Procedure : 2007/0028(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0489/2007

Ingediende teksten :

A6-0489/2007

Debatten :

PV 19/02/2008 - 5
CRE 19/02/2008 - 5

Stemmingen :

PV 21/02/2008 - 4.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0063

VERSLAG     ***I
PDF 323kWORD 473k
4.12.2007
PE 390.733v02-00 A6-0489/2007

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht, en tot intrekking van Beschikking 3052/95/EG

(COM(2007)0036 – C6‑0065/2007 – 2007/0028(COD))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Alexander Stubb

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht, en tot intrekking van Beschikking 3052/95/EG

(COM(2007)0036 – C6‑0065/2007 – 2007/0028(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2007)0036)(1),

–   gelet op artikel 251, lid 2 en de artikelen 37 en 95 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0065/2007),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie juridische zaken (A6‑0489/2007),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 1

(1) De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen, waarbinnen het vrije goederenverkeer wordt gewaarborgd door het Verdrag, dat maatregelen met dezelfde werking als kwantitatieve invoerbeperkingen verbiedt. Dit verbod betreft elke nationale maatregel die de intracommunautaire handel in goederen direct of indirect, feitelijk of potentieel kan belemmeren.

(1) De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen, waar de mededinging vrij en onverstoord is, waarbinnen het vrije goederenverkeer wordt gewaarborgd door het Verdrag, dat maatregelen met dezelfde werking als kwantitatieve invoerbeperkingen verbiedt. Dit verbod betreft elke nationale maatregel die de intracommunautaire handel in goederen direct of indirect, feitelijk of potentieel kan belemmeren.

Motivering

Een goed werkende interne markt vereist dat de mededingingsomstandigheden in het voordeel van de EU-burgers vrij en onverstoord zijn.

Amendement 2

Overweging 2

(2) Wanneer de wetgeving niet geharmoniseerd is, kunnen de nationale autoriteiten onrechtmatig belemmeringen voor het vrije goederenverkeer tussen lidstaten opwerpen door op goederen die afkomstig zijn uit andere lidstaten waar zij legaal in de handel zijn gebracht, technische voorschriften toe te passen waarbij aan die producten eisen worden gesteld, zoals met betrekking tot aanduiding, vorm, omvang, gewicht, samenstelling, aanbiedingsvorm, etikettering of verpakking. De toepassing van dergelijke technische voorschriften op in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte goederen kan in strijd zijn met de artikelen 28 en 30 van het EG-Verdrag, ook al zijn die nationale voorschriften zonder onderscheid van toepassing op alle goederen.

(2) Wanneer de wetgeving niet geharmoniseerd is, kunnen de bevoegde autoriteiten onrechtmatig belemmeringen voor het vrije goederenverkeer tussen lidstaten opwerpen door op producten die afkomstig zijn uit andere lidstaten waar zij legaal in de handel zijn gebracht, technische voorschriften toe te passen waarbij aan die producten eisen worden gesteld, zoals met betrekking tot aanduiding, vorm, omvang, gewicht, samenstelling, aanbiedingsvorm, etikettering, verpakking enz.. De toepassing van dergelijke technische voorschriften op in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte goederen kan in strijd zijn met de artikelen 28 en 30 van het EG-Verdrag, ook al zijn die technische voorschriften zonder onderscheid van toepassing op alle goederen.

Motivering

Deze wijzigingen, die in de hele tekst moeten worden aangebracht, zijn bedoeld om rekening te houden met de verschillende administratieve systemen en de verschillende taakverdeling in elke lidstaat. Daarom moet "nationale autoriteiten" worden vervangen door "bevoegde autoriteiten" (bijvoorbeeld in de overwegingen 4 en 12) en "nationale technische voorschriften" door "technische voorschriften" (bijvoorbeeld in overweging 7), aangezien technische voorschriften ook kunnen worden goedgekeurd op regionaal en niet alleen op nationaal niveau. De term "producten" is te verkiezen boven "goederen", omdat deze verordening betrekking heeft op producten.

Amendement 3

Overweging 2 bis (nieuw)

 

(2 bis) Wederzijdse erkenning, die afkomstig is uit de rechtspraak van het Hof van Justitie, is een van de manieren om het vrije verkeer van goederen binnen de EU te garanderen. Wederzijdse erkenning is van toepassing op producten waarvoor geen communautaire harmonisatie van kracht is of op aspecten van producten die buiten het toepassingsgebied van de communautaire harmonisatiewetgeving vallen. Dit betekent dat een lidstaat op zijn grondgebied niet de verkoop kan verbieden van producten die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht, zelfs als deze producten zijn geproduceerd volgens technische regels die verschillen van degene waaraan binnenlandse producten moeten voldoen. Enige uitzondering op dit principe zijn beperkingen die verantwoord zijn op grond van de redenen die omschreven staan in artikel 30 van het Verdrag of op grond van dwingende redenen van openbaar belang en die proportioneel zijn met het nagestreefde doel.

Motivering

Deze verordening is bedoeld om de toepassing van het principe van wederzijdse erkenning te verbeteren. Bijgevolg is een overweging nodig om dit principe, dat afkomstig is uit de rechtspraak van het Hof van Justitie, te verklaren.

Amendement 4

Overweging 3

(3) Het is noodzakelijk procedures vast te stellen om de kans dat dergelijke nationale technische voorschriften onrechtmatige belemmeringen voor het vrije goederenverkeer tussen lidstaten vormen, te minimaliseren. Het ontbreken van dergelijke procedures in de lidstaten veroorzaakt extra belemmeringen voor het vrije goederenverkeer omdat het ondernemingen ontmoedigt hun in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte goederen te verkopen op het grondgebied van een lidstaat die technische voorschriften vaststelt. Uit enquêtes is gebleken dat veel ondernemingen, en met name kleine en middelgrote, hun producten aan de technische voorschriften van de lidstaat van bestemming aanpassen of ervan afzien ze daar in de handel te brengen.

(3) Er bestaan nog vele problemen wat de correcte toepassing van het principe van wederzijdse erkenning door de lidstaten betreft. Zo is de toepassing van technische voorschriften op producten die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht, de meest voorkomende en duurste handelsbelemmering, goed voor bijna 50% van alle belemmeringen waarmee ondernemingen op de interne markt te maken krijgen. Het is bijgevolg noodzakelijk procedures vast te stellen om de kans dat dergelijke technische voorschriften onrechtmatige belemmeringen voor het vrije goederenverkeer tussen lidstaten vormen, te minimaliseren. Het ontbreken van dergelijke procedures in de lidstaten veroorzaakt extra belemmeringen voor het vrije goederenverkeer omdat het ondernemingen ontmoedigt hun in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte goederen te verkopen op het grondgebied van een lidstaat die technische voorschriften vaststelt. Uit enquêtes is gebleken dat veel ondernemingen, en met name kleine en middelgrote, hun producten aan de technische voorschriften van de lidstaat van bestemming aanpassen of ervan afzien ze daar in de handel te brengen.

Motivering

Om eraan te herinneren dat de interne markt voor goederen nog niet helemaal voltooid is, aangezien bedrijven, met name het MKB, nog altijd op belemmeringen stoten, wanneer zij handel drijven over de grenzen heen. Daarom is er behoefte aan deze verordening, die betrekking heeft op de meest voorkomende en duurste handelsbelemmering op de interne markt, namelijk de toepassing van technische voorschriften op producten die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht.

Amendement 5

Overweging 6

(6) De Europese Raad van 15 en 16 juni 2006 legde de nadruk op het belang van een eenvoudige, transparante en gemakkelijk toe te passen regelgeving en op versterking van het vertrouwen van de consumenten en ondernemingen in de interne markt.

(6) De Europese Raad van 15 en 16 juni 2006 legde de nadruk op het belang van een eenvoudige, transparante en gemakkelijk toe te passen regelgeving en op versterking van het vertrouwen van de consumenten en ondernemingen in de interne markt. De Europese Raad van 21 en 22 juni 2007 onderstreepte dat de verdere versterking van de vier vrijheden van de interne markt (vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal) en de verbetering van de werking ervan van het grootste belang blijven voor groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid. De Europese Raad verzocht de Raad en het Europees Parlement snelle vooruitgang te boeken met de goedkeuring van deze verordening, zonder afbreuk aan de harmonisatie van nationale technische voorschriften waar nodig.

Motivering

Om rekening te houden met de verklaring over dit voorstel op de laatste Europese Raad.

Amendement 6

Overweging 8

(8) In het licht van het evenredigheids- en het subsidiariteitsbeginsel is het niet passend alle nationale technische voorschriften voor alle of de meeste productcategorieën te harmoniseren.

(8) Deze verordening mag er geen afbreuk aan doen dat, waar wenselijk, een verdere harmonisatie van technische voorschriften wordt goedgekeurd, met als doel de werking van de gemeenschappelijke markt te verbeteren.

 

Amendement 7

Overweging 8 bis (nieuw)

 

(8 bis) Handelsbelemmeringen kunnen ook het gevolg zijn van andere soorten van maatregelen die verboden zijn op grond van artikel 28 van het Verdrag. Tot dit soort maatregelen behoren onder meer technische specificaties voor openbare aanbestedingen of de verplichting om de landstalen te gebruiken. Deze maatregelen, die het vrije verkeer van goederen kunnen hinderen, vormen evenwel geen technische voorschriften in de zin van deze verordening en vallen bijgevolg niet onder het toepassingsgebied ervan.

Motivering

Ter verduidelijking moeten bepaalde maatregelen die duidelijk buiten de definitie van technische voorschriften vallen, worden genoemd.

Amendement 8

Overweging 8 ter (nieuw)

 

(8 ter) Technische voorschriften in de zin van deze verordening worden soms toegepast tijdens en door middel van procedures van verplichte voorafgaande toestemming die bij wet van de lidstaten worden ingesteld en die inhouden dat alvorens een product of producttype in een lidstaat of een deel ervan op de markt mag worden gebracht, de bevoegde autoriteit van deze lidstaat zijn formele goedkeuring moet verlenen, na indiening van een aanvraag door de aanvrager. Het bestaan van deze procedures belemmert het vrije verkeer van producten. Daarom moet met een procedure van verplichte voorafgaande toestemming, opdat deze verantwoord met betrekking tot het fundamentele principe van het vrije verkeer van goederen binnen de interne markt is, een door het communautaire recht erkende doelstelling van algemeen belang worden nagestreefd en moet deze procedure proportioneel en niet-discriminerend zijn; dit wil zeggen dat de procedure geschikt moet zijn om te garanderen dat het beoogde doel wordt gehaald en niet verder mag gaan dan nodig om dit doel te halen.

 

Amendement 9

Overweging 8 quater (nieuw)

 

(8 quater) Als een door een lidstaat ingestelde procedure van verplichte voorafgaande toestemming verenigbaar is met het Gemeenschapsrecht, moeten de bevoegde autoriteiten, ingeval de marktdeelnemer niet om de voorafgaande toestemming van de lidstaat verzoekt, overeenkomstig de wet van de lidstaat het recht hebben een product onmiddellijk uit de handel te nemen, tot de procedure van voorafgaande toestemming is voltooid. Het verplicht uit de handel nemen van producten louter als gevolg van het feit dat de marktdeelnemer zijn product niet heeft voorgelegd voor een bij wet van een lidstaat ingestelde procedure van verplichte voorafgaande toestemming, mag geen besluit voor de toepassing van deze verordening vormen.

Amendement 10

Overweging 8 quinquies (nieuw)

 

(8 quinquies) Als een aanvraag van deze verplichte voorafgaande toestemming voor een product wordt ingediend, moet een voorgenomen besluit om deze te verwerpen op grond van een technische voorschrift evenwel worden behandeld overeenkomstig deze verordening, zodat de aanvrager de procedurebescherming geniet waarin deze verordening voorziet.

Amendement 11

Overweging 8 sexies (nieuw)

 

(8 sexies) Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens1 is van toepassing op vuurwapens als gedefinieerd in punt II van de bijlage bij deze richtlijn en op niet-vuurwapens als gedefinieerd in de nationale wetgevingen. Op grond van Richtlijn 91/477/EEG zijn de lidstaten verplicht bepalingen vast te stellen om de binnenkomst op hun grondgebied te verbieden van een vuurwapen, behalve in de omstandigheden en met inachtneming van de voorwaarden die in de artikelen 11 en 12 van deze richtlijn zijn genoemd, en van een ander wapen dan een vuurwapen, mits de nationale wettelijke bepalingen van de betrokken lidstaat zulks toestaan. Deze richtlijn staat de lidstaten ook toe in hun wetgeving strengere voorschriften op te nemen dan die welke in de richtlijn zijn vervat, onder voorbehoud van de rechten die bij artikel 12, lid 2, van de richtlijn aan de ingezetenen van de lidstaten worden toegekend. Aangezien die wapens aan harmonisatie onderworpen zijn, vallen zij niet in het toepassingsgebied van deze verordening.

 

_________
1 PB L 256 van 13.9.1991, blz. 51. Richtlijn zoals gewijzigd door ...

Motivering

Om het toepassingsgebied van de verordening te verduidelijken.

Amendement 12

Overweging 9

(9) Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid bepaalt dat uitsluitend veilige producten in de handel mogen worden gebracht. De richtlijn geeft de autoriteiten de bevoegdheid gevaarlijke producten met onmiddellijke ingang te verbieden of om een product dat gevaarlijk kan zijn tijdelijk, voor zolang dit voor de verschillende controles, onderzoeken of veiligheidsbeoordelingen noodzakelijk is, te verbieden. Het is daarom noodzakelijk maatregelen die de lidstaten uit hoofde van de nationale wetgeving tot uitvoering van Richtlijn 2001/95/EG nemen, van het toepassingsgebied van deze verordening uit te sluiten.

(9) Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid bepaalt dat uitsluitend veilige producten in de handel mogen worden gebracht alsmede welke verplichtingen inzake productveiligheid op de producenten en distributeurs rusten. De richtlijn geeft de autoriteiten de bevoegdheid gevaarlijke producten met onmiddellijke ingang te verbieden of om een product dat gevaarlijk kan zijn tijdelijk, voor zolang dit voor de verschillende controles, onderzoeken of veiligheidsbeoordelingen noodzakelijk is, te verbieden. De richtlijn staat de bevoegde autoriteiten ook toe de nodige acties te ondernemen om met vereiste spoed een of meer passende maatregelen toe te passen zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, punten b) tot en met f) ervan, wanneer producten een ernstig risico opleveren. Maatregelen die de lidstaten uit hoofde van de nationale wetgeving tot uitvoering van artikel 8, lid 1, punten d) tot en met f) en artikel 8, lid 3 van Richtlijn 2001/95/EG nemen, moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

Motivering

Om de verhouding te verduidelijken tussen deze verordening en de richtlijn inzake algemene productveiligheid, waarmee een specifieke procedure wordt vastgesteld om het in de handel brengen van gevaarlijke consumptiegoederen tijdelijk of definitief te verbieden.

Amendement 13

Overweging 10

(10) Bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden is onder meer een systeem voor snelle waarschuwingen ingesteld, voor kennisgevingen van het bestaan van een direct of indirect risico voor de gezondheid van de mens, verband houdend met een levensmiddel of diervoeder. De verordening verplicht de lidstaten ertoe om de Commissie door middel van het systeem voor snelle waarschuwingen onverwijld in kennis te stellen van elke door hen vastgestelde maatregel die, met het oog op de bescherming van de gezondheid van de mens, het in de handel brengen van een product beperkt of het uit de handel nemen of het terugroepen van levensmiddelen of diervoeders voorschrijft en waarvoor snelle actie vereist is. Maatregelen die de nationale autoriteiten ingevolge artikel 50, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 178/2002 hebben genomen, moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

(10) Bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden is onder meer een systeem voor snelle waarschuwingen ingesteld, voor kennisgevingen van het bestaan van een direct of indirect risico voor de gezondheid van de mens, verband houdend met een levensmiddel of diervoeder. De verordening verplicht de lidstaten ertoe om de Commissie door middel van het systeem voor snelle waarschuwingen onverwijld in kennis te stellen van elke door hen vastgestelde maatregel die, met het oog op de bescherming van de gezondheid van de mens, het in de handel brengen van een product beperkt of het uit de handel nemen of het terugroepen van levensmiddelen of diervoeders voorschrijft en waarvoor snelle actie vereist is. Maatregelen die de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ingevolge artikel 50, lid 3, onder a), en artikel 54 van Verordening (EG) nr. 178/2002 hebben genomen, moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

Motivering

Om de verhouding te verduidelijken tussen deze verordening en Verordening 178/2002, waarmee een specifiek "systeem voor snelle waarschuwingen" wordt ingesteld voor kennisgevingen van het bestaan van een direct of indirect risico voor de gezondheid van de mens, verband houdend met een levensmiddel of diervoeder, overeenkomstig artikel 50 ervan. Bovendien staat Verordening 178/2002 de lidstaten toe tijdelijke beschermende maatregelen te nemen overeenkomstig artikel 54 ervan. De twee genoemde bepalingen garanderen bijgevolg dat gevaarlijke levensmiddelen of diervoeders uit de handel worden genomen.

