VERSLAG over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2004/40/EG betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (elektromagnetische velden) (achttiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)

28.1.2008 - (COM(2007)0669 – C6‑0394/2007 – 2007/0230(COD)) - ***I

Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
Rapporteur: Jan Andersson
(Vereenvoudigde procedure - Artikel 43, lid 1 van het Reglement)

Procedure : 2007/0230(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A6-0012/2008
Ingediende teksten :
A6-0012/2008
Debatten :
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2004/40/EG betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (elektromagnetische velden) (achttiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)

(COM(2007)0669 – C6‑0394/2007 – 2007/0230(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2007)0669),

–   gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 137, lid 2 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0394/2007),

–   gelet op de artikelen 51 en 43, lid 1 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A6‑0012/2008),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

TOELICHTING

Richtlijn 2004/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (elektromagnetische velden)[1] is de achttiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1 van Kaderrichtlijn 89/391/EEG.

Deze richtlijn maakt deel uit van een "pakket" van vier richtlijnen over blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia: lawaai, trillingen, elektromagnetische velden en optische straling. In de richtlijn worden maatregelen vastgesteld om werknemers te beschermen tegen de risico's die verband houden met elektrische, magnetische en elektromagnetische velden. In de richtlijn wordt echter niet ingegaan op de langetermijneffecten, waaronder de kankerverwekkende effecten, die het gevolg kunnen zijn van blootstelling aan elektrische, magnetische en elektromagnetische velden omdat er geen sluitende wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn die een causaal verband aantonen.

De te treffen maatregelen zorgen voor een minimaal beschermingsniveau voor alle werknemers in de Unie, waarbij de lidstaten de keus gelaten wordt strengere bepalingen vast te stellen. Bovendien mag de uitvoering van deze richtlijn niet dienen als rechtvaardiging voor enigerlei achteruitgang ten opzichte van de (mogelijk strengere) bepalingen die in de lidstaten reeds van kracht zijn voor inwerkingtreding van de richtlijn.

In de richtlijn worden twee soorten waarden voor blootstelling van werknemers vastgesteld:

· "grenswaarden voor blootstelling" als bepaald in Tabel 1 van de Bijlage bij de richtlijn op basis van de verschillende frequenties waarvan erkend wordt dat zij schadelijke gevolgen hebben voor het hart- en vaatstelsel of het centrale zenuwstelsel van de mens of die thermische belasting van het gehele lichaam of excessieve plaatselijke verwarming van weefsels kunnen veroorzaken;

· "actiewaarden", of waarden waarboven werkgevers maatregelen moeten treffen die gespecificeerd worden in de richtlijn. Naleving van deze actiewaarden houdt automatisch in dat de desbetreffende grenswaarden voor blootstelling worden nageleefd. Deze actiewaarden worden bepaald aan de hand van de richtsnoeren die zijn vastgesteld door de Internationale Commissie voor bescherming tegen niet-ioniserende straling (ICNIRP). Ze worden vermeld in Tabel 2 van de Bijlage bij de richtlijn (13 frequentiegebieden die gelden voor alle elektromagnetische velden en die gebaseerd zijn op direct meetbare parameters).

In de richtlijn worden ook verschillende soorten verplichtingen vastgesteld waaraan werkgevers moeten voldoen.

Vaststelling van de blootstelling en risicobeoordeling

· beoordeling, meting en berekening, door de aangewezen diensten en met regelmatige tussenpozen, van de sterkte van de elektromagnetische velden waaraan werknemers worden blootgesteld;

· opslag van de resultaten van deze beoordeling in een passend gegevensbestand zodat de gegevens in een later stadium kunnen worden geraadpleegd.

· bij de beoordeling van de risico's (o.a. de sterkte, het frequentiespectrum, de duur en het soort blootstelling) rekening houden met de indirecte gevolgen, zoals interferentie met elektronische medische apparatuur, branden en explosies die kunnen ontstaan door ontbranding van brandbare materialen.

Voorschriften ter voorkoming of beperking van risico's

Als de actiewaarden worden overschreden moeten werkgevers een actieplan opstellen en uitvoeren dat technische en/of organisatorische maatregelen omvat om blootstelling aan te hoge actiewaarden te voorkomen (wijziging van de werkmethodes, keuze van de juiste apparatuur, beter inrichting van de werkplek, enz.). Werkgevers hoeven dit echter niet te doen als zij aantonen dat er geen risico's bestaan voor de gezondheid van de werknemers.

