VERSLAG over de strategie van de EU voor markttoegang ten behoeve van Europese exporteurs
7.1.2008 - (2007/2185(INI))
Commissie internationale handel
Rapporteur: Ignasi Guardans Cambó
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over de strategie van de EU voor markttoegang ten behoeve van Europese exporteurs
Het Europees Parlement,
– gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld "Europa als wereldspeler: een sterker partnerschap voor markttoegang ten behoeve van Europese exporteurs" (COM(2007)0183),
– gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld "Europa als wereldspeler - Wereldwijd concurreren - Een bijdrage aan de EU-strategie voor groei en werkgelegenheid" (COM(2006)0567),
– gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Europa als wereldspeler - De handelsbeschermingsinstrumenten van Europa in een veranderende wereldeconomie - Groenboek voor een openbare raadpleging" (COM(2006)0763),
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 28 september 2006 over de economische en handelsbetrekkingen van de EU met India[1],
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 25 oktober 2006 over het jaarverslag van de Commissie aan het Europees Parlement over antidumping-, antisubsidie- en vrijwaringsmaatregelen van derde landen tegen de Gemeenschap (2004)[2],
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 4 april 2006 over de evaluatie van de Doha-ronde na de ministersconferentie van de WTO in Hongkong[3],
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 12 oktober 2006 over de economische en commerciële betrekkingen tussen de EU en de Mercosur met het oog op het sluiten van een interregionale associatieovereenkomst[4],
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 1 juni 2006 over de trans-Atlantische economische betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten [5],
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 13 oktober 2005 over de vooruitzichten voor de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en China[6],
– gezien het werkdocument van de Commissie dat bij de mededeling van de Commissie is gevoegd, getiteld "Economische hervormingen en concurrentievermogen: de belangrijkste boodschappen uit het verslag over het Europese concurrentievermogen 2006" (SEC(2006)1467),
– gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Uitvoering van het communautair Lissabon-programma: een beleidskader ter versterking van de EU-industrie - Naar een beter geïntegreerde aanpak van het industriebeleid" (COM(2005)0474),
– gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van 23 en 24 maart 2006[7],
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 maart 2006 over de inbreng in de Europese Voorjaarsraad 2006 in verband met de strategie van Lissabon[8],
– gezien de mededeling van de Commissie getiteld "EU - China: Hechtere partners, groeiende verantwoordelijkheden" (COM(2006)0631) en het begeleidende werkdocument getiteld "Hechtere partners, groeiende verantwoordelijkheden - Document betreffende het handels- en investeringsbeleid van de EU ten aanzien van China: Concurrentie en partnerschap" (COM(2006)0632),
– gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Het communautair Lissabon-programma uitvoeren - Een modern KMO-beleid voor groei en werkgelegenheid" (COM(2005)0551),
– gelet op artikel 45 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A6-0149/2007),
A. overwegende dat de Europese Unie een van de hoofdrolspelers in de wereldhandel is en een leiderschapsrol in het mondiale economische systeem moet blijven vervullen, teneinde dit eerlijker te maken en daarin meer rekening te houden met het milieu en de sociale rechten,
B. overwegende dat de Europese Unie de grootste exporteur en diensterverlener ter wereld is en er bijgevolg veel belang bij heeft dat er nieuwe markten voor goederen, diensten en investeringen worden geopend,
C. overwegende dat de Europese Unie met het oog op de uitdagingen van de mondialisering en de toenemende concurrentie van belangrijke opkomende economieën ambitieuzere en meer toekomstgerichte strategieën nodig heeft, maar tegelijkertijd het Europese economische, regionale en sociale model dient te behouden,
D. overwegende dat economische openheid zowel in eigen huis als in de rest van de wereld van vitaal belang is voor het scheppen van werkgelegenheid en groei, alsmede voor het behoud van de internationale concurrentiepositie; overwegende dat de Europese Unie derhalve binnen het kader van de strategie inzake markttoegang dient te blijven werken aan het openstellen van EU-markten en haar handelspartners moet blijven aanmoedigen hun handelsbelemmeringen weg te nemen en hun markten verder open te stellen,
E. overwegende dat een adequate toegang tot markten van derde landen EU-producenten in staat zal stellen marktleider te blijven voor goederen en diensten met een hoge toegevoegde waarde, de productinnovatie te versterken, de creativiteit te bevorderen, intellectuele-eigendomsrechten te beschermen en aanzienlijke schaalvoordelen te bereiken,
F. overwegende dat door de ontwikkelingen in de internationale handel het verkrijgen van toegang tot markten van derde landen even belangrijk is geworden als het verdedigen van de markten van de Europese Unie tegen oneerlijke handelspraktijken,
G. overwegende dat handelsliberalisering en het groeiende handelsvolume de internationale concurrentie bevorderen, maar ook het risico vergroten dat de export te maken krijgt met handelsbelemmeringen die nadelige gevolgen hebben voor de internationale concurrentiepositie van EU-bedrijven,
