AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa

17.10.2007 - (16477/1/2006 – C6‑0260/2007 – 2005/0183(COD)) - ***II

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
Rapporteur: Holger Krahmer

Procedure : 2005/0183(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A6-0398/2007
Ingediende teksten :
A6-0398/2007
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa

(16477/1/2006 – C6‑0260/2007 – 2005/0183(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (16477/1/2006 – C6‑0260/2007),

–   gezien zijn in eerste lezing geformuleerd standpunt[1] inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)04447)[2],

–   gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

–   gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid voor de tweede lezing (A6‑0398/2007),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, zoals geamendeerd;

2.  verzoekt zijn Voorzitter om het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Gemeenschappelijk standpunt van de RaadAmendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 5 bis (nieuw)

(5 bis) Waar mogelijk moet gebruik worden gemaakt van modellen voor de diffusie van verontreinigingen, zodat de puntgegevens kunnen worden geïnterpreteerd in termen van de geografische verspreiding van de concentratie. Dit kan de basis vormen voor de berekening van de collectieve blootstelling van de bevolking van het gebied.

Motivering

amend. 2 eerste lezing opnieuw ingediend.

Amendement 2

Overweging 15

(15) Bestaande grenswaarden voor de luchtkwaliteit dienen ongewijzigd te blijven. Voor stikstofdioxide, benzeen en zwevende deeltjes PM10 moet het echter mogelijk zijn de nalevingstermijn op te schorten of een tijdelijke ontheffing te krijgen van de verplichte toepassing van bepaalde grenswaarden, in gevallen waarin zich, ondanks de tenuitvoerlegging van passende maatregelen ter bestrijding van de verontreiniging, in specifieke zones en agglomeraties acute nalevingsproblemen voordoen. Elke opschorting of tijdelijke ontheffing voor een bepaalde zone of agglomeratie dient vergezeld te gaan van een door de Commissie te beoordelen uitvoerig plan dat de naleving tegen het einde van de herziene nalevingstermijn garandeert.

(15) Voor zones en agglomeraties met bijzonder moeilijke omstandigheden moet het mogelijk zijn de nalevingstermijn voor de grenswaarden voor de luchtkwaliteit op te schorten in gevallen waarin zich, ondanks de tenuitvoerlegging van passende maatregelen ter bestrijding van de verontreiniging, in specifieke zones en agglomeraties acute nalevingsproblemen voordoen. Elke opschorting voor een bepaalde zone of agglomeratie dient vergezeld te gaan van een uitvoerig plan dat de naleving tegen het einde van de herziene nalevingstermijn garandeert, en een rapport om aan te tonen dat tot zover alle pogingen ondernomen zijn om aan de richtlijn te voldoen. Flexibiliteit voor de lidstaten is zelfs nog van groter belang indien de noodzakelijke communautaire maatregelen die het gekozen ambitieniveau in de thematische strategie luchtvervuiling weerspiegelen, om de uitstoot aan de bron te beperken, met inbegrip ten minste van de in bijlage XVIa genoemde maatregelen, niet tegen 1 januari 2010 in werking zijn getreden, aangezien sommige lidstaten ondanks enorme inspanningen op nationaal niveau zonder die maatregelen de grenswaarden niet kunnen naleven.

Amendement 3

Artikel 7, lid 3 bis (nieuw)

3 bis. De Commissie en de lidstaten zorgen voor uniforme toepassing van de criteria voor de keuze van bemonsteringspunten.

Motivering

Herinvoering amendement 22 eerste lezing. Schone lucht is ook een van de factoren voor het realiseren van de doelstellingen van Lissabon (in het bijzonder de plaatskeuze voor bedrijfsvestigingen, toerisme, onbeperkt toeleveringsverkeer). Een uniform stelsel van standplaatsen voor de bemonsteringspunten moet worden gewaarborgd. De thans in de diverse lidstaten gevolgde werkwijzen voor de metingen verschillen te sterk van elkaar en maken vergelijkbare meetresultaten onmogelijk.

Amendement 4

Artikel 13, lid 1, alinea 1

1. De lidstaten zorgen ervoor, dat de niveaus van zwaveldioxide, PM10, lood en koolmonoxide in de lucht in de gehele zones en agglomeraties de in bijlage XI vastgestelde grenswaarden niet overschrijden.

1. De lidstaten zorgen ervoor, gelet op bijlage III, deel A, dat de niveaus van zwaveldioxide, PM10, lood en koolmonoxide in de lucht nergens op hun grondgebied de in bijlage XI vastgestelde grenswaarden overschrijden.

Motivering

Herinvoering amendement 24 eerste lezing. On the one hand it is required in the current text (Article 13) that limit values (for the protection of human health) must be met by the Members States throughout their territory (this means everywhere); on the other hand Annex III requires that sampling points directed at the protection of human health should be placed where the population is likely to be exposed for a period which is significant in relation to the averaging period of the limit values or is generally exposed. Consequently, the areas where limit values apply (Article 13) and where compliance is checked and demonstrated by measurements (Annex III) are not identical; the assessment regime (at least based on monitoring) does not correspond to the areas where limit values apply. This contradiction places Member States, the public and the Commission in a very difficult position and is likely to give rise to endless lawsuits.

Amendement 5

Artikel 15, lid 1

1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen die geen buitensporige kosten meebrengen om de blootstelling aan PM2,5 te verminderen teneinde de in bijlage XIV, deel B, vastgestelde nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling binnen de daar genoemde termijn te bereiken.

1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen die een duidelijke verbetering voor de menselijke gezondheid vertegenwoordigen en geen buitensporige kosten meebrengen om de blootstelling aan PM2,5 te verminderen teneinde de in bijlage XIV, deel B, vastgestelde nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling binnen de daar genoemde termijn te bereiken.

Motivering

Het amendement maakt duidelijk welke richting de maatregelen moeten uitgaan. De Raad heeft de paragraaf een nieuwe formulering gegeven, die de verduidelijking door het amendement verantwoordt.

