenschap krachtens dit besluit toetreedt, en de wijzigingen van VN/ECE-reglementen waartoe de Gemeenschap al is toegetreden, dienen als voorschriften voor de EG-typegoedkeuring of als alternatieven voor de bestaande communautaire wetgeving in de communautaire typegoedkeuringsprocedure te worden opgenomen. In het bijzonder moet deze richtlijn volgens de regelgevingsprocedure van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden op de nodige punten worden aangepast wanneer de Gemeenschap bij besluit van de Raad beslist dat een VN/ECE-reglement deel gaat uitmaken van de EG-typegoedkeuringsprocedure voor voertuigen en in de plaats komt van bestaande communautaire wetgeving.

De VN/ECE-reglementen waartoe de Gemeenschap krachtens dit besluit toetreedt, en de wijzigingen van VN/ECE-reglementen waartoe de Gemeenschap al is toegetreden, dienen als voorschriften voor de EG-typegoedkeuring of als alternatieven voor de bestaande communautaire wetgeving in de communautaire typegoedkeuringsprocedure te worden opgenomen. In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid hebben deze richtlijn op de nodige punten aan te passen, wanneer de Gemeenschap bij besluit van de Raad beslist dat een VN/ECE-reglement deel gaat uitmaken van de EG-typegoedkeuringsprocedure voor voertuigen en in de plaats komt van bestaande communautaire wetgeving. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn of ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Motivering

Er moet worden verwezen naar de nieuwe regelgevingsprocedure met toetsing die is vastgesteld in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG, gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG.

Amendement 3

Overweging 10 bis (nieuw)

 

(10 bis) Voor een betere regelgeving, voor de vereenvoudiging en om te voorkomen dat de bestaande communautaire wetgeving over kwesties van technische specificaties voortdurend moet worden geactualiseerd, moet het mogelijk zijn dat in deze richtlijn of afzonderlijke richtlijnen en verordeningen verwijzingen naar bestaande internationale normen en regelingen worden opgenomen.

Motivering

Deze overweging dient ter ondersteuning van de invoeging van een nieuw lid 4 in artikel 34. In een tijdperk van voortdurende technische innovatie, is het wenselijk dat een nauw verband wordt ingesteld tussen de evolutie van de technische en wetenschappelijke kennis en de wetgeving, om een voortdurend proces van actualisering van de technische communautaire wetgeving te voorkomen.

Amendement 4

Overweging 13

(13) Die maatregelen mogen alleen gelden voor een beperkt aantal onderdelen en uitrustings­stukken, waarvan, na raadpleging van de belanghebbenden en het in deze richtlijn bedoelde regelgevend comité, een lijst wordt opgesteld. Die maatregelen moeten ervoor zorgen dat de desbetreffende onderdelen of uitrustingsstukken de veiligheid of de milieuprestaties van het voertuig niet nadelig beïnvloeden en moeten tezelfdertijd waar mogelijk de concurrentie op de secundaire onderdelenmarkt in stand houden.

(13) Die maatregelen mogen alleen gelden voor een beperkt aantal onderdelen of uitrustings­stukken. De lijst van deze onderdelen of uitrustingsstukken en latere vereisten moeten worden vastgesteld na raadpleging van de belanghebbenden en het in deze richtlijn bedoelde regelgevend comité. Bij de vaststelling van de lijst raadpleegt de Commissie de belanghebbenden op basis van een rapport en streeft zij naar een eerlijk evenwicht tussen de vereisten op het gebied van de verbetering van de veiligheid op de weg en op het gebied van milieubescherming, en de belangen van consumenten, producenten en verdelers bij de instandhouding van de concurrentie op de secundaire onderdelenmarkt.

Motivering

Overeenkomstig de aanbeveling van de groep op hoog niveau inzake betere regelgeving CARS 21 moet transparantie van de hele procedure met het regelgevend comité worden gegarandeerd, niet alleen wat de opstelling van de lijst van onderdelen betreft.

Amendement 5

Overweging 14

(14) De lijst van onderdelen en uitrustingsstukken, de desbetreffende essentiële systemen en de test- en uitvoeringsmaatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, van deze richtlijn bedoelde procedure.

(14) De lijst van onderdelen en uitrustingsstukken, de desbetreffende essentiële systemen en de test- en uitvoeringsmaatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, van deze richtlijn bedoelde procedure. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn of ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Motivering

Er moet worden verwezen naar de nieuwe regelgevingsprocedure met toetsing die is vastgesteld in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG, gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG.

Amendement 6

Overweging 17 bis (nieuw)

 

(17 bis) Even belangrijk is dat de fabrikanten informatie beschikbaar stellen aan onafhankelijke ondernemingen, om ervoor te zorgen dat voertuigen service krijgen en worden gerepareerd op een volledig concurrerende markt. Deze informatievereisten zijn reeds opgenomen in communautaire wetgeving, met name het voorstel voor een verordening betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (COM(2005)0683), waarbij de Commissie uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van die verordening de doeltreffendheid van deze artikelen zal nagaan en vervolgens kan onderzoeken of het wenselijk is alle bepalingen met betrekking tot de toegang tot reparatie- en onderhoudinformatie in het kader van deze richtlijn te consolideren.

Motivering

Dit amendement heeft ten doel overweging 17 bis te laten aansluiten bij de formulering van de Euro 5-verordening.

Amendement 7

Overweging 18

(18) Om de procedure te vereenvoudigen en te versnellen, dienen maatregelen om enerzijds de bijzondere richtlijnen of verordeningen uit te voeren en anderzijds de bijlagen bij deze richtlijn en die bij de bijzondere richtlijnen of verordeningen aan te passen, in het bijzonder aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis, te worden goed­gekeurd overeenkomstig Besluit 1999/468/EG.

(18) Om de procedure te vereenvoudigen en te versnellen, dienen maatregelen om enerzijds de bijzondere richtlijnen of verordeningen uit te voeren en anderzijds de bijlagen bij deze richtlijn en die bij de bijzondere richtlijnen of verordeningen aan te passen, in het bijzonder aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis, te worden goed­gekeurd overeenkomstig Besluit 1999/468/EG.

 

Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn of de bijzondere richtlijnen of verordeningen of ter aanvulling van deze met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing. Dezelfde procedure moet van toepassing zijn op aanpassingen die nodig zijn voor de typegoedkeuring van voertuigen voor personen met een handicap.

Motivering

Er moet in de mogelijkheid worden voorzien de kaderrichtlijn en de bijzondere richtlijnen en verordeningen via comitologie te wijzigen, om de goedkeuring van voertuigen die aangepast zijn aan de behoeften van personen met een handicap, mogelijk te maken. Er moet worden verwezen naar de nieuwe regelgevingsprocedure met toetsing die is vastgesteld in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG, gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG.