Amendement 14

Overweging 11

(11) Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn bevat algemene voorschriften voor de uitvoering van officiële controles op de naleving van voorschriften die in het bijzonder zijn gericht op het voorkomen, wegnemen of tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen van rechtstreekse of door het milieu veroorzaakte risico's voor mens en dier, op het zorgen voor eerlijke praktijken in de handel in levensmiddelen en diervoeders en op het beschermen van de belangen van de consument, onder meer door de etikettering van diervoeders en levensmiddelen en andere vormen van consumentenvoorlichting. De verordening bevat een specifieke procedure om ervoor te zorgen dat de marktdeelnemer in geval van niet-naleving de situatie rechtzet. Het is derhalve noodzakelijk maatregelen van de nationale autoriteiten uit hoofde van artikel 54 van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het toepassingsgebied van deze verordening uit te sluiten.

schrappen

Motivering

Het gevolg van de uitsluiting van artikel 54 van Verordening 882/2004 van het toepassingsgebied van het voorstel zou zijn dat alle niet-geharmoniseerde nationale voorschriften op het gebied van levensmiddelen en diervoeders uitsluitend onder artikel 54 vallen. Bedoeling met het amendement is de verwijzing naar artikel 54 te schrappen en dit onder deze verordening te laten vallen. Zo kan het willekeurig uit de handel nemen van producten, in strijd met het principe van wederzijdse erkenning, worden voorkomen.

Amendement 15

Overweging 13

(13) Richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem en Richtlijn 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem bevatten bepalingen betreffende de geleidelijke harmonisatie van de systemen en de exploitatie door de stapsgewijze vaststelling van technische specificaties inzake interoperabiliteit. De systemen en de uitrusting die binnen het toepassingsgebied van die richtlijnen vallen, moeten daarom van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

(13) Richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem en Richtlijn 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem bevatten bepalingen betreffende de geleidelijke harmonisatie van de systemen en de exploitatie door de stapsgewijze vaststelling van technische specificaties inzake interoperabiliteit. De systemen en interoperabiliteitsonderdelen die binnen het toepassingsgebied van die richtlijnen vallen, moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

Motivering

Ter wille van de consistentie met Richtlijn 96/48/EG.

Amendement 16

Overweging 13 bis (nieuw)

 

(13 bis) Met verordening (EG) nr. .../... van het Europees Parlement en de Raad van ... [tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het in de handel brengen van producten] wordt een accreditatiesysteem ingesteld waarmee de wederzijdse erkenning wordt gegarandeerd van het bekwaamheidsniveau van conformiteitsbeoordelingsinstanties. Bijgevolg kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten niet langer testverslagen en certificaten weigeren die door geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties zijn afgegeven, op grond dat deze instanties niet bekwaam zijn. Voorts kunnen de lidstaten ook tests en certificaten accepteren die door andere conformiteitsbeoordelingsinstanties zijn afgegeven.

Amendement 17

Overweging 13 ter (nieuw)

 

(13 ter) Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij1 verplicht de lidstaten om de Commissie en de andere lidstaten onverwijld ieder ontwerp voor een technisch voorschrift betreffende industrieel vervaardigde producten, landbouwproducten en visproducten mee te delen en kennis van de redenen te geven waarom de vaststelling van dit technisch voorschrift nodig is. Er moet evenwel voor worden gezorgd dat het principe van wederzijdse erkenning na de goedkeuring van een technisch voorschrift in individuele gevallen voor individuele producten correct wordt toegepast. Met deze verordening wordt een procedure ingesteld voor de toepassing van het principe van wederzijdse erkenning in individuele gevallen, via de verplichting voor de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming om te bewijzen om welke technische of wetenschappelijke redenen het specifieke product in zijn bestaande vorm in de lidstaat van bestemming niet in de handel kan worden gebracht, overeenkomstig de artikelen 28 en 30 van het Verdrag.

 

_________
1 PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37. Richtlijn zoals laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 2006/96/EG van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 81).

Motivering

Om de verschillen te verduidelijken tussen Richtlijn 98/34/EG en deze verordening. Overeenkomstig Richtlijn 98/34/EG moeten de lidstaten de Commissie ieder ontwerp voor een technisch voorschrift meedelen vóór het wordt goedgekeurd en toegepast. Met deze verordening wordt een procedure ingesteld waarbij de bevoegde autoriteiten hun technische voorschriften kunnen toepassen op producten die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht, op voorwaarde dat aan de voorwaarden in artikel 4 is voldaan.

Amendement 18

Overweging 14

(14) De nationale autoriteiten moeten in elk geval aantonen dat de toepassing van nationale technische voorschriften op specifieke, in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte producten tot de toegestane uitzonderingen behoren.

(14) De procedure waarin deze verordening voorziet, houdt geen vergelijking in tussen de technische voorschriften van de lidstaat waar het product of producttype in kwestie legaal in de handel is gebracht en die van de lidstaat van bestemming. De wederzijdse erkenning is beperkt tot een analyse door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming van de noodzaak en de proportionaliteit van de toepassing van zijn eigen technische voorschrift in een specifiek geval. De bevoegde autoriteiten moeten bijgevolg in elk geval aan de betrokken marktdeelnemers bewijzen, op basis van de technische of wetenschappelijke elementen die hierover voorhanden zijn, dat er dwingende redenen van openbaar belang zijn om hun technische voorschriften op het product of producttype in kwestie toe te passen en dat geen beroep op minder beperkende maatregelen kan worden gedaan. De schriftelijke kennisgeving moet de marktdeelnemer in staat stellen te goeder trouw commentaar over alle relevante aspecten van het voorgenomen besluit om de markttoegang te beperken, te leveren. Niets belet de bevoegde autoriteit om actie te ondernemen indien de marktdeelnemer niet binnen de gestelde termijn heeft gereageerd.

Motivering

Ter verduidelijking van de procedure in artikel 4, waarbij de bevoegde autoriteiten hun technische voorschriften toepassen op producten die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht.

Amendement 19

Overweging 14 bis (nieuw)

 

(14 bis) Het concept van dwingende redenen van openbaar belang waarnaar in sommige bepalingen van deze verordening wordt verwezen, is een evoluerend concept dat is ontworpen door het Hof van Justitie in zijn rechtspraak in verband met de artikelen 28 en 30 van het Verdrag. Dit concept bestrijkt onder meer de doeltreffendheid van fiscale controles, de eerlijkheid van handelstransacties, de consumentenbescherming, de bescherming van het milieu, het behoud van de diversiteit van de pers en het risico op ernstige aantasting van het financiële evenwicht van het socialezekerheidsstelsel. Dergelijke dwingende redenen kunnen de toepassing van technische voorschriften door de bevoegde autoriteiten rechtvaardigen. Die toepassing mag evenwel geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten vormen. Voorts moeten de principes van noodzaak en proportionaliteit altijd worden geëerbiedigd met betrekking tot de vraag of door de bevoegde autoriteiten werkelijk de minst beperkende maatregel is geselecteerd.

Motivering

Meer juridische duidelijkheid, door een verwijzing naar de rechtspraak van het Hof van Justitie.

Amendement 20

Overweging 14 ter (nieuw)

 

(14 ter) Tijdens de toepassing van de procedure waarin deze verordening voorziet, mag de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming het op zijn markt brengen van een product of producttype dat in een andere lidstaat legaal in de handel is gebracht niet verbieden of beperken. Het is evenwel passend dat de bevoegde autoriteiten voorlopige maatregelen goedkeuren, als snel optreden is vereist om schade aan de veiligheid en gezondheid van gebruikers te voorkomen. Deze voorlopige maatregelen mogen ook door de bevoegde autoriteiten worden goedgekeurd om te voorkomen dat op hun grondgebied een product in de handel wordt gebracht waarvoor een absoluut verbod geldt wat de vervaardiging en het in de handel brengen ervan betreft, om redenen die verband houden met de openbare zeden of de openbare veiligheid. De lidstaten moeten daarom in elke fase van de procedure waarin deze verordening voorziet, het in de handel brengen op hun grondgebied van een product of producttype in deze omstandigheden tijdelijk kunnen opschorten.

Motivering

Om de procedure waarin deze verordening voorziet, te verduidelijken. Volgens deze procedure kunnen de lidstaten voorlopige maatregelen goedkeuren om het in de handel brengen van een product tijdelijk op te schorten, terwijl de procedure wordt toegepast, op voorwaarde dat aan de voorwaarden in artikel 4 bis is voldaan. Na de toepassing van de procedure kan de bevoegde autoriteit besluiten het in de handel brengen van het product in kwestie permanent te verbieden.

Amendement 21

Overweging 15

(15) Elk nationaal besluit waarop deze verordening van toepassing is, moet de beschikbare beroepsmogelijkheden specificeren, zodat de marktdeelnemers een zaak bij de bevoegde nationale rechterlijke instantie aanhangig kunnen maken.

(15) Elk besluit waarop deze verordening van toepassing is, moet de beschikbare beroepen in rechte specificeren, zodat de marktdeelnemers een zaak aanhangig kunnen maken bij de bevoegde nationale rechterlijke instantie, die de marktdeelnemer kan toestaan om schadevergoeding te eisen.

Motivering

Voor meer juridische duidelijkheid met betrekking tot de beroepen die in het besluit moeten worden gespecificeerd. Het besluit kan ook elders worden goedgekeurd dan op nationaal niveau, afhankelijk van de administratieve systemen en de toewijzing van functies binnen de lidstaten.

Amendement 22

Overweging 15 bis (nieuw)

 

(15 bis) Het is passend dat de marktdeelnemer ook wordt geïnformeerd over de beschikbaarheid van niet-gerechtelijke probleemoplossingsmechanismen in de lidstaat van bestemming, zoals het Solvit-systeem, om rechtsonzekerheid en de kosten die bij lange gerechtelijke procedures worden opgelopen, te voorkomen.

Motivering

Enquêtes tonen aan dat maar 4% van de bedrijven die op een handelsbelemmering stoten, een klacht indienen. Bijgevolg moet beroep op niet-gerechtelijke probleemoplossingsmechanismen worden aangemoedigd, om vlot een oplossing te vinden en de kosten te voorkomen die bedrijven bij gerechtelijke procedures oplopen. Het Solvit-systeem kan op dit gebied een belangrijke rol spelen.

Amendement 23

Overweging 15 ter (nieuw)

 

(15 ter) Wanneer een bevoegde instantie het besluit heeft genomen een product op grond van een technisch voorschrift overeenkomstig de procedurevoorschriften van deze verordening uit te sluiten, hoeft elke verdere actie die zij in verband met dit product of producttype onderneemt en die op dat besluit is gebaseerd, niet aan de bepalingen van deze verordening te voldoen.

Motivering

In dit soort gevallen heeft de desbetreffende marktdeelnemer reeds het voordeel gehad van de procedurele bescherming van deze verordening Wanneer een bevoegde instantie bijvoorbeeld conform de bepalingen van deze verordening een marktdeelnemer gelast om een bepaald product van de markt te nemen, en later vaststelt dat deze marktdeelnemer hetzelfde product opnieuw op de markt heeft gebracht, behoeft zij noch haar oorspronkelijke besluit, noch de vervolgmaatregelen in verband met het oorspronkelijke besluit, opnieuw te motiveren.

Amendement 24

Overweging 19

(19) Om het vrije goederenverkeer te vergemakkelijken, moeten de productcontactpunten uitstekende informatie over nationale technische voorschriften en de uitvoering daarvan kunnen geven. Omdat de oprichting van productcontactpunten niet in de weg mag staan aan de toewijzing van functies aan de bevoegde instanties binnen elk nationaal regelgevingssysteem, moet het aantal productcontactpunten per lidstaat kunnen variëren naargelang de regionale of plaatselijke bevoegdheden.

(19) Om het vrije goederenverkeer te vergemakkelijken en de administratieve samenwerking te intensiveren, moeten de productcontactpunten informatie kunnen verstrekken over de toepassing van het principe van wederzijdse erkenning in de lidstaat van bestemming, overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. Voorts moeten de productcontactpunten informatie verstrekken over de technische voorschriften en de contactgegevens van de bevoegde autoriteiten op hun grondgebied. De productcontactpunten moeten worden aangemoedigd de informatie ter beschikking te stellen via een website en in andere communautaire talen. De productcontactpunten kunnen de marktdeelnemer ook praktische assistentie bieden tijdens de procedure voor de toepassing van technische voorschriften waarin deze verordening voorziet.

Motivering

De overweging heeft alleen betrekking op de taken die in artikel 8 aan de productcontactpunten worden toegewezen. De oprichting van de productcontactpunten komt aan bod in overweging 20.

Amendement 25

Overweging 20

(20) De lidstaten moeten de rol van productcontactpunt niet alleen kunnen toevertrouwen aan bestaande overheidsdiensten, maar ook aan kamers van koophandel, beroepsorganisaties of particuliere organisaties, teneinde de administratieve kosten voor de ondernemingen en de bevoegde instanties niet te laten toenemen.

(20) Omdat de oprichting van productcontactpunten niet in de weg mag staan aan de toewijzing van functies aan bevoegde autoriteiten binnen elk nationaal regelgevingssysteem, moeten de lidstaten productcontactpunten kunnen oprichten volgens de regionale of plaatselijke bevoegdheden. De lidstaten moeten de rol van productcontactpunt kunnen toevertrouwen aan bestaande contactpunten die zijn opgericht overeenkomstig andere communautaire instrumenten, met name de één-loketten ingesteld op grond van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, om een onnodige wildgroei aan contactpunten te voorkomen en de administratieve procedures te vereenvoudigen. De lidstaten moeten de rol van productcontactpunt bovendien niet alleen kunnen toevertrouwen aan bestaande overheidsdiensten, maar ook aan Solvit-centra, kamers van koophandel, beroepsorganisaties of particuliere organisaties, teneinde de administratieve kosten voor de ondernemingen en de bevoegde instanties niet te laten toenemen.

 

_________
1 PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.

Amendement 26

Overweging 21

(21) De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de productcontactpunten de beschikking kunnen krijgen over gedetailleerde informatie over elk besluit waarop deze verordening van toepassing is, en deze op verzoek kunnen leveren, tenzij openbaarmaking van dergelijke informatie ten koste gaat van de bescherming van de commerciële belangen, met inbegrip van de intellectuele eigendom, van een marktdeelnemer.

schrappen

Motivering

Ter wille van de consistentie met de taken die overeenkomstig artikel 8 aan de productcontactpunten zijn toegewezen.

Amendement 27

Overweging 22

(22) De lidstaten en de Commissie moeten nauw samenwerken bij de opleiding van het personeel van de productcontactpunten en bij het stimuleren van de productcontactpunten om informatie over de toepassing van de nationale technische voorschriften in andere talen van de Gemeenschap beschikbaar te stellen.

(22) De lidstaten en de Commissie moeten nauw samenwerken bij de opleiding van het personeel van de productcontactpunten.

Motivering

Om als echte "helpdesk" te kunnen fungeren moet het personeel van de productcontactpunten adequate opleiding krijgen. De verplichting informatie te verstrekken in andere communautaire talen komt al aan bod in overweging 19.