Amendement 6

Artikel 16, lid 1

1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen die geen buitensporige kosten meebrengen om ervoor te zorgen dat de concentraties van PM2,5 in de lucht vanaf de daar genoemde datum nergens op hun grondgebied de in bijlage XIV, deel C, vastgestelde streefwaarde overschrijden.

1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen die een duidelijke verbetering voor de menselijke gezondheid vertegenwoordigen en geen buitensporige kosten meebrengen om ervoor te zorgen dat de concentraties van PM2,5 in de lucht vanaf de daar genoemde datum nergens op hun grondgebied de in bijlage XIV, deel C, vastgestelde streefwaarde overschrijden.

Motivering

Het amendement maakt duidelijk welke richting de maatregelen moeten uitgaan. De Raad heeft de paragraaf een nieuwe formulering gegeven, die de verduidelijking door het amendement verantwoordt.

Amendement 7

Artikel 20, lid 3

3. De Commissie publiceert uiterlijk ...*, richtsnoeren voor het aantonen en in mindering brengen van overschrijdingen die toe te schrijven zijn aan natuurlijke bronnen.

schrappen

*PB: 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van de richtlijn.

 

Motivering

Nieuwe paragraaf, die niet in het voorstel van de Europese Commissie voorkomt en door de Raad ingevoerd is.

Richtsnoeren van de Europese Commissie betekenen te veel bureaucratie en staan de flexibiliteit in de weg die de lidstaten bij de uitvoering van de richtlijn nodig hebben.

Amendement 8

Artikel 21, lid 1

1. De lidstaten mogen zones of agglomeraties aanwijzen waar de grenswaarden voor PM10 worden overschreden door concentraties van PM10 in de lucht die toe te schrijven zijn aan de opwerveling van deeltjes ten gevolge van het strooien van zand en zout op de wegen in de winter.

1. De lidstaten mogen zones of agglomeraties aanwijzen, waar de grenswaarden voor PM10 worden overschreden door concentraties van PM10 in de lucht die toe te schrijven zijn aan de opwerveling van deeltjes ten gevolge van het strooien van zand en zout op de wegen in de winter of het reinigen van de wegen, mits de waarden voor PM2,5 er niet door worden beïnvloed.

Motivering

Herinvoering amendement 25 eerste lezing. Het eigenlijk risico houdt verband met de deeltjes PM2,5. In het interval tussen PM2,5 en PM10 zetten de meeste deeltjes zich in de bovenste luchtwegen af, die zich kenmerken door snellere verwijderingsmechanismen, zodat er geen gevolgen op lange termijn zijn.

Amendement 9

Artikel 22, lid 2 en 2 bis (nieuw)

2. Wanneer in een bepaalde zone of agglomeratie overeenstemming met de in bijlage XI genoemde grenswaarden voor PM10 niet kan worden bereikt wegens locatiespecifieke dispersiekarakteristieken, ongunstige klimaatomstandigheden of grensoverschrijdende bijdragen, zijn de lidstaten uiterlijk tot … vrijgesteld van de verplichting om die grenswaarden toe te passen, mits aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan.

2. Wanneer in een bepaalde zone of agglomeratie overeenstemming met de in bijlage XI genoemde grenswaarden voor PM10 niet kan worden bereikt wegens locatiespecifieke dispersiekarakteristieken, ongunstige klimaatomstandigheden of grensoverschrijdende bijdragen, zijn de lidstaten uiterlijk tot … vrijgesteld van de verplichting om die grenswaarden toe te passen, mits aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan en de betreffende lidstaat aantoont dat op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau alle geëigende maatregelen genomen zijn om de termijnen te bereiken.

 

2 bis. De lidstaten kunnen de termijnen voor de grenswaarden voor PM10 en de streefwaarde voor PM2,5 voor een specifieke zone of agglomeratie met een aanvullende periode van ten hoogste twee jaar verlengen, wanneer uit het in lid 1 bedoelde plan of programma blijkt dat de grenswaarden niet kunnen worden gehaald, indien de lidstaat aantoont dat op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau alle noodzakelijke maatregelen zijn genomen om de bovengenoemde termijnen na te leven, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van de in bijlage XV, deel B genoemde richtlijnen tegen de in die wetteksten vermelde termijnen.

Amendement 10

Artikel 22, lid 4, alinea 1

4. Wanneer lid 1 of lid 2 volgens een lidstaat van toepassing is, stelt deze lidstaat de Commissie daarvan in kennis en legt hij het in lid 1 bedoelde luchtkwaliteitsplan over, met inbegrip van alle relevante gegevens die de Commissie nodig heeft om te beoordelen of aan de desbetreffende voorwaarden is voldaan. Bij haar beoordeling houdt de Commissie rekening met de geraamde effecten van door de lidstaten genomen maatregelen en met de geraamde effecten van communautaire maatregelen.

4. Wanneer lid 1, 2 of 2 bis volgens een lidstaat van toepassing is, stelt deze lidstaat de Commissie daarvan in kennis en legt hij het in lid 1 bedoelde luchtkwaliteitsplan over, met inbegrip van alle relevante gegevens die de Commissie nodig heeft om te beoordelen of aan de desbetreffende voorwaarden is voldaan. Bij haar beoordeling houdt de Commissie rekening met de geraamde effecten van door de lidstaten genomen maatregelen en met de geraamde effecten van communautaire maatregelen, die ze zelf volgens bijlage XVIa voorstelt. Daarbij moet ze ook in de rekening betrekken welke uitwerkingen de maatregelen van de Gemeenschap volgens bijlage XVIa op de luchtkwaliteit in de betreffende lidstaat al hebben en in de toekomst zullen hebben.

Amendement 11

Artikel 22, lid 4, alinea 2

Wanneer de Commissie binnen negen maanden na de ontvangst van de kennisgeving geen bezwaren heeft gemaakt, wordt aan de desbetreffende voorwaarden voor toepassing van lid 1 of lid 2 geacht te zijn voldaan.