Amendement 8

Overweging 19

(19) De ervaring leert dat soms onmiddellijk passende maatregelen ter bescherming van de weggebruikers moeten worden genomen wanneer tekortkomingen in de bestaande wet­geving zijn geconstateerd. In dergelijke spoedgevallen moeten de vereiste wijzigingen op de bijzondere richtlijnen of verordeningen overeenkomstig Besluit 1999/468/EG worden goedgekeurd.

(19) De ervaring leert dat soms onmiddellijk passende maatregelen ter bescherming van de weggebruikers moeten worden genomen wanneer tekortkomingen in de bestaande wet­geving zijn geconstateerd. In dergelijke spoedgevallen moeten de vereiste wijzigingen op de bijzondere richtlijnen of verordeningen overeenkomstig Besluit 1999/468/EG worden goedgekeurd. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van de bijzondere richtlijnen of verordeningen of ter aanvulling van deze met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Motivering

Er moet worden verwezen naar de nieuwe regelgevingsprocedure met toetsing die is vastgesteld in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG, gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG.

Amendement 9

Overweging 23 bis (nieuw)

 

(23 bis) De vereisten in deze kaderrichtlijn zijn in overeenstemming met de principes die zijn vastgesteld in het actieplan "Vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving" (COM(2002)0278). Het is van bijzonder belang dat toekomstige maatregelen die op grond van deze richtlijn worden voorgesteld of procedures die als toepassing ervan moeten worden gevolgd, stroken met deze principes, die in de Mededeling van de Commissie "Een concurrerend regelgevingskader voor de automobielindustrie voor de 21e eeuw" (COM(2007)0022) in herinnering zijn gebracht.

Motivering

Het is wenselijk dat het kernstuk van de regelgeving inzake motorvoertuigen in de ruimere context wordt geplaatst van de geïntegreerde aanpak die door de Commissie, het Parlement en de Raad wordt voorgestaan.

Amendement 10

Artikel 2, lid 3

3. De typegoedkeuring of individuele goedkeuring overeenkomstig deze richtlijn is facultatief voor de volgende voertuigen:

3. De typegoedkeuring of individuele goedkeuring overeenkomstig deze richtlijn is facultatief voor de volgende voertuigen:

a) voertuigen die zijn ontworpen en gebouwd om hoofdzakelijk op bouwplaatsen, in steengroeven, in havens of op luchthavens te worden gebruikt;

a) voertuigen die zijn ontworpen en gebouwd om hoofdzakelijk op bouwplaatsen, in steengroeven, in havens of op luchthavens te worden gebruikt;

b) voertuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor gebruik door de strijdkrachten, de burgerbescherming, de brandweer en de ordehandhavingsdiensten;

b) voertuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor gebruik door de strijdkrachten, de burgerbescherming, de brandweer en de ordehandhavingsdiensten en

c) mobiele machines.

c) mobiele machines,

 

in de mate dat deze voertuigen aan de vereisten van deze richtlijn kunnen voldoen. Deze facultatieve goedkeuringen laten de toepassing van Richtlijn 2006/42/EG onverlet.

Amendement 11

Artikel 3, punt 30

30) "bevoegde instantie": de in artikel 42 bedoelde bevoegde instantie is de goedkeurings­instantie, de aanwijzende autoriteit of een accrediteringsorgaan dat namens hen handelt;

30) "bevoegde instantie": de in artikel 42 bedoelde bevoegde instantie is ofwel de goedkeurings­instantie of een aangewezen autoriteit, ofwel een accrediteringsorgaan dat namens een van beide handelt;

Motivering

Kleine wijziging om te verduidelijken welke autoriteiten in de lidstaten bevoegd zijn om de bekwaamheden bij de technische diensten te beoordelen.

Amendement 12

Artikel 9, lid 2, alinea 1 bis (nieuw)

 

De meerfasentypegoedkeuring is ook van toepassing op nieuwe voertuigen die zijn geconverteerd of gewijzigd door een andere producent.

Motivering

Aangezien er verschillende meningen bestaan onder de lidstaten over de manier waarop een typegoedkeuring moet worden afgegeven voor voertuigen die vóór hun eerste registratie zijn gewijzigd door een andere producent, is dit amendement bedoeld om te verduidelijken dat geconverteerde of gewijzigde voertuigen een typegoedkeuring moeten krijgen volgens de meerfasenprocedure. Als gevolg hiervan hoeven niet alle tests op de geconverteerde of gewijzigde voertuigen te worden overgedaan, maar alleen diegene waarvoor de wijzigingen gevolgen hebben.

Amendement 13

Artikel 20, lid 1

1. Op verzoek van de fabrikant mogen de lidstaten een EG-typegoedkeuring verlenen aan een systeem, onderdeel of technische eenheid waarin technologieën of concepten zijn toegepast die onverenigbaar zijn met een of meer in bijlage IV, deel I, vermelde regelgevingen, mits de Commissie daarvoor volgens de in artikel 40, lid 2, bedoelde procedure een vergunning geeft.

1. Op verzoek van de fabrikant mogen de lidstaten een EG-typegoedkeuring verlenen aan een systeem, onderdeel of technische eenheid waarin technologieën of concepten zijn toegepast die onverenigbaar zijn met een of meer in bijlage IV, deel I, vermelde regelgevingen, mits de Commissie daarvoor volgens de in artikel 40, lid 2 bis, bedoelde procedure een vergunning geeft.

Motivering

Voor de goedkeuring door de Commissie van individuele besluiten moet de regelgevingsprocedure in de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG worden gevolgd (in tegenstelling tot de goedkeuring van maatregelen van algemene strekking, waarop de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 5 bis van het genoemde Besluit van toepassing is).

Amendement 14

Artikel 20, lid 4, alinea 1

Volgens de in artikel 40, lid 2, bedoelde procedure besluit de Commissie of zij de lidstaat al dan niet toestemming geeft om aan dat voertuigtype een EG-typegoedkeuring te verlenen.

Volgens de in artikel 40, lid 2 bis, bedoelde procedure besluit de Commissie of zij de lidstaat al dan niet toestemming geeft om aan dat voertuigtype een EG-typegoedkeuring te verlenen.

Motivering

Voor de goedkeuring door de Commissie van individuele besluiten moet de regelgevingsprocedure in de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG worden gevolgd (in tegenstelling tot de goedkeuring van maatregelen van algemene strekking, waarop de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 5 bis van het genoemde Besluit van toepassing is).

Amendement 15

Artikel 21, lid 2, alinea 2

Indien de nodige stappen voor de aanpassing van de regelgevingen niet zijn ondernomen, kan op verzoek van de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend, de geldigheid van een ontheffing bij een andere volgens de in artikel 40, lid 2, bedoelde procedure gegeven beschikking worden verlengd.

Indien de nodige stappen voor de aanpassing van de regelgevingen niet zijn ondernomen, kan op verzoek van de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend, de geldigheid van een ontheffing bij een andere volgens de in artikel 40, lid 2 bis, bedoelde procedure gegeven beschikking worden verlengd.

