VERSLAG over het initiatief van de Republiek Oostenrijk met het oog op de aanneming van een besluit van de Raad ter verbetering van de samenwerking in crisissituaties tussen de speciale interventie-eenheden van de lidstaten van de Europese Unie

    20.12.2007 - (15437/2006 – C6‑0058/2007 – 2007/0803(CNS)) - *

    Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
    Rapporteur: Armando França

    Procedure : 2007/0803(CNS)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0507/2007
    Ingediende teksten :
    A6-0507/2007
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het initiatief van de Republiek Oostenrijk met het oog op de aanneming van een besluit van de Raad ter verbetering van de samenwerking in crisissituaties tussen de speciale interventie-eenheden van de lidstaten van de Europese Unie

    (15437/2006 – C6‑0058/2007 – 2007/0803(CNS))

    (Raadplegingsprocedure)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het initiatief van de Republiek Oostenrijk (15437/2006)[1],

    –   gelet op artikel 30, 32 en 34, lid 2 onder c, van het EU­Verdrag,

    –   gelet op artikel 39, lid 1 van het EU­Verdrag, op grond waarvan het door de Raad geraadpleegd is (C6‑0058/2007),

    –   gelet op artikel 93 en 51 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6‑0507/2007),

    1.  hecht zijn goedkeuring aan het initiatief van de Republiek Oostenrijk, zoals geamendeerd door het Parlement;

    2.  verzoekt de Raad de oorspronkelijke tekst dienovereenkomstig te wijzigen;

    3.  verzoekt de Raad, wanneer hij voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

    4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het initiatief van de Republiek Oostenrijk;

    5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, en de regering van de Republiek Oostenrijk.

    Door de Republiek Oostenrijk voorgestelde tekstAmendementen van het Parlement

    Amendement 1

    Overweging 4

    (4) Geen enkele lidstaat kan naar waarheid beweren dat hij over alle middelen en deskundigheid beschikt om het hoofd te bieden aan alle soorten grootschalige crisissituaties die een speciale interventie vergen. De mogelijkheid om een andere lidstaat om bijstand te verzoeken is dan ook van levensbelang.

    (4) Geen enkele lidstaat kan naar waarheid beweren dat hij over alle middelen en deskundigheid beschikt om het hoofd te bieden aan alle soorten specifieke of grootschalige crisissituaties die een speciale interventie vergen. De mogelijkheid om een andere lidstaat om bijstand te verzoeken is dan ook van levensbelang.

    Amendement 2

    Overweging 5

    (5) Dit besluit strekt ertoe de algemene voorschriften, onder meer betreffende civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid, vast te stellen die het wettelijk kader bieden voor gevallen waarin de betrokken lidstaten overeenkomen van deze mogelijkheid om bijstand te vragen en te verstrekken gebruik te maken. Met dit kader en de verklaring van de bevoegde instanties zullen de lidstaten in staat zijn snel te reageren en tijd te winnen in geval van crisissituaties,

    (5) Besluit 2007/.../JBZ van de Raad tot verbetering van de grensoverschrijdende samenwerking, vooral in de strijd tegen terreur en grensoverschrijdende criminaliteit (het zgn. besluit van Prüm), en vooral artikel 18, regelt een aantal vormen van politionele bijstand tussen de lidstaten onderling bij massabijeenkomsten en gelijkaardige belangrijke gebeurtenissen, rampen en ernstige ongevallen. Dit besluit gaat niet over massabijeenkomsten, natuurrampen of ernstige ongevallen in de zin van artikel 18 van het besluit van Prüm, maar vormt een aanvulling op zijn bepalingen over bepaalde vormen van politionele bijstand tussen de lidstaten onderling met behulp van speciale interventie-eenheden in andere situaties, of m.a.w. in crisis- of terreursituaties van menselijke oorsprong die een rechtstreekse fysieke bedreiging voor bepaalde personen, goederen, infrastructuur of instellingen vormen, meer in het bijzonder gijzelingen, kapingen en gelijkaardige gebeurtenissen.

     

    In die gedachtegang dient elke lidstaat aan te geven welke de bevoegde nationale instanties zijn waarbij de andere betrokken lidstaten om bijstand of interventie kunnen verzoeken.

    Motivering

    Het is van belang om duidelijk te maken wat het voornaamste oogmerk van het besluit is om het als aanvullende maatregel bij het besluit van Prüm te verantwoorden.

    Amendement 3

    Overweging 5 bis (nieuw)

     

    (5 bis) Met dit juridisch kader en een overzichtslijst van de bevoegde instanties zullen de lidstaten in staat zijn om snel te reageren en tijd te winnen als er zich een crisissituatie voordoet. Daarnaast is het essentieel - in het belang van ruimere mogelijkheden voor de lidstaten om dergelijke crisissituaties, vooral terroristische incidenten, te voorkomen en te beantwoorden - dat de speciale interventie-eenheden elkaar regelmatig ontmoeten en gezamenlijke opleidingsperioden organiseren, zodat ze uit elkaars ervaringen kunnen leren.