Wanneer de Commissie binnen de zes maanden na de ontvangst van de kennisgeving geen bezwaren heeft gemaakt, wordt aan de desbetreffende voorwaarden voor toepassing van lid 1, 2 of 2 bis geacht te zijn voldaan.

Motivering

Herinvoering amendement 81 eerste lezing.

Amendement 12

Artikel 23, lid 1, alinea 2

In geval van overschrijding van grenswaarden waarvoor het uiterste tijdstip voor naleving reeds is verstreken, worden in het luchtkwaliteitsplan passende maatregelen genoemd, zodat de periode van overschrijding zo kort mogelijk kan worden gehouden.

In geval van overschrijding van grenswaarden waarvoor het uiterste tijdstip voor naleving reeds is verstreken, worden in het luchtkwaliteitsplan passende maatregelen genoemd, en eventueel bovendien ook doelgerichte maatregelen om de gezondheid van kinderen te beschermen, zodat de periode van overschrijding zo kort mogelijk kan worden gehouden.

Motivering

Sinds de eerste lezing zijn er veel nieuwe wetenschappelijke gegevens opgedoken die de uitwerkingen van luchtvervuiling op de gezondheid van kinderen belichten. Er is nieuw studiewerk verricht in Nederland, Frankrijk en Californië (Brauer et al. 2007, Annesi-Maesano et al. 2007, Islam et al. 2007). De belangrijkste nieuwe bevindingen zijn de verminderde longfunctie bij kinderen en toename van astma, ademhalingsgeruis, en neus-, keel- en oorontstekingen als gevolg van de luchtvervuiling.

Amendement 13

Artikel 23, lid 1, alinea 3

De luchtkwaliteitsplannen omvatten ten minste de in bijlage XV, deel A, genoemde gegevens en worden aan de Commissie onverwijld, maar uiterlijk twee jaar na het einde van het jaar waarin de eerste overschrijding is geconstateerd, meegedeeld.

De luchtkwaliteitsplannen omvatten tenminste de in bijlage XV genoemde gegevens. Zij kunnen in voorkomend geval maatregelen krachtens artikel 24 omvatten.

Motivering

Herinvoering amendement 32 eerste lezing. In de plannen en programma's die dienen voor de algemene vermindering van de luchtverontreiniging kunnen om redenen van vereenvoudiging preventief maatregelen krachtens artikel 22 voor vermindering van piekconcentraties op korte termijn worden opgenomen.

De gegevens over de plannen en programma's ter bestrijding van de luchtverontreiniging worden ook nu al langs elektronische weg meegedeeld. Het woord "onverwijld" wordt geschrapt, aangezien niet elk plan na zijn opstelling onmiddellijk aan de Commissie wordt meegedeeld. Het heeft meer zin de plannen eerst op nationaal niveau te verzamelen en de gegevens voor elk jaar gebundeld aan de Commissie mee te delen. Dat is ook in overeenstemming met de gang van zaken tot dusverre. De Commissie kan de mededelingsprocedure overeenkomstig artikel 26, lid 2 nader regelen.

Amendement 14

Artikel 23, lid 1, alinea 4 bis (nieuw)

De plannen worden met de aanwijzing opgesteld dat voor industriële installaties die in het bezit van een vergunning zijn volgens richtlijn 96/61/EG van 24 september 1996 van de Raad over geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, deze richtlijn geen aanvullende maatregelen met zich meebrengt.

Motivering

Amendement 33 eerste lezing naar de strekking hernomen.

Die Regelung trägt - dies ist bereits in Art. 3 Abs. 3 der Richtlinie 2004/107/EG zum Ausdruck gekommen - dem Umstand Rechnung, dass Anlagen, die eine Genehmigung im Sinne der IVU-Richtlinie (96/61/EG) erhalten haben, eine spezielle Emittentengruppe darstellen. Denn die IVU-Richtlinie stellt außerordentlich hohe materielle Anforderungen an die betroffenen Anlagen, indem sie zum Einsatz der besten verfügbaren Emissionsminderungstechniken (= BVT) verpflichtet. Zum Zwecke der Einhaltung der BVT werden von der betroffenen Industrie erhebliche Mittel eingesetzt. Die IVU-Richtlinie sieht zusätzlich vor, dass die Genehmigungsauflagen unter bestimmten Umständen angepasst werden müssen, wenn es die Weiterentwicklung der BVT erfordert. Durch den von der IVU-Richtlinie vorgesehenen Informationsaustausch zwischen den Mitgliedstaaten und der Kommission und durch die regelmäßige Veröffentlichung der Ergebnisse des Informationsaustausches (= BREF-Dokumente) ist ein dynamisches Fortschreiben der BVT gewährleistet. Auf diese Weise wird im Hinblick auf die Emissionsminderungsleistung - im Gegensatz zu anderen Emissionsquellen - stets das "Optimum" sichergestellt.

Amendement 15

Artikel 24, lid 1

1. Wanneer in een bepaalde zone of agglomeratie het risico bestaat dat de niveaus van verontreinigende stoffen een of meer van de in de bijlage XII genoemde alarmdrempels zal overschrijden, stellen de lidstaten actieplannen op, die op korte termijn te nemen maatregelen aanduiden om het risico van overschrijding te verminderen of de duur van een dergelijke overschrijding te beperken. Wanneer dit risico geldt voor een of meer van de in de bijlagen VII, XI en XIV genoemde grenswaarden of streefwaarden, kunnen de lidstaten indien dat passend is dergelijke kortetermijnactieplannen opstellen.

1. Wanneer in een bepaalde zone of agglomeratie het risico bestaat dat de niveaus van verontreinigende stoffen in de lucht een of meer van de in de bijlage VII, XI, XII en XIV genoemde grenswaarden, streefwaarden of alarmdrempels zal overschrijden, stellen de lidstaten, indien het passend lijkt, actieplannen op, die op korte termijn te nemen maatregelen aanduiden om dat risico te verminderen en de duur van een dergelijk voorval te beperken.

