VERSLAG over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de sluiting van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de regering van Denemarken en de autonome regering van Groenland, anderzijds

    7.5.2007 - (COM(2006)0804 – C6‑0506/2006 –2006/0262 (CNS)) - *

    Commissie visserij
    Rapporteur: Joop Post

    Procedure : 2006/0262(CNS)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0161/2007
    Ingediende teksten :
    A6-0161/2007
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de sluiting van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de regering van Denemarken en de autonome regering van Groenland, anderzijds

    (COM (2006)0804 – C6‑0506/2006 –2006/0262 (CNS))

    (Raadplegingsprocedure)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM (2006)0804)[1],

    –   gelet op artikel 37 in combinatie met artikel 300, lid 2 van het EG-Verdrag,

    –   gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea van het EG‑Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6‑0506/2006),

    –   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Begrotingscommissie (A6‑0161/2007),

    1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

    2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG‑Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

    3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

    4.  wenst dat de overlegprocedure als bedoeld in de gemeenschappelijke verklaring van 4 maart 1975 wordt ingeleid ingeval de Raad voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst;

    5.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

    6.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

    Door de Commissie voorgestelde tekstAmendementen van het Parlement

    Amendement 1

    Overweging 2 bis (nieuw)

     

    (2 bis) Worden de vangstmogelijkheden door de gemengde commissie op een lager niveau dan dat in hoofdstuk I van de bijlage vastgesteld, dan zou de Gemeenschap door Groenland gecompenseerd moeten worden door overeenkomstige vangstmogelijkheden in de daaropvolgende jaren of andere vangstmogelijkheden in hetzelfde jaar of door verrekening van een evenredig deel van de overeengekomen vergoeding.

    Motivering

    Indien onverhoopt geen verrekening van vangstmogelijkheden kan plaatsvinden, ligt het in de rede de vergoeding aan te passen.

    Amendement 2

    Overweging 2 ter (nieuw)

     

    (2 ter) De Gemeenschap zou het recht moeten behouden quota bij te stellen indien deze na 2010 niet in lijn blijken te zijn met het eigen EU-duurzaamheidsbeleid.

    Motivering

    Het visserijbeleid van de EU dient consistent te zijn zowel in als buiten de EU.

    Amendement 3

    Overweging 2 quater (nieuw)

     

    (2 quater) Bij de toepassing van artikel 2, lid 1 van het protocol dienen de in artikel 1, lid 2 van het protocol genoemde voorwaarden in acht genomen te worden.

    Motivering

    Het visserijbeleid van de EU dient consistent te zijn zowel in als buiten de EU.

    Amendement 4

    Artikel 3 bis (nieuw)

    Artikel 3 bis

    De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad jaarlijks verslag uit over het resultaat van het sectoriële visserijbeleid dat in artikel 4 van het protocol wordt beschreven.

    Motivering

    Om te evalueren of de door de EU uitgekeerde vergoeding naar behoren verantwoord is en het duurzaam gebruik van de visserijreserves in Groenland daadwerkelijk bevordert, moet de Commissie ieder jaar aan het Parlement verslag doen.

    Amendement 5

    Artikel 4, lid 1 bis (nieuw)

    1 bis De Commissie beoordeelt ieder jaar of de lidstaten wier vaartuigen overeenkomstig het Protocol te werk gaan, voldoen aan de verslagleggingseisen; zo niet, dan wijst de Commissie hun verzoeken om vangstvergunningen voor het daarop volgende jaar af.

    Motivering

    Vaartuigen die de meest fundamentele eis, namelijk melden wat zij vangen, niet vervullen moeten niet in aanmerking komen voor financiële steun van de EU.

    Amendement 6

    Artikel 4 bis (nieuw)

    Artikel 4 bis

    Voordat het protocol afloopt en wordt begonnen met nieuwe onderhandelingen over eventuele verlenging, legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een evaluatie achteraf over van het protocol, met inbegrip van een kosten-batenanalyse.

    Motivering

    Evaluatie van het huidige protocol is noodzakelijk voordat er nieuwe onderhandelingen op gang worden gebracht, zodat bekend is welke veranderingen eventueel moeten worden opgenomen in een eventuele verlenging.

    • [1]  Nog niet in het PB gepubliceerd.

    TOELICHTING

    Deze partnerschapsovereenkomst tussen de EU, Denemarken en Groenland inzake de visserij, is een bijzondere overeenkomst. De betalingen hieraan gerelateerd zijn in feite hoger dan op basis van een pure visserijovereenkomst mag worden verwacht.

    Wat opvalt is dat de sector een relatief lage eigen bijdrage betaalt. Dit alles geeft al aan dat deze visserijovereenkomst onderdeel is van een breed samenwerkingspakket Groenland-EU. Het is dan ook opvallend dat deze overeenkomst weinig zegt over een gezamenlijke inspanning op het terrein van duurzaamheid en het gezamenlijke beheer van de visstand. De huidige opwarming van de zee doet toch vermoeden dat vissoorten noordelijker trekken en dat bijvoorbeeld de lage kabeljauwstand in de Noordzee gecompenseerd wordt door de stand in de Noordelijke zeeën. De Europese Commissie zou er goed aan doen te werken aan een sterkere integrale aanpak voor het Noord-Atlantische gebied.