Motivering

Voor de goedkeuring door de Commissie van individuele besluiten moet de regelgevingsprocedure in de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG worden gevolgd (in tegenstelling tot de goedkeuring van maatregelen van algemene strekking, waarop de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 5 bis van het genoemde Besluit van toepassing is).

Amendement 16

Artikel 30, lid 1

1. Indien een lidstaat die een EG-typegoedkeuring heeft verleend, van oordeel is dat nieuwe voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die van een certificaat van overeenstemming of een goedkeuringsmerk zijn voorzien, niet in overeenstemming zijn met het door hem goedgekeurde type, neemt hij de nodige maatregelen, die kunnen gaan tot intrekking van de typegoedkeuring, om de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden in productie in overeenstemming te brengen met het goedgekeurde type. De goedkeuringsinstantie van deze lidstaat stelt de goedkeuringsinstanties van de overige lidstaten in kennis van de genomen maatregelen.

1. Indien een lidstaat die een EG-typegoedkeuring heeft verleend, van oordeel is dat nieuwe voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die van een certificaat van overeenstemming of een goedkeuringsmerk zijn voorzien, niet in overeenstemming zijn met het door hem goedgekeurde type, neemt hij de nodige maatregelen, die waar nodig kunnen gaan tot intrekking van de typegoedkeuring, om de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden in productie in overeenstemming te brengen met het goedgekeurde type. De goedkeuringsinstantie van deze lidstaat stelt de goedkeuringsinstanties van de overige lidstaten in kennis van de genomen maatregelen.

Motivering

Om de typegoedkeuringsinstanties flexibiliteit te bieden, opdat zij adequate actie kunnen ondernemen, volgens eigen goeddunken.

Amendement 17

Artikel 31, titel

Onderdelen en uitrustingsstukken die een aanzienlijk risico vormen voor de correcte werking van essentiële systemen

Verkoop en in het verkeer brengen van onderdelen of uitrustingsstukken die een aanzienlijk risico kunnen vormen voor de correcte werking van essentiële systemen

Amendement 18

Artikel 31, lid 1

1. De lidstaten voorkomen de verkoop, het te koop aanbieden of het in het verkeer brengen van onderdelen of uitrustingsstukken die een aanzienlijk risico kunnen vormen voor de correcte werking van systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of voor zijn milieuprestaties, tenzij daarvoor een vergunning is verleend door een goed­keuringsinstantie overeenkomstig de leden 4 en 6.

1. De lidstaten staan de verkoop, het te koop aanbieden of het in het verkeer brengen van onderdelen of uitrustingsstukken die een aanzienlijk risico kunnen vormen voor de correcte werking van systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of voor zijn milieuprestaties, alleen toe, als voor deze onderdelen of uitrustingsstukken een vergunning is verleend door een goed­keuringsinstantie overeenkomstig de leden 4 tot 7.

Een lijst van zulke onderdelen of uitrustingsstukken wordt vastgesteld in bijlage XIII overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, bedoelde procedure, waarbij rekening wordt gehouden met beschikbare informatie betreffende:

De onderdelen of uitrustingsstukken waarvoor de in lid 1 genoemde vergunning nodig is, worden opgenomen in de lijst die in bijlage XIII overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing wordt vastgesteld. Een besluit hierover is gebaseerd op een effectbeoordeling en bij dit besluit wordt gestreefd naar een eerlijk evenwicht tussen de volgende elementen:

- de ernst van het risico voor de veiligheid of de milieuprestaties van voertuigen waarop deze onderdelen en uitrustingsstukken zijn gemonteerd; en aan

a) het bestaan van een ernstig risico voor de veiligheid of de milieuprestaties van voertuigen waarop deze onderdelen of uitrustingsstukken zijn gemonteerd; en

- de gevolgen die het uit hoofde van dit artikel opleggen van een eventuele vergunning voor onderdelen en uitrustingsstukken met zich meebrengt voor de consumenten en de fabrikanten in de secundaire markt voor onderdelen en uitrustingsstukken.

b) de gevolgen die het uit hoofde van dit artikel opleggen van een eventuele vergunning voor onderdelen en uitrustingsstukken met zich meebrengt voor de consumenten en de fabrikanten in de secundaire markt voor onderdelen of uitrustingsstukken.

Motivering

Meer duidelijkheid over de procedure voor de opname in de lijst die moet worden gevolgd en de doelstellingen die moeten worden gehaald.

Amendement 19

Artikel 31, lid 2

2. Lid 1 is niet van toepassing op originele onderdelen en uitrustingsstukken, noch op onderdelen of uitrustingsstukken waarvoor een typegoedkeuring is verleend overeenkomstig de bepalingen van één van de in bijlage IV vermelde regelgevingen, tenzij de goedkeuring betrekking heeft op andere aspecten dan die welke onder lid 1 vallen. Waar nodig kunnen echter overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, bedoelde procedure bepalingen worden aangenomen voor het identificeren van dergelijke onderdelen of uitrustingsstukken bij het in de handel brengen ervan.

2. Lid 1 is niet van toepassing op originele onderdelen of uitrustingsstukken die onder een typegoedkeuring van een systeem vallen met betrekking tot een voertuig, noch op onderdelen of uitrustingsstukken waarvoor een typegoedkeuring is verleend overeenkomstig de bepalingen van één van de in bijlage IV vermelde regelgevingen, tenzij deze goedkeuringen betrekking hebben op andere aspecten dan die welke onder lid 1 vallen. Lid 1 is niet van toepassing op onderdelen of uitrustingsstukken die uitsluitend worden geproduceerd voor racevoertuigen die niet bedoeld zijn voor gebruik op de openbare weg. Als in bijlage XIII opgenomen onderdelen of uitrustingsstukken bedoeld zijn voor tweeërlei gebruik, voor races en op de weg, mogen deze onderdelen of uitrustingsstukken niet voor gebruik in wegvoertuigen aan het publiek worden verkocht of te koop aangeboden, tenzij zij aan de vereisten van dit artikel voldoen. Waar nodig kunnen overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing bepalingen worden aangenomen voor het identificeren van dergelijke onderdelen of uitrustingsstukken bij het in de handel brengen ervan.

Amendement 20

Artikel 31, lid 3

3. De in lid 1 bedoelde lijst kan worden geactualiseerd en voor zover nodig worden het model en het nummeringssysteem van het in lid 4 bedoelde certificaat, alsmede aspecten in verband met de procedure, de voorschriften, het merken, het verpakken en de passende tests, vastgesteld overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, bedoelde procedure. De voorschriften kunnen worden gebaseerd op de in bijlage IV opgesomde regelgevingen of kunnen een vergelijking opleggen van het onderdeel of het uitrustingsstuk met de prestaties van het originele voertuig of, naargelang het geval, van een onderdeel daarvan. Hierbij moeten de voorschriften ervoor zorgen dat de onderdelen of uitrustingsstukken geen nadelige invloed hebben op de werking van de systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of voor zijn milieuprestaties.

