VERSLAG over de voordracht van Maarten B. Engwirda voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

8.11.2007 - (C6‑0306/2007 – 2007/0815(CNS))

Commissie begrotingscontrole
Rapporteur: Inés Ayala Sender

Procedure : 2007/0815(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A6-0437/2007
Ingediende teksten :
A6-0437/2007
Aangenomen teksten :

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de voordracht van Maarten B. Engwirda voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C6‑0306/2007 – 2007/0815(CNS))

Het Europees Parlement,

–   gelet op artikel 247, lid 3 van het EG-Verdrag en artikel 160 B, lid 3 van het Euratom­Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6‑0306/2007),

–   gelet op het feit dat de Commissie begrotingscontrole op haar vergadering van 6 november 2007 de benoeming van de Raad heeft gehoord voor het lidmaatschap van de Rekenkamer en de kwalificaties van de voorgedragene heeft beschouwd in het licht van de criteria die zijn vastgelegd in artikel 247 van het EG-Verdrag en artikel 160 B, lid 2 van het Euratom-Verdrag,

–   gelet op artikel 101 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6‑0437/2007),

1.  brengt een positief advies uit over de voordracht van Maarten B. Engwirda voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Rekenkamer, alsmеde aan de overige instellingen van de Europese Gemeenschappen en de controle-instellingen van de lidstaten.

TOELICHTING

Een goede werkrelatie tussen de Europese Rekenkamer en het Europees Parlement is van essentieel belang voor een goede werking van het financiële controlesysteem van de Europese Unie. Voor het Parlement is echter slechts een bescheiden rol bij de benoemingsprocedure van de leden van de Rekenkamer weggelegd. Deze leden worden immers benoemd door de Raad nadat ze door de lidstaten zijn voorgedragen. Het Parlement wordt uitsluitend vóór de benoeming geraadpleegd. Daarom kunnen er spanningen ontstaan als er grote verschillen van mening tussen het Parlement en de Raad zijn. Het Parlement heeft getracht het gevaar van meningsverschillen zo veel mogelijk te bezweren door de algemene beginselen waardoor het zich bij zijn oordeel laat leiden openbaar te maken, namelijk in twee resoluties uit 1992 en 1995 over de procedure voor de raadpleging van het Parlement in verband met de benoeming van leden van de Rekenkamer[1].

Om de doorzichtigheid van de procedure te vergroten, heeft het Parlement vooral in zijn resolutie van 1992 de volgende criteria vastgesteld voor zijn beoordeling van de kandidaten:

a) een hoog niveau van beroepservaring die is verworven in de sector overheidsfinanciën of in een managementsomgeving, dan wel in management auditing;

b) waar van toepassing, een bewijs van kwijting vooraf als de kandidaat vóór ambtsaanvaarding bij de Rekenkamer met managementstaken was belast;

c) in het geval van personen die managementstaken in de overheidssector of particuliere sector hebben uitgevoerd: een onberispelijke staat van dienst;

d  vanaf hun benoemingsdatum mogen de kandidaten geen ambt meer bekleden waarin zij zijn gekozen, noch verantwoordelijkheden hebben in een politieke partij;

e) gezien de aard van het werk waarvoor de kandidaat wordt aangesteld zal ook rekening met de leeftijd van de kandidaten worden gehouden: zo lijkt het redelijk te bepalen dat de leden aan het einde van hun eerste ambtsperiode niet ouder mogen zijn dan 65 of ouder dan 70 aan het einde van hun tweede ambtsperiode. Ook zou het niet aanvaardbaar zijn als de kandidaten via hun benoeming bij de Rekenkamer zich niet zouden behoeven te houden aan de leeftijdsgrenzen die voor dezelfde functie in hun land van herkomst gelden;

f)  tenslotte zal het Parlement niet alleen naar de persoonlijke verdiensten van de kandidaten kijken, maar er ook op letten dat er een verstandig evenwicht blijft bestaan in de samenstelling van de Rekenkamer als geheel. Zo is bij voorbeeld de samenstelling van de huidige Rekenkamer redelijk geslaagd te noemen als gekeken wordt naar de uiteenlopende achtergronden van haar leden, maar zijn vrouwen gebrekkig onder haar leden vertegenwoordigd, wat niet te rechtvaardigen is;

g) het zou wenselijk zijn als de leden niet langer dan twee ambtsperioden volmaken.

De ervaring van de afgelopen jaren heeft aangetoond dat meningsverschillen, ondanks de punten die in de bovengenoemde resoluties worden vermeld, niet altijd konden worden opgelost. In 2004 bracht de Commissie begrotingscontrole in 2004 een negatief advies uit met betrekking tot twee van de nieuwe leden van de Rekenkamer die in verband met het Toetredingsverdrag werden voorgedragen. Een van de kandidaten trok zich destijds terug, maar de ander niet. Hoewel het afwijzende advies door de plenaire vergadering werd bevestigd, werd de kandidaat door de Raad toch tot lid van de Rekenkamer benoemd.