Wanneer evenwel een risico bestaat dat de in bijlage XII, deel B, genoemde alarmdrempel voor ozon zal worden overschreden, stellen de lidstaten dergelijke kortetermijnactieplannen alleen op indien zij van oordeel zijn dat er, rekening houdend met de nationale geografische, meteorologische en economische omstandigheden, substantiële mogelijkheden bestaan om het risico, de duur of de ernst van een dergelijke overschrijding te verminderen. Wanneer zij een dergelijk kortetermijnactieplan opstellen, houden de lidstaten rekening met Beschikking 2004/279/EG.

De lidstaten stellen dergelijke kortetermijnactieplannen alleen op indien zij van oordeel zijn dat er, rekening gehouden met de nationale geografische, meteorologische en economische omstandigheden, substantiële mogelijkheden bestaan om het risico, de duur of de ernst van een dergelijke overschrijding te verminderen. Wanneer zij een dergelijk kortetermijnactieplan opstellen, houden de lidstaten rekening met Beschikking 2004/279/EG.

Amendement 16

Artikel 24, lid 2

2. De in lid 1 bedoelde kortetermijnactieplannen kunnen, afhankelijk van het individuele geval, voorzien in beheersmaatregelen en, waar nodig, activiteiten opschorten met inbegrip van gemotoriseerd verkeer, die bijdragen aan het risico op overschrijding van de respectieve grenswaarden, streefwaarden of alarmdrempels. Deze actieplannen kunnen ook doeltreffende maatregelen ten aanzien van het gebruik van industriële installaties of producten behelzen.

2. De in lid 1 bedoelde kortetermijnactieplannen kunnen, afhankelijk van het individuele geval, voorzien in maatregelen met bewezen doeltreffendheid op korte termijn en, waar nodig, activiteiten opschorten die duidelijk de oorzaak van groter risico op overschrijding van de respectieve grenswaarden, streefwaarde of alarmdrempels zijn. De actieplannen moeten ook doelgerichte maatregelen bevatten om kwetsbare groepen van de bevolking te beschermen, o.a. kinderen. Artikel 23, lid 1 is van overeenkomstige toepassing.

Amendement 17

Artikel 24, lid 3

3. Wanneer de lidstaten een kortetermijnactieplan hebben opgesteld, stellen zij de resultaten van hun onderzoeken betreffende de haalbaarheid en de inhoud van de specifieke kortetermijnactieplannen, alsmede gegevens over de uitvoering van die plannen, beschikbaar voor de bevolking en voor belanghebbende organisaties zoals milieuorganisaties, consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van kwetsbare bevolkingsgroepen behartigen en andere relevante bij de gezondheidszorg betrokken organen.

3. Wanneer de lidstaten een kortetermijnactieplan hebben opgesteld, stellen zij de resultaten van hun onderzoeken betreffende de haalbaarheid en de inhoud van de specifieke kortetermijnactieplannen, alsmede gegevens over de uitvoering van die plannen, beschikbaar voor de bevolking en voor belanghebbende organisaties zoals milieuorganisaties, consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van kwetsbare bevolkingsgroepen behartigen, andere relevante bij de gezondheidszorg betrokken organen en de belanghebbende vakverenigingen.

Motivering

Herinvoering amendement 37 eerste lezing. De in de plannen beoogde maatregelen hebben overwegend betrekking op het verkeer en - direct of indirect - economische activiteiten. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat ook de belanghebbende vakverenigingen worden geraadpleegd en geïnformeerd.

Amendement 18

Artikel 24, lid 4

4. De Commissie publiceert, voor het eerst uiterlijk …*, en daarna regelmatig voorbeelden van beste praktijken voor de opstelling van kortetermijnactieplannen.

4. De Commissie publiceert, voor het eerst uiterlijk …*, en daarna regelmatig voorbeelden van beste praktijken voor de opstelling van kortetermijnactieplannen. Meer in het bijzonder publiceert ze in haar actieplannen voorbeelden van optimale werkwijzen voor de bescherming van kwetsbare groepen in de bevolking, o.a. kinderen.

Motivering

Sinds de eerste lezing zijn er veel nieuwe wetenschappelijke gegevens opgedoken die de uitwerkingen van luchtvervuiling op de gezondheid van kinderen belichten. Er is nieuw studiewerk verricht in Nederland, Frankrijk en Californië (Brauer et al. 2007, Annesi-Maesano et al. 2007, Islam et al. 2007). Voorbeelden van beste werkwijzen om kinderen te beschermen moeten gekenmerkt worden door geringere blootstelling op plaatsen waar kinderen een groot deel van hun tijd doorbrengen, bvb scholen, kinderdagverblijven en kinderbewaarplaatsen, kinderziekenhuizen.

Amendement 19

Artikel 26, lid 1, inleidende formule

1. De lidstaten zorgen ervoor, dat de bevolking alsook belanghebbende organisaties, zoals milieuorganisaties, consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van kwetsbare bevolkingsgroepen behartigen en andere bij de gezondheidszorg betrokken organen adequaat en tijdig het volgende wordt meegedeeld:

1. De lidstaten zorgen ervoor, dat de bevolking alsook belanghebbende organisaties, zoals milieuorganisaties, consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van kwetsbare bevolkingsgroepen behartigen, andere bij de gezondheidszorg betrokken organen en de belanghebbende vakverenigingen adequaat en tijdig het volgende wordt meegedeeld:

Motivering

Herinvoering amendement 39 eerste lezing. De in de plannen beoogde maatregelen hebben overwegend betrekking op het verkeer en - direct of indirect - economische activiteiten. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat ook de belanghebbende vakverenigingen worden geraadpleegd en geïnformeerd.