3. De in lid 1 bedoelde procedure en voorschriften met betrekking tot de vergunningsprocedure, alsmede de regels voor een latere actualisering van de lijst worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, na overleg met de belanghebbenden. Deze voorschriften omvatten regels op het gebied van veiligheid, milieubescherming en waar nodig, testnormen. De voorschriften mogen worden gebaseerd op de in bijlage IV opgesomde regelgevingen of worden opgesteld overeenkomstig de desbetreffende veiligheids-, milieu- en testtechnologie of, indien dit niet mogelijk is, een vergelijking opleggen van het onderdeel of het uitrustingsstuk met de prestaties op het gebied van milieu of veiligheid van het originele voertuig of, naargelang het geval, van een onderdeel daarvan.

Motivering

Verduidelijking van de voorschriften inzake goedkeuring die mogelijk zijn voor onderdelen in deze categorie.

Amendement 21

Artikel 31, lid 4 bis (nieuw)

 

4 bis. Elk onderdeel of uitrustingsstuk waarvoor met toepassing van dit artikel een vergunning is verleend, wordt naar behoren gemerkt.

Vereisten inzake het merken en verpakken, alsmede het model en het nummeringssysteem van het in lid 4 genoemde certificaat worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Motivering

Het merken van onderdelen waarvoor een vergunning is verleend, is van essentieel belang voor consumentvoorlichting en markttoezicht. In de Raadstekst is niet duidelijk of onderdelen waarvoor een vergunning is verleend, verplicht moeten worden gemerkt.

Amendement 22

Artikel 31, lid 8

8. Dit artikel is niet van toepassing zolang de in lid 1 bedoelde lijst niet is opgesteld. Voor de opname van onderdelen of uitrustingsstukken of groepen daarvan in die lijst wordt een redelijke overgangsperiode vastgesteld waarin het in lid 1 bedoelde verbod wordt opge­schort om de fabrikant van het onderdeel of uitrustingsstuk in staat te stellen een ver­gunning aan te vragen en te verkrijgen. Tegelijkertijd kan, waar nodig, een datum worden vastgesteld om onderdelen en uitrustingsstukken die zijn ontworpen voor voertuigen waaraan vóór die datum een typegoedkeuring is verleend, van de toepassing van dit artikel uit te sluiten.

8. Dit artikel is niet van toepassing op een onderdeel of uitrustingsstuk zolang dit niet in de lijst van bijlage XIII is opgenomen. Voor de opname van onderdelen of uitrustingsstukken of groepen daarvan in bijlage XIII wordt een redelijke overgangsperiode vastgesteld om de fabrikant van het onderdeel of uitrustingsstuk in staat te stellen een ver­gunning aan te vragen en te verkrijgen. Tegelijkertijd kan, waar nodig, een datum worden vastgesteld om onderdelen en uitrustingsstukken die zijn ontworpen voor voertuigen waaraan vóór die datum een typegoedkeuring is verleend, van de toepassing van dit artikel uit te sluiten.

Motivering

Gewijzigde formulering, om het lid te laten aansluiten bij het gewijzigde artikel 31, lid 1.

Amendement 23

Artikel 31, lid 9

9. Zolang er geen beslissing is genomen over het al dan niet opnemen van een bepaald onderdeel of uitrustingsstuk in de in lid 1 bedoelde lijst, kunnen de lidstaten nationale bepalingen handhaven in verband met onderdelen en uitrustingsstukken die een nadelige invloed kunnen hebben op de correcte werking van systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of zijn milieuprestaties.

9. Zolang er geen beslissing is genomen over het al dan niet opnemen van een onderdeel of uitrustingsstuk in de in lid 1 bedoelde lijst, kunnen de lidstaten nationale bepalingen handhaven in verband met onderdelen of uitrustingsstukken die een aanzienlijk risico kunnen vormen voor de correcte werking van systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of zijn milieuprestaties.

Zodra een besluit is genomen in positieve of negatieve zin, verliezen de nationale bepalingen in verband met de desbetreffende onderdelen of uitrustingsstukken hun geldigheid.

Zodra een besluit is genomen, verliezen de nationale bepalingen in verband met de desbetreffende onderdelen of uitrustingsstukken hun geldigheid.

Motivering

Ter verduidelijking van de voorwaarden waaronder nationale vereisten geldig blijven.

Amendement 24

Artikel 31, lid 9 bis (nieuw)

 

9 bis. Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn keuren de lidstaten geen nieuwe bepalingen over onderdelen en uitrustingsstukken die een nadelige invloed kunnen hebben op de correcte werking van systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of zijn milieuprestaties, goed.

Motivering

Om verwarring na de inwerkingtreding van artikel 31 te voorkomen.

Amendement 25

Artikel 34, lid 3 bis (nieuw)

 

3 bis. In deze richtlijn of de afzonderlijke richtlijnen en verordeningen zijn rechtstreekse verwijzingen toegestaan naar internationale normen en regelingen, zonder dat deze in het communautaire wetgevingskader worden weergegeven.

Motivering

Voor de vereenvoudiging is het wenselijk dat in een richtlijn of verordening verwijzingen zijn toegestaan naar de technische voorschriften bijvoorbeeld in een VN/ECE-reglement. Waar nodig mogen deze verwijzingen automatisch betrekking hebben op de laatste versie van het reglement in kwestie. Dit principe kan ook worden toegepast op verwijzingen naar internationale normen als CEN, ISO enz.

Amendement 26

Artikel 39, lid 2

2. Wijzigingen van de bijlagen bij deze richtlijn of van de bepalingen van de in bijlage IV, deel I, genoemde bijzondere richtlijnen of verordeningen, die nodig zijn om deze aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis aan te passen, worden volgens de in artikel 40, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

2. Wijzigingen van de bijlagen bij deze richtlijn of van de bepalingen van de in bijlage IV, deel I, genoemde bijzondere richtlijnen of verordeningen, die nodig zijn om deze aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis of aan de specifieke behoeften van personen met een handicap aan te passen, worden volgens de in artikel 40, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing vastgesteld.

Motivering

Om de Commissie in staat te stellen de aanpassingen in de communautaire wetgeving goed te keuren die nodig zijn ter vergemakkelijking van de typegoedkeuring van voertuigen die specifieke technische wijzigingen hebben ondergaan om ze geschikt te maken voor personen met een handicap.

Amendement 27

Artikel 39, lid 3

3. Wijzigingen van deze richtlijn die nodig zijn om het stelsel van de EG-typegoedkeuring toe te passen op andere voertuigen dan die welke zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, en om technische voorschriften vast te stellen voor in kleine series gebouwde voertuigen, in het kader van een individuele goedkeuringsprocedure goedgekeurde voertuigen en voertuigen voor speciale doeleinden, worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, bedoelde procedure.