Amendement 28

Overweging 24

(24) Er moeten betrouwbare en efficiënte controle- en evaluatiemechanismen worden vastgesteld, zodat informatie over de uitvoering van deze verordening beschikbaar komt.

(24) Er moeten betrouwbare en efficiënte mechanismen voor periodieke controle en evaluatie worden vastgesteld, zodat informatie over de toepassing van deze verordening beschikbaar komt en ervoor wordt gezorgd dat het principe van wederzijdse erkenning door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten naar behoren wordt toegepast.

Motivering

In Beschikking 3052/95/EG, die met deze verordening wordt ingetrokken, werd bepaald dat de lidstaten de Commissie en de andere lidstaten moesten informeren, wanneer zij wederzijdse erkenning weigerden. Dit werd in de praktijk evenwel niet gedaan. Om te garanderen dat het principe van wederzijdse erkenning door de lidstaten correct wordt toegepast, moet deze verordening voorzien in effectieve mechanismen voor periodieke controle.

Amendement 29

Overweging 24 bis (nieuw)

 

(24 bis) Deze verordening is van toepassing op producten of aspecten van producten waarvoor geen communautaire harmonisatiewetgeving geldt die bedoeld zijn om handelsbelemmeringen tussen lidstaten als gevolg van het bestaan van uiteenlopende nationale technische voorschriften te verwijderen. De bepalingen van deze communautaire maatregelen hebben vaak een exhaustief karakter en in dat geval mogen de lidstaten het in de handel brengen op hun grondgebied van producten die aan de harmonisatiemaatregel voldoen, niet verbieden, beperken of belemmeren. Sommige communautaire harmonisatiewetgeving staat de lidstaten evenwel toe op nationaal niveau bijkomende technische voorwaarden aan het in de handel brengen en het gebruik van een product te verbinden. Dergelijke bijkomende voorwaarden kunnen onderworpen zijn aan de artikelen 28 en 30 van het Verdrag en aan de bepalingen van deze verordening. Daarom is het voor de efficiënte toepassing van deze verordening passend dat de Commissie een indicatieve lijst vaststelt van producten die in het toepassingsgebied ervan zouden vallen.

Motivering

One of the reasons why the free movement of goods is far from being achieved in the non-harmonised area, is the lack of legal certainty about the scope of the principle of mutual recognition. It is often unclear to which categories of products mutual recognition applies. This means that, for every special aspect of a product, companies and administrations need to examine first whether it is regulated at Community level, before concluding whether mutual recognition applies. The Commission could therefore establish a list of products in order to provide legal certainty about the scope of this Regulation, provided that such a list is purely indicative.

Amendement 30

Overweging 25 bis (nieuw)

 

(25 bis) Het is passend te voorzien in een overgangsperiode voor de bepalingen van deze verordening betreffende de oprichting en de taken van de productcontactpunten, om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen zich aan de vereisten van deze verordening aan te passen.

Motivering

De lidstaten zullen tijd nodig hebben om de productcontactpunten op te richten. Aangezien de lidstaten worden aangemoedigd deze rol toe te vertrouwen aan bestaande structuren, in het bijzonder aan contactpunten die zijn opgericht overeenkomstig andere communautaire instrumenten, moet een overgangsperiode van drie maanden volstaan.

Amendement 31

Artikel 1, titel (nieuw)

 

Werkingssfeer

Motivering

Voor de juridische duidelijkheid is het passend boven alle bepalingen van deze verordening een titel te plaatsen.

Amendement 32

Artikel 1, lid -1 (nieuw)

 

-1. Het doel van de verordening is de werking van de interne markt met vrije en onverstoorde mededinging te versterken, door het vrije verkeer van producten te verbeteren en tevens te zorgen voor een hoge mate van consumentenbescherming en productveiligheid.

Motivering

Er mag bij deze verordening niet alleen worden gefocust op een versterking van de werking van de interne markt, maar er moet tegelijk ook aandacht worden besteed aan een interne markt voor goederen met een hoog niveau van consumentenbescherming en productveiligheid.

Amendement 33

Artikel 1, alinea 1

Deze verordening bevat de regels en procedures die de nationale autoriteiten moeten volgen wanneer zij een besluit, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, met betrekking tot het vrije verkeer van een in een andere lidstaat legaal in de handel gebracht product nemen of voornemens zijn te nemen.

1. Deze verordening bevat de regels en procedures die de bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten volgen wanneer zij een besluit, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, dat het vrije verkeer van een in een andere lidstaat legaal in de handel gebracht product hindert, nemen of voornemens zijn te nemen, met inachtneming van artikel 28 van het EG-Verdrag.

Motivering

Om duidelijker te stellen wat het doel van deze verordening is. De toepassing van technische voorschriften op producten die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht, is een hinderpaal die de intracommunautaire handel belemmert, als gesteld in vaste rechtspraak van het Hof van Justitie.

Amendement 34

Artikel 1, alinea 2

Ook voorziet zij in de oprichting, in elke lidstaat, van productcontactpunten voor het verstrekken van informatie over onder meer de toepasselijke nationale technische voorschriften.

2. Ook voorziet zij in de oprichting van productcontactpunten in de lidstaten voor het verstrekken van informatie en praktische assistentie aan marktdeelnemers en voor de intensivering van de administratieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

Motivering

Ter wille van de coherentie met de taken die overeenkomstig artikel 8 van de verordening aan de productcontactpunten zijn toegewezen.

Amendement 35

Artikel 2, titel (nieuw)

 

Toepassingsgebied

Motivering

Voor de juridische duidelijkheid is het passend boven alle bepalingen van deze verordening een titel te plaatsen.

Amendement 36

Artikel 2, lid 1, inleidende formule

1. Deze verordening is van toepassing op besluiten die ten aanzien van in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte industrie-, landbouw- en visserijproducten op basis van een technisch voorschrift worden genomen, wanneer het besluit direct of indirect tot gevolg heeft dat:

1. Deze verordening is van toepassing op administratieve besluiten die op grond van een technisch voorschrift als gedefinieerd in lid 2 ten aanzien van in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte producten, inclusief landbouw- en visserijproducten, worden genomen of voorgenomen, wanneer het besluit direct of indirect tot gevolg heeft dat:

Motivering

Met dit amendement wordt het toepassingsgebied van de verordening niet uitgebreid, maar meer juridische duidelijkheid geboden. In feite moet deze verordening van toepassing zijn op alle producten op niet-geharmoniseerde terreinen die in een lidstaat legaal in de handel zijn gebracht. Producten die door de producten worden vervaardigd voor eigen gebruik, worden niet in de handel gebracht en vallen bijgevolg automatisch buiten het toepassingsgebied.

Amendement 37

Artikel 2, lid 1, letter a)

a) dat product of producttype wordt verboden;

schrappen

Motivering

Punt a) is niet nodig, aangezien het verbieden van producten impliciet is opgenomen in punt b) (het in de handel brengen van dat product niet wordt toegestaan) en punt d) (dat product uit de handel moet worden genomen).

Amendement 38

Artikel 2, lid 1, alinea 2

Voor de doeleinden van de eerste alinea, punt c), gaat het bij de aldaar bedoelde wijziging van het product of het producttype om elke wijziging van een of meer van de kenmerken van een specifiek product of producttype, zoals opgenomen in een technische specificatie in de zin van artikel 1, lid 3, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad.

Voor de doeleinden van de eerste alinea, punt c), gaat het bij de aldaar bedoelde wijziging van het product of het producttype om elke wijziging van een of meer van de kenmerken van een specifiek product of producttype, zoals opgenomen in lid 2, a).

Motivering

Om rechtsonzekerheid te voorkomen moet voor de kenmerken worden verwezen naar deze verordening in plaats van naar Richtlijn 98/34/EG.

Amendement 39

Artikel 2, lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis. Deze verordening is niet van toepassing op gerechtelijke beslissingen van nationale rechterlijke instanties.

(Zie amendement op artikel 3, lid 1)

Motivering

De tekst van artikel 3, lid 1 wordt verplaatst naar artikel 2, dat betrekking heeft op het toepassingsgebied van de verordening.

Amendement 40

Artikel 2, lid 2

2. Voor de doeleinden van deze verordening betekent een technisch voorschrift een wet, reglement of administratieve bepaling van een lidstaat, die niet op Gemeenschapsniveau is geharmoniseerd, waarvan naleving verplicht is voor het in de handel brengen of het gebruik van een product of producttype op het grondgebied van een lidstaat en waarin een van de volgende elementen is vastgesteld:

2. Voor de doeleinden van deze verordening betekent een technisch voorschrift een wet, reglement of administratieve bepaling van een lidstaat, die niet op Gemeenschapsniveau is geharmoniseerd en:

 

a) waarmee het in de handel brengen of het gebruik van een product of producttype op het grondgebied van deze lidstaat wordt verboden, of

 

b) waarvan naleving verplicht is, wanneer een product of producttype op het grondgebied van deze lidstaat in de handel wordt gebracht of wordt gebruikt,

 

en waarin een van de volgende elementen is vastgesteld:

a) de voor dat product of producttype vereiste kenmerken, zoals het kwaliteits-, prestatie- of veiligheidniveau of de afmetingen, alsmede eisen ten aanzien van het product of het producttype met betrekking tot de naam waaronder het wordt verkocht, de bewoordingen, symbolen, tests en testmethoden, verpakking, markering, etikettering en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

(i) de voor dat product of producttype vereiste kenmerken, zoals het kwaliteits-, prestatie- of veiligheidniveau of de afmetingen, alsmede eisen ten aanzien van het product of het producttype met betrekking tot de naam waaronder het wordt verkocht, de bewoordingen, symbolen, verpakking, markering of etikettering;

b) elk ander vereiste dat aan het product of het producttype wordt gesteld ter bescherming van de consument of het milieu en dat van invloed is op de levenscyclus van het product nadat dit in de handel is gebracht, zoals de gebruiksvoorwaarden, recycling, hergebruik of verwijdering, wanneer deze voorwaarden een significante invloed kunnen hebben op de samenstelling of de aard van het product of het producttype of op het in de handel brengen ervan.

(ii) elk ander vereiste dat aan het product of het producttype wordt gesteld ter bescherming van de consument of het milieu en dat van invloed is op de levenscyclus van het product nadat dit in de handel is gebracht, zoals de gebruiksvoorwaarden, recycling, hergebruik of verwijdering, wanneer deze voorwaarden een significante invloed kunnen hebben op de samenstelling of de aard van het product of het producttype of op het in de handel brengen ervan.

 

(iii) tests en testmethoden, testverslagen of -certificaten

Amendement 41

Artikel 3, titel (nieuw)

 

Verhouding tot andere bepalingen van het Gemeenschapsrecht

Motivering

Voor de juridische duidelijkheid is het passend boven alle bepalingen van deze verordening een titel te plaatsen.

Amendement 42

Artikel 3, lid 1

1. Deze verordening is niet van toepassing op gerechtelijke beslissingen van nationale rechterlijke instanties.

schrappen

Motivering

Aangezien artikel 3 betrekking heeft op de verhouding tussen deze verordening en andere communautaire instrumenten, is artikel 3, lid 1 beter op zijn plaats in artikel 2, dat betrekking heeft op het toepassingsgebied.

Amendement 43

Artikel 3, lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis. Deze verordening is niet van toepassing op systemen en interoperabiliteitsonderdelen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 96/48/EG en Richtlijn 2001/16/EG vallen.

(Zie amendement op artikel 3, lid 3)

Motivering

De tekst van artikel 3, lid 3 wordt verplaatst naar het nieuwe eerste lid van artikel 3, voor meer juridische duidelijkheid.

Amendement 44

Artikel 3, lid 2

2. Deze verordening is niet van toepassing op maatregelen van de nationale autoriteiten van de lidstaten krachtens:

2. Deze verordening is niet van toepassing op maatregelen van de autoriteiten van de lidstaten krachtens:

a) artikel 8, onder d), e) en f), van Richtlijn 2001/95/EG;

a) artikel 8, lid 1, onder d) tot en met f) en artikel 8, lid 3 van Richtlijn 2001/95/EG;

b) artikel 50, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 178/2002;

b) artikel 50, lid 3, onder a) en artikel 54 van Verordening (EG) nr. 178/2002;

c) artikel 54 van Verordening (EG) nr. 882/2004;

 

d) artikel 14 van Richtlijn 2004/49/EG.

d) artikel 14 van Richtlijn 2004/49/EG.

Motivering

The reference to the Directive on General Product Safety relates only to dangerous consumer goods. The exclusion of Article 54 of Regulation 882/2004 goes against the purpose of Article 3. Article 54 establishes that when the competent authority identifies non-compliance with food or feed law, whether at Community level or at national level, it shall take action including for example, the restriction or prohibition of the placing on the market of feed or food. Therefore, the consequence of its exclusion from the scope of this Regulation would be that, when the competent authority identifies non-compliance of food/feed with their national law, it would be able to take any of those actions, which is against the principle of mutual recognition.

Amendement 45

Artikel 3, lid 3

3. Deze verordening is niet van toepassing op systemen en uitrusting die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 96/48/EG en Richtlijn 2001/16/EG vallen.

schrappen

(Tekst verplaatst naar lid 1 bis)

Motivering

Voor meer juridische duidelijkheid.

Amendement 46

Hoofdstuk II, titel

Toepassing van een technisch voorschrift

Procedure voor de toepassing van een technisch voorschrift van de lidstaat van bestemming

Motivering

In hoofdstuk II wordt de procedure beschreven volgens welke de lidstaat van bestemming kan besluiten wederzijdse erkenning te weigeren en in plaats hiervan op producten die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht, zijn eigen technische voorschriften toe te passen.

Amendement 47

Artikel 3 bis (nieuw)

 

Artikel 3 bis

 

Informatie over het product

 

Wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming een product of producttype onderwerpt aan een controle om te bepalen of zij al dan niet een besluit neemt in de zin van artikel 2, lid 1, kan zij de marktdeelnemer, met inachtneming van het proportionaliteitsprincipe, met name verzoeken om het volgende:

 

a) relevante informatie over de kenmerken van het product of het producttype in kwestie; of

 

b) relevante en onmiddellijk beschikbare informatie over het rechtmatig in de handel brengen van een product in een andere lidstaat.

Motivering

De marktdeelnemer kan worden verplicht informatie voor te leggen over het rechtmatig in de handel brengen van een product. Niet voor alle producten bestaan er in alle lidstaten technische voorschriften maar toch zijn zij rechtmatig in de handel gebracht. Het beoogde besluit van de bevoegde instanties moet gebaseerd zijn op de kenmerken van het product en daarom is informatie over het product van belang.

Amendement 48

Artikel 3 ter (nieuw)

 

Artikel 3 ter

 

Wederzijdse erkenning van het bekwaamheidsniveau van geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties

 

Om redenen in verband met de bekwaamheid ervan mogen lidstaten geen certificaten en verslagen weigeren die zijn afgeleverd door een conformiteitsbeoordelingsinstantie waarvan de bekwaamheid naar behoren is gecertificeerd met een accreditatiecertificaat voor het juiste gebied van conformiteitsbeoordelingsactiviteit dat overeenkomstig Verordening (EG) nr..../... [inzake de voorschriften voor accreditatie en markttoezicht in verband met de handel in producten] is afgegeven.

Motivering

Certificates and test reports can no longer be refused on the sole ground of lack of competence of a conformity assessment body, which has been accredited in accordance with the proposed Regulation setting out requirements for accreditation and market surveillance activities. If a conformity assessment body is no longer competent, it will be up to the national accreditation body to adopt the necessary measures. However, competent authorities may still refuse certificates on other grounds (test reports are incomplete, additional tests are needed etc), if the competent authorities justify it in accordance with the procedure established in Article 4 of this Regulation.

Amendement 49

Artikel 4, titel (nieuw)

 

Beoordeling van de noodzaak een technisch voorschrift van de lidstaat van bestemming toe te passen

Motivering

Voor de juridische duidelijkheid is het passend boven alle bepalingen van deze verordening een titel te plaatsen.