Als de grenswaarden voor blootstelling, ondanks de maatregelen die door de werkgever zijn getroffen, worden overschreden, moet de werkgever onmiddellijk in actie komen om de blootstelling te verlagen naar een geoorloofd niveau.

Gezondheidstoezicht

De richtlijn schrijft een zorgvuldig toezicht op de gezondheid van de desbetreffende werknemers voor om negatieve effecten die het gevolg zijn van blootstelling aan elektromagnetische velden te voorkomen.

Indien de blootstelling de grenswaarden overschrijdt, wordt een medisch onderzoek voorgeschreven. Als duidelijk wordt dat de gezondheid van de desbetreffende werknemers is aangetast als gevolg van de blootstelling, moeten de risico's opnieuw worden beoordeeld.

Termijn voor goedkeuring en omzetting

Deze richtlijn is op 29 april 2004 goedgekeurd en op 30 april 2004, de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad, in werking getreden. In artikel 13 van de richtlijn wordt bepaald dat de richtlijn uiterlijk vóór 30 april 2008 moet zijn omgezet in nationale wetgeving.

Nieuw wetenschappelijk onderzoek, toenemende bezorgdheid

In de afgelopen maanden hebben beroepsgroepen en andere belanghebbenden de zekerheid van de wetenschappelijke basis van de richtlijn in twijfel getrokken en met name beweerd dat de actiewaarden en grenswaarden voor blootstelling die in de richtlijn worden genoemd disproportioneel zijn en ongewilde effecten hebben op de werkzaamheden in sectoren als de industrie, het onderzoek en de geneeskunde alsmede voor activiteiten als MRI (magnetic resonance imaging), omdat ze de normale werkwijze en de verdere ontwikkeling van de activiteiten in deze sectoren zouden belemmeren, zonder dat de gezondheid van de werknemers die deze apparatuur gebruiken extra wordt beveiligd.

De EMPL-commissie wilde uit de eerste hand geïnformeerd worden over deze bezorgdheid en op haar vergadering van 7 mei 2007 werden vertegenwoordigers van de Europese Vereniging van Radiologen uitgenodigd aan te geven hoe de richtlijn hun medische en onderzoeksactiviteiten belemmert en met name hun MRI-activiteiten. De Commissie, vertegenwoordigd door directeur Van der Plas, zegde toe oor te zullen hebben voor deze bezorgdheid en onderzoek te zullen laten verrichten om na te gaan of de actie- en grenswaarden voor blootstelling inderdaad te streng zijn en de parlementaire commissie volledig op de hoogte te zullen houden over nieuwe elementen die dit onderzoek aan het licht zou brengen en over opties voor verdere actie. In het licht hiervan wees de Commissie ook op de mogelijkheid om de tenuitvoerlegging van de richtlijn uit te stellen als de voorlopige resultaten van dit onderzoek aantonen dat de beweringen worden gestaafd.

De Commissie is haar toezegging nagekomen en komt nu met het huidige voorstel voor een richtlijn tot wijziging van de oorspronkelijke richtlijn 2004/40/EG met betrekking tot de datum van inwerkingtreding, door deze met vier jaar uit te stellen, dat wil zeggen tot 30 april 2012. Gedurende deze periode gaat de Commissie nieuw wetenschappelijk bewijs verzamelen over de gevolgen van elektromagnetische velden voor de gezondheid van werknemers die deze apparatuur gebruiken en zal zij naar alle waarschijnlijkheid terugkomen met een nieuw voorstel met nauwkeuriger actie- en grenswaarden voor blootstelling aan elektromagnetische velden dat wellicht zorgt voor een balans tussen preventie van mogelijke risico's voor de gezondheid van werknemers en toegang tot de voordelen van een effectief gebruik van de technologieën in kwestie