3. Wijzigingen van deze richtlijn die nodig zijn om het stelsel van de EG-typegoedkeuring toe te passen op andere voertuigen en om technische voorschriften vast te stellen voor in kleine series gebouwde voertuigen, in het kader van een individuele goedkeuringsprocedure goedgekeurde voertuigen en voertuigen voor speciale doeleinden, worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 40, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Amendement 28

Artikel 39, lid 7 bis (nieuw)

 

7 bis. De bijlagen bij deze richtlijn kunnen worden gewijzigd door middel van verordeningen.

Motivering

Voor de vereenvoudiging, een van de hoekstenen van "Betere regelgeving", is het wenselijk dat de technische aspecten waarop de bijlagen van de kaderrichtlijn betrekking hebben, rechtstreeks van toepassing kunnen worden gemaakt in de lidstaten, om onnodige vertragingen te voorkomen.

Amendement 29

Artikel 40, lid 2

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 bis, leden 1 t/m 4 en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

 

 

2 bis. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Motivering

Er moet worden verwezen naar de nieuwe regelgevingsprocedure met toetsing die is vastgesteld in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG, gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG. Onder de instellingen lijkt overeenstemming te bestaan dat de periode in artikel 5, lid 6 niet langer hoeft te worden vermeld.

Amendement 30

Artikel 45, lid 3 bis (nieuw)

 

3 bis. Op verzoek van de fabrikant blijven de lidstaten tot de in voetnoot 1 van bijlage XIX genoemde tijdstippen als alternatief voor communautaire typegoedkeuring voor voertuigen nationale typegoedkeuring verlenen voor voertuigen van de categorieën M2 of M3, mits voor de voertuigen en de systemen, onderdelen of technische eenheden daarvan typegoedkeuring is verleend overeenkomstig de in deel I van bijlage IV bij deze richtlijn opgesomde regelgevingen.

Motivering

Op deze wijze wordt gezorgd voor een vroegtijdiger verplichte toepassing van de regelgevingen en worden tegelijk de administratieve lasten voor de fabrikanten verlicht bij de overgang van het nationale op het communautaire typegoedkeuringssysteem.

Amendement 31

Artikel 45, lid 4

4. Wat motorvoertuigen betreft, zijn de leden 1, 2 en 3 alleen van toepassing op voertuigen met verbrandingsmotor. Voor de toepassing van die bepalingen worden hybride elektrische voertuigen als voertuigen met verbrandingsmotor beschouwd.

schrappen

Motivering

Door de schrapping van dit lid is de typegoedkeuring mogelijk van voertuigen waarbij gebruik wordt gemaakt van andere technologie dan een verbrandingsmotor, bijvoorbeeld voertuigen met brandstofcellen.

Amendement 32

Artikel 46

De lidstaten stellen de sancties vast die van toepassing zijn in geval van overtreding van de bepalingen van deze richtlijn en van de in bijlage IV, deel I, vermelde regelgevingen en zij treffen alle maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van die sancties. De vastgestelde sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk …* in kennis van de desbetreffende bepalingen en delen haar alle latere wijzigingen zo spoedig mogelijk mee.

De lidstaten stellen de sancties vast die van toepassing zijn in geval van overtreding van de bepalingen van deze richtlijn, met name de verbodsbepalingen in of als gevolg van artikel 31, en van de in bijlage IV, deel I, vermelde regelgevingen en zij treffen alle maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van die sancties. De vastgestelde sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk …* in kennis van de desbetreffende bepalingen en delen haar alle latere wijzigingen zo spoedig mogelijk mee.

Motivering

Eenvoudiger formulering die consistent is met de wijzigingen in artikel 31, lid 1.

Amendement 33

Bijlage II, deel A, punt 5

5. "Voertuig voor speciale doeleinden": een voertuig van categorie M, N of O voor het vervoer van passagiers of goederen en voor het verrichten van speciale diensten waarvoor een bijzondere carrosserie-uitvoering en/of uitrusting noodzakelijk is.

5. "Voertuig voor speciale doeleinden": een voertuig dat bedoeld is voor het verrichten van diensten waarvoor een bijzondere carrosserie-uitvoering en/of uitrusting noodzakelijk is. Deze categorie omvat voertuigen die toegankelijk zijn voor rolstoelen.

Motivering

Om tot de categorie van voertuigen voor speciale doeleinden voertuigen te laten behoren die gebouwd of verbouwd zijn ten behoeve van rolstoelgebruikers. Zo wordt het mogelijk specifieke technische voorschriften vast te stellen voor de typegoedkeuring van deze voertuigen op communautair niveau. Daarnaast wordt de definitie vereenvoudigd.

Amendement 34

Bijlage II, deel A, punt 5, punt 5.4 bis (nieuw)

 

5.4 bis. "Voor rolstoelen toegankelijk voertuig": een voertuig van categorie M1 dat specifiek gebouwd of verbouwd is ten behoeve van een of meer personen die in hun rolstoel zijn gezeten, wanneer zij reizen over de weg.

Motivering

Voor een duidelijke definitie van een voertuig dat is verbouwd voor het vervoer van rolstoelgebruikers die in hun eigen rolstoel zijn gezeten. Samen met het nieuwe aanhangsel van bijlage XI maakt deze definitie de vaststelling van specifieke technische voorschriften voor de typegoedkeuring van deze voertuigen op communautair niveau mogelijk.

Amendement 35

Bijlage II, deel C, punt 5, punt SG bis (nieuw)

 

SG bis. "Voor rolstoelen toegankelijk voertuig" (zie bijlage II, deel A, item 5.4 bis)

Motivering

Hangt samen met de nieuw opgenomen definitie in bijlage II, deel A, punt 5.

Amendement 36

Bijlage IV, deel I, punt 31, kolom 1

31. Veiligheidsgordels

31. Veiligheidsgordels en bevestigingssystemen

Motivering

Om de consistentie te garanderen met de invoering van een nieuwe verplichting tot typegoedkeuring van bevestigingssystemen voor kinderen overeenkomstig Richtlijn 77/541/EEG.

Dit amendement moet ook van toepassing zijn op: Bijlage IV, deel I, aanhangsel, punt 31 - Bijlage IV, deel II, punt 31 - Bijlage VI, aanhangsel, punt 31 - Bijlage XI, aanhangsel 1, punt 31 - Bijlage XI, aanhangsel 2, punt 31 - Bijlage XI, aanhangsel 3, punt 31 - Bijlage XI, aanhangsel 4, punt 31

Amendement 37

Bijlage V, aanhangsel 2, punten 10.1 en 10.2, inleidende formule en letter a)

10.1. De bevoegde instantie neemt zo snel mogelijk een besluit over de toekenning, bevestiging of verlenging van een aanwijzing op basis van het verslag (de verslagen) en alle andere relevante informatie.

