VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtvervoersdiensten in de Gemeenschap(herschikking)

11.5.2007 - (COM(2006)0396 – C6‑0248/2006 – 2006/0130(COD)) - ***I

Commissie vervoer en toerisme
Rapporteur: Arūnas Degutis

Procedure : 2006/0130(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A6-0178/2007
Ingediende teksten :
A6-0178/2007
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtvervoersdiensten in de Gemeenschap (herschikking)

(COM(2006)0396 – C6‑0248/2006 – 2006/0130(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2006)0396)[1],

–   gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 80, lid 2 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0248/2006),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6‑0178/2007),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekstAmendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 6

(6) Om te garanderen dat coherent toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van de eisen van de exploitatievergunningen van alle communautaire luchtvaartmaatschappijen, moeten de vergunningverlenende autoriteiten regelmatig de financiële situatie van de luchtvaartmaatschappijen onderzoeken. De luchtvaartmaatschappijen moeten daarom voldoende informatie over hun financiële situatie verschaffen, met name tijdens de eerste twee jaren van hun bestaan, want deze periode is van essentieel belang voor het overleven van een luchtvaartmaatschappij op de markt.

(6) Om te garanderen dat coherent toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van de eisen van de exploitatievergunningen van alle communautaire luchtvaartmaatschappijen, moeten de vergunningverlenende autoriteiten regelmatig de financiële situatie van de luchtvaartmaatschappijen onderzoeken. De luchtvaartmaatschappijen moeten daarom voldoende informatie over hun financiële situatie verschaffen, met name tijdens de eerste twee jaren van hun bestaan, want deze periode is van essentieel belang voor het overleven van een luchtvaartmaatschappij op de markt. Om concurrentievervalsing die voortvloeit uit de toepassing van uiteenlopende voorschriften op nationaal niveau te voorkomen, is het nodig transparantie te waarborgen en de financiële situatie van alle luchtvaartmaatschappijen van de EU voor te leggen aan de gezamenlijke controle van de Commissie en de lidstaten.

Amendement 2

Artikel 1, lid 1

Deze verordening regelt de afgifte van vergunningen aan communautaire luchtvaartmaatschappijen, het recht van communautaire luchtvaartmaatschappijen om luchtdiensten in de Gemeenschap te exploiteren en de prijszetting van luchtdiensten in de Gemeenschap.

Deze verordening regelt de afgifte van vergunningen aan communautaire luchtvaartmaatschappijen, het recht van communautaire luchtvaartmaatschappijen om luchtdiensten in de Gemeenschap te exploiteren en de prijszetting van in de Gemeenschap geëxploiteerde luchtdiensten. De bepalingen inzake informatie en non-discriminatie op het gebied van prijszetting zijn van toepassing op vluchten die vertrekken uit een op het grondgebied van een lidstaat gelegen luchthaven en op vluchten die worden uitgevoerd door een communautaire luchtvaartmaatschappij vanuit een in een derde land gelegen luchthaven naar een op het grondgebied van een lidstaat gelegen luchthaven, tenzij de luchtvaartmaatschappijen onderworpen zijn aan dezelfde verplichtingen in dat derde land .

Motivering

De bepalingen inzake informatie en non-discriminatie op het gebied van prijszetting hebben tot doel de passagiers te beschermen. Het toepassingsgebied van deze bepalingen verruimen zorgt voor een efficiëntere toepassing.

Amendement 3

Artikel 2, punt (15)

(15)     regionale luchthaven: iedere luchthaven die niet op de lijst van "categorie 1-luchthavens" in bijlage I is opgenomen minstens aan de criteria van bijlage II beantwoordt;

Schrappen

Motivering

Elke definitie van "regionale luchthaven" met het oog op openbaredienstverplichtingen zal een aantal luchthavens in economisch welvarende regio's omvatten en een aantal luchthavens in regio's die economische of sociale steun nodig hebben, uitsluiten. Openbaredienstverplichtingen zijn alleen gerechtvaardigd voor luchthavens die diensten onderhouden in regio's met economische of sociale behoeften. Daarom moet deze definitie geschrapt worden.

Amendement 4

Artikel 2, punt (19)

(19)     passagierstarieven: de in euro's of in lokale valuta uitgedrukte prijzen die passagiers moeten betalen aan luchtvaartmaatschappijen of hun agentschappen voor hun vervoer en voor het vervoer van hun bagage op luchtdiensten, alsmede de voorwaarden waaronder deze prijzen gelden, met inbegrip van aan agentschappen en andere aanvullende diensten aangeboden vergoedingen en voorwaarden en inclusief alle toepasselijke taksen, heffingen en vergoedingen;

(19)     passagierstarieven: de in euro's of in lokale valuta uitgedrukte prijzen die passagiers moeten betalen aan luchtvaartmaatschappijen of hun agentschappen voor hun vervoer en voor het vervoer van hun bagage op luchtdiensten, alsmede de voorwaarden waaronder deze prijzen gelden, met inbegrip van aan agentschappen en andere aanvullende diensten aangeboden vergoedingen en voorwaarden;

Motivering

Voorstel is de IATA-definitie van tarieven te behouden en de taksen, heffingen en vergoedingen te doen opnemen in artikel 24.

Amendement 5

Artikel 2, punt (20)

(20) luchttarieven: de in euro's of in lokale valuta uitgedrukte prijzen die moeten worden betaald voor het vervoer van vracht en de voorwaarden waaronder deze prijzen gelden, met inbegrip van aan agentschappen en andere aanvullende diensten aangeboden vergoedingen en voorwaarden en inclusief alle toepasselijke taksen, heffingen en vergoedingen;

(20) luchttarieven: de in euro's of in lokale valuta uitgedrukte prijzen die moeten worden betaald voor het vervoer van vracht en de voorwaarden waaronder deze prijzen gelden, met inbegrip van aan agentschappen en andere aanvullende diensten aangeboden vergoedingen en voorwaarden;

Motivering

Voorstel is de IATA-definitie van tarieven te behouden en de taksen, heffingen en vergoedingen te doen opnemen in artikel 24.

Amendement 6

Artikel 2, punt (24 bis) (nieuw)

(24 bis)"overeenkomst voor leasing zonder bemanning (dry lease)" een overeenkomst tussen luchtvaartmaatschappijen waarbij het vliegtuig geëxploiteerd wordt onder de VTV van de huurder;

Motivering

Voorstel is een definitie toe te voegen die in overeenstemming is met EU-OPS.

Amendement 7

Artikel 2, punt (24 ter) (nieuw)

(24 ter))"overeenkomst voor leasing met bemanning (wet lease)": een overeenkomst tussen luchtvaartmaatschappijen waarbij het vliegtuig geëxploiteerd wordt onder de VTV van de verhuurder;

Motivering

Voorstel is een definitie toe te voegen die in overeenstemming is met EU-OPS.

Amendement 8

Artikel 2, definitie 24 quater (nieuw)

 

(24 quater) "hoofdvestiging": de plaats van het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, de statutaire zetel van een communautaire luchtvaartmaatschappij in een lidstaat waarin, waarheen of waarvandaan deze communautaire luchtvaartmaatschappij een aanzienlijk deel van haar exploitatieactiviteiten uitvoert.

