VERSLAG over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen ("Rome II")

    28.6.2007 - (PE-CONS 3619/2007 – C6‑0142/2007 – 2003/0168(COD)) - ***III

    Delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité
    Voorzitter van de delegatie: Mechtild Rothe
    Rapporteur: Diana Wallis

    Procedure : 2003/0168(COD)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0257/2007
    Ingediende teksten :
    A6-0257/2007
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen ("Rome II")

    (PE-CONS 3619/2007 – C6‑0142/2007 – 2003/0168(COD))

    (Medebeslissingsprocedure: derde lezing)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst (PE-CONS 3619/2007 – C6‑0142/2007),

    –   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt[1] inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2003)0427)[2],

    –   gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie (COM(2006)0083)[3],

    –   gezien zijn in tweede lezing geformuleerde standpunt[4] inzake het gemeenschappelijk standpunt van de Raad[5],

    –   gezien het advies van de Commissie over de amendementen van het Parlement op het gemeenschappelijk standpunt (COM(2007)0126)[6],

    –   gelet op artikel 251, lid 5 van het EG-Verdrag,

    –   gelet op artikel 65 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van zijn delegatie in het bemiddelingscomité (A6‑0257/2007),

    1.  hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke ontwerptekst;

    2.  verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 254, lid 1 van het EG-Verdrag te ondertekenen;

    3.  verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

    4.  verzoekt zijn Voorzitter deze wetgevingsresolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

    • [1]  PB C 157 van 6.7.2006, blz. 371.
    • [2]  Nog niet in het PB gepubliceerd.
    • [3]  Nog niet in het PB gepubliceerd.
    • [4]  Aangenomen teksten van 18.1.2007, P6_TA(2007)0006.
    • [5]  PB C 289 E van 28.11.2006, blz. 68.
    • [6]  Nog niet in het PB gepubliceerd.

    TOELICHTING

    Achtergrond

    Met de verordening betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen ("Rome II") wordt de harmonisatie beoogd van de collisieregels van de lidstaten op grond waarvan wordt bepaald welk recht van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (onrechtmatige daad of strafbaar feit met betrekking tot bij voorbeeld verkeersongevallen, productaansprakelijkheid, oneerlijke concurrentie, milieuschade).

    Als instrument van het internationaal privaatrecht harmoniseert de verordening niet het materiële recht van de lidstaten maar hun collisieregels. De collisieregels bepalen welk nationaal recht van toepassing is bij grensoverschrijdende geschillen, maar niet de behandeling van de zaak ten gronde. Deze techniek is bijzonder geschikt voor het oplossen van grensoverschrijdende geschillen omdat met redelijke zekerheid wordt aangegeven welk recht van toepassing is op de betrokken verbintenis, ongeacht voor welke rechterlijke instantie ("forum") de zaak wordt gebracht. Zo wordt de rechtszekerheid voor individuen en economische actoren bij grensoverschrijdende geschillen vergroot, wordt "forum shopping" vermeden en wordt de autonomie van het nationale recht in stand gehouden.

    De internationale rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen zijn geregeld in de verordening "Brussel I" die zowel op contractuele als niet-contractuele verbintenissen van toepassing is. Met betrekking tot het van toepassing zijnde recht werden contractuele verbintenissen geharmoniseerd in het Verdrag van Rome van 1980 dat wordt vervangen door de verordening "Rome I" waarover momenteel wordt onderhandeld door Raad en Parlement. Maar tot nu toe waren er geen geharmoniseerde regels op EU-niveau om te bepalen welk recht van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen. De verordening "Rome II" moet dit gat opvullen.

    Medebeslissings- en bemiddelingsprocedure

    De Commissie diende op 22 juli 2003 een voorstel in voor een verordening betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen. Na de eerste lezing van het Parlement op 6 juli 2005 (54 amendementen) stelde de Raad zijn gemeenschappelijk standpunt vast op 25 september 2006. In de tweede lezing op 18 januari 2007 nam het Parlement 19 amendementen op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad aan. Belangrijkste geschilpunten: schending persoonlijkheidsrechten ("laster"); verkeersongevallen; oneerlijke concurrentie; definitie van "milieuschade"; relatie met andere communautaire instrumenten; behandeling van vreemd recht; herzieningsclausule.

    Bij schrijven van 19 april 2007 deelde de Raad mee dat hij niet alle amendementen van het Parlement kon aanvaarden en dat bemiddeling noodzakelijk was. De bemiddeling werd vervolgens officieel op 15 mei 2007 ingeleid.

    De delegatie van het Parlement hield op 15 februari 2007 in Straatsburg haar constituerende vergadering. Mevrouw Rothe, ondervoorzitter en voorzitter van de delegatie, de heer Gargani, voorzitter van de Commissie juridische zaken en mevrouw Wallis, rapporteur, kregen van de delegatie een mandaat om met de Raad te onderhandelen.