H. overwegende dat het concurrentievermogen van de economie van de Europese Unie onherroepelijk zal lijden onder vormen van protectionisme die niet gebaseerd zijn op de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), zowel binnen als buiten de Gemeenschap,
I. overwegende dat het wegnemen van handelsbelemmeringen de Europese export van goederen en diensten zeker zal bevorderen en zal zorgen voor een bestendige groei van de Europese economie,
J. overwegende dat rekening moet worden gehouden met ondoeltreffende bescherming van intellectuele- en industriële-eigendomsrechten, met inbegrip van geografische aanduidingen en herkomstbenamingen, door de wereldwijde handelspartners van de EU,
K. overwegende dat het van het hoogste belang is onderscheid te maken tussen a priori ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen als gevolg van incoherente tenuitvoerlegging van bestaande bilaterale en multilaterale handelsregels, en handelsbelemmeringen die voortvloeien uit rechtmatige wetgevende en administratieve activiteiten van overheden die oorspronkelijk niet op de handel gericht waren maar daar wel onbedoelde effecten op hebben,
L. overwegende dat moeizame douaneprocedures voor in-, uit- en doorvoer, sanitaire en fytosanitaire beperkingen die binnen de bestaande WTO-regels ongerechtvaardigd zijn, het oneerlijke gebruik van handelsbeschermingsinstrumenten (TDI's) en een slechte bescherming van intellectuele-eigendomsrechten duidelijk a priori ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen zijn die moeten worden aangepakt, teneinde markttoegang voor Europese bedrijven te vergemakkelijken,
M. overwegende dat het weliswaar uitzonderlijk moeilijk is om een nauwkeurige schatting te maken van de gevolgen van buitenlandse marktrestricties voor de handel van de Europese Unie, maar dat duidelijk is dat handelsbelemmeringen aanzienlijke negatieve gevolgen hebben voor de algehele exportprestaties van de Unie,
N. overwegende dat de economische aanwezigheid van de Europese Unie in het algemeen sterker is in geïndustrialiseerde landen met een statische vraag, maar aanzienlijk zwakker in snel groeiende gebieden en in opkomende markten zoals China en India,
O. overwegende dat de Europese Unie in het algemeen wordt beschouwd als een zeer open en transparante markt, waar de aanpak van concurrentievervalsing serieus wordt genomen en eerlijke voorwaarden worden gewaarborgd voor alle import, ongeacht de herkomst ervan,
P. overwegende dat hoge tarieven nog steeds een belangrijke handelsbelemmering vormen, vooral in de betrekkingen met grote opkomende landen,
Q. overwegende dat de WTO, ondanks het feit dat dit het enige effectieve forum is voor het garanderen van markttoegang en het realiseren van eerlijke en billijke wereldwijde handel, onvoldoende regulerend en bindend blijft; overwegende dat gebruikmaking van het Europese bestuursmodel kan bijdragen tot de verdere ontwikkeling van passende regels en kan zorgen voor een stabieler en meer omvattend regelgevingssysteem voor de wereldhandel,
R. overwegende dat het in het algemeen belang van de Commissie is ervoor te zorgen dat de handelswetgeving en -praktijken van haar partners zo veel mogelijk in overeenstemming zijn met de WTO-regels en andere internationale regelgeving,
S. overwegende dat handelsbelemmeringen en belemmeringen "achter de grens" niet alleen schadelijk zijn voor de handel in goederen, maar ook aanzienlijke nadelige gevolgen hebben voor de handel in diensten en overheidsopdrachten,
T. overwegende dat het oplossen van problemen en effectiever beschermen van de legitieme belangen en verwachtingen van de industrie ook een gunstige uitwerking heeft op de zichtbaarheid en geloofwaardigheid van de Europese Unie,
U. overwegende dat bedrijven uit de Europese Unie met het oog op het behalen van de doelstellingen van de herziene Lissabon-agenda een stabiele concurrentiepositie op de wereldmarkt moeten verwerven en behouden,
V. overwegende dat dit concurrentievermogen, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's), in toenemende mate berust op onderzoek, ontwikkeling, innovatie en intellectuele eigendom,
W. overwegende dat de twee absolute voorwaarden voor dit concurrentievermogen zijn: een veilige en gewaarborgde energievoorziening en een onbelemmerde toegang voor Europese bedrijven tot de nieuwste informatie- en communicatietechnologieën,
Algemeen overzicht
1. benadrukt dat de succesvolle tenuitvoerlegging van een herziene, ambitieuzere strategie voor markttoegang, gericht op het openen van nieuwe wereldmarkten voor Europese producten en diensten, niet alleen de rol van de EU in de wereld zal vergroten, maar ook de bestaande werkgelegenheid zal beschermen, nieuwe banen in Europa zal creëren, het concurrentievermogen van de Europese Unie zal vergroten en aldus substantieel zal bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Lissabon-strategie;
2. herinnert eraan dat de markttoegangsstrategie van de EU specifiek gericht is op ontwikkelde en opkomende economieën;
3. benadrukt dat de prestaties van de EU-export naar zowel ontwikkelde als naar opkomende economieën vaak negatief worden beïnvloed door een gebrek aan wederkerigheid met betrekking tot de voorwaarden voor markttoegang, tekortschietende naleving van internationale handelsregels en de proliferatie van oneerlijke handelspraktijken;