Amendement 50

Artikel 4, lid 1

1. Wanneer een nationale autoriteit voornemens is een besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, vast te stellen, stelt zij de overeenkomstig artikel 5 geïdentificeerde marktdeelnemer schriftelijk van haar voornemen in kennis, waarbij zij specificeert op welk technisch voorschrift haar besluit zal worden gebaseerd en voldoende technisch of wetenschappelijk bewijs aanvoert ter onderbouwing van het feit dat het voorgenomen besluit gerechtvaardigd is op een van de in artikel 30 van het Verdrag genoemde gronden of gezien een andere dwingende reden van openbaar belang en dat het besluit geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken en niet verder gaat dan nodig is om dat doel te bereiken.

1. Wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming voornemens is een besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, vast te stellen, stelt zij de overeenkomstig artikel 5 geïdentificeerde marktdeelnemer schriftelijk van haar voornemen in kennis, waarbij zij specificeert op welk technisch voorschrift haar besluit zal worden gebaseerd en het technische of wetenschappelijke bewijs aanvoert

 

a) ter onderbouwing van het feit dat het voorgenomen besluit gerechtvaardigd is op een van de in artikel 30 van het Verdrag genoemde gronden of gezien een andere dwingende reden van openbaar belang en

 

b) dat het voorgenomen besluit geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken en niet verder gaat dan nodig is om dat doel te bereiken.

 

Elk voorgenomen besluit wordt gebaseerd op de kenmerken van het product of het producttype in kwestie.

De betrokken marktdeelnemer krijgt na ontvangst van de kennisgeving ten minste twintig werkdagen tijd om commentaar te leveren.

De betrokken marktdeelnemer krijgt na ontvangst van de kennisgeving ten minste twintig werkdagen tijd om commentaar te leveren. Deze kennisgeving vermeldt de termijn voor de indiening van commentaar. Als binnen die termijn geen reactie van de marktdeelnemer is ontvangen, mag de bevoegde autoriteit actie ondernemen.

Motivering

Bij de beoordeling van de noodzaak om een besluit te nemen, baseert de lidstaat van bestemming het onderzoek op de kenmerken van het product en niet op het bestaan of de inhoud van de technische voorschriften in de lidstaat waar het product rechtmatig in de handel is gebracht.

Amendement 51

Artikel 4, lid 2, alinea 1

2. Elk besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, wordt aan de betrokken marktdeelnemer bekendgemaakt onder opgave van de redenen waarop het is gebaseerd, met inbegrip van de redenen waarom aan de door de marktdeelnemer aangevoerde argumenten werd voorbijgegaan.

2. Elk besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, wordt genomen en aan de betrokken marktdeelnemer en de Commissie bekendgemaakt binnen 20 werkdagen na de verstrijking van de in lid 1 genoemde tijdslimiet voor de ontvangst van commentaar van de marktdeelnemer. Er wordt naar behoren rekening in gehouden met de door de marktdeelnemer ingediende commentaar en er worden de redenen in opgegeven waarop het is gebaseerd, met inbegrip van de redenen waarom aan de eventueel door de marktdeelnemer aangevoerde argumenten werd voorbijgegaan en van het in lid 1 genoemde technische of wetenschappelijke bewijs.

Amendement 52

Artikel 4, lid 2, alinea 2

Ook worden de ingevolge de in de betrokken lidstaat toepasselijke bepalingen openstaande rechtsmiddelen en de beroepstermijn gespecificeerd.

Ook worden de ingevolge de in de betrokken lidstaat toepasselijke bepalingen openstaande rechtsmiddelen en de beroepstermijn gespecificeerd. De besluiten kunnen voor nationale rechterlijke instanties of andere beroepsinstanties worden aangevochten.

Motivering

Voor meer juridische duidelijkheid wordt de tekst van artikel 6 verplaatst naar artikel 4.

Amendement 53

Artikel 4, lid 3

3. Wanneer de nationale autoriteiten na de schriftelijke kennisgeving overeenkomstig lid 1 van dit artikel besluiten geen besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, te nemen, stellen zij de betrokken marktdeelnemer daarvan in kennis.

3. Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming na de schriftelijke kennisgeving overeenkomstig lid 1 van dit artikel besluiten geen besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, te nemen, stellen zij de betrokken marktdeelnemer daarvan onmiddellijk in kennis.

Motivering

Als de bevoegde autoriteit besluit het principe van wederzijdse erkenning toe te passen, moet de marktdeelnemer daarvan onmiddellijk in kennis worden gesteld.

Amendement 54

Artikel 4, lid 3 bis (nieuw)

 

3 bis. Als de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming de marktdeelnemer bij het volgen van de procedure waarin dit artikel voorziet, binnen de in lid 2 van dit artikel gespecificeerde termijn geen kennis van een besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1 geeft, wordt het product geacht in de lidstaat van bestemming legaal in de handel te zijn gebracht.

Motivering

Om de marktdeelnemer meer rechtszekerheid te bieden.

Amendement 55

Artikel 4 bis (nieuw)

 

Artikel 4 bis

 

Voorlopige maatregelen

 

1. Tijdens de toepassing van de procedure waarin dit hoofdstuk voorziet, schort de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming het in de handel brengen van het product of producttype in kwestie niet tijdelijk op, tenzij aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

 

(a) het product of producttype in kwestie levert bij normaal of redelijkerwijze voorzienbaar gebruik een ernstig risico op voor de veiligheid en gezondheid van de gebruikers; of

 

(b) voor het product of producttype in kwestie geldt in de lidstaat van bestemming een totaal verbod wat de vervaardiging en het in de handel brengen ervan betreft, uitsluitend om redenen van openbare zeden of openbare veiligheid;

 

2. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming informeert de marktdeelnemer en de Commissie onmiddellijk over de goedkeuring van voorlopige maatregelen als bedoeld in lid 1. Voor de maatregelen als bedoeld in lid 1, (a) gaat de kennisgeving vergezeld van de technische of wetenschappelijke motivering ervan.

 

3. De overeenkomstig dit artikel goedgekeurde voorlopige maatregelen kunnen voor de nationale rechterlijke instanties of andere beroepsinstanties worden aangevochten.

Amendement 56

Artikel 5

 

Artikel 5

Informatie aan de marktdeelnemer

 

De in artikel 4, lid 1, bedoelde schriftelijke kennisgeving wordt gestuurd naar de producent in de zin van artikel 2, onder e), van Richtlijn 2001/95/EG, wanneer zijn identiteit en contactgegevens op de verpakking of het etiket van het product of op de begeleidende documenten staan.

Het verzoek om informatie, de schriftelijke kennisgeving en het besluit zoals bedoeld in de artikelen 4 en 4 bis worden gestuurd naar de marktdeelnemer, i.e.:

 

De schriftelijke kennisgeving wordt gestuurd naar de distributeur in de zin van artikel 2, onder f), van Richtlijn 2001/95/EG, wanneer zijn identiteit en contactgegevens op de verpakking of het etiket van het product of op de begeleidende documenten staan.

a) de fabrikant van het product, indien deze in de Gemeenschap gevestigd is, en eenieder die zich als fabrikant aandient door op het product zijn naam, merk of een ander kenteken aan te brengen, of degene die het product opnieuw in goede staat brengt;

Wanneer de identiteit en de adresgegevens van de producent en de distributeur niet op de verpakking of het etiket van het product of op de begeleidende documenten staan, wordt de schriftelijke kennisgeving gestuurd naar de andere producenten en distributeurs in de zin van de in de eerste en tweede alinea genoemde bepalingen.

b) als de bevoegde autoriteit van geen enkele in a) genoemde marktdeelnemer de identiteit en contactgegevens kan achterhalen – de vertegenwoordiger van de fabrikant, indien laatstgenoemde niet in de Gemeenschap gevestigd is, of, indien er geen in de Gemeenschap gevestigde vertegenwoordiger is, de importeur van het product;

 

c) als de bevoegde autoriteit van geen enkele in a) of b) genoemde marktdeelnemer de identiteit en contactgegevens kan achterhalen – andere personen die beroepshalve betrokken zijn bij de verhandelingsketen, voor zover hun activiteiten van invloed kunnen zijn op enig kenmerk van het product dat gereguleerd wordt door het technische voorschrift dat erop wordt toegepast; of

 

d) als de bevoegde autoriteit van geen enkele in a), b) of c) genoemde marktdeelnemer de identiteit en contactgegevens kan achterhalen – elke persoon die beroepshalve betrokken is bij de verhandelingsketen en wiens activiteit niet van invloed is op enig kenmerk van het product dat gereguleerd wordt door het technische voorschrift dat erop wordt toegepast.

Motivering

This amendment aims to provide greater legal certainty as to who is to be notified under Articles 4 and 4a. The definition of "economic operator", based on the definitions of "producer" and "distributor" in Directive 2001/95/EC has been written out in full rather than being incorporated by reference as in the Commission's proposal. This is partly because it is better for readers of this relatively short Regulation not to have to turn to other pieces of legislation in order to find out what its key provisions mean, and partly because the definitions of "producer" and "distributor" in Directive 2001/95 do not quite work in the context of this Regulation. Directive 2001/95 is concerned with product safety. But the technical rules with which this Regulation is concerned do not relate only to safety matters: they include, for example, hallmarking of precious metals. It is therefore appropriate to adapt the references to professionals in the supply chain whose activity does or does not affect the safety of the product to refer to professionals in the supply chain whose activity does or does not affect any property of the product which is regulated by the technical rule which is being applied to it.

Amendement 57

Artikel 6

Elk besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, kan voor de nationale rechter worden betwist.

schrappen

Motivering

De tekst van artikel 6 wordt verplaatst naar artikel 4, lid 2 voor meer juridische duidelijkheid.

Amendement 58

Artikel 7, titel (nieuw)

 

Oprichting van productcontactpunten

Motivering

Voor de juridische duidelijkheid is het passend boven alle bepalingen van deze verordening een titel te plaatsen.

Amendement 59

Artikel 7, lid 1

1. Elke lidstaat wijst op zijn grondgebied een of meer productcontactpunten aan en deelt hun contactgegevens mee aan de andere lidstaten en aan de Commissie.

1. De lidstaten wijzen op hun grondgebied productcontactpunten aan en delen de contactgegevens daarvan mee aan de andere lidstaten en aan de Commissie.

Motivering

Om de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden onder de lidstaten in acht te nemen. Het aantal productcontactpunten kan als gevolg hiervan variëren volgens de regionale of lokale bevoegdheden.

Amendement 60

Artikel 7, lid 2

2. De Commissie publiceert de lijst van productcontactpunten en werkt deze regelmatig bij.

2. De Commissie stelt de lijst van productcontactpunten op, werkt hem regelmatig bij, en maakt hem bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

De Commissie maakt deze informatie ook beschikbaar via een website.

Motivering

De lijst van productcontactpunten wordt door de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie officieel. Om praktische redenen moet deze lijst ook beschikbaar worden gemaakt op de website die overeenkomstig deze verordening wordt geopend.

Amendement 61

Artikel 8, titel (nieuw)

 

Taken

Motivering

Voor de juridische duidelijkheid is het passend boven alle bepalingen van deze verordening een titel te plaatsen.

Amendement 62

Artikel 8, lid 1

1. De productcontactpunten verstrekken op verzoek de volgende informatie:

1. De productcontactpunten verstrekken op verzoek van een marktdeelnemer of een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat de volgende informatie:

a) de technische voorschriften die op het nationale grondgebied op een bepaald producttype van toepassing zijn;

a) de technische voorschriften die op het grondgebied van deze contactpunten op een bepaald producttype van toepassing zijn en informatie met betrekking tot de vraag of voor dat producttype op grond van de wetten van hun lidstaat een vereiste van voorafgaande toestemming geldt, samen met informatie over het principe van wederzijdse erkenning en de toepassing van deze verordening op het grondgebied van die lidstaat;

b) de contactgegevens van de nationale autoriteiten, zodat deze rechtstreeks kunnen worden gecontacteerd, met inbegrip van de gegevens betreffende de instanties die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de uitvoering van de specifieke technische voorschriften op het nationale grondgebied;

b) de contactgegevens van de bevoegde autoriteiten in hun lidstaat, zodat deze rechtstreeks kunnen worden gecontacteerd, met inbegrip van de gegevens betreffende de instanties die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de uitvoering van de specifieke technische voorschriften op het nationale grondgebied;

c) de rechtsmiddelen die op het nationale grondgebied in het algemeen beschikbaar zijn in het geval van een geschil tussen de bevoegde instanties en een producent of distributeur;

c) de rechtsmiddelen die op het nationale grondgebied in het algemeen beschikbaar zijn in het geval van een geschil tussen de bevoegde instanties en een producent of distributeur;

d) de contactgegevens van verenigingen of organisaties buiten de nationale autoriteiten, waar producenten en distributeurs op het nationale grondgebied praktische hulp kunnen krijgen.

 

Amendement 63

Artikel 8, lid 2

2. De productcontactpunten beantwoorden alle verzoeken om de in lid 1 bedoelde informatie binnen twintig werkdagen na ontvangst van het verzoek.

3 bis. De productcontactpunten beantwoorden alle verzoeken om de in lid 1 en lid 3 bedoelde informatie of assistentie binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek. Als het verzoek ongegrond is, stelt het productcontactpunt de marktdeelnemer hiervan onverwijld op de hoogte.

Motivering

Het productcontactpunt kan de marktdeelnemer assistentie verlenen tijdens de in hoofdstuk II omschreven procedure, krachtens welke de marktdeelnemer binnen 20 werkdagen informatie moet verstrekken (artikel 3 bis) of commentaar leveren (artikel 4). Daarom moet het productcontactpunt binnen minder dan 20 werkdagen reageren. Voorts kan het productcontactpunt het verzoek van de marktdeelnemer in detail onderzoeken, om te besluiten of het verband met de toepassing van deze verordening houdt. Tot slot is het logischer om deze bepaling na lid 3 te plaatsen, aangezien hier in het amendement naar wordt verwezen.

Amendement 64

Artikel 8, lid 3

3. Het productcontactpunt in de lidstaat waar de betrokken producent en distributeur het product in kwestie legaal in de handel hebben gebracht, wordt op de hoogte gebracht van de in artikel 4 bedoelde schriftelijke kennisgevingen en besluiten, tenzij openbaarmaking van dergelijke informatie ten koste gaat van de bescherming van de commerciële belangen, met inbegrip van de intellectuele-eigendomsrechten, van die marktdeelnemer. Dat productcontactpunt heeft het recht zijn opmerkingen aan de nationale autoriteit voor te leggen.

3. Een productcontactpunt in de lidstaat waar de betrokken marktdeelnemer het product in kwestie legaal in de handel heeft gebracht, kan de marktdeelnemer assisteren door alle nodige informatie of opmerkingen te verschaffen aan de marktdeelnemer of de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 4.

 

De assistentie aan de marktdeelnemer houdt geen juridisch advies in individuele gevallen in.

Motivering

Het is voor bedrijven, met name MKB's, belangrijk praktische assistentie met betrekking tot de administratieve procedures voor grensoverschrijdende handel te krijgen. De marktdeelnemer kan daarom verzoeken om praktische assistentie van het productcontactpunt, daar waar hij het product reeds legaal in de handel heeft gebracht.

Amendement 65

Artikel 8, lid 3 bis (nieuw)

 

3 bis. Wanneer een productcontactpunt de marktdeelnemer assisteert, kan het in verbinding treden met een productcontactpunt van de lidstaat van bestemming.

Motivering

De administratieve samenwerking zal erop vooruit gaan indien de betrokken productcontactpunten met elkaar in verbinding treden.

Amendement 66

Artikel 8, lid 3 ter (nieuw)

 

3 ter. Productcontactpunten rekenen geen kosten aan voor informatie of assistentie zoals bedoeld in dit artikel.

Motivering

Contrary to the Points of single contact established in Directive 2006/123/EC on services in the Internal market, where providers may complete all administrative procedures and formalities to provide cross-border services, Product Contact Points established in this Regulation are designed to act as "helpdesks" for businesses when trading across borders, and for competent authorities when seeking to cooperate with other Member States. Therefore, Product Contact Points should be free of charge. However, this does not prevent Member States from entrusting the role of Product Contact Points to the Points of single contact laid down in the Services Directive or to other existing contact point.