Wat de huidige benoemingsprocedure betreft kan worden opgemerkt dat sommige door de lidstaten voorgedragen kandidaten niet volledig voldoen aan alle criteria die het Parlement in zijn resolutie van 1992 heeft genoemd. Bovendien wordt het streven van het Parlement om in de samenstelling van de Rekenkamer een redelijk evenwicht te bewaren en een oplossing te vinden voor het gebrek aan vrouwelijke leden door de huidige voorstellen van de lidstaten ondermijnd. Terwijl er thans 22 mannelijke en 5 vrouwelijke leden zijn, zou de verhouding in de toekomst 23 mannelijke tegenover 4 vrouwelijke leden zijn als alle voorgedragen kandidaten worden benoemd.

Gezien het bovenstaande is de rapporteur van mening dat er doeltreffender instrumenten moeten komen om er voor te zorgen dat het Parlement en met name de Commissie begrotingscontrole met elk lid van de Rekenkamer vanaf de dag van zijn of haar benoeming een vruchtbare samenwerking bereiken. Zij is van oordeel dat de criteria en procedures die zijn neergelegd in de resoluties van 1992 en 1995 dringend aan herziening toe zijn, geconsolideerd moeten worden en bekend moeten worden gemaakt bij de Raad, de voor de voordracht van de kandidaten verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten en bij het publiek.

Concluderend beveelt uw rapporteur aan een veel nauwere samenwerking tussen het Parlement en de Raad (ECOFIN) bij de benoemingsprocedure in te stellen. Het Parlement dient de informatie over de door elke lidstaat voorgedragen kandidaten tijdig te ontvangen. Op de middellange termijn zouden de Raad en het Parlement het eens moeten worden over een meer coherente en doeltreffende benoemingsprocedure, wat een belangrijk element zou zijn van de met spoed uit te voeren hervorming van de organisatie van de Europese Rekenkamer.

  • [1]  Resolutie A3-0345/92, PB C 337 van 21.12.1992, blz. 51, en resolutie A4-0001/95, PB C 43 van 20.02.1995, blz. 75.

BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Maarten B. Engwirda

Maarten B. Engwirda

p.m.

Opleiding

-  middelbare school (gymnasium alpha), Westfries lyceum, Hoorn (1961)

-  doctoraal rechten: vrije studierichting, Rijksuniversiteit Groningen (1967)

-  post-doctorale leergang Buitenlandse Betrekkingen te 's-Gravenhage (1968)

Huidige functie

-  Lid van de Europese Rekenkamer (sinds januari 1996); deken van controlegroep III "Externe maatregelen" (sinds maart 2006), voorzitter van de stuurgroep "zelfevaluatie/peer review"

Vorige functies

-  lid Nederlandse Rekenkamer (1990-1995)

-  plaatsvervangend lid Noord-Atlantische Raad, algemeen rapporteur economische commissie (1986-1989)

-  fractiewoordvoerder D66 in Tweede Kamer op diverse beleidsterreinen: financiën (1977-1989), overheidsuitgaven (1977-1989), buitenlandse handel (1977-1989), defensie (1982-1989), buitenlandse zaken (1982-1986)

-  lid parlementaire enquêtecommissie RSV (1983-1984) en enquêtecommissie paspoorten (1988)

-  voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven van de Tweede Kamer (1981-1989)

-  fractievoorzitter D66 Tweede Kamer (1982-1986)

-  lid Tweede Kamer in D66-fractie (1977-1981), vice-fractievoorzitter/penningmeester D66 Tweede Kamer (1981-1982 en 1986-1989)

-  adviseur Internationaal Energie Agentschap in Parijs voor energiebeleid op lange termijn (specialisatie: energiebesparing) (1975-1977)

-  adviseur energiebeleid op het Ministerie van Buitenlandse Zaken (1973)

-  lid Europees Parlement (1972-1973)

-  lid D66-fractie in Tweede Kamer, belast met ontwikkelingssamenwerking en Europees beleid (1971-1972)

-  adviseur D66-fractie in Tweede Kamer (1970-1971)

-  adviseur van de Directie financieel-economische ontwikkelingssamenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (1968-1970)

-  bestuurslid studentenvereniging Groningen (1964-1965)

-  nationaal voorzitter (thans erelid) studentenvereniging voor internationale betrekkingen (1964)

Vorige nevenfuncties

-  lid Curatorium postdoctorale accountantsopleiding Universiteit van Amsterdam

Publicaties

-    Publicaties in diverse dag- en weekbladen over internationale betrekkingen en economische en financiële aangelegenheden

BIJLAGE 2: SAMENVATTING VAN DE ERVARINGEN VAN Maarten B. Engwirda ALS LID VAN DE Rekenkamer EN doelstellingen VOOR EEN toekomstig MANDAAT

De evolutie van de Europese Rekenkamer: mijn ervaringen sedert januari 1996

Toen ik lid werd van de Europese Rekenkamer in januari 1966, waren er zaken die mij verbaasden in het licht van mijn ervaringen in Nederland zowel als lid van de Tweede Kamer en van de Commissie begrotingscontrole (1981-1989) en als lid van de Nederlandse Rekenkamer (1990-1995):