    Drie trilogen tussen 6 maart en 24 april 2007 (6.3.2007, 27.3.2006 en 24.4.2007), gevolgd door bijeenkomsten van de EP-delegatie (14.3.2007, 28.3.2007 en 26.4.2007), leidden tot een voorlopig akkoord over 5 amendementen. Het bemiddelingscomité kwam daarop in de avond van 15 mei 2007 in het Europees Parlement bijeen met de bedoeling om de bemiddelingsprocedure officieel in te leiden en zo mogelijk een akkoord te bereiken over de nog openstaande kwesties. Na urenlange beraadslagingen werd om middernacht een totaalakkoord bereikt dat unaniem (17 stemmen voor) werd bevestigd door de EP-delegatie.

    De belangrijkste punten van het akkoord kunnen als volgt worden samengevat:

    Verkeersongevallen

    De bij "Rome II" ingevoerde algemene regel is de "lex loci delicti" volgens welk het recht van het land waar de schade is ontstaan van toepassing is. In het geval van grensoverschrijdende verkeersongevallen kan deze algemeen aanvaarde regel evenwel leiden tot onbevredigende situaties als gevolg van de zeer uiteenlopende schadeloosstellingen die door nationale rechtbanken worden toegekend: als het slachtoffer van een ongeluk in een ander land woont dan het land waar het ongeval heeft plaatsgevonden, moet de hoogte van de toe te kennen schadevergoeding worden berekend overeenkomstig de wet en de normen van het land waar het ongeval heeft plaatsgevonden en niet het woonland van het slachtoffer, waarin hij of zij wel moet herstellen van de verwondingen en verder moet leven met de eventuele gevolgen van het ongeval.

    Een van de hoofdprioriteiten van de EP-delegatie was dan ook om ervoor te zorgen dat de rechtbank bij de bepaling van de hoogte van de toe te kennen schadeloosstelling rekening houdt met de feitelijke omstandigheden waarin het slachtoffer verkeert .

    Voor de korte termijn is de EP-delegatie erin geslaagd om in de overwegingen van de verordening opgenomen te krijgen dat rechters bij de vaststelling van de omvang van het persoonlijk letsel rekening zullen houden met alle relevante omstandigheden van het slachtoffer in kwestie, met inbegrip van de effectieve schade en de kosten van medische nazorg.

    Voor de lange termijn heeft de EP-delegatie de openlijke toezegging gekregen van de Commissie dat zij een uitgebreide studie zal maken van alle opties, inclusief verzekeringsaspecten, met betrekking tot de specifieke problemen waarmee slachtoffers van grensoverschrijdende verkeersongevallen te maken krijgen. De studie zal uiterlijk in 2008 worden gepresenteerd en de aanzet vormen tot een Groenboek. Naar verwachting zal de studie de Commissie en de lidstaten doen inzien dat speciale wetgeving op dit terrein geboden is.

    Oneerlijke concurrentie

    Op aandringen van de EP-delegatie is de Raad akkoord gegaan met het voorstel van de Commissie voor een speciale bepaling over oneerlijke concurrentie waarin het beginsel van de toepassing van één nationaal recht (een belangrijk punt voor rechters en advocaten) in acht wordt genomen en tegelijkertijd het gevaar van "forum shopping" (de mogelijkheid voor klagers om hun zaak in de lidstaat van hun keuze voor het gerecht te brengen) grotendeels wordt beperkt.

    Milieuschade

    De EP-delegatie is erin geslaagd een definitie van "milieuschade" af te dwingen - het begrip werd in het gemeenschappelijk standpunt wel gebezigd maar niet gedefinieerd. De definitie is in lijn met andere EU-instrumenten, zoals de Richtlijn milieuaansprakelijkheid.

    Schending van persoonsrechten ("laster")

    Om een totaalcompromis te kunnen bereiken moest de EP-delegatie haar amendement over de schending van persoonsrechten en met name laster in de pers intrekken. Hoewel het Parlement erin was geslaagd de nationale verschillen en de diverse belangenconflicten te overbruggen en zijn amendementen met een grote meerderheid aangenomen te krijgen, is het de lidstaten tot op het laatst niet gelukt om het eens te worden over een gezamenlijke aanpak. De kwestie wordt evenwel beschouwd als een "restprobleem": in het kader van de herziening van de verordening zal de Commissie in 2008 een studie naar dit probleem verrichten die vervolgens kan dienen als uitgangspunt voor eventuele regelgeving in een later stadium.

    Relatie met andere communautaire instrumenten

    Op het struikelpunt van de relatie tussen verordening "Rome II" en andere communautaire regelgeving is overeengekomen dat de toepassing van het volgens deze verordening van toepassing zijnde recht geen belemmering mag vormen voor het vrije verkeer van goederen en diensten zoals geregeld in communautaire instrumenten als de richtlijn e-commerce.

