Procedure : 2006/2273(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0193/2007

Ingediende teksten :

A6-0193/2007

Debatten :

PV 18/06/2007 - 14
CRE 18/06/2007 - 14

Stemmingen :

PV 19/06/2007 - 8.24
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0261

VERSLAG     
PDF 270kWORD 309k
21.5.2007
PE 384.258v03-00 A6-0193/2007

over het opbouwen van een Europees beleid inzake breedband

(2006/2273(INI))

Commissie industrie, onderzoek en energie

Rapporteur: Gunnar Hökmark

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het opbouwen van een Europees beleid inzake breedband

(2006/2273(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, getiteld "Overbrugging van de breedbandkloof" (COM(2006)0129),

–   gezien het verslag van 15 juli 2005 van het Forum over de digitale kloof over toegang tot breedband en overheidssteun in onvoldoende verzorgde gebieden,

–   gezien de mededeling van de Commissie bedoeld voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad, getiteld "Uitvoering van de hernieuwde Lissabon-strategie voor groei en werkgelegenheid" (COM(2006)0816),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, getiteld "Snelle verbindingen voor Europa: recente ontwikkelingen in de sector elektronische communicatie" (COM(2004)0061),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de herziening van het regelgevingskader van de EU voor elektronische communicatienetwerken en diensten (COM(2006)0334),

–   gezien Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 over een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en diensten (kaderrichtlijn)(1),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, getiteld "i2010 - Een Europese informatiemaatschappij voor groei en werkgelegenheid" (COM(2005)0229),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, getiteld "i2010 - Eerste jaarverslag over de Europese informatiemaatschappij" (COM(2005)0215),

–   gezien Besluit nr. 854/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 tot vaststelling van een communautair meerjarenprogramma ter bevordering van een veiliger gebruik van het Internet en nieuwe online-technologieën(2),

–   gezien het werkdocument van de Commissiediensten, getiteld: "Guidelines on Criteria and Modalities of Implementation of Structural Funds in Support of Electronic Communications" (SEC(2003)0895),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld: "Een op de markt gebaseerde benadering van het spectrumbeheer in de Europese Unie" (COM(2005)0400),

–   gezien de uitspraak van het Gerecht van eerste aanleg van 30 januari 2007 in de zaak France Télécom SA v. Commissie(3), waarbij het beroep van France Télécom SA tegen het besluit van de Commissie van 2003 betreffende woekerprijzen voor op ADSL gebaseerde Internettoegang voor het grote publiek in zijn geheel werd afgewezen,

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, getiteld: "Een vooruitziend radiospectrumbeleid voor de Europese Unie: tweede jaarverslag" (COM(2005)0411),

–   onder verwijzing naar zijn resoluties van 14 maart 2006 over een Europese informatiemaatschappij voor groei en werkgelegenheid(4), van 1 december 2005 over de Europese elektronische-communicatieregelgeving en -markten in 2004(5) en van 23 juni 2005 over de informatiemaatschappij(6),

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie regionale ontwikkeling en de Commissie juridische zaken (A6‑0193/2007),

A. overwegende dat de ontwikkeling van internet en breedband de wereldwijde economie heeft getransformeerd, regio's en landen met elkaar heeft verbonden, een dynamisch paradigma heeft gecreëerd dat individuele burgers, waar zij ook wonen, ongekende mogelijkheden biedt op het vlak van informatie, communicatie, invloed, participatie, consumptie, beroepsleven en ondernemen,

B.  overwegende dat breedband de integratie en cohesie binnen de EU ten goede zal komen,

C. overwegende dat de waarde van internet en breedband exponentieel toeneemt met iedere nieuwe gebruiker, hetgeen van essentieel belang is indien Europa een leidende kennismaatschappij wil worden; voorts overwegende dat door herverdeling van het spectrum ook gebieden die niet door het netwerk worden bestreken toegang tot de digitale samenleving moeten kunnen krijgen,

D. overwegende dat de 500 miljoen burgers die samen de interne markt van de EU vormen op mondiaal niveau een ongeëvenaarde kritische massa vertegenwoordigen, die nodig is voor de ontwikkeling van nieuwe innovatieve diensten, waardoor de mogelijkheden voor de gehele EU dienovereenkomstig toenemen; overwegende dat het gemeenschappelijke Europese nut dat het voor iedereen toegankelijk maken van breedband zou opleveren, hierdoor duidelijk wordt aangetoond,

E.  overwegende dat er kennelijk geen onderlinge relatie is tussen breedbandpenetratie en bevolkingsdichtheid,

F.  overwegende dat het Gerecht van eerste aanleg in zijn bovengenoemde vonnis in de zaak France Télécom v Commissie vaststelde dat de snelle groei van de breedbandsector de toepassing van de mededingingsregels niet uitsluit,

G. overwegende dat het aantal breedbandverbindingen in de afgelopen drie jaar bijna verdubbeld en het aantal breedbandabonnees bijna verviervoudigd is; overwegende dat deze ontwikkelingen zijn voortgekomen uit de markt en worden bevorderd door de concurrentie, waarmee wordt bewezen dat het belangrijk is de markt niet te verstoren,

H. overwegende dat de lidstaten die een grotere concurrentie hebben in de breedbandmarkt en tussen verschillende technologieën ook een hoger breedbanddekkingspercentage hebben,

I.   overwegende dat on-linediensten zoals e-overheid, e-gezondheid, e-learning en elektronisch aanbesteden pas echt alomvattend en cohesiebevorderend kunnen zijn wanneer zij door middel van breedbandverbindingen op ruime schaal beschikbaar worden gesteld voor de burgers van de EU en voor het bedrijfsleven,

J.   overwegende dat breedbandverbindingen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een hoogwaardiger, veelomvattender stelsel van gezondheidszorg met gebruikmaking van telediagnosticering en patiëntenbehandeling op afstand in minder ontwikkelde gebieden,

K. overwegende dat breedbandinternetverbindingen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een meer geavanceerd, integratiegericht onderwijsstelsel dat praktische voorzieningen biedt voor afstandsonderwijs in gebieden die niet over een toereikende scholeninfrastructuur beschikken,

L.  overwegende dat de traagste breedbandverbindingen niet meer toereikend zijn om op een doelmatige manier gebruik te kunnen maken van de meer veeleisende internet- en videodiensten,

M. overwegende dat de snelle ontwikkeling van internetdiensten en -inhoud noopt tot het gebruik van snelle breedbandverbindingen,

N. overwegende dat de breedbanduitrol niet in alle lidstaten en regio's van de Unie even ver is gevorderd; overwegende dat de beschikbaarheid van breedband in ontoegankelijke (b.v. insulaire of bergachtige) gebieden en plattelandsregio's beperkt blijft vanwege de hoge kosten die aan breedbandnetwerken en -diensten zijn verbonden; overwegende dat de geringe vraag buiten de stedelijke gebieden van de EU betekent dat er weinig in wordt geïnvesteerd en dat breedbandaanbieders daardoor kunnen worden ontmoedigd, gezien de beperkte winstmogelijkheden,

O. overwegende dat er nog steeds substantiële verschillen qua breedbanduitrol bestaan tussen stedelijke centra en afgelegen gebieden, alsmede tussen oude en nieuwe lidstaten; overwegende dat een en ander aantoont dat de technologische ontwikkeling moet worden gestimuleerd, dat nieuwe exploitanten betere mogelijkheden moeten krijgen om tot de markt door te dringen en er duidelijke strategieën moeten worden ontwikkeld om het innovatietempo op te voeren, zodat plattelandsgebieden en achtergebleven landen hun achterstand kunnen inhalen,

P.  overwegende dat ter verbetering van de internettoegang voor sociaal achtergebleven groepen opleidings- en ondersteuningsmaatregelen moeten worden getroffen, zodat zij dezelfde kansen krijgen als anderen,

Q. overwegende dat op functionele capaciteit berekende breedbandtoegang van belang is voor alle gebruikers in de Gemeenschap, ongeacht de geografische locatie waar zij zich bevinden,