Motivering

Dit artikel moet worden gelezen in samenhang met artikel 4, letter (a). De term "exploitatieactiviteiten" is ruimer dan "luchtdiensten" en omvat ook werkzaamheden op de grond, zoals het opstellen van vluchtroosters en het onderhoud. Gebruik van de term "luchtdiensten" zou tot gevolg hebben dat legitieme communautaire luchtvervoerders, zoals vrachtvervoerders die wereldwijd opereren, met een aanzienlijk aandeel vluchten buiten de Gemeenschap, van het toepassingsgebied van de verordening zouden worden uitgesloten. Deze wijziging zou ook van toepassing moeten zijn op amendement 10, dat betrekking heeft op artikel 4.

Amendement 9

Artikel 3, lid 1, alinea 1

Een onderneming mag geen passagiers, post en/of vracht tegen vergoeding door de lucht vervoeren binnen de Gemeenschap, tenzij haar de desbetreffende exploitatievergunning is verleend.

Een in de Gemeenschap gevestigde onderneming mag geen passagiers, post en/of vracht tegen vergoeding door de lucht vervoeren binnen de Gemeenschap, tenzij haar de desbetreffende exploitatievergunning is verleend.

Motivering

Het moet duidelijk worden gemaakt dat luchtvaartmaatschappijen uit derde landen niet uitgesloten worden van de exploitatie van intracommunautaire luchtvaartdiensten.

Amendement 10

Artikel 3, lid 3, letter (b)

(b)       lokale vluchten die geen vervoer tussen verschillende luchthavens omvatten.

(b)       lokale vluchten die geen vervoer van passagiers, post en/of vracht tussen verschillende luchthavens omvatten.

Amendement 11

Artikel 4, punt (a)

(a) haar hoofdkantoor en, in voorkomend geval, haar statutaire zetel zich in de Gemeenschap bevinden en de onderneming het grootste deel van haar exploitatieactiviteiten in de Gemeenschap uitvoert;

(a) haar hoofdvestiging zich in de Gemeenschap bevindt en de onderneming het grootste deel van haar luchtvaartdiensten binnen, naar of vanuit de Gemeenschap exploiteert;

Motivering

Om misverstanden te vermijden moet de tekst verduidelijkt worden en moeten de in artikel 2 gedefinieerde termen worden gebruikt.

Amendement 12

Artikel 4, punt (c)

(c) als de vergunning wordt aangevraagd bij de autoriteit van een lidstaat, het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, de statutaire zetel van de onderneming in die lidstaat zijn gevestigd, de onderneming een aanzienljk deel van haar exploitatieactiviteiten in die lidstaat uitvoert en, voorzover het AOC door een nationale autoriteit is afgegeven, die zelfde lidstaat verantwoordelijk is voor het toezicht op het AOC;

(c) als de vergunning wordt aangevraagd bij de autoriteit van een lidstaat, de hoofdvestiging van de onderneming in die lidstaat is gevestigd;

Motivering

Voorstel is de tekst te vereenvoudigen door de in artikel 2 gedefinieerde term te gebruiken en het criterium in verband met het AOC naar artikel 6 te verschuiven

Amendement 13

Artikel 4, punt (c bis) (nieuw)

(c bis) de onderneming een of meer luchtvaartuigen ter beschikking heeft uit hoofde van eigendom of leasing zonder bemanning (dry-leasing);

Motivering

Dit criterium staat in artikel 13 van het Commissievoorstel, maar aangezien het een voorwaarde is voor het verlenen van een exploitatievergunning, moet het in artikel 4 worden ingelast.

Amendement 14

Artikel 4, punt (d)

(d) luchtvervoer haar hoofdbedrijf vormt, dat alleen wordt uitgeoefend of in combinatie met enige andere commerciële exploitatie van luchtvaartuigen of met de herstelling en het onderhoud van luchtvaartuigen;

(d) exploitatie van luchtdiensten haar hoofdbedrijf vormt, welke alleen wordt uitgeoefend of in combinatie met enige andere commerciële exploitatie van luchtvaartuigen of met de herstelling en het onderhoud van luchtvaartuigen;

Motivering

De in artikel 2 gedefinieerde term moet worden gebruikt.

Amendement 15

Artikel 4, letter h bis) (nieuw)

 

h bis) zij het bewijs levert dat zij voldoende verzekeringsdekking heeft om reeds voldane bedragen te kunnen terugbetalen en de kosten van repatriëring van passagiers te kunnen dekken ingeval zij geboekte vluchten niet kan uitvoeren wegens insolventie of intrekking van haar exploitatievergunning;

Motivering

Er moet voor worden gezorgd dat passagiers in geval van insolventie van de betrokken luchtvaartmaatschappij geen bijkomend financieel nadeel lijden.

Amendement 16

Artikel 5, lid 1, punt (b bis) (nieuw)

(b bis) haar nettokapitaal ten minste 100.000 euro bedraagt

Motivering

Het nettokapitaal is een belangrijke indicator van de financiële situatie van luchtvaartmaatschappijen. Daarom moet elke luchtvaartmaatschappij in dit verband voldoen aan een minimumnorm.

Amendement 17

Artikel 5, lid 2

2. Voor de toepassing van lid 1 verstrekt de aanvrager een bedrijfsplan voor ten minste de eerste drie jaren van de exploitatie. Het bedrijfsplan bevat ook nadere gegevens betreffende de financiële banden tussen de aanvrager en eventuele andere commerciële activiteiten waarbij de aanvrager rechtstreeks of via verwante ondernemingen betrokken is. De aanvrager verstrekt tevens alle relevante inlichtingen, meer bepaald de gegevens vermeld in punt 1 van bijlage I.

2. Voor de toepassing van lid 1 verstrekt de aanvrager een bedrijfsplan voor ten minste de eerste drie jaren van de exploitatie. Het bedrijfsplan bevat ook nadere gegevens betreffende de financiële banden tussen de aanvrager en eventuele andere commerciële activiteiten waarbij de aanvrager rechtstreeks of via verwante ondernemingen betrokken is. De aanvrager verstrekt tevens alle relevante inlichtingen, meer bepaald de gegevens vermeld in punt 1 van bijlage I. Elke aanvrager stelt bepalingen vast om de negatieve sociale gevolgen van een faillissement te vermijden of te verzachten.

Motivering

Het Commissievoorstel voorziet niet in bepalingen inzake de negatieve sociale gevolgen van een faillissement van een luchtvaartmaatschappij.

Amendement 18

Artikel 5, lid 3, alinea 1

Het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel is niet van toepassing op luchtvaartmaatschappijen die uitsluitend vluchten verzorgen met toestellen van minder dan 10 ton maximale startmassa en/of minder dan 20 stoelen. Deze luchtvaartmaatschappijen moeten te allen tijde kunnen aantonen dat hun nettokapitaal ten minste 100 000 euro bedraagt of op verzoek van de vergunningverlenende autoriteiten de ter zake dienende inlichtingen kunnen verstrekken voor de toepassing van artikel 9, lid 2.

Het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel is niet van toepassing op luchtvaartmaatschappijen die uitsluitend vluchten verzorgen met toestellen van minder dan 10 ton maximale startmassa en/of met minder dan 20 stoelen. Deze luchtvaartmaatschappijen moeten te allen tijde kunnen aantonen dat hun nettokapitaal ten minste 100 000 euro bedraagt of op verzoek van de bevoegde vergunningverlenende autoriteiten de ter zake dienende inlichtingen kunnen verstrekken voor de toepassing van artikel 9, lid 2.

Motivering

Formulering in overeenstemming met de definities.

Amendement 19

Artikel 6, lid 2

2. Alle wijzigingen van het AOC van een communautaire luchtvaartmaatschappij moeten ook in de exploitatievergunning van de maatschappij worden vermeld.

2. Alle wijzigingen van het AOC van een communautaire luchtvaartmaatschappij moeten indien nodig ook in de exploitatievergunning van de maatschappij worden vermeld.