4. dringt er bij de Commissie op aan de legitieme handelsbelangen van de Europese Unie te verdedigen tegen misbruik en oneerlijke handelspraktijken van derde landen; is van mening dat de Europese Unie snel en krachtig moet reageren wanneer derde landen bedrijven uit de EU ongerechtvaardigde beperkingen van de toegang tot hun markten opleggen;
5. wijst op het toenemende belang van reguleringsvraagstukken in de internationale handel; roept op tot meer samenhang tussen de voorschriften en praktijken van de Europese Unie en die van haar belangrijkste handelspartners; benadrukt dat de harmonisatie van regels en voorschriften niet mag leiden tot verzwakking van de wetgeving op het gebied van gezondheid, veiligheid, milieu en sociale zekerheid in Europa, maar de belangrijkste handelspartners van de Europese Unie er juist toe moet aanzetten betere regels in te voeren;
6. roept de Commissie en de lidstaten ertoe op een lange-termijnaanpak vast te stellen voor structurele marktverstoringen waarvan op grond van hun aard kan worden aangenomen dat zij zelfs nadat de Commissie maatregelen heeft genomen, zullen blijven voortbestaan of zullen terugkeren; dringt er bij de Commissie op aan niet voorbij te gaan aan gevallen waarin vroegtijdige opheffing van belemmeringen onwaarschijnlijk is maar wel noodzakelijk om gelijke concurrentievoorwaarden te creëren op belangrijke buitenlandse markten;
7. verzoekt de Commissie ernstige en systematische schendingen van de overeenkomsten en de regels van de WTO of andere internationale handelsvoorschriften te beschouwen als kwesties waarvoor herstelmaatregelen vereist zijn en ervoor te zorgen dat handhaving van deze regels niet ondergeschikt wordt gemaakt aan andere politieke en economische overwegingen dan die relevant zijn voor de desbetreffende zaak;
8. dringt er bij derde landen op aan beperkingen op buitenlandse eigendom voor Europese bedrijven op te heffen en een einde te maken aan discriminerende regelgeving;
9. is ingenomen met de door de Commissie voorgestelde benadering van de selectie van prioriteiten op het gebied van markttoegang, maar dringt erop aan dat ook andere criteria in aanmerking worden genomen, teneinde ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk economische actoren in de Europese Unie baat hebben bij dit nieuwe initiatief, in het bijzonder KMO's, die om te overleven absoluut afhankelijk zijn van een duidelijke definitie en effectieve handhaving van intellectuele-eigendomsrechten en van vastomlijnde restricties ten aanzien van monopolieposities;
10. benadrukt dat succes in de strijd tegen handelsbelemmeringen de investeringen, de productie en de handel in de Europese Unie en wereldwijd zal stimuleren door, onder andere, transparantere, beter voorspelbare en concurrerende voorwaarden voor markttoegang en doordat banden tussen de Europese Unie en internationale markten worden gecreëerd of versterkt;
11. is van mening dat vrijhandelsovereenkomsten (FTA's) met de doelgroeplanden van de Europese Unie zinloos zijn tenzij zij een aanzienlijke markttoegang garanderen en er wezenlijke vooruitgang wordt geboekt bij het verminderen en uiteindelijk volledig opheffen van niet-tarifaire belemmeringen die, er zij aan herinnerd, de handel vaak meer verstoren dan tariefbarrières;
De mededeling van de Commissie
12. is ingenomen met het initiatief van de Commissie tot het opzetten van een sterker partnerschap gericht op markttoegang voor Europese exporteurs, in het bijzonder met het oog op concrete resultaten voor Europese bedrijven via verbetering van de markttoegang in opkomende markten waar Europese bedrijven worden geconfronteerd met nieuwe en complexe barrières voor handel en investeringen; is ingenomen met het initiatief van de Commissie om de doelstellingen en instrumenten van het Europese handelsbeleid en de Europese strategie voor markttoegang zodanig te coördineren dat het potentieel van de EU op het gebied van internationale handel en wereldwijde concurrentie op de meest effectieve wijze wordt gebruikt;
13. verwelkomt met name de voorstellen van de Commissie voor een sterker partnerschap tussen de Commissie, de lidstaten en het bedrijfsleven van de EU dat als doel heeft economische actoren rechtstreeks te helpen bij het oplossen van de concrete problemen die zij ondervinden bij hun inspanningen om toegang te krijgen tot markten van derde landen, op een wijze en binnen een termijn die past bij de realiteit van het bedrijfsleven;
14. is van mening dat de Commissie een belangrijke rol kan spelen bij de tenuitvoerlegging van de nieuwe strategie voor markttoegang door te zorgen voor een passende mate van coördinatie tussen acties op nationaal en communautair niveau, door gebruik te maken van middelen die anders verspreid zouden worden ingezet en door te zorgen voor een efficiëntere bescherming van de rechten en belangen van Europese exporteurs;
15. is van mening dat de Europese Unie een onvervangbare rol heeft te vervullen waar het gaat om het waarborgen van gelijke concurrentievoorwaarden in de internationale handel, zulks in nauwe samenwerking met de lidstaten en met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel en het evenwicht tussen bestaande bevoegdheden;
16. benadrukt het belang van een periodieke kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie van de resultaten van de markttoegangsstrategie, teneinde de effectiviteit ervan te kunnen beoordelen; verzoekt de Commissie een geschikt actieplan voor markttoegang te ontwikkelen en het Europees Parlement jaarlijks een verslag over de markttoegang voor te leggen, analoog aan het verslag over handelsbeschermingsinstrumenten (TDI's) dat zij nu reeds aan het Parlement voorlegt;