Amendement 20

Artikel 26, lid 2, alinea 2

Deze verslagen bevatten een samenvatting van de niveaus die de grenswaarden, streef­waarden, langetermijndoelstellingen, informatiedrempels en alarmdrempels gedurende de vastgestelde middelingstijden hebben overschreden. Deze gegevens gaan vergezeld van een beknopte beoordeling van de gevolgen van deze overschrijdingen. De verslagen kunnen in voorkomend geval nadere gegevens en herbeoordelingen met betrekking tot de bosbescherming omvatten, evenals gegevens over andere verontreinigende stoffen waarvoor in deze richtlijn bepalingen inzake bewaking zijn opgenomen, zoals onder andere diverse, niet-gereguleerde ozonprecursoren die in bijlage X, deel B, worden genoemd.

Deze verslagen bevatten een samenvatting van de niveaus die de grenswaarden, streef­waarden, langetermijndoelstellingen, informatiedrempels en alarmdrempels gedurende de vastgestelde middelingstijden hebben overschreden. Deze gegevens gaan vergezeld van een beknopte beoordeling van de gevolgen van deze overschrijdingen. De verslagen kunnen in voorkomend geval nadere gegevens en herbeoordelingen met betrekking tot de bosbescherming omvatten, en over maatregelen om de blootstelling van kinderen aan vervuilende stoffen in de lucht te verminderen, evenals gegevens over andere verontreinigende stoffen waarvoor in deze richtlijn bepalingen inzake bewaking zijn opgenomen, zoals onder andere diverse, niet-gereguleerde ozonprecursoren die in bijlage X, deel B, worden genoemd.

Motivering

Sinds de eerste lezing zijn er veel nieuwe wetenschappelijke gegevens opgedoken die de uitwerkingen van luchtvervuiling op de gezondheid van kinderen belichten. De belangrijkste nieuwe bevindingen zijn de verminderde longfunctie bij kinderen en toename van astma, ademhalingsgeruis, en neus-, keel- en oorontstekingen als gevolg van de luchtvervuiling.

Amendement 21

Artikel 32, lid 3

Als onderdeel van de evaluatie stelt de Commissie tevens een verslag op over de ervaringen bij het toezicht op PM10 en PM2,5, rekening houdend met de technische vooruitgang bij de automatische metingstechnieken. In voorkomend geval zullen nieuwe referentiemethoden voor de meting van PM10 en PM2,5 worden voorgesteld.

Als onderdeel van de evaluatie stelt de Commissie tevens een verslag op over de ervaringen bij het toezicht op PM10 en PM2,5, rekening houdend met de technische vooruitgang bij de automatische metingstechnieken. In voorkomend geval zullen nieuwe referentiemethoden voor de meting van PM10 en PM2,5 worden voorgesteld. In het heronderzoek gaat de Commissie na of het voldoende is om grenswaarden vast te blijven stellen voor PM10, of of ze door grenswaarden voor PM2,5 moeten worden vervangen.

Motivering

Herinvoering amendement 64 eerste lezing. In de richtlijn wordt PM2,5 geïntroduceerd naast PM10. Als het bij de herziening van de richtlijn duidelijk wordt dat het raadzaam is om grenswaarden voor PM2,5 vast te leggen, moet de PM10-norm ingetrokken worden.

Amendement 22

Artikel 33, lid 1, alinea 1

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk … aan deze richtlijn te voldoen.

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk … aan deze richtlijn te voldoen.

_______________

* Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

_______________

* Eén jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Motivering

Herinvoering amendement 44 eerste lezing.

Amendement 23

Bijlage III, deel A, punt 2

2. Op de volgende locaties vindt geen beoordeling plaats van de naleving van de grenswaarden met het oog op de bescherming van de menselijke gezondheid:

2. Op de volgende locaties vindt geen beoordeling plaats van de naleving van de grenswaarden met het oog op de bescherming van de menselijke gezondheid:

 

(-a) op alle plaatsen waar volgens de criteria van deze bijlage geen bemonsteringspunten voor verontreinigende stoffen worden opgesteld waarop de bijlage betrekking heeft ;

(a) locaties die zich bevinden in gebieden waartoe leden van het publiek geen toegang hebben en waar geen vaste bewoning is;

(a) locaties die zich bevinden in gebieden waartoe leden van het publiek geen toegang hebben of die onbewoond of niet permanent bewoond zijn;

 

(a bis) op fabrieks- of industrieterreinen waarvoor alle relevante bepalingen inzake arbeidsbescherming gelden en die voor het publiek niet toegankelijk zijn;

(b) op de rijbaan van wegen; en op de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben.

(b) op de rijbaan van wegen; en op de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben.

 

(b bis) in gebieden waar het publiek niet gedurende een significante periode direct of indirect wordt blootgesteld.

Motivering

Herinvoering amendement 60 eerste lezing. Dient ter verduidelijking dat de naleving van de grenswaarden niet van belang is op bepaalde plaatsen op het grondgebied van een lidstaat die voor de blootstelling van de bevolking niet relevant zijn. Het gaat onder meer om plaatsen waar het groot publiek niet gedurende significante tijdsspannen direct of indirect wordt blootgesteld, aangezien bijlage III vereist dat bemonsteringspunten voor de bescherming van de menselijke gezondheid daar moeten worden geplaatst waar het waarschijnlijk is dat de bevolking wordt blootgesteld gedurende een periode die in relatie tot de middelingtijd van de grenswaarden relevant is, of waar de bevolking in het algemeen wordt blootgesteld.

Amendement 24

Bijlage V, Deel A, punt 1, voetnoot 1

(1) Voor stikstofdioxide, zwevende deeltjes, koolmonoxide en benzeen: minimaal één meetstation voor stedelijke-achtergrondniveaus en één verkeersgericht station opnemen, op voorwaarde dat dit het aantal bemonsteringspunten niet doet stijgen. Voor deze verontreinigende stoffen mogen het totale aantal stedelijke-achtergrondstations en het totale aantal verkeersgerichte stations in een lidstaat, die overeenkomstig punt A, onder a), zijn vastgesteld, met niet meer dan een factor 2 verschillen. Bemonsteringspunten waar de grenswaarde voor PM10 tijdens de laatste drie jaar wordt overschreden, moeten worden gehandhaafd.