Motivering

Het AOC is een document dat vaak wordt aangepast om de wijzigingen in de samenstelling van de vloot van een exploitant weer te geven. Het is niet nodig na elke wijziging van het AOC ook de exploitatievergunning aan te passen.

Amendement 20

Artikel 6, lid 2 bis (nieuw)

2 bis. Wanneer het AOC door een nationale autoriteit wordt verleend, zijn de bevoegde autoriteiten van die lidstaat verantwoordelijk voor het verlenen, weigeren, intrekken of schorsen van het AOC en de exploitatievergunning van een communautaire luchtvaartmaatschappij

Motivering

De verantwoordelijkheid voor het verlenen en het toezicht op AOCs en exploitatievergunningen moet duidelijk worden omschreven.

Amendement 21

Artikel 8, lid 2, alinea 1

De bevoegde vergunningverlenende autoriteit houdt zorgvuldig toezicht op de naleving van de voorschriften van dit hoofdstuk. Zij gaat in elk geval twee jaar nadat een nieuwe exploitatievergunning is verleend na of deze voorschriften zijn nageleefd, maar ook wanneer een probleem wordt vermoed of op verzoek van de Commissie.

De bevoegde vergunningverlenende autoriteit houdt zorgvuldig toezicht op de naleving van de voorschriften van dit hoofdstuk. Zij gaat in elk geval na of deze voorschriften zijn nageleefd in de volgende gevallen:

(a) twee jaar nadat een nieuwe exploitatievergunning is verleend, of

(b) wanneer een probleem wordt vermoed, of

(c) op verzoek van de Commissie.

Motivering

Het moet duidelijk zijn dat moeten worden toegezien op de naleving van de voorschriften in elk van de drie genoemde gevallen.

Amendement 22

Artikel 8, lid 3, letter b)

b) haar activiteiten gedurende meer dan drie maanden heeft gestaakt

b) haar activiteiten gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt

Motivering

De ervaring heeft geleerd dat een termijn van zes maanden adequater is. Deze moet dan ook behouden blijven.

Amendement 23

Artikel 8, lid 5, punt (a)

(a)       vooraf in kennis van plannen voor een ingrijpende wijziging in de omvang van haar activiteiten;

(a)       vooraf in kennis van plannen voor de exploitatie van een nieuwe geregelde luchtdienst of een niet-geregelde luchtdienst naar een continent of een regio in de wereld waarop zij nog geen dienst onderhoudt, voor wijzigingen in het soort of aantal gebruikte toestellen of voor een ingrijpende wijziging in de omvang van haar activiteiten;

Motivering

De huidige versie van Verordening 2407/92 omschrijft nauwkeuriger de gevallen waarover de bevoegde vergunningverlenende autoriteit in kennis moet worden gesteld. Daarom moet de tekst van de verordening behouden blijven.

Amendement 24

Artikel 8, lid 8, alinea 1

Het bepaalde in de leden 4, 5 en 6 van dit artikel is niet van toepassing op luchtvaartmaatschappijen die uitsluitend vluchten verzorgen met toestellen van minder dan 10 ton maximale startmassa en/of minder dan 20 stoelen. Deze luchtvaartmaatschappijen moeten te allen tijde kunnen aantonen dat hun nettokapitaal ten minste 100 000 euro bedraagt of op verzoek van de vergunningverlenende autoriteiten de ter zake dienende inlichtingen kunnen verstrekken voor de toepassing van artikel 9, lid 2.

Het bepaalde in de leden 4, 5 en 6 van dit artikel is niet van toepassing op luchtvaartmaatschappijen die uitsluitend vluchten verzorgen met toestellen van minder dan 10 ton maximale startmassa en/of minder dan 20 stoelen. Deze luchtvaartmaatschappijen moeten te allen tijde kunnen aantonen dat hun nettokapitaal ten minste 100 000 euro bedraagt of op verzoek van de bevoegde vergunningverlenende autoriteiten de ter zake dienende inlichtingen kunnen verstrekken voor de toepassing van artikel 9, lid 2.

Motivering

Formulering in overeenstemming met de definities.

Amendement 25

Artikel 9, lid 1, alinea 1

1. De bevoegde vergunningverlenende autoriteit zal de exploitatievergunning schorsen of intrekken indien zij er niet langer van overtuigd is dat de communautaire luchtvaartmaatschappij in staat is gedurende een periode van twaalf maanden haar bestaande en potentiële verbintenissen na te komen.

1. De bevoegde vergunningverlenende autoriteit zal de exploitatievergunning schorsen of intrekken indien het gegronde vermoeden bestaat dat de communautaire luchtvaartmaatschappij in staat is gedurende een periode van twaalf maanden haar bestaande en potentiële verbintenissen na te komen.

Motivering

De overtuiging van een autoriteit is geen juridische grond. Er zijn eerder objectievere en controleerbaardere overwegingen nodig. Die kunnen worden geboden door middel van het algemeen aanvaarde "gegronde vermoeden".

Amendement 26

Artikel 9, lid 1, alinea 2

De bevoegde vergunningverlenende autoriteit mag ook een tijdelijke vergunning van maximaal 12 maanden verlenen in afwachting van een financiële reorganisatie van de communautaire luchtvaartmaatschappij, mits alle wijzigingen van het AOC in die tijdelijke vergunning zijn vermeld en er realistische vooruitzichten zijn dat de financiële situatie binnen die periode wordt verbeterd.

De bevoegde vergunningverlenende autoriteit mag ook een tijdelijke vergunning van maximaal 12 maanden verlenen in afwachting van een financiële reorganisatie van de communautaire luchtvaartmaatschappij, mits de veiligheid niet in het gedrang komt, alle wijzigingen van het AOC in die tijdelijke vergunning zijn vermeld en er realistische vooruitzichten zijn dat de financiële situatie binnen die periode wordt verbeterd.

Motivering

De naleving van de veiligheidsvoorschriften moet een van de expliciete voorwaarden zijn voor het verlenen van de tijdelijke vergunning.

Amendement 27

Artikel 9, lid 2, alinea 1

Als er duidelijke aanwijzigen zijn dat er financiële problemen bestaan of dat een rechtsvordering wegens insolventie of een soortgelijke procedure is ingesteld tegen een luchtvaartmaatschappij waaraan de bevoegde vergunningverlenende autoriteit een vergunning heeft afgeleverd, zal deze autoriteit onverwijld een grondige beoordeling van de financiële situatie opstellen en binnen een periode van drie maanden de status van de exploitatievergunning op basis van de bevindingen opnieuw bezien overeenkomstig dit artikel.

Als er duidelijke aanwijzigen zijn dat er financiële problemen bestaan of dat een rechtsvordering wegens insolventie of een soortgelijke procedure is ingesteld tegen een communautaire luchtvaartmaatschappij waaraan de bevoegde vergunningverlenende autoriteit een vergunning heeft afgeleverd, zal deze autoriteit onverwijld een grondige beoordeling van de financiële situatie opstellen en binnen een periode van drie maanden de status van de exploitatievergunning op basis van de bevindingen opnieuw bezien overeenkomstig dit artikel.

Motivering

Verduidelijking.

Amendement 28

Artikel 9, lid 3, alinea 3

De bevoegde vergunningverlenende autoriteit stelt de Commissie in kennis van het feit dat de luchtvaartmaatschappij haar door accountants gecontroleerde rekeningen niet binnen de termijn van zes maanden heeft meegedeeld en van de maatregelen die zij naar aanleiding daarvan zal nemen.