R.  overwegende dat de correcte en tijdige tenuitvoerlegging van het onderhavige regelgevingskader een essentiële voorwaarde is voor een open, concurrentiebestendige en innovatieve markt voor elektronische communicatiediensten; overwegende dat de procedures voor de omzetting en implementatie van de regelgeving van lidstaat tot lidstaat sterk verschillen, hetgeen de fragmentatie van de Europese interne communicatiemarkt in de hand werkt,

S.  overwegende dat elke school een breedbandaansluiting zou moeten hebben, ten einde aan een toekomst te werken waarin geen enkel kind in Europa meer off line hoeft te zijn,

T.  overwegende dat bij de digitale omschakeling en de overgang van analoog naar digitaal meerdere honderden megahertz aan spectrum zullen vrijkomen, zodat de mogelijkheid ontstaat om spectrum te herverdelen en een vergunningvrije spectrumzone in te stellen,

Het potentieel van breedband

1.  wijst op de mogelijkheden die een interne markt met bijna 500 miljoen mensen met breedbandaansluiting zou scheppen, door een in de wereld unieke kritische massa van gebruikers te creëren, door voor alle regio's nieuwe perspectieven te openen, door iedere gebruiker meerwaarde te bieden en door Europa in staat te stellen een leidende kenniseconomie in de wereld te worden;

2.  is van mening dat het opzetten van breedbandnetwerken die een betrouwbare overdracht met een concurrerende bandbreedte bieden van essentieel belang is voor economische groei, de ontwikkeling van de samenleving en verbetering van de openbare dienstverlening;

3.  onderstreept dat de omvang van de breedbandontwikkeling niet te voorspellen of te plannen valt, maar kan worden gestimuleerd en ondersteund door een creatieve en open omgeving te creëren;

4.  wijst er met name op dat een ruimere breedbanduitrol de interne markt in het algemeen nieuw leven zou inblazen, waarbij alle regio's nieuwe kansen zouden krijgen, iedere gebruiker een nuttige dienst zou worden bewezen en Europa de mogelijkheid zou krijgen zich te ontwikkelen tot een op wereldniveau toonaangevende kennisgeoriënteerde economie;

Europa verbinden

5.  beklemtoont dat de uitrol van breedband in plattelandsgebieden een essentiële factor is voor de participatie van het brede publiek aan de kennismaatschappij; wijst er bovendien op dat breedbanddiensten eveneens bepalend zijn voor de economische ontwikkeling van de betrokken regio's en derhalve op zo groot mogelijke schaal moeten worden verspreid;

6.  roept de lidstaten op aan te sturen op de installatie van breedbandverbindingen in iedere school, universiteit en onderwijsinstelling in de EU en op de introductie van afstandsonderwijs, zodat in de toekomst geen enkel Europees kind en geen enkele bij onderwijsprogramma's betrokken persoon in Europa meer off line zal zijn;

7.  merkt op dat bij het dichten van de digitale kloof een basisstructuur, zoals de beschikbaarheid van computers in huishoudens en openbare instellingen, moet worden bevorderd;

8.  moedigt de lidstaten ertoe aan kaarten van hun breedbandinfrastructuur te maken, teneinde de dekking van de breedbanddiensten duidelijker aan te geven;

De sleutelrol van innovatie

9.  is van mening dat innovatieve technologie - d.w.z. technologie die het mogelijk maakt krachtige breedbandverbindingen tot stand te brengen - de sleutel tot het overbruggen van de breedbandkloof is en wijst op het feit dat achtergebleven gebieden door toepassing van nieuwe technologie in staat zijn geweest om vele ontwikkelingsfases over te slaan;

10. wijst erop dat het ontwikkelen van de concurrentievoordelen en het oplossen van de ernstige problemen van landelijke, dunbevolkte en ontoegankelijke (b.v. insulaire of bergachtige) gebieden afhankelijk is van innovatieve nieuwe toepassingen van informatie- en communicatietechnologieën;

11. onderstreept dat nieuwe technologie per definitie een grotere reikwijdte en een meer omvattende inhoud heeft, waardoor meer geavanceerde diensten mogelijk worden; onderstreept tevens dat breedbanddiensten regio's - en met name de minst ontwikkelde regio's - zullen helpen bedrijven aan te trekken, telewerken te vergemakkelijken, nieuwe medische diagnosticerings- en verzorgingsdiensten aan te bieden, en een verbetering van onderwijsnormen en overheidsdiensten te bewerkstelligen;

12. is van mening dat de nieuwe technologieën interessante en goedkopere oplossingen bieden voor afgelegen, ontoegankelijke (b.v. insulaire of bergachtige) en landelijke gebieden, aangezien door draadloze verbindingen, mobiele communicatie en communicatie per satelliet breedband beschikbaar wordt voor gebieden die totnogtoe niet waren aangesloten op de vaste netwerken; merkt op dat met deze nieuwe technologieën rekening moet worden gehouden bij de toewijzing van radiospectrum;

13. benadrukt dat de ontwikkeling van innovatieve technologieën op alle niveaus moet worden bevorderd en dat het uiterste moet worden gedaan voor het bevorderen van de toegang tot en het handhaven van eerlijke concurrentie op de markt;

14. acht het van belang onderzoek en partnerschappen tussen universiteiten, regionale overheden en ondernemingen op ICT-gebied te bevorderen;

15. spoort de Commissie ertoe aan breedband en met name mobiele breedbandoplossingen te beschouwen als een belangrijke factor voor de werkprogramma's van het Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP) en van het Zevende Kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (KP7);

16. dringt er bij de Commissie op aan om actief te streven naar substantiële synergieën tussen haar eigen sectoriële programma's, zoals het zevende kaderprogramma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie en het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie, en ook te zorgen voor betere coördinatie met de internationale programma's en voor financiering van de ontwikkeling van breedband door de structuur- en de plattelandsontwikkelingsfondsen;

17. onderstreept dat breedbandverbinding, gezien de opzienbarend snelle ontwikkeling van de nieuwe media, de enige technisch betrouwbare toegang tot mediaproducten biedt, zoals Internet TV en Internet telefonie, en aldus kan voorkomen dat de bevolking in plattelandsgebieden wordt afgesloten van de samenleving in de steden waar breedband beschikbaar is;

18. beseft dat sommige mensen alleen maar toegang hebben tot trage en lagecapaciteitsbreedband; is van mening dat dergelijke verbindingen niet de plaats mogen innemen van of als vervangingsmiddel mogen dienen voor nieuwe hogesnelheidsverbindingen; dringt erop aan dat geen enkel geografisch gebied of sociaal-economische groep de voor nieuwe, snellere technologie benodigde investeringen mogen worden ontzegd alleen maar omdat zij reeds toegang hebben tot verbindingen van lagere kwaliteit;

19. merkt op dat nieuwe draadloze platforms zeer geschikt zijn voor het verzekeren van breedbandtoegang in plattelandsgebieden; onderstreept het belang van technologische neutraliteit bij spectrumtoewijzing; herinnert eraan dat de Commissie een actiever spectrumbeleid voor ogen staat en dat dit door het Europees Parlement is gesteund in zijn resolutie van 14 februari 2007 "Naar een Europees radiospectrumbeleid"(7);

20. roept de communautaire instellingen en de lidstaten op, bij het beheer van het radiospectrum nauwer samen te werken, ten einde het gebruik van spectrum door een breed scala aan draadloze en mobiele terrestrische en satelliettechnologieën te vergemakkelijken;

21. dringt er bij de lidstaten op aan voldoende spectrum toe te wijzen voor breedbandtechnologieën;

De effecten van inhoud

22. onderstreept dat digitale geletterdheid een onmisbare basis is voor gebruikmaking van de mogelijkheden die breedband biedt en wijst op de verantwoordelijkheid in dit opzicht van het openbaar onderwijs; onderstreept tevens dat zoveel mogelijk Europese burgers toegang moeten krijgen tot ICT's en dat ook hun ICT-vaardigheden moeten worden verbeterd;