    Behandeling van vreemd recht

    Ook de kwestie van de behandeling van vreemd recht door nationale rechtbanken - met name de vraag hoe vaak en hoe goed nationale rechtbanken het recht van een ander land toepassen - wordt opgelost via een uitvoerige studie van de Commissie in het kader van haar verslag over de tenuitvoerlegging van de verordening. De Commissie verklaart bovendien publiekelijk dat zij deze studie uiterlijk vier jaar na inwerkingtreding van de verordening of zo veel eerder als mogelijk zal publiceren en dat zij bereid is zonodig maatregelen te treffen.

    Herzieningsclausule

    Op aandringen van de EP-delegatie is de herzieningsclausule opgesplitst in twee delen: een speciaal deel met een kortere termijn tot 2008 voor wat betreft de schending van persoonsrechten ("laster") en een algemeen deel met de standaardtermijn van vier jaar na inwerkingtreding van de verordening waarna de Commissie verslag moet uitbrengen. Als onderdeel van de algemene herziening zal de Commissie ook een studie verrichten naar de behandeling en toepassing van vreemd recht door de rechtbanken van de lidstaten en een tweede studie naar de uitwerking van artikel 28 van de verordening ("Relatie met bestaande internationale verdragen") in het licht van het Verdrag van Den Haag van 4 mei 1971 inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg.

    Conclusie

    De uiteindelijke tekst kan worden beschouwd als een zeer bevredigend en evenwichtig compromis. De uitkomst van de bemiddeling kan worden gezien als succesvol voor het Europees Parlement aangezien veel amendementen uit de tweede lezing zijn aanvaard en op andere punten bevredigende compromissen zijn bereikt. De delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité doet dan ook de aanbeveling om de gemeenschappelijke tekst in derde lezing goed te keuren.

    PROCEDURE

    Titel

    Door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht dat van toepassing is op niet contractuele verbintenissen ("Rome II")

    Document- en procedurenummers

    (PE-CONS 3619/2007 – C6 0142/2007 – 2003/0168(COD))

    Voorzitter van de delegatie: ondervoorzitter

    Mechtild Rothe

    Commissie ten principale:

    Voorzitter:

    JURI
    Giuseppe Gargani

    Rapporteur(s)

    Diana Wallis

    Voorstel van de Commissie

    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en van de Raad betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen ("ROME II") - COM(2003)0427 - C5-0338/2003

    Datum eerste lezing EP – P-nummer

    6.7.2005

    P6_TA(2005)0284

    Gewijzigd voorstel van de Commissie

    COM(2006)0083

    Gemeenschappelijk standpunt Raad
      Datum bekendmaking

    097751/7/2006 - C6-0317/2006

    28.9.2006

    Standpunt Commissie (art. 251, lid 2, tweede alinea, derde streepje)

    COM(2006)0566

    Datum tweede lezing EP – P-nummer

    18.1.2007

    P6-TA(2007)0006

    Advies van de Commissie
    (art. 251, lid 2, derde alinea, punt c))

    COM(2007)0126

    Datum ontvangst tweede lezing door de Raad

    15.2.2007

    Datum brief van de Raad inzake niet-goedkeuring amendementen van het EP

    19.4.2007

    Vergaderingen bemiddelingscomité

    15.5.2007

     

     

    Datum stemming delegatie EP

    15.5.2007

    Uitslag stemming

    +:

    –:

    0:

    17

    0

    0

    Aanwezige leden

    Janelly Fourtou, Jean-Paul Gauzès, Barbara Kudrycka, Klaus-Heiner Lehne, Toine Manders, Hans-Peter Mayer, Manuel Medina Ortega, Hartmut Nassauer, Mechtild Rothe, Aloyzas Sakalas, Diana Wallis, Rainer Wieland

    Aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Sharon Bowles, Genowefa Grabowska, Marie Panayotopoulos-Cassiotou, Jaroslav Zvěřina, Tadeusz Zwiefka

    Aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

     

    Datum overeenstemming bemiddelingscomité

    15.5.2007

    Overeenstemming bij briefwisseling

     

     

    Datum constatering goedkeuring gemeenschappelijke ontwerptekst en toezending aan EP en Raad

    25.6.2007

    Datum indiening

    28.6.2007

    Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

    VERLENGING VAN TERMIJNEN

    Termijn tweede lezing Raad

    0.0.0000

    Termijn bijeenroeping bemiddelingscomité

            Instelling – datum

    0.0.0000

     

    [Raad] – 0.0.0000

    Termijn werkzaamheden bemiddelingscomité

            Instelling – datum

    0.0.0000

     

    [EP] – 0.0.0000

    Termijn aanneming besluit

            Instelling – datum

    0.0.0000

    [Raad] – 0.0.0000