10.1. De goedkeuringsinstantie neemt zo snel mogelijk een besluit over de toekenning, bevestiging of verlenging van een aanwijzing op basis van het verslag (de verslagen) en alle andere relevante informatie.

10.2. De bevoegde instantie geeft een certificaat af aan de technische dienst. Dit certificaat bevat de volgende gegevens:

10.2. De goedkeuringsinstantie geeft een certificaat af aan de technische dienst. Dit certificaat bevat de volgende gegevens:

a) de identificatiegegevens en het logo van de bevoegde instantie;

a) de identificatiegegevens en het logo van de goedkeuringsinstantie;

Amendement 38

Bijlage VII, punt 1, deel 1, nummers 19 en 34 (nieuw)

 

19 voor Roemenië

34 voor Bulgarije

Motivering

Als gevolg van de uitbreiding van de Europese Unie.

Amendement 39

Bijlage VII, Aanhangsel, punt 1.1, nummers 19 en 34 (nieuw)

 

19 voor Roemenië

34 voor Bulgarije

Motivering

Als gevolg van de uitbreiding van de Europese Unie.

Amendement 40

Bijlage IX, deel I, bladzijde 2, punt 47, rijen 1 en 7

België: ... | Tsjechië: ...

België: .. | Bulgarije: ..| Tsjechië:..

Polen : ... | Portugal: ...

Polen: ... | Portugal: ..| Roemenië: ..

Motivering

Als gevolg van de uitbreiding van de Europese Unie.

Dit amendement moet gelden voor complete of voltooide voertuigen van categorie M1, categorieën M2 en M3; categorieën N1, N2 en N3 en voor de categorieën O1, O2, O3 en O4.

Amendement 41

Bijlage IX, deel II, bladzijde 2, punt 47, regels 1 en 7

België: ... | Tsjechië: ...

België: .. | Bulgarije: ..| Tsjechië:..

Polen : ... | Portugal: ...

Polen: ... | Portugal: ..| Roemenië: ..

Motivering

Als gevolg van de uitbreiding van de Europese Unie.

Dit amendement moet gelden voor complete of voltooide voertuigen van categorie M1, categorieën M2 en M3; categorieën N1, N2 en N3 en voor de categorieën O1, O2, O3 en O4.

Amendement 42

Bijlage XI, aanhangsel 2 bis (nieuw)

Amendementen van het Parlement

Aanhangsel 2 bis

Voor rolstoelen toegankelijke voertuigen

Nr.

Onderwerp

Regelgeving

M1

1

Geluidsniveau

70/157/EEC

X

2

Emissies

70/220/EEC

G + W1

3

Brandstoftanks/beschermings-inrichtingen aan de achterzijde

70/221/EEC

X + W2

4

Plaats voor de achterste kentekenplaat

70/222/EEC

X

5

Stuurinrichting

70/311/EEC

X

6

Hang- en sluitwerk van deuren

70/387/EEC

X

7

Geluidssignaalinrichting

70/388/EEC

X

8

Inrichtingen voor indirect zicht

2003/97/EEC

X

9

Reminrichtingen

71/320/EEC

X

10

Onderdrukking radiostoringen

72/245/EEC

X

11

Verontreiniging door dieselmotoren

72/306/EEC

X

12

Binneninrichting

74/60/EEC

X

13

Beveiliging tegen diefstal en startonderbrekers

74/61/EEC

X

14

Gedrag stuurinrichting bij botsingen

74/297/EEC

X

15

Sterkte van de zitplaatsen

74/408/EEC

X + W3

16

Naar buiten uitstekende delen

74/483/EEC

X + W4

17

Snelheidsmeter en achteruitrijdinrichtingen

75/443/EEC

X

18

Voorgeschreven platen

76/114/EEC

X

19

Bevestigingspunten veiligheidsgordels

76/115/EEC

X + W5

20

Verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen

76/756/EEC

X

21

Retroflectoren

76/757/EEC

X

22

Markerings-, breedte-, achter-, stop-, zijmarkerings- en dagrijlichten

76/758/EEC

X

23

Richtingaanwijzers

76/759/EEC

X

24

Achterkentekenplaatverlichting

76/760/EEC

X

25

Koplichten (met gloeilampen)

76/761/EEC

X

26

Mistlichten vóór

76/762/EEC

X

27

Sleepinrichtingen

77/389/EEC

X

28

Mistlichten achter

77/538/EEC

X

29

Achteruitrijlichten

77/539/EEC

X

30

Parkeerlichten

77/540/EEC

X

31

Veiligheidsgordels en bevestigingssystemen

77/541/EEC

X + W6

32

Zichtveld

77/649/EEC

X

33

Identificatie van bedieningsorganen

78/316/EEC

X

34

Ontdooiings- en ontwasemingsinrichtingen

78/317/EEC

X

35

Ruitenwissers en sproeiers

78/318/EEC

X

36 

Verwarmingssystemen

2001/56/EC 

37

Wielafschermingen

78/549/EEC

X

39

CO2-emissies/brandstofverbruik

80/1268/EEC

X + W7

40

Motorvermogen

80/1269/EEC

X

41

Emissies van dieselmotoren

2005/55/EC

X

44

Massa's en afmetingen

92/21/EEC

X + W8

45

Veiligheidsglas

92/22/EEC

X

46

Banden

92/23/EEC

X

50

Koppelingen

94/20/EC

X

53

Frontale botsing

96/79/EC

X + W9

54

Zijdelingse botsing

96/27/EC

X + W10

58

Bescherming van voetgangers

2003/102/EC

X

59

Recycleerbaarheid

2005/64/EC

N/A

60

Frontbeschermingsinrichting

2005/66/EC

X

61

Klimaatregelingsapparatuur

2006/40/EC

X

Motivering

Dit amendement is bedoeld om een lijst van regelgeving op te nemen voor de typegoedkeuring van voertuigen die zijn gebouwd of verbouwd voor het vervoer van rolstoelgebruikers die in hun eigen rolstoel zijn gezeten. De lijst is niet alleen van toepassing op voertuigen die hiervoor zijn gebouwd, maar ook op verbouwde voertuigen waarvoor een EG-typegoedkeuring van voertuigen nodig is. In het eerste geval is de gewone typegoedkeuringsregeling van toepassing, terwijl in het laatste de meerfasentypegoedkeuringsregeling van toepassing is. In beide gevallen betekent de letter X dat geen ontheffingen van de geldende communautaire wetgeving zijn toegestaan, terwijl de letter W een verwijzing is naar specifieke voorschriften; G staat voor voorschriften overeenkomstig de categorie van het basis-/incomplete voertuig.