    Amendement 4

    Artikel 1

    In dit besluit worden de algemene voorschriften en voorwaarden vastgesteld voor bijstandverlening door en/of een optreden van de speciale interventie-eenheden van een lidstaat op het grondgebied van een andere lidstaat (hierna "verzoekende lidstaat" genoemd) wanneer deze eenheden hierom door laatstgenoemde lidstaat is verzocht, en zij op dit verzoek zijn ingegaan teneinde het hoofd te bieden aan een crisissituatie.

    In dit besluit worden de algemene voorschriften en voorwaarden vastgesteld voor bijstandverlening door en/of een optreden van de speciale interventie-eenheden van een lidstaat (hierna "aangezochte lidstaat" genoemd) op het grondgebied van een andere lidstaat (hierna "verzoekende lidstaat" genoemd) wanneer deze eenheden hierom door laatstgenoemde lidstaat is verzocht, en zij op dit verzoek zijn ingegaan teneinde het hoofd te bieden aan een crisissituatie. De praktische bijzonderheden en uitvoeringsregelingen bij dit besluit worden rechtstreeks tussen de verzoekende en aangezochte lidstaat overeengekomen.

    Amendement 5

    Artikel 2, definitie 1

    1) "speciale interventie-eenheid": een wetshandhavingsinstantie van een lidstaat die gespecialiseerd is in crisisbeheersing;

    Niet van toepassing op de Nederlandse versie.

    Motivering

    Niet van toepassing op de Nederlandse versie.

    Amendement 6

    Artikel 2, punt 2

    2) "crisissituatie": een door menselijk optreden veroorzaakte situatie in een lidstaat die voor personen of instellingen in die lidstaat een ernstige rechtstreekse fysieke of materiële bedreiging vormt, in het bijzonder gijzelingen, kapingen en soortgelijke incidenten.

    2) "crisissituatie": een door menselijk optreden veroorzaakte situatie in een lidstaat die redelijke gronden schept om te menen dat er een strafbaar feit begaan is, wordt of zal worden, dat voor personen, goederen, infrastructuur of instellingen in die lidstaat een ernstige rechtstreekse fysieke of materiële bedreiging vormt, in het bijzonder situaties in de zin van artikel 1, lid 1 van kaderbesluit 2002/475/JBZ van 13 juni 2002 van de Raad1.

    ___________

    1 PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3.

    Amendement 7

    Artikel 2, punt 2 bis (nieuw)

     

    2 bis) "bevoegde overheid": de nationale overheid die bevoegd is om de inzet van de speciale interventie-eenheden te vragen en goed te keuren.

    Amendement 8

    Artikel 3, lid 1

    1. Een lidstaat kan een speciale interventie-eenheid van een andere lidstaat verzoeken om bijstand voor het aanpakken van een crisissituatie. Een lidstaat kan een dergelijk verzoek aanvaarden of weigeren, dan wel andere dan de gevraagde bijstand voorstellen.

    1. Met een aanvraag bij de bevoegde overheden, die de aard van de gevraagde bijstand en de operationele behoeften nader aangeeft, kan een lidstaat een speciale interventie-eenheid van een andere lidstaat verzoeken om bijstand voor het aanpakken van een crisissituatie. De bevoegde overheid van de aangezochte lidstaat kan een dergelijk verzoek aanvaarden of weigeren, dan wel andere dan de gevraagde bijstand voorstellen.

    Amendement 9

    Artikel 4

    Algemene bepalingen inzake aansprakelijkheid

    Civiel- en strafrechtelijke aansprakelijkheid

    1. Wanneer conform dit besluit functionarissen van een lidstaat op het grondgebied van een andere lidstaat optreden, berust de aansprakelijkheid voor schade die zij tijdens de operaties veroorzaken, bij laatstgenoemde lidstaat.

    Als op grond van dit besluit functionarissen van een lidstaat op het grondgebied van een andere lidstaat optreden en/of materiaal inzetten, zijn de bepalingen op de civiel- en strafrechtelijke aansprakelijkheid van artikel 21 en 22 van het besluit van Prüm van toepassing.

    2. In afwijking van lid 1, wanneer de schade voortvloeit uit acties die strijdig waren met de door de verzoekende lidstaten gegeven instructies of uit acties waarbij de grenzen van de aan de betrokken functionarissen krachtens hun nationale wetgeving toegekende bevoegdheden werden overschreden, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

     

    a) de lidstaat op het grondgebied waarvan de in lid 1 bedoelde schade wordt veroorzaakt, neemt op zich deze schade te vergoeden op de wijze waarop hij daartoe gehouden zou zijn, indien de schade door zijn eigen functionarissen was toegebracht;

     

    b) de lidstaat wiens functionarissen op het grondgebied van een andere lidstaat enige schade ten aanzien van een persoon hebben veroorzaakt, betaalt deze laatste het volledige bedrag terug dat deze aan de slachtoffers of hun rechthebbenden heeft uitgekeerd;

     

    c) onder voorbehoud van de uitoefening van zijn rechten tegenover derden en met uitzondering van het bepaalde in punt b, ziet elke lidstaat, in het geval bedoeld in dit lid, ervan af het bedrag van de door hem geleden schade op een andere lidstaat te verhalen.