Amendement 67

Artikel 9

 

Artikel 9

Telematicanetwerk

De Commissie kan, volgens de procedure van artikel 11, lid 2, een telematicanetwerk voor informatie-uitwisseling tussen de productcontactpunten in het kader van deze verordening inrichten.

De Commissie kan, volgens de procedure van artikel 11, lid 2, een telematicanetwerk voor informatie-uitwisseling tussen de productcontactpunten en/of de bevoegde autoriteiten van de lidstaten in het kader van deze verordening inrichten.

Motivering

De administratieve samenwerking zal erop vooruit gaan, als de dialoog tussen de administraties van de lidstaten wordt verbeterd en de contacten tussen de administraties vergemakkelijkt.

Amendement 68

Artikel 10, titel (nieuw)

 

Verslagleggingsplicht

Motivering

Voor de juridische duidelijkheid is het passend boven alle bepalingen van deze verordening een titel te plaatsen.

Amendement 69

Artikel 10, lid 1

1. De lidstaten sturen de Commissie op haar verzoek een uitvoerig verslag over de uitvoering van deze verordening, met gedetailleerde informatie over de schriftelijke kennisgevingen of besluiten die ingevolge artikel 4, leden 1, 2 en 3, zijn verstuurd.

1. De lidstaten sturen de Commissie jaarlijks een uitvoerig verslag over de toepassing van deze verordening, met gedetailleerde informatie over de schriftelijke kennisgevingen of besluiten die zijn verstuurd ingevolge artikel 4, inclusief alle relevante informatie over de betrokken producttypen.

Motivering

In Beschikking 3052/95/EG, die met deze verordening wordt ingetrokken, werd bepaald dat de lidstaten de Commissie en de andere lidstaten moesten informeren, wanneer zij wederzijdse erkenning hadden geweigerd. Dit werd in de praktijk evenwel niet gedaan. Om te garanderen dat het principe van wederzijdse erkenning door de lidstaten correct wordt toegepast, moet deze verordening voorzien in effectieve mechanismen voor periodieke controle.

Amendement 70

Artikel 10, lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis. Op basis van de informatie die overeenkomstig lid 1 door de lidstaten wordt verstrekt, analyseert de Commissie de genomen besluiten en maatregelen en voert zij een beoordeling van de motiveringen ervan uit.

 

Indien nodig onderneemt de Commissie adequate actie, inclusief de stappen waarin is voorzien in artikel 226 van het Verdrag, om ervoor te zorgen dat de lidstaat in kwestie deze verordening naleeft.

Motivering

Om te garanderen dat het principe van wederzijdse erkenning door de lidstaten correct wordt toegepast, moet deze verordening voorzien in effectieve mechanismen voor periodieke controle, waarbij de Commissie een cruciale rol speelt.

Amendement 71

Artikel 10, lid 2

2. De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad binnen vijf jaar na de in artikel 13 genoemde datum een verslag over de uitvoering van deze verordening voor.

2. Binnen drie jaar na de in artikel 13 genoemde datum en vervolgens om de vijf jaar voert de Commissie een evaluatie van de toepassing van deze verordening uit en legt zij het Europees Parlement en de Raad een verslag hierover voor. Indien nodig laat zij het verslag vergezeld gaan van relevante voorstellen om het vrije verkeer van goederen te verbeteren.

Motivering

Het Parlement en de Raad moeten regelmatig op de hoogte worden gehouden, om toezicht op de toepassing van het principe van wederzijdse erkenning door de lidstaten te kunnen houden. De evaluatie door de Commissie kan ook nuttig zijn om sectoren te identificeren waar bijkomende harmonisatie of andere communautaire maatregelen wenselijk zijn om de werking van de interne markt te verbeteren.

Amendement 72

Artikel 10, lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis. De Commissie draagt zorg voor de opstelling, bekendmaking en regelmatige bijwerking van een indicatieve lijst van producten die in het toepassingsgebied van deze verordening vallen. De Commissie maakt deze lijst beschikbaar via een website.

Motivering

One of the reasons why the free movement of goods is far from being achieved in the non-harmonised area, is the lack of legal certainty about the scope of the principle of mutual recognition. It is often unclear to which categories of products mutual recognition applies. This means that, for every special aspect of a product, companies and administrations need to examine first whether it is regulated at Community level, before concluding whether mutual recognition applies. The Commission could therefore establish a list of products in order to provide legal certainty about the scope of this Regulation, provided that such a list is purely indicative.

Amendement 73

Artikel 11, titel (nieuw)

 

Comitéprocedure

Motivering

Voor de juridische duidelijkheid is het passend boven alle bepalingen van deze verordening een titel te plaatsen.

Amendement 74

Artikel 12, titel (nieuw)

 

Intrekking

Motivering

Voor de juridische duidelijkheid is het passend boven alle bepalingen van deze verordening een titel te plaatsen.

Amendement 75

Artikel 13, titel (nieuw)

 

Inwerkingtreding en toepassing

Motivering

Voor de juridische duidelijkheid is het passend boven alle bepalingen van deze verordening een titel te plaatsen.

Amendement 76

Artikel 13, alinea 1 bis (nieuw)

 

De artikelen 7en 8 zijn van toepassing met ingang van [de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van zes maanden te rekenen van de datum van bekendmaking].

Motivering

De lidstaten zullen tijd nodig hebben om de productcontactpunten op te richten. Aangezien de lidstaten worden aangemoedigd deze rol toe te vertrouwen aan bestaande structuren, in het bijzonder aan contactpunten die zijn opgericht overeenkomstig andere communautaire instrumenten, moet een overgangsperiode van zes maanden volstaan.

(1)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


TOELICHTING

1. Inleiding

De interne markt is de hoeksteen van Europa's economische groei, die gebaseerd is op de bekende vier vrijheden: vrij verkeer van personen, van goederen, diensten en kapitaal. Voor een volledig functionerende interne markt voor goederen is de opheffing van de technische belemmeringen van fundamenteel belang.

Voor goederen is dit mogelijk door de technische voorschriften van de lidstaten te harmoniseren of door wederzijdse erkenning van de technische voorschriften van de lidstaten. Het geharmoniseerde deel bestrijkt 75% van de interne markt voor goederen (ongeveer 1,5 triljoen €) en het niet-geharmoniseerde (waar wederzijdse erkenning van toepassing moet zijn) de overige 25% (ongeveer 500 miljard €).

De kosten van het niet toepassen van wederzijdse erkenning worden geschat op circa 150 mrd €.

Het onderhavige voorstel voor een verordening is bedoeld om de belemmeringen voor een behoorlijke toepassing van het principe van wederzijdse erkenning te verwijderen.

2. Achtergrondinformatie over wederzijdse erkenning

Het beginsel van wederzijdse erkenning vloeit voort uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie, met name het beroemde arrest Cassis de Dijon van 20 februari 1979. Het beginsel kent een algemene regel en een uitzondering:

a) Algemene regel: een lidstaat kan in beginsel de verkoop op zijn grondgebied van goederen die in een andere lidstaat legaal zijn geproduceerd en in de handel gebracht, niet verbieden of beperken, zelfs indien deze goederen niet volledig aan de voorschriften van de lidstaat van bestemming voldoen.

b) Uitzondering: wanneer er geen sprake is van harmonisatie, kan de lidstaat afwijken van dit beginsel en maatregelen nemen tot verbod van dergelijke goederen of tot beperking van de toegang ervan tot zijn nationale markt, doch alleen indien dergelijke maatregelen (i) noodzakelijk, (ii) evenredig en (iii) gerechtvaardigd zijn op grond van redenen zoals bedoeld in artikel 30 van het EG-Verdrag, of vanwege dwingende redenen van algemeen belang.

Er zijn twee grote categorieën van producten waarvoor wederzijdse erkenning van toepassing is:

(i) producten waarvoor geen harmonisatie van de wetten op EU-niveau bestaat. Deze categorie omvat bijvoorbeeld rijwielen, ladders, steigers, artikelen van edelmetaal, kinderverzorgingsartikelen, tanks en containers.

(ii) producten die gedeeltelijk geharmoniseerd zijn. Bij alarmsystemen zijn de functionaliteit, de klimaat- en de doeltreffendheidsaspecten bijvoorbeeld niet geharmoniseerd, maar alle andere aspecten wel. Deze categorie omvat onder andere textiel, schoeisel, informatietechnologie, bepaalde types motorvoertuigen, elektrisch materiaal en sommige levensmiddelen.

Er zijn drie belangrijke redenen voor het slechte functioneren van wederzijdse erkenning:

(i)   de lidstaten passen het principe niet juist of helemaal niet toe;

(ii)  er is een gebrek aan kennis, zowel bij de marktdeelnemers als bij de lidstaten, over het principe van wederzijdse erkenning;

(iii) er bestaat juridische onzekerheid over de manier waarop het principe in de praktijk moet worden toegepast.

3. Belangrijkste punten van het Commissievoorstel

Werkingssfeer van het voorstel (artikelen 2 en 3) De verordening is van toepassing op besluiten die direct of indirect als gevolg hebben dat het product dat in een andere lidstaat legaal in de handel is gebracht, in zijn huidige vorm niet in de handel mag blijven of worden gebracht in een andere lidstaat. De producten in kwestie vallen onder technische voorschriften die niet op communautair niveau zijn geharmoniseerd.

Procedure ingeval een lidstaat voornemens is zijn eigen technische voorschriften toe te passen (artikelen 4, 5 en 6) Als de autoriteit besluit zijn eigen technische voorschrift toe te passen (wanneer om welke reden ook geen wederzijdse erkenning wordt toegepast), moet de autoriteit de redenen hiervoor opgeven. De betrokken marktdeelnemer krijgt 20 dagen om op de motivering van de autoriteit te reageren, alvorens deze het definitieve besluit kan nemen zijn eigen technische voorschriften al dan niet toe te passen.

Taken van de productcontactpunten (artikelen 7 en 8) De belangrijkste taak behelst het verstrekken van informatie over technische voorschriften aan ondernemingen en aan de bevoegde instanties van andere lidstaten.

Telematicanetwerk (artikel 9) Dit artikel biedt de mogelijkheid een telematicanetwerk op te richten, overeenkomstig Besluit 2004/387/EG, om de toepassing van het principe van wederzijdse erkenning te verbeteren.

Een verslagleggingsregeling met betrekking tot de uitvoering van deze verordening is opgenomen in artikel 10.

4. Standpunt van de rapporteur

De rapporteur is het volledig eens met de doelstelling van de Commissie om het volledige potentieel van het principe van wederzijdse erkenning te benutten en zowel de marktdeelnemers als de lidstaten juridische duidelijkheid te verschaffen over de manier waarop het principe moet worden toegepast.

Onderwerp en toepassingsgebied (hoofdstuk 1)

Artikel 1

De rapporteur is van mening dat het voorstel zijn voornaamste doel, namelijk het verzekeren van het vrij verkeer van goederen in het niet-geharmoniseerde gebied, duidelijker onder woorden moet brengen.

Artikel 2

Lid 1

Voor meer duidelijkheid is industrieproducten veranderd in alle producten. Producten die worden vervaardigd voor eigen gebruik, zijn bijvoorbeeld nog altijd uitgesloten, want zij worden nooit in een lidstaat in de handel gebracht.

De rapporteur is van mening dat het verbieden van een product gelijk staat met het niet toestaan van het in de handel brengen van een product of met het uit de handel halen ervan.

Lid 2

De definitie van "technisch voorschrift" is ontleend aan richtlijn 98/34/EG. Voor de duidelijkheid plaatst de rapporteur tests en certificaten samen in een afzonderlijk punt. Terwijl het bestaan van conformiteitsbeoordelingsprocedures (of procedures voor voorafgaande toestemming overeenkomstig de uitspraken van het Hof van Justitie) geen technisch voorschrift vormt, zijn alle tests en testmethoden en -certificaten wel technische voorschriften, zodat zij in het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Het is van essentieel belang onnodige bijkomende tests van producten in de lidstaat van bestemming door middel van deze verordening te voorkomen.

Artikel 3

Onder de uitsluitingen van het toepassingsgebied van deze verordening is artikel 54 van Verordening (EG) nr. 882/2004 volgens de rapporteur overbodig, aangezien Verordening (EG) nr. 178/2002 er al voor zorgt dat gevaarlijke diervoeders of levensmiddelen uit de handel kunnen worden gehaald. Als artikel 54 van Verordening (EG) nr. 882/2004 wordt uitgesloten, stelt dit de lidstaten evenwel in staat producten die niet aan hun eigen nationale wetgeving voldoen, uit de handel te halen, zonder dat zij het principe van wederzijdse erkenning hoeven toe te passen.

Procedure voor de toepassing van een technisch voorschrift van de lidstaat van bestemming (Hoofdstuk 2)

Artikel 3 bis (nieuw)

Volgens de rapporteur heeft artikel 4 van deze verordening betrekking op een culminatiemoment van de reguliere martktoezichtsactiviteiten. Normaal starten de marktdeelnemer en de bevoegde autoriteit van de lidstaat in kwestie vóór de culminatie een markttoezichtsdialoog. De rapporteur acht het nodig te verduidelijken dat de marktdeelnemer in het kader van deze dialoog informatie moet verstrekken over de bepalingen met toepassing waarvan het product in een andere lidstaat in de handel is gebracht.

Artikel 4

Om de marktdeelnemer meer zekerheid te bieden voor de planning van zijn activiteiten voert de rapporteur een termijn in van 20 dagen vanaf de verstrijking van de tijdslimiet voor de ontvangst van commentaar van de marktdeelnemer. Op die manier heeft de marktdeelnemer op zijn minst 20 dagen om op de kennisgeving te reageren. Daarna rest de lidstaat nog een termijn van 20 werkdagen om, rekening houdend met de commentaar van de marktdeelnemer, een definitief besluit te nemen. Wat het definitieve besluit van de lidstaat ook is, de marktdeelnemer kan zijn activiteiten plannen met meer zekerheid over het tijdstip van het besluit in kwestie.

Als de lidstaat geen definitief besluit neemt, wordt het product geacht in de lidstaat in kwestie legaal in de handel te zijn.

Artikel 4 bis (nieuw)

Standaard blijft het product waarvoor de procedures van deze verordening lopen, in de lidstaat van bestemming tijdens de hele duur van de procedures in de handel, tot het definitieve besluit door de lidstaat is genomen. In dit nieuwe artikel wordt bepaald dat de lidstaat een product dat gevaarlijk is of absoluut verboden om redenen van openbare zeden of openbare veiligheid, tijdelijk uit de handel kan nemen. Het uit de handel nemen moet evenwel worden beschouwd als voorlopige maatregel. De lidstaat moet bij zijn definitieve besluit nog altijd wetenschappelijk bewijs verstrekken en rekening met de commentaar van de marktdeelnemer houden. Het definitieve besluit kan bijgevolg tegengesteld zijn aan de voorlopige maatregel waarbij het product in kwestie uit de handel is genomen.

Artikel 5

In dit artikel wil de rapporteur verduidelijken aan wie de kennisgeving en het besluit van de lidstaat moeten worden toegezonden.

Artikel 6

Om meer coherentie in hoofdstuk 2 te krijgen verplaatst de rapporteur de tekst van artikel 6 naar lid 2 van artikel 4.

Productcontactpunten (hoofdstuk 3)

Artikelen 7 en 8

De rapporteur wijzigt deze twee artikelen, om te verduidelijken dat de productcontactpunten

- eerst en vooral informatie over het principe van wederzijdse erkenning en de hieraan verbonden rechten van de marktdeelnemers en de lidstaten moeten verstrekken,

- moeten fungeren als helpdesks, die praktische (maar in geen geval juridische) assistentie met betrekking tot de uitvoering van het principe van wederzijdse erkenning verlenen,

- informatie moeten verstrekken, zowel aan de marktdeelnemers als aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten,

- contact met elkaar moeten onderhouden over de grenzen heen, om een efficiënt informatienetwerk tot stand te brengen.

Slotbepalingen (hoofdstuk 4)

Artikel 10

De rapporteur is van mening dat de formulering "op haar verzoek" rechtsonzekerheid creëert voor de lidstaten, die niet kunnen weten wanneer zij hun verslagleggingsplicht zullen moeten vervullen. Daarom voert hij voor de lidstaten een verplichting tot jaarlijkse verslaglegging in. Op deze manier wordt er voorts voor gezorgd dat de Commissie regelmatig op de hoogte wordt gehouden over de toepassing van de onderhavige verordening in de lidstaten. De Commissie moet de verslagen ook analyseren en in geval van overtreding optreden.