(1) Voor stikstofdioxide, zwevende deeltjes, koolmonoxide en benzeen: minimaal één meetstation voor stedelijke-achtergrondniveaus en één verkeersgericht station opnemen, op voorwaarde dat dit het aantal bemonsteringspunten niet doet stijgen. Voor deze verontreinigende stoffen mogen het totale aantal stedelijke-achtergrondstations en het totale aantal verkeersgerichte stations in een lidstaat met niet meer dan een factor 2 verschillen.

 

Motivering

Het amendement herneemt de formulering van het voorstel van de Europese commissie.

De lidstaten moeten een uitgebreid net van meetpunten onderhouden, dat o.a. ook een voldoende aantal meetstations voor het verkeer omvat.

Amendement 25

Bijlage XI, deel B, tabel, deel "PM10"

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Middelingstijd

Grenswaarde

Overschrijdingsmarge

Termijn voor naleving van de grenswaarde

PM10

1 dag

50 µg/m3; mag niet vaker dan 35 keer per kalenderjaar worden overschreden

50 %

 

Kalenderjaar

40 µg/m3

20 %

 

Amendement van het Parlement

Middelingstijd

Grenswaarde

Overschrijdingsmarge

Termijn voor naleving van de grenswaarde

PM10

1 dag

50 µg/m3; mag niet vaker dan 35 keer per kalenderjaar worden overschreden*

50 %

 

Kalenderjaar

40 µg/m3

20 %

 

Kalenderjaar

 

30 µg/m3

20%

1 januari 2010

Amendement 26

Bijlage XIV, deel B

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

NATIONALE STREEFWAARDE INZAKE VERMINDERING VAN DE BLOOTSTELLING

GBI in 2010

Streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van 2010

Jaar waarin de nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling zou dienen te zijn bereikt

Meer dan 13 µg/m3

20 procent

2020

7 - 13 µg/m3

(GBI x 1,5) procent

Wanneer de GBI in het referentiejaar niet meer bedraagt dan 7 µg/m3, wordt de streefwaarde voor de blootstellingsvermindering vastgesteld op nul. De streefwaarde inzake blootstellingsvermindering wordt ook op nul vastgesteld in gevallen waar de GBI op enig tijdstip tijdens de periode van 2010 tot en met 2020 het niveau van 7 µg/m3 bereikt en op of beneden dat niveau wordt gehandhaafd.

Amendement van het Parlement

NATIONALE STREEFWAARDE INZAKE VERMINDERING VAN DE BLOOTSTELLING

Streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van de GBI in 2010

Jaar waarin de streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling zou dienen te zijn bereikt

Aanvankelijke concentraties in µg/m3

Streefwaarde voor de vermindering in procent

2020

< 10

0 %

= 10 – <15

10 %

= 15 – <20

15 %

= 20 – < 25

20 %

>25

Alle passende maatregelen om de streefwaarde van 20 μg/m3 te halen

Wanneer de GBI in het referentiejaar niet meer bedraagt dan 10 µg/m3, wordt de streefwaarde voor de blootstellingsvermindering vastgesteld op nul. De streefwaarde inzake blootstellingsvermindering wordt ook op nul vastgesteld in gevallen waar de GBI op enig tijdstip tijdens de periode van 2010 tot en met 2020 het niveau van 7 µg/m3 bereikt en op of beneden dat niveau wordt gehandhaafd.

Motivering

Herinvoering amendement 49 eerste lezing.

Amendement 27

Bijlage XIV, deel C en D

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

C.       

Middelingstijd

Streefwaarde

Datum waarop de streefwaarde zou dienen te zijn bereikt

Kalenderjaar

25 µg/m3

1 januari 2010

D.       

Middelingstijd

Grenswaarde

Overschrijdingsmarge

Datum waarop de grenswaarde moet zijn bereikt

Kalenderjaar

25 µg/m3

20% op *op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages te verminderen tot 0% op 1 januari 2015

1 januari 2015

* datum van inwerkingtreding van deze richtlijn

Amendement van het Parlement

C.       

Middelingstijd

Streefwaarde

Datum waarop de streefwaarde zou dienen te zijn bereikt

Kalenderjaar

20 µg/m3

1 januari 2010

D.       

Middelingstijd

Grenswaarde

Overschrijdingsmarge

Datum waarop de grenswaarde moet zijn bereikt

Kalenderjaar

20 µg/m3

20% op *op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages te verminderen tot 0% op 1 januari 2015

1 januari 2015

1     De maximale overschrijdingsmarge is eveneens van toepassing overeenkomstig artikel 16, lid 2.

*    De datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement 28

Bijlage XV, Afdeling A, punt 6 (b bis) (nieuw)

(b bis) bijzonderheden over mogelijke maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit voor kinderen.

Motivering

De maatregelen om de volksgezondheid tegen luchtvervuiling te beschermen vallen op het ogenblik onder bijlage XV, deel A, par. 6 letter b, maar beleidsmaatregelen om de luchtkwaliteit voor de kinderen te verbeteren kunnen doelgerichter of zelfs verschillend zijn. Sinds de eerste lezing zijn er veel nieuwe wetenschappelijke gegevens opgedoken die de uitwerkingen van luchtvervuiling op de gezondheid van kinderen belichten. Er is nieuw studiewerk verricht in Nederland, Frankrijk en Californië (Brauer et al. 2007, Annesi-Maesano et al. 2007, Islam et al. 2007).