    ADVIES van de Begrotingscommissie (11.4.2007)

    aan de Commissie visserij

    inzake het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de sluiting van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de regering van Denemarken en de autonome regering van Groenland, anderzijds
    (COM(2006)0804 – C6‑0506/2006 – 2006/0262(CNS))

    Rapporteur voor advies: Helga Trüpel

    BEKNOPTE MOTIVERING

    Groenland heeft sinds de uittreding in 1985 een visserijovereenkomst met de EU. Het Europees Parlement[1] en de Rekenkamer hadden - zoals door de Commissie erkend in haar toelichting - kritiek op het vorige protocol (voor de periode 2001-2006) omdat daarin getracht werd twee dingen tegelijkertijd te doen - betaling van een vergoeding voor visrechten in de Groenlandse wateren, en ondersteuning via de begroting van de autonome regering van Groenland. Bij gelegenheid van de tussentijdse herziening van de overeenkomst in 2004 heeft de Commissie tot op zekere hoogte met deze verontrusting rekening gehouden door de aan de EU toegewezen quota meer af te stemmen op de werkelijkheid, en dit was een welkome stap. Op dat moment gaf de Raad te kennen voornemens te zijn de samenwerking met Groenland op twee afzonderlijke pijlers te baseren - een overeenkomst inzake visserijsamenwerking en een bredere structuur om te zorgen voor samenwerking met Groenland. Onderhavige overeenkomst is de eerstgenoemde en over laatstgenoemde neemt de Raad een afzonderlijk besluit.

    De Begrotingscommissie moet eigenlijk ingenomen zijn met de splitsing van deze beide aspecten van de betrekkingen met Groenland, daar het hierdoor veel duidelijker wordt welk geld wordt uitgegeven om wat te doen, met het gevolg dat de openbaarheid en controleerbaarheid voor de Gemeenschapsbegroting toenemen.

    Dit moet dan veeleer een gebruikelijke samenwerkingsovereenkomst op het gebied van de visserij worden, die in veel opzichten lijkt op overeenkomsten met ACS-landen. De financiële bijdrage is bepaald op € 15.847.244 per jaar, waarvan deel vormt het bedrag van € 3.261.449 om Groenland te helpen zijn meerjarenprogramma voor de visserijsector op te zetten en ten uitvoer te leggen. In ruil ontvangen de EU-vloten quota voor een aantal belangrijke visbestanden waaronder kabeljauw, rode poon, zwarte en Atlantische heilbot, garnalen, lodde en Arctische sneeuwkrab. Tot de vergoeding behoort eveneens een reserve van € 1.540.000 die moet worden gebruikt als de EU in aanvulling op de jaarlijkse quota meer toegang krijgt tot de kabeljauw- en loddebestanden; dit zou gebaseerd zijn op wetenschappelijke evaluatie van de bestanden.

    Een belangrijk verschil tussen de overeenkomst met Groenland en de overeenkomsten met de ACS is dat de EU-reders geen licentierechten betaalden, met als gevolg dat er klachten over discriminatie kwamen. Tijdens de tussentijdse herziening in 2004 heeft de Commissie dan ook licentierechten ingevoerd. De Commissie schat deze rechten uit hoofde van de huidige overeenkomst op va. € 2 mln. per jaar.

    Zoals uw rapporteur reeds heeft gezegd biedt het denkbeeld van een meerjarig sectorieel visserijprogramma, waartoe door Groenland en de EU gezamenlijk wordt besloten in een Paritair Comité, mogelijkheden om het beheer en, als de gegevens openbaar worden gemaakt, de transparantie van de overeenkomst te verbeteren. De Begrotingscommissie moet erop aandringen van deze evaluaties op de hoogte te worden gehouden. Het is nog te vroeg om te zeggen of deze nieuwe ontwikkeling in de protocollen is nuttig is en leidt tot een meer verantwoorde en duurzamere visserij in Groenland, en we moeten deze ontwikkeling dan ook zorgvuldig in het oog houden.

    Er worden drie wijzigingen voorgesteld. Twee houden verband met de informatie die de Commissie aan het Parlement moet verstrekken, o.m. een nauwgezette beoordeling achteraf vóór vernieuwing van de overeenkomst en verslaglegging over de resultaten van het meerjarig sectorieel programma. In het derde amendement wordt voorgesteld dat lidstaten, indien zij hun vangsten niet aan de Commissie melden zoals overeenkomstig het gemeenschappelijk visserijbeleid vereist is, het daaropvolgende jaar geen vangstvergunning moeten krijgen. Volkomen terecht heeft Commissaris Borg zeer hoge prioriteit toegekend aan de bestrijding van onwettige, niet- gemelde en niet-gereglementeerde visvangst, en als lidstaten van de EU hun fundamentele verantwoordelijkheid niet aanvaarden en hun vangsten niet melden, is het niet onredelijk hen uit te sluiten van de omvangrijke subsidies uit hoofde van deze overeenkomsten inzake toegang tot visbestanden.