     

    Amendement 10

    Artikel 5

    Artikel 5

    schrappen

    Strafrechtelijke aansprakelijkheid

     

    Tijdens een optreden als bedoeld in artikel 3 worden de functionarissen die op het grondgebied van een andere lidstaat een taak vervullen, met functionarissen van die lidstaat gelijkgesteld, voor wat betreft de strafbare feiten die tegen of door hen worden begaan.

     

    Amendement 11

    Artikel 6

    De lidstaten zien erop toe dat hun bevoegde instanties zo nodig bijeenkomsten beleggen en gezamenlijke opleidingen en oefeningen organiseren teneinde ervaring en deskundigheid, alsook algemene, praktische en technische informatie uit te wisselen over bijstandverlening in crisissituaties.

    Alle deelnemende lidstaten zien erop toe dat hun speciale interventie-eenheden regelmatig bijeenkomsten beleggen en gezamenlijke opleidingen en oefeningen organiseren teneinde ervaring en deskundigheid, alsook algemene, praktische en technische informatie uit te wisselen over bijstandverlening in crisissituaties. De bijeenkomsten, opleidingen en oefeningen in kwestie kunnen met middelen uit sommige financiële programma's van de Europese unie gefinancierd worden om subsidiëring uit de begroting van de Europese unie te verkrijgen. De lidstaat die het voorzitterschap van de Europese unie waarneemt, ziet er zo veel mogelijk op toe dat de bijeenkomsten, opleidingen en oefeningen daadwerkelijk plaatsvinden.

    Amendement 12

    Artikel 7

    Elke lidstaat draagt zijn eigen kosten, tenzij tussen de betrokken lidstaten anders wordt overeengekomen.

    De verzoekende lidstaat draagt de operationele kosten voor de speciale interventie-eenheden van de aangezochte lidstaat bij toepassing van artikel 3, met inbegrip van de kosten van transport en accommodatie, tenzij tussen de betrokken lidstaten anders wordt overeengekomen.

    Amendement 13

    Artikel 8, lid 4 bis (nieuw)

     

    4 bis. Niets in het onderhavige Besluit kan aldus worden uitgelegd dat het toegestaan is deze voorschriften voor de samenwerking tussen de wetshandhavingsinstanties van de lidstaten toe te passen op de betrekkingen met de bevoegde instanties van derde landen, in afwijking van de bestaande voorschriften voor internationale politiële samenwerking in de bestaande nationale rechtsregels.

    Motivering

    Doel van dit amendement is de invoering van een uitdrukkelijke beschermingsclausule tegen de ongeoorloofde uitbreiding van deze vereenvoudigde regels voor samenwerking ("naar analogie") tot de betrekkingen met de instanties van derde landen, die mogelijk niet onder dezelfde voorwaarden van verantwoordingsplicht en democratische controle werken als de instanties van de EU-lidstaten, hetgeen een ongeoorloofde bedreiging kan vormen voor de vitale belangen van de Europese burgers.

    • [1]  PB C .../Nog niet in het PB gepubliceerd.

    PROCEDURE

    Titel

    Samenwerking tussen de speciale interventie-eenheden van de lidstaten

    Document- en procedurenummers

    15437/2006 - C6-0058/2007 - 2007/0803(CNS)

    Datum raadpleging EP

    30.1.2007

    Commissie ten principale

           Datum bekendmaking

    LIBE

    1.2.2007

    Rapporteur(s)

           Datum benoeming

    Armando França

    5.11.2007

     

     

    Vervangen rapporteur(s)

    Fausto Correia

     

     

    Behandeling in de commissie

    27.2.2007

    9.10.2007

    20.11.2007

    18.12.2007

    Datum goedkeuring

    18.12.2007

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    53

    1

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Alexander Alvaro, Roberta Angelilli, Alfredo Antoniozzi, Mario Borghezio, Mihael Brejc, Kathalijne Maria Buitenweg, Michael Cashman, Giuseppe Castiglione, Giusto Catania, Jean-Marie Cavada, Carlos Coelho, Esther De Lange, Panayiotis Demetriou, Gérard Deprez, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Bárbara Dührkop Dührkop, Claudio Fava, Armando França, Urszula Gacek, Kinga Gál, Patrick Gaubert, Roland Gewalt, Lilli Gruber, Jeanine Hennis-Plasschaert, Lívia Járóka, Ewa Klamt, Stavros Lambrinidis, Henrik Lax, Sarah Ludford, Claude Moraes, Javier Moreno Sánchez, Rareş-Lucian Niculescu, Bogusław Rogalski, Martine Roure, Luciana Sbarbati, Inger Segelström, Csaba Sógor, Søren Bo Søndergaard, Vladimir Urutchev, Ioannis Varvitsiotis, Renate Weber, Manfred Weber, Tatjana Ždanoka

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Edit Bauer, Simon Busuttil, Genowefa Grabowska, Ignasi Guardans Cambó, Sophia in ‘t Veld, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Jean Lambert, Jörg Leichtfried, Antonio Masip Hidalgo, Bill Newton Dunn, Rainer Wieland

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

    Manuel Medina Ortega

    Datum indiening

    20.12.2007