Amendement 29

Bijlage XV, Afdeling A, punt 8, inleidende formule

8. Bijzonderheden over na de inwerkingtreding van deze richtlijn goedgekeurde maatregelen of projecten ter beperking van de verontreiniging:

8. Bijzonderheden over na de inwerkingtreding van deze richtlijn goedgekeurde maatregelen of projecten ter beperking van de verontreiniging, ook doelgerichte maatregelen om de blootstelling van kinderen te beperken:

Motivering

Maatregelen om de volksgezondheid tegen luchtvervuiling te beschermen vallen momenteel onder de richtlijn, maar toekomstige beleidsmaatregelen om de luchtkwaliteit voor de kinderen te verbeteren kunnen doelgerichter of zelfs verschillend zijn. Sinds de eerste lezing zijn er veel nieuwe wetenschappelijke gegevens opgedoken die de uitwerkingen van luchtvervuiling op de gezondheid van kinderen belichten. Er is nieuw studiewerk verricht in Nederland, Frankrijk en Californië (Brauer et al. 2007, Annesi-Maesano et al. 2007, Islam et al. 2007).

Amendement 30

Bijlage XV, Afdeling B, paragraaf 3 (g bis) (nieuw)

(g bis) maatregelen om de blootstelling van kinderen of andere kwetsbare groepen te beperken

Motivering

De beperkende maatregelen om doelgericht de gezondheid van kinderen te beschermen kunnen op een bepaalde plaats of soort blootstelling toegesneden zijn. Sinds de eerste lezing zijn er veel nieuwe wetenschappelijke gegevens opgedoken die de uitwerkingen van luchtvervuiling op de gezondheid van kinderen belichten. Er is nieuw studiewerk verricht in Nederland, Frankrijk en Californië (Brauer et al. 2007, Annesi-Maesano et al. 2007, Islam et al. 2007).

Amendement 31

Bijlage XVI bis (nieuw)

MAATREGELEN VAN DE GEMEENSCHAP VOOR EMISSIEBRONNEN, TE NEMEN OM DE LIDSTATEN IN STAAT TE STELLEN OM DE GRENSWAARDEN VOOR DE LUCHTKWALITEIT BINNEN DE GESTELDE TERMIJNEN TE BEREIKEN

 

1. Om de lidstaten in staat te stellen om de grenswaarden voor de luchtkwaliteit te bereiken die in deze richtlijn vastgelegd worden, legt de Europese Commissie tegen ...* voorstellen voor wettelijk bindende EU-voorschriften voor, die van de vervuilende stoffen uitgaan en strengere grenswaarden voor emissie bevatten. De voorstellen hebben minstens betrekking op de volgende bedrijfstakken of emissiebronnen, waar de uitstoot van schadelijke stoffen verminderd moet worden:

 

§ alle relevante niet verplaatsbare installaties die schadelijke stoffen uitstoten, bvb opname van verbrandingsinrichtingen van 20 tot 50 megawatt in richtlijn 96/61/EG

 

 

 

§ motorvoer- en vaartuigen van alle grootten en klassen te land, in de lucht en ter zee, bvb EURO VI voor zware voertuigen of maatregelen die op het niveau van de Gemeenschap gecoördineerd worden en voor scheepseigenaars aanleiding vormen om hun uitstoot te verminderen, of afspraken in IMO-verband over de uitstoot van scheepsmotoren

 

§ nieuwe normen voor huisverwarmingsinstallaties ;

§ kracht- en bouwmachines

§ landbouw (o.a. bemesting en veeteelt)

 

2. De Europese Commissie legt het Europees Parlement en de Raad om de 5 jaar een voortgangsrapport over de voorschriften van par. 1 en hun uitvoering in de lidstaten voor.

 

* Twee jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn.

TOELICHTING

I. Het gemeenschappelijk standpunt van de Raad

De Raad heeft op 28 juni ll. onder Duits voorzitterschap zijn gemeenschappelijk standpunt over de richtlijn luchtkwaliteit ingenomen. Hoewel er een aantal verschilpunten tussen de eerste lezing van het Europees Parlement en de tekst van de Raad zijn, is bijna de helft van de amendementen overgenomen die het Europees parlement op 26 september van vorig jaar in Straatsburg aangenomen heeft - woordelijk, gedeeltelijk, of naar de geest.

Het gemeenschappelijk standpunt onderschrijft een aantal centrale amendementen die oorspronkelijk door het Europees parlement voorgesteld zijn :

* een streefwaarde voor PM2,5 in 2010, die vervangen wordt door een bindende grenswaarde in 2015

* de mogelijkheid om de verwezenlijking van de grenswaarden na het van kracht worden van de richtlijn uit te stellen

* het principe dat grenswaarden overal van toepassing moeten zijn, maar dat hun naleving op bepaalde plaatsen niet nagegaan moet worden.

Naast die punten van overeenstemming zijn er opvallende verschillen : de Raad neemt geen enkele verandering in de bepalingen van bijlage XI op de bestaande grenswaarden voor PM10 op dagelijkse of jaarbasis aan en verwerpt het voorstel van het Europees Parlement om elke vorm van afwijking met aanvullende maatregelen van de Gemeenschap tegen de oorzaken van vervuiling te verbinden.

Verder kiest de Raad - hoewel er duidelijk overeenstemming over het tijdschema voor PM2,5 bestaat (streefwaarde in 2010, grenswaarde in 2015) - voor een minder strenge norm van 25 microgram/m3 voor de beide waarden - in plaats van de 20 microgram/m3 die het Europees parlement voorstelt. Van de andere kant toont hij zich minder geneigd om de verwezenlijking van de grenswaarden volgens art. 22 (vroeger art. 20) uit te stellen : niet meer dan 3 jaar maximum na het van kracht worden van de richtlijn.

II. Prioriteiten voor de 2de lezing van het Europees Parlement

De commissie is er overtuigd voorstander van om onder Portugees voorzitterschap door onderhandelingen een vergelijk voor de 2de lezing te vinden dat de verzekering biedt dat de richtlijn luchtkwaliteit zo spoedig mogelijk aangenomen wordt, maar het voornaamste streefdoel in het standpunt van het Europees Parlement veilig stelt : veeleisender streef- en grenswaarden samen met grotere soepelheid, strengere maatregelen aan de bron en streefdoelen op lange termijn.