De bevoegde vergunningverlenende autoriteit stelt de Commissie in kennis van het feit dat de communautaire luchtvaartmaatschappij haar door accountants gecontroleerde rekeningen niet binnen de termijn van zes maanden heeft meegedeeld en van de maatregelen die zij naar aanleiding daarvan zal nemen.

Motivering

Verduidelijking.

Amendement 29

Artikel 12, lid 1

Onverminderd artikel 13, lid 2, moeten de door een communautaire luchtvaartmaatschappij gebruikte luchtvaartuigen worden geregistreerd in het nationale register van de lidstaat die de vergunning heeft verleend of binnen de Gemeenschap.

Onverminderd artikel 13, lid 2, moeten de door een communautaire luchtvaartmaatschappij gebruikte luchtvaartuigen worden geregistreerd binnen de Gemeenschap. De lidstaat waarvan de bevoegde vergunningverlenende autoriteit verantwoordelijk is voor het verlenen van de exploitatievergunning van de communautaire luchtvaartmaatschappij, kan eisen dat het betrokken luchtvaartuig in zijn nationaal register wordt geregistreerd.

Motivering

Het Commissievoorstel kan problemen veroorzaken voor de veiligheid. Het zou het algemene overzicht over de veiligheid kunnen fragmenteren en de aflijning van de verantwoordelijkheid vervagen. Het is belangrijk dat lidstaten kunnen blijven eisen van hun gemachtigde exploitanten om hun luchtvaartuig in het nationale register te registreren.

Amendement 30

Artikel 13, lid 1, alinea 1

Voor de verlening of handhaving van een exploitatievergunning aan een luchtvaartmaatschappij mag niet worden geëist dat zij luchtvaartuigen in eigendom heeft.

Schrappen

Motivering

Aangezien dit een voorwaarde is voor het verlenen van een exploitatievergunning, moet deze alinea naar artikel 4 worden verplaatst.

Amendement 31

Artikel 13, lid 2, alinea 1

In het geval van kortlopende huurovereenkomsten om tijdelijke behoeften van een communautaire luchtvaartmaatschappij te dekken of anderszins in uitzonderlijke omstandigheden kan de bevoegde vergunningverlenende autoriteit vrijstellingen van de registratievereiste in artikel 12, lid 1, verlenen. De aan een communautaire luchtvaartmaatschappij verleende vrijstelling wegens tijdelijke behoeften of uitzonderlijke omstandigheden geldt voor een periode van maximum zes maanden en mag slechts één keer worden verlengd met een tweede niet-opeenvolgende periode van maximum zes maanden.

In het geval van kortlopende wet-leaseovereenkomsten om tijdelijke behoeften van een communautaire luchtvaartmaatschappij te dekken of anderszins in uitzonderlijke omstandigheden kan de bevoegde vergunningverlenende autoriteit vrijstellingen van de registratievereiste in artikel 12, lid 1, verlenen op voorwaarde dat:

(a) de communautaire luchtvaartmaatschappij deze leaseovereenkomst kan rechtvaardigen op grond van een uitzonderlijke behoefte, in welk geval een vrijstelling kan worden verleend voor een periode van maximum zeven maanden, die in uitzonderlijke omstandigheden slechts één keer kan worden verlengd met een tweede periode van maximum zeven maanden; of

(b) de communautaire luchtvaartmaatschappij aantoont dat leasing noodzakelijk is om te voldoen aan de behoeften van seizoenscapaciteit, die niet op redelijke wijze kunnen worden gedekt door het leasen van een overeenkomstig artikel 12, lid 1 geregistreerd luchtvaartuig, in welk geval de vrijstelling kan worden verleend voor een periode van maximum zeven maanden, die kan worden verlengd; of

c ) de communautaire luchtvaartmaatschappij aantoont dat leasing noodzakelijk is om onvoorziene exploitatiemoeilijkheden, bijvoorbeeld technische problemen, op te lossen en het niet redelijk is om een overeenkomstig artikel 12, lid 1 geregistreerd luchtvaartuig te leasen, in welk geval de vrijstelling geldt voor een beperkte duur welke strikt noodzakelijk is om de moeilijkheden op te lossen.

Amendement 32

Artikel 13, lid 2, alinea 2

In het geval van leasing van luchtvaartuigen met bemanning (wet-leasing) mag een dergelijke vrijstelling alleen worden verleend wanneer een geldige overeenkomst bestaat die voorziet in wederkerigheid van de wet-leasing tussen de betrokken lidstaat of de Gemeenschap en het derde land van registratie van het geleaste luchtvaartuig.

Dergelijke vrijstellingen worden alleen verleend wanneer een geldige overeenkomst bestaat die voorziet in wederkerigheid van de wet-leasing tussen de betrokken lidstaat of de Gemeenschap en het derde land van registratie van het geleaste luchtvaartuig.

Motivering

De bezwaren die de Commissie naar voren heeft gebracht met betrekking tot de sociale en veiligheidsnormen gelden alleen voor wet lease.

Amendement 33

Artikel 13, lid 4

4. De bevoegde vergunningverlenende autoriteiten geven geen goedkeuring voor overeenkomsten van leasing met bemanning aan een luchtvaartmaatschappij waaraan zij een exploitatievergunning hebben verleend, tenzijd ie autoriteiten hebben vastgesteld en schriftelijk aan de luchtvaartmaatschappij in kwestie hebben bevestigd dat aan gelijkwaardige veiligheidsnormen als die van de relevante Gemeenschapswetgeving is voldaan.

4. De bevoegde vergunningverlenende autoriteiten geven geen goedkeuring voor overeenkomsten van leasing met of zonder bemanning aan een luchtvaartmaatschappij waaraan zij een exploitatievergunning hebben verleend, tenzij die autoriteiten hebben vastgesteld en schriftelijk aan de luchtvaartmaatschappij in kwestie hebben bevestigd dat aan alle gelijkwaardige veiligheidsnormen als die van de relevante Gemeenschapswetgeving is voldaan.

Motivering

Veiligheidsnormen zijn niet alleen belangrijk in het geval van leasing met bemanning maar ook in het geval van leasing zonder bemanning.

Amendement 34

Artikel 14 bis (nieuw)

Artikel 14 bis (nieuw)

Verdedigingsrecht

De bevoegde vergunningverlenende autoriteit en de Commissie zorgen ervoor dat, wanneer zij een besluit nemen tot schorsing of intrekking van de exploitatievergunning van een communautaire luchtvaartmaatschappij, de betrokken communautaire luchtvaartmaatschappij in de gelegenheid wordt gesteld haar standpunt kenbaar te maken, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak, in bepaalde gevallen, van een spoedprocedure.

Motivering

Luchtvaartmaatschappijen die als financieel ongezond worden beschouwd moeten het recht krijgen hun standpunt kenbaar te maken voordat onherstelbare schade wordt toegebracht aan hun bedrijf.

Amendement 35

Artikel 14 ter (nieuw)

Artikel 14 ter (nieuw)

Sociale wetgeving

De lidstaten zorgen ervoor dat de communautaire en nationale sociale wetgeving naar behoren wordt toegepast met betrekking tot werknemers van een communautaire luchtvaartmaatschappij die luchtdiensten onderhoudt vanuit een operationele basis buiten het grondgebied van de lidstaat waar deze communautaire luchtvaartmaatschappij haar hoofdvestiging heeft.

Motivering

De exploitatie van basissen in andere landen dan het land van oorsprong heeft problemen doen rijzen in verband met het bepalen van het toepasselijk arbeidsrecht op de bemanningen. Om dit probleem op te lossen moet hiervoor een duidelijke bepaling worden geïntroduceerd.