Amendement 43

Bijlage XI, Betekenis van de letters, na letter V

 

W1 De voorschriften moeten worden nageleefd, maar wijziging van het uitlaatsysteem is toegestaan zonder nieuwe tests, op voorwaarde dat er geen gevolgen zijn voor de emissiebeperkingsapparatuur, inclusief de deeltjesfilters (indien aanwezig). Op het gewijzigde voertuig hoeven geen nieuwe verdampingsproeven te worden uitgevoerd, op voorwaarde dat de apparatuur voor de beperking van de verdamping wordt behouden zoals zij door de producent van het basisvoertuig werd geplaatst.

Een EG-typegoedkeuring die voor het meest representatieve basisvoertuig is afgegeven, blijft geldig, ongeacht veranderingen in de referentiemassa.

 

W2 De voorschriften moeten worden nageleefd, maar wijziging van de plaats, lengte van de vulpijp, brandstofleidingen en brandstofdamppijpen is toegestaan. Verplaatsing van de oorspronkelijke brandstoftank is toegestaan.

 

W3 Een plaats voor een rolstoel wordt beschouwd als een zitplaats. Voor elke rolstoel wordt voorzien in voldoende ruimte. De lengterichting van de speciale zone is parallel met de lengterichting van het voertuig.

De voertuigeigenaar wordt adequate informatie ter beschikking gesteld met betrekking tot het feit dat een rolstoel die als zetel in het voertuig wordt gebruikt, in de diverse rijomstandigheden de krachten moet kunnen weerstaan die door het bevestigingsmechanisme worden geleid.

Adequate aanpassingen mogen aan de zetels van een voertuig worden aangebracht, op voorwaarde dat de bevestigingspunten, mechanismen en hoofdsteunen ervan het prestatieniveau garanderen waarin de richtlijn voorziet.

 

W4 Naleving van de richtlijn is vereist voor de instaphulpmiddelen, wanneer deze zich in rustpositie bevinden.

 

W5 Elke plaats voor een rolstoel wordt uitgerust met een geïntegreerd bevestigingssysteem dat bestaat uit een bevestigingssysteem voor de rolstoel en een bevestigingssysteem voor de rolstoelgebruiker.

De bevestigingspunten voor bevestigingssystemen weerstaan krachten als beschreven in Richtlijn 76/115/EEG en ISO-norm 10542-1:2001.

Omboordsels en apparatuur om de rolstoel vast te zetten (bevestigingsmechanismen) voldoen aan de voorschriften in Richtlijn 77/541/EEG en het desbetreffende deel van ISO-norm 10542.

De tests worden uitgevoerd door de technische dienst die overeenkomstig de bovengenoemde richtlijnen voor test en controles is aangewezen. De criteria zijn degene die in deze richtlijnen zijn opgenomen. De tests worden uitgevoerd met de surrogaatrolstoel beschreven in ISO-norm 10542.

 

W6 Wanneer de bevestigingspunten voor veiligheidsgordels als gevolg van de verbouwing moeten worden verplaatst buiten de tolerantiezone overeenkomstig punt 2.7.8.1 van bijlage I bij Richtlijn 77/541/EEG, controleert de technische dienst of de wijziging een worst case is of niet. Als dit het geval is, wordt de test in bijlage VII bij Richtlijn 77/541/EEG uitgevoerd. Er hoeft geen uitbreiding van de EG-typegoedkeuring te worden afgegeven.

 

W7 Er hoeft geen nieuwe meting van de CO2-emissies te worden uitgevoerd, als op grond van de bepalingen van W1 geen nieuwe tests voor de uitlaatemissies nodig zijn.

 

W8 Voor berekeningen wordt de massa van de rolstoel, inclusief de gebruiker ervan, geacht 100 kg te bedragen. De massa is geconcentreerd in het H-punt van het driedimensionale instrument.

De technische dienst houdt ook rekening met de mogelijkheid gebruik te maken van een elektrische rolstoel of elektrische rolstoelen, waarvan de massa, inclusief de gebruiker ervan, wordt geacht 250kg te bedragen. Beperkingen van de passagierscapaciteit als gevolg van het gebruik van een elektrische rolstoel of elektrische rolstoelen wordt genoteerd in het typegoedkeuringscertificaat en een adequate taal hiervoor wordt opgenomen in het certificaat van overeenstemming.

 

W9 Geen nieuwe tests van het gewijzigde voertuig zijn vereist, op voorwaarde dat de verbouwing van het voertuig geen gevolgen heeft voor het voorste deel van het chassis dat zich bevindt vóór het R-punt van de bestuurder en geen deel van het aanvullende bevestigingssysteem (airbag(s)) is verwijderd of gedeactiveerd.

 

W10 Geen nieuwe tests van het gewijzigde voertuig zijn vereist, op voorwaarde dat de zijverstevigingen niet zijn gewijzigd en geen deel van het aanvullende bevestigingssysteem (airbag(s)) is verwijderd of gedeactiveerd.

Motivering

Richtsnoeren voor de typegoedkeuring van voertuigen die gebouwd of verbouwd zijn voor het vervoer van rolstoelgebruikers die in hun eigenrolstoel zijn gezeten. Met dit amendement wordt de invoeging van het nieuwe aanhangsel 2 bis bij bijlage XI voltooid.

Amendement 44

Bijlage XIX, regel 6

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

 

Incomplete en complete voertuigen van de categorieën M2 en M3

18 maanden na inwerkingtreding

18 maanden na inwerkingtreding

30 maanden na inwerkingtreding

Amendement van het Parlement

 

Incomplete en complete voertuigen van de categorieën M2 en M3

18 maanden na inwerkingtreding

18 maanden na inwerkingtreding1

36 maanden na inwerkingtreding

1 Met het oog op de toepassing van artikel 45, lid 3 bis wordt deze datum met 12 maanden verlengd.

Amendement 45

Bijlage XIX, regel 9

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

 

Voltooide motorvoertuigen van de categorieën M2 of M3 

18 maanden na inwerkingtreding

36 maanden na inwerkingtreding

60 maanden na inwerkingtreding

 

Amendement van het Parlement

 

Voltooide motorvoertuigen van de categorieën M2 of M3 

18 maanden na inwerkingtreding

30 maanden na inwerkingtreding1

48 maanden na inwerkingtreding

1 Met het oog op de toepassing van artikel 45, lid 3 bis wordt deze datum met 12 maanden verlengd.

(1)

PB C 97 van 22.4.2004, blz. 137-370.

(2)

Nog niet in het PB gepubliceerd.