17. betreurt dat er in de bovengenoemde mededeling "Europa als wereldspeler: een sterker partnerschap voor markttoegang ten behoeve van Europese exporteurs" geen aandacht wordt geschonken aan diverse redelijke en op ervaring berustende aanbevelingen vanuit het bedrijfsleven; dringt er bij de Commissie op aan deze in aanmerking te nemen bij de tenuitvoerlegging van deze mededeling;
Initiatieven voor markttoegang in de Europese Unie
18. benadrukt de noodzaak van verdere samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten met het oog op het uitwisselen van informatie en goede praktijken; roept de lidstaten ertoe op netwerken van nationale of, waar passend, regionale helpdesks op te zetten om informatie en claims te centraliseren, waarbij speciale aandacht dient te worden geschonken aan de belangen en behoeften van KMO's;
19. is van mening dat de doeltreffendheid van zulke netwerken aanzienlijk wordt vergroot als nationale en lokale industrieverenigingen, kamers van koophandel, KMO-organisaties en handelsbevorderingsinstanties worden betrokken bij het opzetten ervan;
20. verzoekt de Commissie en de lidstaten het Raadgevend comité markttoegang (MAAC) een grotere rol te geven en te zorgen voor een permanent contact met het Comité van artikel 133, het Comité van de verordening inzake handelsbelemmeringen en andere relevante comités;
21. verzoekt de Commissie een systeem van permanente dialoog op te zetten zodat lidstaten en, waar passend, regio's en andere Europese belanghebbenden informatie kunnen delen en strategieën en prioriteiten kunnen vaststellen;
22. verzoekt de Commissie om bij de tenuitvoerlegging van haar strategie inzake markttoegang het volgende in overweging te nemen:
— benoemen van meer personeel in Brussel bij de eenheid die zich met markttoegang bezighoudt,
— creëren van een effectief klachtenregister in DG Handel,
— ontwikkelen van gestructureerde richtsnoeren voor de aanpak van elke categorie van niet-tarifaire belemmeringen,
— opzetten van een helpdesk voor lidstaten en bedrijven (met een speciale afdeling voor KMO's) in DG Handel,
— herzien en versterken van het voorlichtingsbeleid inzake de dienstverlening van de Commissie op het gebied van markttoegang, met bijzondere nadruk op KMO's,
— vergroten van het aantal potentiële gebruikers door het aanbieden van basisinformatie (bijv. brochures en folders) in alle officiële talen van de Europese Unie,
— verbeteren van de Databank Markttoegang (MADB) door deze beter te laten aansluiten op de behoeften van het bedrijfsleven en gebruiksvriendelijker te maken,
— verbeteren van de interne samenwerking, samenhang en communicatie tussen de diensten van de Commissie die zich met markttoegangskwesties bezig houden,
— zorgen voor participatie van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in het Raadgevend comité markttoegang (MAAC),
— ontwikkelen van gestructureerde richtsnoeren voor prioriteiten, onder andere ten aanzien van de vraag aan welke markten, sectoren en belemmeringen speciale aandacht moet worden geschonken,
— versterken van haar positie in internationale normalisatie-instellingen, zoals de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO),
Initiatieven voor markttoegang in derde landen
23. verzoekt om een beter gestructureerde coördinatie tussen de Commissie en de lidstaten in derde landen, zodat diplomatieke en gouvernementele hulpbronnen efficiënter kunnen worden ingezet bij de aanpak van kwesties op het gebied van markttoegang;
24. benadrukt de noodzaak van een ondubbelzinnig en ambitieus mandaat voor de delegaties van de Europese Unie en de recent opgerichte "markttoegangsteams" die in derde landen zijn gevestigd; herhaalt dat de strategie inzake markttoegang alleen succesvol zal zijn als de lidstaten bereid zijn een bijdrage te leveren met hun eigen hulpbronnen, zowel financiële als menselijke, die evenredig is met hun middelen, belangen en doelstellingen;
25. roept de Commissie en de lidstaten ertoe op de samenwerking met Europese kamers van koophandel, branche-organisaties en handelsbevorderingsinstanties van de lidstaten die in derde landen zijn gevestigd, te verbeteren en te zorgen voor een passende informatie-uitwisseling tussen de EU-delegaties, de ambassades van lidstaten, andere overheidsinstanties voor buitenlandse handel en belanghebbende Europese bedrijfsverenigingen;
26. roept de Commissie ertoe op de prioriteiten ten aanzien van het inzetten, en eventueel uitbreiden, van personeel voor de delegaties van de EU te herzien, zodat er meer personeel beschikbaar komt voor het opstarten en succesvol laten functioneren van markttoegangsteams, in het bijzonder in belangrijke delegaties zoals Peking, New Delhi, Moskou en Brasilia;
Sectorspecifieke vraagstukken
27. ondersteunt het opzetten van gerichte initiatieven in het kader van de strategie inzake markttoegang voor het wegnemen van specifieke belemmeringen op het terrein van diensten, overheidsopdrachten, investeringen, intellectuele-eigendomsrechten, staatssteun en andere subsidies, en voor het vaststellen van mededingingregels en regels voor de adequate tenuitvoerlegging daarvan in derde landen;