Amendement 36

Artikel 15, lid 5

5. Onverminderd de bepalingen van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en met inachtneming van de communautaire mededingingsregels die van toepassing zijn op ondernemingen, staan de betrokken lidstaten communautaire luchtvaartmaatschappijen toe om luchtdiensten te combineren en deel te nemen aan codesharingregelingen voor luchtdiensten van en naar een luchthaven op hun grondgebied of via een dergelijke luchthaven naar een punt (punten) in derde landen.

(5) Onverminderd de bepalingen van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en met inachtneming van de communautaire mededingingsregels die van toepassing zijn op ondernemingen en van de bepalingen van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen, staan de betrokken lidstaten communautaire luchtvaartmaatschappijen toe om luchtdiensten te combineren en deel te nemen aan codesharingregelingen met eender welke luchtvaartmaatschappij voor luchtdiensten van en naar een luchthaven op hun grondgebied of via een dergelijke luchthaven naar een punt (punten) in derde landen.

Motivering

Dit amendement is bedoeld om duidelijk aan te geven dat de liberalisering uitsluitend binnen de EU en voor communautaire luchtvaartuigen geldt, en de bestaande bilaterale overeenkomsten met derde landen onverlet laat. Ten einde het wederkerigheidsbeginsel in acht te nemen, krijgen luchtvaartuigen van derde landen uitsluitend toestemming om luchtdiensten uit te voeren als zij hiertoe bevoegd zijn ingevolge bestaande overeenkomsten inzake het verlenen van luchtvaartdiensten.

Amendement 37

Artikel 16, lid 1, alinea 1

Een lidstaat kan, na overleg met de andere betrokken lidstaten en na de Commissie en de luchtvaartmaatschappijen die de betrokken route exploiteren, op de hoogte te hebben gesteld, een openbaredienstverplichting opleggen met betrekking tot geregelde luchtdiensten naar een regionale luchthaven op zijn grondgebied, wanneer een dergelijke route van vitaal belang wordt geacht voor de economische ontwikkeling van de regio waarin de luchthaven is gelegen. Een dergelijke verplichting wordt alleen opgelegd voor zover zulks noodzakelijk is om op die route een minimum aanbod te waarborgen van geregelde luchtdiensten die voldoen aan vastgestelde normen inzake continuiteit, regelmaat, prijzen of minimumcapaciteit, normen waaraan luchtvaartmaatschappijen niet zouden voldoen indien zij alleen op hun eigen commerciële belangen zouden letten.

Een lidstaat kan, na overleg met de andere betrokken lidstaten en na de Commissie, de betrokken luchthavens en de luchtvaartmaatschappijen die de betrokken route exploiteren, op de hoogte te hebben gesteld, een openbaredienstverplichting opleggen met betrekking tot geregelde luchtdiensten naar een luchthaven op zijn grondgebied, wanneer een dergelijke route van vitaal belang wordt geacht voor de economische en sociale ontwikkeling van de regio waarin de luchthaven diensten onderhoudt. Een dergelijke verplichting wordt alleen opgelegd voor zover zulks noodzakelijk is om op die route een minimum aanbod te waarborgen van geregelde luchtdiensten die voldoen aan vastgestelde normen inzake continuiteit, regelmaat, prijzen of minimumcapaciteit, normen waaraan luchtvaartmaatschappijen niet zouden voldoen indien zij alleen op hun eigen commerciële belangen zouden letten.

Motivering

Aangezien het aangegeven doel van een openbaredienstverplichting erin bestaat diensten te verlenen op een route die "van vitaal belang wordt geacht voor de economische ontwikkeling van de regio", moet elke luchthaven die de luchtverbindingen verzorgt van een regio die economische ontwikkeling nodig heeft, geschikt worden geacht voor een OSP-route. Elke definitie van "regionale luchthaven" met het oog op openbaredienstverplichtingen zal een aantal luchthavens in economisch welvarende regio's omvatten en een aantal luchthavens in regio's die economische of sociale steun nodig hebben, uitsluiten. De term "regionale luchthaven" dient dan ook te worden vermeden. Bovendien is het zeer belangrijk dat ook luchthavens worden opgenomen die luchtdiensten onderhouden in regio's met sociale behoeften.

De invoering van openbaredienstverplichtingen geldt niet alleen voor luchtvaartmaatschappijen maar ook voor luchthavens. Derhalve moeten ook zij het recht krijgen geraadpleegd te worden.

Amendement 38

Artikel 16, lid 6, alinea 1

6. Als een lidstaat een openbaredienstverplichting wil opleggen, moet zij de volledige tekst van de voorgenomen openbaredienstverplichting meedelen aan de Commissie, de andere betrokken lidstaten en de luchtvaartmaatschappijen die activiteiten exploiteren op de route in kwestie.

6. Als een lidstaat een openbaredienstverplichting wil opleggen, moet zij de volledige tekst van de voorgenomen openbaredienstverplichting meedelen aan de Commissie, de andere betrokken lidstaten, de betrokken luchthavens en de luchtvaartmaatschappijen die activiteiten exploiteren op de route in kwestie.

Motivering

De invoering van openbaredienstverplichtingen geldt niet alleen voor luchtvaartmaatschappijen maar ook voor luchthavens. Derhalve moeten ook zij het recht krijgen geraadpleegd te worden.

Amendement 39

Artikel 19, lid 2, inleidende formule

2. Na raadpleging van de betrokken luchtvaartmaatschappijen mag een lidstaat de verdeling van het luchtverkeer tussen luchthavens regelen zonder discriminatie tussen bestemmingen in de Gemeenschap of discriminatie op grond van nationaliteit of identiteit van de luchtvaartmaatschappij, voorzover aan de volgende voorwaarden is voldaan:

2. Na raadpleging van de betrokken luchtvaartmaatschappijen en luchthavens mag een lidstaat de verdeling van het luchtverkeer tussen luchthavens regelen zonder discriminatie tussen bestemmingen in de Gemeenschap of discriminatie op grond van nationaliteit of identiteit van de luchtvaartmaatschappij, voorzover aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Motivering

De invoering van openbaredienstverplichtingen geldt niet alleen voor luchtvaartmaatschappijen maar ook voor luchthavens. Derhalve moeten ook zij het recht krijgen geraadpleegd te worden.

Amendement 40

Artikel 19, lid 2, letter a)

a) de luchthavens bedienen dezelfde stad of agglomeratie;

a) de luchthavens bedienen dezelfde stad of agglomeratie waarin zij zich alle bevinden;

Motivering

Ter verheldering. Als alternatief kan ook de reistijd worden vermeld als gebruik van een openbaar vervoermiddel wordt gemaakt.

Amendement 41

Artikel 19, lid 2, letter b)

b) de luchthavens worden bediend door een adequate vervoersinfrastructuur; en

b) de luchthavens worden bediend door een adequate vervoersinfrastructuur zodat zij binnen één uur met een openbaar vervoermiddel bereikbaar zijn; en

Motivering

Dit amendement is bedoeld om de tekst van de Commissie concreter en duidelijker te maken en om te voorkomen dat de verdeling van het luchtverkeer te veel uitdijt.

Amendement 42

Artikel 19, lid 2, letter c)

c) de luchthavens zijn via frequent, betrouwbaar en efficiënt openbaar vervoer verbonden met de stad of agglomeratie die ze bedienen.

c) de luchthavens zijn via frequent, betrouwbaar en efficiënt openbaar vervoer met elkaar verbonden en met de stad of agglomeratie die ze bedienen.