Om het bewustzijn van het bestaan van het principe van wederzijdse erkenning te vergroten en aan de marktdeelnemers bijkomende sturing te bieden over de terreinen waar het principe van toepassing is, acht de rapporteur het nodig dat de Commissie een indicatieve lijst publiceert van producten die in het toepassingsgebied van de verordening vallen. Met deze lijst wordt in geen geval zelfs maar naar volledigheid gestreefd, de lijst zou louter indicatief zijn aan de hand van voorbeelden.

Artikel 13

De rapporteur is van mening dat de lidstaten na de inwerkingtreding van de verordening zes maanden moeten krijgen om de productcontactpunten op te richten.

De verordening zelf moet evenwel in werking treden binnen 20 dagen na de publicatie ervan. Zo krijgt de marktdeelnemer de mogelijkheid het principe van wederzijdse erkenning vanaf het begin efficiënter te gebruiken, zij het in de eerste zes maanden zonder de assistentie van de productcontactpunten.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (17.9.2007)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht, en tot intrekking van Beschikking 3052/95/EG

(COM(2007)0036 – C6‑0065/2007 – 2007/0028(COD))

Rapporteur voor advies: Jan Březina

BEKNOPTE MOTIVERING

De vrijheid van goederenverkeer is één van de vier basisvrijheden waarop de Europese Unie is gegrondvest. De Unie is erin geslaagd deze vrijheid te bereiken door onder andere afschaffing van douanerechten en door andere maatregelen als de harmonisatie van technische voorwaarden voor bepaalde productcategorieën. Er zijn echter nog een aantal producten waarvan de technische parameters niet op EU-niveau zijn geharmoniseerd . Dit heeft tot gevolg dat de lidstaten in hun eigen wetgeving voorwaarden kunnen stellen aan dergelijke producten. Deze praktijk heeft geleid tot omvangrijke en kostbare bureaucratische hindernissen voor ondernemers, die zich moeten onderwerpen aan extra administratieve procedures en hun producten op de niet-geharmoniseerde gebieden hebben moeten aanpassen om ze te kunnen exporteren naar andere lidstaten. In een aantal gevallen heeft dit ertoe geleid dat ondernemers hebben besloten hun producten niet naar bepaalde landen uit te voeren.

In 1979 werd er door het Europees Hof van Justitie een oplossing gevonden toen het in zijn arrest inzake de "Cassis de Dijon"-zaak het "beginsel van wederzijdse erkenning" heeft ingevoerd op grond van het EG-Verdrag. Volgens dit beginsel kunnen goederen die geproduceerd zijn of in de handel gebracht in een bepaalde lidstaat ook toegang krijgen tot de markt van andere lidstaten, zelfs als zij niet voor 100% voldoen aan de geldende nationale voorwaarden. Deze aanpak is volstrekt verdedigbaar omdat ervan mag worden uitgegaan dat het publieke belang, zoals de bescherming van de gezondheid of het milieu in de diverse lidstaten op ongeveer dezelfde wijze wordt gewaarborgd. Een lidstaat kan alleen de toegang tot zijn markt beperken wanneer hij kan aantonen dat het openbaar belang in het geding is.

Ter verduidelijking dient erop te worden gewezen dat het beginsel van wederzijdse erkenning niet van toepassing is op niet-kwaliteitsproducten die zonder meer gevaarlijk of schadelijk zijn voor de consument. Volgens Richtlijn 2001/95/EG over algemene productveiligheid mogen dergelijke producten onmiddellijk uit de handel worden genomen en kan informatie over de gevaren van deze producten door de nationale autoriteiten worden meegedeeld aan andere lidstaten via het Community Rapid Information System (RAPEX).

Volgens gegevens die afkomstig zijn uit de lidstaten en van de Commissie is de situatie in de EU echter onbevredigend, zelfs na 25 jaar toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning. De nationale autoriteiten in de lidstaten hebben er een gewoonte van gemaakt ondernemers te vragen hun producten aan te passen aan lokale regels en zich te onderwerpen aan kostbare en tijdrovende procedures, zoals lokale controles, hoewel dit in de meeste gevallen in strijd is met het Gemeenschapsrecht.

Daarom is de Commissie gekomen met een voorstel voor een verordening ter versterking van de rechtszekerheid voor ondernemers - en voor de nationale autoriteiten zelf - door het vaststellen van regels voor wederzijdse erkenning. Dit voorstel bevat een aantal sleutelelementen:

- een verplichte procedure voor nationale autoriteiten ingeval zij besluiten het beginsel van de wederzijdse erkenning niet toe te passen maar in plaats daarvan de verspreiding van een product uit een andere lidstaat op hun markt te beperken;

- tijd voor de ondernemer voor het maken van opmerkingen, waaraan eventueel gevolg kan worden gegeven, alvorens een definitief schriftelijk besluit wordt genomen door de nationale autoriteiten;

- voor wat betreft de door de ondernemer overlegde informatie, moet de nationale autoriteit haar definitieve besluit schriftelijk motiveren;

- de bewijslast ligt bij de nationale autoriteit wanneer zij het nodig acht de toegang tot haar markt van een product uit een andere lidstaat te beperken, en zij moet duidelijk maken waarom een bijzondere nationale regel moet worden toegepast;

- de ondernemer kan bij de rechter tegen een dergelijk besluit in beroep gaan;

- een belangrijk onderdeel van het voorstel is de oprichting van contact- en voorlichtingspunten in alle EU-lidstaten, waar zowel de nationale autoriteiten als de ondernemers informatie over bepaalde producten kunnen opvragen. Deze punten zijn onderling verbonden in telenetwerken.

Ten aanzien van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning in het niet-geharmoniseerde productsegment, is de rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie ingenomen met het Commissievoorstel, omdat het van grote betekenis is voor de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning en voor het vrije verkeer van goederen. De reden hiervoor is dat de praktijk tot dusverre niet uniform is. Hoewel het beginsel zelve verankerd is in de artikelen 28 en 30 van het EG-Verdrag, worden ondernemingen nog altijd geconfronteerd met problemen wanneer ze toegang proberen te krijgen tot een andere markt in de EU, vaak als gevolg van onwetendheid over het bestaan of het toepassingsbereik van het beginsel. Terecht wordt in het voorstel de bewijslast weer bij de lidstaten gelegd, die moeten aantonen dat een product voldoet aan één der criteria van artikel 30 van het Verdrag of valt onder arresten van het Europees Hof van Justitie en dat daarom het beginsel van de wederzijdse erkenning niet behoeft te worden toegepast.

Gezien de bestaande praktijk en de uiteenlopende standpunten van de nationale autoriteiten en ondernemers die hun producten exporteren naar de markten van andere lidstaten, is de rapporteur voor advies van mening dat het voorstel evenwicht schept tussen de ondernemers en de overheidsinstanties die het besluit over markttoegang nemen.

De rapporteur voor advies stelt de volgende wijzigingen voor:

- het is van essentieel belang dat de desbetreffende nationale technische regels waarop het besluit van de nationale autoriteit gebaseerd is, toegankelijk zijn, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's). Daarom krijgt artikel 4, lid 1 een aanvulling waarin de verplichting is opgenomen dat de nationale autoriteiten aan hun besluit een afschrift aanhechten van de toepasselijke technische normen of tenminste de informatie waar de desbetreffende technische normen kunnen worden geraadpleegd;

- aangezien samenwerking tussen contactpunten op nationaal en Europees niveau van doorslaggevend belang is en zorgt voor een betere informatie-uitwisseling over de nationale wetgeving en de specifieke toepassing van nationale normen, wordt voorgesteld artikel 9 in die zin te wijzigen.

AMENDEMENTEN

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst(1)

 

Amendementen van het Parlement

Amendement 1
Artikel 2, lid 1, alinea 1, inleidende formule

1. Deze verordening is van toepassing op besluiten die ten aanzien van in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte industrie , landbouw- en visserijproducten op basis van een technisch voorschrift worden genomen, wanneer het besluit direct of indirect tot gevolg heeft dat:

1. Deze verordening is van toepassing op besluiten die ten aanzien van in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte goederen op basis van een technisch voorschrift worden genomen, wanneer het besluit direct of indirect tot gevolg heeft dat:

Motivering

Stemt overeen met de terminologieën die gehanteerd worden in het Verdrag en in de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie.

Amendement 2

Artikel 2, lid 1, letter b)

b) het in de handel brengen van dat product of producttype niet wordt toegestaan;

b) het in de handel brengen of gebruik van die goederen of dat type goederen niet wordt toegestaan;

Motivering

In sommige nationale regelgevingen wordt onderscheid gemaakt tussen "het in de handel brengen van een product"en "het gebruik van een product". Er bestaan in een dergelijk geval producten die in de handel mogen worden gebracht maar onder bepaalde omstandigheden niet mogen worden gebruikt. De gebruikte bewoordingen moeten een oplossing bieden voor het gehele scala aan mogelijkheden.

Amendement 3

Artikel 2, lid 1, letter c)

c) dat product of producttype moet worden gewijzigd voordat het in de handel mag worden gebracht of in de handel mag blijven;

c) die goederen of dat type goederen moeten worden gewijzigd of gecertificeerd voordat ze in de handel mogen worden gebracht of in de handel mogen blijven;

Motivering

In de bestaande tekst van de verordening wordt de lidstaten verboden van ondernemers te verlangen dat zij hun producten aanpassen aan de technische eisen van het invoerland. Handelaren moeten in het invoerland vaak hun producten laten onderzoeken, ondanks het feit dat deze producten al zijn onderzocht in het land waar ze geproduceerd zijn en beschikken over de vereiste certificaten. Dit is in strijd met het beginsel van wederzijdse erkenning en betekent onnodige uigaven voor de ondernemer. Het eisen van niet-gerechtvaardigde controles is derhalve even schadelijk als het eisen van aanpassing.

Amendement 4

Artikel 2, lid 1, alinea 2

Voor de doeleinden van de eerste alinea, punt c), gaat het bij de aldaar bedoelde wijziging van het product of het producttype om elke wijziging van een of meer van de kenmerken van een specifiek product of producttype, zoals opgenomen in een technische specificatie in de zin van artikel 1, lid 3, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad.

Voor de doeleinden van de eerste alinea, punt c), gaat het bij de aldaar bedoelde wijziging van de goederen of het type goederen om elke wijziging van een of meer van de kenmerken van specifieke goederen of een specifiek type goederen, zoals opgenomen in lid 2, punt a).

Motivering

Er is geen reden te verwijzen naar Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad, aangezien de relevante bepalingen van die richtlijn (definitie van de technische specificatie) al zijn opgenomen in Artikel 2, lid 2, punt a). Het is dan ook eenvoudiger en duidelijker vanuit het gezichtspunt van wetgeving, om de verwijzing naar Richtlijn 98/34/EG te vervangen door een verwijzing naar artikel 2, lid 2, punt a) van het voorste.

Amendement 5

Artikel 4, lid 1, alinea -1 (nieuw)

De nationale autoriteiten moeten in elk afzonderlijk geval aantonen dat de toepassing van nationale technische voorschriften voor specifieke goederen die in een andere lidstaat op rechtmatige wijze in de handel zijn gebracht, gerechtvaardigd is om de in artikel 30 van het EG-Verdrag vastgelegde redenen of verwijzen naar een dwingende reden van openbaar belang.

Motivering

De bewijslast moet duidelijk worden vastgelegd, niet alleen in de overwegingen (Overweging 14 van het voorstel) maar ook in het voorstel zelf.

Amendement 6

Artikel 4, lid 1, alinea 1

1. Wanneer een nationale autoriteit voornemens is een besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, vast te stellen, stelt zij de overeenkomstig artikel 5 geïdentificeerde marktdeelnemer schriftelijk van haar voornemen in kennis, waarbij zij specificeert op welk technisch voorschrift haar besluit zal worden gebaseerd en voldoende technisch of wetenschappelijk bewijs aanvoert ter onderbouwing van het feit dat het voorgenomen besluit gerechtvaardigd is op een van de in artikel 30 van het Verdrag genoemde gronden of gezien een andere dwingende reden van openbaar belang en dat het besluit geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken en niet verder gaat dan nodig is om dat doel te bereiken.

1. Wanneer een nationale autoriteit voornemens is een besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, vast te stellen, stelt zij de overeenkomstig artikel 5 geïdentificeerde marktdeelnemer, alsmede de Commissie en het productcontactpunt in die lidstaat schriftelijk van haar voornemen in kennis, waarbij zij specificeert op welk technisch voorschrift haar besluit zal worden gebaseerd en voldoende technisch of wetenschappelijk bewijs aanvoert ter onderbouwing van het feit dat het voorgenomen besluit gerechtvaardigd is op een van de in artikel 30 van het Verdrag genoemde gronden of gezien een andere dwingende reden van openbaar belang en dat het besluit geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken en niet verder gaat dan nodig is om dat doel te bereiken.

Motivering

Ten einde nationale autoriteiten ervan te weerhouden ongerechtvaardigde besluiten te nemen, wordt hun de verplichting opgelegd de Commissie en het productcontactpunt, waarvan sprake is in artikel 8, op de hoogte te stellen van een besluit, bedoeld in artikel 2.

Amendement 7

Artikel 4, lid 1, alinea 1 bis (nieuw)

Indien een besluit van een nationale autoriteit gebaseerd is op nationale technische voorschriften, moet de tekst van de voorschriften aan de kennisgeving worden aangehecht, of moet in de kennisgeving worden vermeld waar de voorschriften kunnen worden gevonden.

Motivering

Voor economische actoren, met name KMO's, dient toegang tot de desbetreffende nationale technische voorschriften te worden vereenvoudigd.

Amendement 8

Artikel 4, lid 1, alinea 2

De betrokken marktdeelnemer krijgt na ontvangst van de kennisgeving ten minste twintig werkdagen tijd om commentaar te leveren.

De betrokken marktdeelnemer krijgt na ontvangst van de kennisgeving een maand tijd om commentaar te leveren.

Motivering

De in het voorstel vermelde termijn van 20 dagen is een minimum ("tenminste twintig werkdagen"), de lengte van de termijn kan dus in de afzonderlijke lidstaten verschillen. Vaststelling van een uniforme termijn voor de gehele EU vormt een belangrijke bijdrage tot versterking van de rechtszekerheid voor ondernemers. Voor de berekening van de termijn, lijkt het eenvoudiger deze op een maand vast te stellen.

Amendement 9

Artikel 4, lid 3

3. Wanneer de nationale autoriteiten na de schriftelijke kennisgeving overeenkomstig lid 1 van dit artikel besluiten geen besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, te nemen, stellen zij de betrokken marktdeelnemer daarvan in kennis.

3. Wanneer de nationale autoriteiten na de schriftelijke kennisgeving overeenkomstig lid 1 van dit artikel besluiten geen besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1, te nemen, stellen zij de betrokken marktdeelnemer daarvan onverwijld in kennis.

Motivering

Wanneer een ondernemer een schriftelijke kennisgeving van intentie ontvangt dat een besluit behelst tot beperking van het vrije verkeer van een product, ontstaat voor hem onzekerheid. Het is dan ook wenselijk dat deze periode van onzekerheid zo kort mogelijk duurt, ingeval de nationale autoriteit tenslotte besluit het verkeer van een product niet te beperken. Een oplossing kan worden gevonden in de toevoeging van het woord "onverwijld" aan de laatste zin van artikel 4, lid 3. De autoriteiten zouden dan de onderneming onmiddellijk in kennis moeten stellen indien geen beperkende maatregelen worden genomen, waardoor een eventuele vertraging van de zijde van de autoriteiten wordt vermeden.