28 dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat KMO's in staat worden gesteld consequent te profiteren van de voordelen van de nieuwe initiatieven; verzoekt de Commissie ad hoc-acties te formuleren die erop zijn gericht de marktpresentie van producten van KMO's in derde landen te versterken en hun legitieme rechten te verdedigen tegen eenzijdige praktijken van derde landen;
Multilaterale aanpak
29 benadrukt de noodzaak van het creëren van synergie met de belangrijkste handelspartners van de Europese Unie (zoals de Verenigde Staten, Canada en Japan), met het oog op het formuleren van een gemeenschappelijke strategie inzake markttoegang en om de weg te effenen voor een hoogstnoodzakelijke multilaterale overeenkomst over markttoegang;
30. herhaalt de noodzaak nauwe internationale samenwerking en harmonisatie op het gebied van regelgeving verder te bevorderen, teneinde onnodig dubbel werk te voorkomen en de kosten voor de consument, de industrie en de overheid te verlagen; roept de Commissie ertoe op de geleidelijke harmonisatie van de normen en regels van de Europese Unie en haar handelspartners, zowel multilaterale als bilaterale, te bevorderen;
31. dringt er bij de Commissie op aan te bevorderen dat er specifieke WTO-mechanismen worden gecreëerd voor een snellere besluitvorming inzake het aanpakken van nieuwe en opkomende niet-tarifaire belemmeringen; verzoekt de Commissie dienaangaande de andere handelspartners aan te moedigen om meer gebruik te maken van de kennisgevingsprocedures in het kader van de overeenkomsten inzake technische belemmeringen voor het handelsverkeer (TBT's);
32. dringt erop aan de duidelijke concentratie op handhaving en waarborging van de naleving door derde landen van hun WTO-verplichtingen vol te houden door gebruik te maken van de rechten in het kader van de WTO-geschillenregeling;
De toekomst
33. is van mening dat de Europese Unie, mits dit uit ontwikkelingsoogpunt gerechtvaardigd is, alles in het werk dient te stellen om van haar handelspartners concessies te verkrijgen die evenredig zijn met hun niveau van ontwikkeling;
34. dringt er bij de Commissie op aan om in de nieuwe generatie vrijhandelsovereenkomsten (FTA's), alsook in andere overeenkomsten met gevolgen voor de handel, heldere bepalingen inzake handhaving en geschillenbeslechting op te nemen, met name gericht op het aanpakken van belemmeringen "achter de grens";
35. verzoekt de handelspartners van de Europese Unie alle belemmeringen weg te nemen die de markttoegang voor goederen en diensten beperken en in plaats daarvan de wederzijdse handelsmogelijkheden te optimaliseren op basis van wederkerigheid, onder meer door een bevredigende tenuitvoerlegging van marktopeningsmaatregelen die voortvloeien uit bilaterale, regionale en multilaterale onderhandelingen;
36. verzoekt de Commissie het Europees Parlement jaarlijks een verslag voor te leggen over de voortgang en resultaten van de strategie inzake markttoegang en daarbij in het bijzonder aandacht te besteden aan de gestelde prioriteiten;
o
o o
37. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.
- [1] PB C 306 E van 15.12.2006, blz. 400.
- [2] PB C 313 E van 20.12.2006, blz. 276.
- [3] PB C 293 E van 2.12.2006, blz. 155.
- [4] PB C 308 E van 16.12.2006, blz. 182.
- [5] PB C 298 E van 8.12.2006, blz. 235.
- [6] PB C 233 E van 28.9.2006, blz. 103.
- [7] Raadsdocument 7775/1/06.
- [8] PB C 291 E van 30.11.2006, blz. 321.
TOELICHTING
De mededeling getiteld "Europa als wereldspeler: een sterker partnerschap voor markttoegang ten behoeve van Europese exporteurs", die op 18 april 2007 door de Commissie werd uitgebracht, vormt ongetwijfeld een belangrijke stap naar een betere en effectievere bescherming van de mondiale handelsbelangen van Europa.
Het EU-beleid inzake buitenlandse handel, dat aanvankelijk geen aandacht kreeg in de Lissabon-strategie, is de laatste paar jaar opvallend op de voorgrond getreden als een zaak van algemeen belang. Door de mondialisering is twijfel gezaaid over het reeds lang bestaande evenwicht en is het noodzakelijk geworden de doelstellingen en prioriteiten van de EU, zowel de interne als de externe, aan een grondige herziening te onderwerpen.
Het concurrentievermogen van de Europese industrie dient hoog op de communautaire agenda te staan. Wanneer het concurrentievermogen van Europese bedrijven wordt vergroot, kan meer geschoolde arbeid worden gecreëerd, de economische groei van Europa worden verzekerd, het voortbestaan van de Europese welzijnszorg worden gegarandeerd en ervoor worden gezorgd dat de EU in de 21ste eeuw een belangrijke handelsmacht blijft.
In de afgelopen jaren heeft de Commissie in veel gevallen haar hoop gevestigd op de onderhandelingen in het kader van de Doha-ronde en heeft zij de mogelijke bijdrage van het handelsbeleid aan de Lissabon-strategie vaak onderschat. De mislukking van de multilaterale onderhandelingen en de nogal vruchteloze Europese initiatieven voor vergroting van het concurrentievermogen hebben de EU er recentelijk toe genoodzaakt haar aanpak volledig te herzien. De Lissabon-strategie werd derhalve in 2005 aangepast en een jaar later verscheen de mededeling "Europa als wereldspeler - Wereldwijd concurreren".
Een van de hoofdpunten van "Europa als wereldspeler" is ongetwijfeld markttoegang. De redenen hiervoor zijn talrijk en gevarieerd. De EU is zowel de grootste exporteur van goederen als de grootste dienstverlener ter wereld en voert ook op het gebied van overheidsopdrachten en financiële en verzekeringsdiensten de ranglijst aan. De EU is met andere woorden een grote exportgerichte handelsmacht.