Motivering

Ter verheldering. Als alternatief kan ook de reistijd worden vermeld als gebruik van een openbaar vervoermiddel wordt gemaakt.

Amendement 43

Artikel 21, inleidend gedeelte

Onverminderd artikel 23 is dit hoofdstuk niet van toepassing op:

Onverminderd de artikelen 23 en 24 is dit hoofdstuk niet van toepassing op:

Motivering

Luchtvaartmaatschappijen en OSP-diensten uit derde landen moeten ook onderworpen zijn aan de regels inzake prijstransparantie.

Amendement 44

Artikel 23

Artikel 23

Prijsleiderschap

Onverminderd overeenkomsten die de Gemeenschap met een derde land heeft gesloten voor het verlenen van luchtdiensten tussen communautaire luchthavens hebben alleen communautaire luchtvaartmaatschappijen het recht om nieuwe producten dan wel lagere dan de bestaande luchtvaart tarieven voor dezelfde producten in te voeren.

 

Schrappen

Motivering

De vereiste van prijsleiderschap is voorbijgestreefd en is niet langer nodig.

Amendement 45

Artikel 24, lid -1 (nieuw)

-1. Dit artikel is van toepassing op vluchten die vertrekken uit een op het grondgebied van een lidstaat gelegen luchthaven en op vluchten die worden uitgevoerd door een communautaire luchtvaartmaatschappij vanuit een in een derde land gelegen luchthaven naar een op het grondgebied van een lidstaat gelegen luchthaven, tenzij de luchtvaartmaatschappijen onderworpen zijn aan dezelfde verplichtingen in dat derde land.

Motivering

Het doel van de bepalingen inzake informatie en non-discriminatie op het gebied van prijszetting is de bescherming van de passagiers. Het toepassingsgebied van deze bepalingen verruimen zorgt voor een efficiëntere toepassing.

Amendement 46

Artikel 24, lid 1

1. Binnen de Gemeenschap werkzame luchtvaartmaatschappijen verstrekken het grote publiek uitgebreide informatie over hun luchtvaarttarieven en de bijbehorende voorwaarden.

1. Binnen de Gemeenschap werkzame luchtvaartmaatschappijen verstrekken het grote publiek uitgebreide informatie over hun luchtvaarttarieven overeenkomstig artikel 2, leden 19 en 20 en de bijbehorende voorwaarden, alsmede over alle door hen ten behoeve van derden geheven belastingen, onvermijdbare heffingen, toeslagen en vergoedingen.

Luchtvaarttarieven, gepubliceerd in eender welke vorm, onder meer op het internet, die rechtstreeks of onrechtstreeks gericht zijn tot het reizigerspubliek, moeten alle toepasselijke belastingen, onvermijdbare heffingen, toeslagen en vergoedingen omvatten die op het tijdstip van de publicatie bekend zijn. De luchtvaarttarieven omvatten niet de kosten die niet daadwerkelijk voor rekening van de luchtvaartmaatschappijen komen.

Facultatieve prijstoeslagen worden op duidelijke, transparante en ondubbelzinnige wijze aan het begin van het boekingsproces medegedeeld en kunnen door de passagier op een "opt-in"-basis worden aanvaard. Geïmpliceerde afspraken om dergelijke toeslagen te aanvaarden, zijn van nul en generlei waarde.

Alle kosten die onderdeel van de vluchtprijs vormen maar die niet door de in de Gemeenschap opererende luchtvaartmaatschappij worden geïnd, moeten door de "ticketverkoper", overeenkomstig artikel 2, sub d) van verordening 2111/2005 gedetailleerd worden vermeld.

Amendement 47

Artikel 24, lid 2

2. Luchtvaartmaatschappijen stellen hun luchtvaarttarieven vast zonder te discrimineren op basis van nationaliteit of verblijfplaats van de passagier of plaats van vestiging van het reisagentschap in de Gemeenschap.

2. Luchtvaartmaatschappijen geven toegang tot hun luchtvaarttarieven zonder te discrimineren op basis van nationaliteit of verblijfplaats van de passagier of plaats van vestiging van het reisagentschap in de Gemeenschap.

Een luchtvaartmaatschappij mag passagiers of reisagentschappen geen regels opleggen die hun vrije en gelijke toegang tot luchtvaarttarieven in de praktijk belemmeren.

Motivering

Segmentering van prijzen moet mogelijk zijn, maar de toegang tot luchtvaarttarieven zonder te discrimineren moet gegarandeerd worden.

Dit artikel is in de huidige versie niet voldoende om alle mogelijke vormen van discriminatie op grond van de verblijfplaats van de passagier te verhinderen.

Amendement 48

Artikel 24, lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis. Ter uitvoering van de in de leden 1 en 2 neergelegde verplichtingen moeten de luchtvaartmaatschappijen de door hen gehanteerde luchtvaarttarieven en bijbehorende voorwaarden, alsmede alle door hen ten gunste van derden geheven belastingen, heffingen, en rechten, aan de hand van de volgende categorieën vermelden:

- belastingen en andere heffingen en vergoedingen door de overheid

- luchtverkeersleidingstoeslagen

- toeslagen, heffingen, rechten en andere kosten ten behoeve van luchtvaartmaatschappijen

- toeslagen, heffingen, rechten en andere kosten ten behoeve van luchthavenexploitanten

Motivering

De door de consument te betalen eindprijs omvat in sommige gevallen ook kosten die niet door de luchtvaartmaatschappij gecontroleerd en vastgesteld kunnen worden (heffingen voor de bemiddeling voor vliegtickets, enz.). Daarom hoeft de informatieplicht van de luchtvaartmaatschappij alleen te gelden voor de door haar op gevoerde kosten.

Daarnaast moet in de verordening een duidelijk overzicht worden gegeven van de categorieën waarin de desbetreffende kosten worden onderverdeeld.

Amendement 49

Artikel 24, lid 2 ter (nieuw)

 

2 ter. Aan consumenten moet een volledig overzicht worden gegeven van de belastingen, heffingen en toeslagen die aan de prijs van het vliegticket zijn toegevoegd.

Motivering

Luchtvaartpassagiers moeten worden behandeld als alle andere consumenten en hebben daarom recht op duidelijke en volledige informatie over de prijs die zij uiteindelijk moeten betalen. Hierbij moet vooral worden gedacht aan reserveringen via Internet, omdat dit vaak de enige mogelijkheid is om vliegtickets bij goedkope luchtvaartmaatschappijen te boeken.

Amendement 50

Artikel 24 bis (nieuw)

 

Artikel 24 bis

 

Transparante kosten

 

Indien kosten in verband met de veiligheid op luchthavens of aan boord deel uitmaken van de prijs van een vliegticket, dan worden deze kosten apart op het vliegticket aangeduid of anderszins aan de passagier medegedeeld. Veiligheidsbelastingen en -toeslagen, ongeacht of deze door de lidstaten, luchtvaartmaatschappijen of organen worden geïnd, moeten transparant zijn en worden alleen gebruikt om aan genoemde veiligheidskosten te dekken.

Motivering

Veiligheidskosten nemen toe en de consument heeft het recht te weten hoe hoog deze kosten liggen en waarvoor zij dienen.

Amendement 51

Artikel 24 ter (nieuw)

Artikel 24 ter

Sancties

De lidstaten zien toe op de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk en voorzien in sancties voor de schending ervan. Deze sancties zijn doeltreffend, evenredig en ontradend.

Motivering

Het Commissievoorstel voorziet niet in sancties indien de voorschriften inzake prijszetting niet worden toegepast.