23. dringt aan op consumentgerichte maatregelen op het gebied van voortgezette opleiding en de mobilisering van technische hulpmiddelen in de sector informatietechnologie; pleit voor financiële en fiscale stimulansen ter ondersteuning van dergelijke maatregelen;

24. stelt zich op het standpunt dat investeringen in e-gezondheids-, e-overheids- en e-learningtoepassingen een belangrijke rol kunnen vervullen bij de bevordering van de vraag van de consument naar breedband, en daardoor de kritische massa kunnen creëren die grote markten nodig hebben om zich op die gebieden te kunnen ontwikkelen;

25. is van mening dat de bevordering door de overheid, in samenwerking met het bedrijfsleven, van op breedband gebaseerde toepassingen en diensten kan bijdragen tot een efficiënte verlening van overheidsdiensten, en tegelijkertijd mensen ertoe aan kan zetten zich toegang tot breedband te verschaffen, hetgeen ertoe bij zal dragen het aanbod te stimuleren;

26. wijst met nadruk op de mogelijkheden voor overheden om gebruik te maken van pre-commerciële overheidsaankopen om de levering van innovatieve diensten via breedbandnetwerken te stimuleren; merkt op dat zij ook de vraag bij gemeenschappen en dienstverleners kunnen coördineren, teneinde te zorgen voor de kritische massa die nodig is om investeringen in nieuwe netwerken te ondersteunen; moedigt de Commissie ertoe aan de bekendheid en het gebruik van deze instrumenten te bevorderen;

27. verzoekt de Commissie en de lidstaten prioriteit te geven aan breedbandinternetoplossingen en -technologieën bij de automatisering van hun overheidsdiensten, de onderwijssector en het MKB (bijv. application service providers, terminal servers);

28. is van oordeel dat een kernpakket van Europese e-diensten ertoe kan bijdragen de integratie te bevorderen en de cohesie te versterken, en - via het gebruik van breedband - een geïntegreerde Europese elektronische markt kan creëren, en verlangt dat dit gebied bijzondere prioriteit krijgt bij de besteding van de structuur- en plattelandsontwikkelingsfondsen; wijst voorts met name op de rol die dergelijke ontwikkelingsfondsen in dit verband kunnen vervullen bij de ondersteuning van de regio's;

29. roept de EU en de lidstaten op tot verwezenlijking van de doelstelling van de Europese Raad van Barcelona in 2003 dat de Europese burgers voor hen relevante openbare breedbanddiensten moeten worden aangeboden;

30. acht het van buitengewoon groot belang dat het publiek zich - ongeacht de plaats waar het gebruik maakt van de technologie die zijn voorkeur wegdraagt - verzekerd weet van de ruimst mogelijke toegang tot kwalitatief hoogstaande inhoud en diensten, en onderstreept de noodzaak van toegangsnetwerken en van netwerken die voor meerdere exploitanten openstaan;

31. roept de communautaire instellingen en de lidstaten op de on-linebeschikbaarheid van inhoud te bevorderen, met name door de adequate bescherming daarvan in een digitale omgeving goed te regelen;

De dynamiek van de markt

32. verklaart dat de snelle ontwikkeling van breedband van cruciaal belang is voor de ontwikkeling van de Europese productiviteit en het Europees concurrentievermogen en voor de opkomst van nieuwe, kleine ondernemingen die in diverse sectoren, zoals de gezondheidszorg, de industriële productie en de financiële dienstensector, toonaangevend kunnen worden;

33. is van oordeel dat particuliere investeringen voor een ruimere breedbanduitrol en universele dekking van essentieel belang zijn; onderstreept dat particuliere investeerders de kans moeten krijgen om hun investeringen te herfinancieren ???willen wij de dynamiek van de vrije concurrentie blijven bevorderen en de consumenten van betere diensten, meer innovatie en ruimere keuzemogelijkheden kunnen blijven voorzien;

34. benadrukt het belang van - op technisch, juridisch en semantisch niveau - door de sector zelf bepaalde, open en interoperabele standaards, teneinde schaalvoordelen mogelijk te maken, een niet-discriminerende open toegang tot de informatiemaatschappij te verzekeren en de snelle verbreiding van technologieën te bevorderen;

35. dringt er bij de communautaire instellingen en de lidstaten op aan met de sector samen te werken aan de oplossing van problemen (zoals microbetalingen, veiligheid en vertrouwen, interoperabiliteit en beheer van digitale rechten) die de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsformules op breedbandgebied in de weg staan;

Een stimulerend, helder kader

36. beklemtoont dat de rol van de EU erin bestaat een gunstige omgeving te scheppen voor de ontwikkeling van innovatie en de introductie van nieuwe technologieën, door te zorgen voor een regelgevend kader dat uitnodigt tot concurrentie en particuliere investeringen en door de nodige middelen ter beschikking te stellen ter bevordering van de vraag naar breedbanddiensten en - waar nodig - voor de ondersteuning van de noodzakelijke infrastructuur;

37. is van opvatting dat overheden een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van de aanleg van breedbandnetwerken en dat zij maatregelen dienen te overwegen om de vraag te stimuleren en investeringen in vaste infrastructuur te bevorderen; verzoekt om een duidelijk kader voor investeringen in infrastructuur dat echter niet mag leiden tot verstoring van markten of exploitatie op voorwaarden die oneerlijk zijn jegens particuliere ondernemingen; prijst de Commissie voor haar verduidelijking van de regels voor staatssteun met betrekking tot participatie van openbare instanties in programma's voor de ontwikkeling van breedband;

38. onderstreept dat de voornaamste rol van de lidstaten met betrekking tot de bevordering van breedband erin bestaat een klimaat van rechtszekerheid te scheppen dat bevorderlijk is voor de concurrentie en investeringen stimuleert, en dat dit alleen kan worden gerealiseerd door ervoor te zorgen dat het communautaire regelgevingskader voor elektronische communicatiediensten effectief wordt geïmplementeerd; onderschrijft dat het van groot belang is te waarborgen dat er concurrerende marktvoorwaarden worden geschapen, dat de lidstaten het regelgevingskader voor elektronische communicatie omzetten en ten uitvoer leggen, en dat er effectieve, onafhankelijke en naar behoren toegeruste regulerende organen worden opgericht;

Mededingingsregels en consumentenbescherming

39. benadrukt de sleutelrol die door de markt wordt gespeeld bij de uitbreiding en ontwikkeling van innovatieve diensten; wijst echter op de noodzaak dat nationale regelgevende instanties, mededingingsautoriteiten en nationale en lokale bestuurders een gelijke prioriteit verlenen aan de bevordering van een sterkere mededinging en investeringen in breedbandmarkten alsmede het tegengaan van misbruik van dominerende posities en kartels en tenslotte het verlagen van de toegangsbarrières, zodat de markt inderdaad in staat is om innovaties in te voeren;

40. wijst op de toenemende concurrentie op de Europese breedbandmarkt; brengt in herinnering dat de sectorale regulering van de ICT-industrie van begin af aan was bedoeld als een aan de openstelling van de markten voorafgaande overgangsoplossing, en dat het de bedoeling is dat deze sector op middellange termijn nog uitsluitend onder de toepassing valt van de algemene concurrentieregels;

41. benadrukt dat de komende herziening van het regelgevingskader gericht moet zijn op het garanderen van een open toegang en een eerlijke concurrentie tussen alle exploitanten;

42. stelt zich op het standpunt dat er ter verwezenlijking van een snellere breedbandontwikkeling in plattelandsgebieden geen beperkingen mogen worden opgelegd op het gezamenlijke gebruik van netwerken op vrijwillige basis door infrastructuurbeheerders; onderstreept dat dergelijke afspraken tussen infrastructuurbeheerders een effectieve manier zijn om een ruimere breedbandontwikkeling te bewerkstelligen in gebieden die niet over de noodzakelijke breedbandtransmissie-infrastructuur beschikken en waar de toekomstige vraag niet berekend is op de ondersteuning van meerdere netwerken tegelijk;

43. onderstreept de noodzaak op lokaal gemeenschapsniveau breedbandinfrastructuur tot stand te brengen volgens het beginsel van publiek-private partnerschappen en onder inachtneming van het principe van gelijke toegang;