-          De Europese Rekenkamer had de neiging om bijna al haar boodschappen aan externe belanghebbenden te verpakken in het jaarverslag in plaats van ze gespreid over het jaar te publiceren in de vorm van speciale rapporten;

-          De taal van de verslagen van de Rekenkamer was moeilijk te begrijpen voor niet-specialisten onder de externe belanghebbenden (leden van de COCOBU, de media en de Europese belastingbetaler), maar ook voor specialisten in accountancy was het niet altijd niet even duidelijk en transparant;

-          In deze jaren begreep ik ook niet waarom er een negatieve DAS moest zijn in de EU-context, terwijl ik in Nederland deel had uitgemaakt van een proces in de tweede helft van de jaren tachtig en eerste jaren van het volgende decennium waarin het mogelijk werd dat de Nederlandse Rekenkamer haar advies bijstelde van een negatief naar een positief (DAS)-advies.

Er is sindsdien veel verbeterd waaraan ik heb proberen bij te dragen:

-          de substantiële toename van het aantal speciale verslagen van de Europese Rekenkamer over performance audits (economie, efficiency en effectiviteit),

-          de Rekenkamer is zich meer bewust geworden van het belang om de lezersvriendelijkheid te verbeteren van onze jaarverslagen en speciale verslagen en de duidelijkheid van onze boodschappen, o.a. door de resultaten van de communicatiewerkgroep waarvan ik voorzitter was,

-          nu omvat ons DAS veel specifiekere en vaak gekwantificeerde informatie over het legitieme karakter en de regelmatigheid van de onderliggende transacties, waardoor de Commissie meer specifieke corrigerende acties kan ondernemen en het mogelijk maakt dat de kwijtingsautoriteit (het Europees Parlement) de effectiviteit van deze acties kan beoordelen.

Het actieplan van de Rekenkamer en peer review

In het eerste halfjaar van 2005 is het College van Europese Rekenkamers akkoord gegaan met mijn voorstel om over een periode van drie jaar het functioneren van de Rekenkamer te verbeteren:

-          Evaluatie van het functioneren van de Rekenkamer door een representatief sample van allen die bij de Rekenkamer werken (leden, directeuren, afdelingshoofden, accountants, ambtenaren die werken in de administratie, vertalers, personeel van het Kabinet, secretarissen/ressen) om het eens te worden over sterkte, zwakte en terreinen die voor verbetering vatbaar zijn binnen de Rekenkamer;

-          Een actieplan op te stellen door een stuurgroep van acht leden van de Rekenkamer en de secretaris-generaal, voorgezeten door mij, plus een project management team dat zich bezig moet houden met de resultaten van de evaluatie; voor deze nieuwe activiteiten heeft de Rekenkamer task forces ingesteld om deze taken te verrichten.

-          Peer review van het functioneren van de Europese Rekenkamer door collegae van eerbiedwaardige zuster- hogere auditinstellingen.

De twee eerste fases van deze actie zijn inmiddels succesvol afgerond en het actieplan wordt thans ten uitvoer gebracht, terwijl voor de derde fase de Rekenkamers van Canada, Noorwegen, Portugal en Oostenrijk zich bereid hebben verklaard op te treden als de peers voor onze peer review.

Mijn persoonlijke doelstellingen voor een toekomstig mandaat

Ik heb de regering van Nederland ervan verwittigd dat ik slechts opteer voor een half mandaat, d.w.z. drie jaar in plaats van een volledig mandaat van zes jaar. De Nederlandse regering heeft dit verzoek ingewilligd. Mijn persoonlijke doelstellingen voor deze komende drie jaar zijn:

-          Actief bij te dragen aan het ten uitvoer leggen van de resultaten van de verschillende task forces die zijn opgericht in het kader van het actieplan;

-          Wachten op de resultaten van de komende peer review en bij te dragen aan mogelijke aanbevelingen van het peer review team om het functioneren van de Europese Rekenkamer te verbeteren;

-          Optimale steun te verlenen aan de wens van de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement om een strategisch partnerschap te vestigen tussen deze commissie en de Europese Rekenkamer waarbij men elkaars onafhankelijkheid eerbiedigt.

PROCEDURE

Titel

Benoeming van een lid van de Rekenkamer (Dhr. Maarten B. Engwirda)

Document- en procedurenummers

N6-0018/2007 - C6-0306/2007 - 2007/0815(CNS)

Datum raadpleging EP

19.9.2007

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

CONT

27.9.2007

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Inés Ayala Sender

11.9.2007

 

 

Datum goedkeuring

6.11.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean-Pierre Audy, Inés Ayala Sender, Herbert Bösch, Paulo Casaca, Szabolcs Fazakas, Christofer Fjellner, Ingeborg Gräßle, Dan Jørgensen, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Jan Mulder, Francesco Musotto, Bill Newton Dunn, Bart Staes, Alexander Stubb, Paul van Buitenen, Kyösti Virrankoski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Chris Davies, Edit Herczog, Véronique Mathieu, Gabriele Stauner, Petya Stavreva