Inmiddels is er al enige actie ondernomen: de Britse regering heeft opdracht gegeven voor een onderzoek naar de beoordeling van elektromagnetische velden in de nabijheid van MRI-apparatuur ("Assessment of electromagnetic fields around magnetic resonance imaging (MRI) equipment") en de Nederlandse Gezondheidsraad heeft in samenwerking met de Belgische Hoge Gezondheidsraad in 2007 het rapport "Kanttekeningen over mogelijke beperkingen bij MRI bij invoering van een EU richtlijn" gepubliceerd. In beide documenten worden de beweringen van de medische gemeenschap tegen het licht gehouden. Verder werkt de Internationale Commissie voor bescherming tegen niet-ioniserende straling (International Commission for Non-ionising Radiation Protection – ICNIRP) aan een herziening van de richtsnoeren voor statische magneetvelden en voor laagfrequente elektromagnetische velden, waarop de richtlijn oorspronkelijk gebaseerd was: dit onderzoek zou kunnen bevestigen dat er minder strenge actie- en grenswaarden voor blootstelling nodig zijn dan die zijn vastgelegd in de richtlijn voor laagfrequente velden. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is momenteel bezig met een herziening van de Environmental Health Criteria voor elektromagnetische velden om die aan de resultaten van de meest recente wetenschappelijke studies aan te passen. Ten slotte heeft de Commissie opdracht gegeven voor een onafhankelijk onderzoek, dat nu in volle gang is: de resultaten worden in 2008 verwacht.

Standpunt van de rapporteur

Uw rapporteur onderschrijft de doelstellingen van de Commissie: hij is van mening dat het verstandig is de termijn voor de omzetting van deze richtlijn in nationale wetgeving uit te stellen zoals wordt voorgesteld door de Commissie omdat de bezorgdheid die geuit wordt door sommige sectoren gefundeerd lijkt te zijn, en nieuw wetenschappelijk bewijs te verzamelen over de gevolgen van de elektromagnetische velden voor de gezondheid van de werknemers die deze apparatuur gebruiken. Uw rapporteur heeft de mogelijkheid overwogen om een amendement in te dienen met de strekking dat de Commissie een tussentijds verslag aan het Europees Parlement moet voorleggen over de stand van zaken met betrekking tot het verrichte onderzoek, maar besloot uiteindelijk hier van af te zien omdat hij er de voorkeur aan geeft de Commissie voldoende tijd te gunnen om het nodige onderzoek te verrichten en de verzamelde gegevens te analyseren ten einde een overzicht te krijgen van al het verrichte onderzoek en de resultaten ervan.

Uw rapporteur is echter van mening dat de Commissie verantwoording moet afleggen aan het Europees Parlement en om die reden behoudt de commissie zich het recht voor de Commissie te allen tijde te interpelleren over de stand van zaken met betrekking tot het verrichte onderzoek en de eerste resultaten ervan.

Tegelijkertijd twijfelt uw rapporteur niet aan de noodzaak van een richtlijn inzake de bescherming van werknemers tegen de gevolgen van elektromagnetische velden. Om die reden vindt hij dat de Commissie een rechtsbesluit op dit gebied niet mag uitstellen. Uitstel tot 2012 van de inwerkingtreding van de huidige richtlijn omwille van een herziening van de blootstellingswaarden lijkt zinvol en in principe zou er geen reden zijn om deze termijn voor de herziening van de richtlijn en de datum van inwerkingtreding verder uit te stellen. De EMPL-commissie zal de verrichtingen van de Commissie op dit gebied nauwlettend in het oog houden.

Om alle bovengenoemde redenen stelt uw rapporteur voor het onderhavige voorstel van de Commissie snel goed te keuren, zonder amendementen.

  • [1]  PB L 159 van 30.4.2004, blz. 1. Corrigendum: PB L 184 van 24.5.2004, blz. 1.

PROCEDURE

Titel

Blootstelling van werknemers aan risico’s van fysische aard (elektromagnetische velden)

Document- en procedurenummers

COM(2007)0669 – C6-0394/2007 – 2007/0230(COD)

Datum indiening bij EP

26.10.2007

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

EMPL

13.11.2007

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Jan Andersson

20.11.2007

 

 

Vereenvoudigde procedure - datum besluit

17.12.2007

Behandeling in de commissie

22.1.2008

 

 

 

Datum goedkeuring

23.1.2008

 

 

 

Datum indiening

28.1.2008