(3)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


TOELICHTING

Het voorstel betreft een kaderrichtlijn waarmee een groot aantal individuele typegoedkeuringen wordt samengebracht – dit verklaart de omvang van de technische bijlagen – en vormt een grote stap in de richting van de voltooiing van de gemeenschappelijke markt. Vanuit historisch oogpunt is het verwonderlijk dat de gemeenschappelijke markt – met zo veel geharmoniseerde wetgeving – nog steeds niet met een volledig geïntegreerde typegoedkeuringsprocedure is uitgerust, om de producenten van allerlei typen van voertuigen en aanhangwagens in staat te stellen ten volle de voordelen van deze markt te genieten. Terwijl voor personenwagens al vele jaren een typegoedkeuring bestaat, wordt met dit voorstel voor het eerst een volledige harmonisatie van de test-, certificerings- en goedkeuringsprocedures tot stand gebracht. Met dit voorstel wordt ook de busrichtlijn volledig onder de typegoedkeuringsprocedure gebracht, met als resultaat betere veiligheidsnormen voor bussen, en worden voorschriften voor de overname van VN/ECE-reglementen op dit gebied in de algemene typegoedkeuringsprocedure vastgesteld.

In de eerste lezing van het Parlement, goedgekeurd in februari 2004, ging het er vooral om de procedure voor voertuigen met een beperkt volume te vereenvoudigen. De Raad stelt nu cijfers voor die veel hoger liggen dan in het oorspronkelijke Commissievoorstel, maar nog onder die van de amendementen van het Parlement in eerste lezing blijven. De rapporteur stelt voor om het standpunt van de Raad op dit punt uit compromisgezindheid te aanvaarden.

Tweede belangrijk punt voor het Parlement in eerste lezing was de beschikbaarstelling van technische informatie. Deze kwestie is nu aangepakt door de Commissie in haar EURO 5-voorstel, waaraan de Commissie interne markt en consumentenbescherming in haar rapport van Anja Weisgerber (2005/0282(COD)) haar goedkeuring hecht. Op basis hiervan beveelt de rapporteur niet aan dat deze amendementen opnieuw worden ingediend, maar stelt hij een korte algemene verwijzing naar de EURO 5-tekst voor.

De ontwerpaanbeveling houdt in de eerste plaats een actualisering van de richtlijn in, rekening houdend met de laatste uitbreiding (toetreding van Roemenië en Bulgarije), en omvat amendementen die nodig zijn om de richtlijn te laten aansluiten bij het comitologiebesluit van 2006(1), waarbij de nieuwe regelgevingsprocedure met toetsing wordt ingevoegd telkens waar dit nodig is. De extra transparantie die het comitologiebesluit biedt, wordt beschouwd als bijzonder belangrijk voor de actualisering van de maatregelen in dit voorstel.

In de tweede plaats heeft de ontwerpaanbeveling betrekking op een belangrijke categorie van gewijzigde voertuigen voor personen met een handicap (voor rolstoelen toegankelijke voertuigen), waarmee niet naar behoren rekening was gehouden in de categorieën van voertuigen voor speciale doeleinden, gebaseerd op massageproduceerde wagens of bestelwagens. Met de technische assistentie van de Commissiediensten wordt een nieuwe technische bijlage met bijbehorend artikel voorgesteld, waarmee de personen in kwestie in staat worden gesteld de voordelen van de gemeenschappelijke markt te genieten. Zo kan worden voorzien in de goedkeuring van deze speciale voertuigen op een soortgelijke manier als voor ziekenwagens of lijkwagens.

Het gewijzigde voorstel van de Commissie omvat een geheel nieuwe bepaling over een vergunning voor onderdelen (artikel 31), omdat onderdelen en uitrustingsstukken die door onafhankelijk producenten worden verkocht, een aanzienlijk risico kunnen vormen voor de correcte werking van systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of voor de milieuprestaties ervan. De Commissie voegde daarom een bepaling toe (voortvloeiend uit de parallelle discussie over de bescherming van het model van "must match"-onderdelen) om te garanderen dat de onafhankelijk productie van deze specifiek geïdentificeerde onderdelen conform de technische parameters is die nodig zijn voor de algemene veilige werking van het voertuig.

Het is belangrijk dat in de kaderrichtlijn een evenwicht in acht wordt genomen tussen consumenten- en producentenbelangen, en tegelijk de mededinging op de secundaire onderdelenmarkt in stand wordt gehouden. De rapporteur is van mening dat de Commissie een solide kader voorlegt, maar stelt amendementen voor om de procedures duidelijker, doeltreffender, transparanter en conform de praktijk inzake betere regelgeving te maken.

Op dit punt zal de werking van de comitologieprocedure van cruciaal belang zijn, aangezien volgens deze procedure wordt beslist welke onderdelen terecht komen in welke categorie voor een pan-Europese typegoedkeuring. Het is belangrijk ervoor te zorgen dat met de beslissingen die worden genomen, gestreefd wordt naar een eerlijk evenwicht tussen de belangen op het gebied van veiligheid en milieu en de belangen van consumenten en producenten.

In het algemeen steunt de rapporteur dit voorstel ten zeerste en is hij van mening dat het acquis van de gemeenschappelijke markt voor een erg belangrijke economische sector ermee wordt voltooid.

(1)

Besluit van de Raad van 17 juli 2006 tot wijziging van Besluit 1999/468/EG tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden, PB L 200 van 22.7.2006.


PROCEDURE

Titel

Automobielindustrie: goedkeuring motorvoertuigen, aanhangwagens en systemen (herschikte versie)

Document- en procedurenummers

09911/3/2006 - C6-0040/2007 - 2003/0153(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

11.2.2004                     T5-0087/2004

Voorstel van de Commissie

COM(2003)0418 - C5-0320/2003

Gewijzigd voorstel van de Commissie

COM(2004)0738

Datum bekendmaking ontvangst gemeenschappelijk standpunt

18.1.2007

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

IMCO

18.1.2007

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Malcolm Harbour

31.8.2004

 

 

Behandeling in de commissie

23.1.2007

28.2.2007

20.3.2007

 

Datum goedkeuring

12.4.2007

 

 

 

Uitslag eindstemmingUitslag eindstemming

+:+:

–:

0:0:

39

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Georgi Bliznashki, Charlotte Cederschiöld, Gabriela Creţu, Rosa Díez González, Martin Dimitrov, Janelly Fourtou, Evelyne Gebhardt, Małgorzata Handzlik, Malcolm Harbour, Edit Herczog, Pierre Jonckheer, Alexander Lambsdorff, Kurt Lechner, Toine Manders, Arlene McCarthy, Bill Newton Dunn, Guido Podestà, Karin Riis-Jørgensen, Giovanni Rivera, Zuzana Roithová, Heide Rühle, Leopold Józef Rutowicz, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Ovidiu Ioan Silaghi, Alexander Stubb, Eva-Britt Svensson, Marianne Thyssen, Jacques Toubon, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Wolfgang Bulfon, Jean-Claude Fruteau, Othmar Karas, Manuel Medina Ortega, Søren Bo Søndergaard, Gary Titley, Anja Weisgerber

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Struan Stevenson

Juridische mededeling - Privacybeleid