44. onderstreept dat gezonde concurrentie en effectieve en adequate regels voor de openstelling van de breedbandmarkt de krachtigste stimulans vormen voor breedbandontwikkeling in de zin van de uitrol, de snelheid en de diversiteit van de aangeboden diensten;

45. onderstreept de noodzaak van technologische neutraliteit in combinatie met voorkoming van fragmentatie en inachtneming van de technologische trends en gebruikersbehoeften, hetgeen een uitdaging betekent voor de Europese regelgevende instanties, die nieuwe oplossingen een kans dienen te geven, maar tegelijk voor stabiele condities moeten zorgen;

46. benadrukt dat de functionele loskoppeling van de toegangsnetwerken van bedrijven met een vaste plaats op de markt van hun operationele activiteiten positieve gevolgen zou kunnen hebben en voor een gelijke en billijke behandeling van alle exploitanten zou kunnen zorgen;

47. verzoekt de Commissie in haar ophanden zijnde groenboek een onderzoek in te stellen naar de beschikbaarheid van internetdiensten tegen redelijke en betaalbare tarieven voor alle burgers overal in de EU, met inbegrip van burgers met een laag inkomen op het platteland of in gebieden met hoge kosten, en te onderzoeken of het noodzakelijk is de bestaande eisen ten aanzien van de universele dienst aan te passen; verwacht voorts dat in het groenboek aandacht wordt besteed aan de bezorgdheden van consumenten in verband met een betrouwbaar en veilig breedbandgebruik;

Overheidsfinanciering indien nodig

48. onderstreept dat overheidsfinanciering alleen verantwoord is wanneer de uitrol van breedbandinfrastructuur voor particuliere ondernemingen bedrijfsmatig niet verantwoord is en niet mag worden gebruikt ter overlapping van bestaande infrastructuurvoorzieningen waarlangs breedbanddiensten kunnen worden aangeboden;

49. beklemtoont dat de financiering met overheids- of Gemeenschapsmiddelen vanuit concurrentie-oogpunt neutraal dient te zijn en dat het moet gaan om commercieel duurzame investeringen; onderstreept dat contracten voor overheidsaanschaffingen gegund moeten worden na een open, doorzichtige, concurrerende en niet-discriminatoire aanbesteding;

50. beklemtoont dat de met overheidsfinanciering tot stand gekomen infrastructuur op basis van gelijkheid ter beschikking moet worden gesteld en geen enkele aanbieder in het bijzonder mag bevoordelen;

51. is van mening dat, naast de marktactoren, de lidstaten - en in het bijzonder hun regio's en gemeenten - maatregelen zouden kunnen nemen om de breedbandmarkt in benadeelde gebieden te stimuleren; benadrukt de rol die de structuur- en plattelandsontwikkelingsfondsen zouden moeten spelen door de regio's te ondersteunen bij het versterken van de vraagzijde van de informatiemaatschappij;

52. stelt zich op het standpunt dat investeringen in breedbandinfrastructuur binnen het kader van de communautaire mededingingsregels met overheidsgeld moeten kunnen worden gefinancierd;

53. dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat alle dienstverleners gelijke toegang krijgen tot met steun uit de structuur- en plattelandsontwikkelingsfondsen gefinancierde breedbandnetwerken; is bovendien van mening dat de nationale regelgevingsinstanties met het oog op de naleving van de vigerende eisen de bevoegdheid moet worden toegekend om in de desbetreffende reglementeringen voorschriften inzake openstelling op te nemen en dat zij opdracht moeten krijgen op de naleving van die voorschriften toe te zien;

54. beklemtoont dat het van groot belang is regionale ontwikkeling te combineren met een Europees breedbandbeleid, waarbij ook regionale en plattelandsontwikkelingsfondsen moeten worden ingeschakeld voor de ontwikkeling van mobiele breedbandoplossingen of voor het opzetten van de noodzakelijke infrastructuur;

55. roept de Commissie op de richtsnoeren met betrekking tot het juiste gebruik van de structuur- en plattelandsontwikkelingsfondsen om de uitrol en toepassing van breedband verder te ontwikkelen en deze te herzien en met name gedetailleerdere richtsnoeren op te stellen voor het gebruik van Structuurfondsen voor de verspreiding van breedbanddiensten waar een gedeeltelijk aanbod van dergelijke diensten reeds beschikbaar is;

56. roept de Commissie op adviezen te verstrekken over en mee te werken aan de verspreiding van beste praktijken met betrekking tot de naleving van de regels inzake met staatsmiddelen bekostigde overheidssteun voor breedbandprojecten;

57. verzoekt de Commissie ermee in te stemmen dat de EU-fondsen ook worden gebruikt voor de optimalisering of vervanging van breedbandnetwerken die niet voorzien in netwerken met voldoende functionele capaciteit;

58. dringt er bij de Commissie op aan de nodige informatie en statistische gegevens te verschaffen en het effect te evalueren dat middelen uit de structuur- en plattelandsontwikkelingsfondsen kunnen hebben op de verbreiding van breedband in de regio's die gesteund worden, en de uitwisseling van beste praktijken tussen de regio's van de EU te bevorderen;

59. moedigt de Commissie aan nauwkeurig te onderzoeken of het regelgevingskader volledig ten uitvoer is gelegd en of de regels voor staatssteun worden toegepast wanneer middelen uit structuurfondsen en plattelandsontwikkelingsfondsen voor breedbandinvesteringen worden gebruikt en ervoor te zorgen dat EU-financiering wordt gebruikt om de verspreiding van ICTs in de gehele EU te verbeteren zonder daarbij specifieke spelers of technologische opties, maar alleen de meest efficiënte oplossingen te begunstigen; constateert verder dat een dergelijk gebruik van EU-fondsen alleen mag worden toegestaan in gebieden met te weinig diensten en waar het duidelijk is dat er geen andere bronnen voor investeringen in breedband-infrastructuur aanwezig zijn; onderstreept dat alle besluiten doorzichtig moeten zijn en moeten worden gepubliceerd op nationale en Europese websites met een link naar de mededingingsautoriteiten;

60. is van mening dat de overheidssteun in de vorm van leningen en subsidies, vaak geïmplementeerd via partnerschappen tussen overheid en bedrijfsleven, voor de totnogtoe slecht verzorgde gebieden verder dient te worden uitgebreid;

61. dringt er verder op aan dat de overheidssteun voor breedbandinfrastructuur moet uitgaan van het principe van "technologische neutraliteit" en niet a priori een bepaalde technologie moet bevoordelen, en evenmin de technologische keuzes van de regio's mag beperken, maar dat tezelfdertijd een fragmentatie van de technische infrastructuur moet worden vermeden, waarbij rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingstendensen en de toekomstige behoeften van gebruikers en de aanleg van breedbandverbindingen met een hogere capaciteit moet worden gestimuleerd;

o

o o

62. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 108 van 24.4.2002, blz. 33.

(2)

PB L 149 van 11.6.2005, blz. 1.

(3)

Zaak T-340/03 France Télécom SA v. Commissie van de Europese Gemeenschappen, 2007 Jurispr.-0000.

(4)

PB C 291 E van 30.11.2006, blz. 133.

(5)

PB C 285 E van 22.11.2006, blz. 143.

(6)

PB C 133 E van 8.6.2006, blz. 140.

(7)

Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0041.


TOELICHTING

Het enige dat wij met zekerheid kunnen zeggen over de toekomstige ontwikkeling van breedband en Internet is dat wij niet weten hoe deze zich in de komende tien jaar zullen ontwikkelen, maar dat zij zich minstens met dezelfde snelheid zullen ontwikkelen als in de afgelopen tien jaar. Tien jaar geleden had niemand de radicale ontwikkeling van Internet en breedband waarvan wij nu getuige zijn, kunnen voorzien, en niemand had kunnen weten hoe ingrijpend deze ontwikkeling zou zijn, een ontwikkeling die de economieën en de wereldwijde markten radicaal heeft veranderd en de traditionele hiërarchieën ondersteboven heeft gekeerd, in een wereld waar het individu thans in het centrum staat, zowel wat betreft kennis, informatie, media en wetenschap, als wat betreft communicatie, handel en markten. De wereld van vandaag is een andere dan die van gisteren.