Europa dankt zijn concurrentievermogen aan de kwaliteit van de beroepsbevolking, aan een honderden jaren oude traditie van excellentie en aan een zeer concurrerende interne markt waar oneerlijke handelspraktijken streng worden bestraft. Dit hoge niveau van grote openheid en transparantie wordt op de markten van de belangrijkste handelspartners echter niet gehaald.
De problemen liggen met name in de opkomende landen, die de hoogste cijfers voor economische groei laten zien en behoren tot de meest veelbelovende afzetmarkten voor Europese goederen en diensten. Dit is een bijzonder belangrijk punt, daar de marktpresentie van de EU in nagenoeg "verzadigde" geïndustrialiseerde landen, zoals de Verenigde Staten, veel groter is dan in opkomende landen zoals China en India. Een betere toegang tot buitenlandse markten voor Europese producten en diensten met een hoge toegevoegde waarde, zou kunnen helpen de achteruitgang van de industrie tot staan te brengen en bijzonder positieve effecten kunnen hebben op de economische groei en de werkgelegenheid.
De multilaterale onderhandelingen en de oprichting van de WTO zijn in zoverre van nut geweest dat de tariefmuren die de ontwikkeling van de wereldhandel ooit belemmerden weliswaar niet zijn afgebroken maar wel zijn verlaagd.
Wat niet-tarifaire belemmeringen betreft, is het beeld echter minder rooskleurig. Door verbijsterende douaneprocedures, discriminerende technische en gezondheidsregels, uiteenlopende administratieve hindernissen, ernstige inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten en concurrentiebeperkende praktijken met betrekking tot overheidsopdrachten of buitenlandse investeringen, is de toegang tot de markten van bepaalde niet-EU-landen buitengewoon moeilijk en duur, zeker voor KMO’s die slechts over beperkte middelen beschikken.
Het uit de weg ruimen van niet-tarifaire belemmeringen is niet gemakkelijk. Net zoals de hoofden van de mythische Hydra steeds weer aangroeiden, zo worden ook elke dag weer nieuwe hindernissen opgeworpen, die bovendien steeds ingenieuzer worden en steeds moeilijker te verwijderen zijn. Niet-tarifaire belemmeringen variëren zelfs zo sterk dat van hun effect op de wereldhandel geen betrouwbare schatting kan worden gemaakt. Maar zelfs zonder nauwkeurige cijfers kan redelijkerwijs worden aangenomen dat ze de exportprestatie van Europa zeer nadelig beïnvloeden en bijgevolg met grote vastberadenheid moeten worden bestreden.
Bij het verwijderen van deze handelsbelemmeringen zouden niet alleen de geïndustrialiseerde landen baat hebben, maar ook en vooral de ontwikkelingslanden, die door hun betrekkelijke economische zwakte en het tekort aan middelen feitelijk machteloos staan tegenover oneerlijke praktijken.
Ofschoon uw rapporteur de kern van de mededeling ondersteunt, vindt hij dat de Commissie meer had kunnen doen en doortastender had kunnen zijn.
De Commissie maakt zich kennelijk geen zorgen over het aantal ambtenaren dat zich met markttoegang, zowel binnen als buiten de EU, bezighoudt (in een grote delegatie zoals die in Peking vormen handelsadviseurs slechts 7% van het totale personeelsbestand). De Commissie zegt in haar mededeling evenmin iets over het oormerken van middelen voor het opzetten van een Europees systeem voor voorlichting en ondersteuning van exportondernemingen. Ook had meer aandacht moeten worden besteed aan de voorstellen uit het bedrijfsleven.
Veel van de innovaties die in de mededeling worden genoemd, vereisen de actieve participatie van de lidstaten. Wanneer dat niet enthousiast en zonder voorbehoud gebeurt, is de nieuwe strategie inzake markttoegang die door de Commissie wordt geschetst, tot mislukken gedoemd. De lidstaten moeten derhalve resoluut hun verantwoordelijkheid nemen en de economische en menselijke hulpbronnen verstrekken die noodzakelijk zijn voor het welslagen van het initiatief. Deze middelen zijn in zekere mate al beschikbaar, maar ze worden bedroevend weinig benut. Het bundelen van nationale middelen voor handelsondersteuning, het regelmatig uitwisselen van informatie en het opzetten van een effectief netwerk van allen die betrokken zijn bij handelsondersteuning (op nationaal of regionaal niveau) zijn maatregelen die kunnen helpen het externe concurrentievermogen van Europa als geheel te vergroten.
Voor de Commissie is een belangrijke rol weggelegd. Europa moet met één stem spreken en een consistente politieke aanpak ontwikkelen jegens handelspartners die niet bereid zijn hun markten open te stellen. De Commissie dient middelen te mobiliseren die anders verkwist zouden worden en EU-initiatieven organiseren, echter zonder afbreuk te doen aan de functies en taken van de lidstaten. Daarnaast zou er een "klachtenbureau" moeten worden opgericht om klachten in ontvangst te nemen en deze zo nodig door te spelen aan de bevoegde nationale autoriteiten.
De Commissie zou ook haar voorlichtingsbeleid op het terrein van markttoegang moeten verbeteren, door in Brussel en de lidstaten seminars en discussiefora te houden, betere basisdiensten aan te bieden (bijv. het verstrekken van brochures of instructies in alle Europese talen) en trainingen te organiseren voor ambtenaren en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven die deel uitmaken van "markttoegangsteams" in niet-EU-landen of verantwoordelijk zijn voor markttoegang in de lidstaten. De dialoog met de lidstaten zou moeten plaatsvinden via het Raadgevend Comité markttoegang, dat een groter initiatief- en adviesrecht zou moeten krijgen.