    AMENDEMENTEN

    De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie visserij onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Door de Commissie voorgestelde tekst[2]Amendementen van het Parlement

    Amendement 1

    Artikel 3 bis (nieuw)

    Artikel 3 bis

    De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad jaarlijks verslag uit over het resultaat van het meerjarige sectoriële visserijbeleid dat in artikel 4 van het protocol wordt beschreven?

    Motivering

    Om te evalueren of de door de EU uitgekeerde vergoeding naar behoren verantwoord is en het duurzaam gebruik van de visserijreserves in Groenland daadwerkelijk bevordert, moet de Commissie ieder jaar aan het Parlement verslag doen.

    Amendement 2

    Artikel 4, lid 1 bis (nieuw)

    1 bis De Commissie beoordeelt ieder jaar of de lidstaten wier vaartuigen overeenkomstig dit protocol te werk gaan, voldoen aan de verslagleggingseisen; zo niet, dan wijst de Commissie hun verzoeken om vangstvergunningen voor het daarop volgende jaar af.

    Motivering

    Vaartuigen die de meest fundamentele eis, namelijk melden wat zij vangen, niet vervullen moeten niet in aanmerking komen voor financiële steun van de EU.

    Amendement 3

    Artikel 4 bis (nieuw)

    Artikel 4 bis

    Voordat het protocol afloopt en wordt begonnen met nieuwe onderhandelingen over eventuele verlenging, legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een evaluatie achteraf over van het protocol, met inbegrip van een kosten-batenanalyse.

    Motivering

    Evaluatie van het huidige protocol is noodzakelijk voordat er nieuwe onderhandelingen op gang worden gebracht, zodat bekend is welke veranderingen eventueel moeten worden opgenomen in een eventuele verlenging.

    PROCEDURE

    Titel

    Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de EG, enerzijds, en Denemarken en Groenland, anderzijds

    Document- en procedurenummers

    COM(2006)0804 - C6-0506/2006 - 2006/0262(CNS)

    Commissie ten principale

    PECH

    Advies uitgebracht door

           Datum bekendmaking

    BUDG

    17.1.2007

     

     

     

    Rapporteur voor advies

           Datum benoeming

    Helga Trüpel

    20.9.2004

     

     

    Behandeling in de commissie

    10.4.2007

     

     

     

    Datum goedkeuring

    10.4.2007

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    22

    2

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Richard James Ashworth, Reimer Böge, Herbert Bösch, Simon Busuttil, Joan Calabuig Rull, Hynek Fajmon, Szabolcs Fazakas, Salvador Garriga Polledo, Ingeborg Gräßle, Louis Grech, Nathalie Griesbeck, Catherine Guy-Quint, Jutta Haug, Monica Maria Iacob-Ridzi, Anne E. Jensen, Wiesław Stefan Kuc, Janusz Lewandowski, Nils Lundgren, Vladimír Maňka, Francesco Musotto, Gérard Onesta, Nina Škottová, Helga Trüpel, Kyösti Virrankoski

    • [1]  PB L 209, 2.8.2001, blz. 1.
    • [2]  Nog niet in het PB gepubliceerd.

    PROCEDURE

    Titel

    Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de EG, enerzijds, en Denemarken en Groenland, anderzijds

    Document- en procedurenummers

    COM(2006)0804 - C6-0506/2006 - 2006/0262(CNS)

    Datum raadpleging EP

    22.12.2006

    Commissie ten principale

           Datum bekendmaking

    PECH

    17.1.2007

    Medeadviserende commissie(s)

           Datum bekendmaking

    DEVE

    17.1.2007

    BUDG

    17.1.2007

     

     

    Geen advies

           Datum besluit

    DEVE

    30.1.2007

     

     

     

    Rapporteur(s)

           Datum benoeming

    Joop Post

    21.12.2006

     

     

    Vervangen rapporteur(s)

    Albert Jan Maat

     

     

    Behandeling in de commissie

    22.3.2007

    10.4.2007

     

     

    Datum goedkeuring

    3.5.2007

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    15

    2

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Stavros Arnaoutakis, Marie-Hélène Aubert, Iles Braghetto, Niels Busk, Luis Manuel Capoulas Santos, David Casa, Zdzisław Kazimierz Chmielewski, Carmen Fraga Estévez, Ioannis Gklavakis, Alfred Gomolka, Hélène Goudin, Heinz Kindermann, Philippe Morillon, Seán Ó Neachtain, Struan Stevenson, Daniel Varela Suanzes-Carpegna

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Thomas Wise

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

    Iratxe García Pérez

    Datum indiening

    7.5.2007