Amendement 10

Artikel 8, lid 1, letter a)

a) de technische voorschriften die op het nationale grondgebied op een bepaald producttype van toepassing zijn;

a) de technische voorschriften die op het nationale grondgebied op een bepaald type goederen van toepassing zijn en informatie over de tenuitvoerlegging van het beginsel van wederzijdse erkenning;

Motivering

Contactpunten moeten voorlichting bieden over nationale technische regelingen maar in het bijzonder over de wijze waarop het beginsel van de wederzijdse erkenning wordt toegepast. Uitbreiding van de verplichting om voorlichting te bieden vereist geen fundamentele toename van de taken van de contactpunten, terwijl voorlichting over het beginsel van de wederzijdse erkenning een nuttig instrument is voor handelaren in de interne markt. Meer voorlichting kan het vertrouwen van de handelaren in de mogelijkheden van het beginsel van wederzijdse erkenning doen toenemen, wat kan leiden tot uitbreiding van de handel in dergelijke goederen in de interne markt.

Amendement 11

Artikel 9, alinea -1 (nieuw)

De Commissie waarborgt de samenwerking en de informatie-uitwisseling tussen de productcontactpunten in alle lidstaten.

Motivering

Nationale en grensoverschrijdende samenwerking tussen productcontactpunten is noodzakelijk om een betere informatiestroom te garanderen over beperkende technische maatregelen op nationaal niveau en de concrete toepassing ervan. De samenwerking op Europees niveau dient door de Commissie te worden georganiseerd, maar de lidstaten moeten bereid zijn tot actieve samenwerking.

Amendement 12

Artikel 9

De Commissie kan, volgens de procedure van artikel 11, lid 2, een telematicanetwerk voor informatie-uitwisseling tussen de productcontactpunten in het kader van deze verordening inrichten.

De Commissie zal, volgens de procedure van artikel 11, lid 2, een telematicanetwerk voor informatie-uitwisseling tussen de productcontactpunten in het kader van deze verordening inrichten.

Motivering

De inrichting van een telecommunicatie-instrument tussen de Commissie en de productcontactpunten is van het grootste belang om het soepel functioneren van de markt te garanderen; derhalve moet de inrichting van dit netwerk een verplichtend karakter hebben. Consistent met amendement 2.

Amendement 13

Artikel 10, lid 2

2. De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad binnen vijf jaar na de in artikel 13 genoemde datum een verslag over de uitvoering van deze verordening voor.

2. De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad twee jaar na de in artikel 13 genoemde datum een verslag over de uitvoering van deze verordening voor.

Motivering

Twee jaar lijkt een redelijker termijn om het Europees Parlement en de Raad een verslag over de tenuitvoerlegging voor te leggen. Dezelfde termijn is gehanteerd in het geval van Richtlijn 98/34/EG.

Amendement 14

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening treedt in werking drie maanden volgende op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Een termijn van twintig dagen voor de inwerkingtreding van de verordening is extreem kort. Een bepaalde tijd is, vooral voor de contactpunten, nodig voor inrichting, voor verstrekking van informatie aan alle overheidsfunctionarissen, die de verordening in de praktijk zullen uitvoeren en zonodig voor de goedkeuring van essentiële wetgevingsmaatregelen, die betrekking hebben op de nieuwe elementen die door de verordening worden ingevoerd. Het lijkt dan ook wenselijk de termijn te verlengen tot drie maanden.

PROCEDURE

Titel

Toepassing van nationale technische voorschriften op producten die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht

Document- en procedurenummers

COM(2007)0036 - C6-0065/2007 - 2007/0028(COD)

Commissie ten principale

IMCO

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ITRE

13.3.2007

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jan Březina

3.5.2007

 

 

Behandeling in de commissie

26.6.2007

17.7.2007

 

 

Datum goedkeuring

13.9.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

47

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Šarūnas Birutis, Jan Březina, Philippe Busquin, Jorgo Chatzimarkakis, Giles Chichester, Silvia Ciornei, Den Dover, Nicole Fontaine, Adam Gierek, Norbert Glante, András Gyürk, Erna Hennicot-Schoepges, Ján Hudacký, Romana Jordan Cizelj, Romano Maria La Russa, Eluned Morgan, Angelika Niebler, Reino Paasilinna, Atanas Paparizov, Francisca Pleguezuelos Aguilar, Miloslav Ransdorf, Herbert Reul, Paul Rübig, Andres Tarand, Britta Thomsen, Radu Ţîrle, Claude Turmes, Nikolaos Vakalis, Alejo Vidal-Quadras, Dominique Vlasto

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Alexander Alvaro, Ivo Belet, Danutė Budreikaitė, Joan Calabuig Rull, Manuel António dos Santos, Neena Gill, Françoise Grossetête, Vittorio Prodi, Bernhard Rapkay, Esko Seppänen, Peter Skinner, Silvia-Adriana Ţicău

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Luisa Fernanda Rudi Ubeda, Hans-Peter Mayer, Sepp Kusstatscher, Thomas Mann, Rosa Miguélez Ramos

(1)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


ADVIES van de Commissie juridische zaken (12.9.2007)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht, en tot intrekking van Beschikking 3052/95/EG

(COM(2007)0036 – C6-0065/2007 – 2007/0028(COD))

Rapporteur voor advies: Jacques Toubon

BEKNOPTE MOTIVERING

Krachtens de artikelen 28 en 30 van het EG-Verdrag kan de lidstaat van bestemming de verkoop van in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte goederen die niet op Gemeenschapsniveau zijn geharmoniseerd, op zijn grondgebied niet verbieden, tenzij de door de lidstaat van bestemming vastgestelde technische beperkingen gerechtvaardigd zijn op grond van artikel 30 van het EG-Verdrag of van in de jurisprudentie van het Hof van Justitie erkende dwingende redenen van algemeen belang, en evenredig zijn. Dit is het zogenoemde "beginsel van wederzijdse erkenning".

Diverse problemen staan de toepassing van dit beginsel in de weg: i) het bedrijfsleven en de nationale autoriteiten zijn niet goed op de hoogte gebracht van het bestaan van het beginsel; ii) over de reikwijdte van het beginsel en de bewijslast bestaat rechtsonzekerheid, want het is niet altijd duidelijk voor welke categorieën producten de wederzijdse erkenning geldt; iii) ondernemingen lopen het risico dat hun producten in de lidstaat van bestemming niet in de handel mogen worden gebracht; iv) er bestaat geen regelmatige dialoog tussen de bevoegde autoriteiten van de verschillende lidstaten. Het is dus noodzakelijk procedures vast te stellen om te voorkomen dat nationale technische voorschriften onrechtmatige belemmeringen opwerpen voor het vrije verkeer van goederen tussen de lidstaten.

Uw rapporteur voor advies heeft een aantal wijzigingen op het voorstel voor een verordening voorgesteld ten einde de reikwijdte ervan te verduidelijken, de toegang tot informatie voor de marktdeelnemers te verbeteren en de controletaak van de Europese Commissie te vergemakkelijken. De amendementen zijn tevens erop gericht de communautaire uitvoerende macht verantwoordelijk te maken. Als hoedster van de Verdragen heeft zij de plicht zich op actievere wijze van haar controleplicht te kwijten.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst(1)  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Visum 1

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 37 en 95,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Amendement 2

Overweging 1

(1) De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen, waarbinnen het vrije goederenverkeer wordt gewaarborgd door het Verdrag, dat maatregelen met dezelfde werking als kwantitatieve invoerbeperkingen verbiedt. Dit verbod betreft elke nationale maatregel die de intracommunautaire handel in goederen direct of indirect, feitelijk of potentieel kan belemmeren.

(1) De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen, waarbinnen het vrije goederenverkeer wordt gewaarborgd door het Verdrag, dat maatregelen met dezelfde werking als kwantitatieve invoerbeperkingen verbiedt.

Motivering

De zin in kwestie is vervangen door de overwegingen 1 bis en 1 ter waarin het verbod wordt gepreciseerd van elke nationale maatregel die direct of indirect, feitelijk of potentieel de intracommunautaire handel kan belemmeren.

Amendement 3

Overweging 1 bis (nieuw)

(1 bis) Iedere handelsregeling van de lidstaten die de intracommunautaire handel al dan niet direct of indirect, feitelijk of potentieel kan belemmeren, dient als een maatregel van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen van de invoer te worden beschouwd en is als zodanig uit hoofde van artikel 28 van het Verdrag verboden. Aldus vormen regels die zonder onderscheid op nationale en ingevoerde producten van toepassing zijn en waarvan de toepassing kan leiden tot een verlaging van hun verkoopvolume, in beginsel eveneens maatregelen van gelijke werking die krachtens artikel 28 verboden zijn.

Motivering

De in het voorstel voor een verordening vastgelegde procedure vormt een uitzondering op het beginsel van wederzijdse erkenning. De overwegingen 1 bis en 1 ter zijn bedoeld om het verbod te preciseren van elke nationale maatregel die direct of indirect, feitelijk of potentieel de intracommunautaire handel kan belemmeren. Zij vormen een waarschuwing die berust op de jurisprudentie van het Hof van Justitie1 en is gericht tot de lidstaten.

Amendement 4

Overweging 1 ter (nieuw)

(1 ter) Volgens het Hof van Justitie is een stelsel, ook al is het louter formeel, waarin de eis van invoervergunningen of elk ander soortgelijk procédé wordt gehandhaafd, in beginsel in strijd met artikel 30 van het Verdrag. Het opleggen van invoerformaliteiten waarmee een preventief vergunningenstelsel in het leven wordt geroepen, kan immers de intracommunautaire handel belemmeren, alsmede de toegang tot de markt van in andere lidstaten legaal gefabriceerde en in de handel gebrachte producten. Deze belemmering is des te erger, wanneer het stelsel de betrokken producten aan extra kosten blootstelt. Het gaat in dergelijke omstandigheden niet louter en alleen om een beperking of verbod van bepaalde verkoopvoorwaarden. Het opleggen van een preventieve vergunning moet derhalve worden beschouwd als een belemmering van de handel tussen de lidstaten die valt onder het toepassingsgebied van artikel 28 van het Verdrag.

Motivering

De overwegingen 1 bis en 1 ter zijn bedoeld om het verbod te preciseren van elke nationale maatregel die direct of indirect, feitelijk of potentieel de intracommunautaire handel kan belemmeren. Zij vormen een waarschuwing die berust op de jurisprudentie van het Hof van Justitie(2) en is gericht tot de lidstaten.

Amendement 5

Overweging 2

(2) Wanneer de wetgeving niet geharmoniseerd is, kunnen de nationale autoriteiten onrechtmatig belemmeringen voor het vrije goederenverkeer tussen lidstaten opwerpen door op goederen die afkomstig zijn uit andere lidstaten waar zij legaal in de handel zijn gebracht, technische voorschriften toe te passen waarbij aan die producten eisen worden gesteld, zoals met betrekking tot aanduiding, vorm, omvang, gewicht, samenstelling, aanbiedingsvorm, etikettering of verpakking. De toepassing van dergelijke technische voorschriften op in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte goederen kan in strijd zijn met de artikelen 28 en 30 van het EG-Verdrag, ook al zijn die nationale voorschriften zonder onderscheid van toepassing op alle goederen.

(2) Wanneer de wetgeving niet geharmoniseerd is, kunnen de nationale autoriteiten onrechtmatig belemmeringen voor het vrije goederenverkeer tussen lidstaten opwerpen door op goederen die afkomstig zijn uit andere lidstaten waar zij legaal in de handel zijn gebracht, technische voorschriften toe te passen waarbij aan die producten eisen worden gesteld, zoals met betrekking tot aanduiding, vorm, omvang, gewicht, samenstelling, aanbiedingsvorm, etikettering of verpakking.

Motivering

De laatste zin van deze overweging wordt gedekt door de nieuwe overwegingen 1 bis en 1 ter.

Amendement 6

Overweging 7 bis (nieuw)

 

(7 bis) Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij1 verplicht de lidstaten om de Commissie en de andere lidstaten onverwijld in kennis te stellen van ieder ontwerp van een technisch voorschrift betreffende industrie- en landbouwproducten, met inbegrip van visserijproducten, en aan de Commissie de redenen mede te delen van de vaststelling van dit technisch voorschrift. Het is echter nodig te waarborgen dat na de vaststelling van een nationaal technisch voorschrift het beginsel van de wederzijdse erkenning in specifieke gevallen naar behoren wordt toegepast op bepaalde producten. In deze verordening wordt een procedure vastgelegd voor de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning in specifieke gevallen door vast te leggen dat de nationale autoriteiten moeten motiveren om welke technische of wetenschappelijke redenen een bepaald product in zijn huidige vorm niet op de nationale markt mag worden verkocht uit hoofde van de artikelen 28 en 30 van het Verdrag. De nationale autoriteiten zijn in het kader van deze verordening niet gehouden het technisch voorschrift zelf te rechtvaardigen.

_________
1 PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/96/EG van de Raad (PB L 363 van 20.12.06, blz. 81).

Motivering

La directive 98/34 et le règlement doivent être deux systèmes complémentaires, le règlement ne doit pas remettre en cause les procédures de notifications existantes.

En outre, en communiquant à la Commission toute règle technique à l'état de projet relative à un produit industriel, un produit agricole ou de la pêche et en lui notifiant les éléments qui le poussent à prendre cette mesure technique, l'État membre par la directive 98/34 s'assure ainsi que les contraintes pesant sur les autorités nationales ensuite seront les plus légères possible : il ne devra pas rejustifier la règle technique en elle-même. Le présent règlement renforce le système ex ante en obligeant les États membres à notifier tout projet de règle technique aux opérateurs économiques concernés par l'intermédiaire des points de contact "produit". Il assure donc une information à l'interlocuteur direct avant que l'entrave ne soit créée et encourage le dialogue entre les entreprises et les États membres.

Amendement 7

Overweging 8 bis (nieuw)

(8 bis) Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de verplichting om aan de consument bepaalde informatie over het product te verschaffen door op het product bepaalde aanduidingen aan te brengen of door documenten erbij te voegen zoals gebruiksaanwijzingen, en de verplichting om deze informatie in een bepaalde taal te verschaffen. Derhalve is de verplichting om bepaalde informatie over een product te verschaffen door op het product bepaalde aanduidingen aan te brengen of documenten erbij te voegen een "technisch voorschrift" in de zin van deze verordening, terwijl de verplichting om aanwijzingen op het etiket en gebruiksaanwijzingen te leveren in één of meerdere talen van het gebied waar deze producten verkocht moeten worden, geen "technisch voorschrift" in de zin van deze verordening is.

Motivering

Deze overweging wordt gerechtvaardigd door het streven om zowel voor een goede voorlichting van de marktdeelnemers en de consumenten te zorgen als om het toepassingsgebied van deze verordening te verduidelijken overeenkomstig de jurisprudentie van het Hof van Justitie. In zijn arrest COLIM NV (C-33/97) heeft het Hof van Justitie immers gepreciseerd wat wel en niet onder het begrip "technisch voorschrift" valt, hetgeen dus in een overweging moet worden verduidelijkt met het oog op een goede toepassing van deze verordening.

Amendement 8

Overweging 8 ter (nieuw)

(8 ter) De procedures inzake voorafgaande vergunning vormen geen technisch voorschrift in de zin van deze verordening.

Motivering

Er bestaan vergunningsprocedures voor het op de markt brengen van producten die nationaal zijn (medische producten). Volgens het Gemeenschapsrecht bestaat er voor de procedures inzake voorafgaande vergunning geen periode van standstill en is deze verordening dus niet van toepassing.

Amendement 9

Overweging 9

(9) Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid bepaalt dat uitsluitend veilige producten in de handel mogen worden gebracht. De richtlijn geeft de autoriteiten de bevoegdheid gevaarlijke producten met onmiddellijke ingang te verbieden of om een product dat gevaarlijk kan zijn tijdelijk, voor zolang dit voor de verschillende controles, onderzoeken of veiligheidsbeoordelingen noodzakelijk is, te verbieden. Het is daarom noodzakelijk maatregelen die de lidstaten uit hoofde van de nationale wetgeving tot uitvoering van Richtlijn 2001/95/EG nemen, van het toepassingsgebied van deze verordening uit te sluiten.