De Databank Markttoegang is een nuttig ondersteunend instrument voor maatregelen ter bestrijding van niet-tarifaire belemmeringen. Het nut van deze databank zou nog kunnen worden vergroot door het systeem gebruiksvriendelijker te maken en er ook informatie in op te nemen die relevant is voor zakenmensen en door in aparte onderdelen van de databank informatie te verstrekken over diensten en overheidsopdrachten.
De Commissie zou haar optreden moeten baseren op een nauwgezette beoordeling van de economische belangen die op het spel staan, waarbij het belang van de Europese economie als geheel voorrang dient te hebben boven de belangen - ook al zijn die legitiem - van specifieke personen of sectoren. Het zou voorts zeer wenselijk zijn de op KMO's gerichte initiatieven te versterken. Gebeurt dit niet dan bestaat het gevaar dat slechts een klein aantal sterke en invloedrijke economische sectoren baat zal hebben van de hernieuwde communautaire inzet voor markttoegang en dat de bedrijven die momenteel nog steeds het grootste deel van de economische infrastructuur vormen er de voordelen niet van zullen plukken en een grotere kans lopen het slachtoffer te worden van concurrentiebeperkende praktijken op andere gebieden.
De EU moet niet bang zijn om haar legitieme belangen te verdedigen, hetzij door het voeren van een samenhangender en meer vastberaden diplomatiek en handelsbeleid of door gebruik te maken van WTO-instrumenten of van instrumenten die zijn vastgelegd in regionale en bilaterale overeenkomsten (het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO is een duidelijk voorbeeld).
De nieuwe generatie handelsovereenkomsten dient vrijwaringsbepalingen te bevatten die de EU in staat stellen niet-tarifaire belemmeringen onverwijld en tegen de laagste mogelijke kosten voor ondernemers en Europese belastingbetalers te verwijderen.
Een succesvolle afloop van de Doha-onderhandelingen zou tot een doorbraak op het gebied van markttoegang kunnen leiden. Onverminderd het belang van onderhandelingen over bilaterale overeenkomsten met de belangrijkste handelspartners van Europa moet de Commissie aandringen op een kaderovereenkomst krachtens welke telkens wanneer er een geschil ontstaat over niet-handhaving of niet-naleving van de overeenkomst een beroep kan worden gedaan op specifieke voorschriften voor kwesties in verband met niet-tarifaire belemmeringen en er snel een vergelijk kan worden getroffen.
Sommige punten hadden diepgaander moeten worden behandeld, zoals de verplichting voor WTO-lidstaten om kennis te geven van elke maatregel die mogelijk handelsbelemmerend werkt, en de oprichting van een orgaan voor ad hoc-arbitrage dat in voorkomend geval ook toestemming kan geven voor commerciële represaillemaatregelen.
Een andere manier om het effect van niet-tarifaire belemmeringen te verminderen, is het harmoniseren van de regelgeving van de WTO-lidstaten. De bereikte vorderingen in de trans-Atlantische dialoog met de Verenigde Staten over regelgeving moet voor de Commissie een aansporing zijn om ook andere handelspartners binnen de werkingssfeer van dit initiatief te brengen.
Tot besluit is voor succesvolle bestrijding van handelsbelemmeringen beter internationaal overleg noodzakelijk. Concurrerende open markten zijn goed voor de hele wereldeconomie, ongeacht waar de producenten van goederen en diensten zijn gevestigd. Dit geldt zowel binnen de EU (Europese vennootschappen zouden onderling beter moeten samenwerken) als daarbuiten, voor landen met dezelfde commerciële belangen.
Bij het bepalen van de handelsprioriteiten van de EU is een belangrijke rol weggelegd voor het Parlement. Er moet permanent overleg plaatsvinden met de bevoegde parlementaire commissie. Over het systeem dat door de Commissie wordt ingevoerd, moet jaarlijks een verslag worden opgesteld (naar analogie van het verslag over handelsbeschermingsinstrumenten) en wanneer initiatieven worden ondernomen en missies op hoog niveau worden uitgezonden voor het slechten van geschillen over markttoegang, moet het Parlement daar indien nodig bij worden betrokken. Dit zijn stuk voor stuk wenselijke maatregelen, niet in de laatste plaats met het oog op de voorbereidingen voor de inwerkingtreding van het nieuwe "grondwettelijke" Verdrag.
Conclusies en aanbevelingen
De nieuwe strategie inzake markttoegang die door de Commissie wordt geschetst, is een grote stap vooruit, maar niet voldoende. Het is de verdienste van de Commissie dat zij markttoegang weer tot onderwerp van discussie heeft gemaakt. Maar zij moet - samen met de lidstaten - meer doen en vooral ook een grotere doortastendheid aan de dag leggen, wil zij dit initiatief tot een succes maken.
De mededeling moet dienovereenkomstig worden uitgebreid met nieuwe ideeën en de nieuwe input die nodig is met het oog op de behoeften van het bedrijfsleven en de ervaringen aan de grond. De "markttoegangsteams" die in niet-EU-landen zijn opgericht en de Databank Markttoegang zijn tot mislukken gedoemd als de Commissie en de nationale regeringen niet de noodzakelijke ondersteuning bieden en de teams en de databank niet in staat blijken de Europese industrie werkelijk van dienst te zijn. Europese bedrijven, in het bijzonder KMO's, moeten in staat worden gesteld hun voordeel te doen met de diensten van de Commissie. Daarvoor moet een effectief voorlichtingsbeleid worden gevoerd en moet nationale en regionale ondersteuning beter worden ontwikkeld.