PM2,5 : de wetenschap wijst de kleinste deeltjes als degene aan die een ernstige bedreiging voor de gezondheid van de mens vormen. In tegenstelling met de grove fractie (PM10) worden de kleinste deeltjes bijna uitsluitend door bronnen van menselijke oorsprong uitgestoten : de commissie heeft dan ook de amendementen op PM2,5 en de herzieningsclausule goedgekeurd (amend. 64) en vraagt behoud van de strengere streef- en grenswaarde van 20 microgram/m3 in 2010 resp. 2015 (amend. 49 en 50). Dat is weliswaar een veeleisende norm, die bindende kracht van wet zou moeten krijgen, maar in het grootste deel van Europa tegen 2015 waarschijnlijk wel bereikt wordt.

PM10 : de rapporteur stelt voor om de amendementen op de bepalingen voor PM10 van bijlage XI, zowel de jaarlijkse grenswaarde van 33 microgram/m3 als de afwijking van 55 dagen voor de dagelijkse grenswaarde, niet opnieuw in te dienen. De Raad en Europese Commissie aanvaarden geen enkele verandering van de bestaande grenswaarden. Veranderingen in de status quo zijn voor alle twee gewoonweg uitgesloten en zouden hoogst waarschijnlijk in rechte lijn naar een bemiddelingsprocedure leiden.

Flexibiliteit : Vooral in de dicht bevolkte en industriële gebieden van West- en Midden-Europa ondervinden de lidstaten ondanks hun pogingen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot op dit ogenblik ernstige moeilijkheden om de richtlijn na te leven en de grenswaarden te bereiken.

Grotere flexibiliteit in de verwezenlijking van de grenswaarden is voor de lidstaten die op alle niveaus alle maatregelen genomen hebben om de vervuiling tegen te gaan, dan ook van centraal belang : de commissie heeft dan ook de amendementen op de afwijkingsperioden en het uitstel van de grensdatums voor de verwezenlijking van de grenswaarden goedgekeurd (amend. 7 en 81 eerste lezing), maar stelt voor om de afwijkingsperiode van 4 + 2 tot 3 + 2 jaar terug te brengen, om een compromis met de Raad te vinden.

Ze wijst ook met nadruk op het belang van maatregelen op lange termijn en een beleid voor de luchtkwaliteit dat van blootstelling uitgaat. Maatregelen op korte termijn zijn dikwijls ondoelmatig gebleken. De maatregelen moeten op vrijwillige basis genomen worden, en enkel als er een positief effect voor minder vervuiling van te verwachten is (amend. 35 en 36). De EP-tekst bij bijlage III, over de beoordeling van de nakoming van de grenswaarden (amend. 24 en 60), wordt ook opnieuw ingediend.

Maatregelen aan de bron : De vervuiling moet verminderd worden door de huidige wetgeving na te komen en aan de hand van nieuwe maatregelen van de Gemeenschap aan de bron. De maatregelen van de Gemeenschap tegen de emissies zijn uitgesteld, zoals Euro VI voor zware voertuigen of de herziening van de richtlijn nationaal emissiemaximum (NEM). De nieuwe bijlage XVIa moet daarom opnieuw toegevoegd worden (amend. 84).

Desondanks niet opnieuw ingediend worden de delen van de tekst die de afwijkingsperioden met maatregelen van de Gemeenschap in verbinding brengen, en die door de Raad verworpen zijn. Het is zeer moeilijk om een verband tussen het niet van kracht worden van de maatregelen van de Gemeenschap en het niet bereiken van de grenswaarden aan te tonen.

Andere amendementen : Verschillende amendementen op technische bepalingen, die door het Europees parlement in de eerste lezing aangenomen zijn, worden opnieuw ingediend, zoals verplicht gebruik van modelleringstechnieken (amend. 16 en 17), eenvormige toepassing van de selectiecriteria voor bemonsteringspunten (amend. 22), informatie van alle belanghebbende partijen (amend. 37 en 39), de datum dat de lidstaten aan de richtlijn moeten voldoen (amend. 44) en nog een paar andere.

PROCEDURE

Titel

Luchtkwaliteit en schonere lucht in Europa

Document- en procedurenummers

16477/1/2006 - C6-0260/2007 - 2005/0183(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

26.9.2006                     T6-0362/2006

Voorstel van de Commissie

COM(2005)0447 - C6-0356/2005

Datum bekendmaking ontvangst gemeenschappelijk standpunt

6.9.2007

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

6.9.2007

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Holger Krahmer

14.12.2005

 

 

Datum goedkeuring

9.10.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

4

9

Bij de eindstemming aanwezige leden

Adamos Adamou, Margrete Auken, Pilar Ayuso, Irena Belohorská, Johannes Blokland, John Bowis, Frieda Brepoels, Hiltrud Breyer, Martin Callanan, Dorette Corbey, Jill Evans, Anne Ferreira, Karl-Heinz Florenz, Françoise Grossetête, Satu Hassi, Jens Holm, Marie Anne Isler Béguin, Caroline Jackson, Dan Jørgensen, Christa Klaß, Eija-Riitta Korhola, Holger Krahmer, Urszula Krupa, Aldis Kušķis, Marie-Noëlle Lienemann, Peter Liese, Jules Maaten, Linda McAvan, Miroslav Ouzký, Vladko Todorov Panayotov, Vittorio Prodi, Frédérique Ries, Guido Sacconi, Daciana Octavia Sârbu, Karin Scheele, Carl Schlyter, Richard Seeber, Kathy Sinnott, Antonios Trakatellis, Thomas Ulmer, Anja Weisgerber

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Jerzy Buzek, Miroslav Mikolášik, Hartmut Nassauer, Lambert van Nistelrooij

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Manuel Medina Ortega, Alexander Lambsdorff, Vincenzo Aita

Datum indiening

17.10.2007