Amendement 52

Artikel 26, lid 1

1. De lidstaten en de Commissie werken samen bij de toepassing van deze verordening.

1. De lidstaten en de Commissie werken samen bij de toepassing van en het toezicht op deze verordening.

Motivering

De verordening moet constant gecontroleerd worden en hierbij moeten alle belanghebbende partijen, met inbegrip van werknemersvertegenwoordigers, worden betrokken.

Amendement 53

Bijlage II

BIJLAGE II

Definitie van regionale luchthaven voor de toepassing van artikel 16

Alle luchthavens die aan minstens een van de volgende criteria voldoen worden als regionale luchthavens beschouwd:

(a)       het verkeersvolume mag niet hoger liggen dan 900 000 passagiersbewegingen per jaar;

(b)       het verkeersvolume mag niet hoger liggen dan 50 000 ton vracht per jaar;

(c)       de luchthaven moet op een eiland van een lidstaat zijn gevestigd.

Schrappen.

Motivering

Elke definitie van "regionale luchthaven" met het oog op openbaredienstverplichtingen zal een aantal luchthavens in economisch welvarende regio's omvatten en een aantal luchthavens in regio's die economische of sociale steun nodig hebben, uitsluiten. Openbaredienstverplichtingen zijn alleen gerechtvaardigd voor luchthavens die regio's bestrijken met economische of sociale behoeften. Daarom moet deze definitie geschrapt worden.

  • [1]  Nog niet in het PB gepubliceerd.

TOELICHTING

1. Achtergrond

Het derde pakket van de internationale luchtvaart - bestaande uit de verordeningen van de Raad nrs. 2407/92, 2408/92 en 2409/92 - vormde de laatste fase van de liberalisering van het luchtvervoer. De maatregelen werden in fasen ingevoerd vanaf januari 1993, toen de verordeningen van kracht werden, tot april 1997, toen cabotage in de Gemeenschap werd vrijgegeven.

Verordening (EEG) nr. 2407/92 legt de regels vast die in alle lidstaten van toepassing zijn voor de afgifte en intrekking van vergunningen voor luchtvaartmaatschappijen, waarbij tevens het concept van communautaire luchtvaartmaatschappij, zonder discriminatie binnen de Gemeenschap, wordt ingevoerd. Zij somt ook de voorwaarden op waaronder communautaire luchtvaartmaatschappijen vliegtuigen kunnen leasen die in een land buiten de Gemeenschap zijn geregistreerd.

Verordening (EEG) nr. 2408/92 legt het grondbeginsel van vrije toegang voor communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtverbindingen vast, alsmede regels inzake mogelijke uitzonderingen op dit beginsel, met name wegens openbaredienstverplichtingen en situaties die ernstige congestie- of milieuproblemen veroorzaken. Dezelfde verordening bevat ook criteria ter definiëring van een "luchthavensysteem" en het verdelen van het verkeer tussen de verschillende luchthavens binnen hetzelfde systeem.

Verordening (EEG) nr. 2409/92 liberaliseert de luchtvaarttarieven, en voert ook een procedure in die het de lidstaten mogelijk maakt zowel excessief hoge tarieven te voorkomen, die nadelig zijn voor de passagiers, als een eventuele neerwaartse prijsspiraal te stoppen, die de financiële gezondheid van alle luchtvaartmaatschappijen in gevaar zou kunnen brengen.

Als gevolg van de invoering van het derde pakket heeft zich een ongekende expansie van het luchtvervoer in Europa voorgedaan. Oude monopolies zijn weggevaagd, intracommunautaire cabotage werd ingevoerd en er kwam concurrentie, vooral op het gebied van de tarieven, wat in het voordeel van de passagiers is. De Europese luchtvaart is veranderd van een in hoge mate gereguleerde markt, die gebaseerd was op bilaterale overeenkomsten, in een sterk concurrerentiële geïntegreerde markt.

Echter nu de maatregelen van het derde pakket meerdere jaren zijn toegepast, is duidelijk geworden dat sommige maatregelen uit de tijd zijn geraakt, en dat andere slecht worden toegepast, of verduidelijkt, herzien of afgeschaft moeten worden.

2. Inhoud van het voorstel

Dit voorstel beoogt de drie bovengenoemde bestaande verordeningen te integreren en te wijzigen. De herschikking van het derde pakket beoogt vereenvoudiging van de wetgeving en schrapping van achterhaalde gedeelten, maar tegelijkertijd worden in sommige gevallen striktere eisen ingevoerd.

Artikel 4 van de verordening introduceert nieuwe aspecten betreffende de kwestie welke autoriteit de exploitatievergunning moet afgeven. Niet langer is de hoofdvestiging van de luchtvaartmaatschappij bepalend, maar haar hoofdkantoor en de plaats waar zij een aanzienlijk deel van haar exploitatieactiviteiten uitvoert en waar toezicht wordt gehouden op haar Air Operator's Certificate (AOC).

Artikel 5 van de verordening voert striktere financiële voorwaarden in voor de verlening van een exploitatievergunning, terwijl artikel 8 de voorwaarden voor de geldigheid voor deze vergunning strenger maakt. Verder legt de verordening vast dat de bevoegde autoriteit die de vergunningen verstrekt verplicht is in bepaalde gevallen na te gaan of aan de vereisten wordt voldaan.

De verordening bepaalt ook dat iedere wijziging in het AOC ook in de exploitatievergunning moet worden vermeld (artikel 6).

Artikel 9 van het voorstel legt vast dat de vergunningverlenende autoriteit verplicht is de exploitatievergunning op te schorten of in te trekken indien zij er niet langer van overtuigd is dat de luchtvaartmaatschappij in staat is gedurende een periode van 12 maanden haar bestaande en potentiële verbintenissen na te komen.

Artikel 13 van de verordening betreft leasing. Een nieuwe vereiste in de verordening is dat de duur van iedere vorm van leasing (wet and dry) wordt beperkt tot 6 maanden. Luchtvaartmaatschappijen kunnen toestemming krijgen om in derde landen geregistreerde luchtvaartuigen te leasen voor een tweede, niet op de eerste volgende, periode van 6 maanden. In geval van wet leasing is zelfs een overeenkomst die voorziet in wederkerigheid noodzakelijk.

Artikel 14 van het voorstel geeft de Commissie bevoegdheid om na te gaan of aan de vereisten van de verordening is voldaan en zonodig te beslissen de vergunning op te schorten of in te trekken.

Artikel 15 van de verordening betreft intracommunautaire luchtvaartdiensten en overvliegen. Alle beperkingen van de vrijheid voor communautaire luchtvaartmaatschappijen om binnen de EU luchtvaartdiensten te verlenen die voortkomen uit bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten, worden afgeschaft. Communautaire luchtvaartmaatschappijen wordt toegestaan luchtdiensten te combineren en deel te nemen aan regelingen voor codesharing voor luchtdiensten van en naar een luchthaven op hun grondgebied of via een dergelijke luchthaven naar een punt (punten) in derde landen.

Daarentegen bepaalt de verordening dat verkeersrechten binnen de EU voor luchtvaartmaatschappijen uit derde landen afhankelijk zullen zijn van een overeenkomst die door de Gemeenschap wordt gesloten met het betreffende derde land, echter onverminderd bestaande bilaterale overeenkomsten. Het overvliegen van het grondgebied van de EU is voor maatschappijen uit derde landen alleen mogelijk wanneer het derde land partij is bij de Overeenkomst inzake de doortocht van internationale luchtdiensten, of een overeenkomst in die zin met de Gemeenschap heeft gesloten, zulks onverminderd reeds bestaande bilaterale overeenkomsten.