Media en informatie functioneren in een wereld waar geen echte grenzen meer bestaan, waar kennis en opinies niet kunnen worden tegengehouden of gecontroleerd. Kennis, feiten, producten en diensten zijn beschikbaar ongeacht de afstand, waardoor de fysieke dimensie minder belangrijk wordt, maar de verbindingen des te belangrijker. De nieuwe informatie- en communicatietechnologieën hebben zelf diensten, producten en markten gecreëerd, maar hebben ook de traditionele markten fundamenteel getransformeerd, namelijk tot wereldwijde marktplaatsen waar diensten, van waar dan ook afkomstig, samenkomen. De maatschappijen die voorop liepen bij deze ontwikkeling hebben hun productiviteit drastisch verhoogd, en tegelijkertijd waren hun burgers in staat hun opinies, wensen en invloed op zodanige wijze te doen gelden dat zij aan niemand ondergeschikt zijn op dit nieuwe gebied van kennis en informatie.

Voorop te lopen bij deze ontwikkeling zal voor Europa van cruciaal belang zijn, wil het de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld worden. Daartoe moet het gebruik maken van de bekwaamheden, de wensen, het intellect, de kennis, de ervaring, de creativiteit, de fantasie en de visie van iedere individuele burger.

Europa kan alleen aan de top komen, en daar blijven, als het mogelijkheden schept voor creativiteit, concurrentie en nieuwe ideeën op deze gebieden. En het is duidelijk dat de ontwikkeling en uitbreiding van breedband aanzienlijk trager verloopt daar waar minder concurrentie is en waar de bestaande aanbieders beslissen over het tempo en de ontwikkeling van diensten.

De cijfers en tabellen in de bijlage zijn nuttige indicatoren, die duidelijk maken welke factoren werkelijk van belang zijn voor de verbreiding van breedband. Uit de statistieken van de OESO blijkt dat de penetratie van breedband niet rechtstreeks gerelateerd is aan de bevolkingsdichtheid of aan de economische ontwikkeling. Dit bewijst eens te meer dat afstand en inkomen niet de enige bepalende factoren zijn voor de penetratie van breedband en dat concurrentie en innovatie een zeer grote rol daarbij spelen. Het sterke verband tussen concurrentie en penetratie blijkt ook uit de grafiek van de Commissiediensten die de concurrentie op het gebied van de infrastructuur en de penetratiegraad in beeld brengt. Hoe groter het aanbod aan alternatieve toegangsmogelijk-heden is (kabel, gesplitste local loop, glasvezel), des te hoger de penetratiegraad (Denemarken en Finland zijn uitzonderingen op dit patroon). Deze trend is ook terug te vinden in het door de ECTA (koepel van nieuwe telecom-aanbieders) opgestelde "scorebord": landen die het goed doen bij het implementeren van het regelgevende kader voor breedband, hebben over het algemeen een hogere penetratiegraad.

Een Europees breedbandbeleid moet derhalve de kansen die concurrentie en innovatie bieden steunen en bevorderen, en het voor de Europese burgers absoluut normaal maken een breedbandaansluiting te hebben en bij diensten en producten keuzemogelijkheden te hebben.

Het is niet de taak van de Unie de ontwikkeling van breedband te financieren. Dat is de taak van de markt, en de snelheid van de door de markt aangejaagde ontwikkeling is hoog (zie cijfers in de bijlage). Het beleid van de Unie en de financiering mogen de markt niet verstoren en evenmin de gevestigde actoren of specifieke technologieën beschermen of ondersteunen. Eerder is het tegendeel het geval: de Unie moet zorgen voor een creatieve en innovatieve omgeving, die de hoeksteen vormt voor de ontwikkeling van de technologie die zich in de toekomst zal ontwikkelen, en wel op een wijze die wij op dit moment nog niet kunnen voorzien, maar waarvoor wij wel de weg kunnen effenen.

Wij zien in dat voor een snellere uitbreiding van de netten in de onderverzorgde gebieden overheidsinterventie nodig is, maar anderzijds dient de overheid de reguleringsprincipes en de wetten van de mededinging beter te respecteren. Overheidsinterventie kan particuliere investeringen aanvullen, maar mag nooit initiatieven uit particuliere hoek de wind uit de zeilen nemen en daarmee de concurrentie vervalsen. De richtsnoeren inzake criteria en modaliteiten voor het gebruik van structuurfondsen voor elektronische communicatie, gepubliceerd door de Commissie in 2003, illustreren hoe een evenwicht kan worden gevonden tussen overheidssteun, regionale ontwikkeling en de vereisten van de concurrentie.

Het beleid van de Europese Unie moet een snellere innovatie op dit gebied ondersteunen en daarmee Europa tot het meest dynamische deel van de wereld maken. De financiering van de Europese Unie moet gebaseerd zijn op gelijke concurrentievoorwaarden, zij moet openstaan voor nieuwkomers en voor alle andere concurrenten. Dat is de meest efficiënte manier, met de grootste kans op succes. Communautaire financiering moet niet datgene doen wat door de markt kan worden gedaan, maar bijdragen tot investeringen die anders niet gedaan zouden kunnen worden en tot innovaties die Europa aan de spits zullen brengen en houden.

Het is van gemeenschappelijk Europees belang dat iedereen aangesloten is op breedband. De waarde die het net heeft voor een gebruiker hangt af van het aantal personen dat aangesloten is. Dat bepaalt de hoeveelheid diensten, kennis en alternatieven die kan worden aangeboden. Wanneer iedereen in de EU toegang kan hebben tot breedband, zal de interne markt gekenmerkt worden door communicatie zonder enige vertraging, grensoverschrijdende integratie en kansen voor iedereen, ongeacht waar hij of zij woont.

De interne markt, in combinatie met voor al zijn burgers toegankelijke breedband, levert een basis op van 500 miljoen mensen, die toegang hebben tot en gebruik maken van diensten zoals e-learning, e-health, e-governance en e-trade. Het is de convergentie en distributie van diensten en kennis die het doel, Europa tot een leidende kenniseconomie in de wereld te maken, realiteit kunnen doen worden. Dat is een kans die niet teniet mag worden gedaan door een beleid dat verouderde structuren steunt en financiert, in plaats van innovaties, vooruitgang en ontwikkeling.


BIJLAGE

Source: Eurostat

Source: ECTA

Rankings of countries according to Telecom legal framework (source ECTA)

 

 

AT

BE

CZ

DK

FI

FR

DE

EL

HU

IE

IT

NL

PL

PT

ES

SE

UK

A. Institutional Framework

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A1

Implementation of NRF

6

16

10

1

6

10

16

10

2

2

6

10

10

10

6

2

2

A2

Speed of Process

1

7

7

11

1

7

11

15

4

1

15

11

17

11

4

4

7

A3

Transparency & Consultation

13

13

8

6

1

8

17

13

13

1

1

1

1

11

11

6

8

A4

Enforcement

16

16

12

6

12

6

12

1

4

12

6

10

11

1

1

6

4

A5

Scale of Resources

1

17

12

10

12

1

12

1

12

10

1

1

12

1

1

1

1

A6

Effectiveness of Appeal Procedure

11

15

3

6

11

1

16

11

3

10

7

11

7

3

9

17

1

A7

Independence

14

13

1

1

17

6

14

11

4

6

9

1

14

9

4

12

6

A8

Efficiency of NRA as Dispute Settlement Body

13

16

4

2

8

4

2

8

1

8

13

4

16

13

4

8

8

B. GENERAL MARKET ACCESS CONDITIONS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

B1

General Access & Policy Procedures

7

2

9

2

2

9

9

9

9

7

2

2

17

15

15

9

1

B2

Accounting Separation

11

11

5

5

11

5

17

11

10

1

3

3

11

5

5

11

1

B3

Non-discrimination & Margin Squeeze

5

5

16

10

11

1

16

5

14

5

2

4

11

14

5

11

2

B4

Rights of Way & Facilities Sharing

13

9

5

3

3

5

1

16

9

5

13

1

11

13

17

5

11

B5

Numbering

14

8

15

1

1

12

6

12

8

11

8

1

17

15

4

6

4

B6

Frequencies

1

1

1

14

16

7

10

10

7

1

7

14

10

16

10

1

1

C. EFFECTIVENESS OF IMPLEMENTATION

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

C1

Narrowband Voice

7

7

17

4

16

11

5

13

14

7

11

2

15

6

7

2

1

C2

Mobile Services

8

13

6

3

2

6

15

13

9

17

9

15

4

9

9

1

4

C3

Business Services

5

10

15

5

10

3

7

15

7

10

7

2

15

3

10

10

1

C4

Broadband

7

6

15

3

12

1

12

17

10

14

3

3

16

7

7

10

2

Overall

11

14

13

2

11

3

15

16

8

9

6

4

17

10

7

5

1


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (26.3.2007)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het opbouwen van een Europees beleid inzake breedband