De externe aspecten van de communicatie moeten ongetwijfeld worden versterkt. Behalve dat de reeds beschikbare middelen zinvoller moeten worden benut, moeten ook nieuwe Multi- en bilaterale instrumenten worden verschaft (respectievelijk in het kader van de WTO en door het sluiten van vrijhandels- of partnerschap- en samenwerkingsovereenkomsten), teneinde niet-tarifaire belemmeringen te kunnen verwijderen en effectief te kunnen optreden tegen oneerlijke praktijken.
Voorts zou het wenselijk zijn om nauwer samen te werken met andere geïndustrialiseerde landen, geregeld dialogen te voeren over regelgeving en technische en gezondheidsvoorschriften geleidelijke te harmoniseren, zonder de bescherming van de Europese burgers te verzwakken.
ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (27.11.2007)
aan de Commissie internationale handel
over de strategie van de EU voor markttoegang ten behoeve van Europese exporteurs
(2007/2185(INI))
Rapporteur voor advies: Edit Herczog
SUGGESTIES
De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:
- gezien zijn resolutie van 22 mei 2007: Europa als wereldspeler - Externe aspecten van het concurrentievermogen[1],
A. overwegende dat voor het behalen van de doelstellingen van de herziene Lissabon-agenda bedrijven uit de Europese Unie op de wereldmarkt een stabiele concurrentiepositie moeten verwerven en behouden,
B. overwegende dat het concurrentievermogen, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen, steeds meer bepaald wordt door onderzoek, ontwikkeling, innovatie en intellectuele eigendom,
C. overwegende dat de twee absolute voorwaarden voor concurrentiekracht een veilige en gewaarborgde energieleverantie en een onbelemmerde toegang voor Europese bedrijven tot de nieuwste informatie- en communicatietechnologieën, zijn,
D. overwegende dat de EU, als geïntegreerde markt en als internationale organisatie, door haar kennis en sterke onderhandelingspositie een bijdrage kan leveren tot de inspanningen van het Europese bedrijfsleven om toegang te krijgen tot markten in derde landen,
1. is ingenomen met het initiatief van de Commissie de doelstellingen en instrumenten van het Europese handelsbeleid en de Europese strategie voor markttoegang zodanig te coördineren dat de mogelijkheden van de EU op het terrein van de internationale handel en de wereldwijde concurrentie aanzienlijk worden vergroot;
2. beklemtoont het belang van gerichte en thematische (in plaats van sectorale) prioriteitenstelling van acties ter bevordering van het externe concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven; wijst met name op de noodzaak van de opstelling en concrete toepassing van regels ter bescherming van de intellectuele eigendom;
3. dringt er bij de lidstaten, ondernemersverenigingen en andere vertegenwoordigende organisaties op aan om samen met de Commissie hun inspanningen op te voeren en bij te dragen tot samenwerking, benchmarking en uitwisseling van kennis en beste methodes, zodat met de gebundelde Europese know-how op handelsgebied de belangen van het Europese bedrijfsleven, in het bijzonder van KMO's die actief zijn op markten van derde landen, beter kunnen worden behartigd.
- [1] Aangenomen teksten P6_TA(2007)0196.
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
|
Datum goedkeuring |
22.11.2007 |
||
|
Uitslag eindstemming |
+: -: 0: |
360 0
|
|
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Jan Březina, Jerzy Buzek, Pilar del Castillo Vera, Jorgo Chatzimarkakis, Giles Chichester, Den Dover, Nicole Fontaine, Adam Gierek, Norbert Glante, Umberto Guidoni, András Gyürk, David Hammerstein, Erna Hennicot-Schoepges, Ján Hudacký, Romana Jordan Cizelj, Werner Langen, Anne Laperrouze, Eluned Morgan, Angelika Niebler, Reino Paasilinna, Miloslav Ransdorf, Vladimír Remek, Paul Rübig, Andres Tarand, Britta Thomsen, Radu Ţîrle, Patrizia Toia, Catherine Trautmann, Claude Turmes, Nikolaos Vakalis, Alejo Vidal-Quadras |
||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) |
Neena Gill, Lambert van Nistelrooij, Vladimir Urutchev |
||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2) |
Holger Krahmer, Umberto Pirilli |
||
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
|
Datum goedkeuring |
18.12.2007 |
||
|
Uitslag eindstemming |
+: -: 0: |
22 5 1 |
|
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Francisco Assis, Graham Booth, Daniel Caspary, Christofer Fjellner, Ignasi Guardans Cambó, Jacky Hénin, Syed Kamall, Sajjad Karim, Alain Lipietz, Caroline Lucas, Marusya Ivanova Lyubcheva, Erika Mann, David Martin, Vural Öger, Georgios Papastamkos, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Peter Šťastný, Robert Sturdy, Gianluca Susta, Daniel Varela Suanzes-Carpegna, Iuliu Winkler, Corien Wortmann-Kool |
||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) |
Stavros Arnaoutakis, Jean-Pierre Audy, Jens Holm, Jan Marinus Wiersma, |
||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2) |
Guy Bono, Ulrich Stockmann |
||