De artikelen 16, 17 en 18 betreffen de openbaredienstverplichtingen (ODV). De verordening bepaalt dat een ODV kan worden opgelegd voor een route naar een regionale luchthaven en zij geeft een duidelijke definitie wat een regionale luchthaven is. De periode van de vergunning wordt verlengd van drie tot vier jaar. De regels inzake de informatie- en publicatieverplichtingen worden verduidelijkt en vereenvoudigd. De verordening voert ook een noodprocedure in om plotselinge onderbrekingen van de dienst op routes met ODV op te vangen. Als nieuw element kan de Commissie lidstaten verzoeken verschillende analyses voor te leggen om de noodzaak van een ODV aan te tonen.

Met betrekking tot de verkeersverdeling voert artikel 19 van het voorstel een procedure in één fase in, in plaats van de huidige procedure in twee fases. De lidstaten kunnen de verdeling van het luchtverkeer tussen luchthavens alleen regelen na goedkeuring van de Commissie. De uitdrukking "luchthavensysteem" wordt niet langer gebruikt. De verordening geeft een duidelijke definitie van een stedelijke agglomeratie.

De artikelen 21-24 van de verordening betreffen prijstransparantie en discriminatie. Om een einde te maken aan de huidige praktijk van sommige luchtvaartmaatschappijen, te weten het publiceren van tarieven zonder bijkomende belastingen en heffingen, eist de verordening dat de tarieven alle geldende belastingen, heffingen en toeslagen dienen te omvatten. Verder moet aan het publiek uitgebreide informatie worden verstekt over de tarieven en de bijbehorende voorwaarden. Het voorstel verplicht de luchtvaartmaatschappijen hun tarieven vast te stellen zonder enige discriminatie op basis van nationaliteit of woonplaats van de passagier, of plaats van vestiging van het reisagentschap in de Gemeenschap.

3. Commentaar van de rapporteur

Uw rapporteur is van mening dat het voorstel van de Commissie in principe goed is. Hij is het eens met noodzaak en het doel van de herschikking. Hij is echter van mening dat het voorstel op enkele belangrijke punten gewijzigd moet worden.

Leasing

Op het ogenblik zijn de praktijken van de lidstaten ten aanzien van leasing verschillend. Dit kan leiden tot verstoring van de markt en geeft aanleiding tot bezorgdheid over sociale en veiligheidsaspecten. Daarom lijdt het geen twijfel dat nieuwe gemeenschappelijke eisen moeten worden ingevoerd. De in artikel 13 voorgestelde voorschriften gaan echter te ver en houden geen rekening met de specifieke eigenschappen van bepaalde luchtvaartmaatschappijen, met name het seizoensgebonden karakter van hun activiteiten. Er moet een redelijk evenwicht worden gevonden tussen de sociale en veiligheidsbelangen aan de ene kant en een soepel functioneren van de luchtvaartmaatschappijen aan de andere kant. Daarom wordt voorgesteld de tijdslimiet voor leasing te verlengen tot 7 maanden en de frequentie niet te beperken.

Prijstransparantie

Uw rapporteur is het eens met de doelstelling van de Commissie om een einde te maken aan de praktijk van sommige luchtvaartmaatschappijen om tarieven te publiceren zonder toeslagen, belastingen en extra heffingen. Hij is echter van mening dat de verplichting van maatschappijen om all in-tarieven te publiceren duidelijker tot uitdrukking moet worden gebracht. Verder wordt voorgesteld het toepassingsgebied van deze bepalingen uit te breiden, teneinde een doeltreffendere toepassing van prijstransparantie te verzekeren.

Sociale aspecten

Het opereren op luchthavens in andere landen dan het land van oorsprong heeft geleid tot problemen betreffende het bepalen van het geldende arbeidsrecht. Om dit probleem op te lossen wordt voorgesteld een duidelijke bepaling hierover op te nemen.

Bescherming van de passagiers

Het voorstel van de Commissie bevat geen effectieve regeling die verzekert dat de passagiers geen nadelige gevolgen ondervinden ingeval de luchtvaartmaatschappij failliet gaat. Er is geen sprake van vergoeding voor een niet-uitgevoerde vlucht of voor stranden in een ander land zonder mogelijkheid van terugkeer. Uw rapporteur is van mening dat bepalingen voor de bescherming van passagiers in de verordening moeten worden opgenomen.

Openbaredienstverplichting en regionale luchthaven

Uw rapporteur is van mening dat iedere definitie van "regionale luchthaven" met het oog op openbaredienstverleningverplichtingen bepaalde luchthavens zal insluiten die liggen in economisch welvarende regio's, en andere luchthavens zal uitsluiten die gelegen zijn in regio's welke economische of sociale steun nodig hebben. Aangezien ODV's alleen gerechtvaardigd zijn voor luchthavens in regio's die economische of sociale steun nodig hebben, dient de definitie van regionale luchthavens te worden geschrapt.

Afgezien van de bovenstaande punten dienen een aantal definities en voorwaarden te worden verduidelijkt, om misverstanden en uiteenlopende toepassingen te voorkomen.

Intracommunautaire luchtdiensten

In tegenstelling tot de bovengenoemde punten, waarvoor verschillende wijzigingen worden voorgesteld, is uw rapporteur ervan overtuigd dat wat de intracommunautaire luchtdiensten betreft de voorgestelde uitbreiding van de bevoegdheid van de Commissie steun verdient. Over de rechten van de eerste en de vijfde vrijheid in het luchtverkeer kan efficiënter worden onderhandeld door de Commissie dan door de lidstaten afzonderlijk, wat ook wordt aangetoond door de overeenkomst met Rusland betreffende de overvliegrechten voor Siberië. Uw rapporteur deelt niet de twijfels van sommige actoren betreffende de subsidiariteit. Daarom wordt voorgesteld artikel 15 te aanvaarden zoals het wordt voorgesteld door de Commissie.

PROCEDURE

Titel

Gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtvaartdiensten (herziening)

Document- en procedurenummers

COM(2006)0396 - C6-0248/2006 - 2006/0130(COD)

Datum indiening bij EP

18.7.2006

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

5.9.2006

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

EMPL

5.9.2006

ENVI

5.9.2006

IMCO

5.9.2006

 

Geen advies

       Datum besluit

EMPL

12.9.2006

ENVI

14.9.2006

IMCO

4.10.2006

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Arūnas Degutis

13.9.2006

 

 

Behandeling in de commissie

19.12.2006

28.2.2007

10.4.2007

 

Datum goedkeuring

8.5.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Etelka Barsi-Pataky, Jean-Louis Bourlanges, Michael Cramer, Arūnas Degutis, Christine De Veyrac, Saïd El Khadraoui, Robert Evans, Emanuel Jardim Fernandes, Mathieu Grosch, Georg Jarzembowski, Stanisław Jałowiecki, Dieter-Lebrecht Koch, Bogusław Liberadzki, Eva Lichtenberger, Erik Meijer, Willi Piecyk, Reinhard Rack, Luca Romagnoli, Gilles Savary, Brian Simpson, Dirk Sterckx, Ulrich Stockmann, Silvia-Adriana Ţicău, Georgios Toussas, Yannick Vaugrenard

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Zsolt László Becsey, Pedro Guerreiro, Antonio López-Istúriz White, Salvatore Tatarella, Ari Vatanen, Corien Wortmann-Kool

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Árpád Duka-Zólyomi, Den Dover, Béla Glattfelder