(2006/2273(INI))

Rapporteur voor advies: Malcolm Harbour

SUGGESTIES

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is van mening dat het opzetten van breedbandnetwerken die een betrouwbare overdracht met een concurrerende bandbreedte bieden van essentieel belang is voor economische groei, de ontwikkeling van de samenleving en verbetering van de openbare dienstverlening;

2.  verzoekt de Commissie in haar ophanden zijnde groenboek een onderzoek in te stellen naar de beschikbaarheid van internetdiensten tegen redelijke en betaalbare tarieven voor alle burgers overal in de EU, met inbegrip van burgers met een laag inkomen op het platteland of in gebieden met hoge kosten, en te onderzoeken of het noodzakelijk is de bestaande eisen ten aanzien van de universele dienst aan te passen; verwacht voorts dat in het groenboek aandacht wordt besteed aan de bezorgdheden van consumenten in verband met een betrouwbaar en veilig breedbandgebruik;

3.  benadrukt de noodzaak van geactualiseerde en volledige statistische gegevens, in het bijzonder in de nieuwe lidstaten, zodat in toekomstige verslagen een grotere concentratie op de problemen van deze landen mogelijk is;

4.  merkt op dat nieuwe draadloze platforms zeer geschikt zijn voor het verzekeren van breedbandtoegang in plattelandsgebieden; onderstreept het belang van technologische neutraliteit bij spectrumtoewijzing; herinnert eraan dat de Commissie een actiever spectrumbeleid voor ogen staat(1) en dat dit door het Europees Parlement is gesteund in zijn resolutie van 14 februari 2007 "Naar een Europees radiospectrumbeleid"(2);

5.  onderschrijft dat het van groot belang is te waarborgen dat er concurrerende marktvoorwaarden worden geschapen, dat de lidstaten het regelgevingskader voor elektronische communicatie omzetten en ten uitvoer leggen, en dat er effectieve, onafhankelijke en naar behoren toegeruste regulerende organen worden opgericht;

6.  merkt op dat een van de prioriteiten in de communautaire strategische richtsnoeren inzake economische, sociale en territoriale cohesie 2007-2013 is ervoor te zorgen dat ICT-infrastructuur en aanverwante diensten beschikbaar zijn wanneer de markt er niet in slaagt deze infrastructuur te verschaffen tegen redelijke kosten of op het niveau dat noodzakelijk is voor de noodzakelijke dienstverlening;

7.  stelt echter vast dat gemeenten op het platteland vaak worden geconfronteerd met het probleem dat er vanwege onvoldoende vraag geen particuliere aanbieders van breedbandinternetaansluitingen kunnen worden gevonden; benadrukt dat in dergelijke gevallen technologisch en aanbiederneutraal overheidsingrijpen gerechtvaardigd kan zijn, teneinde te verhinderen dat gemeenten met tekortschietende breedbandvoorzieningen economisch achterop raken;

8.  is van opvatting dat overheden een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van de aanleg van breedbandnetwerken en dat zij maatregelen dienen te overwegen om de vraag te stimuleren en investeringen in vaste infrastructuur te bevorderen; verzoekt om een duidelijk kader voor investeringen in infrastructuur dat echter niet mag leiden tot verstoring van markten of exploitatie op voorwaarden die oneerlijk zijn jegens particuliere ondernemingen; prijst de Commissie voor haar verduidelijking van de regels voor staatssteun met betrekking tot participatie van openbare instanties in programma's voor de ontwikkeling van breedband;

9.  merkt op dat bij het dichten van de digitale kloof een basisstructuur, zoals de beschikbaarheid van computers in huishoudens en openbare instellingen, moet worden bevorderd; verzoekt om middelen voor de financiering van openbare ruimtes met multimediavoorzieningen waar burgers collectieve cursussen kunnen volgen met vrij gebruik van apparatuur;

10. wijst met nadruk op de mogelijkheden voor overheden om gebruik te maken van pre-commerciële overheidsaankopen om de levering van innovatieve diensten via breedbandnetwerken te stimuleren; merkt op dat zij ook de vraag bij gemeenschappen en dienstverleners kunnen coördineren, teneinde te zorgen voor de kritische massa die nodig is om investeringen in nieuwe netwerken te ondersteunen; moedigt de Commissie ertoe aan de bekendheid en het gebruik van deze instrumenten te bevorderen;

11. wijst erop dat er met het oog op het versnellen van de toepassing van breedband in plattelandgebieden geen onnodige beperkingen moeten worden gesteld aan het vrijwillig delen van netwerken door netwerkexploitanten; benadrukt dat dergelijke regelingen tussen exploitanten een krachtig instrument kunnen zijn in regio's waar geen infrastructuur voor het verlenen van breedbanddiensten aanwezig is en waar onvoldoende vraag bestaat om meerdere netwerken te ondersteunen;

12. moedigt de lidstaten ertoe aan kaarten van hun breedbandinfrastructuur te maken, teneinde de dekking van de breedbanddiensten duidelijker aan te geven.

PROCEDURE

Titel

Het opbouwen van een Europees beleid inzake breedband

Procedurenummer

2006/2273(INI)

Commissie ten principale

ITRE

Advies uitgebracht door

Datum bekendmaking

IMCO
29.11.2006

Nauwere samenwerking – datum bekendmaking

 

Rapporteur voor advies
  Datum benoeming

Malcolm Harbour
19.12.2006

Vervangen rapporteur voor advies

 

Behandeling in de commissie

25.1.2007

28.2.2007

22.3.2007

 

 

Datum goedkeuring

22.3.2007

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

37

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Adam Bielan, Georgi Bliznashki, Godfrey Bloom, Charlotte Cederschiöld, Corina Creţu, Mia De Vits, Rosa Díez González, Martin Dimitrov, Evelyne Gebhardt, Małgorzata Handzlik, Malcolm Harbour, Anna Hedh, Pierre Jonckheer, Alexander Lambsdorff, Arlene McCarthy, Toine Manders, Bill Newton Dunn, Zita Pleštinská, Karin Riis-Jørgensen, Zuzana Roithová, Heide Rühle, Leopold Józef Rutowicz, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Alexander Stubb, Marianne Thyssen, Jacques Toubon, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

Simon Coveney, Jean-Claude Fruteau, Othmar Karas, Manuel Medina Ortega, Joseph Muscat, Gary Titley, Søren Bo Søndergaard

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

(1)

Zie ook COM(2005)0400 - Een op de markt gebaseerde benadering van het spectrumbeheer in de Europese Unie, alsmede COM(2005)0411 - Een vooruitziend radiospectrumbeleid voor de Europese Unie - Tweede jaarverslag.

(2)

Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0041.


ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling (27.3.2007)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het opbouwen van een Europees beleid inzake breedband

(2006/2273(INI))

Rapporteur voor advies: Bernadette Bourzai

SUGGESTIES

De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat een van de doelstellingen van de strategie van Lissabon is dat alle bevolkingsgroepen kunnen profiteren van de voordelen van de informatiemaatschappij, met inbegrip van personen die zijn achtergesteld wegens hun opleiding, leeftijd, geslacht, etnische oorsprong, sociale afkomst, handicap en personen die in armere gebieden en afgelegen gebieden wonen,

B.  overwegende dat in de communautaire strategische richtsnoeren voor de economische, sociale en territoriale cohesie voor 2007-2013 als prioriteit wordt genoemd: het beschikbaar stellen van ICT-infrastructuur, daar waar de markt deze niet tegen een redelijke prijs en in toereikende mate kan verstrekken om de vereiste diensten te ontvangen, in het bijzonder in afgelegen gebieden, plattelandsgebieden en in de nieuwe lidstaten,

1.  is verheugd over de bereidheid van de Commissie om de digitale kloof tussen de steden en het platteland te verkleinen en wijst in dit verband op het belang van de plaatselijke overheden bij de ontwikkeling van breedband, aangezien zij een essentiële rol spelen in de betrekkingen met de bevolking;

2.  dringt erop aan dat breedbandaansluitingen op dezelfde wijze als vaste telefoonaansluitingen als universele dienst uiterlijk aan het einde van de huidige programmeringsperiode in 2013 voor alle burgers beschikbaar zijn;

3.  onderstreept dat ICT-infrastructuur en diensten ook bedoeld zijn om het algemeen belang te dienen en dat uitsluiting van bepaalde personen van via ICT geleverde informatie moet worden tegengegaan; is van oordeel dat de overheden ervoor moeten zorgen dat alle burgers toegang kunnen krijgen tot ICT, ten einde alle lagen van de bevolking in de gelegenheid te stellen van de voordelen ervan gebruik te maken;

4.  onderstreept dat breedbandverbinding, gezien de opzienbarend snelle ontwikkeling van de nieuwe media, de enige technisch betrouwbare toegang tot mediaproducten biedt, zoals Internet TV en Internet telefonie, en aldus kan voorkomen dat de bevolking in plattelandsgebieden wordt afgesloten van de samenleving in de steden waar breedband beschikbaar is;

5.  onderstreept de rol van ICT voor de toename van de aantrekkingskracht en het concurrentievermogen van de regio's (reorganisatie van productiemethoden, het creëren van bedrijven, banen en diensten zoals e-bestuur, e-gezondheid, e-onderwijs, e-cultuur en e-handel);

6.  verzoekt de Commissie en de lidstaten prioriteit te geven aan breedbandinternetoplossingen en -technologieën bij de automatisering van hun overheidsdiensten, de onderwijssector en het MKB (bijv. application service providers, terminal servers);

7.  acht het een dringende zaak dat nu reeds de verwezenlijking van VDSL wordt gepland, zelfs in gebieden waar de overstap van smalband op breedband nog niet is voltooid, ten einde de toegang tot deze nieuwe elektronische diensten en de laatste vernieuwende toepassingen van ICT mogelijk te maken;

8.  merkt op dat in afgelegen, plattelands-, insulaire en ultraperifere gebieden ICT nog veel nuttiger is, omdat daardoor afstanden niet langer een obstakel zijn, contacten tussen gebruikers en diensten, klanten en leveranciers, burgers en openbare diensten worden vergemakkelijkt, en de levering van diensten minder tijd en geld kost;

9.  onderstreept dat de regionale en plaatselijke overheden een doorslaggevende rol moeten spelen bij de verspreiding van ICT in plattelandsgebieden, de ultraperifere gebieden en gebieden met natuurlijke handicaps en met een lage bevolkingsdichtheid, wier markten door particuliere ondernemingen als niet rendabel worden gezien, doch is eveneens van oordeel dat de Europese Unie en de lidstaten deze overheden moeten bijstaan;

10. dringt er bij de lidstaten en de regionale overheden op aan meer aandacht te besteden aan sectorale en regionale operationele programma's ter uitbreiding van de ICT-infrastructuur, met name in gebieden die tot dusverre hiervoor niet in aanmerking kwamen;

11. dringt er bij de Commissie op aan uitvoerig na te gaan of het regelgevingskader ten volle ten uitvoer wordt gelegd, of er mogelijkheden tot publiek-particulier partnerschap bij deze investeringen zijn, en in hoeverre de regelgeving inzake overheidssteun van toepassing is wanneer middelen uit de structuurfondsen en het Fonds voor plattelandsontwikkeling worden aangewend voor breedbandinvesteringen; verzoekt de Commissie erop toe te zien dat er geen EU-middelen worden gebruikt ter ondersteuning van ondernemingen die reeds een gevestigde positie op de markt hebben of van monopolies en dat de toekenning van middelen uit de structuurfondsen en het Fonds voor plattelandsontwikkeling geen vertraging oploopt door deze onderzoeken;

12. verzoekt de nationale en regionale overheden een audit uit te voeren naar de capaciteiten van de bestaande netwerken en de regionale behoeften op het gebied van zeer snelle communicatie, ten einde de tekortkomingen en mogelijke synergieën tussen regionale centra te identificeren en gebruik te maken van de beste technologische combinatie om bij nieuwe investeringen duurzaam en kwalitatief optimaal te werk te kunnen gaan;

13. dringt er bij de lidstaten op aan de aanbestedingsprocedures voor breedbanddiensten en/of radiofrequenties zodanig op te zetten dat deze zo spoedig mogelijk ook voor plattelands- en perifere gebieden toegankelijk zijn; verlangt in dit verband dat KMO's die communicatiediensten aanbieden, een reële kans in de wedloop krijgen;

14. wenst dat zowel de aanleg van nieuwe glasvezelkabelnetwerken als de aankoop van rechten voor het gebruik van glasvezelkabelcapaciteit overeenkomstig juridische IRU (Indefeasible Right of Use- onvervreemdbare gebruiksrechten)- regelingen onder de in aanmerking komende kosten komen te vallen;

15. acht het zinvol, gezien de specifieke geografische kenmerken en de achterstand van sommige gebieden en lidstaten, om rechtstreeks te investeren in de meest recente technologische innovaties: draadloos, satellieten, online draaggolf, radiotransmissie;

16. beveelt aan HDTV niet in een apart debat los van het debat over supersnelle internetverbindingen te behandelen en is in dit verband van oordeel dat de door de overgang op digitale TV vrijkomende frequenties zeer nuttig kunnen zijn om dunner bevolkte gebieden, waar het gebruik van glasvezel moeilijk en kostbaar is, de noodzakelijke capaciteit te bieden;

17. verzoekt de Commissie en de lidstaten om de aanleg van tele-technische leidingen verplicht te stellen bij het doen van investeringen in alle lijn- en netwerkinfrastructuur, zoals wegen, rioleringen, watervoorzieningsystemen en verwarmings- en energievoorzieningssystemen ten einde het onmiddellijk of later leggen van glasvezelkabels te vergemakkelijken; dringt erop aan dat wordt toegezien op een bijzonder strikte naleving van deze voorwaarde bij de aanleg of renovatie van door de EU gefinancierde infrastructuur;

18. wijst erop dat er een mogelijk conflict kan ontstaan tussen daadwerkelijke ondersteuning van gratis internettoegang door het creëren van gratis netwerken aan de hand van steun uit de structuurfondsen, enerzijds, en de regelgeving inzake overheidssteun, anderzijds, en roept de belanghebbenden op een structurele oplossing voor dit probleem te vinden;

19. verzoekt de regionale en plaatselijke overheden de bekendheid van de burgers van de Unie met informatica te vergemakkelijken door gratis en voor eenieder toegankelijke cursussen te organiseren; onderstreept dat haar burgers ICT beter moeten leren beheersen;

20. wenst dat aan de armste en verst van ICT verwijderde bevolkingsgroepen, zoals ouderen en gehandicapten, ook een dienst voor persoonlijke bemiddeling wordt aangeboden, zodat de informatiemaatschappij een echte integratiemaatschappij kan worden;

21. onderstreept het nut van ICT in gebieden met een vergrijzende bevolking, aangezien deze bevolkingsgroep hierdoor thuis kan blijven wonen en haar autonomie kan behouden;

22. onderstreept dat een uitwisseling van beste praktijken ter bevordering van de informatiemaatschappij nuttig kan zijn, evenals modelprojecten voor financiering uit verschillende bronnen of via publiek-particulier partnerschap, ten einde initiatieven op het gebied van de informatiemaatschappij te bevorderen, met name in plattelands- en semi-plattelandsgebieden;

23. acht het van belang onderzoek en partnerschappen tussen universiteiten, regionale overheden en ondernemingen op ICT-gebied te bevorderen.