(9) Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid bepaalt dat uitsluitend veilige producten in de handel mogen worden gebracht en stelt de verplichtingen vast die op de producenten en distributeurs rusten ten aanzien van de productveiligheid. De richtlijn geeft de autoriteiten de bevoegdheid gevaarlijke producten met onmiddellijke ingang te verbieden of om een product dat gevaarlijk kan zijn tijdelijk, voor zolang dit voor de verschillende controles, onderzoeken of veiligheidsbeoordelingen noodzakelijk is, te verbieden. Krachtens genoemde richtlijn beschikken de autoriteiten tevens over de bevoegdheid om de nodige acties te ondernemen om met de vereiste spoed passende maatregelen te nemen, zoals die bedoeld in artikel 8, lid 1, onder b) tot en met f) van genoemde richtlijn, wanneer producten een ernstig risico met zich meebrengen. Het is daarom zaak maatregelen die de lidstaten uit hoofde van de nationale wetgeving tot uitvoering van artikel 8, lid 1, onder d) tot en met f), en lid 3 van Richtlijn 2001/95/EG nemen, van het toepassingsgebied van deze verordening uit te sluiten.

Motivering

Amendement ter precisering van de inhoud van Richtlijn 2001/95/EG inzake algemene productveiligheid.

Amendement 10

Overweging 10

(10) Bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden is onder meer een systeem voor snelle waarschuwingen ingesteld, voor kennisgevingen van het bestaan van een direct of indirect risico voor de gezondheid van de mens, verband houdend met een levensmiddel of diervoeder. De verordening verplicht de lidstaten ertoe om de Commissie door middel van het systeem voor snelle waarschuwingen onverwijld in kennis te stellen van elke door hen vastgestelde maatregel die, met het oog op de bescherming van de gezondheid van de mens, het in de handel brengen van een product beperkt of het uit de handel nemen of het terugroepen van levensmiddelen of diervoeders voorschrijft en waarvoor snelle actie vereist is. Maatregelen die de nationale autoriteiten ingevolge artikel 50, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 178/2002 hebben genomen, moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

(10) Bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden is onder meer een systeem voor snelle waarschuwingen ingesteld, voor kennisgevingen van het bestaan van een direct of indirect risico voor de gezondheid van de mens, verband houdend met een levensmiddel of diervoeder. De verordening verplicht de lidstaten ertoe om de Commissie door middel van het systeem voor snelle waarschuwingen onverwijld in kennis te stellen van elke door hen vastgestelde maatregel die, met het oog op de bescherming van de gezondheid van de mens, het in de handel brengen van een product beperkt of het uit de handel nemen of het terugroepen van levensmiddelen of diervoeders voorschrijft en waarvoor snelle actie vereist is. Maatregelen die de autoriteiten van de lidstaten ingevolge artikel 50, lid 3, onder a) en artikel 54 van Verordening (EG) nr. 178/2002 hebben genomen, moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

Motivering

Het is nodig artikel 54 van Verordening nr. 178/2002 te noemen dat voorziet in noodmaatregelen voor het uit de handel nemen van producten, wanneer de Commissie op het gebied van de voedselveiligheid in gebreke blijft.

Amendement 11

Overweging 11 bis (nieuw)

(11 bis) Deze verordening laat de communautaire richtlijnen inzake de harmonisatie van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van mensen, dieren en planten en de vastlegging van procedures voor de controle van de naleving van deze maatregelen onverlet.

Motivering

Er bestaat een speciale procedure inzake de bescherming van mensen, dieren en planten die nog steeds van toepassing is, aangezien de controles binnen de Europese Unie reeds zijn geharmoniseerd. Elke speciale procedure die geharmoniseerd is, wordt uitgesloten van het toepassingsgebied van het voorstel voor een verordening (zie arrest C-249/92) en valt dus niet onder de regels inzake omkering van de bewijslast noch onder de periode van standstill, enz.

Amendement 12

Overweging 14

(14) De nationale autoriteiten moeten in elk geval aantonen dat de toepassing van nationale technische voorschriften op specifieke, in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte producten tot de toegestane uitzonderingen behoren.

(14) De nationale autoriteiten moeten in elk geval aantonen dat de toepassing van nationale technische voorschriften op specifieke, in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte producten tot de toegestane uitzonderingen behoren en dat geen gebruik kan worden gemaakt van minder restrictieve maatregelen. De schriftelijke kennisgeving door de nationale autoriteit aan de marktdeelnemer moet laatstgenoemde in staat stellen om te goeder trouw opmerkingen te plaatsen bij alle steekhoudende aspecten van het voorgenomen besluit om de toegang tot de markt te beperken. Bijgevolg moet de autoriteit de betrokken marktdeelnemer in kennis stellen van de technische en economische redenen van het voorgenomen besluit dat wordt genomen overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel. Bij ontstentenis van een antwoord van de marktdeelnemer binnen de toegekende termijn, staat de nationale autoriteit niets in de weg om restrictievere maatregelen te treffen.

Motivering

Het is van fundamenteel belang om de verplichtingen van de marktdeelnemer en de lidstaat van bestemming in evenwicht te brengen. Aldus moet ervoor worden gezorgd dat, wanneer de marktdeelnemer niet binnen de toegekende termijnen heeft geantwoord, de lidstaat een bijkomend nationaal technisch voorschrift kan opleggen.

Amendement 13

Overweging 23

(23) Met het oog op de ontwikkeling en totstandbrenging van een pan-Europese e-overheidsdienst en de hieraan ten gronde liggende interoperabele telematicanetwerken moet, in overeenstemming met Besluit 2004/387/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de interoperabele levering van pan-Europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten, ondernemingen en burgers (IDABC), de invoering van een elektronisch systeem voor de uitwisseling van informatie tussen productcontactpunten worden overwogen.

(23) Met het oog op de ontwikkeling en totstandbrenging van een pan-Europese e overheidsdienst en de hieraan ten gronde liggende interoperabele telematicanetwerken moet, in overeenstemming met Besluit 2004/387/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de interoperabele levering van pan-Europese e-overheidsdiensten aan overheidsdiensten, ondernemingen en burgers (IDABC) , de invoering van een elektronisch systeem voor de uitwisseling van informatie tussen productcontactpunten worden vastgelegd.

Motivering

Het volstaat niet om de invoering van een dergelijk systeem te overwegen; dit moet worden vastgelegd. Zie ook het amendement op artikel 9.

Amendement 14

Artikel 2, lid 1, alinea 1, inleidend gedeelte

Deze verordening is van toepassing op besluiten die ten aanzien van in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte industrie-, landbouw- en visserijproducten op basis van een technisch voorschrift worden genomen, wanneer het besluit direct of indirect tot gevolg heeft dat:

Deze verordening is van toepassing op besluiten die ten aanzien van in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte nieuwe of gebruikte industrie-, landbouw- en visserijproducten op basis van een technisch voorschrift worden genomen, wanneer het besluit direct of indirect tot gevolg heeft dat:

Amendement 15

Artikel 2, lid 1, alinea 1, letter c)

c) dat product of producttype moet worden gewijzigd voordat het in de handel mag worden gebracht of in de handel mag blijven;

c) dat product of producttype moet worden gewijzigd voordat het in de handel mag worden gebracht of in de handel mag blijven of gebruikt mag worden of, in het geval van voertuigen, in het verkeer gebracht of geregistreerd mag worden;

Amendement 16

Artikel 3, lid 2, letter a)

a) artikel 8, onder d), e) en f), van Richtlijn 2001/95/EG;

a) artikel 8, lid 1, onder d) tot en met f) en lid 3, van Richtlijn 2001/95/EG;

Motivering

In het amendement worden de maatregelen inzake het uit de handel nemen gepreciseerd, die van toepassing zijn op alle categorieën producten in het geval van ernstige risico's.

Amendement 17

Artikel 3, lid 2, letter b)

b) artikel 50, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 178/2002;

b) artikel 50, lid 3, onder a) en artikel 54, van Verordening (EG) nr. 178/2002;

Motivering

Aldus wordt artikel 54 van Verordening nr. 178/2002 van onderhavige verordening uitgesloten, dat voorziet in noodmaatregelen voor het uit de handel nemen van producten, wanneer de Commissie op het gebied van de voedselveiligheid in gebreke blijft.

Amendement 18

Artikel 4, lid 1, alinea 2 bis (nieuw)

 

De nationale autoriteiten hoeven het technisch voorschrift zelf niet te motiveren, wanneer dit gerechtvaardigd is uit hoofde van Richtlijn 98/34/EG.

Motivering

Wanneer in overweging 7 bis wordt uiteengezet waarom deze verordening nodig is naast richtlijn 98/34/EG, is het zaak in de tekst zelf nog eens te wijzen op dit verband tussen beide wetgevingsinstrumenten.

Amendement 19

Artikel 4, lid 3 bis (nieuw)

3bis. De nationale autoriteit stelt de Commissie in kennis van het besluit om de in onderhavig artikel bedoelde procedure te starten, alsmede van elk aan dit besluit gegeven gevolg.

Motivering

Opdat de Europese Commissie haar controletaak kan verrichten, moet zij in kennis worden gesteld van het besluit om de procedure te starten, alsmede van elk aan dit besluit gegeven gevolg.

Amendement 20

Artikel 5 bis (nieuw)

 

Artikel 5 bis

De nationale autoriteiten tonen in elk geval aan dat de toepassing van nationale technische voorschriften op bepaalde, in een andere lidstaat legaal in de handel gebrachte producten tot de toegestane uitzonderingen behoort en dat geen gebruik kan worden gemaakt van minder restrictieve maatregelen. De schriftelijke kennisgeving stelt de marktdeelnemer in staat om te goeder trouw kanttekeningen te plaatsen bij alle steekhoudende aspecten van het voorgenomen besluit om de markttoegang te beperken. Bijgevolg stelt de autoriteit de betrokken marktdeelnemer in kennis van de technische en economische redenen van het voorgenomen besluit dat wordt genomen overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel. Bij ontstentenis van een antwoord van de marktdeelnemer kan de nationale autoriteit na het verlopen van de toegekende termijn maatregelen nemen.

Motivering

Het is van fundamenteel belang om de verplichtingen van de marktdeelnemer en de lidstaat van bestemming in evenwicht te brengen. Aldus moet ervoor worden gezorgd dat, wanneer de marktdeelnemer niet binnen de toegekende termijnen heeft geantwoord, de lidstaat een bijkomend nationaal technisch voorschrift kan opleggen.

Amendement 21

Artikel 8 bis (nieuw)

 

Artikel 8 bis

1. Elke lidstaat verzamelt de in artikel 8, lid 1 opgesomde gegevens in een gegevensbank.

2. De Commissie zorgt voor de koppeling van deze gegevensbanken en gebruikt deze informatie om:

- te zorgen voor de controle van deze informatie en van de conformiteit van de technische regels ter zake met het Gemeenschapsrecht;

- deze informatie via internet toegankelijk te maken voor de marktdeelnemers en de lidstaten.

3. De lidstaten zorgen voor de bijwerking van alle aan de Commissie verstrekte informatie.

Motivering

Het is nodig om te voorzien in een koppeling van de gegevensbanken door de Europese Commissie om toezicht te houden op de conformiteit van de nationale technische regels met het Gemeenschapsrecht en om de desbetreffende informatie voor de marktdeelnemers toegankelijk te maken.

Amendement 22

Artikel 9

De Commissie kan, volgens de procedure van artikel 11, lid 2, een telematicanetwerk voor informatie-uitwisseling tussen de productcontactpunten in het kader van deze verordening inrichten.

Uiterlijk op 31 december 2009 richt de Commissie, volgens de procedure van artikel 11, lid 2, een telematicanetwerk voor informatie-uitwisseling tussen de productcontactpunten in het kader van deze verordening in.

Motivering

Dit amendement maakt de inrichting door de Europese Commissie van een telematicanetwerk binnen een redelijke termijn verplicht.

Amendement 23

Artikel 10, lid 2 bis (nieuw)

2 bis. De Commissie zorgt voor de opstelling, publicatie en regelmatige bijwerking van een indicatieve lijst van de producten die op communautair niveau niet aan harmonisatie zijn onderworpen.

Motivering

Deze indicatieve lijst van niet-geharmoniseerde producten kan worden gebaseerd op het douanewetboek en de douanenomenclatuur, alsmede op de arresten van het Hof van Justitie van de EG dat uiteindelijk beslist over de vraag of een product al dan niet onder de niet-geharmoniseerde sector valt.

Amendement 24

Artikel 13, alinea 1 bis (nieuw)

 

Onverminderd de eerste alinea van dit artikel zijn de artikelen 7 en 8 van toepassing vanaf de eerste dag van de maand die volgt op een periode van een jaar na de datum van bekendmaking van deze verordening.

Motivering

Aangezien het een verordening betreft, is deze onmiddellijk van toepassing. Het amendement heeft tot doel de inwerkingtreding van de verordening uit te stellen, omdat de invoering van contactpunten voor de producten en de ontwikkeling van een netwerk om de marktdeelnemers in staat te stellen de lijst van niet-geharmoniseerde producten te raadplegen, grote financiële investeringen, de opleiding van ambtenaren in het gebruik van deze instrumenten en de daadwerkelijke omkering van de bewijslast zullen vergen.

(1)

Nog niet in het PB gepubliceerd.

(2)

Zie de arresten van 8 februari 1983, Commissie/Verenigd Koninkrijk, het zogenaamde UHT melk-arrest, 124/81, Jur. blz. 203, punt 9, en van 5 juli 1990, Commissie/België, C-304/88, Jur. I-2801, punt 9; zie ook het arrest van 26 mei 2005, Commissie/Frankrijk, C-212/03, Jur. blz. I-4213, punt 16, en het arrest van 23 oktober 1977, Franzén, C‑189/95, Jur. blz. 5909, punt 71.


PROCEDURE

Titel

Toepassing van nationale technische voorschriften op producten die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht

Document- en procedurenummers

COM(2007)0036 - C6-0065/2007 - 2007/0028(COD)

Commissie ten principale

IMCO

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

13.3.2007

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jacques Toubon

10.4.2007

 

 

Behandeling in de commissie

25.6.2007

 

 

 

Datum goedkeuring

11.9.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marek Aleksander Czarnecki, Bert Doorn, Monica Frassoni, Giuseppe Gargani, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Othmar Karas, Piia-Noora Kauppi, Klaus-Heiner Lehne, Katalin Lévai, Alain Lipietz, Hans-Peter Mayer, Manuel Medina Ortega, Hartmut Nassauer, Aloyzas Sakalas, Francesco Enrico Speroni, Daniel Strož, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Janelly Fourtou, Jean-Paul Gauzès, Barbara Kudrycka, Michel Rocard, Jacques Toubon

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Albert Deß, María Sornosa Martínez

PROCEDURE

Titel

Toepassing van nationale technische voorschriften op producten die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht

Document- en procedurenummers

COM(2007)0036 - C6-0065/2007 - 2007/0028(COD)

Datum indiening bij EP

14.2.2007

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

IMCO

13.3.2007

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

INTA

13.3.2007

ENVI

13.3.2007

ITRE

13.3.2007

JURI

13.3.2007

Geen advies

       Datum besluit

INTA

28.2.2007

ENVI

27.2.2007

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Alexander Stubb

20.3.2007

 

 

Behandeling in de commissie

7.5.2007

27.6.2007

16.7.2007

12.9.2007

 

2.10.2007

5.11.2007

26.11.2007

 

Datum goedkeuring

27.11.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Charlotte Cederschiöld, Gabriela Creţu, Mia De Vits, Janelly Fourtou, Vicente Miguel Garcés Ramón, Evelyne Gebhardt, Malcolm Harbour, Anna Hedh, Iliana Malinova Iotova, Pierre Jonckheer, Kurt Lechner, Lasse Lehtinen, Toine Manders, Arlene McCarthy, Nickolay Mladenov, Catherine Neris, Bill Newton Dunn, Zita Pleštinská, Zuzana Roithová, Heide Rühle, Leopold Józef Rutowicz, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Alexander Stubb, Eva-Britt Svensson, Marianne Thyssen, Horia-Victor Toma, Jacques Toubon

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Emmanouil Angelakas, André Brie, Wolfgang Bulfon, Colm Burke, Giovanna Corda, András Gyürk, Filip Kaczmarek, Manuel Medina Ortega, Ieke van den Burg

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Samuli Pohjamo

Datum indiening

4.12.2007

Juridische mededeling - Privacybeleid