PROCEDURE

Titel

Het opbouwen van een Europees beleid inzake breedband

Procedurenummer

2006/2273(INI)

Commissie ten principale

ITRE

Advies uitgebracht door

Datum bekendmaking

REGI

15.2.2007

Nauwere samenwerking – datum bekendmaking

 

Rapporteur voor advies
  Datum benoeming

Bernadette Bourzai

1.2.2007

Vervangen rapporteur voor advies

 

Behandeling in de commissie

27.2.2007

 

 

 

 

Datum goedkeuring

20.3.2007

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

40

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Stavros Arnaoutakis, Elspeth Attwooll, Tiberiu Bărbuleţiu, Jean Marie Beaupuy, Rolf Berend, Jana Bobošíková, Antonio De Blasio, Vasile Dîncu, Gerardo Galeote, Ambroise Guellec, Pedro Guerreiro, Gábor Harangozó, Marian Harkin, Mieczysław Edmund Janowski, Gisela Kallenbach, Tunne Kelam, Evgeni Kirilov, Miguel Angel Martínez Martínez, Yiannakis Matsis, Miroslav Mikolášik, Jan Olbrycht, Maria Petre, Markus Pieper, Wojciech Roszkowski, Elisabeth Schroedter, Stefan Sofianski, Grażyna Staniszewska, Kyriacos Triantaphyllides, Oldřich Vlasák, Vladimír Železný

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

Jan Březina, Brigitte Douay, Den Dover, Věra Flasarová, Ljudmila Novak, Mirosław Mariusz Piotrowski, Zita Pleštinská, Toomas Savi, Richard Seeber, László Surján, Károly Ferenc Szabó

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)


ADVIES van de Commissie juridische zaken (11.4.2007)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het opbouwen van een Europees beleid inzake breedband

(2006/2273(INI))

Rapporteur voor advies: Aloyzas Sakalas

SUGGESTIES

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat de ontwikkeling van breedbanddiensten van essentieel belang is voor economische groei en de totstandbrenging van een kennis- en informatiemaatschappij in Europa; verder overwegende dat deze diensten voor iedereen gemakkelijk toegankelijk moeten zijn,

B.  overwegende dat de ontwikkeling van breedbanddiensten in Europa weliswaar heel snel gaat, maar dat de toegang tot breedbandnetwerken in perifere en plattelandsgebieden nog altijd onaanvaardbaar klein is,

C. overwegende dat hoge kosten en lage winsten de installatie van breedbandnetwerken in perifere en plattelandsgebieden voor particuliere providers oninteressant maken; verder overwegende dat het derhalve logisch lijkt publieke middelen aan te boren voor het bevorderen van breedbandinitiatieven in die gebieden,

1.  is van oordeel dat particuliere economische initiatieven bij het ontwikkelen van breedbanddiensten de voortrekkersrol moeten vervullen en dat steun met publieke middelen, met inbegrip van gelden van de Structuurfondsen, alleen moet worden overwogen indien er geen particuliere middelen beschikbaar zijn;

2.  benadrukt dat de ontwikkeling van innovatieve technologieën op alle niveaus moet worden bevorderd en dat het uiterste moet worden gedaan voor het bevorderen van de toegang tot en het handhaven van eerlijke concurrentie op de markt;

3.  beklemtoont dat de toegang tot breedbanddiensten voor iedereen alleen kan worden gegarandeerd indien leemtes in de dekking worden opgevuld met nieuwe netwerken, indien iedereen gemakkelijk toegang tot die netwerken heeft en indien de technische oplossingen een duurzaam karakter hebben;

4.  dringt er bij de Commissie op aan gedetailleerdere richtsnoeren op te stellen voor situaties waar breedbanddiensten worden ontwikkeld met hulp van middelen van de Structuurfondsen en waar een gedeeltelijk aanbod van dergelijke diensten reeds beschikbaar is;

5.  verzoekt de Commissie de impact van steun met middelen van de Structuurfondsen voor de ontwikkeling van breedbanddiensten in steunregio's te monitoren en hierover betere statistieken op te stellen; spoort in dit verband alle lidstaten en hun lokale en regionale autoriteiten aan de Commissie een volledig overzicht van de bestaande infrastructuur, alsmede alle andere nuttige informatie te doen toekomen.  

PROCEDURE

Titel

Het opbouwen van een Europees beleid inzake breedband

Procedurenummer

2006/2273(INI)

Commissie ten principale

ITRE

Advies uitgebracht door

Datum bekendmaking

JURI

29.11.2006

Nauwere samenwerking – datum bekendmaking

 

Rapporteur voor advies
  Datum benoeming

Aloyzas Sakalas

24.10.2006

Vervangen rapporteur voor advies

 

Behandeling in de commissie

27.2.2007

20.3.2007

11.4.2007

 

 

Datum goedkeuring

11.4.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

23

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Carlo Casini, Marek Aleksander Czarnecki, Bert Doorn, Cristian Dumitrescu, Monica Frassoni, Giuseppe Gargani, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Piia-Noora Kauppi, Klaus-Heiner Lehne, Katalin Lévai, Antonio López-Istúriz White, Hans-Peter Mayer, Manuel Medina Ortega, Hartmut Nassauer, Aloyzas Sakalas, Francesco Enrico Speroni, Gary Titley, Jaroslav Zvěřina, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

Adeline Hazan, Kurt Lechner, Marie Panayotopoulos-Cassiotou, Michel Rocard, József Szájer, Jacques Toubon

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)


PROCEDURE

Titel

Het opbouwen van een Europees beleid inzake breedband

Procedurenummer

2006/2273(INI)

Commissie ten principale

        Datum bekendmaking toestemming

ITRE

29.11.2006

Medeadviserende commissie(s)
  Datum bekendmaking

EMPL
29.11.2006

IMCO
29.11.2006

REGI
15.2.2007

CULT
29.11.2006

JURI
29.11.2006

Geen advies
  Datum besluit

EMPL
5.4.2006

 

 

CULT
9.10.2006

 

Nauwere samenwerking

        Datum bekendmaking

 

 

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Gunnar Hökmark
12.9.2006

 

Vervangen rapporteur(s)

 

 

Behandeling in de commissie

30.1.2007

26.2.2007

11.4.2007

 

 

Datum goedkeuring

3.5.2007

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

43

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Šarūnas Birutis, Renato Brunetta, Philippe Busquin, Jerzy Buzek, Pilar del Castillo Vera, Jorgo Chatzimarkakis, Silvia Ciornei, Lena Ek, Nicole Fontaine, Adam Gierek, Norbert Glante, Fiona Hall, David Hammerstein Mintz, Rebecca Harms, Erna Hennicot-Schoepges, Mary Honeyball, Romana Jordan Cizelj, Romano Maria La Russa, Pia Elda Locatelli, Eugenijus Maldeikis, Angelika Niebler, Reino Paasilinna, Miloslav Ransdorf, Vladimír Remek, Herbert Reul, Mechtild Rothe, Paul Rübig, Andres Tarand, Patrizia Toia, Catherine Trautmann, Claude Turmes, Nikolaos Vakalis, Alejo Vidal-Quadras

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Pilar Ayuso, Etelka Barsi-Pataky, Ivo Belet, Dorette Corbey, Philip Dimitrov Dimitrov, Robert Goebbels, Gunnar Hökmark, Erika Mann, Ana Mato Adrover, John Purvis, Hannes Swoboda, Silvia-Adriana Ţicău

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

Datum indiening

21.5.2007

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

 

Juridische mededeling - Privacybeleid